Tagarchief: communicatie

De virtuele wijkagent: haalbaar of niet?

image-5712455

Agenten die handhaven op de digitale straat. Is dat haalbaar of niet?

Burgemeester Paul Depla van Breda is van mening dat zijn stad een virtuele wijkagent nodig heeft om zo ook het leven dat zich online afspeelt in de gaten te houden. Maar hoe kan dat worden vormgegeven? Klopt het dat deze online wijkagent signalen kan oppikken die anders niet worden opgemerkt? Wordt de informatiepositie van de politie beter wanneer zij ook virtuele wijkagenten inzet?

bais politiezorg

Handhaving op internet

?Begin eens met de wet handhaven op dat vrije internet?, zo luidt de titel van een artikel uit het NRC. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden in 2014 een op de negen Nederlanders slachtoffer van cybercrime; 0,8% van de Nederlanders kreeg te maken met identiteitsfraude, 3,5% kreeg te maken met koop- en verkoopfraude en 5,2% kreeg te maken met een?hack?(inbraak) op computer, smartphone, e-mailaccount of website. Door de steeds beter wordende internetverbinding, het feit dat 98% van de huishoudens verbonden is met het internet, door het online gaan met smartphones en tablets (75% van de bevolking heeft een smartphone of tablet) en het gebruik van computers en laptops digitaliseert de samenleving. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook op het internet. Digitale apparatuur en informatie is kwetsbaar en kan worden misbruikt. ?Cybercrime neemt hand over hand toe‘. Het NCSC schrijft: ??Het aantal experts, de kennis en de middelen moeten dito toenemen, willen we het gevecht winnen en de ICT-veiligheid kunnen garanderen??. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft als taak Nederland weerbaarder te maken op internet. Maar wie doet de online handhaving van veiligheid?

Wat is de rol van de politie?

Henk van Essen, lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, zei in het politiedebat van 18 november 2015 op de politieacademie: ??Wat is nou de rol van politie in de digitale wereld? Wat kan je van ons wel verwachten en wat kan je van ons niet verwachten. Het is fair om te zeggen dat we daar nog geen antwoord op hebben op dit moment.? Wanneer je zou zeggen dat die rol er wel is voor de politie en je je voorstelt dat deze rol handhaving betreft, dan kan dit onderzoek van pas komen. Diverse partijen, zowel de politie als private partijen, zien de noodzaak in tot het optreden op internet. De politie is aan het onderzoeken hoe zij meer en beter aanwezig kan zijn op het internet. Private partijen ontwikkelen software, geven beveiligingsadviezen en stellen middelen ter beschikking aan de politie. En eindgebruikers, zoals burgers, letten een beetje op elkaar.

Wanneer het gaat over online handhaving is het ook de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. De politie heeft diverse specialistische teams die zich op het internet begeven, maar de specialistische teams hebben veel minder kennis van wat zich op lokaal niveau afspeelt dan de basis politiezorg. Het internet kent vele spelers en eigenaren. Vrijwel iedereen in Nederland heeft toegang tot het internet, maar vrijwel alle websites staan op private servers van serviceproviders. Het internet is dus deels een publieke en deels een private ruimte. De politie is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Om de specialistische teams te ondersteunen met, zoals voor dit onderzoek is gekozen, de online handhaving, wordt in dit onderzoek gefocust op de online handhaving in de basis politiezorg. Pieter Jaap Aalbersberg, korpschef van Amsterdam, heeft tegen de eerder genoemde Henk van Essen gezegd: ??ik heb in mijn organisatie 82 personen binnen de BPZ werken met een afgeronde HBO-opleiding?. Er zit veel kennis in de basis politiezorg van korps Amsterdam en zij hebben ook lokale kennis. Deze combinatie zou goed benut kunnen worden. De manier waarop dat kan plaatsvinden zou kunnen blijken uit dit onderzoek.

Onderzoek?handhaving van de openbare orde en veiligheid op internet

Het onderwerp van dit onderzoek is: ?handhaving op internet door de basis politiezorg?. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook naar het internet. In 2014 werden 1 op de 9 Nederlanders slachtoffer van cybercrime. Er is al veel bekend en onderzocht over (online) opsporing, maar het thema (online) handhaving wordt vaak vergeten. Wanneer het over online handhaving gaat is het de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. Aangezien er nog geen wetenschappelijke onderzoeken zijn die zich richten op deze preventieve kant van de basis politiezorg online,? richt dit onderzoek zich daarop. Het doel daarbij is om inzicht te bieden in de mate waarin agenten in de basis politiezorg in staat zijn om te handhaven op internet en welke mogelijkheden er zijn om de handhaving op internet te bevorderen. Het externe doel is daarbij om kaders te bieden waarbinnen deze handhaving kan plaatsvinden, voor zover het mogelijk is om die kaders te schetsen. De vragen die moeten bijdragen aan het bereiken van deze doelstelling gaan over: offline handhavingstaken en de vertaling daarvan naar online handhavingstaken, het juridische kader waarbinnen handhaving op internet zich kan afspelen, welke best practices en knelpunten er al bekend zijn, welke vaardigheden de agent moet hebben en welke kennis en middelen daar voor nodig zijn. Tot slot is bekeken in hoeverre private partijen een rol kunnen spelen in de handhaving op internet.

politie-twitter-150x150

Reguliere handhavingstaken

Onder de basis politiezorg vallen alle politietaken die niet apart zijn ondergebracht bij specialistische politieonderdelen. Een van de voornaamste taken van de basis politiezorg is het handhaven van de openbare orde onder het gezag van de burgemeester. De agenten in de basis politiezorg werken in verschillende functies. Het doel bij de dagelijkse werkzaamheden van de politie is het verbeteren van de informatiepositie, het de-escalerend optreden bij conflicten en het aangeven van kaders omtrent de openbare orde. De opsporing wijkt daar vanaf, aangezien de politie in dat kader onder het gezag van de officier van justitie valt en als doel heeft om strafvorderlijke beslissingen te ondersteunen. Handhaving is iedere actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen. De offline handhavingstaken bestaan volgens respondenten uit het leefbaar houden van de wijk, het handhaven van de openbare orde en het bijsturen van gedrag of het uitdelen van boetes wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Online kan dat mogelijk net zo plaatsvinden maar dan op digitale plekken. Echter, op het internet kan een agent zich niet net zo identificeren als op straat. Daarnaast kan worden afgevraagd of het internet onder de publieke ruimte valt. Online handhaving kan worden ingezet als instrument, maar kan daarnaast ook worden ingezet als middel tegen online overtredingen zonder dat deze gepaard gaat met een actie op de fysieke straat.

Bevoegdheden en wet- en regelgeving

Alle agenten moeten zich houden aan de politiewet. De politiewet is een aanvulling op het wetboek van strafvordering. In deze wetten is de opsporing strikter vastgelegd dan de handhaving. Opsporing mag alleen worden gedaan door een opsporingsambtenaar. Wettelijk gezien bedient de burgemeester zich bij het handhaven van de openbare orde van de politie. Dat is tevens vastgelegd in de politiewet en de gemeentewet. De burgemeester heeft hiervoor een aantal bevoegdheden. Of hij die online kan, mag en gaat gebruiken is nog veel discussie. Daarnaast is nog steeds onduidelijkheid over wat de agent wel en niet mag op het internet. Daarop heeft het Openbaar Ministerie een matrix opgesteld die in maart 2016 is verspreid binnen de politie. Daarin staat per actie aangegeven welke bevoegdheid de agent al heeft en/of moet vragen. De vraag is of de kaders online wel of niet anders zijn, of zouden moeten zijn, dan op straat. Kan de scope van het Wetboek van Strafvordering gezien de ontwikkelingen en de samenleving worden geprojecteerd op de digitale straat?

ruben1

Online handhaving binnen de politie

Binnen de politie zijn verschillende onderdelen die zich op het internet richten en betrekking hebben op handhaving. Deze onderdelen zijn het Crisis Communicatie Team, het Open Source Intelligence Team, het Real Time Intelligence Center en wijkagenten en jeugdagenten die actief zijn op social media. Daarnaast maakt het communicatieteam van iedere politie-eenheid ook gebruik van het internet. Deze onderdelen van de politie gebruiken internet met name voor berichtgeving en voor hun eigen informatievoorziening. Daarvoor gebruiken zij programma’s die het internet scannen op trefwoorden. Een overkoepelend onderdeel binnen de politie is de Dienst Regionale Informatie Organisatie. Daar komt vrijwel alle regionale informatie van alle politieonderdelen bijeen. Zij hebben ook de bevoegdheid om de informatie van de verschillende? politieonderdelen in te zien.

De politie heeft enkele goede ervaringen met het gebruik van internet in de vorm van handhaving. De politie in Groningen kreeg via een social media monitoringprogramma een twitterbericht te zien waarin stond dat iemand het aanstaande Sinterklaasfeest wilde verstoren. Daarop heeft de politie gereageerd. De persoon in kwestie had geen reactie verwacht en bood zijn excuses aan. Daarnaast blijkt het effect van het gebruik van social media bij evenementen groot. De informatie-inwinning, het managen van grote groepen mensen (crowd control) en het geven van voorlichting zijn daarbij erg belangrijk.

Tegenover goede ervaringen staan ook knelpunten. en slechte ervaringen, omdat een online actieve politie ook kwetsbaar is. De politie is nog terughoudend met het gebruik van internet. Online zijn is nieuw voor de oudere agenten en protocollen zijn onvoldoende aanwezig binnen de eenheid of de agent weet niet van het bestaan van de protocollen. Doordat er geen speciale internetpolitie is moeten agenten uit de basis politiezorg deze taken ook deels op zich nemen. Momenteel wordt dat nog niet gedaan volgens een vastomlijnd kader. De ene agent is erg actief op het internet en de andere agent maakt vrijwel geen gebruik van internet. Tot slot is de politie erg geori?nteerd op het zenden van informatie. Het ontvangen van informatie en het verwerken van informatie behoeft een grote verbeterslag. Daarbij gaat het zowel om informatie vanuit internet- en social media monitoring programma?s als om de algemene interactie met de burger.

Kennis, vaardigheden en middelen

Er zijn voor de politie cursussen en workshops beschikbaar die ondersteuning bieden aan agenten om actief te zijn op social media, zoals cursussen in het effectief zoeken op internet. Deze cursussen hebben tot doel om de agenten bekwamer te maken in het gebruik van internet als communicatiemiddel en handhavingsmiddel of gecombineerd. Deze cursussen en workshops zijn voor iedereen opgenomen in de politieopleiding, maar veel van de huidige agenten hebben die daarom nog niet gehad. Zij kunnen bijgeschoold worden na een aanvraag voor een cursus of workshop. Om goed met internet te kunnen werken is het belangrijk om expertise binnen de politiebureaus te hebben. Agenten worden steeds meer uitgerust met een smartphone waarmee zij veel zaken op en via internet kunnen regelen. Zo kunnen zij op social media, maar ook kunnen zij politiesystemen raadplegen en een bekeuring uitschrijven zonder dat zij daarvoor een computer nodig hebben. Er is op het intranet van de politie uitleg gegeven over het opzetten van een twitteraccount en waar het twitteraccount exact aan moet voldoen. Om kennis en middelen om te zetten naar vaardigheden en deze ook daadwerkelijk toe te passen is een goede scholing nodig. Aangezien nog niet iedere agent deze scholing heeft gehad en/of iets doet met de scholing op het gebied van social media bij het uitvoeren van de alledaagse werkzaamheden, is het lastig om handhaving op internet te bewerkstelligen.

Private partijen

De politie werkt op specialistisch niveau samen met private partijen zoals Facebook, Twitter, ICT bedrijven en internet service providers. Daarbij wordt zowel aan handhaving als aan de bestrijding en opsporing van cybercrime gedaan.? De handhaving die hier wordt uitgevoerd betreft het verwijderen van account wanneer personen zich niet aan de regels van de website houdt. Ook waarschuwt facebook een gebruiker wanneer deze zich niet houdt aan de door haar gestelde regels.

Bij evenementen wordt veel gebruik gemaakt van social media. Daarbij werken private partijen (organisatoren van evenementen) veel samen met de communicatieteams van de politie. Daar zijn voornamelijk bij de bevrijdingsfestivals van 2015 in Nederland goed successen mee geboekt.

Aanbevelingen

Het is aanbevolen om landelijk ??n beleid te voeren op het gebied van opleiding en gebruik van social media. Daarnaast is het belangrijk om de kennis van nieuw ingestroomde agenten op het gebied van social media te benutten en in te zetten om het kennisniveau van de oudere agenten te verhogen. Tot slot moet er meer samen worden gewerkt tussen private partijen en de politie, zonder dat de private partijen de handhaving uitvoeren in plaats van de politie. De daadwerkelijke uitvoering van de handhaving zou idealiter moeten plaatsvinden door de politie, waarbij de private partijen de informatie aanleveren voor de politie. Door samen te werken op het gebied van informatie vergaren en verwerken kan de politie effectiever zijn.

Aangezien dit onderzoek niet alle aspecten kan belichten van de handhaving op internet is het belangrijk om bepaalde aspecten nader te onderzoeken. Bijvoorbeeld of de agent zich online ook moet identificeren en zo ja, hoe hij dat moet doen. Tevens is het belangrijk om de wijzigingen die aanstaande zijn in het wetboek van strafvordering te volgen. Ook de resultaten van een onderzoek over de bestuurlijke bevoegdheden van de burgemeester op internet en een matrix/schema van het openbaar ministerie over de bevoegdheden van de agent op internet zijn waardevolle aanvullingen op dit onderzoek. Tot slot zou onderzoek moeten worden gedaan naar het opzetten van een social media team per robuust basisteam.

ruben2

Lees en/of download hieronder het hele rapport:

[slideshare id=63048046&doc=tno-2016-s10720-160614115614&type=d]

Bronnen: TNO

Viber

viber logo2

Meer dan 200 miljoen gebruikers hebben Viber ontdekt en profiteren van gratis bellen en chatten via internet.?Kenmerkend voor Viber is dat je, net als bij WhatsApp, geen inloggegevens nodig hebt. Viber werkt met de bestaande lijst van contacten van je telefoon en toont welke contacten de app hebben ge?nstalleerd. De gesprekskwaliteit is niet altijd optimaal en verbindingen worden soms verbroken, maar de kwaliteit is wel verbeterd. Bovendien worden die ongemakken geaccepteerd: het is immers gratis en terugbellen gaat eenvoudig.

Viber gaat ook?end-to-end versleuteling invoeren voor al haar gesprekken, inclusief?video, spraak en tekstberichten. Dat betekent dat het bedrijf zelf ook niet in staat zal zijn om de berichten te lezen, laat staan?overheidsinstellingen die erbij willen.
Viber wil het zelfs nog?veiliger maken met een nieuwe functie: Hidden Chats. Hoewel?gecodeerde berichten niet kunnen worden ontcijferd door Viber, staan ze nog wel op de telefoon van de ontvanger. Met Hidden Chats kun je ook zorgen dat de berichten onzichtbaar zijn, en alleen zichtbaar worden na het invoeren van een viercijferige pincode.

 

Bronnen: Re/code, Viber

 

App: Alrawi

Alrawi1

Terroristen communiceren over een nieuwe beveiligde Android app omdat ze van?WhatsApp, Telegram en andere messenger apps afgeschopt worden. De app heet?”Alrawi” en is een versleutelde chat-applocatie waardoor het?moeilijker is voor overheid en veiligheidsdiensten om te zoeken naar terroristische plannen. De app werd ontdekt door het Ghost Security Group netwerk, een afsplitsing van Anonymous, die eerder al communicatie van ISIS via Telegram had blootgelegd.

Hoewel de versleuteling waarschijnlijk?niet zo geavanceerd is als in?WhatsApp of Telegram, beschermt het de gebruikers ervan omdat er geen gerenommeerd bedrijf achter Alrawi zit. Er is niemand die ze eraf zal gooien.?Favoriet bij veel IS-aanhangers was?Telegram. Direct na de aanslagen in Parijs vond en sloot Telegram 78 publieke IS-kanalen die in twaalf talen propaganda verstuurden. Alrawi kun je niet downloaden in de offici?le Google Play Store, maar in een van de vele andere Android marktplaatsen met onoffici?le apps die ook beschikbaar gemaakt worden via Tor sites. Plekken?waar bovendien veel apps met virussen rondgaan. Er worden vragen gesteld in welke mate niet alleen social media platform of app aanbieder, maar ook het Operating System (in dit geval van Google)?moet gaan in?terrorismebestrijding. Er zijn overheden die graag achterdeurtjes willen om encryptie te omzeilen, maar er zijn mensen die terrorismebestrijding binnen het OS als een privacy vriendelijkere optie zien. App marktplaatsen van Apple en Google kunnen apps van hun eigen platform afhalen, maar is het een goed idee als?hun operating systemen ook (bepaalde) onoffici?le apps blokkeren?

amaq-agency-app?alrawi

Bronnen: Techcrunch

 

Behind The Crime: Moordzaak

Een geweldig voorbeeld van transparantie voor een opsporingsproces. De politie van West-Midlands heeft een moordzaak van bijna minuut tot minuut op een blog gezet, zodat burgers kunnen volgen hoe het nu in het echt gaat. Natuurlijk was het nog niet live te volgen, maar ging het om het relaas van een zaak uit het verleden, maar toch. Het geeft aan hoe een verhaal online verteld en gevolgd zou kunnen worden, iets wat we bij steeds meer zaken ook in live blogs zien gebeuren. Door social media gebruikers, de media en soms ook de politie.

Onderstaand blog werd in 2014 gepubliceerd en start vanaf de eerste melding. Het verhaal is in het Engels gelaten, om de ‘echtheid’ ervan niet aan te tasten…


WEDNESDAY 7:45

The investigation starts as soon as we receive the initial murder report which would come in to one of our contact centres. It?s taken by one of call handlers who dispatches officers to the scene on an immediate response.

WEDNESDAY 7:55
Listen to one of our 999 call operators, Emily Poste talk about how the job affects her

WEDNESDAY 7:55
Profile ? Emily Poste
btc1
Emergency Call Operator ? Emily Poste

Name: Emily Poste

Role: Emergency Call Operator

Worked for West Midlands Police for 4 years. Before working for WMP Emily was an Auxiliary Nurse for Hampshire NHS.

Emily?s role is to take 999 calls from the public and calls from other agencies and she also works on the Traffic desks as a Resource Allocate and Dispatcher at Bournville Lane Force Control centre.

 

WEDNESDAY 8:12
Once the call is received, uniformed officers are immediately deployed. The scene of the crime will be cordoned off ready for the senior investigating officer (SIO) and the forensic crime scene coordinators.
PCSOs Judith Chetwood and Daniel Cowell outside crime scene in Wolverhampton.

PCSOs Judith Chetwood and Daniel Cowell outside crime scene in Wolverhampton.

WEDNESDAY 8:30
Detective Chief Inspector Caroline Marsh talks about the role of the Senior Investigating Officer

WEDNESDAY 8:49
Profile ? Detective Chief Inspector Caroline Marsh
btc3
Detective Chief Inspector Caroline Marsh

Name:?Caroline Marsh

Role:?Detective Chief Inspector

Senior Investigating Officer within Force CID for two years

WEDNESDAY 8:56
The forensic crime scene coordinators will also be on their way to the scene.
WEDNESDAY 9:02
Once they arrive at the scene and speak to the uniformed officers, the Senior Investigating officer and crime scene coordinator agree a plan of action.
WEDNESDAY 9:09
Once they have on the correct protective wear the SIO and crime scene coordinator will enter the scene together.
WEDNESDAY 9:27
Profile ? Tony Murphy
btc4
Crime Scene Co-ordinator ? Tony Murphy

Name: Tony Murphy

Role: Crime Scene Co-ordinator

Worked for WMP for 22 years

 

WEDNESDAY 9:28
This video shows the amazing work the crime scene coordinators carry out on a daily basis.

WEDNESDAY 10:09
The local neighbourhood officers manage the cordon and deal with any enquiries at the scene
btc5
WEDNESDAY 10:23
Local CID officers conduct the door to door investigations in the area.
WEDNESDAY 10:35
While officers are out at the scene, an incident room will have been set up and a team of police officers and staff will already be in place.
WEDNESDAY 10:49
DCI Caroline Marsh walks us through an incident room and talks about all the different roles involved

WEDNESDAY 11:09
The incident room is the central place where all the information on the investigation is gathered.
WEDNESDAY 11:50
CCTV is often a crucial aspect of a murder investigation. Officers will gather all CCTV from public and private sources and feed it back to the incident room
btc6
WEDNESDAY 12:08
The SIO will now head back to the incident room to hold the first briefing for staff around the murder

 

WEDNESDAY 12:15
The family liaison officer (FLO) will be appointed at this point in the investigation. They will meet the family of the victim and support them through every aspect of the investigation.

 

WEDNESDAY 12:20
Profile ? Julie Yearsley
btc7
Family Liaison Officer ? Julie Yearsley

Name: Julie Yearsley

Rank:?Detective Constable

Role: Family Liaison officer

Joined the force 19 years ago having previously been an auxiliary Nurse.? She became a detective after 3 years in uniform and has been the force lead FLO for the last 12 months.

As an FLO, Julie?s role is to support the next of kin to deceased from the initial notification of death, formal identification, Coroners court,?victimology and evidence gathering of family members and guide through all aspects of enquiry until court case.

 

WEDNESDAY 12:21
Video of one of our FLOs talking to the brother of a murder victim about the role of the FLO and how they work with victim?s families

Family Liaison officer Julie Yearsley talks to Johnson Nwakubo about the murder of his brother and how family liaison officers helped him through the ordeal.

WEDNESDAY 12:58
The FLO will now be on their way to meet the family of the victim. They will work with the family over the coming weeks as part of the investigation.
WEDNESDAY 13:20
Once the crime scene coordinators have finished at the scene they will send all the evidence they gathered to the forensics lab for further investigation.
WEDNESDAY 13:31
The crime scene coordinator meets with the SIO to discuss and review any evidence which has been gathered from the scene.
Forensic scene investigator using a ultraviolet light to detect footprints.

Forensic scene investigator using a ultraviolet light to detect footprints.

WEDNESDAY 13:36
This video shows you the process all evidence submitted to the forensics department goes through.

WEDNESDAY 14:17
Profile ? Hazel Johnson
btc9
Senior Forensic Scientist ? Hazel Johnson

Name: Hazel Johnson

Role: Senior Forensic Scientist

Has worked for the force for?18 months.? Before working for WMP, Hazel worked for the Forensic Science Service?for 25 years as a forensic biologist.

Her role with WMP includes? screening submitted items for the presence of blood and providing general forensic support to the force by attending scenes of crime or by providing advice on submissions to the forensic science provider.

 

WEDNESDAY 14:18
If the SIO feels it necessary, a Home Office pathologist will be called to help determine the cause of death at the scene.
WEDNESDAY 14:26
The deceased will now be taken to a local mortuary for a forensic post mortem to establish a cause of death.
WEDNESDAY 14:37
The SIO will be receiving updates from all the different teams throughout the course of the investigation.
WEDNESDAY 14:46
The crime scene coordinator will have taken photographs of the scene, taken fibres, fingerprints and footwear prints and clothing. It is up to the SIO to decide what they feel is relevant.
btc10
WEDNESDAY 15:01
This video shows the inner workings of the force fingerprint bureau.

WEDNESDAY 15:18
If they need to conduct any covert activity, the SIO will need to get authority from the Head of Homicide. Detective Superintendent Mark Payne is the current Head of Homicide for the force

 

WEDNESDAY 15:35
The Head of Homicide also sets the budget for the investigation
WEDNESDAY 15:46
In some investigations, 24 hours after the initial incident, officers will visit the area and speak to the public to see if they were in the same area yesterday
WEDNESDAY 16:00
At this point the SIO may decide to appeal to the public for further help. The force?s Corporate Communications department will have been briefed about the incident by the SIO and will have prepared a communications strategy.
btc11
WEDNESDAY 16:15
The communications strategy will be developed with the SIO. The media activity can range from a statement confirming basic facts about the incident to a press conference with the family appealing for information. We also use a range of social media to contact possible witnesses.
WEDNESDAY 16:27
Head of News Keiley Gartland talks about the importance of communications in an investigation

WEDNESDAY 16:38
Any information that is the result of the press appeal will be fed back into the investigation room.
WEDNESDAY 16:43
Profile ? Keiley Gartland
btc12
Head of News ? Keiley Gartland

Name: Keiley Gartland

Role: Head of News ? Corporate Communications

Worked for the force for 10 years.? Her role as Head of News involves working with local and national media, managing the force?s social media ?and supporting investigations and major operations.

 

WEDNESDAY 16:51
If an arrest has been made, an interview strategy will now be agreed with the SIO. Specially trained detective constables and detective sergeants carry out the interviews.

WEDNESDAY 17:08
An interview can run across several days. Detectives are initially able to hold a suspect for 24 hours. If they require longer they have to apply to a Superintendent for an extension which can be up to 36 hours.

WEDNESDAY 17:19
The interviewers will be regularly in touch with the SIO who is still gathering information throughout the process.

 

WEDNESDAY 17:54
Following on from an arrest, searches will be taking place at all locations linked to the crime.
WEDNESDAY 18:09
The SIO will work with local neighbourhood officers looking at how the incident affects the local community and how they can minimise any negative impact.

WEDNESDAY 18:17
The SIO will also make sure that they are keeping the senior command team and the Police and Crime Commissioner (PCC) informed of any developments as they happen.

 

WEDNESDAY 18:37
We?ve reached the end of our updates. After a 48 hour period any suspects would either have been charged or released on bail. In certain circumstances officers will have applied to a magistrate for a further extension for questioning.

Superpromoters in risico- en crisiscommunicatie

superpromoters

Hieronder de samenvatting van het literatuuronderzoek dat Crisislab deed in opdracht van WODC naar superpromoters in risico- en crisiscommunicatie. Er zijn organisaties die claimen dat ze voor commerci?le doeleinden superpromoters via social media?deels automatisch kunnen detecteren middels een aantal van de hieronder genoemde eigenschappen. Zou dit ook voor veiligheidstoepassingen als risico-en crisiscommunicatie kunnen?

Aanleiding en definitie van het onderzoek

De overheid zoekt naar nieuwe manieren om haar boodschap zo overtuigend mogelijk over het voetlicht te krijgen. Dit geldt in het bijzonder in situaties waarbij de boodschap activerend is dat wil zeggen bedoeld is om mensen tot door de overheid gewenst handelen te laten besluiten, bijvoorbeeld om met een risico of crisissituatie om te gaan.

In 2009 werd door Vogelaar voor het eerst het begrip ?superpromoter? ge?ntroduceerd. Een superpromoter is ?een enthousiasteling die zijn enthousiasme deelt en anderen hiermee be?nvloedt?. Superpromoters spelen volgens Vogelaar een centrale rol in hun sociale netwerk doordat ze anderen bewust of onbewust met hun enthousiasme aansteken en daarmee een boodschap overtuigend over het voetlicht brengen. Het concept is momenteel alleen gedefinieerd en toegepast waar het gaat om de verkoop van commerci?le producten.

Om de kansen voor en bedreigingen bij het inzetten van ?superpromoters van overheidsbeleid? in kaart te krijgen, heeft het WODC Crisislab gevraagd een literatuuronderzoek uit te voeren naar de effecten van het gebruik van superpromoters bij risico- en crisiscommunicatie.

Onder risicocommunicatie verstaan we in lijn met de klassieke definitie van Leiss ?de uitwisseling van informatie over aard, omvang en beheersingsmogelijkheden van een risico tussen alle betrokken actoren uit de samenleving zoals openbaar bestuur, wetenschap, bedrijfsleven en burgers?.

We zien crisiscommunicatie vervolgens als verbijzondering van risicocommunicatie waarbij het specifieke crisiskarakter, dat wil zeggen tijdsdruk, onzekerheid en een geschokte samenleving, specifieke eisen aan de crisiscommunicatie stelt.

Voor de definitie van een superpromoter van overheidsbeleid sluiten we zoveel mogelijk aan bij de definitie van Vogelaar: Een superpromoter van overheidsbeleid is een individu dat vanuit zijn/haar intrinsieke motivatie een standpunt van de overheid verspreidt binnen zijn/haar sociale netwerk waar deze persoon naar verwachting overtuigingskracht heeft.

Welke factoren bepalen theoretisch de effectiviteit van de superpromoter?

De meest bepalende factoren die samenhangen met de vier kernelementen (intrinsieke motivatie, het persoonlijk sociaal netwerk van de superpromoter, de activerende overheidsboodschap en verwachte overtuigingskracht) en die invloed hebben op de effectiviteit van superpromoters zijn de volgende.

De intrinsieke motivatie wordt volgens de zogenaamde zelfbeschikkingstheorie bepaald door de mate

  • waarin iemand in vrijheid, naar eigen goeddunken, kan handelen (gepercipieerde autonomie)
  • van (ervaren) verbondenheid die iemand met een persoon, groep of cultuur voelt
  • van de (gevoelde) competentie om de handeling uit te voeren.

Intrinsieke motivatie wordt verder vergroot door eigen ervaring met een risico en verkleind door vormen van beloning (anders dan positieve feedback).

Dominant is dan verder voor de andere drie kernelementen dat het persoonlijk netwerk sociale massa heeft: de heersende sociale normen en waarden hebben een beperkend effect op boodschappen die er niet bij passen (en daarmee op zenders van die boodschappen) en een stimulerend effect op zenders en boodschappen die er wel bij passen.

Variabele eigenschappen van het persoonlijke sociale netwerk die invloed hebben zijn:

  • hechte verbindingen tussen zender en ontvanger hebben een positief effect op de overdracht van complexe boodschappen en het bereiken van een gedragsverandering bij de ontvanger.
  • zwakke verbindingen zijn echter wel geschikt voor het snel overbrengen van een simpele boodschap wanneer zeker de ontvanger al gemotiveerd is om die uit te voeren zoals in crisisomstandigheden. Omdat mensen een groter (potentieel) zwak netwerk hebben zijn in dergelijke omstandigheden meer mensen te bereiken.

Meer algemeen geldt dat de boodschap beter overkomt als hij persoonlijk is gemaakt. Het gevaar is dan wel dat zo?n persoonlijke boodschap op andere ontvangers een negatief effect kan hebben. Geloofwaardigheid is een laatste onafhankelijk eigenschap van de boodschap: aspecten als perceptie van de waarheidsgetrouwheid bepalen de ontvangst van de boodschap.

De overtuigingskracht van de zender wordt bepaald door zijn geloofwaardigheid (waar het aspect betrokkenheid onder valt) en de mate waarin de ontvanger zich met de zender kan identificeren. Ook van belang is de mate van gepercipieerde congruentie tussen zender en zijn boodschap.

Samenvattend kan echter gesteld worden dat de literatuur geen integraal en voorspellend model kent waarin het effect van al deze factoren in is samengebracht.

Wat zijn morele afwegingen voor de overheid bij inzet van superpromoters?

In de meest algemene zin is risico- en crisiscommunicatie in de zin van dit onderzoek gericht op het bewerkstelligen dat burgers bepaalde door de overheid gewenste handelingen uitvoeren. Risico- en crisiscommunicatie heeft daarmee een ?manipulatief? uitgangspunt: het roept daarmee in de eerste plaats de ethische vraag op of het wel aan de overheid is om de autonomie van burgers te willen inperken door be?nvloeding. In de tweede plaats is de ethische vraag of de overheid wel zeker weet of de activerende boodschap wel de juiste is: in het verleden kwam het wel eens voor dat het standpunt van de overheid ?met de kennis van nu? niet de juiste was om burgers optimaal te beschermen tegen een risico.

In de literatuur wordt samenvattend vooral gesteld dat uiteindelijk de morele afweging moet zijn dat sturende boodschappen ethisch zijn mits burgers maar de realistische mogelijkheid hebben om af te wijken van de ?wens? van de overheid en de overheid democratisch besluit op basis van een afweging welke handelingen het grootste maatschappelijk nut hebben.

Voor crisiscommunicatie geldt dat het bieden van directe, niet neutrale, manipulatieve informatie legitiem is wanneer dat ertoe bijdraagt dat de ontvanger van die informatie kan handelen om zich te beschermen tegen directe en grote gevaren. Het bieden van neutrale informatie die door de ontvanger gewogen en ge?nterpreteerd moet worden kost in zo?n situatie immers mogelijk teveel tijd.

Deze algemene afwegingen gelden mutatis mutandis ook voor de afweging om superpromoters in te zetten. Specifiek voor de inzet van superpromoters geldt echter dat er een extra verantwoordelijkheid rust op de schouders van de overheid omdat in dit geval gewone burgers worden gebruikt die voor eventuele onjuiste handelingsperspectieven geen verantwoordelijkheid mogen dragen of het slachtoffer worden van een negatieve reactie van de ontvangers van de overheidsboodschap (zie ook de paragraaf hierna).

Samenvattend moet de overheid wel erg overtuigd zijn van de juistheid van haar activerende boodschap voordat zij superpromoters inzet.

Onder welke omstandigheden werkt de inzet van superpromoters voorspelbaar averechts??Uit de literatuur komen drie mechanismen naar voren die tot voorspelbaar averechtse effecten leiden bij de inzet van superpromoters:

In de eerste plaats zullen mensen met een sterk negatieve grondhouding ten opzichte van een boodschap die boodschap selectief ontvangen en ervaren dat als motivatie tot een tegen(communicatie)actie. Dit kan leiden tot antipromoters zoals bijvoorbeeld bekend als reactie op vaccinatiecampagnes door de overheid.

In de tweede plaats zal de inzet van superpromoters leiden tot aandacht in de media en daarmee volgens de heersende medialogica ook tot ten minste evenredige aandacht voor het tegengestelde perspectief. Hierdoor zullen bijvoorbeeld antipromoters meer media aandacht krijgen.

Meer algemeen zal in de derde plaats zal een activerende boodschap die niet overkomt om welke reden dan ook leiden tot een (door de overheid ongewenste) compenserende tegenreactie bij de ontvanger. Dergelijke boemerangeffecten kunnen ook gericht zijn op de superpromotor als bron van de slecht ontvangen boodschap.

Samenvattend: Wanneer en hoe kunnen superpromoters theoretisch het beste ingezet worden?

De kerngedachte achter de inzet van superpromoters is dat intrinsiek gemotiveerde burgers binnen hun netwerk een overheidsboodschap met meer overtuigingskracht kunnen verspreiden dan de overheid met klassieke communicatiecampagnes zou kunnen.

Terug redenerend zou de overheid als volgt moeten handelen om superpromoters in te zetten:

  • Gegeven een bepaalde doelgroep voor risico- of crisiscommunicatie, moet de overheid analyseren welke de doelgroep overlappende persoonlijke netwerken van geschikte?potenti?le?superpromoters aanwezig zijn.
  • De?potenti?le?superpromotors moeten vervolgens worden toegerust met informatie (de activerende overheidsboodschap en eventueel competenties om a) intrinsiek?gemotiveerd te raken en b) naar verwachting overtuigingskracht te krijgen.

We merken hier al op dat in de literatuur geen prescriptieve aanwijzingen zijn gevonden die kunnen helpen met de bovenstaande analyse, dat wil zeggen met het helpen traceren van de?potenti?le?superpromoters. Uit de beschrijving is al meteen op te maken dat de inzet van superpromoters voor niet bijzonder urgente?risicocommunicatie daarmee in het algemeen een arbeidsintensieve zaak zal zijn zodat het besluiten daartoe (in plaats van reguliere communicatie) een bijzondere reden behoeft.

Anders zou het kunnen zijn in crisissituaties: de literatuur laat zien dat tijdens crises er situationeel altru?sme optreedt, d.w.z. dat mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om het goede te willen doen, dat er snel?potenti?le?netwerken geactiveerd kunnen worden van 5 bijvoorbeeld mensen in elkaars fysieke nabijheid of die een vorm van?contact hebben via sociale media.

De inzet van superpromoters in crisissituaties is zo beschouwd bijna onvermijdelijk en dan ook regelmatig aan de orde. Cruciaal is hier de snelle beschikbaarheid van een vertrouwenwekkende overheidsboodschap die een relevant handelingsperspectief geeft.

Slotsom

Het concept superpromoters dat centraal staat in dit onderzoek past in een serie van concepten die andere vormen van overheidscommunicatie mogelijk maken. Te denken valt aan andere concepten die benadrukken dat overheid aanwezig moet zijn op de plaatsen waar de samenleving ?spreekt? over de zaken die haar aan het hart gaan zoals in de zogenaamde discourscommunities en in de sociale media. Dit literatuuronderzoek geeft geen definitief antwoord op de vraag wanneer en hoe superpromoters kunnen worden ?ingezet? als modern communicatiemiddel. De literatuur bevat dergelijke inzichten simpelweg nog niet. Het biedt de overheid hopelijk wel mogelijkheid tot afweging. De inzichten uit dit rapport zijn bewust zo gepresenteerd dat ze voor een belangrijk deel ook breder bruikbaar zijn voor diegenen die nadenken over moderne interactieve overheidscommunicatie.

Bronnen: WODC

App: FireChat

firechatheader

FireChat is een mobiele app van Open Garden?die draadloze ad hoc mesh-netwerken kan gebruiken (via Bluetooth of Wifi) tussen?smartphones om berichten peer-to-peer (direct of via mobiele telefoonhubs) naar elkaar door te sturen. Zonder dat je dat via internet doet. Handig als je onder de radar wilt blijven, of als je weet dat de Chinese regering bepaalde internetdiensten blokkeert.

De app werd gelanceerd in maart 2014 (iTunes, Android) en werd voor het eerst populair in Irak nadat de overheid beperkingen oplegde voor het gebruik van internet. Maar het gebruik van dienst is pas echt onder aandacht gekomen bij de recente protesten in?Hong Kong. De ontwikkelaars zeggen erover: ” Mensen moeten begrijpen dat dit niet een app is die absoluut veilig is om alles in te delen, want er kan nog steeds iemand in het ad-hoc netwerk zitten die berichten afvangt en ze tegen je gebruikt. ” De app is volgens de makers niet expliciet bedoeld?voor?veilige of prive-communicatie, want er wordt (nu) nog niets versleuteld. Wel is het een manier van communiceren die onder de telecom en internetproviders uitkomt, want die heb je niet nodig met deze app.

iPhone Screenshot 3iPhone Screenshot 4iPhone Screenshot 5A screenshot of the Firechat app

Het werd gebruikt tijdens de massale Hong Kong protesten:

Hong Kong protesters

En in Irak was het eerder ook al zeer populair:

Bronnen: VentureBeat, USAToday, BBC, Forbes, IBTimes, Wikipedia, TIME

 

 

 

Harde les of hardleers? Twee jaar na Project X Haren

Hieronder een blog van Gilbert Sewnandan dat op Ambtenaar 2.0 gepost werd twee jaar na dato terugkijkt op Project X Haren met daarin zijn eigen rol en de mening van een aantal experts.

Alweer 2 jaar geleden kreeg de gemeente Haren te maken met de rellen van ProjectX. Een oproep op de sociale netwerksite Facebook om naar het ‘sweet 16’ verjaardagsfeestje van een meisje uit het dorp te komen, liep volledig uit de hand. Met vernielingen, plundering, alcoholmisbruik en een open zenuw in het Groningse villadorp als resultaat. Een half jaar later trad Burgemeester Bats af nadat de onderzoekscommissie Cohen haar bevindingen presenteerde. E?n van die bevindingen was dat overheidsinstanties niet goed voorbereid waren op het fenomeen ‘sociale media’ als trigger in een crisis. De ‘Facebook rellen’ noopten Cohen tot de aanbeveling om het kennisniveau bij overheidsdienaren van ‘sociale media’ snel op niveau te brengen.

2 jaar na dato
En hoe ver zijn gemeenten, politie en bestuurders nu met sociale media? Zijn sociale media opgenomen in reguliere communicatie(strategie) van overheden? En hoe zit het met webmonitoring : het luisteren op internet? Zijn ambtenaren inmiddels voldoende opgeleid en getraind? Verschilt het gebruik van sociale media door wijkagenten en buurtwerkers van dat van bestuurders? Vinden we nog steeds zelf het wiel uit of bundelen we landelijke kennis en ervaring?

Experts aan het woord

Arnout de Vries is senior innovator bij TNO, schreef diverse artikelen en gaf presentaties over ProjectX Haren. Over de mate waarop de politie nu preventief het internet monitort zegt hij: “de indruk die Minister Opstelten geeft van ‘ga rustig slapen, we schuimen nu 24 uur/dag het internet af’, is een schijnzekerheid.” Er komen steeds alternatieve internetplatformen bij. Jongeren en criminelen bewegen zich van de grotere platformen af op zoek naar nieuwe, minder gemakkelijk te monitoren netwerken. We moeten eraan wennen, zegt Arnout: de overheid loopt altijd achter de digitale feiten aan. Ook de afstemming tussen overheden over de inzet van monitoringtools kan beter. Over het actief aanwezig zijn op sociale media is hij positiever: “Nederland telt zo’n 1.800 twitterende wijkagenten. Dat lokale niveau maakt het persoonlijk; op twitter volg je m?nsen, niet organisaties.” Maar aanwezig zijn op sociale media heeft ook een keerzijde. Handhavers en hulpverleners krijgen steeds meer te maken met digitale agressie. En dat leidt weer tot terughoudendheid in het gebruik van sociale media bij deze ambtenaren.

Wouter Jong is adviseur crisisbeheersing van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en begeleidde burgemeester Bats tijdens en na de rellen op 21 september 2012. Hij wijst erop dat ‘sociale media’ niet enkel een communicatietaak is. “Communicatiemensen hebben de neiging dat naar zich toe te trekken, maar zoals in Haren kwam er ook intelligence bij kijken. De politie, niet de communicatieafdeling moet inschatten wie de smaakmakers zijn, wat ze van plan zijn, of het tot openbare orde problemen gaat leiden of niet. Het is niet alleen het speeltje van de afdeling communicatie.” In reguliere omstandigheden pikken bestuurders de kansen en bedreigingen van sociale media snel op, is zijn ervaring. ?Vaak ook sneller dan de ambtelijke organisatie?, vindt Wouter. “Om de kansen en bedreigingen te ervaren, moet de overheid vooral v??l vlieguren maken op de sociale media.” Iets dergelijks als ProjectX Haren zal Nederlandse gemeenten niet snel meer overkomen: “Haren was een ‘perfect storm’: alle onheil kwam tegelijk. Er was geen houden meer aan.”

Ina Strating is specialist crisiscommunicatie/nazorg bij Howaboutyou dat zich richt op webcare en social media monitoring. Ina merkt zeker dat gemeenten meer bewust zijn van de invloed van sociale media. “Maar tussen ‘intentie om’ en ‘daadwerkelijke inzet’ van sociale media zit een gat. De overheid onderschat hoe hard de ontwikkelingen in de ‘buitenwereld’ gaan.” M??r nog dan opleiden en trainen van ambtenaren is er organisatieverandering bij overheden nodig om openheid en transparantie te bewerkstelligen, vindt Ina. Wat crisiscommunicatie betreft ziet Ina mooie dingen op lokaal niveau gebeuren. Maar op niveau van de Veiligheidsregio en hoger (ministeries) is het voornamelijk zenden op sociale media.

Conclusie?
Omdat ik zelf ook betrokken was bij de communicatie rond ProjectX – zie links naar mijn blogs hieronder – heb ik in de afgelopen twee jaar de ontwikkelingen op sociale media gebied bij de overheid proberen te volgen. Zeker, er zal geen gemeentelijke communicatieafdeling zijn voor wie sociale media onontgonnen gebied zijn. Steeds meer communicatiemensen en andere gemeenteambtenaren worden opgeleid en/of doen praktijkervaring op. Bij grote evenementen in de stad Groningen werken we tegenwoordig schouder en schouder met de collega’s van de politie bij het monitoren van het web. Ook zijn er gesprekken gaande over afstemming op regionaal niveau van de Veiligheidsregio. Maar de overheid moet v??l meer vlieguren moet maken op sociale media vanuit een organisatie die open en transparant is. Dat betekent risico lopen, kennis uitwisselen en (blijven) experimenteren. En de realiteit is dat we als overheid altijd achter de ontwikkelingen en nieuwe technieken zullen aanlopen. Dat geeft niets maar betekent des te meer dat we innovatieve technieken moeten omarmen en uitproberen. “If at first you don’t succeed, try try again!”

Links naar eerdere blogs:

de invloed van social media tijdens de slag om Haren
En wat doen we na Cohen?

Meer over?achtergrond ProjectX Haren?

Bronnen: Ambtenaar 2.0

Noodweer op Pinkpop

noodweer pinkpop

Op 7, 8 en 9 juni 2014 vond in Landgraaf het jaarlijkse festival Pinkpop plaats.?Elke festivaldag komen 60.000 bezoekers naar het evenement. Zowel landelijke als?regionale media besteden ruim aandacht aan het festival met live-registraties en?nieuwsupdates via radio, tv, gedrukte en online media. De editie van 2014 staat in het?teken van de Rolling Stones en Metallica, maar zeker ook het noodweer.?In de nacht van 8 op 9 juni kregen de festivalgangers al flinke buien te verduren.?Het slechte weer werd al in de ochtend van 9 juni aangekondigd, maar vanaf het?einde van de middag werd duidelijk dat het festival getroffen zou worden. Om 12.30?uur kondigde het KNMI code geel af en al om 12.40 uur code oranje. Om 18.53 uur?kondigt het weerinstituut voor de regio Limburg code rood af. Vanaf 18.40 uur zijn de?hulpdiensten uit voorzorg ook opgeschaald tot GRIP 3. Van 20.00 uur tot 20.40 uur?teisterden fikse onweersbuien het festivalterrein. Kort daarna schaalde het KNMI?af naar code oranje en daarna code geel. De schade beperkte zich tot omgewaaid?materiaal en er vallen geen gewonden. Het incident kan daarom het beste worden?beschreven als predictieve risicocrisis.

Deze analyse, komend uit ?Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten? beschrijft de communicatie van de?hulpdiensten en festivalorganisatie in relatie tot de?beleving van mensen geuit op sociale media.

Pinkpop1
1 Feitenrelaas en analyse

Sociale media
Tot het tijdstip dat het KNMI voor de regio Limburg code oranje afkondigt (12.40?uur), versturen de offici?le instanties weinig tot geen berichten over het naderende?onweer. Alleen burgemeester Vlecken adviseert zijn volgers in de ochtend regelmatig?de weersverwachting te bekijken. Op dat moment is het ook nog niet zeker of het?noodweer tijdens het festival Landgraaf aan zal doen. De Pinkpop-organisatie laat?om 14.35 uur op haar Facebookpagina weten dat de weersverwachting tot in de loop?van de avond goed is en dat zij de voorspellingen nauwlettend in de gaten houdt en
bezoekers daarover zal informeren.

Om 18.47 uur kondigt het KNMI voor Limburg code rood af wegens verwacht noodweer.?Dan beginnen met name de politie Limburg, politie Brunssum/Landgraaf en de?Veiligheidsregio Zuid-Limburg via Twitter te communiceren. Om 19.05 uur twittert de?politie Limburg dat overleg tussen de gemeente, politie en de organisatie van Pinkpop?over de weersverwachting niet heeft geleid tot extra maatregelen.?Om 18.40 uur schalen de hulpdiensten op naar GRIP 3. Vanaf 19.58 uur start de?veiligheidsregio Zuid-Limburg de communicatie op Twitter met handelingsperspectieven
voor bezoekers (?ga gehurkt zitten en blijf uit de buurt van bomen?). Om 20.16 uur vraagt?de veiligheidsregio omwonenden hun wifi-poorten open te zetten voor bezoekers.?Tussentijds corrigeert de veiligheidsregio berichtgeving van L1 via Twitter met het?bericht ?bezoekers krijgen instructies en het gerucht ?camping A is niet ontruimd? klopt?niet?. De politie-accounts retweeten het bericht van de veiligheidsregio. De gemeente?communiceert vooral via haar eigen website en gebruikt Twitter om mensen daarop?te wijzen. De gemeentewebsite verwijst door naar de website van Veiligheidsregio?Zuid-Limburg. De Pinkpop-organisatie communiceert tot dat moment niet via Twitter?of Facebook.

Pinkpop2

Vanaf 20.45 uur domineren de politie-accounts de offici?le woordvoering op?Twitter met een herhaling van handelingsperspectieven en ontkrachting van?evacuatiegeruchten. (Enkele sporthallen zijn in gereedheid gebracht voor opvang).?Vanaf 20.54 uur communiceert de Pinkpop-organisatie op Twitter en Facebook dat het?ergste onweer is geweest, er geen gewonden zijn gevallen en ze bedankt alle bezoekers?voor hun medewerking en geduld. De politie-accounts (Twitter) versturen dezelfde?boodschap. De berichten gaan daarna weer over de programmering van Pinkpop en
de verkeersstromen. De politie verwijst naar L1 voor een verslag van het noodweer.?De Veiligheidsregio Zuid-Limburg communiceert in deze periode niet via Twitter.

Pinkpop3

Ook de traditionele media communiceert via Twitter. De regionale omroep L1 is?actief via meerdere accounts (@L1, @L1nws en @L1festival) en ook twitterende?verslaggevers (@nilsrompen en @frankmoonen) berichten veel over het noodweer. De?twitteractiviteit van L1 loopt daarbij parallel aan de totale activiteit op sociale media.

Pinkpop4
Om 00.36 uur verstuurt de Veiligheidsregio Zuid-Limburg een laatste tweet met een?link naar de website van de veiligheidsregio met een verzameling van feiten over het?noodweer op Pinkpop.

Traditionele media
Voor veel landelijke media is het aangekondigde noodweer op 9 juni een alinea in het?nieuws, en niet het centrale onderwerp. Dat komt pas de dag daarna. De afgekondigde?weeralarmen zijn aanleiding voor nieuwsartikelen over onder andere Pinkpop. De?Limburgse regionale omroep L1 duikt vanaf de ochtend wel op het nieuws. Het?noodweer vormt op 9 juni de rode draad van de Pinkpop-uitzending op L1 Radio.?Zij hebben tussen 10.40 uur en 16.30 uur drie extra radio-uitzendingen met daarin?updates over het weer. In interviews om 12.17 uur en 15.36 uur zegt organisator?Jan Smeets zich nergens zorgen over te maken, omdat ze goed voorbereid zijn.?Om 18.30 uur besteedt L1 in het televisienieuws aandacht aan de situatie op Pinkpop.

Er zouden nog geen extra maatregelen nodig zijn, maar bezorgde ouders bellen?ondertussen wel massaal naar Pinkpop, aldus de nieuwszender.?Om 19.30 uur komt L1 weer met een extra tv-uitzending. Deze uitzending is niet?meer beschikbaar op L1.nl, maar uit tweets over de uitzending is af te leiden dat er?opnieuw een crisisoverleg is geweest, dat de hulpdiensten paraat staan en de GGD is?opgeroepen voor mogelijke calamiteiten, en de organisatie nog geen extra maatregelen?getroffen heeft.

Presentator Giel Beelen meldt om 19.30 uur – bij aanvang van de live-uitzending van?Pinkpop (NTR/VARA/VPRO) – dat er noodweer op komst is, maar de meeste aandacht?gaat uit naar de optredens. De uitzending is een combinatie van live-verslag en?dagregistraties. Om 19.57 uur vertelt presentator Eric Corton dat organisator Jan?Smeets zojuist op het hoofdpodium veiligheidsinstructies aan de bezoekers gaf (?weg?bij lichtmasten & gehurkt op de grond gaan zitten?). Ook richt Corton zich speciaal tot?de bezorgde ouders met de boodschap dat ?als we allemaal rustig blijven, het allemaal?goed gaat komen?. In de volgende updates herhalen de presentatoren deze berichten?meerdere malen met de conclusie dat bezoekers zich goed aan de instructies houden.?Ook benoemen de presentatoren het ?spectaculaire wolkendek? dat boven Pinkpop?hangt, maar de meeste aandacht blijft uitgaan naar de optredens en voorgemonteerde
registraties van eerder op de dag. De uitzendingen op radio 3FM en de website 3voor12?volgen hetzelfde patroon.

Als het noodweer volop gaande is, last L1 om 20.30 uur weer een extra?nieuwsuitzending in. L1 neemt de kijker daarin mee in de sfeer en de genomen?maatregelen op Pinkpop. De regionale omroep gaat in op scenario?s aan de hand van:
> verslaggevers die de sfeer op het festivalterrein beschrijven
> een weerman die zijn voorspellingen over het noodweer geeft
> een woordvoerder van de politie die vertelt paraat te staan om vrijwillig vertrekkende?mensen het terrein af te helpen
> burgemeester Raymon Vlecken die concludeert dat alles vlekkeloos verloopt en niet in de?laatste plaats om de kalmte die de bezoekers bewaren; hij geeft aan dat de geleerde lessen
van Pukkelpop onderdeel zijn van het veiligheidsplan van Pinkpop
> een woordvoerder van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg met de boodschap dat er geen?moment paniek heerst op het terrein
> een contactpersoon die in de studio contact onderhoudt met hulpdiensten, uitlegt wat?GRIP-3 betekent en kijkers wijst op het ingestelde publieksnummer voor meer informatie.

Tijdens de uitzending wordt duidelijk dat het optreden van Metallica verlaat doorgaat.?Het nieuwsitem wordt afgesloten met een oproep aan bewoners rondom Megaland?om hun wifi-poorten open te stellen voor de festivalgangers, zodat zij contact kunnen?opnemen met het thuisfront.?In de live-uitzending op Nederland 3 zegt Pinkpop-organisator Jan Smeets om 21.56?uur dat de communicatie ?naar de overheid is verplaatst? vanwege de opschaling naar?GRIP 3. Hij heeft naar eigen zeggen continu overleg met het ROT en de burgemeester,?maar sluit het interview af met het bericht dat ?hij niet teveel mag zeggen, want?de burgemeester en leidinggevenden vinden dat hij de afspraken niet nakomt om?gezamenlijk vragen te beantwoorden.?
Aan het einde van de avond is meteoroloog Margot Ribberink te gast in Knevel & Van?den Brink. Zij geeft aan dat MeteoConsult de gehele dag veelvuldig contact onderhield?met de organisatie van Pinkpop. Ook schakelen Knevel & Van den Brink met Giel Beelen?die persoonlijk verslag doet vanaf het Pinkpopterrein. Beelen geeft toe een beetje?bang te zijn geweest, maar dat iedereen rustig is gebleven en dat het goed is gegaan.?De belangrijkste vraag van Knevel & Van den Brink is of er een ramp is voorkomen?met Pukkelpop in het achterhoofd. De conclusie van Ribberink is dat men de kalmte?wist te bewaren, maar dat er wel risico?s zijn genomen. Burgemeester Vlecken belt?volgens Knevel & Van den Brink op eigen initiatief de redactie en wordt in de uitzending
gehaald. Hij legt uit waarom niet is ge?vacueerd en probeert de conclusies van?Ribberink te ontkrachten.

2 Tijdblokken
Het online gesprek op Facebook en Twitter over het (naderende) noodweer op Pinkpop?is in te delen in drie tijdblokken met elk een dominant thema:
>> 00.00 tot 18.53 uur: Zal het noodweer Pinkpop treffen?
>> 18.53 tot 21.00 uur: Afkondiging code rood; het noodweer barst los.
>> 21.00 tot 24.00 uur: Ergste onweer voorbij; evaluatie komt op gang.
Pinkpop5

00.00 tot 18.53 uur: Treft noodweer wel of niet Pinkpop?
Aangezien bezoekers in de nacht van 8 op 9 juni ook al te maken kregen met flinke?buien, kijken enkelen ?s nachts en in de ochtend al vooruit naar het aangekondigde?slechte weer aan het einde van de dag. Op dat moment is het nog onzeker of het?naderende noodweer ook Pinkpop bedreigt. Op basis van weersverwachtingen,?maar vooral de buienradar trekken mensen de conclusie dat het in de avond kan?gaan spoken op Pinkpop. Op 9 juni is ?s middags de website Buienradar.nl af en toe?niet bereikbaar door een te groot aantal bezoekers tegelijkertijd. Festivalbezoekers
benoemen op hun beurt vooral de enorme hitte en dat zij wel wat verkoeling?kunnen gebruiken.?> Buienradar spiegelt mensen naderend onweer voor (screenshots worden gedeeld).
> ?Vanavond kan heftig worden?.
> Berichten over hitte van bezoekers: ?laat dat noodweer maar komen?.
> Hoop op rustig verloop van de avond onder thuisblijvers.
> Enkele vragen over veiligheid en eventuele maatregelen Pinkpop.
> Eerste associaties met Pukkelpop 2011.
> Quotes van Pinkpop-organisatie ?nog geen directe dreiging?, daarna ?indien noodweer,?dan open ruimtes opzoeken?.
> Enkele berichten van ongeruste ouders met kinderen op Pinkpop.

Vanaf de melding ?code oranje? om 12.40 uur groeit de bezorgdheid onder thuisblijvers.?Thuisblijvers domineren het online gesprek. De weersvoorspellingen zorgen vooral voor?bezorgdheid onder ouders met kinderen op het festival. Vragen gaan met name over de?veiligheid en mogelijke maatregelen die de festivalorganisatie treft. Twitteraars stellen?ze soms, maar meestal niet, direct aan de organisatie van Pinkpop of andere offici?le?instanties, maar krijgen geen reactie. Een enkeling maakt zich ook zorgen over het?optreden van Metallica: ?Heel slecht weer verwacht bij @pinkpopfest. Shit, Martijn en?Marleen zijn daar NU! Metallica speelt toch vanavond wel???
Een kleine groep twitteraars vindt dat het weeralarm al genoeg zegt en dat mensen?weg moeten wezen. Enkele thuisblijvers koppelen het noodweerscenario aan de?ervaringen met Pukkelpop in 2011. Twitteraars op Pinkpop lijken zich nog weinig zorgen?te maken. Op de Facebookpagina?s van 3FM, 3voor12 en Pinkpop wordt op dat moment?nog weinig gesproken over het noodweer.

18.53 tot 21.00 uur: Bezorgdheid gaat over in angst en klachten
Het bericht dat het KNMI code rood afkondigt voor Limburg, werkt als katalysator?voor het aantal berichten over Pinkpop. Bij thuisblijvers leeft veel bezorgdheid, maar?naarmate het noodweer dichterbij komt groeit ook het aantal berichten met angst en?klachten. Veel thuisblijvers snappen niet dat de organisatie het festival toch door laat?gaan ondanks het weeralarm. Tegelijkertijd klinkt een tegengeluid met meer begrip?voor het besluit, omdat grote paniek op het terrein nog erger is en bovendien ?waar?laat je 60.000 bezoekers??. Het online gesprek bestaat tijdens deze twee uur uit de?volgende ingredi?nten.
> Weeralarm ?code rood voor Limburg? zorgt voor flinke toename berichten.
> Ontstaan van twee kampen: ?onverantwoord om Pinkpop door te laten gaan? versus??afgelasting zorgt voor grotere paniek, dus verstandig besluit?.
> Enkele berichten van thuisblijvers die familie of vrienden op het festivalterrein niet?kunnen bereiken.
> Vergelijking met Pukkelpop 2011 wordt vaak getrokken.
> Aantal vragen en klachten over communicatie Pinkpop en Jan Smeets groeit.
> Berichten vanaf terrein beschrijven een minder bezorgde sfeer.
> Klachten over gebrek aan live-beelden vanaf het terrein.

Vanaf ongeveer 19.30 uur valt het mensen op dat de organisatie van Pinkpop?online niet aanwezig is en niet reageert op gestelde vragen. Hier wordt negatief op?gereageerd. De online communicatie ervaren velen als waardeloos, bijvoorbeeld: ?Geen?enkele communicatie via @pinkpopfest. Onbegrijpelijk! #storm #Pinkpop2014 #pkp11?.?Mensen weten niet dat de Pinkpop-organisatie niet kan reageren omdat is afgesproken?dat de woordvoering bij de veiligheidsregio ligt.?Ook het account@PinkpopWeer (geen officieel account) wordt regelmatig bevraagd en
aangesproken over de weersituatie, maar benoemt dat zij geen onderdeel uitmaken?van de Pinkpop-organisatie en dus niet overal antwoord op kunnen geven.
Pinkpop6
Uit de berichten vanaf het festivalterrein klinkt minder bezorgdheid. Enkelen geven?zelfs aan dat er goede instructies worden gegeven en dat er een gemoedelijke sfeer?heerst. Op Facebook klinken vooral lovende geluiden over de duidelijke instructies en?rustige stem van 3FM-dj Eric Corton die op het podium de bezoekers toespreekt, zoals:??@3FM @pinkpopfest geweldig Eric corton Hoe je de moed erin houdt. Ik moet zeggen?best spannend zo op het veld.? Enkele bezoekers melden dat zij toch maar vertrokken?zijn voor naderend noodweer: ?Toch maar een verstandige keuze gemaakt en #PP14?vervroegd verlaten. Noodweer op komst, veel security geeft instructies. Op weg naar trein.?

In het uur voorafgaand en tijdens het noodweer verwijzen mensen naar het tijdelijk?stopzetten van Pinkpop. Vooral ook de onduidelijkheid over het optreden van Metallica?(en of dat live wordt uitgezonden op Nederland 3) speelt parten. Ook duiken enkele?geruchten op:
> De ontruiming van Camping A.
> Georganiseerde evacuaties.
> Naderende tornado in Aken op 20 km afstand van Pinkpop.
> Blikseminslag in tent (Brand Bier stage).
> Een ingestorte tent.
> Afgelasting van optreden Metallica.

De meeste geruchten hebben een beperkt bereik. Alleen de ontruiming van Camping?A en mogelijke evacuaties leiden tot vragen van traditionele media. De hoax van de?naderende tornado op Twitter wordt door tientallen gedeeld, maar ook door anderen?al snel ontmanteld.?Wanneer code rood voorbij is, groeit het aantal complimenten voor het handelen van?de organisatie, maar ook zijn er mensen die vinden dat Pinkpop geluk heeft gehad:??Dat het goed gegaan is op Pinkpop met het noodweer is eerder goed geluk dan ?goed?voorbereid?, denk ik als ik de beelden zo terugzie??. Opnieuw klinkt Pukkelpop als?doemscenario. Regionale zender L1 krijgt veel lof voor haar actuele en volledige?nieuwsvoorziening. Op de live-uitzending van Nederland 3 is meer kritiek en sarcasme,?omdat het volgens enkelen niet genoeg aandacht besteedt aan het noodweer:??#ned3 zendt heerlijke zonnige middagberichten uit, terwijl op #Twitter te lezen is
dat #Pinkpop NOODWEER ondergaat.?. Veel thuisblijvers verwachten op dat moment?nieuwsvoorziening van de NPO.

21.00 tot 00.00 uur: Discussie over handelen organisatie meer in balans
Wanneer de grote storm is gaan liggen, wordt het ook rustiger op Twitter. Toch gaat?de discussie door over de vraag of de organisatie het nu wel of niet goed heeft?gedaan, maar de twee kampen lijken nu wel meer in balans. Critici reageren op de?Facebookpagina van 3voor12 ge?rgerd op de reactie van organisator Jan Smeets die?in een interview met 3FM na afloop zegt: ?mensen die zeggen dat wij hadden moeten?ontruimen, begrijpen niet hoe deze maatschappij in elkaar zit?. Vanaf 22.30 uur (en de?volgende dag) mengen zich ook festivalbezoekers in het debat op Facebook en Twitter.?Veel van hen geven aan dat zij zich niet onveilig hebben gevoeld, dat de organisatie?complimenten verdient en bovendien dat ?Pinkpop geweldig was?. Sommigen vonden
het noodweer zelfs bijdragen aan de sfeer. De belangrijkste thema?s aan het einde van?de avond zijn:
> Discussie over correct handelen van de organisatie meer in balans.
> Klachten over de communicatiestijl van Jan Smeets.
> Gemiste kans dat Pinkpop niet via Twitter communiceerde tijdens het noodweer.
> Enkele klachten over gebrek aan opvang van bezoekers met een gesneuvelde tent.
> Opluchting over het doorgaan van Metallica.
> ?sensatiezoekerij? door Knevel en Van den Brink.

Na 23.00 uur wordt de uitzending van Knevel & Van den Brink doelwit van kritiek. Velen?vinden dat de presentatoren te lang ?zeuren? over een regenbui. Enkelen beschuldigen?het actualiteitenprogramma van ?sensatiezoekerij?, omdat de presentatoren te veel?zoeken naar de conclusie dat ?Pinkpop aan een ramp is ontsnapt?, bijvoorbeeld:??Pinkpop aan een ramp ontsnapt? Wat een sensatie tv #kvdb. Dat de Mart weer komt?om zijn ego te strelen dat vind ik eerder een kleine ramp.?

3 Conclusies
Uit de online discussie over Pinkpop zijn de volgende conclusies te trekken:

1. Bezoekers en thuisblijvers ervoeren de situatie anders
Op sociale media was een duidelijk verschil zichtbaar tussen de ervaringen van de?bezoekers en thuisblijvers. Thuisblijvers waren (zeker tot aan het eind van de avond)?erg dominant in de beeldvorming. De festivalbezoekers spraken in meerderheid over?goede communicatie, rustige omstanders en een geweldig evenement. Thuisblijvers?speculeerden vanaf het moment dat het KNMI code oranje afkondigde over het wel?of niet afgelasten van het festival. Ze spraken hun bezorgdheid uit over de bezoekers of hun kinderen), maar vooral ook over de gebrekkige informatievoorziening. Zij?gingen voor hun oordeel af op beschikbare informatie, zoals de buienradar, beelden op?sociale media en historische ervaringen (Pukkelpop 2011). Al had de veiligheidsregio?een callcenter ingericht waar gedurende de avond vragen van thuisblijvers werden?beantwoord, de communicatie van offici?le instanties was met name gericht op de
festivalbezoekers. Een gebrek aan informatie bij festivalbezoekers over de situatie?werkte vragen, bezorgdheid en klachten in de hand.?Aan het einde van de avond sloten ook festivalbezoekers zich aan in de discussie over?de vraag of de organisatie wel verantwoord handelde. Velen van hen vonden van wel en?hun stem leek zwaar te wegen. De beeldvorming kantelde en het aantal complimenten?oversteeg het aantal klachten.

2. Verwachtingen bepaalden mede bezorgdheid en klachten
Gesignaleerde klachten en vragen gingen over keuzes die de organisatie maakte?(wel/niet afgelasten, wel/niet evacueren) en over het gebrek aan communicatie. Ook?was er kritiek op de landelijke media die te laat of te weinig over het noodweer zouden?hebben bericht. Achter de vragen, klachten en bezorgdheid op sociale media lijkt een?aantal belangrijke verwachtingen en aannames te zitten:
> weeralarmen en GRIP 3 zijn signalen voor serieuze dreiging
> de organisatie van Pinkpop is verantwoordelijk voor de communicatie
> media en organisatie moeten een overzicht geven van de situatie zodat ik zelf een oordeel?kan vellen of de situatie veilig is
> de organisatie moet onze situatie begrijpen en reageren op vragen, klachten en signalen,?zeker als ze over de kanalen beschikken
> media die live uitzenden moeten ook nieuwsvoorzienend zijn in crisistijd.

3. Gebrek aan informatie maakte de weg vrij voor geruchten
Naast klachten en vragen als uitingsvorm van een informatiebehoefte was de?behoefte aan informatie ook op een andere manier zichtbaar, namelijk in het?crowdsourcing. Mensen gingen zelf op zoek naar informatie. Het risico bij het op die?manier verzamelen van informatie is dat het verificatieproces niet altijd optimaal is en?geruchten ontstaan. Zeker als de informatie niet ter plaatse gecheckt kan worden, is er?het risico dat geruchten breed worden verspreid. Na verloop van tijd werden in dit geval?veel geruchten door anderen weer ontkracht.
Om de ernst of het risico van de situatie te kunnen inschatten, grepen veel mensen?terug op situaties uit het (recente) verleden. Vanwege vergelijkbare elementen (festival?en noodweer) lag een vergelijking met Pukkelpop (2011) voor de hand. Bovendien leken?de donkere beelden die online verspreid werden op die van het festival in 2011. De?burgemeester benoemde die zorg in de uitzending van L1, maar het is opvallend dat in?de berichtgeving van 3FM en de live-uitzending op Nederland 3 deze associatie niet?genoemd werd. Het doemscenario van Pukkelpop was online namelijk erg dominant in?de beleving en een veel gekozen frame bij de beschrijving van de bezorgdheid.

4. Publiek meenemen in de nieuwsvoorziening werd gewaardeerd
De boodschap op 3FM en Nederland 3 was vooral dat als iedereen rustig bleef, zich?hield aan de instructies, het dan waarschijnlijk allemaal goed kwam. De berichtgeving?van L1 was anders van aard en nam de mensen mee in de nieuwsvoorziening. Het?voordeel daarvan was dat mensen meer inzicht kregen in de actuele situatie waardoor?zij zelf een oordeel konden vormen of het goed zou komen. Die presentatievorm van?het nieuws sloot aan op de behoefte. Het is aannemelijk dat dit een van de redenen?was dat L1 na afloop veel meer lof kreeg over de nieuwsvoorziening dan de landelijke?nieuwspartijen.

5. Communicatiestijl maakte verschil
Hoewel de inhoudelijke boodschap van organisator Jan Smeets en 3FM-dj Eric Corton?vrijwel identiek was, werd de integriteit en kundigheid van Jan Smeets veel meer?betwist. Natuurlijk droeg Smeets ook de verantwoordelijkheid waardoor hij kritischer?werd bekeken, maar veel kritiek werd vooral geuit op zijn communicatiestijl. Waar?Corton werd geroemd om zijn rust en duidelijke taal, kreeg Smeets kritiek op zijn?nonchalante houding waarmee hij alle adviezen in de wind leek te slaan. Bovendien?uitte hij zich ongelukkig door in de uitzending op Nederland 3 openlijk de burgemeester?te beschuldigen van een gebrek aan vertrouwen en critici te bestempelen als onwetend?over de werking van de maatschappij.

6. Veel klachten betekent niet een negatieve publieke opinie, het is wel een signaal
Hoewel het aantal klachten online relatief groot was, is het gevaarlijk om te zeggen dat?de publieke opinie op dat moment negatief was. Achter een openlijke uiting van een?klacht zit vaak een bewust of onbewust doel, bijvoorbeeld:
>> ik wil gehoord worden
>> ik wil de situatie begrijpen
>> ik wil contact krijgen met mijn bekenden.

De festivalbezoekers waren grotendeels onbereikbaar, omdat het mobiele netwerk?overbelast was of de batterijen van telefoons aan het einde van het weekend leeg?waren. Bij een gebrek aan informatie en direct contact is het risico aanwezig dat het?online beeld negatief gekleurd wordt. Dat wil echter niet zeggen dat de publieke opinie?in zijn geheel negatief was. Wel is het een signaal dat er een bepaalde behoefte leeft.

Bronnen:?Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten

[slideshare id=63640541&doc=rapport-interne-evaluatie-pinkop-2014-160701105227&type=d]

App: VizSafe

Vizsafe-Shield150

VizSAFE?is een social media platform waarmee?burgers een ??actieve rol kunnen pakken voor?het welzijn van hun gemeenschap. Ze kunnen?foto’s of video’s delen en VizSAFE aggregeert het op kaarten en deelt het met alle leden van de gemeenschap en hulpdiensten. VizSAFE is gratis voor iedereen.

VizSAFE elimineert voor politie instanties hoge kosten voor versnipperde acties. Zoals in de VS en Europa waar veel lokale initiatieven zijn.?Elke keer weer een andere app. VizSAFE is gekoppeld aan onder andere Facebook en Twitter om burgerparticipatie te stimuleren en werkt zonder kosten voor organisaties of de maatschappij.

VizSAFE is volgens nde site bedoeld voor de “goede buren” die de zorg over de veiligheid en het welzijn van hun familie, vrienden en gemeenschappen hoog in het vaandel hebben. En veiligheid wordt breed opgevat:?een omgevallen?boom, een overstroomde weg of een verdwaald dier hoort er allemaal bij. Voor ernstigere problemen deelt het platform de (visuele) informatie real-time met hulpdiensten.

Andersom kunnen hulpdiensten de burgers weer bereiken met multimediale informatie, voorzien van geotag op een kaart?zodat waarschuwingen alleen gericht kunnen worden op?gebruikers in een specifiek?gebied. VizSAFE werkt al samen met diverse overheidsorganisaties.

Bronnen: iTunes,?Google Play,?VizSAFE

iPhone Screenshot 1iPhone Screenshot 2iPhone Screenshot 3

 

Twitteracties niet altijd een succes

twitteractie

Het leek zo?n goed idee. Vorige week lanceerde de New Yorkse politie een twittercampagne met de hashtag #MyNYPD. De bedoeling was dat New Yorkers via deze hashtag gezellige foto?s en bemoedigende berichtjes zouden delen, maar de werkelijkheid bleek een stuk grimmiger. Al snel verschenen de eerste foto?s van politiegeweld, en binnen een paar uur was #MyNYPD trending op Twitter. Een stroom van negatieve berichten volgde. De volgende dag gaf de New Yorkse politie zelf een reactie op de ophef, en die was opmerkelijk goedgemutst. Volgens hoofdcommissaris William Bratton viel het allemaal wel mee, en was hij zelfs ?een soort van blij geweest met alle aandacht?. Maar de vonk sloeg over op andere politiekorpsen, zoals de LAPD die er flink last mee kreeg.?

 

 

Een dag na het New Yorkse drama hield de AIVD een vragenuurtje op Twitter, waar ge?nteresseerden onder de hashtag #halloAIVD hun vraag konden stellen over het werk van de inlichtingendienst. Hoewel sommige twitteraars dit ook echt deden, was de strekking van veel andere berichten vooral melig, met vragen als ?kunnen jullie door een waterkraan?? en ?hoeveel vingers steek ik op?? Een belangrijk verschil met #MyNYPD: de AIVD reageerde een stuk sportiever. Negatieve reacties werden niet genegeerd, en jolige vragen werden op humoristische wijze beantwoord. Zo kreeg de vraag over de hoeveelheid opgestoken vingers het antwoord: ?Als het maar niet de middelste vinger is.? Hoewel de #MyNYPD-actie een stuk dramatischer verliep dan #halloAIVD, laten beide incidenten zien dat zo?n twittercampagne moeilijk te regisseren is. Beide instanties slingerden een hashtag de wereld in en hoopten er het beste van. ?

Organisaties laten zich teveel verleiden door de voordelen van sociale media, stelt Marjolijn Antheunis, universitair docent Sociale aspecten van nieuwe media aan de Universiteit Tilburg. ?Het is relatief goedkoop, in theorie kan je een groot publiek bereiken, dus veel organisaties denken vroeg of laat iets te ?moeten? met sociale media. Daarbij vergeten ze dat zo?n campagne maar moeilijk te sturen is. Dat bleek dan ook uit beide incidenten vorige week.?

Hoewel Antheunis de sportieve reactie van de AIVD te prijzen vindt, vond ze het vragenuurtje geen succes. ?Wat je zag was dat de AIVD, door mee te gaan in de meligheid, bijna niet meer toekwam aan serieuze vragen. In eerste instantie vonden de volgers dat nog wel leuk, maar na een tijdje kwamen er meer berichten in de trant van ?hier betaal ik geen belasting voor?. Misschien heeft de AIVD door deze actie wel meer volgers op Twitter, maar ik kan me niet voorstellen dat het goed was voor hun imago.?

Wat hadden beide partijen beter kunnen doen? Volgens Arnout de Vries, adviseur sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO, hadden ze een gerichtere campagne kunnen bedenken. ?Zowel de New Yorkse politie als de AIVD koos voor een algemene opdracht: stuur je foto?s en stel je vragen. Dan is de kans dat er een loopje met je wordt genomen veel groter. Als ze hadden gekozen voor een focus, bijvoorbeeld ?stel je vragen over solliciteren bij de AIVD? of ?tweet je foto van de agent in jouw gezin? was de schade beperkt gebleven.?

Wat hadden beide partijen beter kunnen doen? Volgens Arnout de Vries, adviseur sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO, hadden ze een gerichtere campagne kunnen bedenken. ?Zowel de New Yorkse politie als de AIVD koos voor een algemene opdracht: stuur je foto?s en stel je vragen. Dan is de kans dat er een loopje met je wordt genomen veel groter. Als ze hadden gekozen voor een focus, bijvoorbeeld ?stel je vragen over solliciteren bij de AIVD? of ?tweet je foto van de agent in jouw gezin? was de schade beperkt gebleven.?

Ook de respons van zowel de New Yorkse politie als de AIVD had beter gekund, stelt Antheunis. ?De politie in New York reageerde te laat en te laconiek. Ze hadden moeten zeggen: ?we hadden dit niet verwacht en zijn ervan geschrokken, maar zijn bereid hierover door te praten.? Dat is tenminste eerlijk. Door te doen alsof er niks aan de hand is gooi je olie op het vuur.?

De AIVD reageerde op tijd, maar raakte teveel verstrikt in haar eigen grapjes, stelt De Vries. ?Toen iemand vroeg welk lotnummer hij moest kiezen, antwoordde men: ?iets dat eindigt op 007?. Vervolgens kwamen er allerlei nieuwe vragen over James Bond en of de AIVD dan ook wapens draagt. Hun grappig bedoelde antwoord cre?erde dus alleen maar meer vragen en verwarring.?

Dat over een twittercampagne als #halloAIVD in het vervolg beter moeten worden nagedacht is helder, maar dat neemt niet weg dat sociale media van groot belang kunnen zijn voor de veiligheidssector. De Vries: ?De overheid is uiteindelijk vooral een dienstverlener. Als ze sociale media op de juiste manier inzetten wordt iedereen daar beter van. Maar het is lastig de balans te vinden.

Dat over een twittercampagne als #halloAIVD in het vervolg beter moeten worden nagedacht is helder, maar dat neemt niet weg dat sociale media van groot belang kunnen zijn voor de veiligheidssector. De Vries: ?De overheid is uiteindelijk vooral een dienstverlener. Als ze sociale media op de juiste manier inzetten wordt iedereen daar beter van. Maar het is lastig de balans te vinden.

Neem de twitterende wijkagent: onderzoek toont dat agenten op Twitter goed zijn voor het imago van de politie. Maar toen bekend werd dat zulke agenten een half uur per dag bezig waren met sociale media, kwam al snel de bekende ?ga toch boeven vangen?-kritiek.? Bedrijven kunnen het effect van sociale media meten in omzet of winst, aldus De Vries. ?Voor overheden is dat veel moeilijker te bepalen.?

Wat ook niet helpt is dat met name veiligheidsinstanties de oude manier van communicatie maar moeilijk kunnen loslaten. De Vries: ?Dat merk je bijvoorbeeld wanneer er echt iets aan de hand is. Ik volg mijn wijkagent op Twitter, net als de burgemeester van mijn woonplaats en de gemeente. Maar tijdens een crisis ? denk aan de ramp in Moerdijk ? blijven ze allemaal stil, terwijl mijn behoefte aan informatie dan juist het grootst is. Pas wanneer de burgemeester een offici?le reactie naar buiten brengt mogen zij ook reageren; de traditionele aanpak.?

Tegelijkertijd doet Nederland het wereldwijd zeker niet slecht: uit onderzoek blijkt dat de politie?hier veruit de meeste sociale media-accounts heeft per inwoner. De Vries: ?In de VS bijvoorbeeld mogen agenten niet zomaar gebruikmaken van Twitter en heeft alleen het korps een algemene aansluiting. Er valt nog best wat te klagen in Nederland, maar onze veiligheidsinstanties werken tenminste aan het cre?ren van meer transparantie.?

Bronnen: NRC Handelsblad,?Volkskrant