SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
De extreem droge zomer die een voorbode leek van wat ons met de klimaatverandering te wachten staat. De aardbeving in Zeerijp, die voor het kabinet aanleiding was om de aardgaswinning op korte termijn te stoppen. De steekincidenten met een vermeend terroristisch motief in Amsterdam en Den Haag. Dit zijn enkele van de casus die worden besproken in de bundel Lessen uit crises en mini-crises 2018.
“Ook dit inmiddels zevende jaarboek laat zien dat er zichtbare en onzichtbare crises zijn. Sommige (mini-)crises genereren enorm veel media-aandacht en bepalen dagenlang het nieuws, zoals de vreugdevuren in Den Haag, de edelherten in de Oostvaardersplassen en het Stint-ongeval in Oss. Andere gebeurtenissen, die zeker niet kleiner zijn, ontwikkelen zich vooral in stilte en blijven lang onzichtbaar, zoals de langdurige droogte van 2018”, vertelt lector Crisisbeheersing Menno van Duin. “Veel van de crises van de toekomst, zoals cyberincidenten, de klimaatverandering en daarmee gepaard gaande gezondheidsrisico’s, zouden zich ook wel eens veel meer ‘onzichtbaar’ kunnen ontwikkelen en manifesteren.”
Institutionele crisis
De aardbevingen in Groningen zijn volgens de opstellers van het jaarboek te typeren als een institutionele crisis, net als een aantal andere gebeurtenissen: de sluiting van de IJsselmeerziekenhuizen, de examencrisis in Maastricht en de reputatieschade die het WODC opliep na het publiek worden van een interne klacht. Van Duin: “Het waren alle gebeurtenissen die schade toebrachten aan het vertrouwen in de overheid, omdat vragen rezen over het functioneren van gezaghebbende instituten.”
Ondermijning openbaar bestuur
Het jaarboek werd vanmiddag gepresenteerd tijdens een drukbezochte bijeenkomst in Arnhem. Burgemeester Ina Adema van Lelystad, die het eerste exemplaar in ontvangst nam, vertelde over wateen burgemeester kan doen als verantwoordelijkheden (ook) bij andere partijen liggen. Wilma Mansveld, directeur van Veiligheidsregio Groningen, ging in op de rol die de veiligheidsregio bij de (dreigende) aardbevingen in Groningen tracht te vervullen. Lector Politie en Openbaar bestuur Pieter Tops hield aansluitend een boeiend betoog over de ondermijning van het openbaar bestuur die steeds zichtbaarder lijkt te worden.
Lessen uit crises en mini-crises 2018 is geschreven voor bestuurders en professionals werkzaam op het terrein van crisisbeheersing en veiligheidsmanagement. De publicatie is uitgebracht door Boom uitgevers Den Haag en is te bestellen in de webshop.
De angst voor fipronil in eieren zorgde er in de zomer van 2017 voor dat de consumptie van eieren drastisch afnam. Dit terwijl de hoeveelheid fipronil in de besmette eieren dermate laag was dat het gezondheidsrisico verwaarloosbaar was. Hoe manage je een crisis waarbij de risicoperceptie groter is dan het daadwerkelijke risico? Met welke dilemma’s heb je te maken in de crisiscommunicatie? Dit is een van de casus die beschreven worden in de nieuwe bundel Lessen uit crises en mini-crises 2017.
“Met dit zesde jaarboek staat de teller inmiddels op 99 casus”, vertelt lector Crisisbeheersing Menno van Duin. “En ook dit keer is er weer een aantal rode draden te ontdekken. In verschillende casus speelt opzet een rol bij het veroorzaken van het probleem. Dat gold voor de fipronil-casus, maar ook voor de cyberaanval op Maersk en voor de Friese actievoerders die de anti-zwartepietenlobby een halt wilden toeroepen.” Een ander terugkerend thema is de timing van maatregelen. “Zo zijn er crisissituaties waarbij de timing wordt ingegeven door de bron van het probleem. Toen orkaan Irma over Sint Maarten en Caribisch Nederland getrokken was, werd direct noodhulp verleend. Daarnaast zijn er situaties waarin min of meer gestuurd kan worden op het moment of de wijze van ingrijpen. Een goed voorbeeld daarvan is de sluiting en ontruiming van camping Fort Oranje, waarbij de veiligheidsregio een bijzondere rol vervulde”, aldus Van Duin.
Rotterdamse aanpak van mini-crises
De uitgave werd vanmiddag gepresenteerd tijdens een plug-in kennissessie waarin werd stilgestaan bij enkele mini-crises. Frank Paauw, politiechef in Rotterdam, vertelde over de komst van de Turkse minister en het kampioenschap van Feyenoord en hoe de lokale driehoek deze twee totaal verschillende mini-crises heeft aangepakt. Arjen Boin, hoogleraar aan de Universiteit Leiden, reflecteerde op mini-crises en ontwikkelingen in crisismanagement. De veranderende rol van de GGD bij crisissituaties werd belicht door Annemieke van der Zijden, directeur bij GGD West-Brabant.
Voor wie?
Lessen uit crises en mini-crises 2017 is geschreven voor bestuurders en professionals werkzaam op het terrein van crisisbeheersing en veiligheidsmanagement.
Sensing is het vermogen van een organisatie om relevante informatie te verzamelen met behulp van sensoren, met de intentie tot opvolging. Met de onze publicatie ‘De toekomst van sensing voor veiligheid’ plaatsen we sensing voor veiligheid in een maatschappelijke context en helpen we onze partners om zelf tot een visie te komen.
Een eenzijdige focus op meer data en informatie over burgers en bedrijven is niet de oplossing voor de toekomst van sensing op veiligheid. Dat leidt alleen maar tot minder privacy en dus minder vrijheid. Uitvoerende veiligheidsorganisaties worden door de snelheid en hoeveelheid van technologische en maatschappelijke ontwikkelingen uitgedaagd om zelf te bepalen welke informatie ze wel ?n welke ze niet nodig hebben.
TNO geeft inzicht in wat er nodig is voor partners actief in openbare veiligheid en vitale infrastructuren, om z?lf een visie op sensing te kunnen ontwikkelen ter ondersteuning van de uitvoering van operationele taken, gestoeld op expliciet beschreven principes die de relatie tussen maatschappij, uitvoerende veiligheidsorganisatie en technologie duiden.
TNO laat tevens zien hoe uitvoerende veiligheidsorganisaties zelf tot een visie op dit zeer actuele onderwerp kunnen komen, zonder dat men vervalt in een welles-nietesdiscussie over kraaltjes en spiegeltjes.
De aanslagen in Brussel en de terreurdreiging rond Schiphol. De ophef over het rubbergranulaat op kunstgrasvelden. De onrust vanwege de Zaanse straatvlogger. Welke dilemma’s speelden bij deze casus en wat kunnen we hiervan leren voor toekomstige situaties? In Lessen uit crises en mini-crises 2016 blikken verschillende auteurs terug op vijftien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar.
Rode draden
Lector Crisisbeheersing Menno van Duin en Vina Wijkhuijs, senior onderzoeker bij het lectoraat, stelden de bundel samen. In het inleidende hoofdstuk belichten zij de rode draden uit de casus. Van Duin: “Een centraal thema is dit keer het belang van continuïteit. Dat gold na het stuwincident bij Grave, maar bijvoorbeeld ook na de hagelstorm in Zuidoost-Brabant en natuurlijk na de aanslagen in Brussel. Hoe zorg je er als overheid voor dat voor ondernemers en burgers de dagelijkse gang van zaken weer zo snel mogelijk doorgang vindt?” Andere thema’s die in het jaarboek aan bod komen zijn omgaan met maatschappelijke en politieke onrust, de rol van veiligheidsregio’s en burgers, de betekenis van bevolkingszorg, en de juridische en financiële verwikkelingen die na (mini-)crises volgen.
Jaarboek bestellen
Lessen uit crises en mini-crises 2016 is geschreven voor bestuurders en professionals werkzaam op het terrein van crisisbeheersing en veiligheidsmanagement. De publicatie is uitgebracht bij Boom uitgevers Den Haag en te bestellen via www.boombestuurskunde.nl.
De publicatie ‘Lessen uit crises en mini-crises 2015’ van het lectoraat Crisisbeheersing is vanaf nu ook gratis digitaal beschikbaar.
In de publicatie worden veertien bijzondere gebeurtenissen uit 2015 beschreven en beschouwd. Er is ruime aandacht voor de vluchtelingencrisis, maar ook voor calamiteiten als het kraanongeval in Alpen aan den Rijn en de wateroverlast bij het VUmc, voor branden (Wateringen, Nijmegen en Rotterdam-Schiebroek) en voor een lokaal milieudrama. Een groot aantal hoofdstukken is deze keer gewijd aan politi?le thema?s, zoals de vorming van de Nationale Politie, de rellen in Den Haag en de bedreigingen aan het adres van supermarktketen Jumbo. Het jaarboek levert de nodige stof tot leren en overdenken op. In de inleidende beschouwing worden de rode draden uit de casus samengevat.
Impact van Social Media op mini-crises
Met de toenemende rol van sociale media neemt ook de wetenschappelijke belangstelling voor het thema toe. Vooral in de Verenigde Staten is al vrij vroeg een groep onderzoekers met het thema aan de slag gegaan en zijn er al vanaf de aanslag van 11 september 2001, en vooral na de overstromingen als gevolg van Katrina (2005), veel artikelen verschenen over de rol van sociale media in ramp- en crisissituaties (zie voor een overzicht Palen & Liu, 2007). Uit dat onderzoek blijkt dat de rol van sociale media bij rampen en crises steeds breder wordt en zich niet beperkt tot de acute fase, maar zich uitstrekt naar zowel de periode ervoor en erna. Het is echter niet zo dat door de komst van sociale media opeens allerlei nieuwe gedragspatronen zijn ontstaan; wel kunnen sociale media bepaalde gedragspatronen versterken.
In eigen land hebben Groenendaal et al. (2012) gekeken naar de betekenis van Twitter voor overheden. Deze was volgens de onderzoekers gering, omdat veel berichten slechts herhalingen, sick jokes of geruchten waren; de meeste tweets bevatten voor de overheden geen relevante informatie, terwijl de tweets van overheden ondergesneeuwd raakten in de berichtenstroom. In een blog gaf De Vries commentaar op deze bevindingen en plaatste enkele vraagtekens bij de observaties. Na bijvoorbeeld het schietdrama in Alphen aan den Rijn (2011) werd door communicatieadviseurs het twitterverkeer grondig geanalyseerd en via Twitter effectief richting publiek gecommuniceerd. Op die manier wist men in korte tijd de geruchtenvorming te keren.
Zelf maakten wij in samenwerking met How About You een publicatie over het berichtenverkeer op sociale media tijdens vijf kritieke momenten, waaronder het noodweer tijdens Pinkpop (2014). Daaruit kon onder meer worden opgemaakt dat het naderen van het onweer door bezoekers van het festival en het thuisfront totaal verschillend werd beleefd, zodat in de communicatie richting beide doelgroepen een ander accent kon worden gelegd. Als daarom uit vrees voor geruchten geen gebruik wordt gemaakt van Twitter (of andere sociale media) mag dat koudwatervrees heten. Juist het thema geruchten is in relatie tot crisisbeheersing interessant. Jong en D?ckers (2016) constateerden wat dat betreft dat er na de actie van Tarik Z. bij de NOS op allerlei vormen van onjuiste berichtgeving een reactie volgde van medegebruikers van sociale media. Deze vorm van zelfreinigend vermogen binnen gebruikersgroepen stemt zeker optimistisch.
Uit het bovenstaande kan worden opgemaakt dat, hoe clich?matig het ook mag klinken, de rol van sociale media nog steeds toeneemt. Dat geldt zowel voor wat betreft de intensiteit van het gebruik, als in termen van nieuwe ontwikkelingen. Zo werd ten tijde van de bedreigingen jegens supermarktketen Jumbo gebruikgemaakt van Periscope. Dit is een in 2015 ontwikkelde app die in staat stelt beelden die met een smartphone worden opgenomen, live te delen met anderen zonder verdere tussenkomst van offici?le mediakanalen. Iemand kan op zo?n manier vrijuit beelden verspreiden van bijvoorbeeld de eerste hulpverlening na een incident, die direct beschikbaar zijn voor diegenen die deze persoon ?volgen?. Na de ontruiming van een Jumbosupermarkt in Groningen werd op deze manier door een klant verslag gedaan van de ontwikkelingen en bleek sprake van een mooi staaltje burgerjournalistiek. Via Periscope konden de volgers vragen stellen aan degene die de beelden uitzond, zodat deze daar direct bij woordvoerders van de politie en brandweer op in kon gaan.
Dit is het?tweede, en laatste deel van onze boekbespreking??Digital Humanitarians ? How Big Data is changing the face of humanitarian response? geschreven door?Patrick Meier. Het boek is werkelijk een?aanrader voor elke crisisbeheersingsprofessional of humanitaire hulpverlener, maar ook elke amateur (of Pro-Am) die op een positieve manier wil bijdragen aan?incidenten en crises?waar ook ter wereld. Veel van de principes die wij ook al tijden aanhangen worden besproken, zij het in een iets andere?context van humanitaire hulp en crisisbeheersing. Maar zeer veel is toepasbaar voor opsporing en misdaadbestrijding. Daarom een uitgebreid blog met geleerde lessen.
We bespreken kort een tiental?interessante cases waarin duidelijk wordt wat de kracht van open informatie, tools en kennis van velen kan brengen om misstanden aan de kaak te stellen en crises in kaart te brengen. Hoe het kan werken als marktplaats waarin vraag en aanbod slim wordt gekoppeld, maar ook hoe lastig het kan zijn om grote hoeveelheden data goed?te vinden, valideren en verwerken.
Tenslotte ronden we af met de boodschap die Patrick wil meegeven om er in de toekomst beter mee om te gaan: een slimme combinatie van computers en mensen (crowd-computing), tezamen met vooruitstrevend beleid en leiderschap van organisaties tot effectieve en effici?nte hulpverlening kan helpen. Naar onze bescheiden mening geldt dit voor Big Crisis Data, maar ook voor Big Crime Data.
Case 1: Wapeneigenaren in kaart gebracht
Op 23 december 2012 plaatste de New Yorkse krant The Journal News een kaart online met daarop alle wapeneigenaren uit het grootstedelijke New York (zo?n 33 duizend mensen) met naam, adres en woonplaats. Het idee voor de Gun Owner Next Door ontstond na de schietpartij op de basisschool Sandy Hook in Newtown, Connecticut van een paar weken eerder. De informatie op de kaart was publieke informatie en werd in een paar weken miljoenen keren bekeken. Maar de kritiek die volgde werd enorm.
E?n van de problemen was dat je op de kaart ook de adressen kon vinden van politieagenten of gevangenisbewaarders. Criminelen gebruikten deze kaart dan ook om hen te bedreigen. Ook het plannen van overvallen of inbraken werd hiermee een stuk eenvoudiger: je kon eenvoudig adressen uitzoeken waar je niet het risico liep om neergeschoten te worden of je was juist op zoek naar een wapen (met een straatwaarde van enkele honderden euro?s). Maar er waren meer redenen. Ook burgers die geen wapen hadden voelden zich extra kwetsbaar door het delen van de kaart. Iemand zei het treffend: ? Ik heb nooit een wapen gehad, maar nu heb ik geen keus meer?. Ik ben onderkend als iemand die geen wapen in huis heeft, en ik zal alles, echt alles, doen om mijn familie te beschermen?.
Ook de journalisten die de kaart hadden gedeeld werden met de dood bedreigd en kregen (bewapende) bewaking. Zo werd er ook een kaart gemaakt met de NAW gegevens van deze journalisten en wat achtergronden van ze, zoals waar hun kinderen op school zaten. Er kwamen veel verdachte pakketjes met poeder binnen op de nieuwsredactie (gelukkig allemaal onschuldig).
Na een paar weken haalde de krant de kaart van het internet die, naar later bleek, ontzettend veel fouten bevatte omdat?de gegevens van de wapenregistratie deels onjuist waren.?Deze journalisten deden niets illegaals, omdat ze gebruik maakten van publiek beschikbare data. Toch laat de casus laat zien dat er ook een ethische norm is, er misbruik gemaakt kan worden van data, en het (soms onverwachte) vervelende gevolgen kan hebben.
Case 2: Grote branden en verkiezingen in Rusland
Slechts 4% van de Russen zegt de staatsmedia te vertrouwen. Nieuwsgaring is daardoor lastig en vaak niet te vertrouwen. Tijdens de grote branden in Rusland wilde Gregory Asmolov een soort Match.com kaart maken waarin vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld werd. Meer dan 100.000 unieke gebruikers hielpen met de kaart die een kwart miljoen kijkers trok. Op een Russisch blog stond: ” Zonder opdracht, zonder echte stimulans en niet voor de roem, gingen mensen de taken van de staat overnemen…. Er?werd duidelijk?dat de combinatie van actieve mensen, de nieuwste technologie?n van gedistribueerd werken, het gebrek aan formele restricties en onuitputbare hoeveelheid kennis op het internet met een relatief kleine groep tot geweldige impact kan leiden voor een enorm groot gebied.” Het initiatief?kreeg er de Russische Internet Oscar voor en ze mochten bij president Putin op bezoek.
Tijdens de verkiezingen van 2011 in Rusland is ook een crowdmap online gezet om de fraude in kaart te brengen. Nu weet iedereen wel dat er fraude gepleegd wordt tijdens dergelijke verkiezingen, maar een poging om het structureel in kaart te brengen was nog niet gedaan, iets wat samen met verkiezingswaakhond?GOLOS werd gerealiseerd.
Pro-Kremlin activisten vonden de kaart een doorn in het oog “de rode puntjes op de kaart zijn als een ziekte op het gezicht van moeder Rusland”.?Het GOLOS initiatief kreeg zelfs een boete van $1000 van het Russische gerechtshof (met een zojuist aangenomen wet) en er waren verwoede pogingen om de kaart illegaal te verklaren.
Case 3:?Opstanden in?Libi??
Er valt veel meer over deze indrukwekkende casus te vertellen, vooral omdat het een hele lange periode besloeg. Bijzonder was ook dat deze keer een crisiskaart in samenwerking met de VN werd gelanceerd. Het betrof een publieke?crisiskaart waarin mensen mee konden helpen om de situatie van Libi? en omringende gebieden op een betrouwbare manier ?in kaart te brengen.?Binnen 72 uur hadden zich 18.000 mensen gemeld en waren er 50.000 kijkers uit 65 landen. Een kernteam van zo’n 300 mensen van de Standby Task Force (SBTF) toonden hun kunsten als ‘mapsters’ en ‘crowdsourcerers’ en rapporteerden meer dan 1400 belangrijke wetenswaardigheden afkomstig uit meer dan 100 social media bronnen in slechts een paar weken. De?Standby Task Force groeide uit tot meer dan 1000 vrijwilligers uit zo’n 80 landen.
Werving van betrouwbare mensen
Het werven van crisismappers en microtaskers komt nauw, zeker bij crises waarin de belangen van het volk niet worden gediend. De situatie in Libi? was er zo een. Hoe kom je dan aan betrouwbare mensen? Om dit enigszins te kunnen bepalen had het SBTF de ” Ik ben Gaddafi niet” test gemaakt. Hieronder de uitleg in het Engels:
“As you know, the situation in Libya is intense, and there are security challenges in creating a crisis map of a hostile environment. So please don’t take it personally that we ask about your background, we just need to make sure you’re not Gaddafi! So the more official information you can share about yourself, the faster we’ll be able to give you access to the crisis map. We promise that none of your information you share with us will ever be made public. We are not Facebook! 🙂 We promise we won’t ask any more questions after you’ve passed the ‘I’m not Gaddafi’ test!”
In een kort formulier vroegen ze nieuwe?vrijwilligers om hun professionele of academische mailadressen (geen Gmail of Yahoo adres dus) en ook social media referenties, zoals je Twitter, Facebook of LinkedIn account. Maar ook als je een blog hebt of andere aanwijzingen kunt geven dat je een betrouwbare kracht bent. het is natuurlijk geen waterdicht systeem, maar ook start-ups zoals AirBnB gebruiken dergelijke mechanismen waarmee huiseigenaren de vreemden kunnen bekijken die ze in hun huis toelaten.
Betrouwbare systemen waren ook wel nodig. Zo werd?bijvoorbeeld IntaFeen.com gebruikt als een soort Foursquare om te laten weten waar je was. Veel transportroutes naar en vanaf Tripoli werden op deze manier handig gemanaged met gratis digitale platformen.
Trouwe vrijwilligers
Iedereen was zeer actief. Bijvoorbeeld?Justine Mackinnon, die werkte als incident- en crisismanager op de luchthaven Heathrow van Londen. Nadat haar werk erop zat en het laatste vliegtuig midden in de nacht succesvol de lucht in was, dook ze op Skype om te helpen. Of Melissa Elliott, die haar kinderen elke dag?van school moest halen?aan de andere kant van de stad, en haar auto vaak aan de kant zette?om wat Tweets een goede plek op de kaart van Libi? te geven. Een?vrijwilliger uit Egypte excuseerde zichzelf dat ze haar gebruikelijke bijdrage die dag niet kon doen, waarna bleek dat zij die dag op het Tahir plein gearresteerd en een paar uur vast had gezeten na een protestmars.
Omdat de vrijwilligers van de?Standby Task Force in vrijwel elke tijdszone van de wereld zaten, werd het klokje rond gewerkt en kon de crisiskaart van Libi? 24/7 bijgehouden worden.
De crisiskaart van Libi?:
Case 4: De tyfonen in de Filippijnen
Tijdens tyfoon Pablo en ook anderen die volgden werden weer nieuwe tools ingezet, zoals die van?CrowdCrafting.?Hierin werden weer burgers centraal gezet in de hulpverlening online en gevraagd berichtgeving nader te duiden.
Andrej Verity (werkzaam bij OCHA) maakte met hulp van vele anderen daar onderstaande kaart van:
MicroMappers
Enkele maanden voor de allergrootste orkaan?op aarde, Yolanda (Haiyan) die op 8 november 2013 aan land kwam, werd MicroMappers gestart. Door Yolanda waren zo’n 2 miljoen mensen dakloos geworden en meer dan 6 miljoen mensen op de vlucht. Er vielen zo’n 6000 doden en na een jaar waren er nog steeds 20.000 vermist. In de stad Tacloban was 90% van alle gebouwen zwaar beschadigd of compleet verwoest.
Slechts een jaar daarvoor was tijdens orkaan Pablo het?Digital Humanitarian Network (DHN) ingezet om de schade en behoefte aan hulp in kaart te brengen. Toen lukte het de vrijwilligers om binnen 72 uur een kwart miljoen tweets, zo goed mogelijk gevalideerd, op de kaart te zetten.
Het initiatief MicroMappers (dat nog maar voor 30% voorbereid?was) maakte redelijk onvoorbereid gebruik van nieuwe tools als de ImageClicker en de TweetClicker (zie plaatjes hieronder) om de berichten onder grote groepen te valideren om vervolgens via de GeoClicker?tool gecheckt en wel op de kaart te verschijnen.?Per bericht was 1 reactie niet genoeg. pas als een grotere groep aangaf wat er op een foto stond werd dit overgenomen. Zo’n 5000 foto’s stonden klaar (door technische problemen waren slechts 1200 foto’s verwerkt) en 250.000 tweets, waarvan 55.000 unieke tweets. Binnen 72 uur werden er 30.000 tweets verwerkt waarvan 3.800 als relevant werden bestempeld en er 600 met redelijke zekerheid voorzien werden van een locatie zodat ze op de kaart geplot konden worden. Van alle binnengehaalde tweets was dus maar 0.3% relevant, wat maar weer aangeeft dat je op zoek bent naar een speld?in de hooiberg. Hoewel?Patrick Meier het liever niet over een hooiberg heeft, want een hooiberg is nog een bij elkaar geharkte berg naalden, wat op enige vorm van organisatie zou duiden. Hij heeft het liever over een willekeurig (wild) veld vol met spelden.
Je kunt jezelf ook aanmelden voor MicroMappers via hun website. Er is geen ervaring vereist en ook geen donaties. Alleen in de vorm van wat tijd. Maar ook het?Humanitarian Open StreetMap Team (HOT) was actief met?online?werkzaamheden?tijdens deze orkaan en zoekt nog extra vrijwilligers. Of bekijk?het resultaat van de MicroMappers na?orkaan Ruby in onderstaande infographic:
Trushar Barot van de?UGC Hub zegt erover: “Mensen zijn zeer verbaasd als ze ontdekken dat we geen high-tech team, CSI?team zijn”.?Zijn chef Chris Hamilton springt bij “Het verifi?ren en ontkrachten van informatie uit het publiek leunt veel meer op journalistieke ingevingen dan op geavanceerde technologie”.
Maar ook dit team valt soms bijna voor de valse berichtgeving. Zo vonden ze in 2013?bijvoorbeeld een heftig filmpje van een Syrische soldaat die ogenschijnlijk levend begraven werd. De video was uniek en de soldaten spraken inderdaad de juiste taal, Alawiet een etnische groepering uit de juiste regio. Toch voelde er iets niet goed aan de video. De gymschoenen die ze droegen waren een dood spoor want deze schoenen werden inderdaad veel gedragen in deze regio. Maar hoe kon het dat de stem van de man die begraven werd zo duidelijk te verstaan was? Zou hij misschien een microfoontje gedragen hebben? En waarom eindigde de video precies toen zijn hoofd begraven werd? Was dit een acteur? Ze besloten de video toch af te keuren, omdat er teveel zaken niet klopten.
De UGC Hub gebruikt nu als criteria dat als ze de persoon die de berichtgeving de wereld in geholpen heeft niet kunnen spreken, ze in de meeste gevallen twijfelen aan het bericht.
Zo blijkt maar weer dat je geen Hollywood studio (zoals de film Wag the Dog) nodig hebt om zelfs de beste journalisten als collectief op het verkeerde been te zetten. En je hebt in dit geval niet veel?aan een IT expert op het gebied van?information forensics, maar moet vooral goede journalistieke vragen stellen.
Het is ongelooflijk waartoe we als mensen met moderne middelen van het internet toe in staat zijn, ook al maken deze middelen het (ook) mogelijk zand in het systeem te gooien. De bekende journalist Craig Silvermanzei erover: “Never before in the history of journalism – or society – have more people and organisations been engaged in fact checking and verification. Never has it been so easy to expose an error, check a fact, crowdsource and bring technology to bear in service of verification”
Claire Wardt, social media verificatie expert van het Tow Center van Digitale Journalistiek van de Columbia universiteit valt deze groep bij. Ook zij weet dat 100 uur YouTube materiaal dat elke minuut online komt,?en 2 miljoen berichten op Facebook per minuut, niet door mensen te verwerken zijn. Aan de andere kant zegt ze ook “No technology can automatically verify a piece of UGC with 100 percent certainty. However the human eye or traditional investigations aren’t enough either. It’s the combination of the two” .
Een andere mooie quote (bron) die de complexiteit van dit soort informatieprocessen weergeeft is:
“It’s an illusion to believe that anyone has perfectly accurate information in mass emergency and disaster situations to account for the whole event. Of someone di, then the situation would not be a disaster or crisis” .
En de tijdsfactor is ook nog eens van belang (waarbij het adagium ‘roughly right or precisely wrong’?de afweging weergeeft):
“If you have ‘accurate’ info that is hours old, you don’t have accurate info in the social media world” – @TheFireTracker2#TechAtState
Als de BBC ??n of twee nieuwsberichten mist is er geen man over boord, want voor een?gerenommeerd nieuwsmedium als BBC geldt de gouden regel?”being right is more important than being first“. Maar voor crisisbeheersing is geen informatie misschien nog wel kwalijker als onbetrouwbare informatie. Deze afweging moet dus gemaakt worden, ook bij het inzetten van informatievalidatie middels crowdsourcing.
Verily
De dienst Veri.ly is een zeer relevante ontwikkeling in dit kader. Deze dienst richt zich op tijd-kritische crowdsourcing voor het verzamelen en valideren van bewijsmateriaal, maar vereist ook wat van het kritisch denkvermogen en probeert dit in het crowdsourcing proces mee te nemen, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Hieronder een voorbeeldje van hoe het werkt:
Veri.ly gaat verder dan?bijvoorbeeld Reddit, die laten zien dat het platform niet geschikt was om het kritische denkvermogen van de massa effici?nt in te zetten bij de aanslag tijdens Boston Marathon, omdat het group think?(algehele tunnelvisie) juist in de hand werkte. Reddit werkt overigens wel aan verbeteringen na dat incident, maar het platform heeft niet als voornaamste focus om informatie te valideren.
Case 5: Kyrgyzstan, juni 2010
Het geweld in de regio’s Osh en Jalal-Abad zorgden voor een algehele noodsituatie in dat gebied. Berichten over het aantal doden varieerden van 200 tot 2000 en schatting over het aantal vluchtelingen liepen uiteen van 100.000 tot 400.000.
Tattu Mambetalieva, een vrouw die een eigen NGO opgericht had onder de naam Civil Initiative for Internet Policy, startte een Skype groep en had binnen 2 uur zo’n 2000 mensen door het hele land aan de lijn in een groepchat. Meer kan een Skype groepchat ook niet aan overigens, waardoor ze later moesten overstappen naar een ander online platform om hun speurwerk te doen. Ook zij had een zgn.’trusted referral‘ systeem. m.a.w. je moest instaan voor de persoon die je aandroeg, omdat dit een gesloten systeem was, zgn. ‘bounded crowdsourcing’, of ‘ prosourcing’.
De groep was sterk in het valideren van berichten. Zelfs SMS berichten konden gevalideerd worden met hulp van locale telecom operators. De telecombedrijven konden daarna op hun beurt de geruchten dan weer via SMS broadcast heel gericht ontkrachten.
Case 6: Crowdsearching van Vlucht MH370, 8 maart 2014
Het Tomnod microtasking platform focust zich inmiddels al een aantal jaren volledig op satellietbeelden. Na het verdwijnen van vlucht 370 op 8 maart 2014 riep Tomnod op tot online actie om te helpen in het zoeken naar het vermiste vliegtuig op de verzamelde satellietbeelden die gezamenlijk meer dan 1 miljoen vierkante kilometer (!) besloegen. In slechts een paar dagen kregen ze de hulp van 8 miljoen vrijwilligers (meer dan de totale populatie van een land als Oostenrijk) die gezamenlijk in de eerste vier dagen 15 miljoen points of interest?aanwezen op de kaart waar hulpdiensten verder naar konden kijken. Op een gegeven moment waren op het platform (dat robuust bleef) zo’n half miljoen mensen tegelijkertijd aan het speuren op de kaart. Het kostte Tomnod wel een slordige $80.000 om te investeren in servers. Toch is dat een schijntje vergeleken met alleen al de dagelijkse kosten voor de inzet van het Australische marineschip van $550.000. De Amerikaanse en Japanse overheid besteedden ook nog eens 15 miljoen aan de zoekactie.
DigitalGlobe (dat Tomnod overkocht) had al wat ervaring opgebouwd met online crowdsourcing van satellietbeelden toen in 2007 rond Nevada een kleiner vliegtuig vermist werd met daarin Amerikaanse zakenman Steve Fosset. Zoekacties uit de ?lucht in de gigantische woestijn?leverden niets op. DigitalGlobe zette de beelden op Mechanical Turk van Amazon en 50.000 vrijwilligers speurden in zo’n 300.000 satellietbeeldjes. Helaas werd hij pas een jaar later gevonden toen een wandelaar een portemonnee vond. Toch heeft helaas nog niemand gepoogd te onderzoeken of die locatie nu?over het hoofd gezien is tijdens deze massale poging.
Middels hun CrowdRank algoritme bepaalde Tomnod welke van de 15 miljoen aanwijzingen als eerste met beeldexperts van DigitalGlobe gedeeld moesten worden voor nadere analyse. CrowdRank bepaald wie de meest betrouwbare taggers zijn voor de verzamelde beelden op basis van hoe anderen de beelden waarderen. De top 1% van de beste speurders kan Tomnod dan weer vragen voor moeilijkere taken. Luke Barrington van Tomnod?noemt het wel het crowdsourcen van crowdsourcing.
Het werd de grootste zoekactie ooit, waarin deze digitale manier van werken?onmiskenbaar gewaardeerd werd. Deze speld in het veld (niet een hooiberg) was nog lastiger te vinden, omdat het veld continu bewoog: de oceanische stromingen zorgen dat het vliegtuig kan afdrijven en natuurlijk ook zinken. Het werd een nauwkeurig proces van uitsluitsel (vergelijkbaar met de klassieke Sherlock Holmes) waarin de nieuwe werkwijze van microtasking misschien niet perfect was, maar wel redelijk snel grote hoeveelheden beelden aankon. Perfect waren de professionele hulpdiensten immers ook niet. Zo dacht een Chinese analist dat hij het vliegtuig had gevonden op een van hun eigen satellietbeelden.
Case 7: Genghis Khan?Somali?
Vanuit je luie stoel archeoloog spelen. Dat was het idee van het?Valley of the Khans Project?gesteund door National Geographic en geleid door Dr. Albert Yu-Min Lin die als moderne Indiana Jones op zoek was naar de gouden graal: de tombe van?Genghis Khan in Somali?. De uitdaging? Meer dan?2 miljoen vierkante kilometer afstruinen middels satellietbeelden met een resolutie van 50 centimeter. Pierre Izard van DigitalGlobe noemt het “een Big Data probleem dat nu nog massale menselijke hulp nodig heeft totdat software hier echt iets serieus in kan betekenen. De wervingstekst deed het echter goed:
Hello fellow explorers!
The entire Valley of the Khans team is very excited to begin the expedition to Mongolia but, for me, the adventure begins today. By enlisting the help of thousands of “virtual explorers” like you, we can start to uncover the mysteries of the Valley of the Khans right now!
The area that we will be exploring has been untouched for more than 800 years. There are no maps, no roadsigns and no one to ask for directions. But we’ve scanned the landscape with super high-resolution satellite imagery. By participating in the online exploration on this site, YOU can join our team by examining these satellite images and searching for clues that will guide our quest to discover the lost tomb of Genghis Khan. Maybe you’ll map out roads and rivers that our expedition can follow to make our way through this inhospitable territory. Perhaps you can identify traces of a nomad’s ger that might be a good place for us to camp. Or maybe you’ll see the buried outline of an ancient tomb that could be the clue we’re searching for…
Het idee was dus om je computer niet op zichzelf naar buitenaardse wezens te laten zoeken, zoals in het jarenlange Seti@Home crowdcomputing onderzoek, maar om nu zelf als mens via je computer op avontuur te gaan, met het comfort en veiligheid van je luie stoel. Meer dan 10.000 vrijwilligers gingen door honderdduizenden beelden.
In Somali? werd overigens ook gezocht naar een kwart miljoen vluchtelingen nadat geweld in dat land uitbrak. Helaas door slechts 160 digitale vrijwilligers. Een groot contrast als je bedenkt dat in?de zoektocht naar Malaysian Airlines vlucht 370 een land zo groot als Oostenrijk (met 8 miljoen inwoners) samen zochten naar 120 passagiers.
Case 8: 10 rode weerballonnen
In 2009 loofde DARPA (Defense Advanced Research Project Agency) een beloning uit van $40.000 dollar voor diegene die het snelst 10 losgelaten weerballonnen kon vinden, die verspreid waren over de hele VS. Riley Crane van MIT kreeg wel een idee: dit lukt je niet alleen. ?Na een nachtje doorwerken had hij een online crowdsearching?platform gebouwd waarin hij een soort omgekeerde crowdfunding toepaste om het prijzengeld te verdelen onder de vele deelnemers die hij hoopte te vinden. Voor hun moeite kreeg de vinder van elke ballon $2000 dollar, maar degene die deze persoon had aangedragen (middels een referral) kreeg $1000 dollar, degene die hem had aangedragen $500 dollar enzovoorts. Het platform was dus ingericht om met grote groepen mensen te gaan zoeken, deze mensen te rekruteren en ze ook nog eens te belonen.
Het team won met glans. Het duurde geen weken, ook geen dagen maar om precies te zijn 8 uur en 4 minuten om alle ballonnen in een gebied van 5 miljoen vierkante kilometer uit te kammen, zonder dat het team uit hun stoel hoefde te komen. En het kon nog veel sneller, aldus de reactie van Riley: “De reden dat het zo lang duurde is dat we allerlei valse berichten van concurrerende teams slim moesten uitfilteren, en het verifi?ren van deze valse aanwijzingen heeft ons meer tijd gekost dan we dachten”. ?Toch werden alle ballonnen feilloos gevonden, ondanks dat notoir onbetrouwbare bronnen als Twitter werden toegepast.
Case 9: Syri??en de langstlopende crisiskaart tot nu toe
Op de online crisiskaart van Syri??zijn zo’n 4.000 ooggetuigenverslagen geplot op de kaarten zo’n 160.000 nieuwsberichten gecheckt en in kaart gebracht. Het is een indrukwekkend geschiedenisboek geworden, met enorme hoeveelheid detail dat middels een tijdsfilter stap voor stap teruggekeken kan worden. New Scientist noemde het “de meest nauwkeurige schatting van het aantal doden tijdens de opstand in Syri?… en het zou weleens de meest krachtige manier kunnen zijn om de menselijke schade van oorlog en rampen in kaart te kunnen brengen.”
10: Overige cases
Overstromingen in Queensland
De overstromingen in Queensland, Australi? uit 2010 en 2011 zorgden voor veel schade in een gebied dat bijna twee keer zo groot was als Engeland. Om Social Media berichtgeving te kanaliseren gebruikte de Queensland Police Service Media Unit diverse hashtags. Zo gebruikten ze #mythbuster om geruchten en valse informatie de wereld uit te helpen. Hieronder enkele voorbeelden van deze berichten die zeer effectief bleken:
Vanwege het succes gebruikt de politie van Queensland gebruikt deze hashtag vandaag de dag nog steeds om geruchten te ontkrachten.
Ebola in kaart
Maar bijvoorbeeld ook Ebola wordt op dergelijke manieren in kaart gebracht middels het?Health Map Crisis platform:
Het platform bracht bijvoorbeeld 90% van het geweld in kaart met alleen maar vrijwilligers. En New Scientist voegt nog toe?dat “de data ook de regering en andere leiders ook verantwoordelijk kan houden voor hun daden’, kortom het DNA van deze inbreuk op de mensenrechten is digitaal vastgelegd en misschien iets dat het Haagse internationale gerechtshof in de toekomst zal kunnen gebruiken.
“We use Facebook to schedule our protests, Twitter to coordinate and YouTube to tell the world.” zei een digitale activist tijdens de opstanden van 2011 in Egypte.
De kracht en de last van beelden
Instagram is een mooi voorbeeld van hoeveel beelden er geproduceerd worden tijdens rampen. Tijdens orkaan Sandy bijvoorbeeld werden 1.3 miljoen plaatjes gedeeld, met pieken van 10 plaatjes per seconde die vrijwilligers moeten verwerken. Ook 1 uit de 4 tweets hadden links naar foto’s of video’s gerelateerd aan de orkaan (bron). En UAV’s schieten tegenwoordig ook veel beelden. Slechts 1% van alle gefabriceerde drones en UAV’s?worden voor militaire doeleinden ingezet. Democratisch gebruik ervan (zoals de Ebee) lijkt?dus niet meer te stoppen. ?Bekijk hoe men er al mee begon bij de ramp in Ha?ti:
Planet Four
Het Zooniverse team lanceerde bijvoorbeeld het project?PlanetFour (een verwijzing naar de rode planeet Mars) kreeg 15.000 bezoekers binnen 60 seconden na de aankondiging via de Britse BBC. Meer dan 2 miljoen beelden van de planeet Mars werden in maar liefst 48 uur getagged, om de planeet te verkennen op diverse bijzonderheden (bron). Dat terwijl de site niet crashte!
Snap Shot Serengeti
In een ander project zochten vrijwilligers in de Serengeti naar wilde dieren die met 225 automatische bewegingscamera’s waren vastgelegd. De vrijwilligers vonden het zo leuk om te doen dat ze klaagden toen de beelden op waren.
Planetary Response Network
NASA en vele anderen partijen kijken tegenwoordig naar de mogelijkheden om de massa in te zetten bij het zoeken naar details in beelden. Er zelfs een heus Planetary Response Network dat klaarstaat om bij te springen.
Militaire inlichtingen crowdsourcen
Er is zelfs een poging gedaan om militaire inlichtingen te crowdsourcen, in de Exploration Challenge waarin men militaire voertuigen moest spotten op satellietbeelden. Later bleek het gewoon een testje van Tomnod, en maar goed ook, want er werden diverse?kritische kanttekeningen geplaatst?over de ethische kant hiervan. Want als je als crowdsearcher niet weet wat je precies doet met welk doel, is dit dan wel verantwoord? Toch is vanuit Bellingcat inmiddels een soortgelijk project gestart om de verplaatsingen van militaire voertuigen in Oekra?ne in kaart te brengen.
Rode kruis
Wendy Harman en haar team van vrijwilligers zit ook altijd klaar in het Digital Operations Centre van Washington D.C. Tijdens de tornado?die over Oklahoma stad heen ging op 20 mei 2013 was ook zij met haar team in de weer om social media berichtgeving te vangen, duiden en in kaart te brengen. Normaal heeft het team een vaste bezetting van 3 mensen, die op een normale dag alleen al 4.000 berichten via Twitter naar hun hoofd geslingerd krijgen. Dus wat de digitale storm is tijdens een incident als de Oklahoma tornado kun je je voorstellen.?Ze zoeken onder andere ook naar tekenen van angst en emotionele stress tijdens de nafase van een ramp en bieden nazorg aan.
AIDR: Artificial Intelligence for Disaster Response platform
Crowdsourcen van honderden classifiers die benut kunnen worden om tweets beter te filteren en eventueel in eerste slag kunnen duiden. Tijdens de tyfoon Yolanda bracht deze techniek meer dan 250.000 terug tot 55.000 relevante tweets die handmatig bekeken moesten worden. Bij de aardbeving van Chili op 27 februari 2010 (met de grootste beving ooit gemeten op aarde van 8.8 op de schaal van Richter) werd uit meer dan een half miljoen tweets een selectie van 20.000 aangeboden waarvan maar 1000 handmatig getagged hoefden te worden (bron).
Onderzoek naar 5 miljoen tweets die tijdens deze ramp werden gepost, toont aan dat 95% van de tweets valide informatie weergaf. Slechts 0.03% van de tweets trokken deze bulk van twets in twijfel. Andersom gaf het onderzoek ook aan dat het aantal tweets dat andere tweets in twijfel trekt veel groter is bij een gerucht (soms werd zelfs de helft van de valse geruchten meteen in twijfel getrokken). De wijsheid van de massa en het zelfcorrigerend vermogen is sterk. En het wordt nog beter, want onderzoek?toonde ook aan dat twitteraars wiens tweets in twijfel worden getrokken voortaan beter opletten met het produceren en delen van informatie (een reductie van 150% in onbetrouwbare tweets). Toch kan je zomaar als crisisproferssional of burger in?de verkeerde hoek kijken. Technologische ondersteuning kan hierin gelukkig steeds beter helpen.
Met de hulp van Andy Carvin (eerst werkzaam bij de National Public Radio) lukte het steeds beter om semi-automatisch tweets op relevantie te filteren. Computers kunnen namelijk leren waar mensen ook op letten, en Andy leerde de computer zijn journalistieke skills om betrouwbare berichten te onderscheiden van onzin. Zo bleek dat?tweets met BREAKING NEWS en veel uitroeptekens die niet van journalisten afkomstig waren meestal niet erg betrouwbaar waren.
Andy weet als geen ander dat de meeste mensen met hun informatie je niet proberen te misleiden. Er zitten vaak maar een paar rotte appels tussen.
“The vast majority of folks that are posting information, their hearts are in the right place but sometimes the fog of war affects them just as it would any other journalist” (bron).
Betrouwbaarheid automatisch herkennen
Onder andere?Carlos Castillo?(nu collega van Patrick Meier bij QCRI) maakte op technisch?vlak mooie stappen middels zijn paper Predicting Information Credibility in Time-Sensitive Social Media. Hij maakte een classifier waarmee computers de waarheid van een tweet beter konden inschatten, op basis van geleerde eigenschappen uit diverse datasets. Iemand is betrouwbaarder als hij meer volgers heeft, URL’s in de tweets gebruikt en langere berichten plaatst. Hij stelde als eerste 16 eigenschappen vast die betrouwbare tweets onderscheiden van onbetrouwbare tweets:
??Average number of tweets posted by authors of the tweets on the topic in past.
??Average number of followees of authors posting these tweets.
? ?Fraction of tweets having a positive sentiment.
? ?Fraction of tweets having a negative sentiment.
? ?Fraction of tweets containing a URL that contain most frequent URL.
? ?Fraction of tweets containing a URL.
? ?Fraction of URLs pointing to a domain among top 10,000 most visited ones.
? ?Fraction of tweets containing a user mention.
? ?Average length of the tweets.
? ?Fraction of tweets containing a question mark.
? ?Fraction of tweets containing an exclamation mark.
? ?Fraction of tweets containing a question or an exclamation mark.
? ?Fraction of tweets containing a ?smiling? emoticons.
? ?Fraction of tweets containing a ?rst-person pronoun.
? ?Fraction of tweets containing a third-person pronoun.
? ?Maximum depth of the propagation trees.
Hij kwam met deze methode al tot een 86% betrouwbare voorspelling. Annotaties van datasets, gedaan door betrouwbare vrijwilligers zouden in de loop van de tijd deze eigenschappen nog verder verfijnen. Inmiddels kan TweetCred?(een plugin voor Google Chrome) zo’n 45 eigenschappen onderkennen en wordt al toegepast om zgn rumor bombs te herkennen. Een mooi voorbeeld van hoe artificial intelligence door crowdsourcing gevoed wordt (computers die iteratief leren van mensen). En ook het Twitter leugen detector project Pheme, of het EU project Social Sensor met hun alethiometer (Alethia is Grieks voor waarheid) is wat dit betreft interessant om te volgen. Naast de verzamelde lessen in het Content Validation handboek natuurlijk waarover we al eerder blogden.
Deze technologie kan van pas komen, zeker als geruchten machines prominent zijn.
Tijdens de Boston Marathon bleek uit onderzoek van 8 miljoen (unieke) tweets van 3.7 miljoen accounts, dat 29% van de berichten die viral gingen een gerucht betrof. En 51% van de berichten waren algemene meningen en commentaar, niet per se relevant voor hulpinstanties. De overgebleven 20% was echt relevant te noemen. Deze geruchten waren deels afkomstig van 32.000 Twitter accounts die nog tijdens de ramp aangemaakt werden. Zo’n 20% daarvan werd enige tijd later door Twitter opgedoekt, en naar later bleek dat 99% van deze accounts het woord “Boston” in het account staan. Toch zijn veel van deze accounts zeer invloedrijk geweest in hun berichtgeving. Toch worden er lessen getrokken die in algoritmes te vangen zijn. Zo bleek onder andere dat deze accounts specifiek gedrag vertoonden en vaak ook met elkaar communiceerden. Maar of dergelijk gedrag te generaliseren is naar andere incidenten blijft de vraag.
Een vervolgstudie naar maar liefst veertien grote gebeurtenissen (oa de Londense rellen, aardbeving Virginia, de opstanden in Libi? en orkaan Irene) Credibility Ranking of Tweets during High Impact Events uit 2011 onderzocht 35 miljoen tweets. Daaruit bleek dat zo’n 30% van de tweets waardevolle informatie ten behoeve van omgevingsanalyse bracht en 14% echt spam was. Zo’n 17% van de totale informatie was niet allen relevant, maar ook aantoonbaar betrouwbaar. Deze technologie werd deels ook toegepast om de vele beelden die bij orkaan Sandy langskwamen te beoordelen en het bleek dat het algoritme tot 90% betrouwbaarheid kon komen. Sterker nog, de computer leek beter in het bepalen van de betrouwbaarheid op basis van de eigenschappen van de tweet dan de eigenschappen van het twitteraccount. Ook bij Sandy bleek weer dat er een kleine kerngroep verantwoordelijk was voor het produceren of retweeten van alle valse geruchten (zo’n 30 Twitter accounts was verantwoordelijk voor 90% van de retweets van deze berichten).
In andere situaties heeft de digitale respons echter niet alleen te maken van Big Crisis Data en Big False Data, maar ook met Big Brother. Normale rampen schieten niet terug, maar in sommige landen is informatievalidatie een gevaarlijk proces. Denk aan het werk in Rusland, Libi? of Syri? waar het verzet op die manier ook handig in kaart wordt gebracht, of denk aan wat?Bellingcat?in het MH17 onderzoek?deed waarin Rusland actief haar propagandamachine verdedigd.
Momenteel zoekt ook een onderzoeksgroep in Japan uit of tweets tijdens een ramp kunnen laten zien aan welke producten een tekort is in het gebied. En in Jakarta proberen onderzoekers via tweets te monitoren?wat er gebeurt tijdens een overstroming.
Nieuw geschiedenisboek
Terugkijkend bieden deze crisismapping voorbeelden allen een interessant kijkje op deze incidenten. De kaart geeft je bovendien de mogelijkheid om in je eigen helikopter te stappen en eenvoudig in-en uit te zoomen en chronologisch door de gebeurtenis te wandelen.?Deze tekstberichten zijn vereeuwigd. Stel dat we de stemmen uit het verleden op deze manier hadden kunnen horen, bijvoorbeeld ten tijde van de tweede wereldoorlog of andere belangrijke historische gebeurtenissen.
De open werkwijze van deze grote groepen maakt dat ondemocratische leiders het steeds moeilijker krijgen, terwijl de massa haar kennis (door collectieve waarheidsvinding) en mogelijkheden of rechten alleen maar verder uitbreidt. ?De massa media be?nvloedt niet het standpunt van mensen. Politieke verandering is een twee traps raket, waarin?pas in tweede instantie politieke opinies worden gevormd juist door interactie via social media (aldus ook Clay Shirky). Pas als men gezamenlijk een kaart maakt van de situatie met honderden, duizenden aanwijzingen ziet men gezamenlijk het grotere plaatje en voelt men zich gesteund om een verandering in te gaan.?James Scott noemt dit het delen van het hidden transcript, iets dat onderhuids in de maatschappij al zacht borrelde.
Twee weken na de aardbeving in Ha?ti gaf Hillary Clinton een gedenkwaardige speech over de revolutie die tijdens die ramp duidelijk werd en zei: “The technology community has set up interactive maps to help identify needs and target resources. And on Monday, a 7-year-old girl and two women were pulled from the rubble of a collapsed supermarket by an American search and rescue team after they sent a text message calling for help.”
en ze vervolgde haar betoog met een verwijzing naar andere landen en vrije internettoegang:
“By relying on mobile phones, mapping applications, and other new tools, we can empower citizens. So let me close by asking you to remember this little girl who was pulled from the rubble on Monday in Port-au-Prince. She’s alive, she was reunited with her family, she will have the chance to grow up because these networks took a voice that was buried and spread it to the world. No nation, no group, no individual should stay buried in the rubble of oppression. We cannot stand by while people are seperated from the human family by walls of censorship. And we cannot be silent about these issues simply because we cannot hear the cries.”
Terwijl Patrick Meier een lans breekt voor de?democratische overheden die ook ‘data filantropie‘ meer zouden moeten stimuleren. Data donoren, data DJ’s, er zijn allerlei rollen denkbaar vanuit het publiek. Als je toch al geld overmaakt om voedsel of water te sturen, waarom dan niet helpen met data?
Met grote dank aan Patrick Meier voor de bundeling van deze?waardevolle kennis. En als het smaakt naar meer: volg zijn blog iRevolution?want daar is?het meeste van bovenstaande (en meer) nog uitgebreider na te lezen.
De vijfde editie van het Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing gaat in op maatschappelijk onrust. Afgelopen zomer werd duidelijk hoe zeer onze nationale veiligheid is verbonden met internationale ontwikkelingen en de internationale veiligheid. De ramp met de MH17, de oplaaiende oorlog in Gaza, de dreiging van ISIS en de uitbraak van Ebola: allemaal voorbeelden van transboundary crises: crises over de grens met, soms grote, nationale impact.
Maatschappelijke ontwrichting
Er zijn veel gebeurtenissen die tijdelijk of plaatselijk onrust veroorzaken, maar wanneer raakt dat onze nationale veiligheid? Bij sommige van bovenstaande voorbeelden is dat duidelijk, maar hoe schat je het verloop van de onrust binnen onze samenleving naar maatschappelijke ontwrichting in? Welke factoren spelen een rol en welke indicatoren zijn er? En welke rol spelen sociale media bij het vertalen van de gevoelens van individuen naar mogelijke actie door velen? En leidt aandacht, bijvoorbeeld voor jihadisme of ISIS, per definitie tot maatschappelijke onrust over de toegenomen dreiging? Op dit soort vragen wordt in het nieuwste Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing ingegaan.
Van digitaal kijken naar begrijpen en ingrijpen
Figuur: om slim te kunnen zenden, vragen of interacteren op social media is slim kijken cruciaal
De kracht van social media is in de afgelopen paar jaar explosief?toegenomen terwijl we het nog maar nauwelijks effectief (kunnen)?gebruiken in onze aanpak om misstanden en onrust te voorkomen.
Aanhang voor ISIS wordt gerekruteerd, amateurs speuren mee bij de?Boston Marathon en de MH17, en natuurlijk Project X waarmee het?allemaal begon. Wouter Jong, adviseur bij het Genootschap van?Burgemeesters, noemde Project X Haren destijds treffend een ?Perfect?Storm?: een samenloop van omstandigheden waarin diverse zaken?achtereenvolgens misgingen. Het was in ieder geval een goede?wake-up call als inkijkje op enkele invloeden van social media.
Veiligheidsdiensten hebben zich sindsdien moeten aanpassen aan?een nieuwe werkelijkheid waarin de digitale wereld direct impact?heeft op de werkelijke wereld. Waarin social media soms zelfs?dominant zijn in het cre?ren van een (on)werkelijke situatie. Toch?blijft het beeld bestaan dat de kracht van social media nog te vaak?over- of onderschat wordt. Want was het afzetten van de stad?Arnhem na een nieuwe Project X dreiging echt nodig? Of het sluiten van de scholen in Leiden na een klein berichtje op 4Chan waar per?dag 1 miljard grappen gemaakt worden? En worden de social media?strategie?n van de Islamitische Staat (IS) echt op waarde geschat??We letten nu online wel meer op, maar snappen we werkelijk wat?we zien? Een effectieve aanpak, in zowel de echte als virtuele?wereld, is alleen mogelijk door dit nieuwe krachtenveld goed te?begrijpen.
Effecten op sociale onrust
De kennispublicatie van Politie & Wetenschap ?Sociale media:?factor van invloed op onrustsituaties?? (2013) beschrijft een aantal?incidenten waaruit blijkt dat de impact van social media op
veiligheidsprocessen en sociale onrust buitenproportioneel groot?kan zijn. Een incident klein houden is bijna niet meer te doen en?grotere incidenten leiden al snel tot (inter)nationale bemoeienis en
rumoer dat vooral aanhoudt als ethische of complexe dilemma?s?een rol spelen.
Denk bijvoorbeeld aan de onrust die online en in de echte wereld?werd veroorzaakt na de overval in Deurne, gekoppeld aan de?discussie over zowel het noodweer van de eigenaresse van de?juwelierszaak als de jongere daders, kort na de anti-Marokkanenuitspraak?van Geert Wilders. Denk aan de ?kopschoppers van?Eindhoven? met het debat dat loskwam over het door justitie
prijsgeven van de volledige beelden en het risico op eigenrichting.?En zelfs de gestrande potvis ?onze Johannes? gaf landelijk maatschappelijke?commotie, iets dat we vaker zien bij dierenleed, zoals
ook in het geval van de ponypletter of de recente jacht op de?paardenmishandelaar. En wat te denken van sociale onrust in?kleinere kringen, zoals seksueel getinte foto?s en video?s die?schoolkinderen digitaal verspreiden. Met slechts een druk op de?knop zijn sexting foto?s of filmpjes onder een grote groep verspreid.?Slachtoffers en hun omgeving, maar ook politie en justitie weten?zich nog slecht raad met deze nieuwe en extreme vormen van?pesten, smaad of laster.
Consumeren wordt coproduceren
De herdenking van 9/11 herinnert er aan hoe de live televisiebeelden?ons destijds raakten. Vandaag de dag spelen social media een veel?ingrijpender rol dan de televisie destijds deed. Het medium is
ongefilterd, genetwerkt en interactief, waardoor je altijd wel?iemand kent die betrokken is en voor je het weet word je erin?gezogen. Je bent geen passieve lezer van het nieuws meer, maar?doet mee. De protesten over de doodgeschoten Michael Brown in?Ferguson brachten wereldwijd rassenstrijd en politiegeweld tegen?burgers onder de aandacht. Deze voorbeelden laten een ongekend?volume en snelheid zien, maar zorgen door de ongezouten en soms?heftige beelden ook voor veel maatschappelijke onrust: Twitter??ontploft? en ook traditionele media buitelen over elkaar heen met?diverse gezichtspunten, in de strijd om de beste ?scoop?. De effecten?zien we in de werkelijke wereld: demonstraties en tegendemonstraties,?groepen die elkaar opzoeken, ramptoeristen die voor hinder?kunnen zorgen en bovendien als een katalysator kunnen werken?voor (social) media berichtgeving. En daarmee komt de cyclus pas?echt op gang…
De onrust ontstaat omdat het vaak actuele maatschappelijke?thema?s betreft waar diverse groepen in de samenleving verschillende?meningen over hebben, waarin de grenzen van ethiek,?wetgeving of procedures onduidelijk zijn. Een maatschappelijk?debat waarvan het goed is dat het gevoerd wordt, maar dat wel?gevoerd wordt in het heetst van de strijd: waar de politie, het OM en?de rechter nog in moeten handelen terwijl er in de politiek al?Kamervragen gesteld worden. Confrontaties met de gevestigde orde?worden opgenomen en direct online gedeeld om een eigen verhaal?te vertellen. En het acht uur journaal komt diezelfde avond eigenlijk?met ?oud? nieuws.
Slim kijken, slim duiden
Social media bieden een thermometer voor het sentiment in de?samenleving: is het druk, rustig, hoe is de sfeer, is er onrust, zijn er?geruchten? Door slim te kijken en professionals te laten duiden wat
er op social media gebeurt, kan sociale onrust in een vroeg stadium?gesignaleerd worden. Professionals slagen er steeds beter in feiten?van fictie te onderscheiden, maar het is een rat race. Zowel onschuldige?tieners als internet trollen, raddraaiers en extremistische?groeperingen, ja zelfs hele regimes, is er alles aan gelegen om ?hun??verhaal kracht bij te zetten. Project X Haren toonde niet alleen de?kracht van social media in het mobiliseren van mensen, maar ook?het effect van zorgvuldig geplande ?geruchten? werd pijnlijk?duidelijk. Het bewust verzonnen bericht over een meisje dat
zogenaamd was doodgedrukt leidde tot veel onrust en druk op de hulpdiensten. En hoe scheid je kaf van koren bij bijvoorbeeld de duizenden online doodsbedreigingen per dag, waarvan er misschien maar ??n serieus is?
Digigeren: slim ingrijpen
Wat kunnen politie en justitie doen bij digitale onrust? ?Digitale?daden? zijn doorgaans in een fractie van een seconde gepleegd,?bijvoorbeeld een aanstootgevende foto delen, een Project X?uitnodiging ?liken?, een hoax onbewust doorsturen. De relatief kleine?handeling maakt grote politie-inzet gevoelsmatig buitenproportioneel.?Daarnaast maakt het grote aantal (vaak onbedoelde) overtredingen
het onmogelijk voor politie en justitie om alle overtreders?op te sporen en te vervolgen. Bovendien leidde grote politie-inzet?bij ?veroorzakers? van sociale onrust al meermaals tot maatschappelijke
discussie, maar niks doen ook. Voorstanders van ?vervolgen??juichen politie-inzet toe: ?Afzenders van digitale doodsbedreigingen?moet een halt toegeroepen worden?. Tegenstanders willen dat
politie-inzet wordt gericht op substanti?le bedreigingen: ?Die tiener?zou die doodsbedreiging nooit uitvoeren?. Beide sterke argumenten,?wat de discussie alleen maar lastiger maakt. Deze maatschappelijke?discussie toont het gebrek aan betekenisvolle en acceptabele?manieren om in te grijpen.
Maatschappelijke onrust kan sneller gedetecteerd worden via social?media en veiligheidsdiensten kunnen daarop anticiperen door?sneller en gerichter personeel aan te sturen. Het is zelfs mogelijk
om ook online al te interveni?ren en mensen waar nodig effectief?aan te spreken op hun gedrag. Dit noemen we ?digigeren?: een?interventiemethode die gebruik maakt van psychologische
principes van gedragsbe?nvloeding. Denk hierbij bijvoorbeeld aan?het digitale equivalent van iemand op straat in de ogen kijken (ik?heb je gezien, we houden je in de gaten), zoals het favoriten van een
tweet. Dit is nog niet gemakkelijk, zo blijkt uit digitale interventies?gericht op het tegengaan van gebruik van illegaal vuurwerk. In?KRO?s Reporter uitzending van 2 januari 2014 is te zien dat de
jongeren juist trots zijn als de politie online ingrijpt: ?De politie?heeft mijn vuurwerk als gevaarlijk betiteld!? Digigeren beoogt?diverse instanties van een effectieve toolset te voorzien voor digitaal
ingrijpen. Niet ingrijpen bij (dreigende) maatschappelijke onrust is?immers geen optie, net zomin als een buitenproportionele inzet.?Digigeren als een slimme en nieuwe methode om via social media
de onrust te mitigeren: niet slechts door het zenden van informatie,?maar vooral door slim te luisteren en vervolgens de digitale dialoog?(gericht) aan te gaan met betrokkenen en waar nodig actie
ondernemen in de fysieke wereld. Dit maakt het mogelijk de?discussie te be?nvloeden om zo maatschappelijke onrust te temperen.
Hieronder een blog van Gilbert Sewnandan dat op Ambtenaar 2.0 gepost werd twee jaar na dato terugkijkt op Project X Haren met daarin zijn eigen rol en de mening van een aantal experts.
Alweer 2 jaar geleden kreeg de gemeente Haren te maken met de rellen van ProjectX. Een oproep op de sociale netwerksite Facebook om naar het ‘sweet 16’ verjaardagsfeestje van een meisje uit het dorp te komen, liep volledig uit de hand. Met vernielingen, plundering, alcoholmisbruik en een open zenuw in het Groningse villadorp als resultaat. Een half jaar later trad Burgemeester Bats af nadat de onderzoekscommissie Cohen haar bevindingen presenteerde. E?n van die bevindingen was dat overheidsinstanties niet goed voorbereid waren op het fenomeen ‘sociale media’ als trigger in een crisis. De ‘Facebook rellen’ noopten Cohen tot de aanbeveling om het kennisniveau bij overheidsdienaren van ‘sociale media’ snel op niveau te brengen.
2 jaar na dato
En hoe ver zijn gemeenten, politie en bestuurders nu met sociale media? Zijn sociale media opgenomen in reguliere communicatie(strategie) van overheden? En hoe zit het met webmonitoring : het luisteren op internet? Zijn ambtenaren inmiddels voldoende opgeleid en getraind? Verschilt het gebruik van sociale media door wijkagenten en buurtwerkers van dat van bestuurders? Vinden we nog steeds zelf het wiel uit of bundelen we landelijke kennis en ervaring?
Experts aan het woord
Arnout de Vries is senior innovator bij TNO, schreef diverse artikelen en gaf presentaties over ProjectX Haren. Over de mate waarop de politie nu preventief het internet monitort zegt hij: “de indruk die Minister Opstelten geeft van ‘ga rustig slapen, we schuimen nu 24 uur/dag het internet af’, is een schijnzekerheid.” Er komen steeds alternatieve internetplatformen bij. Jongeren en criminelen bewegen zich van de grotere platformen af op zoek naar nieuwe, minder gemakkelijk te monitoren netwerken. We moeten eraan wennen, zegt Arnout: de overheid loopt altijd achter de digitale feiten aan. Ook de afstemming tussen overheden over de inzet van monitoringtools kan beter. Over het actief aanwezig zijn op sociale media is hij positiever: “Nederland telt zo’n 1.800 twitterende wijkagenten. Dat lokale niveau maakt het persoonlijk; op twitter volg je m?nsen, niet organisaties.” Maar aanwezig zijn op sociale media heeft ook een keerzijde. Handhavers en hulpverleners krijgen steeds meer te maken met digitale agressie. En dat leidt weer tot terughoudendheid in het gebruik van sociale media bij deze ambtenaren.
Wouter Jong is adviseur crisisbeheersing van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en begeleidde burgemeester Bats tijdens en na de rellen op 21 september 2012. Hij wijst erop dat ‘sociale media’ niet enkel een communicatietaak is. “Communicatiemensen hebben de neiging dat naar zich toe te trekken, maar zoals in Haren kwam er ook intelligence bij kijken. De politie, niet de communicatieafdeling moet inschatten wie de smaakmakers zijn, wat ze van plan zijn, of het tot openbare orde problemen gaat leiden of niet. Het is niet alleen het speeltje van de afdeling communicatie.” In reguliere omstandigheden pikken bestuurders de kansen en bedreigingen van sociale media snel op, is zijn ervaring. ?Vaak ook sneller dan de ambtelijke organisatie?, vindt Wouter. “Om de kansen en bedreigingen te ervaren, moet de overheid vooral v??l vlieguren maken op de sociale media.” Iets dergelijks als ProjectX Haren zal Nederlandse gemeenten niet snel meer overkomen: “Haren was een ‘perfect storm’: alle onheil kwam tegelijk. Er was geen houden meer aan.”
Ina Strating is specialist crisiscommunicatie/nazorg bij Howaboutyou dat zich richt op webcare en social media monitoring. Ina merkt zeker dat gemeenten meer bewust zijn van de invloed van sociale media. “Maar tussen ‘intentie om’ en ‘daadwerkelijke inzet’ van sociale media zit een gat. De overheid onderschat hoe hard de ontwikkelingen in de ‘buitenwereld’ gaan.” M??r nog dan opleiden en trainen van ambtenaren is er organisatieverandering bij overheden nodig om openheid en transparantie te bewerkstelligen, vindt Ina. Wat crisiscommunicatie betreft ziet Ina mooie dingen op lokaal niveau gebeuren. Maar op niveau van de Veiligheidsregio en hoger (ministeries) is het voornamelijk zenden op sociale media.
Conclusie?
Omdat ik zelf ook betrokken was bij de communicatie rond ProjectX – zie links naar mijn blogs hieronder – heb ik in de afgelopen twee jaar de ontwikkelingen op sociale media gebied bij de overheid proberen te volgen. Zeker, er zal geen gemeentelijke communicatieafdeling zijn voor wie sociale media onontgonnen gebied zijn. Steeds meer communicatiemensen en andere gemeenteambtenaren worden opgeleid en/of doen praktijkervaring op. Bij grote evenementen in de stad Groningen werken we tegenwoordig schouder en schouder met de collega’s van de politie bij het monitoren van het web. Ook zijn er gesprekken gaande over afstemming op regionaal niveau van de Veiligheidsregio. Maar de overheid moet v??l meer vlieguren moet maken op sociale media vanuit een organisatie die open en transparant is. Dat betekent risico lopen, kennis uitwisselen en (blijven) experimenteren. En de realiteit is dat we als overheid altijd achter de ontwikkelingen en nieuwe technieken zullen aanlopen. Dat geeft niets maar betekent des te meer dat we innovatieve technieken moeten omarmen en uitproberen. “If at first you don’t succeed, try try again!”
Op 3 juni 2014 rond kwart voor elf ?s avonds ontplofte in Moerdijk op het?industrieterrein van Shell een reactorvat (MSPO-2 installatie) met daarin de?chemische stof ethylbenzeen. Inwoners van onder andere Moerdijk, Klundert, Strijen,?Dordrecht en Delft hoorden twee harde knallen en velen zagen de lucht oranje kleuren,?gevolgd door donkere wolken. Veel mensen associeerden de brand bij Shell direct?met die van Chemie-Pack op 5 januari 2011. Toen kregen de autoriteiten forse kritiek?vanwege gebrekkige communicatie en een weinig soepel verlopende samenwerking?tussen de hulpdiensten. Het toeval wilde dat de gemeente Moerdijk de dag na de explosie het boek met de geleerde lessen van de brand?bij Chemie-Pack presenteerde.
Deze analyse, komend uit “Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten” beschrijft de crisiscommunicatie van de?hulpdiensten in de eerste 26 uur na de ontploffing bij Shell Moerdijk in relatie tot de?beleving van mensen geuit op sociale media.
1. Feitenrelaas en analyse
Op 3 juni verschijnt om 22.51 uur op P2000 de eerste melding van een brandalarm?op het industrieterrein Moerdijk. Het alarm is afkomstig van Nebiprofa, een bedrijf?in dakbedekkingsmaterialen, maar al snel is duidelijk dat de brand woedt bij het?complex van Shell. De meldkamer stuurt de brandweer met een tankautospuit en?schuimbluswagen naar het adres aan de Wielewaaseweg in Klundert. Kort daarna?worden hulpdiensten naar het complex van Shell gedirigeerd. Binnen een uur na de?eerste melding, wordt opgeschaald naar GRIP 3.
De eerste melding van een van de offici?le hulpdiensten op Twitter verschijnt om?22.54 uur via het account @BrandweerMWB met een bevestiging van de brand.?Om 23.00 uur wordt het account van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant?aangewezen als officieel account voor de woordvoering en melden de brandweer,?politie, gemeente Moerdijk en de veiligheidsregio dat de offici?le woordvoering via het?account @VRMWB verloopt. In de traditionele media (radio, tv en nieuwssites) wordt?de woordvoering afwisselend gedaan door woordvoerders van de veiligheidsregio, de?politie en burgemeester Klijs van gemeente Moerdijk. Met deze berichten verschaffen?de hulpdiensten geverifieerde informatie over de operatie, mogelijke gevolgen voor?de volksgezondheid, handelingsperspectieven, verkeer en de loketten waar burgers?vragen kunnen stellen.
Berichtgeving via sociale media
Opvallend is de snelle afstemming tussen Twitteraccounts van de brandweer,?gemeente Moerdijk, politie en Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. De politie?beperkt zich tot enkele retweets in de avond en de ochtend. Ook de gemeente Strijen?en de brandweer van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid twitteren tijdens het?incident, maar daarmee lijkt de afstemming minder intensief. Vanaf 01.20 uur?domineert de gemeente Moerdijk als offici?le woordvoerder op Twitter. De?veiligheidsregio Midden- en West-Brabant verstuurt om 09.27 uur een tweet met?daarin de offici?le overdracht van de communicatie naar de gemeente.
De communicatie van de regionale hulpdiensten via Twitter gaat tot de eerste live-journaals van RTL en de NOS vooral over de inzet van materieel en manschappen.?De hulpdiensten doen niet aan webcare (reageren op vragen, klachten of complimenten?die burgers op het web plaatsen). Wanneer de woordvoering zich meer concentreert?op slachtoffers, vrijgekomen chemische stoffen en handelingsperspectieven, ontstaat?enige onduidelijkheid, onder andere door tegenstrijdige berichtgeving via enerzijds?traditionele media en anderzijds sociale media.
> In de uitzending van RTL Nieuws om 23.42 uur zegt een woordvoerder van de?Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant dat ramen en deuren niet gesloten hoeven?te worden, maar dat niet bekend is om welke stof het gaat. Dit leidt tot verwondering en?sarcasme op Twitter (?hoe weet je dat ramen en deuren dicht moeten als je niet weet welke?stof het is?), vooral wanneer om 23.55 uur een NL-alert uitgaat: ?Indien u last heeft van de?rook, ramen en deuren sluiten en ventilatie uitschakelen?.
> De tweet van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant van 23.38 uur, waarin wordt?gemeld dat er ?geen sprake is van gewonden?, wordt direct door alle nieuwspartijen?overgenomen en bereikt ook de uitzendingen van de NOS, RTL en Omroep Brabant. Om?00.28 uur bericht de veiligheidsregio op Twitter dat er twee tot vier gewonden zijn gevallen.?Deze tegenstrijdigheid wordt op Twitter minimaal bekritiseerd.
> Er ontstaat verwarring door de positie die het account @LifelinerNL inneemt?in de crisiscommunicatie; het account doet op Twitter verslag van de inzet van?traumahelikopters in Nederland en wekt daarmee de indruk, onderdeel te zijn van de?offici?le crisiscommunicatie. Om 00.08 uur twittert @LifelinerNL dat er toch gewonden?zijn (tweet is inmiddels verwijderd), terwijl de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant?dat pas om 00.26 uur communiceert. Het bericht van @LifelinerNL wordt in totaal meer?dan 50 keer geretweet en onder meer opgepikt door Joop.nl. De positie die het account?in de beeldvorming inneemt, wordt bevestigd als de veiligheidsregio een nieuw bericht
van @LifelinerNL om 00.28 uur retweet. Wel twittert @LifelinerNL daarna dat zij de
communicatie over het incident staakt.
> Al kort na de brand verschijnen klachten over het niet uitzenden van een sms-bericht. Het?NL-alert dat om 23.49 uur wordt uitgezonden ervaren vele twitteraars dan ook als mosterd?na de maaltijd; sommigen hebben het NL-alert zelfs niet ontvangen, met als verklaring?slecht bereik en geen 4G-ondersteuning. Ook klaagt een enkeling over het niet inzetten?van crisis.nl
> Het bericht dat het vrijgekomen ethylbenzeen geen direct gevaar voor de volksgezondheid?oplevert, leidt tot tientallen cynische en kritische berichten op Twitter. Mensen zoeken?zelf op internet naar informatie over de stof en lezen daar dat het onder andere?kankerverwekkend is.
Tijdens de persconferentie de volgende dag om 10.30 uur vertelt de woordvoerder?van de GGD en GHOR dat er geen aanwijzingen zijn dat het vrijgekomen ethylbenzeen?kankerverwekkend is voor mensen. Wel ontstaan door de verbranding daarvan stoffen?die irritatieklachten kunnen geven. Overige woordvoerders en de gemeente herhalen?deze gedetailleerde boodschap niet, maar blijven bij de boodschap ?geen gevaar?voor de volksgezondheid?. De burgemeester verwijst tijdens de persconferentie niet?specifiek naar de communicatie op sociale media, wel naar media in het algemeen
en noemt daarbij de ?schokkende beelden? van het Shellterrein en de bijbehorende?rookwolken die Omroep Brabant eerder op de avond uitzond.
Opvallend is dat de negatieve beeldvorming online vermindert als burgemeester?Klijs van Moerdijk in beeld komt (in interviews op radio en tv en bij persconferenties).?Een logische verklaring is de toename van de informatie, maar vooral ook de houding?en het taalgebruik van de burgemeester worden gewaardeerd. In de persconferentie?van 01.00 uur benoemt de burgemeester de zorgen van burgers en neemt associaties?met Chemie-Pack (geen luchtalarm, presentatie van het boek) als vertrekpunt?van zijn reactie. Daarna bundelt en herhaalt de burgemeester de informatie die de
hulpdiensten in de uren voorafgaand via sociale en traditionele media hebben gedeeld?en koppelt daar een nieuwe boodschap of handelingsperspectief aan. Vooral over?het optreden op Radio 1 en in Knevel & Van den Brink (op 4 juni) zijn veel mensen te?spreken. ?Wat een (op het eerste oog) prettig persoon, de burgemeester van Moerdijk,?@JacKlijs Rustig, helder en open betoog over brand Shell?. Wel stelt een enkeling de?vraag of de positieve beoordeling van de samenwerking en communicatie van de?burgemeester niet wat (te) vroeg is.
Traditionele media
Na het ANP-persalarm verschijnen rond 23.00 uur de eerste nieuwsberichten op?landelijke, regionale en lokale nieuwssites. De informatie lijkt een combinatie van het?ANP-bericht, P2000-meldingen en Twitterberichten. Toch voldoet die informatie in?eerste instantie niet aan de verwachtingen van twitteraars. Er tekent zich een aantal?frames af:
> De ?journalistiek ligt te slapen?. Bijvoorbeeld: ?Is toch godver niet te geloven, mega explosie?in #Moerdijk bij de Shell. Maar @NOS en @RTLLateNight slapen gewoon door?
> Twitter is sneller en beter dan traditionele media en NL-alert. Bijvoorbeeld: ?Is ongepast,?maar ik stel vast dat wij Burgers op Twitter nieuws VEEL sneller en duiding sowieso?adequater brengen dan media?.
> RTL Late Night en Knevel en van de Brink hebben (als actualiteitenprogramma) niet eens?aandacht voor de brand. Over Knevel en van de Brink gaat het gerucht dat het programma?niet live wordt uitgezonden en een eigen leven leidt.
Ongeveer een uur na de eerste melding van de brand komt RTL Nieuws met de eerste?live-uitzending, waarin een woordvoerder van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant wordt bevraagd. De NOS volgt tien minuten later met een eigen uitzending?waarin een verslaggever van Omroep Brabant optreedt. Hij zegt dat de gemeente?Moerdijk en de veiligheidsregio w??r minimaal communiceren. Ondertussen zijn ook?veel nieuwssites een liveblog gestart. Burgemeester Klijs spreekt rond 23.56 uur?voor het eerst in de media in een radio-uitzending op Omroep Brabant. Hij benoemt?daar de stof ethylbenzeen. Vanaf dat moment verschuift op Twitter de aandacht voor?de kritiek op de media naar ethylbenzeen en de mogelijke schade die deze stof kan?veroorzaken. Om 00.30 uur zendt ook Omroep Brabant een extra journaal uit waarin een politiewoordvoerder adviseert uit de rook te blijven, maar hij heeft geen zicht op de?schadelijkheid van de stof ethylbenzeen. Hoewel alle woordvoerders benoemen dat dit?een brand is van een geheel andere orde dan die van Chemie-Pack, blijft dat beeld wel?boven het nieuws hangen.
In de ochtend wordt het mediabeeld op tv, internet en radio meer divers met aandacht?voor aanverwante thema?s en vragen.
> Hoe werkt het toezicht bij Shell Moerdijk?
> Wat produceert Shell Moerdijk?
> Onderzoeksraad bekijkt vergunningen Shell.
> RIVM, GGD en OM starten onderzoek.
> Hoe veilig is Moerdijk? Is het een tikkende tijdbom? ?Er heerste echt paniek in Klundert??(Telegraaf.nl en Omroep Brabant)
> Wat is de oorzaak en schade van de brand?
> Waarom geen NL-alert voor Strijen?
2 Tijdblokken
De analyse van de online beleving tijdens de brand bij Shell Moerdijk gaat voornamelijk?in op de beeldvorming op Twitter en is op te delen in drie tijdsblokken met elk een?dominant thema.
> 3 juni, 22.49 uur-24.00 uur: ?Waar blijft de journalistiek??
>> 4 juni, 00.00 uur-06.00 uur: ?Hoe gevaarlijk is ethylbenzeen??
>> 4 juni, 06.00 uur-00.00 uur: ?Complimenten voor de burgemeester?.
3 juni, 22.49 tot 24.00 uur: ?Waar blijft de journalistiek??
De eerste berichten verschijnen vanaf 22.49 uur en zijn vooral emotioneel en vragend?van aard. Al binnen een minuut na de eerste melding van een knal is duidelijk dat er?iets aan de hand is bij Shell Moerdijk. Mensen stellen algemene vragen ?Wat was dat???of vertellen wat ze zagen of hoorden op hun eigen locatie. In het eerste uur na de twee?knallen spelen verschillende thema?s door elkaar heen.
> Eigen ervaringen worden gedeeld (visueel en tekstueel), meldingen uit onder andere?Moerdijk, Delft, Zevenbergen, Strijen, Klundert en Dordrecht.
> Waarom geen NL-alert, luchtalarm en crisis.nl?
> Associatie met Chemie-Pack.
> Trage media, Twitter is sneller en vollediger.
> Vraag om handelingsperspectief is beperkt, wel algemene klachten over gebrek?aan communicatie.
> Vanaf 23.30 uur vragen over mogelijk giftige stoffen in rook.
Veel berichten gaan over de heftigheid van de gebeurtenis. Deze berichten lijken te?worden gevoed door meerdere factoren. Ten eerste hebben velen zelf een knal gehoord?en sommigen hebben ook een grote vuurbal gezien. Ten tweede zijn er snel veel?beelden van de rookpluim beschikbaar en professionals duiden snel de informatie die?beschikbaar is via P2000. Het aantal geruchten blijft beperkt en het bereik daarvan?is ook minimaal. Bovendien worden de meeste geruchten (o.a. brand bij Nebiprofa,?Syrische terroristen, ontploft tankstation) snel door anderen gecorrigeerd of door
nieuwe informatie overstemd. Alleen het onjuiste bericht dat er geen gewonden zijn,?zoals de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant meldde, wordt honderden keren?geretweet en overgenomen door landelijke en regionale tv- en radiostations. Vanaf?ongeveer 23.40 uur is veel informatie bekend (nog niet bevestigd) en worden daaruit?getrokken conclusies veelvuldig herhaald. Ook komen traditionele media met liveuitzendingen?op radio en tv. Het crowdsourcingsproces, waarin mensen op eigen?initiatief naar informatie zoeken, neemt tijdelijk af en de aandacht lijkt te verschuiven?naar wat de hulpdiensten op traditionele media melden.
4 juni, 00.00 tot 06.00 uur: ?Hoe gevaarlijk is ethylbenzeen??
Na middernacht hebben zowel de NOS, RTL (tv) als Omroep Brabant (radio) liveuitzendingen?gehad. Een belangrijk thema in deze uitzendingen is de potentieel giftige?concentraties in de lucht. De ontwikkeling in de thema?s van online berichten is als volgt:
> Concentraties in de lucht gevaarlijk.
> Wat zijn de handelingsperspectieven.
> Kritiek op traditionele media verschuift naar aandacht voor communicatie hulpdiensten.
> Geruststelling over de ernst van de brand lijkt te groeien.
> Boek Vuurdoop met lessen Chemie-Pack ?bizar toeval?.
> Aantal grappen neemt toe: ?Shellfie, Meerdijk GTST, benzine zal wel duurder worden en?kan me geen Moerdijk schelen?.
> Sociale media volgen en reageren op traditionele media en woordvoering.
Als burgemeester Klijs bij Omroep Brabant vertelt dat zeer waarschijnlijk de stof?ethylbenzeen vrij is gekomen, echoot dit bericht door op Twitter. Hoewel de boodschap?is dat de stof op hoge hoogte verbrandt, delen mensen op Twitter informatie die ze zelf?over de stof hebben opgezocht en vormen daarmee een tegengeluid. Ethylbenzeen?zou onder andere kankerverwekkend zijn. Enkelen reageren erg cynisch: ?Afijn, geen?doden en gewonden. Wel 10.000 extra gevallen van kanker volgend jaar. Maar daar zijn?straks geen bewijzen van. #moerdijk.?. De boodschap van burgemeester Klijs in de?persconferentie van 01.00 uur dat er weinig vrees is voor de volksgezondheid valt bij?velen daarom niet in goede aarde.
Hoewel veel mensen kritisch zijn over de communicatie over het vrijgekomen?ethylbenzeen, neemt het volume aan berichten snel af. Daarbij lijkt er meer?ruimte te komen voor woordgrappen. Tegelijkertijd verschuift het initiatief in de?informatievoorziening van sociale media naar traditionele media. Quotes van en?reacties op radio en tv verschijnen op Twitter en de meeste aandacht gaat uit naar?wat de gemeente of veiligheidsregio melden. Eerder gestelde vragen op Twitter?(waarom geen luchtalarm, late NL-alert, associatie met Moerdijk) weerklinken nu in?uitzendingen en de persconferentie van 01.00 uur, omdat journalisten ze direct aan?de hulpdiensten stellen.
4 juni, 06.00 tot 00.00 uur: ?Complimenten voor de burgemeester?
Om 06.10 uur geeft de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant het sein??brand meester? en zegt dat het ?gevaar geweken is?. De gemeente verzamelt?schademeldingen, kondigt de boekpresentatie aan en start de nafase. De media?concentreren zich op aanverwante thema?s als de veiligheid van Moerdijk,?vergunningen van Shell en de oorzaak van de brand. Op Twitter duiken ook nieuwe?signalen op:
> Mensen die door de brand heen hebben geslapen.
> Mensen geven aan geen NL-alert te hebben ontvangen.
> Enkele berichten over tranende ogen en de vraag of kinderen nog naar school mogen fietsen.
> Aandacht voor ?kankerverwekkend ethylbenzeen? blijft.
> Veel kranten hebben de brand niet op de voorpagina staan; mensen zijn daar geschokt over.
> Verbinding van brand Shell met de toekomst van het dorp Moerdijk.
> Complimenten voor de veiligheidsregio, brandweer en gemeente: ?goed gecommuniceerd?en prima werk geleverd!?.
> Complimenten voor heldere taal en houding van burgemeester Klijs.
De aandacht voor het niet ontvangen van de NL-alert en de potenti?le gevaren van?het vrijgekomen ethylbenzeen op lange termijn blijft. Veel mensen lijken daar nog?niet over gerustgesteld. Bovendien zijn enkelen geschokt dat veel kranten de brand?niet op de voorpagina hebben staan. Enkele vragen over tranende ogen als gevolg?van de brand van de avond daarvoor blijven onbeantwoord. Andere mensen geven?juist aan niets van de hele brand gemerkt te hebben omdat ze er doorheen geslapen?hebben. Het sentiment over de toekomst en veiligheid van het dorp Moerdijk sluimert?en wordt vooral gevoed door nieuws van traditionele media en de al eerder geplande?bijeenkomst van Kernwaarde Moerdijk. Naarmate de dag vordert, klinken steeds meer
complimenten voor met name burgemeester Klijs. Vooral zijn optredens op Radio 1 en?in Knevel & Van de Brink worden gewaardeerd.
3. Conclusies
Bovenstaande inzichten zijn opgehaald uit berichten die voorzien waren van dominante?woorden als ?Shell?, ?Moerdijk? of ?Shellmoerdijk?. Voor deze analyse zijn ook op?andere manieren berichten verzameld. Bijvoorbeeld op basis van de geo-locatie van?de afzender. In een straal van 20 kilometer rond de plaats incident zijn alle berichten?bekeken die tussen 22.45 uur tot 02.00 uur (4 juni) op sociale media zijn geplaatst.?Daaruit bleek dat veel jongeren niet met de gangbare hashtags twitteren. Ze gebruiken?het sociale medium meer als (onderling) conversatiemiddel, zonder te verwijzen?naar het onderwerp van hun Twitterbericht, bijvoorbeeld: ?Heel de straat buiten?. De?combinatie van tijd en locatie vormt echter wel een aanwijzing dat het een reactie?is van mensen op de brand bij Shell. Ook praatten veel jongeren in halve zinnen of?straattaal. Velen van hen stelden vrijwel direct na het horen van de knal de vraag of zij?de volgende dag wel naar school mochten. De meesten hoopten van niet.?Daarnaast leverde het zoeken op plaatsnamen van omliggende dorpen in dezelfde?periode enkele aanvullende inzichten op. Volgens de berichten was er veel verkeer?op de Kooilandsedijk (wat zou kunnen betekenen dat veel mensen uit Klundert?vertrokken) en daalde in Strijen isolatiemateriaal neer. Inwoners van Klundert klaagden?over de grote aandacht voor Moerdijk, terwijl hun dorp aan de andere kant van het?Hollands Diep dichter bij het complex van Shell ligt.
Uit de analyse van online mediaberichten over de brand bij Shell Moerdijk zijn verder?de volgende lessen op te tekenen:
1. Sociale media toonden een zelfcorrigerend vermogen.
Op P2000 verscheen een melding van een brandalarm bij Nebiprofa waarop iemand?op Twitter deelde dat daar de ontploffingen ontstonden. Een ander reageerde?daarop door te zeggen: ?Mijn Vrouw werkt bij Nebiprofa. Heeft collega gebeld. Was?brandalarm afgegaan door ontploffing Shell? en voorkomt zodoende het ontstaan van?misverstanden en geruchten.
2. Crowdsourcing resulteerde in tegengeluiden.
Vooral in het eerste uur na de brand verzamelden Twitteraars relevante (en minder?relevante) informatie via onder andere P2000 en Wikipedia en trokken eigen conclusies.?Klachten, vragen en complimenten waren het gevolg, zoals bijvoorbeeld: ?Blootstelling?aan…benzeen leidt tot chromosomale afwijkingen…schade aan de beenmergcellen…?niet … tot leukemie.? Wikip ? #moerdijk?.
3. Houding en taalgebruik even essentieel in waardering van communicatie als de?boodschap zelf.
Niet alleen de boodschap, maar ook de manier waarop deze werd gebracht, bleek?essentieel in de communicatie met burgers. De burgemeester werd geprezen om zijn?duidelijke, begrijpbare taal.
?Helder is die burgemeester Klijs van Moerdijk. Wat spreekt die man normale?mensentaal #communicatie2014?.
4. Niet beantwoorden aan verwachtingen bepaalde grotendeels de klachten.
De grote vraag naar een NL-alert of luchtalarm leek in veel gevallen geen directe?vraag om informatie, maar meer een vraag om te voldoen aan de verwachting dat?hulpdiensten bij een dergelijke crisis een NL-alert uitsturen. Sommigen schatten?aan de hand van een NL-alert de ernst van de gebeurtenis in, zoals: ?En ik dacht dat?er ingebroken werd… Is het de #Shell die de lucht in gaat! Ook te horen in #Dordrecht?dus… Geen #NLAlert dus valt mee??.
5. Niet alleen burgers, maar ook professionals en hulpverleners lieten van?zich horen.
Crisisprofessionals en amateurhulpverleners discussieerden mee en evalueerden?online het gedrag van betrokken instanties. Zij verstuurden en duidden meldingen van?P2000 of signalen van ingezet materiaal. Bijvoorbeeld @WouterJong: ?Verbaas mij wel?over de oorverdovende stilte van @shell_nederland. Zelfs geen doorverwijzing naar?@VRMWB. Had meer verwacht. #moerdijk“.
Op dinsdag 14 februari 2012 verzamelden 45 professionals uit de crisisbeheersing zich in het Waterschapshuis te Amersfoort, om daar te discussieren over een nieuw fenomeen: het toenemende gebruik van sociale media (zoals Twitter) door burgers en media tijdens crises.
De initiatiefnemers, HKV LIJN IN WATER en TNO, organiseerden dit symposium om discussie op gang te brengen over de rol en betekenis van sociale media in de crisisbeheersing van waterschappen, veiligheidsregio?s en andere netwerkpartners.
Er waren interessante sprekers waaronder Steven de Smet, hoofdcommissaris Politie te Gent en daarom betrokken bij het onheil op Pukkelpop afgelopen jaar. Er is een uitgebreid verslag gemaakt van het symposium. Deze kunt u downloaden door op onderstaande afbeelding te klikken.
U kunt ook nog de livestream van het symposium bekijken met daarin de presentaties van de sprekers. De link is te vinden in het uitgebreide verslag of door hier te klikken.