Tagarchief: impact

Beeld in de meldkamer is mensenwerk

Meldingen naar 112 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers verwachten dat burgers en bedrijven steeds vaker beeld zullen willen sturen. Uit de eerste experimenten blijkt echter dat het gebruik van foto’s en video’s in de meldkamer minder vanzelfsprekend is dan het lijkt.

Door Jonathan Barnhoorn, Marc Menkhorst, Caroline Schilder, Kees van Dongen

We leven in een beeldcultuur. Volgens Facebook worden er per minuut 200.000 foto’s op de site gezet. Samen kijken we een miljard uur per dag video op YouTube. Elke seconde maken 50.000 mensen een foto met hun telefoon. Nederland, waar 93 procent van de inwoners een smartphone heeft, loopt in deze trend wereldwijd voorop. Vooral voor jongeren is de beeldcultuur een feit: 63 procent zegt foto’s en video’s over zichzelf te delen met anderen. Maar vlak ook ouderen niet uit. 9 van de 10 Nederlandse 55-plussers lopen met een smartphone op zak, en 34 procent is volgens het CBS actief op sociale media.

Beelden in de meldkamer

Die maatschappelijke ontwikkeling raakt ook aan veiligheidsprocessen, zoals handhaving, opsporing en hulpverlening. Burgers zetten zelfgenomen beelden van inbraken, ongelukken en (vermeende) daders op internet. Een buurtgroep wil met eigen foto’s en video’s de politie ondersteunen.

Het ligt voor de hand dat door burgers gemaakte beelden ook in toenemende mate gebruikt gaan worden in de meldkamers van 112. Op dit moment is dat nog niet goed mogelijk. Zo zijn de systemen van de centralisten nog niet ingericht op het weergeven en opslaan van foto’s en video’s die burgers sturen. De meldkamers staan echter wel open voor het gebruik hiervan. Ook de samenleving verwacht in toenemende mate dat zelfgemaakte digitale foto’s en video’s de telefonische melding kunnen ondersteunen.

Maar wat is het effect van foto, video en live-beeld in de meldkamer op het 112-intakeproces? En op de 112-centralist? Dat onderzocht TNO in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Landelijke Meldkamer Samenwerking. Er zijn 2 verkennende experimenten gedaan met 12 centralisten van de Meldkamers Noord-Nederland en Noord-Holland. Zij waren werkzaam in de ambulancezorg, bij de brandweer en bij de politie. Een derde experiment, dat onder andere zou gaan over het effect van de kwaliteit van het aangeboden beeld, moet nog worden uitgevoerd.

Niet sneller en niet per se beter

Het eerste experiment ging om de vraag wat het effect was van foto, video en ‘live’-beeld op de snelheid van het intakeproces en de volledigheid en juistheid van de vergaarde informatie. De deelnemende centralisten werden onder meer geconfronteerd met een door een acteur gedane melding van bijvoorbeeld huiselijk geweld, een persoon te water of een uitslaande brand. In totaal werd gebruikgemaakt van 8 veel voorkomende duidelijke meldingen. De resultaten van dit experiment zijn afgezet tegen een eerder onderzoek met dezelfde meldingen maar dan zonder beeld. Omdat destijds de meldingen alleen verzoeken om noodhulp en zorg betroffen, kon voor dit onderzoek alleen dit type meldingen worden gebruikt.

En wat bleek? De afhandeling van een melding met beeld duurde gemiddeld langer dan een melding zonder beeld. En gemiddeld werd geen kwaliteitsverbetering in de vergaarde informatie waargenomen; eerder een marginale afname. Vooral bij de melding met een live-beeld was er sprake van een (gering) negatief effect. Een interessante waarneming was dat beelden zekerheid, maar ook onzekerheid kunnen veroorzaken bij de centralist. Dit laatste is het geval als beeld en mondelinge melding niet overeen lijken te komen.

Meerwaarde van het beeld

Toch zagen de deelnemende centralisten meerwaarde in het gebruik van beeld. Na afloop was 80 procent positief. Vóór het experiment was dat 25 tot 30 procent. De centralisten gaven achteraf aan dat burgerbeelden de melding kunnen verduidelijken, met name bij gebruik van jargon of bijvoorbeeld bij een taalbarrière. Ook in het geval van een zeer emotionele beller, die bijvoorbeeld geen vragen kan of wil beantwoorden, voegde beeld iets toe. Verder droegen beelden bij om een situatie van een ongeval of stadium van een brand beter te beoordelen. Een ander voordeel, zo vonden centralisten, was dat zij veronderstelden te kunnen zien of instructies daadwerkelijk werden opgevolgd door de melder. Livebeelden genoten de voorkeur, omdat deze de meest actuele beelden gaven en als betrouwbaarder gezien werden.

Impact van beeld

Dat burgers foto’s en video’s maken bij ongevallen, is niet onomstreden. Aan de andere kant kunnen beelden, wanneer die worden gedeeld met de 112-meldkamer, bijdragen aan een beter inzicht in de situatie. Wel kunnen beelden van ongevallen of misdrijven heftige emoties oproepen.

Om te onderzoeken wat de impact van beeld is op centralisten deed TNO een tweede experiment. De 22 eerder genoemde centralisten voerden een gesimuleerde meldkamertaak uit. Tijdens het verwerken van de informatie van de melding werd geen foto, een neutrale foto (zoals een auto) of een heftige foto (zoals een verwonding) getoond.

Emotioneel en mentaal belastend

Om meldingen waarbij foto’s werden getoond te verwerken moesten centralisten meer mentale inspanning leveren dan bij meldingen waarbij geen foto’s werden getoond. Heftige foto’s leidden niet tot meer inspanning dan neutrale foto’s. De emotionele belasting is gemeten met vragenlijsten tijdens het experiment en bevraagd in een interview na afloop. De vragenlijsten lieten geen effect van foto’s op emotionele belasting zien, in de interviews gaven centralisten wel duidelijk aan dat ze verwachten dat heftige beelden in de toekomst belastend kunnen zijn voor henzelf of voor collega’s. Ook vertelden centralisten in de interviews dat de beelden in het experiment ervoor zorgden dat het moeilijker was om de aandacht te verdelen. Dit sluit aan op het resultaat uit het eerste experiment dat centralisten gemiddeld minder volledig waren bij het vergaren van de informatie. Zowel met heftige als met neutrale beelden werden meer auditieve informatie-elementen gemist dan zonder beelden. Bij heftige beelden werd meer gemist dan bij neutrale beelden. Reflecterend vonden centralisten de getoonde foto’s over het algemeen nuttig en zien ze het nut van beelden voor de meldkamer van de toekomst. Ze hielpen om prioriteit en behoefte in te schatten bij een melding.

Toegevoegde waarde

Uit de eerste experimenten blijkt dat beeldmateriaal als ondersteuning van telefonische meldingen niet zonder meer tot kwaliteitsverbetering zal leiden. De grootste toegevoegde waarde van beeld bij het duiden van een melding door de centralist lijkt er te zijn in situaties waarbij de melding of melder onduidelijk is, of de centralist onzeker is over de toestand ter plaatse. De juistheid van deze veronderstelling vraagt om aanvullend onderzoek. Dit staat overigens nog los van de waarde die het beeld verder in de keten kan hebben voor het opbouwen van een informatiepositie op de meldkamer en de opvolging, zoals bijvoorbeeld de waarde voor de opsporing.

Verder blijkt dat beelden zorgen voor extra mentale en emotionele belasting van de centralist. Centralisten geven aan dat ze behoefte hebben aan eigen regie over het bekijken van eventueel beeldmateriaal. Dit kan echter leiden tot keuzestress en dilemma’s. Zij moeten een afweging maken tussen enerzijds het goed uitvoeren van de functie en dus alle beelden uitkijken en anderzijds zichzelf beschermen tegen (te) veel emotionele belasting.

Vaardigheden van de centralist

Het toevoegen van beeld aan het meldproces vraagt daarom niet alleen om technische en analytische skills van de centralist, maar ook typevaardigheid (blind kunnen typen) en het vermogen om te gaan met emotionele stimuli en stress. Hier zal bij de selectie, training en opleiding van personeel rekening mee moeten worden gehouden.

Het gebruik van beeld in de meldkamer zal sterk toenemen. Dit past bij de maatschappelijke trend, waarbij foto’s en video’s steeds nadrukkelijker aanwezig zijn. Initiatieven om beeld in de meldkamer te brengen en te beproeven worden daarom aangemoedigd. De impact van beeld op de centralist mag daarbij niet uit het oog worden verloren. Dit vraagt om zorgvuldig beleid en betrokkenheid van mensen met een achtergrond in het personeelsbeleid en de psychologie. Om het beleid te kunnen formuleren is bovendien meer onderzoek nodig. Bijvoorbeeld naar het effect van de verschillende manieren waarmee beeld het beste aan de centralist kan worden aangeboden.

Onderzoek

Lees ook: J.S. Barnhoorn en C.J.G. Van Dongen (2019) De impact van beeld in 112 meldkamers op de centralist (TNO rapport R10211) en M. Menkhorst en C.M.C. Schilder (2019) Effect van beeld op het 1-1-2 intake proces (TNO rapport R11729). Of lees hieronder de rapporten:

Samenvatting:

[slideshare id=143053720&doc=tno-2019-m10233-190501071611&type=d]

De impact van beeld in 112 meldkamers op de centralist

[slideshare id=143053568&doc=tno-2019-r10211-190501071323&type=d]

Effect van beeld op het 1-1-2 intake proces

[slideshare id=143053619&doc=tno-2018-r11729-190501071426&type=d]

Jonathan Barnhoorn, Marc Menkhorst, Caroline Schilder en Kees van Dongen zijn werkzaam bij TNO. Jonathan Barnhoorn is bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: [email protected]

Bron: Secondant

Videobellen naar 112?

Tekst?Charlotte van den Berg,?Foto?Rob Acket

Wie alarmnummer 112 belt, krijgt een hulpverlener van de meldkamer aan de telefoon. Deze centralist luistert en informeert zo goed mogelijk om snel te bepalen welke hulp nodig is. Hoe mooi zou het zijn als de beller niet alleen kan beschrijven wat er speelt, maar de noodsituatie ook kan laten zien? Deze manier van melden ? m?t beeld – is dit najaar getest met centralisten in twee meldkamers. ?Wat telt is hoe het w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol.?

Wanneer een centralist iemand aan de telefoon krijgt, is het eerste doel: zorgen dat de juiste hulpverlening op de plek belandt waar hulp nodig is. Ambulance, brandweer, politie en marechaussee (of alle vier) moeten zo snel mogelijk de juiste kant op. Zodra eerste hulp onderweg is, vraagt de centralist verder. Hoe is de situatie nu? Hoe reageert een slachtoffer? Alle informatie wordt vermeld in een centraal systeem waar meerdere hulpdiensten uit kunnen putten.

Mobiel

?Als een melder foto?s of filmpjes heeft die de situatie kunnen verduidelijken, wil je zulk beeld als hulpdienst natuurlijk gebruiken?, vertelt Marjan Dol, directeur van?meldkamer Noord-Nederland. Maar hoe krijg je die beelden goed en snel de meldkamer in? ?Als iemand ons nu beelden wil sturen, lossen we dat hier op dit moment praktisch op: we geven het nummer van een mobiele telefoon van de meldkamer en bekijken de beelden daarop. Ik houd wel van die pragmatische aanpak; wat telt is dat we iemand zo snel en goed mogelijk te hulp kunnen komen.?

‘Het kan toch niet zo zijn dat we als meldkamer alleen de telefoon kunnen opnemen?’

Marjan Dol, directeur van meldkamer Noord-Nederland in Drachten

Wil je beeld structureel, goed en snel gebruiken, dan moet melden met beeld een solide plek krijgen op het computerscherm van de centralisten. En dat willen de meldkamers, omdat ze op die manier zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij mensen die hulp zoeken. Dol: ?Het kan toch niet zo zijn dat we alleen de telefoon kunnen opnemen? Daarom willen we graag meedoen aan experimenten die alle meldkamers beter laten aansluiten bij de samenleving.? Bij jongeren bijvoorbeeld, die gewend zijn elkaar foto?s en video?s te sturen. ?De samenleving communiceert al met beelden. Wat je zou willen is dat de melder in staat is dat beeld snel aan ons over te brengen, in aanvulling op het telefoongesprek. Zodat je als melder je camera kunt aanzetten en de beelden?live?kunt laten zien aan onze centralist.?

Camerabeelden

Meldkamers maken al gebruik van beelden: livebeelden die gemaakt worden door openbare camera?s, politiehelikopters of ?drones. Maar de hulpverleningsdiensten willen meer, vertelt Dol: ?Je zorgt als meldkamer dat je de basis van je werkzaamheden op orde houdt, zodat je betrouwbare hulpverlening kunt bieden. Daarnaast is het belangrijk je bezig te houden met onderzoek, zodat je met innovaties en ontwikkelingen ook in de toekomst de goede dingen blijft doen.? Daarom staat ook de?Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) achter meer gebruik van beeld.

Levensecht

Voor het experiment, dit najaar gehouden in meldkamers van Noord-Nederland en Noord-Holland, zijn acht levensechte meldingen nagebootst door acteurs. Deze fictieve meldingen bevatten zo veel mogelijk elementen van een gecompliceerde noodsituatie. Groot verschil met eerder onderzoek: de twaalf centralisten konden nu ook gebruik maken van foto?s, video?s en zelfs live beeld van de calamiteit. Beeldmateriaal dat zogenaamd gemaakt is door de melder aan de telefoon.

Regie

Alle centralisten waren na afloop van het experiment positief: het gebruik van beeld gaat volgens hen werken in de praktijk. Vooral een verbinding die het mogelijk maakt rechtstreekse beelden van de noodsituatie te zien, helpt hen met meer zekerheid in te schatten wat er gebeurd is. En ook in welk perspectief ze de melding moeten zien. Want wat voor een melder een gigantische wond is, kan voor de centralist heel anders zijn.

De belangrijkste ervaring die de centralisten deelden, was dat ze zelf regie willen behouden: ze willen zelf bepalen of en wanneer ze beeld te zien krijgen. ?Zodat zij vanuit hun vakmanschap kunnen beoordelen wanneer het zien van beelden kan helpen en in welke situatie het alleen zou afleiden?, aldus Dol.

Scherp

Voldoet de huidige situatie in de meldkamers dan niet? Dol: ?Op basis van de woorden van de beller analyseren centralisten een noodsituatie. Ze zijn daar geoefend in en doen dat uitstekend. Maar het blijft zo dat je gebaseerd op wat je hoort, een beeld vormt dat altijd enigszins afwijkt van de werkelijkheid. En wat telt is natuurlijk hoe het buiten w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol. Het helpt ons zo veel mogelijk feitelijke informatie naar boven te krijgen en daarmee de situatie zo scherp mogelijk te krijgen. Daarom gaat het werken met beeld echt helpen.?

Melden met Beeld

Een ander experiment in dezelfde meldkamers testte het effect dat beeld heeft op centralisten zelf. Hoe belastend is het voor hen om een werkdag lang geconfronteerd te worden met heftige beelden? Dol: ?Stel je voor dat je in de meldkamer de hele dag beelden ziet van gewonde mensen. Ik vergelijk het altijd zo: een centralist maakt op een dag ongeveer vijftig keer zo veel mee als hulpverleners die op straat werken. Daar bestaat dus wat zorg over.? Samen zullen de?twee experimenten?antwoord geven op de vraag: ?Wanneer heeft welk soort beeld impact bij het doen van een 112-melding en welke impact is dat??

Bron: JenV Magazine 2018 nr4

Getagd voor het leven

youve-been-tagged

Wat zou jij er van vinden als je tijdens je werkt wordt gefilmd? En waarbij je (niet zeker) weet of een deel van de video online komt. Verschillende professionals hebben dit al eens meegemaakt. En, het lijkt steeds vaker te gebeuren. Wat is het effect van het opnemen en online plaatsen van beelden van publieke handelingen op sociale media, voor publieke professionals en organisaties? Het eerste verkennende studie over dit thema, uitgevoerd door Stichting Impact met mijn medewerking staat nu online. Deze verkenning biedt voldoende stof om over door te praten en voldoende onderwerpen om verder te (laten) onderzoeken. .

Een intrigerende vraag uit dit?onderzoek is de vraag: waarom doen mensen dit? Helaas is er (nog) geen onderzoek gedaan onder de filmers en diegene die het materiaal online plaatsen. De verschillende professionals geven vier motieven waarom mensen mogelijk filmen (en al dan niet plaatsen):Als een video online verschijnt dan is het proces dat volgt redelijk ongrijpbaar. Als het binnen korte tijd vaak gedeeld of geliked wordt, en al dan niet door andere (sociale) media wordt opgepikt, dan kan een olievlek ontstaan. Het is lastig om op dat moment de verspreiding in te perken. Het is moeilijk om een filmpje volledig van het internet te verwijderen, wanneer het zo vaak wordt gedeeld. Organisaties worden bij vergaande verspreiding van (video)materiaal gedwongen om te reageren. Want: of het nu waar is of niet, als organisatie moet je wel reageren als het breed is verspreid. Al was het maar voor diegene die op de video negatief wordt neergezet.

  • het uiting geven aan onmacht en frustratie.
  • het be?nvloeden van het proces van de organisatie (dossiervorming).
  • sensatiezucht (inclusief persoonlijk gewin).
  • verveling.

Het is essentieel om deze motivaties te weten, zodat passende reacties zijn te geven. Aanvullend onderzoek op filmers en plaatsers is zeer zeker nodig.

Vanuit persoonlijke ervaring weet een van de onderzoekers Roy Johannink dat een opvallend filmpje miljoenen views kan genereren. Dit kan de plaatser ? wat niet de filmer hoeft te zijn ? ook een bron van inkomsten betekenen. Het wegnemen van deze bron van inkomsten maakt het voor sommige plaatsers, denk aan de treitervloggers, al een stuk minder interessant om (video)materiaal online te plaatsen. Want: als je er geen geld mee verdiend, waarom zou je het dan nog doen?

Maar aan de hand van welke criteria bepalen we of een video al dan niet negatief is. Wat is de rol van YouTube ?n Facebook? Beide kunnen natuurlijk de advertenties weglaten rondom de video?s. Ze kunnen plaatsers ook (tijdelijk) blokkeren. Maar ze gaan dan ook zelf advertentie-inkomsten mislopen van dergelijke succesvolle video?s.

Het is dus allemaal niet zo eenvoudig. De problematiek en de oplossing(en) zijn complex. Dat maakt dit eerste onderzoek inzichtelijk. Er moet wel nog wat veranderen, dat is duidelijk. Alleen wat dan? Suggesties voor vervolgonderzoek en oplossingen zijn zeer welkom, reageer hieronder of laat je idee achter bij Roy Johannink.

Het onderzoek is hier te vinden: Getagd voor het leven; een verkennende studie naar de effecten op professionals van het filmen en online plaatsen van (beeld)materiaal van professioneel handelen, Jurriaan Jacobs, MSc Merel van Herpen, MA Dr. Hans te Brake mmv Drs. Roy Johannink MCDm, Stichting Impact Diemen, december 2016.

of lees het hieronder:

[slideshare id=72267052&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-26-14871693771568867560-170217110954&type=d]

[slideshare id=78262205&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-170726072049&type=d]

Bronnen: RoyJohannink

Agenten beschermen tegen internetfilmpjes? #treitervlogs

anp-1024_30709972_1

Bekend is dat publieke professionals, zoals politieagenten en docenten, hun beroep uitvoeren in een stressvolle context. Sinds een aantal decennia valt het op dat de veranderde relatie tussen professional en burger vaker tot botsingen leidt. Zo maken professionals vaker agressie en geweld mee. Sinds een aantal jaar vormen sociale media een belangrijk strijdtoneel. Beelden van professionals, zoals aanhoudingen door agenten, veroorzaken hier publieke verontwaardiging. Professionals geven aan dit opnemen en online plaatsen als zeer stressvol te ervaren en weten niet goed hoe hiermee om te gaan of hoe zulke situaties te voorkomen. Veilige Publieke Taak heeft een aantal jaar gewerkt aan voorlichting en handelingsperspectief, bijvoorbeeld in geval van?bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media.

De vloggertjes die agenten filmen moeten worden aangepakt volgens een meerderheid van de Tweede Kamer. Volgens Kamerlid Marcouch staat er bij een actie van de politie altijd een groepje omheen dat filmt. Marcouch krijgt klachten van agenten dat hun familie daarna wordt lastiggevallen. Daarom grijpt de politie soms maar gewoon niet in als er wat op straat gebeurt.

Daarom vindt Marcouch dat video’s van agenten alleen online gezet mogen worden als de gezichten onherkenbaar zijn. “Politici kiezen ervoor om een publiek en bekend figuur te worden, deze agenten niet. We moeten voorkomen dat ze vogelvrij worden”, aldus het Kamerlid volgens De Telegraaf.

Maar leidt bedreiging er bijvoorbeeld toe dat professionals situaties gaan vermijden? Of verharden ze juist in de relatie met de burger? Welke ondersteuning heeft de professional nodig? Door kennis te ontwikkelen en verspreiden, draagt Impact bij aan het weerbaarder maken van professionals en publieke organisaties op dit thema.

Impact doet verkennend onderzoek naar de impact van social media framing op professionals. Daarin wordt specifiek gekeken naar het effect van het opnemen en online plaatsen van publieke handelingen op publieke professionals en de organisaties waarin zij werken. Men kijkt naar de motieven van burgers om beelden vast te leggen en te delen, in sectoren als het onderwijs, de jeugdzorg en veiligheidsinstellingen als de politie.

Impact op professionals met publieke taken

De gevolgen van het filmen lijken een beperking van de professionele bewegingsruimte en een aantasting van de professionele integriteit te veroorzaken.

Het blog Cops in Cyberspace noemt het “Fobf”, ofwel: Fear of being filmed dat bij steeds meer agenten lijkt op te spelen. Het artikel “agenten verlamd door YouTube” of?de politie uit Chicago die hun eigen dashcams uit de auto’s slopen laat zien dat niet alle agenten gediend zijn bij dergelijke transparantie. Toch mogen burgers nog steeds zelf dergelijke camerabeelden publiceren.

Negatieve framing kent twee belangrijke elementen, namelijk opnames op een dergelijke manier manipuleren dat een voor de professional negatieve situatie ontstaat. Dit kan bijvoorbeeld worden aan door het begin en het einde van een filmpje te knippen. Het tweede element is het vaak contextloze filmpje in verband brengen met een bepaalde sociale gebeurtenis of het image van een organisatie.

Het autonome handelen van de professional wordt soms in twijfel getrokken door de maatschappij. De boodschap van dergelijke filmpjes, en met name de reacties daaronder, is dan dat deze professional zijn of haar werk niet goed doet en ter verantwoording dient te worden geroepen. Deze situatie is nieuw in de zin dat het filmen en plaatsen van beeldmateriaal van professioneel handelen vaker gebeurt, maar vooral dat er na het plaatsen op sociale media een ongekende verspreidingssnelheid kan ontstaan, een olievlek werking naar andere media en dat er een gevoel van ongrijpbaarheid bij de professional ontstaat. Voor de professional is de problematisch omdat er geen mogelijkheid van hoor en wederhoor toegepast kan worden (de professional is monddood in dit geval) en de handelingsruimte van de professional wordt ingeperkt door permanente verantwoordingsdruk. Daarnaast wordt professioneel handelen persoonlijk handelen. Door professionals is aangegeven dat zij in toenemende mate in de priv?sfeer met hun professionele gedrag worden geconfronteerd door middel van sociale media. Dit uit zich in het plaatsen van filmpjes of foto?s op sociale media waarbij persoonlijke informatie over de professional wordt gedeeld, waarbij persoonlijke informatie over de professional wordt gevraagd of waarbij bedreigingen aan het persoonlijke adres van de professional worden geuit. Sociale media heeft daarin een bepalende rol doordat persoonlijke informatie van professionals makkelijk toegankelijk is via internet en cli?nten vaak niet in staat zijn de grens tussen professioneel handelen en persoonlijke situaties te onderscheiden. Deze situatie is problematisch doordat voor professionals ook de scheidingslijn tussen professioneel handelen en priv? kleiner wordt gemaakt. Professionele distantie maakt het mogelijk in moeilijke situaties juist te handelen. Doordat werk persoonlijk gemaakt wordt, lijkt juist handelen in bepaalde situaties moeilijker te worden.

Hieronder nog een aantal fragmenten van onder andere Rapper Boef en treitervlogger Ismail met de politie.

Impact kijkt naar diverse oplossingen. Oplossingen voor organisaties, professionals zelf en media en burgers. Intussen komen technologiepartijen ook met hun eigen oplossingen, zoals onderstaande app die al in lijkt te spelen op het idee van?Kamerlid Marcouch:

Bronnen: RTL Nieuws,?Powned, IMPACT

Stand van zaken: toenemende impact social media op veiligheid

media4sec

Onlangs is nieuw Europees onderzoek gestart naar de toenemende rol van sociale media in publieke veiligheid. Het consortium, MEDI@4SEC, met TNO als belangrijke partner, onderzoekt de kansen en bedreigingen van sociale media voor veiligheidsdiensten zoals de politie, met een focus op de ethische en juridische aspecten. Ook het gebruik van sociale media door burgers en criminelen en de gevolgen daarvan voor onze veiligheid worden onderzocht.

Sociale media bieden veel voordelen voor de samenleving waaronder nieuwe mogelijkheden om veiligheidsproblemen aan te pakken, zoals in de strijd tegen criminaliteit, het verminderen van angst voor criminaliteit en,? in meer het algemeen het verhogen van de kwaliteit van het leven. Echter, de nadelen kunnen gaan overheersen door toenemende vormen van gedigitaliseerde criminaliteit en terrorisme. Andere negatieve effecten zijn het gebruik van het sociale web voor trollen, cyberpesten, bedreigingen, dark web marktplaatsen. Ook het nutteloos delen van live video van politieoptreden tijdens incidenten kan vervelende gevolgen hebben voor de veiligheid. Het publiek ziet graag dat politie en beleidsmakers vergaande plannen hebben om de nieuwe technologische mogelijkheden optimaal te benutten, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de vrijheden van deze nieuwe technologie?n.

media4sec

MEDI@4SEC heeft bijna 2 miljoen euro aan financiering van de Europese Commissie gekregen en het brengt onderzoekers en professionals uit de praktijk van diverse veiligheidsorganisaties uit heel Europa bij elkaar, waaronder: de Universiteit van Warwick (Engeland), TNO (Nederland), de Europese Organisatie voor Security (EOS, Belgi?) Fraunhofer IAO (Duitsland ), Europees Forum voor Urban Security (EFUS, Frankrijk), Center for Security Studies (KEMEA, Griekenland), de Universiteit van Utrecht (Nederland), XLAB (Sloveni?), de politie van Noord-Ierland (UK) en de politie van Valencia (Spanje).

Victoria Sloss, landelijk communicatie verantwoordelijke van de Noord-Ierse politie zegt; “Het gebruik van sociale media binnen de politie ontwikkelt zich in een snel tempo. De media die de politie ter beschikking heeft om te communiceren, om deel te nemen en informatie te verstrekken aan gemeenschappen worden uitgebreid. Maar het is belangrijk dat ze op de juiste manier worden gebruikt, binnen de juridische en ethische kaders.?
“Betrokkenheid bij onderzoek hiernaar, zoals het MEDI@4SEC project, is van vitaal belang voor de ontwikkeling van het gebruik van sociale media door politie organisaties. We hebben de plicht om te communiceren en te interacteren met de maatschappij en het is belangrijk dat we ons blijven ontwikkelen om dit met de juiste tools te doen. Bovenal verwacht de maatschappij dat we criminaliteit blijven opsporen en voorkomen, en dat we hiervoor alle beschikbare tools in zetten.”

De technologische, sociale en politieke omgevingen waarbinnen de maatschappelijke veiligheid en openbare orde in steden worden gecre?erd veranderen snel. Het consortium start haar project door een breed scala van politieorganisaties, veiligheidsprofessionals en beleidsmakers samen te brengen met lokale gemeenschappen en eindgebruikers van sociale media in een serie van workshops. Deze workshops gaan over verschillende thema?s, waaronder de publieke betrokkenheid in maatschappelijke veiligheid, trollen, het dark web, rellen en massabijeenkomsten en doe-het-zelf politiewerk. MEDI@4SEC zal inzicht geven hoe sociale media wel en niet gebruikt kunnen worden voor maatschappelijke veiligheid en kennis delen over de ethische, juridische overwegingen waaronder privacy en zorgvuldige omgang van data.

De resultaten uit onderzoek in MEDI@4SEC zullen beleidsmakers en professionals ondersteunen om de juiste keuzes te blijven maken met: best practice rapporten; informatie en raamwerken over een reeks van sociale media-technologie?n; aanbevelingen voor Europese normen en standaarden; trainingsmogelijkheden; en, ethische bewustwording.

Bronnen: TNO.nl, Medi@4Sec

Making a Murderer & impact van social media

making murderer

De zaak en de serie
Wereldwijd zijn Netflix-kijkers in de ban van Making a Murderer, een 10-delige serie met zulke bizarre plotwendingen, dat je haast vergeet dat alles hartstikke echt is. De documentaire vertelt het leven van moordverdachte Steven Avery. De Amerikaan zat 18 jaar onterecht vast voor verkrachting, maar werd 2 jaar na zijn vrijlating weer opgepakt. Deze keer voor moord.

Steven Avery zit achttien jaar als onschuldige in de gevangenis voor een aanranding. Als hij door DNA-bewijs vrijkomt, eist hij 36 miljoen schadevergoeding. Zo?n twee jaar later wordt hij opgepakt voor de moord op Teresa Halbach, een jonge fotografe. Net als er een grote zaak loopt tegen de verantwoordelijken voor zijn onterechte veroordeling.

In Manitowoc, een stadje met 33.000 inwoners in Wisconsin, was Steven Avery (wonend op Avery’s Auto Salvage) al een bekende naam toen filmmakers Moira Demos (42) en Laura Ricciardi (45) daar begonnen. Twee weken later reden ze naar het stadje en brachten er een week door, om meer te weten te komen over die curieuze zaak. Wat was hier aan de hand? Had achttien jaar gevangenschap van een onschuldige man een monster gemaakt? Of was de geschiedenis zich aan het herhalen?

Een gesprek met de documentairemakers bij Today (NBC)

Het feit dat de makers 10 jaar lang bovenop de zaak zaten, inspeelden op elke snipper nieuwe informatie, toegang hadden tot de meest pikante beelden en zelfs lange tijd bij Steven Avery’s ouders woonden, leidde tot een zeldzaam gedetailleerde serie vol intieme sc?nes.?De makers hadden toegang tot materiaal dat in Nederland nooit voorhanden zou zijn. Er is zelfs beeld van verhoren. Het Amerikaanse rechtssysteem is sinds de live op tv uitgezonden moordzaak tegen O.J. Simpson beroemd om zijn openheid.

Ook het neefje van Steven Avery werd schuldig bevonden aan moord op Teresa Halbachs ? ap.

De serie is een pakkende?rechtbankthriller, familiedrama en moordmysterie. Gaat het hier om gerechtelijke dwaling of niet??Making a Murderer is soms een lastige kijkervaring die een knoop in je maag legt. Zeker vanaf het moment dat een neef van Avery, de tiener Brendan Dassey, een rol gaat spelen. Sommige types lijken uit een slechte film te komen, maar we kijken naar echte mensen. Wel moet worden opgemerkt dat de makers duidelijk de kant van Avery kiezen. Zijn advocaten werkten mee aan de productie, het OM weigerde. En er?is ook kritiek op de documentaireserie, want niet al het belastende bewijs dat juist wel naar Avery wijst, zou de uitzendingen hebben gehaald. Dat zet Time op een rijtje. Zo zou er DNA van Avery ook op andere plekken in de auto van Halbach zijn gevonden en lagen ook haar telefoon en camera een paar meter van zijn deur.?Ook zou Avery meerdere malen hebben gebeld naar de opdrachtgever van de jonge fotograaf, met de vraag of ze haar konden sturen. Halbach zou al eens hebben aangegeven dat ze bang voor hem was.

In ieder geval: een serie en zaak om nog lang over na te praten.?Hieronder laten we zien hoe de vele miljoenen kijkers die de Netflix serie inmiddels over de hele wereld kent ook enorme impact bewerkstelligen op de zaak, de hoofdrolspelers en op de overheid, tot aan het Witte Huis.

Making a Murderer is het voorlopige hoogtepunt van een trend in real crime series, beweert documentairemaker Helmut Boeijen. Vorig jaar ontstond een soortgelijke hype rond de HBO-crimeserie The Jinx,?een zesdelige serie over de steenrijke Robert Durst, die in een adembenemende laatste aflevering ?per ongeluk? drie moorden bekende toen hij met zijn microfoontje om naar het toilet ging. En door de podcast Serial,?waarvoor in twaalf afleveringen de moord op een schoolmeisje in 1999 werd onderzocht.?Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat de makers zich jarenlang met volle overgave op hun onderwerp storten, het verhaal over meerdere afleveringen uitspreiden en dat ze zelf ook niet weten hoe het afloopt.

makingamurderer

Social media invloed op de hoofdrolspelers

De familie Avery woont in kleine?huisjes aan een achterafweggetje bij het stadje Two Rivers. Daar bestieren ze een autosloperij en schieten ze op wild. Het zijn buitenstaanders, door velen gewantrouwd of zelfs gehaat. ,,I am stupid,” is het antwoord van een van de familieleden op de vraag waarom hij zich zo in de nesten gewerkt heeft.?De pariastatus van zijn familie maakt Steven Avery tot een ideale verdachte. Wie neemt het voor hem op? Hij dreigt onder de pletwals van de rechtstaat terecht te komen.

Ook Ken Kratz, de officier van justitie is op zijn Yelp pagina zwaar bedreigd. Nu had hij enige tijd zijn functie al neer moeten leggen vanwege een schandaal, maar velen zien hem als ontwerper van de gerechtelijke dwaling in de juridische proces. Maar omdat er volgens de Avery aanhang ook een of meerdere agenten moeten zijn geweest die?betrokken waren met valse getuigen, vals onderzoek of zelfs het plaatsen van bewijs op het plaats delict zijn ook zij slachtoffer van vele (doods)bedreigingen. Zoals?de rechter van de zaak die aangaf te vrezen voor zijn leven, of de?huidige?sheriff van Avery’s dorp die is bedolven onder boze telefoontjes en e-mails.

Social media invloed op de autoriteiten

Ruim 246.000 Amerikanen tekenden een petitie om Avery gratie te verlenen, al 59.000 mensen riepen daartoe op in een offici?le petities op Change.org en aan het Witte Huis.?De reactie: president Obama heeft niet de macht om beiden vrij man te maken, omdat?de?zaak is?beslist door?de Amerikaanse staat Wisconsin en niet de landelijke overheid.?Obama kan dus?niets doen, omdat het besluit over de?zaak niet op landelijk niveau is gemaakt. Alleen de staat Wisconsin?zelf kan gratie of amnestie verlenen en zij hebben al aangegeven dit niet te zullen doen.

avery's auto salvage

Social media invloed op de zaak

Als snel deden geruchten?de ronde dat?Anonymous zich op de zaak zou storten. Hoewel ze eerst de boot afhielden, maakten leden van de groepering?enige later toch bekend dat ze nieuwe aanwijzingen gevonden zouden hebben. Ook richtten?ze een dreigend ultimatum via Twitter aan het OM dat ze dit bewijs naar buiten zouden moeten brengen, anders zou Anonymous eea naar buiten brengen. Er is echter na die datum?niets gebeurd op dat account en?korte tijd later werd het account opgeheven.

This will be the Official #Anonymous Thread Releasing Documents Concerning#ManitowocCounty Corruption Emails and Collusion #MakingAMurderer

? OPAVERYDASSEY (@OPAVERYDASSEY) December 28, 2015

#ManitowocCounty You Have 48 Hours To Release The Phone Records Between James Lenk and Andrew Colborn Step To The Podium #MakingAMurderer

? OPAVERYDASSEY (@OPAVERYDASSEY) December 28, 2015

Ook het bekende RBI, ofwel het Reddit Bureau of Investigation is sinds december druk bezig met de zaak en probeert nieuwe feitjes boven tafel te krijgen. Zo beweert?het Reddit team dat de forensisch expert die het bloedonderzoek deed?al eerder in de zedenzaak valse verklaringen over Steven Avery’s DNA had gegeven. Ook nu weer is zij degene die getuigt dat het DNA van Steven op het Plaats Delict (PD) is gevonden. Ook legden ze meer gaten bloot in de doorzoekingen en manier waarop het forensisch onderzoek was gedaan. De documentaire noemt deze niet, maar de bewijzen zijn wel waar het OM zwaar op leunt. Het blijft echter de vraag hoe de theorie te bewijzen valt dat de politie zelf bewijs op het PD geplaatst zou hebben.

Online crowdfunding
Er zijn op internet diverse crowdfunding initiatieven gestart. Deels om advocaten van Steven Avery en zijn neefje Brendan Dassey te betalen en deels om documenten over de zaak te kunnen kopen en uit te pluizen.

Er is inmiddels een nieuwe zaak aangespannen?door Steven Avery zelf. Hij heeft middels diverse crowdfuncing campagnes wat geld voor nieuwe advocaten en zichzelf een aantal jaar verdiept in zijn eigen zaak. Dus tot een volgend blog over deze spraakmakende zaak. Hij claimt onder andere?dat het huiszoekingsbevel niet deugde en dat er een jurylid is dat andere juryleden heeft bedreigd.?

? ?? ?making-murderer-netflix

Impact in Nederland?

De vraag is of na zaken als de Deventer moordzaak en Lucia de B. dit fenomeen ook vaker op deze manier bij zaken gaat spelen. De media speculeert inmiddels al over een lopende zaak met?Herman du Bois in de hoofdrol:

Bronnen: Independent, NY Daily Mail, Maxim, AD, NRC, Wikipedia, De Volkskrant

Bekijk hieronder de volledige eerste aflevering van Making a Murderer:

Bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media

We publiceerden al eerder een blog over Veilige Publieke Taken met handreikingen over wat te doen tegen agressie en geweld via social media. Bedreigingen via social media worden in de meeste gevallen in principe op hetzelfde wijze behandeld als alle andere bedreigingen. Toch kan de dynamiek en impact heel anders zijn. Recentelijk publiceerden Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel van VDMMP. Onderstaande tekst van hen is?eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

VPT2

Wat is de impact van bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media vanuit juridische optiek??Er leven veel vragen over de strafbaarheid van agressie via sociale media. In principe?geldt dat alles wat niet-digitaal strafbaar is, ook strafbaar is als het via social?media gebeurt.

Agressie via sociale media is veelal direct tegen een persoon of organisatie gericht. Daarom zal de agressie veelal op persoonlijke pagina?s van werknemers en organisaties plaatsvinden, zoals een Twitter- of Facebook- account. Dan weet de afzender immers dat de boodschap ook wordt gelezen. Agressie en bedreigingen via sociale media zijn, net als ?offline? agressie strafbaar. De bedreiging moet in dat geval van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied, dat bij de bedreigde persoon de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging ook uitgevoerd zou worden.

Het maakt hierbij niet uit als een bedreiging via sociale media op een indirecte manier plaatsvindt. Zo vormde het plaatsen van een tekst op internet waarin werd gesuggereerd dat liquidatie van onze premier verstandig zou zijn, een strafbare bedreiging. Agressie en bedreigingen via sociale media kunnen altijd plaatsvinden. Of een dergelijk bericht binnen of buiten werktijd wordt geplaatst, doet er hierbij niet toe. Het gaat om de relatie van de bedreiging tot de functie en werkzaamheden van de werknemer of de organisatie. Agressie en bedreiging die direct gerelateerd kunnen worden aan de functie en werkzaamheden?van de werknemer of organisatie valt als risico onder psychosociale arbeidsbelasting van de werknemer. Een organisatie dient zich hierop voor te bereiden.

Het Burgerlijk Wetboek (BW) schrijft in artikel 7:611 voor dat een werkgever zich moet houden aan ?het beginsel van goed werkgeverschap?. En artikel 7:658 BW stelt dat de werkgever een zorgplicht heeft voor zijn medewerkers. Deze bepalingen zijn verduidelijkt door jurisprudentie waarbij een werkgever aansprakelijk is gesteld voor geleden schade. Op basis daarvan is gesteld dat bij agressie via sociale media een werkgever erop moet letten dat:

  • Onderzocht is welke schadeveroorzakende gebeurtenissen zich zouden kunnen voordoen (risicoanalyse).
  • Op basis van deze risicoanalyse zorgvuldig afgewogen preventieve maatregelen zijn getroffen.
  • Er goede opvang en nazorg geboden is.

De gemeente is als werkgever daarmee wettelijk verplicht risico?s op psychosociale arbeidsbelasting zoveel mogelijk te beperken. Hieronder vallen ook het beperken van de gevolgen van uitingen van agressie via sociale media. Meer informatie over de verantwoordelijkheid van de werkgever is opgenomen in het handboek Sociale media veranderen het veiligheidsdomein.

geweldsbanner

Hoe nu om te gaan met bedreigingen via sociale media?
Belangrijk is om met medewerkers in gesprek te gaan over de vraag welke typen agressie er via sociale media voorkomen, op welke sociale media dit gebeurt, welke gevolgen dit heeft, et cetera. Werkgevers kunnen ook met andere organisaties spreken over agressie via sociale media en zo ervaringen en best practices uitwisselen. De volgende stappen zijn te doorlopen om te voldoen aan de Arbowet als het gaat om agressie via sociale media:

1. Risicoanalyse – Inventariseer de risico?s van agressie via sociale media door met medewerkers in gesprek te gaan.

2. Visie – Maak op basis van de risicoanalyse uit stap 1 een plan van aanpak met daarin een visie over de aanpak van agressie via sociale media. Belangrijk is om dit in gesprek met de werkvloer te doen. Het gebruik (zowel type, aard als frequentie) van sociale media verschilt namelijk per medewerker.

3. Normen – Wat medewerkers ervaren als agressie en wat ze aan maatregelen nodig hebben of achten, verschilt. Het vaststellen van normen helpt daarbij. Wat is
acceptabel via sociale media en wat niet? En wat moet en mag een medewerker doen bij overschrijding van de norm? Mag hij of zij direct reageren of dient dit
eerst met de leidinggevende te worden besproken?

4. Gedragscode – De houding en het gedrag van werknemers kan ook leiden tot escalatie van agressie via sociale media. Een gedragscode over hoe je je gedraagt
op sociale media is daarmee eveneens een onderdeel van preventief beleid.

5. Werkafspraken – Vervolgens is belangrijk dat teams en leidinggevenden goed samenwerken als het gaat om het voorkomen van agressie via sociale media. Er
dienen concrete werkafspraken over omgang met sociale media gemaakt te worden; alleen dan wordt beleid effectief.
Enkele suggesties voor de invulling hiervan:
a. Leidinggevenden besteden minimaal ??n keer per jaar aandacht aan het gebruik van sociale media en agressie.
b. Teams maken gezamenlijk afspraken over gebruik van sociale media en reactie op agressie.
c. De teamafspraken worden vastgelegd en jaarlijks ge?valueerd.

6. Actief aanpakken – Wijs medewerkers aan die verantwoordelijk zijn om agressie via sociale media aan te pakken: dit gaat over het bespreekbaar maken, stimuleren en het melden van agressie en het bieden van nazorg. Dit kan een communicatiemedewerker zijn, maar ook een preventiemedewerker of een Arboco?rdinator.

7. Opvang – Agressie via sociale media is ondanks allerlei voorzorgsmaatregelen niet zomaar te voorkomen. Het is daarom van belang dat de impact van de
agressie of bedreiging beperkt wordt door een juiste reactie. Opvang nadat agressie via sociale media heeft plaatsgevonden, is ook belangrijk. Het kan ingrijpend zijn om bedreigd te zijn via sociale media. Bedrijfsopvangteams kunnen bij deze opvang een belangrijke rol spelen. De juiste opvang kan worden geboden door vooraf na te denken over de volgende zaken:
a. Welke zorg heeft de agressief bejegende of bedreigde werknemer nodig?
b. Welke reactie kan en moet richting dader gegeven worden?
c. Wat is nodig om de situatie veilig te stellen? Is bijvoorbeeld beveiliging nodig?
d. Wie dienen ingeschakeld te worden (bijvoorbeeld politie) en hoe wordt met hun samengewerkt?

8. Actie ondernemen – Ook niet onbelangrijk is het geven van een daadkrachtige reactie naar de afzender van het bedreigende of agressieve bericht. Dit is niet
concreet in de Arbowet opgenomen. Wel zijn de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) opgesteld. De ministers van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en vertegenwoordigers van veertien verschillende sectoren hebben zich door ondertekening van deze afspraken gecommitteerd aan
verschillende aspecten van afhandelen, zoals melden, registreren en schade verhalen.

Als werkgever kunt u hier op verschillende manieren invulling aan geven:
a. Melden en registreren van incidenten bevorderen. Dit is extra belangrijk bij sociale media, omdat lang niet altijd duidelijk is dat agressieve uitingen op
sociale media ook een vorm van agressie is en dus gemeld en geregistreerd moet worden. Alleen zo krijgt een organisatie zicht op de omvang van agressie via sociale media, kan een incident afgehandeld worden en het organisatiebeleid bijgesteld worden.
b. Reactie richting afzender geven. Er dienen afspraken gemaakt te worden over hoe gereageerd wordt naar een afzender van agressieve of bedreigende uitingen via sociale media. Dit kan een verzoek tot stoppen zijn, maar bij ernstigere uitingen, zoals een doodsbedreiging, kan dit ook een contact- of pandverbod zijn. De werkgever dient bij een strafbaar feit aangifte of melding bij de politie te doen, net als bij niet-digitale agressie. Bedenk hierbij dat wanneer de gedraging niet digitaal gepleegd zou zijn, het dan ook als strafbaar feit beschouwd wordt. Als dit het geval is, doe dan aangifte! De politie verzorgt dan, in overleg met het Openbaar Ministerie, de opsporing. De politie heeft niet onbeperkt mogelijkheden om een anonieme dader, bijvoorbeeld via het IP-adres, op te sporen. Hiervoor hebben zij toestemming nodig van de Officier van Justitie.

Het verhalen van schade gaat via dezelfde procedure als bij niet-digitale delicten. Slachtoffers kunnen immateri?le schade vorderen voor de angst en het leed
die hen door het strafbare feit is aangedaan.

9. Training en Voorlichting – Een laatste punt is training en voorlichting. Laat sociale media een integraal onderdeel worden van de agressiehanteringstraining, training in de-escalatie, voorlichting en instructie. Bespreek wat gepaste reacties zijn op agressief gedrag via sociale media. Ga ook bij de training over het beperken van agressie in op agressie via sociale media.

Bronnen: Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Digitale Dialoog en hoofdstuk 11 van Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein.?Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven?kennispublicaties ?Veilig omgaan met sociale media? van 2011, 2012 en?2013.

Bekijk het volledige document van expertisecentrum Veilige Publieke Taak (VPT)