SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Twee Assenaren van 21 en 24 jaar hebben deze zomer via de datingapp Tinder meerdere mannen onder valse voorwendselen naar Assen gelokt. De slachtoffers zouden door bedreiging met geweld gedwongen zijn om geld te geven.?De Assenaren hadden een vals profiel gemaakt op Tinder. Ze deden zich voor als een jonge vrouw die Nina heet.?Op de afgesproken plek werd hij ingesloten door de verdachten. Volgens het Openbaar Miniserie werd het slachtoffer door de Assenaren gefilmd. De verdachten deden voorkomen alsof ze de man wilde ontmaskeren als iemand die contact zocht met minderjarige meisjes. Onder het filmen werd tegen hem geroepen: ?Volgens mij weet je wel waarom we hier zijn. Hoezo spreek je af met een 15-jarig meisje.??De verdachten dreigden het filmpje online te zetten als hij niet betaalde. Hij moest 1500 euro pinnen en zijn mobiele telefoon geven.
Grindr
In Dordrecht is een groep van dertien jongens veroordeeld voor openlijke geweldpleging en vernieling, omdat zij in maart van dit jaar twee mannen via datingapp Grindr naar een afspraak lokten om ze te mishandelen. Dat deden de jongens naar eigen zeggen om ?pedo?s een lesje te leren?. Maar al tijdens het proces tegen de dertien verdachten komt een ander beeld naar voren: een cynisch plan om geld te verdienen dat ontspoorde in een grimmig lolletje. En welke rol speelde homofobie? Een reconstructie.
Wilt u dit voorbeeld liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie:
?Je moet dat programma kijken van Alberto Stegeman over pedofielen.? Het is eind maart als Owen (16) Joeri (14) appt. Het WhatsApp-gesprek tussen de twee vrienden is een brainstorm over hoe ze geld kunnen verdienen. Joeri heeft eerder een voetbalmaatje gesproken die beweert af te spreken met mannen voor seks, om ze vervolgens te beroven. Zouden zij zich ook op die manier kunnen verrijken? Owen stelt voor dat Joeri een aflevering van het SBS6-programma?Undercover in Nederland?kijkt over jongensprostitutie. Daar kan Joeri zien hoe presentator Stegeman dat doet, mannen lokken via datingapps als Grindr. De slachtoffers kunnen toch geen aangifte doen, verzekert Owen. Ze zijn immers zelf strafbaar omdat ze met minderjarigen afspreken voor seks. De jongens tonen zich in het WhatsApp-gesprek bewust van hun gebruik van Grindr, een homo-datingapp. ?We moeten 30-plussers hebben ? pedo?s?, typt Owen. ?Anders komen we straks bekend te staan als homohaters.?
?Er komt een pedo aan, er komt een pedo aan.? Het is vrijdagavond 30 maart en ?Kleine Joeri? komt aanrennen op de hangplek van zijn vrienden, bij basisschool de Keerkring. Joeri heeft een man op Grindr gesproken die hem wil ontmoeten. ?Ben 15. Erg?? had Joeri geappt. Reacties van de groep op het nieuws van Joeri, verschillen. Sommigen zouden boos zijn dat de man ?vieze handelingen? met de jongen wil verrichten. Dat zou blijken uit het chatgesprek op Grindr dat later door zowel Joeri als de man is gewist. Kaydee J. (19) weet genoeg. Van kinderen blijf je af, vindt hij. Ze moeten deze pedo een lesje leren, is Leroy van der V. met hem eens (21).
Kankerhomo, jij wilde mij neuken!? ? zijn vrienden springen de bosjes uit. De jongens werken de man tegen de grond en slaan en schoppen hem. ?Pedo, je wist dat ik 15 was!?, roept Joeri, die later trots benadrukt dat hij de eerste klap uitdeelde.??Homo?, ?pedo?, ?flikker? klinkt het onder gejoel en geschreeuw.
Het slachtoffer, bulten op het hoofd en schrammen in het gezicht, weet naar de kantine van de voetbalclub te vluchten, waar op dat moment een darttoernooi gaande is.
Owen (16) en Marco K. (19) vernielen de buitenspiegels van de auto, terwijl ?Kleine Joeri? zijn autobanden lek steekt. Patrick W. (19) heeft uit kunnen halen. ?Ik heb last van mijn klauw door die pedo?, lacht hij.
Een lolletje
De volgende dag, op zaterdag 31 maart, staan nog twee afspraken op het programma, met dezelfde opzet. Dit keer voegen zich nog meer jongens bij de groep. ?We gaan weer pedo?s klappen?, klinkt het in de groepsapp van de jongens. ?We hebben er sowieso twee vanavond, drie als we er zin in hebben?, zegt Bert B. (18), in verwijzing naar de doelwitten. Patrick W. (19) stelt voor om een van de slachtoffers een Thunder (vuurwerk) in de kont te stoppen.
Oordeel rechtbank
?Dom?, ?nooit moeten doen?, ?je mag niet voor eigen rechter spelen?, zeggen de jongens tijdens ??n van de vier zittingsdagen in het proces tegen liefst dertien verdachten. Maar de verdenking van pedofilie rechtvaardigde hun handelen, vonden de verdachten toen. Zo zegt Kaydee J. over die eerste avond: ?Het was voor mij genoeg om te horen dat deze man seksuele handelingen met ?Kleine Joeri? wilde verrichten.?
Dat de incidenten plaatsvinden in de nasleep van een reeks geruchtmakende incidenten met Grindr, rekent het OM de jongens zwaar aan. Zo verdween in februari de Rotterdamse tiener Orlando Boldewijn na een date via de Grindr-app. Later werd zijn lichaam gevonden. De jongens hebben met hun acties de homogemeenschap angst aangejaagd, vindt justitie. ?Ik heb niets tegen homo?s?, zeggen de jongens in oktober bijna in koor tegen de rechters, alsof er een bezwerende werking van uitgaat. ?Maar?, reageert de Officier van Justitie, ?jullie maken het mij moeilijk dat te geloven?.
Op 1 november wordt de hele groep schuldig bevonden aan openlijke geweldpleging en vernieling. Slechts in ??n geval acht de rechtbank in Dordrecht bewezen dat er letsel werd toegebracht aan het eerste slachtoffer, dat met een bierflesje op het hoofd werd geslagen. De groep liet zich drijven door sensatiezucht en een fascinatie voor geweld, aldus de rechtbank. Dat, in combinatie met groepsdruk, mondde uit in een ?akelig spel?. Maar dat de groep homofoob handelde, gelooft de rechtbank niet. Die constateert dat de groep voor eigen rechter speelde met het tv-programma?Undercover in Nederland?als inspiratie. De vijf minderjarige daders krijgen werk- en leerstraffen en voorwaardelijke jeugddetentie tot drie maanden. De meerderjarige verdachten zijn veroordeeld tot voorwaardelijke celstraffen van ??n tot drie maanden en werkstraffen tot tweehonderd uur.
Bronnen: Dagblad van het Noorde (1, 2), Volkskrant
‘Internet zit vol viezeriken, daar willen we wat aan doen’.?Vijf jongens uit Apeldoorn ontmaskeren pedoseksuelen en filmen de confrontatie. De video’s posten ze op YouTube en worden door duizenden mensen bekeken. ,,We willen ze laten schrikken zodat ze hulp gaan zoeken.?
De jongens, in leeftijd tussen de 15 en de 24, maken via chatrooms seksafspraken met mannen, halen zogenaamd condooms en glijmiddel in huis, maar confronteren de webpedo vervolgens met zijn gedrag. ?Hoe kun je nu een seksafspraak maken met een 15-jarige?. De jongens filmen de ontmoeting en zetten die op hun YouTube-kanaal Betrapt.
De 15-jarige Pim uit Apeldoorn legt via een chatroom op internet contact met een man van een jaar of 45. In het chatgesprek zegt de man, ene Pieter, graag seks te willen met de jongen. Ze spreken af op een adres in Apeldoorn, zogenaamd de woning van de 15-jarige. Pieter geeft aan dat hij condooms, glijmiddel en een dildo meeneemt. Op verzoek van Pim koopt hij ook een pakje Marlboro.
Net als de man bij de woning wil aanbellen, stopt er een auto. Vijf jongens stappen uit, filmen Pieter en confronteren hem met zijn seksafspraak. ,,Ik had al zo?n vermoeden dat dit zou gebeuren??, hakkelt de man, volkomen overvallen. Op verzoek van Mike (24), die de vragen stelt, toont de man het pakje Marlboro en haalt hij een groene dildo uit zijn binnenzak. ,,Een seksafspraak met een 15-jarig kind kan ?cht niet?, zegt Mike. ,,Ja, ik weet het?, antwoordt Pieter schuldbewust. ,,Ik heb er heel veel spijt van. Ik had dit niet moeten doen.? Na een paar minuten laten de jongens hem gaan. Hij druipt af met het schaamrood op de kaken.
Youtubisering
Het filmpje zetten Mike en zijn vrienden op hun eigen YouTube-kanaal ?Betrapt?. Vier van dit soort video?s staan er inmiddels op. En ze worden door duizenden mensen bekeken. ,,Het internet zit vol met vieze oude mannen?, zegt Mike. ,,Dat is echt een probleem. We willen die kindermisbruikers ontmaskeren en ze zo laten schrikken dat ze zichzelf aangeven en hulp gaan zoeken. Dat zullen ze uit zichzelf nooit doen, daarvoor hebben ze een zetje nodig. Wij helpen ze dus eigenlijk.?
Het idee ontstond een paar maanden geleden. De vijf vrienden wilden een eigen YouTube-kanaal beginnen en zochten naar een mooie invalshoek voor hun video?s. ,,We dachten: waarom gaan we geen pedo?s ontmaskeren??, zegt Stefan (20). Het 15-jarige broertje van een van de jongens maakte een profiel aan op een sekschatsite en binnen tien minuten hadden er al 30 mannen gereageerd. ,,Als het zo snel gaat, is het een fucking groot probleem ? dachten we. En voor we het wisten, hadden we het eerste filmpje klaar.?
“We willen die kin?der?mis?brui?kers zo laten schrikken dat ze zichzelf aangeven en hulp gaan zoeken” – Makers van Betrapt
Risico’s
De jongens weten dat hun aanpak niet zonder risico?s is. Daarom nemen ze voorzorgsmaatregelen, zowel voor zichzelf als voor de vermeende pedoseksueel. Mike: ,,We blurren alle gezichten in de video. Ook noemen we geen achternamen. We willen voorkomen dat deze mannen herkenbaar zijn en problemen krijgen.?
Zelf zijn ze ook al eens bedreigd. Door de zoon van een oudere man die ze in een video ontmaskeren. ,,We gaven die man een paar dagen de tijd om het op te biechten aan zijn vrouw?, vertelt Mike. ,,Toen we erachter kwamen dat hij dat niet deed, zijn we naar zijn huis gegaan en hebben de beelden aan zijn vrouw laten zien. Die was in shock. Best zielig, maar we vonden dat we het moesten doen. Anders gaat die man door en maakt hij nieuwe slachtoffers. Toen de zoon erachter kwam, bedreigde hij ons.?
Die bewuste video staat nog niet op Youtube. Maar dat gaat binnenkort wel gebeuren, zeggen de jongens. Het is de bedoeling iedere vrijdagmiddag een nieuwe ?Betrapt?-video online te zetten. ,,We hebben nu acht filmpjes waarin we een viezerik ontmaskeren?, zegt Stefan. ,,Vier staan er al online, de rest volgt de komende weken. En we zijn voorlopig nog lang niet klaar, want de vijver waaruit we vissen is mega groot.?
Bekijk de EenVandaag rapportage:
Openbaar ministerie
Het Openbaar Ministerie in Oost-Nederland geeft aan deze vorm van burgeropsporing niet toe te juichen. ,,Opsporing is een taak van de politie?, zegt woordvoerder Barbara van Heerde. ,,Het is niet de bedoeling dat burgers dat zelf gaan doen. Het is voor iedereen veiliger als de politie het doet, die is hierin gespecialiseerd.?
Het OM gaat de video?s bestuderen. Van Heerde: ,,We kunnen op dit moment niet zeggen of het wel of niet mag wat die jongens doen. Dat hangt heel erg af van de omstandigheden. We gaan de video?s onderzoeken en bekijken of er sprake is van strafbare feiten.?
Ook al waren politie en OM niet zo blij met de actie van de ?pedojagers? uit Apeldoorn, er zijn inmiddels wel vier mannen aangehouden op verdenking van grooming. Bij ??n van deze opnames werd de politie erbij gehaald, drie andere mannen meldden zichzelf na publicatie van de filmpjes op het politiebureau. Ze zijn verhoord, hun telefoons en computers zijn in beslag genomen voor nader onderzoek. De politie zegt ook uitgebreid gesproken te hebben met de jonge pedojagers. Hen is ?dringend verzocht hun medewerking te verlenen zodat de politie goed uit kan zoeken wat er precies gebeurd is?.
UK Paedos Exposed is een groep vrijwilligers die vanuit?diverse locaties in het Verenigd Koninkrijk actief zijn. Gezamenlijk speuren zij naar?informatie uit verschillende bronnen en gaan af op signalen die ze ontvangen over veroordeelde pedofielen die weer moeten herintreden in de maatschappij. Ze?kunnen zich moeilijk in het huidige beleid vinden dat deze mensen weer teruggeplaatst worden in de buurt van scholen en kinderspeelplaatsen, om nog maar niet te spreken over de online speeltuin die zij tot hun beschikking krijgen. Ze willen de pedofielen die opnieuw in de fout gaan op heterdaad betrappen zodat ze opnieuw veroordeeld kunnen worden, met hun foto?en naam op het web zodat iedereen kan zien wie ze zijn.
Dat publiceren (naming&shaming) doen ze alleen bij veroordeelde overtreders en ze keuren eigenrichting of burgerwachten sterk af. De openbare publicaties en aanpak zien zij als middel?om het bewustzijn te vergroten over de mogelijke risico’s in de buurten die het betreft. Ze zijn er zat van dat ze keer op keer in de krant moeten lezen dat er weer een pedofiel actief is geweest in een bepaald gebied, maar er geen naam of informatie bij staat. Zij willen ze uit de anonimiteit halen, en vooral als ze nog steeds op een bepaalde manier met kinderen lijken om te gaan. Dat moet wat hen betreft echt stoppen, en als hun aanpak daarbij kan helpen, “dan moet dat maar zo” stellen ze op hun website met als motto: “Het zijn uw kinderen, mijn kinderen, onze kinderen!”
Er is iets nogal onsmakelijke en scheef over aanwerven gebruikers van sociale media als ereleden van de politie.
Ook een artikel USA Today vanaf 2012 gedocumenteerd hoe meer dan 40 politie-afdelingen in de Verenigde Staten al naar YouTube en andere sociale sites had gedraaid, met de Philadelphia politie waaruit blijkt dat sociale media hen had geholpen oplossen 85 gevallen tussen februari 2011 en juni 2012 ( de datum van publicatie van het artikel). Een paar jaar later, de Internationale Vereniging van hoofden van politie kondigde aan dat 95 procent van de politiekorpsen in de Verenigde Staten gebruik maken van sociale media in een of andere hoedanigheid, en dat 82,3 procent van de krachten ondervraagden dienst dergelijke media met het oog op het nastreven van criminele onderzoeken.
Met andere woorden, social media gebruik is nu een gevestigde onderdeel van de dag-tot-dag politiewerk. In feite is een indicatie van hoe goed gevestigde deze praktijken zijn, en hoe geco?pteerd in de strijd tegen de misdaad de gebruikers van sociale media zijn geworden, kunnen worden glimp als je zoekt Twitter accounts voor “de politie.” Hier vindt u een lijst van bijna alle grote politie-afdelingen en organisaties in de Engels-sprekende wereld te zien: de Metropolitan Police (Groot-Brittanni?), de Politie van Toronto (Canada), de Mumbai politie (India), de Zuid-Afrikaanse politie , New South Wales Police (Australi?) en de Nigeria politie. Deze instellingen en nog veel meer zijn nu een bezoek aan social media sites dagelijks, tweeten over gaat en op ‘wilde’ mensen, het plaatsen van foto’s van vermiste personen en het delen van diverse mededelingen van de overheid.
De “Soft” Police State
Nog afgezien van de praktische gebreken en nadelen van de technologische ommekeer in policing (meer informatie over deze binnenkort), is er iets nogal onsmakelijke en scheef als een kwestie van principe over inhuren gebruikers van sociale media als ereleden van de politie. Gezien het feit dat ongeveer 72 procent van de online Amerikaanse bevolking gebruik van sociale media sites (en 62 procent van de hele volwassen bevolking van de VS gebruikt Facebook), dit komt neer op een vrij groot netwerk van slapende informanten, mogelijk – en soms onbewust – verraden op hun shifty- buren kijken.
Deze tactieken zijn onsmakelijke omdat ze ernstige gevolgen hebben voor de burgerlijke vrijheden. Omdat gebruikers van sociale media als een percentage van de totale bevolking zijn zo groot, en omdat social media zijn zo alomtegenwoordig, de integratie ervan in routine politie-operaties heeft de enorme capaciteit om de natie te vormen tot een “zachte” politiestaat, althans voor zover zij en de politie zullen genieten van de buurt-constante toegang tot elkaars. Binnen deze hypothetische toestand, zal de politie te kunnen verwerken en controleren online activiteiten van het publiek, zonder het verlaten van hun hoofdkantoor, terwijl het publiek een zeer onmiddellijke en moeiteloze manier van melden van “verdacht” gedrag of “nuttige” informatie aan de autoriteiten moeten. Als een dergelijk scenario gerealiseerd, dan zou de politie een constante, als zeer discreet, de aanwezigheid in ons leven, in staat om te waken over ons en maken het makkelijker voor ons om te waken over onszelf geworden.
Dat gezegd hebbende, of alle 72 procent van de online Amerikaanse bevolking zal worden part-time snitches zal uiteindelijk een kwestie van hoe effectief de politie in hen aan te moedigen maken de meeste van de nieuwe kanalen geopend door het internet, en dit op zijn beurt zal een zaak van de politie middelen en beleid. Toch, als er genoeg van de 72 procent ge?nteresseerd zijn, en als de politie verder verhogen van hun ingreep in de sociale media, dan kunnen we uiteindelijk het invoeren van een aantal al te echte parodie van 1984 (als de National Security Agency ons nog niet heeft gebracht er).
Uitgebreid gebruik van sociale media heeft de potentie om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
De infiltratie door de politie van sociale media en daarmee “het sociale domein ‘in de abstracte vertegenwoordigt al iets van een schending van de privacy, een overtreding van de private-sociale domein door het publiek-politieke. Facebook’s missie, bijvoorbeeld, stelt dat de social media site is gewijd aan “mensen” en hun vermogen om “verbonden te blijven met vrienden en familie.” Het zegt niets over het verstrekken van de overheid met een directe toegang lijn naar zulke mensen, of de middelen van het aanboren van de netwerken en sociale ruimtes die ze hebben ontwikkeld als een bron van informatie over criminele activiteiten (nogmaals, het is al algemeen bekend dat Facebook heeft verraden zijn eigen zelfverklaarde missie in andere opzichten). Toch is dit precies wat Facebook en andere soortgelijke sites aan het doen zijn: waardoor sociale netwerken te bouwen, zodat ze direct kunnen worden gepenetreerd door de politie en de verschillende initiatieven.
Een dergelijke massale schaal opening van sociale groepen om de aanwezigheid van de politie is een ongekende ontwikkeling, en in zijn kielzog, kan het misschien wel stimuleren de proliferatie van gebruikers van sociale media die zich part-gewone civiele en part-vigilante overwegen. In Australi?, bijvoorbeeld, was er het geval van een bezorgde moeder die ten onrechte dacht een man die een foto van haar kinderen in een winkelcentrum als er in feite hij was gewoon het nemen van een selfie naast een beeld van Darth Vader. De moeder nam toen een foto van hem, gepost op Facebook en meldde hem aan de politie, die sprong naar de ongefundeerde conclusie dat hij een pedofiel was.
Nog meer alarmerend, is er de ontwikkeling van Facebook op basis van burgerwachten in landen vari?rend van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar mensen elkaar nu zijn bemoedigend om potenti?le inbrekers en seksuele aan intimidatie begrijpen, vaak in toenemende mate gewelddadige manieren Peru.
Er is zelfs de mogelijkheid dat social-media-gebaseerde eigenrichting zelf fokken van een meer algemene, onvoorbereid cultuur van self-policing, waardoor mensen worden beschaamd en berispte zelfs voor meer persoonlijke peccadilloes. Bijvoorbeeld, in juli 2015, was er het verhaal van de twee zussen die beelden van een getrouwde vrouw sexting een andere man getweet zittend naast haar echtgenoot bij een honkbalwedstrijd. Het is waarschijnlijk dat de toegenomen zichtbaarheid en de activiteit van de politie op social media, dit soort toevallige internet activisme zal alleen worden aangemoedigd en verder gemotiveerd, wat resulteert in een klimaat waarin een groeiend aantal overijverige mensen zijn “policing” en intimiderend elkaar in de nastreven van voorkeuren en retweets.
Trigger-Gelukkig Identifications en Onrechtmatige Overtuigingen
Afgezien van de mogelijke effecten op de cultuur en de samenleving, zijn er verschillende juridische en technische problemen met de toenemende afhankelijkheid van de politie-instanties op social media. Ten eerste is er de mogelijkheid dat, verre van betrouwbare, ontvangen informatie van het publiek wordt gekweld onnauwkeurigheden en vervormingen. Door het openen van zichzelf tot miljoenen gebruikers op Facebook en Twitter, politie potentieel opent zich tot een grotere hoeveelheid verkeerde informatie en speculatie. Voorbeelden van dergelijke misleidende lawaai in overvloed als het gaat om het internet en sociale media, zoals de meeste schril onthuld door de Boston Marathon bombardementen en de initi?le verkeerde identificatie van de personen die verantwoordelijk zijn voor de gruweldaad. Er zijn vele soortgelijke episodes van mensen ten onrechte bestempeld als moordenaars via social media. Als gevolg daarvan moet de politie om extra middelen te besteden te ziften door middel van een uitgebreide massa van junk. Deze situatie werpt ook de verontrustende mogelijkheid dat onterechte veroordelingen kan toenemen in parallel.
Dat een toename van onrechtmatige overtuigingen te verwachten valt, wordt dag gelegd door het feit dat volgens het Innocence Project, 72 procent van de onterechte veroordelingen zijn het resultaat van ooggetuige verkeerde identificatie. Wat deze verkeerde identificatie, zij over het algemeen ontstaan doordat mensen gevoelig zijn voor het hebben van hun adviezen over wie zij zagen en die zichtbaar is in bewijskracht beeldspraak be?nvloed door in te grijpen suggesties, zoals in de goed gedocumenteerde 1984 verkrachting van Jennifer Thompson, die ten onrechte een onschuldige ge?dentificeerd man als haar aanvaller nadat ze foto’s getoond van bekende criminelen door de politie. Wat dit betekent is dat, met de toename van sociale media melden van misdaden door de politie en nieuws verkooppunten, ooggetuigen zijn waarschijnlijk op dezelfde manier worden be?nvloed door de ‘interveni?rende suggesties “Deze reportage biedt.
Een dergelijk geval van de slachtoffers worden be?nvloed door “tussenliggende suggesties” gebeurde in een onderzoek door de in Toronto gevestigde Neuberger & Partners LLP, die opmerkt dat de identificatie van haar belager van het slachtoffer in de rechtszaal werd bedorven door “haar het bekijken van [de verdachte] beeld op beschouwd Facebook een dag of twee na de overval. ” Hetzelfde artikel stelt ook vast dat een rechter gevraagd om minder gewicht worden gegeven aan de identificatie van een jonge persoon als de dader van een aanval op zijn neef een oom, aangezien dit de oom van de verdachte Facebook-profiel had gezien – vol met wapen en bende iconografie – v??r waardoor de identificatie.
In deze twee voorbeelden, de betrokken gerechten waren bang dat social media de betrokken richting van vals-positieve getuigenis getuigen kunnen zijn scheef. Net zoals ze zich zorgen over dit waren, zo moeten we bang dat het toenemende gebruik van social media de politie kan scheef in de richting van een vergelijkbaar resultaat. Dit houdt in dat het risico van sociale media niet alleen in de waarschijnlijkheid van valse identificaties van het publiek, zoals met het Australische model, die werd ondervraagd door de politie nadat ze ge?dentificeerd via social media als de dader van de bomaanslag 2015 Bangkok heeft wonen. Nee, het ligt dan ook in de manier waarop de politie actief mijnen en zoek social media sites zelf, preventief signaleren waarschijnlijk criminelen en teren hun online sociale netwerken als mogelijke co-samenzweerders.
In Fresno, Californi?, dit is voelbaar in de manier waarop de politie gebruik maken van nieuwe software die bekend staat als “Pas op” om de “dreiging score ‘van individuen te berekenen. Afhankelijk van hun “data punten, waaronder arrestatie rapporten, eigendom records, commerci?le databases, diepe zoekopdrachten Web en de [individuele] social-media postings, ‘verdachten en personen die van belang zijn ingedeeld op basis van een stoplicht systeem (dat wil zeggen rood, geel en groen), met rode aanwijzing van de grootste bedreiging en groen het laagst.
Dergelijke software kan dingen makkelijker te maken voor de politie toen zich klaarmaken voor een verzending, maar op hetzelfde moment dat vlaggen ??n van de meest ongezonde gevolgen van “social media policing.” Dat is, gezien het racisme al in de identificatie van embedded “verdachten” het is zeer waarschijnlijk dat “bedreiging scores” en social media profielen onevenredig zwarte mensen en andere mensen van kleur zal zich richten op. Als dat zo is, de “Beware” systeem en de uitgebreide sociale media te gebruiken het vertegenwoordigt hebben het potentieel om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
Ook, zoals de American Civil Liberties Union al heeft beweerd, de Fresno politie brede kwast aanpak van personen die van belang kan ertoe leiden dat de politie aankomen op een sc?ne bereid zijn om wat onnodig hardhandige en oneerlijke actie te ondernemen. Hoewel haar innerlijke werking is een goed bewaard geheim, het Pas programma is waarschijnlijk niet in staat om onderscheid te maken tussen iemand die berichten echt crimineel materiaal op hun social media-accounts en iemand die, bijvoorbeeld, is kritisch over de politie en hun beleid (bijvoorbeeld Black Lives Matter). Als zodanig is het bestaan ervan is nog een indicatie van hoe het gebruik van sociale media eigenlijk kan uiteindelijk het verlagen van de kwaliteit van de politie, in plaats van te verbeteren.
Het verlies van de onschuld
Zoals andere commentatoren hebben opgemerkt, had de politie al trawlvisserij via social media lang voordat Pas op, en voor het grootste deel, is het gebruik van Facebook en Twitter duidelijk problematisch geweest. Vaak hebben ze het gebruiken om contouren van bendes stuk samen, met behulp van de beschikbare netwerken van vrienden, volgelingen en houdt ervan om af te leiden die strafrechtelijk kan worden geassocieerd met bekende outlaws. Het ding is, deze methode ontbreekt ook veel nuance en context, omdat het geen rekening houdt met de mogelijkheid dat “friending” een persoon die een misdaad of “smaak” een video van een misdrijf heeft gepleegd bijvoorbeeld, betekent niet noodzakelijk dat je bent eigenlijk in competitie met die persoon of dat de misdaad hebben begaan. In sommige high-profile gevallen heeft dit soort eenvoud leidde tot valse arrestaties en lasten, zoals met Jelani Henry, die in 2012 werd beschuldigd van poging tot moord na smaak berichten van een Harlem bende, die zijn broer als een van zijn leden geteld .
Henry was niet de enige persoon in de eerste plaats worden gearresteerd voor zijn of haar online activiteiten. In 2012, de New York City Police Department lanceerde Operation Crew Cut, een initiatief dat zich rond het monitoren van social media-activiteiten, en veel daarvan afkomstig van de zwarte bevolking. Sinds het begon, hebben talrijke invallen uitgevoerd door de afdeling, met de meest beruchte zijn een juni 2014 manoeuvre in Harlem, dat 103 arrestaties in verband gesaldeerd met twee moorden, in het proces onderbouwing van de vrees dat sociale media de politie zullen onevenredig afbreuk mensen van kleur . In de aanklachten machtiging van deze arrestaties, “Facebook” lijkt meer dan 300 keer, en hoewel veel of de meeste van de gearresteerde personen kunnen een zekere mate van schuld hebben uitgevoerd, naar het voorbeeld van Jelani Henry insinueert ten zeerste dat een aantal van de 103 onschuldige kan zijn geweest . Inderdaad, een City University of New York professor in de rechten gezegd net zo veel over het onderwerp, waarin staat dat de politie nu gebruik van sociale media om “te houden 50 kids verantwoordelijk” voor een enkele opname.
Deze gevallen tonen aan dat, net als bij vragen het publiek om te helpen bij het identificeren van verdachten en personen van belang, het gebruik van sociale media kan het opvoeren van de omvang en de snelheid van politie-onderzoeken, maar ten koste van het verliezen van subtiliteit en precisie. Afgezien van het gevangen zetten van af en toe een onschuldig, bestaat de vrees dat de strategie van pre-labeling individuen als ‘bendeleden’ of ‘bedreigingen’ een rol spelen in de rechtszaal kunnen spelen ook, ter vervanging van het vermoeden van onschuld – een van de fundamentele principes van het strafrecht – met het vermoeden van schuld.
Dit werd in 2015 een wet paper geschreven door onderzoekers van de Universiteit van Londen in het Verenigd Koninkrijk, die beweren dat het concept van de verdachte bevat nu een erkenning van schuld besproken. Ze vertellen een dronken rijden Twitter campagne uitgevoerd door Staffordshire politie in het Verenigd Koninkrijk, een campagne die publiekelijk ge?dentificeerde mensen dronken bestuurders, ondanks het feit dat deze mensen alleen maar meer is belast met (en niet veroordeeld voor) rijden onder invloed. Hoewel het niet als publieke, de praktijk van het gebouw databanken en netwerken van mensen die hebben beschuldigd van misdaden heeft een soortgelijk effect. Het labelt mensen als “niet ‘volledig onschuldige,’ ‘smeren ze in de ogen van de politie voordat ze zelfs de kans om te verschijnen in de rechtbank en hun naam te zuiveren.
Vechten eigenrichting Met eigenrichting
auteurs van het papier er rekening mee dat het gebruik van de technologie rondom social media kan de politie te misleiden door te denken dat hun onderzoek zijn navenant “wetenschappelijke” en “objectieve”. Omdat ze de gegevens van de wil van Facebook te vergaren in een min of meer systematische manier, kunnen zij een al te zelfverzekerd en overmoedig geloof in het bewijs van deze gegevens biedt cultiveren.
Misschien geeft dit een van de grootste gevaren van allemaal: dat de politie zal denken technologie maakt automatisch hen onfeilbaar. Hiermee misverstand kan een verhoging van de soorten fouten en onrechtvaardigheden hierboven beschreven zijn, en in het onvermogen om deze voor wat ze werkelijk zijn zien. De politie kan beginnen een steeds grotere hoeveelheid valse verklaringen te aanvaarden van het publiek, en ze kunnen beginnen met het arresteren van een steeds groter aantal onschuldige mensen, al die tijd van overtuigd dat hun zwaartekracht in de richting van social media en big data verzekert hen tegen dergelijke fouten. In sommige opzichten, zal de ontvangst van valse informatie en de arrestatie van onschuldige mensen niets nieuws voor hen, net zoals het bestaan van de burgerwacht subculturen en vooroordelen tegen mensen van kleur zijn ook niets nieuws.
Echter, gezien de enorme omvang wordt geboden door sociale media en het internet, deze ongelukkige verschijnselen kan heel goed vermenigvuldigen op het vergroten van grootheden, een combinatie van een toename van de sociale media vigilantism met een toename van vermoedens van schuld. Dergelijke een dodelijke combinatie zou leiden tot een stijging van de onrechtmatige arrestaties en veroordelingen, verpest leven en de verdere afbrokkeling van het vertrouwen in de politie op hetzelfde moment. Uiteindelijk is dit sombere mogelijkheid houdt in dat als we willen een dergelijke situatie ooit tot stand komen te voorkomen, moeten we – enigszins ironisch genoeg – uit te oefenen een zekere eigenrichting van ons eigen. Natuurlijk, dit betekent niet dat we moeten stoppen met het gebruik van sociale media in totaal, alleen dat we ons moeten stoppen met misbruiken, uit zodat het een instrument van onderwerping in plaats van ??n van ‘empowerment’ te worden.
————
The use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further. (Photo: Internet policing via Shutterstock)
The police are in your home. No, not quite literally, but almost. Just like the billion-plus people who log onto Facebook every day and the thousands of self-promoters who brag on Twitter about crimes they’ve committed, the cops have been flocking to social media for several years now. From the Wayne County Sheriff’s Office in Ohio to the New York City Police Department, they’ve been setting up social media accounts, all in a bid to communicate more effectively with the public and, ostensibly, to solve cases. From the perspective of the forces involved, this strategy has worked wonders, with a litany of people incriminating themselves via boastful Facebook posts, and the public obligingly responding to closed-circuit television footage with the names of suspects.
Yet despite the noticeable benefits to police departments of harnessing social media and big-data technology to transform thousands (if not millions) of people into unofficial police informants, there are numerous demonstrated and potential downsides to this change in police operations. Not only does it open the floodgates of official police channels to the slews of misinformation often associated with the dawn of the internet, but also it threatens to stimulate a growth in misguided internet vigilantism and increase wrongful convictions. If this happens on any considerable scale, then the use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further.
One of the Biggest Crime-Fighting Tools
For some departments, the use of these technologies is already prevalent. In San Jose, California, the police recently chalked a 75 percent reduction in burglarieslargely up to their systematic employment of social media and technology. According to a press release, they’ve begun exploiting a program that “almost immediately” posts images and surveillance video on their public portals. What’s more, these media postings have apparently witnessed an emphatic public response, with tips flooding in on most cases, and with six suspects being identified for the last 10 cases they’ve publicized. Whether these were reliable tips and identifications wasn’t disclosed by the department, but for the moment, that’s neither here nor there.
Similar social media boosts to police operations have been reported elsewhere. In Midwest City, Oklahoma, the police testified to social media having a comparable effect on their performance. Chief of Police Brandon Clabes declared that videos placed on social media were “helping the department solve more crimes,” and have become “one of our biggest crime fighting tools [the department has] in this day and age.”
There is something rather unsavory and askew about enlisting social media users as honorary members of the police.
Likewise, a USA Today article from 2012documented how more than 40 police departments across the United States had already turned to YouTube and other social sites, with the Philadelphia police stating that social media had helped them solve 85 cases between February 2011 and June 2012 (the date of the article’s publication). A couple of years later, the International Association of Chiefs of Police announcedthat 95 percent of police forces in the United States use social media in one capacity or another, and that 82.3 percent of the forces polled employ such media for the purposes of pursuing criminal investigations.
In other words, social media use is now a well-established component of day-to-day policing. In fact, an indication of just how well established these practices are, and just how co-opted in the fight against crime the users of social media have become, can be glimpsed if you search Twitter accounts for “police.” Here, you will see a list of almost all the major police departments and organizations in the English-speaking world: the Metropolitan Police (the UK), the Toronto Police (Canada), the Mumbai Police (India), the South African Police Service, New South Wales Police (Australia) and the Nigeria Police Force. These institutions and more are now visiting social media sites daily, tweeting about and at “wanted” persons, posting images of missing persons and sharing various public service announcements.
The “Soft” Police State
Quite apart from the practical defects and downsides to the technological turn in policing (more on these soon), there is something rather unsavory and askew as a matter of principle about enlisting social media users as honorary members of the police. Given that some 72 percent of the online US population use social media sites (and 62 percent of the entire adult US population use Facebook), this equates to quite a large network of dormant informers, potentially – and sometimes unwittingly – ratting on their shifty-looking neighbors.
These tactics are unsavory because they have grave implications for civil liberties. Because users of social media as a percentage of the total population are so considerable, and because social media are so ubiquitous, their incorporation into routine police operations has the sheer capacity to transform the nation into a “soft” police state, at least insofar as they and the police will enjoy near-constant access to each other. Within this hypothetical state, the police will be able to process and monitor the public’s online activity without leaving their headquarters, while the public will have a very immediate and effortless means of reporting any “suspicious” behavior or “useful” information to the authorities. If such a scenario were realized, then the police would become a constant, if very discreet, presence in our lives, able to watch over us and make it easier for us to watch over ourselves.
That said, whether all 72 percent of the online US population will become part-time snitches will ultimately be a matter of how effective the police are in encouraging them to make the most of the new channels opened up by the internet, and this in turn will be a matter of police resources and policy. Still, if enough of the 72 percent are interested, and if the police continue increasing their encroachment into social media, then we may end up entering some all-too-real parody of 1984 (if theNational Security Agency?hasn’t already brought us there).
Expanded social media use has the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
The infiltration by the police of social media and thereby “the social domain” in the abstract already represents something of a violation of privacy, a violation of the private-social realm by the public-political. Facebook’s mission, for example, states that the social media site is dedicated to “people” and their ability to “stay connected with friends and family.” It says nothing about providing the authorities with a direct access line to such people, or with the means of tapping the networks and social spaces they’ve developed as a source of information on criminal activity (then again, it’s already common knowledge that Facebook has betrayed its own self-declared mission in other respects). Even so, this is exactly what Facebook and other similar sites are doing: allowing social networks to be built so that they can be penetrated instantly by the police and their various initiatives.
Such a mass-scale opening of social groups to the presence of police is an unprecedented development, and in its wake, it may arguably spur the proliferation of social media users who consider themselves part-ordinary civilian and part-vigilante. In Australia, for example, there was the case of a concerned mother who mistakenly thought a man was taking a photo of her children in a shopping mall when in fact he was simply taking a selfie next to a picture of Darth Vader. The mother then took a photo of him, posted it on Facebook and reported him to the police, having jumped to the unfounded conclusion that he was a pedophile.
Even more alarmingly, there’s the development of Facebook-based vigilante groups in countries ranging from the UK and Germany to Peru, where people are now encouraging each other to apprehend potential burglars and sexual harassers, often in increasingly violent ways.
There’s even the possibility that social-media-based vigilantism is itself breeding a more generalized, offhand culture of self-policing, through which people are being shamed and chided even for more personal peccadilloes. For example, in July 2015, there was the story of the two sisters who tweeted footage of a married woman sexting another man while sitting beside her husband at a baseball game. It’s probable that with the increased visibility and activity of police on social media, this kind of haphazard internet activism will only be encouraged and motivated further, resulting in a climate where a growing number of overzealous people are “policing” and harassing each other in the pursuit of likes and retweets.
Trigger-Happy Identifications and Wrongful Convictions
Aside from its potential effects on culture and wider society, there are various legal and technical issues with the increasing reliance of police agencies on social media. For one, there is the potential that, far from being reliable, the information they receive from the public is racked with inaccuracies and distortions. By opening themselves up to millions of users on Facebook and Twitter, police potentially open themselves up to a greater quantity of misinformation and speculation. Examples of such misleading noise abound when it comes to the internet and social media, as is revealed most starkly by the Boston Marathon bombing and the initialmisidentification of the individuals responsible for the atrocity. There are many analogous episodes of people being wrongly labeled as murderers via social media. As a result, police need to expend extra resources to sift through an expanded mass of junk. This situation also raises the disturbing possibility that wrongful convictions may increase in parallel.
That an increase in wrongful convictions is likely is evinced by the fact that,according to the Innocence Project, 72 percent of wrongful convictions are the result of eyewitness misidentifications. As for these misidentifications, they generally occur because people are susceptible to having their opinions on who they saw and who is visible in evidential imagery influenced by intervening suggestions, such as in the well-documented 1984 rape of Jennifer Thompson, who wrongly identified aninnocent man as her assailant after being shown photos of known criminals by the police. What this means is that, with the increase of social media reporting of crimes by the police and news outlets, eyewitnesses are likely to be similarly swayed by the “intervening suggestions” this reportage provides.
Such a case of victims being influenced by “intervening suggestions” happened in a trial considered by the Toronto-based Neuberger & Partners LLP, who noted that the victim’s identification of her assailant in court was tainted by “her viewing [the suspect’s] picture on Facebook a day or two after the robbery.” The same article also notes that a judge asked that less weight be given to an uncle’s identification of a young person as the perpetrator of an assault on his nephew, since this uncle had seen the suspect’s Facebook profile – replete with weapon and gang iconography – before making the identification.
In these two examples, the courts involved were worried that social media may have skewed the witnesses concerned toward false-positive testimony. Just as they were worried about this, so too should we be worried that the growing use of social media may skew the police toward a similar outcome. This implies that the risk of social media doesn’t simply reside in the likelihood of false identifications from the public, such as with the Australian model who was questioned by police after being identified via social media as the culprit of the 2015 Bangkok bombing. No, it also resides in how the police actively mine and search social media sites themselves, preemptively flagging up likely criminals and tarring their online social networks as potential co-conspirators.
In Fresno, California, this is tangible in how police use new software known as “Beware” to calculate the “threat score” of individuals. Depending on their “data points, including arrest reports, property records, commercial databases, deep Web searches and the [individual’s] social-media postings,” suspects and persons of interest are classified according to a traffic-light system (i.e. red, yellow and green), with red designating the greatest threat and green the lowest.
Such software might make things easier for the police when readying themselves for a dispatch, yet at the same time it flags up one of the more unwholesome ramifications of “social media policing.” That is, given the racism already embeddedin the identification of “suspects,” it’s highly likely that “threat scores” and social media profiling will disproportionately target Black people and other people of color. If so, the “Beware” system and the expanded social media use it represents have the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
Also, as the American Civil Liberties Union has already asserted, the Fresno police’s broad-brush approach to persons of interest may result in the police arriving at a scene prepared to take some unnecessarily heavy-handed and unfair action. Even though its inner workings are a closely guarded secret, the Beware program is likely unable to distinguish between someone who posts genuinely criminal material on their social media accounts and someone who, for example, is critical of the police and their policies (e.g. Black Lives Matter). As such, its existence is one more indication of how the use of social media may actually end up lowering the quality of policing, rather than improving it.
The Loss of Innocence
As other commentators have observed, the police had been trawling through social media long before Beware, and for the most part, their use of Facebook and Twitter has been distinctly problematic. Often, they use it to piece together outlines of gangs, using the available networks of friends, followers and likes to deduce who might be criminally associated with known outlaws. The thing is, this method also lacks considerable nuance and context, as it disregards the possibility that “friending” a person who has committed a crime or “liking” a video of a crime, for instance, doesn’t necessarily mean you’re actually in league with that person or have perpetrated that crime. In certain high-profile cases, this kind of simplicity has led to false arrests and charges, such as with Jelani Henry, who in 2012 was charged with attempted murder after liking posts by a Harlem gang, which counted his brother as one of its members.
Henry wasn’t the only person to be arrested primarily for his or her online activity. In 2012, the New York City Police Department launched Operation Crew Cut, an initiative that based itself around the monitoring of social media activity, much of it coming from Black people. Since it began, numerous raids have been conducted by the department, with the most infamous being a June 2014 maneuver in Harlem that netted 103 arrests in connection with two homicides, in the process substantiating the fear that social media policing will disproportionately prejudice people of color. In the indictments authorizing these arrests, “Facebook” appears more than 300 times, and even though many or most of the arrested individuals may have carried some degree of guilt, the example of Jelani Henry strongly insinuates that some of the 103 may have been innocent. Indeed, a City University of New York law professor said just as much on the subject, stating that the police are now using social media to “hold 50 kids accountable” for a single shooting.
These cases show that, as with asking the public to help in identifying suspects and persons of interest, using social media may ramp up the scale and speed of police investigations, but at the cost of losing subtlety and precision. However, beyond jailing the occasional innocent, there are fears that the strategy of pre-labeling individuals as “gang members” or “threats” may play a role in the courtroom as well, replacing the presumption of innocence – one of the fundamental tenets of the criminal legal system – with the presumption of guilt.
This was discussed in a 2015 law paper written by researchers from the University of London in the UK, who argue that the concept of the suspect now contains a recognition of guilt. They recount a drunk-driving Twitter campaign conducted by Staffordshire Police in the UK, a campaign that publicly identified people as drunk drivers, despite the fact that these people had only been charged with (and not convicted for) driving under the influence. While it’s not as public, the practice of building databases and networks of people who’ve been charged with crimes has a similar effect. It tags people as “not ‘wholly innocent,'” smearing them in the eyes of the police before they even have the chance to appear in a court of law and clear their names.
Fighting Vigilantism With Vigilantism
The paper’s authors note that the use of the technology surrounding social media may deceive the police into thinking that their inquiries are correspondingly “scientific” and “objective.” Because they amass data from the likes of Facebook in a more-or-less systematic way, they may cultivate an overly confident and hubristic faith in the evidence this data provides.
Perhaps this presents one of the biggest dangers of them all: that the police will think technology automatically makes them infallible. With this misapprehension may come an increase in the kinds of errors and injustices outlined above, as well as in the inability to see the latter for what they truly are. The police may begin accepting an ever-greater quantity of spurious statements from the public, and they may begin arresting an ever-greater number of innocent people, all the while convinced that their gravitation toward social media and big data insures them against such mistakes. In some ways, the receipt of false information and the arrest of innocent people will be nothing new for them, just as the existence of vigilante subcultures and bias against people of color are also nothing new.
However, given the massive scale afforded by social media and the internet, these unfortunate phenomena may very well proliferate at increasing magnitudes, combining an increase in social media vigilantism with an increase in presumptions of guilt. Such a lethal combination would lead to a surge in wrongful arrests and convictions, ruining lives and further eroding trust in the police at the same time. Ultimately, this gloomy possibility entails that if we want to prevent such a situation from ever coming into being, we must – somewhat ironically – exercise a certain vigilantism of our own. Of course, this doesn’t mean we should stop using social media altogether, only that we should stop ourselves from misusing it, from allowing it to become an instrument of subjugation rather than one of empowerment.
Vraag Curtis Hart of hij zichzelf ziet als burgerwacht (‘vigilante’) en je krijgt een bot antwoord.?”Ik heb nog ergere namen gekregen,” zegt hij. Hoe ze ook heten, Curtis en vijf van zijn vrienden die zichzelf de Punisher Squad noemen, dienen volgens hen een belangrijk doel. Ze vangen wat ze in Amerika de?roofdieren van het internet noemen (online predators). Nog voordat ze de kans krijgen om toe te slaan grijpen zij in en plaatsen video’s van hun ontmoetingen op YouTube. Ze bellen pas?de politie als het tijd is voor een?arrestatie.
Hun eerste keer, dat als experiment begon,?was meteen een succes vertelt Curtis.?Het bewijs daarvan is de arrestatie van de 36-jarige Adam Olson uit Castle Rock die vervolgens achter de tralies verdween met een borgsom van $50.000.?”Hij dacht dat?hij seks kon hebben met een 13-jarig meisje” vertelt Curtis. “De hele zaak was net?een aflevering van ‘To Catch a Predator‘.”
In het politierapport van Kelso staat dat Curtis en een vriend een bericht plaatsten middels de app ‘Whisper‘. Ze deden zich voor als een 14-jarig meisje die ‘een leuke tijd wilde hebben met een oudere man.’?”Onmiddellijk kreeg ik 30 tot 40 reacties,” geeft?Curtis aan. Hij zegt dat hij zich toen richtte op Olson en ze wisselden Selfies uit. Curtis deed alsof hij een tienermeisje was en biechtte op dat ze eigenlijk maar 13 was. Al snel werd het gesprek seksueel getint.?”Het was absoluut walgelijk”, aldus Curtis. Hij zegt dat Olson aandrong op een ontmoeting dus hij vroeg wat vrienden, waarvan een van hen gewapend was, en ze koersten naar?Tom O’Shanter Park in Kelso waar de ontmoeting plaatsvond.
Onderstaande?YouTube-video (waarschuwing: expliciet taalgebruik) laat zien wat er daarna gebeurde.
De politie van Kelso wist van niets totdat Curtis en zijn vrienden het wel genoeg videomateriaal vonden voor een arrestatie. Die vond kort daarna?ook plaats. ?”We wilden het niet aan de politie laten weten, want je kunt toch niet op je handen gaan zitten en wachten op de overheid om alles maar in orde te maken?”, aldus Curtis. “Als je wacht tot de overheid eindelijk wat doet eindigt je stad net als Flint, Michigan” (Flint is al enige jaren een van de meest onveilige steden van de VS).
De groep gebruikt dezelfde methode als vele andere burgerspeurders en pedofielenjagers. En deze trend kreeg de naam “The Hunter Phenomenon”.
In andere steden zou de politie hebben geprobeerd dit fenomeen te stoppen, waarbij ze zouden aangeven?dat het levens kapot maakt (vaak ook van familieleden), burgers in gevaar brengt?en de kansen op vervolging be?nvloed.
De politie van Kelso wilde niet reageren op dit?voorval.?Een aantal inwoners wilden dat wel, zoals?David Willis. Hij heeft twee dochters, en hij is er helemaal voor.?”De politie is hierdoor overweldigd”, zegt hij. “Je wilt toch dat mensen uit?een gemeenschap voor elkaar opkomen.”?Anderen?waren minder enthousiast.?”Zij zijn geen politie”, aldus Bob Johnson. “Ze hebben geen ervaringen en weten niet wat ze doen. We hebben wetten om mensen die nog niets (bewezen) gedaan hebben te beschermen.” De aanklagers in Cowlitz County moeten de formele aanklacht tegen Olson nog indienen.?Hij wordt vervolgd voor een vermoedelijke poging tot verkrachting van een kind en seksueel getint online?contact?met een minderjarige.
Ook al heeft de man achter ‘Anxiety War‘ zich?aan het publiek?kenbaar?gemaakt in zijn YouTube video’s, het is duidelijk dat hij de?aandacht niet op zichzelf wil vestigen.
Zijn motivatie is wat onduidelijk, maar zijn behoefte om pedofielen te ontmaskeren laat niets aan de verbeelding over.
“Hij weet heel goed dat hij foute dingen doet, maar toch wil hij de ontmoeting aangaan. Dus gaan we dat doen, “zegt hij in een van de filmpjes.
Hij legt graag zijn werk als?undercover burgerrechercheur uit, als?hij toelicht dat hij met een online?tiener account de pedofielen uit de tent lokt en eindigt met een?verfilmde?confrontatie.
“Deze volgende pedofiel?heeft een pistool. Het is een 9mm Smith en Weston. En ik heb er een foto van gemaakt. Ik wordt hier niet door?ge?ntimideerd, “zegt hij in een van zijn video’s.
Zijn YouTube-video’s gaan niet alleen viral, maar ze leidden tot nu toe ook tot de arrestatie van zeven mannen.
Hij chat?soms weken of zelfs maanden met vreemden. En uiteindelijk komt het wel tot een afspraak. Tot hun verbazing komen deze vreemden dan oog in oog te staan met deze man.?Hoewel de meeste?mannen het eerst niet zien worden ze opgenomen. Die video’s worden later op het?YouTube-kanaal van “Anxiety War” gezet, een kanaal dat aan populariteit wint.
“Ik zal eerlijk zijn. Ik ben op zoek naar iemand zoals jij om mij een plezier te doen … Ik zoek seks. Ik kan je er wat compensatie?$ voor?bieden” schreef een man zoals te zien is in een van de video’s.?Een andere man schreef:?”Geen parfum ajb! En een rokje zonder slipje zou hot zijn.”?”Deze man schreef dat hij altijd al een?maagd heeft willen hebben en dat hij veel seksuele fantasie?n heeft die nog realiteit moeten geworden” vertelt de man achter de camera van een van de video’s die voorlopig niet van plan is te stoppen met zijn opsporingswerk.
Een man uit New Addington, Londen, heeft toegegeven dat hij schuldig is en een?14-jarig meisje heeft ‘gegroomd‘ nadat hij werd geconfronteerd door wat de media?een ‘online buurtwacht’ noemt.?Hij werd betrapt en op video vastgelegd toen hij?een minderjarig meisje in de buurt van een tramhalte wilde ontmoeten door?de zelfbenoemde “Internet Interceptors“.
De man had?een aantal online berichten uitgewisseld met iemand waarvan hij aannam dat het een tienermeisje was.?Hij maakte expliciete verwijzingen naar seksuele handelingen die hij met haar wilde ondernemen.?Maar toen hij haar wilde ontmoeten stond hij ineens tegenover?de leden van Internet Interceptors, die hem beschuldigden van het plannen van een “verkrachting” van het gefingeerde meisje. In de rechtbank van?Croydon pleitte de man schuldig aan een poging tot grooming van een minderjarige.
Op de?Facebook pagina van de Internet Interceptors staat dat ze een?team zijn dat zich bezighoudt met?het online jagen op pedofielen in het Verenigd Koninkrijk en een veilige omgeving wil bieden.
Een fragment van de berichtenuitwisseling tussen de dader en het gefingeerde 14 jarige meisje.?
Een lid van Internet Interceptors zei dat de groep geen verklaringen afgeeft aan de pers, maar wel toestemming verleent voor het gebruik van beelden.?In onderstaande online video is te zien hoe de mannen van Internet Interceptors er ook op wijzen dat deze man gewoon een vrouw en twee kinderen heeft.?In een screenshot kun je duidelijk zien dat?de 31-jarige man vraagt: “Hoe oud ben je als ik vragen mag” waarna zij antwoord “je zou het niet zeggen maar ik ben 14 lol”.
Daniel Mullarkey, 31, geconfronteerd met zijn daden door de?Internet Interceptors
Ook de leden van de Creep Catchers gebruiken?gefingeerde?social media accounts om?vermeende online pedofielen te ontmaskeren.?De politie in?Alberta (VS)?ontmoette?twee leden van de?”Creep Catchers” nadat ze een verdachte in beeld kregen.?Zij vertelden aan de agenten dat ze zich als een tienermeisje voordeden die deed alsof ze wel in was voor een afspraakje. Ze namen vervolgens alles op video op en dreigden de beelden op social media te publiceren als de verdachte zich niet zou aangeven bij de politie. De politie zei erover:?”Mensen?die zich bezighouden met burgeropsporingsactiviteiten lopen?een?aanzienlijk risico bij de mensen die ze confronteren”.?Creep Catchers zijn onderdeel van een?groeiende trend die zorgt voor hoofdpijn?bij de lokale autoriteiten, waaronder die van Calgary waar Dawson Raymond, die zich leider van de groep noemt, met een openbare naming & shaming campagne is begonnen.
Raymond legt uit dat ook hij zich?voordoet als een jong tienermeisje op diverse online dating sites. Daar beweert hij dat er al snel tientallen mannen zijn die hem benaderen, terwijl ze weten dat ze met een (weliswaar fictief) minderjarig meisje praten. Hij confronteert deze mensen vervolgens met video-opnames?die hij op zijn website plaatst.
Zijn?website?stelt dat Creep Catchers de uitbuiting van kinderen en jonge volwassenen helpt voorkomen. “We breiden onze groep?in Canada uit om pedofielen te identificeren en te vangen?en we werken ook aan andere online misstanden”, aldus de site.
De politie van Calgary geeft aan dat ze de tactieken van Raymond niet zomaar goedkeuren, maar ze hebben wel onderzoeken lopen op de opgenomen video’s die Raymond bij ze aanleverde. De politie waarschuwt dat burgeropsporingshandelingen het?politieonderzoek kunnen bemoeilijken en het verzamelen van bewijsmateriaal be?nvloeden waardoor verdachten mogelijk niet veroordeeld kunnen worden. De politie van Medicine Hat voegt daaraan toe dat burgers die mensen beschuldigen zonder bewijs het risico lopen dat ze zelf vervolgd kunnen worden voor laster of smaad omdat ze nog?onschuldige mensen reeds?veroordelen.?”Hoewel de meeste Creep Catchers binnen de wettelijke grenzen blijven, komen veel van de incidenten gevaarlijk dicht in de buurt van?strafbare feiten,” zei politie van Medicine Hat.
Ook het maken van valse online profielen op social media kan identiteitsdiefstal of fraudezaken tot gevolg hebben. Daarnaast kan?Creep Catchers worden beschuldigd van intimidatie of belemmering van de rechtsgang als ze hun inspanningen al te ver doorvoeren.”
“Als burgers?echt potenti?le slachtoffers willen beschermen en een?veilige buurt wensen, kunnen ze het beste vertrouwen op het rechtssysteem dat het?beste middel?is voor dit soort doeleinden”, aldus de politie.?”Onafhankelijke buurtwachtonderzoeken cre?ren complicaties voor rechtbanken en ondermijnen uiteindelijk de ware?gerechtigheid.”
Creep Catchers are warned to stop ambushing alleged pedophiles and shaming them online: https://t.co/bkegu9tqF3
Pedofielen op Facebook en gewone burgers?die ze opsporen, het is een groeiende trend. Wat ook groeit is online?kindermisbruik dat sinds 2010 is verviervoudigd, en zeker in het Verenigd Koninkrijk lijkt de deksel nu echt?van de beerput. Bijna dagelijks is er een geval in de kranten en soms komen er?zaken naar voren met grote namen, zoals?bekendheden in politiek, bedrijfsleven en entertainment industrie.
Maar hoe vind?je de pedofielen?eigenlijk die?verborgen zitten achter een social media profiel?
Nicci Astin scrolde door een?Facebook-groep over stoppen met roken toen ze iets vreemds zag. Tussen de?tips en anekdotes stond een foto?van een kind dat werd misbruikt en geplaatst was door een mannelijke Facebook gebruiker. “Ik dacht eerst dat hij gewoon een trol was. Maar dat?bleek niet zo te zijn. De man had nog meer?soortgelijke foto’s?op zijn profiel”, vertelt ze. Toen ze doorklikte op zijn “vrienden”-lijst zag ze nog veel meer?pagina’s die gevuld waren met dezelfde.
Astin kwam zo voor het eerst in aanraking met de sociale wereld van pedofielen en kindermisbruikers die niet alleen beelden uitwisselen, maar ook connecties aangaan met elkaar en zelfs kinderen op social media benaderen. Ze was niet de enige die dit opmerkte. Ook andere gewone mensen werden meegezogen in dit fenomeen dat vrij open aanwezig was. Katie Ivall?zocht online?pedofielen omdat haar eigen dochter werd benaderd. Ze vertelde de BBC: “Dit is de donkere kant van het internet”.
Allereerst klopte Astin aan bij de politie die haar alleen kon melden: “Het is op Facebook, wat wil je dat we doen?”.
Ze sprak vervolgens met anderen die soortgelijke?ervaringen hadden en ze vormden samen een groep met als?doel meer informatie over deze mensen te verzamelen. Om deze?dan vervolgens door te spelen?aan de politie. Meerdere leden van?de groep deden zich voor als?13 of 14 jarige meisjes en spraken met de mensen die hen benaderden totdat ze hun telefoonnummer onthulden of een ??ontmoetingsplaats hadden afgesproken.
Dit lijkt misschien een vreemde hobby, maar het werd vooral ingegeven door de wettelijke en technologische bureaucratie?waar burgers?die dit soort zaken melden mee worden afgescheept. Het?Facebook beleid stelt dat “seksueel materiaal, seksuele berichten?met minderjarigen, bedreigingen tot het delen van intieme foto’s en aanbiedingen van seksuele diensten worden verbannen van de site”. Toch kunnen?bekende actieve pedofielen de volgende dag met een?nieuw account weer aan de slag.
Oisin Sweeney, die ook een lid van de groep werd, schrijft in zijn boek Hackers on Steroids over deze duistere internet subculturen. In zijn boek beschrijft hij een zaak waarin een zekere?Paolo Ghelardini?als “topprioriteit” doelwit werd van?de groep. Toen de politie deze man?arresteerde, vonden ze 9.500 foto’s en 1.000 videobeelden van kinderen in zijn huis. Hij had ten minste 19 Facebook-accounts gehad in de periode tussen?januari 2010 en mei 2011.
De groep beweert ook?direct betrokken te zijn geweest bij?de arrestatie van een aantal andere individuen?die online actief waren en foto’s van kinderen bezaten van wie sommigen actief werden misbruikt. Ze gaven informatie door aan de?Internet Watch Foundation (IWF), een organisatie die samenwerkt met Facebook om kinderen online veilig te houden. De groep stuurde ook bewijsmateriaal aan de?Child Exploitation and Online Protection Agency (CEOP), onderdeel van?de National Crime Agency.
Astin geeft als voorbeeld een zaak?waarin een?aantal leden van de groep zich online voordeed als tiener en met?John Huitema afspraken, een Nederlandse man uit Glasgow. Oisin Sweeney gaf de gegevens vervolgens door?aan de CEOP (de CEOP zegt alleen dat zij blij zijn met tips van burgers, maar wil niet ingaan op individuele zaken).
Toen de politie hem arresteerde bleek dat meneer Huitema 7.333 illegale beelden had op zijn computer. Zoals de groep al dacht, had hij ook een twee jarig meisje misbruikt en er foto’s van online gezet. Hij werd in juli 2012 veroordeeld tot vier en een half jaar gevangenis, en zal na vrijlating worden uitgezet naar?Nederland.
Het Engelse?CEOP ontvangt tips meestal?niet van individuen, zoals Sweeney en Astin, maar van het National Centre for Missing and Exploited Children (NCMEC) uit?de VS, omdat volgens de Amerikaanse wet Facebook en andere social media platformen hun informatie aan hen moeten overdragen als het om?kinderporno gaat. In 2010 ontving CEOP 400 aanwijzingen per maand van de NCMEC. Nu, in 2016, ontvangen ze er elke maand rond de 1800! De toename heeft ook te maken met de eenvoudigere meldingsmogelijkheden, maar meer dan verviervoudiging betekent dat deze illegale activiteiten flink stijgen.
Deze gewone burgers, die het als hun?plicht zien om op pedofielen te jagen, zijn een beetje verworden tot clich? door?televisieprogramma’s als NBC’s To Catch a Predator. Toch zien mensen als Astin geen andere optie als ze?deze verdachten?aanmelden om ze?vervolgens de volgende dag weer verder te zien gaan via een ander account. Astin heeft al langer campagne gevoerd tegen kindermishandeling, zoals in de zaak van Daniel Pelka, die dodelijk verhongerde bij?zijn eigen ouders. Voor Astin?is het onmogelijk om gewoon de andere kant op te kijken, of de beelden simpel weg te klikken.
De IWF werkt rechtstreeks met Facebook om dit soort misbruik?tegen te gaan en zegt?erover: “Als IWF lid heeft Facebook zero tolerance voor seksueel misbruik van kinderen … Facebook is een van de leiders op het gebied van?nieuwe technologie om deze problemen te bestrijden. “?Een woordvoerder van Facebook vertelt dat ze onder andere Microsoft’s?PhotoDNA technologie gebruiken die pornografisch materiaal matcht met een register van bekend materiaal. Dit kan de verspreiding van bestaande beelden op?het web stoppen maar niet zomaar?nieuwe herkennen. Facebook heeft ook een “single point of contact” die hulp bij rechtshandhaving in bestaande onderzoeken mogelijk maakt.
Zowel Sweeney en Astin hebben?gevallen gemeld waarbij ze automatisch een antwoordbericht ontvingen waarin stond dat de beelden “de richtlijnen van Facebook niet hadden overtreden”. In een?BBC onderzoek naar pedofielen online?had de verslaggever exact dezelfde ervaring met Facebook.
Een deel van het probleem is dat de context van een foto doorslaggevend?kan zijn: de?BBC uitzending laat een foto zien van een “meisje van 10 of 11 in een vest” die onder de meeste omstandigheden niet verwijderd zou worden. Dit is een behoorlijke uitdaging voor Facebook, want het zou enorme resources vereisen?om mensen al deze?afzonderlijke berichten te laten bekijken.
Astin en Sweeney denken dat vooral?geheime groepen een groot probleem zijn. Deze zijn niet doorzoekbaar en je moet worden uitgenodigd om mee te doen en pas dan kun je de beelden?zien. “De?ergste dingen die ik ooit in mijn leven heb gezien waren in dergelijke?geheime groepen,” vertelt Astin.?De groepen zijn herkenbaar aan de namen en trefwoorden die deze gebruikers hebben ontwikkeld in deze groepen. In het boek van Sweeney legt hij uit hoe er een?hele pedofiele subcultuur met?eigen woorden, codes en symbolen en ook eigen helden zijn. Onderstaande symbolen zijn gelekt via een?FBI-document op Wikileaks:
“Pthc” of “Pre-teen harde kern” was een veel voorkomend acroniem dat nog steeds wordt gebruikt, ook al probeerde Facebook deze te blokkeren. Astin vertelt dat gebruikers gewoon “puntjes tussen de letters zetten” om de beperkingen te omzeilen. Een Facebook woordvoerder vertelt dat ze samenwerken met veel organisaties samenwerken en?de lijst van termen regelmatig aanpassen.
In 2011 vroeg?de politie Astin en Sweeney te stoppen met de pedojagersgroep, want wat ze deden viel in een juridisch grijs gebied. De groep had toegang tot illegaal materiaal en deed zich voor als kind, iets dat de politie liever in een gecontroleerde omgeving deed. In hetzelfde jaar werd een documentaire gemaakt door Mark Williams-Thomas (een ex-politieman die hielp in de ontmaskering van Jimmy Savile) die laat zien dat in Engeland de politie nu dezelfde tactiek gebruikt als de burgerspeurders om online misbruikers aan te pakken.
Toch blijkt uit de?cijfers van de CEOP, en ook uit Astin’s eigen ervaring, dat het probleem juist verslechterd is na 2011. “Ik ben natuurlijk niet meer met nepaccounts actie, maar kan nog wel avanf mijn eigen account kijken en zodra je ??n iemand vindt, vind je de een na de ander.?Er zijn er minstens duizenden, het is absoluut afschuwelijk. ”
Wat zou kunnen helpen? De Metropolitan Police geeft als antwoord:?”Het distributienet voor beeldmateriaal van kindermishandeling kan?worden gesloten als de productie van het materiaal effectief wordt gecontroleerd”. Dit is een mooi?doel, maar het wordt nog veel ingewikkelder als je bedenkt dat er heel veel sociale netwerken zijn waarin dit gebeurt: Facebook, Twitter,?Instagram of de app Kik waar veel jeugd gebruik van maakt:
Astin vindt?dat Facebook meer verantwoordelijkheid moet nemen over wat mensen online plaatsen. De real-name policy, het afdwingen van het gebruik van je eigen naam, ziet zij als een goede mogelijkheid. Aan de andere kant kunnen ze gewoon?verder op andere platformen waar dergelijke regels niet gelden. De beste weg lijkt in ieder geval om meer?samen te werken met de politie om de daders te pakken, in plaats van gewoon hun online accounts?te verwijderen.?Dit lijkt nu ook te gaan gebeuren op een schaal zoals we die niet gekend hebben, omdat politie in Engeland de zedenteams fors aan het uitbreiden is, wellicht zelfs met cyber volunteers als het aan Jim Gamble ligt. Hij is voormalig hoofd van CEOP en vindt dat de overheid bij lange na niet genoeg doet. En de Britse wet maakt het voor burgers steeds moeilijker om in de opsporing bij te dragen, omdat het klikken op of kijken naar?onzedelijke beelden strafbaar kan zijn en ook direct contact met pedofielen riskant is vanuit juridisch oogpunt.
Astin reageert nuchter: “Als de politie evenveel tijd zou hebben als wij zou het een oplossing kunnen zijn. Maar ik kom liever in dergelijke?problemen dan dat er een kind wordt misbruikt. Ik wil best de hele dag in de rechtbank zitten als dat betekent dat ik dergelijk misbruik kan voorkomen. ”
?Sweetie 2.0?: Een nieuwe methode om kindmisbruikers op het internet op te sporen, te waarschuwen en af te schrikken, zodat kinderen veiliger kunnen opgroeien.
Met het Sweetie project in 2013 heeft Terre des Hommes aard en omvang aangetoond van een betrekkelijk nieuw fenomeen: webcam child sex tourism. Mannen in rijkere delen van de wereld betalen kinderen in ontwikkelingslanden om voor de webcam sexshows op te voeren. Met name in de Filippijnen worden tienduizenden kinderen op deze wijze seksueel uitgebuit. In 10 weken tijd is Sweetie, een digitaal lokmeisje, erin geslaagd om 1000 mannen uit 71 landen te identificeren. Hun gegevens zijn overhandigd aan Interpol. Arrestaties en veroordelingen hebben inmiddels plaatsgevonden in Australi?, Belgi?, Denemarken, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Er moet echter meer gebeuren.
Met Sweetie 2.0 gaan ?chatbots? in combinatie met digitale nep-kinderen (avatars) duizenden chatrooms op het internet monitoren om mannen die op zoek zijn naar seks met kinderen op te sporen, te identificeren, te ontmoedigen, waarschuwen en afschrikken. In samenwerking met criminologen en psychologen van de Universiteit van Tilburg zal statistisch worden aangetoond dat deze pro-actieve, preventieve wijze van optreden tot het gewenste resultaat leidt; een veiliger internet voor kinderen. De software zal uitgebreid worden getest tijdens de operationele fase en vervolgens beschikbaar worden gesteld aan politie en justitie.
De strijd vanuit burgergroeperingen tegen pedofilie, kindermisbruik en kinderhandel wordt steeds heviger. Vooral vanuit Engeland zijn er steeds meer groepen actief. We blogden al eerder een?interview met OPIT (Online Predator Investigation Team), en ook Stinson, Letzgo Hunting en Deamon Hunters noemden we eerder. Recentelijk hebben een aantal?nieuwe burgergroepen, die zich pedojagers?noemen, succes behaald met een aantal veroordelingen. Zo was er de enige tijd geleden de groep?Dark Justice, die bijdroeg aan de veroordeling van een man die een 14 jarig meisje wilde ontmoeten om vervolgens sex met haar te hebben.
De pedojagers van Dark Justice deden zich voor als 14 jarig meisje en de pedofiel was bereid honderden kilometers te reizen om haar te ontmoeten. Hij vertelde in een chat dat hij al eerder een 12 jarig meisje zwanger had gemaakt. Hij stuurde naaktfoto’s van zichzelf en keek erg uit naar de ontmoeting. Het team van burgers dat klaar voor hem stond had als voornaamste?wapen een videocamera waarmee ze het bewijs vastlegden, maar ook hoopten ze op een verklaring tijdens de ontmoeting.
Volgens Metro?was de man al eerder veroordeeld voor sex met een 12-jarig meisje. Toen hij doorhad dat hij gepakt zou worden voor een soortgelijk vergrijp, dreigde hij met zelfmoord, iets dat de autoriteiten konden voorkomen door hem tijdige te arresteren.
De uitspraak van de rechter:
“U werd gepakt?door internet burgerwachten, dat is de beste manier om ze te beschrijven, die deden?alsof zij een meisje?waren waar jij op internet mee in gesprek kwam.?Het werd al snel duidelijk dat zij zich voordeden als een 14 jarig meisje. En u?ging er helemaal voor. Ik ben er stellig van overtuigd dat u een gevaar bent voor?jonge kinderen.”
De man kreeg twee jaar en 4 maanden gevangenisstraf.
Pedofielen zijn actief op velerlei platformen. Zo ook bijvoorbeeld op de app en dating platform Tinder. En ook daar vecht men terug in een poging deze daders te ontmaskeren. Op diverse social media platformen?zijn er al leraren, doctoren en zelfs politie agenten ontmaskerd als pedofiel. Een groep pedojagers uit?Gloucestershire?doet zich op dergelijke platformen voor als minderjarig meisje op zoek naar een date. De groep heeft een webpagina ‘ Pedofielen ontmaskerd’. De 37 jarige John ziet zich niet als burgerwacht. Wij geven alle informatie aan de politie en laten verdere afhandeling aan hen en uiteindelijk de rechter. Ze gebruiken accounts van meisjes tussen de 13 en 15 en geven altijd kun leeftijd aan in de gesprekken, zodat de mannen altijd nog kunnen terugkrabbelen. John: “De meeste mensen denken dat pedofielen vatzige mannen van 60 zijn. Maar het fenomeen is uit de hand gelopen, omdat iedereen ermee weg lijkt te komen. We zien mannen van alle leeftijden. De jongere mannen zijn misschien wat na?ef soms, maar ze horen de wet te kennen. Ze nemen bewust een enorm risico. Wij zijn niet op heksenjacht, dus we geven ze echt wel kansen om wat te doen met de informatie die we ze geven. Wij lokken ook niet uit, want wij zoeken ze niet op, we reageren alleen op verzoeken. Alles wat we doen overhandigen we aan de politie”. John heeft meer dan 150 gesprekken gevoerd en 15 mensen in het echt ontmoet in de afgelopen 6 maanden. “We kunnen niet overal achteraan. Als we dat zouden doen zouden we er minimaal twee op een avond vangen.” John doet het samen met een aantal anderen uit de buurt. Ze bekijken nu hoe ze hun werk kunnen financieren.
Hieronder zijn screenshots van delen van gesprekken op Tinder: