Tagarchief: video

Waarom de politie moeilijk vat krijgt op reljongeren: ‘Veel speelt zich online af in besloten groepen’

Met alle technische mogelijkheden zou je misschien verwachten dat het voor de politie een eitje moet zijn om reljongeren online in de gaten te houden en te voorkomen dat het misgaat. Toch is dat niet zo. “Er gebeurt veel in besloten groepen.”

In de Schilderswijk in Den Haag en in de wijken Overvecht, Kanaleneiland en Zuilen in Utrecht kwam het deze maand meerdere keren tot geweld tussen relschoppers en de politie. Er werden tientallen arrestaties gedaan en relschoppers kregen gebiedsverboden. De politie krijgt er maar moeilijk vat op en dat heeft meerdere oorzaken.

‘Heftiger geworden’

Jongerenwerker Joselito Hasselnook ziet een toename van oproepen tot rellen via social media. “Het afgelopen halfjaar is het echt heftiger geworden. Rivaliserende wijken jutten elkaar op met video’s. Ze zeggen dat ze naar een andere stad komen en laten daar soms wapens bij zien. ‘Zorg dat je klaar staat’, zeggen ze erbij.”

Joselito Hasselnook, jongerenwerker

Joselito Hasselnook, jongerenwerker, Bron: EenVandaag

Joselito heeft een goede band met de jongeren en ze laten hem geregeld van dit soort video’s zien. “Het is echt steeds gekker aan het worden”, zegt hij. Hij werkt in Apeldoorn. De problemen zijn daar niet zo ernstig als in de Randstad, maar hij is bang dat de trend wel overwaait naar andere gebieden.

Afhankelijk van tips

Onderzoeker maatschappelijke veiligheid Arnout de Vries van TNO ziet dat het lastiger is geworden voor de politie om deze groepen jongeren in de gaten te houden. “Er gebeurt veel in beslotenheid op Instagram, Telegram en Snapchat. Vergeet ook niet online games waar ze elkaar ontmoeten. Allemaal besloten groepen waar de politie geen zicht op kan krijgen.”

Infiltreren in zo’n groep gebeurt maar sporadisch. Alleen als er sterke vermoedens zijn, niet bij elke mogelijke rel. “Ze zijn echt afhankelijk van tips van burgers die dit soort oproepen op social media voorbij zien komen. Het nadeel daarvan is dat het dan vaak al te laat is.” De nieuwe privacywetgeving en socialmediaplatforms die hun gebruikers willen beschermen, maken het de politie niet makkelijker. “Facebook grijpt in als ze berichten zien over terrorisme of kinderporno’ maar op dit gebied nog niet”, zegt De Vries.

Meer mogelijkheden

Om sociale media in de gaten te houden, heeft de politie nu twintig digitale wijkagenten in dienst. Burgemeester Peter den Oudsten van Utrecht wil websites en sociale media waarop wordt opgeroepen tot rellen, sneller uit de lucht kunnen halen.

Burgemeester Den Oudsten tijdens een overleg over de rellen

Burgemeester Den Oudsten tijdens een overleg over de rellen, Bron: ANP

Volgens De Vries is het belangrijk te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om online in te grijpen. “Een burgemeester kan gebieden afsluiten en mensen verwijderen, dat zou online ook moeten kunnen.”

Blijven praten

Jongerenwerker Hasselnook zegt: “Het is belangrijk dat ik blijf praten met de jongeren om op de hoogte te blijven van wat er online speelt. Als het echt uit de hand dreigt te lopen, kan ik de politie waarschuwen. Dat zeg ik ook tegen de jongeren als ik zoiets zie. Hoewel we een goede band hebben, moet ik het dan doorgeven. Dat is soms best een struggle.”

Bronnen: EenVandaag, EenVandaag, Nieuwsuur, AD

Beeld in de meldkamer is mensenwerk

Meldingen naar 112 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers verwachten dat burgers en bedrijven steeds vaker beeld zullen willen sturen. Uit de eerste experimenten blijkt echter dat het gebruik van foto’s en video’s in de meldkamer minder vanzelfsprekend is dan het lijkt.

Door Jonathan Barnhoorn, Marc Menkhorst, Caroline Schilder, Kees van Dongen

We leven in een beeldcultuur. Volgens Facebook worden er per minuut 200.000 foto’s op de site gezet. Samen kijken we een miljard uur per dag video op YouTube. Elke seconde maken 50.000 mensen een foto met hun telefoon. Nederland, waar 93 procent van de inwoners een smartphone heeft, loopt in deze trend wereldwijd voorop. Vooral voor jongeren is de beeldcultuur een feit: 63 procent zegt foto’s en video’s over zichzelf te delen met anderen. Maar vlak ook ouderen niet uit. 9 van de 10 Nederlandse 55-plussers lopen met een smartphone op zak, en 34 procent is volgens het CBS actief op sociale media.

Beelden in de meldkamer

Die maatschappelijke ontwikkeling raakt ook aan veiligheidsprocessen, zoals handhaving, opsporing en hulpverlening. Burgers zetten zelfgenomen beelden van inbraken, ongelukken en (vermeende) daders op internet. Een buurtgroep wil met eigen foto’s en video’s de politie ondersteunen.

Het ligt voor de hand dat door burgers gemaakte beelden ook in toenemende mate gebruikt gaan worden in de meldkamers van 112. Op dit moment is dat nog niet goed mogelijk. Zo zijn de systemen van de centralisten nog niet ingericht op het weergeven en opslaan van foto’s en video’s die burgers sturen. De meldkamers staan echter wel open voor het gebruik hiervan. Ook de samenleving verwacht in toenemende mate dat zelfgemaakte digitale foto’s en video’s de telefonische melding kunnen ondersteunen.

Maar wat is het effect van foto, video en live-beeld in de meldkamer op het 112-intakeproces? En op de 112-centralist? Dat onderzocht TNO in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Landelijke Meldkamer Samenwerking. Er zijn 2 verkennende experimenten gedaan met 12 centralisten van de Meldkamers Noord-Nederland en Noord-Holland. Zij waren werkzaam in de ambulancezorg, bij de brandweer en bij de politie. Een derde experiment, dat onder andere zou gaan over het effect van de kwaliteit van het aangeboden beeld, moet nog worden uitgevoerd.

Niet sneller en niet per se beter

Het eerste experiment ging om de vraag wat het effect was van foto, video en ‘live’-beeld op de snelheid van het intakeproces en de volledigheid en juistheid van de vergaarde informatie. De deelnemende centralisten werden onder meer geconfronteerd met een door een acteur gedane melding van bijvoorbeeld huiselijk geweld, een persoon te water of een uitslaande brand. In totaal werd gebruikgemaakt van 8 veel voorkomende duidelijke meldingen. De resultaten van dit experiment zijn afgezet tegen een eerder onderzoek met dezelfde meldingen maar dan zonder beeld. Omdat destijds de meldingen alleen verzoeken om noodhulp en zorg betroffen, kon voor dit onderzoek alleen dit type meldingen worden gebruikt.

En wat bleek? De afhandeling van een melding met beeld duurde gemiddeld langer dan een melding zonder beeld. En gemiddeld werd geen kwaliteitsverbetering in de vergaarde informatie waargenomen; eerder een marginale afname. Vooral bij de melding met een live-beeld was er sprake van een (gering) negatief effect. Een interessante waarneming was dat beelden zekerheid, maar ook onzekerheid kunnen veroorzaken bij de centralist. Dit laatste is het geval als beeld en mondelinge melding niet overeen lijken te komen.

Meerwaarde van het beeld

Toch zagen de deelnemende centralisten meerwaarde in het gebruik van beeld. Na afloop was 80 procent positief. Vóór het experiment was dat 25 tot 30 procent. De centralisten gaven achteraf aan dat burgerbeelden de melding kunnen verduidelijken, met name bij gebruik van jargon of bijvoorbeeld bij een taalbarrière. Ook in het geval van een zeer emotionele beller, die bijvoorbeeld geen vragen kan of wil beantwoorden, voegde beeld iets toe. Verder droegen beelden bij om een situatie van een ongeval of stadium van een brand beter te beoordelen. Een ander voordeel, zo vonden centralisten, was dat zij veronderstelden te kunnen zien of instructies daadwerkelijk werden opgevolgd door de melder. Livebeelden genoten de voorkeur, omdat deze de meest actuele beelden gaven en als betrouwbaarder gezien werden.

Impact van beeld

Dat burgers foto’s en video’s maken bij ongevallen, is niet onomstreden. Aan de andere kant kunnen beelden, wanneer die worden gedeeld met de 112-meldkamer, bijdragen aan een beter inzicht in de situatie. Wel kunnen beelden van ongevallen of misdrijven heftige emoties oproepen.

Om te onderzoeken wat de impact van beeld is op centralisten deed TNO een tweede experiment. De 22 eerder genoemde centralisten voerden een gesimuleerde meldkamertaak uit. Tijdens het verwerken van de informatie van de melding werd geen foto, een neutrale foto (zoals een auto) of een heftige foto (zoals een verwonding) getoond.

Emotioneel en mentaal belastend

Om meldingen waarbij foto’s werden getoond te verwerken moesten centralisten meer mentale inspanning leveren dan bij meldingen waarbij geen foto’s werden getoond. Heftige foto’s leidden niet tot meer inspanning dan neutrale foto’s. De emotionele belasting is gemeten met vragenlijsten tijdens het experiment en bevraagd in een interview na afloop. De vragenlijsten lieten geen effect van foto’s op emotionele belasting zien, in de interviews gaven centralisten wel duidelijk aan dat ze verwachten dat heftige beelden in de toekomst belastend kunnen zijn voor henzelf of voor collega’s. Ook vertelden centralisten in de interviews dat de beelden in het experiment ervoor zorgden dat het moeilijker was om de aandacht te verdelen. Dit sluit aan op het resultaat uit het eerste experiment dat centralisten gemiddeld minder volledig waren bij het vergaren van de informatie. Zowel met heftige als met neutrale beelden werden meer auditieve informatie-elementen gemist dan zonder beelden. Bij heftige beelden werd meer gemist dan bij neutrale beelden. Reflecterend vonden centralisten de getoonde foto’s over het algemeen nuttig en zien ze het nut van beelden voor de meldkamer van de toekomst. Ze hielpen om prioriteit en behoefte in te schatten bij een melding.

Toegevoegde waarde

Uit de eerste experimenten blijkt dat beeldmateriaal als ondersteuning van telefonische meldingen niet zonder meer tot kwaliteitsverbetering zal leiden. De grootste toegevoegde waarde van beeld bij het duiden van een melding door de centralist lijkt er te zijn in situaties waarbij de melding of melder onduidelijk is, of de centralist onzeker is over de toestand ter plaatse. De juistheid van deze veronderstelling vraagt om aanvullend onderzoek. Dit staat overigens nog los van de waarde die het beeld verder in de keten kan hebben voor het opbouwen van een informatiepositie op de meldkamer en de opvolging, zoals bijvoorbeeld de waarde voor de opsporing.

Verder blijkt dat beelden zorgen voor extra mentale en emotionele belasting van de centralist. Centralisten geven aan dat ze behoefte hebben aan eigen regie over het bekijken van eventueel beeldmateriaal. Dit kan echter leiden tot keuzestress en dilemma’s. Zij moeten een afweging maken tussen enerzijds het goed uitvoeren van de functie en dus alle beelden uitkijken en anderzijds zichzelf beschermen tegen (te) veel emotionele belasting.

Vaardigheden van de centralist

Het toevoegen van beeld aan het meldproces vraagt daarom niet alleen om technische en analytische skills van de centralist, maar ook typevaardigheid (blind kunnen typen) en het vermogen om te gaan met emotionele stimuli en stress. Hier zal bij de selectie, training en opleiding van personeel rekening mee moeten worden gehouden.

Het gebruik van beeld in de meldkamer zal sterk toenemen. Dit past bij de maatschappelijke trend, waarbij foto’s en video’s steeds nadrukkelijker aanwezig zijn. Initiatieven om beeld in de meldkamer te brengen en te beproeven worden daarom aangemoedigd. De impact van beeld op de centralist mag daarbij niet uit het oog worden verloren. Dit vraagt om zorgvuldig beleid en betrokkenheid van mensen met een achtergrond in het personeelsbeleid en de psychologie. Om het beleid te kunnen formuleren is bovendien meer onderzoek nodig. Bijvoorbeeld naar het effect van de verschillende manieren waarmee beeld het beste aan de centralist kan worden aangeboden.

Onderzoek

Lees ook: J.S. Barnhoorn en C.J.G. Van Dongen (2019) De impact van beeld in 112 meldkamers op de centralist (TNO rapport R10211) en M. Menkhorst en C.M.C. Schilder (2019) Effect van beeld op het 1-1-2 intake proces (TNO rapport R11729). Of lees hieronder de rapporten:

Samenvatting:

[slideshare id=143053720&doc=tno-2019-m10233-190501071611&type=d]

De impact van beeld in 112 meldkamers op de centralist

[slideshare id=143053568&doc=tno-2019-r10211-190501071323&type=d]

Effect van beeld op het 1-1-2 intake proces

[slideshare id=143053619&doc=tno-2018-r11729-190501071426&type=d]

Jonathan Barnhoorn, Marc Menkhorst, Caroline Schilder en Kees van Dongen zijn werkzaam bij TNO. Jonathan Barnhoorn is bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: [email protected]

Bron: Secondant

Videobellen naar 112?

Tekst?Charlotte van den Berg,?Foto?Rob Acket

Wie alarmnummer 112 belt, krijgt een hulpverlener van de meldkamer aan de telefoon. Deze centralist luistert en informeert zo goed mogelijk om snel te bepalen welke hulp nodig is. Hoe mooi zou het zijn als de beller niet alleen kan beschrijven wat er speelt, maar de noodsituatie ook kan laten zien? Deze manier van melden ? m?t beeld – is dit najaar getest met centralisten in twee meldkamers. ?Wat telt is hoe het w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol.?

Wanneer een centralist iemand aan de telefoon krijgt, is het eerste doel: zorgen dat de juiste hulpverlening op de plek belandt waar hulp nodig is. Ambulance, brandweer, politie en marechaussee (of alle vier) moeten zo snel mogelijk de juiste kant op. Zodra eerste hulp onderweg is, vraagt de centralist verder. Hoe is de situatie nu? Hoe reageert een slachtoffer? Alle informatie wordt vermeld in een centraal systeem waar meerdere hulpdiensten uit kunnen putten.

Mobiel

?Als een melder foto?s of filmpjes heeft die de situatie kunnen verduidelijken, wil je zulk beeld als hulpdienst natuurlijk gebruiken?, vertelt Marjan Dol, directeur van?meldkamer Noord-Nederland. Maar hoe krijg je die beelden goed en snel de meldkamer in? ?Als iemand ons nu beelden wil sturen, lossen we dat hier op dit moment praktisch op: we geven het nummer van een mobiele telefoon van de meldkamer en bekijken de beelden daarop. Ik houd wel van die pragmatische aanpak; wat telt is dat we iemand zo snel en goed mogelijk te hulp kunnen komen.?

‘Het kan toch niet zo zijn dat we als meldkamer alleen de telefoon kunnen opnemen?’

Marjan Dol, directeur van meldkamer Noord-Nederland in Drachten

Wil je beeld structureel, goed en snel gebruiken, dan moet melden met beeld een solide plek krijgen op het computerscherm van de centralisten. En dat willen de meldkamers, omdat ze op die manier zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij mensen die hulp zoeken. Dol: ?Het kan toch niet zo zijn dat we alleen de telefoon kunnen opnemen? Daarom willen we graag meedoen aan experimenten die alle meldkamers beter laten aansluiten bij de samenleving.? Bij jongeren bijvoorbeeld, die gewend zijn elkaar foto?s en video?s te sturen. ?De samenleving communiceert al met beelden. Wat je zou willen is dat de melder in staat is dat beeld snel aan ons over te brengen, in aanvulling op het telefoongesprek. Zodat je als melder je camera kunt aanzetten en de beelden?live?kunt laten zien aan onze centralist.?

Camerabeelden

Meldkamers maken al gebruik van beelden: livebeelden die gemaakt worden door openbare camera?s, politiehelikopters of ?drones. Maar de hulpverleningsdiensten willen meer, vertelt Dol: ?Je zorgt als meldkamer dat je de basis van je werkzaamheden op orde houdt, zodat je betrouwbare hulpverlening kunt bieden. Daarnaast is het belangrijk je bezig te houden met onderzoek, zodat je met innovaties en ontwikkelingen ook in de toekomst de goede dingen blijft doen.? Daarom staat ook de?Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) achter meer gebruik van beeld.

Levensecht

Voor het experiment, dit najaar gehouden in meldkamers van Noord-Nederland en Noord-Holland, zijn acht levensechte meldingen nagebootst door acteurs. Deze fictieve meldingen bevatten zo veel mogelijk elementen van een gecompliceerde noodsituatie. Groot verschil met eerder onderzoek: de twaalf centralisten konden nu ook gebruik maken van foto?s, video?s en zelfs live beeld van de calamiteit. Beeldmateriaal dat zogenaamd gemaakt is door de melder aan de telefoon.

Regie

Alle centralisten waren na afloop van het experiment positief: het gebruik van beeld gaat volgens hen werken in de praktijk. Vooral een verbinding die het mogelijk maakt rechtstreekse beelden van de noodsituatie te zien, helpt hen met meer zekerheid in te schatten wat er gebeurd is. En ook in welk perspectief ze de melding moeten zien. Want wat voor een melder een gigantische wond is, kan voor de centralist heel anders zijn.

De belangrijkste ervaring die de centralisten deelden, was dat ze zelf regie willen behouden: ze willen zelf bepalen of en wanneer ze beeld te zien krijgen. ?Zodat zij vanuit hun vakmanschap kunnen beoordelen wanneer het zien van beelden kan helpen en in welke situatie het alleen zou afleiden?, aldus Dol.

Scherp

Voldoet de huidige situatie in de meldkamers dan niet? Dol: ?Op basis van de woorden van de beller analyseren centralisten een noodsituatie. Ze zijn daar geoefend in en doen dat uitstekend. Maar het blijft zo dat je gebaseerd op wat je hoort, een beeld vormt dat altijd enigszins afwijkt van de werkelijkheid. En wat telt is natuurlijk hoe het buiten w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol. Het helpt ons zo veel mogelijk feitelijke informatie naar boven te krijgen en daarmee de situatie zo scherp mogelijk te krijgen. Daarom gaat het werken met beeld echt helpen.?

Melden met Beeld

Een ander experiment in dezelfde meldkamers testte het effect dat beeld heeft op centralisten zelf. Hoe belastend is het voor hen om een werkdag lang geconfronteerd te worden met heftige beelden? Dol: ?Stel je voor dat je in de meldkamer de hele dag beelden ziet van gewonde mensen. Ik vergelijk het altijd zo: een centralist maakt op een dag ongeveer vijftig keer zo veel mee als hulpverleners die op straat werken. Daar bestaat dus wat zorg over.? Samen zullen de?twee experimenten?antwoord geven op de vraag: ?Wanneer heeft welk soort beeld impact bij het doen van een 112-melding en welke impact is dat??

Bron: JenV Magazine 2018 nr4

App: StopIt

k12 app phones side image

Pesten is een probleem in de hele wereld. Ongeveer 1 op de 3 kinderen zeggen dat ze gepest worden. Hoewel er vooruitgang geboekt is dankzij meer bewustwording van het probleem, is cyberpesten een groeiend probleem, dat de aanpak moeilijker dan ooit maakt voor de slachtoffers ervan. Een nieuwe app is in veel scholen van de VS geaccepteerd om het gemakkelijker maken om cyberpesten te melden.

De overgrote meerderheid van pestgedrag in Amerika gebeurt nog steeds op school. Maar een groeiend aantal studenten wordt nu digitaal gepest. “Wat we zien is dat cyberpesten of online intimidatie niet per se vaker voorkomt dan fysiek pesten, maar dat het snel verergert omdat het een extra vorm is met nieuwe mogelijkheden. Dus als je gepest wordt op school, heb je ook meer kans online gepest te worden en dat verergert wat er al gaande is, omdat je het niet zomaar weg kunt halen, “zei Joe Kosciw, hoofd research en strategie van GLSEN. Wat vroeger kon worden beperkt tot de school is nu een probleem waar geen ontsnappen meer aan is. De aanvallen bestaan ??meestal uit intimiderende teksten en het verspreiden van valse geruchten via sociale media.

David Brearley van de High School in Kenilworth, New Jersey, probeert het probleem aan te pakken met nieuwe technologie. Deze school heeft de nieuwe app StopIt geintroduceerd. Studenten kunnen het gratis downloaden, en kunnen dan een ??foto maken van een online incident en dan opsturen naar de school als een klacht. “Alles wat er op gebeurt op Facebook, Twitter, Snapchat, je kunt er een foto van maken en dat naar ons sturen, “zei Brian Luciani, van de school. Hij ontvangt nu ??gemiddeld zeven beschuldigingen van pesten per maand. Sinds de introductie van de app anderhalf jaar geleden, is dat aantal pestmeldingen gedaald tot drie. “Het afschrik effect is heel krachtig omdat de leerlingen begrijpen dat op elk moment een foto kan worden gemaakt en gerapporteerd aan school, aan hun ouders of iemand anders.” Meer scholen onderzoeken nieuwe technologische mogelijkheden om pesten te stoppen. De app is nu al gebruikt op meer dan 100 scholen in de Verenigde Staten.21n4oq1

Voor oplossingen tegen pesten en cyber pesten, sprak CCTV-Amerika met expert?Dr Patti Agatston. Ze is de president van de Internationale Vereniging Pesten Preventie en co-auteur van het boek “Cyberpesten: Intimidatie in het digitale tijdperk”.

Lagere school:

Middelbare school:

Op het werk:

De app voor op het werk:

stopitapp

  • StopIt werkt?zowel als afschrikmiddel en faciliteert het “Upstander Effect” (ipv het passieve Bystander effect)
  • Stelt scholieren,?studenten en medewerkers in staat om een screen capture, foto of video van aanstootgevend gedrag op te nemen en anoniem op te sturen naar de aangewezen ambtenaren?op school, of vertrouwenspersoon op het werk of daarbuiten.
  • Melden met 1 druk op de knop
  • Echt Anoniem melden
  • Stelt beheerders in staat om kwaadaardige of fictieve meldingen te onderkennen
  • Overal veilig met de GPS-locatie ondersteuning
  • De paniek knop waarschuwt direct instanties met een locatie en eventueel ook vrienden of familie (vertrouwenspersonen)
  • Tweeweg anonieme communicatie met StopIt messenger
  • Ondersteunt push notificatie van tekst en video

Bronnen: CCTV America, StopIt, NJ

Filmende tienermeiden jagen op zakkenrollers

Tienermeiden Sara en Iris uit Rotterdam hebben een bijzondere hobby. In plaats van de gebruikelijke selfies, leggen ze met hun mobiele telefoon zakkenrollers vast. Dankzij hun inspanning heeft de politie Rotterdam in een jaar tijd zeventig zakkenrollers opgepakt.

Ze willen niet met achternaam of leeftijd genoemd worden. ,,Het liefst blijven ze zo anoniem mogelijk”, legt politiewoordvoerder Willemieke de Vos uit.

Het tweetal begon tussen het winkelend publiek op Zuidplein. Inmiddels lopen ze twee dagen in de week rond in het centrum van Rotterdam en hebben ze contact met wijkagent Henri Appeldoorn. Die geeft hen tips. Onveilig is het nooit, stelt de politie. ,,Ze blijven altijd op gepaste afstand, houden met elkaar contact via de telefoon, en wanneer ze een dief in het vizier hebben stappen ze op beveiliging af of bellen ze ons.”

Het tweetal werd niet direct serieus genomen door beveiligers. ,,Inmiddels kennen ze ons bijna allemaal.?

Niet moeilijk

De politie van Rotterdam liet de meisjes ? geanonimiseerd ? aan het woord. Volgens de twee is het niet moeilijk een zakkenroller te ontdekken tussen het winkelend publiek. Hun signalement? De gauwdieven lopen qua mode drie jaar achter, dievegges lopen vaak op ?afgetrapte ballerina?s?, dieven op afgetrapte sportschoenen. En niet onbelangrijk: de straatstropers gedragen zich vreemd. Zo steken ze ?een winkelstraat vaak meerdere keren over en kijken ze vaak achterom?.

De politie van Rotterdam is dolblij met alle hulp. ?Samenwerking met burgers is essentieel?, zegt Willemieke de Vos van de Rotterdamse politie. ?Maar deze meiden hebben zich in korte tijd ontwikkeld tot een zeer gewiekst koppel. Of ze gevaar lopen? Wij denken van niet. Ze zijn tot nu toe nog nooit herkend en als ze het gevaarlijk vinden worden, dan stoppen ze ermee.?

De twee werken inmiddels samen met beveiligers in het centrum van Rotterdam en dragen zo de zakkenrollers aan de politie over. ?Ze leveren dus ?cht een bijdrage aan de veiligheid van de stad?, aldus De Vos.

Bronnen: AD, Trouw, Hart van Nederland

 

App: Reyets

 

Toen Wa’il Ashshowwaf de deur van zijn studentenkamer opende en de politie voor zijn neus stond, veranderde zijn leven voorgoed.?Als eerstejaarsstudent aan de universiteit van New York, 25 jaar geleden, bracht Ashshowwaf net als veel andere studenten een groot deel van zijn tijd door met rondhangen met vrienden. Maar toen hij ervan beschuldigd werd een andere student te hebben aangevallen, kwam er een abrupt einde aan zijn studieperiode.

“Ik kende die student niet. Ik had haar nooit gezien, “zei Ashshowwaf. “Toen de politie mijn kamer binnenkwam om me te arresteren, wist ik dat het een vergissing was, maar toen dacht ik nog dat na een goed onderzoek en proces de waarheid wel boven tafel zou komen.” Die veronderstelling was na?ef en leidde bij Ashshowwaf tot het verliezen van een juridische strijd en hij werd geschorst van de universiteit.

“Toen ik dat doormaakte, liep het niet goed af voor mij. Ik moest van de universiteit af en een langslepende rechtszaak voeren. Ik moest wel een lang proces doorlopen omdat ik mijn rechten niet goed kende.” vertelt hij.? Jaren later, nadat hij zich in zijn carri?re in de bankensector had bewezen, werd Ashshowwaf ge?nspireerd om Reyets op te zetten. Een app voor sociale rechtvaardigheid die plaatsbepalingstechnologie gebruikt en gebruikers informeert over hun rechten. Hij voelde dat het tijd was om een verschil te maken toen hij het nieuws zag over de moord op de politie van Philando Castile tijdens een routinematige verkeerscontrole.

In de afgelopen jaren zijn live-streams van politie-interacties door burgers meer gemeengoed geworden en we hebben er eerder over geblogd. In de zaak Philando Castile gebruikte de vriendin van Castili?, Diamond Reynolds, Facebook Live om de fatale verkeerscontrole op te nemen. Veel politiekorpsen in de Verenigde Staten gebruiken zelf ook?bodycams?om meer transparantie en verantwoording te bieden richting de maatschappij.

 

Reyets heeft ook een livestreaming functie waarmee gebruikers politie-interacties en andere incidenten voor diverse doeleinden kunnen vastleggen. De livestreams kunnen op Facebook en andere social-mediaplatforms worden geplaatst en automatisch wordt een back-up naar de cloud gemaakt. Ashshowwaf denkt dat zonder videocamera’s veel mensen nooit zouden weten van de vele schietpartijen met politie. Gebruikers kunnen incidentmeldingen documenteren en vragen over hun rechten stellen aan chatbots met een paar eenvoudige handelingen. De app maakt gebruik van plaatsbepaling en kunstmatige intelligentie om vast te stellen in wat voor soort situatie de gebruiker zich bevind en welke informatie ze op dat moment vermoedelijk nodig hebben.

“Als je de app gebruikt op het vliegveld, denkt de app dat je meer wilt weten over de flyers of immigratierechten,” zei Ashshowwaf. “Als je op de snelweg bent, gaat het misschien om een ??verkeerscontrole.” Reyets actualiseert voortdurend wetswijzigingen en gebruikers kunnen ook passages markeren als ze onjuiste of verouderde informatie hebben.

“Mensen moeten hun rechten kunnen benutten zonder dat het escaleert,” zei Ashshowwaf. “Reyets biedt een beter begrip van je rechten in elke situatie. Je hoeft niet langer in een situatie terecht te komen zonder je rechten te kennen. ‘

Bronnen:?Reyets, Americaninno

Impact van beeld door Het Nieuwe Melden

Meldingen naar 112 en 0900-8844 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers in Nederland verwachten dat ze binnen vijf jaar met beelden uit meldingen zullen werken. Zegt een beeld meer dan duizend woorden, of resulteert beeld in een verkeerde weergave van een bepaalde situatie? Kan het tot verkeerde beslissingen leiden?

In de publicatie ?Wie kijkt er mee?” verkent TNO de impact van het melden met beelden door burgers bij meldkamers van hulpverleningsdiensten.

Beeld wordt doorgaans alleen gebruikt voor de opvolging van een melding en nog niet als een wezenlijk onderdeel van een (spoedeisende) melding. Hoe kun je dan toch effectief en verantwoord omgegaan met beeld? Hiervoor is een beschouwing nodig van de impact van beeld vanuit diverse invalshoeken: mens, organisatie, proces, technologie, wetgeving en ethiek.

Deze verkenning is een vervolg op de TNO publicatie van Het Nieuwe Melden veschenen in 2016. Hierin worden de nieuwe vormen van melden tot aan 2025 en die meldkamers op termijn drastisch kunnen veranderen, op een rij gezet. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van apps om te communiceren met de meldkamer in opkomst. Daarom is het programma Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) nu bezig met de ontwikkeling van een 112 app. Ook op sociale media is allerlei informatie te vinden. Deze kanalen kunnen in de toekomst misschien gebruikt worden als meldkanaal. De sterk toenemende rol beeld in de maatschappij heeft als gevolg dat we alles vastleggen via de smartphone en andere devices. Foto?s, filmpjes en real-time video?s delen we via sociale media.

Beeld is een overheersend element in socialemediatoepassingen. Het gebruik van beeld in het meldproces is een logisch gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Niet alleen voor het meldkamerdomein, maar ook bij de politie, brandweer en ambulancezorg.

Wil je meer weten over melden met beeld? Download de publicatie ‘Wie kijkt er mee?’ Of bekijk het online:

[slideshare id=84628078&doc=107tnohnmbeeldonline-171221140013&type=d]

Live View

Het benutten van beelden is in de meldkamer is niet helemaal nieuw. Zo wordt al langer gebruik gemaakt van publieke en private camera?s om de omgeving te monitoren in cameratoezichtcentrales.

Met Live View kan de meldkamer van de politie rechtstreeks meekijken met de camerabeelden van een winkelier of horecaondernemer. Als een bedrijf zijn bewakingscamera heeft aangesloten bij een particuliere alarmcentrale, krijgt deze bij onraad via een (alarm)sensor een melding. Een beveiligingsmedewerker van de alarmcentrale kan vervolgens de beelden zien en alle gegevens en de live beelden desgewenst doorschakelen naar de meldkamer van de politie. Door de tussenkomst van de particuliere alarmcentrale ? de poortwachter ? wordt nodeloos uitrukken voorkomen. In de meldkamer kan vervolgens live worden meegekeken. De meldkamer kan ook vragen om (indien mogelijk) de camera te draaien, in te zoomen of een andere camera te activeren en de beelden daarvan te delen. Het aangeboden beeld wordt nu nog niet openomen en moet achteraf worden gevorderd. Beeld opvragen ? bijvoorbeeld ter verificatie van een gaand incident ? van camera?s onder regie van de politie is inmiddels gewoongoed. Voor beelden die zijn gemaakt in de niet-publieke ruimte is dit bewerkelijker.

Live View is oorspronkelijk ontworpen voor het verminderen van het aantal overvallen en het verhogen van het oplossingspercentage. Het is daarmee gericht op het vergroten van de heterdaadkracht. Het idee dat de politie rechtstreeks kan meekijken werkt tevens preventief. Live View is beschikbaar in alle 112-meldkamers en een aantal private bedrijven. Het wordt inmiddels gebruikt voor 112-waardige gebeurtenissen met (nu nog) de nadruk op politiegerelateerde incidenten.

De mens

De gevolgen voor betrokkenen bij een incident kunnen groot zijn. Omstanders en slachtoffers worden immers op beeld vastgelegd, en die informatie gaat alle kanten op. Maar zelfs een dader heeft recht op privacy. Beeld kan een enorme impact hebben op de professional in de meldkamer en de hulpverlener op straat. Beeld kan niet alleen heel schokkend zijn, het kan ook zorgen voor meer werklast. En wat is precies het effect van beeld op een goede besluitvorming?

Het belangrijkste doel van de centralist is zo snel mogelijk de juiste inzet te bepalen en de weg op te sturen. Kwaliteit EN snelheid dus. Snel communiceren met een persoonlijke focus kan heel goed met telefonie, zeker als je getraind bent om goed te luisteren. Na deze eerste fase volgt vaak een verdieping: ?Wat is er precies gebeurd??, waarin belangrijke details over de situatie aan bod komen. Deze complexe boodschappen zijn gemakkelijker over te brengen met een rijker medium.

Beeld kan betekenen dat centralisten zich op andere dingen richten dan ze nu doen in een telefoongesprek. Beeld kan positieve, maar ook negatieve gevolgen voor het meldproces hebben. Uit de cognitieve psychologie kennen we vele valkuilen, ook wel cognitive biases (denkfouten) genoemd, die een rol zouden kunnen spelen bij het introduceren van beeld in de meldkamer. Zoals:

  • Bizarreness effect:?Mensen onthouden verrassende informatie vaak beter.
  • Picture superiority effect:?Concepten uit beelden worden veelal beter onthouden dan concepten uit woorden.
  • Anchoring:?Mensen richten zich soms te sterk op ??n stuk informatie ? vaak datgene dat als eerst binnenkomt ? voor het nemen van een beslissing. Wat zegt dit over de timing van het invoegen van beeld in het meldproces?
  • Empathy gap:?Mensen zijn van nature geneigd de intensiteit van eigen gevoelens of die van de ander te onderschatten. Is het een idee om centralisten zelf te laten bepalen of ze een heftige afbeelding wel of niet willen zien?
  • Framing effect:?De manier waarop informatie wordt gepresenteerd kan be?nvloeden welke conclusies iemand trekt.

Het meldproces

We onderzoeken nu al de impact van beeld op het huidige 112-protocol. Beeld geeft namelijk niet alleen antwoorden, maar stelt ons ook in staat de juiste vragen te stellen. Past het 112 protocol zich aan op het beeld, of ontstaat er vanuit het protocol regie op het beeld? En is er nog wel een protocol mogelijk bij al die ongestructureerde grote hoeveelheden beelden die binnenkomen?

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, en dus kan het voor de centralist tijd schelen om duidelijk te krijgen waar een melding over gaat. De centralist heeft zo misschien ook meer zekerheid over de verkregen informatie. Omdat beeld een universele taal is, is het uitermate geschikt voor meldingen door een grote doelgroep, waaronder anderstaligen. Het gebruik van beeld heeft echter ook nadelen. Doordat de drempel om te melden lager is, kan dit leiden tot nepmeldingen of misbruik. Bovendien kan beeldmateriaal worden gemanipuleerd of kan een melder oud beeldmateriaal gebruiken om te suggereren dat het om een actueel incident gaat. Verder kunnen heftige beelden grote impact hebben op de centralist zelf. Het bekijken van foto-en videomateriaal kan ook meer tijd kosten, omdat dit veel aandacht vraagt.

De overheid als organisatie

De overheid trekt zich terug. Ook moeten steeds minder mensen steeds meer doen. Dat vraagt om prioriteiten. De overheid zal dus keuzes moeten maken: welke taak is aan de overheid, en welke wordt belegd bij burgers en het bedrijfsleven? De samenwerking tussen de overheid, bedrijfsleven en burger zal hoe dan ook worden ge?ntensiveerd. Meer dan 97% van alle camera?s is in private handen. Met het internet der dingen wordt dat alleen maar meer. De rol en de taak van burgers, bedrijfsleven en overheid kan voor specifieke situaties in de toekomst verschuiven. Volgens de wetenschap kosten meer natuurlijke vormen van communicatie zoals beeldbellen minder energie. Ook zijn ze effectiever. Ofwel, hoe rijker het medium, hoe geschikter om een ingewikkelde boodschap over te brengen. Maar geldt dit ook voor de meldkamer? Centralisten en observanten zullen aan steeds hogere eisen moeten voldoen als ze gaan werken met beeld. Waar een centralist het nu alleen met audio moet doen, kan hij straks ook gebruikmaken van beelden. Een observant zal steeds meer camerabeelden moeten uitkijken, weliswaar geholpen door de techniek, maar door de explosieve toename van beschikbare beelden zal dit een blijvende uitdaging zijn. Er is dus regie op het aanbod nodig.

Technologie
Burgers en sensoren (camera?s) produceren enorme hoeveelheden beeld. Hoe kan de meldkamer die hoeveelheden verwerken en analyseren? Hoe gaan we dat technisch oplossen met internettechnologie? Het proces moet namelijk niet alleen snel en gemakkelijk zijn, maar ook betrouwbaar. ?No lost calls? wordt nu ?No lost data?.

Steeds meer hulpverleners, drones en voertuigen worden uitgerust met camera?s die beelden opnemen en streamen. De camera is een van de meest veelzijdige sensoren en zorgt in veel van die apparaten voor de mogelijkheid om te reageren op gebeurtenissen in de omgeving. Er zijn?allerlei technologie?n om beelden vast te leggen, te verwerken, verrijken, interpreteren of te cre?ren.

De ontwikkelingen in de technologie voor automatische en real-time interpretatie van beelden zitten momenteel in een stroomversnelling, omdat er steeds meer beelddata beschikbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de detectie van afwijkend gedrag en het herkennen van sentimenten van een groep mensen of een enkel individu. Op basis van ?visuele intelligentie? die computers opbouwen uit grote beeldbanken is het mogelijk nieuwe visuele informatie te interpreteren en om te zetten in natuurlijke taal, zodat mensen de juiste beslissingen kunnen nemen voor opvolging.

Valse beelden

Beelden worden steeds vaker gemanipuleerd en zullen de meldkamer binnenkomen. Een neptoespraak van president Trump op Facebook is grappig, maar iemand anders kan dezelfde technologie gebruiken om diens reputatie te beschadigen en een crisis te veroorzaken. Manipulatietechnieken die vroeger alleen haalbaar waren voor experts, kunnen zomaar als app beschikbaar komen voor het grote publiek. Iedereen kan dan iemand anders ouder laten lijken (Face-app), de toespraak van een bekend persoon manipuleren (Stanfords Face2Face) of een schilderij maken (deepart.io). En dat terwijl deze geavanceerde technologie nog maar net is ontwikkeld. Iedereen kan nu met ?deep learning?-algoritmes zijn eigen huis schilderen in de stijl van van Gogh. De toekomst van manipulatiedetectie voorspellen is daarom lastig.

Nu is het nog eenvoudig om bepaalde manipulaties te detecteren, omdat de populaire tools zijn gebaseerd op duidelijk zichtbare eigenschappen in het beeld. Maar de detectiestrategie?n zijn te omzeilen. Het is vooral moeilijk te voorspellen wanneer de noodzakelijke tegenmaatregelen ? tools voor in de meldkamers, voor journalisten en voor burgers ? beschikbaar komen en andersom, in welke mate kwaadwillenden gebruik gaan maken van dergelijke geavanceerde technieken.

Toch is de mens nog hard nodig in duiding van beelden, want computers en Artificial Intelligence gebruiken rekenregels die meestal uitgaan van situaties uit het verleden. Daarom worden in de humanitaire hulp zogenaamde crisismappers en andere digitale hulpverleners massaal ingezet om foto?s te taggen of op een kaartje te plotten. Een voorbeeld hiervan is het platform CrowdCrafting, dat dient om burgers te vragen berichtgeving, bijvoorbeeld op de sociale media of beelden van drones, uit een rampgebied nader te duiden.

Wetgeving

Voor het melden met beeld gelden dezelfde regels als voor gegevensverzameling in het algemeen. Er is in principe geen onderscheid in het soort beeld: foto, video of real-time streaming. Voor stelselmatig opnemen gelden andere regels dan voor incidentele beelden die op de meldkamer binnenkomen. Ook burgers en bedrijven mogen niet zomaar de hele dag in de openbare ruimte, nog los van de vraag of het ethisch wel klopt om anderen herkenbaar vast te leggen en die beelden te delen. Voor het gebruik van de ontvangen informatie zijn minder regels van toepassing, mits die informatie verkregen is voor een duidelijk doel.

Ethiek

Er is met het benutten van beeld van alles mogelijk. Maar wat is wenselijk? Hoe kan het gebruik van beeld bijdragen aan een vrije, rechtvaardige en open samenleving? Er zijn drie kernwaarden die in gevaar kunnen komen bij het gebruik van beeld, namelijk: vrijheid, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid.

Op maatschappelijk niveau speelt de privacy door de drie kernwaarden heen. Als iemand mij op straat filmt of fotografeert kan dat tot privacybezwaren leiden en kan ik me minder vrij voelen. Als een algoritme mensen op basis van foto?s in bepaalde categorie?n indeelt kan dat leiden tot discriminatie. Als de politie allerlei databronnen met elkaar koppelt zal men dat moeten kunnen uitleggen, en daarover verantwoording afleggen.

Overigens ervaren we privacy steeds anders. Achter de voordeur willen we volledige privacy, tenzij we in nood verkeren, dan mogen hulpdiensten zomaar binnenkomen. Zodra we op straat komen leveren we privacy in. Bij veiligheidscontroles op het vliegveld leveren we veel privacy in voor de veiligheid. Privacy is dus dynamisch en contextafhankelijk.

We willen dat organisaties verantwoording kunnen afleggen over hun manier van werken (accountability), en we verwachten transparantie. Meldingen komen nu nog binnen via de telefoon. De centralist vraagt uit via een protocol en kan op een scherm aantekeningen maken en bronnen raadplegen. Met beeld verandert dat. De centralist moet dan ook de binnenkomende beelden interpreteren. Hoe snel en nauwkeurig moet dat en hoe is dat in een protocol te vatten? Ze moeten dus afwegingen maken: snelheid versus nauwkeurigheid, privacy versus veiligheid.

Beeldenstorm

In 2025 is het de gewoonste zaak van de wereld om op allerlei manieren met beeld te communiceren. Dat wordt nu ook al volop gedaan. Facebook, YouTube, Instagram en Snapchat zijn voorbeelden waarmee jong en oud elkaar informeren met stilstaand en bewegend beeld.

In de TNO publicatie zijn voor een viertal totaal verschillende leefwerelden incidentscenario?s ontwikkeld waaruit consequenties voor beleid, uitvoering en burgers zijn uitgewerkt. Deze vier geschetste toekomstvisies leiden tot prioriteiten waar altijd rekening mee moet worden gehouden (zogenaamde ?no regrets?). Deze zijn in de tijd geplaatst vormen daarmee een roadmap. Gekoppeld hieraan zijn er een aantal dilemma?s die te vertalen zijn in beleidskeuzes voor hoe de overheid zich in de toekomst wil ontwikkelen. ?De roadmap is daarmee geen eindpunt, maar slechts een begin: het is een eerste aanzet in het beleidsproces, een discussie met als doel de complexiteit te reduceren tot een iteratief/incrementeel innovatieplan, om daarmee de menselijke maat te waarborgen in het innovatieproces.

Er is veel behoefte aan experimenten die verder gaan dan het oude reactieve handelen binnen meldkamers. Als meldkamers straks een permanent beeld hebben, in letterlijke en figuurlijke zin, kunnen we dan ook situaties vroegtijdig signaleren of voorkomen? Beeld kan helpen om de noodzakelijke transitie binnen de meldkamer te realiseren. Van reactief naar proactief en misschien zelfs preventief. En als dit kan, hoe ziet de meldkamer er dan uit? Welke keuzes moet je vandaag maken om voorbereid te zijn op morgen? Alleen door te leren en te experimenten kunnen we de juiste richting bepalen.

Deze verkenning met diverse vormen van impact, de visies uit de leefwerelden en de roadmap vormen belangrijke input voor de huidige beleidsvorming van de overheid.

Bron: TNO

App: ACLU Blue

Het ACLU, ofwel American Civil Liberties Union, uit Texas heeft onlangs de ‘ACLU Blue’ app (?iTunes store?en Google Play Store) gelanceerd.

De app is ontworpen om “het giswerk uit de politie-interacties” te verminderen en burgers eenvoudiger toegang te geven tot hun burgerrechten, zoals “Wat te doen als de politie gestopt heeft,” “je recht op het filmen van de politie” en “je rechten aan de grens (met Mexico).”. Met de app kun je live streamen of opnames maken en een verslag maken van incidenten die naar voren komen uit de interactie met de politie.

Het doel is volgens ?ACLU Texas Senior Strategisch adviseur Matt Simpson om Texanen meer inzicht te geven in het handelen van zowel burgers als de politie en hoe ze met elkaar omgaan. ?”Onze hoop is dat we in een tijd leven waarin we niet hoeven te debatteren over wat er is gebeurd tussen burgers en de politie,” zei hij. “We kunnen nu beter ge?nformeerd debatteren of de acties van burgers of politie geschikt waren of we kunnen momenten waarin agenten het juiste hebben gedaan vastleggen en gebruiken als voorbeeld.”

Alle video’s die op de app worden gemaakt, worden opgeslagen op de telefoon van de gebruiker, maar kunnen ook live gestreamd worden naar de ACLU-run servers waar ACLU-leden de video’s zullen beoordelen en ze naar YouTube doorsturen als ze dat nodig vinden. Simpson hoopt dat de app gaat helpen in de verantwoording die de politie moet afleggen, maar benadrukte dat het juist een ??positief effect kan hebben op de wetshandhaving, zeker met goede voorbeelden. “Deze app moet mensen ook de kans geven om ‘atta boy’ te zeggen voor politieagenten die gewoon goed werk doen”.

??? ???

Bronnen: KVUE

 

App: Mobile Witness

Mobile Witness (Android) is een app voor het verzamelen van bewijs met behulp van je mobiele telefoon. Je kunt als burger bewijs opnemen door een foto, filmpje of audiofragment op te nemen, maar er ook een getuigenverklaring mee opnemen, om ze vervolgens te uploaden. Om te voorkomen dat voor daders duidelijk wordt dat je opneemt, gaan opnames gewoon door als het scherm is uitgeschakeld. Maar de app prijst zichzelf in de markt met meer toepassingen, zo kun je het ook gebruiken om het handelen van de politie op te nemen.

Toch is de app vooral bedoelt om mensen die je lastig vallen of zelfs aanvallen op te nemen. Zelfs als je telefoon wordt afgepakt zijn de beelden online al veilig gesteld.

Normale apparaten en apps zijn niet echt geschikt voor het verzamelen van degrlijk bewijs. Ze maken vaak een geluidje, het scherm blijft aan of je moet wachten tot de opname is gemaakt alvorens het te kunnen versturen. En met andere apps kun je de online veiliggestelde opnames weer eenvoudig wissen. Mobile Witness heeft deze problemen proberen te ondervangen. Bij de opnames wordt de locatie ook toegevoegd en je kunt kiezen of je de opnames wilt plaatsen in diverse diensten als Dropbox, Google Drive, OneDrive of persoonlijke servers. De app verzamelt geen persoonlijke gegevens van je, niet in de opnamen en niet in de metadata en je blijft baas van je eigen bestanden.

Bronnen: Mobile Witness

Moordvideo’s op Facebook

facebook live

Beelden van moord?in een online streaming video

Live video als logisch vervolg op de selfie.?Een Thaise man zette afgelopen week een filmpje op Facebook gezet waarin hij zijn elf maanden oude dochter om het leven brengt. De vader werd later levenloos gevonden naast het lijk van zijn dochter. De beelden hebben ongeveer 24 uur op het sociale netwerk gestaan voordat ze werden opgemerkt en verwijderd, meldt de Thaise politie. Op de beelden was te zien hoe Wuttisan Wongtalay een touw om de nek van zijn dochter doet en haar vervolgens wurgt. Daarna gooit hij het levenloze lichaampje vanaf de bovenste verdieping van een verlaten gebouw in de stad Phuket. Volgens een woordvoerder van de Thaise politie was de man bang dat zijn vrouw niet meer van hem hield en hem wilde verlaten.

Facebook onder vergrootglas?

Een nieuw incident legt Facebook andermaal onder het vergrootglas. Facebook belooft beterschap en strengere controle na de uitgezonden moord op zijn netwerk. Maar zijn die maatregelen afdoende? Nee, zeggen Nederlandse experts.

Op de video is te zien hoe de 37-jarige Steve Stephens uit Cleveland zichzelf filmt in zijn auto. ‘Ik heb iemand gevonden die ik ga doden’, zegt hij tegen de camera. ‘Ik ga deze man hier doden. Hij is nog oud ook.’ Stephens stapt vervolgens uit en vraagt een 74-jarige man de naam van zijn vriendin te noemen. Als het slachtoffer dat doet, vertelt Stephens hem dat deze vriendin de reden is dat hij wordt doodgeschoten. Een smeekbede helpt niet: Stephens schiet hem door het hoofd.

Moordenaar pleegt zelfmoord

Steve Stephens heeft zich volgens de politie in Pennsylvania dinsdag van het leven beroofd. Dit zou zijn gebeurd tijdens een ‘korte achtervolging’. Volgens de politie schoot Stephens zichzelf dood in Erie County, vlakbij de grens met Ohio, nadat door de politie een klopjacht op hem was ingezet.

De video is onderdeel van een sinister drieluik. In de eerste upload om 14.09 uur (lokale tijd) vertelt Stephens dat hij van plan is een moord te plegen. Twee minuten later komt de video met de schietpartij online en om 14.22 uur start Stephens een live-uitzending waarin hij de moord bekent. De eerste melding komt kort om 14.27 uur binnen bij Facebook, kort na afloop van de live video.

Uiteindelijk haalt Facebook de video pas na een uur of twee offline, wat Facebook op harde kritiek is komen te staan. Het bedrijf was er maandag snel bij om beterschap te beloven: de beoordeling moet sneller en beter. Facebook is naar eigen zeggen erg afhankelijk van meldingen van zijn gebruikers bij het offline halen van materiaal. De pogingen om kunstmatige intelligentie hiervoor in te zetten zijn nog primitief.

Spiegel?

Beelden uit de Facebook Live-video van de man die in Cleveland (Ohio) een voorbijganger neerschoot.
Beelden uit de Facebook Live-video van de man die in Cleveland (Ohio) een voorbijganger neerschoot. ? REUTERS

De vraag is in hoeverre Facebook verantwoordelijk kan worden gehouden voor wat er op zijn netwerk gebeurt. Zelf heeft het bedrijf jarenlang volgehouden dat het slechts een spiegel is van de werkelijkheid, inclusief zijn donkere kanten, waarvoor het neutraal gereedschap biedt. “Persoonlijk, emotioneel, rauw en instinctief”, zo moest Facebook Live worden,?zei?Mark Zuckerberg vorig jaar vlak na de lancering van zijn nieuwe videoplatform. “Mensen willen op deze manier met elkaar communiceren. Het is live, het kan op geen enkele manier gecureerd worden. En om deze reden bevrijdt het mensen, opdat ze zichzelf kunnen zijn.” Pas de laatste maanden is het bedrijf gaan schuiven, bijvoorbeeld bij het aanpakken van nepnieuws. Opperbaas Zuckerberg gaf vorig jaar, bij de introductie van Facebook Live, nog geen blijk van zorgen over de negatieve kanten. ‘Omdat het live is, kan het onmogelijk worden opgeschoond. En juist vanwege dit livekarakter dwingt het mensen zichzelf te zijn.’

“Het is een afschuwelijke misdaad, een waar geen plek voor is op Facebook en die indruist tegen ons beleid en alles waar we voor staan,”?zegt Justin Osofsky, vice president global operations bij Facebook, in een?blogpost. “We weten dat we het beter moeten doen”. In zijn?manifest?schrijft Zuckerberg dat kunstmatige intelligentie de oplossing moet bieden.

Het neurale netwerk moet in de nabije toekomst zo slim zijn dat het geheel zelfstandig zelfmoorden en pesterijen in (live)video’s vroegtijdig signaleert en daar waar mogelijk voorkomt. Facebook is nu te afhankelijk van de goodwill van zijn gebruikers. Zij moeten aangeven of bepaalde content wel of niet door de beugel kan. Met miljarden gebruikers die allemaal de mogelijkheid hebben om een gebeurtenis live te streamen is dit een onbegonnen taak. Er is altijd wel iets dat door het netwerk van ogen heen glipt.

Het bedrijf beloofde (voor de zoveelste keer) strengere controles en n?g meer software om wraak- dan wel kinderporno sneller op te sporen en te verwijderen. Maar keer op keer blijkt dat mens en machine falen, hoe choquerend sommige beelden en boodschappen ook zijn. Er glipt nog steeds van alles door de mazen van het net, van kinderporno via executies en onthoofdingen in Raqqa tot live gestreamde gang bangs. Volgens de moderatoren van Facebook schonden die beelden de gedragscode van Facebook niet, terwijl ze overduidelijk in strijd zijn met de wet.

Volgens Zuckerberg is live video het perfecte medium om ‘ruw en instinctief’ materiaal te plaatsen. De eerdere incidenten met live uitgezonden verkrachtingen en een neergeschoten verdachte zetten deze woorden in een wat ander daglicht. Horen dit soort beelden er nou eenmaal bij of moet Facebook zijn verantwoordelijkheid nemen?

Jeroen van den Hoven – hoogleraar ethiek & techniek aan de TU Delft

‘Facebook slechts een spiegel? Onzin. Facebook geeft iedereen een supermegafoon om alles ongefilterd de wereld in te slingeren. Daarmee grijpt Facebook echt in de wereld in, in de manier hoe we met elkaar omgaan. Bovendien: ook iemand die een spiegel ophangt, heeft zijn verantwoordelijkheid. Het gaat hier om de kwaliteit van de samenleving en de democratie. Als Zuckerberg al zijn mooie woorden in zijn manifesten serieus neemt, maakt hij hier werk van. En als dat betekent dat ze moeten stoppen met Facebook Live, dan zij dat zo.’

Jan van Dijk – mediahoogleraar Universiteit Twente

‘Helemaal stoppen met live video gaat me veel te ver. Ik zie Facebook Live als een stuk gereedschap dat voor goede zaken, maar ook voor slechte kan worden ingezet. Facebook is de laatste tijd wat aan het bijdraaien, onder druk van de politieke opinie, maar ik heb niet de indruk dat dat van harte gaat. Voor een bedrijf dat totale transparantie propageert is hun eigen geslotenheid nogal wrang. We zijn overgeleverd aan de regeltjes en algoritmes van Facebook, zonder dat we weten wat de regels precies zijn. D?t is het grote probleem.’

Coen Simon – Filosoof en schrijver

‘Technologie, en zeker die van de sociale media, is van invloed op de inhoud van onze publieke mening. Techniek is niet neutraal: techniek roept bepaald gedrag op. Bij deze moord is het publiek een onderdeel van de daad. Zonder het publiek bestaat deze actie niet. Maar mijn bezwaren zijn breder. Ik heb er moeite mee dat een grote commerci?le organisatie als Facebook zo’n belangrijke publieke functie heeft. Het is de taak van de overheid de publieke ruimte veilig te houden. De overheid moet dus ook social media faciliteren, net zoals met de publieke omroep gebeurt. Een overheids-Facebook dus. Ja, ik ken de staat van dienst van de overheid op it-gebied, dus dit klinkt als een horrorscenario. Maar het is de enige oplossing.’

Esther Keymolen – techniekfilosoof aan de Universiteit Leiden

‘Facebook is m??r dan een neutraal doorgeefluik en moet dus ook zijn verantwoordelijkheid nemen. 100 Procent veiligheid kan met livevideo niet geboden worden, maar Facebook kan absoluut meer doen dan nu het geval is. Het grootste probleem met Facebook is dat het niet transparant is over zijn regels. We moeten ze maar op hun blauwe ogen geloven als ze zeggen dat ze er alles aan doen. Met het aanpakken van nepnieuws zei Facebook lange tijd ook dat dit niet kon worden aangepakt. Dat was niet vol te houden. De eerste stap? Laat buitenstaanders maar eens meekijken, om zo inzicht in de procedures te krijgen.’

De lijst van misstanden die via Facebook Live worden uitgezonden neemt inmiddels schrikbarende vormen aan:

13 juni 2016: De 25-jarige radicale moslim Larossi Abballa steekt in een voorstad van Parijs een politieagent en zijn vrouw dood. In het huis van het echtpaar, waar ook zich ook een driejarig kind bevindt, maakt hij een dreigvideo die hij live via Facebook uitzendt.

6 juli 2016: Philando Castile wordt aan de kant gezet vanwege een kapot achterlicht en wordt neergeschoten door de politie op het moment dat hij zijn rijbewijs wil pakken. Zijn vriendin zendt de hele gebeurtenis live uit op Facebook.

26 juli 2016:?Shanavia Miller slaat haar 16-jarige dochter Nia 4 minuten lang voor het oog van de camera. Nia zou sexy foto’s van zichzelf en haar vriendje op Facebook hebben geplaatst, waar haar moeder duidelijk niet achter staat. Aan het eind van de video doet Miller haar haar goed en zegt ze: ?”Jullie moeten me helpen om deze video viral te laten gaan, alsjeblieft deel hem. Want ik ben nog niet klaar. Nu kan iedereen op social media zien wat voor een sukkel je bent. Je hebt mij voor schut gezet, terwijl ik er alles aan doe om een goede ouder te zijn!”

10 oktober 2016:?Erdogan Ceren, een 22-jarige Turk, schiet zichzelf door het hoofd tijdens een livestream nadat zijn vriendin de relatie met hem verbroken heeft. Voordat hij de trekker overhaalt zegt hij: “Niemand geloofde toen ik zei dat ik zelfmoord zou plegen. Dus kijk dit.”

30 december 2016:?Na pesterijen op school en seksueel misbruik door een familielid, deelt Katelyn Nicole Davis haar zelfmoord in de tuin van haar ouderlijk huis met haar volgers. Op de video is te horen hoe familieleden haar naam roepen terwijl ze haar zoeken.

3 januari 2017:?In een half uur durende Facebook Live uitzending is te zien hoe vier jongeren een verstandelijk beperkte man vastbinden, martelen en uitschelden.

19 januari 2017:?Shayla Rudolph toont tijdens een live-uitzending op Facebook hoe ze haar 2-jarige zoontje tot stilte maant door hem met behulp van plakband aan de armen en het hoofd aan de muur te kleven.

21 januari 2017:?In een besloten Facebookgroep kijken circa 200 mensen live naar de groepsverkrachting van een Zweedse vrouw door drie mannen. De beelden worden al snel buiten de beslotenheid van de groep gedeeld. Een van de kijkers alarmeert uiteindelijk de politie die de daders snel weet op te pakken.

22 januari 2017:?Het 14-jarige meisje Nakia Venant zendt via Facebook uit hoe zij zichzelf van het leven berooft in de badkamer van het huis van haar pleegouders. Een kijker sloeg alarm, maar hulpdiensten komen te laat om haar te redden.

23 januari 2017:?Acteur Frederick Jay Bowdy schiet zichzelf door het hoofd terwijl hij via Facebook Live aan het uitzenden is. Een familielid in een andere staat waarschuwt de politie, maar deze is te laat om de zelfmoord te voorkomen.

20 maart 2017:?De groepsverkrachting van een 15-jarig meisje door 5 tot 6 mannen wordt uitgezonden via Facebook Live. Naar de uitzending kijken zo?n 40 mensen.

3 april 2017:?De 23-jarige Arjun Bharadwaj springt van de 19e verdieping van een hotel in Mumbai zijn dood tegemoet. Vlak daarvoor legde hij via Facebook Live uit?hoe?je zelfmoord moet plegen.

Hartverscheurend

Zuckerberg noemt de voorvallen ,,hartverscheurend? en schrijft verder ,,Ik heb nagedacht over hoe we het beter kunnen doen voor onze online gemeenschap?. Na de moord in Thailand zei de politie in dat land dat het op zoek ging naar betere mogelijkheden om sneller geweldvideo’s offline te halen. De Facebook-oprichter lijkt geluisterd te hebben naar deze wens en wijst er op dat de extra inzet moet bijdragen aan het snel offline halen van foute video’s.

De 3.000 extra controleurs komen bovenop een team van 4.500 mensen dat al dagelijks gerapporteerde inhoud op Facebook nakijkt. Het moet ook makkelijker worden om video aan te geven bij het controleteam en Zuckerberg wijst er op dat het bedrijf vlotter actie wil gaan ondernemen. ,,Of het nu gaat om snel reageren bij iemand die hulp nodig heeft of het weghalen van een post?.

Video, tekst en foto?s die geweld promoten of verheerlijken zijn in strijd met de voorwaarden van Facebook. Toch worden ze vaak niet zo snel weg gehaald. Met de duizenden extra krachten wil het Amerikaanse bedrijf nu beter kunnen reageren. Eerder waren er ook klachten over de bestaande controleurs. Die zouden soms kritische, maar verder onschuldige, plaatjes veel te snel verwijderen.

Onderschat het werk van dergelijke content moderators niet, bekijk bijvoorbeeld onderstaande documentaire eens:

En het online posten kan ook voordelen hebben, er zijn meer getuigen of het kan zelfs voorkomen worden. Zoals onderstaand voorbeeld van een zelfmoordpoging: