Tagarchief: voordelen

Ben je altijd een held als je de politie helpt?

Burgers gedragen zich vaak – gevraagd of ongevraagd – als politieagent of rechercheur en helpen bij opsporingen met tips, getuigenissen en bewijs. Een goede zaak, maar er kunnen hierbij ook gevaarlijke situaties ontstaan. Sven Brinkhoff stelt in zijn minicollege aan de orde waar de grens voor burgers ligt en wanneer hun taak volbracht is.

Mr. Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent Strafrecht, verbonden aan de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen hield op woensdag 26 juni 2019 om 16.00 uur het perroncollege ‘Ben je altijd een held als je de politie helpt?’ op Centraal Station Rotterdam. Dit live college vond plaats in het kader van de tweede ronde van de perroncolleges van de Open Universiteit.

Het komt steeds vaker voor, burgers die zich opwerpen als een soort Sherlock Holmes voor de politie. Buurten die hun eigen wijk bewaken, wandelaars op zoek naar slachtoffers van geweld en winkeliers die dieven met portret op Facebook posten. Burgeropsporing ontstaat vanuit alle hoeken van de samenleving. Maar waardoor ontstaat deze beweging eigenlijk? Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent strafrecht aan de Open Universiteit, vertelt in dit college over het nut, de risico’s en de noodzaak van helpende burgers.

‘De opkomst van burgerparticipatie op het gebied van strafrecht komt deels voort uit onvrede met het feit dat de politie te weinig capaciteit heeft om alle zaken in behandeling te nemen. Gebeurtenissen zoals fietsendiefstal en inbraken, maar ook complexere zaken waarin weinig aanwijzingen zijn, blijven daardoor vaak op de plank liggen. En daarnaast kan de officier van justitie gebruikmaken van het opportuniteitsbeginsel: hij hoeft niet elke zaak die aangebracht wordt te vervolgen.’

Citizen Science als hulpmiddel voor politie

Aan de andere kant maakt de politie al van oudsher gebruik van tips en getuigenissen om criminelen te achterhalen. Wanneer je getuige bent van een incident dat niet in de haak is, ben je zelfs verplicht dit te melden bij de politie. ‘Daar draait de grote bulk op. Natuurlijk heeft de politie ook andere middelen om bewijs te verzamelen, zoals het afluisteren van telefoongesprekken, maar in het strafrecht is er meestal een slachtoffer waardoor getuigenissen en tips heel belangrijk zijn. Denk maar aan een programma als Opsporing verzocht.’ De laatste jaren neemt Citizen Science een ware vlucht. ‘Wetenschappers doen steeds vaker een beroep op burgers bij hun onderzoeksprojecten – denk aan digitalisering van archieven, het in kaart brengen van dialecten, bodemdiertjes tellen of gegevens over fijnstof verzamelen. In opsporing van strafbare feiten vragen we nu ook veel meer aan burgers, bijvoorbeeld om expertise die de politie soms zelf niet heeft, onder andere bij het opsporen van internetcriminaliteit. Of om extra capaciteit te realiseren wanneer dit nodig is, zoals bij grootschalige zoekacties.’ Een goed voorbeeld hiervan is Burgernet, dat via sms signalementen van gezochte personen of auto’s naar deelnemende burgers stuurt. ‘De nieuwe Mijn onderzoek app, waar vanaf juni mee geëxperimenteerd wordt, stelt burgers zelfs in staat om bewijs te verzamelen, met informatie over hoe je dit het beste kan doen.’

Zelf op zoek

Veelal ontstaat burgeropsporing echter op eigen houtje door burgers die geraakt zijn door een misdaad, of wanneer ze een delict willen voorkomen of oplossen. ‘Bijvoorbeeld in de vorm van buurtapps om de wijk veilig te houden. Of met social media: door een foto van een winkeldief te posten op Facebook in de hoop de dader te identificeren,’ vertelt Brinkhoff. ‘Daarnaast zijn er privédetectives die worden ingehuurd om een zaak op te lossen en initiatieven als Bellingcat, een digitaal collectief dat voorop liep in de onthullingen rondom de MH17. Zij kunnen samenwerken met overheden, maar onderzoeken veelal zaken op eigen initiatief vanuit hun expertise.’

Betrouwbaar bewijsmateriaal

Burgeropsporing kan de politie waardevolle informatie opleveren, maar er kleven ook risico’s aan. ‘Doordat burgers geen opleiding hebben gehad om bewijs te verzamelen bestaat de kans dat zij dit beschadigen, denk aan het besmetten van sporenmateriaal. Of dat ze het niet op de juiste manier verkrijgen; bijvoorbeeld door uitlokking. Denk maar aan het YouTubekanaal Pedojagers, waarbij burgers probeerden pedofielen te lokken en op heterdaad te betrappen. Daar maakt een advocaat in de rechtszaal gehakt van.’ De vraag is dan ook in hoeverre bewijsmateriaal van burgers uiteindelijk wordt toegelaten door de rechter. Wordt dit bewijs wel betrouwbaar geacht? Aan de andere kant maakt de politie soms dankbaar gebruik van dit materiaal om een dader te achterhalen. ‘Omdat burgers zich niet aan allerlei richtlijnen hoeven te houden, wordt er bijvoorbeeld makkelijker DNA-materiaal van mogelijke daders verkregen. Het is wel zo dat de politie dit alleen mag gebruiken als zij er geen weet van heeft; als zij de burger er niet toe heeft aangezet om op die manier informatie te verzamelen.’

Eigen rechter spelen

Veruit het grootste risico is dat van burgers die eigen rechter spelen. ‘Wanneer een burger meewerkt en bewijsmateriaal verzamelt, dan moet de politie dit natuurlijk wel serieus oppakken. Doet zij dat niet, dan bestaat de kans dat er nog meer onvrede ontstaat en kan de burger ervoor kiezen om het recht in eigen hand te nemen. En dat kan weer tot geweld leiden. Voorbeeld hiervan is een zaak waarin een vader ontdekt dat zijn dochter gegroomd wordt en hij de dader vervolgens bewerkt met een knuppel. Of een zaak uit Venlo, waarbij een vader en zijn zoons een gezin bijna doodsloegen omdat ze dachten dat een van hen was betrokken bij een inbraak.’ Maar ook kleinere vergrijpen als naming en shaming op social media vallen hieronder. ‘Het is dan aan de politie om deze ‘eigen rechters’ terug te fluiten of te vervolgen, zoals in de zaak van Willeke Dost is gebeurd waarbij een burger werd vastgezet voor opruiing. Het strafrecht biedt regels om burgers te beschermen. Bij eigenrichting, het recht in eigen hand nemen, zijn die er echter niet. Je loopt de kans bedreigd te worden of erger. Wanneer we allemaal rechter gaan spelen gaan we feitelijk terug naar de middeleeuwen, toen er nog geen politie was.’

Wat mag dan wél en wat mag niet?

Er ligt bij de overheid een belangrijke taak om burgers voor te lichten over de kaders van burgerparticipatie in het strafrecht. Stel, je betrapt een winkeldief, wat mag je dan doen? ‘In het wetboek van strafrecht is er weinig vastgelegd over wat burgers mogen doen, maar zij hebben in ieder geval het recht van ‘aanhouden op heterdaad’ en ‘zelfverdediging bij noodweer’. Je mag bijvoorbeeld iemand die je ziet stelen aanhouden en deze persoon vasthouden tot de politie er is. Rent de winkeldief weg, dan mag je hem niet zomaar neerslaan. Je mag hem wel tegenhouden. Pas wanneer jij vervolgens wordt aangevallen, mag je jezelf verdedigen. Dan is het noodweer. Maar je mag geen excessief geweld gebruiken. Of daar sprake van is wordt naderhand pas beoordeeld door de rechter.’ En opnames maken, mag dat? ‘Ja, dat mag. Je mag ze natuurlijk niet op Facebook zetten, maar wel naar de politie sturen. In de zaak Holleeder, waarin zus Astrid in het geheim opnamen maakte van de gesprekken met haar broer Willem, kan dit soort bewijs mogelijk wel worden toegelaten.’

Leer meer over burgeropsporing

In dit college heb je meer geleerd over het nut en de noodzaak van burgerhulp bij het oplossen van misdrijven. Er wordt gebruik gemaakt van Citizen Science om verdachten op het spoor te komen, door getuigenissen en tips, of door bewijs te verzamelen en aan te reiken. Ook vanuit de burger zelf wordt er steeds meer actie ondernomen, van kleinschalige zoektochten tot grote opsporingsinitiatieven. Tegen de voordelen van burgeropsporing moeten ook de risico’s afgezet worden. Bijvoorbeeld het beschadigen van bewijs of eigen rechter spelen. Het is belangrijk dat de overheid investeert in goede voorlichting en dat eigenrichting zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hoewel de politie niet kan zónder hulp van burgers, ben je dus niet altijd een held als je helpt bij opsporing.

Over de perroncolleges

Om haar wetenschappelijke kennis te delen heeft de Open Universiteit gratis mini ‘perroncolleges’ ontwikkeld. Op digitale schermen op de perrons van grote stations in Nederland worden video-animaties getoond die prikkelende, actuele (wetenschappelijke) vragen behandelen. Vragen afkomstig uit onze samenleving. Wie wordt niet geconfronteerd met foto’s op social media? Of met de plastic verpakkingen van etenswaren? Wellicht ben je ook wel eens door collega’s buitengesloten op het werk. De Open Universiteit doet onderzoek naar deze vraagstukken en neemt de reiziger in het perroncollege mee in het probleem en de zoektocht naar oplossingen.

De campagne ‘Perroncollege’ is in mei 2019 uitgeroepen tot de beste creatieve Digital Out-of-Home uitvoering tijdens de FEPE International Annual Awards 2019 in Dubai voor beste Creative Digital Execution.

Bron: Open Universiteit

BuurtWhatsapp-groepen: gevoel van (on)veiligheid en onze angstcultuur

Misschien zit je er zelf ook wel in eentje: een buurtwhatsappgroep. Ze groeien in Nederland als kool: er zijn er inmiddels zo’n 7300. De speciale appgroepen zijn vaak bedoeld om verdachte personen te melden aan buurtgenoten.

“Niet dat ik mij onveilig voelde, maar ik vind het een prettig idee als mijn buren alert zijn. Je hoort en ziet zoveel dingen tegenwoordig”, zegt Marja Veldt – de Jong. Zij is beheerder van de buurtwhatsappgroep in Middenbeemster.

Zo’n 70 van de 115 huishoudens in haar wijk zijn lid. “Sommige buurtbewoners willen er niet in. Soms omdat ze gedoe hebben met hun buren of andere wijkbewoners en niet met hen in een groep willen zitten. Anderen zijn sowieso meer op zichzelf.”

Bekijk de uitzending van Nieuwsuur?(vanaf minuut 8.30)

?

Exponenti?le groei van BuurtWhatsapp groepen in Nederland

Gevoel van veiligheid

Stephanie Nap nam twee jaar geleden het initiatief voor Whatsapp Buurtpreventie, kortweg de Buurtwhatsapp. Aanleiding was een poging tot inbraak bij haar thuis. “De politie was snel ter plaatse, maar wat kon ik doen om de buurt snel te informeren? Zo is de Buurtwhatsapp geboren.”

De appgroep lijkt te voorzien in een behoefte. “Het kan het gevoel van veiligheid stimuleren”, zegt Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. “Maar er zijn ook allerlei groepen waarbij de appgroep juist niet bijdraagt aan veiligheid, of waar het zelfs het gevoel van onveiligheid vergroot.”

De Vlaamse psychiater en hoogleraar Damiaan Denys woont nu zeventien jaar in Nederland. In die tijd heeft hij het land zien veranderen van een ontspannen samenleving naar een angstmaatschappij. En al die angst is volgens hem niet terecht.

“We hebben het gevoel in een gevaarlijke samenleving te leven, terwijl dat niet zo is. We leven juist in een tijd waar mensen relatief veilig zijn. En toch zijn we overal bang voor: voeding, het weer, ziektes”, zegt Denys.

Angst is niet pers? slecht, maar als maatschappij slaan we volgens hem door. De psychiater vindt dat Nederland extreem op controle is gericht. Dat komt terug in de vele protocollen en richtlijnen die we hebben.

“Het effect van die regels is dat men nog banger wordt. Hoe meer je gericht bent op controle, hoe meer je de wereld vanuit angst beziet. De beste manier om angst aan te gaan, is om de werkelijkheid te confronteren.”

Onterechte beschuldigingen

De psychiater wijst ook op de buurtwhatsappgroepen die?zo populair zijn in Nederland. De speciale appgroepen zijn onder meer bedoeld om de veiligheid in de buurt te vergroten, maar kunnen juist het tegengestelde effect hebben.

“Met zo’n buurtwhatsapp kunnen mensen voor hun gevoel iets doen. Maar eigenlijk cre?er je door die waakzaamheid nog meer angst. Alles wat niet past in het eigen wereldbeeld, wordt gezien als gevaarlijk.” Met het gevaar dat mensen onterecht worden beschuldigd, zegt Denys.

Denys noemt ook de rol van de media en het nieuws als het gaat om het aanwakkeren van een angstgevoel. Al zijn de media zich daar niet altijd van bewust, ze verkopen angst en vergroten zo het wantrouwen.

“Als je bijvoorbeeld de koppen in de krant leest. Gevaar, oorlog, bedreiging, angst. Je moet heel scherp zijn om je daar niet door te laten leiden. Mensen krijgen nu soms ten onrechte de indruk dat de wereld vol gevaren zit.”

De enige manier om die angstcultuur te doorbreken is de angst onder ogen te zien, benadrukt Denys. “Dus juist die vreemde man op straat aanspreken in plaats van hem te melden in een buurtwhatsappgroep. En de Polen die hier werk zoeken juist vriendelijk tegemoet treden. Want we zijn tegenwoordig vooral bang voor elkaar.”

“Het gevaar is dat mensen het recht in eigen hand gaan nemen” -?Arnout de Vries, onderzoeker

De Vries vertelt over excessen waarbij bijvoorbeeld alle Polen uit een dorp continu werden gevolgd via een buurtwhatsappgroep. En eentje waarbij leden massaal achter een vermoedelijke inbreker aangingen. “Het gevaar is dat mensen het recht in eigen hand gaan nemen”, zegt de onderzoeker.

Het kan ook andere onrust veroorzaken. Bijvoorbeeld als een doodgewone glazenwasser wordt aangezien voor een inbreker, en de hele buurt in rep en roer is. Of wanneer oplettende buurtbewoners het geheime liefdesleven van een buurman onthullen, omdat ze zo vaak een vreemde auto voor zijn huis zien.

En dan zijn er nog de ruzies en irritaties die ontstaan omdat lang niet ieder lid zich aan de spelregels van de Buurtwhatsapp houdt. Oproepen van vermiste katten of het verzoek om de vuilniszakken buiten te zetten, worden niet altijd gewaardeerd.

“Een buurtwhatsapp is niet bedoeld als buurthuis, dus af en toe grijp ik in”, zegt beheerder Veldt – de Jong. “Dan speel ik even de wijkagent. Sommige mensen sturen dan duimpjes, maar je ziet ook meteen dat mensen de groep verlaten. Die hebben daar geen zin in.”

De Awareness Game Resource Force dat in het Buurtlab Groningen?is gelanceerd vanuit het EU project INSPEC2T?en de samenredzaamheid wil stimuleren

Het was aardig bedoeld

Danielle Kloos en Paul Dirks beheren samen tien buurtwhatsappgroepen in Heiloo. Daarin zitten zo’n 1500 mensen. Ze snappen wel dat mensen afhaken bij onzinberichten. “Als je een duimpje verstuurt, komt dat bij zo’n 200 mensen binnen. Daar zitten zij niet op te wachten”, zegt Kloos.

Zij en Dirks grijpen ook altijd in. “Sommigen vinden ons streng. Of gaan de discussie met ons aan. Dan zeggen ze dat het aardig was bedoeld. Dat geloven we ook. Daarom proberen we altijd op een positieve manier te reageren, maar we kunnen het nooit voor iedereen goed doen. Die hoop hebben we ook niet.”

Bekijk hier de reportage en het studiogesprek met psychiater en hoogleraar Damiaan Denys.

Bronnen: NOS, Trouw, Nieuwsuur

Burgeropsporing: Agent? Dat ben je zelf

Het blijven indrukwekkende cijfers. Jaarlijks krijgt de politie niet minder dan 40.000 meldingen van verdwijningen. Dat zijn er dus niet minder dan 100 per dag. De meeste vermiste personen vinden we gelukkig gezond weer terug. Maar soms gebeurt dat helaas niet. Dat zijn de verhalen die het nieuws halen, waar mensen over praten, die nog jaren in het geheugen blijven hangen. Het lijkt heel mooi dat bij elke verdwijning iedereen in actie komt. Zoals vroeger het hele dorp meezocht als er een kind verdween, is er nu de huidige global village, een hele digitale gemeenschap die tot leven komt: Whatsapp, Facebook, Reddit, gps-tracker, enzovoort, enzovoort.

Maar is het verstandig dat burgers de politie een handje helpen bij het oplossen van misdaad, bijvoorbeeld rond de vermissing van de 25-jarige Anne Faber? Ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd
in dit onderwerp, over de plussen en minnen van burgeropsporing. Burgers die speuren naar Anne Faber en een kaartendeskundige die een scenario over haar fietsbewegingen op Facebook zet.

De vermissing van de jonge vrouw uit Utrecht zet menigeen aan tot actie. Mensen willen de mysterieuze zaak ontrafelen. Googelend op hun zolderkamer. Spiedend tussen de struiken.
?Dat mensen in zo?n vermissingszaak meezoeken met de politie, is nauwelijks te voorkomen?, reageert ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd in burgeropsporing. Hij is verbonden aan onderzoeksinstituut TNO, waar hij onderzoek doet op het terrein van maatschappelijke veiligheid?en nieuwe media. ?Burgers willen helpen. De meesten doen dat met de beste bedoelingen. En de politie kan veel baat hebben bij hun hulp.?

Rare bijbedoelingen
Toch kunnen er wel adders onder het gras schuilen als burgers hun diensten aanbieden. ?Mensen kunnen rare bijbedoelingen hebben. Toen in 2013 de broertjes Julian van 7 en Ruben van 9 uit
Zeist waren vermist, zocht ook een soort pedofielenclubje mee. Misschien vanuit goede intenties, maar menigeen fronste toch de wenkbrauwen. Mensen kunnen een slaatje slaan uit een? vermissing, door bijvoorbeeld op internet geld in te zamelen voor een zoekactie, maar dat geld voor zichzelf?houden. Of denk aan firma?s die na een misdrijf zelfverdedigingscursussen aanbieden. Dergelijke aanbiedingen worden toch vaak als onethisch gezien.?
Een ander risico van burgeropsporing is dat burgers het recht in eigen hand nemen, zet de TNO-deskundige uiteen. ?Zoals wanneer mensen een vermeende pedofiel op het spoor komen en
die te grazen nemen.? Zeker zo bedenkelijk is als mensen zo?n kennelijke misdadiger chanteren. ?Kwaadwillenden proberen dan bijvoorbeeld online contact te maken met een bankier van wie ze
vermoeden dat hij pedofiel is. Ze doen zich voor als jong meisje en proberen onzedelijke foto?s los te krijgen. Vervolgens eisen ze geld van de bankier. Gaat die daar niet op in, dan dreigen ze de beelden openbaar te maken.?

Kistje
Als goedwillende burgers de sterke arm willen helpen, is het zaak dat de politie zo?n burgeractie in goede banen leidt, benadrukt De Vries. ?Neem de zoektocht naar Anne Faber. De politie moet
mensen dan duidelijk maken dat een bos in linie, dus systematisch, moet worden uitgekamd. Toen in 2013 complete families op zoek wilden naar de vermiste broertjes Julian en Ruben, is een van de rechercheurs toch maar even op een kistje gaan staan om de helpers toe te spreken. ?Weet u waar u aan begint? Beseft u dat u een kinderlichaampje in het bos kunt aantreffen?? Toen hebben
sommige ouders toch maar wijselijk hun kinderen, die mee wilden helpen zoeken, naar oma gestuurd.? Burgers moeten beseffen dat bij hun opsporingsacties voorzichtigheid geboden is, zegt De Vries. ?Zo moeten ze oppassen om, onbedoeld, sporen uit te wissen. In een bos kunnen zich sporen van een verdachte of slachtoffer bevinden. Zoals bloed-, schoen- of bandensporen. Daar moeten burgers tijdens een zoektocht naar het slachtoffer niet overheen banjeren.?
Ook eigen en andermans veiligheid verdienen aandacht. ?Burgers kunnen na?ef te werk gaan. Ooit lag een vermist persoon vermoedelijk in een gracht. Een burger trok zijn duikpak aan en
verdween onder water. Op de bodem trof hij een vat aan. Hij trok dat open; het bleek vol chemisch afval te zitten. Voor je het weet veroorzaak je dan een milieuramp.?

Burgers op speurderspad

  • Burgers helpen de politie meer dan eens een misdrijf op te lossen. Drie voorbeelden.
    In oktober 2016 probeert een 28-jarige Somalische man in Hoorn een vrouw te verkrachten. Hij steelt haar telefoon. De vrouw weet via een digitale opsporingstechniek het toestel ?n de man te traceren. De rechtbank in Alkmaar veroordeelt de Somali?r in juni tot een celstraf van anderhalfjaar, waarvan een halfjaar voorwaardelijk.
  • Op zondag 4 juni 2017 zoeken tal van Bunschotenaren naar de vermiste Savannah. Het lichaam van het 14-jarige meisje wordt op een industrieterrein in het dorp gevonden, al is dat niet direct het resultaat van de door burgers georganiseerde speurtocht. Ze is slachtoffer van een misdrijf.
  • In Amsterdam schoppen en slaan twee jongens in maart 2017 een meisje dat op de grond ligt. Een omstander filmt de mishandeling en zet de beelden op Facebook. De jongens melden zich
    daarop bij de politie.

Doos
Tot op heden beschikt de politie nauwelijks over deugdelijk voorlichtingsmateriaal voor burgers die willen meehelpen met de opsporing, zegt De Vries. Samen met
vertegenwoordigers van justitie en politie werkt de TNO?er aan een informatiepakket (?met tips en trucs?) ?n een app die burgers op dit terrein meer zekerheid moeten bieden. ?Noem het een handboek ?Eerste hulp bij opsporing?, een Zwitsers zakmes.? Medio volgend jaar moet dat pakket beschikbaar komen. Binnenkort wordt een pilot gestart.

Goed zou zijn als de politie burgers duidelijker voorschrijft hoe om te springen met bewijsmateriaal of opsporingsmethodieken, geeft de TNO?er aan. ?Burgers moeten weten dat ze iets verdachts niet meteen moeten oprapen. Of dat het handig kan zijn om een schoenspoor in de achtertuin af te schermen met een doos, zodat regen het spoor niet zomaar kan wegspoelen.
Een andere mogelijkheid is om het spoor te fotograferen met je smartphone.?

Spoedcursus
De politie kan dankbaar gebruik maken van buurt-WhatsAppgroepen, weet De Vries. ?Nu gaat de recherche na een misdrijf vaak deur aan deur langs bij omwonenden. Maar de helft is vaak niet thuis. Dan kan het handig zijn dat de politie mensen achter een buurt-WhatsAppgroep inschakelt om zo snel meer informatie te krijgen over bijvoorbeeld een woninginbraak in de buurt. Daarbij is het wel zaak dat beheerders van zo?n WhatsAppgroep?buurtgenoten de juiste vragen stellen. Daar zou de politie dus beheerders meer in moeten trainen. Een soort spoedcursus buurtonderzoek.?

Voor burgeropsporing op digitaal gebied bestaan er nauwelijks voorschriften, schetst De Vries. Hij neemt onderzoekscollectief Bellingcat als voorbeeld. Dat is een groep amateurs die via digitaal speurwerk op internet nauwkeurig in beeld bracht hoe (hoogstwaarschijnlijk) het transport verliep van de Buk-raket waarmee vlucht MH17 in 2014 is neergehaald. ?In dat onderzoekscollectief zitten ook een paar Nederlandse jongens. Al kort na de ramp publiceerden ze op internet gevonden selfies van pro-Russische militairen die bij de Buk-raket poseerden.

Op het moment van hun vondst moest het offici?le, internationale justitieteam eigenlijk nog aan zijn opsporingswerk beginnen. Maar kort na deze vondst van Bellingcat hebben de pro-Russische
soldaten in allerijl hun selfies van internet gehaald. De vraag is of justitie er nog wel in zal slagen om wettig en overtuigend te bewijzen dat die selfies daadwerkelijk op internet hebben gestaan.?

Nodig is daarom dat burgers duidelijke voorschriften krijgen voor hoe ze op internet gevonden bewijsmateriaal ergens deugdelijk kunnen opslaan, benadrukt De Vries. ?Burgers worden, zeker op
internet, steeds meer de oren en ogen van de politie. Daarom is het zaak dat mensen belastend fotomateriaal goed veilig kunnen stellen, zodat dat later in de rechtszaal ook gebruikt kan worden.?

Drugsverslaafde
Duidelijke richtlijnen voor digitaal speurwerk naar gestolen spullen zijn er amper, constateert De Vries. ?Mensen van wie de smartphone is gestolen, kunnen achterhalen waar dat toestel is. Vervolgens is de vraag: wie haalt die op? Mijn advies: schakel de politie in.

Na aangifte van diefstal van een kostbaar horloge horen burgers nogal eens van de politie dat die geen tijd heeft om die zaak op te pakken. De gedupeerde krijgt dan min of meer het advies toegefluisterd om op Marktplaats te gaan zoeken. Ook dan is weer de vraag: stel dat de gedupeerde de dief traceert, wie gaat het horloge dan ophalen? Weer zeg ik: laat de politie dat doen. Breng je zelf niet onnodig in gevaar. Je kunt zomaar bijvoorbeeld een gevaarlijke drugsverslaafde tegen het lijf lopen.?

In de nesten
Bestaat het gevaar dat burgers die achter criminelen aan zitten?zichzelf in de nesten werken???Daar moeten mensen zeker op bedacht zijn. En de politie moet burgers daarop wijzen?, reageert
De Vries. ?Zeker in sommige stadswijken, waar jeugdbendes actief zijn, heerst onder burgers angst voor represailles. Je moet goed weten wat je bijvoorbeeld via de buurt-WhatsApp-groep deelt
over een verdachte in de buurt. Zo?n verdachte kan via via achter je 06-nummer komen en je gaan bedreigen.?
In hun enthousiasme om een vermist persoon terug te krijgen, kunnen mensen brokken maken. ?Per jaar worden 40.000 mensen vermist. Het overgrote deel van hen is na een dag weer terug.
Familie moet oppassen om te snel foto?s van een vermiste op internet te plaatsen. Die beelden komen het web niet meer af. Iemand die na een dag weer opduikt, kan daar later in zijn leven veel last van krijgen. Denk aan vervelende vragen over je jeugd tijdens een sollicitatiegesprek.?

?Politie schakelt burgers te weinig in?

De politie neemt weliswaar af en toe burgers in de arm om de misdaad te bestrijden, maar ze zou veel vaker een beroep kunnen doen op hun kennis en kunde. Dat vindt dr. Nicolien Kop, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie. Ze schreef vorig jaar in het Tijdschrift voor de Politie een essay over de thematiek.

Zo zou de politie vaker een beroep kunnen doen op burgers die handig zijn met computers. Kop wijst op een project in Engeland en Wales waarbij vrijwilligers worden ingezet in de strijd tegen internetcriminaliteit. Ook kan de politie bijvoorbeeld gebruikmaken van de stichting Signi Zoekhonden in vermissingszaken, betoogt Kop.

Nuttig kan zijn dat de politie burgers actief oproept om mee te denken over een scenario rond een misdrijf, schrijft Kop. Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde Jumbozaak in 2015. De Groningse politie deelde informatie uit een opsporingsonderzoek met burgers, in de hoop zo de afpersers van de supermarktketen te pakken. De afpersers werden opgespoord.

Frank Smilda schreef er een blog over:

“Er is iets wat we regelmatig niet zo goed doen: en dat is samenwerken. Te vaak zijn politie en betrokken familieleden en/of vrienden nog los van elkaar bezig. Dat terwijl het juist belangrijk is om bij een vermissing vanaf het allereerst begin goed samen te werken (de ervaring leert dat de eerste 24 uur cruciaal zijn). Het zoeken wordt zoveel effectiever als er informatie wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over in welk gebied het beste gezocht kan worden. Of als er real-time inzicht is waar door politie, bezorgde familie en betrokkenen en andere instanties op dat moment wordt gezocht.
Als politie moeten we op het gebied van samenwerking met burgers een grote sprong voorwaarts maken. We zitten immers in een grote transitie, waarbij mensen steeds meer zelf het heft in handen nemen. Het is een ontwikkeling die je niet alleen in ?ons? veiligheidsdomein ziet, maar ook in het onderwijs, de sociale zekerheid en de huisvesting. Als je erover nadenkt is het vreemd dat we in onze opleiding veel leren, maar nauwelijks hoe je samenwerkt met de mensen voor wie we ons werk uiteindelijk doen.
Wat bij de transitie hoort is het ontwikkelen van heel nieuwe tools. Al eerder schreef ik?een column over de opsporingsapp?die het mogelijk maakt dat mensen met politie gaan samenwerken? en?over een in de VS ontwikkelde vigilante-app?waarbij burgers en politie bij dreigende situaties elkaar informeren en sturen.? Bij de tools hoort ook de app die binnenkort wordt gelanceerd.
Met deze app kan je bij een vermissing niet alleen je netwerk inschakelen, maar ook de politie. Met een enkele klik worden de sociale media bereikt. De app helpt verder het zoekgebied te verkleinen en geeft tips en tricks bij het zoeken naar vermiste personen. Zo zorgt het ervoor dat al in een vroeg stadium structuur en richting aan een zoekactie wordt gegeven. De app heet trouwens ?Samen Zoeken?. Dat is precies wat bezorgde ouders, familieleden, collega?s, buurtgenoten ?n professionals willen een moeten doen als iemand wordt vermist.”

Bronnen: Reformatorisch Dagblad, 11 oktober 2017, Politieacademie

Social media voor Defensie: met smartphone op patrouille?

Met vallen, opstaan en sprongen vooruit heeft de politie geleerd handig gebruik te maken van sociale media. Er wordt nog steeds veel ge?xperimenteerd, maar sociale media hebben hun dienst bewezen. Onder andere op?Politie 2.0?worden ervaringen en kennis hieromtrent gedeeld. De volgende vraag is: en defensie dan? Vormen sociale media een gevaar voor de operatie? Of kunnen ze militairen helpen bij operaties? (Hoe) kan Defensie sociale media binnen de commandovoering inzetten?

Standpunt Defensie social media

Defensie gebruikt sociale media al actief voor communicatie en voor wervingsdoeleinden. Maar ook tijdens missies kan het inzetten van sociale media kansen voor defensie bieden: gemakkelijke communicatie met de lokale bevolking en met samenwerkingspartners en ook toegang tot hun kennis ? dat ondersteunt de samenwerking. Maar het inzetten van sociale media brengt ook gevaren met zich mee: bij wie komt informatie terecht? Hoeveel tijd kost de inzet van sociale media? En passen sociale media wel in een hi?rarchische cultuur? Defensie is daarom nog voorzichting.

Ook in andere landen vinden defensieorganisaties het lastig om standpunt in te nemen omtrent gebruik van sociale media. In USA is in eerste instantie gekozen voor een verbod van de nieuwe media. Hierop zijn zij echter teruggekomen, en inmiddels is er een Social Media Handbook (zie Slideshare hieronder). In dit handboek presenteert de United States Army richtlijnen voor socialmediagebruik.

Voors- en tegens

Samen met Defensie heeft TNO de voors en tegens omtrent het gebruik van sociale media voor Defensie in kaart gebracht. Wat zijn de voordelen en kansen, en wat zijn de gevaren en nadelen van gebruik maken van sociale media tijdens een missie? Dat was de centrale vraag. Een belangrijk uitgangspunt hierbij was het verbeteren van de samenwerking tussen de verschillende partijen. Hieronder zijn een aantal voors- of tegens kort beschreven. Het totale overzicht is te lezen in de overzichtskaart, onderaan deze pagina. Zie ook deze?recentelijk verschenen publicatie over kansen van sociale media voor de krijgsmacht.

Sociale media ? nieuw leiderschap

Sociale media vragen om een andere manier van leiding geven. Ze doorbreken (net als genetwerkt werken) de traditionele lijnen van informatiestromen. Informatiestromen verlopen bij defensie traditioneel langs de hi?rarchische lijnen. Communicatie via sociale media gaat door alle niveaus heen. Zo worden alle hi?rarchische lagen van informatie voorzien. Bovendien kunnen medewerkers uit hi?rarchisch lagere lagen hun hi?rarchisch hogere collega?s op laagdrempelige wijze aanspreken, en andersom. Deze nieuwe communicatiemogelijkheden, en de mogelijkheden voor het delen van informatie, vergroten mogelijk de saamhorigheid. Er is echter beperkte controle op de compleetheid, correctheid en openbaarheid van de verspreidde informatie. De vraag is of de huidige leiderschapsstijlen hierbij passen, of wat er zou moeten veranderen.

Sociale media ? operational Security

Een potentieel nadeel van sociale media is dat zij een missie of militairen in gevaar kunnen brengen. In het verleden is het al voorgekomen dat een locatie waar de Nederlandse defensie zich bevond door berichten op sociale media bekend werd. Onbewust kunnen militairen waardevolle informatie met de wereld delen. Zo heeft het Isra?lische leger een operatie moeten annuleren omdat?een militair de aanval op Facebook had aangekondigd.

Sociale media ? crowdsourcing

Sociale media bieden ook nieuwe mogelijkheden om samen te werken, met name om samen te werken met mensen en organisaties buiten de eigen organisatie, zoals burgers, NGO?s, GO?s en lokale groeperingen. De opstanden in Egypte en Syri? zijn de meest voor de hand liggende voorbeelden van samenwerking die met behulp van sociale media is opgestart. Maar sociale media bieden meer mogelijkheden. Zij kunnen bijvoorbeeld ook helpen bij het vinden van mensen. Na de aardbeving in Nieuw Zeeland (Februari 2011) is Google?s person finder gebruikt om van bewoners te vernemen of zij nog leven en of er nog vermisten zijn uit hun directe omgeving. Echter, communicatie middels sociale media is gevoelig voor miscommunicatie. De korte, vaak snel verstuurde berichten, bieden tal van mogelijkheden voor misinterpretatie. Dit is een uitdaging bij het samenwerken.

Met Smartphone op patrouille ? Worst-case scenario, of maximaal benutten van kansen?In dit artikel bespraken we enkele voor- en nadelen van sociale media voor defensie. Voor een compleet overzicht van alle tot nu toe?ge?dentificeerde?voor- en nadelen?download je de overzichtskaart (PDF), die tot stand is gekomen op basis van een literatuurstudie en een workshop met 19 belanghebbenden en deskundigen, of?bekijk je de prezi.Dit artikel is voor het eerst geplaatst op Frankwatching.