Tagarchief: beinvloeding

Botlegers: Opmars van de Twitterbots

In verkiezingstijd proberen kwaadwillenden via volledig geautomatiseerde social-media-robots en trollenlegers mensen ertoe te bewegen om een bepaalde kandidaat te kiezen. Hoe groot is dit probleem? En wat kunnen we ertegen doen?

Geschreven door Marc Seijlhouwer, MSc en verschenen in De Ingenieur

Robots verspreiden volautomatisch allerlei boze, agressieve of misleidende berichten op sociale media

#Kominverzet?Deze zogenoemde hashtag wordt veelvuldig gebruikt op sociale media, onder anderen door Geert Wilders. Het is ook de hashtag die, elke keer als hij wordt gebruikt in een tweet, een robot doet ontwaken. Deze Twitterbot, actief sinds februari 2017, ?retweet? elk bericht dat de hashtag bevat. Zonder enige menselijke interventie verspreidt hij de vaak hatelijke boodschappen van anderen over het internet. Daardoor zien meer mensen deze boodschappen ?n wordt de hashtag vaker gebruikt ? als hij tot extra retweets leidt, is hij immers de moeite waard. Dat zijn de regels van sociale media; hoe meer het wordt gedeeld, hoe beter.

De robot is op de redactie van De Ingenieur gebouwd. Het was heel makkelijk; robotisering van tweets is inmiddels al zo wijdverspreid dat verschillende websites een kant-en-klare service leveren. Daarvoor moet je wel je gegevens aan die sites geven, en controle over je Twitteraccount. Maar als het verder toch een nepaccount is, maakt dat weinig uit. Iemand met wat meer programmeerkennis zet met een paar regels code geavanceerdere bots in elkaar, die bijvoorbeeld geautomatiseerd nieuws verspreiden, reageren op bepaalde soorten tweets of zelfs taal gebruiken zoals mensen dat op Twitter doen. Dankzij technieken als deep learning gaat het soms nog verder, totdat een robot op een gegeven moment niet meer van een echte gebruiker is te onderscheiden.
Die bots kunnen een slechte invloed hebben op mensen. Ze kunnen manipuleren, verwarren en in de maling nemen. Nu is hun invloed nog klein, maar de kans is groot dat ze in de toekomst een steeds grotere rol spelen.

Twitterbots zijn overal op Twitter en bestaan in mindere mate ook op andere sociale media. Facebook probeert ze tegen te houden en slaagt daar beter in dan Twitter, maar het bedrijf heeft er alsnog last van. Twitter is transparant over het feit d?t er bots bestaan. Het sociale medium vindt het namelijk niet erg als gebruikers in meer of mindere mate automatisch tweets plaatsen. Het genereren van content is immers belangrijk voor het succes van de dienst.

Hoeveel nepaccounts (bots, inactieve gebruikers en andere accounts waar geen mens achter zit) er zijn op sociale media, is moeilijk te zeggen.?Schattingen uit onderzoeken en cijfers van bedrijven zelf komen uit op zo?n 7 ? 8 %?, vertelt dr. Mirko Tobias Sch?fer, docent-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht en projectleider van de Utrecht Data School, waar wordt gekeken naar de relatie tussen data, overheid en social media. ?Het verifi?ren van die cijfers is echter onmogelijk.? Er is in elk geval een aanzienlijk aantal nepaccounts, waarvan een deel valt onder wat men ?kwaadaardige bots? kan noemen. Dat sociale-media-bedrijven daar niet meer tegen doen, is misschien begrijpelijk. Een groot bedrijf haalt niet zomaar bijna 10 % van zijn gebruikers weg. Zeker niet als die actief zijn of zelfs, in het geval van Facebook, regelmatig op advertenties klikken en zo de inkomsten verhogen.

“Online de boel verzieken is vaak nog mensenwerk”

Pro-Trump-bots
Dat betekent niet dat er niks gebeurt. Twitter kreeg regelmatig kritiek over de grote hoeveelheid geautomatiseerde accounts. Daarom stelt het bedrijf inmiddels een heleboel voorwaarden aan een bot. Hij mag bijvoorbeeld geen trending topics kopi?ren. En iemand die een bot wil bouwen, moet zijn account verifi?ren met een telefoonnummer. Facebook is in principe nog strenger, wat daar moet een ?echt? persoon met naam, voornaam, woonadres en telefoonnummer achter het account zitten. Het probleem is alleen dat er tegenwoordig websites bestaan die uit het niets een neppersoon cre?ren. Die kun je zelfs op nationaliteit uitkiezen; een slimme willekeurige generator maakt zo de fraaiste fictieve mensen aan. Klinkt Lysanne Terlingen uit Ede, 27 jaar oud en woonachtig op de Tollenburg 99 niet als een echt bestaande Nederlandse vrouw? Op die manier valt er dus van alles te omzeilen. En dat gebeurt ook massaal, gezien de schattingen van het aantal fake accounts.

Zo?n percentage nepaccounts hoeft niet erg te zijn. Er komen pas problemen als de neppers het verpesten voor de echte mensen. Dat is nu overwegend niet het geval, zegt Sch?fer. ?Veel bots zijn nuttig of grappig, en vaak is het door hun naam of biografie overduidelijk dat het geen menselijke gebruikers zijn. Die machines zijn onschuldig.?
Het probleem komt van de minder frisse bots. Ze houden geheim dat het robots zijn en dienen een specifiek manipulatief doel. Hiervan zijn de politieke bots een voorbeeld. Vlak na de campagne van Donald Trump in 2016 deden geruchten de ronde dat hij mede had gewonnen dankzij de aanwezigheid van pro-Trump-bots op Twitter. Die tweetten dag en nacht leugens de wereld in over Hillary Clinton, prezen Trump en gebruikten populaire hashtags om de aanwezigheid van Trump-aanhangers overal voelbaar te maken. Hoeveel het er precies waren, weet niemand. Was hun invloed echt zo groot? Sch?fer: ?De invloed van bots is moeilijk te meten. Maar ik weet vrijwel zeker dat het niet de bots waren die de doorslag gaven.?

Trollenleger
Dat Trump hoogstwaarschijnlijk niet won dankzij ?zijn? bots, betekent echter niet dat ze niet zijn gebruikt. ?Maar waarschijnlijk zijn ze niet door zijn campagneteam in gang gezet?, denkt Sch?fer. ?Je kunt als kandidaat vaak niet bepalen welke groeperingen zich bij je aansluiten en wat ze gaan doen. Er zijn botnets te huur, en een aanhanger van Trump zou zo?n netwerk kunnen inzetten tijdens de campagne. Vaak zorgt de aanhang van een politieke partij voor meer manipulatie dan de partij zelf.? Hoewel social-media-invloed bij deze verkiezingen mogelijk nog geen doorslaggevend effect had, kan dat in de toekomst anders zijn, waarschuwt ir. Arnout de Vries, social-media-onderzoeker bij TNO. ?Bedrijven, maar ook politieke partijen, kunnen tegenwoordig steeds specifiekere datapakketten kopen. Daarin staat allerlei informatie over groepen mensen. Bedrijven kunnen via Facebook heel gericht zo?n groep benaderen. Als een politieke partij dat zou doen, en zich bijvoorbeeld op be?nvloedbare mensen zou richten, kunnen ze denk ik veel teweeg brengen.?

Dat gebeurt nu nog niet; hoewel alle partijen op de een of andere manier de vergaande advertentiemogelijkheden van Facebook benutten, maken ze geen gebruik van wat De Vries het ?onethische? deel van gericht adverteren noemt. ?Profileren van potenti?le kiezers en ze be?nvloeden lijkt me onethisch, net als je in het debat mengen via sociale bots of trollen. Maar voorlopig kopen Nederlandse partijen nog niet massaal gegevens in bij databrokers.?

Dat is wel anders in de VS. Daar is de afgelopen paar verkiezingen gebleken hoe nuttig het kan zijn om je verschillende kiezersgroepen te kennen. Dat lukte daar mede zo goed doordat de privacywetgeving er anders is dan in Nederland. Hier moeten politieke partijen openheid van zaken geven, ook over het gebruik van datasets. Bovendien mogen bedrijven hier minder opslaan over individuen. ?In de VS zijn er per persoon ontzettend veel datapunten, naar schatting gemiddeld 1500?, weet De Vries. ?Daarmee kun je bijvoorbeeld ?uitrekenen? wat iemands pressiepunten zijn. Als je het zou willen, kan je daarmee iemand chanteren zodat hij jouw kant kiest.? De marketingwereld heeft volgens De Vries inmiddels een grote hoeveelheid informatie over het be?nvloeden van mensen. ?Door die kennis te combineren met steeds slimmere zelflerende algoritmes is er technisch nu al van alles mogelijk. De politiek loopt alleen achter in de toepassing ervan. Maar er zijn partijen die het idee van online invloed oppakken.? Voorlopig zijn de algoritmen echter nog net niet slim genoeg om over te komen als internetgebruikers van vlees en bloed. Daarom is online de boel verzieken vaak nog mensenwerk, waarbij zogenoemde trollen heel fel tegenstanders aanpakken en nieuws verspreiden dat een bepaald standpunt ondersteunt. ?Politieke partij DENK gebruikte een klein aantal trollen en er zijn sterke vermoedens dat Russische trollenlegers invloed uitoefenen in de VS, Nederland en Frankrijk.?

Brutale gebruikers
Zoals De Vries het beschrijft, ziet de toekomst er niet bijster rooskleurig uit. Maar er is wat aan te doen. ?Blijf onethisch gedrag van partijen onthullen en informeer mensen over de mogelijkheden van onbewuste be?nvloeding. Dat is het beste wat overheid, media en maatschappij kunnen doen. Het oprollen van dit soort legers is juridisch en praktisch vrijwel onmogelijk, dus dat is geen oplossing.?

Wel vindt De Vries dat partijen zich, zeker in campagnetijd, wat ethischer mogen opstellen. Want ze richten zich, via Facebook, allemaal al met specifieke advertenties op kleine, specifieke groepen die voldoen aan bepaalde voorwaarden. Die tactiek, narrowcasting, is potentieel zorgelijk. ?De partijen verschuilen zich achter het algoritme van Facebook, maar ze hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Het is echter lastig om de partijen tot ethisch adverteren te dwingen, omdat online de brutale en onethische gebruikers vaak het best worden gehoord.? Sch?fer is het daarmee eens: ?In het Duits noemen we dit de Schweigespirale; het fenomeen ? onderzocht door de Duitse politicoloog Elisabeth Neille-Neumann ? dat een minderheid schreeuwers meer voor elkaar krijgt en de meerderheid zwijgt omdat de ze denken de minderheid te zijn. Aangezien sociale media volledig om emoties draaien, is het logisch dat boosheid van verongelijkte mensen sneller scoort. Bots en trollen spelen daar perfect op in.?

De vraag blijft of de invloed van de robots en algoritmes op de verkiezingen groot is. De sociale wetenschappers geven meteen toe dat die nauwelijks valt te meten; zelfs als er een verband is, hoeft dat niet causaal te zijn. Het feit dat er veel bots tweeten over een bepaalde gebeurtenis, waarna die gebeurtenis veel aandacht krijgt, hoeft niet te betekenen dat de aandacht kwam door de bottweets. De Vries denkt dat opleiding en voorlichting kunnen helpen om de negatieve invloed van deze technologie?n te verminderen. Sch?fer is het hiermee eens, maar stelt ook voor om verder te gaan: ?Als ik een politieke partij was, zou ik het gebruik van bots omarmen. Maar dan niet stiekem; ik zou bijvoorbeeld een factcheckbot bouwen om populistisch ?nepnieuws? automatisch te ontkrachten. En dan duidelijk maken dat deze nuttige robot van mijn partij afkomstig is. Maar de partijen gebruiken sociale media nu vooral om onderbuikgevoelens van de achterban aan te spreken. Dat is geen effectief social-media gebruik.?

Leuke bots

Lang niet alle bots hebben als doel om chaos, wanorde en misinformatie te verspreiden. Vaak zijn ze nuttig, grappig of fascinerend. Een kleine selectie.

@klmfares: Wil je op reis? Tweet je begin- en eindpunt, en de Twitterbot vertelt automatisch de kosten van de vlucht, inclusief link naar een boekingspagina. Een voorbeeld van automatische, snelle klantenservice.

@thinkpiecebot: ziet u ook wel eens n?t iets te vergezochte artikelen over de actualiteit, trends onder jongeren en andere onzin? Deze bot maakt die belachelijk door een aantal bekende krantenkopconstructies in te vullen met min of meer willekeurig gekozen woorden.

@we_didnt_start: een alternatieve manier om het nieuws binnen te krijgen. Dit stukje programmatuur plukt de meestgezochte termen op een dag van Google en probeert er een zin van te maken op de wijs van Billy Joels hit ?We Didn?t Start The Fire?.

@congressedits: deze bot is niet grappig, maar vervult wel een interessante functie: hij monitort Wikipedia en tweet elke keer als iemand van het Amerikaanse Congres een aanpassing doorvoert. Zo is te zien of senatoren misschien onwelgevallige informatie wegpoetsen of op een andere manier de waarheid proberen te manipuleren.

Darknet Shopper: geen Twitterbot, wel fascinerend. Dit programma koopt willekeurige dingen van het Dark Web, de schaduwkant van het internet waar alles kan. De bot mag 100 dollar per week uitgeven en koopt alles wat hij kan vinden. Zo liet hij al een keer drugs bij de makers thuis bezorgen, waarna de politie langskwam om ze in beslag te nemen.

https://twitter.com/rickdus/status/835810423228227584

[slideshare id=73257805&doc=botlegers-170317155114]
Bronnen: De Ingenieur, april 2017

Be?nvloeding op social media

faceboomanipulation-1

Wat als Facebook & Co het nieuws voor je bepalen…

Op internet lezen mensen alleen datgene wat in hun eigen straatje past, klinkt er sinds de sociale media zijn doorgebroken als nieuwsbron. Maar is dat wel zo? Een groep wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam concludeert dat het wel meevalt met die zogenoemde ‘filterbubbels’.

Wie tegen Zwarte Piet is, zal op zijn of haar Facebook-pagina voornamelijk nieuwsberichten vinden waarin wordt gepleit voor andersgekleurde pieten. Juist een voorstander van de traditionele zwarte schmink? Dan komen die progressieve artikelen minder frequent voorbij. Prominenter op je tijdlijn staan in dat geval stukken die het conservatieve standpunt verdedigen.

De manier waarop nieuws geselecteerd wordt, is onderhevig aan verandering. Waar traditioneel gezien de redactie bepaalt welk onderwerp lezers als eerste te zien krijgen (door daarmee de krant of het journaal te openen), wordt de volgorde van online nieuwsberichten in toenemende mate aangepast aan de kenmerken van de consument.

Door middel van vooraf aangegeven voorkeuren – waarbij gebruikers tijdens registratie aanvinken dat ze ge?nteresseerd zijn in bijvoorbeeld ’tennis’, ‘opvoeding’ en ‘regionale politiek’ – en algoritmes die zichzelf aanpassen op basis van iemands lees- en klikhistorie personaliseren de online media de presentatie van de actualiteiten.

Gevaarlijk, klinkt er uit verschillende hoeken. Online gepersonaliseerd nieuws zou leiden tot ‘echokamers’ of ‘filterbubbels’: unieke informatieruimtes waarin het eigen wereldbeeld non-stop wordt bevestigd en alternatieve opvattingen ontbreken.

Zo signaleerde ‘Nieuwsuur’ vorige maand dat door het toenemend gebruik van sociale media als nieuwsbron vormen van tunnelvisie ontstaan en waarschuwde de High-Level Expert Group on Media Diversity and Pluralism, een onafhankelijk adviesorgaan van de Europese Commissie, voor de negatieve impact die deze versnippering kan hebben op de democratie.

Meerdere kanalen

Maar zijn die zorgen wel terecht? Volgens de nieuwste bevindingen van een doorlopend onderzoeksproject aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) niet. Een groep wetenschappers uit verschillende disciplines analyseert daar doorlopend de laatste ontwikkelingen op het gebied van gepersonaliseerde communicatie.

“Voor het eerst bleek dit jaar dat jongeren sociale platforms boven de tv verkiezen als nieuwsbron”, zegt universitair docent politieke communicatie en journalistiek Damian Trilling. “Maar tegelijkertijd zien we dat jong en oud de actualiteiten op meerdere kanalen volgen. Naast Facebook hebben ze bijvoorbeeld de app van Nu.nl op hun telefoon, lezen ze ook af en toe een krant, of blijven ze hangen wanneer ze tijdens het zappen bij een journaal terecht komen.”

Daardoor vallen de effecten van de doorbraak van sociale media als nieuwsbron vooralsnog mee, stelt hij. “Mensen lezen helemaal niet enkel datgene wat in hun eigen straatje past. Integendeel, het internet biedt juist allerlei mogelijkheden om met verrassende informatie in aanraking te komen.”

Als voorbeeld noemt hij de vele hyperlinks in online berichten, waarmee lezers met ??n druk op de muis kunnen doorklikken naar andere websites. “Zo kom je steeds bij bronnen die je normaliter niet gebruikt.”

Niet alleen is het stukken makkelijker om alternatieve nieuwsaanbieders te vinden, er zijn er ook veel meer. “Waar je vroeger een beperkt aantal kranten, tv- en radiozenders had, is de hoeveelheid kanalen die nieuws verspreiden nu enorm.”

Gratis nieuws

Nog belangrijker, volgens Trilling, is dat bijna al die kanalen voor iedereen toegankelijk zijn. “Denk je dat alle Nederlanders iedere nieuwsbron zo maar konden raadplegen, dertig jaar geleden? Welnee, een abonnement op alle kranten en tijdschriften zou veel te duur zijn geweest. Nu kan iedere persoon het nieuws volgen, gratis, via het web. Dat is minder voor de journalist misschien, maar positief voor de samenleving.”

Inderdaad lezen, luisteren en kijken veel mensen via internet naar het nieuws: voor 45-minners is het hun voornaamste bron. De sociale media spelen daar een belangrijke rol in, blijkt uit het meest recente Digital News Report van het Reuters Instituut. Meer dan de helft van alle mensen haalt nieuws van platforms als Facebook, Twitter en YouTube, 12 procent volgt de actualiteiten zelfs primair op sociale media. Nog populairder zijn deze online nieuwsbronnen onder jongeren (18 tot en met 24 jaar): voor een kwart van hen zijn sociale media d? plek om ontwikkelingen in de gaten te houden.

Toch blijven mensen leunen op meerdere kanalen, zowel online als offline. Die mix van nieuwsbronnen voorkomt dat consumenten een tunnelvisie ontwikkelen. “In het huidige gefragmenteerde medialandschap kom je gegarandeerd in aanraking met informatie die jouw denkbeelden tegenspreken”, aldus Trilling. “Of je nu hoog of laag bent opgeleid, een frequent bezoeker bent van extremere sites als GeenStijl of alleen ge?nteresseerd bent in het financi?le nieuws. Uit onderzoek blijkt dat mensen die veel gekleurde informatie tot zich nemen, ook veel regulier nieuws zien.”

Polarisatie

De angst voor polarisatie als gevolg van selectieve nieuwsconsumptie is niet nieuw. In de jaren zestig bijvoorbeeld, richting het eind van de verzuiling, ontstond ook discussie over de vraag of Nederlanders niet alleen meningen van gelijkgestemden tot zich namen. Immers, de katholieken lazen de Volkskrant, keken naar de KRO en stonden bij het koffiezetapparaat met andere katholieken, terwijl bijvoorbeeld de protestanten enkel protestantse geluiden hoorden.

“Dat mensen geneigd zijn om voornamelijk informatie tot zich nemen die overeenkomt met hun eigen opvattingen is van alle tijden”, zegt Judith M?ller, die verbonden is aan de faculteit der maatschappij- en gedragswetenschappen van de UvA en meewerkt aan het personalisatie-onderzoeksproject. “Ook in de krant pik je bijvoorbeeld het onderwijsnieuws eruit, terwijl je de economiepagina’s overslaat. Je leest wat je wil lezen en hoort wat je wil horen. Nieuws dat in jouw kader past onthoud je ook beter.”

Bovendien, stelt M?ller, heeft de mens ook nog een eigen wil. “En wat blijkt? Als een algoritme iemand te ver in een bepaald hoekje probeert te duwen, kruipen we er zelf weer uit. Wanneer je als politieke junkie die enkel nieuws uit Den Haag leest bijvoorbeeld niet op de hoogte wordt gehouden wanneer Oranje in de finale van het WK staat, dan ben je klaar met Facebook.”

Ook werken de aanbevelingssystemen nog niet optimaal. Zo verschillen de zoekresultaten van twee Google-gebruikers 11 procent vanwege personalisatie en klikt slechts een van de duizend mensen op advertenties die zijn gebaseerd op hun surfverleden.

“Sociale en online nieuwsmedia experimenteren momenteel met hun algoritmes”, zegt de maatschappijwetenschapper. “Wat werkt en wat niet? Dat is lastig en levert soms verrassende conclusies op. Een van de dingen die ze dusver ontdekt hebben is dat mensen diversiteit op prijs stellen.”

Wie op Netflix of Blendle bijvoorbeeld tien aanbevelingen krijgt, heeft behoefte aan een aantal verrassingssuggesties, zo blijkt. “En dus krijg je pak ‘m beet acht gepersonaliseerde opties, waarvan de onderwerpen binnen jouw interesseveld liggen, en twee aanbevelingen die lukraak geselecteerd zijn. Die toevallige ontdekkingen van nieuws dat eigenlijk buiten jouw kader valt blijven zodoende bestaan.”

De verrassingssuggesties staan er niet alleen ten faveure van de gebruiker, vult communicatiewetenschapper Trilling aan. “Ze zijn er ook om het algoritme te voeden. Door te meten op welke van de random aanbevelingen de gebruiker klikt, leert het algoritme meer over die persoon en verandert het toekomstige gepersonaliseerde suggesties.”

Alles bij elkaar is de angst dat mensen – bijvoorbeeld degenen die tegen handelsovereenkomst TTIP tussen de Europese Unie en de VS zijn – op sociale media enkel het eigen gelijk terugzien, ongegrond, concluderen de onderzoekers van de UvA.

“Er zijn geen filterbubbels, de publieke sfeer is niet gefragmenteerd en de democratie is veilig”, stelt Trilling. “Op dit moment althans. De vraag is natuurlijk of dat zo blijft. Het is van belang dat we blijven discussi?ren over online gepersonaliseerd nieuws.”

Inkomsten

Want er liggen wel degelijk risico’s op de loer, denkt Trilling. Eind vorig jaar lanceerde Facebook ‘Instant Articles’ in Nederland, een functie die traditionele nieuwssites de mogelijkheid geeft om hun artikelen binnen de vormgeving van Facebook te publiceren. Gebruikers worden dan niet meer doorverwezen naar de website van de nieuwsbron zelf, maar kunnen op de servers van het platform blijven. Inkomsten en bezoekcijfers komen de nieuwssite toe.

Die versterking van Facebooks positie als platform waar zowel mensen als media nieuws delen is riskant, stelt Trilling. Het sociale medium lag de afgelopen maanden onder vuur omdat het niet altijd onpartijdig zou zijn: conservatieve berichtgeving zou vaker als ’trending’ worden aangemerkt. Ook verwijderde Facebook de wereldbekende oorlogsfoto van het ‘napalmmeisje’ en blokkeerde het de profielen van Palestijnse journalisten.

“Als Facebook daadwerkelijk oppermachtig wordt als nieuwsverspreider – en zo ver is het nog lang niet – zijn wij volledig afhankelijk van een specifiek Amerikaans bedrijf en kunnen we niet anders dan zijn wetten en culturele normen volgen.” En dan? “Dan is de taak van de journalist om een breed scala aan onderwerpen en meningen te laten horen belangrijker dan ooit.”

Bronnen: Trouw

Hoe social bots sociale media be?nvloeden

Tay

Zogenoemde ‘social bots’, geautomatiseerde nepprofielen, proberen steeds vaker online mensen en debatten te manipuleren.

Chatbots zijn ouder dan we denken. Origineel noemden we ze ?ChatterBots?, een term die door Michael Mauldin, maker van de eerste?Verbot, werd bedacht in 1994. ?Maar het idee is al veel ouder. In de jaren ?50 bedacht Alan Turing, vooral bekend geworden vanwege zijn aandeel in de Tweede Wereldoorlog, de Turing Test. Daarmee moesten we kunnen aantonen dat een computer intelligent is. Dat doen we door een computerprogramma een mens na te laten doen in een real-time geschreven gesprek met een menselijke ?rechter?. Kan deze ?rechter? de computer niet van mens onderscheiden, dan is de computer intelligent.?Tot nu toe heeft echter geen enkele chatbot deze test behaald.

Verkiezingen in de VS

Begin deze maand merkte een republikeinse blogger op dat 465 accounts op Twitter spam verstuurden ten gunste van Donald Trump. De tweets, voorzien van hashtags en links, riepen op om Ted Cruz aan te geven bij een toezichthoudend agentschap. Maar sommige accounts gaven locaties als Brazili?, Itali? en India aan. Bovendien hadden ze zelden eerder over Trump getweet, volgden ze een verwaarloosbaar aantal andere gebruikers en werden ze zelf niet of nauwelijks gevolgd. De blogger berekende dat in dertig dagen, deze 465 accounts 411.000 tweets over Trump genereerden.

@DeepDrumf is een aardig voorbeeld van een relatief eenvoudig deep learning algoritme dat realistische uitspraken van Donald Trump genereert op Twitter.

drumpf

Politiek debat
‘Bots worden steeds vaker ingezet in het politieke debat’, zegt communicatiewetenschapper Samuel Woolley, die aan de Universiteit van Washington een onderzoek leidt naar het fenomeen. ‘Voorheen werden ze vooral gebruikt om een politicus of campagne populairder te laten lijken, maar tegenwoordig proberen ze steeds geavanceerder publieke opinie te manipuleren.’

Wie stuurt de bots aan?

Of de bots die het op Cruz gemunt hadden afkomstig waren van Trumps campagne is volgens Woolley moeilijk te zeggen. ‘We weten dat bots een actieve rol in de verkiezingen hebben, maar het is moeilijk te zeggen wie de bots aanstuurt.’

Het onderzoeksteam van Woolley heeft nu al moeite om vast te stellen of een account een bot is, mede doordat bots vaak snel uit de lucht worden gehaald en dat de eigenaar zijn bot op non-actief kan zetten om vervolgens zelf vanuit het account te posten.

Vanuit een aantal hoeken is bekend dat social bots worden ingezet. Allereerst waren er commerciele partijen die met bots aanbiedingen via social media als Twitter online wilden posten. Slimmere bots reageerden op Twitter op specifiek gebruikte keywords of mengden zich in trending topics. Al snel werden bots echter ook door regeringen ingezet. Zo is van Rusland bekend dat social bots worden ingezet om het debat te beinvloeden. Maar ook terroristische organisaties als Islamic State gebruiken bots om hun boodschap te propageren.

Groeiend aantal bots

Volgens onderzoekers van de universiteit van Arizona zijn minstens 7% van alle Twitter accounts social bots. Twitter zelf houdt het bij 5%, maar er zijn onderzoeken die aangeven dat met hun bot detectie tot minstens 9%. Opvallend is dat 50% (!) van alle accounts na 2014 inmiddels suspended zijn. En als het gaat om de hoeveelheid content die bots produceren zegt hetzelfde onderzoek van Arizona dat 24% van alle tweets niet van mensen, maar machines komen. Ook onder Facebook accounts zijn naar schatting 5-11% van alle accounts social bots. Er zijn social bot farms gedetecteerd die wel 750.000 accounts aansturen!

Social bots

facebook bots

Op populaire messaging platformen als KIK, dat vooral onder jongeren zeer populair is (ook in Nederland), wordt steeds meer gebruik gemaakt van social bots. Het is een nieuwe manier ook voor bedrijven om aan marketing te doen (conversational brands) en er zijn al 350 miljoen berichten met social bots zijn uitgewisseld. Ook platformen?als Slack maken er al op grote schaal gebruik van.

Maar juist de grote reuzen van deze aarde zijn er nu groots op aan het inzetten. 2016 wordt het jaar van de social bots genoemd waarin een aantal belangrijke lanceringen gepland staan, zoals de bots van Facebook. Facebook?s varianten blijken nu nog erg?traag, maar?onderstaande video laat zien wat Facebook met chatbots voor ogen heeft:

Remi Zoeten, data scientist bij Bol.com, stelt dat de groei van bots vanuit commerci?le bedrijven?aan meerdere aspecten ligt. ?Er is niet een enkele grote doorbraak geweest in de wereld van chatbots. Maar mogelijk is er een ?tipping point? bereikt welke het verschil maakt tussen wel of niet durven inzetten.? Dat tipping point heeft volgens Zoeten te maken met een aantal verbeteringen die we in de afgelopen jaren hebben gemaakt. ?We hebben bedacht hoe kunstmatige neurale netwerken kunnen worden gebruikt om met tekst om te gaan.?Neurale netwerken zijn ge?nspireerd op het neurale netwerk dat in ons brein zit. Er zijn dus betere computer-representaties gevonden voor mensentaal. Daarnaast zijn Wikipedia en andere (publieke) tekstbronnen?constant aan het groeien, hier kunnen chatbots van leren.?

Maar ook het aanbod van natuurlijke taalprocessoren als een service en kunstmatige intelligentie als een service dragen hieraan bij, stelt Jerry Wang, ontwikkelaar van chatbots in Silicon Valley. ??Veel verkopers bieden nu natural language processing (natuurlijke taalverwerking) aan als een service. In samenwerking met veel providers die de extra hulpmiddelen aanbieden kan vrijwel iedereen een coole chatbot maken die dingen voor je kan doen, in plaats van alleen maar ?hi? sturen zoals de Cleverbot deed.?

Dat grote bedrijven als Facebook nu op chatbots inspringen heeft volgens Wang en Zoeten ook een logische reden. ?Ik denk dat ze dit doen om dat de meest?intu?tieve interface naast een muis, toetsenbord of touchscreen een gesprek is. Met iemand praten om bepaalde informatie te vinden of een doel te bereiken is iets dat alle mensen doen?, stelt Wang. Zoeten ziet echter ook een commerci?le reden voor de opkomst van chatbots. ?Chatbots hebben veel commerci?le waarde, omdat ze de potentie hebben om veel werk te automatiseren, of zelfs om werk beter te doen dan professionals.
Denk aan chatbots die jou helpen om een goed cadeau te vinden, die zorgen voor een hogere omzet in online retail. Of een chatbot die de klantenservice doet bij online aankopen. Die is misschien wel veel sneller en effectiever dan een menselijke klantenservice.?

june-3-crisis-bot

?Chatbots kunnen leren van bijvoorbeeld Wikipedia of van vijfhonderd dikke boeken over anatomie en medicijnen?, vertelt Zoeten. ?Daar staat vaak het antwoord op een vraag letterlijk in. Maar als het antwoord op een vraag niet letterlijk in een tekst staat, dan kan het moeilijk zijn om het antwoord te bedenken of om het antwoord bij elkaar te verzamelen. Een chatbot kan misschien wel goed communiceren over het weer, of met interessante feitjes komen over een onderwerp, maar vermogen om te redeneren is er nog niet. Bijvoorbeeld: ?Jantje wil graag zijn 7 knikkers verdelen over zijn drie broertjes. Kan hij alle 7 knikkers eerlijk verdelen???Dit soort vragen zijn nog erg lastig. Je zou een programma kunnen maken dat z??r specifiek voor dit soort vragen geschreven is, maar als dan de vraag komt ?De cappuccino van 3.95 wordt afgerekend met een tientje, hoeveel wisselgeld wordt er gegeven??, kun je opnieuw beginnen.?Het moeilijke is om een algemene oplossing te geven voor ?vragen? en om te beslissen of de computer ?berhaupt het juiste antwoord wel heeft.?

Bovendien missen we nog wat features binnen chatbots waar we dankzij smartphones aan gewend zijn geraakt, vertelt Wang. ?Het gaat vooral om het opvragen van je locatie en het doen van betalingen. De Uber-app kan bijvoorbeeld erg goed uitzoeken waar je bent en op basis daarvan een auto naar je toesturen, maar een chatbot die je alleen via SMS spreekt kan dat niet. Tegelijkertijd kan een website als Amazon erg goed bestellingen en betalingen afhandelen, maar een chatbot heeft die mogelijkheid niet.?

Ook Google is achter de schermen druk bezig met hun nieuwste innovatie op het gebied van AI technologie.?En ook Microsoft zet er groots op in. Toch gaat het niet zonder slag of stoot. Onlangs lanceerde Microsoft haar chatbot Tay die leerde van het gedrag van de mensen waarmee de bot in gesprek raakte. De testers wisten dit en gingen zich extreem gedragen met de bot, waardoor de bot al snel rechts-extermistische uitingen deed en binnen korte tijd bekend werd als de nazi bot.

little bingMicrosoft lanceerde in 2015 het kleine zusje van Cortana, de chatbot XiaoIce aka Little Bing, waar miljoenen mensen in China hun diepste geheimen aan toevertrouwen. Volgens Yongdong Wang, de Microsoft medewerker die Xiaolce ontwikkelde, is de chatbot rond middernacht het meest populair. Gemiddeld worden er zo?n 23 berichten heen en weer gestuurd tussen chatbot en mens.

Our vision is we want her to be a friend, not just a professional assistant. A good friend where a user can develop an emotional connection and the trust and the confidence. And someone that the user feels free to talk to.”

?Bots as besties – get ready for a shift from having a bff to a bbf: bot best friend?

Er zijn diverse toepassingen voor social bots en ook veel nieuwe start-ups die bot technologie aanbieden. Magic, Sensay?en Cloe?zijn enkele voorbeelden.

cutting edge bots

Bot en troll farms

Semi-automatisch gebruik van bots lijkt een beproefde methode door de zogenaamde ’troll farms’ in Rusland. Eerder werd bekend dat het Kremlin ook mensen inhuurt om commentaar te leveren op media die zich kritisch uitlaten over Russisch beleid.

Zo werd de Guardian in 2014 gek van de spam die zeer waarschijnlijk afkomstig was van de troll farms. De moderators, mensen die toekijken op de commentaren onder artikelen, verwijderden honderden reacties onder Oekra?ne-gerelateerde artikelen. Ook in landen als China is dit een beproefde methode, en de Verenigde Staten gebruiken vermoedelijk ook al langere tijd social bots.

Het verstoren van het MH17-debat

Voormalig Vrij Nederland-verslaggever Tim de Gier dacht ook te maken te hebben met Kremlin-gestuurd commentaar wanneer het weekblad over MH17-ramp schreef. ‘Er stonden half-afgemaakte zinnen en allerlei opmerkingen die totaal niet logisch waren. Ik durf niet te zeggen of het commentaar geautomatiseerd of menselijk was.’

Probeerden social bots het Nederlandse MH17-debat echt te verstoren? ‘Zeer waarschijnlijk’, zegt Woolley. Zeker is dat de Russen publieke opinie over Oekra?ne probeerden te be?nvloeden, getuige een handleiding van een troll farm in handen van de Volkskrant. In die handleiding wordt de troll farm-medewerkers uitgelegd hoe ze op Twitter, Facebook en andere online media moeten overtuigen dat Oekra?ense politici het land ‘naar de rand van de afgrond’ hebben gebracht.

In de handleiding, gedateerd 7 maart 2015, staan zoekwoorden, casussen en verwijzingen naar media die de Russische trolls kunnen gebruiken in hun reacties. Een van de argumenten die gesuggereerd wordt om de publieke opinie over Oekra?ne te be?nvloeden is door te hameren op het nijpende gebrek aan gas in het land en achterstallige betalingen aan Gazprom, de Russische energiegigant. Een ander argument: Oekra?ense extremisme vormt een bedreiging voor de joodse minderheid. Of: de financi?le steun van het IMF zal vooral naar het leger gaan in plaats van de bevolking.

Tegenwoordig proberen bots steeds geavanceerder de opinies te manipuleren.

Eerlijke en objectieve informatie

Woolley benadrukt dat bots vooral een probleem zijn in landen met een door de overheid gecontroleerd mediabestel, omdat die burgers voor eerlijke en objectieve informatie op sociale media aangewezen zijn.

current_500pxwide_int

Hoe zo’n debat gemanipuleerd kan worden vertelde een hacker onlangs in een interview met Bloomberg Businessweek. De Colombiaan Andr?s Sep?lveda spaarde kosten noch moeite om presidentsverkiezingen te be?nvloeden in negen Latijns-Amerikaanse landen. Hij deed dat vooral door de oppositie digitaal te bespioneren, maar maakte in 2012 ook een Mexicaanse protestbeweging dankzij bots onschadelijk.

#YoSoy 132

De hacker gebruikte een leger van dertigduizend bots om de protestbeweging #YoSoy 132, ook wel de Mexicaanse Lente genoemd, in de kiem te smoren. #YoSoy 132 stelde de warme banden aan de kaak die de partij van presidentskandidaat Enrique Pe?a Nieto tijdens de campagne onderhield met de Mexicaanse media. De beweging benadrukte dat ze geen andere kandidaat steunden.

Sep?lveda’s bots zaaiden verwarring in de onlinediscussie, door #YoSoy 132 nadrukkelijk in verband te brengen met de linkse kandidaat Andr?s Manuel L?pez Obrador. Uit een door hem gehackt campagnememo wist Sep?lveda precies wat de zwakke punten van L?pez Obradors waren, en liet hij de bots die benadrukken. Net als de Occupybeweging en de Arabische Lente had #YoSoy 132 geen centrale leider die de berichten tegen kon spreken. Ongehinderd veroorzaakten de bots een kakofonie op sociale media, waardoor de boodschap van de protesten afzwakte en de beweging uiteindelijk onschadelijk werd gemaakt.

‘Ik werkte voor de donkere kant van de politiek, de kant die niet gezien wordt’, zegt Sep?lveda, die momenteel een straf in Bogot? uitzit vanwege hacken en spionage. Hij zegt zijn verhaal te doen omdat mensen niet bevatten hoeveel invloed hackers kunnen uitoefenen op moderne verkiezingen. Hij is ‘honderd procent zeker’ dat er ook met de Amerikaanse presidentsverkiezingen geknoeid wordt.

Hoe groot het effect van de bots in de Amerikaanse verkiezingen is, valt niet te zeggen. Alleen al omdat het onmogelijk is om in te schatten hoe veel bots er actief zijn. ‘Duizenden, tienduizenden, misschien wel honderdduizenden? Ik weet het niet’, zegt Woolley. Naast zijn onderzoeksteam zijn er nog een handvol mensen die zich met bot-propaganda bezig houden.

Wat zijn bots?

Een chatbot is een geautomatiseerde robot die zo menselijk mogelijk probeert over te komen, bijvoorbeeld op Twitter of Whatsapp. Bots zijn er in allerlei soorten en maten en worden op uiteenlopende manieren gebruikt. Zo zijn er bots die grappen genereren en geen specifiek doel hebben, maar chatbots zijn ook geliefd bij klantenservices van bedrijven. Chatbots kunnen antwoord geven op simpele vragen als ‘wat is de levertijd van het product?’ doordat ze steekwoorden herkennen.

Een chatbot antwoordt door de steekwoorden en zinsopbouw die hij herkent te vergelijken met een database vol voorgeprogrammeerde en aangeleerde woorden en zinnen. De bot hanteert een overeenkomst-percentage zodat hij ook bij taal- en grammaticafouten antwoord kan geven.

Bots worden steeds beter geprogrammeerd. Ze zijn in staat om gesprekken te analyseren en daarvan te leren, waardoor ze steeds menselijker overkomen en langer interacties kunnen volhouden.

Geperfectioneerd zijn ze nog niet – en dat levert nog wel eens problemen op. Zo maakte een bot van de Nederlandse Jeffry van der Goot vorig jaar onbedoeld doodsbedreigingen op Twitter. Tay, een bot die Microsoft ontwikkelde, moest de persoonlijkheid van een 19-jarig meisje nabootsen, maar internetgrappenmakers (trolls) kregen voor elkaar dat Tay racistische opmerkingen ging maken. De social bot paste zich namelijk aan de gesprekspartners aan. In korte tijd werd Tay een geradicaliseerde bot met uitspraken zoals hieronder.

Taytweets

Maar als een bot kan leren en radicaliseren door interactie met anderen, wat zal een social bot dan andersom kunnen doen als de technologie voortschrijdt?

Zero user interface

Maar als we Microsoft en Facebook mogen geloven ligt in de toekomst een grote rol voor bots weggelegd. Met de stevige investeringen die daarbij komen kijken? komt de bot-techniek in een stroomversnelling en zullen bots die door proberen te gaan als menselijke profielen, steeds moeilijker zijn te ontmaskeren.

Lees het rapport van Sander Duivestein en Menno van Doorn over commerci?le trends in social bots:

[slideshare id=63439926&doc=theboteffectfriendingyourbrandmachineintelligencenl-160625124014&type=d]

Bronnen: De Volkskrant, Engadget, The Verge, Global Voices Online,?ReportersOnline

Online sociale be?nvloeding #MH17

Faceboomanipulation

Social media zijn steeds vaker toneel waarop politieke partijen, overheden, afscheidingsbewegingen en terroristische organisaties strijd leveren om de publieke opinie. Het nieuws is instant en onderzoek naar de achtergronden grijpt om zich heen, omdat velen hier?door de nieuwe interactieve media ingezogen worden. Niet alleen door?alle mediakanalen tegelijk maar ook door miljoenen individuele afzenders. Iedereen op Social Media wordt ?zelf-made? rampenjournalist en DIY detective. Nooit eerder kregen we de beelden van een Nederlandse ramp zo snel, ongefilterd en rauw binnen, als bij de aanslag op MH17. Al een half uur na het neerschieten, vlogen de eerste ontluisterende foto?s van lichamen en herkenbare paspoorten over het wereldwijde internet.

Al die berichten te samen vormen wel een nieuwe realiteit, cre?ren een opruiende stemming die snel in kracht kan toenemen. Vooral als de traditionele nieuwsmedia die social media berichten in hun nieuwsrubrieken en op hun voorpagina?s sterk uitvergroot gaan overnemen.

Menno van Duin, lector Crisisbeheersing bij het?NIFV?en de Polititeacademie?schrijft in zijn?blog: “Altijd vinden wij het lang duren alvorens de lijsten met de namen slachtoffers beschikbaar komen. Veel speculaties over nationaliteiten. Onduidelijkheden wie nu uiteindelijk wel en wie niet aan boord zat. Waarschijnlijk is nooit eerder zo snel al zoveel informatie beschikbaar geweest.”

Frans Timmermans

Bijna 63.000 likes oogstte Frans Timmermans op Facebook met zijn emotionele toespraak bij de VN Veiligheidsraad over de vliegramp met Malaysia Airlines in Oekra?ne. Maar tussen de meer dan 10.000 reacties zat ook kritiek verstopt op de ‘valse sentimenten’ van de minister van Buitenlandse Zaken.?Timmermans noemde bij de VN het schrijnende voorbeeld van een trouwring die ontvreemd zou kunnen worden van de rampplek.

Volgens Jan Melissen, hoogleraar diplomatie aan de universiteit van Antwerpen en als onderzoeker verbonden aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, kan dat gezien worden als een poging “de rauwe werkelijkheid” in abstracte discussies over VN – resoluties te brengen, maar, zegt de hoogleraar, de Russen zien dat wellicht heel anders. “Die kunnen het zien als het opzwepen van emoties.”
Dus zou het best kunnen dat ze ’trols’ het internet opsturen: Op het eerste gezicht individuele Facebook-gebruikers of Twitteraars die achter de schermen werken voor een overheid of belangengroep.
Onder meer de Engelse krant The Guardian stelde recent vast met dit fenomeen te maken te hebben. Lezers, verslaggevers en webredacteuren die reacties monitoren, zijn ervan overtuigd dat een groep door het Kremlin geregisseerde internet-trols actief is. Ze werden vooral aangetroffen bij stukken die gingen over Oekra?ne.

China
Melissen wijst op de Twitteraars die de Chinese overheid voor een luttel bedrag inhuurt voor het versturen van berichten via de Chinese Twitter-variant Weibo.
Volgens hem zijn het vooral landen als China, maar ook Iran, die veel actiever zijn geworden op internet, en dan vooral als het gaat om kwesties die deze landen in opspraak brengen.
“Het zijn vooral autoritair geregeerde landen die veel kritiek van buiten krijgen die veel actiever zijn geworden op internet”, constateert Melissen. “Zij willen hun eigen verhaal doen. Ze komen dan met heel gekleurde of ronduit misleidende informatie.”

Military_Facebook

Westerse landen
Maar tegelijkertijd laten westerse landen zich ook niet onbetuigd. Melissen spreekt van een trend: Steeds meer landen doen er alles aan om zich te laten gelden in het digitale domein. “Dat neemt enorme vormen aan.”

Drie jaar geleden begon het Amerikaanse ministerie van Defensie al met het programma SMISC (Social Media in Strategic Communication) dat bedoeld is om campagnes op blogs en in de sociale media op te sporen die misleidende informatie verspreiden op gebieden die voor de Amerikanen van belang zijn.?Daar moet SMISCS dan de ‘waarheid’ tegenover zetten, allemaal met als doel om de tegenstander te beletten werkelijkheid naar eigen hand te zetten. Melissen wijst erop dat deze vorm van ‘strategische communicatie’ in militaire kringen om zich heen grijpt. “Het is propaganda om het internationale debat te be?nvloeden.”

facebook-old-like-button

Terroristische organisaties
Niet alleen landen begeven zich op het digitale slagveld. In het Midden-Oosten zijn terroristische organisaties als al-Qaida, ISIS en al-Nusra bijzonder actief. En heel professioneel, zegt Joas Wagemakers, islamspecialist aan de Radboud Universiteit Nijmegen.?”De video?s van al-Qaida zien er gelikt uit.” De boodschap die de islamitische organisaties online willen verspreiden is dat er moet worden teruggevochten in een oorlog die vanuit het Westen wordt gevoerd tegen de islam. De oproep is mee te doen in die strijd.

Is het eigenlijk erg, dat ’trollen’ op internet? Je weet op internet toch wel vaker niet zeker met wie je te maken hebt? “Nou”, zegt Mark Vos van NuJij en Nufoto, “het is op zijn minst niet chique om je voor te doen als Piet67 uit Zaandam, terwijl je in werkelijkheid bent ingehuurd door een geoliede propagandaclub.”

“En digitaal ramptoerisme faciliteren met beeldmateriaal, dat doet het internet inderdaad. Maar er is geen enkele aanleiding daar over te janken.” zegt GeenStijl, om te vervolgen: “Kijk, in de New York Times een ooggetuigenverslag, waarin tekstueel zeer gedetailleerd enkele lijken worden beschreven. Oh, het is tekst, het is de NYT, dus is de correcte vorm van ramptoerisme, in tegenstelling tot foto’s van exact dezelfde omgekomen mensen…. Zie hier het internet…. Want het is psychisch natuurlijk veel beter dat nabestaanden er via offici?le kanalen achterkomen dat hun geliefden op gruwelijke wijze om het leven zijn gekomen. In plaats van via social media. Via social media komt de klap veel harder aan. Of zoiets….Bepalen dat de ?ne manier, via offici?le instanties, de correcte is en de andere manier, via social media, de incorrecte. Dat is vreemd.”

Mediadeskundige Wim Westera zegt erover: “Op Twitter gaat het er rauwer aan toe dan in de kranten en op televisie. Er zitten mensen tussen die ongegeneerd alles posten zonder te denken aan de impact.” Hij adviseert mensen daarom hun eigen grenzen te stellen. “Als je merkt dat je het moeilijk vindt, kan je jezelf er beter voor afsluiten.”

Toch moedigt Westera het aan dat mensen hun bevindingen plaatsen. “We moeten de mensen dankbaar zijn dat ze de informatie beschikbaar stellen, want het is goede nieuwsvoorziening. Wel is het jammer dat veel van hen niet in staat zijn om vast te stellen wat wel of geen nieuwswaarde heeft. Iemand die een schoen of een knuffelbeer plaatst, kan denken ‘ik laat even de rotzooi hier zien’, zonder te beseffen wat voor emoties dat oproept bij de nabestaanden.”

Hoaxes en complottheorie?n?

Ondertussen verschijnen er op Russische websites steeds meer complottheorie?n over de ramp. Zo zou het vliegtuig vol hebben gezeten met lijken en zou het zijn afgeweken van zijn normale route. Ook wordt beweerd dat alles een vooropgezette actie van Amerika was om Rusland te provoceren tot oorlog.

Waar veel Nederlanders er van uit gaan dat de MH17 door separatisten uit de lucht is geschoten, horen de Russen een heel ander verhaal in een documentaire van een klein half uur, gemaakt door de Russische nieuwszender Ruptly.

Misschien nog wel de meest bizarre theorie is dat MH17 eigenlijk het verdwenen vliegtuig van Malaysia Airlines was. De MH370 zou gestald zijn op een Amerikaanse militaire basis en naar Nederland zijn gebracht. Het werd niet bestuurd door echte piloten, maar stond op de automatische piloot en werd boven Oekra?ne opgeblazen.

Er is een dunne scheidslijn tussen ramptoerisme en medeleven,?schrijft Haro Kraak in De Volkskrant, naar aanleiding van het vele getwitter over #MH17. Veel mensen moeten inderdaad nog wennen aan de nieuwe wereld, waarin ?nieuwe media? ons op ?indringende wijze? verslag doen van wat er aan de hand is. ?Geintjes worden wrang, pi?teit jegens de doden ontbreekt?, schrijft Kraak die zich afvraagt of het nieuwsgierigheid is, dan wel ?onze instinctieve neiging tot voyeurisme?. Maar anno 2014 is iedereen zijn/haar eigen nieuwsbron, iedereen zoekt zelf het eigen nieuws, iedereen levert daar commentaar op, iedereen fotografeert en filmt. Dus ook het meisje dat, een paar uur voor ze overleed, schreef hoe blij ze was naar Maleisi? te vliegen. De tweet werd duizenden keren geretweet, door ?doodgewone mensen? die zich, stelt Kraak, met het retweeten schuldig maken aan sensatiezucht, of ?aan de hijgerigheid die sociale media kan kenmerken?.

Enfin, het is al vaker gebeurt: tijdens rampen tonen sociale media zich van hun beste ?n hun slechtste kant. Geweldig dat we een uur later beelden en ooggetuigeverslagen kunnen zien, minder leuk als er persoonlijke details getoond worden. Dat veel foto?s gemanipuleerd zijn, lijkt een zorg voor later. We willen er allemaal als eerste bij zijn, allemaal als eerste een mening hebben, allemaal als eerste geliked of geshared worden ? ?de virtuele opperbeleving van het nu?, aldus Kraak.

En dat heeft perverse gevolgen, soms. Zoals?wat er gebeurde bij de bomaanslag in Boston?waarover we blogden en?onschuldigen naar ?het cyberschavot? werden geleid. Of?de foto van het paspoort van de Nederlandse vrouw op vlucht MH17 ? duizend retweets, soms naar tienduizenden volgers. En?de streaming beelden van Russische tv-zenders als L!feNews dat van een paar meter afstand de lijken filmde.

Traditionele media, zoals kranten, ?hebben daar nog steeds moeite mee, zegt Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque. Hij ?wil niet dat nabestaanden aan de kleren hun omgekomen familieleden of vrienden herkennen? en spreekt van een precaire balans. Daar zijn krantenmakers volgens hem wel aan gewend, maar twitteraars niet ? die sturen van alles maar door en rond. Zoals de foto van ?Cor Pan?, de Volendammer die vlak voor vertrek nog een foto (?Mocht ie verdwijnen, zo ziet hij er uit?) van het vliegtuig nam. Het bericht werd 25 duizend keer gedeeld.

Tot slot voor de liefhebbers een aantal onderzoeksrapporten over online sociale?be?nvloeding

Hieronder de reactie van Darpa op het controversi?le Facebook onderzoek waarin emoties van Facebook gebruikers werden gemanipuleerd, en daarna het betreffende onderzoek dat inmiddels ook is aangepast:

SON-M: onderzoek naar online sociale be?nvloeding

ijsberg-gedragIn het onderzoekstraject SON-M onderzoekt TNO vanuit verschillende disciplines de kracht van online sociale be?nvloeding. Het doel van dit onderzoek is om beter te begrijpen hoe deze vorm van be?nvloeding werkt. Op basis daarvan kan het ontstaan van online (collectief) gedrag worden waargenomen en kan de kennis over de mechanismen achter online sociale be?nvloeding worden ingezet om dit gedrag te voorspellen en waar wenselijk te be?nvloeden. Dit artikel zet een aantal resultaten van dat onderzoek op een rij.

Mensen zijn sociale wezens. Elk individu maakt onderdeel uit van een sociaal netwerk, dat bestaat uit familie, vrienden en collega?s, maar ook onbekenden. En naast het feit dat al die individuen eigen behoeften, waarden en wensen hebben die hun gedrag bepalen, wordt hun gedrag ook sterk be?nvloed door expliciete en vooral ook impliciete regels van hun sociale omgeving. De kracht van sociale be?nvloeding is groot en wordt bepaald door een (ijs)berg aan factoren die dankzij social media steeds zichtbaarder lijken.

Met de komst van Internet en meer specifiek met de komst van verschillende sociale netwerken zoals Twitter, Hyves en Facebook, heeft deze kracht aan dimensies gewonnen. Het aantal mensen binnen een (actief) sociaal netwerk groeit en de specifiekheid van de contacten neemt toe. Bovendien is de snelheid van de communicatie door de komst van sociale netwerksites enorm toegenomen en is communicatie tijd en plaats onafhankelijk. Deze verschillende kenmerken van Internet maken dat de kennis over sociale be?nvloeding niet ??n op ??n vertaalbaar is naar de online wereld.

Online sociale be?nvloeding

Op sociale netwerken kunnen willekeurige individuen zich verenigen en zich sterk maken voor een gezamenlijk doel. We hebben de macht vanuit de massa, vanuit de publieke opinie al een aantal keer in de praktijk gezien: de ?twitter-revoluties? in Moldavi? en recentelijk in Egypte, en de KitKat-campagne van Greenpeace tegen het gebruik van niet duurzame palmolie door Nestl?. Bedrijven en overheden worden hiermee geconfronteerd, en TNO biedt kennis en kunde om dit soort ontwikkelingen te monitoren, de kracht en duur te bepalen en reactief of proactief hierop te reageren.

Ook op individueel niveau laten we keuzes steeds meer afhangen van die van vrienden/ onbekenden. Gingen we vroeger af op het advies van de verkoper en de buurman, tegenwoordig krijgen we online advies uit de hele wereld. Via TNO krijgen organisaties inzicht in welke impact sociale be?nvloeding heeft op individueel gedrag en op keuzes en hoe ze hier in hun interactie met burgers en klanten op kunnen inspelen.

SON-M: het onderzoek van TNO

TNO kijkt vanuit verschillende perspectieven naar online sociale be?nvloeding:

  • Macro
    TNO maakt patronen inzichtelijk binnen de grote hoeveelheden online data, zoals verspreiding van informatie en omslagen in sentiment. Hiertoe wordt o.a. gebruik gemaakt van datamining, social network analysis, agent-based modelling en visualisatie.
  • Micro
    Op het niveau van het individu worden drie belangrijke aspecten aan online sociale be?nvloeding onderscheiden: actorkenmerken (ontvanger of zender), boodschapkenmerken en kenmerken van het sociale netwerk. Via theorievorming (sociologie en psychologie) en data-analyse wordt inzicht verkregen in de wijze waarop deze aspecten van invloed zijn.
  • Reflectief
    TNO kijkt naar de impact die online sociale media hebben op de samenleving en naar de ethische kant van het bewust gebruik van online sociale be?nvloeding.

TNO wil organisaties de tools te geven om beter inzicht te krijgen in online sociale netwerken, en gericht te handelen. Eerder organiseerde TNO een symposium?waarin op hoofdlijnen enkele resultaten gedeeld werden. Ook werd er een quickscan gepubliceerd waarin de issues die op dit moment door overheid en bedrijfsleven worden ervaren bij het gebruik van sociale media en het verkrijgen van inzicht in online sociale be?nvloeding duidelijk werden.

Inmiddels zijn er ook heel wat wetenschappelijke papers gepubliceerd voor diegenen die iets meer diepgang wensen. Hieronder een overzicht van een aantal artikelen:

Eerder stond er ook een interessant artikel over de principes van gedragsverandering in online platformen (bron: Ministerie van Algemene Zaken), waarin mediapsycholoog Mischa Coster laat zien dat gedragsprincipes uit de sociale- en mediapsychologie ook van toepassing zijn op sociale media:

 

De crowd in control tijdens drukke evenementen

massaHet is bij publieksevenementen van belang om te weten op welk moment het te druk is op de evenementlocatie. Om hieraan bij te dragen, ontwikkelde TNO een visie op het bemeten en be?nvloeden van ?de crowd?, zodat die meer zelfregulerend wordt (de crowd in control). TNO werkte hierbij samen met politie Oost-Nederland, de gemeente Nijmegen en de organisatie van de Nijmeegse Vierdaagsefeesten.?In dit artikel belichten?Arnout de Vries?en?Christiaan van den Berg?van TNO het be?nvloeden van de crowd.

Zelfregulering speelt een belangrijke rol bij het voorkomen van problemen. Zo ook in situaties waarin het (te) druk wordt of waarin je dat al vroegtijdig ziet aankomen. Maar wat doe je vervolgens? Zeker bij open evenementen is het fysiek afsluiten van een gebied of het uitzetten van muziek een laatste redmiddel. Het motiveren van mensen om naar een andere locatie te gaan of zich anders te gedragen, heeft altijd de voorkeur. Psychologische principes kunnen ingezet worden om het publiek te verleiden en het gewenste gedrag te vertonen. Bij het positief be?nvloeden van het gedrag van mensen helpt het segmenteren van doelgroepen en het op maat benaderen van deze typen publiek. In het veiligheidsdomein liggen nog veel kansen om deze gedragskennis beter te benutten.

Het be?nvloeden van het publieksgedrag begint al heel vroeg in het proces, lang voordat het evenement plaatsvindt. De fysieke inrichting, de programmering, het informatieproces en communicatie zijn allemaal middelen om aan be?nvloeding te doen. Ook begint de interactie met het publiek steeds vroeger, bijvoorbeeld door het aanmaken van een facebookpagina of door gebruik te maken van een smartphone-app. Dergelijke maatregelen hebben met name waarde voor vrij toegankelijke evenementen zonder ticketverkoop.

TNO ziet een belangrijke trend in crowd management: steeds meer wordt er gebruik gemaakt van het zelforganiserend vermogen van het publiek. De uitgangspunten om de menigte meer zelfsturend te laten worden zijn hierbij: ruimte, richting en ruggesteun. Je geeft mensen wel enige richting (kaders) en biedt sommige doelgroepen meer ruggesteun (communicatie en informatie), maar bezoekers moeten vooral het gevoel hebben alle ruimte te krijgen in hun eigen beslissingen.

Het is belangrijk onderscheid te maken in de be?nvloeding van bewust gedrag en van onbewust gedrag. Bewust gedrag is rationeel en gepland, terwijl onbewust gedrag automatische intu?tieve beslissingen zijn. Zo merken bezoekers niet direct dat programmering en fysieke inrichting invloed hebben op de keuzes die zij maken, terwijl zij bewuster zullen beslissen op basis van een boodschap via de omroepinstallatie.

Nieuwe kansen liggen juist in dynamische (bij)sturing tijdens het evenement. Daarbij kan technologie (naast het inzetten van mensen die helpen met publieksturing) volgens TNO een grote rol vervullen. Als er bij het NS-station tijdens een evenement bepaalde muziek gespeeld wordt, treedt er later eerder (on)bewuste herkenning en gedrag op (dit heet priming). Het publiek kan onbewust worden gestuurd door priming toe te passen. In de marketing worden dergelijke methodieken al langer succesvol toegepast. Er liggen veel kansen in het vertalen van deze be?nvloedingsprincipes naar openbare orde en veiligheid.

Vijf tips
1. Maak gedragsbe?nvloeding expliciet onderdeel van het inrichten van evenementenveiligheid, zoals bij de Nijmeegse feesten al wordt gedaan met de fysieke inrichting en programmering.?Een voorbeeld van het planmatig inzetten van mensen zijn de zgn. city guides die op stelten staan en de menigte op een elegante wijze de juiste richting wijzen zonder dit af te dwingen (zie voorbeeld onderaan het artikel).

2. Stuur op onbewust gedrag; vanuit de psychologie bezien het meest krachtige middel van be?nvloeding. Kijk eens naar het voorbeeld van de ?pianotrap? (www.pianostair.com).

3. Zet informatie- en communicatiemiddelen in om doelgroepspecifiek of zelfs persoonlijk te sturen. Een app die op basis van je persoonlijke profiel een advies geeft is slimmer dan ?massacommunicatie?.?Een ?event app? op je smartphone die op basis van je social media profiel (je voorkeuren en je sociale netwerk) een advies geeft is een stuk slimmer dan een dienst die zomaar een willekeurig advies geeft.

4. Gebruik tijdens evenementen daar waar nodig dynamische be?nvloeding. Bijvoorbeeld door de combinatie van een goedgekozen bericht uit social media en een beeld op een scherm op straat dat mensen verleidt om naar een bepaalde locatie te gaan.?Bijvoorbeeld een bericht uit social media, met daarin uitnodigende sfeerbeelden voorzien van teksten door de menigte zelf geproduceerd, doorgestuurd worden naar een scherm op straat om mensen naar een bepaalde locatie te stimuleren.

5. Tot slot: dynamische be?nvloeding van gedrag kan alleen als er betrouwbare metingen of voorspellingen zijn van drukte tijdens het evenement. Want alleen d?n kun je de menigte gericht verleiden en leren van deze nieuwe sturingsprincipes voor uw evenement.

cityguide

Een voorbeeld van het inzetten van mensen zijn de city guides op stelten die op een elegante wijze de massa de juiste richting wijzen zonder dit af te dwingen. De bezoekers zijn verantwoordelijk voor hun eigen keuzes, maar voelen zich niet als haringen in een ton een richting op gedwongen worden. Als men gedwongen keuzes moet maken vervalt gedrag vaak in achterover leunen op de verzorgingsmaatschappij of wordt men juist recalcitrant. Als bezoekers het gevoel hebben dat ze hun eigen keuzes maken, is de sfeer niet alleen prettiger maar worden ze gestimuleerd in hun zelforganiserend vermogen.

Bron: Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief van het KCEV.

Verslag van het symposium Voorspellen en be?nvloeden van gedrag met sociale media

Kun je gebeurtenissen zoals Project X in Haren voorspellen aan de hand van Twitterberichten? Is de invloed?van een bericht afhankelijk van de persoon, het sociale netwerk van die persoon of de boodschap in het?bericht? En hoe kun je het gedrag van mensen be?nvloeden via sociale media? Deze en andere vragen?stonden centraal tijdens het symposium ?Voorspellen en be?nvloeden van gedrag met sociale media? dat?TNO op 5 november organiseerde in Soesterberg. Het symposium werd bezocht door ruim 60 deelnemers?afkomstig uit verschillende sectoren, zoals veiligheid, financi?n, mobiliteit, telecom, overheid, media en?NGO?s.

Het doel van dit symposium was om een breed publiek op laagdrempelige manier toegang te geven tot de?resultaten van onderzoek dat TNO heeft gedaan naar hoe je gedrag kun voorspellen en be?nvloeden met?sociale media. Externe sprekers schetsten een breder beeld van de relevantie van het onderwerp en de?toepassing van de resultaten in de praktijk.

Na een inleiding van dagvoorzitter Jan Maarten Schraagen van TNO lichtte Reint?Jan Renes, lector aan de Hogeschool Utrecht, tot hoe menselijk gedrag werkt en?hoe je daar invloed op kunt uitoefenen. Mensen hebben twee systemen, een?impulsief en een reflectief?systeem. Veel communicatie?richt zich op het reflectieve?systeem, oftewel het gezond?verstand. Maar mensen maken?in de praktijk vaak gedachteloos gedragskeuzes op basis van?het impulsieve systeem. Sociale media maken het mogelijk?om op het kritieke moment het gedrag te be?nvloeden en?informatie op maat aan te bieden. Daarbij is het effectiever?om gewenst gedrag te faciliteren (bijvoorbeeld de weg wijzen naar een openbaar toilet) dan om ongewenst?gedrag te verbieden.

Bob Overbeeke, die zich bij Oxfam Novib bezighoudt met internet-campagnes en?innovatie op het internet, gaf een beeld van de activiteiten van Oxfam Novib die
mogelijk worden gemaakt door sociale media. Oxfam Novib kan bij het activeren?van mensen bijvoorbeeld meer maatwerk leveren voor individuen in plaats van
zich te hoeven richten op doelgroepen. Via sociale media steunde Oxfam Novib bovendien activisten bij de opstanden in Egypte en konden zij goed volgen welke
gebeurtenissen plaatsvonden, zoals een demonstratie of een arrestatie van?activisten.

In vier workshops werden de resultaten van het verkennende onderzoek van TNO gepresenteerd en sociale?mediavraagstukken en toepassingservaringen van de workshopdeelnemers met elkaar uitgewisseld.

Twitteren, wie en wat is belangrijk?
Olav Aarts introduceerde de deelnemers in de belangrijkste factoren die bepalen of iemand een bericht?verstuurt via sociale media. Daarbij blijkt dat het sociale netwerk van de persoon die het bericht verstuurt?belangrijker is dan de inhoud van het bericht of iemands persoonlijke kenmerken zoals de hoeveelheid volgers.?Het publiek was erg ge?nteresseerd in hoe je sentimentanalyse kunt doen op Twitter vanwege het specifieke?taalgebruik en was benieuwd naar het verband tussen sociale media en de praktijk.

Je organisatie via sociale media promoten, wat werkt?
Peter-Paul van Maanen besprak wat het effect is dat een organisatie kan bereiken bij verschillende?doelgroepen met het plaatsen van Twitterberichten, om daarmee de ?impact? van sociale media te meten.?TNO heeft een methode ontwikkeld waarmee de kosten-baten verhouding van Twittercampagnes kan worden?weergegeven. Zo kan worden bepaald hoeveel berichten geplaatst moeten worden om bij een doelgroep een?bepaald effect te sorteren. Vragen uit het publiek hadden onder andere betrekking op de nadere kwalitatieve?segmentering van de doelgroepen: een politieke partij kan wel veel Twitteren over een bepaald onderwerp,?maar slechts weinig zetels in de Tweede Kamer hebben en daarmee weinig impact genereren.

De publieke mening, bestuurbaar of niet?
David Langley besprak de uitkomsten van een onderzoek naar de effecten van verschillende strategie?n via?sociale media om de meningen van ouders van 12- en 13-jarige meisjes over het HPV- vaccinatieprogramma te?be?nvloeden. De eerste resultaten laten zien dat bepaalde strategie?n een effect hebben op de groep?twijfelende ouders, maar niet op de groep die hun mening al heeft bepaald. Vanuit het publiek kwam een?levendige discussie op gang over de mate waarin overheidsinstanties als betrouwbaar worden gezien in dit?soort campagnes.

Trends voorspellen, waar staan we?
Bob van der Vecht lichtte toe hoe TNO probeert te voorspellen of een briesje op Twitter tot een orkaan zal?uitgroeien aan de hand van een simulatie van berichten die verstuurd zijn vlak voor Project X in Haren. Het?blijkt mogelijk dit met terugwerkende kracht redelijk accuraat te voorspellen, maar om dit beter te laten?werken zullen meer bronnen dan Twitter gebruikt moeten worden in het model. Omdat zich in de toekomst?onverwachte gebeurtenissen voor kunnen doen, is een logische toepassing het doorrekenen van diverse?toekomstscenario?s en interventies. Uit de discussie met het publiek bleek dat een goede volgende stap in het?onderzoek zou zijn om de inhoud en het sentiment van berichten te analyseren. Het publiek stelde onder?andere vragen over hoe je aan kunt geven voor welk onderwerp je de toekomst zou willen voorspellen, en hoe?je deze onderwerpen als organisatie voorafgaand aan een hype of incident al kunt weten.

Arnout de Vries van TNO sloot af met de plenaire presentatie ?Social media: the good, the?bad and the ugly? waarin hij uiteenlopende voorbeelden gaf van goede, slechte en lelijke?kanten van sociale media. Hiermee toonde hij aan dat sociale media groepen mensen?kunnen mobiliseren om samen goede dingen te doen, maar ook kunnen functioneren als?katalysator voor bedreigingen van de maatschappelijke veiligheid en economie.

Lees meer over de inventarisatie van het gebruik van online be?nvloeding?bij overheden en bedrijfsleven uit 2012.

Ge?nteresseerd in meer informatie? Neem contact op met Rosemarie Huver

Digigeren: nieuwe methode voor online gedragsbeinvloeding

Dagelijks worden 35.000 doodsbedreigingen via internet verspreid. Kinderen pesten elkaar online. En pedofielen zoeken digitaal naar potenti?le slachtoffers. Delicten uit de fysieke wereld vinden ook plaats in onze digitale samenleving. Maar er zijn nauwelijks beproefde methoden om op te treden tegen ongewenst digitaal gedrag. TNO brengt daar nu verandering in.

In de publicatie #SM @OOV presenteert TNO haar visie op social media en kansen in het veiligheidsdomein. Kijken, zenden, vragen en interacteren met behulp van sociale media spelen een centrale rol in deze visie. “Het helpt je inzicht te krijgen in wat er leeft in de (digitale) samenleving, informatie te verspreiden via social media, vragen te stellen en te interacteren met burgers”, vertelt Carlijn Broekman, onderzoeker bij TNO. “De politie maakt al wel gebruik van sociale media, maar vaak is het op eigen initiatief van agenten en rechercheurs. En het ontbreekt hen aan beproefde mogelijkheden om ongewenst digitaal gedrag te detecteren en er tegen op te treden. Zo mag de politie zich bijvoorbeeld niet voordoen als een minderjarige om een pedofiel te kunnen pakken. Daarom ontwikkelt TNO een aanvullende methode die de politie helpt bij haar werk in de digitale samenleving.”

Positieve gedragsbe?nvloeding

Digigeren is een nieuwe methode om online gedrag positief te be?nvloeden. Het kan ongewenst digitaal gedrag voorkomen en biedt handelingsperspectief naar aanleiding van dergelijk gedrag. Broekman: “Door je informatiepositie te verbeteren of door te informeren, interveni?ren, motiveren, demotiveren of te de-escaleren, valt online gedrag te be?nvloeden.” Als voorbeeld haalt zij de vele doodsbedreigingen aan. “Om te achterhalen of een bedreiging serieus is, wil je de informatiepositie verbeteren. Om het aantal te verminderen, kun je informatie verstrekken over de strafbaarheid daarvan. Interveni?ren doe je door mensen te wijzen op hoe zij onbewust zichzelf of hun kind aantrekkelijk maken als potentieel slachtoffer. En motiveren of de-escaleren kan door slachtoffers van pestgedrag of digitale omstanders handelingsperspectieven aan te reiken.”

Inzet social media

De methode maakt gebruik van de mogelijkheden die sociale media bieden: een bericht sturen, volgen, favoriten of liken, forwarden, een vraag stellen en reageren. Cruciaal bij het be?nvloeden van ongewenst digitaal gedrag zijn inhoud, woorden en afzender van het bericht. Naast de politie kunnen ook andere partijen gebruik maken van digigeren. Zo hebben ook scholen een rol in de digitale opvoeding en het digitale toezicht.

Online sociale be?nvloeding en sociale media; een maatschappelijke issue inventarisatie

TNO heeft een Quickscan uitgevoerd naar de issues die op dit moment door overheid en bedrijfsleven worden ervaren bij het gebruik van sociale media en het verkrijgen van inzicht in online sociale be?nvloeding. De contacten van TNO met verschillende organisaties die hier mee bezig zijn vormen de basis voor de Quickscan. In dit document is de maatschappelijke context onderverdeeld in een overheidscontext en een bedrijfsleven context, omdat sociale media in deze domeinen op een andere wijze en met andere doelstellingen lijken te worden ingezet.

Issues vanuit de Overheid
Vanuit de overheid gezien gaat het bij het gebruik van sociale media om onder meer empowerment en participatie van burgers, het individueel benaderen van burgers in netwerken, het gebruik van sociale media in overheidscampagnes en tijdens crisissituaties, en het meten van de effecten hiervan. Er is een drietal aanleidingen te onderscheiden voor het belang van burgerparticipatie: 1) een toenemende assertiviteit van de burger die de overheid noodzaken andere?processen voor participatie in te richten. 2) Daarnaast speelt mee dat overheden grote bezuinigingen moeten doorvoeren die hen ertoe brengen te kijken of zelfredzaamheid kan worden gestimuleerd. De vraag is, kortom, hoe overheden een rol kunnen spelen bij het bevorderen van zelfredzaamheid, zonder zelf aan de bal te zijn. 3) Een laatste belangrijke ontwikkeling is de decentralisatie van beleid en uitvoering. Belangrijke wet- en regelgeving wordt ter interpretatie en uitvoering aan het gemeentelijk niveau toevertrouwd. Dat houdt in dat deze organisaties moeten leren omgaan met deze nieuwe taak, onder andere door andere relaties met hun burgers aan te gaan.

Prototypische maatschappelijke issues vanuit de overheid gezien zijn:
– Ondersteunen van een inclusieve samenleving, waarin burgers via sociale netwerken interacteren, participeren en discussi?ren over maatschappelijke issues. Inclusiviteit is binnen het nieuwe EU-programma Horizon 2020 ge?dentificeerd als een van de drie essenti?le doelen.
– Detecteren en voorspellen van maatschappelijk afwijkend gedrag (rellen; pedofielen-netwerken; pesten op scholen via sociale media), leidend tot verdachte gedragingen en/of dreigingen). In onze complexer wordende samenleving is het van belang de veiligheid te waarborgen met behoud van zoveel mogelijk vrijheid. Door slimme maximaal geanonimiseerde monitoring kunnen beide belangen gediend worden.
– Crisis- en rampidentificatie, bijvoorbeeld bij grootschalige uitbraak van ziekten, dijkdoorbraken of industri?le ongelukken, waarbij informatie van burgers op sociale media als informatiebron wordt gebruikt.
– Voorlichting, bijvoorbeeld bij vaccinatiecampagnes.

Issues vanuit het Bedrijfsleven
Vanuit het bedrijfsleven gezien gaat het onder meer om be?nvloeding van klanten, het in contact laten komen van bedrijven met klanten, en imago van bedrijven bij klanten. Prototypische issues vanuit het bedrijfsleven gezien zijn:
– Klantenbinding en customer engagement. Het realiseren van een diepere relatie met doelgroepen; verbondenheid op hogere doelstellingen (higher human needs).
– Achterhalen van klantbehoefte en de beste en bestendige invulling daarvan.
– Reputatiemanagement van bedrijven ondersteunen.
– Legitimiteitsmanagement: Het opbouwen van een (digitaal) profiel dat strookt met het aanbod; cre?ren van een right to be there. Een zinvolle trias die hierin genoemd wordt is het why, how en what van bedrijfsvoering. ?Bij de loodgieter lekken de kranen? wordt niet (meer) geaccepteerd.

?Klein?. Het nieuwe ?groot?
Deze Quickscan geeft aan wat vanuit de overheden en het bedrijfsleven zelf wordt aangedragen als relevante ?issues? op het gebied van sociale media. Belangrijk is het hierbij op te merken dat deze issues heel praktisch van aard zijn en vanuit de huidige kennis zijn geformuleerd. Het valt in de contacten op dat organisaties slecht in staat zijn hun vragen van morgen te formuleren.
Het is daarom waardevol deze korte-termijn-issues te plaatsen in de grotere maatschappelijk context waarbinnen de organisaties zich bevinden. De wereld verandert. We ervaren nu dagelijks de effecten van de transitie van een hi?rarchisch georganiseerde industri?le samenleving naar een meer op informatie en kennis gebaseerde netwerksamenleving. Een samenleving waarin geldt: ?Klein. Het nieuwe groot?. ?Een tijd waarin iedereen bij kan dragen aan een andere economie. Groener. Menselijker. Innovatiever. Waar de kleine individuele of collectieve handeling van de burgers samen zorgen voor de grote, de echte verandering en waar deze niet van bovenaf komt.?

Het gebruik van sociale media door burgers en klanten is ??n van de tastbare voorbeelden van deze netwerksamenleving. In de praktijk van vandaag betekent dat dat je als organisatie op sociale media aanwezig moet zijn en de mensen daar te woord moet kunnen staan. Dit zijn de uitdagingen die nu breed worden ervaren en als issues zijn benoemd. In een breder strategisch kader betekent dit dat een organisatie op een wezenlijk andere manier in deze ?nieuwe? wereld moet gaan staan. Een wereld6 waarin ?waarde? door de samenwerking wordt gerealiseerd. Waar delen, horizontaal organiseren en transparantie de norm worden. En waar de rol van de burger en de klant verandert van ?accepteren en consumeren? naar actief participeren. Sommigen schetsen de transitie ook wel als een verschuiving van ?power to the few? naar ?power of the many?. In een dergelijke verschuivende macht hebben organisaties andere strategie?n en middelen nodig.