Categoriearchief: Public

Publieke sector voorbeelden

Bij welke staat behoort de virtuele straat?

Een bijdrage van gastauteur Rick de Haan:

Waarom hebben we politie? Het zou zo maar een vraag kunnen zijn die mijn kleuterzoon zou kunnen stellen om de wereld om zich heen te leren begrijpen. Hoe ouder hij wordt, hoe ingewikkelder de vragen. En dus ook de antwoorden, waarvoor ik steeds vaker de hulp van internet inschakel. Het zal niet lang meer duren tot hij zelf www.google.nl intikt en daar zijn vragen gaat stellen; tot die tijd leer ik er zelf gelukkig ook nog wat dingen bij.

Het meest concrete antwoord op de vraag waarom we politie hebben staat op politie.nl: ?De politie beschermt de democratie, handhaaft de wet en is het gezag op straat.? Persoonlijk vind ik dat nog een beetje te kort door de bocht, want het geeft geen antwoord op de vraag waarom het ?berhaupt nodig is om politie te hebben. Daar zullen ongetwijfeld wat wetenschappelijke, sociologische of antropologische stukken over te vinden zijn. In die richting zou ik het zelf in elk geval zoeken, want het bestaansrecht van de politie is gelegen in het bewaken en handhaven van de regels die gezamenlijk in een samenleving worden afgesproken. Het is onderdeel van hoe mensen met elkaar omgaan. In gezinsverband zijn het, als het goed is, de ouders die de afgesproken leefregels handhaven en de kinderen in het gareel proberen te houden. In een groter gezelschap ligt het gezag bij degenen die de leidersrol hebben. Op het werk is dat doorgaans de leidinggevende. In een nog groter gezelschap, zoals een stad, provincie of land is dit een verantwoordelijkheid van ?de overheid?, in ons geval de democratisch gekozen leiders. En de Nederlandse overheid heeft het uitvoeren van dat gezag, inclusief het alleenrecht om desnoods geweld toe te passen, gedelegeerd aan een organisatie die we de politie noemen. Om het nog een beetje overzichtelijk te houden sla ik de iets ingewikkeldere uitleg van de Trias Politica even over, want dan dwaal ik af. Maar houd voor straks even in het achterhoofd dat we ook nog zoiets als een rechterlijke macht hebben.

De virtuele variant van de maatschappij

In het afgelopen decennium is de interactie en het ?zijn? op internet toegenomen. Het internet, en dan vooral social media, is een ander domein dan telefonie dat al wat langer bestaat. Bij telefonie heeft de een kortstondig contact met de ander. In de meeste gevallen is dat 1-op-1. Op social media communiceren grote groepen met elkaar over van alles en nog wat. Het internet is daarmee meer en meer een virtuele variant van de maatschappij geworden. Ik noem het variant en niet verlengstuk, want die virtuele maatschappij kent geheel andere grenzen dan de fysieke maatschappij. Het onderlinge verkeer is niet begrensd door gemeente- of landsgrenzen. Ook taal is geen barri?re om wel of niet mee te doen. Engels is de voertaal in het westen, maar met vertaalprogramma?s als Google Translate is het een koud kunstje om aan het online maatschappelijk verkeer mee te doen met mensen uit een ander taalgebied. Je hoeft er zelfs niet voor te kunnen lezen dankzij moderne spraakprogramma?s. Tegelijkertijd vinden er op het internet overtredingen plaats die volgens de wetten en regels die ooit in de fysieke wereld zijn afgesproken handhaving behoeven. Als er een Nederlandstalige bedreiging van een (aankomend) politicus plaatsvindt, vanaf een socialmedia-account van een Nederlandse gebruiker, is het niet zo ingewikkeld om dit te behandelen volgens de Nederlandse wet. Als diezelfde bedreiging aan het adres van een buitenlandse politicus wordt gedaan, wordt het opeens veel ingewikkelder. Want is het beledigen of bedreigen van iemand in het buitenland nu wel of niet strafbaar volgens de wet die geldt in de omgeving van degene die deze uiting doet?

Overgeleverd aan de nukken van de internetgiganten

Het stelt niet alleen overheden en politie voor lastige dilemma?s, maar ook internet- en socialmedia-giganten als Facebook, Google en Twitter. Doorgaans hebben deze giganten intussen min of meer gestroomlijnde meldprocedures voor overheden. Zo kan een opsporingsambtenaar bij Facebook bijvoorbeeld via Facebook Records contact opnemen in geval van een opsporingsonderzoek. Twitter heeft weer andere regels waar je je als wetshandhaver aan moet houden voordat je bepaalde informatie kunt krijgen. In alle gevallen zijn het procedures die de bedrijven zelf opstellen, om voor zichzelf een goede balans te vinden tussen de privacy van hun gebruikers en het delen van gebruikersdata met overheidsvertegenwoordigers. Die balans is doorgaans niet transparant, uitgezonderd enige inzage in het aantal aanvragen en ingewilligde verzoeken via transparency reports. Het is echter maar de vraag welke beweegredenen er zijn om wel of niet mee te werken. Opsporingsinstanties vragen om gegevens, en socialmedia-bedrijven geven die of kiezen ervoor om dat juist niet te doen als zij vinden dat ze daartoe moreel of wettelijk niet verplicht zijn. Ze hebben wat dat betreft een zeer machtige positie, waarbij overheden zijn overgeleverd aan de nukken van deze internetgiganten. Wie heeft er nu eigenlijk de leiding om de orde te bewaken en te handhaven? En wie zou dat moeten hebben?

Online leefbaarheid en veiligheid

De leefbaarheid en veiligheid in onze fysieke leefomgeving heeft er sinds de opkomst van online buurtpreventie een dimensie erbij gekregen. Ongeveer 7000 WhatsApp-groepen uit Belgi? en Nederland hebben zich inmiddels aangemeld bij wabp.nl; grote kans dat ook jij en/of jouw buren op deze manier samen een oogje in het zeil houden in jouw wijk. Een belangrijk uitgangspunt van die online buurtgroepen is dat als er stront aan de knikker is er meteen 112 wordt gebeld. Om elkaar te informeren over onwenselijke of onveilige situaties hoeft de politie niet te worden ingeschakeld, maar als iemand getuige is van brandstichting, mishandeling, inbraak of erger is het voor iedereen volstrekt logisch dat de politie erbij wordt gehaald.

Maar hoe zit dat als er ernstige misdragingen plaatsvinden op het internet? Welke overheidsinstantie heeft het gezag wanneer er live moordvideo?s worden gestreamd op Facebook? Wie moet er worden ingeschakeld als de online leefbaarheid of veiligheid in het geding is? De meningen van diverse wetenschappers lopen uiteen over welke verantwoordelijkheden de internetgiganten daarin hebben. Zolang we die internetgiganten blijven zien als gewone bedrijven is het lastig om consensus te vinden over welke rol zij wel en niet zouden moeten spelen. Voor gewone bedrijven is het namelijk heel logisch om winstbelang te laten prevaleren boven het belang van overheden die misstanden willen oplossen. De vraag is of die logica nog wel opgaat. Want de internetgiganten zijn wel iets meer dan alleen maar ?gewone? bedrijven.

Facebook is een machtige mogendheid met Mark Zuckerberg als alleenheerser

Aan het begin van dit artikel schreef ik, dat het internet een virtuele variant van de maatschappij is geworden. In de internetfilmpjes over de social media revolutie wordt al enkele jaren de vergelijking gemaakt met inwoneraantallen van landen en aantallen gebruikers van social media platformen. Facebook heeft vandaag de dag bijna 2 miljard gebruikers. De vergelijking met landen begint steeds logischer te worden; de meesten van ons wonen niet alleen in Nederland maar ook met bijna 2 miljard andere wereldbewoners in de Facebook-cloud. En Facebook is daarmee feitelijk een machtige mogendheid met Mark Zuckerberg als alleenheerser. Een alleenheerser die moderators in dienst heeft om, net als politieagenten, de gebruikers (meer) in het gareel te houden. Onlangs kondigde Facebook aan 3000 extra moderators in te gaan schakelen omdat de handhaving op het platform nog steeds te wensen over laat. Net als de politie in de fysieke maatschappij zullen deze handhavers afhankelijk zijn van meldingen van bezoekers op het platform om gericht tot actie over te kunnen gaan. Alle gebruikers die de moeite nemen om ongewenste content te melden, vormen daarmee de Facebookvariant van de buurtpreventiegroepen. Maar hoe zit het met de rechterlijke macht in Facebookland? Hoe denkt Mark Zuckerberg daar vorm aan te gaan geven? Nou, daarvoor stelt hij zijn vertrouwen in kunstmatige intelligentie (AI). Hij zegt dat niet met zoveel woorden, maar deze AI wordt momenteel doorontwikkeld om het werk van de moderators te vergemakkelijken. Ik ben ervan overtuigd dat dat slechts het begin is van een ontwikkeling en dat beoordeling en sanctie-oplegging mede omwille van de objectiviteit spoedig ook daarvan afhankelijk zal worden gemaakt. Ofwel: kunstmatige intelligentie als de toekomstige rechterlijke macht van Facebook.

Internetgiganten en overheden worden gelijkwaardiger

Ik zie meer en meer overeenkomsten tussen social media platformen als virtuele omgevingen waar mensen samenkomen en fysieke omgevingen als steden, provincies en landen. Mijn veronderstelling daarbij is dat internetgiganten als Facebook, Google en Twitter steeds meer behoefte zullen krijgen aan samenwerking met verschillende overheden bij de handhaving van digitale orde en veiligheid op hun platformen. Opvallend was bijvoorbeeld dat onlangs een zelfmoord van een tienermeisje werd voorkomen waarbij ??n van de telefoontjes aan de politie van Facebook zelf kwam. Het feit dat dezelfde internetgiganten door nabestaanden van een schietpartij in San Bernardino voor de rechter worden gesleept omdat ze radicalisering op hun platformen hebben toegelaten, zegt ook wel iets over de toenemende behoefte aan handhaving.

Nu social media platformen allemaal live streaming van video bieden, ontstaat er een situatie waarin willekeurige online gebruikers getuige kunnen zijn van actuele incidenten zoals onder andere moord, verkrachting en zelfmoord. Interventies hierop moeten meestal in de fysieke wereld plaatsvinden. In die fysieke wereld is niet Mark Zuckerberg de leider die bepaalt wat er moet gebeuren, maar zijn dat de lokale overheden waar deze incidenten plaatsvinden. Plotseling is het in een situatie als deze niet een overheid die aan de bel hangt bij Facebook, maar zijn de rollen omgedraaid. Het is best knullig als Facebook dan net als iedereen moet aansluiten in de rij van telefonische melders. Je zou op zijn minst verwachten dat de lijntjes tussen een ?mogendheid? als Facebook en de lokale hulpdiensten korter zouden zijn, zeker in geval van spoed.

De balans in belangen begint de andere kant op te slaan. Internetgiganten en overheden worden gelijkwaardiger. Sterker nog, niet onterecht concludeerde Marc Schuilenburg onlangs in het NRC al dat Mark Zuckerberg Facebook als een nieuw soort overheid ziet. Schuilenburg concludeert: ?Facebook wordt een nieuw soort overheid en gaat veiligheidstaken van de nationale overheid overnemen.? Ook Zuckerberg verruimt zijn horizon, want hij spreekt meer en meer over de rol van Facebook in de offline wereld. Facebook wil invloed op offline gemeenschappen. Facebook wil een rol spelen bij hulp in geval van crisis. Facebook wil zelfs invloed op gezondheidszorg en verkiezingen. Als Facebook het zo belangrijk vindt om een offline rol te spelen, dan kan dat alleen wanneer Facebook de online rol van overheden respecteert. Het moet immers wel van twee kanten komen. Maar tegelijkertijd worden met het uiten van deze ambities zorgen geuit over verregaande overheidsbemoeienis. Je gaat je afvragen welke overheid Zuckerberg in zijn persoonlijke brief bedoelt met: ?In our society, we have personal relationships with friends and family, and then we have institutional relationships with the governments that set the rules.? Ik begin net als Marc Schuilenburg te denken dat Mark Zuckerberg bij zo?n uitspraak Facebook zelf als overheid ziet. Want wie bepaalt de regels in de virtuele straten? In hoeverre heeft de Nederlandse overheid invloed op wat wel en niet is toegestaan door Nederlandse inwoners van de Facebook-cloud?

Internetconsulaat of webambassade

Ik ben dan erg positief over het initiatief van de Europese Commissie om digitaal bewijs en data eenvoudiger op te kunnen vragen en het voorstel van Google om het opvragen van gegevens door de overheid te vereenvoudigen. Misschien ligt de oplossing zelfs wel in de richting van een internetconsulaat of webambassade. Een dienst die op overheidsniveau zorgdraagt voor de belangen van de inwoners van een land en, met enig mandaat, in direct contact staat met het hoogste management van de meestgebruikte internetdiensten. Het is een gedachte waarvan ik niet weet hoe realistisch dat is. Maar dat er iets moet gebeuren staat voor mij wel vast. Als we namelijk niet oppassen, hangt uw en mijn online ?n offline veiligheid straks af van de grillen van de internetgiganten.

Twitterende drugsbaronnen

Secondant?berichtte onlangs over de toenemende aanwezigheid van de?georganiseerde criminaliteit op sociale media. Over de machtigste drugsbaron Joaquin Guzman, ofwel El Chapo van het Sinal?a?cartel, die op zijn hoogtepunt 50 miljoen euro per dag (!) verdiende,?hebben we onlangs nog gepost. Maar ook andere beruchte criminele organisaties zijn populair op social media en digitale activisten vechten terug. Hieronder het artikel van Secondant, aangevuld met wat achtergrond informatie.

ms13

Mara Salvatrucha 13 (MS-13) raast als een plaag over Amerika. Deze bende bestaat uit gemarginaliseerde hispanics (bewoners die een etnische, historische of culturele band hebben met Latijns Amerika). ?Mara? staat voor jeugdbende, ?salvatrucha? verwijst naar de guerilla?s in El Salvador en 13 staat voor de 13th Street in Los Angeles. Vanaf de jaren 80 is MS-13 uitgegroeid tot een internationale criminele organisatie, gevestigd in 33 Amerikaanse staten en 6 landen in Noord- en Midden-Amerika. In de USA telt MS-13 zo?n 60.000 leden en geldt voor de FBI als een van de gevaarlijkste bendes van Noord-Amerika. MS-13 heeft 41.000 volgers op Facebook.

In Mexico huist het Sinal?a kartel, een van ?s werelds meest meedogenloze drugskartels. Sinal?a heeft ?49.000 volgers op twitter. De leider van Sinal?a,?El Chapo, promoot zijn muziek en leefstijl via sociale media. Hij heeft 167.000 twittervolgers en uitspraken als ?Soms ben ik God. Als ik zeg dat iemand sterft, dan gaat hij nog diezelfde dag dood’.

Bekijk onderstaande video “El Chapo, the CEO of Crime”:

Traditioneel gedijt de georganiseerde misdaad in het verborgene. Maar internet verandert dat, constateert het World Economic Forum. Via het wereldwijde web dwingen Latijns-Amerikaanse drugskartels respect af en ze zaaien er angst door terreur, net als terroristische organisaties zoals IS. De websites van de kartels zijn voorspelbaar: schaars geklede dames, snelle auto?s en wapens. Ze verheerlijken criminaliteit en agressie. Online verkopen ze hun producten, bedreigen rivalen en werven nieuwe leden. Op YouTube staan tal van ?narcovideo?s?, met onder meer toespraken van kartelleiders en muziekclips.

Via de digitale snelweg weten kartels en bendes hun macht, prestige en winst uit te breiden. Bloggers, verklikkers en concurrenten moeten goed over hun schouders kijken. In Brazili?, Colombia, El Salvador en Mexico zijn enorme aantallen mensen actief op Facebook, met een klik op de knop valt de massa af te persen. Softwareprogrammeurs worden ontvoerd om de digitale mogelijkheden van de georganiseerde criminaliteit te verfijnen. Journalisten in Midden-Amerika zijn hun leven niet zeker, alleen al in Mexico werden er in de afgelopen 10 jaar meer dan 30 vermoord. Lees bijvoorbeeld?het schokkende?verhaal over?Mar?a del Rosario Fuentes Rubio.

kartel

Burgers vechten terug, zowel online als offline. Digitale activisten vormen zelforganiserende virtuele gemeenschappen die informatie verspreiden. Uit onderzoek blijkt dat 1,5 procent van alle Mexicanen heeft getweet over de drugsoorlog, dat is 5 procent van de onlinepopulatie. Ook mengen militie-organisaties ? burgers die (para)militaire taken op zich hebben genomen ? zich in de strijd tegen de oprukkende kartels. Valor por Michoac?n?bijvoorbeeld, kan worden beschouwd als een digitale schandpaal voor drugsbaronnen. De groepering telt 43.000 twittervolgers en 18.000 likes op Facebook. Daar worden foto?s van een gedode crimineel zonder pardon online geplaatst. Bloedend en ontzield. Zoals de Panter, leider van een Mexicaanse regio, die werd neergeschoten door de federale politie. Volgens de begeleidende tekst was de Panter verantwoordelijk voor honderden moorden. Naast de foto?s van de dode, tientallen likes: ?Dood aan de lafaards?.

Bronnen: Secondant

Sociale media veranderen het veiligheidsdomein

Boeksocialemediaveiligheidsdomein

Op 26 juni 2014 werd?het boek ‘Sociale media veranderen het veiligheidsdomein? gelanceerd. Tijdens de boekpresentatie hebben Roy Johannink, Arnout de Vries, Wouter Jong, Menno van Duin en?Jocko Rensen, allen deskundig op het gebied van sociale media, vanuit verschillende gezichtspunten de deelnemers een kijkje gegeven in de snel veranderende digitale wereld en ge?llustreerd?wat voor invloed dit heeft binnen het veiligheidsdomein

Met sociale media kunnen gebruikers online of mobiel informatie delen in een?sociale omgeving, waardoor een conversatie kan ontstaan. Het fenomeen sociale media heeft invloed op het veiligheidsdomein; wat en hoe wordt in dit handboek ‘?Sociale media veranderen het veiligheidsdomein’ beschreven.

Het handboek waaraan door diverse auteurs is meegewerkt, is een verdieping van de kennispublicatie van Infopunt Veiligheid (IFV) over Veilig omgaan met sociale media. In 11 hoofdstukken wordt verteld over de toekomstige en blijvende veranderingen van sociale media en wat de mogelijke invloed hiervan is binnen het veiligheidsdomein.
Aansluitend aan de boekpresentatie nam Jocko Rensen -??n van de co-auteurs, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid en nu wethouder van de gemeente Houten- afscheid.

1. Presentatie ?Roy Johannink (VDMMP): Toekomstontwikkelingen bepalend voor het veiligheidsdomein
2. Presentatie Arnout de Vries (TNO): The Good, the Bad & the Ugly. Impact van sociale media op handhaving & opsporing
3. Presentatie Wouter Jong (NGB): Hoe sociale media bijdragen aan de leercurve van crisis-Nederland
4. Presentatie Jocko Rensen (gemeente Houten, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid): Hoe je kijkt, maakt wat je ziet!

Het handboek begint met een inleidend hoofdstuk waarin de drie kenmerken en twee functies van sociale media worden uitgelegd. De hoofdstukken twee tot en met vijf behandelen de vier fasen van gebruik van sociale media: luisteren, produceren, reageren en interacteren. Hoofdstuk zes en zeven gaan over het gebruik van sociale media als (crisis)communicatiekanaal en informatiebron.

De wijze waarop organisatieprocessen kunnen veranderen en medewerkers dienen (mee) te veranderen, komen aan de orde in respectievelijk hoofdstuk acht en negen. Hoofdstuk tien belicht vervolgens de juridische kanten van sociale media en agressie. Het handboek sluit af met de visie en blik van een aantal auteurs op de mogelijke invloed van ontwikkelingen van sociale media op het veiligheidsdomein.

Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven kennispublicaties van Infopunt Veiligheid over veilig omgaan met sociale media van 2011, 2012 en 2013. De focus in dit handboek ligt op de blijvende verandering van sociale media in het veiligheidsdomein.

Tippers, snitchers en ooggetuigen: op social media aangevallen

This street sign reflects a controversial sentiment held among some people in Philadelphia.

Hieronder een voorbeeld over de be?nvloeding of bedreiging van getuigen en/of tipgevers dat we nog niet eerder gezien hebben en in Nederland, voor zover bekend, nog niet is voorgekomen.

In Philadelphia haalde de politie de 17 -jarige student Nasheen Anderson van de?Martin Luther King High School uit zijn klas. Hij werd beshuldigd van intimidatie van getuigen. Hij plaatste volgens de politie namelijk foto’s van geheime bewijzen en stukken van de juryrechters op zijn Twitter-pagina.?Rechercheurs probeerden te achterhalen of Nasheen Anderson gekoppeld kon worden met een anoniem Instagram-account (“ratten 215″) dat meer dan 30 getuigen van diverse delicten uit de stad blootlegde, voordat het Instagram account werd opgedoekt.

Het Openbaar Ministerie gaf aan dat deze jongen als een volwassene berecht ging worden.?”Het kan me niet schelen hoe oud je bent, als je een getuige in deze stad intimideert krijg je met mij te maken”, zei de officier van justitie Seth Williams in dreigende taal.?Anderson’s gedrag op social media viel op toen een politieagent op Twitter foto’s van een slachtoffer zocht uit 2012. Hij vond een foto op het account van Anderson?naast de verklaringen van het slachtoffer aan de politie.?De verklaringen waren nog niet openbaar gemaakt en onderdeel van een geheime “grand jury”-procedure, een proces dat bedoeld om intimidatie van getuigen in de stad juist te voorkomen.

“De acties van deze tiener kan grote gevolgen hebben voor veel zaken hier in Philadelphia” zei Williams. “Zeer ernstige vormen van intimidatie lijkt hier aan de orde en we zullen hard optreden.”

De aangiftes bij de politie van een schietpartij werden ook geplaatst op Anderson’s Twitter-account. Onder eentje schreef hij “Expose All rats”.?Ongeveer 10 dagen later verschenen dezelfde berichten op Instagram. Maandenlang werden daarop getuigen van tientallen zaken ge?dentificeerd door het plaatsen van foto’s, politie verklaringen en getuigenissen.?Anderson’s moeder, die weigerde haar naam te geven, gaf thuis aan de deur antwoord op wat vragen. Ze beschreef haar zoon als een “goede jongen” en zei dat hij niet in de problemen zat. Hij wilde het leger in na zijn studie gaf ze aan.

Politiewoordvoerster?Tanya Little vertelt dat het nog onduidelijk is of hij zou worden voorgeleid als minderjarige of een volwassene.?De politie heeft een arrestatiebevel uitgevaardigd om Instagram te dwingen de identiteit van de rekeninghouder te geven. Volgens de politie kende Anderson de verdachte van de poging tot doodslag van de 19 -jarige man uit Southwest Philadelphia, omdat hij eerder in een moordzaak had getuigd.

Bekijk bijgaande videoreportage over deze zaak.

Advocaten mogen hun klanten inzage geven in getuigenverklaringen, dat is ook vastgelegd in de grondwet. Maar in “grand jury”-gevallen worden advocaten?ge?nstrueerd om hun klanten geen kopie?n van die verklaringen te geven.?Een ambtenaar met enige kennis van de zaak zei dat bewijsmateriaal van de grand jury zaak openbaar was gemaakt na een opeenvolging van onopzettelijke fouten door zowel een officier van justitie en de betreffende advocaat. Getuigenverklaringen worden in gerechtelijke dossiers gebruikt als een zaak voor de rechter en jury wordt behandeld, maar de namen van getuigen en slachtoffers worden doorgestreept. Toch staan in de online?kopie?n duidelijk de namen en soms zelfs foto’s.?De politie zegt dat ze nog steeds niet zeker weet hoe Anderson de informatie zou hebben verkregen.

Het account op Instagram werd dagelijks bijgewerkt en elke nieuwe post trok tientallen reacties en commmentaren waarin werd opgeroepen om het leven van die getuigen zuur te maken. Er werden zelfs prijzen uitgeloofd om getuigen om te leggen.?In een bijdrage complimenteert iemand Kaboni Savage – een beruchte drugsbaron uit Noord-Philadelphia die ter dood veroordeeld werd in juni voor 12 moorden en een brandbom waarbij vier kinderen en twee vrouwen omkwamen. Die brandbom was volgens deze poster een vergelding voor een getuige die samenwerkte met de FBI.

Want ook in andere zaken is het fout gegaan. Eerder heeft een getuige uit Philadelphia gedwongen moeten verhuizen nadat het materiaal met betrekking tot zijn zaak op een website werd geplaatst waarin ook criminele informanten werden blootgesteld.

Ervaren wetshandhavers en aanklagers geven voorbeelden uit het verleden waarin ook weleens iets mis ging: slachtofferverklaringen werden opgehangen in kapperszaken, geplaatst op lichtkranten in de wijk of zelfs gemaild naar getuigen. Het grote verschil met social media is dat miljoenen mensen deze verklaringen nu kunnen zien. Slachtoffers en getuigen lopen op deze manier nog meer gevaar.?Online intimidatie van getuigen neemt toe in de afgelopen jaren en maakt dat Justitie de rechtbanken oproept om nog voorzichtiger om te gaan met documenten.

Bronnen: Philly.com (1 en 2)

SON-M: onderzoek naar online sociale be?nvloeding

ijsberg-gedragIn het onderzoekstraject SON-M onderzoekt TNO vanuit verschillende disciplines de kracht van online sociale be?nvloeding. Het doel van dit onderzoek is om beter te begrijpen hoe deze vorm van be?nvloeding werkt. Op basis daarvan kan het ontstaan van online (collectief) gedrag worden waargenomen en kan de kennis over de mechanismen achter online sociale be?nvloeding worden ingezet om dit gedrag te voorspellen en waar wenselijk te be?nvloeden. Dit artikel zet een aantal resultaten van dat onderzoek op een rij.

Mensen zijn sociale wezens. Elk individu maakt onderdeel uit van een sociaal netwerk, dat bestaat uit familie, vrienden en collega?s, maar ook onbekenden. En naast het feit dat al die individuen eigen behoeften, waarden en wensen hebben die hun gedrag bepalen, wordt hun gedrag ook sterk be?nvloed door expliciete en vooral ook impliciete regels van hun sociale omgeving. De kracht van sociale be?nvloeding is groot en wordt bepaald door een (ijs)berg aan factoren die dankzij social media steeds zichtbaarder lijken.

Met de komst van Internet en meer specifiek met de komst van verschillende sociale netwerken zoals Twitter, Hyves en Facebook, heeft deze kracht aan dimensies gewonnen. Het aantal mensen binnen een (actief) sociaal netwerk groeit en de specifiekheid van de contacten neemt toe. Bovendien is de snelheid van de communicatie door de komst van sociale netwerksites enorm toegenomen en is communicatie tijd en plaats onafhankelijk. Deze verschillende kenmerken van Internet maken dat de kennis over sociale be?nvloeding niet ??n op ??n vertaalbaar is naar de online wereld.

Online sociale be?nvloeding

Op sociale netwerken kunnen willekeurige individuen zich verenigen en zich sterk maken voor een gezamenlijk doel. We hebben de macht vanuit de massa, vanuit de publieke opinie al een aantal keer in de praktijk gezien: de ?twitter-revoluties? in Moldavi? en recentelijk in Egypte, en de KitKat-campagne van Greenpeace tegen het gebruik van niet duurzame palmolie door Nestl?. Bedrijven en overheden worden hiermee geconfronteerd, en TNO biedt kennis en kunde om dit soort ontwikkelingen te monitoren, de kracht en duur te bepalen en reactief of proactief hierop te reageren.

Ook op individueel niveau laten we keuzes steeds meer afhangen van die van vrienden/ onbekenden. Gingen we vroeger af op het advies van de verkoper en de buurman, tegenwoordig krijgen we online advies uit de hele wereld. Via TNO krijgen organisaties inzicht in welke impact sociale be?nvloeding heeft op individueel gedrag en op keuzes en hoe ze hier in hun interactie met burgers en klanten op kunnen inspelen.

SON-M: het onderzoek van TNO

TNO kijkt vanuit verschillende perspectieven naar online sociale be?nvloeding:

  • Macro
    TNO maakt patronen inzichtelijk binnen de grote hoeveelheden online data, zoals verspreiding van informatie en omslagen in sentiment. Hiertoe wordt o.a. gebruik gemaakt van datamining, social network analysis, agent-based modelling en visualisatie.
  • Micro
    Op het niveau van het individu worden drie belangrijke aspecten aan online sociale be?nvloeding onderscheiden: actorkenmerken (ontvanger of zender), boodschapkenmerken en kenmerken van het sociale netwerk. Via theorievorming (sociologie en psychologie) en data-analyse wordt inzicht verkregen in de wijze waarop deze aspecten van invloed zijn.
  • Reflectief
    TNO kijkt naar de impact die online sociale media hebben op de samenleving en naar de ethische kant van het bewust gebruik van online sociale be?nvloeding.

TNO wil organisaties de tools te geven om beter inzicht te krijgen in online sociale netwerken, en gericht te handelen. Eerder organiseerde TNO een symposium?waarin op hoofdlijnen enkele resultaten gedeeld werden. Ook werd er een quickscan gepubliceerd waarin de issues die op dit moment door overheid en bedrijfsleven worden ervaren bij het gebruik van sociale media en het verkrijgen van inzicht in online sociale be?nvloeding duidelijk werden.

Inmiddels zijn er ook heel wat wetenschappelijke papers gepubliceerd voor diegenen die iets meer diepgang wensen. Hieronder een overzicht van een aantal artikelen:

Eerder stond er ook een interessant artikel over de principes van gedragsverandering in online platformen (bron: Ministerie van Algemene Zaken), waarin mediapsycholoog Mischa Coster laat zien dat gedragsprincipes uit de sociale- en mediapsychologie ook van toepassing zijn op sociale media:

 

Spoedje? 112 app!

112app

Het gebruik van de smartphone en social media voor het verbeteren van noodhulp lijkt voor de hand liggend. Immers de technologie is breed verspreid (72% van de telefoongebruikers heeft een smartphone) en de social media adoptie hoog (meer dan 95% van de jongeren gebruikt het dagelijks). Door de beschikbaarheid van locatiegegevens zijn kortere verwerkingstijden mogelijk en adequatere reactie. Er ontstaat een extra communicatiekanaal? om betrokkenen te informeren of adviseren en de hulpverleningsdiensten kunnen door ruimere informatievoorziening beter voorbereid (en ook veiliger) optreden.

De verwachtingen zijn hoog, zo blijkt ook uit onderzoek. Het Rode Kruis deed al in 2012?in de VS een onderzoek?waaruit bleek dat jongeren verwachten dat de autoriteiten een noodoproep op bijvoorbeeld Facebook oppikken.?VDMMP herhaalde dit onderzoek (zie rapport onderaan) in Nederland en ook daaruit bleken hoge verwachtingen van burgers in?het gebruik van sociale media door de hulpdiensten tijdens noodsituaties. Ook bleek dat veel mensen verwachten dat sociale media op termijn 112 gaat vervangen of daarmee gecombineerd zal worden. Uit onderzoek naar alerteringssystemen (zie onderaan dit blog) vorig jaar bleek verder dat het huidige aantal (met Amber Alert, Burgernet, NL Alert of Rijnmond Veilig) niet teveel of te weinig is en dat burgers best meer betrokkenheid wensen.?

Sinds vorig jaar is de MeldAPP ontwikkeld. Met deze 112 app kunnen burgers via berichten worden ge?nformeerd en ge?nstrueerd (handelingsperspectieven) en kunnen zij situatiefoto?s? maken en delen. De app bevindt zich momenteel nog in testfase.

In de Verenigde Staten was er al een Smart911 registratiedienst die het mogelijk maakte gegevens te koppelen aan je mobiele telefoon als naam en adres maar echt een accurate locatie kon niet meegegeven worden. Later werd er in Europa een?112Echo app ontwikkeld die in Zwitserland is getest en in Denemarken is in april 2013 een meldapp voor het publiek gelanceerd. De app geeft de locatie van de melder door en contacteert de juiste meldkamer en is positief ontvangen. In Spanje (Murcia) liet men in 2009 al zien hoe een toekomstige 112 app met moderne smartphones in de noodhulp zou kunnen betekenen:

Per 1 oktober 2015 moeten nieuwe voertuigen op basis van Europese regelgeving uitgerust worden met een zgn E-call voorziening. Onder andere autofabrikanten als BMW en Peugeot willen dergelijke toepassingen aanbieden. Voor de logistieke sector is er ook veel winst te behalen bij modernere informatievoorziening en communicatie, bijvoorbeeld bij het vervoer van gevaarlijke stoffen:

Bekijk de prezi die erover is gemaakt door Loek Pfundt?en Ben Miedema:

Of lees het artikel in Melding! van februari (pagina 16+17):

En tenslotte het onderzoek van VDMMP over de toepassing van social media bij noodhulp:

Zo lijkt de digitale melding van een “spoedje” voor burgers in nood nabij. Want wie herinnert zich nog de populaire KPN reclame uit 2007 waarin een spoedje per e-mail op de mobiel een revolutie was voor onze maatschappij en men grapte over de miscommunicatie die deze moderne vorm van communiceren zou veroorzaken? Ook met 112 roggelen we het wel…

Drones van politie en burger met live video

Politie-drone

Er vliegen steeds vaker drones van Defensie en de politie boven Nederland.?Het zou onder meer de ‘heterdaadkracht’ van de politie moeten?vergroten. Ook steeds meer burgers zetten de technologie (niet-commercieel) in, terwijl autoriteiten worstelen met wetgeving.

De militaire drone lijkt definitief zijn intrede te doen als?opsporingsmiddel voor de Nederlandse politie. Plaatsen als Rotterdam,?Utrecht, Arnhem en Harlingen werden vorig jaar dagen- of wekenlang?vanuit de lucht bespied door onbemande Defensie-vliegtuigjes van het?type Raven RQ 11B. Veel vaker dan in voorgaande jaren werden ze?ingezet boven Nederland, diverse malen voor de opsporing van?criminelen. De Tweede Kamer maakt bovendien plannen om de toekomstige,?veel geavanceerdere drones van Defensie ook boven Nederland te?gebruiken. Waarvoor de Ravens precies worden ingezet, blijft vaak?onbekend, omdat het OM en het ministerie van Defensie daar weinig over?loslaten.

Burgerrechtenactivist Rejo Zenger, ook werkzaam voor?privacyorganisatie Bits of Freedom, vroeg Defensie onlangs hoe vaak de?onbemande toestellen boven Nederland vliegen. In 2012 ging het tot in?augustus om vijf keer, zo antwoordde het ministerie van Defensie. Nu?blijken die inzetten, op basis van gegevens in de Staatscourant, vaak?vele weken te duren. Steeds meer Raven-teams van Defensie zijn?gecertificeerd om in Nederland boven bewoond gebied te patrouilleren.?Daardoor neemt de nationale inzet steeds verder toe. Vorig jaar werd?veertien keer op grond van de Politiewet boven Nederland gevlogen. In?2011 was dat drie keer, in 2010 vier keer en in 2009 ??nmaal.?Aanvragen komen van het OM, de politie, gemeentes en brandweer. Als?het om handhaving van de openbare orde gaat, wordt soms wel bekend?waarvoor de Ravens worden gebruikt. Zo hielden twee toestellen in?oktober toezicht op de ‘4 mijl van Groningen’, een grote?hardloopwedstrijd.

Maar als het om strafrechtelijk onderzoek gaat is het OM, dat politie?en Defensie toestemming moet geven voor publiciteit, minder scheutig?met informatie. Waarom werd er vorig jaar ruim drie weken boven?Amersfoort gevlogen? We weten het niet. Waarom werd er ruim een week?boven Den Oever gevlogen, waarom wekenlang tussen Utrecht en Arnhem en?waarom boven Harlingen en Soesterberg?

Ook de nieuwe Nationale Politie doet geen mededelingen. Eerst wordt er?een ‘werkgroep voor de nationale co?rdinatie van drone-activiteiten’?opgezet, zegt een woordvoerder. De politie zelf heeft namelijk ook?drones. Die zijn kleiner dan die van Defensie, ze vliegen lager en?minder lang. Ze worden alleen gebruikt om een plaats delict te?fotograferen, of te kijken hoe een brand zich ontwikkelt.?Nu vliegt de politie vaak met helikopters boven Den Haag, maar dat kost volgens VVD-lijsttrekker Boudwijn Revis uit Den Haag?te veel geld. “Het werkt sneller als we drones laten opstijgen bij wijkbureaus en misschien later zelfs vanuit de achterbak van politiewagens.”?Begin 2013 bleek dat de politie steeds vaker drones?inzet, onder meer voor inbraakpreventie. De politie Amsterdam?stopte?met het gebruik van zijn drone door een defect.?D66-Kamerlid Gerard Schouw, die vorig jaar?opriep?tot nieuwe wetgeving die de inzet van politiedrones reguleert, vindt het plan van de VVD overhaast. Hij wil een onafhankelijk onderzoek, waar minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) opdracht toe heeft gegeven, eerst afwachten.?Tegenover?Radio 1?zegt Revis de drones gericht te willen inzetten: “Het is niet zo dat wij denken dat een drone 24 uur per dag boven de stad moet hangen. Maar hij moet?wel snel en makkelijk ingezet worden op het moment dat er ergens een overval is geweest, een inbraak of overlast is.”?”Niemand zal er bezwaar tegen hebben als we op deze manier sneller misdrijven opsporen en mensen achter de tralies krijgen”, aldus de lijsttrekker.

In Almere was het een wijkagent die in januari tegen Omroep Flevoland?vertelde dat er boven de stad met Ravens naar inbrekers werd gespeurd.?Veel inwoners waren toen al maanden onwetend. Uit mededelingen in de?Staatscourant, die achteraf worden gepubliceerd, blijkt namelijk dat?de eerste Ravens al op 21 oktober boven Almere vlogen. Voor de?toestellen moet een deel van het luchtruim worden vrijgemaakt, vandaar?de verplichte bekendmaking in de Staatscourant.?Over de reden van de Raven-inzet is op basis van mediaberichten soms?wel te speculeren. Harlingen werd eind vorig jaar getroffen door een?inbraakgolf, dus mogelijk werd er daarom gevlogen. In Zaandam werd?rond de Raven-inzet op 27 november een meisje vermist, misschien werd?naar haar gezocht. En rond de jaarwisseling 2011-2012 werd in?Culemborg waarschijnlijk weer gevreesd voor rellen tussen?Nederlands-Marokkaanse en Nederlands-Molukse jongeren.?In Almere wilde D66 na de mededelingen van de wijkagent wel wat meer?weten over die Ravens. Moeten burgers niet vooraf worden ge?nformeerd??Nee, antwoordde het college van burgemeesters en wethouders. Aangezien?het om opsporing gaat, is de inzet per definitie ,,heimelijk”. Uit het?antwoord bleek wel dat de Raven in ?meerdere gemeenten voor?strafrechtelijke doeleinden is ingezet. De onbemande vliegtuigjes?worden gebruikt voor het ,,vergroten van de heterdaadkracht” van de?politie. De inzettijden in Almere werden bepaald door de momenten?waarop woninginbraken het vaakst voorkomen. Er werd in Almere gevlogen?tussen zes uur ’s avonds en acht uur ’s morgens.

080409_Robotvogel_0206

Privacy

Ook van een inbreuk op de privacy zou geen sprake zijn, omdat mensen?onherkenbaar in beeld komen en de beelden niet worden bewaard. Maar in?een filmpje op de website van Defensie zegt Frank Ostendorf,?commandant van een Raven-team: ,,Afhankelijk van de vlieghoogte kan?het beeld heel gedetailleerd zijn, tot en met wat voor kleding je aan?hebt.”

Als de drones tot aanhoudingen leiden, zou dat mogelijk tegenwicht?bieden aan het privacybezwaar. Maar ook daarover is weinig bekend. De?wijkagent in Almere zei tegen Omroep Flevoland dat het aantal inbraken?in de drie wijken waarboven gevlogen werd met eenderde was gedaald.?Onbekend is of er ook aanhoudingen zijn verricht.?In de Tweede Kamer juichen diverse partijen de inzet van?Defensie-drones toe. In 2011 riepen VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie en?SGP het kabinet in een Kamermotie op ook de toekomstige?Defensie-drones ,,in het kader van de binnenlandse veiligheid” in te?zetten. In 2017 wil Nederland over vier geavanceerde drones beschikken?die 24 tot 48 uur, op een hoogte van vijfduizend tot vijftienduizend?meter, surveillance- en verkenningstaken kunnen uitvoeren.

Raven RQ 11B Het Nederlandse leger beschikt over 72 onbemande?vliegtuigjes van het type Raven RQ 11B. Die zijn 0,91 meter lang,?hebben een spanwijdte van 1,37 meter en een bereik van 10 kilometer.?Ze worden vanuit de hand gelanceerd en worden uitgerust met dag- of?nachtcamera’s (warmtebeeld).?Een vlucht duurt maximaal 60 minuten. De toestellen vliegen meestal op?300 meter hoogte. Op het grondstation kunnen militairen en politie?live meekijken en de beelden opslaan en bewerken. Een Raven-team van?Defensie kan meerdere vliegtuigjes tegelijk de lucht insturen. Door af?te wisselen kan uren achtereen worden gepatrouilleerd.

Defensie beschikt ook over een grotere drone, de Scaneagle, met een?bereik van 70 kilometer en een vluchtduur van 12 uur. Deze wordt nog?niet boven Nederland ingezet. In 2017 wil Nederland beschikken over?een drone die tot 48 uur kan vliegen op een hoogte 15.000 meter. Een?voorbeeld is de MQ-1 Predator, die ook kan worden bewapend en al?veelvuldig door de VS worden gebruikt.

Eerder (wat later een hoax bleek) was er een rus die een drone maakte met een machinegeweer eraan. Hoewel het in de lucht houden van drones met de ?terugslag van zo’n geweer niet eenvoudig is, zal het niet lang duren voordat men dit uitregelt. Onder dit filmpje kun je namelijk zien hoe ver men al is (meestal in gereguleerde omgeving) met het gedrag van deze quadcopters, hexacopters en octocopters.

Embedded image permalink

Burgers met drones opgepakt

De politie heeft een 18-jarige jongen opgepakt omdat hij met een drone luchtbeelden heeft gemaakt van de Efteling. Het filmpje heeft voor nogal wat ophef gezorgd, omdat de beelden illegaal gemaakt zijn en het onbemande vliegtuigje waarmee gefilmd werd vlak over de Python heen vloog.

Ook een brand in Vlijmen is met een drone in beeld gebracht:

Eerder klaagde?een burger de politie aan omdat zijn vliegpraktijken gestopt werden toen hij een auto ongeluk vanuit de lucht filmde. Hij vraagt zich af welke wet hij schond als burger. Peugeot toonde zelfs een conceptauto met drone voor de automobilist.

In Turkije schoot de politie zelfs een drone uit de lucht, terwijl de bestuurder protesten filmde op het?Taksimplein in Istanbul waar de politie waterkanonen en traangas inzette.

Bekijk onderstaande grap van De Speld over drones die burgers realtime corrigeren:

Maar bekijk ook onderstaande gevaarlijkere toepassingen van drones vanuit het oogpunt van criminelen (de film is een hoax, maar toch…)

Of deze mogelijke toekomstige drone:

Bronnen:?NRC.NEXT (6 maart 2013), Hart van Nederland, Nu.nl, The Courant,

App: Met PhotoFit je eigen compositiefoto

photofitmeStelt u zich voor: u bent getuige van een diefstal en enige tijd later wordt u door een agent ondervraagd over de situatie. De agent vraagt u een beschrijving te geven van het uiterlijk van de dader. U kunt eenvoudig aangeven welke kleur kleding hij aanhad, maar… wat hoe zag zijn gezicht eruit? U herinnert zich dat hij blank was, donker haar had en ergens in de twintig zal moeten zijn, maar u kan niet onder woorden brengen wat zijn gelaatskenmerken zijn.

In de politiepraktijk en ook vanuit de wetenschap is dit probleem al jarenlang onderkend. Het is een probleem dat alle ooggetuigen ervaren. Niet alleen moet je het gezicht terughalen in je geheugen, je moet het ook nog onder woorden brengen. Beide taken zijn zeer moeilijk en daarom is er een app voor ontwikkeld. Niet meer wachten tot je in het politiebureau door een boek kan bladeren of wachten tot een tekenaar een schets maakt.?De Photofit methode houdt in dat beeldkenmerken van een gezicht worden gecombineerd (ogen, neus, haar) waarmee een volledig gezicht geconstrueerd kan worden. Maar ook deze methode kent gebreken. Het menselijk brein onthoudt niet zomaar onderdelen van een gezicht zoals een neus of mond. De PhotoFit Me app daagt je daarom ook uit om je cognitieve vermogen te testen door eens te proberen om een beroemdheid (of jezelf) te construeren middels de app.photofitme

Prof Graham PikeAl enige jaren oud, maar in het kader van opsporing zeer relevant is de PhotoFit Me app van de Open universiteit van forensische psychologie in Engeland. De app is bedacht door professor Graham Pike die gespecialiseerd is in ooggetuige verklaringen en het identificeren van daders op basis van gezichtsherkenning. Hij heeft een verleden in de politiewereld waar hij bij de?West Yorkshire Police werkte aan videosystemen. Hij werkte ook aan E-FIT-V technologie?n (Electronic Facial Identification Technieken) waarmee computers in staat worden gesteld een compositiefoto volledig in kleur te maken op basis van getuigenverklaringen, een techniek die veel in BBC’s CrimeWatch (de Engelse Opsporing Verzocht) wordt toegepast.

Je kunt de app downloaden voor iPhone of Android, maar hem ook uitproberen achter de computer.

ClaimJeStraat: Mijn huis, mijn buren, mijn straat!

Veiligheid is belangrijk voor ons allemaal. Een veilige plek om te wonen eindigt niet bij de muren van ons eigen huis: Juist op straat valt veel te winnen! ClaimJeStraat stelt bewoners van straten in Nederland in staat om m??r invloed te hebben op hun directe woon- en leefomgeving. Dit doen we zelf, samen met en geholpen door de overheid.?ClaimJeStraat.nl is de beweging die mensen in staat stelt om van hun straten een prettige en veilige leefomgeving te maken.

Een geclaimde straat herkent u meteen
Inbrekers hebben in een geclaimde straat geen kans, want een geclaimde straat is duidelijk zichtbaar en voelbaar?geclaimd?door haar bewoners. Bewoners zijn trots op hun eigen straat en buren weten elkaar goed te vinden en zijn oplettend en zorgzaam voor elkaar en hun eigen omgeving.

Een nieuwe balans in samenwerking
ClaimeJeStraat gaat over het cre?ren en faciliteren van een nieuwe balans in de samenwerking en de verantwoordelijkheid tussen overheid, bewoners en ondernemers. ClaimJeStraat gaat over het beter benutten van bestaande initiatieven en het cre?ren en het laten ontstaan van nieuwe initiatieven en aanbod vanuit, v??r en m?t een nieuwe doelgroep:de bewoners van de straat.

Lokale impact met een duurzaam karakter
De straat is een kleinschalig en overzichtelijk collectief van bewoners en ondernemers waarmen zich mee identificeert en bij betrokken voelt. In de straat acteren bewoners, overheid en ondernemers zo vanuit hun eigen rol en hun eigen verantwoordelijkheid. ClaimJeStraat is?katalysator voor de transitie?van een overheid die alles ?moet? doen naar een faciliterende overheid die actieve bewoners de ruimte, gelegenheid en middelen biedt om d?t te doen wat ze?zelf?willen en belangrijk vinden.

Aanbod op maat voor de straat
Wat bewoners belangrijk vinden, willen en kunnen is voor elke straat uniek. Voor elke straat bestaat er een combinatie van individuele en collectieve activiteiten die aangeboden en gestimuleerd kan worden, die aansluit bij lokale behoeften en mogelijkheden en die waarde biedt voor iedereen. Of bewoners het nu uit betrokkenheid, hulpvaardigheid of een ander belang willen doen: ClaimJeStraat sluit aan op de straat en prikkelt bewoners op hun eigen drijfveren.

Bewoners, overheid en ondernemers samen in beweging

Voor bewoners en ondernemers
ClaimJeStraat is een platform cre?ren waarin bewoners zelf aan de slag kunnen met hun eigen straat en de hulp in kunnen roepen van de overheid als dat nodig is.?Met ClaimJeStraat geef je aan dat je eigen omgeving en veiligheid belangrijk voor je zijn. Met ClaimJeStraat kun je je gemakkelijk organiseren met je buren, ook als je ze (nog) niet kent.?Als bewoner kun je inloggen op jouw straat en in contact komen met je buurtbewoners. Je kunt eenvoudig activiteiten organiseren of eraan deelnemen. Er staat een “StraatScan” op die jij en je buren in kunnen vullen waardoor je een gezamenlijk straatprofiel ontwikkeld. Daarnaast kun je de hulp van de gemeente of politie inschakelen als dat nodig is.

Voor overheid
In ClaimJeStraat vervult de lokale overheid een ondersteunende faciliterende rol. Met ClaimJeStraat wordt samenwerken met bewoners directer en vraaggericht. ?Vertegenwoordigers van de overheid kunnen door bewoners georganiseerde activiteiten ondersteunen als daar behoefte aan is, bijvoorbeeld door kennis, capaciteit of andere middelen aan te bieden. Daarnaast kunnen nieuwe activiteiten voorgesteld worden aan bewoners om te organiseren.

Dag 2 - Samenwerking van politie, bedrijfsleven en wetenschap

Professionals
ClaimJeStraat is bottom-up gestart door een?netwerk van bevlogen professionals uit overheid, bedrijfsleven en wetenschap. Zij zetten zich in voor een leefomgeving die veilig is ?n voelt en waarin bewoners op een voor hun prettige, zinvolle en waardevolle manier invloed uit kunnen oefenen.Dit lerende netwerk staat open voor iedereen op?LinkedIn. Maar ook op Twitter @ClaimJeStraat?zijn de activiteiten te volgen. Momenteel is er een besloten testperiode?met pilots. Maar aanmelden of vragen over meer informatie kan via e-mail of telefoon (+31 (0)6 11 78 31 09).?
groeimodel_horizontaal.png

Do It Yourself Justice

Hoe kan de politie omgaan met burgeropsporing?

Door:
Dr. A.J. Meijer (projectleider) & Dr. S. Grimmelikhuijsen,?Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO)
Prof. Dr. M Thaens & Drs. P. Siep,?Center for Public Innovation (CPI)
Ir. A. de Vries & Dr. M. van Staalduinen,?TNO

De Nederlandse politie heeft in toenemende mate te maken met burgers die zelf initiatieven?nemen gericht op de opsporing. Burgers wachten lang niet altijd op instructies of verzoeken?van de politie maar gaan zelf aan de slag.. Deze ontwikkeling naar ?Do It Yourself Justice??past in een brede trend in de publieke sector: op allerlei terreinen ondernemen burgers zelf?actie om problemen op te lossen en laten ze het initiatief niet aan de overheid. Deze?(spontane) initiatieven cre?ren nieuwe mogelijkheden om de opsporing tot een succesvol?einde te brengen maar cre?ren ook dilemma?s en risico?s. Zowel de mogelijkheden als de?risico?s zijn reden om de burgeropsporing systematisch te onderzoeken om vervolgens te?bepalen hoe de politie hiermee om kan gaan.?In de kranten hebben het afgelopen jaar allerlei voorbeelden gestaan van burgeropsporing en?daarbij ging het om een brede vari?teit aan initiatieven. Deze initiatieven nemen?verschillende vormen aan:

  • Zoeken van vermiste personen. Een recent voorbeeld hiervan is de zoektocht naar de?twee jongens uit Zeist die waren vermist. In reactie op een bericht van de moeder op?Facebook is een groot aantal burgers in de bossen bij Zeist gaan zoeken naar de?vermiste jongens. De zoekactiviteiten werden onafhankelijk van de politie genomen?en de politie was er bezorgd over dat belangrijke sporen verloren zouden gaan door?dit initiatief. De vele aandacht leidde overigens tot zeker drieduizend tips en het?merendeel daarvan leidde naar de omgeving waar de jongens uiteindelijk werden?gevonden.
  • Opsporen van (vermeende) daders van misdrijven. Onlangs loofde een vader van een?vrouw die bij de TT Assen een fles wijn tegen haar hoofd had gekregen en daarna?werd beroofd op Facebook, een beloning uit voor informatie over de dader: ?2500?euro beloning voor degene die kan vertellen wie het gezicht van mijn dochter?beschadigde voor het leven.? Bij deze oproep plaatste hij foto?s van zijn verminkte?dochter en mede door deze foto?s werd de oproep snel verspreid op Facebook.?Opvallend is dat het bericht eerst op Facebook werd geplaatst en daarna pas aangifte?werd gedaan. De politie gaf aan dat zij hierdoor met een achterstand begon. Wel?benadrukte de politie dat de actie tot veel reacties leidde. Ook gaf de moeder van het?meisje aan dat ze via sociale media de namen heeft gekregen van personen die?betrokken waren bij het ?wijnflesdrama?. De dader is op basis van deze informatie?echter (nog) niet aangehouden.
  • Aanpakken eigenaar mishandelde hond in Nijmegen. De politie in Nijmegen had op?11 mei 2013 een mishandelde hond in het kanaal gevonden en had hiervan een foto?openbaar gemaakt om zo te eigenaar terug te vinden. De oproep en de foto?s werden?verspreid via Twitter (@Dierenpolitiegz / @PolitieGLZ). Buurtbewoners herkende de?eigenaar en gingen direct naar het adres van de vermeende dader om ?verhaal te?halen?. Actueel Nieuws Nederland: ?De vondst zorgde voor boze gezichten en een?heksenjacht op de dader. Op Facebook werd een naam, foto en een adres getoond van?de verdachte en dit werd in totaal 2000 keer gedeeld op Facebook. Tientallen mensen?kwamen verhaal halen en stonden opgesteld voor het huis van de verdachte. De politie?is de hele avond bezig geweest om ervoor te zorgen dat alles rustig bleef zodat de?situatie niet zou escaleren.? Of, zoals GeenStijl stelt: ?Facebook schandpaalt de?Hondendoder van Hatert?. ?De politie moest snel komen om de man te ontzetten en?benadrukte dat zij begrip had voor de emoties maar riep op om niet voor eigen rechter?te spelen. De tips resulteerden in de aanhouding van de man die de hond had?mishandeld.
  • Aanpakken mishandelde jongens in Eindhoven. De politie in Eindhoven maakte een?video openbaar waarop te zien viel hoe een jongen in Eindhoven werd mishandeld.?Aan burgers werd gevraagd om informatie over de personen op de video te geven en?de reaguurders van GeenStijl pikten dit direct op. Zij speurden op Internet en wisten?de namen van de ?acht van Eindhoven? (ook aangeduid als ?kopschoppers?) te?achterhalen. Sommigen gingen direct naar de huizen en soms zelfs scholen van?diegenen toe en bedreigden hen. Daarbij ging het ook om de bedreiging van de?verkeerde persoon met dezelfde naam. De daders werden uiteindelijk veroordeeld?maar vanwege de maatschappelijke commotie kregen zij minder hoge straffen.
  • Opsporen via Facebook van daders mishandeling. Twee Haarlemse meiden waren in?februari 2013 getuigen van een zware mishandeling. Zij besloten zelf in actie te?komen en losten de zaak via Facebook op door de politie naar drie jongens te leiden?die schuldig waren aan de mishandeling. Via Facebook wisten zij niet alleen de foto?te achterhalen van de dader, maar ook twee andere mannen kwamen tijdens het surfen?in beeld. Met dit speurwerk confronteerde de politie andere getuigen met de gevonden?foto’s en de daders werden door hen opnieuw herkend. De verdediging betwistte het?bewijs maar de rechter kon zich wel vinden in deze vorm van burgeropsporing: ‘Dit is?het tijdperk van burgeropsporing en social media. Deze meiden mogen dit bewijs?aandragen. Ik zie niet in dat dit onrechtmatig of onbetrouwbaar zou zijn.’

Individuele burgers zijn al langer betrokken bij de opsporingen. Men kan zeggen dat een?oplettende burger die de politie attendeert op een inbraak ook burgerinitiatief toont. Cruciaal?aan de nieuwe burgerinitiatieven zijn de volgende elementen:

  • Burgers doen meer dan hen is gevraagd door de politie. In de laatste twee casus werd?burgers gevraagd informatie te geven aan de politie maar sommigen van hen besloten?direct op te treden tegen de vermeende daders. In het geval van de zoektocht naar de?jongens uit Zeist zochten burgers op veel plaatsen en nauwelijks onder co?rdinatie?van de politie. En in het geval van de TT in Assen werd zelfs eerst actie via sociale?media ondernomen voordat aangifte werd gedaan bij de politie.
  • Burgers treden niet alleen op maar werken samen met anderen. Typerend aan de?bovenstaande gevallen is dat het steeds gaat om (grote) aantallen burgers die?gezamenlijk in actie komen om informatie te verzamelen of op te treden tegen?vermeende daders of om hen te zoeken.
  • Sociale media spelen een belangrijke rol in de samenwerking. In alle bovenstaande?gevallen zien we dat burgers sociale media gebruiken om gezamenlijk informatie te?verzamelen of op te treden tegen vermeende daders. Sociale media stellen burgers in?staat snel en goedkoop te communiceren en zo processen van mobilisatie op gang te?brengen (Bekkers et al., 2011).

Deze elementen maken de nieuwe vormen van opsporing tot een ?pop-up? opsporing (Van?der Steen et al., 2013): spontane vormen van samenwerking tussen burgers ontstaan rondom?een specifieke opsporing. Het gaat niet om langdurige vormen van organisatie ? zoals?burgerwachten in buurten ? maar veeleer om burgers die zich allemaal opwinden over een?specifiek geval en hier gezamenlijk iets aan willen doen. Deze spontane vormen van?samenwerking worden gefaciliteerd door de nieuwe, sociale media die het mogelijk maken?om in een ?flits? groepen te informeren en te mobiliseren.?Burgeropsporing kan snel en direct belangrijke informatie voor de politie opleveren zoals te?zien was bij de informatie over de mishandelde jongens in Eindhoven. Tegelijkertijd kunnen?deze initiatieven echter ook resulteren in desinformatie of ze kunnen de politieopsporing?hinderen zoals in enige mate te zien viel bij de vermiste jongens uit Zeist. Ook aan dezelfde?dynamiek die resulteert in belangrijke informatie ook leiden tot een situatie waarin burgers?denken het recht in eigen hand te moeten nemen. Een ander gevolg van eigenstandig optreden?van burgers op basis van sociale media, is dat dit in de latere strafzaak kan leiden tot lagere?straffen (zie de zaak in Eindhoven). In al deze gevallen staat de politie voor de uitdaging om?burgerinitiatieven zo te kanaliseren dat deze een nuttige bijdrage leveren aan de opsporing
maar niet resulteren in excessen.

In alle vijf de gevallen die in de inleiding zijn?beschreven is er sprake van een vorm van ?coproductie? tussen burgers en politie:

  • In Eindhoven gaf de politie de informatie. Burgers gaven ook informatie maar wilden?ook al een sanctie gaan toepassen. De politie beoogde een coproductie in de?informatieproductie maar er ontstond ook een (ongewenste) coproductie in de?sanctietoepassing.
  • In Nijmegen was dit vergelijkbaar. Ook hier was de politie uit op een coproductie in?de informatieverwerking en deze bleek inderdaad succesvol. Daarnaast ontstond?echter een ongewenste coproductie in de sanctietoepassing.
  • In Roden ging het ook om het zoeken naar informatie met als doel dit door te geven?aan de politie. Opvallend is dat in dit geval het initiatief tot coproductie niet uitging?van de politie maar van de betreffende burger.
  • Ook in Zeist ging het om het zoeken naar informatie. Nu vonden de?informatieprocessen van politie en burgers voor een deel parallel plaats en stonden?politie en burgers voor de vraag hoe deze konden worden afgestemd.
  • In Haarlem lag het initiatief bij de meiden die de mishandeling had gezien maar zij?gaven het verzamelde bewijsmateriaal uiteindelijk aan de politie en die hield op basis?daarvan de verdachten aan.

Het verschil met vormen van coproductie die in eerder onderzoek aan de orde zijn gekomen?(Meijer et al., 2013) is dat nu het initiatief bij burgers ligt. Bekkers & Meijer (2010) hebben?eerder de participatieladder van Arnstein (1969) uitgeklapt en aan de hand van deze?uitgeklapte ladder kunnen de beschreven burgerinitiatieven worden getypeerd:

bp

Figuur: Cocreatie startend bij burgers of overheden

Belangrijk aan dit figuur is dat het laat zien dat het initiatief voor cocreatie niet hoeft te?liggen bij de overheid. Burgers kunnen zelf ook initiatieven nemen en overheden daar wel of?niet bij betrekken. In het geval van het wijnflesincident in Assen zien we dat de politie hier?pas in tweede instantie, na het uitloven van de beloning op Facebook, bij wordt betrokken.?Ook het initiatief voor het zoeken naar de jongens in Zeist ligt bij burgers (na een oproep op?Facebook van de moeder). In de gevallen van de Nijmeegse hond en de Acht van Eindhoven?zien we dat het initiatief wel bij de politie ligt maar dat daarna burgers dit overnemen en naar?de verdachten toegaan om ?verhaal te halen?. Dit laat zien dat het ook van belang is de?ontwikkeling van coproductie als dynamisch proces te analyseren.
Een opsporingsproces bestaat uit een informatieproces ? het verzamelen en verwerken van?informatie opdat de gezochte personen kunnen worden gevonden ? maar ook uit een?interventieproces ? waarbij de gezochte personen worden ingerekend ? en daarna uit een?sanctieproces ? waarbij na een uitspraak van een rechter de veroordeelde een boete of celstraf?wordt opgelegd. In al deze fasen kunnen burgers zelf met initiatieven komen of met?initiatieven van de politie aan de haal gaan.?In de literatuur ligt sterk het accent op de wenselijkheid van coproductie. Centraal staat steeds?de vraag op welke manieren burgers kunnen worden betrokken zodat de kwaliteit van de?coproductie verbetert (Bovaird, 2007; Alford, 2009). Opvallend is dat er nauwelijks aandacht?wordt besteed aan onwenselijkheid van bepaalde vormen van coproductie en de noodzaak om?deze, of hiermee samenhangende risico?s, te voorkomen.

Eerder?onderzoek naar burgerparticipatie (Kuijvenhoven, 2005; Cornelissens en Ferwerda, 2010)?focust nu specifiek op burgeropsporing. Siep & Kool (2013: 60) constateren in hun?onderzoek voor Politie & Wetenschap dat meerdere mensen bij de politie het?zorgelijk vinden dat burgers in toenemende mate zelf beelden verspreiden die gerelateerd zijn?aan misdrijven. De onvoorspelbaarheid van deze dynamieken maakt het lastig om met?standaardprocedures voor de omgang met burgeropsporing te komen. Toch is het belangrijk?om zicht te hebben op de oorzaken, vormen en effecten van deze dynamieken om op een
weloverwogen wijze hierop te kunnen reageren. Daarbij is het van groot belang meer inzicht?te hebben in de groepsdynamieken die hierbij een rol spelen en de wijzen waarop de politie?deze dynamieken kan be?nvloeden.

De Nationale Politie worstelt met de vraag hoe zij kan en moet reageren op initiatieven van?burgeropsporing. De politie wordt vaak verrast door deze initiatieven. De kracht en de?mogelijkheden ervan worden onderkend maar tegelijkertijd gaat er een gevaarlijke kracht?vanuit. Met name wanneer burgers zelf besluiten het recht in eigen hand te nemen ontstaan er?gevaarlijke situaties. De vraag is hoe de kracht van deze initiatieven en de betrokkenheid van?burgers bij de opsporing kan worden benut zonder dat dit tot onwenselijke situaties.

Het terrein van Do It Yourself Justice is juridisch al wel onderzocht ? wanneer mag?men wel of niet optreden tegen een inbreker ? maar het ontbreekt veelal aan inzichten in het?hoe en waarom van het onderliggende gedrag.?Meer?systematische bestuderen van praktijkgevallen zou de politie en maatschappij kunnen helpen meer inzicht te krijgen ingroepsdynamieken van burgers rondom de opsporing.

Referenties