Tagarchief: Symposium

Symposium eDiscovery focust op impact online media

De rol van digitaal bewijs bij opsporing wordt steeds groter. Over dat onderwerp wordt op donderdag 23 april gesproken tijdens het Symposium E-Discovery, georganiseerd door het gelijknamige HvA-lectoraat. Op het symposium zijn gebruikers en makers van E-Discoverytechnieken aan het woord.

Verslag van?Jos Willemsen?? 28 april 2015

Het is alweer de zesde keer dat het Symposium E-Discovery plaatsvindt. ?Vijf jaar geleden begonnen deze symposia als mijn openbare les, ik wilde E-Discovery op de kaart zetten,? vertelde E-Discovery lector Hans Henseler
?vorig jaar?tijdens de Lustrum-editie. Dat E-Discovery inmiddels op de kaart staat, is te merken aan de opkomst. Het Benno Premselahuis is ingeruild voor Pakhuis de Zwijger. Henseler organiseerde met zijn lectoraat daar vorig jaar al mede de?DFRWS conferentie.

Ook tijdens dit symposium volgt weer het onderwerp waar het lectoraat E-Discovery voor staat: het verkrijgen en verwerken van digitaal materiaal voor opsporing. ?Dit jaar kijken we terug naar The Decade of Discovery en kijken we vooruit naar de impact van online media op het verzamelen, verwerken en zoeken naar digitaal bewijs?, legt Henseler uit.


Social media
Een goed voorbeeld daarvan is het verhaal van Arnout de Vries. Arnout werkt bij onderzoeksorganisatie TNO en is de tweede van zeven sprekers die op het programma staan. Hij neemt ons mee in de wereld van opsporing via sociale media; door Arnout ook wel de ?moderne Sherlock Holmes? genoemd. ?Sociale media zorgen voor een revolutie in de opsporing, zoals DNA dat dertig jaar geleden deed,? zegt Arnout. ?Er is bijna geen misdaadsoort waarbij sociale media niet betrokken zijn.?


Als voorbeeld wordt de Britse burgerjournalist Eliot Higgins aangehaald, die door sociale media met bewijs kwam in de zaak van de MH17. Higgins werd zelfs als getuige opgeroepen bij het proces, terwijl hij zijn appartement niet uit was geweest. ?Social media is een gamechanger in alle facetten van het politiewerk?, concludeert Arnout de Vries.
Of via YouTube:

En bijbehorende slides:


Informatiemarkt
Wie de grote zaal van Pakhuis de Zwijger verlaat, komt terecht op de informatiemarkt. Daar heeft een aantal data- en digitale opsporingsbedrijven een kraam. De markt fungeert bovendien als netwerkmogelijkheid, waarbij professionals met elkaar praten over de laatste stand van de techniek. Hans Henseler: ?Door deze informatiemarkt luister je niet alleen naar verhalen over de theorie van E-discovery, maar kun je ook leren wat er daadwerkelijk gebeurt in de praktijk.?
Bronnen: HvA

Sociale Media helpen overheid en burger

Eind vorig jaar??stond een artikel?in TNO Time over social media in Nederland en waarom dat voor TNO een interessant onderzoekslandschap biedt. Eerder hebben we al bericht over het symposium waarin enige onderzoeken van TNO werden gepresenteerd waarin onderzocht wordt hoe online gedrag valt te voorspellen of te be?nvloeden.

?Burgers krijgen dankzij sociale media meer macht. Dat is een zekerheid.?

TNOTimesep13

Nederland loopt wereldwijd voorop in het gebruik van sociale media. En in het onderzoek naar sociale media. Als strategische partner adiviseert TNO uiteenlopende overheidsdiensten hoe ze sociale media kunnen inzetten voor opsporing, veiligheid en gedragsbe?nvloeding. En hoe de burgers hen daarbij kunnen helpen, want sociale media zijn tweerichtingsverkeer.

?In Nederland zijn we wakker geschud door de brand bij Moerdijk van januari 2011. In Belgi? ging de wekker een half jaar later af, bij het noodweer dat Pukkelpop trof. Het publiek publiceerde via Twitter foto?s, dat was handig voor de hulpdiensten. En bij Pukkelpop werd via Twitter het hulpaanbod van het publiek gekanaliseerd?, aldus ir. Arnout de Vries. Hij adviseert onder meer de politie en beschouwt sociale media, die een schat aan gegevens (kunnen) leveren, als het nieuwe DNA. Het is tevens de titel van zijn boek dat eind dit jaar verschijnt.
Daarnaast publiceert De Vries over sociale media en opsporing via het blog socialmediadna.nl. Daar zijn talloze praktijkvoorbeelden te lezen hoe de politie Facebook en Twitter strategisch kan inzetten; niet alleen als informatiebron voor opsporingsdoeleinden, maar ook om de burger actief te betrekken bij lopende zaken. Dat geldt tevens voor crisisbeheersing, zoals bij de Moerdijkbrand. De Vries: ?De politie is een informatie-organisatie, dus sociale media zouden in het DNA van elke agent moeten zitten.?
De Vries was ook betrokken bij het onderzoek naar de ?Facebookrellen? in Haren van vorig jaar september. Op YouTube is een digitale reconstructie van Project X te zien. Een belangrijk deel van zijn taak is het ?wakker schudden? van overheden: ?Bijna alle instanties zijn actief op Twitter, maar men weet niet goed wat het effect is. Hoe kan ik mijn doelgroep bereiken? Dat is belangrijker dan het hebben van veel volgers.?

Aandacht en duiding
In het gebruik van sociale media loopt Nederland wereldwijd voorop; burgers publiceren uit zichzelf veel informatie online. Internationaal is er nog weinig onderzoek gedaan naar de be?nvloeding van gedrag via sociale media. Daar houdt psycholoog prof. dr. Jan Maarten Schraagen zich mee bezig. ?Er is met betrekking tot digitale media geen gebrek aan informatie, maar een gebrek aan aandacht en duiding?, stelt hij. Schraagen onderzocht welke tweets kinderen elkaar stuurden bij het kijken naar de tv-talentenjacht Voice Kids; de inhoud van de berichten bleek minder relevant dan het netwerk van verbonden personen. Deze zomer voerde hij een onderzoek uit naar gedragsbe?nvloeding via sociale media. Een ander onderwerp van studie is community resilience ? de veerkracht van lokale gemeenschappen bij rampen. ?Burgers organiseren zichzelf en dat kan goed via sociale media. Ze worden weerbaarder tegenover bedreigingen van buitenaf.?

Onderbouwde keuzes maken
?Ik probeer internet veiliger te maken,? zegt innovatie-consultant dr. ir. Mark van Staalduinen. ?In samenwerking met verschillende overheden werken we aan nieuwe concepten voor een veiliger internet en slimmer gebruik van sociale media.? Hij houdt zich bezig met media mining, het zoeken naar essenti?le informatie in grote hoeveelheden data. ?Criminelen of terroristen zijn ook actief op internet. Zo zijn er anonieme marktplaatsen waar criminelen producten en diensten aanbieden; je kunt bijvoorbeeld een DDOS-aanval bestellen, maar ook de nieuwste virussen en malware. We detecteren nieuwe ontwikkelingen in een vroeg stadium, zodat de betrokken instanties daarop kunnen anticiperen.? Daarnaast beschouwt hij sociale media als een soort ad hoc cameranetwerk. ?We ontwikkelen een dienst om uit al dat beeldmateriaal de juiste foto te filteren.?
Van Staalduinen is tevens betrokken bij iRN (Internet Research Netwerk), een innovatief platform voor overheidsorganisaties die internet gebruiken voor onderzoek in het kader van toezicht, handhaving en opsporing. iRN heeft inmiddels ruim acht duizend gebruikers binnen overheidsinstanties. ?Op dat platform kan innovatie snel landen. We overzien de ontwikkelingen en kunnen onderbouwde keuzes maken. We verbinden technologie aan het werkveld.?

Essenti?le bron
Welke rol kunnen sociale media in de toekomst gaan spelen in relatie tot de veiligheid van de maatschappij? Van Staalduinen: ?Voor overheden wordt sociale media een essenti?le bron voor vroegtijdig signaleren van misstanden en incidenten, zowel in de digitale als de fysieke wereld.? De Vries voorziet dat politie en burgers dankzij sociale media meer gaan samenwerken. Volgens Schraagen krijgen burgers dankzij sociale media meer macht. ?Dat is een zekerheid.?

Sociale media en vaccinatie?

Jan Maarten Schraagen onderzocht hoe via sociale media twaalfjarige meisjes zijn te bewegen om zich te laten inenten tegen het humaan papillomavirus (HPV), dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Gemeten is de effectiviteit van verschillende communicatiestragie?n op sociale media, met als doel om het RIVM (Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu) meer gericht te kunnen adviseren bij de inentingscampagne van voorjaar 2014.

Bron: TNO

Verslag van het symposium Voorspellen en be?nvloeden van gedrag met sociale media

Kun je gebeurtenissen zoals Project X in Haren voorspellen aan de hand van Twitterberichten? Is de invloed?van een bericht afhankelijk van de persoon, het sociale netwerk van die persoon of de boodschap in het?bericht? En hoe kun je het gedrag van mensen be?nvloeden via sociale media? Deze en andere vragen?stonden centraal tijdens het symposium ?Voorspellen en be?nvloeden van gedrag met sociale media? dat?TNO op 5 november organiseerde in Soesterberg. Het symposium werd bezocht door ruim 60 deelnemers?afkomstig uit verschillende sectoren, zoals veiligheid, financi?n, mobiliteit, telecom, overheid, media en?NGO?s.

Het doel van dit symposium was om een breed publiek op laagdrempelige manier toegang te geven tot de?resultaten van onderzoek dat TNO heeft gedaan naar hoe je gedrag kun voorspellen en be?nvloeden met?sociale media. Externe sprekers schetsten een breder beeld van de relevantie van het onderwerp en de?toepassing van de resultaten in de praktijk.

Na een inleiding van dagvoorzitter Jan Maarten Schraagen van TNO lichtte Reint?Jan Renes, lector aan de Hogeschool Utrecht, tot hoe menselijk gedrag werkt en?hoe je daar invloed op kunt uitoefenen. Mensen hebben twee systemen, een?impulsief en een reflectief?systeem. Veel communicatie?richt zich op het reflectieve?systeem, oftewel het gezond?verstand. Maar mensen maken?in de praktijk vaak gedachteloos gedragskeuzes op basis van?het impulsieve systeem. Sociale media maken het mogelijk?om op het kritieke moment het gedrag te be?nvloeden en?informatie op maat aan te bieden. Daarbij is het effectiever?om gewenst gedrag te faciliteren (bijvoorbeeld de weg wijzen naar een openbaar toilet) dan om ongewenst?gedrag te verbieden.

Bob Overbeeke, die zich bij Oxfam Novib bezighoudt met internet-campagnes en?innovatie op het internet, gaf een beeld van de activiteiten van Oxfam Novib die
mogelijk worden gemaakt door sociale media. Oxfam Novib kan bij het activeren?van mensen bijvoorbeeld meer maatwerk leveren voor individuen in plaats van
zich te hoeven richten op doelgroepen. Via sociale media steunde Oxfam Novib bovendien activisten bij de opstanden in Egypte en konden zij goed volgen welke
gebeurtenissen plaatsvonden, zoals een demonstratie of een arrestatie van?activisten.

In vier workshops werden de resultaten van het verkennende onderzoek van TNO gepresenteerd en sociale?mediavraagstukken en toepassingservaringen van de workshopdeelnemers met elkaar uitgewisseld.

Twitteren, wie en wat is belangrijk?
Olav Aarts introduceerde de deelnemers in de belangrijkste factoren die bepalen of iemand een bericht?verstuurt via sociale media. Daarbij blijkt dat het sociale netwerk van de persoon die het bericht verstuurt?belangrijker is dan de inhoud van het bericht of iemands persoonlijke kenmerken zoals de hoeveelheid volgers.?Het publiek was erg ge?nteresseerd in hoe je sentimentanalyse kunt doen op Twitter vanwege het specifieke?taalgebruik en was benieuwd naar het verband tussen sociale media en de praktijk.

Je organisatie via sociale media promoten, wat werkt?
Peter-Paul van Maanen besprak wat het effect is dat een organisatie kan bereiken bij verschillende?doelgroepen met het plaatsen van Twitterberichten, om daarmee de ?impact? van sociale media te meten.?TNO heeft een methode ontwikkeld waarmee de kosten-baten verhouding van Twittercampagnes kan worden?weergegeven. Zo kan worden bepaald hoeveel berichten geplaatst moeten worden om bij een doelgroep een?bepaald effect te sorteren. Vragen uit het publiek hadden onder andere betrekking op de nadere kwalitatieve?segmentering van de doelgroepen: een politieke partij kan wel veel Twitteren over een bepaald onderwerp,?maar slechts weinig zetels in de Tweede Kamer hebben en daarmee weinig impact genereren.

De publieke mening, bestuurbaar of niet?
David Langley besprak de uitkomsten van een onderzoek naar de effecten van verschillende strategie?n via?sociale media om de meningen van ouders van 12- en 13-jarige meisjes over het HPV- vaccinatieprogramma te?be?nvloeden. De eerste resultaten laten zien dat bepaalde strategie?n een effect hebben op de groep?twijfelende ouders, maar niet op de groep die hun mening al heeft bepaald. Vanuit het publiek kwam een?levendige discussie op gang over de mate waarin overheidsinstanties als betrouwbaar worden gezien in dit?soort campagnes.

Trends voorspellen, waar staan we?
Bob van der Vecht lichtte toe hoe TNO probeert te voorspellen of een briesje op Twitter tot een orkaan zal?uitgroeien aan de hand van een simulatie van berichten die verstuurd zijn vlak voor Project X in Haren. Het?blijkt mogelijk dit met terugwerkende kracht redelijk accuraat te voorspellen, maar om dit beter te laten?werken zullen meer bronnen dan Twitter gebruikt moeten worden in het model. Omdat zich in de toekomst?onverwachte gebeurtenissen voor kunnen doen, is een logische toepassing het doorrekenen van diverse?toekomstscenario?s en interventies. Uit de discussie met het publiek bleek dat een goede volgende stap in het?onderzoek zou zijn om de inhoud en het sentiment van berichten te analyseren. Het publiek stelde onder?andere vragen over hoe je aan kunt geven voor welk onderwerp je de toekomst zou willen voorspellen, en hoe?je deze onderwerpen als organisatie voorafgaand aan een hype of incident al kunt weten.

Arnout de Vries van TNO sloot af met de plenaire presentatie ?Social media: the good, the?bad and the ugly? waarin hij uiteenlopende voorbeelden gaf van goede, slechte en lelijke?kanten van sociale media. Hiermee toonde hij aan dat sociale media groepen mensen?kunnen mobiliseren om samen goede dingen te doen, maar ook kunnen functioneren als?katalysator voor bedreigingen van de maatschappelijke veiligheid en economie.

Lees meer over de inventarisatie van het gebruik van online be?nvloeding?bij overheden en bedrijfsleven uit 2012.

Ge?nteresseerd in meer informatie? Neem contact op met Rosemarie Huver

Symposium sociale media 18 april 2012: mythe’s en dilemma’s #NIFV

De hype rond sociale media lijkt zijn hoogtepunt nog niet voorbij te zijn. Bijna elk initiatief rondom sociale media lijkt goud waard. Maar is dat ook zo? Of is het niet veel meer dan een hype? Want hoe zit het met de mythes die er spelen rond sociale media? En hoe gaan we om met de dilemma?s die gebruik van sociale media met zich meebrengt? Bent u een bestuurder, leidinggevende of adviseur en wilt u horen hoe u en uw organisatie nuchter kunnen omgaan met mythes en dilemma?s rondom sociale media in het veiligheidsdomein?

Een terugblik in beeld, verslag en presentaties van een inspirerend en boeiend symposium.

Naast de paneldiscussie met burgmeester Jan Frans Mulder (Gemeente Hulst), directeur GGD Nederland Laurent de Vries en Huib Fransen, afdeling Vakbekwaamheid, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond was er een videobijdrage van Mark Deuze, Professor of Telecommunications, Indiana University, Bloomington (VSt)

en werden er verschillende workshops verzorgd:

Workshop 1: Openbaarheid versus geslotenheid??
Sociale media zijn niet meer weg te denken in het werk van de politie. Bijvoorbeeld bij opsporingsberichtgeving of vermissingen zorgen de inzet van sociale media ervoor dat in korte tijd veel mensen worden bereikt. Maar het levert ook een aantal dilemma’s op. Welke informatie verstrek je wel, en welke niet? Hoe zorg je ervoor dat mensen elke keer blijven meekijken? Een ander dilemma: wat is nog daderwetenschap, als op elke plaats delict iemand met een smartphone staat v??r dat de politie aanwezig is? Deze en andere dilemma’s?zijn behandeld tijdens de workshop.

Nifv openheid of geslotenheid from Marco Leeuwerink,?senior communicatieadviseur Politie Hollands Midden

Workshop 2: Wat pak je op en wat niet?
Sociale media zorgen voor veranderingen op het terrein van criminaliteitsvormen. Dreigtweets zijn daar een voorbeeld van. Hoe ga je om met dreigtweets? Welke is serieus te nemen en welke niet? En wat voor type afhandeling verdienen deze tweets? Aan de hand van voorbeelden worden vragen behandeld als: Is een eenduidige aanpak mogelijk? Is een eenduidige afhandeling voor te schrijven?

http://prezi.com/rgd1w62torhv/symposium-social-media-mythes-en-dilemmas/

Deze workshop is gegeven door Robbin Huigen, sociale media communicatieadviseur Parket Generaal en?Marloes Ham, beleidsmedewerker Openbaar Ministerie

Workshop 3: Wat is waar en wat niet??
Sociale media staan ook bekend om hun geruchten, om het vergroten van de maatschappelijke onrust, om de vele grappen en grollen die er op verschijnen. Hoe weet je nu wat waar is? Hoe valideer je informatie? En zijn sociale media nu wel de wijsheid van velen of is het soms ook een domme massa? De workshop wordt vormgegeven aan de hand van talloze praktijkvoorbeelden en afgesloten met een eenvoudig handelingsperspectief.

Workshop 3 Wat is Waar en Wat Niet

Deze workshop is gegeven door Roy Johannink, senior adviseur Beleid en Onderzoek, VDMMP en Menno van Duin, lector Crisisbeheersing, gezamenlijk lectoraat Crisisbeheersing van het NIFV en de Politieacademie

Workshop 4: Dilemma?s bij de Visie op sociale media en OOV?
Handhaving, opsporing, crisisbeheersing, zelfredzaamheid, activering van burgers: sociale media maken dit allemaal mogelijk. Of niet? In deze workshop wordt dieper ingegaan op algemene dilemma?s: ze worden toegelicht, praktijkvoorbeelden worden gegeven en met de aanwezigen wordt bediscussieerd hoe met deze dilemma?s om te gaan. Bij een aantal dilemma?s speelt mee dat de effecten van de inzet van sociale media niet of nauwelijks worden gekend of gemeten. Tevens wordt ingegaan op hoe deze effecten te meten. Ten slotte krijgen de deelnemers handvatten om een strategie op maat te kiezen bij de inzet van sociale media ten behoeve van fysieke en sociale veiligheid.

Workshop 4 Dilemma’s Bij de Visie Op Sociale Media en OOV
Deze workshop is gegeven door Mirjam Huis in ?t Veld, onderzoeker en adviseur sociale media en veiligheid, TNO

Workshop 5: Sociale media monitoren: wat wel en wat niet en waarom?
TNO laat zien hoe monitoring en analyse van sociale media, oftewel ?slim kijken? in de grote informatiebron, optimaal kan bijdragen aan slim communiceren en betere risico- en crisisbeheersing. In de workshop worden toepassingsvoorbeelden getoond voor zowel de ‘koude’ als de ‘warme’ fase van crisisbeheersing. Dilemma?s als sociale be?nvloeding en ethiek worden bediscussieerd, maar ook wordt getoond wat er momenteel mogelijk is met diverse sociale media monitoring tools.

Workshop 5 Sociale Media Monitoren Wat Wel en Wat Niet en Waarom

Deze workshop is gegeven door Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur sociale media en veiligheid, TNO en Richard Stronkman, oprichter Twitcident.

Lees een verslag van @Webgrrlnl en een verslag van Roy Johannink en de samenvatting van?@JaspervanVugt:
Verslag Md12 Symposium NIFV
En enkele interviews:
Interview burgemeester Hulst, Jan Frans Mulder

Interview GGD NL directeur, Laurent de Vries

En last but not least: presentatie van dagvoorzitter Menno van Duin:
Menno Van Duin Md12

Symposium sociale media in de crisisbeheersing 2012

Op dinsdag 14 februari 2012 verzamelden 45 professionals uit de crisisbeheersing zich in het Waterschapshuis te Amersfoort, om daar te discussieren over een nieuw fenomeen: het toenemende gebruik van sociale media (zoals Twitter) door burgers en media tijdens crises.

De initiatiefnemers, HKV LIJN IN WATER en TNO, organiseerden dit symposium om discussie op gang te brengen over de rol en betekenis van sociale media in de crisisbeheersing van waterschappen, veiligheidsregio?s en andere netwerkpartners.

Er waren interessante sprekers waaronder Steven de Smet, hoofdcommissaris Politie te Gent en daarom betrokken bij het onheil op Pukkelpop afgelopen jaar. Er is een uitgebreid verslag gemaakt van het symposium. Deze kunt u downloaden door op onderstaande afbeelding te klikken.

U kunt ook nog de livestream van het symposium bekijken met daarin de presentaties van de sprekers. De link is te vinden in het uitgebreide verslag of door hier te klikken.

SMSYM12_verslag