Tagarchief: sociale beinvloeding

Online sociale be?nvloeding #MH17

Faceboomanipulation

Social media zijn steeds vaker toneel waarop politieke partijen, overheden, afscheidingsbewegingen en terroristische organisaties strijd leveren om de publieke opinie. Het nieuws is instant en onderzoek naar de achtergronden grijpt om zich heen, omdat velen hier?door de nieuwe interactieve media ingezogen worden. Niet alleen door?alle mediakanalen tegelijk maar ook door miljoenen individuele afzenders. Iedereen op Social Media wordt ?zelf-made? rampenjournalist en DIY detective. Nooit eerder kregen we de beelden van een Nederlandse ramp zo snel, ongefilterd en rauw binnen, als bij de aanslag op MH17. Al een half uur na het neerschieten, vlogen de eerste ontluisterende foto?s van lichamen en herkenbare paspoorten over het wereldwijde internet.

Al die berichten te samen vormen wel een nieuwe realiteit, cre?ren een opruiende stemming die snel in kracht kan toenemen. Vooral als de traditionele nieuwsmedia die social media berichten in hun nieuwsrubrieken en op hun voorpagina?s sterk uitvergroot gaan overnemen.

Menno van Duin, lector Crisisbeheersing bij het?NIFV?en de Polititeacademie?schrijft in zijn?blog: “Altijd vinden wij het lang duren alvorens de lijsten met de namen slachtoffers beschikbaar komen. Veel speculaties over nationaliteiten. Onduidelijkheden wie nu uiteindelijk wel en wie niet aan boord zat. Waarschijnlijk is nooit eerder zo snel al zoveel informatie beschikbaar geweest.”

Frans Timmermans

Bijna 63.000 likes oogstte Frans Timmermans op Facebook met zijn emotionele toespraak bij de VN Veiligheidsraad over de vliegramp met Malaysia Airlines in Oekra?ne. Maar tussen de meer dan 10.000 reacties zat ook kritiek verstopt op de ‘valse sentimenten’ van de minister van Buitenlandse Zaken.?Timmermans noemde bij de VN het schrijnende voorbeeld van een trouwring die ontvreemd zou kunnen worden van de rampplek.

Volgens Jan Melissen, hoogleraar diplomatie aan de universiteit van Antwerpen en als onderzoeker verbonden aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, kan dat gezien worden als een poging “de rauwe werkelijkheid” in abstracte discussies over VN – resoluties te brengen, maar, zegt de hoogleraar, de Russen zien dat wellicht heel anders. “Die kunnen het zien als het opzwepen van emoties.”
Dus zou het best kunnen dat ze ’trols’ het internet opsturen: Op het eerste gezicht individuele Facebook-gebruikers of Twitteraars die achter de schermen werken voor een overheid of belangengroep.
Onder meer de Engelse krant The Guardian stelde recent vast met dit fenomeen te maken te hebben. Lezers, verslaggevers en webredacteuren die reacties monitoren, zijn ervan overtuigd dat een groep door het Kremlin geregisseerde internet-trols actief is. Ze werden vooral aangetroffen bij stukken die gingen over Oekra?ne.

China
Melissen wijst op de Twitteraars die de Chinese overheid voor een luttel bedrag inhuurt voor het versturen van berichten via de Chinese Twitter-variant Weibo.
Volgens hem zijn het vooral landen als China, maar ook Iran, die veel actiever zijn geworden op internet, en dan vooral als het gaat om kwesties die deze landen in opspraak brengen.
“Het zijn vooral autoritair geregeerde landen die veel kritiek van buiten krijgen die veel actiever zijn geworden op internet”, constateert Melissen. “Zij willen hun eigen verhaal doen. Ze komen dan met heel gekleurde of ronduit misleidende informatie.”

Military_Facebook

Westerse landen
Maar tegelijkertijd laten westerse landen zich ook niet onbetuigd. Melissen spreekt van een trend: Steeds meer landen doen er alles aan om zich te laten gelden in het digitale domein. “Dat neemt enorme vormen aan.”

Drie jaar geleden begon het Amerikaanse ministerie van Defensie al met het programma SMISC (Social Media in Strategic Communication) dat bedoeld is om campagnes op blogs en in de sociale media op te sporen die misleidende informatie verspreiden op gebieden die voor de Amerikanen van belang zijn.?Daar moet SMISCS dan de ‘waarheid’ tegenover zetten, allemaal met als doel om de tegenstander te beletten werkelijkheid naar eigen hand te zetten. Melissen wijst erop dat deze vorm van ‘strategische communicatie’ in militaire kringen om zich heen grijpt. “Het is propaganda om het internationale debat te be?nvloeden.”

facebook-old-like-button

Terroristische organisaties
Niet alleen landen begeven zich op het digitale slagveld. In het Midden-Oosten zijn terroristische organisaties als al-Qaida, ISIS en al-Nusra bijzonder actief. En heel professioneel, zegt Joas Wagemakers, islamspecialist aan de Radboud Universiteit Nijmegen.?”De video?s van al-Qaida zien er gelikt uit.” De boodschap die de islamitische organisaties online willen verspreiden is dat er moet worden teruggevochten in een oorlog die vanuit het Westen wordt gevoerd tegen de islam. De oproep is mee te doen in die strijd.

Is het eigenlijk erg, dat ’trollen’ op internet? Je weet op internet toch wel vaker niet zeker met wie je te maken hebt? “Nou”, zegt Mark Vos van NuJij en Nufoto, “het is op zijn minst niet chique om je voor te doen als Piet67 uit Zaandam, terwijl je in werkelijkheid bent ingehuurd door een geoliede propagandaclub.”

“En digitaal ramptoerisme faciliteren met beeldmateriaal, dat doet het internet inderdaad. Maar er is geen enkele aanleiding daar over te janken.” zegt GeenStijl, om te vervolgen: “Kijk, in de New York Times een ooggetuigenverslag, waarin tekstueel zeer gedetailleerd enkele lijken worden beschreven. Oh, het is tekst, het is de NYT, dus is de correcte vorm van ramptoerisme, in tegenstelling tot foto’s van exact dezelfde omgekomen mensen…. Zie hier het internet…. Want het is psychisch natuurlijk veel beter dat nabestaanden er via offici?le kanalen achterkomen dat hun geliefden op gruwelijke wijze om het leven zijn gekomen. In plaats van via social media. Via social media komt de klap veel harder aan. Of zoiets….Bepalen dat de ?ne manier, via offici?le instanties, de correcte is en de andere manier, via social media, de incorrecte. Dat is vreemd.”

Mediadeskundige Wim Westera zegt erover: “Op Twitter gaat het er rauwer aan toe dan in de kranten en op televisie. Er zitten mensen tussen die ongegeneerd alles posten zonder te denken aan de impact.” Hij adviseert mensen daarom hun eigen grenzen te stellen. “Als je merkt dat je het moeilijk vindt, kan je jezelf er beter voor afsluiten.”

Toch moedigt Westera het aan dat mensen hun bevindingen plaatsen. “We moeten de mensen dankbaar zijn dat ze de informatie beschikbaar stellen, want het is goede nieuwsvoorziening. Wel is het jammer dat veel van hen niet in staat zijn om vast te stellen wat wel of geen nieuwswaarde heeft. Iemand die een schoen of een knuffelbeer plaatst, kan denken ‘ik laat even de rotzooi hier zien’, zonder te beseffen wat voor emoties dat oproept bij de nabestaanden.”

Hoaxes en complottheorie?n?

Ondertussen verschijnen er op Russische websites steeds meer complottheorie?n over de ramp. Zo zou het vliegtuig vol hebben gezeten met lijken en zou het zijn afgeweken van zijn normale route. Ook wordt beweerd dat alles een vooropgezette actie van Amerika was om Rusland te provoceren tot oorlog.

Waar veel Nederlanders er van uit gaan dat de MH17 door separatisten uit de lucht is geschoten, horen de Russen een heel ander verhaal in een documentaire van een klein half uur, gemaakt door de Russische nieuwszender Ruptly.

Misschien nog wel de meest bizarre theorie is dat MH17 eigenlijk het verdwenen vliegtuig van Malaysia Airlines was. De MH370 zou gestald zijn op een Amerikaanse militaire basis en naar Nederland zijn gebracht. Het werd niet bestuurd door echte piloten, maar stond op de automatische piloot en werd boven Oekra?ne opgeblazen.

Er is een dunne scheidslijn tussen ramptoerisme en medeleven,?schrijft Haro Kraak in De Volkskrant, naar aanleiding van het vele getwitter over #MH17. Veel mensen moeten inderdaad nog wennen aan de nieuwe wereld, waarin ?nieuwe media? ons op ?indringende wijze? verslag doen van wat er aan de hand is. ?Geintjes worden wrang, pi?teit jegens de doden ontbreekt?, schrijft Kraak die zich afvraagt of het nieuwsgierigheid is, dan wel ?onze instinctieve neiging tot voyeurisme?. Maar anno 2014 is iedereen zijn/haar eigen nieuwsbron, iedereen zoekt zelf het eigen nieuws, iedereen levert daar commentaar op, iedereen fotografeert en filmt. Dus ook het meisje dat, een paar uur voor ze overleed, schreef hoe blij ze was naar Maleisi? te vliegen. De tweet werd duizenden keren geretweet, door ?doodgewone mensen? die zich, stelt Kraak, met het retweeten schuldig maken aan sensatiezucht, of ?aan de hijgerigheid die sociale media kan kenmerken?.

Enfin, het is al vaker gebeurt: tijdens rampen tonen sociale media zich van hun beste ?n hun slechtste kant. Geweldig dat we een uur later beelden en ooggetuigeverslagen kunnen zien, minder leuk als er persoonlijke details getoond worden. Dat veel foto?s gemanipuleerd zijn, lijkt een zorg voor later. We willen er allemaal als eerste bij zijn, allemaal als eerste een mening hebben, allemaal als eerste geliked of geshared worden ? ?de virtuele opperbeleving van het nu?, aldus Kraak.

En dat heeft perverse gevolgen, soms. Zoals?wat er gebeurde bij de bomaanslag in Boston?waarover we blogden en?onschuldigen naar ?het cyberschavot? werden geleid. Of?de foto van het paspoort van de Nederlandse vrouw op vlucht MH17 ? duizend retweets, soms naar tienduizenden volgers. En?de streaming beelden van Russische tv-zenders als L!feNews dat van een paar meter afstand de lijken filmde.

Traditionele media, zoals kranten, ?hebben daar nog steeds moeite mee, zegt Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque. Hij ?wil niet dat nabestaanden aan de kleren hun omgekomen familieleden of vrienden herkennen? en spreekt van een precaire balans. Daar zijn krantenmakers volgens hem wel aan gewend, maar twitteraars niet ? die sturen van alles maar door en rond. Zoals de foto van ?Cor Pan?, de Volendammer die vlak voor vertrek nog een foto (?Mocht ie verdwijnen, zo ziet hij er uit?) van het vliegtuig nam. Het bericht werd 25 duizend keer gedeeld.

Tot slot voor de liefhebbers een aantal onderzoeksrapporten over online sociale?be?nvloeding

Hieronder de reactie van Darpa op het controversi?le Facebook onderzoek waarin emoties van Facebook gebruikers werden gemanipuleerd, en daarna het betreffende onderzoek dat inmiddels ook is aangepast:

SON-M: onderzoek naar online sociale be?nvloeding

ijsberg-gedragIn het onderzoekstraject SON-M onderzoekt TNO vanuit verschillende disciplines de kracht van online sociale be?nvloeding. Het doel van dit onderzoek is om beter te begrijpen hoe deze vorm van be?nvloeding werkt. Op basis daarvan kan het ontstaan van online (collectief) gedrag worden waargenomen en kan de kennis over de mechanismen achter online sociale be?nvloeding worden ingezet om dit gedrag te voorspellen en waar wenselijk te be?nvloeden. Dit artikel zet een aantal resultaten van dat onderzoek op een rij.

Mensen zijn sociale wezens. Elk individu maakt onderdeel uit van een sociaal netwerk, dat bestaat uit familie, vrienden en collega?s, maar ook onbekenden. En naast het feit dat al die individuen eigen behoeften, waarden en wensen hebben die hun gedrag bepalen, wordt hun gedrag ook sterk be?nvloed door expliciete en vooral ook impliciete regels van hun sociale omgeving. De kracht van sociale be?nvloeding is groot en wordt bepaald door een (ijs)berg aan factoren die dankzij social media steeds zichtbaarder lijken.

Met de komst van Internet en meer specifiek met de komst van verschillende sociale netwerken zoals Twitter, Hyves en Facebook, heeft deze kracht aan dimensies gewonnen. Het aantal mensen binnen een (actief) sociaal netwerk groeit en de specifiekheid van de contacten neemt toe. Bovendien is de snelheid van de communicatie door de komst van sociale netwerksites enorm toegenomen en is communicatie tijd en plaats onafhankelijk. Deze verschillende kenmerken van Internet maken dat de kennis over sociale be?nvloeding niet ??n op ??n vertaalbaar is naar de online wereld.

Online sociale be?nvloeding

Op sociale netwerken kunnen willekeurige individuen zich verenigen en zich sterk maken voor een gezamenlijk doel. We hebben de macht vanuit de massa, vanuit de publieke opinie al een aantal keer in de praktijk gezien: de ?twitter-revoluties? in Moldavi? en recentelijk in Egypte, en de KitKat-campagne van Greenpeace tegen het gebruik van niet duurzame palmolie door Nestl?. Bedrijven en overheden worden hiermee geconfronteerd, en TNO biedt kennis en kunde om dit soort ontwikkelingen te monitoren, de kracht en duur te bepalen en reactief of proactief hierop te reageren.

Ook op individueel niveau laten we keuzes steeds meer afhangen van die van vrienden/ onbekenden. Gingen we vroeger af op het advies van de verkoper en de buurman, tegenwoordig krijgen we online advies uit de hele wereld. Via TNO krijgen organisaties inzicht in welke impact sociale be?nvloeding heeft op individueel gedrag en op keuzes en hoe ze hier in hun interactie met burgers en klanten op kunnen inspelen.

SON-M: het onderzoek van TNO

TNO kijkt vanuit verschillende perspectieven naar online sociale be?nvloeding:

  • Macro
    TNO maakt patronen inzichtelijk binnen de grote hoeveelheden online data, zoals verspreiding van informatie en omslagen in sentiment. Hiertoe wordt o.a. gebruik gemaakt van datamining, social network analysis, agent-based modelling en visualisatie.
  • Micro
    Op het niveau van het individu worden drie belangrijke aspecten aan online sociale be?nvloeding onderscheiden: actorkenmerken (ontvanger of zender), boodschapkenmerken en kenmerken van het sociale netwerk. Via theorievorming (sociologie en psychologie) en data-analyse wordt inzicht verkregen in de wijze waarop deze aspecten van invloed zijn.
  • Reflectief
    TNO kijkt naar de impact die online sociale media hebben op de samenleving en naar de ethische kant van het bewust gebruik van online sociale be?nvloeding.

TNO wil organisaties de tools te geven om beter inzicht te krijgen in online sociale netwerken, en gericht te handelen. Eerder organiseerde TNO een symposium?waarin op hoofdlijnen enkele resultaten gedeeld werden. Ook werd er een quickscan gepubliceerd waarin de issues die op dit moment door overheid en bedrijfsleven worden ervaren bij het gebruik van sociale media en het verkrijgen van inzicht in online sociale be?nvloeding duidelijk werden.

Inmiddels zijn er ook heel wat wetenschappelijke papers gepubliceerd voor diegenen die iets meer diepgang wensen. Hieronder een overzicht van een aantal artikelen:

Eerder stond er ook een interessant artikel over de principes van gedragsverandering in online platformen (bron: Ministerie van Algemene Zaken), waarin mediapsycholoog Mischa Coster laat zien dat gedragsprincipes uit de sociale- en mediapsychologie ook van toepassing zijn op sociale media:

 

Digigeren: nieuwe methode voor online gedragsbeinvloeding

Dagelijks worden 35.000 doodsbedreigingen via internet verspreid. Kinderen pesten elkaar online. En pedofielen zoeken digitaal naar potenti?le slachtoffers. Delicten uit de fysieke wereld vinden ook plaats in onze digitale samenleving. Maar er zijn nauwelijks beproefde methoden om op te treden tegen ongewenst digitaal gedrag. TNO brengt daar nu verandering in.

In de publicatie #SM @OOV presenteert TNO haar visie op social media en kansen in het veiligheidsdomein. Kijken, zenden, vragen en interacteren met behulp van sociale media spelen een centrale rol in deze visie. “Het helpt je inzicht te krijgen in wat er leeft in de (digitale) samenleving, informatie te verspreiden via social media, vragen te stellen en te interacteren met burgers”, vertelt Carlijn Broekman, onderzoeker bij TNO. “De politie maakt al wel gebruik van sociale media, maar vaak is het op eigen initiatief van agenten en rechercheurs. En het ontbreekt hen aan beproefde mogelijkheden om ongewenst digitaal gedrag te detecteren en er tegen op te treden. Zo mag de politie zich bijvoorbeeld niet voordoen als een minderjarige om een pedofiel te kunnen pakken. Daarom ontwikkelt TNO een aanvullende methode die de politie helpt bij haar werk in de digitale samenleving.”

Positieve gedragsbe?nvloeding

Digigeren is een nieuwe methode om online gedrag positief te be?nvloeden. Het kan ongewenst digitaal gedrag voorkomen en biedt handelingsperspectief naar aanleiding van dergelijk gedrag. Broekman: “Door je informatiepositie te verbeteren of door te informeren, interveni?ren, motiveren, demotiveren of te de-escaleren, valt online gedrag te be?nvloeden.” Als voorbeeld haalt zij de vele doodsbedreigingen aan. “Om te achterhalen of een bedreiging serieus is, wil je de informatiepositie verbeteren. Om het aantal te verminderen, kun je informatie verstrekken over de strafbaarheid daarvan. Interveni?ren doe je door mensen te wijzen op hoe zij onbewust zichzelf of hun kind aantrekkelijk maken als potentieel slachtoffer. En motiveren of de-escaleren kan door slachtoffers van pestgedrag of digitale omstanders handelingsperspectieven aan te reiken.”

Inzet social media

De methode maakt gebruik van de mogelijkheden die sociale media bieden: een bericht sturen, volgen, favoriten of liken, forwarden, een vraag stellen en reageren. Cruciaal bij het be?nvloeden van ongewenst digitaal gedrag zijn inhoud, woorden en afzender van het bericht. Naast de politie kunnen ook andere partijen gebruik maken van digigeren. Zo hebben ook scholen een rol in de digitale opvoeding en het digitale toezicht.