Tagarchief: interventie

Doet Whatsapp genoeg om trollen te stoppen?

Na lynchpartijen in?India?- begonnen na het rondsturen van geruchten via?WhatsApp?- komt het sociale platform in actie. In onderstaand artikel van?Amber Dujardin?
Nu er doden vallen door de verspreiding van nepnieuws, legt WhatsApp het doorsturen van berichten aan banden. Sinds vandaag kunnen mensen hun berichten nog maar aan twintig chats tegelijk doorsturen in plaats van 250. Alleen in India wordt het maximum verder teruggeschroefd: naar vijf of minder.

Dat WhatsApp in India strengere maatregelen neemt, komt doordat het land kampt met massahysterie door valse berichten. Er zijn de laatste maanden tientallen mensen doodgeslagen op basis van nepnieuws. Ze werden abusievelijk aangezien voor kinderhandelaren of andersoortige misdadigers en gelyncht door dorpsbewoners. Met ruim 200 miljoen WhatsApp-gebruikers, veel armoede en laagopgeleiden is het verspreiden van geruchten in India een fluitje van een cent.

WhatsApp liet eerder deze maand weten ?geschokt? te zijn door de lynchpartijen en beloofde meer te doen om het verspreiden van valse ?berichten tegen te gaan. De nieuwe beperkingen ?volgen op een maatregel waarbij het bedrijf een speciaal icoontje toe?voegde aan doorgestuurde ?berichten. Dat moest gebruikers aan het denken zetten over de herkomst van zo?n ?bericht. Door de nieuwe beperkingen hoopt het bedrijf Whats?App ?te behouden zoals het ontworpen is: als een dienst voor priv?berichten?.

“Je kunt niet doen alsof WhatsApp op een ?eiland zit. De echte trollen zullen andere platforms vinden” -?Arnout de Vries, TNO

Paniek

?Het is een begin?, zegt Arnout de Vries, die bij TNO onderzoek doet naar sociale media en veiligheid. ?Je kunt hiermee voorkomen dat dingen heel snel viraal gaan en er in korte tijd grote paniek ontstaat. Maar je kunt niet doen alsof WhatsApp op een ?eiland zit. De echte trollen zullen andere platforms vinden.?

Als WhatsApp echt een verschil wil maken, kan het bedrijf volgens De Vries beter een limiet per dag instellen, in plaats van per keer. In een groepschat passen immers 256 mensen, waardoor je met ??n druk op de knop nog steeds meer dan duizend mensen per keer kunt bereiken.

Een ander probleem is dat Whats?App door encryptie niet op de inhoud van berichten kan modereren, zegt De Vries.?Facebook?en Twitter kunnen aanstootgevende berichten gewoon zien en blokkeren, WhatsApp niet. ?Wat ze ook hadden kunnen doen, is accounts blokkeren die telkens berichten aan honderdduizenden mensen tegelijk versturen. Wie heeft er zoveel vrienden? Dat is vrijwel altijd berichtgeving van bots.?

De huidige hysterie door nepnieuws had WhatsApp vanaf het begin kunnen zien aankomen, zegt De Vries. ?Maar ze willen een zo groot mogelijk bereik en zo min mogelijk beperkingen. Pas als de kranten vol staan met problemen, wordt er actie ondernomen. Dat zie je ook bij Facebook en Twitter. Het commerci?le belang gaat altijd voor de veiligheid.?

Ook Facebook neemt maatregelen

Ook Facebook gaat misleidende informatie aanpakken als die kan aanzettend tot geweld, liet het bedrijf deze week weten. De nieuwe regel wordt als eerste van kracht in Sri Lanka en daarna in Burma. De autoriteiten in beide landen verwijten het sociale platform dat het te weinig doet om haatzaaien en geweld tegen moslims tegen te gaan.?

Facebook heeft nu toegezegd om misleidende posts te verwijderen als die kunnen aanzetten tot geweld. Zo niet, dan mag de informatie overigens gewoon blijven staan. Zo mogen Facebook-gebruikers de Holocaust blijven ontkennen, zei CEO Mark Zuckerberg.?

Bronnen: Trouw,?

Getagd voor het leven

youve-been-tagged

Wat zou jij er van vinden als je tijdens je werkt wordt gefilmd? En waarbij je (niet zeker) weet of een deel van de video online komt. Verschillende professionals hebben dit al eens meegemaakt. En, het lijkt steeds vaker te gebeuren. Wat is het effect van het opnemen en online plaatsen van beelden van publieke handelingen op sociale media, voor publieke professionals en organisaties? Het eerste verkennende studie over dit thema, uitgevoerd door Stichting Impact met mijn medewerking staat nu online. Deze verkenning biedt voldoende stof om over door te praten en voldoende onderwerpen om verder te (laten) onderzoeken. .

Een intrigerende vraag uit dit?onderzoek is de vraag: waarom doen mensen dit? Helaas is er (nog) geen onderzoek gedaan onder de filmers en diegene die het materiaal online plaatsen. De verschillende professionals geven vier motieven waarom mensen mogelijk filmen (en al dan niet plaatsen):Als een video online verschijnt dan is het proces dat volgt redelijk ongrijpbaar. Als het binnen korte tijd vaak gedeeld of geliked wordt, en al dan niet door andere (sociale) media wordt opgepikt, dan kan een olievlek ontstaan. Het is lastig om op dat moment de verspreiding in te perken. Het is moeilijk om een filmpje volledig van het internet te verwijderen, wanneer het zo vaak wordt gedeeld. Organisaties worden bij vergaande verspreiding van (video)materiaal gedwongen om te reageren. Want: of het nu waar is of niet, als organisatie moet je wel reageren als het breed is verspreid. Al was het maar voor diegene die op de video negatief wordt neergezet.

  • het uiting geven aan onmacht en frustratie.
  • het be?nvloeden van het proces van de organisatie (dossiervorming).
  • sensatiezucht (inclusief persoonlijk gewin).
  • verveling.

Het is essentieel om deze motivaties te weten, zodat passende reacties zijn te geven. Aanvullend onderzoek op filmers en plaatsers is zeer zeker nodig.

Vanuit persoonlijke ervaring weet een van de onderzoekers Roy Johannink dat een opvallend filmpje miljoenen views kan genereren. Dit kan de plaatser ? wat niet de filmer hoeft te zijn ? ook een bron van inkomsten betekenen. Het wegnemen van deze bron van inkomsten maakt het voor sommige plaatsers, denk aan de treitervloggers, al een stuk minder interessant om (video)materiaal online te plaatsen. Want: als je er geen geld mee verdiend, waarom zou je het dan nog doen?

Maar aan de hand van welke criteria bepalen we of een video al dan niet negatief is. Wat is de rol van YouTube ?n Facebook? Beide kunnen natuurlijk de advertenties weglaten rondom de video?s. Ze kunnen plaatsers ook (tijdelijk) blokkeren. Maar ze gaan dan ook zelf advertentie-inkomsten mislopen van dergelijke succesvolle video?s.

Het is dus allemaal niet zo eenvoudig. De problematiek en de oplossing(en) zijn complex. Dat maakt dit eerste onderzoek inzichtelijk. Er moet wel nog wat veranderen, dat is duidelijk. Alleen wat dan? Suggesties voor vervolgonderzoek en oplossingen zijn zeer welkom, reageer hieronder of laat je idee achter bij Roy Johannink.

Het onderzoek is hier te vinden: Getagd voor het leven; een verkennende studie naar de effecten op professionals van het filmen en online plaatsen van (beeld)materiaal van professioneel handelen, Jurriaan Jacobs, MSc Merel van Herpen, MA Dr. Hans te Brake mmv Drs. Roy Johannink MCDm, Stichting Impact Diemen, december 2016.

of lees het hieronder:

[slideshare id=72267052&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-26-14871693771568867560-170217110954&type=d]

[slideshare id=78262205&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-170726072049&type=d]

Bronnen: RoyJohannink

Jeugdtaak in het online domein

jeugd online

Foto: ANP, Roos Koole / Pieter van Schouwenburg

In het tijdschrift voor de politie stond onderstaand artikel van Solange Jacobsen. Hij is spreker en projectleider Online veiligheid, Bureau Jeugd & Media.

Een van de onderwerpen op de jeugdagenda van de politie is een actief beleid op het uitvoeren van de jeugdtaak in het online domein. Een goede zaak. Het is steeds meer een voorwaarde om ?cht en intensief in contact te zijn met jongeren, te signaleren wat er speelt en er voor hen te zijn als zij de politie nodig hebben. Jongeren verwachten niet anders dan dat agenten hun werk ook online doen en grenzen stellen. Dat maakt de politie voor hen geloofwaardig en betrouwbaar.

Ik sta samen met de wijkagent voor een groep onrustige brugklassers met een stevige mening over hun klasgenootje wier naaktfoto de school rondgaat. Het meisje in kwestie heeft de laatste dagen niet ongezien door school kunnen lopen. Ze is voor van alles uitgemaakt, bespuugd, bedreigd en zelfs geslagen. De kern van de verwijten van haar leeftijdsgenoten is ?eigen schuld, dikke bult?. Ze vond het toch zelf nodig om zo?n foto te maken en online te zetten? Haar sociale veiligheid is duidelijk in het gedrang en de school staat voor een ?inke uitdaging om deze weer te herstellen.

Het gesprek dat wij met de klas gaan voeren moet daaraan bijdragen. Het verzoek is van het meisje zelf, die ondanks alle emoties verrassend stevig in haar schoenen staat. ?Ik wil graag dat jullie alle kinderen duidelijk maken dat het hun ook had kunnen overkomen. Want ik ben niet dom h?, ik heb alleen iets doms gedaan??

Terwijl ze dat zegt richt ze haar blik voor het eerst omhoog. Haar verhaal heeft ze tot aan dat moment toevertrouwd aan de vloertegel onder het bureau van de zorgco?rdinator. Ze kijkt ons met grote bruine ogen indringend aan. Schaamte en verdriet hebben even plaats gemaakt voor?boosheid en onmacht. Ze is zichtbaar opgelucht als ze merkt dat we haar verhaal serieus nemen. Het gesprek dat we vervolgens in de klas voeren is pittig. We moeten ?ink aan de bak om uit te leggen dat je ook gedwongen kunt worden tot het maken van naaktfoto?s. En dat iemand die de dappere beslissing neemt om niet in te gaan op verzoeken tot webcamseks, ondanks de dreiging van verspreiding van die naaktfoto?s, juist steun en respect verdient in plaats van hoon en belediging.

Dit roept vragen en discussie op. Wie valt iets te verwijten? Wat is eigenlijk strafbaar? Wanneer vraag je de politie om hulp? Slechts op enkele momenten is het compleet stil. Dat is wanneer ze er onderling niet uitkomen en zich voor de uitkomst richten tot de wijkagent. Want over ??n ding zijn ze het wel eens: die moet toch weten hoe het ?cht zit?

Willen weten wat er leeft en speelt

Dit was mijn eerste ?sextingzaak?, inmiddels zes jaar geleden. Voor de wijkagent ook. Leerzaam in alle opzichten. Het gaf ons diverse inzichten, onder andere over online groepsdynamiek, risicovol gedrag en weerbaarheid. En het sterkte de overtuiging dat je als politie moet willen weten wat er online leeft en speelt. Zonder die basis ben je uiteindelijk onvoldoende in staat om je kerntaken ef?ci?nt en effectief uit te voeren. Dat begint al met het ontrafelen van verhalen aan de balie om helder te krijgen wat er nou eigenlijk aan de hand is: cijfergooien, bangalijst, cammen, snapchat, fakeaccount? Je zult moeten kunnen duiden om situaties te beoordelen en te vertalen naar noodzakelijke acties. Of die nou betrekking hebben op repressief optreden, preventie, zorgsignalering of doorverwijzing.

Grensoverschrijdend gedrag online, onbewust of bewust, leidt tot nieuwe verschijningsvormen van strafbaar gedrag en heeft grote impact op de politi?le jeugdtaak. Die overtuiging is in de afgelopen jaren met fenomenen als dreigtweets, kopschop?lmpjes, massamobilisatie, haatprofielen en accounts met gephotoshopte pestfoto?s alleen nog maar bevestigd. In de verbinding met jeugd is het in ieder geval nodig om de hoge drempel die jongeren richting de politie ervaren, te verlagen. Ze vinden het moeilijk om zich met signalen en hulpvragen tot de politie te wenden. De meeste jongeren gaan eerst zelf op zoek naar informatie om te bepalen of hun probleem wel serieus genoeg is en wat ze er zelf aan kunnen doen op het op te lossen.

Om die drempel te verlagen moet je uitstralen op de hoogte te zijn van online risico?s en laten merken dat je begrijpt hoe makkelijk het is om online in vervelende situaties terecht te komen. Als je vervolgens in het contact de situatie niet bagatelliseert maar serieus neemt en ernaar handelt, win je vertrouwen. Je hoeft daarvoor geen whizzkid te zijn of zelf urenlang op sociale media door te brengen. Een open en onderzoekende houding is belangrijker; waarom doen ze wat ze doen?

Wat ze online doen is eigenlijk niet veel anders dan wat hun ouders vroeger deden

Digitale jeugdcultuur

Jongeren groeien op in een andere wereld dan wij vroeger. Ze kunnen altijd en overal online en doen dat ook, zonder na te denken. Jongeren doen gewoon de dingen die ze doen, zonder erbij stil te staan dat ze daarvoor ?online gaan?. Online contact is voor jongeren net zo ?echt en hecht? als of?ine contact. De grootste valkuil is om te denken dat een tiener niets zit te doen als deze hangend op de bank met smartphone of tablet bezig is. Hij is in verbinding met de groep. Daarvoor hoef je niet fysiek bij elkaar te zijn. Via WhatsApp, Facetime of Snapchat kun je samen lachen, kletsen, emoties en ervaringen delen, je mening toetsen et cetera.

Wat jongeren online doen is eigenlijk niet heel veel anders dan wat hun ouders vroeger deden. Ze zijn zich aan het ontwikkelen, de wereld en hun eigen ik aan het ontdekken en daarin zijn sociale contacten enorm belangrijk. Door zich te spiegelen aan leeftijdsgenoten, leren ze
zichzelf kennen en bouwen ze zelfvertrouwen op. Ze toetsen hun identiteit aan anderen. Fysiek op straat en schoolplein, maar ??k online. In de kern draait het om contact; bestaande vriendschappen worden versterkt, nieuwe gesloten.

Onderdeel van het vormen van een eigen identiteit is jezelf pro?leren. Dat doe je door goed na te denken over hoe je jezelf presenteert, hoe je je gedraagt en met wie je je laat zien. Dat geldt ??k online. Daarom besteden jongeren veel aandacht aan hun online pro?el. Het gaat om de beste foto, de leukste teksten, het juiste ?lmpje en de hipste muziek. Dat ze zelf controle hebben over hoe ze zich presenteren, geeft een zeker gevoel. Als je veel reacties terugkrijgt, voel je je gezien en dat geeft zelfvertrouwen. Net zoals positieve reacties. Voor negatieve reacties geldt het omgekeerde. Maar sommigen vinden dat altijd nog minder erg dan helemaal geen reacties krijgen en het gevoel te hebben onzichtbaar te zijn.

Online groepsdynamiek en verschuivende grenzen

De aantrekkingskracht van sociale media zit dus voor een groot deel in het bij de groep aangesloten willen zijn en blijven. De groepsdynamiek is door de komst van sociale media en smartphones niet meer beperkt tot schooltijd. Hij is er continu, 24/7! Een belangrijk inzicht om te onthouden als je met jongeren werkt. Een tweede inzicht dat relevant is, ligt in het verlengde daarvan: internet ontremt en anonimiseert, waardoor grenzen vervagen. Je durft online meer dan of?ine. Liever te zijn (kusjes en liefdesverklaringen vliegen over en weer), maar ook gemener te zijn (roddelen, schelden, bedreigen). Door het ontbreken van non-verbale signalen en het verkeerd interpreteren van tekst ontstaat makkelijk een ruzie. Die wordt uiteraard online ?uitgevochten?, maar komt ook regelmatig tot ontlading op straat of het schoolplein.

Online zijn grenzen niet heel duidelijk en pubers, gevoelig voor sociale acceptatie en beloning op de korte termijn, verleggen deze ook nog eens zonder de gevolgen van hun handelen te kunnen overzien. Ze geven onbewust zomaar persoonlijke informatie prijs, maken ruzie of geven zich letterlijk bloot. Ze staan er echter niet altijd bij stil (en soms boeit dat gewoon ook even niet) wie er toegang tot die informatie heeft en wat er mee gedaan kan worden. Een pro?elfoto, informatie in de bio, vriendenlijsten, foto?s en online berichten? informatie die op zich onschuldig is, kan door mensen met verkeerde intenties handig gebruikt worden. Om iemand online te pesten, op te lichten of af te persen. Je kunt je met alle verkregen informatie heel geloofwaardig voordoen als ?een vriend van een goede vriend? en zo makkelijk contact leggen en een vertrouwensband opbouwen; een tactiek die loverboys en pedoseksuelen vaak hanteren.

Drempel verlagen en grenzen stellen

Online moet je ??k weerbaar zijn en respectvol met elkaar omgaan. Eigen grenzen kunnen aangeven en die van anderen respecteren. In de mix van pubergedrag, groepsdynamiek en onzichtbare dynamiek van sociale media gaan jongeren regelmatig te ver. Ze overschrijden niet alleen persoonlijke grenzen, maar ook ethische/morele grenzen en die van het strafrecht. De wetenschap dat iets consequenties kan hebben, weerhoudt hen niet. Wat op het moment van handelen vaak zwaarder weegt, is dat het aandacht en aanzien binnen de groep genereert. Dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Allereerst voor ouders en scholen om kinderen te helpen nadenken over eigen grenzen en ze uit te dagen te re?ecteren op wat ze doen en welke verantwoordelijkheid ze daarin hebben.

Maar ook politie kan een grote rol van betekenis spelen. Door te vertellen hoe je kunt voorkomen slachtoffer te worden, maar vooral door duidelijk te maken wat strafrechtelijke grenzen zijn en door zichtbaar handelend op te treden als die grenzen overschreden worden. Dat werkt preventief, doordat jongeren kennis aangereikt krijgen waar ze wat mee kunnen op het moment dat dit nodig is. Het vergroot bovendien de subjectieve pakkans. Soms zijn jongeren zich wel degelijk bewust dat ze grenzen overgaan, maar wanen ze zich anoniem en onaantastbaar: ?Wie let er nou op mij??, en: ?Er wordt toch niets aan gedaan?.

?Durf van de jeugd te leren. Wat maken ze mee? Wat verwachten ze van de politie?

Met de website vraaghetdepolitie.nl heeft de politie al een goede stap gezet om aan te sluiten bij de doelgroep. Jongeren kunnen er betrouwbare informatie vinden en bovendien met agenten en rechercheurs chatten. Dat werkt enorm drempelverlagend. Jongeren vinden het makkelijker om op die manier met politie in contact te zijn en te praten over moeilijke situaties waar ze zich voor schamen of zorgen over maken. Dat merken ook wijkagenten die Instagram, Facebook en Snapchat inzetten om in contact met de jeugd in hun wijk te blijven. Zij begrijpen: je moet d??r zijn waar je doelgroep is voor verbinding en kansen op vroegsignalering. Met alle opgedane ervaring en inzichten is het nu tijd om na te denken over verdere doorontwikkeling van de politi?le jeugdtaak. Dat is nodig om geloofwaardig en betrouwbaar te blijven.

Met zenden bouw je geen relatie op

Noodzakelijk is in ieder geval een ander type communicatie. De wijkagenten die Instagram, Facebook en Snapchat zijn gaan gebruiken, snappen dat je met alleen ?zenden? geen relatie opbouwt en er niet achter komt wat er speelt. Laten zien dat je er bent levert al wat op, maar het is vooral de kunst om interactie aan te gaan om vertrouwen te winnen. Dat is in de basis niets anders dan wat je op straat zou doen: ?luisteren?, ?vragen durven stellen? en ?reageren?. Dat geldt ook voor de wijze waarop een wijkagent zich online in dialogen mengt die zich buiten zijn invloedssfeer ontwikkelen. Bij een gesprek met jongeren op straat beweegt hij mee in de dynamiek van het gesprek. Dat is online niet anders.

Je moet kansen pakken om een krachtige boodschap te brengen die men van de politie zou verwachten. Het is effectiever om online te reageren op iets wat je ziet, dan alleen mededelingen te doen die algemeen en aan iedereen gericht zijn. Jongeren be?nvloeden elkaar immers en de impact is groter vanwege het bereik van sociale media. Het beeld dat je betrouwbaar bent, wordt vooral door je reactie gevoed. Als je nalaat te reageren op gestelde vragen of aangedragen signalen, brokkelt dit beeld sneller af dan je het ooit hebt kunnen opbouwen.

Dat geldt voor de wijkagent in zijn functie, maar ook voor de politie als organisatie. Een proactief communicatiebeleid is daarom wenselijk, om duidelijk te maken dat?je het online domein als een logisch domein voor kerntaken ziet. Niet alleen afwachten dus tot er een incident plaatsvindt dat de aandacht van de media trekt. Met sociale media heeft de politie een prachtige kans om uit eigen beweging kwesties aan de orde te stellen die belangrijk zijn, en op die manier inspirator te zijn van publieke debatten over online veiligheid en grenzen.

Heldere kaders voor online interventies

Met alle wijkagenten die sociale media al succesvol weten in te zetten als verlengstuk van hun wijk, en met de inrichting van de RTIC?s, staat de politie al met een stevig been in de digitale samenleving. Voor de doorontwikkeling van de politi?le jeugdtaak is het zaak om nu door te pakken op de vraag hoe actief zij wil zijn in het signaleren en acteren op online strafbare feiten. En uiteraard, wat daar organisatorisch voor nodig is.

Het is een vraag die je niet kunt laten liggen. Politie die actief op sociale media is, wordt onherroepelijk geconfronteerd met onwenselijk en/of strafbaar gedrag. Is het niet door eigen waarneming, dan is het wel doordat gebruikers hen hierop wijzen of er vragen over stellen. Een paar voorbeelden: een sel?e van iemand met een vuurwapen; een bericht waarin opgeroepen wordt om die homo van nr. 76 in elkaar te slaan; onrust over een naaktfoto die verspreid wordt; een pestaccount met bewerkte foto?s van docenten als nazi?s; een screenshot van een bewerkte cijferlijst nadat iemand het schoolsysteem gehackt heeft. Je kunt dit niet zomaar negeren zonder dat dit impact heeft op de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. Dat zou hetzelfde zijn als wanneer je op straat tijdens de surveillance zonder blikken of blozen langs iemand loopt die een ander op dat moment bedreigt, berooft of op een andere manier lastigvalt.

Maar wat doe je dan wel? Het is noodzakelijk om richtlijnen te hebben die duidelijke houvast geven hoe hiermee om te gaan. Welke signalen hebben prioriteit? Op basis van welke criteria moet een afweging gemaakt worden? Hoe te handelen en wie te betrekken? En daarnaast; welke interventiemogelijkheden heb je online? Voor de politi?le jeugdtaak is een dergelijk beleid van groot belang en dat hangt nauw samen met doelstellingen om mogelijke hypes vroegtijdig te signaleren, jongeren duidelijk te maken dat
er grenzen zijn en (potenti?le) daders te laten zien dat de politie ingrijpt en optreedt.

Ook jeugdgroepen zijn online

Online aanwezig en actief zijn loont ook in de aanpak van problematisch groepsgedrag. Zonder zicht op de ?online hangplek? missen politie en ketenpartners cruciale informatie. Het gedrag van criminele jongeren is in de basis niet anders dan van ?gewone? jongeren: ze zijn online en gebruiken sociale media om met elkaar in contact te zijn, nieuwe contacten te vinden en te onderhouden. Ook bij hen draait het voor een groot deel om jezelf pro?leren, je verbinden aan een groep en daarmee aansluiting blijven houden. Maar natuurlijk is er in motivatie en doel wel een verschil?

Online kun je (nog veel beter dan op straat!) bouwen aan een imago en reputatie. Status verwerven en bevestigen is enorm belangrijk. Dat zul je met name kunnen zien in beeldmateriaal dat online gezet wordt. Foto?s van wapens, illegale waar, geldstapels, dure kleding, drank, kassabonnetjes. Maar ook berichten waarin verwezen wordt naar strafbare feiten en/of het gezag uitgedaagd wordt. Iemand die crimineel gedrag vertoont en onder de radar wil blijven, zal dat online ook doen. Hij zal zich meer dan gemiddeld bewust zijn van het gebrek aan anonimiteit van verschillende platformen en voorzichtiger zijn met wie hij w?t online deelt. Soms echter is reputatie belangrijker voor het individu of de groep dan privacy, dan neemt men bewust het risico (?kosten-batenanalyse?).

Het beeld dat je online van iemand krijgt zonder begrip van de groep en/of straatcultuur, hoeft niet altijd juist en volledig te zijn. Kennis van de straat, aanwezig bij wijkagenten en jongerenwerkers, is noodzakelijk om goed te kunnen duiden. Een sterke informatiepositie bestaat daarom uit online ?n of?ine informatie. Hierdoor ontstaat er een completere basis om te analyseren, te prioriteren en activiteiten te ontwikkelen. Scholen zijn ook een belangrijke partij om mee op te trekken. Zeker als het gaat om de aanpak van online incidenten met mogelijke impact op de openbare orde en veiligheid, zoals vecht?lmpjes en challenges. Informatie uitwisselen en kennis delen betekent samen een voorsprong in kennis ontwikkelen, die nodig is om vooraan de jeugdproblematiek te komen.

Durf te leren van jeugd

De oplossing om te komen tot een doorontwikkeling van de politi?le jeugdtaak ligt in de verbinding met jeugd zelf. Durf van hen te leren. Vraag hen. Wat maken ze online mee? Wat verwachten ze van de politie? Wat niet? Welke idee?n hebben zij om daders aan te pakken? Wat voor advies hebben ze als het gaat om de benodigde krachtige statements om aan te geven waar de grenzen zijn? Je hoeft echt niet alles te weten, maar neem een pro actieve houding aan om te willen weten hoe iets zit. Ook dat draagt bij aan geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de politie.

Bronnen: Het tijdschrift voor de politie, jg.78, nr.5, 2016

 

5 manieren om criminele marktplaatsen aan te pakken

unnamed (3)

Vanuit de krochten van het internet bieden criminelen anoniem drugs en kinderporno aan. En hacken ze websites. Vijf methoden om deze misdaden te bestrijden.

Twee cyberaanvallen kreeg Ziggo vorige week voor de kiezen, waardoor klanten niet meer het internet op konden. Het leidde tot veel ontevreden reacties op sociale media en zelfs tot Kamervragen. Het was bepaald niet de eerste aanval op een belangrijke site: eerder waren er al dergelijke aanvallen op de Belastingdienst, DigiD en de banken ING, ABN Amro en SNS.

Het is voor kwaadwillenden niet heel lastig om zo’n aanval te kopen. Dat gebeurt meestal op het zogeheten darkweb, een deel van het internet met websites die onvindbaar zijn voor zoekmachines zoals Google. Surfen kan er anoniem, waardoor het bijzonder aantrekkelijk is voor criminelen. Hier wordt online gehandeld door onder meer hackers en drugs- en wapenhandelaren.

In recent onderzoek rekenden twee wetenschappers van de Amerikaanse universiteit Carnegie Mellon uit dat er zo’n 100 miljoen dollar per jaar omgaat in alleen al de verkoop van drugs via dit verborgen deel van internet.

Op deze Markplaats-achtige platformen krijgen de verkopers van hun klanten beoordelingen, net zoals op eBay, waardoor andere bezoekers weten hoe betrouwbaar iemand is. Je kunt er onder meer DDoS-aanvallen kopen. Daarbij heeft een hacker heel veel computers in zijn macht, zogeheten botnets. Die versturen zoveel informatie naar een website dat deze plat komt te liggen.

“Op een marktplaats biedt een hacker bijvoorbeeld tienduizend besmette machines aan, waarmee je voor 10 dollar per uur een aanval uitvoert op een bepaalde site of bedrijf”, zegt hoogleraar cyber security Michel van Eeten (TU Delft). “Je noemt een tijdstip en doelwit. Vervolgens betaal je, krijg je een inlog en voert de hacker de aanval uit.”

Op die marktplaatsen van het darkweb komen is een ‘fluitje van een cent’, benadrukt hoogleraar cyber security Pieter Hartel (Universiteit Twente en TNO). Het enige wat je hoeft te doen, is de Tor-browser op je computer installeren. Die is vergelijkbaar met andere browsers als Mozilla Firefox, Safari of Internet Explorer. “Het grote verschil is dat een Tor-netwerk de informatie online op zo’n slimme manier verstuurt dat je vrijwel anoniem over het darkweb surft”, aldus Hartel.

Wie via een normale browser websites bezoekt, laat al snel sporen achter, waardoor het voor politie en bedrijven eenvoudig is diens gegevens te achterhalen. Omdat dit op het darkweb niet het geval is, moet de politie veel moeite doen om daar boeven te vangen. “Het is zeer arbeidsintensief”, zegt Hartel. “We hebben het over honderden marktplaatsen met duizenden aanbieders.” Wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden?

1 Wachten op een foutje

Een van de meest toegepaste methodes van de politie is wachten tot iemand een foutje maakt, die de identiteit van een crimineel onthult. Er zijn bijvoorbeeld criminelen die op een ander platform op het ‘gewone’ internet opscheppen over een bepaalde DDoS-aanval.

“Een andere mogelijkheid is dat ze een keer per ongeluk een deel van hun e-mailadres opgeven en hun e-mail vervolgens openen met hun niet beveiligde telefoon. Vaak lopen criminelen door dit soort blunders tegen de lamp. Daarvoor moet de politie heel geduldig monitoren”, weet beveiligingsexpert Walter Belgers. Hij is de eigenaar van IT-beveiligingsbedrijf Madison Gurkha. “Een deel daarvan gebeurt automatisch, via computerprogramma’s die de politie heeft gemaakt. Gelukkig zijn veel van de criminelen vrij dom en maken ze vroeg of laat een fout.”

Zo’n misslag wordt nog weleens gemaakt als er op een platform ruzie is, weet hoogleraar Hartel. “Bijvoorbeeld als een DDoS-aanval of de levering van drugs niet goed is verlopen en er discussie komt tussen de koper en de uitvoerder. Dan maken criminelen eerder fouten omdat ze ge?motioneerd raken en daar doet de politie dan haar voordeel mee.”

Een goed voorbeeld van iemand die de mist in ging op het darkweb is Ross Ulbricht. Hij was het brein achter de digitale zwarte marktplaats ‘Silk Road’ die in 2011 werd opgericht. Daarop was veel illegale handel, met name in drugs en valse identiteitsbewijzen. Ulbricht liep twee jaar geleden tegen de lamp. Hij liet onder meer een persoonlijk e-mailadres achter, waardoor de FBI met hulp van andere landen hem op het spoor kwam. Ulbricht wilde overigens ook een huurmoord laten uitvoeren en communiceerde daarover, zonder dat hij het wist, met een undercoveragent. Hij werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf in de Verenigde Staten.

2 Internationaal samenwerken

Op het darkweb hanteert de politie noodgedwongen een aanpak die afwijkt van ander speurwerk. Bij normale drugs- en wapentransacties volgen ze bijvoorbeeld vaak de pakketjes of het geld. “Maar dat lukt vrijwel niet op het darkweb”, aldus Belgers. “Alles wordt over beveiligde netwerken verstuurd en is vrijwel niet te herleiden tot ontvanger en verzender. Hackers gebruiken onder meer zogeheten verborgen servers om informatie over internet te versturen. En als geld gebruiken ze vaak bitcoins, een vorm van elektronisch geld.”

Hartel stelt dat zonder het Tornetwerk en bitcoins het darkweb nooit zo’n grote rol had gespeeld. “Het is zo’n succes door die combinatie”, zegt hij. “Dat zijn twee onafhankelijke technologie?n, die criminelen slim samenvoegen met een marktplaats voor duistere praktijken. Dat is heel creatief en innovatief gedaan.”

Daarnaast zijn criminelen vrij ongrijpbaar omdat ze er zeer bedreven in zijn informatie via servers in zoveel mogelijk landen te versturen over het darkweb. Die servers bevatten vaak gegevens over waar de crimineel zich bevindt. “Stel dat de Nederlandse politie een hacker op het spoor komt die informatie verstuurt over een illegale deal via een server in IJsland. Dan wordt er zo snel mogelijk contact gezocht met de IJslandse politie. Veel bevriende landen willen wel meewerken aan dit soort onderzoeken, maar dit zorgt toch al snel voor een paar uur vertraging”, zegt Van Eeten.

Vervolgens verwijst de server in IJsland weer naar een andere in Frankrijk, waarna de communicatie verloopt via Zambia. “Dan moet Nederland dus met al die landen contact zoeken, toestemming krijgen om de informatie over die server op te vragen. Het kan ook goed dat er een land tussen zit, dat niet met Nederland wil samenwerken of daarvoor niet genoeg personeel heeft.” Een DDoS-aanval, levering van drugs of transactie van wapens is vaak al achter de rug, voordat er contact is gezocht met al die landen. Van Eeten: “Het gaat dus gewoon te langzaam.” Hartel vult aan: “Internationale samenwerking is daarom van cruciaal belang.” Maar de praktijk is weerbarstiger dan de politie zou willen.

3 Zelf hacken

Is het een oplossing dat de politie servers, die informatie over verdacht verkeer verspreiden, zelf hackt? Dan weten de agenten immers veel sneller achter wie ze aan moeten.

“Daar zitten nog veel haken en ogen aan”, benadrukt Van Eeten. “Als Nederlandse agenten een server in IJsland hacken, dan kijken ze daar vreemd op. Onze agenten grijpen dan zomaar in een ander land in. Stel dat China allerlei sites in Nederland hackt omdat daarop criminelen actief zouden zijn. Dat willen we niet. Het zijn zeer schimmige en lastige situaties.”

Bovendien is het oppassen dat de politie niet op heel veel plekken gaat hacken, om tijdwinst te boeken. Criminelen gebruiken vaak computers van gewone burgers, die ze in hun macht hebben. Na het hacken zien de agenten dus ook de gegevens van onschuldige burgers en schenden ze hun privacy.

“Een ander voorbeeld is de opkomst van Bullet Proof Hosting. Dat is een service voor criminelen, waarbij ze online helemaal worden afgeschermd. Het is een zeer schimmige markt, die met abonnementen werkt. De politie kan die diensten inkopen. Maar moet de politie wel dat soort criminele diensten ondersteunen? Het is een heel zwaar middel. Agenten zijn vaak geobsedeerd door het pakken van boeven en kunnen daarin heel ver gaan. Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn om agenten meer middelen te geven”, zegt Van Eeten. Beveiliger Belgers is het daarmee eens. Hij benadrukt dat de politie genoeg middelen kan inzetten op het darkweb.

4 Beter trainen

Door agenten beter te trainen vangen ze meer en eerder boeven online, stellen de experts. Een interessant voorbeeld is een masterclass die Hartel deze zomer ontwikkelde met TNO voor opsporingsbeambten van de internationale politie-organisatie Interpol. “We hebben het darkweb levensecht nagebouwd. We hebben meerdere computers en servers aan elkaar gekoppeld waarop verscheidene marktplaatsen actief zijn. Het is volledig afgesloten van het internet en alleen als training beschikbaar”, zegt Hartel. De opsporingsbeambten kruipen daarbij in de huid van een drugsdealer of hacker. Ze proberen hun waar te verkopen op een marktplaats en hun sporen uit te wissen. “Daardoor leren ze denken zoals de mensen die ze willen opsporen”, zegt Hartel. Ze leren zo ook waar mogelijk zwakke plekken zitten in hun beveiliging en waarschijnlijk dus ook in die van de criminelen op het echte darkweb.

5 De markt vervuilen

De politie heeft nog een tactiek om de criminelen dwars te zitten: de zwarte markten vervuilen. “Agenten melden dan een heleboel nep-aanbieders aan op al die marktplaatsen. Zij geven vervolgens valse beoordelingen, zodat gebruikers niet meer weten wie te vertrouwen is. De markt wordt minder overzichtelijk, en dat drijft de prijzen op”, zegt Van Eeten.

“Onderzoekers hebben berekend dat de winstmarges van veel criminelen op het dark-web heel klein zijn. Als de markplaatsen niet goed meer werken of het ze extra tijd en geld kost, haken ze waarschijnlijk af. En dan wordt het darkweb een stuk minder aantrekkelijk.”

Ook perfect medium voor welwillenden

Niet alles op het darkweb is illegaal. Iemand die via Tor op het verborgen deel van internet surft doet niets wat niet mag. Sommige mensen willen gewoon niet gevonden worden en surfen daarom op die manier anoniem online. “Daarnaast is het darkweb een uitkomst voor mensen in landen met dictaturen of tijdens een oorlog. Tor is dan een hulpmiddel om bijvoorbeeld via de mail of social media contact te onderhouden met de buitenwereld. Het zorgt er bijvoorbeeld ook voor dat journalisten veilig met bronnen communiceren”, zegt Pieter Hartel.

Bronnen:?Trouw (26 aug 2015)

Digigeren: nieuwe methode voor online gedragsbeinvloeding

Dagelijks worden 35.000 doodsbedreigingen via internet verspreid. Kinderen pesten elkaar online. En pedofielen zoeken digitaal naar potenti?le slachtoffers. Delicten uit de fysieke wereld vinden ook plaats in onze digitale samenleving. Maar er zijn nauwelijks beproefde methoden om op te treden tegen ongewenst digitaal gedrag. TNO brengt daar nu verandering in.

In de publicatie #SM @OOV presenteert TNO haar visie op social media en kansen in het veiligheidsdomein. Kijken, zenden, vragen en interacteren met behulp van sociale media spelen een centrale rol in deze visie. “Het helpt je inzicht te krijgen in wat er leeft in de (digitale) samenleving, informatie te verspreiden via social media, vragen te stellen en te interacteren met burgers”, vertelt Carlijn Broekman, onderzoeker bij TNO. “De politie maakt al wel gebruik van sociale media, maar vaak is het op eigen initiatief van agenten en rechercheurs. En het ontbreekt hen aan beproefde mogelijkheden om ongewenst digitaal gedrag te detecteren en er tegen op te treden. Zo mag de politie zich bijvoorbeeld niet voordoen als een minderjarige om een pedofiel te kunnen pakken. Daarom ontwikkelt TNO een aanvullende methode die de politie helpt bij haar werk in de digitale samenleving.”

Positieve gedragsbe?nvloeding

Digigeren is een nieuwe methode om online gedrag positief te be?nvloeden. Het kan ongewenst digitaal gedrag voorkomen en biedt handelingsperspectief naar aanleiding van dergelijk gedrag. Broekman: “Door je informatiepositie te verbeteren of door te informeren, interveni?ren, motiveren, demotiveren of te de-escaleren, valt online gedrag te be?nvloeden.” Als voorbeeld haalt zij de vele doodsbedreigingen aan. “Om te achterhalen of een bedreiging serieus is, wil je de informatiepositie verbeteren. Om het aantal te verminderen, kun je informatie verstrekken over de strafbaarheid daarvan. Interveni?ren doe je door mensen te wijzen op hoe zij onbewust zichzelf of hun kind aantrekkelijk maken als potentieel slachtoffer. En motiveren of de-escaleren kan door slachtoffers van pestgedrag of digitale omstanders handelingsperspectieven aan te reiken.”

Inzet social media

De methode maakt gebruik van de mogelijkheden die sociale media bieden: een bericht sturen, volgen, favoriten of liken, forwarden, een vraag stellen en reageren. Cruciaal bij het be?nvloeden van ongewenst digitaal gedrag zijn inhoud, woorden en afzender van het bericht. Naast de politie kunnen ook andere partijen gebruik maken van digigeren. Zo hebben ook scholen een rol in de digitale opvoeding en het digitale toezicht.