SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Er zijn ouders die de telefoons van hun kinderen controleren om te zien welke nieuwe apps ze gebruiken. Kijk eens naar de app ‘Mappen’ (iOS, Android).
Mappen staat voor “make something happen” en het is een app die zegt kinderen socialer te maken. De makers beschrijven het als volgt: “de app die helpt bij je sociale leven door te laten zien waar je vrienden zijn en wat ze doen, zodat je samen kunt komen.” De app helpt je zelfs in geval van nood, want er zit ook een “I am OK” knop op. Klinkt heel mooi, maar er zitten toch ook wat risico’s aan de manier waarop deze app is ingericht.
Of je nu bij de Starbucks bent, of op school, met deze app kun je zien waar iedereen is. We hebben dit eerder gezien bij Foursquare, Snapchat en andere social media platformen, en je kunt via Whatsapp ook je locatie delen tegenwoordig, dus wat dat betreft niets nieuws. De locatie van je telefoon staat in deze app echter altijd aan en wordt altijd gedeeld. Als je?ervoor kiest om de locatiedeling van de app zo in te stellen dat deze alleen wordt bijgehouden wanneer de app in gebruik is, kun je geen updates of berichten delen. Je kunt slechts handmatig 8 uur lang de locatiedeling eventjes uitzetten waarna deze weer aanspringt. De app is al behoorlijk populair onder kinderen, die ook vaak een minimale leeftijd vereisen voor het gebruik ervan.?Cyberbeveiligingsexperts waarschuwen ouders om de telefoons van hun kinderen te controleren op dit soort apps, en privacyinstellingen zoals locatie-deling te controleren, want het is eenvoudig voor kwaadaardigen om er misbruik van te maken.
Veel ouders willen weten op welke websites en apps hun kinderen zitten. Controle-apps vertellen ouders hoe vaak en hoe lang kinderen een online dienst gebruiken.?Ook kunnen ouders met controle-apps bepaalde websites en apps blokkeren op de telefoon van hun kind. Daarbij kun je denken aan goksites, maar ook aan ?nutteloze? apps zoals Snapchat. Met de controle-app My Mobile Watchdog?(Android) kun je zelfs een camera blokkeren.
Niamh Pusey, 15 jaar, is enthousiast over het spel
In Burton (UK) is een nieuw spel ontwikkeld in de vorm van een app om kinderen bekend te laten raken met veilig internetten. De app ?Kash Dash?, ontworpen door de politie van?Staffordshire gebruikt op speelse wijze de digitale politiehonden Emma en Jasper en voormalige politiehond (en mascotte van het bureau)?Kash.
De game lijkt wat op Flappy Bird en helpt jongeren bekend te raken met online gedrag?als cyberpesten, contacten met vreemden en omgaan met privacy.
Aan het einde van elke ronde krijgt de speler een score en kun je gepromoveerd worden in je (politie)rang. Middels de app kan er ook meer informatie gevonden worden en kun je je aanmelden voor een nieuwsbrief. ?Commissaris Matthew Ellis: ?we moeten betere manieren vinden om met kinderen in contact te treden en ze informatie te geven over online veiligheid.” De game maakt gebruik van de virale kracht in de netwerken van burgers en is in korte tijd?al 1500 keer?gedownload en gebruikt. “Het is leuk, maar er zit een serieuze boodschap in verborgen”.
De mascotte “Dash”
Niamh Pusey van 15 zegt erover: ?Ik ben echt verslaafd en ben al op level 44. Ik kan er niet mee stoppen.? Haar broer van 18 zegt: ?Dit is een geweldig spel met bovendien goed advies.”
McGruff , de bekende misdaadhond (bekend van de campagne ‘Take A Bite Out Of Crime’) heeft op zijn 34ste verjaardag nu eindelijk een app.?
De detective hond in lange regenjas bestaat al sinds 1980 en sinds kort is de deze viervoeter ook op social media te vinden, met onder andere een app. De National Crime Prevention Council (NCPC), en AlertID hebben de McGruff app gelanceerd. De app levert informatie over publieke?veiligheid. Het geeft inzage in recente misdrijven of een vermissing van kind of volwassene.?Voor meer informatie verwijzen we verder naar de AlertID?app, omdat deze apps feitelijk dezelfde functionaliteit bieden. Met McGriff is het alleen in een nieuw jasje gestoken.
McGruff had al een safe browser app voor kinderen zodat ze geen ongepaste websites te zien krijgen, een app die er als software pakket al langere tijd voor de PC was:
Een 40-jarige Amsterdammer wordt verdacht van seksueel misbruik van ongeveer vierhonderd kinderen tussen twaalf en veertien jaar oud via de webcam.
Politie en justitie hebben tot dusver 56 slachtoffers ge?dentificeerd. Het gaat om een omvangrijk onderzoek. Dit meldt?het Openbaar Ministerie (OM) vrijdag tijdens een voorbereidende zitting bij de rechtbank Amsterdam in de zaak tegen verdachte Michel S. De verdachte zit al ruim een half jaar vast. Eerder is geen ruchtbaarheid aan de zaak gegeven. In omvang is de zaak?te vergelijken met de zaak tegen de eveneens vorig jaar aan het licht gekomen zaak tegen Frank R. uit Cuijk (zie zaak hieronder), waarin driehonderd meisjes slachtoffer van grooming zouden zijn geworden. In zijn geval kwam het echter ook tot fysieke contacten, bij Michel S. is het niet zover gekomen.?Volgens S.’ advocaat heeft hij daartoe ook geen initiatieven genomen.? De aanklacht tegen S. omschrijft ??n concrete aangifte, waarbij het gaat om grooming van een 12-jarige jongen. S. deed zich daarbij voor als een meisje. Op een harddisk van S. zijn enkele pornografische filmpjes van deze jongen gevonden. Op internet bediende hij zich van verschillende aliassen waarmee hij zijn slachtoffers om de tuin leidde.
Behandeling
S. heeft in eerdere verhoren bij de politie aangegeven dat hij inziet dat hij ‘grenzen heeft overschreden’. Hij wil graag behandeld worden. Hij heeft onder meer verklaard dat hij ‘het boek wil sluiten’. Hij gaf vrijdag ter zitting aan dat hij zijn huidige situatie, in detentie, ‘heel zwaar’ vindt, ‘omdat ik nergens mijn verhaal kwijt kan.’? S. is medewerker bij een bank. Zijn werkgever is op de hoogte van de aard van de zaak, maar heeft hem niet ontslagen. S. is geschorst. Hij is een zogeheten ‘first offender’: S. kwam niet eerder in aanraking met justitie en heeft een blanco strafblad. Zijn ouders waren vrijdag bij de zitting aanwezig.
Onderzoek in Nederland, Belgi?, Spanje en VS
De slachtoffers van S. zijn voornamelijk jongen, maar ook?meisjes. Ze zijn uit het hele land afkomstig, maar niet uit Amsterdam. S. begaf zich volgens justitie onder diverse aliassen in chatrooms om kinderen aan te zetten tot seksuele handelingen. Hij zou daarbij ook hebben gedreigd beelden op internet te zetten of door te spelen aan bekenden of familie van het slachtoffer. Het onderzoek strekt zich uit tot in de Belgi?, Spanje en de Verenigde Staten. In Nederland is niet alleen de Amsterdamse politie bezig met het onderzoek, maar ook rechercheurs elders in het land. De eerste melding bij de politie dateert uit 2012. Het onderzoek kwam in april vorig jaar op stoom, na doorzoekingen in de?woning van S.?en het doorlichten van zijn computer. De politie heeft vermoedens gehad dat S. na deze?doorzoeking opnieuw op zoek is geweest naar kinderen in chatrooms, maar S. ontkende dit vrijdag.
‘Geen toename’?
“Hoewel er nu twee kort op elkaar volgende gevallen zijn, heb ik niet het idee dat deze vorm van misbruik veel vaker voorkomt”, reageert Remco Pijpers, expert op het gebied van kinderen en media voor Mijn Kind Online. “De politie wordt ook steeds handiger in het vinden van dit soort mensen. Bovendien hielden kinderen eerst vaak hun mond tegen hun ouders als iets dergelijks speelde. Doordat er nu meer aandacht is voor deze vorm van misbruik, vertellen ze het eerder aan hun ouders.”
Volgens Pijpers is het vooral belangrijk dat ouders goed met kinderen praten over de gevaren die bij contact via de webcam komen kijken. “Dat kinderen nieuwsgierig zijn is goed, maar ze moeten op jonge leeftijd hun grenzen nog ontdekken. Wees als ouders niet bang om daarover in gesprek te gaan.” “Ouders moeten hun kinderen ook niet bang maken door te veel te wijzen op zaken die niet online niet goed kunnen gaan. Kinderen vrezen dan dat hun ouders boos worden als ze iets meemaken, waardoor ze het niet durven te vertellen. Geef je kind vertrouwen, waardoor ze het idee hebben dat ze bij hun ouders terecht kunnen.” “Kinderen moeten zelf goed beseffen dat ze nee kunnen zeggen en het aan hun ouders moeten vertellen als ze iets meemaken dat ze te ver vinden gaan”, voegt Pijpers toe. “Ze kunnen bijvoorbeeld ook terecht op Meldknop.nl, als ze iemand willen aangeven.”
‘Ernstige kwestie’
Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) noemt de omvangrijke Amsterdamse zedenzaak van misbruik via de webcam een ”ernstige kwestie”. Volgens hem hebben politie en Openbaar Ministerie de zaak ”ten volle” aangepakt en zitten ze er bovenop. Hij zei dat vrijdag in reactie op het onderzoek naar Michel S., die verdacht wordt van misbruik van honderden kinderen via de webcam. Opstelten is hard bezig om de politie meer mogelijkheden te geven dergelijk misbruik aan te pakken. Eerder wees de rechter de inzet van een lokpuber af. Opstelten is daarom bezig met een nieuw wetsvoorstel dat inzet van de lokpuber wel mogelijk maakt.
Bovenstaand virtueel meisje, ontwikkeld door kinderrechten organisatie Terre des Hommes, lokt pedofielen in de Philipijnen.
Man misbruikt honderden jonge meisjes
Ongeveer 300 slachtoffers tussen de 10 en 17 jaar uit heel Nederland en Belgi?. De 48-jarige Frank R. wordt onder meer verdacht van grooming, ook wel online kinderlokken, en het bezit van kinderporno. Hij is minimaal 8 jaar actief geweest en er zijn 26.000 filmpjes en 144.000 foto’s van Nederlandse en Belgische kinderen gevonden in zijn woning. Ook stonden op zijn PC een groot aantal seksueel getinte chatgesprekken. In eerste instantie dacht men dat het om 1200 meisjes ging. Het is namelijk lastig te zien wie welk meisje is op de vele filmpjes die in zo?n lange tijdsperiode ook nog veel van uiterlijk veranderen.
Grooming is wanneer een volwassene via social media contact aanknoopt met kinderen onder de 16 jaar, met als doel seks te hebben. Volgens landelijk projectleider Walter van Kleef van de Nationale Politie is grooming een maatschappelijk probleem dat steeds groter wordt. “We maken ons veel zorgen over dit internetfenomeen. Het aantal groomingzaken neemt snel toe.” Alleen al in Noord-Nederland zijn er zo’n zes meldingen per dag.
Een groomer probeert onder meer via chatprogramma’s op het internet op sluwe wijze intieme foto’s, beelden of details van de kinderen te krijgen. Vaak doen groomers zich voor als iemand van dezelfde leeftijd, om zo het vertrouwen van de jongeren te winnen. Die denken lange tijd dat ze een bijzondere band met iemand hebben, waardoor de drempel lager wordt om bijvoorbeeld seksueel beeldmateriaal van zichzelf te sturen. Kinderen die eenmaal zijn overgehaald om voor de webcam naaktfilmpjes en -foto’s te maken zouden daarna makkelijk chanteerbaar zijn. De groomer kan de kinderen dwingen om steeds verder te gaan, waarbij hij dreigt anders alles openbaar te maken. Na het uitwisselen van beelden wordt er aangestuurd op een afspraak; maar bij de seks die volgt, is er niet altijd sprake van dwang.
Strafbaar feit
Grooming is een fenomeen dat pas sinds drie jaar strafbaar is in Nederland, maar het voeren van seksuele gesprekken door volwassenen met minderjarigen op internet is nu nog niet strafbaar. Uit onderzoek van Digibewust blijkt dat bijna de helft van de jongeren tussen de 12 en 16 jaar online benaderd is door een onbekende terwijl men dit niet prettig vond.
Preventie is erg lastig. De methode waarin lokpubers gebruikt worden mag in Nederland niet zomaar. Een politieagent mag zich volgens de wet niet voordoen als een minderjarige. Je kunt alleen iemand groomen die werkelijk jonger is dan 16. Een agent die zich op het internet begeeft en er een valse identiteit aanneemt, is niet een werkelijke minderjarige. Ook uitlokking licht bij deze kwetsbare methode op de loer. De lokpuber methode is gemodelleerd naar Amerikaans voorbeeld. In programma’s als NBC?s Dateline doen vrijwilligers van de controversi?le organisatie Perverted Justice zich op sociale media en chatsites voor als tieners. De organisatie werkt samen met de politie; mensen die in de val zijn gelokt, kunnen worden vervolgd en veroordeeld. In de Verenigde Staten hoeft er geen sprake te zijn van een feitelijk minderjarig persoon.
Naast principi?le bezwaren zijn er ook praktische beperkingen zoals het gebruik van beeldmateriaal van minderjarigen. Wie zich als lokpuber voor wil doen op sociale media of in een chatroom, zal van groomers verzoeken krijgen om seksueel getinte foto’s te sturen. De politie mag wettelijk gezien geen foto’s gebruiken van een bestaand kind, dus wat doe je als zo?n groomer vraagt: “Laat eens iets meer van jezelf zien??.
Het OM verdenkt Frank R. van het plegen van ontucht, verleiding van minderjarige meisjes via internet, het bezit van kinderporno en het onttrekken van een minderjarige aan het ouderlijk gezag.
Meldingen
De zaak – Ellikom genaamd – kwam aan het licht toen op 18 mei van dit jaar een 12-jarig meisje uit een Gronings dorp verdween. Een dag later vond de politie haar samen met Frank R. in Bedum. Eerder al, in 2012, ging het mis nadat twee ouders zich met hun 16-jarige dochter meldden bij de Drentse zedenpolitie. De dochter had een relatie met Frank R. en de politie sprak uitgebreid met het drietal. Na twee weken besloot het gezin geen aangifte te doen. Schaamte speelt hierbij vaak een belangrijke rol. De twee rechercheurs die de zaak behandelden schreven naar aanleiding van de beslissing van de ouders een eindrapport en sloten de zaak af.
Opsporing
Inmiddels zijn 65 van de 300 meisjes ge?dentificeerd. Het is allemaal handwerk. Rechercheurs pluizen de chatgesprekken uit op zoek naar namen, telefoonnummers, woonplaatsen en andere aanwijzingen. Soms kan men een e-mailadres of IP-adres achterhalen. Alle meisjes identificeren is zeer lastig.
De ervaringen met Project X in Haren hielp de politie met het vinden van persoonsgegevens via internet. En dat is niet eenvoudig door onder andere regelgeving en allerlei verschillende internetproviders. De afgelopen maanden werkten 25 agenten aan de zaak. Onder hen zedenrechercheurs, digitaal rechercheurs, rechercheurs die gespecialiseerd zijn in opsporing via social media, rechercheurs van het team bestrijding kinderporno en kindersekstoerisme (TBKK), analisten en gewone rechercheurs.
Het is een spel
Er zijn veel tienermeisjes die via social media worden benaderd door mannen die seks willen. ‘Het is een spel’ zeggen meiden die samen achter internet veel lol hebben. Ze vinden het niet eng en al helemaal geen reden om aangifte te doen bij de politie. Want naakte mannen achter de webcam, dat is juist grappig. Favoriet is chatroulette, eigenlijk een website voor boven de 18, maar daarop controleert niemand, dus ook schoolmeisjes kunnen zich aanmelden. Ook Snapchat – een programma waarbij je een foto maar een paar seconden ziet ? accepteren jonge meisjes uitnodigingen van vreemde mannen. Je ziet van tevoren niet of het een bekende is en er kan toevallig iets leuks achter zitten. Vieze potloodventers zien ze maar twee seconden en klikken ze weg. Je klikt erop en het is weer weg.
RT @RNoordNederland Rechtbank legt Frank R. zes jaar gevangenisstraf op met tbs met dwangverpleging.
Update juli 2014:?De rechtbank in Assen heeft Frank R. (49, uit Cuijk)?veroordeeld tot zes jaar celstraf plus tbs. R. stond uiteindelijk terecht voor 21 zedendelicten, waaronder grooming, verkrachting, ontucht en het maken/bezitten van kinderporno. De verdachte deed zich voor als 18-jarige, en wist zo, ?willens en wetens?, vermoedelijk honderden minderjarige meisjes voor de webcam te verleiden tot het plegen van seksuele handelingen. Deze handelingen waren in de helft van het totale aantal tenlasteleggingen in ?aard en omvang niet passend? bij de leeftijden van de meisjes. In enkele gevallen kwam het ook tot fysieke ontmoetingen, waarbij de seks ?extreem was en steeds extremer werd?. Volgens onderzoekers was de verdachte ?sociaal incompetent? en ontwikkelde hij een steeds sterkere voorkeur voor extreme en dominante seks met jonge meisjes van 12 of 13. Tegen hem was tien jaar ge?ist maar de rechtbank vond niet alle aanklachten bewezen. Waar het OM aanvankelijk sprak over ?mogelijk honderden slachtoffers? ?waren slechts 21 zaken in de dagvaarding vermeld. De rechter heeft veel slachtoffers verder een schadevergoeding toegewezen.
Bronnen:Elsevier, Trouw, Nu.nl, Dagblad van het Noorden (2013, 9 oktober). ‘Grooming’ steeds groter probleem?, Dagblad van het Noorden (2013, 9 oktober). ?Politie had R. eerder kunnen pakken?, Elsevier (2013, 19 oktober), ??Pedofielen betrappen;? Digitaal kinderlokken/ Om grooming via internet tegen te gaan, wil minister Opstelten lokpubers inzetten. Maar wat een ogenschijnlijk kleine aanpassing van de wet lijkt, is zowel principieel als praktisch een discutabel middel?, De Volkskrant (2013, 12 oktober). ?Met ??n klik is de naakte man weg?.
Op 5 november 2012 verscheen een advertentie in de Twentsche Courant Tubantia. Er werd hierin een ondubbelzinnig verband gelegd tussen de zelfmoord van de twintigjarige scholier Tim uit Tilligte en pesten (zie ons blog hierover). Nederland reageerde geschokt. De dood van Tim werd direct trending topic en onderwerp van een journalistiek onderzoek dat moest bewijzen dat hij helemaal niet werd gepest. Pesten kan dodelijk zijn en digitaal pesten dus ook. Amanda Todd was het slachtoffer van online pesten. Zij was ooit zo dom geweest om haar borsten op het web te laten zien. Daar was een foto van genomen waarmee ze werd gechanteerd. In een video vertelde Amanda haar verhaal over de pesterijen, die een jaar en twee verhuizingen voortduurden. Ze gaf er haar digitale lifestyle voor op, maar bleef vindbaar via de social media. Ook voor haar oud-klasgenoten. Op 10 oktober 2012 ? een maand na het posten van de video op YouTube ? pleegde ze zelfmoord. Een klein jaar later werd de veel geprezen documentaire Submit gemaakt dat op indringende wijze aandacht vraagt voor cyberpesten en het nieuwere fenomeen sexting.
Vier op de tien kinderen worden gepest via internet of mobiele telefoon.?Scholen en hulpverleners slaan alarm. Ouders weten vaak van niets.?Uit onderzoek van de Radboud Universiteit?Nijmegen in 2008 onder 13.000 jongeren blijkt dat 4 procent van alle kinderen zich zelf schuldig maakt aan cyberpesten.?De Millennials, de generatie tussen 12 en 25, drukt zich uit in 140 tekens op Twitter. Maar de digitale revolutie leidt ook tot sociaal (on)handige tieners.
Dit digitale- ofwel elektronisch pesten is harder en agressiever dan het traditionele ‘straatpesten’, licht de?Nijmeegse onderzoeker dr. Maerten Prins toe. Uit zijn studie ‘De deugd van tegenwoordig’ blijkt ook dat?jongeren, naast school, gemiddeld bijna drie uur per dag achter de computer zitten, waarvan 2,6 uur online.?Aan MSN besteden ze de meeste tijd: 2,3 uur. Meer dan 96,8 procent van alle jongeren tussen de 12 en 18?jaar ‘chat’ via MSN. Vooral daar gaat het mis. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Een kwart van de?jongeren gebruikt grove taal, ruim 14 procent scheldt.?En 4 procent daarvan durft toe te geven echt te pesten.Ik vrees dat veel meer jongeren het doen, maar dit verzwijgen of het niet eens zo benoemen”.
Ook voor Truusje Diepenmaat, medewerkster gezondheidsbevordering bij de GGD Zuid-Limburg, is dat geen
reden om te denken dat het probleem wel meevalt. Vele onderzoeken produceren vele verschillende cijfers.” Diepenmaat twijfelt over de juistheid van de onlangs gepresenteerde cijfers.?Als ik de pesters vraag, dan zou dat cijfer hoger moeten liggen.?Maar al zou maar ??n op de 25 kinderen langdurig en systematisch worden gepest, dan nog vind ik dat het?alle aandacht verdient.”?Diepenbeek weet uit eigen studie dat lieve kleine meisjes achter een beeldscherm soms de grootste?monstertjes kunnen worden”. Het begint onschuldig. Kinderen realiseren zich niet wat ze typen. Ze hebben
weinig empathie voor hun slachtoffers en beseffen niet de impact als ze bijvoorbeeld schrijven: ik maak je?dood.”
Pesten is pubergedrag. Onderzoek wijst uit dat vooral jongeren tussen de tien en veertien jaar er een sport?van maken hun slachtoffers via de digitale snelweg te treiteren. Dat terwijl tussen de 60 tot 80 procent van de?kinderen het niet vertelt als ze slachtoffer zijn van (cyber)pesten.
Omdat dader en slachtoffer vaak enkel via de computer verbonden zijn, verschuiven hierdoor grenzen en is?het effect op slachtoffers vele malen groter. Ouders en leerkrachten hebben vaak veel moeite om te ?ontdekken dat hun kind slachtoffer is van pesterijen of zelf iemand pest. Men weet gewoon vaak niet wat?kinderen uitspoken achter de computer, en tegenwoordig ook achter hun mobieltje of iPad”, zegt?Diepenbeek.?Vooral meisjes zijn nogal eens slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Door elkaars wachtwoorden te achterhalen, wordt in naam van andere kinderen vaak ook valse of?compromitterende compromitterende informatie doorgegeven. Kinderen moeten leren fietsen.
Ze zijn technisch heel vaardig, maar realiseren zich vaak nog niet wat ze anderen emotioneel kunnen?aandoen.” Diepenbeek pleit voor een harde aanpak van pesters, maar ook voor meer alertheid bij ouders en?leerkrachten. En goede voorlichting. Het gaat om vroegtijdig signaleren, het probleem in de kiem smoren.?Vaak zeggen ouders: mijn kind pest niet. Vaak weten ze echter niet wat zich achter het beeldscherm op de?kinderkamer afspeelt.?Ze zouden hun kind niet alleen moeten vragen: wat heb je vandaag op school gedaan, maar ook: wat heb je?op de computer gedaan?”
Een voorbeeld
Dat het met de ‘digitale kletsclub’ MSN behoorlijk mis kan gaan, ondervond Noor (15), vierdeklasser vwo. Zij?werd via een omweg slachtoffer van pesterij. Een van haar ‘beste vriendinnen’ hackte haar MSN-account en?de lijst met alle contacten. Noor kwam er pas achter dat er iets mis was, nadat ze dagen niet met haar eigen?wachtwoord kon inloggen. Het kwaad was geschied. De ‘vriendin’ was uit naam van Noor behoorlijk aan het?pesten en beledigen geslagen.?Klasgenoten negeerden vervolgens Noor. Een meisje vroeg me: ‘Waarom scheld je me op MSN zo uit voor?stomme hoer en trut en zeg je dat ik niet zo dom moet doen?’ Ze had de prints waar alles op stond al aan de?mentrix van onze klas laten zien.
Ik zei dat ik het echt niet had gedaan.”?Ook Noor’s neef belde. Of ze het wel normaal vond hem ‘lekker ding’ te noemen en hem te vragen om met?haar naar bed te gaan?”?Clara, de moeder van Noor, zag de ernst van de situatie in. Mijn man en ik zijn meteen ouders gaan bellen?om uit te leggen wat er aan de hand was, maar vooral om te vertellen dat het niet Noor was die zo pestte.We?hebben ook MSN hotmail ingeschakeld.?Zij werkten goed mee en zo achterhaalden we dat die vriendin het had gedaan.We vonden een mail van?haar waarin ze schreef: ‘Goed h?, ik heb haar gehackt’.”?Toen alles uitkwam, bood een medeplichtige vriendin excuses aan.?Clara: De hoofdschuldige niet.?Haar ouders wilden niet geloven dat hun dochter zoiets had gedaan.?Maar die snapten ook helemaal niet waar het over ging.”
Noors ouders deden aangifte bij de politie. Ze namen het heel serieus, maar wisten niet precies hoe ze het?moesten aanpakken, onder welk artikel van hetWetboek van Strafrecht cyberpesten viel. Jammer alleen dat?de politie er verder nooit meer iets mee heeft gedaan. Anderhalf jaar later kreeg ik een telefoontje of het?goed was dat het dossier werd gesloten??Ik heb maar ‘ja’ gezegd.”
Ondanks de nare ervaringen in het verleden, logt Noor nog steeds in op MSN en speelt ze virtuele spelletjes. Ze wil erbij blijven horen. Meestal is het ‘gezellig’, maar Noor, die vaak zwarte kleding draagt, wordt ook nog steeds ‘gewoon’ gepest. Ze schelden me uit voor ‘kutgothic’ en ‘zelfmoordje’. Daar word ik echt niet vrolijk van. Als het me echt te gek wordt, blok ik iemand gewoon af en dan praat die maar niet meer mee.”
Om privacyredenen zijn de namen van Noor en Clara gefingeerd.
Dat cyberpesten tot heftige consequenties kan leiden, is te zien in onderstaand filmpje (echt gebeurd):
Deskundigen
Bamber Delver, een van de belangrijkste cyberpest-deskundigen in ons?land. Hij is directeur van de stichting De Kinderconsument, die onder meer voorlichting geeft over?cyberpesten. Ook heeft Delver een gezinscoachingspraktijk op het gebied van jeugd en media.?Samen met Kinderconsument-collega Liesbeth Hop schreef hij het boek: “Pesten is Laf ! Cyberpesten is?laffer”. ?Delver: Cyberpesten is echt anders dan pesten op het schoolplein.?Het is veel harder. Degene die pest, is onzichtbaar. En kinderen en jongeren hebben nog nooit zoveel?privacy gehad als nu door de digitale technieken. Ouders weten niet wat er gaande is. Opvoeders bevinden?zich niet in de digitale wereld. Dat maakt de slachtoffers die nare verwensingen krijgen of zelfs met de dood?worden bedreigd, des te eenzamer.”?Niet alleen ouders, ook leerkrachten, hulpverleners, politie en justitie, weten zich volgens Delver met?cyberpesten vaak geen raad: Ze zitten met hun handen in het haar. Ze snappen het niet.”
Ondertussen grijpt het cyberpesten als een inktvis met zijn tentakels om zich heen.?Elektronisch pesten is?veel meer dan schelden via de pc en netiquette. Naaktfoto’s, gemaakt in kleedhokjes van de gymzaal, worden verspreid?per mobiele telefoon.
Scholen
Scholen zijn?cyberpestprojecten gestart , bijvoorbeeld met behulp van lespakketten die steeds?meer beschikbaar komen, maken protocols voor correct computergebruik en geven voorlichting aan ouders.?Schoolpedagoog: Marjoke Laan daarover: Wat wij op school zien, is soms te erg voor woorden. Meiden?hebben ’s nachts en ’s ochtends gechat op MSN en als dat uit de hand is gelopen, gaat het op school met?woorden door. Er is veel ruzie en onrust.”
Was een veilige school vroeger een school die brandveilig was en voldeed aan de arbo-wet, tegenwoordig?komt er veel meer bij kijken, zegt?Wim de?Luij, vertrouwenspersoon, orthopedagoog en veiligheidsco?rdinator van de Helicon vmbo Groen Eindhoven.?Er is veel meer aandacht voor de sociale veiligheid:?(cyber)pesten, agressie, geweld en seksuele intimidatie.
Docenten en ouders
Veel docenten en ouders onderschatten echter het probleem, vindt ook Marjoke Laan. Ze denken dat het?wel meevalt, maar vaak weten ze eigenlijk helemaal niet waar het over gaat.We vragen ouders ook wel of ze?zich realiseren hoeveel uren hun kind achter de computer zit? Ze weten het niet. Kinderen zijn z? vingervlug,?met ??n druk op de knop zitten ze op een andere site. Jongeren hebben een geheimtaal op internet.?De kloof tussen ouders en kinderen is echt heel groot.”
Deskundige Delver is het daar mee eens: Kinderen hebben recht op begeleiding en steun.?Maar ze staan op die drukke digitale snelweg helemaal alleen.”
Innovatie en wetenschap
Momenteel loopt er een?project?bij de Open universiteit op het gebied van cyberpesten, gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs.?Het cyberpesten project is een project waarbij brugklassers van het VMBO drie online adviezen op maat ontvangen. Het doel van deze adviezen is om deze jongeren te leren zich beter te weren tegen de negatieve effecten van cyberpesten. Dit wordt gedaan door ze inzicht te geven in het 5G-schema, dat gebaseerd is op Rationeel Emotieve Gedrags Therapie.
Resulteert in passieve of provocatieve reacties (gedrag) naar de cyber-pester
Welke een escalatie van het pestgedrag laat plaatsnemen (gevolg)
De interventie richt zich vooral op de gedachtes, gevoelens en gedragingen van slachtoffers van cyberpesten. Een cyberpest gebeurtenis kan makkelijk lijden tot negatieve gedachtes over jezelf. Deze negatieve gedachtes veroorzaken een negatief gevoel, waardoor je op een bepaalde (vaak ongunstige) manier reageert (gedrag). Via het online advies op maat wordt gepoogd deze negatieve gedachtes om te zetten in behulpzame, positieve gedachtes. Ook worden emotieregulatie vaardigheden aangeleerd.
Het tweede advies bestaat uit het vervangen van ineffectieve coping strategie?n voor effectieve coping strategie?n. Uit onderzoek blijkt dat er twee types slachtoffers zijn, die ieder op hun eigen manier copen met cyberpesten. Deze twee types slachtoffers zijn; slachtoffers en pesters/slachtoffers.
Het derde advies is een booster interventie waarin de jongeren beloond worden voor positieve veranderingen (rationele/behulpzame gedachtes en effectieve coping strategie?n) die hen aanmoedigt om constructieve overtuigingen te internaliseren en om effectief te copen met cyberpesten. De interventie wordt volgens de Intervention Mapping benadering opgebouwd. Met behulp van gedragsdoelen voor de slachtoffers van cyberpesten en de determinanten van dit gedrag worden veranderdoelen gemaakt. Deze veranderdoelen worden met behulp van theorie?n en methodes uit de wetenschappelijke literatuur omgezet naar een praktische aanpak. Om de effectiviteit van de interventie te bepalen, wordt gekeken naar of onder andere zelfvertrouwen en self-efficacy toenemen, en of concentratie problemen en spijbelen afnemen.
Bronnen: “Van hoer tot dreigen met de dood” (Limburger).?”Draaiboek veilige school”(Eindhovens dagblad).
De fact sheet van IACP (USA) over cyberpesten vanuit de politie:
Er zijn heel veel onderzoeken op het gebied van cyberpesten, maar toch wordt er nog (te) weinig gedaan aan de diverse vormen, ook omdat die aan vari?teit toenemen. Hieronder een aantal van die onderzoeken: