Tagarchief: afpersing

Pedojagers persen af op Tinder of Grindr

Twee Assenaren van 21 en 24 jaar hebben deze zomer via de datingapp Tinder meerdere mannen onder valse voorwendselen naar Assen gelokt. De slachtoffers zouden door bedreiging met geweld gedwongen zijn om geld te geven.?De Assenaren hadden een vals profiel gemaakt op Tinder. Ze deden zich voor als een jonge vrouw die Nina heet.?Op de afgesproken plek werd hij ingesloten door de verdachten. Volgens het Openbaar Miniserie werd het slachtoffer door de Assenaren gefilmd. De verdachten deden voorkomen alsof ze de man wilde ontmaskeren als iemand die contact zocht met minderjarige meisjes. Onder het filmen werd tegen hem geroepen: ?Volgens mij weet je wel waarom we hier zijn. Hoezo spreek je af met een 15-jarig meisje.??De verdachten dreigden het filmpje online te zetten als hij niet betaalde. Hij moest 1500 euro pinnen en zijn mobiele telefoon geven.

Grindr

In Dordrecht is een groep van dertien jongens veroordeeld voor openlijke geweldpleging en vernieling, omdat zij in maart van dit jaar twee mannen via datingapp Grindr naar een afspraak lokten om ze te mishandelen. Dat deden de jongens naar eigen zeggen om ?pedo?s een lesje te leren?. Maar al tijdens het proces tegen de dertien verdachten komt een ander beeld naar voren: een cynisch plan om geld te verdienen dat ontspoorde in een grimmig lolletje. En welke rol speelde homofobie? Een reconstructie.

Wilt u dit voorbeeld liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie:

?Je moet dat programma kijken van Alberto Stegeman over pedofielen.? Het is eind maart als Owen (16) Joeri (14) appt. Het WhatsApp-gesprek tussen de twee vrienden is een brainstorm over hoe ze geld kunnen verdienen. Joeri heeft eerder een voetbalmaatje gesproken die beweert af te spreken met mannen voor seks, om ze vervolgens te beroven. Zouden zij zich ook op die manier kunnen verrijken? Owen stelt voor dat Joeri een aflevering van het SBS6-programma?Undercover in Nederland?kijkt over jongensprostitutie. Daar kan Joeri zien hoe presentator Stegeman dat doet, mannen lokken via datingapps als Grindr. De slachtoffers kunnen toch geen aangifte doen, verzekert Owen. Ze zijn immers zelf strafbaar omdat ze met minderjarigen afspreken voor seks. De jongens tonen zich in het WhatsApp-gesprek bewust van hun gebruik van Grindr, een homo-datingapp. ?We moeten 30-plussers hebben ? pedo?s?, typt Owen. ?Anders komen we straks bekend te staan als homohaters.?

?Er komt een pedo aan, er komt een pedo aan.? Het is vrijdagavond 30 maart en ?Kleine Joeri? komt aanrennen op de hangplek van zijn vrienden, bij basisschool de Keerkring. Joeri heeft een man op Grindr gesproken die hem wil ontmoeten. ?Ben 15. Erg?? had Joeri geappt. Reacties van de groep op het nieuws van Joeri, verschillen. Sommigen zouden boos zijn dat de man ?vieze handelingen? met de jongen wil verrichten. Dat zou blijken uit het chatgesprek op Grindr dat later door zowel Joeri als de man is gewist. Kaydee J. (19) weet genoeg. Van kinderen blijf je af, vindt hij. Ze moeten deze pedo een lesje leren, is Leroy van der V. met hem eens (21).

Kankerhomo, jij wilde mij neuken!? ? zijn vrienden springen de bosjes uit. De jongens werken de man tegen de grond en slaan en schoppen hem. ?Pedo, je wist dat ik 15 was!?, roept Joeri, die later trots benadrukt dat hij de eerste klap uitdeelde.??Homo?, ?pedo?, ?flikker? klinkt het onder gejoel en geschreeuw.

Het slachtoffer, bulten op het hoofd en schrammen in het gezicht, weet naar de kantine van de voetbalclub te vluchten, waar op dat moment een darttoernooi gaande is.

Owen (16) en Marco K. (19) vernielen de buitenspiegels van de auto, terwijl ?Kleine Joeri? zijn autobanden lek steekt. Patrick W. (19) heeft uit kunnen halen. ?Ik heb last van mijn klauw door die pedo?, lacht hij.

Een lolletje

De volgende dag, op zaterdag 31 maart, staan nog twee afspraken op het programma, met dezelfde opzet. Dit keer voegen zich nog meer jongens bij de groep. ?We gaan weer pedo?s klappen?, klinkt het in de groepsapp van de jongens. ?We hebben er sowieso twee vanavond, drie als we er zin in hebben?, zegt Bert B. (18), in verwijzing naar de doelwitten. Patrick W. (19) stelt voor om een van de slachtoffers een Thunder (vuurwerk) in de kont te stoppen.

Oordeel rechtbank

?Dom?, ?nooit moeten doen?, ?je mag niet voor eigen rechter spelen?, zeggen de jongens tijdens ??n van de vier zittingsdagen in het proces tegen liefst dertien verdachten. Maar de verdenking van pedofilie rechtvaardigde hun handelen, vonden de verdachten toen. Zo zegt Kaydee J. over die eerste avond: ?Het was voor mij genoeg om te horen dat deze man seksuele handelingen met ?Kleine Joeri? wilde verrichten.?

Dat de incidenten plaatsvinden in de nasleep van een reeks geruchtmakende incidenten met Grindr, rekent het OM de jongens zwaar aan. Zo verdween in februari de Rotterdamse tiener Orlando Boldewijn na een date via de Grindr-app. Later werd zijn lichaam gevonden. De jongens hebben met hun acties de homogemeenschap angst aangejaagd, vindt justitie. ?Ik heb niets tegen homo?s?, zeggen de jongens in oktober bijna in koor tegen de rechters, alsof er een bezwerende werking van uitgaat. ?Maar?, reageert de Officier van Justitie, ?jullie maken het mij moeilijk dat te geloven?.

Op 1 november wordt de hele groep schuldig bevonden aan openlijke geweldpleging en vernieling. Slechts in ??n geval acht de rechtbank in Dordrecht bewezen dat er letsel werd toegebracht aan het eerste slachtoffer, dat met een bierflesje op het hoofd werd geslagen. De groep liet zich drijven door sensatiezucht en een fascinatie voor geweld, aldus de rechtbank. Dat, in combinatie met groepsdruk, mondde uit in een ?akelig spel?. Maar dat de groep homofoob handelde, gelooft de rechtbank niet. Die constateert dat de groep voor eigen rechter speelde met het tv-programma?Undercover in Nederland?als inspiratie. De vijf minderjarige daders krijgen werk- en leerstraffen en voorwaardelijke jeugddetentie tot drie maanden. De meerderjarige verdachten zijn veroordeeld tot voorwaardelijke celstraffen van ??n tot drie maanden en werkstraffen tot tweehonderd uur.

Bronnen: Dagblad van het Noorde (1, 2), Volkskrant

 

Bedreiging Jumbo

Door:?Edith Leentvaar, uit Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
Angst is een slechte raadgever. Een bedreiging roept, vanwege de onzekerheid van het feitelijke risico, soms veel angst op. Wanneer de bedreiging specifiek gericht is op een persoon, is er niet direct sprake van een brede of collectieve onrust. Dat wordt anders wanneer het gevaar willekeurig ieder van ons kan treffen. De terroristische aanslagen in Frankrijk (2015) en Belgi? (2016) hebben het denken over de dreiging van een aanslag voor velen veranderd. Helpt het om in situaties van onzekerheid zo veel mogelijk beschikbare informatie te delen, of be?nvloedt dat juist ons gevoel van onrust? Bedreiging en afpersing komen in ons land met grote regelmaat voor. De politie heeft door de jaren heen ervaring en expertise opgebouwd om in te kunnen schatten of dergelijke berichten en signalen serieus genomen moeten worden. Ondanks al die kennis en kunde blijft onzekerheid natuurlijk een van de belangrijkste aspecten van dit soort incidenten.

De bedreigingen die gericht waren op een aantal Groningse vestigingen van de supermarktketen Jumbo raakten het dagelijks leven van een groot aantal mensen. Een verdacht pakketje bij een eerste filiaal, een ontploffing bij een tweede, een ontruiming vanwege een bommelding in weer een andere vestiging; de incidenten volgden elkaar binnen enkele weken snel op. Tijdens het opsporingsonderzoek, dat een aantal maanden heeft geduurd, werden bij alle Jumbowinkels extra veiligheidsmaatregelen getroffen, maar bleef grote maatschappelijke onrust uit en bleven veel mensen gewoon hun boodschappen bij deze supermarkten doen. Kwam dat omdat er bij alle incidenten alleen sprake was van overlast of schade en er geen gewonden zijn gevallen? Was het de spreiding over verschillende locaties en in de tijd? Heeft de omslag bij de politie naar een actieve communicatiestrategie met een oproep aan burgers om mee te rechercheren hieraan bijgedragen? Het verloop van het opsporingsonderzoek, waarin tips en aanwijzingen na enkele maanden leidden tot de aanhouding van een verdachte, is op zich al bijzonder interessant. De lessen uit deze casus zijn gebaseerd op de afwegingen en keuzes in het communicatieproces. Daarvoor is gebruikgemaakt van evaluaties en artikelen die in de media en op internet zijn verschenen. De medewerking van de communicatieadviseur en onderzoeksleider van de politie zijn essentieel geweest om inzicht te geven in de dilemma?s en werkwijze van het politieteam.

Feitenrelaas
In de nacht van 8 mei 2015 treft een voorbijganger een verdacht pakketje aan bij het Jumbofiliaal aan de Wilhelminakade in Groningen. De Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EOD) wordt ingeschakeld en weet het explosief onschadelijk te maken. De experts geven aan dat ontploffing van het pakketje zeker tot slachtoffers had kunnen leiden.
Enkele dagen later ontvangt Jumbo een dreigmail van een onbekend persoon die een groot aantal ?bitcoins? (een digitale geldeenheid) eist. Daarmee wordt voor de politie meer duidelijk over de achtergrond van het gevonden explosief. Juist omdat er al een eerste incident heeft plaatsgevonden, neemt de politie de dreigmail direct serieus. De dader stuurt in mei nog twee keer een bericht naar Jumbo. Eind mei wordt een explosief bij de Jumbo aan het Overwinningsplein in Groningen niet op tijd opgemerkt en ontploft. Schade aan de winkel is het gevolg. De beelden van de bewakingscamera en de verbanden die tussen beide incidenten te leggen zijn, bieden de politie nieuwe informatie voor het opsporingsproces; een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) wordt dan actief.

Een kleine week later ontvangt het hoofdkantoor van Jumbo een brief met een vergelijkbare inhoud als de eerdere berichten. Wanneer de dag erna rond het middaguur bij de politie een melding binnenkomt dat er bij weer een andere Jumbovestiging een explosief zou zijn geplaatst, wordt er direct actie ondernomen en wordt een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) ingesteld. Vanwege de eerdere incidenten besluit de politie de supermarkt en de directe omgeving te ontruimen. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde, aangezien deze Jumbosupermarkt grenst aan een groot complex van gebouwen. Er wordt daarom multidisciplinair opgeschaald naar GRIP-1. In de snel ingezette ontruiming wordt behalve de Jumbo ook een sportschool en een restaurant meegenomen. Scholen en kantoren zijn omdat het weekend is veelal gesloten, en in het voetbalstadion van FC Groningen wordt op dat moment gelukkig ook geen wedstrijd werd gespeeld. Ook moeten bewoners van twee ruim twintig verdiepingen tellende woontorens worden ge?nformeerd en heeft het afzetten van het gebied consequenties voor de parkeergarage onder de Euroborg (met negenhonderd parkeerplaatsen). Al met al gaat het om bijna tweeduizend mensen.
Pas in de avond rondt de EOD de zoektocht naar explosieven in en rond de supermarkt af, zonder dat er iets van explosieven gevonden is. De gemeente Groningen organiseert de volgende ochtend een bijeenkomst voor alle omwonenden en ondernemers; een klein aantal mensen maakt hiervan gebruik om zich te laten informeren of vragen te stellen. De reeks dreigingen is voor de politie reden om enkele gegevens die inmiddels zijn verzameld breed te delen in het programma Opsporing Verzocht (Uitzending Opsporing Verzocht van 9 juni 2015). Daarin worden onder andere de camerabeelden vertoond van de Jumbo aan het Overwinningsplein waar in mei een explosief tot ontploffing kwam.

De weken daarna blijft het rustig, totdat begin juli een Jumbovestiging aan de Veemarkt in Zwolle een verjaardagskaart ontvangt met daarin een explosieve stof. Gelukkig raakt ook hierbij niemand gewond. Landelijk worden naar aanleiding van de incidenten in Groningen al extra veiligheidsmaatregelen genomen bij alle meer dan vijfhonderd Jumbovestigingen. De context leidt ertoe dat op meer plaatsen Jumbofilialen tijdelijk moeten worden ontruimd. De Jumbo bij de Euroborg in Groningen wordt in augustus voor de tweede keer ontruimd na de vondst van een verdacht pakketje in een prullenmand. Ook in Rosmalen wordt een filiaal ontruimd; hier wordt in een prullenbak een piepend apparaat aangetroffen, dat bij nader onderzoek veroorzaakt wordt door een lege accu. In Nijmegen is een achtergelaten bak met aardappelsalade al reden voor alarm.
In het opsporingsonderzoek wordt nog met allerlei scenario?s rekening gehouden. Is er sprake van ??n of meer daders? Is ?geld? werkelijk het motief of zijn er andere redenen? Wat te doen als er een periode geen dreigberichten meer binnenkomen en er nog geen verdachte is aangehouden? Of erger, wat als de incidenten toenemen of er door daadwerkelijke explosies gewonden vallen?
Om meer informatie over de dader(s) te krijgen, gaat de politie over op een actieve communicatiestrategie. Een deel van het dossier komt zelfs openbaar op de website van de politie te staan en wordt door tienduizenden mensen bekeken. In een tweede uitzending van Opsporing Verzocht, eind augustus 2015, geeft de leider van het politieonderzoek zo veel mogelijk informatie en vraagt het publiek ?mee te speuren?. De oproep leidt tot honderden tips; over (het profiel van) de dader, over materialen die bij de explosies zijn gebruikt, over het motief. Naar aanleiding van de informatie dat een bedrag in bitcoins is ge?ist, biedt een aantal deskundigen zich aan de politie van kennis te voorzien. Het ? collectieve ? opsporingswerk resulteert in oktober 2015, bij een nieuwe poging tot afpersing, in de aanhouding van een 50-jarige man en een jongen van 15 jaar. De man wordt strafrechtelijk vervolgd. In de zomer van 2016 is zijn zaak door de rechter behandeld en is hij veroordeeld tot acht jaar detentie.

De communicatie en samenwerking met het publiek in deze zaak hebben, los van de aanhouding, nog een ander mooi resultaat gebracht: de onderzoeksleider, en daarmee alle teamleden, hebben de eerste Noorder Pers Soci?teit Reuringprijs ontvangen. De prijs wordt toegekend aan diegene ?die op een vernieuwende, creatieve en/of bijzondere manier zorgt voor opschudding op het raakvlak van communicatie en journalistiek? (Bron).

In hoeverre het publiek bij het opsporingsonderzoekbetrekken?
Deze casus heeft meerdere aspecten in zich die interessant zijn om te belichten. Het opsporingsproces en de inschatting van de dreiging bijvoorbeeld, of de samenwerking binnen de multidisciplinaire crisisorganisatie bij de ontruimingen in relatie tot het al lopende opsporingsonderzoek. Het meest in het oog springend in het verloop van deze casus is echter de keuze voor openheid in de communicatie over het onderzoek en het betrekken van het publiek (burgerparticipatie) in het opsporingsproces. Van oudsher staat dat op gespannen voet met belangen op het terrein van opsporing. De uitdrukking ?daar kan ik u, in het belang van het onderzoek, geen mededeling over doen? is een welbekend adagium (Zie bijvoorbeeld Johannink & Jong, 2009).

[slideshare id=76820392&doc=daarkanikgeenmededelingoverdoen-170610090545&type=d]

In de keuze voor vergaande openheid moest een aantal hindernissen genomen worden. Het doel om het publiek te betrekken en te vragen mee te denken was helder. Tegelijk bestond het risico dat meer openheid het gevoel van onrust of onveiligheid zou versterken, zowel onder het publiek als onder medewerkers van Jumbofilialen. Daarnaast moest binnen de politieorganisatie worden afgewogen of de inzet van zoveel personeel verantwoord was en bleef, ten opzichte van de ernst van de dreigingen en incidenten. Een ander risico was dat alle vormen van communicatie effect zouden kunnen hebben op het gedrag van de dader. In de afweging moesten tegelijk ook de economische belangen van Jumbo worden meegenomen. Ook de betrokkenheid van deze private partij bij het delen van informatie en zoeken naar samenwerking met het publiek is een bijzonder aspect van deze casus. De keuze tussen het wel en niet delen van informatie met het publiek moest op meerdere momenten worden gemaakt door nieuwe dreigingsberichten en incidenten rond verdachte pakketjes. In dit hoofdstuk wordt terugblikt op de dilemma?s in de keuze tussen de reguliere communicatielijnen en de actieve communicatiestrategie, waarin zo veel mogelijk openheid werd gegeven en burgers werd gevraagd te participeren in het onderzoek.

Analyse
Crisiscommunicatie is de afgelopen jaren meer en meer een interactief proces geworden, waarin burgers een veel ruimer eigen aandeel hebben gekregen. Iedereen kan via internet of andere kanalen zelf allerlei informatie vinden, zowel actuele berichten als achtergrondinformatie. De opkomst van de sociale media heeft ervoor gezorgd dat iedereen ook informatie kan delen met anderen. De rollen van zender en ontvanger, vaststaande elementen van het communicatieproces, kunnen vandaag de dag dan ook zowel door burgers als de overheid worden ingevuld.

In de eerste fase van het politieonderzoek (na de vondst van het eerste explosief, de dreigberichten en de ontploffing bij het tweede filiaal) is er van brede communicatie met het publiek nog geen sprake. Meerdere rechercheurs houden zich bezig met het onderzoek, er is afstemming met het management van de Jumbo, en er worden buurtonderzoeken uitgevoerd. De bommelding bij de Jumbo bij het Euroborgstadion kan achteraf als een keerpunt gezien worden. De impact van dit incident was veel groter doordat het overdag plaatsvond en daardoor een grootschalige evacuatie tot gevolg had. Dat betekende in ieder geval dat vanuit de supermarkt en aangrenzende bedrijven en woningen een grote groep mensen betrokken raakte. De multidisciplinaire opschaling en de duur van de zoektocht naar explosieven versterkten de belangstelling van de media en daarmee ook de effecten. De politie werd op de plaats van het incident ook geconfronteerd met de verspreiding van livebeelden via Periscope, een nieuw fenomeen van burgerjournalistiek.

Met een telefoon in de hand deed een van de klanten van de Jumbo na de ontruiming direct verslag van de verdere gebeurtenissen rondom de supermarkt en reacties van andere betrokkenen. Die beelden konden door iedereen die zich als volger aanmeldde worden bekeken. Via Periscope konden de volgers ook opmerkingen maken en vragen stellen aan degene die de beelden opnam en uitzond. De maker van de beelden reageerde na afloop als volgt:

?Ondertussen begonnen de vragen ook via Periscope binnen te komen en toen werd het echt leuk! Want ik kon proberen op die vragen antwoorden te krijgen en de volgers stimuleerden me over ?grenzen? heen te gaan. ?Gewoon op die COPI-bak afgaan?, zeiden ze. Zo kreeg ik al mensen van de politie en brandweer te spreken nog voordat de reguliere media er waren. RTV Noord was er wel heel snel en verslaggevers hebben me fantastisch geholpen; met een oplader en een microfoon. Zij wisten te melden dat ik heel veel volgers had, inclusief de NOS! Ik ben dat toen maar gaan noemen bij de interviewtjes, want dat bleek wel indruk te maken als er weer iemand vroeg ?waar ik van was?. Bijna niemand kende Periscope, maar men begreep al snel dat ze me serieus moesten nemen. Alle lof overigens voor de woordvoerders van de brandweer en politie die dit, na heel even in de weerstand te zijn geschoten, ? ?dit hebben we nog niet eerder meegemaakt, ik kom zo bij je terug? ? snel door hadden en mij en de inmiddels bijna 1400 volgers goed op de hoogte hielden.? (bron)

Met de aandacht in de media en de bijeenkomst voor bewoners en ondernemers de dag na de ontruiming, zochten burgemeester Den Oudsten en een woordvoerder van politie naar een balans tussen alertheid en het beperken van de maatschappelijke onrust. ?Er zijn daadwerkelijk twee explosieven gevonden, dus het is serieus? (burgemeester) en ?We zien wel dat het hem [de dader, EL] niet om slachtoffers te doen is. Hij wil vooral schade veroorzaken.? (politie, bron)

De impact van de dreiging en de ontruiming van de Euroborg en de opvolging van de incidenten in enkele weken voerde de druk op om snel tot resultaten te komen. Dat gebeurde vervolgens onder andere door begin juni de camerabeelden van de verdachte, gemaakt bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, te tonen in het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Ook vroeg de politie of het publiek meer informatie kon geven over de emmer waarin de explosieven waren vervoerd en over een auto die in de directe omgeving geparkeerd stond. De uitzending leverde de politie een twintigtal tips op.

De kans op het ontstaan van maatschappelijke onrust bij nieuwe incidenten, het risico dat bij een volgend explosief mensen gewond zouden raken, de zorgen vanuit Jumbo over economische schade wanneer het aantal klanten zou gaan teruglopen, de capaciteit die nodig was tijdens het politieonderzoek, en natuurlijk de drive om een dergelijke zaak op te lossen, brachten de politie ertoe nog actiever richting publiek te gaan communiceren en het publiek ook in het onderzoek te betrekken. Dit idee omzetten in de praktijk vroeg eerst nog wel de nodige afweging en voorbereiding.

Ten eerste zou actieve communicatie over de bedreigingen en de incidenten die hadden plaatsgevonden, de maatschappelijke onrust kunnen verminderen, maar ook kunnen versterken. De NCTV
merkt in de ?Handreiking terrorismegevolgbestrijding? hierover het volgende op:

?Communicatie bij een dreiging roept altijd de vraag op of het publiekelijk communiceren verstandig is of dat er beter (nog) niet kan worden gecommuniceerd. Een dreiging kan onbedoeld bijdragen aan angst en onrust, terwijl er geen of een beperkt handelingsperspectief is.? (NCTV, Handreiking terrorismegevolgbestrijding, 2015, p. 11)

Communiceren over risico?s
Enkele jaren geleden bleek sprake van onrust vanwege bedreigingen toen bij meerdere basisscholen en een kinderopvang in Weesp dreigementen waren binnengekomen. In overleg tussen de gemeente, de politie en de scholen werd een brief opgesteld om de ouders hierover te informeren. Een potentieel gevaar voor kinderen brengt onvermijdelijk hun ouders in beroering; de inhoud van de brief was echter niet veel meer dan een beschrijving van de situatie (dreiging) en enkele maatregelen die waren afgesproken. Nadere informatie waaruit de dreiging bestond, de betekenisgeving en een handelingsperspectief ontbraken. Het leidde tot grote onrust onder de ouders. Hetzelfde fenomeen deed zich voor bij de dreiging die in 2013 uitging naar middelbare scholen en het beroepsonderwijs in Leiden. Aangezien de maatregelen (het sluiten van de scholen en extra beveiliging) niet voor alle scholen werden genomen, ontstond er onrust bij de ouders van kinderen op de onderwijsinstellingen die hierin niet betrokken waren (zie artikel over de dreiging in Leiden, Van Duin & Ponjee, 2014).

Bgame

Andersom be?nvloedde in 2011 de berichtgeving van het RIVM over de EHEC-uitbraak in Duitsland het eetpatroon van veel Nederlanders, doordat de bacterie in verband werd gebracht met rauwe groenten als komkommer, sla en taug?. De besluiten van andere landen om geen groente en fruit uit ons land te importeren bracht op zijn beurt forse schade toe aan de agrarische sector. Bij het ontstaan van de eerste onrust speelde zeer waarschijnlijk een rol dat de epidemie in Duitsland pas na enkele weken werd (h)erkend en de gevolgen daardoor dus groter waren dan nodig was geweest. De dodelijke slachtoffers en de voor lange tijd onbekende bron van de besmetting maakten dat er terughoudend werd gecommuniceerd over de relatief kleine risico?s van EHEC zelf, en juist veel over de maatregelen. De negatieve kant van de berichtgeving kreeg daarmee de overhand. Daardoor was er in een later stadium weer een nieuwe campagne nodig om het vertrouwen in de Nederlandse groenteen fruitsector te herstellen.

Een ander aspect dat voor de politie een rol speelde was hoe de dader zou reageren op de verandering in communicatiestrategie. Een eerste mogelijkheid was dat de dader door alle extra aandacht voorzichtiger zou worden en zich zou terugtrekken; daarmee zou het opsporingsonderzoek moeilijker worden. Een tweede mogelijkheid was dat de dader zich door alle extra aandacht opgejaagd zou voelen en, als een kat in het nauw, grotere risico?s zou gaan nemen.

Een doelgroep die in de afwegingen ook specifiek werd meegenomen, was de Jumbo. Voor het bedrijf speelden meerdere, soms tegenstrijdige, belangen. Bedreigingen of andere incidenten worden in de commerci?le sector vaak zo lang mogelijk stilgehouden om schade aan het imago van het bedrijf of merk te voorkomen. Door de vondst van een verdacht pakketje, een explosie en een ontruiming was die lijn inmiddels een gepasseerd station. Actieve communicatie, gericht op een zo breed mogelijk publiek, kon alsnog economische schade betekenen. Tegelijk moest de directie rekening houden met de onrust onder het personeel. Nadat was gebleken dat de bezorging van de verjaardagskaart met een explosieve stof pas enkele weken later aan het personeel bekend was gemaakt, had een vakbond al om meer openheid van zaken gevraagd (bron). Boven alles was de wens van de winkelketen dat de dreiging en incidenten zouden eindigen, liefst door aanhouding van een dader, zodat ook meer duidelijk zou worden over het motief. De gezamenlijke
doelstelling om het onderzoek te versnellen zonder daarmee extra onrust te veroorzaken en juist het vertrouwen in de betrokken partijen te behouden was daarmee de basis voor de samenwerking tussen politie en Jumbo.

Een laatste horde die genomen moest worden in de afweging van de nieuwe communicatiestrategie was de capaciteit die nodig was voor de uitvoering ervan. De aanpak vroeg om opschaling naar een ECCT (eenheidscrisiscommunicatieteam) om alle noodzakelijke onderdelen te kunnen invullen. Daarbij ging het onder meer om afstemming met de leider van de SGBO en met de leider van het TGO, het briefen en de aansturing van het team, het maken van omgevingsanalyses, het co?rdineren van alle berichten op sociale media, een webredacteur, een persvoorlichter, en tegensprekers/lezers. Het personeel dat zich hierop zou gaan richten, moest worden vrijgemaakt van andere werkzaamheden.

De voordelen van de keuze voor de actieve communicatiestrategie, en dan met name de grotere kans op nieuwe informatie voor het opsporingsonderzoek en het behouden van vertrouwen door inzicht te geven in wat tot nu toe bekend was, wogen uiteindelijk op tegen de nadelen (de mogelijke economische schade voor Jumbo, een mogelijk risicovolle reactie van de dader en de benodigde inzet van de politieorganisatie). Het sloot aan bij de opdracht van de SGBO, waarin veiligheid prioriteit kreeg boven de belangen vanuit opsporing, zoals privacy en het opbouwen van bewijslast. De voorbereidingen startten om delen van het onderzoeksdossier op de website van de politie te plaatsen. Het moment van publiekelijk openbaar maken moest nog enkele keren uitgesteld worden door incidenten die plaatsvonden en nieuwe dreigberichten die bij Jumbo en de politie binnenkwamen. Elke keer werd daarna opnieuw overleg gevoerd in de SGBO en afgestemd met het TGO of hierdoor de gekozen strategie aangepast moest worden.

Uiteindelijk kon half augustus met een uitzending van Opsporing Verzocht het publiek opnieuw betrokken worden bij het onderzoek. Vanaf dat moment waren delen van het onderzoeksdossier te vinden op de website van de politie: de beelden van de bewakingscamera, waarop de dader (vaag) te zien is bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, het verwachte profiel van de dader, de mogelijke motieven en de kookwekkers die bij de explosieven waren gebruikt. Ook stonden op de website een infographic met een tijdlijn en enkele vragen waarmee de politie nieuwe aanknopingspunten hoopte te vinden, zoals over een geparkeerde auto en gestalde fiets. De televisie-uitzending was echter niet de enige manier waarop de politie burgers informeerde en hun
hulp inriep. Er werden ook berichten uitgedaan via Twitter, Facebook, Instagram, Burgernet, de politie-app en een YouTubekanaal. Sommige van deze media zijn specifiek voor deze casus voor het eerst ingezet. Zo ontstond het idee om in een filmpje een directe oproep te doen en werd in korte tijd met ge?mproviseerde middelen de leider van het onderzoek voor een camera geplaatst om zo de dialoog met het publiek aan te gaan.

De communicatieaanpak kreeg veel belangstelling. Binnen een dag ontving de politie al meer dan 250 tips, het tienvoudige van de reacties na de eerste uitzending in Opsporing Verzocht. Na een week hadden al meer dan 80.000 mensen het digitale dossier op de website bezocht en waren de filmpjes op YouTube 165.000 keer bekeken (Bron: politie.nl/jumbo (inmiddels niet meer online beschikbaar). Een algemene analyse van de berichten op sociale media laat zien dat in die week het aantal berichten over de bedreigingen van de Jumbo opeens steeg naar een gemiddelde van zo?n 300 berichten per dag.

Het communicatie- en het onderzoeksteam draaiden die periode op volle toeren; de gekozen lijn betekende dat alle informatie dagelijks gelezen en verwerkt werd en dat er reacties teruggeplaatst werden, zowel over het proces (waar kwamen de meeste tips op binnen) als over de inhoud (toevoegen van een nieuw motief, nieuwe vragen). Ondertussen was er ook een dagelijkse monitoring van sociale media en van het aantal klanten in de supermarkt om na te gaan of de maatschappelijke onrust zich uitbreidde of niet.

De toenemende aandacht werkte natuurlijk ook door in alertheid van het winkelend publiek en personeel, wat terecht of niet terecht weer tot meldingen van verdachte situaties leidde. Er werden in die weken in Rosmalen, Berlicum, Den Haag, Hillegom, Nijmegen en wederom bij het Euroborgstadion in Groningen supermarkten ontruimd. Ook bij deze laatste inzet was het communicatieteam van de politie alert en werd een liveblog gestart van de gebeurtenissen die gelukkig minder langdurig waren dan bij de eerdere ontruiming. Het bericht van ?loos alarm? werd als afsluiting op de liveblog direct gevolgd door een oproep om mee te blijven denken in het onderzoek.

De meest concrete aanwijzing die de politie had, de gebruikte kookwekkers, bleek ook de meest succesvolle. Gekoppeld aan andere informatie die het publiek aanleverde, kon de politie bij een volgende poging tot afpersing twee verdachten arresteren. Ook hierover is het publiek via alle ingezette kanalen ge?nformeerd, waarbij de persconferentie over de aanhouding zelfs via Periscope werd uitgezonden en vragen tijdens de live-uitzending via Twitter werden beantwoord.

Afronding
De rol van communicatie in ons leven is enorm toegenomen; ?we communiceren meer dan we eten? (Regtvoort, F. & Siepel, H., Risico- en crisiscommunicatie: succesfactor in crisissituaties, 2007, p. 16). Zowel de overheid als de media en het publiek zijn er steeds meer van doordrongen dat de rol van de overheid niet meer alleen die van nieuwsbrenger is. Beelden van incidenten kunnen via burgerjournalistiek zelfs live worden gevolgd, zoals bleek in de Periscope-uitzending tijdens de ontruiming van de Jumbo bij het Euroborgstadion in Groningen. Informatie over een dader of slachtoffer is binnen de kortste keren via Facebook of Twitter bekend. Voor de overheid ligt het accent van de crisiscommunicatie dan vooral in het bevestigen van informatie en het duiden van de crisis.

Een belangrijke les van deze casus is dat het niet bij het constateren van die veranderingen hoeft te blijven, maar dat je je ook kunt afvragen hoe die ontwikkelingen in onze manier van communiceren te benutten zijn. Wanneer er voor een opsporingsonderzoek juist behoefte is aan informatie, is het de kunst om al die kennis die in de samenleving beschikbaar is op een goede manier boven water te krijgen. Het inzetten van het publiek als laagdrempelige rechercheur ging niet zonder slag of stoot, maar bleek tijdens deze casus wel behoorlijk effectief. Een eerste bouwsteen daarvoor was het inzicht dat de keuze voor open communicatie en betrokkenheid van het publiek het belang van openbare orde (veiligheid) diende en de zo verkregen aanvullende informatie ook een bijdrage kon leveren aan het opsporingsonderzoek. Dat maakte de weg vrij om de noodzakelijke capaciteit hiervoor vrij te maken. De tweede bouwsteen werd gevormd door een kundig en gedreven communicatieteam. Een team, waarin alle denkbare scenario?s werden voorbereid, waarvan de leden bedreven waren in het verspreiden van en reageren op berichten via alle mogelijke communicatiekanalen, waarin men durfde te experimenteren en mee te bewegen met nieuwe vormen, en waarin er kritisch gekeken is naar nut en noodzaak in de itvoering van de communicatiestrategie.

Een afweging over openheid van onderzoeksdossiers zal altijd moeten blijven plaatsvinden om zo ook onze rechtsbeginselen te kunnen waarborgen. Angst voor, onbekendheid met of onervarenheid in het nieuwe, zoals veranderende doelgroepen of mogelijkheden in techniek, moeten daarin niet als slechte raadgever optreden.

Bronnen:?Lessen uit crises en mini-crises 2015

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

Afpersers steeds vaker op Facebook

In Dagblad van het Noorden een artikel van Matthijs Sorgdrager over sextortion, een vorm van afpersing?die?vaker op social media voorkomt en bovendien steeds?gerichter plaatsvindt (zgn. spear phishing):

Steeds meer mannen worden gechanteerd met hun eigen naaktfoto’s. Ze denken met een vrouw te webcammen en kleden zich uit, maar achter de profielfoto schuilt een oplichter die geld eist.

De zaak van het Drentse raadslid Noes Solisa staat niet op zichzelf. Oplichters doen zich massaal voor als vrouwen en zorgen ervoor dat mannen hun kleren uittrekken voor de webcam. Dit wordt opgenomen, waarna de beelden online worden gezet, tenzij het slachtoffer betaalt.

Bij de hulporganisatie Helpwanted die zich bezighoudt met seksueel misbruik op internet, kwamen in 2015 zo’n 370 hulpvragen binnen van mannen als Solisa, twee keer zoveel als in 2014. Dergelijke vormen van afpersing heten in jargon ?sextortion‘, een verbastering van extortion het Engelse woord voor afpersing. Het komt niet meer alleen bij jonge meisjes voor, zegt medewerker Talinay Strehl. ?Dit is echt een trend.? Strehl vermoedt dat het gaat om buitenlandse bendes. ?Vaak moet het geld worden overgemaakt naar het buitenland.? Mensen die zich vroeger via spam-mails voordeden als aan lager wal geraakte Saudische prinsen hebben Facebook ontdekt. ?Het is een nieuwe manier van geld verdienen voor oplichters.?

De politie kan weinig met het fenomeen. Veel mannen schamen zich en doen geen aangifte. Een woordvoerder van de politie bevestigt dit. ?Als we meer aangiftes krijgen dan kunnen we er een hogere prioriteit aan geven.?

Strehl raadt slachtoffers aan niet in te gaan op de chantage. ,,We zien in veel gevallen dat oplichters dan niets doen en zich concentreren op een nieuw slachtoffer. Wat we ook vaak zien is dat iemand die heeft betaald vaker wordt afgeperst.?

De zaak van Noes Solisa is voor Strehl niets nieuws. Iemand vindt een foto van een mooi, jong meisje op internet, maakt een account aan op Facebook met die foto en voegt mannen toe. Een enkeling accepteert de uitnodiging en gaat chatten.

Het gesprek krijgt een erotische lading en er wordt voorgesteld om te verhuizen naar Skype waar de gebruikers elkaar kunnen zien en horen via de webcam. De oplichter heeft dit programma echter zo ingesteld dat de slachtoffers niet hem maar een eerder opgenomen filmpje te zien krijgen, bijvoorbeeld van een vrouw die zich uitkleedt.

Wanneer de man uit de kleren gaat neemt de oplichter dit op. Dit filmpje stuurt hij aan het slachtoffer met het verzoek om geld. ?En om te laten zien dat het menens is, stuurt hij soms ook een foto door van de lijst met vrienden die het slachtoffer heeft op Facebook of erger, soms weet hij al waar het slachtoffer werkt.?

Drie manieren om erachter te komen of je te maken hebt met een ?romance scammer?.

Waar komt hij of zij vandaan?

Schermafbeelding0

Dit is het facebookprofiel van iemand voor wie op internet wordt gewaarschuwd. Ken je werkelijk iemand uit Rockville in Amerika of kun je iemand kennen die daar vandaan komt? Vaak is het antwoord nee en heeft diegene geen reden om je toe te voegen als vriend.

Waar komen de vrienden vandaan?

Dit profiel heeft welgeteld veertien vrienden en ze komen uit verschillende landen waaronder Engeland, Roemeni? en Itali?. Dit komt natuurlijk niet vaak voor en de kans is groot dat dit geen echte vrienden zijn maar dat er willekeurige mensen als vriend zijn toegevoegd.

Zoek de foto op

Schermafbeelding

Via bijvoorbeeld www.tineye.com is het mogelijk om afbeeldingen up te loaden. De zoekmachine zoekt vervolgens waar op het internet deze foto nog meer is gebruikt. Een zoekopdracht met bovenstaande profielfoto leer dat de foto op elf andere sitesstaat waarvan de site www.girlznation.com nog een van de nettere is.

Bekijk hieronder nog enkele voorbeelden van profielen die volgens de FacebookgroepGhana Romance Scammers nep zijn.

Grace Arthur
Venelle McCouy
Sarah Quansah

S- Sextortion

sextortion

De grootste bekende zaak tot nu was onlangs in de VS. Daar is?een man veroordeeld tot 105 jaar gevangenisstraf voor het benadelen van zo’n 350?(meestal) meisjes. Velen van hen worden nog gezocht ook. ?Bekijk een videoverslag.

Ook Europol slaat alarm over het groeiend aantal kinderen dat slachtoffer wordt van sextortion. Seksuele afpersing via internet is een groot probleem, maar er is te weinig capaciteit om de daders te pakken. ?Als ik kijk hoeveel we er kunnen pakken en hoeveel we er ?cht pakken, dan komen we momenteel maar tot 20% van wat er echt mogelijk zou zijn,? zegt directeur van?Europol?s European Cybercrime Centre, Troels Oerting, in EenVandaag.

Volgens Oerting is er meer dan de organisatie aankan. ?We hebben zoveel aanwijzingen dat we ze nauwelijks kunnen verwerken voor de lidstaten? Er zouden dan ook veel meer arrestaties kunnen worden verricht, aldus de directeur van het Cyber Security Centre.

Europol stuurt dit najaar nog een onderzoek naar de lidstaten over sextortion om te laten zien dat het probleem meer prioriteit nodig heeft.


sitestat
Meldpunt
Ook het Nederlandse Meldpunt Kinderporno Internet zegt dat het aantal slachtoffers behoorlijk is gestegen. Via het meldpunt helpwanted.nl kwamen de eerste zes maanden van dit jaar negentig meldingen binnen. De laatste vier maanden van 2013 waren dit er slechts vijfentwintig. Het?tijdschrift HUMO probeerde onlangs?via een ludieke actie op de site meer mannelijke leden te werven ?n tegelijkertijd de aandacht wil vestigen op sexortion. Het TV programma VOLT deed er ook onderzoek naar.

Sextortion is afpersing met een seksueel getinte foto of video in ruil voor geld of meer foto?s.

De beelden worden verkregen door in te breken in een computer of doordat daders zich voordoen als een ander en kinderen verleiden seksuele handelingen te doen voor de webcam. Hier wordt vervolgens een foto van gemaakt. Er wordt gedreigd met het openbaar maken van de beelden wanneer er geen geld wordt overgemaakt. Het gaat om enkele honderden tot duizenden dollars.

Amanda Todd
De bekendste sextortion zaak is die van het Canadese meisje Amanda Todd waarover we een uitgebreid blog schreven. De Nederlander Aydin C. zit vast op verdenking van deze zaak. Ook de georganiseerde misdaad ziet geld in sextortion. In mei werd op de Filipijnen een bende opgerold na afpersing van een Schotse jongen die zelfmoord pleegde.

sitestat

Het Meldpunt Kinderporno Internet ziet deze bendes ook in Nederland. ?Wij vermoeden dat het georganiseerde misdaad is, puur om geld van mannen af te troggelen?, aldus Maaike Pekelharing van HelpWanted.nl.Verspreid over de wereld zitten bendes die hun brood verdienen met sextortion. De politie kan niet zeggen hoe groot het probleem is, omdat er weinig aangifte wordt gedaan. “Mannen schamen zich, maar als er meer gemeld wordt bij de politie, krijgt deze vorm van afpersing hopelijk een hogere prioriteit”, zegt ze.

Heeft iemand een ?vervelende foto van jou op internet gezet? Dat mag niet! Ook al heb je de foto of video zelf gemaakt, iemand mag dat niet op internet zetten. Wanneer jij zonder kleren op de foto of in de video te zien bent, dan is dat strafbaar. Maar ook als de foto op een andere manier vervelend is, is het vaak strafbaar. Als je dit hebt meegemaakt is het belangrijk dat je er met een volwassene over praat. Het beste is om er met je ouders over te praten. Maar, als je dat lastig vindt, neem dan een andere volwassene in vertrouwen. Denk bijvoorbeeld aan je leraar, je trainer of misschien je tante of oom.

Ga niet in op de bedreigingen en doe niet wat hij of zij jou vraagt te doen. Wanneer iemand jou vraagt om geld over te maken?doe dit niet! Als je geld overmaakt dan kan het erger worden. Wanneer iemand een naaktfoto of video van jou op internet zet, dan is diegene strafbaar. Maar ook geld vragen om te voorkomen dat iets op internet staat, is strafbaar. Dat heet ?afpersing?.

En wat moet je doen als je seksueel wordt afgeperst? Pekelharing geeft een paar tips:

Andere voorbeelden

De 29-jarige Paul, niet zijn echte naam, is afgeperst nadat hij webcamseks had gehad met een Belgische vrouw. Kort daarna kreeg hij een mail met de beelden. Maar ze hadden het filmpje bewerkt, waardoor het opeens leek alsof hij masturbeerde voor een minderjarig meisje.

Toen Paul niets met de dreigementen deed, werd de video op YouTube gezet. “Hij stond wel drie uur online. In de titel stond mijn naam en dat ik masturbeerde voor een meisje van 10”, zegt Paul. “En dat vond ik eigenlijk het ergste, dat je als pedofiel wordt neergezet. En daardoor kun je iedereen op je werk en in je leven tegen je krijgen.”

Bij Paul kwam het niet zo ver. Zijn vader en baas zagen het filmpje, maar toonden begrip toen Paul de situatie uitlegde. Een vriend achterhaalde de locatie van de dader: die zat in Ivoorkust. Het hele verhaal van Paul lees je hier.

Het Belgische parket Halle-Vilvoorde heeft vrijdag een gevangenisstraf van twee jaar gevorderd tegen een 20-jarige man uit Asse die zich schuldig had gemaakt aan ?sextorsion?. De man had een 15-jarige medeleerlingen overtuigd om halfnaakt voor de webcam te poseren en had vervolgens de beelden misbruikt om haar onder druk te zetten om verdergaande seksuele handelingen te stellen voor de camera.

Zo liet hij het meisje zich helemaal uitkleden en moest ze zich op verschillende manieren bevredigen. Als ze hem niet gehoorzaamde, dreigde hij ermee de beelden te verspreiden onder andere leerlingen van dezelfde school. Toen het meisje zich afmeldde uit hun chatsessie, stuurde de jongeman haar op 25 uur tijd meer dan zeventig belagende sms-berichte.

De zaak kwam uiteindelijk aan het licht toen het meisje op school instortte omdat ze werd gepest door andere leerlingen die de foto?s hadden gezien of er over hadden gehoord.

Het parket tilde zwaar aan de feiten. ?Hij heeft misbruik gemaakt van een kwetsbaar minderjarig meisje en voerde systematisch de druk op om haar allerlei handelingen te laten uitvoeren? zei de substitute, die twee jaar cel vorderde voor verkrachting en aanranding van een minderjarige die jonger is dan 16, bezit en verspreiding van kinderporno en voor bedreiging.

Bronnen: EenVandaag, NOS, AD, Nieuwsblad

A – Afpersing

Het versturen van onjuiste informatie via Twitter kan grote gevolgen hebben

Enige tijd terug een interessant artikel in het Parool over de impact van Twitter als het gaat om de mogelijkheid om bedrijven af te persen. Twitter en Hyves maken bedrijven kwetsbaar voor afpersing. Kwaadwillenden kunnen via die media bedrijven chanteren door te dreigen valse of schadelijke informatie te verspreiden.

Henk Ferwerda, directeur van Bureau Beke, dat onderzoek doet naar veiligheid en criminaliteit. “Via Twitter kan makkelijk en razendsnel foutieve informatie over een bedrijf worden verspreid, afpersers kunnen dreigen bepaalde informatie openbaar te maken om geld te vragen of wraak te nemen.”?Peter Willemsen van COT, instituut voor veiligheids- en crisismanagement, zegt in het artikel “Twitteraccounts zijn eenvoudig anoniem te maken, dus moeilijk te traceren.”

Volgens de twee deskundigen zijn nog geen concrete aangiftes van afpersing via Twitter bekend, maar het risico is re?el, zeggen ze. Een slachtoffer weet niet of een afperser zijn dreigement ook gaat uitvoeren. Ferwerda:”ze kunnen er wel grote schade mee toebrengen. De impact is gigantisch”

Twittergrap niet zo onschuldig

Ook het versturen van onjuiste informatie kan grote gevolgen hebben.?Eerder veroorzaakte een twitterbericht over ‘gratis pinnen’ bij ING-automaten een hype.?Twitteraars publiceerden deze week onjuiste informatie over ING (‘gratis geld uit automaat!’)?.

Er verscheen een nepbericht op Twitter als reactie op?(#carglasszuigt)?waarin Carglass dreigde met het inzetten van advocaten tegen twitteraars die negatieve dingen schreven over het bedrijf. Veel mensen dachten dat dit van Carglass zelf kwam en verspreidden het via het sociale netwerk.?,,Een practical joke”, zegt de maker van de Carglassactie.?,,Dit is niet onschuldig”, reageert het reparatiebedrijf.?Er was een?fake-account?aangemaakt waar Carglass officieel afstand van heeft genomen (bron:?Niels Rigter) met een?offici?le account.

De reputatie van een bedrijf is op internet heel erg breekbaar, zegt Nicolaas Pereboom, expert op het gebied van sociale media ,,Het grote probleem is dat alles open en transparant is. Je kunt een bedrijf snel bekendmaken bij een groot publiek, maar de keerzijde is dat dit ook geldt voor negatieve informatie.”?Het is eenvoudig om een nepaccount op Twitter aan te maken en je voor te doen als iemand anders. Dat overkwam Carglass deze week. Op de netwerksite verscheen een nepbericht dat Carglass juridische stappen overwoog tegen mensen die negatief schreven over het bedrijf.?Gebruikers van Twitter herhaalden dit bericht waardoor het zelfs bij de tien meest populaire onderwerpen ter wereld hoorde op de netwerksite.

Paul Geertsma is de man achter het nepaccount van Carglass.?Hij zegt het bedrijf niet te willen schaden. ,,Het doel was aantonen dat mensen elkaar als blinde kippen achterna lopen en dat social media heel onbetrouwbaar kunnen zijn. Dat hebben we nu ook wel aangetoond.”?Maar Carglass neemt geen genoegen met deze verklaring en overweegt stappen. ,,We nemen het deze mensen erg kwalijk”, laat een woordvoerder weten. ,,Gelukkig konden we het bericht binnen een uur ontkrachten, ook snel via social media. Maar er zijn altijd mensen die maar een deel van het verhaal meekrijgen en niet horen dat het nep was. Dat heeft gevolgen voor onze reputatie.”?Pereboom adviseert bedrijven om alle berichten op sociale netwerksites en internetfora goed in de gaten te houden. ,,Je moet weten wat er wordt gezegd en geschreven over je bedrijf”, zegt hij. ,,Daar kun je dan zelf meteen op inspelen en maatregelen nemen.”

Een stap verder en er is sprake van afpersing, waarschuwt Henk Ferwerda, directeur van Bureau Beke, dat onderzoek doet naar veiligheid en criminaliteit. ,,Afpersers kunnen dreigen bepaalde informatie openbaar te maken om geld te eisen.”?Aangiftes van afpersing zijn overigens niet bekend.

Bronnen: Parool (13 augustus 2010), BN/DeStem (19 januari 2012) en?Leeuwarder Courant (13 augustus 2010)