Tagarchief: beelden

Videobellen naar 112?

Tekst?Charlotte van den Berg,?Foto?Rob Acket

Wie alarmnummer 112 belt, krijgt een hulpverlener van de meldkamer aan de telefoon. Deze centralist luistert en informeert zo goed mogelijk om snel te bepalen welke hulp nodig is. Hoe mooi zou het zijn als de beller niet alleen kan beschrijven wat er speelt, maar de noodsituatie ook kan laten zien? Deze manier van melden ? m?t beeld – is dit najaar getest met centralisten in twee meldkamers. ?Wat telt is hoe het w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol.?

Wanneer een centralist iemand aan de telefoon krijgt, is het eerste doel: zorgen dat de juiste hulpverlening op de plek belandt waar hulp nodig is. Ambulance, brandweer, politie en marechaussee (of alle vier) moeten zo snel mogelijk de juiste kant op. Zodra eerste hulp onderweg is, vraagt de centralist verder. Hoe is de situatie nu? Hoe reageert een slachtoffer? Alle informatie wordt vermeld in een centraal systeem waar meerdere hulpdiensten uit kunnen putten.

Mobiel

?Als een melder foto?s of filmpjes heeft die de situatie kunnen verduidelijken, wil je zulk beeld als hulpdienst natuurlijk gebruiken?, vertelt Marjan Dol, directeur van?meldkamer Noord-Nederland. Maar hoe krijg je die beelden goed en snel de meldkamer in? ?Als iemand ons nu beelden wil sturen, lossen we dat hier op dit moment praktisch op: we geven het nummer van een mobiele telefoon van de meldkamer en bekijken de beelden daarop. Ik houd wel van die pragmatische aanpak; wat telt is dat we iemand zo snel en goed mogelijk te hulp kunnen komen.?

‘Het kan toch niet zo zijn dat we als meldkamer alleen de telefoon kunnen opnemen?’

Marjan Dol, directeur van meldkamer Noord-Nederland in Drachten

Wil je beeld structureel, goed en snel gebruiken, dan moet melden met beeld een solide plek krijgen op het computerscherm van de centralisten. En dat willen de meldkamers, omdat ze op die manier zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij mensen die hulp zoeken. Dol: ?Het kan toch niet zo zijn dat we alleen de telefoon kunnen opnemen? Daarom willen we graag meedoen aan experimenten die alle meldkamers beter laten aansluiten bij de samenleving.? Bij jongeren bijvoorbeeld, die gewend zijn elkaar foto?s en video?s te sturen. ?De samenleving communiceert al met beelden. Wat je zou willen is dat de melder in staat is dat beeld snel aan ons over te brengen, in aanvulling op het telefoongesprek. Zodat je als melder je camera kunt aanzetten en de beelden?live?kunt laten zien aan onze centralist.?

Camerabeelden

Meldkamers maken al gebruik van beelden: livebeelden die gemaakt worden door openbare camera?s, politiehelikopters of ?drones. Maar de hulpverleningsdiensten willen meer, vertelt Dol: ?Je zorgt als meldkamer dat je de basis van je werkzaamheden op orde houdt, zodat je betrouwbare hulpverlening kunt bieden. Daarnaast is het belangrijk je bezig te houden met onderzoek, zodat je met innovaties en ontwikkelingen ook in de toekomst de goede dingen blijft doen.? Daarom staat ook de?Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) achter meer gebruik van beeld.

Levensecht

Voor het experiment, dit najaar gehouden in meldkamers van Noord-Nederland en Noord-Holland, zijn acht levensechte meldingen nagebootst door acteurs. Deze fictieve meldingen bevatten zo veel mogelijk elementen van een gecompliceerde noodsituatie. Groot verschil met eerder onderzoek: de twaalf centralisten konden nu ook gebruik maken van foto?s, video?s en zelfs live beeld van de calamiteit. Beeldmateriaal dat zogenaamd gemaakt is door de melder aan de telefoon.

Regie

Alle centralisten waren na afloop van het experiment positief: het gebruik van beeld gaat volgens hen werken in de praktijk. Vooral een verbinding die het mogelijk maakt rechtstreekse beelden van de noodsituatie te zien, helpt hen met meer zekerheid in te schatten wat er gebeurd is. En ook in welk perspectief ze de melding moeten zien. Want wat voor een melder een gigantische wond is, kan voor de centralist heel anders zijn.

De belangrijkste ervaring die de centralisten deelden, was dat ze zelf regie willen behouden: ze willen zelf bepalen of en wanneer ze beeld te zien krijgen. ?Zodat zij vanuit hun vakmanschap kunnen beoordelen wanneer het zien van beelden kan helpen en in welke situatie het alleen zou afleiden?, aldus Dol.

Scherp

Voldoet de huidige situatie in de meldkamers dan niet? Dol: ?Op basis van de woorden van de beller analyseren centralisten een noodsituatie. Ze zijn daar geoefend in en doen dat uitstekend. Maar het blijft zo dat je gebaseerd op wat je hoort, een beeld vormt dat altijd enigszins afwijkt van de werkelijkheid. En wat telt is natuurlijk hoe het buiten w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol. Het helpt ons zo veel mogelijk feitelijke informatie naar boven te krijgen en daarmee de situatie zo scherp mogelijk te krijgen. Daarom gaat het werken met beeld echt helpen.?

Melden met Beeld

Een ander experiment in dezelfde meldkamers testte het effect dat beeld heeft op centralisten zelf. Hoe belastend is het voor hen om een werkdag lang geconfronteerd te worden met heftige beelden? Dol: ?Stel je voor dat je in de meldkamer de hele dag beelden ziet van gewonde mensen. Ik vergelijk het altijd zo: een centralist maakt op een dag ongeveer vijftig keer zo veel mee als hulpverleners die op straat werken. Daar bestaat dus wat zorg over.? Samen zullen de?twee experimenten?antwoord geven op de vraag: ?Wanneer heeft welk soort beeld impact bij het doen van een 112-melding en welke impact is dat??

Bron: JenV Magazine 2018 nr4

Dronepiraten opsporen via YouTube

https://www.youtube.com/watch?v=1x1P66pCQYA&feature=youtu.be

Veertig politiemedewerkers hebben woensdag meegeholpen met het online opsporen van dronepiloten die de regels hebben overtreden.

Het politiekorps Noord-Holland heeft woensdag tijdens een speciale bijeenkomst samen met de Koninklijke Marechaussee en het Openbaar Ministerie dronepiloten die in overtreding waren opgespoord via internet. In totaal 40 politiemedewerkers keken naar video’s en zochten op fora en social media. Ze hebben dronevliegers die de regels?schonden waarschuwingen gegeven.

Wie tijdens deze actie een waarschuwing kreeg, kan bij de volgende geconstateerde overtreding meteen een boete krijgen. “Sommige overtredingen waren zo ernstig dat het Openbaar Ministerie gaat bekijken of er strafvervolging, zoals een boete, mogelijk is.” Die boetes kunnen al snel in de honderden euro’s lopen.

De politie heeft 45 dronebestuurders opgespoord. Ze hebben een waarschuwing kregen. Vijf overtredingen waren zo ernstig dat het OM gaat bekijken of de overtreders gestraft kunnen worden, bijvoorbeeld met een boete.

Mensen met een drone mogen niet boven mensenmassa’s vliegen en de vliegtuigjes mogen ook niet gebruikt worden in de buurt van luchthavens. Ook is het niet de bedoeling dat drones in het donker worden gebruikt. “Veel particulieren zijn zich niet bewust van deze regels en de daarbij behorende gevaren en risico’s”, schrijft de politie.

noflyzone-drone-bon

De dienst luchtvaartpolitie kreeg in 2015 in totaal 64 meldingen van neergestorte drones of gevaarlijke situaties door drones. Vorig jaar was dat aantal gestegen naar 96 meldingen. “Maar deze cijfers zijn slechts het topje van de ijsberg”, stelt de politie.

Explosie Veendam

Woensdagochtend hield de politie in Veendam nog een dronevlieger aan, die met zijn drone boven een zwaar beschadigd appartementencomplex vloog. Omdat er een politiehelikopter aanwezig was bij het pand, mocht de drone niet de lucht in.

De regels rond drones in het kort:
– Niet vliegen boven mensenmassa’s, de bebouwde kom, spoorlijnen, autowegen of natuurgebieden
– Niet ’s nachts vliegen
– Niet vliegen in een groot gebied rond vliegvelden, helikopterlandingsplaatsen en andere no-fly-zones
– Niet hoger dan 120 meter vliegen
– De bestuurder moet zijn drone altijd in het zicht houden

Bronnen: Bright, NOS, BlikOpNieuws, NoordHollandsDagblad, Rijksoverheid

Agenten beschermen tegen internetfilmpjes? #treitervlogs

anp-1024_30709972_1

Bekend is dat publieke professionals, zoals politieagenten en docenten, hun beroep uitvoeren in een stressvolle context. Sinds een aantal decennia valt het op dat de veranderde relatie tussen professional en burger vaker tot botsingen leidt. Zo maken professionals vaker agressie en geweld mee. Sinds een aantal jaar vormen sociale media een belangrijk strijdtoneel. Beelden van professionals, zoals aanhoudingen door agenten, veroorzaken hier publieke verontwaardiging. Professionals geven aan dit opnemen en online plaatsen als zeer stressvol te ervaren en weten niet goed hoe hiermee om te gaan of hoe zulke situaties te voorkomen. Veilige Publieke Taak heeft een aantal jaar gewerkt aan voorlichting en handelingsperspectief, bijvoorbeeld in geval van?bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media.

De vloggertjes die agenten filmen moeten worden aangepakt volgens een meerderheid van de Tweede Kamer. Volgens Kamerlid Marcouch staat er bij een actie van de politie altijd een groepje omheen dat filmt. Marcouch krijgt klachten van agenten dat hun familie daarna wordt lastiggevallen. Daarom grijpt de politie soms maar gewoon niet in als er wat op straat gebeurt.

Daarom vindt Marcouch dat video’s van agenten alleen online gezet mogen worden als de gezichten onherkenbaar zijn. “Politici kiezen ervoor om een publiek en bekend figuur te worden, deze agenten niet. We moeten voorkomen dat ze vogelvrij worden”, aldus het Kamerlid volgens De Telegraaf.

Maar leidt bedreiging er bijvoorbeeld toe dat professionals situaties gaan vermijden? Of verharden ze juist in de relatie met de burger? Welke ondersteuning heeft de professional nodig? Door kennis te ontwikkelen en verspreiden, draagt Impact bij aan het weerbaarder maken van professionals en publieke organisaties op dit thema.

Impact doet verkennend onderzoek naar de impact van social media framing op professionals. Daarin wordt specifiek gekeken naar het effect van het opnemen en online plaatsen van publieke handelingen op publieke professionals en de organisaties waarin zij werken. Men kijkt naar de motieven van burgers om beelden vast te leggen en te delen, in sectoren als het onderwijs, de jeugdzorg en veiligheidsinstellingen als de politie.

Impact op professionals met publieke taken

De gevolgen van het filmen lijken een beperking van de professionele bewegingsruimte en een aantasting van de professionele integriteit te veroorzaken.

Het blog Cops in Cyberspace noemt het “Fobf”, ofwel: Fear of being filmed dat bij steeds meer agenten lijkt op te spelen. Het artikel “agenten verlamd door YouTube” of?de politie uit Chicago die hun eigen dashcams uit de auto’s slopen laat zien dat niet alle agenten gediend zijn bij dergelijke transparantie. Toch mogen burgers nog steeds zelf dergelijke camerabeelden publiceren.

Negatieve framing kent twee belangrijke elementen, namelijk opnames op een dergelijke manier manipuleren dat een voor de professional negatieve situatie ontstaat. Dit kan bijvoorbeeld worden aan door het begin en het einde van een filmpje te knippen. Het tweede element is het vaak contextloze filmpje in verband brengen met een bepaalde sociale gebeurtenis of het image van een organisatie.

Het autonome handelen van de professional wordt soms in twijfel getrokken door de maatschappij. De boodschap van dergelijke filmpjes, en met name de reacties daaronder, is dan dat deze professional zijn of haar werk niet goed doet en ter verantwoording dient te worden geroepen. Deze situatie is nieuw in de zin dat het filmen en plaatsen van beeldmateriaal van professioneel handelen vaker gebeurt, maar vooral dat er na het plaatsen op sociale media een ongekende verspreidingssnelheid kan ontstaan, een olievlek werking naar andere media en dat er een gevoel van ongrijpbaarheid bij de professional ontstaat. Voor de professional is de problematisch omdat er geen mogelijkheid van hoor en wederhoor toegepast kan worden (de professional is monddood in dit geval) en de handelingsruimte van de professional wordt ingeperkt door permanente verantwoordingsdruk. Daarnaast wordt professioneel handelen persoonlijk handelen. Door professionals is aangegeven dat zij in toenemende mate in de priv?sfeer met hun professionele gedrag worden geconfronteerd door middel van sociale media. Dit uit zich in het plaatsen van filmpjes of foto?s op sociale media waarbij persoonlijke informatie over de professional wordt gedeeld, waarbij persoonlijke informatie over de professional wordt gevraagd of waarbij bedreigingen aan het persoonlijke adres van de professional worden geuit. Sociale media heeft daarin een bepalende rol doordat persoonlijke informatie van professionals makkelijk toegankelijk is via internet en cli?nten vaak niet in staat zijn de grens tussen professioneel handelen en persoonlijke situaties te onderscheiden. Deze situatie is problematisch doordat voor professionals ook de scheidingslijn tussen professioneel handelen en priv? kleiner wordt gemaakt. Professionele distantie maakt het mogelijk in moeilijke situaties juist te handelen. Doordat werk persoonlijk gemaakt wordt, lijkt juist handelen in bepaalde situaties moeilijker te worden.

Hieronder nog een aantal fragmenten van onder andere Rapper Boef en treitervlogger Ismail met de politie.

Impact kijkt naar diverse oplossingen. Oplossingen voor organisaties, professionals zelf en media en burgers. Intussen komen technologiepartijen ook met hun eigen oplossingen, zoals onderstaande app die al in lijkt te spelen op het idee van?Kamerlid Marcouch:

Bronnen: RTL Nieuws,?Powned, IMPACT

App: I Sea

Vanuit je luie stoel met een app vluchtelingenbootjes zoeken

Vluchtelingen helpen zonder dat je naar de Middellandse Zee hoeft en zonder dat je er geld aan uit hoeft te geven??Migrant Offshore Aid Station (MOAS), een particuliere organisatie die op zee vluchtelingen redt, heeft daar een app voor ontwikkeld.?Je kunt nu vanuit je luie stoel en met?een paar vrije minuten?helpen zoeken naar migrantenboten op zee met I Sea.

De app, momenteel alleen nog beschikbaar voor iOS, moet het zoeken naar vluchtelingenboten makkelijk maken. De software van MOAS deelt de satellietbeelden – dat het krijgt van meerdere organisaties – op in miljoenen blokjes. Je krijgt bij het opstarten een van die miljoenen blokjes toegewezen. Crowdsourcend naar bootmigranten zoeken dus.

Jelle Goezinnen (38) van?Sea Watch, een andere particuliere hulporganisatie, vindt het een “goed?initiatief. Tot er een oplossing is voor de humanitaire ramp die er plaatsvindt?moet je met dit soort initiatieven blijven komen.”

isea1isea4isea2isea3
Spot je een boot in jouw blokje? Dan druk je op een knop om MOAS op de hoogte te stellen. Voordat je een bootje kunt taggen, moet je wel je naam, paspoortnummer en email invullen, om grappenmakers tegen te gaan.?Jouw ingestuurde?informatie wordt vervolgens bekeken en – als het inderdaad een vluchtelingenboot is -?doorgegeven aan schepen op het water. Zij kunnen aan de hand van de gegevens gaan zoeken.

De makers van de I Sea-app zeggen dat er weinig mensen zijn om op zee te zoeken naar vluchtelingen. Met deze app hopen ze dat er meer mensen mee gaan?helpen. Correspondent Rop Zoutberg herkent het probleem. “Er zijn handen en schepen?tekort, maar je kunt ook zeggen: de zee is gewoon te groot.” Daarom zou deze app zomaar eens uitkomst kunnen bieden, zegt Zoutberg.

Van deze boot werden de opvarenden net op tijd gered.?

Goezinnen: “Er komen steeds meer schepen, steeds meer initiatieven om te helpen, maar het is nog niet genoeg. Er sterven steeds meer mensen op zee.”?Er kwamen dit jaar al ruim 211 duizend migranten over de Middellandse Zee naar Europa. Bijna 3000 mensen verdronken, meldt de vluchtelingengroep UNHCR.

Volgens Goezinnen ligt het niet aan de techniek of de capaciteit. “Die is er al, die wordt maar mondjesmaat ingezet voor reddingsoperaties.”

Zo heeft Frontex, de Europese grensbewaker, al toegang tot realtime satellietbeelden, zegt Goezinnen. “Die worden 24/7 bekeken door tientallen professionals. Die zoeken allemaal?naar boten en kennen de routes.” Maar lang niet altijd wordt er ingegrepen door Frontex. “Hun mandaat is niet groot genoeg, ze zijn niet actief op de hele?Middellandse?Zee.”

“En zolang er geen Europese oplossing is voor vluchtroutes, zal deze ramp niet opgelost worden.”

Met twee motorboten worden de migranten van het schip gehaald.

Ook Nederland helpt mee met de grensbewaking.?Het marinefregat Zr. Ms. Van Amstel heeft?gistermiddag 193 mensen gered van een zinkend schip op de Middellandse Zee. De Van Amstel vaart daar in verband met de grensbewakingsoperatie Frontex van de EU.

Juist daar wil I?Sea verandering in brengen. Goezinnen zegt?dat het goed kan?werken. “Je moet snel ter plekke zijn om overvolle bootjes in nood te helpen.” Des te sneller zo’n bootje wordt gespot, des te groter de kans dat de opvarenden geholpen kunnen worden.

MOAS is in?2013 opgericht door het koppel Christopher en Regina Catrambone. De miljonairs hebben hun?schip De Phoenix en werken vanuit Malta. Met? schepen en drones heeft MOAS tot nu toe zo’n 13.000 mensen uit zee gered. En kreeg daarvoor de?Geuzenpenning.

Toch lijkt er het een en ander?mis met I Sea…

Of: wat is er n?et mis? Technisch blijkt er weinig van te kloppen. Al snel werd ontdekt dat de real-time satellietbeelden helemaal niet real-time zijn. Sterker nog, de app laadt bij iedereen dezelfde statische afbeelding, waar gegarandeerd niets in wordt gevonden. Ook de bijbehorende website is expres zo gemaakt dat het helemaal niets doet. Het inlogveld is bijvoorbeeld gemaakt om alleen een melding terug te geven dat de gebruikersnaam niet bestaat. Verder niets.

Maar ook zonder in de code te duiken zou de app al wat vragen moeten oproepen. Zo is het totaal onduidelijk waar de satellietbeelden vandaan komen en hoe actueel ze zijn. Het non-stop doorstralen van hoge-resolutiebeelden vanuit de ruimte staat, op zijn zachtst gezegd, nog in de kinderschoenen. En het feit dat je, mocht je onverhoopt een boot vinden die je wilt melden, jouw paspoortnummer moet doorgeven aan de organisatie is ronduit vreemd. Zeker omdat er nergens gebruiksvoorwaarden zijn te vinden die aangeven waarom dat moet.

Een app als I SEA is best ingewikkeld om goed in elkaar te draaien. Dat is niet iets wat de eerste de beste ontwikkelaar zomaar even doet. De app is gemaakt door Grey for Good, dat een soort goede-doelen-afdeling moet zijn van reclameboer Grey uit Singapore. I SEA is hun tweede app in de App Store. Ze hebben hiervoor een app gemaakt waarmee je laminaat kunt uitkiezen. Om dat nu met zoiets als I SEA op de proppen te komen is een flinke stap voorwaarts. En MOAS? Die rept op de eigen website letterlijk met geen woord over de I SEA app.

Kortom, heb jij naar aanleiding van de vele, vele, vele, vele nieuwsberichten van goedgelovige journalisten oprecht gezocht naar vluchtelingen, dan heb je dus sowieso jouw tijd zitten verdoen. Maar waarom zouden de helden van MOAS in vredesnaam op de proppen komen met een app waarvan ze weten dat het niet werkt? Over zo?n serieus onderwerp ook nog? We wachten nog op een reactie. Het zou goed kunnen dat MOAS hiermee aandacht wilde genereren voor de vluchtelingenkwestie. En heel veel aandacht zou de ontwikkelaar van de app ook niet slecht uitkomen. Volgens ??n twitteraar heeft die zijn eigen manke product namelijk al ingediend voor de Cannes Lions reclame-award.

Ondanks herhaaldelijke verzoeken is er nog geen reactie van de organisatie. Wel is de bewuste app inmiddels door Apple uit de AppStore gehaald?en?zijn ze via andere wegen naar buiten getreden. Zo laat MOAS aan Buzzfeed weten wel benaderd te zijn over het idee, maar verder niets te maken te hebben gehad met de app. Dat de uitvoering totaal ruk is, betreuren ze. ?We don?t use iPhones to save people.??Dan blijft de Grey dus over als schuldige in dit debacle. Zij laten op hun site weten dat de app nog in testfase is. Een glasharde leugen, gezien eerdere interviews die ze maar wat graag gaven over de app. Ondertussen hebben ze namelijk wel gewoon even een prestigieuze bronzen reclame-award voor de app in de wacht gesleept.

Bronnen: NOS, I Sea App, Draadbreuk

De kopschoppers van Eindhoven

In het vandaag gepresenteerde boek ?Lessen uit crises en mini-crises 2013? blikken professionals uit verschillende geledingen terug op achttien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Daaronder zijn bekende casus als de vermissing van Ruben en Julian, de brand in Leeuwarden, de dreiging van een school shooting in Leiden en de examenfraude op de Ibn Ghaldoun. Maar ook een aantal ?gekke? casus, zoals de duizend bommen en granaten in Den Helder en de huisarts uit Tuitjenhorn passeert de revue.

Crisisbeheersing anno 2013: sociale media en burgerhulp vergen improvisatievermogen
Groot was de spontane hulp na de vermissing van de broertjes Ruben en Julian; vergelijkbaar was de respons van ?058helpt? na de brand in Leeuwarden. In 2013 werden zoektochten georganiseerd om de vermiste broertjes te vinden en werd huisraad ingezameld?voor diegenen van wie de woning bij de brand verloren was gegaan. Hulp ten tijde van rampen en crises is van alle tijden; sociale media blijken daarbij een hulpmiddel, maar zijn soms ook stoorzender. ?Gedoe? rond de eigenlijke crisis, mede door de impact van sociale media en burgerhulp, vraagt vooral groot vermogen tot improviseren van de betrokken professionals.

Bij vrijwel elk van deze gebeurtenissen speelden sociale media ? soms ten positieve, maar soms ook in negatieve zin ? een rol. Vanwege berichten op sociale media ontstond een heksenjacht op ?de kopschoppers? van Eindhoven, werden bestuursleden van de pedoseksuelenvereniging Martijn belaagd, en werd in Leiden rekening gehouden met een schietincident. Tegelijkertijd zou de chaos bij de najaarsstorm zonder sociale media groter zijn geweest.

De auteurs concluderen dat bij veel casus zich ontwikkelingen voordoen, onder andere onder invloed van sociale media, waardoor bestuurlijke en operationele zaken anders verlopen dan verwacht. Dit maakt, hoewel een zekere voorbereiding natuurlijk ook nodig is, vooral het vermogen tot improvisatie cruciaal voor crisisbeheersing. Auteur en lector Crisisbeheersing Menno van Duin: ?Het gedoe rondom de gebeurtenissen neemt almaar toe. Zeker ook door de impact van sociale media. Vroeger deed je als hulpdienst gewoon je stinkende best, en dat doen ze nog steeds. Maar tegelijkertijd voltrekken zich allerlei processen waar men geen invloed op heeft. De noodzaak tot flexibiliteit en nuchterheid is daarom misschien wel de belangrijkste les om te trekken. Geen calamiteit of mini-crisis verloopt conform een vooraf uitgewerkt scenario.?

De terugblik op crises uit 2013 biedt inzicht in de bestuurlijke en operationele dilemma?s van de situaties afzonderlijk en daarmee lessen voor de crisisbeheersing. Het geeft ook aan wat verschillende gemeenschappen in 2013 zoal bezighield en hoe bestuurders en hulpdiensten hiermee omgingen. De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en de Politieacademie. Het eerste exemplaar wordt op 7 oktober aangeboden aan Henri Lenferink, burgemeester van Leiden.

Iedere dag wordt een nieuwe casus online geplaatst, en hieronder kun je de eerste lezen:

De kopschoppers van Eindhoven

kopschoppers2

Door:?Vina Wijkhuijs, Arnout de Vries, verschenen in “Lessen uit crises en mini-crises 2013” van het IFV

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?

1. Inleiding?

Op 4 januari 2013 wordt in Eindhoven een 22-jarige student door een aantal jongens in elkaar geslagen. Hij wordt daarbij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt en vervolgens bewusteloos achtergelaten. Het incident blijkt op bewakingscamera?s te zijn vastgelegd. De beelden worden door het Openbaar Ministerie (OM) vrijgegeven aan de regionale televisiezender Omroep Brabant, die ze op maandagavond 21 januari vertoont in een opsporingsprogramma. De beelden zijn schokkend en de reacties erop vinden hun weg via sociale media. Binnen enkele dagen melden de jongens zich bij de politie.

Burgerhulp bij opsporingszaken is een al langer bestaand fenomeen. Met de opkomst van sociale media zijn de mogelijkheden alleen maar toegenomen. Burgers kunnen een belangrijke rol spelen bij het oplossen van zaken, maar aan het inschakelen van burgers bij de opsporing van strafbare feiten kleven ook nadelen. In dit geval ontstond door de uitgebreide verspreiding van de beelden via sociale media een heuse klopjacht op de jongens die bij het incident betrokken waren. Daardoor nam voor hen de druk toe om zich bij de politie te melden, maar uiteindelijk kende de rechter, zowel in eerste instantie als later in hoger beroep, aan de daders een strafvermindering toe, omdat door het integraal uitzenden van de beelden hun privacy ernstig was geschaad. Daarmee staan politie en het OM voor een dilemma: Hoe in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing te (blijven) betrekken en te voorkomen dat daardoor sociale onrust ontstaat en/of de strafvervolging wordt geschaad? Eerst volgt het feitenrelaas. Aansluitend gaan we in op het dilemma. Het hoofdstuk is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, een gesprek met hoofdofficier Greive en berichten uit diverse media met daarin ook duiding door experts.

2. Feitenrelaas

Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) gaan op 4 januari 2013 een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstaat er enige irritatie, waarbij een van hen zich op enkele fietsen botviert. Een voorbijganger, een 22-jarige student uit Oirschot, zegt daar wat van. Dat schiet de jongens in het verkeerde keelgat. Ze slaan en schoppen de voorbijganger en laten hem bewusteloos achter. Het slachtoffer is er, met een zware hersenschudding en verwondingen aan kaak en mond, nog relatief goed vanaf gekomen. Van de daders ontbreekt nadien elk spoor. Het incident blijkt echter door bewakingscamera?s te zijn vastgelegd.

Op maandagavond 21 januari laat het OM de beelden van de mishandeling tonen in het opsporingsprogramma Bureau Brabant. Te zien is hoe een groepje jongens van het Stratumseind richting de Vestdijk lopen. ?Ze zijn op oorlogspad lijkt het wel?, luidt het commentaar van Omroep Brabant. Wanneer twee andere jongens die op weg zijn naar huis hun pad kruisen, wordt een van de twee omver geduwd. Hij probeert weer overeind te komen, maar krijgt rake klappen op zijn hoofd. Hij wordt vervolgens herhaaldelijk geschopt en geslagen en wordt, al bewusteloos, tegen zijn hoofd geschopt. Dan rennen de jongens weg en laten het slachtoffer alleen achter.[1]

Het filmpje wordt veelvuldig verspreid via sociale media. GeenStijl plaatst het filmpje nog diezelfde avond online. Op Facebook, Twitter en andere sociale media wordt opgeroepen om de beelden zoveel mogelijk te delen. Ook het zangduo Nick en Simon, Peter R. de Vries en enkele andere publieke figuren roepen via Twitter op om de video te verspreiden.[2] Er volgt een golf van afkeer en ongeloof. Daarnaast is er ook veel medeleven voor het slachtoffer.


De volgende dag, dinsdag 22 januari, melden twee jongens zich bij de politie in Eindhoven; zij worden direct aangehouden en vastgezet. Op woensdag 23 januari meldt een derde jongen zich. Diezelfde dag doet de persofficier van het OM via Omroep Brabant de oproep niet langer gegevens van mogelijke verdachten via internet te verspreiden, omdat dit averechts kan werken voor de uitkomst van het strafproces.[3] Donderdag 24 januari melden de vijf andere jongens zich bij de politie in hun woonplaats Turnhout.

Burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout brengt op vrijdag 25 januari een bezoek aan burgemeester Van Gijzel van Eindhoven om mede namens de Turnhoutse bevolking zijn medeleven te betuigen over het hetgeen gebeurd is. Hij laat weten dat zijn stad (met 41.000 inwoners) erg geschokt is door het geweld, maar maakt zich ook zorgen over de heksenjacht naar de verdachten op sociale media. Daar verschijnen foto’s en adressen van de verdachten en oproepen om ze aan te pakken. ?Het leeft enorm in Turnhout. Ik word zelf veel aangeklampt, gemaild, gebeld, maar zie ook allerlei reacties via de sociale media?, aldus Brentjens.[4] Op het online magazine GeenStijl zijn bij een groepsfoto de namen van zes van de acht jongens gepubliceerd.[5]

Van de drie jongens die zich bij de politie in Eindhoven hadden gemeld, wordt er ??n op 28 januari vrijgelaten, omdat hij volgens het OM niet actief aan het geweld had deelgenomen. Voor de vijf jongens die nog in Belgi? zijn, dient het OM bij de Belgische autoriteiten een uitleveringsverzoek in. Voor drie van hen wordt dat verzoek later weer ingetrokken.[6] Over het uitleveringsverzoek van de andere twee dient eerst een Belgische rechter te beslissen. In het voorjaar van 2013 bepaalt het Hof van Cassatie in Brussel dat de twee verdachten, ondanks dat zij ten tijde van de mishandeling minderjarig waren, aan Nederland mogen worden uitgeleverd.[7]

De uiteindelijk vier verdachten van de mishandeling verschijnen op 14 augustus voor de strafrechter; door het OM is hen poging tot doodslag ten laste gelegd. De rechtszaak heeft echter een iets andere uitkomst dan het OM had gedacht. De rechtbank veroordeelt weliswaar drie van de vier verdachten, maar gunt hen in hun veroordeling een strafkorting van twee maanden, omdat volgens de rechtbank het OM bij het vrijgeven van de beelden niet de juiste afweging heeft gemaakt. Door het vrijgeven van de beelden is volgens de rechtbank de privacy van de jongens ernstig geschaad.[8]

Tegen de uitspraak in de zaken van twee daders (de hoofdverdachten) stelt het OM hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Bosch. Op 11 december 2013 doet het gerechtshof uitspraak: aan ??n dader wordt een iets hogere straf opgelegd, maar het gerechtshof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat voor beide daders een strafkorting van twee maanden passend is. Volgens het gerechtshof had het OM minder zware middelen (dan het volledig tonen van bewakingsbeelden) kunnen inzetten om de daders op te sporen.
Door het OM is na deze uitspraak cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Daarin staat niet meer de veroordeling van de daders centraal,[9] maar de vraag of het gerechtshof, met het toekennen van een strafvermindering van twee maanden, aan de schending van de privacy van verdachten de juiste consequenties verbonden heeft. Op het moment van schrijven, moest de uitspraak in cassatie nog volgen.

3. Dilemma

De politie en het OM doen al jaren bij de opsporing van strafbare feiten een beroep op burgers. Aangezien dit voornamelijk via de media gebeurt, biedt de opkomst van sociale media nieuwe mogelijkheden. Een bericht op Twitter of YouTube waarin de politie om tips vraagt over bijvoorbeeld een overval of inbraak, is allang geen unicum meer, maar eerder dagelijkse praktijk. Ook het aantal burgers dat via Amber Alert, NL-Alert of Burgernet van een vermissings- op opsporingszaak op de hoogte gebracht wil worden, is groeiende. Aan sociale media zijn voor de opsporingspraktijk echter ook nadelen verbonden. Niet alleen verschijnen op sociale media allerlei berichten waaruit een re?le dreiging zou kunnen spreken en die daarom door de politie wel moeten worden gemonitord (alleen al op Twitter worden per dag 35.000 meer of minder ernstige bedreigingen geuit).[10]

Daarnaast kan een officieel opsporingsbericht door de uitgebreide mogelijkheden van sociale media ongewenste effecten tot gevolg hebben, bijvoorbeeld een inbreuk op de privacy of bedreiging van personen of zelfs eigenrichting. Na de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven werd door de actieve verspreiding van informatie over de verdachten de privacy van personen zodanig geschaad dat dit voor de rechter reden was aan de daders een strafvermindering toe te kennen. De vraag is hoe met dit soort mogelijke effecten van opsporingsberichtgeving om te gaan? Het dilemma dat hier centraal staat is: Hoe kunnen het OM en de politie in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing blijven betrekken en tegelijkertijd voorkomen dat dit tot maatschappelijke onrust leidt die de strafvervolging schaadt?In het nu volgende wordt hier op ingegaan.

4. Analyse

Opsporingsberichtgeving en strafvervolging

Het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere informatie over delicten met als primair doel de hulp van het publiek in te schakelen bij het oplossen van deze zaken, wordt opsporingsberichtgeving genoemd (Van Erp, 2012). Een klassieke vorm van opsporingsberichtgeving zijn de korte, urgente politieberichten, waarin aan de hand van een signalement van een vermist persoon of slachtoffer van een geweldsdelict het publiek om nadere informatie wordt gevraagd. Ook het AVRO-programma Opsporing Verzocht is een bekend voorbeeld. Het programma dat inmiddels al zo?n dertig jaar bestaat, trekt nog steeds ruim een miljoen kijkers per uitzending. Door Van Erp et al. (2012) is de bijdrage van dit programma aan de oplossing van opsporingszaken onderzocht. Uit hun onderzoek bleek dat het uitzenden van een opsporingsbericht Opsporing Verzocht de kans op het oplossen van een zaak verhoogt van ongeveer 25 naar 40 procent.[11] Een goed bekeken uitzending van het programma Opsporing Verzocht kan dus een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing van een zaak. Wat de bijdrage van regionale opsporingsprogramma?s in deze is, is vooralsnog niet onderzocht.

Zonder de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven in het opsporingsprogramma van Omroep Brabant waren de daarbij betrokken jongensnaar alle waarschijnlijkheid niet aangehouden. De verdachten waren bij de politie niet bekend en daarom werd de hulp van het publiek ingeschakeld. Voor de mishandeling zijn uiteindelijk drie jongens veroordeeld. Zij kregen jeugddetentie opgelegd vari?rend van zes tot tien maanden. De rechter kende echter, ook in hoger beroep, aan de jongens een strafvermindering toe. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat een strafvermindering van toepassing was, mede vanwege de buitengewoon grote media-aandacht voor de uitgezonden beelden en de gevolgen die dit voor de verdachten en hun familie heeft gehad.

?De verdachten zijn door bekende en onbekende personen benaderd. Hun namen, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Ze zijn op straat herkend en tot in hun woning achtervolgt. Ze zijn hun opleiding of hun werk kwijtgeraakt. Ze zijn bedreigd?, aldus de rechtbankvoorzitter. [12]

De rechtbank achtte de privacy-schending verwijtbaar aan het OM, omdat toestemming was gegeven de beelden integraal uit te zenden en op internet te plaatsen, terwijl te voorzien was dat de beelden ook door andere omroepen zouden worden gebruikt en (onder andere) op YouTube en Facebook zouden worden geplaatst. Het Gerechtshof Den Bosch bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat met het integraal uitzenden van de camerabeelden de privacy van de verdachten onnodig vergaand was geschonden. Er had (conform de eis van subsidiariteit) door het OM gezocht moeten worden naar ?voor de verdachten minst ingrijpende opsporingsmiddelen.? Volgens het gerechtshof had in deze zaak voor een minder zwaar opsporingsmiddel gekozen kunnen worden, zoals het tonen van ?stills? (stilstaande beelden uit de opname).[13]

Proportionaliteit en subsidiariteit

Volgens de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het College van Procureurs-Generaal dient het OM bij de beslissing om al dan niet van opsporingsberichtgeving gebruik te maken altijd een afweging te maken tussen enerzijds de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en anderzijds de persoonlijke levenssfeer van verdachten, slachtoffers en getuigen. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is zowel een grondrecht (art. 10 Grondwet) als een mensenrecht, omschreven in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bij het gebruik van opsporingsberichtgeving hoort het OM daarom nadrukkelijk rekening te houden met ?het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het internet en de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde berichtgeving zich niet zonder meer laat verwijderen of herroepen? (zie par. 4.4 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving). De zwaarte van het in te zetten middel moet in verhouding staan tot het beoogde doel (proportionaliteit); hierbij speelt ook de ernst van het delict een rol. Voor opsporingsonderzoek naar verdachten die niet bij de politie bekend zijn, is bijvoorbeeld opsporingsberichtgeving pas toegestaan als het een delict betreft waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd. Voor de mishandeling in Eindhoven was dit het geval. Daarnaast hoort het middel pas te worden ingezet als een eventueel lichter middel niet tot voldoende resultaat heeft geleid of zal kunnen leiden (subsidiariteit). Naar het oordeel van de rechter was aan dit vereiste niet voldaan en had met een andere, lichtere, vorm van opsporingsberichtgeving kunnen worden volstaan.[14]

In deze zaak heeft het OM de rechter er dus niet van weten te overtuigen waarom de beelden van de bewakingscamera?s integraal zijn uitgezonden. De motivatie van het OM was, dat daar bewust voor was gekozen vanwege de ernst van de zaak, aldus de hoofdadvocaat-generaal van het Ressortparket Den Bosch, dat namens het OM de strafzaak in hoger beroep behandelde.[15] Eerder, na de uitspraak van de rechtbank in augustus 2013, lichtte de landelijk persofficier het standpunt van het OM als volgt toe:

?We hebben ons afgevraagd of we hetzelfde resultaat zouden krijgen met minder ingrijpende opsporingsmethoden en kwamen tot de conclusie dat dat niet kon (? ). Onze ervaring is dat naarmate de beelden intenser en ingrijpender zijn de bereidheid bij het publiek groter is om ons te helpen. Het is alleen nu moeilijker om in te schatten wat het effect van het vrijgeven van de beelden is.’ [16]

Behalve dat het OM naar het oordeel van de rechter een lichter vorm van opsporingsberichtgeving had kunnen inzetten, had het OM in deze zaak ook een vormfout gemaakt, die door de rechter werd meegewogen in het oordeel over de strafmaat. De beslissing tot het uitzenden van de beelden was niet door de hoofdofficier van justitie genomen, zoals in de Aanwijzing opsporingsberichtgeving is voorgeschreven, maar feitelijk door een officier van justitie in opleiding.

Reacties van het publiek

De vraag waar ook het OM voor staat, is in hoeverre de reacties van burgers op opsporingsberichten zijn te voorzien en hoe met onvoorziene reacties om te gaan. In deze casus volgde na de uitzending van de beelden een golf aan verontwaardigde reacties en oproepen om de daders op te sporen. Al na een dag verscheen op internet een groepsfoto van de verdachten; op het online magazine GeenStijl werden daarbij de namen van zes van de acht jongens vermeld. Het naming and shaming was begonnen. De jongens die op het filmpje te zien waren, ondervonden daarvan de gevolgen. Werd eerst gesproken over de ?acht van Eindhoven?, na hun aanhouding raakte de term ?kopschoppers? in zwang. Dat woord werd zelfs door Van Dale genomineerd om als woord van het jaar 2013 te worden verkozen. Het woord ?kopschopper? legde het uiteindelijk af tegen ?selfie?, maar is desalniettemin in het woordenboek opgenomen als ?een geweldpleger die zijn slachtoffer (zwaar) lichamelijk letsel toebrengt door deze tegen het hoofd te schoppen, ook als hij of zij al (gewond en/of hulpeloos) op de grond ligt.?

Met de term ?kopschoppers? werd niet alleen uitdrukking gegeven aan de ernst van het incident, maar ook de situatie zogezegd ?geframed?. De aangehouden jongens werden in de media als ?kopschoppers? aangesproken en daarmee bij voorbaat schuldig bevonden. Of alle acht jongens die op de beelden te zien waren ook daadwerkelijk geweld hadden gepleegd, stond op dat moment echter nog niet vast. Een ander gevolg van het naming and shaming was dat ook een naamgenoot die niets met het incident te maken had, werd bedreigd.[17]

In NRC Handelsblad stelde universitair docent strafrecht Kwakman dat het OM, door burgers bij de opsporing te betrekken, tot op zekere hoogte verantwoordelijk is voor de ?dynamiek? die daarna onder burgers ontstaat. ?Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan?, aldus Kwakman,[18]?en hij gaf daarbij als voorbeeld de casus van Winschoten, waar de politie in 2012 op zoek was naar een pyromaan:

?De politie betrok de burgers. ?Wees oplettend?, zei ze. Daar is op zich niets mis mee. Maar burgers kunnen zo?n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.?[19]

Hoofdofficier van justitie Greive, die binnen het OM verantwoordelijk is voor de manier waarop de media worden ingezet, stelde zich in hetzelfde artikel op het standpunt dat het OM niet verantwoordelijk is voor de klopjacht die na de uitzending van het opsporingsprogramma ontstond. Het OM houdt in de opsporingsberichtgeving rekening met een mogelijke inbreuk op de privacy van personen. Beelden van omstanders en ook slachtoffers worden daarom veelal onherkenbaar gemaakt. Als een opsporingsbericht echter niet door het publiek wordt opgepakt, mist het zijn doel. Een opsporingsbericht zal daarom altijd voldoende aandachttrekkend alsook aandachtrichtend moeten zijn. Wat het uiteindelijke ?media-effect? van een opsporingsbericht is, blijft evenwel moeilijk te voorspellen, aldus Greive.

Voor beide argumenten valt natuurlijk iets te zeggen. Het OM zal (ook gezien de uitspraak van de rechter) in haar opsporingsberichtgeving met de reactie van het publiek rekening moeten houden, maar geheel voorkomen dat anderen de zaak op de spits drijven kan het niet. Daarvoor zijn de krachten van sociale media te onvoorspelbaar. Over de storm aan reacties na de uitzending van de beelden was ook het OM enigszins verbaasd.[20] De beelden werden op sociale media veelvuldig geraadpleegd en gedeeld. Zowel enkele prominente Nederlanders als online forums speelden hierbij een rol.

Dat in dit geval de beelden van de mishandeling zulke heftige emoties opriepen, kwam echter ook door het commentaar van Omroep Brabant bij het filmpje. Met frases als ?Ze zijn op oorlogspad, lijkt het wel? en ?Nog is het niet genoeg? was dat van een geheel andere toon, dan die we van het programma Opsporing Verzocht gewend zijn. Met een ander commentaar bij de beelden (bijvoorbeeld: uiteindelijk is het wel goed afgelopen) en een meer nauwgezette selectie van beeldmateriaal waren de reacties van het publiek mogelijk minder heftig geweest, maar dat valt niet met zekerheid te zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die er een ?sport? of soms hun beroep van maken om daders van strafbare feiten op te sporen. We spreken dan alleen niet meer van burgerparticipatie, maar van burgeropsporing (zie hierna).

Afstemming met burgemeesters

Voor situaties waarin naar aanleiding van een opsporingsbericht maatschappelijke onrust dreigt te ontstaan, is ook de opmerking van burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout van belang. Naar zijn mening zouden burgemeesters (meer) betrokken moeten worden bij de opsporingsberichtgeving, zodat zij vooraf kunnen inschatten wat een opsporingsbericht in hun gemeente teweeg kan brengen.[21]?In dit geval was echter bij de politie en het OM de identiteit en ook de woonplaats van de jongens niet bekend en was dit juist reden de beelden te vertonen. Vooraf contact opnemen met de burgemeester van de eventuele woonplaats dus was feitelijk onmogelijk.

De situatie waar burgemeester Brentjens evenwel mee te maken kreeg, was een situatie van maatschappelijke onrust. Inwoners uit zijn gemeente waren geschokt over wat er in Eindhoven was gebeurd en ook hoe daarop werd gereageerd. Vanwege de klopjacht op de vijf jongens uit Turnhout werd zelfs door de Belgische politie bij hun woningen gepatrouilleerd.[22] Brentjens bracht daarom een bezoek aan burgemeester Van Gijzel om, mede namens de Turnhoutse bevolking, zijn medeleven met het slachtoffer over te brengen en zijn ontsteltenis over de ontstane situatie te uiten. Na afloop van hun overleg gaven beide burgemeesters een korte persverklaring, waarin zij opriepen de hetze tegen de verdachten te staken en te vertrouwen op de strafrechtelijke afhandeling van de zaak.[23]

Met hun oproep hoopten zij dat de rust in hun gemeenten zou terugkeren.

Burgemeester Van Gijzel werd overigens enkele dagen later wel ge?nformeerd over het voornemen van het OM om opnieuw beelden van een mishandeling (in Oosterhout) vrij te geven. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de burgemeester lieten op 28 januari 2013 een gezamenlijke verklaring uitgaan, waarin zij aankondigden dat er ? ondanks de commotie over het filmpje van de mishandeling aan de Vestdijk in Eindhoven – opnieuw beelden van een mishandeling zouden worden uitgezonden in het opsporingsprogramma Bureau Brabant.[24] Die uitzending leidde nauwelijks tot commotie en leverde een groot aantal tips op. Maar ook in deze zaak werd het OM later door de rechter zogezegd op de vingers getikt en aan de verdachten een strafvermindering toegekend. Omdat de politie in deze zaak al verdachten op het oog had, had de politie eerst de verdachten zelf met de camerabeelden kunnen confronteren, alvorens over te gaan tot uitzending in het opsporingsprogramma, aldus de rechter.[25]

Van burgerparticipatie naar burgeropsporing

Wanneer via opsporingsberichtgeving de hulp van het publiek wordt ingeroepen voor de opsporing van verdachten van misdrijven ligt het initiatief, en daarmee in principe ook de regie, bij het OM en de politie. Deze casus toont hoe lastig het is om in het huidige media-tijdperk die regie te voeren. Na uitzending van de beelden van de mishandeling in Eindhoven namen burgers het initiatief over; eigenrichting lag op de loer.

Bij burgeropsporing gaat het om acties als het observeren en horen van mensen, het opvragen van gegevens, en het gebruik van verborgen camera?s. Het zijn rechercheactiviteiten waaraan voor de politie, wil zij die kunnen uitvoeren, voorwaarden verbonden zijn (voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris, verplichting tot nauwkeurige verslagleggen en dergelijke). Voor burgers zijn dergelijke voorwaarden niet opgesteld, wat niet wil zeggen dat ?alles maar mag, zolang het aan de opheldering van misdrijven bijdraagt?.[26] Ook als burgers informatie over (vermeende) verdachten verzamelen en verspreiden, is dat aan privacy-normen gebonden. Lastig in het huidige media-tijdperk is wel dat eenmaal gepubliceerde informatie die onjuist blijkt en/of de privacy van personen schaadt, al binnen korte tijd ? via bijvoorbeeld een retweet of een reactieveld op een site – onder velen kan zijn verspreid. Menigeen verschuilt zich dan achter het excuus niet ?de bron? van de informatie te zijn.

Er bestaan tegenwoordig meerdere particuliere websites waarop informatie over verdachten van misdrijven te vinden is (zie Van Erp, 2011). Boevenvangen.nl biedt bijvoorbeeld naast een overzicht van alle uitstaande opsporingsberichten ook een iphone-app waarmee de gebruiker een attendering krijgt als hij zich op een locatie bevindt waar een delict is gepleegd. Daardoor krijgen delicten die vaak niet meer dan lokale aandacht genieten een landelijk bereik. De website is bovendien recent een samenwerking met SBS6 aangegaan: in april 2014 zond de omroep de eerste aflevering van het misdaadprogramma Boeven Vangen uit.[27]

GeenStijl roept op zijn beurt bezoekers op om zelf op zoek te gaan naar de verdachten en ?namen en rugnummers? te leveren. Met slogans als ?herken ze allemaal? en ?tijd gaat nu in? activeert GeenStijl de bezoeker als het ware tot ?een jacht op de dader? (Van Erp, 2011). Hoewel de toon verschilt, zijn de motieven van de site vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld misdaadverslaggever Peter R. de Vries, wiens interventies de afgelopen jaren tot de oplossing van enkele geruchtmakende moordzaken en tot de invrijheidstelling van onschuldig veroordeelde burgers hebben geleid. Bekend is ook zijn televisie-uitzending over Joran van der Sloot, waarin met verborgen camera?s opgenomen gesprekken werden getoond.

Voor het opnemen en uitzenden van beelden is tegenwoordig geen eigen televisieprogramma meer nodig. Vrijwel iedereen kan vrij eenvoudig foto?s of een filmpje op internet plaatsen, zonder een weloverwogen afweging te maken waar het OM aan gehouden is. Die beelden zullen bovendien visueel eerder van een betere kwaliteit zijn dan die van bewakingscamera?s die doorgaans door het OM worden gebruikt. Het is vervolgens voor burgers een kleine stap om via sociale media een netwerk te mobiliseren om een zaak ?op te lossen?.

De politie en het OM hebben dus al lang niet meer het monopolie op het verzamelen en verspreiden van informatie over verdachten van misdrijven. Buurtonderzoek vindt nu ook online door burgers zelf plaats. Inmiddels zijn er op YouTube al tal van beelden te vinden van particuliere bewakingscamera?s waarop verdachten van een diefstal of inbraak te zien zijn, gepubliceerd door winkeliers, tankstationhouders of burgers (Van Erp, 2011). We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkelingen en onduidelijk is nog wat de mogelijke gevolgen hiervan kunnen of zullen zijn.

5. Afronding

Bij de zware mishandeling in Eindhoven op 4 januari 2013 waren minderjarige jongens betrokken die, onder invloed van alcohol, kennelijk niet beseften wat zij feitelijk deden. Het was deels toeval dat het incident plaatsvond op een hoek van een straat die binnen het bereik van een bewakingscamera lag. Er waren daardoor beelden met het hele verloop van het incident vastgelegd.

De zaak van de ?kopschoppers? van Eindhoven toont hoeveel moeite het OM en de politie hebben om de krachten van sociale media in te schatten en, waar nodig, in bedwang te houden. Nadat – twee dagen na de uitzending van de beelden – drie verdachten zich bij de politie hadden gemeld (en ook de andere verdachten bekend waren), deed het OM een dringende oproep om niet langer informatie over de verdachten via internet te delen. Een oproep die enkele dagen later door de burgemeesters van Eindhoven en Turnhout werd herhaald, om een einde te maken aan de sociale onrust in hun gemeenten.Het bleek tevergeefs. Met de term ?kopschoppers? was de toon gezet en werd de klopjacht op de verdachten voortgezet.

De opsporingsberichtgeving had in deze casus desondanks een positief effect in de zin dat de verdachten zijn aangehouden en konden worden berecht. De beelden van de mishandeling leidden echter ook tot reacties jegens de verdachten (en derden!), die hun privacy in ernstige mate schaadden. Nog voordat de rechter in eerste aanleg uitspraak had gedaan, mengden zelfs Tweede Kamerleden zich in de discussie hoe de schending van de privacy zich zou verhouden tot het belang om de beelden uit te zenden.[28] Dat is opmerkelijk, aangezien het in onze rechtsstaat niet past dat politici zich mengen in een zaak die nog in handen van de rechter is. Het is aan de rechter om te bepalen welke straf in een concreet geval moet worden opgelegd.

Uiteindelijk zijn drie jongens veroordeeld; de andere vijf gingen vrijuit. Ook van hen zijn echter persoonsgerelateerde gegevens via internet en sociale media verspreid, die er vandaag de dag nog steeds op staan. Hetzelfde geldt voor het slachtoffer, voor naamgenoten van verdachten en voor bijvoorbeeld diegene die door GeenStijl onterecht in het rijtje van verdachten werd genoemd, zonder dit later te rectificeren. Ook voor hen zal het lastig zijn deze (digitale) ?sporen? te wissen.

Opsporingsberichtgeving is van alle tijden. Al in de tijd van het Wilde Westen werden opsporingsplakkaten gebruikt. De opkomst van sociale media, waarmee beelden en informatie gemakkelijker onder een grote groep mensen kunnen worden gedeeld, stelt echter het OM en ook de politie voor een nieuw dilemma waarmee nog maar weinig ervaring is opgedaan. De uitingen op sociale media naar aanleiding van opsporingsberichtgeving doen soms weer denken aan het Wilde Westen. Burgerparticipatie bij de opsporing van strafbare feiten krijgt onder invloed van sociale media een nieuwe dimensie; de grens met burgeropsporing vervaagt en burgervervolging ligt op de loer.

Literatuur

-????? Erp, J. van (2011). ?Boeven vangen? via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving, Tijdschrift voor Cultuur en Criminologie, nr. 1, p. 51-69.

-????? Erp, J.G. van, Gastel, F. van & Wemmink, H.D. (2012). Opsporing verzocht. Een quasi-experimentele studie naar de bijdrage van het programma Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten.. Amsterdam: Reed Business.

[1] ???? Omroep Brabant (2013, 21 januari). Nieuws: Afkeer en ongeloof om filmpje zware mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?video/79339912/Beelden+Bureau+Brabant+van+de+mishandeling+in+Eindhoven.aspx.

[2] ???? Zie voor de tweets: https://twitter.com/nickensimon/status/293480798122815489; https://twitter.com/PeterRdeV/statuses/372730756801757184; https://twitter.com/dijkhoff/statuses/372685900003942400.

[3] ???? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Justitie: stop met verspreiden gegevens ‘daders’ mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874291183/Justitie+stop+met+verspreiden+gegevens+daders+mishandeling+Eindhoven.

[4] ???? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Burgemeester Turnhout betuigt medeleven slachtoffer mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874581273/Burgemeester+Turnhout+betuigt+medeleven+slachtoffer+mishandeling+Eindhoven.aspx.

[5] ???? GeenStijl (2013, 24 januari). Archief: GeenStijl levert 8 doodschoppers aan politie. Op 1 juni 2014 ontleend aan www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/01/geenstijl_levert_acht_doodscho.html.

[6] ???? Omdat zij niet actief bij de vechtpartij betrokken zouden zijn geweest.

[7] ???? NOS (2013, 11 juni). Nieuws binnenland: Uitlevering verdachte Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/516652-uitlevering-verdachte-eindhoven.html.

[8] ???? De vierde verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen aandeel had in de geweldpleging.

[9] ???? Het OM heeft er bewust voor gekozen alleen cassatie in te stellen in de zaak van de dader die zijn straf al had uitgezeten, en niet in de zaak van de andere jongen die nog een deel van zijn straf moest uitzitten. Door in die zaak geen cassatie in te stellen, is de uitspraak van het gerechtshof onherroepelijk geworden. Zie OM (2013, 24 december). Nieuws- en persberichten: OM in cassatie in ??n zaak mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.om.nl/@162007/cassatie-zaak/.

[10] ??? Aldus Martine Vis, landelijk portefeuillehouder Sociale Media bij de Nationale Politie, in Pauw & Witteman van 31 oktober 2013.

[11] ??? De onderzoekers merken daarbij op dat bij een substantieel deel van de getoonde opsporingsberichten de politie al een verdachte op het oog had en voldoende recherchecapaciteit inzette voor de opvolging van tips.

[12] ??? Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant, 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:4796). Zie ook Volkskrant (2013, 28 augustus). Archief: Justitie fors in de fout met beelden van schoppartij. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3500150/2013/08/29/Justitie-fors-in-de-fout-met-beelden-van-schoppartij.dhtml.

[13] ??? Uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 11 december 2013 (ECLI:NL:GHSHE:2013:5955).

[14] ??? In een nagenoeg vergelijkbare zaak van een mishandeling in Oosterhout oordeelde de rechtbank in Breda dat het uitzenden van camerabeelden onnodig was, omdat de verdachte reeds bij de politie bekend was (Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5619). Zie ook: NOS (2013, 25 juni). Nieuws Binnenland: Lagere straf vanwege camerabeeld. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/522273-lagere-straf-vanwege-camerabeeld.html.

[15] ??? Omroep Brabant (2013, 11 december). Nieuws: Eindhovense kopschopper Tom K. moet ??n maand langer zitten. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/203631562/Eindhovense+kopschopper+Tom+K.+moet+%C3%A9%C3%A9n+maand+langer+zitten.aspx.

[16] ??? NOS (2013, 29 augustus). Nieuws binnenland: OM blijft beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nosc.nl/artikel/545612-om-blijft-beelden-vrijgeven.html.

[17] ??? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Tom Kantelberg uit Aalst-Waalre bedreigd na mishandeling op Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1873871323/Tom+Kantelberg+uit+Aalst-Waalre+bedreigd+na+mishandeling+op+Vestdijk+Eindhoven.aspx.

[18] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013.

[19] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013. Zie ook Johannik & Tromp in Lessen uit crises en mini-crises 2012, p. 79-86.

[20] ??? Omroep Brabant (2013, 26 maart). Nieuws: Bureau Brabant: Beelden mishandeling Eindhoven zijn niet voor niets geweest. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/190860812/Bureau+Brabant+%E2%80%98Beelden+mishandeling+Eindhoven+zijn+niet+voor+niets+geweest%E2%80%99.aspx.

[21] ??? Omroep Brabant (2013, 26januari). Nieuws: Ook na mishandeling Eindhoven blijft justitie beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187603802/Ook+na+mishandeling+Eindhoven+blijft+justitie+beelden+vrijgeven+.aspx.

[22] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[23] ??? ?Burgemeesters: Laat omgeving daders met rust?, Volkskrant, 25 januari 2013.

[24] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[25] ??? Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5621) en uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 22 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:63).

[26] ??? Aldus Harm Brouwer, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, in ?Baas OM waarschuwt voor ?burgeropsporing??, de Volkskrant, 25 februari 2008.

[27] ??? Zie http://www.sbs6.nl/programmas/boeven-vangen/.

[28] ??? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Tweede Kamerleden: beelden verdachten mishandeling Vestdijk Eindhoven belangrijker dan privacy. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187505882/Tweede+Kamerleden+beelden+verdachten+mishandeling+Vestdijk+Eindhoven+belangrijker+dan+privacy.aspx.

Hier de casus in PDF:

Gerelateerd aan deze casus:

Beeldmateriaal in de opsporing; privacyschending of niet?
Onderzoek naar de grenzen van het gebruik van beeldmateriaal in de opsporing via de social media
Auteur: Wiebe Penterman

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

App: i-View

schema
Op een smartphone of tablet meekijken met honderden camera?s en terugspoelen naar een mogelijk delict. De politie testte het al tijdens het BFO (Bevrijdingsfestival Overijssel) in Zwolle en onlangs weer bij het jaarlijkse Stratenfestival. Het?gebruik door de politie van de nieuwe I-View is uniek in Nederland. Met deze app kan de?politie in ??n oogopslag meekijken met live beelden van observatiecamera?s op diverse locaties als bijvoorbeeld het festivalterrein, het dancefeest, de binnenstad van Zwolle maar ook op het NS station en de toegangswegen. Het systeem kan onder andere kentekens herkennen.

Ook wanneer stromen van tienduizenden festival bezoekers in goede banen geleid moeten worden, kan de politie zo gebruik maken van camerabeelden om alles in goede banen te leiden. Hiernaast heeft de politie de mogelijkheid naar beelden terug te spoelen die vijf minuten oud zijn om zo zelf te kunnen beoordelen wat er gebeurd is bij een opstootje, delict et cetera.

Gerrit van der Kamp, voorzitter van politiebond ACP, ziet het wel zitten: “Ze zien meteen wanneer er onrust komt, dus als de groep groot is kun je aan je collega’s al op voorhand bijvragen. Je kunt andere hulpmiddelen opvragen terwijl je bezig bent. En dat heb je nu allemaal niet. Dat zijn grote voordelen, waardoor de veiligheid voor zowel burgers als collega’s verbeterd”.

In de toezichtruimte van de landelijke Stichting I-watch, ondergebracht in het Hoofdbureau van de politie in Zwolle, worden door politiemensen en medewerkers van particuliere beveiligingsbedrijven continu de beelden van grote aantallen camera?s geobserveerd.

I-Watch verwacht dat, gezien de positieve reacties en ervaringen het I-View systeem door meerdere politiekorpsen ingezet zal gaan worden: het streng beveiligde I-Watch systeem is namelijk goed toe te passen in andere steden en regio?s en wordt alleen door medewerkers van de politie gebruikt. Agenten kunnen dus nu ook?op hun mobieltje meekijken met wat er verderop in de straat gebeurt. Hieronder enige toelichting bij de achterliggende stichting die dit mogelijk maakt en het achterliggende Live View systeem:

Stichting i-watch

I-watch_LOGO_OPZET-(4)I-Watch is een publiek-private samenwerking in noordoost Nederland die zich richt op cameratoezicht op publiek en privaat domein door nauw samenwerkende politie en particuliere beveiligers. Naast toezicht wordt in samenwerking met partners gewerkt aan innovatie. Het nieuwste is een app waarmee agenten op straat de camerasystemen kunnen raadplegen. Zowel live als opgeslagen beeld is op te vragen. Verder zijn beelden van bijvoorbeeld verdachte personen naar collega?s door te sturen.
Live View is een werkwijze die het mogelijk maakt dat de meldkamer van de politie, via een particuliere alarmcentrale, de gelegenheid krijgt rechtstreeks mee te kijken met de camerabeelden van bijvoorbeeld een winkelier of horecaondernemer, wanneer een inbraak of overval (of een ander gewelddadig delict) plaatsvindt.

Door real time camerabeelden naar de meldkamer te sturen krijgen de politie en andere hulpdiensten zicht op de situatie van het incident, waardoor zij sneller en slimmer kunnen reageren. Met Live View kan de meldkamer de eenheden goed aansturen. Hiermee wordt de heterdaadkracht van de politie vergroot en kunnen ook de andere hulpdiensten effectiever opereren.

Een bijkomend voordeel is dat de status van een melding geverifieerd wordt door de particuliere alarmcentrale, zodat het aantal keren dat de politie uitrukt voor een nodeloos alarm verder afneemt.

Winkeliers en bedrijven zijn zeer te spreken over Live View. Het geeft een goed gevoel dat bij onraad de politie direct zicht krijgt op wat er zich afspeelt en hier gericht actie op kan ondernemen. De privacy wordt gewaarborgd doordat Live View alleen wordt gebruikt wanneer er een incident plaatsvindt. Pas dan worden de camerabeelden doorgezet door de particuliere alarmcentrale naar de politiemeldkamer en kan de politie meekijken.

Daarnaast zal Live View preventief werken door de snelle reactietijd. Op de locatie wordt een Live View sticker bij de ingang geplaatst. Voor criminelen wordt het daarmee duidelijk dat de locatie is aangesloten op Live View en dat ze dus een groter risico lopen om aangehouden te worden.

propertyprotected
Waarom Live View?
Het aantal overvallen moet dalen en het oplossingspercentage moet verder omhoog. Dit kan ondermeer bereikt worden door nog sneller en adequater te reageren bij overvalmeldingen (vergroting van de heterdaadkracht).

De aanpak van overvallen is een van de speerpunten van het nationale veiligheidsbeleid. Het ?Actieprogramma Ketenaanpak Overvalcriminaliteit? van de Taskforce Overvallen is een structurele aanpak om overvallen een halt toe te roepen. Een van de actiepunten is dat publieke en private partijen de krachten moeten bundelen om overvalcriminaliteit aan te pakken.

Live View is een concrete uitwerking van dit advies, waarbij bestaande en nieuwe technologie wordt gebruikt in een publiek-privaat-samenwerkingsverband. Deze samenwerking is gericht op verbetering en versnelling van de behandeling van overvalmeldingen.
Uiteraard wordt Live View ook gebruikt bij andere gewelddadige delicten, bij inbraken en bij calamiteiten als branden of het onwel worden van een klant.

Hoe werkt Live View?
Veel winkels en bedrijven beschikken over bewakingscamera?s die verbonden zijn met een particuliere alarmcentrale. Bij onraad alarmeert de winkel of het bedrijf de particuliere alarmcentrale door een alarm(sensor) te activeren. Hierbij wordt ook een bewakingscamera geactiveerd, waarvan de beelden te zien zijn bij de alarmcentrale. De beveiligingsmedewerker beoordeelt de melding, inclusief de beelden, en schakelt alle gegevens van de locatie en de live beelden direct door naar de politiemeldkamer.

iview

Politiemedewerkers op de meldkamer kunnen zo meteen zien hoe de situatie is, hoeveel inbrekers/overvallers er zijn, hoe ze eruit zien, of er wapens worden gebruikt en of er gewonden zijn. Als er gewonden zijn kan ook meteen de ambulancedienst gealarmeerd worden, zodat er snel medische hulp verleend wordt.

Op het moment dat de alarmcentrale de politie inschakelt, worden direct de live-beelden uit de winkel of het bedrijf meegestuurd. De politie kan dus real time meekijken. Vanaf dit moment blijft er direct contact bestaan tussen de beveiligingsmedewerker van de alarmcentrale en de centralist van de politiemeldkamer. De politie kan bijvoorbeeld vragen om (indien mogelijk) een camera bij te draaien, in te zoomen of een andere (buiten)camera te activeren. Ook kan de meldkamercentralist aan de beveiligingsmedewerker vragen om plattegronden en ander beeldmateriaal (voor zover beschikbaar) op het beeldscherm te zetten.

De bediening van de camera?s blijft bij de particuliere alarmcentrales liggen (conform de afspraken met de klanten). De politie kijkt alleen mee via het beeldscherm van de beveiligingsmedewerker als deze een incident doorgegeven heeft. Geen incident? Geen beeld!

Voor wie is Live View?
Live View is beschikbaar voor:

  • winkels, bedrijven en particulieren, die beschikken over een camerasysteem dat is aangesloten op een particuliere alarmcentrale;
  • geld- en waardedepots/transporteurs;
  • lokale toezichtcentrales (van bijvoorbeeld gemeenten).

Bronnen: i-watch, RTLNieuws, Politie.nl

#FreezeFrame

Maandag 9 december 2013?presenteerde Jan Willem Alphenaar zijn idee over FreezeFrame?in Antwerpen en dinsdag in Amsterdam bij Online Tuesday. Bekijk de videoregistratie hieronder (de presentatie duurt slechts vijf minuten). De bijbehorende slides staan eronder.?Het is een idee rondom moderne media dat burgers en politie kan ondersteunen de meest essenti?le informatie van een misdrijf zo snel mogelijk te achterhalen en verzamelen, om zo zaken effectief en snel opgelost te krijgen. Het idee lijkt simpel, maar tot op heden is er nog geen initiatief die dergelijke mogelijkheden biedt, of toch wel? Laat het aan Jan Willem en ons weten!

Zou de Film Freeze Frame (“off-camera is off-guard”) een deel van zijn inspiratie zijn geweest? Bekijk onderstaande trailer:

Bron: Jan Willem Alphenaar

App: Meld Misdaad Anoniem met video

logo-meld-misdaad-anoniemlogo-bambuserMeld Misdaad Anoniem gebruikt sinds september 2013 Bambuser om de mogelijkheid te bieden “anoniem” een filmpje in te sturen. Op de website geven ze een voorbeeld waarin dit nieuwe videomelden van pas zou kunnen komen:?

Stel, tijdens jouw favoriete evenement breekt geweld uit.?Of een overvaller vlucht door jouw drukke winkelstraat. ?Pak je mobiel en deel jouw video live en anoniem. ?Zo kunnen meer daders sneller worden opgespoord.

Maar: als de dader je heeft zien filmen, ben je niet meer anoniem. Je kunt dan geen melding doen bij M. Zorg dus dat je zo onopvallend mogelijk filmt en zelf geen risico?s loopt.

Bambuser?is een gratis mobiele video applicatie waarmee je video’s (helaas geen foto’s) kunt opnemen met je mobiele telefoon. Je kunt je video’s vervolgens delen met Meld Misdaad Anoniem. Zet wel je instellingen op Private mode, want dan?kunnen ze alleen video’s bekijken die u actief met hen deelt waarbij je eigen account informatie niet gedeeld wordt. Datum en tijd worden automatisch meegestuurd. De locatie wordt alleen meegestuurd als je dit in je instellingen (op je telefoon en app) hebt aanstaan.?Verwijder de film na afloop uit je Bambuser-account.?Je inzending wordt pas een melding als je ons daarna belt. In een vertrouwelijk gesprek neemt M. de details van de film met je door. Heeft een dader jou bijvoorbeeld gezien? Als blijkt dat je achteraf bezien toch gevaar loopt, dan sturen we de melding niet door naar de politie en andere partners. ?Je kunt ook ten alle tijden je Bambuser account stopzetten en let op welk e-mail adres je hierbij gebruikt.

Eerder gebruikte de app Safe City al Bambuser om live beelden te delen met de autoriteiten. Deze dienst werd bedoeld?voor het melden van alles wat niet pluis of niet in de haak is, bijvoorbeeld; graffiti, misdaad, rommel op straat, kapot straatmeubilair, losse stoeptegels, verdacht gedrag, gevaarlijke situaties, drugsdeals, vechtpartijen, beschadigde groenvoorziening, molesteren hulpverleners. Het aanzetten van een “Share” die een rechtstreekse verbinding maakt met een beveiligde website, waarop je alles kunt zien en horen.?

Maar ook professionals kunnen met bijvoorbeeld een bodykit (bijv Miveu) simpel gebruik maken van de app:

Bron: MeldMisdaadAnoniem,?krantenartikel regionale dagbladen,?Algemeen Dagblad,?Computer Idee,?de Stentor,?Telecommerce,?CCV,?Security Managment,?Easy Branches,?Nieuws.be,?NOS.nl,?RTL

YouTube

youtube-logo2In mei 2012 is YouTube is in Nederland het tweede social media platform (na Facebook) met 6,9 miljoen gebruikers, waarvan 1 miljoen dagelijkse gebruikers.?YouTube?is een?website?waar de gebruiker filmpjes kan publiceren en in ruil daarvoor zijn exclusieve vermenigvuldigings- en auteursrechten afstaat. De?slogan?van deze website is?YouTube, Broadcast Yourself. De?uploader?kan de film voorzien van?tags?(trefwoorden, op de?Nederlandse?versie van YouTube ‘labels’ genoemd) die een niet-hi?rarchische classificatie mogelijk maken. In februari 2005 opgericht door drie medewerkers van?PayPal en nu eigendom van?Google.

In?juli 2006?werden er zo’n 65.000 filmpjes per dag op deze site gezet en zouden er meer dan 100 miljoen filmpjes per dag bekeken worden.?Volgens een artikel in de?The Wall Street Journal?in augustus?2006?telde de website 6,1 miljoen video’s, die een totale opslagruimte van circa 45?terabyte?tellen.?Beginnende artiesten hebben hun groeiende populariteit te danken aan hun video’s op YouTube. De?Nederlandse?Esm?e Denters?is een goed voorbeeld: enkele platenmaatschappijen in de Verenigde Staten zijn vanwege de populariteit van haar videoclips op YouTube in 2007 met haar in gesprek gegaan. En ook?Justin Bieber?werd ontdekt via YouTube.

Tot nu toe heeft de politie regelmatig gebruikgemaakt van YouTube om zaken op te lossen. Soms zetten de daders zich trouwens zelf op de kaart. Dat overkwam een zestienjarige jongen uit Den Haag die vanaf een balkon met een gaspistool schoot. Om het filmpje daarna met de nickname Den Haag Gangster op YouTube te zetten. De straat, het portiek en de voordeur op de film waren voor de politie genoeg om de jongen op te sporen. De vader klaagde GeenStijl daarvoor ook aan:

YouTube kan ook op andere manieren nuttig zijn. Voor de opsporing van vermiste kinderen bijvoorbeeld. Het International Center for Missing & Exploited Children zette samen met YouTube een nieuw videokanaal op: Find Madeline Campaign, speciaal voor het plaatsen van video?s van vermiste kinderen (youtube.com/DontYouForgetAboutMe).

Rechtzaak of adoptie?

Sinds de overname door Google spannen steeds meer bedrijven rechtszaken aan tegen de website, waaronder de?Premier League?vanwege onrechtmatig gebruik van voetbalbeelden. Sommige bedrijven, waaronder de?BBC,?VEVO?en?Samsung?sluiten juist contracten met YouTube af om hun videoclips te laten vertonen op de website. Dit geldt ook voor verschillende muziekproducenten als?Nuclear Blast?en?Sony BMG. Daarnaast zijn ook voetbalclubs actief op YouTube. Onder andere?PSV?en?Ajax?hebben een eigen kanaal met filmpjes van zaken omtrent de club. Op?14 november?2006?werd YouTube overgenomen door?Google?voor een bedrag van 1,65 miljard?dollar

Op?8 maart?2007 werd YouTube geblokkeerd in?Thailand.?Vooralsnog zijn de redenen van de blokkering onduidelijk, geruchten spreken van voor de regering negatieve filmpjes. Het Thaise?ministerie?van ICT blokkeert regelmatig websites, inmiddels zijn er enige tienduizenden websites geblokkeerd. Ook de?CNN- en?BBC-websites en -tv-uitzendingen worden regelmatig tijdelijk geblokkeerd wanneer er voor de Thaise regering ongunstig nieuws is. Vanaf 30 augustus 2007 was YouTube niet meer geblokkeerd in Thailand, maar de landen?Iran,?Brazili??en?Pakistan?hebben ook ??n of meerdere keren de website geblokkeerd. In?China?is YouTube nog steeds geblokkeerd en ook in?Turkije?is YouTube circa vier jaar ontoegankelijk geweest wegens video’s die grondlegger?Mustafa Kemal?zouden beledigen.?Desondanks maakte de Turkse Premier?Erdogan?er via een?proxy?gewoon gebruik van, net zoals miljoenen andere Turken. De site stond derhalve ook in Turkije in de top 10 van meest bezochte sites.?In 2011 werd de YouTube-blokkade in Turkije opgeheven, nadat ook president Abdullah Gul zich tegen de blokkade had uitgesproken via Twitter.

Vele instanties maken gebruik van YouTube voor verspreiding van hun boodschap zoals Al Jazeera, maar ook het Nederlands Koninklijk Huis

Een achtergrondfilm over gebruik van YouTube

Burgemeester Opstelten spreekt jongeren aan via YouTube

‘Het is uit, basta’. Met deze woorden spreekt burgemeester Ivo Opstelten van Rotterdam de jongeren van zijn stad toe. Niet op televisie, of tijdens een bijeenkomst, maar in een filmpje dat op YouTube te zien is. Op deze manier wil de burgemeester alle tramvandalisten een laatste keer waarschuwen: houd op met rotzooi trappen en gedraag je in het openbaar vervoer. Anders kom je de tram niet meer in.

Overvaller van pompstation gepakt met hulp YouTube

De politie heeft met succes YouTube gebruikt om een verdachte van een overval op een tankstation op te pakken. Bijna 40.000 mensen bekeken de filmbeelden die Hollands Midden op de site plaatste. Vier tips kwamen binnen die alle naar dezelfde verdachte, een 27-jarige Leidenaar, leidden. Hollands Midden gebruikte YouTube al langer voor algemene informatieverstrekking. Het was voor het eerst dat de filmpjeswebsite ook ingezet werd voor opsporing. De beelden van het tankstation waren niet erg helder maar volgens een politiewoordvoerster hebben mensen voor herkenning soms weinig nodig als ze iemand goed kennen.
Door het succes van deze zaak gaat de politie vaker opsporingsfilmpjes plaatsen.

Wil je Youtube iets veiliger maken voor je kinderen? Dat kan. Google schrijft zelf een aantal safety tips voor en raadt aan om YouTube in de veiligheidsmodus te zetten.

Vroegsignalering van een moord

Er zijn eerder voorbeelden geweest van aankondigingen van criminele activiteiten op YouTube. In California heeft de zoon van een Hollywoord regisseur het nieuwe TV kanaal gebruikt om een dag van te voren zijn ongenoegens te uiten en daden aan te kondigen. Hij ging op 12 plekken langs bij jongens en meiden van zijn school wat leidden tot 7 dodelijke slachtoffers. Op diverse nieuwssites zijn die slachtoffers via sociale media opgezocht en volgenden diverse reconstructies om het verhaal te kunnen vertellen, zoals deze.