SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Technologische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat er steeds meer sensoren en data beschikbaar komen. Slimme, voorspellende algoritmes kunnen deze data gebruiken om op de spoedvraag te anticiperen en zo een belangrijke bijdrage leveren aan het noodhulpproces.
Dat blijkt uit onderzoek naar hoe het gebruik van live data kan leiden tot specifiekere voorspellingen van de spoedvraag. In samenwerking met het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Landelijke Meldkamer Samenwerking en de hulpverleningsdiensten voerde TNO in het najaar van 2018 dit onderzoek naar het voorspellen van de spoedvraag uit.
Betrouwbaar voorspellen
Het gebruik van (big) data voor het aansturen van het noodhulpproces is niet nieuw. Een voorbeeld hiervan is het Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) dat de politie gebruikt om te voorspellen waar en wanneer misdrijven als straatroof en inbraak plaatsvinden. De voorspellingen van CAS en vergelijkbare systemen zijn grotendeels gebaseerd op trendanalyses van historische data, zoals het aantal incidenten in het verleden en demografische factoren. De voorspellingen geven informatie over de kans dat een bepaald type incident zal plaatsvinden gegeven de locatie en datum. Deze voorspellingen kunnen gebruikt worden bij het plannen van de benodigde inzet of voor het positioneren van eenheden. Maar deze voorspellingen geven alleen een trend aan en houden geen rekening met de huidige situatie. Hierdoor is het meestal niet wenselijk om op basis van deze informatie direct uit te rukken; in veel gevallen zal er namelijk helemaal geen incident plaatsvinden. In dit onderzoek is verkend in hoeverre het gebruik van live data kan helpen om specifieke incidenten te voorspellen met een dusdanige betrouwbaarheid dat het loont om ook direct op de voorspellingen te acteren.
Challenge in de meldkamer
Dit onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een challenge. In samenwerking met de meldkamer Rotterdam heeft een team van onderzoekers van TNO in één week een prototype algoritme gebouwd dat op basis van historische en live data specifieke incidenten in het gebied Rotterdam-Rijnmond kan voorspellen. Het algoritme gebruik hiervoor onder andere meldingen uit het Generieke Meldkamer Systeem, weersvoorspellingen en evenementen kalenders. Tijdens de challenge zijn drie type meldingen uitgewerkt: openbare schennispleging, wateroverlast en liftopsluiting. Deze drie soorten zijn gekozen op basis van het aantal relevante meldingen in de dataset en de verwachte voorspelbaarheid van het type incident gegeven de bronnen die op dat moment beschikbaar waren. Met de huidige dataset bleek de liftopsluiting het beste te voorspellen, voor de andere twee type incidenten maakte het gebruik van live data geen significant verschil ten opzichte van standaard trendanalyses.
Conclusies
De resultaten van de challenge tonen aan dat de betrouwbaarheid van de voorspelling (de kans dat een incident ook echt plaatsvindt op de voorspelde plaats en tijd) erg verschilt per type incident. De meldkamer beschikt op dit moment vooral over databronnen die informatie bevatten over openbare fenomenen zoals weer en drukte; hierdoor zullen op korte termijn de incidenten die sterk met dergelijke factoren samenhangen het beste te voorspellen zijn. Het onderzoek toonde aan dat wanneer het algoritme een incident voorspelde dit in 30% van de gevallen juist was. Of deze en mate van betrouwbaarheid voldoende is om proactief op te treden is aan de hulpdiensten om te bepalen.
Gerichte experimenten kunnen meer inzicht bieden in de toegevoegde waarde van verschillende databronnen en de te verwachte betrouwbaarheid van voorspellingen voor deze specifieke incident types. Om de precisie van de voorspellingen in het algemeen te verbeteren moeten vervolgstappen zich richten op het aanvullen van voorspellingen met data van slimme sensoren zoals camera’s met automatische beeld- en geluidsanalyses.
Er blijft sprake van een continue schaal waarop de spoedvraag voorspeld kan worden: aan de ene kant is de precisie van de voorspelling hoog, maar is er weinig tijdswinst, aan de andere kant is voorspelling onbetrouwbaarder maar is er nog veel tijd om te reageren. Per type incident moet worden bepaald waar op dit spectrum de kosten, zowel in privacy als in geld, in balans zijn met de baten.
Sociale media raken steeds meer vervuild door verlakkerij
Zanger Dotan is niet de enige die het spookaccount heeft ontdekt als middel om zichzelf te promoten. Van boze exen tot grote bedrijven en de Russen: steeds vaker duiken trollen, nepaccounts en sokpoppen op. De bot is big business. ?Straks kan niemand meer zien wat echt is of nep.?
Door: Silvan Schoonhoven
Dotan maakt zichzelf tot held met een zielig verhaal over een doodzieke fan. Partij Denk bestreed PvdA?ers in online-discussies. En China maakt critici van de Communistische Partij online het leven zuur. Artiesten, lobbygroepen, politici, tech-reuzen en regeringen: allemaal zetten ze nepaccounts in. Je denkt dat je op Facebook of Twitter wordt aangesproken door een mens van vlees en bloed, maar in werkelijkheid is het een marionet waarbij een of andere onzichtbare poppenspeler aan de touwtjes trekt. Steeds vaker is zelfs dat niet het geval en praat je nietsvermoedend met een slim computerprogramma.
Pesten
?Het fenomeen neemt toe en de techniek schrijdt voort?, zegt Arnout de Vries. Voor TNO, politie en veiligheidsdiensten onderzoekt hij het verschijnsel. Volgende maand vliegt hij naar een grote politieconferentie in Londen over dit onderwerp. Daar gaat het bijvoorbeeld over ?trollen?, het onder een vals account treiteren, uitlokken of negatief be?nvloeden van discussies. ?Trollen begint met pesten, maar kan eindigen in intimideren, stalken of zelfs tot zelfmoord drijven. Als het de veiligheid schaadt, komt het als verschijnsel in beeld bij de politie of de diensten.?
De drempel om een nepaccount in te zetten is laag. Wie heeft er niet ooit een e-mailadres aangemaakt met een andere naam? Zelf een vals account aanmaken op Facebook of Twitter doe je ook in een handomdraai. Je kiest een veelvoorkomende naam, rooft een portret van internet en klaar is je handpop. Die zet je in als juichaapje voor je eigen zaak of om bagger uit te gieten over een tegenstander.
Zanger Dotan maakte gebruik van een ?trollenleger?.
Sociale media raken steeds meer vervuild met dit soort nepperij. Naar schatting tien procent van Facebook is vals. Honderdduizenden Twitter-accounts zijn van niet-bestaande mensen. Af en toe houdt een platform grote schoonmaak. ?Dan heeft Miley Cyrus opeens weer een paar duizend volgers minder?, zegt De Vries. Maar dat groeit wel weer aan. Twitter-directeur Jack Dorsey beklaagde zich er deze maand over hoe fictieve accounts zijn berichtendienst misbruiken. Hij wil weer een gewoon gezond debat met echte mensen, maar heeft geen idee hoe de klok terug te draaien.
Deze week kwam Dotan in opspraak, vorig jaar viel de partij van Kuzu en ?zt?rk door de mand. Denk viel met zo?n twintig nepaccounts de PvdA?ers Marcouch en Asscher lastig. ?De affaire met Denk was maar klein?, zegt De Vries. ?Maar een politieke partij met een groot budget kan helemaal losgaan. Die kan data inkopen van mensen om hen vervolgens te be?nvloeden met bots. Bij Denk heb ik me erover verbaasd dat er geen enkele instantie is die hier toezicht op houdt.?
Legaal
Het is ook lastig om dit soort sokpopperij aan te pakken. Zolang je niet dreigt, is het legaal om op internet onder een andere naam je mening te ventileren. Trollen kunnen hun gang gaan. Het hek lijkt daarmee van de dam.
Denk en Dotan zijn nog maar kinderspel in vergelijking met hoe grote bedrijven of landen het aanpakken. Die sturen hele legers van spookaccounts aan. In Rusland staan trollenfabrieken waar het personeel onafgebroken nepnieuws produceert.
Algoritme
Een stap professioneler zijn de geautomatiseerde nepaccounts, die op nog grotere schaal invloed uitoefenen. Het wordt steeds moeilijker om te zien of je aan het chatten bent met een echt mens of met een algoritme. De Vries: ?De techniek gaat verder. Ze zeggen dat 2018 het jaar wordt van de ?social bot?. Straks genereert een computer niet-bestaande namen bij kunstmatig aangemaakte portretfoto?s. Accounts worden dan aangedreven door kunstmatige intelligentie. Je kunt een bot maken die praat als Trump en nieuwe Trump-uitspraken doet op basis van wat hij eerder heeft gezegd.?
De partij van ?zt?rk, Denk, gebruikte nep-accounts
Facebook en Google zetten ook zwaar in op social bots, nu nog met tekst, straks met spraak. ?Die brengen jou een reisje of nieuwe schoenen onder de aandacht als dat bij jouw profiel past. Iedereen vindt het wel handig om met een social bot te kletsen. Onder kinderen is het enorm populair aan het worden. Opeens kunnen ze chatten met minions, die precies praten zoals in de film. En die producten aanbieden: ?Heb je al aan papa en mama verteld dat er een nieuwe Minion-film uitkomt?? Maar het is ook bekend dat Chinese kinderen hun diepste geheimen toevertrouwen aan dit soort bots. Dat is ideaal voor inlichtingendiensten.?
Een remedie is niet voorhanden. Het enige wapen tegen het nepaccount is om consumenten in te prenten dat op internet niet alles echt is. Maar het is de vraag of die boodschap ooit aankomt.
?Straks kan niemand meer zien wat echt is of nep?
?We gaan naar het kantelpunt toe waar we vrijwel geen onderscheid meer kunnen maken tussen echt of nep. Veel marketingafdelingen van bedrijven vinden dat alleen maar fijn en ik denk dat burgers het ook wel best vinden. Het is toch leuk om met Justin Bieber te kunnen praten? Je weet dat hij het niet zelf is, maar toch hoor ik daar niemand over zeuren.?
Het tweede seizoen van tv-programma Hunted gaat maandag 6 november van start, bij AvroTros op NPO3. In dit programma proberen veertien deelnemers, de ?voortvluchtigen?, 21 dagen lang uit handen te blijven van een team van professionele opsporingsexperts. Deze ?hunters? worden dit seizoen ondersteund door QUIN, een voorspelmodel voor voortvluchtigen ontwikkeld door TNO.
QUIN ? een afkorting van Question & Investigate ? is het geesteskind van Selmar Smit, onderzoeker artificial intelligence. De software is in samenwerking met de Nationale Politie ontwikkeld met als doel de leeslast voor analisten in liquidatiezaken te verkleinen. ?We hebben de naam QUIN niet voor niets gekozen. De software is vergelijkbaar met het personage Mr. Quin uit de Agatha Christie-boeken, een mystiek individu dat komt en gaat en de hoofdinspecteur in het oor fluistert ?heb je daar wel aan gedacht?? Onze QUIN is een systeem dat gebaseerd is op het feit dat je een misdaad maar op een aantal manieren kunt begaan. Elke misdaad lijkt op een andere misdaad. Dat maakt dat je kunt inschatten wat een verdachte mogelijk gaat doen. QUIN kan analisten helpen om beschikbare data te verwerken en volgende stappen van verdachten te voorspellen?, legt Smit uit.
Hoe werkt het?
Op basis van gegevens die bekend zijn van een huidige casus en dezelfde informatie van oude zaken, kan QUIN voorspellingen doen. Denk aan persoonsgegevens, aan de casus gerelateerde gebeurtenissen zoals tijdstippen, locaties en vervoersmiddelen, en woonplaatsen van familie en vrienden. Smit: ?QUIN berekent de afstanden tussen twee casussen, het model vergelijkt verschillende zaken die op elkaar lijken. En kan aan de hand daarvan voorspellingen doen over waar een verdachte zich bevindt of zal gaan slapen. QUIN kan bijvoorbeeld uitspraken doen over of een verdachte waarschijnlijk in een hotel, bij vrienden of ergens anders zal gaan slapen en inschatten hoe groot de kans is dat diegene nog op een al bekende plek zit.?
Hunted als validatie
Het valideren van de effectiviteit van de ontwikkelde tool is echter lastig zonder toegang tot gevoelige data van (lopende) onderzoeken. ?En logischerwijs krijg je geen toegang tot politiedata zonder indicatie van de effectiviteit en je wil ook een lopend onderzoek niet verstoren met eventueel foutieve inlichtingen. Deelname aan het programma?Hunted?leek ons dan ook een mooie manier om deze vicieuze cirkel te doorbreken. Er is geen sprake van gevoelige data maar wel (enigszins) realistische scenario?s. We hebben contact opgenomen met de productieleider en gelukkig waren ze enthousiast. We hebben QUIN beschikbaar gesteld aan het opsporingsteam en ik ben zelf als analist aan het team toegevoegd. Het was hartstikke leuk om drie?nhalve week mee te draaien binnen het opsporingsteam. Een mooie ervaring en natuurlijk heel anders dan je normale dagelijkse werkzaamheden?, vertelt Smit.
Goede voorspellingen
Ter voorbereiding zijn alle data van eerdere seizoenen van?Hunted, ook uit het buitenland, verzameld en ingevoerd in QUIN om zo te zien hoe deze voortvluchtigen ? het zijn natuurlijk geen echte voortvluchtigen ? zich gedragen. Bovendien is voor het programma een gelikte interface gebouwd. ?Tijdens de opnames van het nieuwe seizoen hebben we gezien dat QUIN een aantal keer goede voorspellingen heeft gedaan. De tool lijkt dus echt te werken!?, aldus Smit.
Het ontwikkelen van QUIN is natuurlijk een team effort geweest. ?Ik ben zichtbaar op tv, maar er staat een heel team achter me dat QUIN heeft ontwikkeld en gebouwd.?
Pilot
De politie heeft interesse in verdere samenwerking, mogelijk wordt er binnenkort een pilot met QUIN uitgevoerd. ?Met software als QUIN kunnen we de politie helpen te doen waar ze goed in zijn: boeven vangen. Deze tool is bovendien mogelijk ook interessant voor andere veiligheidsorganisaties en -diensten?, benadrukt Smit.
?Het werk van de veiligheidsdiensten wordt de komende jaren steeds meer gedreven door informatie en technologie?, vult Krishna Taneja, directeur National Security TNO, aan. ?Online en via bijvoorbeeld smartphones en auto?s wordt meer data verzameld dan het menselijk brein kan verwerken en analyseren. TNO probeert hiervoor oplossingen te vinden in nauwe samenwerking met de veiligheidsdiensten en het bedrijfsleven. QUIN is hier een voorbeeld van en blijkt in de testfase ook de stap te kunnen zetten van ruwe data naar voorspellingen. Dit is de opmaat naar een fundamenteel andere werkwijze in het veld van data-analyse en predictie.?
?I have a certain friend ? his name is Mr Quin, and he can best be described in terms of catalysis. His presence is a sign that things are going to happen, because when he is there strange revelations come to light, discoveries are made.? Agatha Christie – The Mysterious Mr Quin
Kan de computer misdaad voorspellen? Binnenkort gebruikt de Nederlandse Politie een algoritme om te bepalen waar de kans op een inbraak of overval het grootst is. De politietop is enthousiast, maar experts zetten vraagtekens bij de effectiviteit.
Onderstaand artikel is eerder gepubliceerd in De Ingenieur, tekst van Marc Seijlhouwer.?
Een schimmig zijstraatje in Amsterdam. Hier is het risico op een inbraak het grootst in de hele stad, zo weet de politie. Daarom houden agenten de straat deze avond extra in de gaten. Statistisch gezien is de kans immers aanzienlijk dat hier straks een roof,
inbraak of autokraak gaat plaatsvinden.
De agenten weten dat niet vanwege hun jarenlange ervaring met criminelen en de stad. Nee, een computer heeft hen verteld hoe het allemaal zit. Een algoritme, om precies te zijn, met de naam CAS. Dit Criminaliteits Anticipatie Systeem voorspelt voor elk gebied van 125 bij 125 m hoe groot de kans is dat er iets gebeurt in de komende twee weken. Dit alles op basis van tientallen informatiebronnen: het aantal inbraken of overvallen, de samenstelling van de bevolking aan de hand van CBS-cijfers, de adressen van veelplegers in een buurt en de geografische eigenschappen van een wijk, zoals de afstand tot een snelwegoprit die als makkelijke vluchtroute kan dienen.
Al die gegevensstromen zijn in drie jaar tijd tweewekelijks verzameld en in een zelflerend algoritme gestopt. Het programma ontwaarde patronen in deze informatie en kon op die manier een overzichtelijke kaart maken: risicovakjes zijn rood, andere oranje of geel. Een commandant ziet in ??n oogopslag waar de politie het meest nodig is en kan daar zijn surveillancerooster op baseren.
In theorie werkt CAS voorbeeldig. De voorspellingen zijn nauwkeurig en de agenten kunnen op de kaarten makkelijk zien waar ze heen moeten. Maar de praktijk blijkt weerbarstig. Toch springt de politie, in zijn zoektocht naar hulpmiddelen om effici?nter te werken, er fanatiek op. Is dat verantwoord? En wat zijn de gevolgen voor de maatschappij?
Tachtig datastromen
In mei maakte de Nationale Politie bekend CAS te gaan gebruiken bij 168 politieteams. Daarmee is Nederland het eerste land dat landelijk predictive policing (voorspellend politiewerk) toepast. De boodschap kwam na pilot-programma?s in Amsterdam en vier andere gemeentes (Enschede, Groningen-Noord, Hoefkade en Hoorn). Volgens de politie verliepen deze pilots dus succesvol genoeg om het systeem in te voeren. CAS lijkt inderdaad een handig gereedschap voor de drukke roostermakers die met een beperkte hoeveelheid agenten toch zoveel mogelijk misdaad willen voorkomen. Voordat CAS bestond, gebeurde dat goeddeels op basis van ervaring, rapportages van politieanalisten en het gevoel van de agenten. Subjectieve maatstaven dus. CAS, of breder: voorspellend politiewerk, geeft een schijnbaar objectiever advies. Het is immers gebaseerd op harde cijfers.
Predictive policing begon in 2009 in Los Angeles, toen antropoloog dr. Jeffrey Brantingham als eerste een manier bedacht om data te gebruiken om criminaliteit terug te dringen. Hij ontwierp een simpel algoritme waarin drie datastromen ? het soort misdrijf, de misdrijflocatie en het misdrijfmoment ? samenkwamen en een heat map van de Californische superstad opleverden. Die kaart leek al snel een goede voorspelling te geven en de misdaadcijfers daalden mede dankzij het gebruik van PredPol. Predictive policing was een hit. Bij de Nederlandse Politie ontwierp vervolgens dataminer drs. Dick Willems CAS. Dat was qua opzet een stuk ambitieuzer: niet drie, maar tachtig datastromen gingen in eenzelfde soort algoritme. ?Het is begrijpelijk dat de politieagenten hier snel op springen?, stelt ir. Arnout de Vries, sociaal onderzoeker bij onderzoeksorganisatie TNO. Hij kijkt al een aantal jaar naar de mogelijkheden en risico?s van predictive policing. ?Het geeft houvast bij een onzekere kant van het?werk. En het kan volgens onderzoeken in theorie enorm helpen.? Volgens CAS-ontwerper Willems, die een artikel over ?zijn? algoritme schreef in het Tijdschrift voor de Politie, kan 40 % van de inbraken en 60 % van de straatroven worden voorspeld. Dat betekent dat dergelijke misdrijven plaatsvonden in of nabij de voorspelde hokjes op de CAS-kaarten. Als al die misdrijven daarmee ook voorkomen kunnen worden, is dat natuurlijk enorme winst voor de veiligheid in de buurt.
Voorbeeld van een heat map. Vierkantjes van 125 bij 125 m krijgen een kleur, afhankelijk van de kans dat er een inbraak of roof plaatsvindt. Vervolgens kan de politie bijvoorbeeld meer surveilleren of een extra lantaarnpaal laten plaatsen om het risico te verkleinen.
Meer is niet beter
Toch is predictive policing niet alleen maar rozengeur en maneschijn. De eerste onderzoeken naar het gebruik van CAS, gedaan nadat de pilot ten einde kwam, laten zien dat het effect beperkt is. Dat wil zeggen: de pakkans bij inbraken en roof is vergroot, maar het is moeilijk om te bepalen of dat door CAS komt of doordat er meer agenten zijn ingezet om dergelijke misdrijven aan te pakken. Dat laatste gebeurde de afgelopen jaren namelijk ook, vanwege een wens uit de politiek.
Een onderzoek van de Politieacademie liet verder zien dat de interpretatie van de CAS-kaart problemen oplevert. ?De interpretatie van de kaart ging regelmatig mis, doordat de mensen die dat moeten doen te weinig kennis hebben?, vertelt dr.ir. Marielle den Hengst-Bruggeling, voormalig lector bij de Politieacademie, auteur van het rapport over CAS en universitair docent aan de TU Delft. Het onderzoek laat zien hoe ingewikkeld data-interpretatie kan zijn. ?Als agenten daar niet voor hebben geleerd, kan het effect van een algoritme kleiner zijn. We ontdekten dat de voorspellingen van CAS goed en betrouwbaar waren. Maar het omzetten van een voorspelling in een actie bleek lastig.? Daarnaast waren de reacties op de kaarten vanuit de politieleiding niet altijd adequaat. ?De meest voorkomende reactie was ?meer agenten inzetten op een plek?. Maar dat is lang niet altijd de beste optie. Als er een lantaarnpaal stuk is, werkt een monteur sturen beter om de locatie veiliger te maken.? Het academieonderzoek was voornamelijk kwalitatief; Den Hengst-Bruggeling en collega?s spraken met agenten en leidinggevenden en met de makers van CAS. Zo ontdekten ze wat er goed ging en wat niet. ?Maar harde cijfers hebben we niet, want het is lastig te onderzoeken.?
Bij PredPol lijken de resultaten wel hoopgevend. Bedenker Brantingham deed een onderzoek naar zijn eigen systeem, waarbij hij wijken die m?t PredPol waren geanalyseerd vergeleek met soortgelijke wijken (qua misdaadcijfers) zonder PredPol. En daaruit bleek dat PredPol werkt: het is twee keer zo goed in het voorspellen van misdrijflocaties als ervaren misdaadanalisten en het vermindert de hoeveelheid criminaliteit met 7 procent.
Dat zijn opmerkelijke cijfers, die echter ook meteen controversieel werden. Brantinghams onderzoeksmethodologie rammelde; de criteria?voor misdaaddaling waren bijvoorbeeld nogal los en het was niet altijd duidelijk of een daling aan de voorspellingen van PredPol lag of aan andere zaken.
Een onafhankelijk onderzoek naar PredPol of andere in de praktijk gebruikte voorspellingssystemen is er niet. Het dichtst in de buurt komt een Amerikaans onderzoek van de denktank The?RAND Corporation. Die paste een zelfontworpen model toe op het stadje Shreveport in Louisiana en vond niet significant minder misdaad dan in controlewijken. RAND ontkrachtte ook claims van de stad Chicago. Die stad gebruikte een ?voorspellingslijst? van mensen die vermoedelijk binnenkort een misdaad zouden begaan. Volgens Chicago had die lijst effect, RAND ontdekte dat dit effect niet significant was.
Of het systeem in Nederland werkt, is nog moeilijker te zeggen; gedegen statistisch onderzoek naar het effect begint nu langzaam te komen, maar is nog lang niet voltooid. De Vries van TNO: ?We werken voor de evaluatie van CAS aan een kwantitatieve analyse die ons wat meer houvast geeft. Het onderzoek in Nederland is tot nu toe voornamelijk kwalitatief.?
Overigens bleek ook uit die kwalitatieve analyse van de Politieacademie geen significant verschil tussen criminaliteit zonder CAS en met. Bij het Nederlandse onderzoek vergeleek men de cijfers van een jaar voordat CAS begon met het jaar met CAS. ?Vergelijken blijft lastig, maar onze bevindingen geven wel een indicatie dat het ergens mis gaat met de voorspellingen?, zegt Den Hengst-Bruggeling. ?We weten dat de voorspelling zelf goed is, dus moet het probleem in de opvolging zitten.?
En ook als we over de bezwaren tegen het positieve onderzoek van Brantingham heen stappen, is dat moeilijk als bewijs voor de effectiviteit van CAS te zien. PredPol is ingezet in de Verenigde Staten, waar de cultuur en manier van werken van de politie totaal anders zijn. Bovendien verschillen de algoritmes behoorlijk. Vooral de veel grotere hoeveelheid datastromen in CAS valt op. ?Misschien zou je denken dat meer data altijd een betere voorspelling oplevert. Maar dat hoeft niet?, zegt de Vries. ?Zoveel data kan de voorspelling ook minder duidelijk maken, of kan ervoor zorgen dat er te veel aandacht wordt gegeven aan de verkeerde data. Meer is niet altijd beter.?
Big Brother Award
De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid kwam vorig jaar met een rapport dat waarschuwde voor de gevolgen van big data in overheidsbeleid. Predictive policing valt daar ook onder en moet volgens de raad dus uiterst voorzichtig worden uitgerold.
Internetprivacyorganisatie Bits of Freedom is ook kritisch over het gedrag van de politie; in 2015 gaf die de politie de Big Brother Award voor grootschalige privacyschending via een hun dataverzameling en -gebruik. Voorlopig is de data van de politie echter niet te gebruiken om individueel gedrag te detecteren. Dat lijkt men ook niet van plan, maar de mogelijkheid bestaat wel als systemen zoals CAS eenmaal gemeengoed zijn.
Zo objectief mogelijk
PredPol liet tijdens het gebruik ook al een risico zien van dit soort data-analyse. In achterbuurten werden vaker misdaden gepleegd, dus focuste het algoritme zich volledig op die buurten. Daardoor ging er meer politie heen, werd er meer misdaad ontdekt, enzovoort. Aangezien in de achterbuurten relatief veel Afro-Amerikanen woonden, zorgde het algoritme in feite voor een raciale ?bias? bij de politiemacht, ook al was etniciteit geen onderdeel van het model. De politie ging immers vaker naar die wijken en arresteerde daardoor vaker Afro-Amerikanen.
Dat probleem zou hier mogelijk nog groter kunnen zijn dan in de VS. Daar werkt het algoritme puur op criminaliteitscijfers, terwijl CAS onder andere CBS-gegevens over inwoners gebruikt, wat de kans op onbedoelde raciale profilering nog groter maakt.
Maar hoe voorkom je dat dan? De Vries: ?Het is lastig, want dit soort vooroordelen zijn niet geprogrammeerd; ze ontstaan uit de statistische regels van het programma. Dat maakt ze niet waar; de tunnelvisie is een soort glitch in de statistiek. Dat kun je voorkomen door ruis in de data te gooien. Normaal vertroebelt dat de analyse, maar met een beetje ruis kun je het algoritme uit zijn tunnelvisie halen en op een ander pad zetten. Zo maak je vooroordelen minder waarschijnlijk.?
Ook moet je kritisch kijken naar de criteria waarmee je een wijk bestempeld als ?risicovol?, zegt De Vries. ?Zit daar iets in dat te maken heeft met vooroordelen? Dat moet je als ontwerper weten voordat je je algoritme gaat gebruiken.?
Daarnaast proberen de ontwerpers van de algoritmes een zo objectief mogelijke maatstaf te nemen. Dat is doorgaans de aangifte die een slachtoffer doet. Die is niet gebaseerd op de aanwezigheid van politie in de wijk en geeft zodoende een eerlijker beeld van de hoeveelheid misdrijven dan een steeds terugkerende agent. Mede door die maatstaf is predictive policing op dit moment alleen te gebruiken voor zogenoemde high impact crimes: misdrijven die mensen raken in hun levenssfeer en veiligheidsgevoel. Van dat soort misdrijven doet men namelijk bijna altijd aangifte, dus geven ze een vrij volledig beeld van de hoeveelheid misdaad in een wijk.
Inbreekbereik
Terwijl de politie zich gereedmaakt om CAS in het hele land te gebruiken, zijn er ook al onderzoekers en politieonderdelen die naar de volgende stap kijken. CAS is namelijk beperkt: het zegt alleen waar iets gaat gebeuren, niet wat je ertegen moet ondernemen. Dat is echter wel mogelijk, denkt TNO. Daar werkt data-onderzoeker dr. Selmar Smit samen met de Vries en andere onderzoekers aan iets wat ze prescriptive policing noemen. Doel van dit onderzoek: een algoritme dat aan de hand van data voorschrijft wat een agent het beste kan doen. ?We willen de agenten helpen om een keuze te maken, zonder dat ze de vrijheid verliezen om zelf een interventie te kiezen?, vertelt De Vries. Dus voorspelt het systeem van een aantal ingrepen hoe effectief ze kunnen zijn. Als er een donker straatje is waar veel overvallen plaatsvinden, is een straatlamp of een beveiligingscamera misschien wel de beste oplossing. Zijn er veel inbraken? Dan kan een andere patrouilleroute een wereld van verschil maken. ?Ons systeem berekent het effect van elke interventie en geeft die informatie aan agenten. Zij kiezen vervolgens wat de beste optie is, aan de hand van het systeem en hun ervaring op straat.?
Het klinkt als een simpel systeem, maar dat is het niet. ?Om zo?n voorspellend algoritme te maken, moet je niet alleen veel data hebben, je moet ook het effect van een interventie meenemen in je berekening?, vertelt Smit. ?Als je dat niet doet, voorspel je alleen de situatie in vergelijking met het scenario waarin de politie niets doet. Maar dat is onrealistisch; de politie zal hoe dan ook altijd proberen in te grijpen. Daarom zijn de huidige algoritmes ook niet altijd toepasbaar.? Zo?n recursief algoritme, waarin je de uitkomst van de berekeningen terugvoert aan het algoritme, is niet makkelijk te maken. ?Met alleen criminaliteitscijfers of bevolkingsdata ben je er nog niet. Dus moet er kennis over mensen, in dit geval over het gedrag van criminelen, in het algoritme worden verwerkt.?
Al vier jaar werken Smit en collega?s aan hun prescriptive policing, en het gaat stapje voor stapje vooruit. ?De belangrijkste vooruitgang zit eigenlijk op het menselijke vlak. We spreken veel met experts, ervaren rechercheurs en agenten die ons vertellen hoe criminelen werken. Die kennis, vaak kwalitatief van aard, probeer ik in het algoritme te stoppen.? Als voorbeeld noemt Smit inbreekgedrag: ?Een crimineel zal niet bij zijn buren inbreken, maar?zal ook niet tientallen kilometers rijden op zoek naar een goede kraak. Zijn ?kraakgebied? is dus relatief goed te voorspellen. De politie weet dat, en wij proberen een maximaal bereik vanaf het huis van een inbreker te bepalen voor in het algoritme.?
Op die manier produceert het prescriptive algoritme niet alleen heat maps, maar ook een lijstje met mogelijke acties voor agenten. Bij elke actie staan ??n tot vijf ?ballen? om de voorspelde effectiviteit aan te geven. ?Daarbij komt dan een korte motivatie vanuit het algoritme.
Die motivatie komt vooral van vergelijkingen met andere wijken waar we al iets over weten. Dan staat er bijvoorbeeld: ?Een camera ophangen in een donkere straat werkte erg goed in deze
vergelijkbare wijk in Almere.? Op die manier weet de agent waar de voorspelling vandaan komt.
Hongerig algoritme
Die vergelijkingen zijn voorlopig de kern van het prescriptive-algoritme. Echt de gevolgen van ingrepen simuleren gaat nog te ver, vindt Smit. ?De toekomst simuleren is een vaag onderzoeksgebied. We kunnen op korte termijn misschien wel iets voorspellen, maar het is onmogelijk om langetermijngevolgen te overzien met zo?n simulatie. Met wijkvergelijkingen weet je dat vaak wel, omdat de ?toekomst? van de ene wijk het verleden van een andere, soortgelijke buurt is.?
Wat TNO doet, is volgens De Vries en Smit op dit moment uniek in de wereld. ?Amerika, en Los Angeles in het bijzonder, volgt ons werk met veel interesse?, zegt De Vries.
Het risico van een bevooroordeeld algoritme geldt hier nog steeds. ?Het zou kunnen dat er eerder dan bij predictive policing al vooringenomenheid voor bepaalde wijken of bepaalde wijksoorten ontstaat doordat eerdere reacties van wijkagenten al is meegenomen.? Voorlopig is dat echter lastig na te gaan, want er is nog niet genoeg data om het hongerige algoritme mee te voeden. Om te weten welke interventies effectief zijn in bepaalde situaties, moet een computerprogramma immers weten of het werkte op een andere plek.
Daarom probeert Smit nu agenten te overtuigen om hun data te delen. Met hun telefoon en een gps-logger, bijvoorbeeld, of met een app waarop een agent kort aangeeft wat hij deed en waarom. ?Dat is meer moeite voor de agent, en het kan een vrij grote privacyinbreuk zijn. Hij of zij kan zich beperkt voelen in zijn of haar vrijheid, omdat elke beweging nu wordt gevolgd en opgeslagen. Ik probeer ze ervan te overtuigen dat ze als dataproducent met een gps op zak ook meer vrijheid kunnen krijgen op de lange termijn. Denk bijvoorbeeld aan ?een praatje maken?. Nu is dat voor de leidinggevenden vaak geen actie die als werk ?telt?. Als ons algoritme straks aantoont dat praten juist helpt om lokale criminaliteit te verminderen, krijgt de agent mogelijk meer vrijheid in zijn manier van werken.?
Komende vijf jaar is prescriptive policing nog geen realiteit. Maar met de landelijke invoering lijkt het voorspellend politiewerk van CAS moeilijk tegen te houden. Hoewel ze zelf aan de mogelijke opvolger van CAS werken, kijken ook Smit en De Vries niet alleen positief tegen de techniek aan. ?Het risico van bias is alleen te verminderen als de algoritmes transparant blijven. Daar zal bij elke verdere ontwikkeling op gelet moeten worden?, stelt Smit.
Op dit moment zijn de algoritmes in principe nog helder genoeg; predictive policing gebruikt statistische methodes die patronen uit data ontwaren. Zo ?leert? het programma met analyses die terug te volgen zijn tot de bron. Dat is doorzichtiger dan deep learning, waarbij een computer via verschillende ?lagen? een beslissing neemt. Deze methode zorgt nu al voor onnavolgbare uitkomsten bij verschillende zelflerende programma?s van Google en andere softwarebedrijven. Begrijpelijk dat de overheid en politie daar vandaan blijven.
Ondertussen denken de wetenschappers van TNO dat het essentieel is om de voorspellende techniek te ontwikkelen. ?Je houdt dit niet tegen. En ik geloof dat het beter is dat wij het doen, namens de overheid, dan dat een marktpartij een voorspellend ? maar niet transparant ? algoritme bouwt om daar winst mee te maken?, aldus Smit.
Hackrisico
Een vraag die CAS ook oproept, is: moet je bij iets wat misschien niet werkt wel al die gegevens van burgers willen gebruiken? Den Hengst-Bruggeling nuanceert het gevaar van privacy-inbreuk: ?De gegevens die CAS gebruikt, zijn nu in principe ook al beschikbaar voor de politie. Het algoritme maakt er overzichtelijke kaarten van, maar het werkt niet op het niveau van individuen.? Ze vindt de landelijk uitrol dan ook niet vreemd. ?Ik denk dat het een goed moment is. De politie gebruikt veel methodes die niet per se wetenschappelijk bewezen zijn. Dat is logisch, want het is altijd erg moeilijk om aan te tonen dat de criminaliteit daalt door een bepaald beleid. Hopelijk gaat de politie meer inzetten op het duiden van de data. Dat is belangrijk om van CAS een systeem te maken dat ook echt invloed heeft op de hoeveelheid criminaliteit.?
?Je kunt het systeem op een ethische manier invoeren zolang het algoritme maar transparant blijft en er bij elke verdere stap een discussie ontstaat?, zegt De Vries van TNO. Hij geeft wel meteen toe dat er nog de nodige beren op de weg zijn. ?De privacywetgeving en -handhaving zijn op dit moment slecht geregeld, zeker voor zaken als big data. Daar moet meer beleid voor komen. Daarnaast is er een belangrijke rol weggelegd voor het Openbaar Ministerie, rechters en de advocaten van verdachten. Die moeten kritische vragen stellen bij rechtszaken die als gevolg van predictive of prescriptive policing voorkomen: ?Hoe is mijn cli?nt gepakt? Is dat voor de wet te verantwoorden? Alleen als de juridische partijen zich mengen in de discussie krijg je een volledig debat.?
?Wat problematisch is?, voegt De Vries nog toe, ?is het ontbreken van een onafhankelijke landelijke of Europese ICT-autoriteit die initiatieven als CAS toetst aan de wet of aan ethische richtlijnen. Voor veel andere taken van de overheid bestaan zulke commissies wel, maar niet voor dergelijke algoritmes. Dat is eigenlijk vreemd; het zorgt er nu voor dat de controle op het gebruik van dit soort technieken van andere plekken moet komen.?
Los van al deze ethisch-maatschappelijke bezwaren kan het algoritme ook een veiligheidsrisico worden. ?Als criminelen een systeem kunnen hacken of namaken, hebben ze in feite een kaart die altijd de perfecte inbraakplek weergeeft. De dieven kunnen dan immers de politie omzeilen door naar de locatie te gaan waar het algoritme de kans op een inbraak het laagst schat.?
Aangezien de opzet van CAS relatief eenvoudig is, is het kraken van het systeem een realistische optie. Nu CAS prominenter wordt, wordt het ook verleidelijker om tijd en moeite in het hacken te stoppen. Bovendien zijn in Londen de misdaadcijfers openbaar, en er bestaat ook een open source predictive-algoritme. Daarmee kunnen mensen dus makkelijk een ?omgekeerde? misdaadkaart
maken.
Nu CAS landelijk is uitgerold, is voorspellend politiewerk in Nederland realiteit geworden. Of steden zoals Amsterdam daar uiteindelijk ook veiliger van worden, is alleen de vraag. In dit geval is de belofte van een techniek al genoeg geweest om hem door te laten breken. Ondertussen werkt men aan de volgende stap, waarvoor TNO nu data verzamelt bij de politie zelf. Daarmee be?nvloeden nieuwe technieken zoals zelflerende algoritmes en big data nu, naast het zakenleven en de wetenschap, ook het werk van de politie op straat. Dat werk zal er alleen niet per se makkelijker op worden. Er is gespecialiseerde kennis nodig die lang niet iedere agent of informatiewerker nu heeft. Hopelijk geldt dat hoe langer de agenten met het systeem werken, des te beter ze het weten te gebruiken. En wie weet wordt predictive policing daardoor straks effectiever dan het onderzoek tot nu toe laat zien.
Agenten sturen is niet altijd de beste oplossing om misdaad te voorkomen. Ook zorgen voor adequate verlichting kan een goede zet zijn. Op het Hoekenrodeplein bij Station Bijlmer Arena is er dankzij zogenoemd adaptief licht altijd de juiste sfeer voor optimale veiligheid en gezelligheid. Zo heeft de politie minder werk.
De politie van Durham begint met het testen van een Artificial Intelligence app HART – Harm Assessment Risk Tool – om te helpen in beslissingen over het verlaten van verdachten of ze in hechtenis te houden. Het systeem bevat tot 5 jaar aan data en geeft middels een kansberekening een score: lage, middelmatige of hoge kans op recidive.
Het systeem is al in 2013 getest en de resultaten zijn?vergeleken met wat er in de twee jaren daarna gebeurde. Ze vonden dat HART zeer goed gewerkt had voor de groep van lage risico’s, met een score van?98% van de tijd goed, en een score van 88% voor het juist berekenen van de categoriegroep (laag, middel of hoog).
Niet slecht voor een?computer. Een externe deskundige geeft aan dat het gereedschap nuttig kan zijn, maar dat het risico erin sluipt dat het zelfstandig beslissingen zou kunnen gaan maken. Tijdens de proefperiode werd de nauwkeurigheid van het HART algoritme gecontroleerd, maar het heeft geen beslissingen genomen die anders door de politie genomen zou zijn, zegt Sheena Urwin, hoofd van het strafrechtelijke Durham Constabulary. “Ik zie een systeem voor me dat de komende twee tot drie maanden de besluitvorming van officieren kan ondersteunen,” vertelde ze aan de BBC.
Prof. Lawrence Sherman, werkzaam aan de Universiteit van Cambridge, was betrokken bij de ontwikkeling van het instrument. Hij stelt voor dat HART in verschillende gevallen gebruikt zou kunnen worden, zoals bij beslissingen over of iemand een paar extra uur in hechtenis moet blijven; Of bijvoorbeeld voor een aanklacht op borgtocht kan worden vrijgelaten; Of, nadat een heffing is opgelegd, deze in bewaring moet worden overgedragen. “Het is tijd om het echt te gaan gebruiken en een goed experiment is de beste manier,” vertelde hij aan de BBC.
Tijdens het aanstaande experiment zullen officieren toegang krijgen tot het systeem in een willekeurige selectie van zaken, zodat de impact ervan kan worden vergeleken met wat er gebeurt wanneer dat niet het geval is.
Vooroordelen?
Vorig jaar publiceerde de Amerikaanse website ProPublica een onderzoek naar een algoritme dat door autoriteiten wordt gebruikt om de kans te voorspellen dat een arrestant een toekomstige misdaad begaat. Het onderzoek stelde dat?het algoritme raciale vooroordelen versterkt, en ook overdreven negatieve voorspellingen over zwarte versus witte verdachten maakte – hoewel de firma achter de technologie de bevindingen van ProPublica betwist.
“Tot op zekere hoogte doen leermodellen de verborgen en stilzwijgende aannames die door mensen zijn gemaakt,” waarschuwde prof Cary Coglianese, een politieke wetenschapper aan de Universiteit van Pennsylvania, die algoritmische besluitvorming heeft bestudeerd. “Dit zijn erg lastige [machine learning] modellen en het is lastig te beoordelen in hoeverre ze echt discriminerend zijn.” Het Durham-systeem bevat bijvoorbeeld ook gegevens over de postcode en het geslacht van de arrestant bijvoorbeeld. De makers van het systeem verzekeren echter dat slechts een postcode niet tot een uitslag kan leiden, en dat het systeem slechts een advies geeft. Ook een zgn. ‘audit trail’, waarin wordt bekeken hoe het systeem bij een bepaald besluit kwam, zal later nodig zijn, en de werking zal dan toegankelijk moeten zijn, aldus prof Sherman. Dr Helen Ryan, rechtsgeleerde bij de?Universiteit van Winchester, geeft aan dat ze HART “ongelooflijk interessant” vindt en dat er een enorm potentieel ligt om te kunnen profiteren mocht er een uitgebreiding van de pilot komen. “Ik denk dat het eigenlijk een zeer positieve ontwikkeling is,” voegt ze eraan toe. “Ik denk dat, potentieel, machines kunnen veel nauwkeuriger zijn – gegeven de juiste data – dan mensen.”
?It?s not how many people you catch, it?s how many crimes you prevent.?
Van alle politiestrategie?n mag predictive policing zich misschien wel het meest verheugen in de belangstelling van burgers en professionals. Grofweg tekent die belangstelling zich op twee manieren af. Aan de ene kant zijn daar degenen die vooral veel heil zien in deze nieuwe strategie voor het functioneren van de politie. Zij verwachten (of hopen) dat de politie dankzij predictive policing effectiever en effici?nter criminaliteit zal weten te bestrijden. Met name door te voorkomen dat criminaliteit gepleegd wordt, daarbij niet zelden verwijzend naar de film Minority report uit 2002. Een film waarin een speciale eenheid van de politie, Pre-Crime genaamd, met behulp van helderzienden toekomstige misdadigers arresteert. Het zal de lezer niet verbazen dat deze hoopvolle verwachting binnen de politie op veel bijval kan rekenen.
Aan de andere kant van het spectrum staan mensen die vooral bezorgd zijn over predictive policing. Zij zien deze ontwikkeling als een bedreiging voor de privacy, waarbij afwijkend gedrag maatgevend is, en niet strafbaar gedrag. In combinatie met verruimde bevoegd- heden voor opsporings- en veiligheidsdiensten en allerlei andere technologische ontwikkelingen tekent voor hen het beeld van big brother zich steeds meer af, waarbij iedere burger als een potenti?le verdachte gevolgd wordt door een gedachtepolitie. Voor de burger- rechtenorganisatie Bits of Freedom voldoende reden de politie de Big Brother Award 2015 uit te reiken.
Weliswaar sterk verschillend naar de wijze waarop dit zich uit, tonen beide groepen hiermee hun geloof in de werking van predictive policing. Beide kanten nemen aan dat predictive policing werkt, waarna de aandacht uitgaat naar hoe die uitwerking te beschouwen. Dit verraadt een sterke nadruk op het eerste woord ? predictive ? van deze nieuwe politie- strategie. En vermoedelijk is dit ook de reden voor de grote belangstelling. Al sinds mensenheugenis spreekt voorspellen immers sterk tot de verbeelding. Maar met een voorspelling van criminaliteit alleen zijn we er nog niet.?Sterker, het gaat juist om wat er vervolgens mee gedaan wordt. In onderstaand?rapport benadrukken de auteurs dan ook predictive policing als een nieuw intelligence-initiatief, waarbij het vooral gaat om veranderende werkprocessen. Ze?ontwikkelden hiervoor een procesmodel en onderwierpen vervolgens alle stappen, van data naar resultaat, aan een nader onderzoek. Hoe goed een voorspelling immers ook mag zijn, het resultaat staat of valt met wat er vervolgens mee gedaan wordt.
De opkomst van nieuwe technologie?n stelt de politie en andere rechtshandhavingsinstanties in staat proactiever en effectiever te opereren. De toepassing van deze technologie?n in het publieke veiligheidsdomein roept echter ook allerlei vragen op met betrekking tot privacy en andere grondrechten van burgers. Het nieuwe?themanummer van Justiti?le verkenningen beoogt enerzijds die nieuwe technologische toepassingen te beschrijven en anderzijds de (mogelijke) consequenties daarvan nader te beschouwen en aan discussie te onderwerpen.
Naast afzonderlijke artikelen over concrete technologische toepassingen (beeldtechnologie, drones) gaat de aandacht uit naar enkele belangrijke trends die alle voortvloeien uit de groeiende beschikbaarheid van ? onderling koppelbare ? grote hoeveelheden data afkomstig uit allerlei bronnen. Bij politiekorpsen wereldwijd heeft dit geleid tot een de groeiende populariteit van predictive policing: politiewerk doen aan de hand van voorspellingen die gebaseerd zijn op een enorme verzameling historische gegevens over o.a. delicten, de plegers ervan en criminaliteitspatronen, gecombineerd met realtime data. Het politieoptreden wordt aldus datagestuurd en meer op preventie gericht. Een stap verder is prescriptive policing, waarbij de data aangeven wat de meest effectieve interventie zou zijn. Met de film Minority Report in gedachten doemen de zwartste scenario?s op: krijgen we een ?gedachtenpolitie? , staat de onschuldpresumptie op het spel? Deze vragen zijn des te prangender wanneer de rechtshandhaving steeds meer wordt overgelaten aan drones en robots. De grote uitdaging in dit verband is hoe ethische, maatschappelijke en juridische waarden al in het ontwerpproces van articifici?le intelligentie toepassingen kunnen worden ingebouwd. Iets soortgelijks speelt met betrekking tot de bescherming van persoonlijke gegevens en priv?-communicatie bij het gebruik van computers en smartphones e.d. Nieuwe Europese wetgeving schrijft voor dat gegevensbescherming wordt ingebouwd in producten en diensten, een principe dat wordt aangeduid met de term Data Protection by Design and Default.
Predictive policing: politiewerk aan de hand van voorspellingen
Door A. de Vries* en S. Smit**
* Ir. Arnout de Vries is senior onderzoeker en adviseur op het gebied van social media en veiligheid en onder andere auteur van het boek ?Social Media: Het Nieuwe DNA?.
** Dr. Selmar Smit is aan de Vrije Universiteit gepromoveerd op het onderwerp machine learning, en sindsdien werkzaam als data scientist bij TNO.
George Orwell waarschuwt in zijn boek 1984 (Orwell 1949) voor een?overheid die haar onderdanen monitort en alles in de gaten houdt. In?de film Minority Report is de ?pre-crime squad? in staat om moorden te?voorspellen en daders preventief op te pakken. De Nederlandse politie?heeft dankzij de omvorming tot Nationale Politie toegang tot alle landelijke,?regionale en lokale databronnen met betrekking tot criminaliteit?en is daarmee een ?informatieorganisatie? geworden. Door verbeterde?analysetechnieken, visualisatietools en computerkracht kan zij?deze ?Big Data? inzetten om criminaliteit te voorspellen en op basis?daarvan op te treden. Moeten we nu vrezen voor onze toekomst? Pakt?de politie voortaan burgers preventief op? Worden systemen leidend?
Het antwoord op al deze vragen is nee. Maar welke kant gaat het dan?wel op?
Interessante patronen
Politieorganisaties over de hele wereld, en dus ook in Nederland, houden?zich momenteel bezig met de ontwikkeling van predictive policing?? ofwel: politiewerk doen aan de hand van voorspellingen. De reden?daarvoor is dat zij beschikken over ongelofelijk veel digitale gegevens?over misdaden uit het verleden, die met verfijnde algoritmen en diepe?analyse een goudmijn vormen voor het voorspellen van criminaliteit.
Het gevolg daarvan is dat de politie aanwezig kan zijn op plaatsen?waar de kans op een volgend incident het grootst is. Daar komt bij dat deze hoeveelheid beschikbare data exponentieel blijft groeien als?gevolg van databasekoppelingen met veiligheidspartners en het ontstaan?van het ?Internet of Things?, waarbij alles en iedereen aan het?internet gekoppeld is (?Big Data?). Het effect van Big Data-analyses is?al te zien bij commerci?le bedrijven, die verbanden weten te leggen?tussen bijvoorbeeld iemands aankopen, inkomen, leeftijd en postcodegebied.?Ook de politie is op zoek naar dergelijke verbanden, zodat?zij misdaden kan voorspellen.
In de criminologie zijn er voldoende theorie?n over het denken en?doen van criminelen die inzicht geven in dergelijke patronen. Zo zegt?de routine activity theory dat criminelen zullen toeslaan op die locatie?waar de virtuele cirkels rond criminelen en geschikte slachtoffers?elkaar overlappen. Dit leidt tot de gedachte dat steeds dezelfde gebieden?worden getroffen, als er geen maatregelen worden genomen. De?rational choice theory gaat ervan uit dat criminelen een locatie kiezen?waar de afweging tussen risico (pakkans) en buit zo gunstig mogelijk?is. Volgens de crime pattern theory zullen criminelen nooit te dicht bij?hun eigen huis toeslaan, maar altijd in een buurt die ze kennen, vlak?bij huis, werk, sportschool of op de weg daarnaartoe. De blended theory
is een combinatie van de vorige drie: een crimineel zal toeslaan op?een locatie langs zijn ?activiteitenroutes?, maar niet te dicht bij huis en?daar waar de afweging tussen buit en pakkans positief is. Bij predictive?policing worden deze theorie?n vaak overboord gegooid en wordt?voornamelijk gekeken naar de simpele theorie van near repeats: in de?buurt van een incident zal vaak nog een incident volgen zolang er?niets verandert. Hoewel dit op het eerste gezicht niet lijkt op de voorgaande?theorie?n zal, zolang de pakkans, buit en activiteitenroutes?van criminelen niet veranderen, het effect hetzelfde zijn en zullen incidenten?zich in dezelfde buurt blijven voordoen.
Doorontwikkeling informatiegestuurd optreden
Een slimme, effectieve en proactieve aanpak tegen misdaad is duidelijk?beter dan achter criminelen aan hollen; rechercheren verandert in??prerechercheren?. Predictive policing in combinatie met Big Data?neemt daarom logischerwijs een enorme vlucht. En het geeft de Nationale?Politie de mogelijkheid om invulling te geven aan ?meer doen met?minder middelen?. Maar is predictive policing eigenlijk wel nieuw? Nu?al beschikt de politie over slimme analyseteams die een enorme bijdrage?leveren aan het dagelijkse politiewerk door misdaadstatistieken?en andere gegevens, zoals jaargetijden, tijdstippen en locaties, te interpreteren.?Dit leidt onder andere tot hotspotkaarten, waarop locaties te?zien zijn waar specifieke politie-inzet nodig is. Op die manier kan de
politie bijvoorbeeld haar surveillanceteams effectief inzetten. De?gemeente Eindhoven gebruikt dergelijke hotspot- of inzetkaarten om?de effectiviteit van de BOA?s (buitengewoon opsporingsambtenaren)?van Stadstoezicht te verhogen (Van Weerdt & De Vries 2014). Brandweer?Rotterdam-Rijnmond heeft de brandweerradar die voorspelt?waar de volgende brand zich zal voordoen en zorgt vervolgens dat er?een voertuig in de buurt is (Littooij 2015). Een nieuw computermodel?van TNO wordt gebruikt om overlastsituaties in wijken te voorspellen?en interventies te berekenen die het beste zouden moeten werken in?de betreffende specifieke situatie (Smit 2014). De beweging die wij bij?de politie zien, past dan ook in de huidige tijd waarin nieuwe mogelijkheden?ontstaan door het analyseren van Big Data. Het huidige?informatiegestuurd optreden van de politie (intelligence-led policing)?professionaliseert en ontwikkelt zich door naar predictive policing,?waarbij niet alleen gehandeld en gestuurd wordt op basis van informatie?uit het verleden, maar ook gehandeld, gestuurd ?n geanticipeerd?wordt op basis van voorspellingen. Hiervoor is sinds enige tijd het Criminaliteits?Anticipatie Systeem in gebruik bij basisteams, flexteams en?districten door heel Nederland.
Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS)
Het CAS vindt zijn oorsprong bij de politie Amsterdam. Via het programma?Politie en Wetenschap ontwikkelt zij een geavanceerd plannings-?en voorspellingssysteem. Diverse politiekorpsen in het land?gebruiken het CAS inmiddels voor het voorspellen van high impact?crimes (woninginbraak, straatroof en overvallen). Als voorbeeld?gebruiken we het operationele gebied van de politie Amsterdam. Het?systeem deelt dit gebied op in vakjes van 125 bij 125 meter. Gebiedjes?waarvan de kans op een incident vooraf al laag kan worden ingeschat,?zoals weilanden en open water, worden verwijderd. Van de overblijvende?vakjes wordt een grote hoeveelheid gegevens verzameld: criminaliteitshistorie, afstand tot bekende verdachten, afstand tot de?dichtstbijzijnde snelwegoprit, soort en aantal bedrijven zoals bekend?bij de politie, en demografische en socio-economische gegevens van?het CBS. Van elk vakje wordt op verschillende peilmomenten geregistreerd?welke gegevens er op dat moment bekend zijn. Vervolgens?wordt bepaald wat er in de twee weken na de peiling aan incidenten?kan plaatsvinden. Er wordt kunstmatige neurale netwerktechnologie?toegepast om te bepalen welke combinatie van kenmerken indicatief?is voor criminaliteit in de nabije toekomst. Het resultaat is dat de vakjes?op de kaart indicatief worden ingekleurd, een zogenoemde heat?map, waarin hoge scores een warmere kleur krijgen.
Betrouwbaarheid
Naast het door de politie zelf ontwikkelde CAS zijn er nog diverse?andere softwarepakketten op de markt. Vrijwel alle pakketten kijken?naast near repeats vaak ook naar tijdsaspecten spatiotemporele analyse)?en trends zoals verplaatsingen, seizoenen, weekdagen of weekend?en zelfs specifieke tijdstippen. Verder wordt er gekeken naar kenmerken?als omgevingsfactoren (bijvoorbeeld demografie), weersvoorspellingen,?afstanden tot vluchtwegen (aantrekkende werking) en?locaties van politiebureaus (afstotende werking). Dat levert complexe?formules op met tientallen parameters. Hoe betrouwbaar zijn de voorspellingen?die deze formules opleveren? Kloppen ze wel? Daar is niet?een direct antwoord op te geven. De betrouwbaarheid van de voorspellingen?is logischerwijs ook afhankelijk van de voorspelbaarheid?van de criminelen. Crimineel gedrag blijkt voor veelvoorkomende criminaliteit?zoals inbraken goed te voorspellen. De mens, en dus ook de?crimineel, is een gewoontedier dat succes op succes en ervaring op?ervaring bouwt. Als een bepaald type woning goed te kraken valt, dan?gaan ze daarmee verder. Een bekende omgeving is voor criminelen?prettig, omdat zij dan een betere risico-inschatting kunnen maken en?daarmee de kans op succes vergroten. Grote veranderingen in gedrag?(de modus operandi) of omgeving (nieuwe ?markten?) zonder directe?aanleiding zijn eerder uitzondering dan regel. Rondtrekkend mobiel?banditisme is echter veel lastiger te voorspellen, laat staan impulsieve?misdaden zoals een crime passionnel. Toch kan in algemene zin wel?de betrouwbaarheid van de voorspellingen worden geduid.
Ten eerste is de betrouwbaarheid van een voorspelmodel afhankelijk?van de hoeveelheid incidenten binnen een vakje op de kaart. Het?gedrag van een individu valt moeilijk te voorspellen, maar het gemiddelde?gedrag van een groep is goed mogelijk. Bedrijven als Amazon en?Bol.com gebruiken ditzelfde principe om aanbevelingen te doen. Zij?kunnen niet voorspellen of een individu ge?nteresseerd is in een product,?maar wel dat mensen met een bepaald profiel er gemiddeld vaak?in ge?nteresseerd zijn. Dit geldt ook voor incidenten. Doordat inbraken?relatief vaak voorkomen, levert dit voldoende input op om profielen te?maken en voorspellingen te doen.
Vaak weten analisten zelf al wel wat de kans is op een inbraak in een?specifiek vakje. Maar als dat 80% is, wat is dan de meerwaarde van een?systeem dat voorspelt dat de kans op inbraak de ene dag 75% is en de?andere dag 85%? Daarom is het belangrijk een detailleringsniveau te?kiezen dat klein genoeg is om meerwaarde te hebben ten opzichte van?de intu?tie van een analist. Ook moet de datahoeveelheid groot genoeg?zijn om een bepaald niveau van betrouwbaarheid te halen. Blijkbaar?kan het. Tijdens een test in de Verenigde Staten moesten ervaren analisten?en een predictive policing-systeem aangeven in welke twintig?vakjes een incident zou kunnen plaatsvinden tijdens een dienst. Het?voorspelmodel had twee keer zo vaak gelijk als de analisten (Mohler?e.a. 2015).
Ten tweede zijn de betrouwbaarheid en validiteit van een voorspelmodel?afhankelijk van de hoeveelheid informatie die het herbergt. Met?informatie bedoelen we hier niet alleen databronnen, maar ook kennis?en expertise over gedrag. Zo zullen bijvoorbeeld modellen die uitgaan?van near repeats (een incident zorgt voor een verhoogde kans op nog?een incident in de buurt) beter werken dan modellen die dergelijke?kennis niet meenemen.
Vooral dit tweede aspect lijkt een grenzeloze groei aan voorspelkracht?te bevatten. Er is immers altijd wel een informatiebron te vinden die?we extra kunnen toevoegen. Het eindeloos toevoegen van bronnen?heeft echter niet zoveel zin, omdat de voorspelkracht op een gegeven?moment niet veel meer zal verbeteren. Het gaat daarom met name om?de kwaliteit van bronnen en minder om de hoeveelheid bronnen die?door data-experts en analisten aan het systeem worden toegevoegd.?Goede bronnen leveren continu kwalitatieve en actuele data aan het?predictive policing-systeem, waardoor dit systeem voorspellingen kan?doen op basis van ?verse? data en daarmee een accurate ondersteuning?biedt voor het politiewerk.
Voorspelkracht en effectiviteit
Zelfs als we ervan uitgaan dat gedrag, met genoeg data, is te voorspellen,?betekent dit echter niet dat de voorspellingen van predictive policing?altijd uitkomen. Naast dat voorspellingen enkel een kans aangeven?en geen vaststaand feit, komen voorspellingen niet uit omdat de?politie acteert op de voorspellingen en haar surveillanceteams op?basis daarvan gericht inzet. Die plotselinge aanwezigheid van ??n of?meer agenten be?nvloedt uiteraard het gedrag van een crimineel op?dat moment. Door deze effici?nte en effectieve inzet van agenten op?plekken waar het ertoe doet, zullen minder misdaden worden?gepleegd. Niet meer blauw op straat, maar gerichter blauw op straat is?de theorie achter predictive policing. Dat dit werkt, laten de cijfers?zien. In Los Angeles daalt de misdaad met 13%(*1)?en in Santa Cruz daalt?het aantal inbraken met 27% (*2)?. In Kent ligt de hitscore van de software?? waarbij daadwerkelijk een misdrijf plaatsvond in een geselecteerd?vakje op de kaart ? bijna 60% hoger dan wanneer de vakjes handmatig?gekozen werden door analisten (Kent Police 2013). In Amsterdam ligt?de hitscore volgens de politie-eenheid Amsterdam-Amstelland in 2015?op 15% en het aantal near hits (een inbraak of straatroof die niet in het?voorspelde vakje valt maar er net naast) ligt voor woninginbraken op?40% en voor straatroof op 60%. Een pilot in Londen richt zich niet op?de locatie van een misdrijf maar op de dader. Dat levert een heat list?op van driehonderd namen, waarvan er zes nieuw zijn voor de politie?en waarvan er vijf in de weken daarna een misdaad plegen (Basulto?2014). In Memphis loopt de algemene criminaliteit terug met 30% en?het aantal geweldsmisdrijven met 15% (Greenburg 2009). Als gevolg
daarvan behoort Memphis niet meer tot de top 3 van gevaarlijkste steden?in de Verenigde Staten. Volgens de politie komt dat door de juiste?politie-inzet (bijvoorbeeld surveillance, auto?s staande houden en?undercoveroperaties) op de juiste tijd en plek (Williams 2006). Autodiefstallen?daalden met 75% en inbraken in bedrijven met 67% (Perry?e.a. 2013). Inmiddels heeft de politie van Memphis een Real Time?Crime Center van $ 3 miljoen neergezet om predictive policing een?vaste plaats te geven in haar manier van werken. Volgens onderzoek?van Nucleus Research levert dit centrum jaarlijks meer dan $ 7 miljoen?op (Nucleus Research 2010). Ook New York heeft een Real Time Crime?Center, waar alle databases ?n meer dan 3.000 politiecamera?s worden?geanalyseerd. In Zwitserland en Duitsland is een aantal politiekorpsen?Precobs software aan het testen, het zogenoemde Pre Crime Observation?System (*3).?De politie in Noordrijn-Westfalen is daarentegen zeer kritisch?over de effecten van predictive policing, omdat de positieve cijfers?en gemeten effecten veelal worden geleverd door softwareleveranciers?of politiekorpsen die baat hebben bij het presenteren van gunstige?cijfers. In het Amerikaanse Richmond is men gestopt met deze?werkwijze vanwege gebrek aan bewijs dat het zou werken (Aldax 2015).
Ondanks deze kritische geluiden lijkt het erop dat criminaliteit wel?degelijk goed te voorspellen is. Het staat echter nog wel in de kinderschoenen?en het zijn vooral wiskundigen die zich op dit moment?bezighouden met het ontwikkelen van voorspellende algoritmen. Predictive?policing richt zich om die reden nu nog vooral op veelvoorkomende?delicten waar een klein aantal mensen een rol in speelt (zoals?veelplegers uit een buurt of rondtrekkende dadergroepen) en vermogensdelicten?zoals woninginbraken en straatroof, waar vaak aangifte?van wordt gedaan. Maar op termijn, als de politie beschikt over meer?informatie en betere databronnen, valt te verwachten dat het systeem?ook andere delicten kan voorspellen, zoals liquidaties in de onderwereld?of een radicaliseringsproces. De maatschappij zal echter nooit?helemaal zonder misdaad zijn en voorspellend politiewerk is geen?oplossing voor alle misdaad. Het is geen panacee voor een veilige
maatschappij en veiligheid kan niet volledig worden ?gedataficeerd?.
Risico?s
Technologisch gezien zou predictive policing exponentieel verder kunnen?groeien. Maar vanuit maatschappelijk en organisatorisch oogpunt?zit er nog een rem op. Wil de politie wel zoveel gaan vertrouwen op?technologie? Is de organisatie er wel klaar voor? Nemen algoritmen en?robots het werk van agenten op diverse vlakken zo meteen over? En?wat zijn eigenlijk de juridische en ethische haken en ogen? 100%?betrouwbare voorspellingen zijn immers een illusie; of nemen we een?foutmarge voor lief en worden onschuldige burgers opgesloten? (*4).?Dit?zijn relevante vragen die beantwoord moeten worden. Wij zien de?voordelen van predictive policing, omdat de politie hiermee effici?nter?en effectiever op de juiste plaats ingezet kan worden. Maar wij zien
ook risico?s. We benoemen er een aantal.
Ten eerste kan predictive policing het risico in zich hebben dat de politie?straks allerlei mensen gaat oppakken om vervolgens te zeggen: ja,?dat moest van onze algoritmen. Straks worden we door Facebook bij?de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of je?wordt staande gehouden terwijl je geheel onschuldig met een gereedschapskist?door een buurt loopt waar statistisch gezien op dat?moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit?te leggen. De rechter zal hier vanuit de onschuldpresumptie geen?genoegen mee nemen en om bewijs vragen op basis waarvan het algoritme?tot de voorspelling is gekomen en vragen naar de reden waarom?de politie dat advies heeft opgevolgd. Daarom zijn en blijven de kennis?en kunde van de ervaren politieagent leidend. Hij zal moeten beoordelen?hoeveel waarde en bewijswaarde kan worden toegekend aan een?voorspelling van het systeem en hoeveel aanvullend bewijs is vereist.
Dat brengt ons bij een tweede risico, dat het systeem te complex wordt?en niet meer door mensen wordt begrepen. Algoritmen vangen echter?geen boeven. Dat doen mensen van vlees en bloed. Zonder mensen?sta je nergens met intelligence, en al helemaal in de huidige fase van?predictive policing waarin alles nog in de kinderschoenen staat.?Human in the loop by design is de essentie van het principe dat wij?voorstellen, omdat we de mens als belangrijkste schakel in elke toepassing?van predictive policing zien. Alle menselijke schakeltjes moeten?ingebakken zitten in het ontwerp van predictive policing: denk aan?de analisten, de leiding, de beleidsmakers en de agenten op straat.?Hoewel de menselijke schakel onder druk staat in de huidige informatiemaatschappij,
zijn veel data die de politie nu gebruikt nog steeds?door mensen verzameld, verwerkt en in context geplaatst. Analisten?doen vervolgens diverse interpretatieslagen en mensen nemen besluiten op basis van deze adviezen, waarna maatregelen door mensen?worden genomen, die vervolgens weer door mensen worden beoordeeld?op hun effectiviteit. Politiemensen zijn daarom in onze visie de
belangrijkste schakel: het systeem doet de basiszaken, de mens?bepaalt wat ermee gebeurt. Een voorspelling is derhalve dus geen bindend?advies, want mensen zijn slimmer dan een systeem dat alleen?met data werkt. Totdat het moment van singularity aanbreekt, waarbij?computers niet alleen sneller of accurater kunnen rekenen, maar ook?creatiever, slimmer en bewuster zijn dan mensen. Dat duurt nog minstens?twee decennia en zelfs dan is het de vraag of je iets dergelijks in?handen van een machine wilt leggen, want dan komt de ?gedachtepolitie??uit Minority Report wel heel dichtbij.
De menselijke factor levert een derde risico op: dat de data in systemen?een gekleurd beeld geven (zogenoemde bias) en algoritmen dus?gekleurde voorspellingen zullen doen. De voorspelling is zo goed als?de data eronder. Wordt het systeem gevoed met vooroordelen ten aanzien?van bevolkingsgroepen of etnische afkomst, dan zal dat zijn effect?hebben op de resultaten. Daarom is het van belang dat de politie niet?alleen op voorspellingen gaat varen en belangrijke beslissingen alleen?daarop gaat baseren. Tunnelvisie ligt dan op de loer, een bekend?dilemma in het politiewerk. Dit risico zal alleen maar toenemen als het?systeem complexer wordt en kennis over de werking afneemt. Wij pleiten?daarom voor transparantie. Het moet inzichtelijk zijn hoe de systemen?en hun algoritmen werken.
Een vierde risico is dat leveranciers die transparantie niet geven omdat?hun concurrentiepositie dan gevaar loopt. Toch zal de maatschappij of?de wet wellicht gaan eisen dat algoritmen volledig transparant zijn,?want waarom ben je aangehouden, of kwam de politie eigenlijk zelf op?jouw spoor? Dat dit belangrijk is, bewijst het grappige voorbeeld van?de Miss America-verkiezingen (Hiltzik 2014). Zo kun je het aantal?moorden met behulp van stoom of hete vloeistoffen al jarenlang perfect?voorspellen door middel van de leeftijd van de Miss America van?dat jaar. Algoritmen zijn dom, voeren uit wat er van ze wordt gevraagd?en leggen verbanden tussen gebeurtenissen, hoe vreemd een dergelijke?relatie ook is. Dergelijke ?fouten? kunnen desastreuze gevolgen?hebben, dat hoeft geen betoog.
Een vijfde risico is dat de predictive policing-systemen informatie platslaan?tot vakjes en cirkeltjes op een kaart, terwijl academici al honderden?jaren onderzoek doen naar waarom mensen crimineel worden en?hoe ze zich dan gedragen. Om deze kennis, maar ook die van analisten?en politiemensen op straat, toe te kunnen voegen moet v??r de implementatie?expliciet worden nagedacht over hoe dit ingebakken kan?worden in het systeem of in aanvullende processen.?Privacy is een zesde risico. Enerzijds omdat voorspellend politiewerk?inbreuk kan maken op de persoonlijke leefomgeving van mensen. Zo?kreeg de politie van Chicago veel kritiek op de preventieve huisbezoeken?die zij aflegde bij veelplegers (Stroud 2014). Anderzijds zijn er veel?gegevens bekend die ertoe doen en voorspellingen beter maken, maar?die niet gebruikt of gekoppeld mogen worden om redenen van privacy.?Als laatste risico noemen we de valkuil om vooral te blijven werken?aan technologische ontwikkeling en betere computervoorspellingen,?terwijl het veel belangrijker is om na te denken over de vraag hoe de?politie effectief aan de slag kan gaan met enigszins betrouwbare voorspellingen.?De crux zit in het slim regelen van de operationele inzet en?slimme interventies.
Prescriptive policing
Het zo goed mogelijk voorspellen van misdrijven is geen doel op zich.?Het gaat erom dat ze worden voorkomen. Om daar inzicht in te krijgen?zal de politie het effect van een voorspelling en de daaropvolgende?inzet moeten gaan meten. Op die manier leert de politie welke inzet?het beste werkt in welke situatie. Daarmee verschuift het politiewerk?van predictive policing naar effect-led policing. Als die kennis over de?effectiviteit van interventies wordt toegevoegd aan het systeem, verschuift?het politiewerk van effect-led policing naar prescriptive policing.?Het systeem kan dan niet alleen voorspellingen doen, maar op?basis van data uit het verleden ook adviseren over welke politie-inzet?in de gegeven situatie het meest effectief zal zijn.
Prescriptive policing werkt alleen als het is toegespitst op een specifiek?gebied. Als het systeem kan bepalen waarom iets op sommige plaatsen?wel werkt en op andere plaatsen niet, dan kan dat ge?xtrapoleerd worden?naar andere gebieden. Zonder de effectiviteit van elke interventie?in dat specifieke vakje te bepalen kan het systeem inschatten wat?waarschijnlijk wel of niet zal werken. Daarvoor moeten wel de relevante?kenmerken van een gebied bekend zijn, en de kenmerken van?interventies. Misschien werkt patrouilleren met de auto niet, maar met?de fiets wel. Of zijn er specifieke agenten die naast patrouilleren ook?andere acties ondernemen die zorgen dat er wel of geen effect is. Dat?maakt prescriptive policing moeilijker, maar tegelijkertijd ook veel
waardevoller. Het biedt de mogelijkheid om de jarenlange kennis en?ervaring in een context te plaatsen en deze te herhalen daar waar de?context gelijk is. Daarbij is het van belang dat een dergelijk systeem?niet dicteert wat er moet gebeuren. Zelfs als het systeem denkt dat de?context gelijk is, dan nog moeten agenten, analisten, leiding of?beleidsmakers vertrouwen op hun jarenlange ervaring en kennis, helemaal?aangezien een dergelijk systeem niet de creativiteit heeft om iets?nieuws te verzinnen. Het kan enkel de lessen uit het verleden zo goed?mogelijk vertalen. De uitkomst mag daarom hoogstens worden gezien?als een suggestie die de basis moet vormen voor een beslissing of discussie.?De mens blijft wat ons betreft de belangrijkste schakel in het?hele proces. Eerder in dit artikel haalden we al het principe ?human in?de loop by design? aan. Ook is er een juridisch argument om dit principe?toe te passen: de Wet bescherming persoonsgegevens stelt in artikel
42 lid 1 dat ?niemand kan worden onderworpen aan een besluit?waaraan voor hem rechtsgevolgen zijn verbonden of dat hem in aanmerkelijke?mate treft, indien dat besluit alleen wordt genomen op?grond van een geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens?bestemd om een beeld te krijgen van bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid?.
Implementatie
Het doel van predictive en prescriptive policing is niet m??r boeven?vangen, maar misdrijven voorkomen door agenten effectief preventief?in te zetten. Dat vergt een cultuuromslag, waarbij het voorkomen van?slachtoffers voortaan centraal staat. Het ?reactief en op heterdaad?oppakken? verandert in ?proactief voorkomen?. Deze omslag vraagt om?sterk intern leiderschap en sturing. Ook zullen de prestatie-indicatoren?van de politie moeten worden aangepast: het gaat niet meer om?het behalen van bepaalde streefcijfers, maar om de effectiviteit van?politieoptreden. De politie wordt niet meer beloond voor haar inzet,?maar voor het effect dat zij bereikt.
De implementatie van beide vormen van policing gaat echter niet?alleen over de organisatiecultuur, maar ook over politiemensen, hun?competenties en hun samenwerking met de voorspellende software.?Daarnaast gaat het over processen, taken, besluitvorming en manier?van leidinggeven. Verder zal tijdens de implementatie veel aandacht?uitgaan naar de juiste informatiebronnen en integriteit van data. Tot?slot speelt techniek een rol in de implementatie, waarbij de ICT-architectuur?ingericht moet worden op deze nieuwe werkwijze, de juiste?software geselecteerd en aangeschaft moet worden en agenten op?straat de juiste tools krijgen aangereikt.
Alles hangt met elkaar samen. Daarom vraagt de implementatie om?een integrale benadering van doel, mens en organisatie, proces, informatie?en techniek. Daarbij onderscheiden we vier implementatieniveaus:?intelligence-led policing (informatiegestuurd optreden), predictive?policing (voorspellen), effect-led policing (effectmeting) en prescriptive?policing (contextgestuurde adviezen). Deze vier niveaus hebben?we in dit artikel toegelicht.
Discussie
In dit artikel hebben we laten zien wat predictive policing inhoudt en?welke mogelijkheden het biedt. De technologie staat nog in de kinderschoenen,?maar de ontwikkelingen gaan razendsnel. De Verenigde?Staten lopen hierin voorop. De Nederlandse politie heeft inmiddels de?eerste stappen gezet om van informatiegestuurd politiewerk te komen?tot voorspellend politiewerk. We hebben ook laten zien dat er risico?s?verbonden zijn aan deze nieuwe werkwijze. In ons boek Van predictive?naar prescriptive policing (Smit e.a. 2016) gaan we daar verder op in.
Wij bevelen daarom aan om niet klakkeloos voorspellende software te?implementeren in het politieproces, maar eerst te discussi?ren over?het doel en de mate waarin de software het politiewerk kan gaan?ondersteunen. Zorg er vervolgens voor dat deze nieuwe werkwijze?gepaard gaat met juridische, ethische en organisatorische waarborgen?en start daarna met kleinschalige experimenten die opgeschaald kunnen?worden tot landelijk niveau. Onderschat de veranderingen niet?die predictive policing met zich meebrengt. Dat vraagt om een goede?overdenking en om draagvlak binnen en buiten de politieorganisatie.
(*1) Scientifically Proven Field Results, 2013-2014, www.predpol.com/results.
(*2) Scientifically Proven Field Results, 2011-2012, www.predpol.com/results.
(*3) Zie IfmPt. 2015-2016, www. ifmpt. de.
(*4) Zie voor een overzicht van de risico?s van predictive policing het recente artikel van Kaya Bouma, ?Buienradar voor boeven? in De Groene Amsterdammer, www.groene.nl/artikel/buienradar-voor-boeven. Over de risico’s van etnisch profileren verscheen recent een artikel van Marc Schuilenburg op www.socialevraagstukken.nl/etnisch-profileren-is-onderdeel-van-vooringenomen-criminaliteitsbeleid.
Littooij 2015
A. Littooij, ?Brandweerradar??(J. D. Award, interviewer), 2015.
Mohler e.a. 2015
G. Mohler, M. Short, S. Malinowski,?M. Johnson, G. Tita,?A. Bertozzi & P. Brantingham,??Randomized controlled field?trials of predictive policing?, Journal?of the American Statistical?Association (110) 2015, afl. 512,?p. 1399-1411.
Orwell 1949
G. Orwell, Nineteen Eighty-Four,?New York: New American Library?1949.
Perry e.a. 2013
Q. Perry, B. McInnis, C. Price,?S. Smith & J. Hollywood, Predictive?policing ? The role of crime?forecasting in law enforcement?operations, Santa Monica, CA:?Rand Corporation 2013.
Dit artikel is gebaseerd op het boek Van?predictive naar prescriptive policing, uitgegeven door TNO en geschreven door Selmar?Smit, Arnout de Vries, Rick van der Kleij en Hans van Vliet. Dit boek is te downloaden via?www.tno.nl/prescriptive-policing.
‘Kijk me aan!’ Howard Marks, de man die net nog op het punt stond zijn vrouw en haar minnaar te lijf te gaan met de keukenschaar, ligt gevangen in de houdgreep van een politieagent. Het is exact vier minuten over acht ’s morgens. De vloer is bezaaid met glas. ‘Mr. Marks, bij volmacht van de afdeling PreCrime van Washington D.C. arresteer ik u voor de toekomstige moord op mrs. Marks en mr. Dubin, die vanmorgen plaats zou vinden om vier minuten over acht.’
We schrijven het jaar 2054. Misdaad bestaat niet meer. Drie helderzienden op sterk water, gekoppeld aan een ingenieus computersysteem, voorspellen wie wanneer een moord gaat plegen. Aan politieagent en protagonist Tom Cruise de taak om de criminelen in spe in de kraag te vatten v??r ze de fout in gaan. ‘Is er eigenlijk wel sprake van moord als de daad zelf niet gepleegd is?’ vraagt Colin Farrell in de hoedanigheid van kritisch inspecteur. ‘Het feit dat je iets voorkomt wil niet zeggen dat het niet zou gebeuren wanneer je niet had ingegrepen’, kaatst Cruise terug. Kort daarna rolt de politieagent zelf als toekomstig moordenaar uit het systeem en heeft hij een groot probleem.
Steven Spielbergs Minority Report gaat wellicht niet de geschiedenis in als zijn grootste meesterwerk, maar de film uit 2002 haalt nog zeker wekelijks het nieuws. Zodra het over iets nieuws en futuristisch gaat, gaat het over Tom Cruise en zijn drie telepaten in een badkuip. Meestal is dat niet in positieve zin. De actiefilm geldt voor velen als schrikbeeld van een toekomst waarin privacy non-existent is en de politie in de hoofden van burgers kruipt. Des te opvallender dat het omgekeerde geluid ook steeds vaker te horen is: veiligheidsorganisaties mogen graag naar de film verwijzen als inspiratiebron voor het optuigen van een vergelijkbaar voorspellend systeem – minus de helderzienden weliswaar.
Predictive policing heet dat: het voorspellen van misdaad op basis van grote hoeveel?heden data. En dat is niet iets van een verre toekomst. Politiekorpsen overal ter wereld, inclusief Nederland, maken er al gebruik van.
De kristallen bol is de misdaadbestrijding binnengedrongen. Daarbij wordt de blik steeds verder op de toekomst gericht. De allernieuwste ontwikkeling: preventief straffen. De Amerikaanse staat Pennsylvania werkt momenteel aan een systeem dat rechters helpt bij het bepalen van de strafmaat. Op basis van onder meer iemands criminele verleden (eerdere arrestaties en veroordelingen), geslacht, leeftijd en postcode wordt een voorspelling gedaan over zijn toekomstige wandaden. Is de kans statistisch gezien groot dat een dader ooit opnieuw een vergrijp pleegt, dan kan hij bij voorbaat extra zwaar gestraft worden. Andersom kan een dader aan wie een hemelsblauwe toekomst wordt toegedicht strafvermindering krijgen.
De techniek voor dit soort orakelwerk is al ruimschoots voorhanden. Grote techbedrijven buitelen de laatste jaren over elkaar heen in een wedloop van voorspellende software, waarbij de mogelijkheden duizelingwekkende proporties aannemen. Zo belooft IBM?politiekorpsen preventief naar de crime scene te leiden. In een bijbehorend reclamefilmpje staat een politieagent op z’n dooie gemak, koffie erbij, een overvaller op te wachten die op het punt staat toe te slaan.
Het Amerikaanse veiligheidsbedrijf Intrado ontwikkelde Beware, een systeem dat op basis van onder andere iemands adres, uitingen op sociale media en een eventueel strafblad voorspelt hoe groot de kans is dat hij een misdaad begaat. Een 42-jarige Afghanistanveteraan met PTSS?en een strafblad, die op Facebook schrijft over zijn oorlogservaringen? Het levert een dreigingsscore op van 67 van de 100 punten. Microsoft werkt aan een programma dat niet alleen criminaliteit van ver kan zien aankomen, maar ook van elke individuele gevangene kan voorspellen hoe groot de kans is dat hij of zij, eenmaal op vrije voeten, opnieuw de fout in zal gaan.
Politiekorpsen zijn er blij mee. In onder andere de Verenigde Staten, China, Brazili?, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland en Belgi? wordt met predictive policing gewerkt. Amerika loopt voorop: minstens zestig steden gebruiken een of meer vormen van voorspellende software. ‘Minority Report uit 2002 is de realiteit van vandaag‘, zei William Bratton, hoofd van de politie in New York, vorig jaar tijdens een debatavond over big data en veiligheid.
In Nederland neemt predictive policing ook ‘een enorme vlucht’, schrijven onderzoekers van TNO?in een recente publicatie over het onderwerp. Zo heeft de politie een systeem ontwikkeld dat inbraak en straatroof kan voorspellen. In samenwerking met de Universiteit Twente is informatiegestuurde luchtsteun opgezet: politiehelikopters vliegen preventief naar plekken waar high impact crime als overvallen en inbraken verwacht wordt. De politie werkt ook samen met commerci?le aanbieders van voorspellende software, maar noemt geen namen.
Volgens oud-politiemedewerker Rutger Rienks behoort Nederland internationaal tot de voorhoede. Als afdelingshoofd business intelligence bij de politie was Rienks de afgelopen jaren betrokken bij de eerste stappen naar voorspellend politiewerk. ‘Als je als overheids- of politieorganisatie criminaliteit op deze manier kunt uitbannen, dan lijkt mij dat een droom waar je je hard voor moet maken.’
Het is een omstreden droom. De Nationale Politie kreeg in oktober een Big Brother Award uitgereikt vanwege haar activiteiten rondom predictive policing. Met de prijs zet privacy-voorvechter Bits of Freedom jaarlijks ‘de grofste privacy-schenders’ in de schijnwerpers. Uit het juryrapport: ‘De politie van de toekomst houdt iedere burger non-stop en nauwlettend in de gaten. Daar zijn ze nu al mee begonnen.’ Criminoloog Marc Schuilenburg waarschuwt voor een politie die al te diep in de kristallen bol probeert te kijken: ‘Het gevaar is dat je uitkomt bij een gedachtenpolitie die steeds meer in de stoel van de psychiater gaat zitten en probeert criminele intentie te lezen in bepaald gedrag.’
Ook onderzoekers die zelf met voorspellings?modellen werken zijn kritisch. ‘Wij krijgen wel eens de vraag of we niet met heel evil technologie bezig zijn’, zegt Arnout de Vries. Als onderzoeker bij TNO?werkt hij aan verschillende experimenten rond predictive policing. ‘Misschien is dat wel zo, ja. Maar als je als overheid stil blijft staan en denkt: we houden deze enge technologie liever buiten de deur word je links en rechts door bedrijven ingehaald en sta je nergens. Je ziet politiewerk nu al privatiseren.’
In de VS ligt predictive policing al langer onder vuur. Tegenstanders waarschuwen behalve voor privacy-schending voor de groeiende macht van bedrijven die dit soort veiligheidssystemen aanbieden. De techniek zou bovendien leiden tot etnisch profileren, omdat de voorspellingen vooroordelen in de gebruikte data reflecteren.
Een alomtegenwoordige gedachtenpolitie, nog racistisch ook. Het klinkt nogal onheilspellend. Maar is het dat ook? Er is in Nederland nog weinig bekend over predictive policing. De politie geeft maar mondjesmaat informatie prijs. Wat gebeurt er al? Hoe werkt het precies? En wat kunnen we ervan verwachten?
Mark Jules klapt zijn laptop open en weet wat de toekomst in petto heeft. Jules is vice-president Public Safety Visualization bij multinational Hitachi en zodoende binnen de multinational de man met de glazen bol. Hij is vanmorgen overgevlogen uit Philadelphia en zit nu, zonnebril nog in het schouderlange stroblonde haar, in de bedrijfskantine van Hitachi Data Systems in Zaltbommel. Jules is in Nederland om te praten met ‘ge?nteresseerde partijen’ over de predictive-policingsoftware die het bedrijf sinds kort aanbiedt.
‘Even kijken’, hij zoomt in op de kaart van Washington D.C. en beweegt met zijn muis langs een rijtje delicten: diefstal, fraude, gewelddadige overvallen. De keuze valt op ‘sex crimes’. De kaart van de Amerikaanse hoofdstad, in rasters opgedeeld, kleurt hier en daar donkerrood. In die dieprode vierkantjes, elk goed voor twee huizenblokken, gaat het de komende 24 uur gebeuren. Om erachter te komen wat precies klikt Jules op een van de gekleurde vierkantjes. ‘In dit blok is de kans op een zedendelict vandaag 47 procent.’ Het is dat dit een demo-versie is, zegt Jules, anders kon hij per adres een gedetailleerde voorspelling geven.
Dit is predictive policing in de praktijk: een zo precies mogelijke kansberekening, uitgezet op een kaart. Buienradar, maar dan voor boeven. Het systeem van Hitachi is exemplarisch voor de meeste vormen van voorspellende software. Vertrekpunt: een flinke berg data van een stad of buurt. Historische criminaliteitscijfers, sociaal-geografische informatie over inwoners, adressen van bekende overtreders, data afkomstig van sociale media, het weer, het nieuws. Hoe meer hoe beter, liefst gecombineerd met een netwerk van slimme camera’s die in staat zijn gezichten te herkennen en geluidssensoren die geweerschoten detecteren. Zelflerende algoritmes zoeken vervolgens naar patronen. Blijkt er als het regent stelselmatig minder te worden ingebroken, dan wordt die informatie meegenomen in een voorspelling.
‘Ons systeem vindt correlaties die je als mens nooit gezien zou hebben’, zegt Jules. ‘In een van de steden waar wij werken blijkt rond fietsenrekken meer criminaliteit gepleegd te worden. Geen flauw idee waarom dat zo is. Maar zolang het een betrouwbare voorspelling oplevert, zijn wij tevreden.’ Een voorspelling van Hitachi komt volgens Jules in ongeveer 75 procent van de gevallen uit. ‘Dat is vijftien procent beter dan de meeste andere voorspellingsproducten.’ Of dat waar is, valt niet te controleren. Onafhankelijk onderzoek naar verschillende predictive systemen is nog niet gedaan.
Wordt er in Nederland al met de voorspellende software van Hitachi gewerkt? vraag ik.
‘Nee’, zegt Jules. ‘We werken alleen in de VS.’
‘Jawel hoor’, zegt persvoorlichter Bastiaan van Amstel even later, als Jules door is naar zijn volgende afspraak. ‘We mogen alleen niet alles zeggen. Niet alle partijen voor wie wij werken willen publiekelijk bekendmaken dat ze hiermee bezig zijn.’ Volgens de persvoorlichter zegt Jules daarom voor alle zekerheid niks. ‘Maar ik kan je vertellen dat deze software al op meerdere plekken in Nederland wordt uitgeprobeerd.’ Waar precies? Op hoeveel plekken? En voor wie?
‘Het aantal pilots is op ??n hand te tellen’, zegt Van Amstel. ‘We werken nog niet voor private bedrijven, het gaat om overheidspartijen.’ Met een mysterieuze glimlach: ‘Meer kan ik ?cht niet zeggen.’ Het is typerend voor het onderwerp. Predictive policing is in Nederland in nevelen gehuld. De politie maakt niet bekend met welke commerci?le instellingen wordt samen?gewerkt. Bedrijven kunnen op hun beurt vanwege geheimhoudingsovereenkomsten niet zeggen aan wie ze hun diensten verkopen.
Volgens de Amsterdamse korpschef Pieter-Jaap Aalbersberg moet het debat over predictive policing in alle openheid worden gevoerd. ‘Stel dat wij huiselijk geweld jegens kinderen kunnen voorspellen’, zei hij in oktober bij de uitreiking van de Big Brother Award. ‘Willen we dat? Het dilemma van het kind dat klappen krijgt tegen de methodiek die erachter zit. Dit zijn de debatten waar wij als politie zelf ook mee worstelen.’ Daarom is maatschappelijke discussie over het onderwerp ook zo belangrijk, zegt de korpschef. ‘Het gaat om openheid, want zonder maatschappelijk debat en democratisch besluit ben je niet een democratische samenleving.’
Toch wijst de politie meerdere interview?verzoeken af. Dat is niet uit onwil, zegt een persvoorlichter. ‘Het is nog te vroeg om naar buiten te treden. We zijn momenteel een belangrijke pilot rond predictive policing aan het afronden.’ Pas als er duidelijke cijfers en definitieve plannen zijn, is het tijd voor de pers. Om dezelfde reden wil de politie niet zeggen welke projecten er al lopen of hoeveel er al in wordt ge?nvesteerd.
Toch valt er op basis van gesprekken met betrokkenen en publicaties die recent over het onderwerp zijn verschenen een beeld te vormen van wat er al gebeurt. De politie werkt, zo blijkt, aan minstens acht projecten rond predictive policing. Daarbij gaat het deels om pilots en deels om systemen met voorspelcapaciteiten die al in gebruik werden genomen voor de bijbehorende allitererende modeterm kwam overwaaien uit de VS. De politie opereert zowel zelfstandig als met hulp van buitenaf. Zo wordt er bijvoorbeeld samengewerkt met TNO, dat ook voor de AIVD?en MIVD?de mogelijkheden van voorspellingen op basis van big data verkent.
Een rondgang langs grote spelers levert een rijtje bedrijven op die in Nederland al actief zijn. Zo is volgens een woordvoerder behalve Hitachi ook IBM, een van de marktleiders in de voorspellingsindustrie, ‘betrokken’ bij predictive-?policingprojecten. ‘We kunnen geen uitspraken doen over welke korpsen of over de aard van de projecten.’ Zakelijk dienstverlener Deloitte heeft net een pilot voor de politie afgerond, vertelt medewerker Maurice Fransen. ‘We hebben een soort buienradarkaart van Nederland gemaakt, waarmee je twee weken vooruit kunt zien in welke wijk we inbraken kunnen verwachten.’ De politie wil het model volgens hem ook inzetten voor andere vormen van criminaliteit.
Ook het Franse consultancybedrijf Cap?gemini werkt aan voorspellende projecten, valt af te leiden uit de Nationale Innovatieagenda Veiligheid 2015. Daarin wordt het ‘herkennen en voorspellen van afwijkend gedrag’ een landelijk innovatiespeerpunt genoemd. Cap?gemini gaat een voortrekkersrol vervullen, staat te lezen. Wat dat in de praktijk betekent wil het bedrijf niet zeggen. ‘Vraag maar na bij de politie.’
Met kop en schouders het opvallendste initiatief is de samenwerking met de Nederlandse start-up Pandora Intelligence uit het Gelderse Elst. Mede-oprichter Peter de Kock, ooit filmmaker en nu recherchekundige bij de politie, deed een paar jaar geleden promotieonderzoek naar het voorspellen van terrorisme en kwam met een onorthodoxe aanpak. De Kock legde een database aan van zo’n tweehonderdduizend terroristische incidenten die wereldwijd plaatsvonden en combineerde die met een database van filmscenario’s, boeken en theaterstukken waarin terrorisme voorkomt, opgebroken in scenario-elementen. Fictie kan volgens De Kock een krachtige voorspeller zijn. ‘Neem bijvoorbeeld de aanslagen van 11 september. Een vliegtuig dat zich in een wolkenkrabber boort, zoiets had de Amerikaanse schrijver Tom Clancy al jaren eerder beschreven in een van zijn boeken.’
Zie hieronder het interview dat hij gaf op de dag van zijn promotie in De Wereld Draait Door, met de kern van zijn onderzoek: ??wij zijn [?] nu voor de eerste keer in staat om heel veel data te genereren, heel veel data te wassen [?] Tot voor kort was het belangrijk wie dat opsporingsonderzoek leidde en of die de juiste kennis had. Nu kun je die kennis apart in een database zetten en iedereen heeft daar toegang toe die je daar toegang toe verleent. En dat gaat diegene helpen die de interpretatie moet maken.?
De aanpak is veelbelovend. De Kock liet zijn algoritmes voorspellingen doen op basis van terroristische incidenten die gepleegd waren voor 2007 en vergeleek de uitkomsten met aanslagen die werkelijk plaatsvonden na 2007. Zijn systeem bleek in sommige gevallen vijftig tot zeventig procent beter te kunnen voorspellen dan gangbare methodiek. Dat zijn bijzondere scores bij een ongrijpbaar verschijnsel als terrorisme. Niet gek dus dat veiligheidsorganisaties wereldwijd De Kock weten te vinden. ‘Telkens als er een klap is ergens in het Westen gaat bij mij de telefoon: je moet n? komen praten.’ Ook grote softwarebedrijven als IBM?en Oracle hebben interesse getoond. Toch heeft de politiemedewerker ervoor gekozen zijn voorspeller vooralsnog alleen in te zetten voor zijn eigen werkgever. Dit jaar nog koppelt hij zijn databases aan die van de politie en kan het betere orakelwerk beginnen.
Dat betekent overigens niet dat er straks spontaan een naam, een moordwapen en een locatie uit het systeem komt rollen, zegt De Kock: ‘Het werkt eerder zo: stel, een omstreden politicus houdt een boeksigneersessie, of Obama bezoekt Nederland. Dan kan mijn systeem straks alle potenti?le scenario’s bedenken van mogelijke daders en hun werkwijze.’ Daar kan de politie zich dan alvast op voorbereiden.
Maar dat is later. Wat de politie op dit moment zonder hulp van buitenstaanders onderneemt weet Rutger Rienks, een van de grondleggers van predictive policing in Nederland. Rienks, een jongensachtige dertiger, werkte tot een half jaar geleden bij de politie. Hij schreef voor de politieacademie het boek Predictive Policing: Kansen voor een veiligere toekomst, dat vorig jaar verscheen. Inmiddels werkt Rienks voor de gemeente Amsterdam, maar hij wil best nog eens vertellen over zijn ervaringen bij de politie. Want ja, hij is enthousiast. ‘Ik zie kansen, nou en of. Predictive policing kan ons een hele hoop ellende besparen. Er zitten natuurlijk allerlei haken en ogen aan, maar als je vertrouwen hebt in de modellen die die voorspellingen doen en ze goed toetst, dan kun je een hoop narigheid voorkomen.’
Die haken en ogen, daar heeft de oud-?politiemedewerker nog een leuk verhaal over met een poedel in de hoofdrol. Maar dat komt straks, eerst de voorspellende systemen. Rienks noemt in zijn boek een aantal voorbeelden. Het absolute paradepaardje van de politie is het zogenoemde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS), dat in 2012 door de Amsterdamse politiemedewerker Dick Willems is ontwikkeld. Door het combineren van onder meer historische criminaliteitscijfers met CBS-data (denk aan inkomensgegevens, uitkeringen, gezinssamenstelling) en adressen van bekende verdachten kan de politie woninginbraken en straatroven voorspellen. Het systeem is in staat ongeveer veertig procent van de woninginbraken en zestig procent van de straatroven te voorspellen. Het cas wordt inmiddels uitgetest in vier steden, het streven is het systeem over heel Nederland uit te rollen. Ook internationaal is de belangstelling gewekt. Vertegenwoordigers uit onder andere Canada en Turkije zijn al op bezoek geweest om er meer over te weten te komen.
In onderstaande uitzending van Factchecker legt Dick Willems van de politie Amsterdam uit hoe het globaal werkt (na ongeveer 9 minuten in de uitzending). Zie ook?hier.
Een vergelijkbaar systeem in samenwerking met de Universiteit Twente stuurt helikopters preventief af op plekken waar veel misdaad wordt verwacht op basis van historische cijfers. Net als bij de meeste vormen van predictive policing gaat het daarbij om high impact crimes als inbraak, overvallen en straatroof. Deze vormen van criminaliteit hebben prioriteit binnen de politie, bovendien laten ze zich makkelijk voorspellen omdat ze relatief veel voorkomen.
Twee andere projecten van de politie vallen op omdat ze voorspellingen doen over individuen. ProKid, een signaleringsinstrument dat in 2013 landelijk werd ingevoerd, voorspelt van kinderen tot twaalf jaar wie de grootste kans maakt op te groeien tot delinquent. Risicotaxatie-instrument RTI-Geweld schat van elke persoon die bij de politie bekend is (bijvoorbeeld vanwege betrokkenheid bij een incident) hoe groot de kans is op toekomstig geweld. ‘Bepaalde vroeger het aantal delicten dat iemand had gepleegd of hij boven aan de lijst kwam’, schrijft politiemedewerker Remco van der Hoorn in het boek van Rienks, ‘nu is dat het feit of hij het grootste risico laat zien in de toekomst weer over de schreef te gaan.’
Tijd voor het verhaal met de poedel. Daarvoor moeten we nog ??n vorm van predictive policing leren kennen: het voorspellen van drugssmokkel. Door gegevens over kentekens en reis?patronen te combineren kan de politie sinds 2011 auto’s opsporen waarvan de kans statistisch gezien groot is dat er drugs mee gesmokkeld wordt. Die aanpak werpt zijn vruchten af: door de controle te focussen op de voertuigen die de computer aanwijst, is het aantal gevonden grammen hero??ne per gecontroleerd voertuig van 5 naar 1027 gestegen. Rienks: ‘Het werkt erg goed. Maar het gaat ook wel eens mis.’
Zo kon het dat een poos geleden een verdachte auto op de snelweg in de buurt van Rotterdam met veel toeters en bellen werd klemgereden. De bestuurder bleek geen drugssmokkelaar, maar een geschokte oudere dame die net een spuitje voor haar poedel had gehaald. Haar pas aangeschafte tweedehands auto was, zo werd later duidelijk, van een smokkelaar geweest. Het nummerbord stond daarom nog in het systeem. De route die ze die dag reed paste toevallig precies in een verdacht reispatroon. ‘De mevrouw heeft een bosje bloemen gekregen als excuses. Maar zo zijn er natuurlijk wel meer verhalen.’
Het incident met de poedel is een goed voorbeeld van een van de nadelen van predictive policing: de kans op foute positieven. Dat zijn personen, plekken of situaties die ten onrechte als risico worden aangemerkt. Bij de ingebruikname van een nieuw systeem kan dat veel voorkomen. Zo bleek bij de evaluatie van de eerste pilots met ProKid dat meer dan ??n op de drie kinderen (36 procent, in totaal 902 kinderen) ten onrechte als risicokind werd aangemerkt door systeem- of registratiefouten. Ze werden door de computer geselecteerd op basis van incidenten die volgens de betrokken wetenschappers ‘irrelevant’ waren, staat te lezen in een evaluatie uit 2011. Dit soort fouten zijn, ook als een systeem al verder ontwikkeld is, moeilijk helemaal uit te sluiten, zegt Rienks. ‘Er bestaan altijd uitzonderingscategorie?n. Een jongeman in een veel te dure auto kan bijvoorbeeld een crimineel lijken, maar het kan ook een professioneel voetballer zijn.’
De uitzondering op de regel: het is ook een van de bezwaren van universitair docent criminologie Marc Schuilenburg van de Vrije Universiteit. Schuilenburg schreef een aantal artikelen over predictive policing en is, zacht gezegd, geen fan. De lijst met problemen die hij voorziet is lang. Om met de basis te beginnen: wetenschappelijk bewijs dat voorspellend politiewerk werkt is dun gezaaid. ‘Bij voorspellingen over plaatsen lijkt het er inmiddels wel op dat het effect kan hebben’, zegt hij. ‘Je ziet in internationale literatuur dat de criminaliteit afneemt als de politie extra gaat surveilleren in een wijk waar veel misdaad wordt verwacht. Hoewel het risico bestaat dat de criminaliteit zich verplaatst naar een andere wijk.’
Een stuk ingewikkelder wordt het als het om personen gaat. ‘Het is nog maar helemaal de vraag of je op basis van algoritmes kunt bepalen wie een misdaad gaat plegen.’ Daarbij zijn de risicoprofielen die veiligheidsorganisaties gebruiken volgens Schuilenburg te breed: ‘Je ziet dat er te veel personen aan de criteria voldoen. Dat levert een enorm lange lijst individuen op, die de politie onmogelijk allemaal in de gaten kan houden. Neem de aanslagen in Parijs en Brussel: alle daders bleken achteraf al in de kaartenbakken te zitten.’
Belangrijker nog: de gegevens waar voorspellingen op gebaseerd zijn, zijn niet altijd van goede kwaliteit. ‘De politiedata die gebruikt worden zijn vaak vuil. Het zijn haastig gemaakte notities of halve verwijzingen.’ Hoe slechter de data, hoe onbetrouwbaarder de voorspelling, wil de criminoloog maar zeggen. Zo staat in een verantwoordingsrapport uit 2014 over het eerder genoemde RTI-Geweld te lezen dat de gegevens waarop de voorspellingen zijn gebaseerd ‘soms erg vervuild’ zijn. ‘Als voorbeeld: iemand die als verdachte aan een incident is gekoppeld, hoeft dit in werkelijkheid niet geweest te zijn.’
Bovendien kunnen de data gekleurd zijn. Daarmee komt Schuilenburg op een vaak gehoorde klacht in de VS: predictive policing zou leiden tot etnisch profileren. ‘Er mogen allerlei slimme algoritmes aan te pas komen, daarmee zijn voorspellende modellen nog niet neutraal.’ De historische criminaliteitscijfers die bij predictive policing standaard worden gebruikt, kunnen bepaalde vooroordelen bevatten, bijvoorbeeld omdat sommige bevolkingsgroepen vaker worden opgepakt voor hetzelfde delict dan andere. Als een algoritme daar patronen in gaat zoeken, kunnen diezelfde vooroordelen weer uit het systeem rollen. Een voorspelling die zichzelf waarmaakt. Schuilenburg: ‘Dat zie je nu ook al gebeuren bij zo’n inbraakvoorspeller van de politie. Daar komen altijd wijken uit waar mensen wonen die al veel met de politie in aanraking zijn gekomen.’
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwt ook voor dit zelfversterkende effect. De raad deed de afgelopen twee jaar in opdracht van de regering onderzoek naar het gebruik van big data door veiligheids?instellingen; eind april verscheen het onderzoeksrapport. Predictive policing komt daarin ook aan bod. ‘Een wijk waarin veel gesurveilleerd wordt, zal prominenter terugkomen in de criminaliteitscijfers. De extra aandacht vergroot de bestaande problemen verder uit, hetgeen weer de basis voor nieuw beleid kan zijn, dat op zijn beurt het (negatieve) beeld verder versterkt.’
Nonsens, vindt Jeffrey Brantingham. ‘Burgers doen aangifte van misdaad bij de politie. Als de politie die gegevens vervolgens gebruikt om preventief in bepaalde buurten te surveilleren en daarmee een buurt veiliger te maken, doet ze toch precies wat de maatschappij vraagt?’
Het is niet de eerste en zeker niet de laatste keer dat Brantingham gevraagd wordt naar de schaduwkant van zijn voorspellingsmodellen. De hoogleraar antropologie in Los Angeles stond hoogstpersoonlijk aan de wieg van predictive policing. ‘Dat was niet gepland: ik deed onderzoek naar iets anders, maar er kwam een techniek uit waar de politie naar smachtte.’ Brantingham onderzocht voor het Amerikaanse leger modellen om aanvallen van rebellen en mogelijke burgerslachtoffers in Irak te voorspellen. Dezelfde software bleek inbraken en straatroof te kunnen voorzien.
Inmiddels staat Brantingham aan het hoofd van een indrukwekkend voorspellings?imperium: PredPol, een bedrijf dat in de VS alleen al in zestig steden actief is en ook in het Verenigd Koninkrijk software verkoopt. De Nederlandse politie heeft ook interesse, zegt Brantingham tijdens een flitsbezoek aan Den Haag. ‘Er zijn gesprekken geweest, maar nog niets formeels.’ Wat betreft die kwestie rond etnische profilering, daar kan de hoogleraar kort over zijn. ‘PredPol maakt geen gebruik van persoonsgegevens. We kijken alleen waar en wanneer iets gebeurd is.’ Racisme, met andere woorden, is uitgesloten. ‘Gemeenschappen krijgen meer politiesurveillance als ze vaker aangifte doen. Ze krijgen dus precies de aandacht waar ze om vragen.’
Toch kan die manier van werken indirect hetzelfde effect hebben, zegt Schuilenburg. Buurten met een slechte reputatie en veel politieaandacht komen eerder als risicolocatie uit de bus. Het gevolg is nog meer politieaandacht, die mogelijk gepaard gaat met etnisch profileren. ‘De politie pakt nu eenmaal eerder een Marokkaan in een hoody op dan iemand zoals ik in een maatpak.’ Dat werd vorige week duidelijk toen Typhoon werd aangehouden. De politie vond de dure auto waarin de rapper van Surinaamse afkomst reed in combinatie met zijn huidskleur verdacht.
De WRR?benoemt daarbij nog een probleem: bij wie ligt de verantwoordelijkheid als een voorspelling de plank volledig misslaat? ‘Aangezien de discriminatie in veel gevallen niet intentioneel is en niet met opzet in het algoritme ingeschreven wordt door de computerprogrammeurs zal het zeer moeilijk te achterhalen zijn wie verantwoordelijk is voor het probleem en om dit te bewijzen in een rechtszaak.’
Op naar Den Haag. Daar wordt op een zogeheten ‘verboden plaats’ gewerkt aan voorspellende modellen. Die verboden plek is een locatie van onderzoeksinstituut TNO?waar aan staats?geheimen wordt gesleuteld. Onderzoekers werken er bijvoorbeeld in opdracht van defensie. Bezoekers moeten hun telefoon bij de receptie achterlaten en mogen alleen onder begeleiding door het gebouw lopen. Het is ook de plek waar Selmar Smit en Arnout de Vries onderzoek doen naar verschillende modellen voor politie en veiligheidsdiensten. De Vries: ‘We proberen uit te zoeken hoe ver we kunnen gaan met voorspellen. Meer kunnen we er niet over zeggen.’
Toch heeft het duo een hoop te vertellen. De onderzoekers publiceerden eind april samen met twee andere collega’s een uitgebreid rapport over predictive policing. ‘Criminelen zijn gewoontedieren’, zegt De Vries. ‘Daardoor kun je makkelijk patronen zien in veel voorkomende vormen van misdaad.’ Hoewel er volgens collega Smit nog meer wetenschappelijk onderzoek moet komen, ‘is het aannemelijk dat predictive policing werkt’. Op dit moment doet tno alleen onderzoek voor overheidspartijen. ‘Maar vanuit de private sector bestaat veel interesse.’ Met name verzekeraars en particuliere beveiligingsbedrijven zien wel brood in een kijkje in de toekomst.
De technologie is veelbelovend, vinden de onderzoekers. Maar ze maken zich ook zorgen. Zo is er de privacy-kwestie. ‘Een goede voorspeller voor inbraken zijn de adressen van bekende inbrekers die net uit de gevangenis komen’, zegt Smit. ‘Maar ja, ze hebben hun straf al uitgezeten. Mag je die gegevens toch gebruiken?’ Andere kwestie: voor het doen van goede voorspellingen zijn data nodig, v??l data. Dat vereist al snel dat meerdere datasets aan elkaar worden gekoppeld. De Vries: ‘Dat is een enorm probleem. Die informatie heb je ooit verzameld met een bepaald doel en nu ga je het ineens voor een ander doel gebruiken, het voorspellen van misdaad.’
Privacy en het verzamelen van grote hoeveelheden data staan per definitie met elkaar op gespannen voet, staat te lezen in het eerder genoemde wrr-rapport. De wet schrijft voor dat gegevens niet voor een ander doel gebruikt mogen worden dan waarvoor ze verzameld zijn, ?n dat er niet meer gebruikt mag worden dan strikt noodzakelijk is. Het grote voordeel van big data-onderzoek zit ‘m nou juist in het ongericht verzamelen en combineren van eindeloze hoeveelheden gegevens, waardoor onverwachte patronen kunnen opduiken. ‘Spanningen met privacy en het gegevensbeschermingsrecht zijn daardoor nooit ver weg.’ Wetgeving schiet daarbij te kort. Of, zoals de wrr het formuleert: er is een ‘mismatch’ tussen wetgeving en het gebruik van big data door veiligheidsorganisaties. Regels over het verzamelen van data zijn er al, maar wat er vervolgens met die gegevens gebeurt, de analyse van die data, moet beter gereguleerd worden, vindt de raad.
Een fundamenteler probleem is dat predictive policing ingaat tegen het idee dat een individu onschuldig is tenzij anders bewezen. ‘De politie is eigenlijk van jou de kans aan het berekenen dat jij verdachte zou kunnen zijn’, zegt De Vries. Dat is in strijd met de onschuldpresumptie – een grondbeginsel van het strafrecht. ‘Het is heel moeilijk daar juridisch mee om te gaan.’
Het gevolg kan zijn dat de politie meer vrijheid krijgt om te handelen zonder rechterlijke controle, zegt Marc Schuilenburg. ‘Normaal gesproken heeft de politie toestemming van de rechter-commissaris nodig om bijvoorbeeld een telefoon te mogen aftappen.’ Bij predictive policing ontbreekt die controle. ‘De politie kan mensen op basis van een voorspelling alvast in de gaten gaan houden, zonder dat daar een zuiver juridische grond voor is’, zegt de criminoloog. ‘Het steeds vroeger willen ingrijpen van de politie schept zo een bijna ongebreidelde vrijheid voor de politie zelf.’
De politie zet met voorspellend politiewerk mogelijk te ruim opsporingsbevoegdheden in, zegt ook Bart Schellekens. Hij is onderzoeker Recht en ICT?bij de Raad voor de Rechtspraak, maar reageert op persoonlijke titel. ‘We moeten ons afvragen of dat past binnen de taak van de politie, en of toezicht en transparantie wel goed geregeld zijn.’ Voor Schuilenburg is dat al niet meer de vraag, maar een zorgwekkende constatering. ‘Met predictive policing rolt de politie een digitaal vangnet uit waarin de rechten van burgers volledig ondergesneeuwd raken aan die van onduidelijke opsporingsbelangen.’
Zo mogelijk nog ingewikkelder wordt het als het voorspellend model afkomstig is van een bedrijf dat het niet wil prijsgeven, zegt De Vries. ‘Mijn grootste zorg is uiteindelijk dat bedrijven de markt overnemen. Daar zit veel meer geld en kan veel meer snelheid gemaakt worden met technologie die al voor het oprapen ligt.’ Alle eerder genoemde risico’s, van etnisch profileren tot privacy-schending, nemen volgens de tno-?onderzoekers alleen maar toe als private partijen de boel overnemen, omdat er veel minder druk is om transparant te opereren. Smit: ‘Dan kan er anarchie ontstaan.’
Zo ver is het nog niet. De Vries: ‘Predictive policing groeit hard, maar staat nog in de kinderschoenen. Of de overheid uiteindelijk de overhand gaat krijgen of het bedrijfsleven gaan we zien. Maar dat de geest uit de fles is als het gaat om het voorspellen van misdaad, is wel duidelijk.’
Het is een veel gehoord geluid als het over voorspellend politiewerk gaat: de opmars van de kristallen bol lijkt onomkeerbaar. Sander Klous, hoogleraar big data aan de Universiteit van Amsterdam en adviseur ‘big data analytics’ bij KPMG, publiceerde onlangs een rapport met de veelzeggende titel Iedereen wil uiteindelijk die voorspellende glazen bol. ‘Het werkt met big data net als met tandpasta’, licht de hoogleraar toe. ‘Eenmaal uit de tube kun je proberen het terug te duwen, maar dat gaat niet lukken.’ Minder kleurrijk gezegd: als data eenmaal beschikbaar zijn, is het vrijwel onmogelijk deze weer terug te trekken. En er wordt steeds meer gemeten en gedeeld, niet in de laatste plaats dankzij smartphones en sociale media. Het valt te verwachten dat daar, nu voorspellingstechniek ?royaal voorhanden is, alleen maar meer gebruik van gemaakt zal worden.
Het sluipende gevaar is wat de WRR?’data?determinisme’ noemt. Het risico dat individuen worden beoordeeld op basis van wat statistisch gezien aannemelijk is dat ze gaan doen, in plaats van wat ze feitelijk gedaan hebben. Marc Schuilenburg heeft er een andere, meer dramatische term voor: ‘de gedachtenpolitie’ – een politieorganisatie meer gericht op intentie dan op de daad zelf. De verschuiving naar intentie is volgens Schuilenburg deel van een bredere ontwikkeling. ‘Het klassieke strafrecht in Nederland was een daadstrafrecht. Er moest een fysieke handeling hebben plaatsgevonden voordat iemand strafbaar was.’ Dat wordt de laatste twintig jaar steeds verder losgelaten. Voorbereidingshandelingen zijn bijvoorbeeld strafbaar geworden. ‘Als ik met een kalasjnikov in m’n hand en een plattegrond van een bank in m’n zak over straat loop, is dat genoeg voor een veroordeling.’ De daad zelf is daarmee opgerekt tot de voorbereiding ervan. ‘Het gevaar is dat de politie steeds eerder in het hoofd van mensen probeert te kruipen, aan bepaalde gedragingen conclusies gaat verbinden en al ingrijpt voor er iets gebeurd is. Terwijl: het is altijd de vraag of die persoon wel tot die daad was gekomen als je niets had gedaan.’
Daarmee raakt Schuilenburg aan de kern van veel vraagstukken rond voorspellend politiewerk: wat als iemand iets anders doet dan verwacht? Het is het klassieke thema van veel sciencefictionfilms en -boeken: predestinatie versus vrije wil. Tom Cruise krijgt er halverwege Minority Report mee te maken. Volgens de helderzienden staat hij deze keer zelf op het punt een man te vermoorden. De daad lijkt onontkoombaar, de politieagent gelooft heilig in zijn voorspellingsmethode. Hij zal ook bijna wel moeten: als hij de moord niet pleegt is hij het levende bewijs dat zijn methodiek niet werkt. ‘Je hebt w?l een keuze’, fluistert een van de helderzienden hem in.
Dat dit soort onwerkelijke dilemma’s geen volslagen fictie meer zijn, bewijst het voorbeeld uit Pennsylvania. Als de staat inderdaad een rekenmodel invoert dat rechters de strafmaat helpt bepalen, dan worden daders preventief afgerekend op een statistisch gegeven. De kans op recidive wordt met behulp van een punten?systeem berekend, aan de hand van onder andere historische criminaliteitsgegevens. Man-zijn alleen al levert daarbij meer punten op, omdat er nu eenmaal vaker mannen dan vrouwen worden veroordeeld. Hetzelfde geldt voor leeftijd: een jongere is een groter risico dan iemand van boven de veertig. Zelfs de woonplek telt mee: een stadsmens gaat vaker de fout in dan een plattelandsbewoner en kan dus strenger worden gestraft. Cijfermatige voorbestemming gaat zo zwaarder wegen dan vrije wil – de kans dat iemand iets anders doet dan wat statistisch voor de hand ligt.
Dezelfde kwestie in een andere vorm speelde bij de Amerikaan Robert McDaniel. In de zomer van 2013 stonden er drie agenten op de stoep van de toen 22-jarige inwoner van Chicago. De stad had net een voorspellend model in gebruik genomen dat moest bepalen welke inwoners de grootste kans maakten betrokken te raken bij een gewelddadig incident. McDaniel stond op de lijst en kreeg prompt bezoek van de politie. De boodschap: we houden je in de gaten, nog ??n misstap en de gevolgen zijn groot. Het incident haalde de krant omdat niet duidelijk was hoe de jongen op de lijst was beland, aangezien hij behalve een aantal arrestaties voor kleine vergrijpen (waaronder het roken van wiet) een schone lei had. ‘Ik heb niets m??r gedaan dan elke andere jongere die in deze buurt opgroeit’, zei McDaniel destijds in de Chicago Tribune. De doorslaggevende factor was waarschijnlijk dat hij wel vrienden had met een uitgebreid strafblad. Omdat sociale netwerken een goede voorspeller van gedrag zijn, telden die mee.
‘Zien we in de Nederlandse rechtbanken binnenkort ook Pennsylvaniaanse toestanden?’ vroeg de minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur onlangs retorisch bij de ontvangst van het WRR-rapport over big data en veiligheid. ‘Ik zal het nog eens navragen bij de Raad voor de Rechtspraak, maar ik vermoed van niet.’ Tegelijkertijd moeten we ons door dit soort ‘dystopische’ voorbeelden niet laten afschrikken van de mogelijkheden die big data bieden op het gebied van veiligheid, vindt de minister. ‘Als de negentiende-eeuwse boer die zo’n nieuwerwetse trein langs zijn wei vol koeien ziet denderen en denkt: verdomd, straks wordt de melk zuur.’
Dat Nederland die behoudende boer in elk geval niet is, blijkt uit het WRR-onderzoek. Wat de gevolgen daarvan zijn, zal moeten blijken. Volgens Van der Steur moeten we vooral realistisch zijn. ‘Wat geldt voor de zelfrijdende auto’s en drones geldt ook voor big data: het is niet de vraag of het onderdeel wordt van ons dagelijks leven, maar hoe we het vormgeven.’
Dit artikel kwam tot stand met steun van Fonds 1877