Tagarchief: web

BART! Burger Alert Real Time: verbindingsplatform tussen bewoners, gemeente en politie.

Burger Alert Real Time (BART!) is een digitaal meldingsplatform voor een veilige en leefbare buurt. Zaken met ?n zonder spoed kunnen buurtbewoners?24/7delen met politie, gemeente en andere BART! -gebruikers.

Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen geven burgers een digitale waarschuwing en indien nodig onderneemt de politie of de gemeente direct actie. Geen wachtrijen meer. Ook kan de politie zelf alarmeren: ?Momenteel veel auto-inbraken in uw buurt?.

BART! is een samenwerkingsproject waarin de gemeente Den Haag, de politie, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL samen investeren. BART! is nu nog in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.

Samen bouwen aan een participatiesysteem dat zorgt voor vertrouwen en verbondenheid

BART! is een samenwerkingsproject waarin de?gemeente Den Haag,?de politie,?CGI,?TNO,?TU Delft?en?TIGNL?samen investeren in een digitaal meldingsplatform voor een veilige buurt. Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen waarschuwen burgers elkaar en indien nodig de politie of gemeente via een app. Ook kan de politie zelf alarmeren:
?Momenteel veel auto-inbraken in de buurt?. BART! is in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.



Alle ontwikkelde kennis wordt verspreid onder de partners:

Gemeente Den Haag: BART! is belangrijk voor de gemeente Den Haag, want het zorgt voor meer verbondenheid in de buurt en het stimuleert het gevoel dat de bewoners samen de wijk prettig en veilig houden. BART! bevordert het samen optrekken van buurtgenoten, lokale ondernemers, politie en gemeente. Gemeente Den Haag brengt openbare orde, veiligheid en leefbaarheidskennis in en stelt hiervoor de deskundigheid beschikbaar van professionals, leidinggevenden, wijkmanagers, wijkteams en klantcontactspecialisten.
Politie: De ontwikkeling van BART! sluit aan bij de doelstelling van de politie om een meer moderne, flexibele en effectieve organisatie te worden. Ook kan BART bijdragen aan een gevoel van vertrouwen door sterk politiewerk dichtbij de buurtbewoners. Met BART! wordt een meer eigentijdse dienstverlening gerealiseerd dat betere samenwerking met verschillende partners mogelijk maakt. De politie brengt al haar kennis in.
CGI: Het CGI is een grote dienstverlener op het gebied van informatietechnologie en bedrijfsprocessen. Het bedrijf onderzoekt hoe ICT-technieken het BART-concept kunnen ondersteunen. CGI ontwikkelt kortweg de technische kant van het communicatieknooppunt van BART! Momenteel is een prototype in de maak dat uitgebreid zal worden getest. Daarna wordt het doorontwikkeld op basis van de eerste ervaringen.
TNO: Kennisinstituut TNO brengt innovatie in op het gebied van maatschappelijke veiligheid en met name de inrichting van nieuwe media meldprocessen. De organisatie richt zich vooral op het ontwerpen van de bijbehorende processen en participatiesystemen van de betrokken deelnemers.
TU Delft: De Technische Universiteit Delft levert wetenschappelijke kennis vanuit haar jarenlange onderzoek naar participatiesystemen. Inmiddels heeft de universiteit een speciaal Participatory Systems Lab opgezet. De TU Delft richt zich hiermee op het optimaliseren van de samenwerking en het vertrouwen tussen burgers en overheid (gemeente en politie).
TIGNL: Technology Investment Group (TIG) brengt innovatiemanagement-kennis in met betrekking tot wetshandhaving, burgerparticipatie en private publieke samenwerkingsprojecten. TIGNL doet onderzoek en ontwikkelt inzichten voor aandachtsgebieden als competentie-ontwikkeling, ethiek, privacy en dataprotectie. Daarnaast organiseert en modereert zij verspreiding van kennis en registreert de interne en externe projectactiviteiten. Ook verzorgt TIGNL de administratie en de verantwoording van deze activiteiten.

Internettrollen vervuilen het web met gevaarlijk gedrag

Op het internet duiken steeds meer spookaccounts op, die nepnieuws verspreiden. Deze internettrollen zijn ook verantwoordelijk voor online haatmisdrijven en kunnen de rechtsorde bedreigen. Hoe kunnen online veiligheid en leefbaarheid gewaarborgd worden in de 21ste eeuw?

– Een artikel van Arnout de Vries geplaatst in Secondant

Sociale media zijn breed beschikbaar en worden door jong en oud en onschuldige maar soms ook kwaadwillende personen gebruikt. We kennen sociale media vooral als een geweldig middel om met elkaar verbonden te raken via chat en door (vakantie)foto?s te delen. Toch kan je niet alleen je hart luchten met andere gebruikers, maar ook mensen isoleren, van anderen vervreemden en vernederen. Dit varieert van kleine pesterijen tot regelrechte oorlogsvoering. Want kinderen?gamen online, maar in dezelfde spelletjes zitten vaak ook neonazi?s, zoals in het online oorlogsspel Clash of Clans. Soms zitten zij in eenzelfde chatsessie met jonge, zeer be?nvloedbare kinderen. Toezicht op de online normoverschrijdingen is beperkt, of afwezig.

Het zogeheten trollen als vorm van normoverschrijdend gedrag online neemt toe. Trollen kan beginnen met pesten, maar verergeren tot intimideren en stalken. Het kan slachtoffers zelfs tot zelfmoord drijven. Als dit online gedrag de veiligheid en leefbaarheid schaadt, komt het als verschijnsel in beeld bij de overheid.

Veiligheidsconferentie

In mei dit jaar werd in Londen een internationale veiligheidsconferentie gehouden over ?trolling?. Onderzoekers en specialisten uit bedrijfsleven en overheden vanuit meer dan 15 Europese landen kwamen bijeen om de kansen voor een vernieuwde aanpak te bespreken. Ook de bedreigingen van deze ontwikkelingen kwamen aan bod. Al deze partijen uit de veiligheidssector hebben als doel om het internet veiliger en leefbaarder te maken.*

De techniek heeft zich in de afgelopen jaren zodanig ontwikkeld dat internet een vanzelfsprekendheid is voor veel mensen. Echter, ook anonimiteit door encryptietechnieken en het gebruik van kunstmatige intelligentie worden steeds normaler. De internetgedragscodes veranderen sinds het ontstaan ervan mee, maar: Wat is acceptabel en wat niet? Wat staan we met moderne technologie toe en wat niet? Nieuwe ontwikkelingen bieden nieuwe kansen, maar vormen ook nieuwe bedreigingen. Op het wereldwijde web zijn de meningen verdeeld over hoe ver vrijheid van meningsuiting mag gaan en elk socialemediaplatform hanteert hierbij zijn eigen huisregels. Socialemediaplatforms dulden bijvoorbeeld alleen echte mensen en toch duiken steeds meer valse en machinegestuurde accounts op om te trollen.

Dilemma?s in moeizame aanpak trollen

De conferentie focuste op preventie en interventies in handhaving en vervolging met aandacht voor sociale en technologische innovaties.?Best practices?werden gedeeld, zoals die van John Donovan, werkzaam bij?The Online Hate Crime Hub?van de Metropolitan Police. Sinds 2017 pakken de speciaal getrainde politieagenten online misstanden aan. De Hub onderzoekt meldingen van online haatmisdrijven, waaronder racisme en discriminatie gericht op beperking, religie, of geaardheid en acteren hierop, voor zover mogelijk. Donovan benoemde diverse juridische obstakels bij het trollen, zoals onduidelijke wettelijke kaders die de vervolging van trollen bemoeilijken. Ondersteuning van het slachtoffer staat dan wel centraal bij de Hub, maar als slachtoffers niet willen meewerken aan verdere actie blijven trollen vaak anoniem en ongestraft. Daarmee gaat dan weer geen afschrikkende werking uit tegen herhaling.

Normloosheid van gamingplatforms

Gamingplatforms werden expliciet uitgelicht, omdat het normoverschrijdende gedrag hierin n?g prominenter lijkt. Cybercriminoloog Thomas-Gabriel R?diger vergeleek online games met een fysieke speeltuin: rond de spelende kinderen zien we borden met simpele gedragsregels en ouders die vanaf een bankje wat toezicht houden. Online houdt niemand zo toezicht. Via online??speeltuinen??zoals Minecraft, Roblox en MovieStarPlanet worden steeds meer kinderen het slachtoffer van?grooming, terwijl ouders denken dat ze een onschuldig spelletje spelen.

Online zijn gedragsregels op zijn minst anders te noemen, maar eigenlijk vaak afwezig. Wat vinden we van deze normloosheid? R?diger liet zien hoeveel online groepen met nazinamen in de game Clash of Clans te vinden zijn, hoe die gesprekken verlopen en ook met welk gebrek aan online normen het spel soms gespeeld wordt. Naast dit spel zijn er vele games waarin gecommuniceerd wordt, via tekst, maar ook via spraak, zoals bijvoorbeeld het populaire schietspel Fortnite: 100 spelers strijden tot de laatste overblijft. Een spel waarin de norm lijkt dat online alles geoorloofd is om maar die laatste te zijn.

Sterkte-zwakteanalyse

De conferentie resulteerde op grond van de vele voorbeelden in een sterkte-zwakteanalyse, waarbij kansen en bedreigingen werden benoemd voor een effectievere aanpak voor veiligheidspartijen die trollen willen aanpakken: *

Figuur 1> SWOT-analyse van aanpak trollen door veiligheidsdiensten

Trollen bedreigen de rechtsorde

Trollen vindt niet alleen plaats op individueel niveau. Uit?onderzoek?van?NRC?bleek dat Russische internettrollen op Twitter probeerden anti-islamsentimenten in Nederland aan te wakkeren. Dit gebeurde vanuit een??trollenfabriek? in Sint-Petersburg, het beruchte Internet Research Agency (IRA). Dat beheerde zeker 3841 trol-accounts. Sommige tweets zijn door de nepaccounts verstuurd op de dag van de aanslagen in Brussel, 22 maart 2016, andere ten tijde van de Nederlandse verkiezingen.

Volgens Facebook is 2 tot 3 procent van hun accounts vals, maar experts schatten dat het eerder 10 procent is. Ook Twitter heeft last van miljoenen spookaccounts. Bij de grote zomerschoonmaak verwijderde Twitter?70 miljoen nepaccounts. Facebook blokkeerde zelfs?1.3 miljard accounts.

Internettechnologie

Twitter-directeur Jack Dorsey beklaagde zich er onlangs over hoe fictieve accounts zijn berichtendienst misbruiken. Hij wil weer een gezond debat met echte mensen, maar heeft geen idee hoe de klok terug te draaien. Internettechnologie ontwikkelt zich intussen verder. Volgens sommige trendwatchers is 2018 het jaar van de??social bot??(online robotaccounts die communiceren). Veel omarmen dat in hun klantgerichte dienstverlening. Nu al kan een computer kunstmatig aangemaakte portretfoto?s genereren en voorzien van namen. Accounts aangedreven door kunstmatige intelligentie worden dan een?chatbot. Je kunt nu al een bot maken die praat als president Trump en nieuwe ?Trump-uitspraken? doet op basis van oude uitspraken.

Onder kinderen zijn social bots enorm populair. Opeens kunnen ze chatten met Minions, die precies praten zoals in de film. Minion-bots bieden ook producten aan: ?Heb je al aan papa en mama verteld dat een nieuwe Minion-film uitkomt?? Chinese kinderen vertrouwen hun diepste geheimen toe aan dit soort?bots, terwijl kinderen vaak erg be?nvloedbaar zijn. Papa en mama weten ondertussen niet welke informatie hun kinderen delen en welke informatie gedeeld wordt.

Nederlandse trollen hadden in 2012 al een aantal keren flinke impact. Een jongen twitterde bijvoorbeeld tijdens Project X dat een meisje was overleden. Hij deed dit voor de lol en noemde zich ?hoax creator?, maar dat wisten hulpdiensten, media en maatschappij niet, met alle gevolgen van dien. De jongen werd niet vervolgd, omdat wat hij deed dan wel niet ethisch, maar ook niet ?zomaar? strafbaar was.

Offline en online maatschappij

We stevenen af op een kantelpunt waarin het onderscheid tussen echt of nep steeds lastiger wordt. De jeugd praat graag online met Justin Bieber, ook al weten ze ergens wel dat hij niet echt is. Vele partijen spelen, goed en kwaad, in op deze ontwikkelingen. Alleen met bewustzijn en verantwoordelijkheid, ook onder technologieaanbieders en overheden, kunnen online leefbaarheid en veiligheid in de 21ste eeuw geborgd worden. Samenwerking, juist internationaal, moet hierom volwassener worden. Passende wet- en regelgeving moet die samenwerking ondersteunen.

Door gebrekkige kennis van sociale media en gamen wordt de kloof tussen de offline en online maatschappij alleen maar verder vergroot, zolang hier niks mee gedaan wordt. Die kloof kan kleiner worden door relaties te versterken tussen specifieke groepen en veiligheidsinstanties. Wat staan we toe en waar ligt de grens? Er bestaan al genoeg voorbeelden van bedreigingen die de leefbaarheid verminderen en die de grens al ver gepasseerd zijn. Gelukkig bestaan ook genoeg kansen. Als we deze samen aangrijpen hoeft het niet van kwaad tot nog erger te gaan. <<

Europees project

Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het derde van een serie artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp als: Do It Yourself (DIY) Policing; Rellen en massabijeenkomsten; Dagelijks politiewerk; Dark Web; Trolling en; Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende artikel in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.

Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Bron: Secondant

Doet Whatsapp genoeg om trollen te stoppen?

Na lynchpartijen in?India?- begonnen na het rondsturen van geruchten via?WhatsApp?- komt het sociale platform in actie. In onderstaand artikel van?Amber Dujardin?
Nu er doden vallen door de verspreiding van nepnieuws, legt WhatsApp het doorsturen van berichten aan banden. Sinds vandaag kunnen mensen hun berichten nog maar aan twintig chats tegelijk doorsturen in plaats van 250. Alleen in India wordt het maximum verder teruggeschroefd: naar vijf of minder.

Dat WhatsApp in India strengere maatregelen neemt, komt doordat het land kampt met massahysterie door valse berichten. Er zijn de laatste maanden tientallen mensen doodgeslagen op basis van nepnieuws. Ze werden abusievelijk aangezien voor kinderhandelaren of andersoortige misdadigers en gelyncht door dorpsbewoners. Met ruim 200 miljoen WhatsApp-gebruikers, veel armoede en laagopgeleiden is het verspreiden van geruchten in India een fluitje van een cent.

WhatsApp liet eerder deze maand weten ?geschokt? te zijn door de lynchpartijen en beloofde meer te doen om het verspreiden van valse ?berichten tegen te gaan. De nieuwe beperkingen ?volgen op een maatregel waarbij het bedrijf een speciaal icoontje toe?voegde aan doorgestuurde ?berichten. Dat moest gebruikers aan het denken zetten over de herkomst van zo?n ?bericht. Door de nieuwe beperkingen hoopt het bedrijf Whats?App ?te behouden zoals het ontworpen is: als een dienst voor priv?berichten?.

“Je kunt niet doen alsof WhatsApp op een ?eiland zit. De echte trollen zullen andere platforms vinden” -?Arnout de Vries, TNO

Paniek

?Het is een begin?, zegt Arnout de Vries, die bij TNO onderzoek doet naar sociale media en veiligheid. ?Je kunt hiermee voorkomen dat dingen heel snel viraal gaan en er in korte tijd grote paniek ontstaat. Maar je kunt niet doen alsof WhatsApp op een ?eiland zit. De echte trollen zullen andere platforms vinden.?

Als WhatsApp echt een verschil wil maken, kan het bedrijf volgens De Vries beter een limiet per dag instellen, in plaats van per keer. In een groepschat passen immers 256 mensen, waardoor je met ??n druk op de knop nog steeds meer dan duizend mensen per keer kunt bereiken.

Een ander probleem is dat Whats?App door encryptie niet op de inhoud van berichten kan modereren, zegt De Vries.?Facebook?en Twitter kunnen aanstootgevende berichten gewoon zien en blokkeren, WhatsApp niet. ?Wat ze ook hadden kunnen doen, is accounts blokkeren die telkens berichten aan honderdduizenden mensen tegelijk versturen. Wie heeft er zoveel vrienden? Dat is vrijwel altijd berichtgeving van bots.?

De huidige hysterie door nepnieuws had WhatsApp vanaf het begin kunnen zien aankomen, zegt De Vries. ?Maar ze willen een zo groot mogelijk bereik en zo min mogelijk beperkingen. Pas als de kranten vol staan met problemen, wordt er actie ondernomen. Dat zie je ook bij Facebook en Twitter. Het commerci?le belang gaat altijd voor de veiligheid.?

Ook Facebook neemt maatregelen

Ook Facebook gaat misleidende informatie aanpakken als die kan aanzettend tot geweld, liet het bedrijf deze week weten. De nieuwe regel wordt als eerste van kracht in Sri Lanka en daarna in Burma. De autoriteiten in beide landen verwijten het sociale platform dat het te weinig doet om haatzaaien en geweld tegen moslims tegen te gaan.?

Facebook heeft nu toegezegd om misleidende posts te verwijderen als die kunnen aanzetten tot geweld. Zo niet, dan mag de informatie overigens gewoon blijven staan. Zo mogen Facebook-gebruikers de Holocaust blijven ontkennen, zei CEO Mark Zuckerberg.?

Bronnen: Trouw,?

Internet Referral Unit: Internetpolitie op social media

twitter guns

Een landelijke politie-eenheid gaat zich bezighouden met het bestrijden van IS-propaganda op internet.?In sommige gevallen zal providers gevraagd worden de berichten te verwijderen.
Het team, met de naam Internet Referral Unit, gaat ook meehelpen om de verspreiders van de propaganda van de terreurgroep te achterhalen. Deze maand worden vijf politiemedewerkers geworven voor de eenheid.

De politie heeft met deze aanpak al bijna een?jaar?ge?xperimenteerd. In die periode werden negentien jihadistische berichten ge?dentificeerd, waarvan er tien werden gemeld aan providers. Die hebben op hun beurt zeven van die berichten verwijderd. Sommige van de niet doorgegeven berichten werden zelf al door providers gewist.
‘G?nante situatie’

Het plan voor een dergelijke eenheid was er al langer, maar tot nu toe kwam het niet van de grond. In 2014 stond in het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme al dat de politie cyberjihadisten hard zou gaan aanpakken en dat er een zwarte lijst zou komen van jihadistische websites. De ministeries van Veiligheid en Justitie en?Sociale Zaken erkennen dat beide maatregelen nog niet zijn uitgevoerd. Onder ambtenaren wordt gesproken van een “g?nante situatie”, schrijft de NRC.

De Nationale Politie erkent tegen de NOS?dat het veel tijd heeft gekost om de werkwijze van het IRU te ontwikkelen, zoals dit ook op EU niveau al gangbaar is. Wanneer de onlineberichten opruiend zijn of werven voor de gewapende strijd kan de politie actie ondernemen.

“We hebben veel aandacht besteed aan het defini?ren van die twee pijlers. Dat is gebeurd in samenspraak met het Openbaar Ministerie en het ministerie van Veiligheid en Justitie.?We willen voorkomen dat we een soort internetpolitie worden die tornt aan de vrijheid van meningsuiting”, zegt Suzanne de Graaf van de Nationale Politie. Ook kost het werven van het juiste personeel veel tijd.

Deze week?werd bekend dat nabestaanden van de aanslagen in Parijs en Brussel Twitter aanklagen. Het sociale medium zou te weinig hebben gedaan om te voorkomen dat IS het platform gebruikt als “krachtig wapen voor terrorisme”.

Normoverschrijdend gedrag

Het onderzoek van Elien Padje benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen, waaronder de politie, om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden dat bovendien moet resulteren in een meer geco?rdineerde en eenduidige aanpak.

Er zijn veel gebeurtenissen die tijdelijk of plaatselijk onrust veroorzaken, maar wanneer raakt dat onze nationale veiligheid? Bij sommige voorbeelden is dat duidelijk, maar hoe schat je het verloop van de onrust binnen onze samenleving naar maatschappelijke ontwrichting in? Welke factoren spelen een rol en welke indicatoren zijn er? En welke rol spelen sociale media bij het vertalen van de gevoelens van individuen naar mogelijke actie door velen? En leidt aandacht, bijvoorbeeld voor jihadisme of ISIS, per definitie tot maatschappelijke onrust over de toegenomen dreiging? Op dit soort vragen ging het?Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing?vorig jaar nog uitgebreid?in, met de roep om van kijken en begrijpen ook over te gaan tot ingrijpen.

Digigeren

In de publicatie #SM @OOV presenteerde TNO jaren geleden al haar visie op social media en kansen in het veiligheidsdomein. Kijken, zenden, vragen en interacteren met behulp van sociale media spelen een centrale rol in deze visie. ?Het helpt je inzicht te krijgen in wat er leeft in de (digitale) samenleving, informatie te verspreiden via social media, vragen te stellen en te interacteren met burgers?, vertelt Carlijn Broekman, onderzoeker bij TNO. ?De politie maakt al wel gebruik van sociale media, maar vaak is het op eigen initiatief van agenten en rechercheurs. En het ontbreekt hen aan beproefde mogelijkheden om ongewenst digitaal gedrag te detecteren en er tegen op te treden. Zo mag de politie zich bijvoorbeeld niet voordoen als een minderjarige om een pedofiel te kunnen pakken. Daarom ontwikkelt TNO aanvullende methoden die de politie helpt bij haar werk in de digitale samenleving.?

Positieve gedragsbe?nvloeding

Digigeren is een voorbeeld van zo’n nieuwe methode om online gedrag positief te be?nvloeden. Het kan ongewenst digitaal gedrag voorkomen en biedt handelingsperspectief naar aanleiding van dergelijk gedrag. Broekman: ?Door je informatiepositie te verbeteren of door te informeren, interveni?ren, motiveren, demotiveren of te de-escaleren, valt online gedrag te be?nvloeden.? Als voorbeeld haalt zij de vele doodsbedreigingen aan. ?Om te achterhalen of een bedreiging serieus is, wil je de informatiepositie verbeteren. Om het aantal te verminderen, kun je informatie verstrekken over de strafbaarheid daarvan. Interveni?ren doe je door mensen te wijzen op hoe zij onbewust zichzelf of hun kind aantrekkelijk maken als potentieel slachtoffer. En motiveren of de-escaleren kan door slachtoffers van pestgedrag of digitale omstanders handelingsperspectieven aan te reiken.?

Inzet social media

De methode maakt gebruik van de mogelijkheden die sociale media bieden: een bericht sturen, volgen, favoriten of liken, forwarden, een vraag stellen en reageren. Cruciaal bij het be?nvloeden van ongewenst digitaal gedrag zijn inhoud, woorden en afzender van het bericht. Naast de politie kunnen ook andere partijen gebruik maken van digigeren. Zo hebben ook scholen een rol in de digitale opvoeding en het digitale toezicht. Lees hier meer over de methode die al eerder werd toegepast op normoverschrijdend gedrag online in relatie tot?grooming.

 

 

 

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: NOS, Computable, Elsevier

Burgeropsporing: Het Nieuwe Werk Voorbereiding Opsporing?

3740048383_c9f728f7e9

Kan de recherche aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij de opsporing? In menig beleidsstuk wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. De meningen lopen echter uiteen wanneer het aankomt op de manier waarop burgerparticipatie moet worden vormgegeven. Arnout de Vries, werkzaam bij TNO, houdt deze ontwikkelingen beroepsmatig nauwgezet in de gaten, publiceert over het onderwerp en is zelf ook als burger betrokken bij de opsporing, bijvoorbeeld met het Bellingcat-netwerk (onder andere bekend van hun onderzoek naar de MH17-ramp).

Wat moeten we verstaan onder burgerparticipatie in de opsporing?
?Het komt in beginsel neer op het betrekken van burgers bij de opsporing. Daar is met het buurtonderzoek en de opsporingsberichtgeving in feite al lang sprake van geweest. Er kan onderscheid worden gemaakt in de mate waarin burgers worden betrokken aan de hand van de participatieladder-metafoor; van meedenken (de laagste trede) tot meedoen of zelfs (deels) overnemen (de hoogste trede) en met alles wat daartussen zit kan de participatie vormkrijgen. Het laatste, het actief laten meedoen van burgers binnen de opsporing, is het spannendst. Ik hanteer daarvoor de term burgeropsporing.?

Welke trends zie jij op het gebied van burgeropsporing?
?De burger wordt gelukkig nu al door de politie steeds eerder betrokken bij het onderzoek. Zo wordt bijvoorbeeld sneller overgegaan tot opsporingsberichtgeving, terwijl het vroeger als laatste redmiddel werd beschouwd. Ook wordt er niet meer uitsluitend gevraagd om tips, maar ook om zienswijzen, om idee?n of scenario?s. Bij de burgers is er ook een groeiende behoefte om mee te doen. Mensen zijn minder geneigd om op hun handen te gaan zitten en gaan vaker zelf over tot opsporen. Die trend is behoorlijk. Neem de vermissingzaak van Ruben en Julian in Zeist. Hier gingen tal van mensen spontaan meezoeken in de bossen en op internet. Of neem de ?Kopschopperszaak? in Eindhoven, waar razendsnel beelden via het internet werden verspreid om de daders te vinden. Er zijn tal van voorbeelden te noemen.?

Hoe verklaar jij deze trend?
?Mensen zijn minder geneigd om af te wachten. Ze gaan over tot actie wanneer zij het idee hebben dat het onderzoek van de politie niet opschiet. Dit beeld wordt in de hand gewerkt door de media die smullen van succesverhalen van burgeropsporing. Het lijkt daardoor net alsof de politie er niks van bakt. Verder spelen het internet en de social media een rol die een democratisering van opsporingskennis tot gevolg hebben. Burgers kunnen zelf over informatie en analysetechnieken beschikken waarmee ze aan een zaak kunnen werken. Via social media kunnen ze die kennis uitwisselen en netwerken vormen om tot samenwerking te komen.?

—- ?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden (?) Je kunt ze niet tegenhouden.?

Wat zijn de voordelen van burgeropsporing?
?Samenwerking zoeken met burgeropsporing kan soms sneller tot resultaat leiden. In de ?Kopschopperszaak? waren de daders binnen een dag gevonden. Daarbij kunnen burgers over kennis of expertise beschikken die voor het onderzoek erg nuttig kunnen zijn en bijvoorbeeld het gevaar op tunnelvisie verminderen. Een persoon als Maurice de Hond, los van je mening over zijn werkwijze, beschikt over een enorm netwerk van experts wat hij snel kon inzetten bij de Deventer moordzaak. Een burger kan, net zoals een journalist, veel, wat aanvullend kan zijn voor recerche. Een burger kan in Whatsapp-groepen rondneuzen of (in theorie) het gesprek aangaan met een crimineel of terrorist. Hij is daarin vrijer dan de gemiddelde opsporingsambtenaar.?

Welke nadelen kleven er aan burgeropsporing?
?De ?Kopschopperszaak? toont ook de nadelen aan van burgeropsporing. Er kan een heksenjacht ontstaan die veel impact kan hebben voor de personen in kwestie. De privacy van de verdachten raakt in het geding, ze raken extra geschaad in hun priv?leven, verliezen mogelijk hun baan of raken hun partner kwijt. Uiteindelijk kan dat leiden tot strafvermindering voor de daders. Bij de politie heerst vaak de angst dat er daderinformatie op straat komt te liggen. Dit is deels terecht, maar is er vaak ook al veel informatie in openbaarheid geraakt. Verder is de politie vaak bang om bezaaid te worden met honderden tips en scenario?s. Ook hier kan de politie op inspelen door te vragen naar een prioritering, of door een samenwerkingsverband van burgers te vragen een selectie te maken van de meest relevante bijdragen. Verder bestaan er twijfels over de betrouwbaarheid van burgers. Het is belangrijk om stil te staan bij de motieven van burgers om mee te helpen. Er zijn voorbeelden van pedojagers die verdachten chanteren met hun zelf vergaarde bewijs. Binnen netwerken van burgers speelt de kwestie van betrouwbaarheid ook; het is een ontdekkingsreis.?

Hoe zie jij de verhouding tussen voor- en nadelen?
?Ik sta hier overwegend positief in. Uiteindelijk moeten de maatschappij en de overheid bepalen en ondervinden in welke mate verdergaande burgerparticipatie wenselijk is.?

Welke uitdaging levert burgeropsporing op voor de politie?
?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden: spelregels en tips over wenselijke gereedschappen of werkwijzen. Je kunt ze niet tegenhouden, maar je kunt ze wel waarschuwen voor mogelijke gevolgen. Denk aan die zoektocht naar de vermiste jongetjes; daar had een man, in zijn beste bedoelingen, niet stilgestaan bij de mogelijkheid een lijk aan te treffen terwijl hij met zijn kinderen wilde meedoen aan de zoektocht in het bos.?

Welke obstakels ervaren burgers wanneer zij aan opsporing doen?
?De bewijswaarde van materiaal dat door burgers is verkregen is nog een uitdaging. Hoe kun je bijvoorbeeld als burger aantonen dat er niet geknoeid is met een filmpje waarop de verdachte te zien is? Deze vraag speelde bij beeldmateriaal dat Bellingcat had veiliggesteld in het onderzoek naar de MH17-ramp. Het veiligstellen en aanleveren van (digitaal) forensisch materiaal moeten we nog organiseren. Burgers weten hier veelal nog niet hoe ze te werk moeten gaan en doen soms maar wat.?

Moet de politie de regie houden?
?Regie is een te groot woord. Het is onmogelijk om regie te houden op alle opsporingsactiviteiten van burgers. Het beste wat de politie kan doen is faciliterend optreden en proberen het onderzoek in goede banen te leiden.
Uiteindelijk zijn burgers zelf verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Wanneer ze een bepaalde wettelijke grens overschrijden, lopen ze het risico om zelf te worden aangeklaagd. En als ze ethische grenzen overschrijden is er nog het corrigerend vermogen van andere burgers.?

Hoe kan de politie faciliterend optreden?
?De politie schakelt zoals gezegd steeds eerder de hulp in van burgers. Het ontbreekt echter nog aan voorlichting: op politie.nl is niks te vinden voor burgers die zelf een bijdrage willen leveren aan een opsporingsonderzoek. Enige tijd geleden was er een recherche spel ontwikkeld waarin spelers in echte onderzoeken op ontdekkingstocht konden, wat erg nuttig was omdat het duidelijk maakte hoe de opsporing in zijn steel steekt. Dit spel is echter nooit officieel gelanceerd. Door dergelijke voorlichting te geven kan de politie de burger laten inzien waar een opsporingsteam tegenaan loopt en waarom een onderzoek wat langer kan duren. Het geeft burgers bovendien beter inzicht in waar zij een productieve bijdrage kunnen leveren aan een onderzoek.

—-??Wanneer is de recherche failliet??

Hoe zie jij de toekomst van burgeropsporing?
?Burgeropsporing is een behoorlijke trend geworden. Er zijn intussen meerdere netwerken actief, die globaal opereren en groeien. Het kan ook een grote impact hebben op opsporingsonderzoeken, zowel positief als negatief. Na de aanslag op de Boston marathon zag de FBI zich gedwongen om onder druk van burgers foto?s van de daders te publiceren omdat burgerspeurders een persoon uit het publiek (onterecht) als verdachte hadden aangemerkt. Die persoon is helaas niet meer levend aangetroffen.?

?De politie heeft er dus iets bijgekregen om te ?managen?. Het standpunt innemen dat er geen ruimte is om burgerparticipatie/-opsporing op te pakken vanwege reorganisatieperikelen, te weinig tijd of manschappen, schiet tekort omdat je je daarmee afsluit voor ontwikkelingen die zich buiten de organisatie voltrekken. Wanneer de politie niet weet in te spelen op de vraag naar burgerparticipatie kan er een negatieve spiraal ontstaan. Burgers zullen eerder zelf het heft in handen nemen, gesteund door de groeiende technische mogelijkheden zoals steeds goedkoper wordende oplossingen die Find-my-Iphone-achtige technieken voor meer dingen beschikbaar stellen. Het voorbeeld van Kodak dringt zich hier op: dit bedrijf ging vrijwel ten onder omdat mensen zelf foto?s konden maken met hun mobiele telefoons en geen camera?s meer kochten. De vraag is: wanneer is de recherche failliet??

?De politie kan juist inspelen op de kansen die burgeropsporing biedt. Er bestaan al apps waarmee burgers zelf getuigenverhoren kunnen afnemen en deze kunnen aanleveren aan de politie. Zulke ontwikkelingen gaan zich doorzetten met als gevolg dat burgers steeds vaker (halve) dossiers aanleveren waarna de politie vervolgens moet bepalen of er voldoende aanknopingspunten in zitten. De burger als werkvoorbereider dus en een werkverdeling die in sommige zaken minstens 50-50 kan zijn. Zoiets zou juist een positieve spiraal kunnen bewerkstelligen: meer zaken oppakken en het ophelderingspercentage zou kunnen stijgen net als het vertrouwen in de politie. Wat dat betreft is er wel sprake van een wake-up call nu?.

Online agent pesten, mag dat? En: wat doe je eraan?

Hij zet filmpjes op internet waarin hij politieagenten beledigt en uitlacht. Hoofdagent Said noemt deze politietreiteraar zich. Maar mag dat wel, politieagenten op die manier treiteren? Of gaat deze `hoofdagent’ Said te ver?

Dit is Said, alias Hoofdagent Said. Hij houdt van agentje pesten. Hij filmt politiemannen- en vrouwen, daagt ze uit en zet het resultaat online. Maar mag dat eigenlijk?

De man uit Lelystad noemt zich hoofdagent, maar hij is alles behalve dat. Met zijnInstagramaccount?’hoofdagent said’ treitert hij de politie. Met meer dan 16.000 volgers heeft hij een groot bereik.

Said?(hij wil z’n achternaam niet noemen om zijn familie te beschermen) draagt op foto’s soms een?politiejasje. Hij noemt zich ‘de hoofdagent zonder contract en diploma’ en wil alle agenten van Nederland het leven zuur maken. Omdat ze hem in het verleden oneerlijk behandeld hebben, zegt hij.

Dik en lelijk
Hoe dat pesten eraan toegaat? Hij noemt agenten steevast dik en lelijk en lacht ze uit. In het begin moest zijn wijkagent het ontgelden, maar Said neemt in zijn recentere filmpjes steeds een andere agent op de hak.

Volgens advocaat Christiaan Alberdingk Thijm moet Said oppassen. “Je mag agenten niet beledigen. Ze moeten wel wat kunnen hebben, maar als je echt iemand stelselmatig treitert en pest, dan begeef je je wel op glad ijs.”

‘Hoort bij het werk’
?Alberdingk?Thijm?weet dat er in het verleden wel rechtszaken zijn geweest over het nemen van foto’s van agenten. “Dat belemmerde de agenten echt in hun?functie. Maar dat was nog v??r het tijdperk van sociale media waarin we nu leven. Daar zal een rechter nu wel rekening mee houden.”

Pieter Beljon van de?Politieacademie?zegt dat de politie steeds vaker gefilmd wordt. “Maar het werk verandert er niet door. Je moet als agent professioneel blijven. Dat leren we ook op de politieacademie. We geven trainingen in hinder en hoe hiermee om te gaan. Het wordt alleen maar erger, en het hoort natuurlijk een beetje bij een publieke functie. Het moet alleen niet te ver gaan.”

Filmen op de openbare weg is gewoon toegestaan, vult een woordvoerder van politie Midden-Nederland aan. “Dus in die zin doet Said niets verkeerd. Als hij ons wel zou hinderen in het werk, dan houden we hem aan.”

Aangifte van belediging
Een aantal agenten van politie Midden-Nederland heeft inmiddels wel aangifte gedaan wegens smaad, laster en belediging. Een officier van justitie gaat nu bekijken of Said daarvoor kan worden vervolgd. De man uit Lelystad is al een keer aangehouden voor het dragen van een gestolen politiejasje op social media. Maar het jasje werd niet bij hem thuis gevonden, dus kon de politie niet bewijzen dat het echt was en gestolen.

Bronnen: RTL Nieuws

 

Samen ten strijde trekken op het Dark Web

dark web1Op het Dark Web kunnen criminelen relatief eenvoudig handelen in drugs, wapens of kinderporno. Ook cybercriminelen, mensenhandelaren en terroristische organisaties zijn er actief. Interpol global complex on innovation en TNO ontwierpen een training waarin misdaadbestrijders leren hoe criminelen handelen op dit duistere deel van het internet.

Het Dark Web is een verza?meling van duizenden websites, die gebruik maken van TOR of I2P-adressen om IP-adressen te verbergen. Op die manier kunnen criminelen en terroristen anoniem blijven en dat is precies wat ze willen.? Aan het woord is Pim Takkenberg, TNO?er en oud-politieman. ?Neem een drugshandelaar. Die komt alleen nog in contact met de re?le wereld bij het kopen en het afleveren van de handelswaar. Maar ook daar zijn trucs op gevonden, zoals het gebruik van leegstaande panden.?

Criminelen kunnen op het Dark Web een tweede identiteit aannemen, compleet met virtueel geld, marktplaatsen en sites waar ze elkaar vertellen hoe betrouw?baar een potenti?le zakenpartner is. Takkenberg: ?Ze voelen zich op het Dark Web zo op hun gemak, dat ze de re?le wereld zo veel mogelijk proberen te vermijden.?

Big Data tegen criminelen

Rechercheren op het duistere internet is een vak apart zegt TNO?er Mark van Staalduinen, die van huis uit big data analyse expert is: ?Big data helpt bij de opsporing op het Dark Web. Zo kan de taal die criminelen gebrui?ken een indicatie zijn voor de plaats waarvandaan ze opereren. Maar Nederlandse criminelen weten dat ook en communiceren bij voorkeur in het Engels. Wie nog ?Nederlands gebruikt, krijgt een waarschuwing van de anderen.? Al met al is duidelijk, concludeert Van Staalduinen, dat criminelen en terroristen het internet steeds vaker en steeds slimmer gebrui?ken en dat de opsporingsinstan?ties niet mogen achterblijven.

Van Staalduinen en Takkenberg ontwierpen daarom samen met TNO?er Pieter Hartel en collega?s van het Interpol Global Complex on Innovation de vijfdaagse Dark Web Training Game. Hartel: ?We hebben realistische trainingsomgeving gebouwd waar de cur?sisten de rol van koper, verkoper of administrator spelen en op marktplaatsen handelen met cryptovaluta?s zoals de Bitcoin. Ook leren ze er welke opsporings?methoden effectief zijn en hoe ze die moeten toepassen.?

Cursisten uit 21 landen

Het ?spel? bevindt zich in een veilige en gecontroleerde trainings- omgeving en zonder de beperkingen die de wetgeving stelt aan deals met criminelen in de re?le wereld. Van Staalduinen: ?De trainingsomgeving is flexibel en kan snel worden aangepast aan de nieuwste methoden van crimi?nelen. Met de opgedane kennis kunnen de cursisten bovendien het bewustzijn over de dreigingen van het Dark Web in hun eigen organisatie vergroten.? De cursus is inmiddels in Singapore gehou?den met deelnemers uit eenen?twintig landen, waaronder Australi?, Finland, Ghana, Hong Kong, Indonesi?, Nederland en Turkije. Van Staalduinen: ?De cursisten waren erg enthousiast en we gaan op grond van hun ervaringen nu verbeteringen aanbrengen. Daarna gaan we de cursus verder uitrollen. Bovendien zullen we op 4 november in het kader van de campagne Alert Online aan mkb?ers en journalisten een verkorte versie presenteren.?

De leermomenten van de cursisten

De cursisten van de eerste Dark Web Training Game waren vooral blij met het realistische karakter van de trainingsomgeving waarin ze konden oefenen. Hun namen kunnen om begrijpelijke redenen niet genoemd worden, maar hun meningen zijn duidelijk genoeg.

?Ik was verbaasd over het gemak waarmee je toegang kunt krijgen tot een illegale marktplaats en ook over het gemak waarmee je daar kunt handelen?, schreef een van hen. Een andere cursist merkte op, dat het hem tijdens de training nog eens extra duidelijk was geworden hoe een?voudig het is om een carri?re te maken als crimineel op het Dark Web.

Ook opsporing hoort bij de cursus en tijdens dat onderdeel leerden de cursisten hun nieuwe kennis en vaardigheden toe te passen. ?Eindelijk een training die echt is gericht op wetshandhaving?, was een veelzeg?gende opmerking. ?We maakten fouten en realiseerden ons dat criminelen dezelfde fouten maken. Daar gaan we gebruik van maken?, schreef een andere cursist. En dat de cursus ook direct praktisch nut heeft, wordt duidelijk uit de opmerking van deze cyberrechercheur: ?Ik kon eindelijk een echt onderzoek uitvoeren op het Dark Web.?

Bekijk hoe het Dark Web ook mainstream kan of onvermijdelijk zal?gaan als het aan Jamie Bartlett en Alan Pearce ligt en niet alleen een plek voor criminelen is, maar juist voor iedereen om te gaan begrijpen en gebruiken:

Bronnen: TNO

App: My Mobile Watchdog

My Mobile Watchdog

Veel ouders willen weten op welke websites en apps hun kinderen zitten. Controle-apps vertellen ouders hoe vaak en hoe lang kinderen een online dienst gebruiken.?Ook kunnen ouders met controle-apps bepaalde websites en apps blokkeren op de telefoon van hun kind. Daarbij kun je denken aan goksites, maar ook aan ?nutteloze? apps zoals Snapchat. Met de controle-app My Mobile Watchdog?(Android) kun je zelfs een camera blokkeren.

Bronnen: MyMobileWatchdog

 

CourtBot

CourtBot?helpt mensen door het gerechtelijk systeem na bijvoorbeeld ontvangst van een verkeersovertreding. Burgers krijgen berichten over hun?verplichtingen?kunnen zich aanmelden voor alerteringen over belangrijke processtappen en?het?biedt betalingsinformatie. De stad Atlanta heeft er al succesvol mee ge?xperimenteerd. Mensen hebben namelijk een heleboel vragen, zoals hoe kan ik het aanhangig maken?in de rechtbank, wanneer moet ik dan verschijnen en hoeveel zal het dan kosten? ?In de VS staan mensen vaak uren in de rij voor dit soort zaken.?Courtbot?biedt gerichte informatie en handelt processtappen?en ook betalingen digitaal af.

CourtBot

 

Het is een eenvoudige webdienst met zogenaamde?Twilio workflows om op tekst gebaseerde aanvragen automatisch te?behandelen en betalingen af te handelen.?Als een zaak voor de rechter verschijnt helpt de app je met de processtappen en herinnert je eraan.
capture_MohaveCourt

The North County Kiosk in Arizona?s rural Mohave County Superior Court?allows users to access the county?s courtrooms and to make remote court appearances (Ward 2015). Users may pay fines, get forms, and file documents using the kiosk. The court also created posters that include QR codes to allow citizens to easily retrieve information about court calendars and directions.

De North County Kiosk in Arizona’s Mohave County Superior Court?biedt dergelijke mogelijkheden nu al aan inclusief QR?posters om gemakkelijk informatie over de?rechtbankzaken op te zoeken.

 

Save the Date: 10 februari seminar burgeropsporing in P!T Museum Almere

Save the date

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een exclusieve seminar over online burgeropsporing. In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen de?politie.?De onderwerpen komen vanuit meerdere invalshoeken; het OM, de politie, burgeropsporing en de rol van de media.

Diederik Greive van het Openbaar Ministerie?zal optreden als dagvoorzitter op deze middag en tot de sprekers behoren Maurice de Hond,?recherchebaas Henk Bril van de Nationale Politie en Johan Bac van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een rol weggelegd voor diverse burgerinitiatieven, wetenschappers, maar ook andere overheidsinstanties zoals de rijksoverheid en gemeenten.

Het seminar vindt plaats in de PIT expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

Aanvang: 13.00
Einde:?+?18.00u
Locatie: PIT Almere
Adres: Schipperplein 4, Almere

U bent van harte welkom. De bijeenkomst is gratis. Meer informatie volgt later op deze pagina.
Wilt u zich alvast aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!

Maurice de Hond geeft hieronder in het kader van de NFI themadagen digitale opsporing alvast een paar lessen mee die hij leerde uit de Deventer moordzaak:

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het PIT museum is een plek voor dialoog en ontmoeting voor professionals en het brede publiek over actuele en maatschappelijk relevante thema?s rond veiligheid. Het adres is?Schipperplein 4
Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg