Tagarchief: wetgeving

Big Data is watching (over) you. Debat in De Balie over toekomst van opsporing

Dankzij algoritmes kan men tegenwoordig criminaliteit voorspellen en hierop anticiperen. Politieorganisaties onderzoeken de mogelijkheden om big data en kunstmatige intelligentie in te zetten. Kunnen computers nauwkeuriger en veiliger voorspellen of criminaliteit gaat plaatsvinden dan getrainde agenten? Hoe bestrijden we effectief nieuwe vormen van criminaliteit zonder?onevenredige?inbreuk?op grondrechten??Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verkennen we de toekomst van big data en AI bij de opsporing van criminaliteit.

Deze avond over Big Data en kunstmatige intelligentie is de derde in de programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?. In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? Hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie Black Mirror? De eerste aflevering in deze serie ging over toenemende burgeropsporing, kijk het programma?hier?terug.

Sprekers:?

Fred Westerbeke, Hoofd Officier Landelijk Parket

Reinder Doeleman, sectorhoofd Dienst Regionale Informatie organisatie, die ingaat op het Criminaliteits Anticipatie Systeem waarover we eerder al veel artikelen en publicaties plaatsten.

Vincent Bohre van Privacy First, een onafhankelijke stichting met als doel het behoud en de bevordering van het recht op privacy. Hij benoemt oa het?@MIGO-BORAS project.

Marc Schuilenburg, docent Strafrecht en Criminologie van de VU. Hij publiceerde meerdere boeken over veiligheid, filosofie, strafrecht en populaire cultuur waaronder Orde in veiligheid (2012), waarvoor hij de driejaarlijkse Willem Nagelprijs won. Dit jaar kwam zijn boek Hysterie. Een cultuurdiagnose uit, met daarin een groot hoofdstuk over algoritmen en predictive policing. Hij benoemt het Big Data project uit Roermond.

Jacqueline Bonnes, Cyber Officier Arrondissement parket Rotterdam

Rapport met enige achtergrond over de huidige state of the art van AI in predictive policing, een aantal dilemma’s en een blik op de toekomst:

Van predictive policing naar prescriptive policing – Verder dan vakjes voorspellen
[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]

Bron: De Balie

 

Impact van beeld door Het Nieuwe Melden

Meldingen naar 112 en 0900-8844 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers in Nederland verwachten dat ze binnen vijf jaar met beelden uit meldingen zullen werken. Zegt een beeld meer dan duizend woorden, of resulteert beeld in een verkeerde weergave van een bepaalde situatie? Kan het tot verkeerde beslissingen leiden?

In de publicatie ?Wie kijkt er mee?” verkent TNO de impact van het melden met beelden door burgers bij meldkamers van hulpverleningsdiensten.

Beeld wordt doorgaans alleen gebruikt voor de opvolging van een melding en nog niet als een wezenlijk onderdeel van een (spoedeisende) melding. Hoe kun je dan toch effectief en verantwoord omgegaan met beeld? Hiervoor is een beschouwing nodig van de impact van beeld vanuit diverse invalshoeken: mens, organisatie, proces, technologie, wetgeving en ethiek.

Deze verkenning is een vervolg op de TNO publicatie van Het Nieuwe Melden veschenen in 2016. Hierin worden de nieuwe vormen van melden tot aan 2025 en die meldkamers op termijn drastisch kunnen veranderen, op een rij gezet. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van apps om te communiceren met de meldkamer in opkomst. Daarom is het programma Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) nu bezig met de ontwikkeling van een 112 app. Ook op sociale media is allerlei informatie te vinden. Deze kanalen kunnen in de toekomst misschien gebruikt worden als meldkanaal. De sterk toenemende rol beeld in de maatschappij heeft als gevolg dat we alles vastleggen via de smartphone en andere devices. Foto?s, filmpjes en real-time video?s delen we via sociale media.

Beeld is een overheersend element in socialemediatoepassingen. Het gebruik van beeld in het meldproces is een logisch gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Niet alleen voor het meldkamerdomein, maar ook bij de politie, brandweer en ambulancezorg.

Wil je meer weten over melden met beeld? Download de publicatie ‘Wie kijkt er mee?’ Of bekijk het online:

[slideshare id=84628078&doc=107tnohnmbeeldonline-171221140013&type=d]

Live View

Het benutten van beelden is in de meldkamer is niet helemaal nieuw. Zo wordt al langer gebruik gemaakt van publieke en private camera?s om de omgeving te monitoren in cameratoezichtcentrales.

Met Live View kan de meldkamer van de politie rechtstreeks meekijken met de camerabeelden van een winkelier of horecaondernemer. Als een bedrijf zijn bewakingscamera heeft aangesloten bij een particuliere alarmcentrale, krijgt deze bij onraad via een (alarm)sensor een melding. Een beveiligingsmedewerker van de alarmcentrale kan vervolgens de beelden zien en alle gegevens en de live beelden desgewenst doorschakelen naar de meldkamer van de politie. Door de tussenkomst van de particuliere alarmcentrale ? de poortwachter ? wordt nodeloos uitrukken voorkomen. In de meldkamer kan vervolgens live worden meegekeken. De meldkamer kan ook vragen om (indien mogelijk) de camera te draaien, in te zoomen of een andere camera te activeren en de beelden daarvan te delen. Het aangeboden beeld wordt nu nog niet openomen en moet achteraf worden gevorderd. Beeld opvragen ? bijvoorbeeld ter verificatie van een gaand incident ? van camera?s onder regie van de politie is inmiddels gewoongoed. Voor beelden die zijn gemaakt in de niet-publieke ruimte is dit bewerkelijker.

Live View is oorspronkelijk ontworpen voor het verminderen van het aantal overvallen en het verhogen van het oplossingspercentage. Het is daarmee gericht op het vergroten van de heterdaadkracht. Het idee dat de politie rechtstreeks kan meekijken werkt tevens preventief. Live View is beschikbaar in alle 112-meldkamers en een aantal private bedrijven. Het wordt inmiddels gebruikt voor 112-waardige gebeurtenissen met (nu nog) de nadruk op politiegerelateerde incidenten.

De mens

De gevolgen voor betrokkenen bij een incident kunnen groot zijn. Omstanders en slachtoffers worden immers op beeld vastgelegd, en die informatie gaat alle kanten op. Maar zelfs een dader heeft recht op privacy. Beeld kan een enorme impact hebben op de professional in de meldkamer en de hulpverlener op straat. Beeld kan niet alleen heel schokkend zijn, het kan ook zorgen voor meer werklast. En wat is precies het effect van beeld op een goede besluitvorming?

Het belangrijkste doel van de centralist is zo snel mogelijk de juiste inzet te bepalen en de weg op te sturen. Kwaliteit EN snelheid dus. Snel communiceren met een persoonlijke focus kan heel goed met telefonie, zeker als je getraind bent om goed te luisteren. Na deze eerste fase volgt vaak een verdieping: ?Wat is er precies gebeurd??, waarin belangrijke details over de situatie aan bod komen. Deze complexe boodschappen zijn gemakkelijker over te brengen met een rijker medium.

Beeld kan betekenen dat centralisten zich op andere dingen richten dan ze nu doen in een telefoongesprek. Beeld kan positieve, maar ook negatieve gevolgen voor het meldproces hebben. Uit de cognitieve psychologie kennen we vele valkuilen, ook wel cognitive biases (denkfouten) genoemd, die een rol zouden kunnen spelen bij het introduceren van beeld in de meldkamer. Zoals:

  • Bizarreness effect:?Mensen onthouden verrassende informatie vaak beter.
  • Picture superiority effect:?Concepten uit beelden worden veelal beter onthouden dan concepten uit woorden.
  • Anchoring:?Mensen richten zich soms te sterk op ??n stuk informatie ? vaak datgene dat als eerst binnenkomt ? voor het nemen van een beslissing. Wat zegt dit over de timing van het invoegen van beeld in het meldproces?
  • Empathy gap:?Mensen zijn van nature geneigd de intensiteit van eigen gevoelens of die van de ander te onderschatten. Is het een idee om centralisten zelf te laten bepalen of ze een heftige afbeelding wel of niet willen zien?
  • Framing effect:?De manier waarop informatie wordt gepresenteerd kan be?nvloeden welke conclusies iemand trekt.

Het meldproces

We onderzoeken nu al de impact van beeld op het huidige 112-protocol. Beeld geeft namelijk niet alleen antwoorden, maar stelt ons ook in staat de juiste vragen te stellen. Past het 112 protocol zich aan op het beeld, of ontstaat er vanuit het protocol regie op het beeld? En is er nog wel een protocol mogelijk bij al die ongestructureerde grote hoeveelheden beelden die binnenkomen?

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, en dus kan het voor de centralist tijd schelen om duidelijk te krijgen waar een melding over gaat. De centralist heeft zo misschien ook meer zekerheid over de verkregen informatie. Omdat beeld een universele taal is, is het uitermate geschikt voor meldingen door een grote doelgroep, waaronder anderstaligen. Het gebruik van beeld heeft echter ook nadelen. Doordat de drempel om te melden lager is, kan dit leiden tot nepmeldingen of misbruik. Bovendien kan beeldmateriaal worden gemanipuleerd of kan een melder oud beeldmateriaal gebruiken om te suggereren dat het om een actueel incident gaat. Verder kunnen heftige beelden grote impact hebben op de centralist zelf. Het bekijken van foto-en videomateriaal kan ook meer tijd kosten, omdat dit veel aandacht vraagt.

De overheid als organisatie

De overheid trekt zich terug. Ook moeten steeds minder mensen steeds meer doen. Dat vraagt om prioriteiten. De overheid zal dus keuzes moeten maken: welke taak is aan de overheid, en welke wordt belegd bij burgers en het bedrijfsleven? De samenwerking tussen de overheid, bedrijfsleven en burger zal hoe dan ook worden ge?ntensiveerd. Meer dan 97% van alle camera?s is in private handen. Met het internet der dingen wordt dat alleen maar meer. De rol en de taak van burgers, bedrijfsleven en overheid kan voor specifieke situaties in de toekomst verschuiven. Volgens de wetenschap kosten meer natuurlijke vormen van communicatie zoals beeldbellen minder energie. Ook zijn ze effectiever. Ofwel, hoe rijker het medium, hoe geschikter om een ingewikkelde boodschap over te brengen. Maar geldt dit ook voor de meldkamer? Centralisten en observanten zullen aan steeds hogere eisen moeten voldoen als ze gaan werken met beeld. Waar een centralist het nu alleen met audio moet doen, kan hij straks ook gebruikmaken van beelden. Een observant zal steeds meer camerabeelden moeten uitkijken, weliswaar geholpen door de techniek, maar door de explosieve toename van beschikbare beelden zal dit een blijvende uitdaging zijn. Er is dus regie op het aanbod nodig.

Technologie
Burgers en sensoren (camera?s) produceren enorme hoeveelheden beeld. Hoe kan de meldkamer die hoeveelheden verwerken en analyseren? Hoe gaan we dat technisch oplossen met internettechnologie? Het proces moet namelijk niet alleen snel en gemakkelijk zijn, maar ook betrouwbaar. ?No lost calls? wordt nu ?No lost data?.

Steeds meer hulpverleners, drones en voertuigen worden uitgerust met camera?s die beelden opnemen en streamen. De camera is een van de meest veelzijdige sensoren en zorgt in veel van die apparaten voor de mogelijkheid om te reageren op gebeurtenissen in de omgeving. Er zijn?allerlei technologie?n om beelden vast te leggen, te verwerken, verrijken, interpreteren of te cre?ren.

De ontwikkelingen in de technologie voor automatische en real-time interpretatie van beelden zitten momenteel in een stroomversnelling, omdat er steeds meer beelddata beschikbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de detectie van afwijkend gedrag en het herkennen van sentimenten van een groep mensen of een enkel individu. Op basis van ?visuele intelligentie? die computers opbouwen uit grote beeldbanken is het mogelijk nieuwe visuele informatie te interpreteren en om te zetten in natuurlijke taal, zodat mensen de juiste beslissingen kunnen nemen voor opvolging.

Valse beelden

Beelden worden steeds vaker gemanipuleerd en zullen de meldkamer binnenkomen. Een neptoespraak van president Trump op Facebook is grappig, maar iemand anders kan dezelfde technologie gebruiken om diens reputatie te beschadigen en een crisis te veroorzaken. Manipulatietechnieken die vroeger alleen haalbaar waren voor experts, kunnen zomaar als app beschikbaar komen voor het grote publiek. Iedereen kan dan iemand anders ouder laten lijken (Face-app), de toespraak van een bekend persoon manipuleren (Stanfords Face2Face) of een schilderij maken (deepart.io). En dat terwijl deze geavanceerde technologie nog maar net is ontwikkeld. Iedereen kan nu met ?deep learning?-algoritmes zijn eigen huis schilderen in de stijl van van Gogh. De toekomst van manipulatiedetectie voorspellen is daarom lastig.

Nu is het nog eenvoudig om bepaalde manipulaties te detecteren, omdat de populaire tools zijn gebaseerd op duidelijk zichtbare eigenschappen in het beeld. Maar de detectiestrategie?n zijn te omzeilen. Het is vooral moeilijk te voorspellen wanneer de noodzakelijke tegenmaatregelen ? tools voor in de meldkamers, voor journalisten en voor burgers ? beschikbaar komen en andersom, in welke mate kwaadwillenden gebruik gaan maken van dergelijke geavanceerde technieken.

Toch is de mens nog hard nodig in duiding van beelden, want computers en Artificial Intelligence gebruiken rekenregels die meestal uitgaan van situaties uit het verleden. Daarom worden in de humanitaire hulp zogenaamde crisismappers en andere digitale hulpverleners massaal ingezet om foto?s te taggen of op een kaartje te plotten. Een voorbeeld hiervan is het platform CrowdCrafting, dat dient om burgers te vragen berichtgeving, bijvoorbeeld op de sociale media of beelden van drones, uit een rampgebied nader te duiden.

Wetgeving

Voor het melden met beeld gelden dezelfde regels als voor gegevensverzameling in het algemeen. Er is in principe geen onderscheid in het soort beeld: foto, video of real-time streaming. Voor stelselmatig opnemen gelden andere regels dan voor incidentele beelden die op de meldkamer binnenkomen. Ook burgers en bedrijven mogen niet zomaar de hele dag in de openbare ruimte, nog los van de vraag of het ethisch wel klopt om anderen herkenbaar vast te leggen en die beelden te delen. Voor het gebruik van de ontvangen informatie zijn minder regels van toepassing, mits die informatie verkregen is voor een duidelijk doel.

Ethiek

Er is met het benutten van beeld van alles mogelijk. Maar wat is wenselijk? Hoe kan het gebruik van beeld bijdragen aan een vrije, rechtvaardige en open samenleving? Er zijn drie kernwaarden die in gevaar kunnen komen bij het gebruik van beeld, namelijk: vrijheid, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid.

Op maatschappelijk niveau speelt de privacy door de drie kernwaarden heen. Als iemand mij op straat filmt of fotografeert kan dat tot privacybezwaren leiden en kan ik me minder vrij voelen. Als een algoritme mensen op basis van foto?s in bepaalde categorie?n indeelt kan dat leiden tot discriminatie. Als de politie allerlei databronnen met elkaar koppelt zal men dat moeten kunnen uitleggen, en daarover verantwoording afleggen.

Overigens ervaren we privacy steeds anders. Achter de voordeur willen we volledige privacy, tenzij we in nood verkeren, dan mogen hulpdiensten zomaar binnenkomen. Zodra we op straat komen leveren we privacy in. Bij veiligheidscontroles op het vliegveld leveren we veel privacy in voor de veiligheid. Privacy is dus dynamisch en contextafhankelijk.

We willen dat organisaties verantwoording kunnen afleggen over hun manier van werken (accountability), en we verwachten transparantie. Meldingen komen nu nog binnen via de telefoon. De centralist vraagt uit via een protocol en kan op een scherm aantekeningen maken en bronnen raadplegen. Met beeld verandert dat. De centralist moet dan ook de binnenkomende beelden interpreteren. Hoe snel en nauwkeurig moet dat en hoe is dat in een protocol te vatten? Ze moeten dus afwegingen maken: snelheid versus nauwkeurigheid, privacy versus veiligheid.

Beeldenstorm

In 2025 is het de gewoonste zaak van de wereld om op allerlei manieren met beeld te communiceren. Dat wordt nu ook al volop gedaan. Facebook, YouTube, Instagram en Snapchat zijn voorbeelden waarmee jong en oud elkaar informeren met stilstaand en bewegend beeld.

In de TNO publicatie zijn voor een viertal totaal verschillende leefwerelden incidentscenario?s ontwikkeld waaruit consequenties voor beleid, uitvoering en burgers zijn uitgewerkt. Deze vier geschetste toekomstvisies leiden tot prioriteiten waar altijd rekening mee moet worden gehouden (zogenaamde ?no regrets?). Deze zijn in de tijd geplaatst vormen daarmee een roadmap. Gekoppeld hieraan zijn er een aantal dilemma?s die te vertalen zijn in beleidskeuzes voor hoe de overheid zich in de toekomst wil ontwikkelen. ?De roadmap is daarmee geen eindpunt, maar slechts een begin: het is een eerste aanzet in het beleidsproces, een discussie met als doel de complexiteit te reduceren tot een iteratief/incrementeel innovatieplan, om daarmee de menselijke maat te waarborgen in het innovatieproces.

Er is veel behoefte aan experimenten die verder gaan dan het oude reactieve handelen binnen meldkamers. Als meldkamers straks een permanent beeld hebben, in letterlijke en figuurlijke zin, kunnen we dan ook situaties vroegtijdig signaleren of voorkomen? Beeld kan helpen om de noodzakelijke transitie binnen de meldkamer te realiseren. Van reactief naar proactief en misschien zelfs preventief. En als dit kan, hoe ziet de meldkamer er dan uit? Welke keuzes moet je vandaag maken om voorbereid te zijn op morgen? Alleen door te leren en te experimenten kunnen we de juiste richting bepalen.

Deze verkenning met diverse vormen van impact, de visies uit de leefwerelden en de roadmap vormen belangrijke input voor de huidige beleidsvorming van de overheid.

Bron: TNO

(Dis)like: onze online rechten op het spel?

Communiceren was nog nooit zo makkelijk als vandaag de dag. Via WhatsApp sturen we elkaar berichten, via Snapchat en Instagram delen we foto?s en zelfs onze zakelijke kant laten we zien op LinkedIn. Met ??n klik op de knop bereiken wij anderen en bereiken anderen ons. Maar moeten we wel zo blij zijn met deze ongekende mogelijkheden? Het gemak dat we ervan hebben verandert in gemakzucht en persoonlijk contact lijkt onpersoonlijker dan ooit. Hebben Facebook, Twitter en al die andere online media niet meer schade toegebracht dan voordeel opgeleverd? Zetten we onze online rechten hierdoor op het spel?

Op die vraag ging het symposium ?(dis)like: onze online rechten op het spel?? in. Tijdens het plenaire gedeelte zullen onder anderen Meester Leonie (strafrechtadvocaat en blogger) en Jan Dijkgraaf (Lijsttrekker GeenPeil en oud-hoofdredacteur HP/De Tijd en PowNed) hier hun standpunt over verkondigen. Tijdens de aansluitende workshops zullen ook advocaten van gerenommeerde advocatenkantoren dieper ingaan op de vraag.


Groningen, 16 november 2017, verslag van de redactiecommissie van LISA

Het plenaire gedeelte
De lounge met uitzicht over het Noordlease Stadion, voorheen de Euroborg, vulde zich rond ??n uur ?s middags met studenten. Alle mannen verschenen keurig in pak en ook de vrouwen waren natuurlijk formeel gekleed. Het is namelijk niet iedere dag dat Lokke Moerel, Jan Dijkgraaf en Meester Leonie naar het noorden komen om een groep rechtenstudenten toe te spreken. Toen iedereen netjes zijn naambordje had opgespeld en een laatste kopje koffie op had, was het tijd om te beginnen.
De dagvoorzitter en tevens mede-oprichtster van LISA Sandra Schaapherder leidde de dag in met enkele anekdotes uit de praktijk over internet en strafrecht. Menig jongere heeft geen idee wat de gevolgen zijn van het verspreiden van een naaktfoto van een zestienjarig leeftijdsgenootje en hoe een zedendelict je kan achtervolgen. Zij vertelde dat haar cli?nten voornamelijk bezig waren met de vraag of ze hun smartphone ook terugkregen.
Natuurlijk was er ook ruimte om nog eens te benadrukken dat de IT-recht bachelor ontzettend is gegroeid de afgelopen vijftien jaar, en daarmee ook de LISA die het symposium ter gelegenheid van het lustrum heeft georganiseerd.

Daarna nam Lokke Moerel het woord. Deze intelligente vrouw die een autoriteit is op gebied van gegevensbescherming gaf meteen aan dat ze niet van plan was om de AVG te bespreken. Nee, zij vond het interessanter om ons te laten nadenken over artificial intelligence (AI). Moerel probeerde te verhelderen hoe groot de impact op onze samenleving kan zijn en hoe weinig we nog weten over de toekomst van AI. Bijvoorbeeld algoritmes kunnen ongelofelijk veel: er is een algoritme dat beoordeelt of iemand homoseksueel is aan de hand van een foto. Moerel vertelde over de be?nvloedbaarheid van algoritmes en hoe die soms ?discrimineren? omdat er veel getinte veelplegers werden ingevoerd in de database waardoor zij volgens het algoritme sneller zouden recidiveren. Haar conclusie luidde ?AI is not good or bad, nor is it neutral?. Ook stipte ze de cookieproblematiek aan. Er is een groot gebrek aan inzicht bij de burger over wat ze eigenlijk online accepteren. Dat men allerlei dingen accepteert op het internet mag geen vrijbrief zijn om bijvoorbeeld gegevens door te verkopen aan derden. Zij pleit voor regelgeving want internetgebruikers de ?keuze? geven is geen afdoende maatregel.

Daarna was het tijd voor pauze en er was al veel stof tot nadenken gegeven dus een extra kopje koffie kon geen kwaad. Na de pauze ving Jan Dijkgraaf aan die zichzelf als een fundamentalist op het gebied van vrijheid van meningsuiting introduceerde. Met de nodige zelfspot vertelde hij over zijn ervaringen bij HP/De tijd en als lijsttrekker van GeenPijl. Zijn poging in de politiek was misschien niet geslaagd maar als columnist is hij des te beter op zijn plaats. Vol enthousiasme heeft hij aan het publiek uitgelegd hoe vrij een columnist is en hoe een journalist, of eigenlijk iedere burger met internet, zijn standpunten kan ventileren zonder naar de rechter te hoeven. Een sterk voorbeeld was de tactiek van vraagstelling: is Wendy van Dijk dun door de coke? Dat kan gewoon, als er in het stuk maar staat: nee, zij eet gewoon erg gezond en sport veel. Meneer Dijkgraaf vond dat de wet gerespecteerd moet worden maar dat journalisten die aan zelfbinding doen helemaal fout bezig zijn. Denk daarbij aan de mediacode rondom het koningshuis. Willem-Alexander zou in Duitsland wel met een eventuele buitenvrouw op de foto kunnen, maar niet in Nederland. Ook wilde hij, verder ongerelateerd, het door Moerel genoemde algoritme wel testen op Mark Rutte. Zijn betoog was verfrissend en grappig maar zeker ook inhoudelijk op sterke argumenten gebouwd. Hij vertelde dat hij zegt wat de meeste Nederlanders denken en dat hij hen zo een stem geeft.
Daarna was het tijd voor de internetheldin onder de rechtenstudenten: Meester Leonie. In een oogverblindend roze pak heeft Leonie van der Grinten inzicht gegeven in haar leven als blogger en inmiddels be?digd strafrechtadvocate. Via haar blog streeft zij na om strafrecht ook aan de gewone burger uit te leggen. Natuurlijk waarschuwt zij voor de gevaren van social media maar ze inspireert ook om er wel mee aan de slag te gaan. Zelf trekt ze de grens tussen priv? en media door haar cli?nten niet als vriend toe te voegen en nooit haar eigen zaken op Meester Leonie te bespreken. Met dertigduizend volgers op Facebook heeft zij natuurlijk ook te kampen met online ?gezeik? maar ze is vast van plan om door te gaan met toegankelijk maken van strafrecht via Instagram en Facebook.

Ter afsluiting was er nog een panel die de nodige internet gerelateerde stellingen bediscussieerde. Arnout de Vries, onderzoeker op gebied van socialmedia, gaf extra informatie en stipte nieuwe ontwikkelingen aan zoals de ?nieuwsbubbel? en Leonie gaf de juridische toevoegingen. Na een vraag over overheidsinvloed op internetgedrag sloot Jan Dijkgraaf het af met: ?Nee!?

Er is geen ??n mobieltje afgegaan en de aanwezigen zaten zelfs om half vijf nog geconcentreerd te luisteren. Dat is een prestatie bij een publiek dat uit overwegend studenten bestaat, wat menig hoorcollege-docent zal kunnen beamen. We zijn aangemoedigd om social media te gebruiken maar ook gewaarschuwd voor de gevaren. Alle aanwezigen zijn geconfronteerd met de ontwikkelingen in het IT-recht en de verschillende gasten hebben meerdere kanten belicht. Het was een lustrumwaardig symposium met dank aan de goede organisatie en bijzonder interessante sprekers.

De workshops
Na het interessante plenaire gedeelte was het om 17:00 tijd om te beginnen met de workshoprondes. In de prachtige ambiance van verschillende skyboxen van het Noordlease Stadion te Groningen werden in twee rondes studenten en overige aanwezigen meegenomen door de advocatenkantoren DirkZwager, Hogan Lovells, JPR en Trip in een divers scala aan onderwerpen.

DirkZwager
Bij Dirkzwager wachtten advocaten Mark Jansen en Jeroen Lubbers tezamen met hun collega Steef Verheijen, als recruiter werkzaam bij dit advocatenkantoor met vestigingen in Arnhem en Nijmegen, de studenten op om hen wat bij te brengen over de implicaties van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Deze nieuwe verordening, u allen vast en zeker welbekend, is op 26 mei 2016 in werking getreden en zal vanaf 26 mei 2018 worden gehandhaafd. Dit betekent voor allen die werken met persoonsgegevens dat zij behoorlijk goed moeten kijken naar hun werkwijze en waar nodig deze moeten wijzigen. Ook is er een nieuwe functie bij veel bedrijven in het leven geroepen: de functionaris voor de gegevensbescherming, die toezicht moet houden op de persoonsgegevensverwerking. Nu schreef ik hier eerder over bedrijven, maar ook voor alle hogere en lagere overheden gelden de bepalingen van de AVG vanaf mei volgend jaar. Of hiermee elke autogarage die algemene periodieke keuringen verzorgd ook een functionaris voor de gegevensbescherming in dienst zal nemen is volgens Jansen maar zeer de vraag.
Jeroen Lubbers heeft de aanwezige studenten bewust gemaakt van de bevoegdheden die Facebook heeft en alle informatie die wij doorgeven door het gebruik van sociale media. Als men Facebook gebruikt via de app op hun telefoon kan Facebook onder andere op elk moment zien wie jouw contacten zijn, wat jouw batterijniveau is en zelfs zien aan wie jij de meeste aandacht besteedt op sociale media. Ook apps als Snapchat en Instagram vallen tegenwoordig onder het moederbedrijf van Facebook, en geven daarom jouw gegevens door conform hun voorwaarden waar bijna iedereen klakkeloos mee akkoord gaat.
Al met al gaf Dirkzwager een ontzettend interessante workshop, die voor studenten die dachten dat ze al veel wisten toch nog een grote eyeopener kon zijn!

JPR
JPR, het bekende kantoor met de oosterse ori?ntatie, was voor de eerste keer aanwezig bij het LISA-symposium. De drie medewerkers van JPR kwamen met elf uitdagende meerkeuzevragen. Deze waren allen ontleend aan recente rechtspraak of een soortgelijke kantoorzaak. Ook onze Groningse professor voor het intellectuele eigendom, Paul Geerts, werd genoemd wegens zijn kritiek op het Hasbro-arrest. Door het goed beantwoorden van de gestelde vragen kon een stageplek worden gewonnen; Max en Ruben mogen zich de gelukkige winnaar van deze prijs noemen. Daarnaast ontvingen zij ook een paraplu en een kistje met twee goede flessen wijn: een prima beloning voor uitmuntende IE-kennis dus.
De workshop van JPR was voor veel leden een feest der herkenning, dan wel een kleine opfrisser die nog eens inzichtelijk maakte waar de kennis bijgespijkerd dient te worden.

Hogan Lovells
Het was het grote internationale kantoor met haar vestiging in Amsterdam die een van de meest hardcore IE-onderwerpen van het LISA-symposium van 2017 had gekozen: octrooirechten op smartphones. Voor veel leden is het octrooirecht een nog onontgonnen gebied in hun kennis, omdat dit in de bachelor niet aan de orde komt en in de master als een van de deelonderwerpen bij het vak intellectuele eigendom. Gelukkig hebben enkelen al wel enige kennis opgedaan bij de Masterclass Octrooirecht van LISA, die onder begeleiding staat van professor Paul Geerts. Dit verschillende kennisniveau vingen Liselotte Cortenraad en Joost Duijm goed op door eerst een korte introductie te geven in het octrooirecht. Ook voor iemand die al wat meer wist van het octrooirecht kwamen nieuwe dingen langs: zo had ondergetekende eerder nog niet gehoord van het zogenaamde Verkort Regime Octrooizaken, een soort tussenvorm tussen enerzijds een normaal kort geding en anderzijds een normale bodemprocedure. Ook werden een aantal interessante kenmerken van octrooigeschillen in de telecom-sector gegeven: vaak spelen zaken gelijktijdig in verschillende landen en wordt er door een octrooihouder tegelijk meerdere andere fabrikanten aangesproken op het vermeende inbreuk maken. Dit kan je ook in je voordeel gebruiken door bij de zittingen aanwezig te zijn van eiser tegenover een andere gedaagde om zo alvast enkele van hun argumenten op te pikken.

Trip
Trip is, met kantoren in Assen, Groningen en Leeuwarden, een echte speler in het noorden.
Wat begon als een praatje over de nieuwe privacywetgeving werd al snel een mini-college, alleen dan eentje waarbij iedereen de aandacht er wel bij kon houden. Door niet alleen de algemene aankomende wetswijzigingen te bespreken maar ook dieper op de gevolgen voor particulier en bedrijf in te gaan wist trip echt verbinding met de stof te verwezenlijken.
De mensen die in de eerste workshopronde zaten hebben echter wel wat gemist. Door een gebrek aan tijd en enige uitloop van het plenaire gedeelte hebben ze niet gehoord aan welke vereisten een vereniging als bijvoorbeeld LISA na 25 mei 2018 moet voldoen. De mensen in de tweede ronde hebben dan ook te zien gekregen dat bij het aanmaken van een account, en daarbij het verzamelen en verwerken door LISA van persoonsgegevens straks veel meer komt kijken.
De meeste leden zullen bij de workshop van Trip ook hebben gehoord dat we nog steeds de goeie studierichting hebben gekozen, aangezien de ICT-recht jurist nog zeer gewild is! Trip Advocaten & Notarissen heeft hiermee een prachtige workshop afgeleverd.

Recruitmentdiner?
Het laatste onderdeel van het symposium van dit jaar was de tweede editie van het recruitmentdiner van LISA. Een select gezelschap studenten van 12 personen mocht aanschuiven bij Dirkzwager, Hogan Lovells en JPR om onder het genot van een heerlijk diner in drie gangen nader kennis met elkaar te maken en al hun vragen te stellen. Ik kan alleen spreken voor mijn eigen tafelgenoten, maar ik geloof dat wij inderdaad een aardig vragenvuur hebben afgevuurd op de aanwezigen van de kantoren. Gelukkig was er ook tijd voor gewoon ontspannen genieten van het heerlijke eten en het aangename gezelschap. Wederom vatbaar voor herhaling dus!

Namens de Redactiecommissie van LISA,

Auke-Frank Tadema, Thomas ten Berge, Maaike Meijer & een gast-bijdrage van Joris Vos

Bronnen: Lisa Groningen

Wraakporno wordt strafbaar

Het verspreiden van wraakporno, zoals seksfilmpjes en seksueel getinte foto’s, wordt in het nieuwe regeerakkoord als zelfstandig delict strafbaar gesteld ?omdat het diep ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer?. Het was een wens van voorman Gert-Jan Segers van de ChristenUnie een wetsartikel te maken waarbij mensen die intieme video’s of foto’s verspreiden makkelijker gestraft kunnen worden. Door bijvoorbeeld smaad en laster erbij te betrekken, konden verspreiders van deze seksueel getinte foto’s en video’s in sommige gevallen toch worden veroordeeld.

Het verspreiden van wraakporno grijpt diep in de persoonlijke levenssfeer in en wordt als een zelfstandig delict strafbaar gesteld.

– Regeerakkoord 2017

Dat is makkelijk gezegd, maar op juridisch vlak nog niet zo makkelijk gedaan. Want wanneer is iets wraakporno en hoe zorg je dat verspreiders worden aangepakt?

Het aantal gevallen wraakporno stijgt in Nederland, bleek uit?cijfers?van het Expertisebureau Online Kindermisbruik. In 2016 ontving het bureau 235 meldingen. Het gaat dan alleen om jongeren tot 25 jaar, want bij hogere leeftijden wordt niets geregistreerd.

Onder andere?Patricia Paay,?Chantal uit Werkendam?of vlogger?Laura Ponticorvo?hebben te maken gehad met wraakporno. Bij de eerste twee is het nog niet duidelijk wie de video’s hebben verspreid, bij Ponticorvo brak een hacker op haar iCloud in.

“Ik ben bang dat het lastig wordt om zo’n wet effectief te maken”, zegt mediajurist Roel Maalderink. Hij hielp met het team van Peter R. de Vries wraakpornoslachtoffer Chantal. “Het kan een afschrikwekkende werking hebben, zodat mensen beter nadenken voor ze iets verspreiden. Maar als die wet een wassen neus blijkt, is die afschrikwekkende werking weer weg.”

Voorheen kon men alleen terecht via het privaatrecht en het misschien preventief regelen via een clausule in de huwelijkse voorwaarden:

Dus, wat moet er nou gebeuren om een nieuwe te laten slagen? Daarvoor zijn drie dingen belangrijk:

Eerst moet je goed vaststellen wat er precies onder de term ‘wraakporno’ valt. Volgens Maalderink is het stukje ‘wraak’ essentieel. “Wanneer is iets wraakporno, en wanneer gewoon porno? Voor een veroordeling moet er de intentie zijn om de reputatie van de ander te schaden. De wet moet niet zo ruim worden dat het verspreiden van pornografisch materiaal strafbaar wordt.”

Het delen met die intentie is al strafbaar als smaad, maar dus niet specifiek als wraakporno. Volgens Thomas van Vugt van AMS Advocaten, de advocaat van Chantal, moet die term daarom goed omschreven worden. “Het delen van seksueel getint beeldmateriaal waarvan je weet dat diegene het niet openbaar wil. Daarbij is niet van belang of diegene toestemming heeft gegeven voor het maken ervan, maar dat het niet is bestemd voor andermans ogen.”

Bij wraakporno gaat het om beeldmateriaal dat tijdens een relatie of in een priv?situatie is gemaakt.?Helpwanted.nl, het meldpunt voor seksueel misbruik, ontving vorig jaar 235 meldingen van online seksueel misbruik. Het ging hier dan om naaktfoto’s of -video’s die online verspreid zijn, zonder dat het slachtoffer dat wilde.

Dan is ook het openbare aspect belangrijk. Dat is volgens Maalderink het probleem met smaad. “De rechter oordeelde eerder al dat, als je wraakporno met maar ??n contact of een besloten groep deelt, het niet strafbaar is. In die gevallen kun je geen beroep doen op smaad.” Een beter gedefinieerde wet zou dit kunnen veranderen.

Maar met alleen een definitie kom je er niet. “Mooi dat er een wetsartikel komt”, zegt Van Vugt, “maar als de politie niet de capaciteiten en de kennis heeft om de dader op te sporen heeft het weinig zin.”

Nu blijven dit soort zaken vaak nog op het bureau van de politie liggen, zegt Maalderink. “Als je voor smaad iemand wil vervolgen, moet het slachtoffer aangifte doen. En bij die aangifte gaat het vaak al mis.”

Je kan met wraakporno met een paar drukken op de knop iemands leven verwoesten.

– Advocaat Thomas van Vugt

“Bij de politie werken nog veel digibeten”, vindt Maalderink. “Ze weten niet hoe sociale media werken, en wat zo’n wraakpornozaak inhoudt. Daar moeten agenten voor worden opgeleid.” Dat is ook fijner voor het slachtoffer, denkt Maalderink. “Je moet er niet aan denken dat je daar als jong slachtoffer komt en een of andere zestiger – die met ??n vinger typt – je zaak moet behandelen.”

Als wraakporno verspreiden een specifieke overtreding wordt, kan de politie meer doen dan nu het geval is. Dat vermoedt Arnout de Vries van onderzoeksorganisatie TNO. “Op dit moment valt zo’n zaak vaak nog onder privaatrecht. Als het straks ?cht strafbaar wordt, dan krijgt de politie meer opsporingsmogelijkheden. Laten we hopen dat de politie wraakporno dan ook serieuzer gaat nemen.”

Als je dan eenmaal de politie zo ver hebt dat ze iemand kunnen pakken, dan komt nog het lastigste: nu moet je bepalen wie je gaat straffen, en hoe.

Bij de strafmaat is het verschil tussen wraakporno en smaad belangrijk. Voor smaad kun je namelijk maximaal maar een celstraf van een jaar krijgen, en in de praktijk blijft het vaak bij een boete. “Je kan met wraakporno met een paar drukken op de knop iemands leven verwoesten,” zegt Van Vugt. Ik vind een forse celstraf dus niet onterecht.”

Pakkans

Maar hoe bewijs je nou dat iemand schuldig is? “Dat is lastig”, zegt De Vries. “Het is moeilijk om te bewijzen wie het gemaakt heeft, wie het online heeft gezet, en wie het heeft verspreid. Op het internet is het toch nog makkelijk om superanoniem iets te plaatsen. De dader kan dus ook zeggen dat hij of zij is gehackt.”

“In de zaak van Chantal is nog steeds niet duidelijk wie het filmpje de wereld in heeft gebracht,” zegt Maalderink. “Het blijkt erg lastig om die persoon op te sporen. En de wet zal moeten bepalen of je alleen de eerste verspreider straft, of ook latere verspreiders. Dat laatste is al snel onbegonnen werk, omdat die filmpjes zich vaak razendsnel verspreiden.”

Nederland zou lang niet de eerste zijn met zo’n wet: Japan heeft er al ??n sinds 2014. Je kunt daar tot drie jaar de cel in als je seksueel materiaal van een ander verspreidt. Isra?l gaat nog een stapje verder: daar ga je maximaal vijf jaar de cel in en word je als zedendelinquent geregistreerd.

In sommige staten in de VS en in?Groot-Brittanni??is het verspreiden ook strafbaar. Toch zitten er ook wat haken en ogen aan. In?Californi??bijvoorbeeld: daar kun je geen zaak beginnen als je de foto of video zelf hebt gemaakt.

Het is nu nog afwachten of de wet er echt komt. Volgens Maalderink is het goed dat er een intentie is om wraakporno aan te pakken. “Het is voor jongeren verschrikkelijk als het je overkomt. Dat er in de politiek over gepraat wordt, is een goede eerste stap.”

Bronnen: Bright, NOS

De rol van social media bij rellen en grootschalige evenementen

Afgelopen week was er op 9 mei een Europese bijeenkomst?over de rol van social media in relatie tot massaprotesten, evenementenveiligheid, het ontstaan van rellen en uitdagingen bij grootschalige evenementen rondom massa migratie. De bijeenkomst is onderdeel van een serie workshops in het kader van het Europese project Media4Sec, dat de impact van social media op politiewerk onderzoekt.

Door de inherente aard zijn grootschalige?evenementen gevoelig voor verschillende grote bedreigingen. Denk aan het ontstaan van onlusten of rellen, massale paniek die kan leiden tot diverse ongelukken en geweld onder deelnemersgroepen. Tegelijkertijd is een grootschalige evenementen een aantrekkelijk doel voor terroristische aanslagen. Door de omvang en de mogelijke gevolgen kan het menselijk leed enorm zijn.

Hoewel veel grootschalige evenementen van te voren tot in detail kunnen worden gepland en op een duidelijk gedefinieerde locaties plaatsvinden, zoals sportevenementen, culturele festivals en zelfs politieke bijeenkomsten, zet de toename van spontane gebeurtenissen die ontstaan meer druk op de politie?om de veiligheid te waarborgen. Social media hebben de dynamiek en aanpak van grootschalige gebeurtenissen fors veranderd. Aan de ene kant hebben social media de organisatie en co?rdinatie van evenementen vergemakkelijkt doordat er betere communicatie mogelijk is tussen grote aantallen mensen. Aan de andere kant zijn er ook veel nieuwe uitdagingen en kansen voor de politie.

Het evenement op 9 mei in Athene was al snel volgepland, maar je kunt nog steeds bijdragen aan de discussie door je ervaringen te delen op de Media4Sec LinkedIn-groep voor het evenement en door #Media4Sec te volgen op Twitter.

Lees het verslag op Storify:

Lees het onderzoek naa de state of the art analyse over de rol van social media in rellen en grootschalige evenementen (Hoofdstuk 6):

[slideshare id=71624367&doc=media4sec-stateoftheartreview-chapterdarkweb-170201084446&type=d]

En de ethische vraagstukken die in de workshop centraal staan in het gebruik van social media:

[slideshare id=71215898&doc=ethicsandlegalissuesinventoryonsocialmedia-170120111839&type=d]

Bronnen: Media4Sec

Dark social & webagenten: zo gaat de politie om met social messaging

Politie-social-messaging-1170x350

Hieronder een gastbijdrage van Rick de Haan, met een artikel dat eerder is geplaatst op Frankwatching.?

Als de politie iets geleerd heeft van het experimenteren met social media, is het wel dat het online landschap continu verandert. Hyves kwam op en verdween en Snapchat en Instagram zijn momenteel de beste kanalen om jongeren te bereiken. Was Twitter ooit het beste platform om als politie online interactie aan te gaan met burgers, nu is dat Facebook. Daarna kwam de ontwikkeling van het open online gesprek naar besloten platformen, dark social. Zoals bijvoorbeeld WhatsApp met intussen bijna 7000 buurtpreventiegroepen, waarin burgers gezamenlijk zorgdragen voor leefbaarheid en veiligheid in de buurt.

Voor de politie is social messaging dan ook een onmisbare manier om naast fysiek ook online waakzaam en dienstbaar te kunnen zijn. In dit artikel deel ik de acties en uitdagingen van de politie met social messaging. Ook werp ik een blik op de toekomst, welke rol kunnen chatbots hierbij gaan spelen?

Politie past zich aan

De politieorganisatie is geen start-up die nieuwe innovatieve methoden in een handomdraai kan toepassen, om mee te bewegen in de stroom van technologische ontwikkelingen. In een organisatie met 65.000 medewerkers met de nodige hi?rarchie is dat al lastig, laat staan wanneer je als organisatie te maken hebt met wet- en regelgeving die de privacy van burgers hoog in het vaandel heeft staan.

Zo heeft de politie meer restricties dan pers of burgers als het gaat om het delen van content. De Wet op de Politiegegevens vereist bijvoorbeeld dat we data op een veilige manier opslaan (en vooral niet te lang bewaren). De Wet Bescherming Persoonsgegevens schrijft voor dat de informatie die wij verstrekken in principe niet herleidbaar mag zijn naar betrokken personen.

Het ligt voor de hand om de wijkagent uit te nodigen in WhatsApp-groepen. Maar dit betekent opeens dat van de wijkagent wordt verwacht dat hij of zij 24/7 klaarstaat om te reageren en meldingen door te geven aan de meldkamer. Die verwachting kan niet worden waargemaakt, want de wijkagent draait tijdens het werk ook de nodige uurtjes mee op de noodhulp, neemt aangiftes op, lost burenruzies op, overlegt met verenigingen en lokale overheden en is bovendien ook nog wel eens vrij! Een verdachte situatie in een app-groep melden, zal dus altijd vergezeld moeten worden van een telefoontje aan 112, of de wijkagent nu wel of niet in de WhatsApp-groep zit. En degene die de wijkagent meer op straat wil zien, zal hopelijk begrijpen dat de wijkagent misschien geen tijd heeft om alle appjes in de lokale WhatsApp-groepen door te lezen.

>> Facebook verdient geld aan onze data, en geld is niet zelden reden genoeg om bepaalde principes te wijzigen.

Overigens stelt WhatsApp de politie voor n?g een dilemma: de privacy van de contacten op de diensttelefoons van de politie. Immers, om WhatsApp te mogen gebruiken deel je al je contactgegevens met moederbedrijf Facebook. Als politieambtenaar heb je naast telefoonnummers van collega?s ook contactgegevens van aangevers, slachtoffers of verdachten op je telefoon staan. Hoewel Facebook nu heeft aangegeven dat WhatsApp-contactgegevens niet worden gebruikt voor vriendschapssuggesties op Facebook, is dat geen uitgangspunt dat tot in lengte van jaren zal worden volgehouden. Facebook verdient geld aan onze data, en geld is niet zelden reden genoeg om bepaalde principes te wijzigen.

Webcare voor de politie

Maar laat ik niet vervallen in het denken in onmogelijkheden. WhatsApp schijnt op dit moment druk bezig te zijn met het openstellen van hun API voor zakelijke toepassingen. Daarop sorteert de politie nu al voor. In de eenheid Zeeland West-Brabant wordt vanuit het Regionaal Servicecentrum (waar normaal gesproken alle lokale telefoontjes naar 0900-8844 worden behandeld) druk gewerkt aan het verbeteren van de webcare. Er loopt onder meer een veelbelovend experiment met een Whatsapp-nummer.

Ook op lokaal niveau experimenteren diverse basisteams met een WhatsApp-nummer of Facebook Messenger om meldingen bij de politie te kunnen doen. Ook die experimenten zijn veelbelovend. Niet in de laatste plaats natuurlijk omdat iedereen op zijn klompen kan aanvoelen dat dit voorziet in een enorme behoefte. Niemand wil minuten in de wacht staan om te melden dat de vuilnisbakken zijn omgetrapt. Een appje sturen en later een antwoord krijgen van de politie via WhatsApp past veel meer in de tijdgeest van vandaag. Dat beschrijft (of bevestigt) ook de publicatie van TNO met de veelzeggende titel: ?Wie belt er nu nog??

< Wil je dit artikel verder lezen? Lees het dan verder op Frankwatching?>

Bronnen: Frankwatching

Getagd voor het leven

youve-been-tagged

Wat zou jij er van vinden als je tijdens je werkt wordt gefilmd? En waarbij je (niet zeker) weet of een deel van de video online komt. Verschillende professionals hebben dit al eens meegemaakt. En, het lijkt steeds vaker te gebeuren. Wat is het effect van het opnemen en online plaatsen van beelden van publieke handelingen op sociale media, voor publieke professionals en organisaties? Het eerste verkennende studie over dit thema, uitgevoerd door Stichting Impact met mijn medewerking staat nu online. Deze verkenning biedt voldoende stof om over door te praten en voldoende onderwerpen om verder te (laten) onderzoeken. .

Een intrigerende vraag uit dit?onderzoek is de vraag: waarom doen mensen dit? Helaas is er (nog) geen onderzoek gedaan onder de filmers en diegene die het materiaal online plaatsen. De verschillende professionals geven vier motieven waarom mensen mogelijk filmen (en al dan niet plaatsen):Als een video online verschijnt dan is het proces dat volgt redelijk ongrijpbaar. Als het binnen korte tijd vaak gedeeld of geliked wordt, en al dan niet door andere (sociale) media wordt opgepikt, dan kan een olievlek ontstaan. Het is lastig om op dat moment de verspreiding in te perken. Het is moeilijk om een filmpje volledig van het internet te verwijderen, wanneer het zo vaak wordt gedeeld. Organisaties worden bij vergaande verspreiding van (video)materiaal gedwongen om te reageren. Want: of het nu waar is of niet, als organisatie moet je wel reageren als het breed is verspreid. Al was het maar voor diegene die op de video negatief wordt neergezet.

  • het uiting geven aan onmacht en frustratie.
  • het be?nvloeden van het proces van de organisatie (dossiervorming).
  • sensatiezucht (inclusief persoonlijk gewin).
  • verveling.

Het is essentieel om deze motivaties te weten, zodat passende reacties zijn te geven. Aanvullend onderzoek op filmers en plaatsers is zeer zeker nodig.

Vanuit persoonlijke ervaring weet een van de onderzoekers Roy Johannink dat een opvallend filmpje miljoenen views kan genereren. Dit kan de plaatser ? wat niet de filmer hoeft te zijn ? ook een bron van inkomsten betekenen. Het wegnemen van deze bron van inkomsten maakt het voor sommige plaatsers, denk aan de treitervloggers, al een stuk minder interessant om (video)materiaal online te plaatsen. Want: als je er geen geld mee verdiend, waarom zou je het dan nog doen?

Maar aan de hand van welke criteria bepalen we of een video al dan niet negatief is. Wat is de rol van YouTube ?n Facebook? Beide kunnen natuurlijk de advertenties weglaten rondom de video?s. Ze kunnen plaatsers ook (tijdelijk) blokkeren. Maar ze gaan dan ook zelf advertentie-inkomsten mislopen van dergelijke succesvolle video?s.

Het is dus allemaal niet zo eenvoudig. De problematiek en de oplossing(en) zijn complex. Dat maakt dit eerste onderzoek inzichtelijk. Er moet wel nog wat veranderen, dat is duidelijk. Alleen wat dan? Suggesties voor vervolgonderzoek en oplossingen zijn zeer welkom, reageer hieronder of laat je idee achter bij Roy Johannink.

Het onderzoek is hier te vinden: Getagd voor het leven; een verkennende studie naar de effecten op professionals van het filmen en online plaatsen van (beeld)materiaal van professioneel handelen, Jurriaan Jacobs, MSc Merel van Herpen, MA Dr. Hans te Brake mmv Drs. Roy Johannink MCDm, Stichting Impact Diemen, december 2016.

of lees het hieronder:

[slideshare id=72267052&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-26-14871693771568867560-170217110954&type=d]

[slideshare id=78262205&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-170726072049&type=d]

Bronnen: RoyJohannink

Buienradar voor boeven

ProKidx

Onderstaand artikel van Kaya Bouma is eerder gepubliceerd in De Groene Amsterdammer

‘Kijk me aan!’ Howard Marks, de man die net nog op het punt stond zijn vrouw en haar minnaar te lijf te gaan met de keukenschaar, ligt gevangen in de houdgreep van een politieagent. Het is exact vier minuten over acht ’s morgens. De vloer is bezaaid met glas. ‘Mr. Marks, bij volmacht van de afdeling PreCrime van Washington D.C. arresteer ik u voor de toekomstige moord op mrs. Marks en mr. Dubin, die vanmorgen plaats zou vinden om vier minuten over acht.’

precogs

We schrijven het jaar 2054. Misdaad bestaat niet meer. Drie helderzienden op sterk water, gekoppeld aan een ingenieus computersysteem, voorspellen wie wanneer een moord gaat plegen. Aan politieagent en protagonist Tom Cruise de taak om de criminelen in spe in de kraag te vatten v??r ze de fout in gaan. ‘Is er eigenlijk wel sprake van moord als de daad zelf niet gepleegd is?’ vraagt Colin Farrell in de hoedanigheid van kritisch inspecteur. ‘Het feit dat je iets voorkomt wil niet zeggen dat het niet zou gebeuren wanneer je niet had ingegrepen’, kaatst Cruise terug. Kort daarna rolt de politieagent zelf als toekomstig moordenaar uit het systeem en heeft hij een groot probleem.

Steven Spielbergs Minority Report gaat wellicht niet de geschiedenis in als zijn grootste meesterwerk, maar de film uit 2002 haalt nog zeker wekelijks het nieuws. Zodra het over iets nieuws en futuristisch gaat, gaat het over Tom Cruise en zijn drie telepaten in een badkuip. Meestal is dat niet in positieve zin. De actiefilm geldt voor velen als schrikbeeld van een toekomst waarin privacy non-existent is en de politie in de hoofden van burgers kruipt. Des te opvallender dat het omgekeerde geluid ook steeds vaker te horen is: veiligheidsorganisaties mogen graag naar de film verwijzen als inspiratiebron voor het optuigen van een vergelijkbaar voorspellend systeem – minus de helderzienden weliswaar.

Predictive policing heet dat: het voorspellen van misdaad op basis van grote hoeveel?heden data. En dat is niet iets van een verre toekomst. Politiekorpsen overal ter wereld, inclusief Nederland, maken er al gebruik van.

De kristallen bol is de misdaadbestrijding binnengedrongen. Daarbij wordt de blik steeds verder op de toekomst gericht. De allernieuwste ontwikkeling: preventief straffen. De Amerikaanse staat Pennsylvania werkt momenteel aan een systeem dat rechters helpt bij het bepalen van de strafmaat. Op basis van onder meer iemands criminele verleden (eerdere arrestaties en veroordelingen), geslacht, leeftijd en postcode wordt een voorspelling gedaan over zijn toekomstige wandaden. Is de kans statistisch gezien groot dat een dader ooit opnieuw een vergrijp pleegt, dan kan hij bij voorbaat extra zwaar gestraft worden. Andersom kan een dader aan wie een hemelsblauwe toekomst wordt toegedicht strafvermindering krijgen.

De techniek voor dit soort orakelwerk is al ruimschoots voorhanden. Grote techbedrijven buitelen de laatste jaren over elkaar heen in een wedloop van voorspellende software, waarbij de mogelijkheden duizelingwekkende proporties aannemen. Zo belooft IBM?politiekorpsen preventief naar de crime scene te leiden. In een bijbehorend reclamefilmpje staat een politieagent op z’n dooie gemak, koffie erbij, een overvaller op te wachten die op het punt staat toe te slaan.

Het Amerikaanse veiligheidsbedrijf Intrado ontwikkelde Beware, een systeem dat op basis van onder andere iemands adres, uitingen op sociale media en een eventueel strafblad voorspelt hoe groot de kans is dat hij een misdaad begaat. Een 42-jarige Afghanistanveteraan met PTSS?en een strafblad, die op Facebook schrijft over zijn oorlogservaringen? Het levert een dreigingsscore op van 67 van de 100 punten. Microsoft werkt aan een programma dat niet alleen criminaliteit van ver kan zien aankomen, maar ook van elke individuele gevangene kan voorspellen hoe groot de kans is dat hij of zij, eenmaal op vrije voeten, opnieuw de fout in zal gaan.

Politiekorpsen zijn er blij mee. In onder andere de Verenigde Staten, China, Brazili?, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland en Belgi? wordt met predictive policing gewerkt. Amerika loopt voorop: minstens zestig steden gebruiken een of meer vormen van voorspellende software. ‘Minority Report uit 2002 is de realiteit van vandaag‘, zei William Bratton, hoofd van de politie in New York, vorig jaar tijdens een debatavond over big data en veiligheid.

In Nederland neemt predictive policing ook ‘een enorme vlucht’, schrijven onderzoekers van TNO?in een recente publicatie over het onderwerp. Zo heeft de politie een systeem ontwikkeld dat inbraak en straatroof kan voorspellen. In samenwerking met de Universiteit Twente is informatiegestuurde luchtsteun opgezet: politiehelikopters vliegen preventief naar plekken waar high impact crime als overvallen en inbraken verwacht wordt. De politie werkt ook samen met commerci?le aanbieders van voorspellende software, maar noemt geen namen.

Volgens oud-politiemedewerker Rutger Rienks behoort Nederland internationaal tot de voorhoede. Als afdelingshoofd business intelligence bij de politie was Rienks de afgelopen jaren betrokken bij de eerste stappen naar voorspellend politiewerk. ‘Als je als overheids- of politieorganisatie criminaliteit op deze manier kunt uitbannen, dan lijkt mij dat een droom waar je je hard voor moet maken.’

Het is een omstreden droom. De Nationale Politie kreeg in oktober een Big Brother Award uitgereikt vanwege haar activiteiten rondom predictive policing. Met de prijs zet privacy-voorvechter Bits of Freedom jaarlijks ‘de grofste privacy-schenders’ in de schijnwerpers. Uit het juryrapport: ‘De politie van de toekomst houdt iedere burger non-stop en nauwlettend in de gaten. Daar zijn ze nu al mee begonnen.’ Criminoloog Marc Schuilenburg waarschuwt voor een politie die al te diep in de kristallen bol probeert te kijken: ‘Het gevaar is dat je uitkomt bij een gedachtenpolitie die steeds meer in de stoel van de psychiater gaat zitten en probeert criminele intentie te lezen in bepaald gedrag.’

Ook onderzoekers die zelf met voorspellings?modellen werken zijn kritisch. ‘Wij krijgen wel eens de vraag of we niet met heel evil technologie bezig zijn’, zegt Arnout de Vries. Als onderzoeker bij TNO?werkt hij aan verschillende experimenten rond predictive policing. ‘Misschien is dat wel zo, ja. Maar als je als overheid stil blijft staan en denkt: we houden deze enge technologie liever buiten de deur word je links en rechts door bedrijven ingehaald en sta je nergens. Je ziet politiewerk nu al privatiseren.’

In de VS ligt predictive policing al langer onder vuur. Tegenstanders waarschuwen behalve voor privacy-schending voor de groeiende macht van bedrijven die dit soort veiligheidssystemen aanbieden. De techniek zou bovendien leiden tot etnisch profileren, omdat de voorspellingen vooroordelen in de gebruikte data reflecteren.

Een alomtegenwoordige gedachtenpolitie, nog racistisch ook. Het klinkt nogal onheilspellend. Maar is het dat ook? Er is in Nederland nog weinig bekend over predictive policing. De politie geeft maar mondjesmaat informatie prijs. Wat gebeurt er al? Hoe werkt het precies? En wat kunnen we ervan verwachten?

Mark Jules klapt zijn laptop open en weet wat de toekomst in petto heeft. Jules is vice-president Public Safety Visualization bij multinational Hitachi en zodoende binnen de multinational de man met de glazen bol. Hij is vanmorgen overgevlogen uit Philadelphia en zit nu, zonnebril nog in het schouderlange stroblonde haar, in de bedrijfskantine van Hitachi Data Systems in Zaltbommel. Jules is in Nederland om te praten met ‘ge?nteresseerde partijen’ over de predictive-policingsoftware die het bedrijf sinds kort aanbiedt.

‘Even kijken’, hij zoomt in op de kaart van Washington D.C. en beweegt met zijn muis langs een rijtje delicten: diefstal, fraude, gewelddadige overvallen. De keuze valt op ‘sex crimes’. De kaart van de Amerikaanse hoofdstad, in rasters opgedeeld, kleurt hier en daar donkerrood. In die dieprode vierkantjes, elk goed voor twee huizenblokken, gaat het de komende 24 uur gebeuren. Om erachter te komen wat precies klikt Jules op een van de gekleurde vierkantjes. ‘In dit blok is de kans op een zedendelict vandaag 47 procent.’ Het is dat dit een demo-versie is, zegt Jules, anders kon hij per adres een gedetailleerde voorspelling geven.

Dit is predictive policing in de praktijk: een zo precies mogelijke kansberekening, uitgezet op een kaart. Buienradar, maar dan voor boeven. Het systeem van Hitachi is exemplarisch voor de meeste vormen van voorspellende software. Vertrekpunt: een flinke berg data van een stad of buurt. Historische criminaliteitscijfers, sociaal-geografische informatie over inwoners, adressen van bekende overtreders, data afkomstig van sociale media, het weer, het nieuws. Hoe meer hoe beter, liefst gecombineerd met een netwerk van slimme camera’s die in staat zijn gezichten te herkennen en geluidssensoren die geweerschoten detecteren. Zelflerende algoritmes zoeken vervolgens naar patronen. Blijkt er als het regent stelselmatig minder te worden ingebroken, dan wordt die informatie meegenomen in een voorspelling.

‘Ons systeem vindt correlaties die je als mens nooit gezien zou hebben’, zegt Jules. ‘In een van de steden waar wij werken blijkt rond fietsenrekken meer criminaliteit gepleegd te worden. Geen flauw idee waarom dat zo is. Maar zolang het een betrouwbare voorspelling oplevert, zijn wij tevreden.’ Een voorspelling van Hitachi komt volgens Jules in ongeveer 75 procent van de gevallen uit. ‘Dat is vijftien procent beter dan de meeste andere voorspellingsproducten.’ Of dat waar is, valt niet te controleren. Onafhankelijk onderzoek naar verschillende predictive systemen is nog niet gedaan.

Wordt er in Nederland al met de voorspellende software van Hitachi gewerkt? vraag ik.

‘Nee’, zegt Jules. ‘We werken alleen in de VS.’

‘Jawel hoor’, zegt persvoorlichter Bastiaan van Amstel even later, als Jules door is naar zijn volgende afspraak. ‘We mogen alleen niet alles zeggen. Niet alle partijen voor wie wij werken willen publiekelijk bekendmaken dat ze hiermee bezig zijn.’ Volgens de persvoorlichter zegt Jules daarom voor alle zekerheid niks. ‘Maar ik kan je vertellen dat deze software al op meerdere plekken in Nederland wordt uitgeprobeerd.’ Waar precies? Op hoeveel plekken? En voor wie?

‘Het aantal pilots is op ??n hand te tellen’, zegt Van Amstel. ‘We werken nog niet voor private bedrijven, het gaat om overheidspartijen.’ Met een mysterieuze glimlach: ‘Meer kan ik ?cht niet zeggen.’ Het is typerend voor het onderwerp. Predictive policing is in Nederland in nevelen gehuld. De politie maakt niet bekend met welke commerci?le instellingen wordt samen?gewerkt. Bedrijven kunnen op hun beurt vanwege geheimhoudingsovereenkomsten niet zeggen aan wie ze hun diensten verkopen.

Volgens de Amsterdamse korpschef Pieter-Jaap Aalbersberg moet het debat over predictive policing in alle openheid worden gevoerd. ‘Stel dat wij huiselijk geweld jegens kinderen kunnen voorspellen’, zei hij in oktober bij de uitreiking van de Big Brother Award. ‘Willen we dat? Het dilemma van het kind dat klappen krijgt tegen de methodiek die erachter zit. Dit zijn de debatten waar wij als politie zelf ook mee worstelen.’ Daarom is maatschappelijke discussie over het onderwerp ook zo belangrijk, zegt de korpschef. ‘Het gaat om openheid, want zonder maatschappelijk debat en democratisch besluit ben je niet een democratische samenleving.’

Toch wijst de politie meerdere interview?verzoeken af. Dat is niet uit onwil, zegt een persvoorlichter. ‘Het is nog te vroeg om naar buiten te treden. We zijn momenteel een belangrijke pilot rond predictive policing aan het afronden.’ Pas als er duidelijke cijfers en definitieve plannen zijn, is het tijd voor de pers. Om dezelfde reden wil de politie niet zeggen welke projecten er al lopen of hoeveel er al in wordt ge?nvesteerd.

Toch valt er op basis van gesprekken met betrokkenen en publicaties die recent over het onderwerp zijn verschenen een beeld te vormen van wat er al gebeurt. De politie werkt, zo blijkt, aan minstens acht projecten rond predictive policing. Daarbij gaat het deels om pilots en deels om systemen met voorspelcapaciteiten die al in gebruik werden genomen voor de bijbehorende allitererende modeterm kwam overwaaien uit de VS. De politie opereert zowel zelfstandig als met hulp van buitenaf. Zo wordt er bijvoorbeeld samengewerkt met TNO, dat ook voor de AIVD?en MIVD?de mogelijkheden van voorspellingen op basis van big data verkent.

Een rondgang langs grote spelers levert een rijtje bedrijven op die in Nederland al actief zijn. Zo is volgens een woordvoerder behalve Hitachi ook IBM, een van de marktleiders in de voorspellingsindustrie, ‘betrokken’ bij predictive-?policingprojecten. ‘We kunnen geen uitspraken doen over welke korpsen of over de aard van de projecten.’ Zakelijk dienstverlener Deloitte heeft net een pilot voor de politie afgerond, vertelt medewerker Maurice Fransen. ‘We hebben een soort buienradarkaart van Nederland gemaakt, waarmee je twee weken vooruit kunt zien in welke wijk we inbraken kunnen verwachten.’ De politie wil het model volgens hem ook inzetten voor andere vormen van criminaliteit.

Ook het Franse consultancybedrijf Cap?gemini werkt aan voorspellende projecten, valt af te leiden uit de Nationale Innovatieagenda Veiligheid 2015. Daarin wordt het ‘herkennen en voorspellen van afwijkend gedrag’ een landelijk innovatiespeerpunt genoemd. Cap?gemini gaat een voortrekkersrol vervullen, staat te lezen. Wat dat in de praktijk betekent wil het bedrijf niet zeggen. ‘Vraag maar na bij de politie.’

Met kop en schouders het opvallendste initiatief is de samenwerking met de Nederlandse start-up Pandora Intelligence uit het Gelderse Elst. Mede-oprichter Peter de Kock, ooit filmmaker en nu recherchekundige bij de politie, deed een paar jaar geleden promotieonderzoek naar het voorspellen van terrorisme en kwam met een onorthodoxe aanpak. De Kock legde een database aan van zo’n tweehonderdduizend terroristische incidenten die wereldwijd plaatsvonden en combineerde die met een database van filmscenario’s, boeken en theaterstukken waarin terrorisme voorkomt, opgebroken in scenario-elementen. Fictie kan volgens De Kock een krachtige voorspeller zijn. ‘Neem bijvoorbeeld de aanslagen van 11 september. Een vliegtuig dat zich in een wolkenkrabber boort, zoiets had de Amerikaanse schrijver Tom Clancy al jaren eerder beschreven in een van zijn boeken.’

Zie hieronder het interview dat hij gaf op de dag van zijn promotie in De Wereld Draait Door, met de kern van zijn onderzoek: ??wij zijn [?] nu voor de eerste keer in staat om heel veel data te genereren, heel veel data te wassen [?] Tot voor kort was het belangrijk wie dat opsporingsonderzoek leidde en of die de juiste kennis had. Nu kun je die kennis apart in een database zetten en iedereen heeft daar toegang toe die je daar toegang toe verleent. En dat gaat diegene helpen die de interpretatie moet maken.?

De aanpak is veelbelovend. De Kock liet zijn algoritmes voorspellingen doen op basis van terroristische incidenten die gepleegd waren voor 2007 en vergeleek de uitkomsten met aanslagen die werkelijk plaatsvonden na 2007. Zijn systeem bleek in sommige gevallen vijftig tot zeventig procent beter te kunnen voorspellen dan gangbare methodiek. Dat zijn bijzondere scores bij een ongrijpbaar verschijnsel als terrorisme. Niet gek dus dat veiligheidsorganisaties wereldwijd De Kock weten te vinden. ‘Telkens als er een klap is ergens in het Westen gaat bij mij de telefoon: je moet n? komen praten.’ Ook grote softwarebedrijven als IBM?en Oracle hebben interesse getoond. Toch heeft de politiemedewerker ervoor gekozen zijn voorspeller vooralsnog alleen in te zetten voor zijn eigen werkgever. Dit jaar nog koppelt hij zijn databases aan die van de politie en kan het betere orakelwerk beginnen.

Dat betekent overigens niet dat er straks spontaan een naam, een moordwapen en een locatie uit het systeem komt rollen, zegt De Kock: ‘Het werkt eerder zo: stel, een omstreden politicus houdt een boeksigneersessie, of Obama bezoekt Nederland. Dan kan mijn systeem straks alle potenti?le scenario’s bedenken van mogelijke daders en hun werkwijze.’ Daar kan de politie zich dan alvast op voorbereiden.

Maar dat is later. Wat de politie op dit moment zonder hulp van buitenstaanders onderneemt weet Rutger Rienks, een van de grondleggers van predictive policing in Nederland. Rienks, een jongensachtige dertiger, werkte tot een half jaar geleden bij de politie. Hij schreef voor de politieacademie het boek Predictive Policing: Kansen voor een veiligere toekomst, dat vorig jaar verscheen. Inmiddels werkt Rienks voor de gemeente Amsterdam, maar hij wil best nog eens vertellen over zijn ervaringen bij de politie. Want ja, hij is enthousiast. ‘Ik zie kansen, nou en of. Predictive policing kan ons een hele hoop ellende besparen. Er zitten natuurlijk allerlei haken en ogen aan, maar als je vertrouwen hebt in de modellen die die voorspellingen doen en ze goed toetst, dan kun je een hoop narigheid voorkomen.’

Die haken en ogen, daar heeft de oud-?politiemedewerker nog een leuk verhaal over met een poedel in de hoofdrol. Maar dat komt straks, eerst de voorspellende systemen. Rienks noemt in zijn boek een aantal voorbeelden. Het absolute paradepaardje van de politie is het zogenoemde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS), dat in 2012 door de Amsterdamse politiemedewerker Dick Willems is ontwikkeld. Door het combineren van onder meer historische criminaliteitscijfers met CBS-data (denk aan inkomensgegevens, uitkeringen, gezinssamenstelling) en adressen van bekende verdachten kan de politie woninginbraken en straatroven voorspellen. Het systeem is in staat ongeveer veertig procent van de woninginbraken en zestig procent van de straatroven te voorspellen. Het cas wordt inmiddels uitgetest in vier steden, het streven is het systeem over heel Nederland uit te rollen. Ook internationaal is de belangstelling gewekt. Vertegenwoordigers uit onder andere Canada en Turkije zijn al op bezoek geweest om er meer over te weten te komen.

In onderstaande uitzending van Factchecker legt Dick Willems van de politie Amsterdam uit hoe het globaal werkt (na ongeveer 9 minuten in de uitzending). Zie ook?hier.

Een vergelijkbaar systeem in samenwerking met de Universiteit Twente stuurt helikopters preventief af op plekken waar veel misdaad wordt verwacht op basis van historische cijfers. Net als bij de meeste vormen van predictive policing gaat het daarbij om high impact crimes als inbraak, overvallen en straatroof. Deze vormen van criminaliteit hebben prioriteit binnen de politie, bovendien laten ze zich makkelijk voorspellen omdat ze relatief veel voorkomen.

protective_20policiagente

Twee andere projecten van de politie vallen op omdat ze voorspellingen doen over individuen. ProKid, een signaleringsinstrument dat in 2013 landelijk werd ingevoerd, voorspelt van kinderen tot twaalf jaar wie de grootste kans maakt op te groeien tot delinquent. Risicotaxatie-instrument RTI-Geweld schat van elke persoon die bij de politie bekend is (bijvoorbeeld vanwege betrokkenheid bij een incident) hoe groot de kans is op toekomstig geweld. ‘Bepaalde vroeger het aantal delicten dat iemand had gepleegd of hij boven aan de lijst kwam’, schrijft politiemedewerker Remco van der Hoorn in het boek van Rienks, ‘nu is dat het feit of hij het grootste risico laat zien in de toekomst weer over de schreef te gaan.’

Tijd voor het verhaal met de poedel. Daarvoor moeten we nog ??n vorm van predictive policing leren kennen: het voorspellen van drugssmokkel. Door gegevens over kentekens en reis?patronen te combineren kan de politie sinds 2011 auto’s opsporen waarvan de kans statistisch gezien groot is dat er drugs mee gesmokkeld wordt. Die aanpak werpt zijn vruchten af: door de controle te focussen op de voertuigen die de computer aanwijst, is het aantal gevonden grammen hero??ne per gecontroleerd voertuig van 5 naar 1027 gestegen. Rienks: ‘Het werkt erg goed. Maar het gaat ook wel eens mis.’

Zo kon het dat een poos geleden een verdachte auto op de snelweg in de buurt van Rotterdam met veel toeters en bellen werd klemgereden. De bestuurder bleek geen drugssmokkelaar, maar een geschokte oudere dame die net een spuitje voor haar poedel had gehaald. Haar pas aangeschafte tweedehands auto was, zo werd later duidelijk, van een smokkelaar geweest. Het nummerbord stond daarom nog in het systeem. De route die ze die dag reed paste toevallig precies in een verdacht reispatroon. ‘De mevrouw heeft een bosje bloemen gekregen als excuses. Maar zo zijn er natuurlijk wel meer verhalen.’

Het incident met de poedel is een goed voorbeeld van een van de nadelen van predictive policing: de kans op foute positieven. Dat zijn personen, plekken of situaties die ten onrechte als risico worden aangemerkt. Bij de ingebruikname van een nieuw systeem kan dat veel voorkomen. Zo bleek bij de evaluatie van de eerste pilots met ProKid dat meer dan ??n op de drie kinderen (36 procent, in totaal 902 kinderen) ten onrechte als risicokind werd aangemerkt door systeem- of registratiefouten. Ze werden door de computer geselecteerd op basis van incidenten die volgens de betrokken wetenschappers ‘irrelevant’ waren, staat te lezen in een evaluatie uit 2011. Dit soort fouten zijn, ook als een systeem al verder ontwikkeld is, moeilijk helemaal uit te sluiten, zegt Rienks. ‘Er bestaan altijd uitzonderingscategorie?n. Een jongeman in een veel te dure auto kan bijvoorbeeld een crimineel lijken, maar het kan ook een professioneel voetballer zijn.’

De uitzondering op de regel: het is ook een van de bezwaren van universitair docent criminologie Marc Schuilenburg van de Vrije Universiteit. Schuilenburg schreef een aantal artikelen over predictive policing en is, zacht gezegd, geen fan. De lijst met problemen die hij voorziet is lang. Om met de basis te beginnen: wetenschappelijk bewijs dat voorspellend politiewerk werkt is dun gezaaid. ‘Bij voorspellingen over plaatsen lijkt het er inmiddels wel op dat het effect kan hebben’, zegt hij. ‘Je ziet in internationale literatuur dat de criminaliteit afneemt als de politie extra gaat surveilleren in een wijk waar veel misdaad wordt verwacht. Hoewel het risico bestaat dat de criminaliteit zich verplaatst naar een andere wijk.’

Een stuk ingewikkelder wordt het als het om personen gaat. ‘Het is nog maar helemaal de vraag of je op basis van algoritmes kunt bepalen wie een misdaad gaat plegen.’ Daarbij zijn de risicoprofielen die veiligheidsorganisaties gebruiken volgens Schuilenburg te breed: ‘Je ziet dat er te veel personen aan de criteria voldoen. Dat levert een enorm lange lijst individuen op, die de politie onmogelijk allemaal in de gaten kan houden. Neem de aanslagen in Parijs en Brussel: alle daders bleken achteraf al in de kaartenbakken te zitten.’

Belangrijker nog: de gegevens waar voorspellingen op gebaseerd zijn, zijn niet altijd van goede kwaliteit. ‘De politiedata die gebruikt worden zijn vaak vuil. Het zijn haastig gemaakte notities of halve verwijzingen.’ Hoe slechter de data, hoe onbetrouwbaarder de voorspelling, wil de criminoloog maar zeggen. Zo staat in een verantwoordingsrapport uit 2014 over het eerder genoemde RTI-Geweld te lezen dat de gegevens waarop de voorspellingen zijn gebaseerd ‘soms erg vervuild’ zijn. ‘Als voorbeeld: iemand die als verdachte aan een incident is gekoppeld, hoeft dit in werkelijkheid niet geweest te zijn.’

boeven buienradar

Bovendien kunnen de data gekleurd zijn. Daarmee komt Schuilenburg op een vaak gehoorde klacht in de VS: predictive policing zou leiden tot etnisch profileren. ‘Er mogen allerlei slimme algoritmes aan te pas komen, daarmee zijn voorspellende modellen nog niet neutraal.’ De historische criminaliteitscijfers die bij predictive policing standaard worden gebruikt, kunnen bepaalde vooroordelen bevatten, bijvoorbeeld omdat sommige bevolkingsgroepen vaker worden opgepakt voor hetzelfde delict dan andere. Als een algoritme daar patronen in gaat zoeken, kunnen diezelfde vooroordelen weer uit het systeem rollen. Een voorspelling die zichzelf waarmaakt. Schuilenburg: ‘Dat zie je nu ook al gebeuren bij zo’n inbraakvoorspeller van de politie. Daar komen altijd wijken uit waar mensen wonen die al veel met de politie in aanraking zijn gekomen.’

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwt ook voor dit zelfversterkende effect. De raad deed de afgelopen twee jaar in opdracht van de regering onderzoek naar het gebruik van big data door veiligheids?instellingen; eind april verscheen het onderzoeksrapport. Predictive policing komt daarin ook aan bod. ‘Een wijk waarin veel gesurveilleerd wordt, zal prominenter terugkomen in de criminaliteitscijfers. De extra aandacht vergroot de bestaande problemen verder uit, hetgeen weer de basis voor nieuw beleid kan zijn, dat op zijn beurt het (negatieve) beeld verder versterkt.’

Nonsens, vindt Jeffrey Brantingham. ‘Burgers doen aangifte van misdaad bij de politie. Als de politie die gegevens vervolgens gebruikt om preventief in bepaalde buurten te surveilleren en daarmee een buurt veiliger te maken, doet ze toch precies wat de maatschappij vraagt?’

Het is niet de eerste en zeker niet de laatste keer dat Brantingham gevraagd wordt naar de schaduwkant van zijn voorspellingsmodellen. De hoogleraar antropologie in Los Angeles stond hoogstpersoonlijk aan de wieg van predictive policing. ‘Dat was niet gepland: ik deed onderzoek naar iets anders, maar er kwam een techniek uit waar de politie naar smachtte.’ Brantingham onderzocht voor het Amerikaanse leger modellen om aanvallen van rebellen en mogelijke burgerslachtoffers in Irak te voorspellen. Dezelfde software bleek inbraken en straatroof te kunnen voorzien.

Inmiddels staat Brantingham aan het hoofd van een indrukwekkend voorspellings?imperium: PredPol, een bedrijf dat in de VS alleen al in zestig steden actief is en ook in het Verenigd Koninkrijk software verkoopt. De Nederlandse politie heeft ook interesse, zegt Brantingham tijdens een flitsbezoek aan Den Haag. ‘Er zijn gesprekken geweest, maar nog niets formeels.’ Wat betreft die kwestie rond etnische profilering, daar kan de hoogleraar kort over zijn. ‘PredPol maakt geen gebruik van persoonsgegevens. We kijken alleen waar en wanneer iets gebeurd is.’ Racisme, met andere woorden, is uitgesloten. ‘Gemeenschappen krijgen meer politiesurveillance als ze vaker aangifte doen. Ze krijgen dus precies de aandacht waar ze om vragen.’

Toch kan die manier van werken indirect hetzelfde effect hebben, zegt Schuilenburg. Buurten met een slechte reputatie en veel politieaandacht komen eerder als risicolocatie uit de bus. Het gevolg is nog meer politieaandacht, die mogelijk gepaard gaat met etnisch profileren. ‘De politie pakt nu eenmaal eerder een Marokkaan in een hoody op dan iemand zoals ik in een maatpak.’ Dat werd vorige week duidelijk toen Typhoon werd aangehouden. De politie vond de dure auto waarin de rapper van Surinaamse afkomst reed in combinatie met zijn huidskleur verdacht.

De WRR?benoemt daarbij nog een probleem: bij wie ligt de verantwoordelijkheid als een voorspelling de plank volledig misslaat? ‘Aangezien de discriminatie in veel gevallen niet intentioneel is en niet met opzet in het algoritme ingeschreven wordt door de computerprogrammeurs zal het zeer moeilijk te achterhalen zijn wie verantwoordelijk is voor het probleem en om dit te bewijzen in een rechtszaak.’

Op naar Den Haag. Daar wordt op een zogeheten ‘verboden plaats’ gewerkt aan voorspellende modellen. Die verboden plek is een locatie van onderzoeksinstituut TNO?waar aan staats?geheimen wordt gesleuteld. Onderzoekers werken er bijvoorbeeld in opdracht van defensie. Bezoekers moeten hun telefoon bij de receptie achterlaten en mogen alleen onder begeleiding door het gebouw lopen. Het is ook de plek waar Selmar Smit en Arnout de Vries onderzoek doen naar verschillende modellen voor politie en veiligheidsdiensten. De Vries: ‘We proberen uit te zoeken hoe ver we kunnen gaan met voorspellen. Meer kunnen we er niet over zeggen.’

Toch heeft het duo een hoop te vertellen. De onderzoekers publiceerden eind april samen met twee andere collega’s een uitgebreid rapport over predictive policing. ‘Criminelen zijn gewoontedieren’, zegt De Vries. ‘Daardoor kun je makkelijk patronen zien in veel voorkomende vormen van misdaad.’ Hoewel er volgens collega Smit nog meer wetenschappelijk onderzoek moet komen, ‘is het aannemelijk dat predictive policing werkt’. Op dit moment doet tno alleen onderzoek voor overheidspartijen. ‘Maar vanuit de private sector bestaat veel interesse.’ Met name verzekeraars en particuliere beveiligingsbedrijven zien wel brood in een kijkje in de toekomst.

De technologie is veelbelovend, vinden de onderzoekers. Maar ze maken zich ook zorgen. Zo is er de privacy-kwestie. ‘Een goede voorspeller voor inbraken zijn de adressen van bekende inbrekers die net uit de gevangenis komen’, zegt Smit. ‘Maar ja, ze hebben hun straf al uitgezeten. Mag je die gegevens toch gebruiken?’ Andere kwestie: voor het doen van goede voorspellingen zijn data nodig, v??l data. Dat vereist al snel dat meerdere datasets aan elkaar worden gekoppeld. De Vries: ‘Dat is een enorm probleem. Die informatie heb je ooit verzameld met een bepaald doel en nu ga je het ineens voor een ander doel gebruiken, het voorspellen van misdaad.’

Privacy en het verzamelen van grote hoeveelheden data staan per definitie met elkaar op gespannen voet, staat te lezen in het eerder genoemde wrr-rapport. De wet schrijft voor dat gegevens niet voor een ander doel gebruikt mogen worden dan waarvoor ze verzameld zijn, ?n dat er niet meer gebruikt mag worden dan strikt noodzakelijk is. Het grote voordeel van big data-onderzoek zit ‘m nou juist in het ongericht verzamelen en combineren van eindeloze hoeveelheden gegevens, waardoor onverwachte patronen kunnen opduiken. ‘Spanningen met privacy en het gegevensbeschermingsrecht zijn daardoor nooit ver weg.’ Wetgeving schiet daarbij te kort. Of, zoals de wrr het formuleert: er is een ‘mismatch’ tussen wetgeving en het gebruik van big data door veiligheidsorganisaties. Regels over het verzamelen van data zijn er al, maar wat er vervolgens met die gegevens gebeurt, de analyse van die data, moet beter gereguleerd worden, vindt de raad.

Een fundamenteler probleem is dat predictive policing ingaat tegen het idee dat een individu onschuldig is tenzij anders bewezen. ‘De politie is eigenlijk van jou de kans aan het berekenen dat jij verdachte zou kunnen zijn’, zegt De Vries. Dat is in strijd met de onschuldpresumptie – een grondbeginsel van het strafrecht. ‘Het is heel moeilijk daar juridisch mee om te gaan.’

Het gevolg kan zijn dat de politie meer vrijheid krijgt om te handelen zonder rechterlijke controle, zegt Marc Schuilenburg. ‘Normaal gesproken heeft de politie toestemming van de rechter-commissaris nodig om bijvoorbeeld een telefoon te mogen aftappen.’ Bij predictive policing ontbreekt die controle. ‘De politie kan mensen op basis van een voorspelling alvast in de gaten gaan houden, zonder dat daar een zuiver juridische grond voor is’, zegt de criminoloog. ‘Het steeds vroeger willen ingrijpen van de politie schept zo een bijna ongebreidelde vrijheid voor de politie zelf.’

De politie zet met voorspellend politiewerk mogelijk te ruim opsporingsbevoegdheden in, zegt ook Bart Schellekens. Hij is onderzoeker Recht en ICT?bij de Raad voor de Rechtspraak, maar reageert op persoonlijke titel. ‘We moeten ons afvragen of dat past binnen de taak van de politie, en of toezicht en transparantie wel goed geregeld zijn.’ Voor Schuilenburg is dat al niet meer de vraag, maar een zorgwekkende constatering. ‘Met predictive policing rolt de politie een digitaal vangnet uit waarin de rechten van burgers volledig ondergesneeuwd raken aan die van onduidelijke opsporingsbelangen.’

Zo mogelijk nog ingewikkelder wordt het als het voorspellend model afkomstig is van een bedrijf dat het niet wil prijsgeven, zegt De Vries. ‘Mijn grootste zorg is uiteindelijk dat bedrijven de markt overnemen. Daar zit veel meer geld en kan veel meer snelheid gemaakt worden met technologie die al voor het oprapen ligt.’ Alle eerder genoemde risico’s, van etnisch profileren tot privacy-schending, nemen volgens de tno-?onderzoekers alleen maar toe als private partijen de boel overnemen, omdat er veel minder druk is om transparant te opereren. Smit: ‘Dan kan er anarchie ontstaan.’

Zo ver is het nog niet. De Vries: ‘Predictive policing groeit hard, maar staat nog in de kinderschoenen. Of de overheid uiteindelijk de overhand gaat krijgen of het bedrijfsleven gaan we zien. Maar dat de geest uit de fles is als het gaat om het voorspellen van misdaad, is wel duidelijk.’

Het is een veel gehoord geluid als het over voorspellend politiewerk gaat: de opmars van de kristallen bol lijkt onomkeerbaar. Sander Klous, hoogleraar big data aan de Universiteit van Amsterdam en adviseur ‘big data analytics’ bij KPMG, publiceerde onlangs een rapport met de veelzeggende titel Iedereen wil uiteindelijk die voorspellende glazen bol. ‘Het werkt met big data net als met tandpasta’, licht de hoogleraar toe. ‘Eenmaal uit de tube kun je proberen het terug te duwen, maar dat gaat niet lukken.’ Minder kleurrijk gezegd: als data eenmaal beschikbaar zijn, is het vrijwel onmogelijk deze weer terug te trekken. En er wordt steeds meer gemeten en gedeeld, niet in de laatste plaats dankzij smartphones en sociale media. Het valt te verwachten dat daar, nu voorspellingstechniek ?royaal voorhanden is, alleen maar meer gebruik van gemaakt zal worden.

Het sluipende gevaar is wat de WRR?’data?determinisme’ noemt. Het risico dat individuen worden beoordeeld op basis van wat statistisch gezien aannemelijk is dat ze gaan doen, in plaats van wat ze feitelijk gedaan hebben. Marc Schuilenburg heeft er een andere, meer dramatische term voor: ‘de gedachtenpolitie’ – een politieorganisatie meer gericht op intentie dan op de daad zelf. De verschuiving naar intentie is volgens Schuilenburg deel van een bredere ontwikkeling. ‘Het klassieke strafrecht in Nederland was een daadstrafrecht. Er moest een fysieke handeling hebben plaatsgevonden voordat iemand strafbaar was.’ Dat wordt de laatste twintig jaar steeds verder losgelaten. Voorbereidingshandelingen zijn bijvoorbeeld strafbaar geworden. ‘Als ik met een kalasjnikov in m’n hand en een plattegrond van een bank in m’n zak over straat loop, is dat genoeg voor een veroordeling.’ De daad zelf is daarmee opgerekt tot de voorbereiding ervan. ‘Het gevaar is dat de politie steeds eerder in het hoofd van mensen probeert te kruipen, aan bepaalde gedragingen conclusies gaat verbinden en al ingrijpt voor er iets gebeurd is. Terwijl: het is altijd de vraag of die persoon wel tot die daad was gekomen als je niets had gedaan.’

Daarmee raakt Schuilenburg aan de kern van veel vraagstukken rond voorspellend politiewerk: wat als iemand iets anders doet dan verwacht? Het is het klassieke thema van veel sciencefictionfilms en -boeken: predestinatie versus vrije wil. Tom Cruise krijgt er halverwege Minority Report mee te maken. Volgens de helderzienden staat hij deze keer zelf op het punt een man te vermoorden. De daad lijkt onontkoombaar, de politieagent gelooft heilig in zijn voorspellingsmethode. Hij zal ook bijna wel moeten: als hij de moord niet pleegt is hij het levende bewijs dat zijn methodiek niet werkt. ‘Je hebt w?l een keuze’, fluistert een van de helderzienden hem in.

Dat dit soort onwerkelijke dilemma’s geen volslagen fictie meer zijn, bewijst het voorbeeld uit Pennsylvania. Als de staat inderdaad een rekenmodel invoert dat rechters de strafmaat helpt bepalen, dan worden daders preventief afgerekend op een statistisch gegeven. De kans op recidive wordt met behulp van een punten?systeem berekend, aan de hand van onder andere historische criminaliteitsgegevens. Man-zijn alleen al levert daarbij meer punten op, omdat er nu eenmaal vaker mannen dan vrouwen worden veroordeeld. Hetzelfde geldt voor leeftijd: een jongere is een groter risico dan iemand van boven de veertig. Zelfs de woonplek telt mee: een stadsmens gaat vaker de fout in dan een plattelandsbewoner en kan dus strenger worden gestraft. Cijfermatige voorbestemming gaat zo zwaarder wegen dan vrije wil – de kans dat iemand iets anders doet dan wat statistisch voor de hand ligt.

Dezelfde kwestie in een andere vorm speelde bij de Amerikaan Robert McDaniel. In de zomer van 2013 stonden er drie agenten op de stoep van de toen 22-jarige inwoner van Chicago. De stad had net een voorspellend model in gebruik genomen dat moest bepalen welke inwoners de grootste kans maakten betrokken te raken bij een gewelddadig incident. McDaniel stond op de lijst en kreeg prompt bezoek van de politie. De boodschap: we houden je in de gaten, nog ??n misstap en de gevolgen zijn groot. Het incident haalde de krant omdat niet duidelijk was hoe de jongen op de lijst was beland, aangezien hij behalve een aantal arrestaties voor kleine vergrijpen (waaronder het roken van wiet) een schone lei had. ‘Ik heb niets m??r gedaan dan elke andere jongere die in deze buurt opgroeit’, zei McDaniel destijds in de Chicago Tribune. De doorslaggevende factor was waarschijnlijk dat hij wel vrienden had met een uitgebreid strafblad. Omdat sociale netwerken een goede voorspeller van gedrag zijn, telden die mee.

‘Zien we in de Nederlandse rechtbanken binnenkort ook Pennsylvaniaanse toestanden?’ vroeg de minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur onlangs retorisch bij de ontvangst van het WRR-rapport over big data en veiligheid. ‘Ik zal het nog eens navragen bij de Raad voor de Rechtspraak, maar ik vermoed van niet.’ Tegelijkertijd moeten we ons door dit soort ‘dystopische’ voorbeelden niet laten afschrikken van de mogelijkheden die big data bieden op het gebied van veiligheid, vindt de minister. ‘Als de negentiende-eeuwse boer die zo’n nieuwerwetse trein langs zijn wei vol koeien ziet denderen en denkt: verdomd, straks wordt de melk zuur.’

Dat Nederland die behoudende boer in elk geval niet is, blijkt uit het WRR-onderzoek. Wat de gevolgen daarvan zijn, zal moeten blijken. Volgens Van der Steur moeten we vooral realistisch zijn. ‘Wat geldt voor de zelfrijdende auto’s en drones geldt ook voor big data: het is niet de vraag of het onderdeel wordt van ons dagelijks leven, maar hoe we het vormgeven.’

Dit artikel kwam tot stand met steun van Fonds 1877

[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]
[slideshare id=46552302&doc=predictivepolicing-kansenvooreenveiligeretoekomst-150401143504-conversion-gate01&type=d]

Bronnen: De Groene Amsterdammer

Internet terreur

Erg subtiel gaat het er bij Internetpesters Aangepakt niet aan toe, maar Peter R. is wel helderder dan de meeste moderators.

Wat doe je wanneer je thuiskomt en je voordeur is beklad met graffiti? ‘Vuile pijpslet’, staat er, of: ‘Lelijke homo, ze moeten je vergassen’. Waarschijnlijk bel je de politie. Vervolgens maak je een sopje en boen je je portiek.

Wat nu als dezelfde tekst op Facebook wordt gezet? Ook dan verwijder je de bedreiging, al doe je vast geen aangifte. Maar waarom eigenlijk niet? Op internet bereikt een bedreiging een veel groter publiek, die mensen leren je voor- en achternaam en kunnen het bericht liken of sharen: extra intimiderend. Je kunt het wel rapporteren, maar Facebookmoderators handelen ondoorgrondelijk – in het social-medialandschap wordt een topless vrouw direct verwijderd, een uitzwaaibetoging met racistische spandoeken kan dagen blijven.


Dan zijn kun je wat hebben aan?Peter R. de Vries en zijn redactieteam. In Internetpesters Aangepakt helpen zij de slachtoffers van ‘internetterreur’. Hij spoort met zijn team de (vaak anonieme) ‘webterroristen’ op en confronteert deze daders met hun gedrag. Elke aflevering draait om ??n zaak. Een Joodse vrouw die op Facebook bedreigd wordt, een meisje dat met wraakporno te maken krijgt, een kind dat wordt gediscrimineerd via YouTube. Of een recente uitzending over Jamilla: al zeven jaar digitaal gestalkt.

De aanpak van Peter R. en zijn team verschilt per casus. In het geval van Jamilla moet de identiteit van de dader achterhaald – via een Marktplaatspost van zijn moeder vindt de redactie zijn adres. In andere afleveringen is de dader al bekend en gaat de redactie zijn of haar gangen na – heeft de pester meer slachtoffers gemaakt?

Ethisch en journalistiek?gezien valt er wel wat aan te merken op het programma. De privacy van de daders is vaak in het geding: hun openbare posts en priv?berichten worden getoond, achternamen weggeblurd maar makkelijk online vindbaar. In een weinig subtiele voice-over dikt Peter R. het leed van de slachtoffers aan: ‘Ik snap wel dit haar leven ontwricht!’ Tegelijkertijd worden de pesters bars neergezet. De jongen die Jamilla romantische berichten blijft sturen, voert ‘een terreurcampagne’. Wanneer hij een vriend vraagt Jamilla ook te schrijven, heet dat ‘zeer geraffineerde manipulatie’. Ook de wederhoor lijkt niet altijd zuiver. In de aflevering over de Joodse vrouw wordt het commentaar van een politiewoordvoerder halverwege weggedraaid – te lang en complex voor de uitzending, waarschijnlijk. Nuance leent zich niet voor de boosheid en morele verontwaardiging die?nu eenmaal het handelsmerk is van Peter R. die vaak ‘Dit is gewoon schandalig!’ roept.

Dat de verhalen nogal zijn aangezet, maakt ze niet minder belangrijk. Internetpesters Aangepakt laat zien hoe desperaat slachtoffers van internetpesten kunnen raken, niet in de laatste plaats omdat moderators noch reguliere autoriteiten willen of kunnen ingrijpen. De grenzen tussen smaad en ironie, bedreiging en pesterijtje zijn vaag, zo luidt het. In Internetpesters Aangepakt geeft Peter R. die grenzen helder aan. Racisme? ‘Dat mag gewoon niet!’ Doodsbedreigingen? ‘Dat is strafbaar!’ Stalking? ‘Kan niet!’ Iemand moet het zeggen. En het kan niet vaak genoeg herhaald.

Petitie

Recentelijker heeft Peter R. de Vries enkele uren na uitzending van het programma?al meer dan genoeg handtekeningen verzameld om het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen.?Om het onderwerp bespreekbaar te maken in de Kamer moest De Vries?minstens 40.000 handtekeningen verzamelen. Dinsdagavond om 22.30 uur hadden al 96.000 mensen de online petitie ondertekend.

,,Slachtoffers worden niet beschermd en daders komen overal mee weg”, zegt de Vries. De misdaadverslaggever wil dat er een wet komt die slachtoffers gaat beschermen en dat er iets wordt gedaan met de aangiftes die volgens hem nu veelal op een stapel blijven liggen. ,,Het is een illusie dat er iets met aangiftes wordt gedaan. (…) De aangifte wordt wel genoteerd, maar er wordt vervolgens niks mee gedaan. Het ontbreekt de politie vaak aan mankracht en kennis. Ze begrijpen vaak de fundamentele basisbegrippen van het internet niet.”

Bronnen: De Volkskrant, AD,?Internetpesters Aangepakt

Big Data in een vrije en veilige samenleving

WRR Big Data

Big Data-toepassingen bieden vele kansen voor opsporing en surveillance. Ze maken snelle en precieze reconstructies van misdaden mogelijk, evenals gerichte inspecties en het realtime volgen van ontwikkelingen bij crisissituaties. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe risico?s voor burgers, op het gebied van privacy, discriminatie en de vrije meningsuiting. Aan de horizon dreigt (semi-)automatische besluitvorming, waarbij de uitkomsten van data-analyses sturend zijn voor het handelen van veiligheidsorganisaties.

De WRR analyseert in dit rapport hoe de Nederlandse overheid Big Data kan gebruiken en richt zich daarbij specifiek op het veiligheidsdomein. Big Data kan volgens de raad uitsluitend vruchten afwerpen als de huidige wet-en regelgeving wordt versterkt om fundamentele rechten en vrijheden te waarborgen. Hiertoe moet de aandacht worden verlegd van het reguleren van het verzamelen van data ? het zwaartepunt in de huidige juridische kaders ? naar de regulering van en het toezicht op de fases van de analyse en het gebruik van Big Data. Voor de vrijheid en de veiligheid van de burgers doen zich in deze twee fasen van Big Data-processen de grootste kansen ?n de grootste risico?s voor.

[slideshare id=61479991&doc=bigdataineenvrijeenveiligesamenleving-160428204125&type=d]
[slideshare id=61480471&doc=factsheetaanbevelingenr95-160428205914&type=d]

Download de complete publicatie als pdf bestand

Download de samenvatting als pdf bestand

Bronnen: WRR