Tagarchief: nieuwe melden

Videobellen naar 112?

Tekst?Charlotte van den Berg,?Foto?Rob Acket

Wie alarmnummer 112 belt, krijgt een hulpverlener van de meldkamer aan de telefoon. Deze centralist luistert en informeert zo goed mogelijk om snel te bepalen welke hulp nodig is. Hoe mooi zou het zijn als de beller niet alleen kan beschrijven wat er speelt, maar de noodsituatie ook kan laten zien? Deze manier van melden ? m?t beeld – is dit najaar getest met centralisten in twee meldkamers. ?Wat telt is hoe het w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol.?

Wanneer een centralist iemand aan de telefoon krijgt, is het eerste doel: zorgen dat de juiste hulpverlening op de plek belandt waar hulp nodig is. Ambulance, brandweer, politie en marechaussee (of alle vier) moeten zo snel mogelijk de juiste kant op. Zodra eerste hulp onderweg is, vraagt de centralist verder. Hoe is de situatie nu? Hoe reageert een slachtoffer? Alle informatie wordt vermeld in een centraal systeem waar meerdere hulpdiensten uit kunnen putten.

Mobiel

?Als een melder foto?s of filmpjes heeft die de situatie kunnen verduidelijken, wil je zulk beeld als hulpdienst natuurlijk gebruiken?, vertelt Marjan Dol, directeur van?meldkamer Noord-Nederland. Maar hoe krijg je die beelden goed en snel de meldkamer in? ?Als iemand ons nu beelden wil sturen, lossen we dat hier op dit moment praktisch op: we geven het nummer van een mobiele telefoon van de meldkamer en bekijken de beelden daarop. Ik houd wel van die pragmatische aanpak; wat telt is dat we iemand zo snel en goed mogelijk te hulp kunnen komen.?

‘Het kan toch niet zo zijn dat we als meldkamer alleen de telefoon kunnen opnemen?’

Marjan Dol, directeur van meldkamer Noord-Nederland in Drachten

Wil je beeld structureel, goed en snel gebruiken, dan moet melden met beeld een solide plek krijgen op het computerscherm van de centralisten. En dat willen de meldkamers, omdat ze op die manier zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij mensen die hulp zoeken. Dol: ?Het kan toch niet zo zijn dat we alleen de telefoon kunnen opnemen? Daarom willen we graag meedoen aan experimenten die alle meldkamers beter laten aansluiten bij de samenleving.? Bij jongeren bijvoorbeeld, die gewend zijn elkaar foto?s en video?s te sturen. ?De samenleving communiceert al met beelden. Wat je zou willen is dat de melder in staat is dat beeld snel aan ons over te brengen, in aanvulling op het telefoongesprek. Zodat je als melder je camera kunt aanzetten en de beelden?live?kunt laten zien aan onze centralist.?

Camerabeelden

Meldkamers maken al gebruik van beelden: livebeelden die gemaakt worden door openbare camera?s, politiehelikopters of ?drones. Maar de hulpverleningsdiensten willen meer, vertelt Dol: ?Je zorgt als meldkamer dat je de basis van je werkzaamheden op orde houdt, zodat je betrouwbare hulpverlening kunt bieden. Daarnaast is het belangrijk je bezig te houden met onderzoek, zodat je met innovaties en ontwikkelingen ook in de toekomst de goede dingen blijft doen.? Daarom staat ook de?Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) achter meer gebruik van beeld.

Levensecht

Voor het experiment, dit najaar gehouden in meldkamers van Noord-Nederland en Noord-Holland, zijn acht levensechte meldingen nagebootst door acteurs. Deze fictieve meldingen bevatten zo veel mogelijk elementen van een gecompliceerde noodsituatie. Groot verschil met eerder onderzoek: de twaalf centralisten konden nu ook gebruik maken van foto?s, video?s en zelfs live beeld van de calamiteit. Beeldmateriaal dat zogenaamd gemaakt is door de melder aan de telefoon.

Regie

Alle centralisten waren na afloop van het experiment positief: het gebruik van beeld gaat volgens hen werken in de praktijk. Vooral een verbinding die het mogelijk maakt rechtstreekse beelden van de noodsituatie te zien, helpt hen met meer zekerheid in te schatten wat er gebeurd is. En ook in welk perspectief ze de melding moeten zien. Want wat voor een melder een gigantische wond is, kan voor de centralist heel anders zijn.

De belangrijkste ervaring die de centralisten deelden, was dat ze zelf regie willen behouden: ze willen zelf bepalen of en wanneer ze beeld te zien krijgen. ?Zodat zij vanuit hun vakmanschap kunnen beoordelen wanneer het zien van beelden kan helpen en in welke situatie het alleen zou afleiden?, aldus Dol.

Scherp

Voldoet de huidige situatie in de meldkamers dan niet? Dol: ?Op basis van de woorden van de beller analyseren centralisten een noodsituatie. Ze zijn daar geoefend in en doen dat uitstekend. Maar het blijft zo dat je gebaseerd op wat je hoort, een beeld vormt dat altijd enigszins afwijkt van de werkelijkheid. En wat telt is natuurlijk hoe het buiten w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol. Het helpt ons zo veel mogelijk feitelijke informatie naar boven te krijgen en daarmee de situatie zo scherp mogelijk te krijgen. Daarom gaat het werken met beeld echt helpen.?

Melden met Beeld

Een ander experiment in dezelfde meldkamers testte het effect dat beeld heeft op centralisten zelf. Hoe belastend is het voor hen om een werkdag lang geconfronteerd te worden met heftige beelden? Dol: ?Stel je voor dat je in de meldkamer de hele dag beelden ziet van gewonde mensen. Ik vergelijk het altijd zo: een centralist maakt op een dag ongeveer vijftig keer zo veel mee als hulpverleners die op straat werken. Daar bestaat dus wat zorg over.? Samen zullen de?twee experimenten?antwoord geven op de vraag: ?Wanneer heeft welk soort beeld impact bij het doen van een 112-melding en welke impact is dat??

Bron: JenV Magazine 2018 nr4

Dark social & webagenten: zo gaat de politie om met social messaging

Politie-social-messaging-1170x350

Hieronder een gastbijdrage van Rick de Haan, met een artikel dat eerder is geplaatst op Frankwatching.?

Als de politie iets geleerd heeft van het experimenteren met social media, is het wel dat het online landschap continu verandert. Hyves kwam op en verdween en Snapchat en Instagram zijn momenteel de beste kanalen om jongeren te bereiken. Was Twitter ooit het beste platform om als politie online interactie aan te gaan met burgers, nu is dat Facebook. Daarna kwam de ontwikkeling van het open online gesprek naar besloten platformen, dark social. Zoals bijvoorbeeld WhatsApp met intussen bijna 7000 buurtpreventiegroepen, waarin burgers gezamenlijk zorgdragen voor leefbaarheid en veiligheid in de buurt.

Voor de politie is social messaging dan ook een onmisbare manier om naast fysiek ook online waakzaam en dienstbaar te kunnen zijn. In dit artikel deel ik de acties en uitdagingen van de politie met social messaging. Ook werp ik een blik op de toekomst, welke rol kunnen chatbots hierbij gaan spelen?

Politie past zich aan

De politieorganisatie is geen start-up die nieuwe innovatieve methoden in een handomdraai kan toepassen, om mee te bewegen in de stroom van technologische ontwikkelingen. In een organisatie met 65.000 medewerkers met de nodige hi?rarchie is dat al lastig, laat staan wanneer je als organisatie te maken hebt met wet- en regelgeving die de privacy van burgers hoog in het vaandel heeft staan.

Zo heeft de politie meer restricties dan pers of burgers als het gaat om het delen van content. De Wet op de Politiegegevens vereist bijvoorbeeld dat we data op een veilige manier opslaan (en vooral niet te lang bewaren). De Wet Bescherming Persoonsgegevens schrijft voor dat de informatie die wij verstrekken in principe niet herleidbaar mag zijn naar betrokken personen.

Het ligt voor de hand om de wijkagent uit te nodigen in WhatsApp-groepen. Maar dit betekent opeens dat van de wijkagent wordt verwacht dat hij of zij 24/7 klaarstaat om te reageren en meldingen door te geven aan de meldkamer. Die verwachting kan niet worden waargemaakt, want de wijkagent draait tijdens het werk ook de nodige uurtjes mee op de noodhulp, neemt aangiftes op, lost burenruzies op, overlegt met verenigingen en lokale overheden en is bovendien ook nog wel eens vrij! Een verdachte situatie in een app-groep melden, zal dus altijd vergezeld moeten worden van een telefoontje aan 112, of de wijkagent nu wel of niet in de WhatsApp-groep zit. En degene die de wijkagent meer op straat wil zien, zal hopelijk begrijpen dat de wijkagent misschien geen tijd heeft om alle appjes in de lokale WhatsApp-groepen door te lezen.

>> Facebook verdient geld aan onze data, en geld is niet zelden reden genoeg om bepaalde principes te wijzigen.

Overigens stelt WhatsApp de politie voor n?g een dilemma: de privacy van de contacten op de diensttelefoons van de politie. Immers, om WhatsApp te mogen gebruiken deel je al je contactgegevens met moederbedrijf Facebook. Als politieambtenaar heb je naast telefoonnummers van collega?s ook contactgegevens van aangevers, slachtoffers of verdachten op je telefoon staan. Hoewel Facebook nu heeft aangegeven dat WhatsApp-contactgegevens niet worden gebruikt voor vriendschapssuggesties op Facebook, is dat geen uitgangspunt dat tot in lengte van jaren zal worden volgehouden. Facebook verdient geld aan onze data, en geld is niet zelden reden genoeg om bepaalde principes te wijzigen.

Webcare voor de politie

Maar laat ik niet vervallen in het denken in onmogelijkheden. WhatsApp schijnt op dit moment druk bezig te zijn met het openstellen van hun API voor zakelijke toepassingen. Daarop sorteert de politie nu al voor. In de eenheid Zeeland West-Brabant wordt vanuit het Regionaal Servicecentrum (waar normaal gesproken alle lokale telefoontjes naar 0900-8844 worden behandeld) druk gewerkt aan het verbeteren van de webcare. Er loopt onder meer een veelbelovend experiment met een Whatsapp-nummer.

Ook op lokaal niveau experimenteren diverse basisteams met een WhatsApp-nummer of Facebook Messenger om meldingen bij de politie te kunnen doen. Ook die experimenten zijn veelbelovend. Niet in de laatste plaats natuurlijk omdat iedereen op zijn klompen kan aanvoelen dat dit voorziet in een enorme behoefte. Niemand wil minuten in de wacht staan om te melden dat de vuilnisbakken zijn omgetrapt. Een appje sturen en later een antwoord krijgen van de politie via WhatsApp past veel meer in de tijdgeest van vandaag. Dat beschrijft (of bevestigt) ook de publicatie van TNO met de veelzeggende titel: ?Wie belt er nu nog??

< Wil je dit artikel verder lezen? Lees het dan verder op Frankwatching?>

Bronnen: Frankwatching

App: 112 app

112 app vlijmen5

Een ernstige val van een wielrenner in Zuid-Limburg heeft geleid tot een nieuwigheidje bij de hulpverlening: de 112 app (Android).

Bijna iedereen komt weleens ergens zonder te weten waar hij precies is. Zo ook Erik Blaauw uit Vlijmen. Hij wandelde?samen met vriendin Chantal door de Zuid-Limburgse bossen op het moment dat een wielrenner de macht over het stuur verloor en voorover sloeg. De wielrenner lag bloedend op de grond, bewusteloos.

Blaauw belde?112, maar kon?niet vertellen in welke straat hij stond. Kostbare tijd ging voorbij, tot een toevallig passerende automobilist de situatie redt. De situatie spookt na bij Blaauw, die besluit zoiets nooit meer mee te willen maken. Samen met informaticastudent Max Martens ontwikkelt hij daarom een 112-app.

De 112-app kan altijd worden gebruikt, los van op wiens telefoon deze staat. Blaauw: ,,Er is namelijk geen ontgrendelingscode nodig, je kunt de app aanklikken in het beginscherm.” Maar er is toch al een noodoproep? ,,Dat klopt, maar als je via de noodoproep belt, heb je weer geen locatiegegevens bij de hand”, legt Blaauw uit. Iets dat de app wel biedt. De lengte- en breedtegraad verschijnen automatisch op je scherm. De app schakelt ook automatisch over op luidspreker, zodat je de co?rdinaten die je op je scherm leest, hardop kunt voorlezen.

De app is eigenlijk heel simpel. Al kostte het anderhalf jaar voordat het duo klaar was. ?Er zaten een paar lastige dingen in die we uit moesten zoeken?, vertelt Martens. ?Vandaar dat het tijd heeft gekost.?Gek eigenlijk dat zo?n app nodig is. In andere landen, zoals Denemarken, kunnen ze in de alarmcentrale precies zien waar je bent.?Daar is de app helemaal niet nodig.?

In Nederland dus wel. Blaauw: ?We hebben hem zo gebouwd dat iedereen hem kan gebruiken. De 112-app hoeft niet eens op je telefoon te staan, als iemand hem maar heeft.?Er is namelijk geen ontgrendelingscode nodig, je kunt de app aanklikken in het beginscherm.?

112 app vlijmen

Maar er is toch al een knop voor een noodoproep, waarvoor je de telefoon niet hoeft te ontgrendelen? ?Dat klopt, maar als je via de noodoproep belt, heb je weer geen locatiegegevens bij de hand?, legt Blaauw uit. De app biedt dat wel. De lengte- en breedtegraad verschijnen automatisch op je scherm. De app schakelt ook automatisch over op luidspreker, zodat je de co?rdinaten die je op je scherm leest, hardop kunt voorlezen. De lengte- en breedtegraad werken op basis van gps en zijn altijd beschikbaar, gegevens als straatnaam, postcode, plaats en land alleen als er verbinding is met internet. Blaauw: ?Dat is in ieder geval nauwkeuriger dan het peilen van de locatie zoals ze dat bij de meldkamer doen. Die berekenen waar je bent op basis van je signaal ten opzichte van de drie dichtstbijzijnde zendmasten.?

De app werkt voorlopig alleen volledig op Android. Blaauw: ?De iPhone is beter beveiligd, daar kunnen we niet om de ontgrendeling heen werken. We kijken nog of hier een oplossing voor is te vinden. Maar Android heeft een steeds groter marktaandeel.?

Blaauw en Martens willen geen geld verdienen met de app, die inmiddels een paar duizend keer is gedownload. De app is dan ook gratis te verkrijgen in Google Play onder de naam ?112 app? en werkt zonder advertenties. Martens: ?We krijgen er veel goede reacties op. Dat is al leuk. We hoeven er niet rijk van te worden.?

Het zou al mooi zijn als ze er echt mensenlevens mee kunnen redden, zegt Blaauw. ?Het verschil tussen op een paar meter nauwkeurig en ??n zijstraat verder kan het verschil tussen leven en dood betekenen.?

Brabants Dagblad,?1Limburg, Limburger

App: Boeven

foto boeven app

Initiatiefneemster Josette Hogewoning?

Ze kunnen zo handig zijn, die groepsgesprekken met de buurt op WhatsApp. Deelnemers attenderen elkaar bijvoorbeeld op een volgens hen verdacht persoon dat door de straat loopt. Of ze roepen op tot waakzaamheid als in de buurt weer eens een winkel is overvallen.

Maar tegelijkertijd grijpen veel appers de gelegenheid aan om het weer of de laatste buurtroddels te bespreken. Praat de Vlaardingse Josette Hogewoning er niet van. Weinig Vlaardingers krijgen op een dag zoveel appjes als zij.

Waarschuwing
Hogewoning stond aan de wieg van de razend populaire buurtgroep in Vlaardingen, zag het initiatief overgenomen worden in andere steden en beheert nu ook groepen in Maassluis, Rozenburg, Rotterdam, Schiedam, Barendrecht en Groningen.?In totaal kijkt ze in zo’n negentig groepen mee. Alleen in de haringstad zijn al zo’n zesduizend belangstellenden aangesloten.

Hogewoning zegt snel in te grijpen wanneer de gesprekken niet langer over ongure types of diefstallen gaan: ,,Dan zeg ik dat de groep daar niet voor bestemd is. De volgende keer geef ik een waarschuwing. Als het dan n?g eens gebeurt, verwijder ik die persoon uit de groep.”

Want als het in zo’n WhatsApp-groep gesmeerd loopt, kan het een hoop opleveren. Hogewoning: ,,Je werkt samen met buurtbewoners. Dat betekent dat je extra ogen en oren hebt. Sinds ik vier jaar geleden met wijkagent Kor de Jong een groep begon, hebben we verschillende successen gehad. Er zijn inbrekers opgepakt en winkel- en scooterdieven aangehouden. Allemaal dankzij de groepen.”

Professionaliseren
En om successen te blijven boeken, wil Hogewoning – mede op aanraden van de CDA-fractie – professionaliseren. Samen met wijkagent De Jong heeft ze inmiddels appontwikkelaars aangeschreven om naar een nieuw soort applicatie te kijken.?,,Een app waarmee je all??n zaken kunt melden. Chatten is dus niet mogelijk. Er liggen grove ontwerpschetsen bij twee ontwerpers, het project staat nog in de kinderschoenen. Doel van de app is voorkomen dat mensen dingen melden die niet gemeld moeten worden. Zo hopen we dat anderen niet meer afhaken.”

Hoeveel geld de app zal kosten, is nog onduidelijk. Het plan is een stichting op te richten en daarmee geld in te zamelen. Hogewoning hoopt dat de gemeente wil meebetalen. Het college heeft al gezegd positief tegenover het idee te staan en onder andere met de Vlaardingse in gesprek te willen. De raad zal trouwens het laatste woord hebben.

Bronnen: AD

Lees de publicatie over Het Nieuwe Melden:

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]