Tagarchief: predictive policing

Naar een proactieve participatie tegen ondermijning: Op het raakvlak van mens en machine

De toenemende aandacht voor georganiseerde en ondermijnende criminaliteit en de doorwerking ervan binnen de verschillende geledingen van de maatschappij hebben Arnout de Vries, Selmar Smit en Jerôme Lam ertoe aangezet om te onderzoeken in welke mate het gebruik van technologieën zoals predictive policing, maar ook apps die burgerparticipatie dienen te faciliteren, kunnen bijdragen tot het versterken van een preventieve en proactieve aanpak van deze fenomenen. De auteurs stellen hierbij niet enkel vast dat de nieuwe technologieën kritiek krijgen en dilemma’s opwerpen, maar ook dat het proactief betrekken van burgers evenzeer op kritiek stuit en dilemma’s met zich meebrengt. Desalniettemin bespeuren de auteurs kansen bij het combineren van technologieën en menselijke intelligentie in de aanpak van ondermijnende criminaliteit indien aan een aantal randvoorwaarden kan worden voldaan op het gebied van informatiedeling, verwachtingen en een gedegen voeding van de voorspellingsalgoritmes.

Arnout de Vries is Senior Scientist bij TNO.
Selmar Smit is Senior Scientist bij TNO.
Jerôme Lam is wetenschappelijk onderzoeker aan de afdeling Kennis en Onderzoek van de Politieacademie.

De aanpak van diep gewortelde criminaliteit die de fundamenten van de samenleving systematisch aantast, ook wel aangeduid als ondermijning, vraagt om een aanpak waarin diezelfde samenleving ook heel gericht betrokken wordt. De politie, overheid of welke veiligheidsinstantie dan ook kan dit niet alleen. Het heel gericht benaderen en betrekken van de actoren in deze samenleving, zoals overheden, bedrijfsleven en burgers, is niet alleen noodzakelijk voor een integrale benadering, maar biedt ook innovatieve kansen. Deze kansen liggen onder andere op het  raakvlak van trends zoals predictive policing en apps die gericht ingezet kunnen worden om verdergaande burgerparticipatie te stimuleren. Innovaties met als ambitie om zwakke signalen en vroegtijdige betrokkenheid van de samenleving te verbinden met de kracht van big data analyses. Dit artikel gaat in op de lessen uit deze huidige trends en nodigt uit om zo ook proactiever en preventiever op te treden tegen zwaardere criminaliteit Want voorkomen is nog altijd beter dan genezen.

1. Inleiding

1.1 Ondermijning: onzichtbare en verweven problematiek

In de Nederland wordt de discussie over criminaliteit de laatste jaren voor een groot deel gedomineerd door ondermijning. Gedurende het laatste decennium verschijnt er een aanzienlijk aantal (wetenschappelijke) publicaties die het probleem beschrijven, agenderen en prioriteren. De berichtgeving rondom de ondermijningsproblematiek wordt ook steeds urgenter van toon. Recent onderzoek van de politieacademie berekende bijvoorbeeld dat er in Nederland bijna 19 miljard euro omgaat bij de handel in synthetische drugs (Tops, Valkenhoef, van der Torre, van Spijk, 2018). Een volgend rapport van dezelfde onderzoeksgroep zoomt in op de drugscriminaliteit in Amsterdam, waarin misdaadbestrijders opperen dat de strijd tegen de onderwereld verloren is (Tops
& Tromp, 2019 en Voskuil, 2019).

Ondanks alle recente onderzoeksrapporten en mediaberichtgeving is de onderliggende problematiek echter niet nieuw. Nederland kent een lange geschiedenis op het gebied van onder andere smokkel in de grensstreken. In de jaren ’70 deed de handel in harddrugs zijn intrede in Nederland. De toenmalige handel in heroïne werd de jaren daarop opgevolgd door de handel in cannabis. De recherche ziet met lede ogen hoe er vanaf eind jaren ’70 een ware cannabis-industrie ontstaat (Lam, Van Wal & Kop, 2018). Midden jaren ’80 doet vervolgens de xtc-industrie zijn intrede in Nederland. Hoewel harde cijfers ontbreken, is Nederland inmiddels waarschijnlijk de grootste producent van XTC ter wereld (Tops, et al., 2018).

Rond 2007 komt de term ondermijning op, een directe verwijzing naar de wijze waarop criminaliteit deze fundamenten van de samenleving aantast (Lam et al., 2018). Tegenwoordig wordt het begrip ondermijning bijna als synoniem gebruikt voor de georganiseerde handel en productie van drugs. De term ondermijning verwijst echter niet naar een specifieke vorm van criminaliteit, maar naar respectievelijk een (criminele) activiteit of een effect daarvan (Faber, 2013). In de kern gaat het om alle vormen van criminaliteit waardoor de samenleving wordt aangetast.
Deze aantasting kan door twee mechanismen worden veroorzaakt. Ten eerste doordat criminaliteit sterk verweven raakt met de legale wereld. Bijvoorbeeld door zich te nestelen in het bestuur, het financiële stelsel of sterk gebruik te maken van legale dienstverlening zoals transport of woningverhuur. Ten tweede kan de samenleving worden aangetast doordat criminelen zich kunnen afschermen van de overheid. Hierdoor kan de overheid haar controlerende of toezichthoudende functie niet langer uitoefenen. Hierbij valt te denken aan criminele vrijplaatsen of Outlaw  Motorcycle Gangs (Lam.et al., 2018; Lam & Kop, 2018).

Het is met name het systematische en cumulatieve effect van criminaliteit dat zorgt voor de aantasting van de maatschappij (Politie Amsterdam-Amstelland, 2009; Faber, 2013; Lam & Kop, 2018). Ondermijning vindt plaats op vijf maatschappelijke domeinen, namelijk het financieel-economisch stelsel, de leefomgeving, de ecologische omgeving, moraliteits- en rechtsgevoel. En uiteindelijk op de rechtstaat zelf, zoals wanneer de politie en het openbaar bestuur onder druk komen door corruptie en intimidatie (Lam et al., 2018). Naast de handel in drugs zijn er meer vormen van criminaliteit die als ondermijnend voor de samenleving kunnen worden gezien. Grootschalige fraude, mensenhandel en milieucriminaliteit tasten de samenleving systematisch aan doordat
zij naast het directe leed voor de slachtoffers ook vergaande economische of ecologische gevolgen hebben.

De laatste jaren is de focus van de aanpak meer verschoven van daders en criminaliteitsvormen naar het maatschappelijke effect van zowel criminaliteit als aanpak. Het besef is gegroeid dat er naast een strafrechtelijk probleem ook sprake is van een breder maatschappelijk probleem. Waar vroeger de aanpak vooral een taak was voor gespecialiseerde rechercheteams, is er nu sprake van een meer integrale benadering. De politie kan niet alles alleen, bijvoorbeeld vanwege de beperkte opsporingscapaciteit. Daarnaast is de aanpak effectiever samen met partners. Hierdoor wordt de informatiepositie versterkt, kunnen onder andere fiscale of bestuurlijke interventies worden gedaan en kunnen preventieve barrières worden opgeworpen. Strafrecht is een belangrijk, maar niet het enige wapen. Daarom wordt intensief samengewerkt met onder andere gemeenten en  belastingdienst. Maar ook met niet-overheidspartijen, zoals woningbouwverenigingen. De Regionale Expertise en Informatie Centra (RIEC’s) hebben een belangrijke aanjagende en verbindende functie binnen deze integrale aanpak (Lam et al., 2018).

1.2 Nieuwe ontwikkelingen, nieuwe kansen

Ondanks de toenemende inspanningen van de overheid de laatste jaren blijft ondermijning een hardnekkig probleem. Voor een groot deel heeft dit te maken met de ondermijningsparadox: hoewel ondermijning uiteindelijk iedereen raakt, lijken er geen directe slachtoffers te zijn. Daardoor blijven de effecten van ondermijning onderschat en raken verschillende vormen van criminaliteit genormaliseerd. Het gebruik van XTC op een festival wordt door een groot deel van de bevolking normaal gevonden. En er zijn talloze wijken in Nederland waar hennepteelt een publiek geheim is. Het gevolg is onder andere een lage meldingsbereidheid. Bovendien blijft ondermijning door zijn belangrijkste kenmerken, verwevenheid en afscherming, vaak onzichtbaar.

Dit artikel gaat in op innovaties en trends die kansen bieden om het onzichtbare zichtbaar te maken. Hiervoor worden twee trends op het gebied van veiligheid onder de loep genomen, namelijk predictive policing en burgerparticipatie. Predictive policing maakt het mogelijk om op basis van veel kleine datapunten richting te geven aan een informatievraagstuk, zoals ondermijning. Niet alleen kan door middel van artificial intelligence een beeld worden opgebouwd, ook kan deze richting geven aan het handelen van overheid en burgers. De toenemende rol van technologie gaat hand in hand met een tweede trend op het gebied van veiligheid, namelijk die van de participerende burgers. Onder andere door de opkomst van internet en smartphones zijn burgers steeds beter in staat te worden om informatie te vinden en te delen. Het gevolg is dat burgers de laatste jaren gevraagd en ongevraagd een steeds grotere rol zijn gaan spelen op het gebied van veiligheid. Burgers melden en signaleren via WhatsApp-buurtgroepen, zoeken gestolen goederen op online marktplaatsen en onderzoeken zelfs oorlogsmisdaden in Syrië op basis van open source intelligence. En het is juist van deze signalen van burgers waar de overheid grotendeels afhankelijk is om ondermijning zichtbaar te maken.

Voorspellen van veilige routes
Pizzakoeriers moeten vaak ’s avonds laat maaltijden bezorgen en zijn kwetsbaar op hun scooters. Ze schijnen hun routes dusdanig te kiezen dat ze onveilige plekken mijden. Dit menselijke gedrag wordt steeds vaker door computers benut. Er zijn al apps, zoals Safe And the City in Londen of Red Zone Map uit de VS, waarin eindgebruikers worden gewaarschuwd door informatie van historische incidenten en waarmee ze zelf ook gevaarlijke plekken kunnen aanmerken, bijvoorbeeld plaatsen waar ze zijn lastig gevallen. De apps bieden een routenavigatiesysteem dat slim
onveilige plekken vermijdt. Ze gebruiken voorspellingen op basis van gedeelde informatie uit het verleden om de meest veilige route te berekenen en te tonen aan bestuurders.

2. Predictive policing

Al enige tijd zijn er veel mooie verhalen over predictive policing, oftewel politiewerk aan de hand van voorspellingen. Net zoals het voorspellen van beurskoersen een complexe aangelegenheid is, is dat ook met criminaliteit het geval. Maar de politie heeft inmiddels een goudmijn aan gegevens (big data) over misdaden uit het verleden tot haar beschikking. Door hier een diepe analyse op los te laten is de hoop dat de politie straks in combinatie met verfijnde algoritmen toekomstige misdaden kan voorspellen. Computermodellen dus, op basis van misdaadgegevens. Er lonken toepassingen op allerlei criminaliteitsvormen: van eenvoudig zakkenrollen tot complexere fenomenen als ondermijning. Maar werkt het nu echt en hoe dan precies? En is het alleen een
exclusief speeltje van politie, of is er meer mogelijk?

2.1 Hot of hype?
Tijd om de mythes te doorbreken en de diverse oplossingen die er zijn eens op een rijtje te zetten. Ook geven we iets meer theoretische achtergrond, want voor een deel is het oude wijn in nieuwe zakken.

Door de huidige ontwikkelingen neemt predictive policing een enorme vlucht, ook bij de Nederlandse politie die sinds de vorming van de Nationale Politie in 2013 nu landelijk betere beschikbaarheid heeft over alle databronnen. Maar ook de complexere ‘Big Data’- ontwikkelingen waarin nieuwe databronnen gebruikt kunnen worden, gecombineerd met verbeterde analysecapaciteiten, visualisatietools en krachtigere smartphones op straat, maken dat predictive policing echt ‘hot’ is. Steeds meer toepassingen zijn denkbaar: van preventie tot handhaving en opsporing waarin door het huidige economische klimaat slimmer gewerkt moet worden (meer met minder). Rechercheren verandert in prechercheren. Het heeft de belofte van proactief zijn, in plaats van achter de feiten aan te lopen, zeker in een organisatie die toch al vooral een informatie organisatie is geworden. De vraag is, lossen de huidige oplossingen die belofte ook in? En hoeveel
verschillen ze van elkaar? Sommige softwarepakketten kosten namelijk tonnen aan licentiekosten, anderen worden in-house ontwikkeld, en weer anderen worden op een zolderkamertje gebouwd en open-source op het internet gezet.

2.2 Theorie
Als we weten hoe criminelen denken en doen, dan kunnen we misschien ook voorspellen waar ze gaan toeslaan. En in een vakgebied wat al jaren bestaat, zoals dat van criminologie, is er aan dergelijke theorieën geen gebrek. De ratio, die ook bij criminelen aanwezig is, in combinatie met gelegenheid maakt dat er al snel patronen ontstaan. Zo zegt de immens populaire routine activity theory dat de kans op criminaliteit toeneemt wanneer een gemotiveerde dader, een aantrekkelijk doelwit en een gebrek aan toezicht in tijd en plaats samenkomen (Cohen & Felson, 1979). Kortom, zolang er geen grote volksverhuizingen zijn en de gelegenheid niet afneemt, zullen steeds dezelfde gebieden worden getroffen.

De rational choice theory zegt daarentegen juist dat criminelen op zoek zullen gaan naar die locatie waar de afweging tussen risico (pakkans) en buit zo gunstig mogelijk is (Cornish & Clarke, 1987).

crime2

De crime pattern theory ten slotte is een derde populaire theorie over crimineel gedrag, die zegt dat criminelen bepaalde plaatsen hebben die voor hen bekend of vertrouwd zijn, zogeheten nodes of anchor points (Brantingham & Brangtingham, 1981). Gevolg: 1) criminelen altijd zullen toeslaan in een buurt die ze kennen; vlak bij huis/werk/ sportschool, of op de weg daarnaartoe; en 2) criminelen zullen nooit te dicht bij hun eigen huis toeslaan.

crime3

Naast deze drie basistheorieën bestaat er nog een vierde belangrijke, de zogenaamde blended theory, die, zoals de naam al zegt, hun combinatie is (Perry, McInnis, Pice,
Smith & Hollywood, 2013). Volgens deze benadering zal een crimineel toeslaan op een locatie (routine activity theory) langs zijn activiteiten-routes, maar niet te dicht bij huis (crime pattern theory) daar waar de afweging tussen buit en pakkans positief is (rational crime theory).

2.3 Implementatie
In de praktijk worden deze theorieën vaak overboord gegooid en wordt voornamelijk gekeken naar near repeats. Een methode die ervan uitgaat dat er in de buurt van een incident vaak nog een tweede, derde, etc. incident zal volgen. Hoewel dat niet lijkt op de drie eerdere theorieën, zal, zolang de pakkans, buit en activiteiten van criminelen niet veranderen, het effect hetzelfde zijn. Want daar waar al een keer een incident is geweest, was blijkbaar de afweging tussen buit en pakkans positief, en was er blijkbaar ook een crimineel aanwezig. Zolang er niets verandert, zal er dus (volgens de drie theorieën) zich nog een tweede, derde, etc. incident zich in de buurt gaan voordoen.

In bijna alle huidige oplossingen (o.a. Predpol, Daily Crime Forecast, HunchLab, PreCobs en het Nederlandse Criminaliteits Anticipatie Systeem) wordt voor deze versimpelde weg gekozen. Vaak wordt er naast dit trekken van cirkels rond incidenten ook nog gekeken naar tijdsaspecten (spatiotemporele analyse), zowel naar trends zoals verplaatsingen, als naar seizoen, weekdag, of zelfs het specifieke tijdstip. Zo is er al jaren een duidelijke piek van inbraken rond kerst, is een werkdag populairder voor het dievengilde dan een weekend, en is het aantal inbraken rond 08:00 uur ’s ochtends minimaal. Door dit soort aspecten mee te nemen, kun je dus ook inbouwen dat de pakkans, buit of activiteiten van criminelen (uit de basistheorieën) veranderen gedurende het jaar/maand/dag/uur.

Voeg bij die tijdaspecten ook nog andere kenmerken zoals omgevingsfactoren (demografie etc.) en weersvoorspellingen (een regressie-analyse/ data-mining), en afstanden tot vluchtwegen (aantrekkende werking) en politiebureaus (afstotende werking) en je krijgt een complexe formule met tientallen parameters die zo goed mogelijk moeten worden bepaald uit de historische data. Het bepalen van hoe zwaar elk van de parameters wordt meegenomen in de formule, wordt veelal gedaan met behulp van zelflerende algoritmes. Een zelflerend algoritme is een geavanceerd computerprogramma dat in staat is om zelf te bedenken wat een goede oplossing is. Het probeert op een slimme manier een heleboel verschillende oplossingen uit, waarbij het steeds controleert hoe goed de oplossing is, en op basis daarvan een nieuwe oplossing kiest om opnieuw te proberen. Dit proces blijft zich herhalen tot het niet meer beter kan. Hoewel het algoritme dus niet precies weet welke waarden correct zijn, zal het een patroon ontdekken door verschillende dingen te proberen en conclusies te trekken uit de ‘juistheid’. Dan blijkt onder welke omstandigheden (dat wil zeggen: bij welke van de aanwezige objecten) een hoge voorspelling gepast is.

Hoewel het bepalen van de juiste waarde voor al die parameters nog een hele klus is, is een dergelijk voorspelmodel is dus niet echt rocket science. Toch levert het al behoorlijk goede voorspellingen op en dat is dan ook de reden dat vrijwel alle oplossingen in de praktijk ook (in meer of minder mate) kiezen voor deze aanpak. Een effectief model is echter meer dan alleen correct, het moet tot directe actie kunnen leiden. Voorspellen dat er vandaag een inbraak zal zijn in Amsterdam zal altijd correct zijn. Net zoals een voorspelling dat er binnen 10 jaar een inbraak zal plaatsvinden op de Pythagorasstraat. In beide gevallen biedt het niet voldoende handvatten, de vraag is dus hoe effectief dergelijke systemen in praktijk zijn.

2.4 Praktijk

2.4.1 Criminaliteits Anticipatie Systeem en meer…

Een landelijk virtueel raster met vakken van 125 bij 125 meter. Per vlak worden meldingen van bijvoorbeeld inbraken en roofovervallen bijgehouden. Dat is, in het kort,de gedachte achter CAS, het Criminaliteits Anticipatie Systeem.

De agenten gaan nog steeds op pad, maar gerichter. CAS geeft aan waar en wanneer het risico op een misdaad groot is, maar schrijft niet voor wat de agenten moeten doen. Stuur je er extra agenten naartoe, rij je een extra rondje, of plaats je een waarschuwing op Facebook? De leidinggevende bepaalde altijd al waar de agenten naartoe gaan, maar die beslissing is nu deels gebaseerd op de risicobepaling van CAS. In samenwerking met de Universiteit Twente is zelfs informatiegestuurde luchtsteun opgezet: politiehelikopters vliegen preventief naar plekken waar high impact crime als overvallen en inbraken verwacht wordt.

“Het gaat om zichtbaar zijn en contact met burgers maken “in the box”. Dat is waar agenten hun professionaliteit, kennis en expertise kwijt kunnen.” –  (Fons van Gessel, beleidsadviseur, Directoraat-Generaal Politie, ministerie van Justitie en Veiligheid)

De ontwikkeling van dit soort systemen is vooral ingezet door het (commerciële) succes van PredPol, het systeem dat in 2008 bij de politie van Los Angeles is ontwikkeld. Topchef Bill Bratton en Jeff Brantingham van de universiteit UCLA hadden het idee om de algoritmes die aardbevingen konden voorspellen op basis van het verleden toe te passen op oude misdaadstatistieken. Het bleek, zeker commercieel gezien, een gouden greep. Waar voorheen intelligence gestuurde politie (ook wel Intelligence-Led Policing) nog bleef steken bij het maken van hotspotkaartjes, kon men nu ineens veel meer dan alleen een lijntje in een grafiek doortrekken. Een veelvoud aan invloedsfactoren (zoals variaties in criminaliteitstypen, plaatsen en tijden) kon ineens worden meegewogen en
de voorspellingen leken beter te zijn. Het kon, volgens eigen cijfers, al snel anderhalf tot twee keer beter risicogebieden inschatten dan politieanalisten deden. En niet met complexe hoeveelheden data waar analisten en agenten zich doorheen moeten werken, maar alle complexiteit van de oplossing werd teruggebracht tot eenvoudige blokjes op een kaart. Een ontwikkeling die mogelijk ook kan aansluiten bij de wensen van burgers. Ook zij willen weten hoe het zit in hun buurt en misdaadkaarten op maat inzien op het web of in een app, zodat ook zij kunnen meedenken en meedoen. Want niemand wil criminaliteit in de eigen straat.

Het is niet alleen het voorspellen van inbraken op een kaart, maar in principe kan elk soort criminaliteit worden voorspeld op locatie, tijd of doelwit. Hoe betrouwbaar die voorspelling is, verschilt natuurlijk van delict tot delict. Een crime passionele zal, in tegenstelling tot de belofte uit de film Minority Report, waarschijnlijk niet met een goede betrouwbaarheid te voorspellen zijn, maar andere soorten risico’s en delicten wel. Prokid, een signaleringsinstrument dat in 2013 landelijk werd ingevoerd, voorspelt van kinderen tot twaalf jaar wie de grootste kans maakt op te groeien tot delinquent. Risicotaxatie-instrument RTI-Geweld schat van elke persoon die bij de politie bekend is (bijvoorbeeld vanwege betrokkenheid bij een incident) hoe groot de kans is op toekomstig
geweld. ‘Bepaalde vroeger het aantal delicten dat iemand had gepleegd of hij boven aan de lijst kwam’, schrijft politiemedewerker Remco van der Hoorn in het boek van Rutger Rienks, ‘nu is dat het feit of hij het grootste risico laat zien in de toekomst weer over de schreef te gaan.’ (Rienks, 2015).

QUIN

De QUIN-software (Question & Investigate) is vergelijkbaar met het personage Mr. Quin uit de Agatha Christie-boeken, een mystiek individu dat komt en gaat en de hoofdinspecteur in het oor fluistert: “Heb je daar wel aan gedacht?” Een systeem dat gebaseerd is op het feit dat je een misdaad maar op een aantal manieren kunt begaan. Elke misdaad lijkt op een andere misdaad. Dat  maakt dat je kunt inschatten wat een verdachte mogelijk gaat doen. QUIN kan analisten helpen om beschikbare data te verwerken en volgende stappen van verdachten te voorspellen. Zo werd
QUIN onder andere gedemonstreerd in het televisieprogramma ‘Hunted’ waarin voortvluchtigen getraceerd werden.

Op basis van gegevens die bekend zijn van een huidige casus en dezelfde informatie van oude zaken, kan QUIN voorspellingen doen. Denk aan persoonsgegevens, aan de casus gerelateerde gebeurtenissen zoals tijdstippen, locaties en vervoersmiddelen, en woonplaatsen van familie en vrienden. QUIN berekent de afstanden tussen twee casussen, het model vergelijkt verschillende zaken die op elkaar lijken. En kan aan de hand daarvan voorspellingen doen over waar een verdachte zich bevindt of zal gaan slapen. QUIN kan bijvoorbeeld uitspraken doen over of een verdachte waarschijnlijk in een hotel, bij vrienden of ergens anders zal gaan slapen en inschatten hoe groot de kans is dat diegene nog op een al bekende plek zit. Tijdens de opnames van het nieuwe seizoen is gebleken dat QUIN een aantal keer goede voorspellingen heeft gedaan. De tool lijkt dus echt te werken en lijkt de stap te kunnen zetten van ruwe data naar voorspellingen.

Dit is de opmaat naar een fundamenteel andere werkwijze in het veld van data-analyse en predictie. Uiteraard roept dit ook vragen op. Maak je criminelen dan bijvoorbeeld niet onnodig wijzer? Dit vormt waarschijnlijk geen belemmering. Ze kunnen hooguit hun gedrag gaan aanpassen, maar dan wordt het gedrag onnatuurlijk, gaan ze fouten maken én zullen ze juist eerder gepakt kunnen worden.

2.5 Meer dan een voorspelling

En voorspellen is nog maar een klein deel van het hele verhaal, want het handelen op basis van goede voorspellingen is waar de crux zit (Mali, Bronkhorst-Giesen & den Hengst 2017). Want een algoritme doet niet meer dan het uitrekenen van de kans op een delict. Het vangt dus geen boeven, het vertelt zelfs niet wat je er aan kan doen. Stel dat er een groter risico op inbraken in een bepaald postcodegebied, ga je daar staan posten? En als er niet gebeurt, wat dan? Moet je nog langer wachten? En hoeveel langer dan?  ijf minuten? Tien minuten? Waar moet je op letten? En wat moet je eigenlijk doen?

Als je antwoord op dit soort vragen zou kunnen geven, dan haal je waarschijnlijk nog meer rendement uit de voorspellingen. Waar predictive policing je vertelt wat er kan gebeuren als je niets doet (dan zal in dit vakje waarschijnlijk een incident plaatsvinden), is het veel effectiever om te vertellen wat je zou moeten doen om het incident te voorkomen (Smit, de Vries, Kleij & Van Vliet, 2016). Wat is het effect als je hier vijf minuten rondrijdt? En wat als je daar langer blijft?

En als de kans op een heterdaad maar klein is, welke (tijdelijke) preventieve maatregelen kun je dan nemen? Ga je mobiel cameratoezicht plaatsen als een vakje bijna altijd rood is of ga je meer verlichting aanbrengen? Evidence-based policing kan en zal een deel van het antwoord zijn. Big data helpt bij het beantwoorden van de vraag: wat werkt waar en wanneer? Want immers: meten is weten.

Slimme, effectieve en proactieve aanpak tegen misdaad is duidelijk beter dan achter criminelen aanhollen. Predictive policing, tezamen met de ontwikkelingen op het gebied van Big Data, is daarom een enorme vlucht aan het nemen. Maar ondanks deze ontwikkelingen moet het verschil uiteindelijk op straat gemaakt worden: door agenten en burgers die met deze uiterst relevante informatie op de juiste tijden en plaatsen iets slims kunnen doen.

2.6 Risico’s en kritiek

Er zijn bij het maken van predictive policing nog een heel aantal aandachtspunten, zoals op het gebied van privacy, transparantie en rechtmatigheid. Allereerst is het van belang om te bekijken wat de toepassing van de analytische software betekent voor de privacy van individuele burgers. De Nederlandse politie kreeg in oktober van 2015 een Big Brother Award uitgereikt vanwege haar activiteiten rondom predictive policing. Met de prijs zet privacy-voorvechter Bits of Freedom jaarlijks ‘de grofste privacy-schenders’ in de schijnwerpers. Uit het juryrapport: “De politie van de toekomst houdt iedere burger non-stop en nauwlettend in de gaten. Daar zijn ze nu al mee begonnen.” Is er een gevaar dat de politie (of andere partijen) straks allerlei mensen gaat aanpakken,
omdat dat moest van de algoritmen? Straks worden we door Facebook bij de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of een privédetective koopt onze data. Of mensen worden op grond van de Nederlandse versie van PredPol staande gehouden, terwijl ze totaal onschuldig met een gereedschapskist door een buurt lopen waar statistisch op dat moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit te leggen.

“Juridisch kunnen we er moeilijk mee omgaan dat er achter iedere burger een waarschijnlijkheidspercentage of getal staat.” – Rutger Rienks, voormalig politiemedewerker

Of het zo ver komt, is natuurlijk maar de vraag, rechters zullen niet accepteren dat acties worden ondernomen ‘omdat de computer dat zegt’, en de professionaliteit van agenten zal het klakkeloos overnemen van voorspellingen ook tegengaan. Daarentegen zijn mensen vaak intrinsiek lui, en verleren wij snel die dingen die een computer voor ons overneemt. Transparantie van zowel proces als algoritme is daarom in deze gevallen vereist, zodat beslissingen, zoals preventief ingrijpen, te verantwoorden zijn. Algoritmen die tot een advies leiden zullen niet altijd even doorgrondelijk zijn. Bovendien geven voorspellingen vaak een probabiliteit aan. Het zijn dus geen harde, feitelijke waarheden, ook al zullen ze in een groot deel van de gevallen juist zijn. Juist daarom is het van belang
om de systemen als hulpmiddel te gebruiken om efficiënter en gerichter te kunnen werken. Een verkeerd advies over welke serie te kijken is namelijk van een hele andere orde dan met een arrestatieteam de verkeerde woning instappen. De systemen mogen nooit leidend zijn, dat is de kennis en kunde van de ervaren politieagent. Rutger Rienks voormalig politiemedewerker gaf het volgende praktijkvoorbeeld, dat deze potentiële risico’s goed weergeeft (Rienks, 2015):

Herken de drugsrunner
In 2011 is in Driebergen een systeem ontwikkeld dat op vergelijkbare wijze drugsrunners kon detecteren die heroïne over de weg vervoerden (Schakel et al., 2012). Het systeem kon op basis van een tweetal waarnemingen een drugsrunner onderkennen. Enerzijds aan het bewegingspatroon van een voertuig dat op en neer reed tussen twee steden binnen een bepaald (kort) tijdsbestek. Anderzijds aan het feit dat het waargenomen voertuig eerder in verband was gebracht met drugsgerelateerde feiten. Meerdere camera’s konden langs een route voertuigen herkennen met behulp van een referentiebestand met voertuigen die met drugs in aanraking waren geweest. Dit ging op eenzelfde wijze als de herkenning van een gestolen voertuig. Zo reikte het systeem ons op een presenteerblaadje aan welke voertuigen ‘controlewaardig’ waren.

Door de controleploeg te richten op de door het systeem aangewezen voertuigen ging het aantal gevonden grammen heroïne per gecontroleerd voertuig omhoog van 5 naar 1027 gram. Bovendien was de afhandelcapaciteit vele malen kleiner. Metingen hadden van tevoren aangegeven hoeveel voertuigen de politie gemiddeld op een avond kon verwachten. Hierop werd de capaciteit ingericht. Ook hier ging niet alles goed. Een dame, die in haar nieuwe tweedehands auto met een klein poedelhondje een spuitje haalde bij een dokter, werd door het systeem aangewezen als drugsrunner.
Aangezien de politie de voertuigen niet heel vriendelijk tot stoppen maande, was in dit geval een bosje bloemen achteraf gerechtvaardigd.

Wat als in predictive policing ook real-time data, zoals camerabeelden of sociale media, worden gebruikt? Dit impliceert namelijk dat in meer of mindere mate bewegingen van individuen of groepen gevolgd of in kaart gebracht kunnen worden. Indien gegevens herleidbaar zijn tot individuele personen, is er sprake van persoonsgegevens en is de dataprotectiewetgeving van toepassing. Vanuit een breder perspectief zou een analyse op grond van artikel 8 EVRM aangaande het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van belang zijn. Ook al gaat het om de publieke ruimte, dan nog is de bewegingsvrijheid van het individu een recht dat door dit artikel beschermd wordt, omdat er ook de vrijheid is om jezelf vrij te bewegen. Een inbreuk op het recht op privacy is wel toegestaan, maar in die gevallen moet er een wettelijke basis voor bestaan en dient tevens aan proportionaliteit en subsidiariteit te zijn voldaan. Die toets is niet altijd eenvoudig.
In het bijzonder wanneer, zoals in dit overzicht aangegeven, het causale verband tussen predictive policing en een daling van criminaliteit niet altijd eenduidig vast te stellen is.

Daarnaast moet de rechtmatigheid van de systemen bekeken worden. Welke waarborgen worden ingebouwd in het systeem of in de organisatie die een systeem gebruikt om te zorgen dat er geen vergissingen worden gemaakt? En in het geval dat er toch iets misgaat, hoe wordt dat dan opgelost? De voorspellingen zijn gebaseerd op patronen, en wanneer het om specifieke groepen of personen gaat, om profielen. Die profielen zijn ook gemiddelden en geen harde waarheden. Het gevolg kan echter wel zijn dat mensen doordat ze aan een profiel voldoen of daarbij worden ingedeeld een ‘stempel’ krijgen en verdacht zijn. Of op zijn minst extra aandacht krijgen. Dergelijke extra aandacht kan op zichzelf al schadelijk zijn. ‘Daar waar rook is, is vuur’ is in sommige gevallen al genoeg reden om uitgestoten te worden door de omgeving, en voor je het weet geef je iemand het beslissende zetje de negatieve (criminele) spiraal in. Paradoxaal genoeg krijgt het
algoritme dan gelijk, niet omdat de voorspelling daadwerkelijk juist was, maar omdat er wat met de onjuiste voorspelling is gedaan. Een zogeheten self-fulfilling prophecy.

Een gelijkend risico treedt op als dit soort systemen gevoed worden door zogenaamde ‘dirty data’. Denk bijvoorbeeld aan een systeem dat voorspelt waar drugdealers gevonden kunnen worden. De gegevens die worden gebruikt zijn data van aanhoudingen en hoewel dat een mooie objectieve bron lijkt is dat niet zo. Aanhoudingen zullen alleen plaatsvinden in gebieden waar politie aanwezig is, dus van een postcodegebied waar de politie veel aanwezig is, zullen ook veel aanhoudingen zijn. Van een postcodegebied waar geen politie aanwezig is, zullen er ook geen aanhoudingen volgen, terwijl er in principe in beide gebieden evenveel dealers aanwezig zouden kunnen zijn. Nog erger, door het voorspelalgoritme zal er zelfs nog meer aandacht komen voor het eerste gebied; en opnieuw heeft het systeem zijn eigen waarheid gecreëerd.

Voor elk van de benoemde risico’s zijn oplossingen te verzinnen. Sommige zullen technisch van aard zijn (bijvoorbeeld het geautomatiseerd compenseren voor eventuele menselijke vooroordelen), anderen sociaal (bijvoorbeeld extra training en coaching op het gebruik), of iets daartussenin. Zo had het systeem voor het detecteren van drugrunners zonder problemen uitgebreid kunnen worden met zo nu en dan een (blinde) willekeurige steekproef. De beambten hadden dan niet geweten of de melding een echte detectie betrof, of een steekproef, en hadden waarschijnlijk een keer extra gekeken naar wie er achter het stuur zat.

2.7 Predictive policing en ondermijning

Voor het voorspellen van ondermijnende criminaliteit of fenomenen die met ondermijning te maken hebben, is al het nodige onderzoek uitgevoerd. Zo heeft The New Inquiry een website (en app) gepresenteerd waarbij niet de gebruikelijke criminaliteit zoals straatroven en inbraken worden voorspeld, maar juist de onzichtbare ‘white collar crime’ zoals fraude, handel met voorkennis, maar ook leeftijdsdiscriminatie. Hiervoor gebruiken ze precies dezelfde technologieën als CAS en PredPol. Hoewel voornamelijk opgezet als activistische boodschap tegen traditionele predictive policing, laat de voorspelde hoeveelheid criminaliteit (volgens de makers met een 90% betrouwbaarheid) zien hoe groot het probleem van de onzichtbare criminaliteit is.

Dichter bij de meer typische ondermijning-problematiek ligt het onderzoek van (Burnum & Lu, 2008). Op basis van geografische analyse en historische data hebben zij een aanpak ontwikkeld waarmee de locaties van meth-labs (voornamelijk van het productietype ‘shake-and-bake’) konden worden voorspeld. Speciaal daaraan was dat de voorspelling niet enkel aangaf of een bepaalde locatie een lab zou bevatten, maar ook de ‘aantrekkelijkheid’ van de locatie en waargenomen trends en verschuivingen. Daarmee bied het niet enkel de mogelijkheid om tot ‘heterdaadjes’ over te gaan, maar juist ook preventief handelen.

In Nederland hebben zowel de gemeente Tilburg, als het RIEC Rotterdam onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheid tot het voorspellen van (hotspots van) ondermijning. Het in Tilburg uitgevoerde onderzoek (Bolsius, Höcük, Prüfer & Kolthoff, 2018) gebruikt een 15-tal indicatoren om van een bedrijfsterrein te bepalen of deze valt binnen het hoge of lage risicoprofiel. Bouwjaar, het aantal hoge capaciteit aansluitingen, de WOZ-waarde, bedrijfsgrootte, en historische informatie bleken daarbij allemaal een bepaalde voorspellende waarde te hebben. De vraag is vooral, wat te doen met dergelijke informatie? Wie kan er, op welke wijze, een bijdrage leveren om de ondermijnende criminaliteit die plaatsvindt op een dergelijk bedrijfsterrein terug te dringen?

3. Burgerparticipatie

Veiligheid is niet een exclusieve taak van politie of overheid. Ook private organisaties en burgers spelen hierin een belangrijke rol. Participerende burgers en bedrijven worden steeds belangrijker als de overheid zich terugtrekt of met schaarste kampt. Vormen van burgerparticipatie zijn niet nieuw. Wat wel nieuw is, is dat door de technologische ontwikkelingen het aantal mogelijkheden een vlucht heeft genomen. Burgerparticipatie draagt bij aan veiligheid: burgers worden alerter, voelen zich veiliger, het vertrouwen van burgers in de politie kan worden vergroot, en heterdaadkracht is grotendeels afhankelijk van de inbreng van burgers. Verschillende praktijkvoorbeelden laten zien dat burgerparticipatie op diverse fronten nu al resultaat oplevert (Cornelissens & Ferwerda, 2010), zoals de zoektocht naar Anne Faber waarbij de jas door burgerzoekteams die samenwerkten met de familie is gevonden en dit de sleutel tot de zaak was (Lam & Kop, 2020).

Burgers zijn de laatste jaren gevraagd en ongevraagd een steeds grotere rol zijn gaan spelen op het gebied van veiligheid. Burgers melden en signaleren via moderne sociale media kanalen in hun buurt, middels apps of op internet en het is juist van deze signalen van burgers dat de overheid grotendeels afhankelijk is om ondermijning zichtbaar te maken.

Ondermijning kent relatief weinig geregistreerde slachtoffers, en burgers lijken in hun normale leven niet veel last te ondervinden van ondermijnende activiteiten, waardoor meldingsbereidheid laag ligt. Maar wat nu als burgers op de hoogte zijn van de mogelijke dreigingen en risico’s, en liefst in een fase waarin ze het verschil kunnen maken?

Er is in Nederland de afgelopen jaren een sterke groei geweest in duizenden buurten waarin bewoners elkaar op de hoogte houden van verdachte omstandigheden met een Whatsapp-groep. En het lijkt effect te hebben: in Tilburg daalde het aantal inbraken met minstens 50% (Akkermans, & Vollaard, 2015). Als zo’n simpele interventie al zorgt voor 50%, wat doet een op maat gemaakte interventie dan wel niet? En hoe is deze vorm van burgerparticipatie toepasbaar op andere criminele activiteiten? De gedeelde informatie onder burgers heeft in potentie grote impact op de effectiviteit van de aanpak. Niet alleen biedt dit handvatten en handelingsperspectief, maar het kan ook helpen om inzet en interventies te evalueren. Pas dan zal kunnen blijken wat beter werkt: meer controleren en bonnen schrijven of elkaar aanspreken op gedrag.

3.1 Hot of hype?

De politie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers. Zelfs in de opsporing van criminaliteit. In de zomer van 2019 is een app gelanceerd waarmee burgers zelf onderzoek kunnen doen als zij slachtoffer zijn geworden van een misdrijf of iets vermoeden. Technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat mensen steeds beter in staat zijn om zelf onderzoekshandelingen te verrichten en met deze app “Mijn onderzoek” proberen politie en justitie op die beweging in te spelen en burgers te faciliteren. Met de app leggen ze – afhankelijk van het misdrijf – de locatie, zichtbare sporen, het mogelijke motief, getuigenverklaringen en gestolen goederen vast. Een andere mogelijkheid is het samenstellen van een compositiefoto van een verdachte. Veel mensen vinden het moeilijk om de juiste ogen, oren of neus op een gezicht te plakken. Daarom bevat de app een trainingsspel, waarmee gezichten van bekende personen ‘bij
elkaar geklikt’ moeten worden. Is het dossier met aanwijzingen compleet? Dan deelt die burger eenvoudig via diverse sociale mediakanalen of e-mail een getuige oproep, en stuurt het complete dossier naar de politie zodat die actie kan ondernemen. Vervolgens wisselen de burger en politie updates uit via de app.

“Vooral technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat mensen steeds beter in staat zijn om zelf onderzoekshandelingen te verrichten. Met de app ‘Mijn onderzoek’ proberen we op die beweging in te spelen en mensen te faciliteren.”  – Oscar Dros, portefeuillehouder burgerparticipatie, politiechef Eenheid Oost-Nederland.

Maar wat als misdaadanalyses in deze dossiers al door software gedaan kunnen worden? Wat als algoritmes de aanwijzingen in het dossier aan elkaar kunnen knopen en mogelijke scenario’s kunnen schetsen? Een foto of schets van een gezicht kan misschien al online gezocht worden. Open source speurwerk dat nu handmatig door burgeronderzoekers zoals Bellingcat wordt gedaan (Bellingcat is een burgerjournalistiek netwerk dat onderzoek doet op basis van open bronnen. De organisatie werd onder andere bekend door haar onderzoek naar de MH17-ramp). Wat als burgers gericht kunnen opletten op basis van slimme software?

Sarea: Samen zoeken met een algoritme als gids
De politie experimenteert sinds kort met diverse apps om burgers actief te laten meezoeken of onderzoek te plegen na een misdrijf. Zo is er de app Sarea waarmee burgers zelf een zoekactie kunnen opzetten naar een vermist persoon. Een slim algoritme berekent op basis van een aantal kenmerken een zoekgebied waarin de vermiste persoon zich kan begeven. Want buurtonderzoek kost veel tijd en mankracht. En wie kun je nu het beste om hulp vragen en waar kun je het beste zoeken? Jaarlijks worden meer dan 40.000 mensen als vermist opgegeven. Gelukkig zijn 70%
van de personen binnen 24 uur teruggevonden. In sommige gevallen helaas niet. Burgers starten vaak zelf een zoekactie voordat de politie in beeld komt. Dat is goed, want juist de eerste 24 uur zijn cruciaal.

Burgers willen graag, maar weten niet altijd hoe ze een zoekactie moeten leiden. Hoe weet je wie waar zoekt? Hoe stuur je mensen aan? De vermissingsapp Sarea (Search Area) helpt door de zoekactie te structureren en te organiseren. Doordat Sarea een afgebakend zoekgebied bepaalt en doordat de coördinator overzicht behoudt van waar wel en niet gezocht is, zorgt Sarea voor cruciale afstemming en samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij het zoeken naar een vermiste persoon.

Een zoekactie met Sarea begint doordat iemand (de coördinator) een opsporingsbericht aanmaakt. De coördinator kan naam, geslacht, leeftijd, laatst bekende locatie, datum en tijd van vermissing, mobiliteit, foto en een (korte) omschrijving van de vermiste ingeven. Deze gegevens zijn onder andere nodig om een zoekgebied te bepalen. De coördinator stuurt vervolgens het opsporingsbericht naar mensen in zijn of haar netwerk.

Vooraf en tijdens de zoektocht krijgen de deelnemers via de coördinator aanwijzingen. Bijvoorbeeld over waar te zoeken, of hoe om te gaan met bewijsmateriaal. Op deze manier biedt de app overzicht en coördinatie tijdens de zoekactie naar een vermiste persoon.

3.2 Risico’s en kritiek

De angst voor represailles is legitiem, zeker in het geval van ondermijning. Bovendien zijn burgers zelf soms onbewust of onbedoeld een schakel in criminele handel. Als burgers te actief worden, zoals het zelf opsporen van daders, brengt dat zo mogelijk nog meer risico’s met zich mee. Hoogoplopende emoties kunnen bovendien leiden tot eigenhandig optreden. De ontwikkeling van burgers die een grotere rol spelen in opsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee. Daarom helpt de app ‘Mijn Onderzoek’ niet alleen bij de opsporing, maar geeft het burgers ook informatie over preventie en over wat volgens de wet wel en niet mag. Daarnaast maakt de app inzichtelijk wat de consequenties zijn van sommige handelingen, zoals het online delen van namen en foto’s van verdachten personen of slachtoffers. Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen naar cocreatie van veiligheid.

3.3 Burgerparticipatie en ondermijning

Burgers kunnen op allerlei manieren betrokken worden in de aanpak van ondermijning, uiteraard op een veilige en verantwoorde manier. De participatie begint al bij het waarnemen. Zo lanceerde het openbaar ministerie onlangs een campagne rondom speciaal ontwikkeld ‘parfum’: XTACY. Onder het motto ‘eens geroken wordt later herkend’ hoopt men dat burgers de geur van een drugslab waar xtc wordt geproduceerd gaan herkennen op basis van de parfum die doet denken aan de geur van anijsblokjes.

Naast het vergroten van bewustwording en het beter signaleren, zijn er ook nieuwe mogelijkheden om vroege of zwakke signalen te delen. Hieronder een voorbeeld van het anoniem delen van signalen ten aanzien van ondermijning in de stad Milaan:

MafiaMaps


“Maffiosi zijn bang van kennis, veel banger dan dat ze van alle speurders en wetten bij elkaar zijn. Dus hoe meer details we kennen, hoe sterker we staan.” Zo klinkt het in een filmpje van Mafiamaps van vijf jonge onderzoekers aan de universiteit van Milaan die via crowdfunding heel Italië willen bedienen met een app. Er was al een online anonieme Wikimafia waarop beschreven wordt wie de maffiosi zijn, maar het was nog moeilijk om het reilen en zeilen van ze vast te leggen. Mafiamaps biedt een simpele kaart waarop iedereen een digitale punaise kan drukken met iets
dat ze hebben waargenomen, van een maffiabaas die een cappuccino drinkt in een café tot het uitladen van een vrachtwagen of een schietpartij.

Crime mapping, zoals in het voorbeeld van MafiaMaps, is internationaal gezien enorm in ontwikkeling. Niet alleen misdaad in brede zin wordt in kaart gebracht. Er zijn ook thematische kaarten, zoals drugsgerelateerde misdaad, illegale handel en moord. Bij ondermijning hangen veel fenomenen vaak samen, waardoor deze toepassingen aan populariteit winnen. Aangezien het vaak publiek-private samenwerkingen zijn die crime mapping mogelijk maken, en data steeds vaker uit meerdere bronnen zal komen (ook van burgers), is er enerzijds steeds meer mogelijk maar zijn er ook risico’s. Er is meer mogelijk als meersoortige informatie bij elkaar komt en geavanceerde analyses, waaronder voorspellingen, bieden allerlei nieuwe inzichten waarop gerichtere interventies mogelijk zijn. Anderzijds zijn er discussies over de betrouwbaarheid van de data (ook maffiosi delen valse gegevens op MafiaMap), ethische afwegingen zoals de verborgen vooroordelen in de data waardoor bepaalde buurten meer opvallen dan andere, en juridische dilemma’s rondom eigendom en verantwoordelijkheden in het publiek-private domein.

4. Proactieve participatie

Predictive policing kan helpen om op de juiste tijden en plaatsen aanwezig te zijn, zodat burgers zich veiliger voelen en de politie meer gaan waarderen, omdat ze er zijn wanneer het er in hun ogen toe doet (legitimiteit). Maar wat als je ook burgers een rol hierin geeft? Op dat moment creëer je proactieve participatie. Daarmee wordt burgerparticipatie niet alleen een passieve stroom van informatie van burgers naar politie of vice versa, maar kunnen burgers optimaal en daar waar nodig worden ingezet. Optimaal betekend daarin niet enkel kostenefficiënt (extra ogen en oren), maar vooral ook betere mogelijkheden tot het ‘doseren’ van de interventie, en een groter gevoel van betrokkenheid. Het stopzetten van toeslagen, staande houden van auto’s, en het binnenvallen in een pand hebben allemaal potentieel veel grotere negatieve bijeffecten dan een extra stel ogen of iemand aanspreken.

Proactieve participatie in het (opsporings)proces rond ondermijning kan op drie verschillende wijzen.

4.1 De burger als proactief interventiemiddel

De wijze die het meest al daadwerkelijk wordt beproeft is het inzetten van de burger als proactief interventiemiddel. Kortom: waarom de voorspelkaartjes van CAS (of vergelijkbare producten) enkel gebruiken voor het sturen van politie, als dezelfde kaartjes ook kunnen worden gebruikt om burgers in de ‘hot-spots’ en ‘hot-moments’ extra te attenderen op gevaar of zelfs de buurtwacht te vragen een extra rondje te lopen. De Zwitserse politie doet dat al met hun app ‘KAPO Aargau’, maar ook Interpolis heeft een InbraakBarometer beschikbaar gesteld waarin burgers kunnen zien wat die dag het risico is op een inbraak.

Op het gebied van ondermijning gaat het dan vooral om het – zichtbaar – aanwezig zijn in de buurt van locaties die gebruikt kunnen worden als drugspand, illegaal bordeel of samenkomstlocatie, waardoor de aantrekkelijkheid afneemt. Ook het eventueel aanspreken van potentiële (kleine) criminelen valt binnen deze categorie.

4.2 De burger als proactieve barrière

Door de vermenging van boven- en onderwereld worden burgers en bedrijven vaak gewild, of ongewild, onderdeel van de keten van ondermijnende criminaliteit. Denk bijvoorbeeld aan een boer die zijn leegstaande schuur verhuurt voor drugsproductie, (noodlijdende) bedrijven en clubs die worden ingezet voor het witwassen met geld, en hotels die kamers gebruikt zien worden voor (gedwongen) prostitutie. Elk van deze schakels binnen de keten kan worden ingezet als barrière.

Als personen en bedrijven gericht aangesproken kunnen worden op hun (mogelijke) rol kan dat zowel de bewustwording verbeteren, als ook een afschrikkend effect hebben. Een algemeen bericht dat boeren moeten oppassen voor huurders die ‘te veel’ betalen voor het huren van een schuur, zal minder effect hebben dan als een specifieke boer (die voldoet aan de kenmerken van aantrekkelijkheid voor criminelen) persoonlijk op precies hetzelfde risico wordt gewezen.

4.3 De burger als informatiebron

Tenslotte kunnen burgers ook de doorslaggevende informatiebron vormen voor voorspellende algoritmes. Niet alleen door informatie te delen over de daadwerkelijke criminaliteit die ze zien, maar ook door zogenaamde ‘zwakke signalen’ vroegtijdiger te delen. Signalen die niet direct een indicatie van criminaliteit vormen, maar samen met andere trends en gesloten bronnen gecombineerd kunnen worden tot een accurate voorspelling. Zo is de aanwezigheid van bepaalde personen, nachtelijke activiteit of de aankoop van bepaalde grondstoffen niet noodzakelijk strafbaar, maar kan wel degelijke leiden tot een beter beeld, en daarmee ook betere voorspellingen op het gebied van ondermijning.

4.4 Dilemma’s

Net zoals burgerparticipatie en predictive policing los van elkaar behoorlijke kritiek krijgen en dilemma’s oproepen, brengt proactieve participatie ook zijn eigen risico’s met zich mee.

Welke informatie kun je burgers geven? En de vraag is natuurlijk of dat ook altijd handig is. Als je op huisniveau kunt bepalen wat de dreiging is van een inbraak, wil je dan echt naar de bewoners communiceren dat er een grote dreiging is? Zelfs als die dreiging een kans van 1 op 100 is?

Door burgerparticipatie kunnen preventie en heterdaadkracht worden vergroot. Dit zou betekenen dat data of voorspellingen beschikbaar moeten komen voor burgers om ze te activeren. Er is echter nog weinig onderzoek gedaan naar het effect dat dit heeft dit op burgers. Vergroot dit de angst? Crime maps in Engeland laten zien dat dit zeker in het begin een negatief effect heeft op het gevoel van onveiligheid, maar vervolgens juist weer een positief gevoel van samenredzaamheid teweegbrengt (1, 2). Eerst schrikt men, dan besluit men er iets aan te doen. De politie moet dus goed nadenken over het effect van de informatie die wordt gedeeld. Niets delen betekent ook verwachtingsmanagement. Want wat hoort de burger te weten?

Daarnaast worden niet alleen eerlijke burgers wijzer, maar ook criminelen. Als de politie exact zou handelen naar de eigen (publieke) misdaadkaarten, dan betekent dat ook dat criminelen precies weten waar ze vooral niet moeten komen. Nog erger: precies dezelfde informatie kan worden gebruikt door criminelen om te voorspellen waar ze de grootste buit kunnen vinden met de laagste pakkans.

Tenslotte is het maar de vraag hoe betrouwbaar voorspelalgoritmes worden als ze worden gevoed door de vaak subjectieve of onjuiste informatie van burgers. Het zal niet de eerste keer zijn dat iemand uit wraak zijn buurman van dingen beschuldigd of dat iemand met een lekke band wordt aangezien voor fietsendief. Een menselijke analist is vaak nog in staat om de brede context te zien van dergelijke meldingen, maar voor een algoritme zijn het gewoon cijfers waarover statistiek berekend kan worden. In een tijd waarin er al twijfels zijn over de legitimiteit en effectiviteit van predictive policing methoden op basis van politiegegevens, is het maar de vraag of burgers wel de juiste bron vormen.

Deze ontwikkeling heeft nog een aantal uitdagingen in zich, die in dit artikel kort benoemd zijn. Het begint al bij de startinformatie. Want zonder deze informatie kan een algoritme en mens niet aan de slag. En “Garbage In is Garbage Out”. Validatieslagen op data zijn van belang, zoals het opwerken van een enkel zwak signaal naar het combineren van een veelheid van bronnen waarin zwakke signalen te vinden zijn.

Maar een belangrijke schakel voordat er informatie binnenkomt is bewustwording. Eén van problemen bij de aanpak van ondermijning is dat veel mensen zich niet bewust zijn van ondermijning: wat is het, hoe herken je het, wat zijn de effecten? Met als gevolg dat mensen het of niet belangrijk vinden en/of niet weten welke signalen zij moeten melden. Het belangrijkste is dus: hoe wordt iedereen bewuster welke informatie hij of zij moet aanleveren en hoe wakker je de urgentie aan? En ook: hoe groot is de kans op criminele contra-strategieën? Criminelen die bewust desinformatie in het systeem voeden om zelf buitenschot te blijven of de concurrent een hak te zetten?

Bij de verwerking van vroege en zwakke signalen hebben we laten zien dat computersystemen en algoritmes simpelweg verwerken wat aan ze gevoed wordt. Een reëel risico dat dan ontstaat is dat zo’n systeem selectieve informatie gebruikt (bijvoorbeeld van bepaalde mensen of buurten) wat kan leiden tot een bias; vooroordelen in de informatie en daardoor (te) selectieve inzet. Dit kan vervolgens leiden tot criminalisering van bepaalde gebieden, personen of sectoren en dat bestaande blinde vlekken in stand blijven of worden versterkt. Voor predictive policing is in de verwerking van deze informatie en het handelen op dit moment nog expertkennis nodig over veel specifieke details van crimineel handelen. Wat voor soort panden worden nu precies gebruikt, welke
vervoersmiddelen, welke witwaspraktijken, etc. Mensen en computers moeten beiden nog beter gaan leren hoe het dagelijks leven van een crimineel, die zich in de onder- en bovenwereld beweegt, er nu precies uitziet.

Naast betere bewustwording, een beter begrip en gericht voorspellen van het fenomeen ondermijning, is het ook nodig de effecten van interventies te kunnen inschatten. Hoe voorkom je bijvoorbeeld tweede-orde-effecten? Het onderscheppen van een lading drugs kan bijvoorbeeld leiden tot strijd in een crimineel netwerk. Een interventie heeft dan mogelijk niet tot gevolg dat Nederland veiliger wordt, maar dat er liquidaties plaatsvinden op straat.

Tenslotte is de vraag wat je met elkaar mag en wilt delen om tot handelen of nieuwe informatie te komen. Met wie deel je wat, en hoe deel je informatie op zo’n manier dat het tot gewenst handelen leidt? En wat is het doel? De aanpak van criminaliteit, het veiligheidsgevoel, of ook de legitimiteit van bijvoorbeeld de politie? Een belangrijk aandachtspunt met betrekking tot het delen van informatie is wederkerigheid, zodat burgers weten dat hun bijdrage daadwerkelijk effect had.

Het risico van enkel een technologie is dat het anoniem wordt en onder de motorkap verdwijnt, waardoor burgers geen zicht meer hebben op het effect van hun handelen. Vanuit motivatiepsychologie is bekend dat dit belangrijk is. Er zullen de komende tijd meer ondersteunende middelen ontwikkeld moeten worden om alle partners in veiligheid optimaal gericht tot handelen aan te zetten. Ondanks de genoemde dilemma’s zit er toekomst in, zij het stapje voor stapje.

5. Toekomst

De kenmerken van ondermijning maken dat het per definitie gaat om een diepgeworteld probleem. Het zit zo diep verankerd in de samenleving, dat het noodzakelijk is om diezelfde samenleving aan te spreken en te benutten om deze problematiek te beheersen. De laatste jaren wordt deze beweging ook zichtbaar in de aanpak. Er is een verschuiving van een strafrechtelijke aanpak, naar een integrale aanpak en in toenemende mate een maatschappelijk georiënteerde aanpak. Deze partijen zijn allemaal in de eerste plaats afhankelijk van informatie om effectief op te kunnen treden.

Tegelijkertijd is informatie vaak het knelpunt in de aanpak. Niet alleen de informatiedeling tussen de verschillende partijen, maar vooral ook het krijgen van informatie en signalen van mensen die met ondermijning te maken krijgen. Hierbij gaat het om informatie van professionals, maar vooral ook van burgers. Een fundamenteel probleem bij de aanpak van ondermijning is dat burgers, overheid en bedrijfsleven ondermijning niet goed herkennen, het niet altijd als last ervaren of onvoldoende bewust zijn van de gevolgen. In sommige gevallen wordt ook bewust weggekeken. En als men al bewust wordt van het fenomeen en de gevolgen is er vaak onvoldoende handelingsperspectief om een waardevolle bijdrage te leveren in de aanpak ervan.

De kernopgave is dus om de juiste informatie en signalen uit de samenleving te verzamelen, deze te duiden en hier betekenisvolle patronen in te herkennen en dit om te zetten naar een handelingsperspectief. Dat is waar de kracht van predictive policing om de hoek komt kijken.

Predictive policing kan ten eerste worden ingezet om de aandacht van burgers en buurten, bedrijven en bedrijfstakken, ambtenaren en overheidsorganen veel meer te richten op die aspecten die van belang zijn voor de aanpak van ondermijning. Bijvoorbeeld het signaleren van criminele ontmoetingsplaatsen, drugskwekerijen en laboratoria, maar ook verdachte transacties of transporten. Het benutten van predictive policing voor de aanpak van ondermijning kan vervolgens een zelfversterkend mechanisme worden. Door de integrale aandacht vanuit verschillende gezichtspunten te richten kunnen meer vroegtijdige signalen worden verzameld. Als men weet waar en waarnaar men moet kijken, ziet men immers meer. Als er meer informatie binnenkomt, is het mogelijk om
op basis van algoritmen steeds beter patronen en kritieke indicatoren te herkennen. Meer en betere informatie houdt in dat partners in de integrale samenwerking meer mogelijkheden hebben en beter in positie te komen om interventies toe te passen.

Toepassingsmogelijkheden van predictive policing blijven echter niet beperkt tot de integrale samenwerkingspartners. Burgers kunnen vervolgens met voorspellend advies op maat gericht worden geprikkeld om te kunnen participeren in de aanpak. De huidige rol van burgers als ogen en oren kan door het bieden van handelingsperspectieven op basis van geanalyseerde informatie worden uitgebreid naar die van preventive guardian. Met handelingen die zodanig zijn afgestemd op spelers uit zowel het publieke als het private domein, zodat eenieder bewust of onbewust een steentje bijdraagt. De eerder genoemde theorieën, zoals de routine activity theory, kunnen hierbij handvatten bieden. Het voorspellen van waar de kans op criminaliteit aannemelijk is, geeft namelijk ook
aanknopingspunten voor eventuele interventies die gericht zijn op de aanpak van verdachten, de aantrekkelijkheid van kwetsbare doelwitten of het verbeteren van toezicht. Deze knooppunten kunnen scherper in beeld worden gebracht door de kracht van big data en de bewustwording van burgers. Er ontstaat een integrale aanpak, inclusief burgers en publiek-private partijen, die door moderne technologie beter gericht en gestimuleerd kan worden met de hoop ondermijning vroegtijdig te signaleren en te voorkomen. Bijvoorbeeld door een looproute die een handhaver of de postbode neemt, tot de looproute bij een buurtschouw van een buurtpreventieteam om verdachte bewegingen rond gebouwen en op straat te signaleren.

Afsluitend kan worden gesteld dat zowel predictive policing als burgerparticipatie kansen biedt voor een innovatieve aanpak. En mogelijk is het raakvlak van beide, ‘human intelligence x artificial intelligence’, daarmee dé formule voor de toekomst op het gebied van ondermijning.

Bibliografie
Akkermans, M., & Vollaard, B. (2015). “Effect van het WhatsApp-project in Tilburg op het aantal woninginbraken – een evaluatie”, Tilburg universiteit, Tilburg. Bolsius, Y., Höcük, S., Prüfer, P., & Kolthoff, E. (2018). “Indicatoren van (georganiseerde) criminaliteit en ondermijning op bedrijventerreinen. Een verkennend onderzoek in de gemeente Tilburg”, Tilburg University – CentERdata, Avans hogeschool, WODC, Tilburg.
Brantingham, P.J., & Brantingham, P.L. (1981). “Environmental Criminology”. Beverly Hills, CA: Sage Publications.
Cohen, L.E., & Felson, M. (1979). “Social Change and Crime Rate Trends: A Routine Activity Approach”. American Sociological Review. 44(4): 588-608.
Cornelissens, A., & Ferwerda, H. (2010). “Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar de aard, werkwijzen en opbrengsten”. Politie en Wetenschap, Apeldoorn.
Cornish, D.B., & Clarke, R.V. (1987). “Understanding Crime Displacement: An Application of Rational Choice Theory”. Criminology, 25(4), 933-947.
Faber, W. (2013). Ondermijning als activiteit en als gevolg. Een poging tot duiding van een lastig te definiëren fenomeen. Finecscience. Geraadpleegd van .
Lam, J., & Kop, N. (2018, 30 april). In het schemergebied van de wet. Secondant.
Lam, J., Wal, R. van, & Kop, N. (2018). “Sluipend gif. Een onderzoek naar ondermijnende criminaliteit”. Apeldoorn/Den Haag: Politieacademie/Boom Criminologie.
Lam, J., & Kop, N. (2020). “Schouder aan schouder. Burger- en politieparticipatie tijdens de vermissing van Anne Faber”. Politieacademie, Apeldoorn.
Lu M., & Burnum J. (2008). “Spatial Patterns of Clandestine Methamphetamine Labs in Colorado Springs, Colorado”. In: Thomas Y.F., Richardson D., & Cheung I. (eds), Geography and Drug Addiction. Springer, Dordrecht.
Mali, B., Bronkhorst-Giesen, C., & den Hengst, M. (2017) “Predictive policing: lessen voor de toekomst. Een evaluatie van de landelijke pilot”. Politieacademie, Apeldoorn.
Perry, W., McInnis, B., Price, C., Smith, S., & Hollywood, J. (2013). “Predictive policing: The Role of Crime Forecasting in Law Enforcement Operations”. Santa Monica:RAND.
Politie Amsterdam-Amstelland (2009). Over ondermijning. Een verkenning naar het fenomeen, de aanpak en mogelijke verbeteringen. Amsterdam: Politie Amsterdam-Amstelland.
Rienks, R. (2015): “Predictive Policing. Kansen voor een veiligere toekomst”. Politieacademie, Apeldoorn.
Smit, S., de Vries, A., van der Kleij, R., & van Vliet, H., (2016). “Van predictive naar prescriptive policing; Verder dan vakjes voorspellen”, TNO, Den Haag.
Tops, P., Valkenhoef, J. van, Torre, E. van der, Spijk, L. van (2018). “Waar een klein land groot in kan zijn. Nederland en synthetische drugs in de afgelopen 50 jaar”, Politieacademie,
Boom criminologie, Den Haag.
Tops, P., & Tromp, J. (2019). “De achterkant van Amsterdam. Een verkenning van drugsgerelateerde criminaliteit”, Gemeente Amsterdam, Amsterdam.
Voskuil, K. (2019). “Drugseconomie Amsterdam is onbeheersbaar geworden”, Algemeen Dagblad.

Bron: Cahier Politiestudies

Big Data is watching (over) you. Debat in De Balie over toekomst van opsporing

Dankzij algoritmes kan men tegenwoordig criminaliteit voorspellen en hierop anticiperen. Politieorganisaties onderzoeken de mogelijkheden om big data en kunstmatige intelligentie in te zetten. Kunnen computers nauwkeuriger en veiliger voorspellen of criminaliteit gaat plaatsvinden dan getrainde agenten? Hoe bestrijden we effectief nieuwe vormen van criminaliteit zonder?onevenredige?inbreuk?op grondrechten??Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verkennen we de toekomst van big data en AI bij de opsporing van criminaliteit.

Deze avond over Big Data en kunstmatige intelligentie is de derde in de programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?. In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? Hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie Black Mirror? De eerste aflevering in deze serie ging over toenemende burgeropsporing, kijk het programma?hier?terug.

Sprekers:?

Fred Westerbeke, Hoofd Officier Landelijk Parket

Reinder Doeleman, sectorhoofd Dienst Regionale Informatie organisatie, die ingaat op het Criminaliteits Anticipatie Systeem waarover we eerder al veel artikelen en publicaties plaatsten.

Vincent Bohre van Privacy First, een onafhankelijke stichting met als doel het behoud en de bevordering van het recht op privacy. Hij benoemt oa het?@MIGO-BORAS project.

Marc Schuilenburg, docent Strafrecht en Criminologie van de VU. Hij publiceerde meerdere boeken over veiligheid, filosofie, strafrecht en populaire cultuur waaronder Orde in veiligheid (2012), waarvoor hij de driejaarlijkse Willem Nagelprijs won. Dit jaar kwam zijn boek Hysterie. Een cultuurdiagnose uit, met daarin een groot hoofdstuk over algoritmen en predictive policing. Hij benoemt het Big Data project uit Roermond.

Jacqueline Bonnes, Cyber Officier Arrondissement parket Rotterdam

Rapport met enige achtergrond over de huidige state of the art van AI in predictive policing, een aantal dilemma’s en een blik op de toekomst:

Van predictive policing naar prescriptive policing – Verder dan vakjes voorspellen
[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]

Bron: De Balie

 

Wat er mis is met predictive policing

Is predictive policing ? politiewerk op basis van onderbouwde voorspellingen ? het nieuwe wondermiddel? Dankzij geavanceerde algoritmen die big data aankunnen, kan de politie misdaad voorspellen en preventieve maatregelen nemen om de kans op misdaad te verkleinen, bijvoorbeeld door daar te zijn waar die kans het grootst is. Predictive policing is overgewaaid uit Amerika. Veel politieorganisaties zijn ermee in de weer, maar onderzoek heeft nog geen uitsluitsel kunnen geven over de vraag of het echt effectiever is dan mensenwerk.

Auteurs: Rick van der Kleij is senior researcher human factors; Selmar Smit is senior researcher artificial intelligence; Hans van Vliet is senior business consultant; Freek van Wermeskerken is
researcher artificial intelligence. Allen bij TNO.

Predictive policing is relatief nieuw. Critici benadrukken vaak de mogelijkheid van systematische vooringenomenheid van de voorspelling (en dus etnische profilering) en zien een gebrek aan transparantie en verantwoording. Daarnaast brengen precieze voorspellingen de misdaadcijfers niet per definitie omlaag, bijvoorbeeld als het tijdstip en de locatie onvoldoende specifiek zijn of de politie de voorspellingen verkeerd interpreteert. Aan de andere kant hoeven bij een goed ontworpen systeem en goede inbedding in het proces dergelijke effecten helemaal niet op te treden en kan predictive policing bijdragen aan effectiever politieoptreden.

Dit artikel belicht de data en de algoritmen in de predictive policing-terugkoppelingslus. Hoe staat het met de algoritmen die de tijd en locatie van een toekomstige misdaad voorspellen (zoals inbraak)? De huidige benaderingen en algoritmen kunnen beter. Onze nieuwe benadering van predictive policing laat zien wat er precies moet veranderen om de effecten van voorspellingen op basis van algoritmen te verbeteren, en daarmee ook het proces van de toewijzing van de schaarse middelen (agenten, voertuigen, enzovoort).
We kijken eerst naar de huidige voorspellingsalgoritmen. Vervolgens zoomen we in op de problemen met deze algoritmen en de manier waarop die problemen toenemen wanneer de voorspellingen daadwerkelijk worden gebruikt voor operaties. Daarna beschrijven we onze nieuwe benadering en kijken we hoe het verder moet.

>> “Onze nieuwe benadering laat zien wat er precies moet veranderen”

Huidige predictive-policingalgoritmen
Predictive-policingalgoritmen zijn doorgaans gebaseerd op gecombineerde informatie, bijvoorbeeld omgevingsgerelateerd/demografisch, datum-/tijdgerelateerd en vooral ook misdaad in het verleden. Een voorbeeld: het meest simpele voorspellingsmodel stelt dat het voorspelde aantal incidenten op een locatie (?box?) gelijk is aan het gemiddelde aantal vorige week gemelde incidenten op deze locatie. Dit model kan werken, maar er zijn complexere modellen denkbaar:

Het aantal inbraken op een specifieke locatie staat gelijk aan 2 x het aantal inbraken vorige week min 1 x het aantal inbraken van precies twee weken geleden.

Dit model kan een simpele trend weergeven. Als er vorige week tien inbraken waren en de week ervoor acht, dan zal de voorspelling twaalf zijn. Toevoeging van meer data levert al snel complexe formules op. De uitdaging hierbij is: wat is de wegingsfactor (het relatieve belang) van iedere variabele? In het vorige voorbeeld was dat eenvoudig, namelijk 2 en 1. Maar hoe zit dat met deze formule?

Komende maandag is het aantal inbraken in deze ?box? 0,257 x de luchtvochtigheid, plus 1,56 x het aantal inbraken vorige week, min 0,46 x het aantal inbraken dat gewoonlijk op een maandag plaatsvindt, plus 0,12 x het aantal inbraken vorige week in een aangrenzende ?box?.

Wegingsfactoren kunnen worden geschat op basis van?historische data. Als je weet wat vorig jaar de exacte luchtvochtigheid was op een specifiek moment en als je het aantal gemelde inbraken vorige week, het gebruikelijke aantal inbraken op een maandag en het aantal inbraken op aangrenzende locaties kent, dan is het mogelijk het gewicht van iedere variabele vast te stellen, en is de gemiddelde kwadratische fout het kleinst. Met een complexe formule kun je een boek vullen. De termen die gerelateerd zijn aan misdaden in het verleden zijn over het algemeen het belangrijkst,
omdat deze in essentie trend analyzers zijn. De formules schatten de waarschijnlijkheid van een incident op een specifieke locatie en een specifiek tijdstip op basis van de trend in gemelde misdaden uit het verleden. De meeste predictive-policingsystemen werken op basis van deze, of vergelijkbare, uitgangspunten.

Vertekend beeld
Om misdaad te kunnen voorkomen, moeten we weten wat het misdaadpotentieel is: het aantal misdaden dat zou plaatsvinden als we niets doen. Er zijn heel veel factoren van invloed op het misdaadpotentieel, en die kunnen verschillen per type misdaad. Voorbeelden zijn het opleidingsniveau van de dader of diens aanwezigheid in een situatie die geschikt is om een misdaad te plegen ? de gelegenheid maakt de dief.

Het probleem zit in de data die de politie gebruikt voor het voorspellen van misdaad. Dit zijn namelijk data over gemelde misdaad en niet over het daadwerkelijke misdaadpotentieel. Bij inbraak komt het gemelde misdaadcijfer redelijk overeen met de gepleegde misdaad. Maar voor? fietsendiefstal gaat dat niet op. Mensen doen hierbij niet snel aangifte, want de kans dat je je fiets terugziet is klein en het aangifteproces is moeizaam. Daar komt nog een complicerende factor bij. Het percentage aangiften verschilt per locatie (?box?), terwijl de meeste software aanneemt dat die variabele constant is. Verder kan de aangiftebereidheid op een locatie stijgen als er agenten aanwezig zijn.
En wat als die data een bijproduct zijn van politieoperaties, bijvoorbeeld in het geval van drugdealers? Data in dit verband worden meestal gegenereerd door de politie zelf. Op plekken waar geen agent is geweest, kan de politie dus geen overtredingen waarnemen, wat niet betekent dat er geen misdaad heeft plaatsgevonden. Kortom: de data die voor de huidige predictive-policingsoftware worden gebruikt, geven de werkelijkheid niet goed weer. Bovendien verschilt de mate waarin dit beeld wordt vertekend vermoedelijk per type misdaad en locatie.

Dat is nog niet alles. De data van de politie houdt ook geen rekening met de voorkomen misdaad. Het misdaadpotentieel voor een specifieke locatie kan hoog zijn, terwijl het grootste gedeelte van die misdaad wordt voorkomen door intensieve surveillance. Een dergelijke ?box? kent dus weinig gepleegde (en dus gemelde) misdaad en wordt daardoor ook in het voorspellingsmodel ondervertegenwoordigd.

Voorspellingen die enkel op basis van gemelde misdaad werken, zullen dus (in een bepaalde mate) vertekend zijn. Niet-gemelde of voorkomen misdaad wordt beide niet meegenomen, en daardoor is de gemelde misdaad meestal kleiner dan het aantal gepleegde misdaden en te allen tijde kleiner dan de daadwerkelijke potenti?le misdaad. In feite worden met de huidige algoritmes enkel aangiftes voorspeld, en niet de criminaliteit. Dit effect wordt nog verder versterkt door wat wij de ?back-to-the-future-paradox? noemen (naar de gelijknamige films).

Back-to-the-future-paradox
Een belangrijke stimulans voor criminele activiteit is de afwezigheid van mensen die misdaad kunnen voorkomen, bijvoorbeeld agenten op straat. Politieoptreden heeft dus een effect op de data die worden verzameld. Wanneer we voorspellingen gebruiken om operaties aan te sturen, cre?ren we dan ook een terugkoppelingslus:

Gemelde misdaad wordt gebruikt om misdaad te voorspellen, de voorspelde misdaad wordt gebruikt om operaties aan te sturen en de operaties zelf be?nvloeden de gemelde misdaad. Op die manier kunnen voorspellingen zichzelf dus bevestigen en leiden tot een zichzelf steeds versterkende terugkoppelingslus.
In het beste geval leidt dit tot onnauwkeurige voorspellingen, in het ergste kan het zelfs discriminatoir beleid tot gevolg hebben. Het probleem van het voorspellen van drugsdealers is ondertussen redelijk bekend (hoewel nog niet opgelost), maar een terugkoppelingslus die vaak over het hoofd wordt gezien, is dat politieoperaties ook misdaad voorkomen, met als gevolg dat die voorspellingen de daadwerkelijke ernst van de situatie onderschatten. Als een agent op basis van een voorspelling ergens gaat staan en er gebeurt niets, kun je onmogelijk weten of de agent de
misdaad heeft voorkomen of dat hij zijn tijd heeft verknoeid op een veilige locatie. Dat effect treedt niet alleen op in de ?box? waarop de operaties gericht zijn. Door de afschrikking en de verspreidingseffecten (positieve en negatieve waterbedeffecten) kan het misdaadpotentieel op aangrenzende locaties toenemen of afnemen, afhankelijk van de afstand en de motivatie van de daders en aanwezige politie.

Een gebied met zeer veel aangiftes zorgt voor een hoge voorspelde misdaad. Als gevolg gaat de politie zich volledig op dat gebied concentreren, en verplaatsen criminelen hun activiteiten naar aangrenzende locaties. In het eerste gebied daalt dus het aantal aangiftes, en op de aangrenzende locaties stijgt het aantal aangiftes. Op basis van deze gegevens zal het algoritme de agenten naar de aanliggende gebieden sturen, waarna de criminelen zich dus gewoonweg weer terug verplaatsen. In dit (extreme) voorbeeld is het enige wat de politie doet steeds een stap te laat zijn.

De precieze vertekening in de resultaten, de afschrikking en de waterbedeffecten zijn lastig vast te stellen. Misdaad die zich verplaatst, zal vaak buiten de gebieden en typen misdaden vallen waarop de politie focust of schuilgaan achter globale trends. Om dit effect te kunnen isoleren, is eigenlijk een speciaal experiment nodig, namelijk langdurige vergelijking van misdaadlocaties waar de politie heel actief was met locaties waar dit helemaal niet het geval was. We kunnen alleen moeilijk voor een wetenschappelijk onderzoek bepaalde locaties geheel aan hun lot overlaten.

>> Er wordt een onderscheid gemaakt tussen?potenti?le, gepleegde en gemelde misdaad

Evaluaties
Hoe komt het dan dat predictive policing zo populair is geworden? Deels is dat een gevolg van een bijna religieus geloof in data bij sommige bedrijven, organisaties, media en delen van de samenleving. Ook is een grondige evaluatie van predictive policing gecompliceerd. En misschien komt het sommige mensen ook beter uit om te stellen dat de evaluaties van predictive policing niet deugen dan dat het algoritme niet goed, of juist heel succesvol is.

In sommige experimenten leidden predictive policingmethoden tot veel betere voorspellingen dan die van de reguliere analisten. Maar klopt dit wel? Het lijkt erop dat de analisten moesten voorspellen waar veel misdaad was (het potentieel), terwijl de nauwkeurigheid van hun voorspelling werd ge?valueerd op basis van gemelde misdaad. Het algoritme daarentegen voorspelde de gemelde misdaad en won dus. Daarbij hadden de analisten ook nog last van de backto-the-future-paradox, namelijk: er gingen wel agenten naar de door hen aangewezen locaties (om daar misdaad te voorkomen), maar niet naar de door de algoritme aangewezen locaties. Met andere woorden, een nauwkeurige voorspelling is geen goede indicatie voor de kwaliteit van de voorspelling.

Figuur 1. Routine Activity met betrekking tot misdaadpotentieel (P), gepleegde misdaad (C) en gemelde misdaad (R).

Het omgekeerde is zelfs waar: als er ook interventies gedaan worden op basis van voorspellingen is de daling van de nauwkeurigheid juist een teken dat ze goed werken. In de ?paper van Brantingham? (Mohler et al. 2015) vermindert die nauwkeurigheid enkel bij hun algoritme, en niet bij de voorspellingen van de analisten. De enig mogelijke verklaring is dat de politieactiviteit in de betreffende gebieden in de ?beschikbare tijd? geen effect had, omdat hier al voldoende reguliere politieactiviteit was. Wederom: de analisten voorspelden het misdaadpotentieel en niet het aantal
gepleegde misdaden.

Een nieuwe benadering
Om de voorspellingen van het algoritme (meldingen) beter te laten aansluiten op het denkkader van de analist (criminaliteit), is een nieuwe benadering nodig. De huidige methoden voor dataverzameling richten zich op de verkeerde criminele respons: enkel de gemelde misdaden worden meegenomen in de algoritmen. Alleen, predictive policing gaat niet om het voorspellen van het aantal dossiers, maar om het voorkomen van misdaad. Het betreft dus niet-waargenomen ? want voorkomen ? misdaden, of anders gezegd: het afschrikwekkende effect van politieactiviteit.
Ons voorstel is om voor de voorspellingen gebruik te maken van het veel stabielere misdaadpotentieel in plaats van de gemelde misdaden. Het misdaadpotentieel op zichzelf kunnen we niet meten. Wel kunnen we proberen het af te leiden uit wat er niet kon worden voorkomen, namelijk de aangiftes, de daadwerkelijke politie-inzet en de effectiviteit van die inzet. Het misdaadpotentieel is gelijk aan de aangiftes + de voorkomen misdaad (inzet maal effectiviteit). Helaas kun je de effectiviteit weer alleen berekenen als je het potentieel kent. Deze vicieuze cirkel is
te doorbreken met een complex wiskundig model (http://policing.ai).

Daar waar de huidige predictive-policingalgoritmen potenti?le misdaad modelleren als een functie van gemelde misdaad, maakt onze benadering een onderscheid tussen potenti?le misdaad (P), gepleegde misdaad (C) en gemelde misdaad (R), zie figuur 1. Bijvoorbeeld: het misdaadpotentieel van morgen (een maandag) heeft een relatie met de potenti?le misdaad op andere maandagen.
Op vergelijkbare wijze heeft het misdaadpotentieel op deze specifieke locatie een relatie met aangrenzende locaties. In tegenstelling tot de gemeten misdaad is het basisidee dat potenti?le misdaad alleen wordt be?nvloed door tijd en locatie, en slechts geleidelijk verandert, omdat potenti?le misdaad in feite de overlap is van ?potenti?le dader? en ?geschikt doelwit? in de gelegenheidstheorie,
beter bekend als de Routine Activity Theory. Zowel daders als slachtoffers opereren in een bepaald gebied. Tenzij ze zich verplaatsen of achter slot en grendel verdwijnen, is het aantal ?potenti?le daders? relatief stabiel. Datzelfde geldt voor ?geschikte doelwitten?. Mensen gaan niet in korte tijd en masse verhuizen of iets veranderen aan de geschiktheid als doelwit (bijvoorbeeld door nieuwe sloten tegen inbrekers aan te schaffen).
Het enige wat het algoritme hoeft te doen, is voor elk van deze relaties een getal vinden dat de sterkte goed uitdrukt. Tegelijkertijd moet het model getallen vinden voor de plaatselijke effectiviteit van de interventies en voor de waterbedeffecten. En natuurlijk moeten deze getallen zo goed mogelijk passen bij alle dagen, alle locaties en alle mogelijke vormen van politie-inzet in het
verleden en in de toekomst. En hoewel dat complex is, kunnen deze getallen geschat worden met behulp van een combinatie van het aantal historische aangiftes en de bijbehorende gepleegde politie-inzet (bijvoorbeeld door GPS tracking van voertuigen en communicatiemiddelen). En daarmee kan het model compenseren voor de back-to-the-future-paradox.

Figuur 2. Effect van surveillanceduur

Effect en effectiviteit
Naast verbeterde voorspellingen van criminele activiteiten heeft de nieuwe benadering nog een belangrijk voor?deel: ze bepaalt ook direct het effect van politie-inzet, evenals de effectiviteit per interventie. Daarmee kunnen in principe dus operaties geoptimaliseerd worden, bijvoorbeeld als we weten wat de effectiviteit (procentueel) is van een surveillance te voet in een bepaald gebied
(figuur 2).
We kunnen de surveillanceduur te voet in een ?box? optimaliseren door de effectiviteit te vermenigvuldigen?met de (voorspelde) potenti?le misdaad. Bijvoorbeeld: 10 minuten surveillance te voet kan mogelijk 0,044 (effectiviteit) x 2,0 misdaden (wat er zonder politie zou zijn opgetreden) voorkomen. Wanneer de potenti?le misdaden voor iedere ?box? zijn vastgesteld, is het eenvoudig om de
beschikbare hulpmiddelen en de naar verwachting voorkomen misdaden te optimaliseren.

Hoe nu verder?
Het pure voorspellingsinstrument ?predictive policing? kan dus nog flink worden verbeterd. Een belangrijke eerste stap richting de verbreking van de foutieve terugkoppelingslus in predictive policing is het meenemen van de daadwerkelijke actie die is ondernomen, zodat voor de effecten ervan te compenseren is. Voor de implementatie van de nieuwe benadering moet men 1) de huidige voorspelalgoritmes aanpassen?en 2) de interventies die zijn toegepast meten. Aan dat laatste zijn wel aspecten als privacy en transparantie verbonden.

[slideshare id=76826011&doc=prescriptivepolicingtnoen-170610155107&type=d]

>> Het voorgestelde model moet vooral inspireren en zeker niet dirigeren

Prescriptive policing
Een bijkomend voordeel van denieuwe benadering is dat ze de stap richting impactgedreven of zelfs prescriptive policing mogelijk maakt: het voorspellen van de effectiviteit van een bepaalde inzet, gegeven een bepaalde situatie en gebaseerd op kennis van de effecten van specifieke interventies. Als predictive policing kan voorspellen waar en wanneer je ergens moet zijn, dan kan prescriptive policing voorspellen wat vermoedelijk de beste handelwijze is voor die specifieke ?box? en tijd. Als we kunnen vaststellen dat iets werkt op locaties met specifieke kenmerken, maar niet in andere, dan kunnen we die kennis ook gebruiken voor andere locaties. Zonder de effectiviteit van elke interventie in die bepaalde ?box? te moeten vaststellen, kunnen we dus al beoordelen wat waarschijnlijk wel of niet gaat werken.

Ten slotte
Ten slotte nog dit. Handhaving is een van de moeilijkste taken van de politie en we moeten bedenken dat ook het meest geavanceerde model geen boeven vangt. Het is er enkel en alleen om de analisten te ondersteunen. Een model kan honderd keer roepen dat een bepaalde interventie klopt, uiteindelijk gaat het toch enkel om een kansberekening. Iemand die een specifiek gebied of mogelijke daders goed in beeld heeft, komt vermoedelijk tot een betere oplossing.
Het hier voorgestelde model, en in principe elk voorspelmodel, moet dus vooral inspireren, en zeker niet dirigeren. De werkelijke waarde van dit soort modellen zit in het gebruik ervan en de inbedding in het politieproces. Voorspellingen hebben op zich geen waarde. Het zijn de acties van politiemensen die ze waardevol kunnen maken. Daarom is het van belang om onderzoek te doen, te experimenteren en te investeren in de samenwerking tussen mens en systeem, communicatie, uitleg en transparantie, op zo?n manier dat politiemensen dergelijke systemen op waarde kunnen
schatten.?

Bronnen: Website voor de politie waar ook een geannoteerde versie staat met daarin de wiskundige onderbouwing.

Man and machine: Partners in (preventing) crime?

Onderzoek van Martijn Wessels laat zien hoe politiemensen met artificial intelligence samenwerken binnen de politieorganisatie. Hij heeft daarbij als casus het werken met het predictive policing systeem CAS onderzocht. Hieronder de samenvatting van het onderzoek en de resultaten en het volledige rapport.?

Politieorganisaties over de hele wereld maken steeds meer gebruik van algoritmes die hen helpen om tijdruimtelijke voorspellingen te maken van waar en wanneer criminaliteit de grootste kans heeft om plaats te vinden in de toekomst. Rondom dit zogenaamde predictive policing heerst veel controverse en scepsis. Allereerst wordt eraan getwijfeld in hoeverre deze vorm van politievoering inderdaad leidt tot een verbetering van de effectiviteit en effici?ntie van de politie, aangezien empirisch bewijs schaars is en het lastig is om het effect van predictive policing methoden te isoleren. Daarnaast worden er ook ethische bezwaren aan het gebruik van algoritmen genoemd. Er wordt gesteld dat dergelijke algoritmen niet transparant zijn en het gebruik ervan wellicht kan leiden tot de profilering en stigmatisatie van bevolkingsgroepen. Wat er echter ontbreekt in dit wetenschappelijke debat is hoe politieprofessionals momenteel omgaan met dergelijke algoritmen. Dit is van groot belang voor de evaluatie van deze vorm van politievoering omdat menselijk handelen uiteindelijk bepaalt in hoeverre de (eventuele) onbedoelde consequenties van predictive policing tot uiting kunnen komen.

Om het debat rondom predictive policing te voorzien van context is de Nederlandse politieorganisatie bestudeerd om inzichtelijk te maken hoe een dergelijk algoritme (het Criminaliteitsanticipatiesysteem; CAS) wordt gebruikt. Binnen de Nederlandse Politie hebben de zogenaamde intelligence specialisten de taak om de agenten op straat te adviseren in hun handelen. Hiervoor kunnen zij gebruik maken van een aantal informatiesystemen, waaronder CAS. Vandaar dat de werkwijze van deze functiegroep binnen een veiligheidsregio in Nederland is bestudeerd. In dit onderzoek is gekeken naar de organisatiestructuren die het gebruik van CAS be?nvloeden, maar ook naar de consequenties die het gebruik van CAS heeft voor de politieorganisatie. Voor deze studie is bewust gekozen om onderzoek te verrichten binnen een regio die al een langere tijd gebruik maakt van CAS.

De hoofdvraag die centraal staat in het onderzoek luidt:

Hoe en in hoeverre gebruiken de intelligence specialisten van de Nationale Politie het Criminaliteitsanticipatiesysteem en interacteren daarbij met bestaande organisatiestructuren?

Orlikowski?s (2000) theorie van technologies-in-practice is gebruikt om te bestuderen hoe technologie wordt gebruikt binnen een organisationele context. Deze practice lens gaat ervan uit dat de manier waarop technologie wordt gebruikt wordt be?nvloed door bestaande organisatiestructuren, maar dat tegelijkertijd diezelfde organisatiestructuren worden be?nvloed door het technologiegebruik. Het model van Orlikowski (2000) is aangepast voor dit onderzoek zodat dit geschikter is voor het bestuderen van het gebruik van algoritmes. Algoritmes verschillen namelijk van traditionele informatiesystemen omdat het gebruik van algoritmes ook vraagt om de evaluatie van de output van het systeem: de verwachtingen van CAS dienen te worden vertrouwd alvorens de intelligence specialisten dit systeem ook echt betrekken in hun werk. Deze notie is daarom toegevoegd aan het analytische model van Orlikowski (2000), wat heeft geresulteerd in een aangepaste analytische lens: de algorithm in practice lens.

Middels een combinatie van semigestructureerde interviews en de analyse van beleidsdocumenten is onderzocht hoe de intelligencespecialisten gebruik maken van CAS en hoe dit gebruik wordt be?nvloed door organisatiestructuren. De eerste structuur die wordt herkend is de trend van de Nederlandse politie richting informatie-gestuurde politievoering. De politie heeft namelijk voor ogen om het gebruik van informatie en data een steeds belangrijkere rol te geven en probeert ook haar organisatieprocessen hieraan aan te passen. Dit heeft ogenschijnlijk geleid tot een verdere standaardisatie van het werk van de intelligence specialisten en een centrale rol van deze functiegroep in het politieproces, waarin de intelligencespecialisten uitgebreid contact hebben met verschillende partijen binnen de politie, waaronder de agenten op straat. Dit is dan ook de tweede
organisatiestructuur die invloed heeft op het gebruik van CAS: de behoeften van de agenten op straat. De intelligence specialisten lijken zeer gericht te zijn op de wensen en (informatie)behoeften van de agenten op straat, waardoor er een continue wisselwerking bestaat tussen beide partijen.

De normen van de intelligence specialisten lijken daarbij sterk te worden be?nvloed door de trend richting het informatie-gestuurde werken ?n door de behoeften van de straatagenten. De normen van de intelligence specialisten worden voornamelijk omschreven als het verschaffen van kwalitatief hoogwaardig advies (in termen van bruikbaarheid voor de agenten op straat). Dit resulteert in het feit dat de percepties en interpretaties van de intelligence specialisten ten aanzien van CAS doorslaggevend zijn: als CAS niet als toegevoegde waarde voor hun advies wordt gezien zal het ook niet worden gebruikt. Deze attitude jegens CAS lijkt door een derde organisationele structuur te worden be?nvloed: de opinie van de directe sociale omgeving van de intelligence specialisten. Omdat een aantal van de ge?nterviewde intelligence specialisten met CAS kennismaakte via een collega, is de mening van die collega over CAS van groot belang. Indien degene die CAS moet uitleggen aan een nieuwe collega negatief is over het gebruik van CAS, is de kans waarschijnlijk groter dat de nieuwe intelligence specialist zijn/haar percepties en interpretaties van het systeem over zal nemen.

Uiteindelijk zijn er drie categorie?n herkend hoe CAS wordt gebruikt:

1) De ondersteunende collega: CAS wordt gebruikt als een ondersteunend middel voor het opstellen van een advies. Hierbij worden meerdere voordelen van CAS genoemd. CAS zou de intelligence specialisten helpen omdat het tunnelvisie kan voorkomen, het anders ?denkt? aangezien het meerde databronnen combineert, het snel is in het verwerken van grote hoeveelheden data en dat intelligence specialisten advies kunnen geven als ze zelf niet over voldoende informatie beschikken. Desalniettemin achten ze hun eigen kennis en expertise als het allerbelangrijkst en verschaffen daarbij ook advies op de actuele trends en gebeurtenissen die zij op dat moment observeren.

2) De ongeschikte of onnodige collega: CAS voegt geen waarde toe aan het advies van de intelligence specialisten omdat het ofwel niet accuraat is in zijn voorspellingen, of omdat de output geen toegevoegde waarde zou zijn voor de operationele laag van de politie. Vandaar dat de intelligence specialisten in deze categorie advies ontwikkelen dat vooral is gebaseerd op eigen kennis en ervaringen.

3) De sturende collega: CAS wordt gebruikt als een middel om direct de operationele laag mee te sturen. De intelligence specialist communiceert de uitkomst van CAS nadrukkelijk omdat dit wordt gezien als een legitiem middel om beslissingen op de baseren.

Deze drie manieren van het gebruik van CAS hebben verschillende consequenties voor de trend richting de informatie-gestuurde politievoering. De adviezen die worden gegeven door de intelligence specialisten in de eerste categorie ontstaan uit een combinatie van eigen ervaringen, kennis, observaties en statistische informatie uit CAS. Dit lijkt de notie van informatie-gestuurde politievoering te versterken omdat het gebruik van expliciete informatie een prominente rol heeft. De intelligence specialist horende bij de derde groep benadrukt het gebruik van data en informatie ogenschijnlijk nog meer aangezien de eigen ervaringen en kennis minder belangrijk lijken te zijn. De intelligence specialisten die CAS niet gebruiken in hun werk baseren hun advies op de eigen assumpties en kennis, waardoor de informatie-gestuurde politietrend afhankelijk blijft van de (impliciete) assumpties van de intelligence specialist.

Dit onderzoek heeft meerdere theoretische contributies. Allereerst laat het zien hoe een algoritme wordt gebruikt binnen een politieorganisatie. Dit kan het debat rondom predictive policing verder helpen. Dit onderzoek laat zien dat er (momenteel) nog steeds voldoende menselijke invloed lijkt te zijn bij de vorming van beslissingen. Daarnaast benadrukt deze studie dat er verder wetenschappelijk onderzoek moet komen naar het gebruik van dergelijke algoritmen. Ook lijken de aanpassingen die zijn gedaan aan het originele model van Orlikowski (2000) geschikt om het gebruik van algoritmen te begrijpen en wordt het aangemoedigd om deze ook toe te passen bij vergelijkbaar onderzoek in de toekomst.

Verder heeft dit onderzoek ook praktische implicaties. Middels dit onderzoek is inzichtelijk gemaakt hoe CAS wordt gebruikt door intelligence specialisten en welke organisationele processen en mechanismen dit gebruik be?nvloeden. De Nederlandse Politie kan deze inzichten gebruiken om het huidige CAS gebruik te evalueren en om te bepalen wat zou moeten worden aangepast in de politieorganisatie om het gebruik van CAS waar nodig te veranderen. Daarnaast lijkt de grootste groep van respondenten CAS te zien als een ondersteunend systeem. Zij beschouwen de uitkomsten van CAS niet als een absolute waarheid maar zien het voornamelijk als een middel dat ze kunnen gebruiken om de kwaliteit van hun adviezen te vergroten. Vandaar dat er kan worden gesteld dat d?t misschien ook de toegevoegde waarde van CAS is in het politieproces. De politie kan overwegen of en in hoeverre ze CAS een centraal element willen maken voor de politieregio?s die in de toekomst dit systeem gaan gebruiken, of dat het een ondergeschikt systeem moet worden. Tot slot lijkt het erop dat de transparantie en ?uitlegbaarheid? van het systeem moet/kan worden verbeterd om de intelligence specialisten beter te kunnen helpen bij hun werk. Een dergelijke verbetering zal ook een bijdrage leveren aan de beoordeling van de vertrouwelijkheid en accuraatheid van het systeem.

[slideshare id=106562797&doc=masterthesismartijnwessels12072018-180719080416&type=d]

Argos: Boeven vangen met algoritmes

De politie kan misdaad voorspellen. Meer dan de helft van basiseenheden van de politie werkt al met?Predictive Policing. Volgend jaar moeten alle politie-eenheden ermee gaan werken.Het Criminaliteits Informatie Systeem, Het Cas, maakt gebruik van de kracht van Big Data. Met behulp van politiegegevens, CBS-gegevens, cijfers van aangiftes enzovoort, kan bijvoorbeeld worden voorspeld in welke buurt morgen de kans op woninginbraken het grootst is. Het geeft de politie de mogelijkheid op te treden nog voordat er een misdaad is gepleegd. Maar wat voorspelt CAS eigenlijk? Wie controleert of de ingevoerde data kloppen? Kunnen algoritmes ook discrimineren?

Een Radio programma met Dick Willems van de politie geeft uitleg over de werking van CAS dat al bij 110 van de 168 politieteams wordt gebruikt en in 2018 in alle politieteams om effici?nter te werken en politie inzet niet op buikgevoel te sturen.? En met Selmar Smit van TNO geeft uitleg over hoe kunstmatige intelligentie en machine learning werkt. De Big Brother Awards 2015 komen aan bod waarin de politie een award kreeg en predictive policing aanprees. Ook Marc Schuilenburg, jurist en filosoof aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, geeft commentaar en is kritisch over het middel predictive policing omdat er nog weinig over bewezen is en dat de nadelen momenteel zwaarder wegen dan de voordelen. Algoritmes kunnen volgens hem alles bepalend worden, niet objectief zijn en toch sturend. Predictive policing doet namelijk geen voorspellingen, maar aan extrapoleert volgens hem alleen historische data. Het cre?ert een bias, een tunnelvisie die zich blijft focusseren op een bepaalde groep of gebied door de data in het systeem. Stel dat de politie alleen mensen met een migratie staande houdt, dan zal het systeem zich daarop trainen. De bias van de mens, en dit geval heel veel politiemensen, sluipt op die manier in het systeem. In Amerika blijkt al dat donkere amerikanen die wiet roken tien keer meer gearresteerd worden dan blanken die evenveel wiet roken. Dit is een vorm van etnisch profileren die in de algoritmen kan sluipen als dit de enige basis vormt voor predictive policing. Een ander risico is dat de politie zich kan gaan focusseren op gedragingen die op zichzelf nietszeggend zijn, zogenaamde zwakke signalen. Het gaat hier om correlaties en combinaties van gedragingen die statistisch gezien tot crimineel handelen kan leiden. Politie handelt in dat geval als een soort psychiater en niet meer alleen op redelijke gronden van schuld, maar leggen een verhaal vast. Het idee van predictive policing is volgens hem om in een steeds vroegtijdelijker stadium met voorbereidende handelingen al in gaat grijpen, bijvoorbeeld in het geval van terrorisme. Er is momenteel in Amerika, maar ook in Nederland, te weinig controle op welke data er in de systemen wordt meegewogen om tot statistische voorspellingen te komen. Het kan leiden tot een totaal andere manier van functioneren van de politie dan we de afgelopen 300 jaar gewend zijn geweest en deze discussie wordt volgens Schuilenburg onvoldoende tot niet gevoerd.

Gasten in de Argos studio zijn Rutger Rienks is data-analist, eerder ook bij de politie, en schreef in 2015 een boek over?predictive policing. En Bart van der Sloot is onderzoeker op de Tilburg University, op het gebied van big data en privacy. Ook schreef hij mee aan een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over big data-gebruik bij de overheid. Volgens Bart van der Sloot is de politie de enige die zegt dat predictive policing in Nederland werkt, een soort “WC Eend adviseert WC Eend”, terwijl het maar sterk de vraag is of het werkt. EEn expliciete juridische basis ontbreekt bovendien volgens hem of is onvoldoende. Rutger geeft aan dat algoritmen beter zouden kunnen zijn. Hij ziet dat de bias verminderd kan worden door schaalgrootte: hoe meer data je gebruikt van meer mensen, hoe stabieler je een uitspraak kan doen omdat de individuele menselijke bias minder zal zwaar zal meewegen. Niemand wil een Big Brother die elk individu 24/7 in de gaten houdt. Maar geen politie wil ook niemand. Het waarnemingsvermogen van politie wordt steeds beter, denk aan extra camera’s op de weg, krijgt een steeds betere informatiepositie (big data en hierover kunnen redeneren) en kan steeds meer en beter met ketenpartners en publiek private partners ingrijpen. De politie krijgt momenteel nieuwe middelen, maar Bart van der Sloot vindt dat problematisch als die middelen niet werken en meer nadelen dan voordelen kennen. De politie is nu al bezig met Smart Cities in samenwerking met bedrijfsleven. Mandarijnengeur spuiten in de straat om geweld te voorkomen, onbewuste manipulatie van burgers om veiligheid te verbeteren. De overheid tast hier volgens hem de autonomie van burgers hiermee aan. Al deze experimenten vinden op dit moment plaats in een wettelijk niemandsland. De WRR pleit in haar rapport voor meer controle achteraf, maar ook tussentijds door bijvoorbeeld een autoriteit bescherming persoonsgegevens.

Bronnen: Argos

Onderzoek van de Politieacademie naar Predictive Policing: lessen voor de toekomst
[slideshare id=73217737&doc=predictivepolicing-lessenvoordetoekomst-170316163022&type=d]
Publicatie van Rutger Rienks “Predictive policing – kansen voor een veiligere toekomst”
[slideshare id=46552302&doc=predictivepolicing-kansenvooreenveiligeretoekomst-150401143504-conversion-gate01&type=d]

Publicatie van TNO over de volgende stap na predictive policing: prescriptive policing
[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]

Publicatie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over Big Data gebruik bij de overheid
[slideshare id=61479991&doc=bigdataineenvrijeenveiligesamenleving-160428204125&type=d]

Predictive Policing: Glad ijs of gouden kans voor de Nationale Politie?

Glad ijs of gouden kans voor de Nationale Politie? Publieke waarden binnen de inzet van predictive policing in Nederland

Predictive policing is een ontwikkeling die sterk in opkomst is binnen politieland, zowel in het buitenland als in Nederland. Deze technologische innovatie maakt het mogelijk om aan de hand van allerlei data crimineel gedrag te voorspellen waarmee de politie in toenemende mate proactief kan optreden in plaats van alleen reactief. De groeiende gegevensverzameling die hiermee gepaard gaat, impliceert een potenti?le inbreuk op de levenssfeer van burgers en kan daarmee een behoorlijke impact hebben op de maatschappij. Hoe die impact eruit gaat zien, is vooralsnog onbekend. De vraag rijst in hoeverre er met deze ontwikkeling rekening wordt gehouden met publieke waarden als respect voor privacy en gelijkheid. Het is daarom van belang om predictive policing nader onder de loep te nemen.

Dit onderzoek richt zich op de ontwikkeling van predictive policing in Nederland door te kijken naar de publieke waarden die een rol spelen hierbinnen. Daarbij is gekeken naar hoe de Nationale Politie predictive policing als concept benadert (beleidsmatige kant) en hoe het in de praktijk als instrument wordt ingezet. Als casestudy is daarom gekeken naar het Criminaliteits Anticipatie Systeem, een predictive policing systeem dat sinds een aantal jaren wordt gebruikt door de Nationale Politie. Vervolgens is de verhouding onderzocht tussen de publieke waarden die een rol bleken te spelen aan de hand van het Competing Values Framework van Talbot (Talbot, 2008). Door de ge?dentificeerde publieke waarden te plotten op dit model, worden bepaalde spanningen zichtbaar die bij ICT-ontwikkelingen binnen de overheid kunnen ontstaan tussen bepaalde waarden. Vervolgens kunnen hier conclusies aan worden verbonden over de balans tussen de vier kwadranten met publieke waarden. Zonder die balans kan er geen sprake zijn van legitimiteit van en vertrouwen van de samenleving in een beleidskeuze of in dit geval het inzetten van predictive policing.

Uit het onderzoek volgt dat er geen balans bestaat binnen predictive policing bij de Nationale Politie, zowel bij hoe de politie het concept benadert als hoe ze het inzet als instrument in de
praktijk. De focus wordt in het geval van de beleidsmatige kant te veel op de waarden effici?ntie, effectiviteit en sociale resultaten gelegd, waardoor andere belangrijk publieke waarden als transparantie, verantwoording en het recht op privacy behoorlijk in de knel komen. Hierdoor ontstaan spanningen waardoor een balans niet mogelijk is. Dit beeld wordt deels bevestigd in de casestudy van het Criminaliteits Anticipatie Systeem waarbij wederom de nadruk voornamelijk wordt gelegd op effici?ntie, effectiviteit en sociale resultaten. De disbalans is echter kleiner hier omdat in de huidige vorm de waarden transparantie en verantwoording nochtans voldoende worden gewaarborgd. Het risico is echter aanwezig dat deze waarden ook in de knel komen wanneer het systeem verder wordt ontwikkeld en daarmee complexer wordt.

Aan de hand van dit onderzoek kan de conclusie worden getrokken dat predictive policing zoals het nu bestaat binnen bij de Nationale Politie niet voldoende legitiem is en daarmee niet het vertrouwen verdient van de maatschappij.

[slideshare id=75524429&doc=predictivepolicing-gladijsofgoudenkansvoordenationalepolitie-170429121136&type=d]

Pre-crime: docu

Science fiction is realiteit geworden in ons moderne strafrechtstelsel. ‘Pre-Crime,’ is een term die voor het eerst werd genoemd in het korte?science fiction verhaal uit 1956 The Minority Report?van Philip K. Dick, waarin hij een toekomst voorzag waarin een gespecialiseerde ‘Pre-Crime’ politie-eenheid in staat is om criminelen te arresteren voordat ze hun overtredingen begaan. Inmiddels is dit gedachtegoed verworden tot een Predictive Policing technologie die?bij de politie in zowel de VS als Europa gebruikt wordt om mensen te identificeren, die waarschijnlijk slachtoffers of daders van een misdaad zijn. In de media zijn veel artikelen te vinden die deze prognosesoftware en de algoritmen erachter als onjuist en willekeurig beschouwen, omdat ze worden gebruikt om informatie te verzamelen, in de gaten te houden en aan te wijzen als “verdacht”. Maar voorspellende software is zo?maar zo goed als de gegevens die erin gaan. Met weinig bewijs over de betrouwbaarheid van de brongegevens of de correctheid van de dataverwerkingstechnieken, zijn missers bijna een gegeven volgens deze documentaire. In het onderzoek dat Matthias Heeder en Monika Hielscher?in deze documentaire doen stellen zij deze?vraag centraal: “Hoeveel vrijheid en menselijk bewustzijn zijn we bereid op te geven aan de beperkte logica van technologie?”

In Pre-Crime reizen de makers van de docu naar Chicago, Londen, Parijs, Berlijn en M?nchen om de gevolgen van deze moderne voorspellende hulpmiddelen te onderzoeken in het hedendaagse gebruik ervan waarmee ze laten zien hoe?”high risk” overtreders worden gemonitord en “verdacht” worden op basis van?weinig bewijs en onbetrouwbare brongegevens.

Zo onderzochten ze de Chicago’s Strategic Subject List (ofwel Heat List) die gebruik maakt van een algoritme van?professor Miles Wernick van het Illinois Institute of Technology, die erop gericht is te voorspellen wie het meest waarschijnlijk zal overgaan op?gewelddadig geweld of iemand iets zal aandoen. Het algoritme maakt?scores per persoon op basis van arrestaties, betrokkenheid bij schietpartijen, lidmaatschap van bendes en andere variabelen.

“Er is een wereldwijde beweging van jonge wetenschappers die algoritmische aansprakelijkheid vereisen, wat betekent dat je de zwarte doos moet openen en transparant maken.” vertelt Matthias Heeder uit Hamburg, Duitsland “Hetzelfde geldt voor de politie – zij moeten verantwoordelijk worden gesteld voor wat ze doen. Dat is de basis boodschap van deze film.”

Maar ze wilden geen film over polarisatiealgoritmen ontwikkelen. In plaats daarvan had het duo een documentaire in gedachten over algoritmes met betrekking tot Big Data analyse en het internet als geheel. “Dit is een zeer complex probleem, en we waren echt bezorgd over hoe het verhaal het beste verteld kon worden, en niet alleen over de politie moest gaan, maar ook over de maatschappij,” zegt Heeder. “Wat we hebben geleerd is dat het een voortdurend veranderende omgeving is – de politieke noodzaak verandert, waardoor beslissers besluiten deze software al dan niet te gebruiken”.


Het PredPol-programma maakt gebruik van drie gegevens om zijn misdaadvoorspellingen te maken. Ze gebruiken “misdaadtype uit het verleden, plaats van het misdrijf en tijdstip van het misdrijf”. Hoewel de software zich richt op criminele hotspots, in plaats van specifieke personen, is de praktijk volgens de documentaire gevaarlijk. “Het idee van de politie is dat als ze weten waar de hotspot is, ze weten dat er een zekere kans bestaat dat er een misdaad gaat plaatsvinden en dat gebied met agenten overspoelen,” legt hij uit. “De politie merkt dat het een verschil maakt in de manier waarop politieagenten naar onschuldige mensen kijken.”

“Welkom in Minority Report”, aldus de documentaire die die in de maand mei 2017 in premi?re is gegaan.

Bronnen: Mubi, Precrime, HotDocs, RealScreen, Vice

 

Predictive policing: lessen voor de toekomst

ppHoorn

?It?s not how many people you catch, it?s how many crimes you prevent.?

Van alle politiestrategie?n mag predictive policing zich misschien wel het meest verheugen in de belangstelling van burgers en professionals. Grofweg tekent die belangstelling zich op twee manieren af. Aan de ene kant zijn daar degenen die vooral veel heil zien in deze nieuwe strategie voor het functioneren van de politie. Zij verwachten (of hopen) dat de politie dankzij predictive policing effectiever en effici?nter criminaliteit zal weten te bestrijden. Met name door te voorkomen dat criminaliteit gepleegd wordt, daarbij niet zelden verwijzend naar de film Minority report uit 2002. Een film waarin een speciale eenheid van de politie, Pre-Crime genaamd, met behulp van helderzienden toekomstige misdadigers arresteert. Het zal de lezer niet verbazen dat deze hoopvolle verwachting binnen de politie op veel bijval kan rekenen.

Aan de andere kant van het spectrum staan mensen die vooral bezorgd zijn over predictive policing. Zij zien deze ontwikkeling als een bedreiging voor de privacy, waarbij afwijkend gedrag maatgevend is, en niet strafbaar gedrag. In combinatie met verruimde bevoegd- heden voor opsporings- en veiligheidsdiensten en allerlei andere technologische ontwikkelingen tekent voor hen het beeld van big brother zich steeds meer af, waarbij iedere burger als een potenti?le verdachte gevolgd wordt door een gedachtepolitie. Voor de burger- rechtenorganisatie Bits of Freedom voldoende reden de politie de Big Brother Award 2015 uit te reiken.

Weliswaar sterk verschillend naar de wijze waarop dit zich uit, tonen beide groepen hiermee hun geloof in de werking van predictive policing. Beide kanten nemen aan dat predictive policing werkt, waarna de aandacht uitgaat naar hoe die uitwerking te beschouwen. Dit verraadt een sterke nadruk op het eerste woord ? predictive ? van deze nieuwe politie- strategie. En vermoedelijk is dit ook de reden voor de grote belangstelling. Al sinds mensenheugenis spreekt voorspellen immers sterk tot de verbeelding. Maar met een voorspelling van criminaliteit alleen zijn we er nog niet.?Sterker, het gaat juist om wat er vervolgens mee gedaan wordt. In onderstaand?rapport benadrukken de auteurs dan ook predictive policing als een nieuw intelligence-initiatief, waarbij het vooral gaat om veranderende werkprocessen. Ze?ontwikkelden hiervoor een procesmodel en onderwierpen vervolgens alle stappen, van data naar resultaat, aan een nader onderzoek. Hoe goed een voorspelling immers ook mag zijn, het resultaat staat of valt met wat er vervolgens mee gedaan wordt.

pp2

Lees of download hier het rapport:

[slideshare id=73217737&doc=predictivepolicing-lessenvoordetoekomst-170316163022&type=d]

Bronnen: Politieacademie

Criminelen vangen met software

pred1

Met behulp van software criminelen op heterdaad betrappen, of voorkomen dat ze toeslaan: het gebeurt allang in Amsterdam. Hoewel er belangrijke gevaren kleven aan de technologie, ziet het ernaar uit dat Predictive Policing de toekomst heeft.

Predictive Policing is het voorspellen van misdaadrisico?s met behulp van software, op grond van grote hoeveelheden data die aan elkaar worden gekoppeld. Ook in Amsterdam gebruikt de politie sinds een jaar Predictive Policing, het Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS). Groningen, Enschede en Hoorn volgen dit jaar. Wat zijn de voordelen van dit systeem en wat kunnen we er in de toekomst van verwachten? We vroegen het aan Arnout de Vries van TNO.

Waar gebruikt de Amsterdamse politie Predictive Policing voor?

?Om ?eenvoudige?, maar veel voorkomende misdaden als inbraak en zakkenrollen te voorkomen.?

Wat betekent CAS voor het werk van een politieagent?

?De agenten gaan nog steeds op pad, maar gerichter. Het systeem geeft aan waar en wanneer het risico op een misdaad groot is, maar schrijft niet voor wat de agenten moeten doen. Ga je er bijvoorbeeld naartoe, of hang je camera?s op? De leidinggevende bepaalt altijd al waar de agenten naartoe gaan. Die beslissing is nu deels gebaseerd op de risicobepaling van CAS.?

Werkt het systeem goed?

?De ervaringen in Amsterdam zijn positief, maar wetenschappelijk onderbouwde resultaten zijn er nog niet. We weten dus niet met welk percentage de misdaad is gedaald door dit systeem.?

Welke data gebruikt de politie bij predictive policing?

?Ze gebruiken de misdaadgegevens van de politie zelf, in combinatie met andere data. Denk aan de evenementenkalender of de weersvoorspelling. Is het druk in de binnenstad? Doen mensen hun ramen open? Ook de woonplaats van veelplegers wordt erin meegenomen, want binnen een straal van twee kilometer rondom hun woning is de kans groot dat er iets gebeurt. CAS gebruikt nu al meer dan honderd soorten data.?

Hoe meer data ze gebruiken, des te beter de voorspelling?

?Dat is maar de vraag. Je zou bijvoorbeeld social media kunnen gebruiken om de meest actuele gegevens in je rekenmodel te stoppen. Bij TNO denken we echter, dat het gebruik van nog meer gegevens op een zeker moment alleen zorgt voor optimalisatie in de marge. De opbrengst wordt steeds kleiner. Er bestaat bovendien een risico dat de politie zelf het zicht verliest op het model: hoe meer data je gebruikt, des te complexer worden de berekeningen. Willen we een situatie, waarin de politie zelf geen idee meer heeft waarom het systeem een locatie als risicovol aanwijst??

CAS richt zich vooral op inbraken en zakkenrollen. Komt er een uitbreiding naar andere criminaliteit?

?Zo?n uitbreiding kan zeker, maar is complex en vereist dat je fors inzet op data science. Het is de vraag of de politie hiervoor het geld en de expertise heeft.?

Werkt Predictive Policing altijd beter dan de intu?tie van een agent?

?De software bevat het collectieve geheugen van de politie, dat is meer dan het individu kan onthouden. Maar er kleven ook risico?s aan het gebruik van wiskundige modellen. Zo kan er een tunnelvisie ontstaan, doordat de software zich baseert op data uit het verleden. Als het systeem agenten een wijk in stuurt, zullen deze in veel gevallen wel wat vinden. Als het systeem vervolgens redeneert dat het risico in die wijk groter is dan elders, stuurt het de agenten er nogmaals heen. Zo kan onterecht het idee ontstaan dat die wijk crimineler is dan andere wijken. Die versterkende redeneringsloop kun je onder andere doorbreken door agenten af en toe willekeurig een wijk in te sturen.?

Critici van predictive policing zijn bang dat onterecht mensen op worden gepakt. Is die angst terecht?

?Een veel gebruikt voorbeeld is dat iemand ten onrechte wordt aangehouden, omdat hij ?s nachts toevallig met een schroevendraaier rondloopt over straat. Ook ?racial profiling? kan het systeem insluipen: mechanismen, waardoor mensen met een etnische achtergrond vaker worden aangehouden. Stel, bijvoorbeeld, dat de eerder genoemde wijk toevallig erg multicultureel is. Je moet je bewust zijn van de data het systeem ingaan en welke juist ontbreken. Eigenlijk zou een onafhankelijke ethische ICT-commissie het systeem moeten toetsen.?

Prescriptive policing zou de volgende stap kunnen zijn. Wat houdt dat in?

?Predictive Policing zegt alleen op welk moment er mogelijk iets gaat gebeuren. Prescriptive Policing voorspelt welke maatregel het meest effectief is gebleken om het te voorkomen. Het politiesysteem bevat een schat aan gegevens die nu onbenut blijft. Met smartphones kun je bijvoorbeeld meten waar agenten geweest zijn en deels ook wat ze gedaan hebben. Welk effect heeft dat gehad??

Is de politie hier klaar voor?

De Nederlandse politieleiding stuurt nu juist erg aan op professionele vrijheid van de agenten. Als die vrijheid wordt ingeperkt door software, zal dat lastig te accepteren zijn. Bovendien is er een enorme allergie voor cijfers: een kopje koffie drinken in een buurthuis is moeilijk in cijfers uit te drukken, toch kan het enorm nuttig zijn. Het is heel belangrijk dat agenten en leidinggevenden de toegevoegde waarde van het systeem zelf gaan ervaren. Die mindset is nog belangrijker dan de dataset.?

Is het nog een optie om deze technologie?n links te laten liggen?

?Gezien de effici?ntie van de bedrijfsvoering ligt het voor de hand om toch op predictive en prescriptive policing in te zetten. De politie weet momenteel niet wat allerlei interventies opleveren. Zowel de politiek als de samenleving verwacht dat resultaten aantoonbaar gehaald zijn. En de politie moet steeds meer doen met minder. Deze technologie stelt je daartoe in staat. Wat ook sterk meespeelt, is dat het bedrijfsleven deze systemen wel heel snel accepteert. De beveiliging van steeds meer openbare ruimten, zoals voetbalstadions, bedrijventerreinen en pompstations, raakt geprivatiseerd. Dat kan ertoe leiden dat de politie straks wordt verdrongen door technieken die veel effectiever werken.?

knightscope

Tien mythen over predictive policing

  1. Crimineel gedrag is niet te voorspellen

Criminelen zijn vaak net zulke gewoontedieren als andere mensen. Na een succesvolle woninginbraak zijn ze bijvoorbeeld geneigd het in een vergelijkbare woning in dezelfde omgeving nog eens te proberen. Dergelijke patronen maken woninginbraak redelijk voorspelbaar. ?

  1. Robots zullen agenten vervangen

Predictive policing maakt gebruik van algoritmes om agenten te helpen misdaden te voorkomen. De agenten worden niet vervangen door machines, hoewel hun rol kan veranderen.

  1. Met predictive policing maken boeven geen kans meer

Het algoritme van Predictive Policing wijst plaatsen aan op de kaart: hier is de kans op een misdaad hoog. Welke actie de politie vervolgens het best kan ondernemen, is vaak minder duidelijk. Nieuwe analyses van veel cases (big data) kunnen inzicht geven in de effectiviteit van verschillende maatregelen, want boeven blijven creatief.

  1. Voor een goede voorspelling zijn data nodig van iedereen

De politie analyseert al jarenlang processen verbaal om inzicht te krijgen in misdaadnetwerken. Predictive Policing doet dit ook, maar koppelt meer gegevens in tijd en plaats. Het is niet nodig gebleken om van alle burgers data te verzamelen om te voorspellen op welke plaatsen het risico op een misdaad groot is.

  1. Predictive Policing is een gedachtenpolitie die je oppakt voordat je iets doet.

Met Predictive Policing wil de politie misdrijven voorkomen door op tijd actie te ondernemen. Dat wil niet automatisch zeggen dat onschuldige burgers worden opgepakt voordat ze iets hebben gedaan. Wel is het belangrijk dat Predictive Policing zich baseert op data die onbevooroordeeld en controleerbaar zijn.

  1. Predictive Policing helpt misdaad de maatschappij uit

Predictive Policing biedt geen oplossing voor alle soorten misdaad. Risico?s, veiligheid en politiewerk zijn niet volledig uit te drukken in cijfers, waardoor computermodellen soms tekortschieten. De menselijke benadering van de agent blijft belangrijk en misdaad zal altijd blijven bestaan.

  1. Gezond verstand van de wijkagent is altijd beter dan een stukje software

?Gezond verstand? bevat vaak meer vooroordelen dan software gebaseerd op objectieve statistische modellen. Het is wel belangrijk dat de modellen zelf niet onbedoeld bevooroordeeld ?zijn. Predictive Policing werkt ter aanvulling van gezond agentenverstand.

  1. Predictive Policing is oude wijn in nieuwe zakken

Vroeger gebruikte de politie prikborden met een regiokaart om de criminele ?hotspots? aan te geven, uitgaande van misdaadcijfers uit het verleden. Predictive Policing doet hetzelfde, maar op digitale kaarten die de toekomst tonen. Er worden ook veel meer gegevens aan elkaar gekoppeld. Het is dus eerder nieuwe wijn in oude zakken.

  1. Predictive Policing is plug & play

Predictive Policing lijkt zo simpel: je haalt de criminaliteitsgegevens door een computer en

er rolt een kaart met rode vakjes uit. Organisatorisch vereist de toepassing echter een cultuurverandering. De agenten moeten hun denk- en werkwijze aanpassen.

  1. Agenten laten zich niet sturen door een algoritme

Wanneer agenten zelf ervaren dat Predictive Policing een meerwaarde heeft, zullen ze de technologie eerder accepteren.

Eerder verschenen op TNO Time online?

Big Data in een vrije en veilige samenleving

WRR Big Data

Big Data-toepassingen bieden vele kansen voor opsporing en surveillance. Ze maken snelle en precieze reconstructies van misdaden mogelijk, evenals gerichte inspecties en het realtime volgen van ontwikkelingen bij crisissituaties. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe risico?s voor burgers, op het gebied van privacy, discriminatie en de vrije meningsuiting. Aan de horizon dreigt (semi-)automatische besluitvorming, waarbij de uitkomsten van data-analyses sturend zijn voor het handelen van veiligheidsorganisaties.

De WRR analyseert in dit rapport hoe de Nederlandse overheid Big Data kan gebruiken en richt zich daarbij specifiek op het veiligheidsdomein. Big Data kan volgens de raad uitsluitend vruchten afwerpen als de huidige wet-en regelgeving wordt versterkt om fundamentele rechten en vrijheden te waarborgen. Hiertoe moet de aandacht worden verlegd van het reguleren van het verzamelen van data ? het zwaartepunt in de huidige juridische kaders ? naar de regulering van en het toezicht op de fases van de analyse en het gebruik van Big Data. Voor de vrijheid en de veiligheid van de burgers doen zich in deze twee fasen van Big Data-processen de grootste kansen ?n de grootste risico?s voor.

[slideshare id=61479991&doc=bigdataineenvrijeenveiligesamenleving-160428204125&type=d]
[slideshare id=61480471&doc=factsheetaanbevelingenr95-160428205914&type=d]

Download de complete publicatie als pdf bestand

Download de samenvatting als pdf bestand

Bronnen: WRR