Tagarchief: trollen

Internettrollen vervuilen het web met gevaarlijk gedrag

Op het internet duiken steeds meer spookaccounts op, die nepnieuws verspreiden. Deze internettrollen zijn ook verantwoordelijk voor online haatmisdrijven en kunnen de rechtsorde bedreigen. Hoe kunnen online veiligheid en leefbaarheid gewaarborgd worden in de 21ste eeuw?

– Een artikel van Arnout de Vries geplaatst in Secondant

Sociale media zijn breed beschikbaar en worden door jong en oud en onschuldige maar soms ook kwaadwillende personen gebruikt. We kennen sociale media vooral als een geweldig middel om met elkaar verbonden te raken via chat en door (vakantie)foto?s te delen. Toch kan je niet alleen je hart luchten met andere gebruikers, maar ook mensen isoleren, van anderen vervreemden en vernederen. Dit varieert van kleine pesterijen tot regelrechte oorlogsvoering. Want kinderen?gamen online, maar in dezelfde spelletjes zitten vaak ook neonazi?s, zoals in het online oorlogsspel Clash of Clans. Soms zitten zij in eenzelfde chatsessie met jonge, zeer be?nvloedbare kinderen. Toezicht op de online normoverschrijdingen is beperkt, of afwezig.

Het zogeheten trollen als vorm van normoverschrijdend gedrag online neemt toe. Trollen kan beginnen met pesten, maar verergeren tot intimideren en stalken. Het kan slachtoffers zelfs tot zelfmoord drijven. Als dit online gedrag de veiligheid en leefbaarheid schaadt, komt het als verschijnsel in beeld bij de overheid.

Veiligheidsconferentie

In mei dit jaar werd in Londen een internationale veiligheidsconferentie gehouden over ?trolling?. Onderzoekers en specialisten uit bedrijfsleven en overheden vanuit meer dan 15 Europese landen kwamen bijeen om de kansen voor een vernieuwde aanpak te bespreken. Ook de bedreigingen van deze ontwikkelingen kwamen aan bod. Al deze partijen uit de veiligheidssector hebben als doel om het internet veiliger en leefbaarder te maken.*

De techniek heeft zich in de afgelopen jaren zodanig ontwikkeld dat internet een vanzelfsprekendheid is voor veel mensen. Echter, ook anonimiteit door encryptietechnieken en het gebruik van kunstmatige intelligentie worden steeds normaler. De internetgedragscodes veranderen sinds het ontstaan ervan mee, maar: Wat is acceptabel en wat niet? Wat staan we met moderne technologie toe en wat niet? Nieuwe ontwikkelingen bieden nieuwe kansen, maar vormen ook nieuwe bedreigingen. Op het wereldwijde web zijn de meningen verdeeld over hoe ver vrijheid van meningsuiting mag gaan en elk socialemediaplatform hanteert hierbij zijn eigen huisregels. Socialemediaplatforms dulden bijvoorbeeld alleen echte mensen en toch duiken steeds meer valse en machinegestuurde accounts op om te trollen.

Dilemma?s in moeizame aanpak trollen

De conferentie focuste op preventie en interventies in handhaving en vervolging met aandacht voor sociale en technologische innovaties.?Best practices?werden gedeeld, zoals die van John Donovan, werkzaam bij?The Online Hate Crime Hub?van de Metropolitan Police. Sinds 2017 pakken de speciaal getrainde politieagenten online misstanden aan. De Hub onderzoekt meldingen van online haatmisdrijven, waaronder racisme en discriminatie gericht op beperking, religie, of geaardheid en acteren hierop, voor zover mogelijk. Donovan benoemde diverse juridische obstakels bij het trollen, zoals onduidelijke wettelijke kaders die de vervolging van trollen bemoeilijken. Ondersteuning van het slachtoffer staat dan wel centraal bij de Hub, maar als slachtoffers niet willen meewerken aan verdere actie blijven trollen vaak anoniem en ongestraft. Daarmee gaat dan weer geen afschrikkende werking uit tegen herhaling.

Normloosheid van gamingplatforms

Gamingplatforms werden expliciet uitgelicht, omdat het normoverschrijdende gedrag hierin n?g prominenter lijkt. Cybercriminoloog Thomas-Gabriel R?diger vergeleek online games met een fysieke speeltuin: rond de spelende kinderen zien we borden met simpele gedragsregels en ouders die vanaf een bankje wat toezicht houden. Online houdt niemand zo toezicht. Via online??speeltuinen??zoals Minecraft, Roblox en MovieStarPlanet worden steeds meer kinderen het slachtoffer van?grooming, terwijl ouders denken dat ze een onschuldig spelletje spelen.

Online zijn gedragsregels op zijn minst anders te noemen, maar eigenlijk vaak afwezig. Wat vinden we van deze normloosheid? R?diger liet zien hoeveel online groepen met nazinamen in de game Clash of Clans te vinden zijn, hoe die gesprekken verlopen en ook met welk gebrek aan online normen het spel soms gespeeld wordt. Naast dit spel zijn er vele games waarin gecommuniceerd wordt, via tekst, maar ook via spraak, zoals bijvoorbeeld het populaire schietspel Fortnite: 100 spelers strijden tot de laatste overblijft. Een spel waarin de norm lijkt dat online alles geoorloofd is om maar die laatste te zijn.

Sterkte-zwakteanalyse

De conferentie resulteerde op grond van de vele voorbeelden in een sterkte-zwakteanalyse, waarbij kansen en bedreigingen werden benoemd voor een effectievere aanpak voor veiligheidspartijen die trollen willen aanpakken: *

Figuur 1> SWOT-analyse van aanpak trollen door veiligheidsdiensten

Trollen bedreigen de rechtsorde

Trollen vindt niet alleen plaats op individueel niveau. Uit?onderzoek?van?NRC?bleek dat Russische internettrollen op Twitter probeerden anti-islamsentimenten in Nederland aan te wakkeren. Dit gebeurde vanuit een??trollenfabriek? in Sint-Petersburg, het beruchte Internet Research Agency (IRA). Dat beheerde zeker 3841 trol-accounts. Sommige tweets zijn door de nepaccounts verstuurd op de dag van de aanslagen in Brussel, 22 maart 2016, andere ten tijde van de Nederlandse verkiezingen.

Volgens Facebook is 2 tot 3 procent van hun accounts vals, maar experts schatten dat het eerder 10 procent is. Ook Twitter heeft last van miljoenen spookaccounts. Bij de grote zomerschoonmaak verwijderde Twitter?70 miljoen nepaccounts. Facebook blokkeerde zelfs?1.3 miljard accounts.

Internettechnologie

Twitter-directeur Jack Dorsey beklaagde zich er onlangs over hoe fictieve accounts zijn berichtendienst misbruiken. Hij wil weer een gezond debat met echte mensen, maar heeft geen idee hoe de klok terug te draaien. Internettechnologie ontwikkelt zich intussen verder. Volgens sommige trendwatchers is 2018 het jaar van de??social bot??(online robotaccounts die communiceren). Veel omarmen dat in hun klantgerichte dienstverlening. Nu al kan een computer kunstmatig aangemaakte portretfoto?s genereren en voorzien van namen. Accounts aangedreven door kunstmatige intelligentie worden dan een?chatbot. Je kunt nu al een bot maken die praat als president Trump en nieuwe ?Trump-uitspraken? doet op basis van oude uitspraken.

Onder kinderen zijn social bots enorm populair. Opeens kunnen ze chatten met Minions, die precies praten zoals in de film. Minion-bots bieden ook producten aan: ?Heb je al aan papa en mama verteld dat een nieuwe Minion-film uitkomt?? Chinese kinderen vertrouwen hun diepste geheimen toe aan dit soort?bots, terwijl kinderen vaak erg be?nvloedbaar zijn. Papa en mama weten ondertussen niet welke informatie hun kinderen delen en welke informatie gedeeld wordt.

Nederlandse trollen hadden in 2012 al een aantal keren flinke impact. Een jongen twitterde bijvoorbeeld tijdens Project X dat een meisje was overleden. Hij deed dit voor de lol en noemde zich ?hoax creator?, maar dat wisten hulpdiensten, media en maatschappij niet, met alle gevolgen van dien. De jongen werd niet vervolgd, omdat wat hij deed dan wel niet ethisch, maar ook niet ?zomaar? strafbaar was.

Offline en online maatschappij

We stevenen af op een kantelpunt waarin het onderscheid tussen echt of nep steeds lastiger wordt. De jeugd praat graag online met Justin Bieber, ook al weten ze ergens wel dat hij niet echt is. Vele partijen spelen, goed en kwaad, in op deze ontwikkelingen. Alleen met bewustzijn en verantwoordelijkheid, ook onder technologieaanbieders en overheden, kunnen online leefbaarheid en veiligheid in de 21ste eeuw geborgd worden. Samenwerking, juist internationaal, moet hierom volwassener worden. Passende wet- en regelgeving moet die samenwerking ondersteunen.

Door gebrekkige kennis van sociale media en gamen wordt de kloof tussen de offline en online maatschappij alleen maar verder vergroot, zolang hier niks mee gedaan wordt. Die kloof kan kleiner worden door relaties te versterken tussen specifieke groepen en veiligheidsinstanties. Wat staan we toe en waar ligt de grens? Er bestaan al genoeg voorbeelden van bedreigingen die de leefbaarheid verminderen en die de grens al ver gepasseerd zijn. Gelukkig bestaan ook genoeg kansen. Als we deze samen aangrijpen hoeft het niet van kwaad tot nog erger te gaan. <<

Europees project

Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het derde van een serie artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp als: Do It Yourself (DIY) Policing; Rellen en massabijeenkomsten; Dagelijks politiewerk; Dark Web; Trolling en; Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende artikel in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.

Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Bron: Secondant

De terreur van de trollen

Sociale media raken steeds meer vervuild door verlakkerij

Zanger Dotan is niet de enige die het spookaccount heeft ontdekt als middel om zichzelf te promoten. Van boze exen tot grote bedrijven en de Russen: steeds vaker duiken trollen, nepaccounts en sokpoppen op. De bot is big business. ?Straks kan niemand meer zien wat echt is of nep.?

Door: Silvan Schoonhoven

Dotan maakt zichzelf tot held met een zielig verhaal over een doodzieke fan. Partij Denk bestreed PvdA?ers in online-discussies. En China maakt critici van de Communistische Partij online het leven zuur. Artiesten, lobbygroepen, politici, tech-reuzen en regeringen: allemaal zetten ze nepaccounts in. Je denkt dat je op Facebook of Twitter wordt aangesproken door een mens van vlees en bloed, maar in werkelijkheid is het een marionet waarbij een of andere onzichtbare poppenspeler aan de touwtjes trekt. Steeds vaker is zelfs dat niet het geval en praat je nietsvermoedend met een slim computerprogramma.

Pesten

?Het fenomeen neemt toe en de techniek schrijdt voort?, zegt Arnout de Vries. Voor TNO, politie en veiligheidsdiensten onderzoekt hij het verschijnsel. Volgende maand vliegt hij naar een grote politieconferentie in Londen over dit onderwerp. Daar gaat het bijvoorbeeld over ?trollen?, het onder een vals account treiteren, uitlokken of negatief be?nvloeden van discussies. ?Trollen begint met pesten, maar kan eindigen in intimideren, stalken of zelfs tot zelfmoord drijven. Als het de veiligheid schaadt, komt het als verschijnsel in beeld bij de politie of de diensten.?

De drempel om een nepaccount in te zetten is laag. Wie heeft er niet ooit een e-mailadres aangemaakt met een andere naam? Zelf een vals account aanmaken op Facebook of Twitter doe je ook in een handomdraai. Je kiest een veelvoorkomende naam, rooft een portret van internet en klaar is je handpop. Die zet je in als juichaapje voor je eigen zaak of om bagger uit te gieten over een tegenstander.

Zanger Dotan maakte gebruik van een ?trollenleger?.

Sociale media raken steeds meer vervuild met dit soort nepperij. Naar schatting tien procent van Facebook is vals. Honderdduizenden Twitter-accounts zijn van niet-bestaande mensen. Af en toe houdt een platform grote schoonmaak. ?Dan heeft Miley Cyrus opeens weer een paar duizend volgers minder?, zegt De Vries. Maar dat groeit wel weer aan. Twitter-directeur Jack Dorsey beklaagde zich er deze maand over hoe fictieve accounts zijn berichtendienst misbruiken. Hij wil weer een gewoon gezond debat met echte mensen, maar heeft geen idee hoe de klok terug te draaien.

Deze week kwam Dotan in opspraak, vorig jaar viel de partij van Kuzu en ?zt?rk door de mand. Denk viel met zo?n twintig nepaccounts de PvdA?ers Marcouch en Asscher lastig. ?De affaire met Denk was maar klein?, zegt De Vries. ?Maar een politieke partij met een groot budget kan helemaal losgaan. Die kan data inkopen van mensen om hen vervolgens te be?nvloeden met bots. Bij Denk heb ik me erover verbaasd dat er geen enkele instantie is die hier toezicht op houdt.?

Legaal

Het is ook lastig om dit soort sokpopperij aan te pakken. Zolang je niet dreigt, is het legaal om op internet onder een andere naam je mening te ventileren. Trollen kunnen hun gang gaan. Het hek lijkt daarmee van de dam.

Denk en Dotan zijn nog maar kinderspel in vergelijking met hoe grote bedrijven of landen het aanpakken. Die sturen hele legers van spookaccounts aan. In Rusland staan trollenfabrieken waar het personeel onafgebroken nepnieuws produceert.

Algoritme

Een stap professioneler zijn de geautomatiseerde nepaccounts, die op nog grotere schaal invloed uitoefenen. Het wordt steeds moeilijker om te zien of je aan het chatten bent met een echt mens of met een algoritme. De Vries: ?De techniek gaat verder. Ze zeggen dat 2018 het jaar wordt van de ?social bot?. Straks genereert een computer niet-bestaande namen bij kunstmatig aangemaakte portretfoto?s. Accounts worden dan aangedreven door kunstmatige intelligentie. Je kunt een bot maken die praat als Trump en nieuwe Trump-uitspraken doet op basis van wat hij eerder heeft gezegd.?

De partij van ?zt?rk, Denk, gebruikte nep-accounts

Facebook en Google zetten ook zwaar in op social bots, nu nog met tekst, straks met spraak. ?Die brengen jou een reisje of nieuwe schoenen onder de aandacht als dat bij jouw profiel past. Iedereen vindt het wel handig om met een social bot te kletsen. Onder kinderen is het enorm populair aan het worden. Opeens kunnen ze chatten met minions, die precies praten zoals in de film. En die producten aanbieden: ?Heb je al aan papa en mama verteld dat er een nieuwe Minion-film uitkomt?? Maar het is ook bekend dat Chinese kinderen hun diepste geheimen toevertrouwen aan dit soort bots. Dat is ideaal voor inlichtingendiensten.?

Een remedie is niet voorhanden. Het enige wapen tegen het nepaccount is om consumenten in te prenten dat op internet niet alles echt is. Maar het is de vraag of die boodschap ooit aankomt.

?Straks kan niemand meer zien wat echt is of nep?

?We gaan naar het kantelpunt toe waar we vrijwel geen onderscheid meer kunnen maken tussen echt of nep. Veel marketingafdelingen van bedrijven vinden dat alleen maar fijn en ik denk dat burgers het ook wel best vinden. Het is toch leuk om met Justin Bieber te kunnen praten? Je weet dat hij het niet zelf is, maar toch hoor ik daar niemand over zeuren.?

Bronnen: De Telegraaf

Botlegers: Opmars van de Twitterbots

In verkiezingstijd proberen kwaadwillenden via volledig geautomatiseerde social-media-robots en trollenlegers mensen ertoe te bewegen om een bepaalde kandidaat te kiezen. Hoe groot is dit probleem? En wat kunnen we ertegen doen?

Geschreven door Marc Seijlhouwer, MSc en verschenen in De Ingenieur

Robots verspreiden volautomatisch allerlei boze, agressieve of misleidende berichten op sociale media

#Kominverzet?Deze zogenoemde hashtag wordt veelvuldig gebruikt op sociale media, onder anderen door Geert Wilders. Het is ook de hashtag die, elke keer als hij wordt gebruikt in een tweet, een robot doet ontwaken. Deze Twitterbot, actief sinds februari 2017, ?retweet? elk bericht dat de hashtag bevat. Zonder enige menselijke interventie verspreidt hij de vaak hatelijke boodschappen van anderen over het internet. Daardoor zien meer mensen deze boodschappen ?n wordt de hashtag vaker gebruikt ? als hij tot extra retweets leidt, is hij immers de moeite waard. Dat zijn de regels van sociale media; hoe meer het wordt gedeeld, hoe beter.

De robot is op de redactie van De Ingenieur gebouwd. Het was heel makkelijk; robotisering van tweets is inmiddels al zo wijdverspreid dat verschillende websites een kant-en-klare service leveren. Daarvoor moet je wel je gegevens aan die sites geven, en controle over je Twitteraccount. Maar als het verder toch een nepaccount is, maakt dat weinig uit. Iemand met wat meer programmeerkennis zet met een paar regels code geavanceerdere bots in elkaar, die bijvoorbeeld geautomatiseerd nieuws verspreiden, reageren op bepaalde soorten tweets of zelfs taal gebruiken zoals mensen dat op Twitter doen. Dankzij technieken als deep learning gaat het soms nog verder, totdat een robot op een gegeven moment niet meer van een echte gebruiker is te onderscheiden.
Die bots kunnen een slechte invloed hebben op mensen. Ze kunnen manipuleren, verwarren en in de maling nemen. Nu is hun invloed nog klein, maar de kans is groot dat ze in de toekomst een steeds grotere rol spelen.

Twitterbots zijn overal op Twitter en bestaan in mindere mate ook op andere sociale media. Facebook probeert ze tegen te houden en slaagt daar beter in dan Twitter, maar het bedrijf heeft er alsnog last van. Twitter is transparant over het feit d?t er bots bestaan. Het sociale medium vindt het namelijk niet erg als gebruikers in meer of mindere mate automatisch tweets plaatsen. Het genereren van content is immers belangrijk voor het succes van de dienst.

Hoeveel nepaccounts (bots, inactieve gebruikers en andere accounts waar geen mens achter zit) er zijn op sociale media, is moeilijk te zeggen.?Schattingen uit onderzoeken en cijfers van bedrijven zelf komen uit op zo?n 7 ? 8 %?, vertelt dr. Mirko Tobias Sch?fer, docent-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht en projectleider van de Utrecht Data School, waar wordt gekeken naar de relatie tussen data, overheid en social media. ?Het verifi?ren van die cijfers is echter onmogelijk.? Er is in elk geval een aanzienlijk aantal nepaccounts, waarvan een deel valt onder wat men ?kwaadaardige bots? kan noemen. Dat sociale-media-bedrijven daar niet meer tegen doen, is misschien begrijpelijk. Een groot bedrijf haalt niet zomaar bijna 10 % van zijn gebruikers weg. Zeker niet als die actief zijn of zelfs, in het geval van Facebook, regelmatig op advertenties klikken en zo de inkomsten verhogen.

“Online de boel verzieken is vaak nog mensenwerk”

Pro-Trump-bots
Dat betekent niet dat er niks gebeurt. Twitter kreeg regelmatig kritiek over de grote hoeveelheid geautomatiseerde accounts. Daarom stelt het bedrijf inmiddels een heleboel voorwaarden aan een bot. Hij mag bijvoorbeeld geen trending topics kopi?ren. En iemand die een bot wil bouwen, moet zijn account verifi?ren met een telefoonnummer. Facebook is in principe nog strenger, wat daar moet een ?echt? persoon met naam, voornaam, woonadres en telefoonnummer achter het account zitten. Het probleem is alleen dat er tegenwoordig websites bestaan die uit het niets een neppersoon cre?ren. Die kun je zelfs op nationaliteit uitkiezen; een slimme willekeurige generator maakt zo de fraaiste fictieve mensen aan. Klinkt Lysanne Terlingen uit Ede, 27 jaar oud en woonachtig op de Tollenburg 99 niet als een echt bestaande Nederlandse vrouw? Op die manier valt er dus van alles te omzeilen. En dat gebeurt ook massaal, gezien de schattingen van het aantal fake accounts.

Zo?n percentage nepaccounts hoeft niet erg te zijn. Er komen pas problemen als de neppers het verpesten voor de echte mensen. Dat is nu overwegend niet het geval, zegt Sch?fer. ?Veel bots zijn nuttig of grappig, en vaak is het door hun naam of biografie overduidelijk dat het geen menselijke gebruikers zijn. Die machines zijn onschuldig.?
Het probleem komt van de minder frisse bots. Ze houden geheim dat het robots zijn en dienen een specifiek manipulatief doel. Hiervan zijn de politieke bots een voorbeeld. Vlak na de campagne van Donald Trump in 2016 deden geruchten de ronde dat hij mede had gewonnen dankzij de aanwezigheid van pro-Trump-bots op Twitter. Die tweetten dag en nacht leugens de wereld in over Hillary Clinton, prezen Trump en gebruikten populaire hashtags om de aanwezigheid van Trump-aanhangers overal voelbaar te maken. Hoeveel het er precies waren, weet niemand. Was hun invloed echt zo groot? Sch?fer: ?De invloed van bots is moeilijk te meten. Maar ik weet vrijwel zeker dat het niet de bots waren die de doorslag gaven.?

Trollenleger
Dat Trump hoogstwaarschijnlijk niet won dankzij ?zijn? bots, betekent echter niet dat ze niet zijn gebruikt. ?Maar waarschijnlijk zijn ze niet door zijn campagneteam in gang gezet?, denkt Sch?fer. ?Je kunt als kandidaat vaak niet bepalen welke groeperingen zich bij je aansluiten en wat ze gaan doen. Er zijn botnets te huur, en een aanhanger van Trump zou zo?n netwerk kunnen inzetten tijdens de campagne. Vaak zorgt de aanhang van een politieke partij voor meer manipulatie dan de partij zelf.? Hoewel social-media-invloed bij deze verkiezingen mogelijk nog geen doorslaggevend effect had, kan dat in de toekomst anders zijn, waarschuwt ir. Arnout de Vries, social-media-onderzoeker bij TNO. ?Bedrijven, maar ook politieke partijen, kunnen tegenwoordig steeds specifiekere datapakketten kopen. Daarin staat allerlei informatie over groepen mensen. Bedrijven kunnen via Facebook heel gericht zo?n groep benaderen. Als een politieke partij dat zou doen, en zich bijvoorbeeld op be?nvloedbare mensen zou richten, kunnen ze denk ik veel teweeg brengen.?

Dat gebeurt nu nog niet; hoewel alle partijen op de een of andere manier de vergaande advertentiemogelijkheden van Facebook benutten, maken ze geen gebruik van wat De Vries het ?onethische? deel van gericht adverteren noemt. ?Profileren van potenti?le kiezers en ze be?nvloeden lijkt me onethisch, net als je in het debat mengen via sociale bots of trollen. Maar voorlopig kopen Nederlandse partijen nog niet massaal gegevens in bij databrokers.?

Dat is wel anders in de VS. Daar is de afgelopen paar verkiezingen gebleken hoe nuttig het kan zijn om je verschillende kiezersgroepen te kennen. Dat lukte daar mede zo goed doordat de privacywetgeving er anders is dan in Nederland. Hier moeten politieke partijen openheid van zaken geven, ook over het gebruik van datasets. Bovendien mogen bedrijven hier minder opslaan over individuen. ?In de VS zijn er per persoon ontzettend veel datapunten, naar schatting gemiddeld 1500?, weet De Vries. ?Daarmee kun je bijvoorbeeld ?uitrekenen? wat iemands pressiepunten zijn. Als je het zou willen, kan je daarmee iemand chanteren zodat hij jouw kant kiest.? De marketingwereld heeft volgens De Vries inmiddels een grote hoeveelheid informatie over het be?nvloeden van mensen. ?Door die kennis te combineren met steeds slimmere zelflerende algoritmes is er technisch nu al van alles mogelijk. De politiek loopt alleen achter in de toepassing ervan. Maar er zijn partijen die het idee van online invloed oppakken.? Voorlopig zijn de algoritmen echter nog net niet slim genoeg om over te komen als internetgebruikers van vlees en bloed. Daarom is online de boel verzieken vaak nog mensenwerk, waarbij zogenoemde trollen heel fel tegenstanders aanpakken en nieuws verspreiden dat een bepaald standpunt ondersteunt. ?Politieke partij DENK gebruikte een klein aantal trollen en er zijn sterke vermoedens dat Russische trollenlegers invloed uitoefenen in de VS, Nederland en Frankrijk.?

Brutale gebruikers
Zoals De Vries het beschrijft, ziet de toekomst er niet bijster rooskleurig uit. Maar er is wat aan te doen. ?Blijf onethisch gedrag van partijen onthullen en informeer mensen over de mogelijkheden van onbewuste be?nvloeding. Dat is het beste wat overheid, media en maatschappij kunnen doen. Het oprollen van dit soort legers is juridisch en praktisch vrijwel onmogelijk, dus dat is geen oplossing.?

Wel vindt De Vries dat partijen zich, zeker in campagnetijd, wat ethischer mogen opstellen. Want ze richten zich, via Facebook, allemaal al met specifieke advertenties op kleine, specifieke groepen die voldoen aan bepaalde voorwaarden. Die tactiek, narrowcasting, is potentieel zorgelijk. ?De partijen verschuilen zich achter het algoritme van Facebook, maar ze hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Het is echter lastig om de partijen tot ethisch adverteren te dwingen, omdat online de brutale en onethische gebruikers vaak het best worden gehoord.? Sch?fer is het daarmee eens: ?In het Duits noemen we dit de Schweigespirale; het fenomeen ? onderzocht door de Duitse politicoloog Elisabeth Neille-Neumann ? dat een minderheid schreeuwers meer voor elkaar krijgt en de meerderheid zwijgt omdat de ze denken de minderheid te zijn. Aangezien sociale media volledig om emoties draaien, is het logisch dat boosheid van verongelijkte mensen sneller scoort. Bots en trollen spelen daar perfect op in.?

De vraag blijft of de invloed van de robots en algoritmes op de verkiezingen groot is. De sociale wetenschappers geven meteen toe dat die nauwelijks valt te meten; zelfs als er een verband is, hoeft dat niet causaal te zijn. Het feit dat er veel bots tweeten over een bepaalde gebeurtenis, waarna die gebeurtenis veel aandacht krijgt, hoeft niet te betekenen dat de aandacht kwam door de bottweets. De Vries denkt dat opleiding en voorlichting kunnen helpen om de negatieve invloed van deze technologie?n te verminderen. Sch?fer is het hiermee eens, maar stelt ook voor om verder te gaan: ?Als ik een politieke partij was, zou ik het gebruik van bots omarmen. Maar dan niet stiekem; ik zou bijvoorbeeld een factcheckbot bouwen om populistisch ?nepnieuws? automatisch te ontkrachten. En dan duidelijk maken dat deze nuttige robot van mijn partij afkomstig is. Maar de partijen gebruiken sociale media nu vooral om onderbuikgevoelens van de achterban aan te spreken. Dat is geen effectief social-media gebruik.?

Leuke bots

Lang niet alle bots hebben als doel om chaos, wanorde en misinformatie te verspreiden. Vaak zijn ze nuttig, grappig of fascinerend. Een kleine selectie.

@klmfares: Wil je op reis? Tweet je begin- en eindpunt, en de Twitterbot vertelt automatisch de kosten van de vlucht, inclusief link naar een boekingspagina. Een voorbeeld van automatische, snelle klantenservice.

@thinkpiecebot: ziet u ook wel eens n?t iets te vergezochte artikelen over de actualiteit, trends onder jongeren en andere onzin? Deze bot maakt die belachelijk door een aantal bekende krantenkopconstructies in te vullen met min of meer willekeurig gekozen woorden.

@we_didnt_start: een alternatieve manier om het nieuws binnen te krijgen. Dit stukje programmatuur plukt de meestgezochte termen op een dag van Google en probeert er een zin van te maken op de wijs van Billy Joels hit ?We Didn?t Start The Fire?.

@congressedits: deze bot is niet grappig, maar vervult wel een interessante functie: hij monitort Wikipedia en tweet elke keer als iemand van het Amerikaanse Congres een aanpassing doorvoert. Zo is te zien of senatoren misschien onwelgevallige informatie wegpoetsen of op een andere manier de waarheid proberen te manipuleren.

Darknet Shopper: geen Twitterbot, wel fascinerend. Dit programma koopt willekeurige dingen van het Dark Web, de schaduwkant van het internet waar alles kan. De bot mag 100 dollar per week uitgeven en koopt alles wat hij kan vinden. Zo liet hij al een keer drugs bij de makers thuis bezorgen, waarna de politie langskwam om ze in beslag te nemen.

https://twitter.com/rickdus/status/835810423228227584

[slideshare id=73257805&doc=botlegers-170317155114]
Bronnen: De Ingenieur, april 2017

Computergestuurde politiek

Wie stuurt de politieke trollen? Een tijd geleden stond onderstaand artikel in dagblad Trouw van Jenda Terpstra die Arnout de Vries interviewde.

Trollen Trouw

Trollen zijn nieuw in de Nederlandse politiek. Onderzoeker Arnout de Vries van TNO verwacht dat ze in de nabije toekomst het publieke debat kunnen be?nvloeden.

Trollen beheersten afgelopen weekend het nieuws, nadat NRC Handelsblad had geschreven dat politieke partij Denk gebruik maakt van nepprofielen. Achter minimaal twintig facebook- en twitteraccounts zouden geen echte mensen zitten, maar politici en medewerkers van Denk, die tegenstanders aanvielen en probeerden de publieke opinie te be?nvloeden.

Arnout de Vries van TNO doet onderzoek naar internettrollen en is gespecialiseerd in sociale media en veiligheid. Hij ziet het politieke klimaat in Nederland veranderen en verwacht dat campagnes scherper zullen worden.

“Politici zien de kracht van sociale media. Via Facebook kunnen ze een specifieke boodschap heel gericht op een groep vatbare burgers afvuren. Trollen kunnen helpen om het debat verder te be?nvloeden. Dat gebeurt misschien nu nog niet of nauwelijks. Maar met het internationale speelveld op het internet komt binnenkort wellicht de vraag: als je tegenstanders het doen, en jij je aan je ethische regels houdt, hoeveel invloed heb je dan nog?”

‘Wat dit weekeinde met Denk gebeurde, kan een voorbode zijn van wat komen gaat’

Trollen, accounts die online nepberichten verspreiden of verwarring zaaien, zijn zo oud als het internet. Achter de sprookjesnaam gaat een diffuus en politiek invloedrijk fenomeen schuil. “Een trol kan iemand zijn die via laster het leven van een individu of groep zuur maakt. Hij kan ook worden aangestuurd door een bedrijf of politieke partij met een hoger doel: een boodschap of leugens verspreiden of het politieke debat be?nvloeden”, zegt De Vries.

“In het geval van Denk ging het om enkele spookaccounts. Internationaal worden sociale bots ingezet, computers die op veel grotere schaal berichten de wereld inslingeren.”

Trollen zijn in de praktijk niet eenvoudig op te sporen. Dat de methoden van Denk wel werden onthuld, is volgens de onderzoeker redelijk uniek in het politieke domein. “Trollen zijn ook moeilijk te stoppen, want meestal kom je niet achter de ware identiteit.”

De Vries denkt niet dat veel Nederlandse politieke partijen op dit moment trollen inzetten. “Nederland heeft veel controlemechanismen, zoals het wob-verzoek. Daarmee kunnen we kijken waar het campagnegeld heen gaat. Trollen direct financieren om een campagne te helpen, is dus niet aantrekkelijk. We zijn een klein land dat Nederlands spreekt, waardoor online campagnes goed te analyseren zijn. Als we een Engelstalig land waren, was het anders geweest door het internationale speelveld.”

Wel ziet De Vries dat het fenomeen internationaal in de lift zit. Dat kan volgens hem verder overslaan naar Nederland. “Wat dit weekeinde met Denk gebeurde, kan een voorbode zijn van wat komen gaat.” Zo is er volgens De Vries het sterke vermoeden dat Rusland het debat in Nederland over Oekra?ne probeerde te be?nvloeden met internettrollen. Bovendien heb je in Rusland en China volgens de onderzoeker hele trollfarms: callcenterachtige zalen vol mensen die op internet het nationale en internationale debat proberen te be?nvloeden.

Rond de Amerikaanse verkiezingen zijn sterke vermoedens dat Donald Trump online de publieke opinie op geraffineerde wijze heeft be?nvloed. De Vries: “Accounts die niets te maken hadden met Trump, gingen massaal dingen delen en het over hem hebben. Zo rijst het vermoeden dat dit is geregisseerd en dat sociale bots berichten hebben gedeeld.”

Peter Sonneveld voorlichter GroenLinks “We hebben geen speciaal beleid tegen trollen, maar soms zien we wel een fake account op Facebook of Twitter voorbij komen voor Jesse (Klaver, red.). Daar staat dan bijvoorbeeld: “Ik ben Jesse en ik ben voor de bouw van moskees.” Die accounts rapporteren we, zodat ze worden verwijderd.

Op onze eigen Facebookpagina hebben we een richtlijn om het netjes te houden. We willen geen geruzie, gescheld of uit de hand gelopen discussies.
Op livestreams tijdens meetups met Jesse zie je wel eens dat mensen die Jesse of Groenlinks niks vinden heel vaak achter elkaar negatief reageren. Maar dat zijn nog steeds mensen, geen trollen.
Wat natuurlijk onethisch was aan het Denk-verhaal, is dat het om nepaccounts ging. Wij zijn eerlijk over wie van het webcare team van Groenlinks reageert. Het is belangrijk dat je weet met wie je te maken hebt.”

Bron: Trouw, 14 feb 2017

Vervolg leestips:?Trolling?met social media, normoverschrijdend gedrag online herkennen, verklaren en tegengaan

Internettrollen en botfarms

trollen2

Van pesterijen tot regelrechte oorlogvoering op internet: zogeheten trollen nemen bijkans het internet over. Journaliste Jessikka Aro schreef erover en werd zelf slachtoffer. Onderstaand artikel van kristel van Teeffelen stond onlangs in Trouw:

Jessikka Aro

Het is lente vorig jaar als de Finse journalist Jessikka Aro een bizar bericht ontvangt. Een sms van haar ‘vader’ die schrijft dat hij niet is overleden, maar ‘haar observeert’. Aro’s vader leeft al twintig jaar niet meer.

De journalist van het Finse tv-station Yle Kioski noemt het bericht later het dieptepunt van de onlinepesterijen die volgen op haar journalistieke onderzoek naar Russische internettrollen. Dat zijn mensen waarvan wordt verondersteld dat ze worden aangestuurd vanuit het Kremlin om pro-Russische berichten op internet te verspreiden. Het blijft niet bij het sms’je, de 35-jarige Aro krijgt te maken met dreigtelefoontjes en allerlei roddels die over haar verschijnen op sociale media: ze zou voor de Amerikanen werken en drugs dealen. In een filmpje op YouTube wordt ze neergezet als een dom blondje. De pesterijen maken haar leven tot een hel, zei ze onlangs tegen The New York Times.

Wat Aro overkwam, is kenmerkend voor wat internettrollen kunnen veroorzaken. Al bestaat er eigenlijk geen definitie van die term, laat staan dat er cijfers zijn over aantallen (zie hieronder). Zelf denkt de journalist dat ze werd bestookt vanuit de hoek waarop ze haar onderzoek richtte: de pro-Russische trollen. Mensen die doelbewust en herhaaldelijk het maatschappelijke debat proberen te be?nvloeden op sociale media en andere websites, in het voordeel van de Russische regering. Hoewel sommigen dat uit individuele overtuiging doen, is van Rusland bekend dat ook de overheid trollen aanstuurt.

Van die zogenoemde trollenfabriek is niet veel bekend, afgezien van de verhalen die de afgelopen jaren verschenen in verschillende media. Zo vertelde Ljoedmila Savtsjoek, een voormalige trol die haar werkgever vorig jaar voor de rechter sleepte, dat zij dagelijks tientallen reacties op sites en sociale media moest plaatsen waarin ze het opnam voor Poetin en diens beleid. Een andere trol beschreef in de Britse krant The Guardian dat ze over hele gewone dingen moesten schrijven, zoals het bakken van taarten en muziek. Daar moesten ze dan af en toe een politiek bericht tussendoor gooien over hoe fascistisch de regering in Kiev is, bijvoorbeeld.

Verhulde propaganda

De boodschap subtiel verpakken, is onderdeel van de tactiek. Berichten die vanuit de overheid komen, kunnen eenvoudiger aan de kant worden geschoven als overduidelijke propaganda, zegt Jan Melissen, als onderzoeker verbonden aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael. Dat is moeilijker als het bericht van een gewone burger lijkt te komen, die de politieke boodschap afwisselt met gezellige huis-tuin-en-keuken-berichten. De be?nvloeding gaat dan sluipenderwijs.

Hoe gevaarlijk is die inzet van dergelijke politieke trollen? Dat overheden zieltjes proberen te winnen, ook over de landsgrenzen heen, is niets nieuws, zegt Melissen. Het is door internet alleen een stuk makkelijker geworden. Regimes zijn erachter gekomen dat sociale media een bijzonder krachtige tool voor propaganda zijn. Een ontwikkeling die we volgens hem ‘buitengewoon serieus moeten nemen’.

Daar lijkt ook de Europese Unie sinds vorig jaar van doordrongen. De continue informatiestroom van de Russische trollen wordt gezien als potentieel zo ontwrichtend voor de Europese samenleving, dat er een team is opgericht dat weerwoord moet gaan bieden, de zogenoemde ‘East StratCom Task Force‘. Dat team houdt niet alleen bij wat er allemaal voor onwaarheden vanuit Rusland worden verspreid, ze antwoorden daar ook op door de andere kant van het verhaal te vertellen, door de Europese politiek uit te leggen. Daarnaast worden onafhankelijke media in Rusland vanuit de Task Force ondersteund. Ook Nederland doet daaraan mee. Eind 2015 maakte minister Bert Koenders van buitenlandse zaken bekend dat Nederland daarvoor 1,3 miljoen euro uittrekt.

Maar doen de EU en Nederland met het stimuleren van het pro-Europese tegengeluid niet hetzelfde als Rusland? De ondersteuning van onafhankelijke Russische media is niet bedoeld als tegenpropaganda, stelde Koenders bij de aankondiging vorig jaar. Want dat gaat volgens hem in tegen ‘onze democratische beginselen’. Het geld dat Nederland beschikbaar stelt, is volgens hem ook niet gericht tegen Rusland, maar is ‘voor onafhankelijke media’.

Nepaccounts

Het ondersteunen van het tegengeluid is goed, zegt Arnout de Vries van het Nederlandse onderzoeksinstituut TNO. Al vraagt hij zich af of het voldoende is. Helemaal nu het voor trollen steeds makkelijker wordt om hun impact te vergroten. De Vries doet momenteel onderzoek naar het fenomeen van zogenoemde ‘botfarms‘. Dat zijn grote hoeveelheden accounts op sociale media waar geen gebruiker achter zit, maar een computer. De accounts doen vaak niets anders dan berichten retweeten, maar door de verbeterende technologie schrijven sommige computers inmiddels ook al volledige zinnen. De botfarms zorgen er bijvoorbeeld voor dat ??n persoon, ondersteund door de computer, een grote hoeveelheid accounts kan beheren.

“Uit onderzoek van de Universiteit van Arizona blijkt dat ten minste tien procent van de accounts op Twitter fake is, verantwoordelijk voor bijna een kwart van de berichten op het platform”, zegt De Vries. “Voor trollen zijn die nepaccounts bijzonder effectief. Kijk je naar de activiteiten van terreurgroep IS op sociale media, dan gaat het getal van 100.000 accounts rond. Dat lijkt heel wat. In werkelijkheid zitten er veel fake-accounts bij, waarmee ze hun boodschap kracht bijzetten.”?50% accounts na 2014 inmiddels suspended,?24% van alle tweets komen van bots en bij Facebook zijn de schattingen dat ook tussen de 5 en 11% van alle accounts bots zijn.

Steeds minder trollen kunnen daardoor een steeds grotere impact hebben, waarschuwt De Vries. Dan hebben de Russen straks geen leger meer nodig, maar is ??n bataljon genoeg.

Wat moet het antwoord van de EU daarop zijn? Zelf dan maar trollende botfarms inzetten? De Vries lacht: “Dat is een beetje te controversieel. Ik denk alleen wel dat je als overheid burgers in groten getale nodig hebt om tegengeluiden te laten horen. Maar overheden lijken een beetje beschaamd dat aan hun burgers te vragen. Het is toch alsof je je burgers het strijdveld op het web instuurt.”

En daar kan het er erg persoonlijk aan toe gaan, laat de kwestie met Jessikka Aro zien. Doodsbedreigingen, online speuren naar informatie en daarmee iemand chanteren; het zijn strategie?n die de doorgewinterde trol inzet om tegenstanders uit te schakelen en zijn invloed te doen gelden.

Toch is er volgens Jan Melissen van Clingendael wel een verschuiving gaande. De meeste overheden zetten dan wel geen trollenlegers op, maar ondersteunen burgers of organisaties wel steeds vaker indirect in het verspreiden van hen goedgezinde berichten op internet. “Dat doen ze bijvoorbeeld door organisaties met geld te ondersteunen, of burgers te trainen. Ik ken voorbeelden uit Zuid-Korea en uit Isra?l. Daar traint het ministerie van buitenlandse zaken jonge Isra?li?rs die het online opnemen voor hun land.”

Hoewel het volgens Melissen in een democratie lastig ligt om als overheid te veel te willen sturen op wat burgers online uiten, komt de wens voort uit het idee dat die burgers broodnodig zijn. Vooral als je te maken hebt met tegenstanders die op grote schaal onwaarheden verspreiden.

trollen

Trollen in alle soorten en maten

Lang niet alle trollen hebben een politiek motief. Soms zijn het internetters die uit verveling online op zoek gaan naar ruzie, of naar een lolletje. Een trollentruc is bijvoorbeeld om op internetfora onschuldig ogende linkjes achter te laten die in werkelijkheid leiden naar een site met alles behalve onschuldige plaatjes.

Door sommige mensen wordt trollen zelfs gezien als een ware kunst. E?n van hen is de Amerikaanse econoom Noah Smith, die in 2014 een vlammend betoog schreef over waarom hij trots is om een internettrol te zijn. Hij ziet het als een manier om mensen op hun vooroordelen te wijzen, en om de alledaagse sleur te doorbreken.

Maar trollen is lang niet meer zo onschuldig als in de begintijd van internet, erkent ook Smith. Neem het fenomeen dat bekend is onder de naam ‘doxen’, oftewel iemand uit de anonimiteit halen. De Britse schrijver Jamie Bartlett haalt een voorbeeld aan in zijn boek ‘Dark net‘, waarvoor hij in de krochten van internet dook. Een meisje had naaktfoto’s van zichzelf geplaatst op een anoniem forum, waarna een aantal aanwezigen een zoektocht naar haar identiteit begon. Binnen de kortste keren was haar naam, adres en telefoonnummer achterhaald via een studentenlijst van haar universiteit. En waren de naaktfoto’s naar al haar facebookvrienden verstuurd. Volgens Bartlett wordt dat op internet een ‘life ruin’ genoemd: bedoeld om blijvend leed te veroorzaken. En dat alleen maar omdat het kan.

In zekere zin gebruikten ook de trollen die achter Jessikka Aro aangingen die tactiek. Bij Aro lijkt er alleen een politiek motief achter te zitten, de pesterijen begonnen direct nadat ze haar eerste artikel publiceerde over het Russische trollenleger. Maar niet alleen die groep stuurde de roddels rond. Het viel Aro op dat er allerlei mensen aan meededen, waarvan de connectie met Rusland niet altijd duidelijk was. Dat is kenmerkend voor trollen, zegt Arnout de Vries van TNO. “Vaak zie je een sneeuwbaleffect: iemand haalt een grap uit, dat lokt reacties uit en de volgende gaat daaroverheen.”

twitter trolls

Ook in Nederland hadden trollen al een aantal keer flink impact. Bijvoorbeeld tijdens de rellen in Haren in 2012 (Project X). Een jongen uit Rotterdam twitterde die avond dat een meisje was overleden. Het was een grap. “Hij slingerde voor de lol leugens de wereld in en wist dat bijzonder goed te timen”, zegt De Vries. “Met alle ellende tot gevolg. De media vallen hulpdiensten onnodig lastig om bevestiging te krijgen en veel ouders bellen 112.” De jongen uit Rotterdam werd opgespoord, maar niet vervolgd omdat wat hij deed niet zomaar strafbaar was. Dat is een probleem bij de aanpak van trollen, stelt De Vries. Ze zijn erg moeilijk aan te pakken, terwijl ze bij grote gebeurtenissen klaarzitten om toe te slaan.

mediamix

Bronnen: Trouw

Internet terreur

Erg subtiel gaat het er bij Internetpesters Aangepakt niet aan toe, maar Peter R. is wel helderder dan de meeste moderators.

Wat doe je wanneer je thuiskomt en je voordeur is beklad met graffiti? ‘Vuile pijpslet’, staat er, of: ‘Lelijke homo, ze moeten je vergassen’. Waarschijnlijk bel je de politie. Vervolgens maak je een sopje en boen je je portiek.

Wat nu als dezelfde tekst op Facebook wordt gezet? Ook dan verwijder je de bedreiging, al doe je vast geen aangifte. Maar waarom eigenlijk niet? Op internet bereikt een bedreiging een veel groter publiek, die mensen leren je voor- en achternaam en kunnen het bericht liken of sharen: extra intimiderend. Je kunt het wel rapporteren, maar Facebookmoderators handelen ondoorgrondelijk – in het social-medialandschap wordt een topless vrouw direct verwijderd, een uitzwaaibetoging met racistische spandoeken kan dagen blijven.


Dan zijn kun je wat hebben aan?Peter R. de Vries en zijn redactieteam. In Internetpesters Aangepakt helpen zij de slachtoffers van ‘internetterreur’. Hij spoort met zijn team de (vaak anonieme) ‘webterroristen’ op en confronteert deze daders met hun gedrag. Elke aflevering draait om ??n zaak. Een Joodse vrouw die op Facebook bedreigd wordt, een meisje dat met wraakporno te maken krijgt, een kind dat wordt gediscrimineerd via YouTube. Of een recente uitzending over Jamilla: al zeven jaar digitaal gestalkt.

De aanpak van Peter R. en zijn team verschilt per casus. In het geval van Jamilla moet de identiteit van de dader achterhaald – via een Marktplaatspost van zijn moeder vindt de redactie zijn adres. In andere afleveringen is de dader al bekend en gaat de redactie zijn of haar gangen na – heeft de pester meer slachtoffers gemaakt?

Ethisch en journalistiek?gezien valt er wel wat aan te merken op het programma. De privacy van de daders is vaak in het geding: hun openbare posts en priv?berichten worden getoond, achternamen weggeblurd maar makkelijk online vindbaar. In een weinig subtiele voice-over dikt Peter R. het leed van de slachtoffers aan: ‘Ik snap wel dit haar leven ontwricht!’ Tegelijkertijd worden de pesters bars neergezet. De jongen die Jamilla romantische berichten blijft sturen, voert ‘een terreurcampagne’. Wanneer hij een vriend vraagt Jamilla ook te schrijven, heet dat ‘zeer geraffineerde manipulatie’. Ook de wederhoor lijkt niet altijd zuiver. In de aflevering over de Joodse vrouw wordt het commentaar van een politiewoordvoerder halverwege weggedraaid – te lang en complex voor de uitzending, waarschijnlijk. Nuance leent zich niet voor de boosheid en morele verontwaardiging die?nu eenmaal het handelsmerk is van Peter R. die vaak ‘Dit is gewoon schandalig!’ roept.

Dat de verhalen nogal zijn aangezet, maakt ze niet minder belangrijk. Internetpesters Aangepakt laat zien hoe desperaat slachtoffers van internetpesten kunnen raken, niet in de laatste plaats omdat moderators noch reguliere autoriteiten willen of kunnen ingrijpen. De grenzen tussen smaad en ironie, bedreiging en pesterijtje zijn vaag, zo luidt het. In Internetpesters Aangepakt geeft Peter R. die grenzen helder aan. Racisme? ‘Dat mag gewoon niet!’ Doodsbedreigingen? ‘Dat is strafbaar!’ Stalking? ‘Kan niet!’ Iemand moet het zeggen. En het kan niet vaak genoeg herhaald.

Petitie

Recentelijker heeft Peter R. de Vries enkele uren na uitzending van het programma?al meer dan genoeg handtekeningen verzameld om het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen.?Om het onderwerp bespreekbaar te maken in de Kamer moest De Vries?minstens 40.000 handtekeningen verzamelen. Dinsdagavond om 22.30 uur hadden al 96.000 mensen de online petitie ondertekend.

,,Slachtoffers worden niet beschermd en daders komen overal mee weg”, zegt de Vries. De misdaadverslaggever wil dat er een wet komt die slachtoffers gaat beschermen en dat er iets wordt gedaan met de aangiftes die volgens hem nu veelal op een stapel blijven liggen. ,,Het is een illusie dat er iets met aangiftes wordt gedaan. (…) De aangifte wordt wel genoteerd, maar er wordt vervolgens niks mee gedaan. Het ontbreekt de politie vaak aan mankracht en kennis. Ze begrijpen vaak de fundamentele basisbegrippen van het internet niet.”

Bronnen: De Volkskrant, AD,?Internetpesters Aangepakt

Boston bombings: de online explosie, internet trollen en ontelbare mediafouten

Social media activiteit

Onderstaande kaart toont het Twitter verkeer met 200 berichten voorzien van locatie uit een set van 500.000 met hashtag #BostonMarathon van de tragische dag van de aanslag (een explosie van tweets op 1 dag dus!), gemaakt door een student van Syracuse University.

b29

Patrick Meier blogde over de?analyse van de eerste 1000 seconden van de aanslag, maar ook Todd Mostak?van MIT heeft met MapD een visualisatie gemaakt van het verkeer. Je kunt zelf nog grasduinen in die data via een tweetmap die hij online heeft geplaatst:

Twitter trollen

Tijdens de tijdens de klopjacht op Dzjochar Tsarnajev, ??n van de twee verdachte broers,? doken een stuk of acht nep-accounts op Twitter op. Sommige accounts zijn duidelijk als grap bedoeld, terwijl andere vooral lijken te zijn ontstaan uit sympathie voor de dader. Zo schreef @dzhokhartsarnae: ‘Ik word er zo moe van dat mensen mijn naam verkeerd spellen’, twitterde @DzhokaTsarnaev het bericht ‘ik onschuldig’ en liet @DzhokharTsarna1 weten: ‘Ik ben net 19 geworden en ik ga geen mensen vermoorden als ik ook feest kan vieren en plezier in mijn leven kan hebben.’

b28

Een nepaccount gaat op de po?tische toer met een citaat van Shakespeare

Ook waren er twitteraars die een?financieel slaatje?probeerden te slaan uit de emoties die kort na de aanslagen loskwamen, door bijvoorbeeld zogenaamd in naam van de organisatie van de Boston Marathon geld in te zamelen voor de slachtoffers. Bijvoorbeeld onder de naam @_BostonMarathon Het echte account van Boston Marathon is @BostonMarathon.

Na afloop kregen mensen tijdens Halloween ook veel kritiek die zich verkleedden als slachtoffers van de ramp, zoals onderstaande?Alicia Ann Lynch?hieronder die veel doodsbedreigingen kreeg. Maar de Halloween kostuums hielden daarmee niet op, en?het kan nog erger.

Alicia Ann Lynch, a 22-year-old from Michigan, tweeted and Instagrammed a photo of herself at work dressed as a Boston Marathon bombing victim for Halloween.

Media verslaggeving en de rol van social media

Alle traditionele media deden hun best om als eerste het ?breaking news?te brengen. Zo waren CNN en de Boston Globe er snel bij. Live blogs zoals van AP (Associated Press) en The New York Post probeerden alles bij te houden, maar het ging ze niet gemakkelijk af. ?Reuters ontsloeg zelfs een eigen social media verslaggever en The New York Post is al genomineerd voor de ?Wooden Spoon? award voor haar verslaggeving, door eerst een fout verslag uit te brengen over 12 doden van de explosie, daarna de voorpagina te vullen met een grote foto van twee onschuldige studenten met het label “bag men? zonder enige context daarbij, om vervolgens te eindigen met een bericht dat de recherche een Saudi Arabische verdachte vasthield op een niet nader te noemen ziekenhuis in Boston. Maar ook de NPR radio (US equivalent van de NOS of BBC) zat mis met een derde verdachte en zo heeft elke grote media partij fouten gemaakt in de hoop de eerste of uniek te zijn in de berichtgeving.

Hieronder zo’n blunder van CNN die meer dan 13.000 keer werd geretweet!:

b30

Wooden Spoon awards worden uitgereikt aan organisaties met de slechtste klantservice.

De heksenjacht door het leger aan burgerrechercheurs op Twitter en Reddit gaf veel foutieve informatie die klakkeloos werd overgenomen en vervolgens weer gecorrigeerd moest worden, zoals de speculaties over de verdachten. Maar ook ?conspiracy theories? over Saudische daders of Amerikaanse regering die erachter zouden zitten zorgde voor veel onrust en daar kwamen de schokkende beelden nog bij. Zo tweette? Marcus Schwarze, redacteur van de Rhein-Zeitung via Twitter kritiek op de klassieke media: “Grown-up media don’t show people with torn-off limbs”. “We should show nothing that my 10-year-old can’t sleep after. Describing it ‘graphic’ or ‘NSFW’ drives me nuts.” ?Waarin hij refereerde naar de waarschuwingen die foto?s kregen waarin gemutileerde slachtoffers zonder been bloederig op de foto stonden.

Ondanks de vele nieuwsmedia en sites, was het nieuws nog altijd het eerste en misschien wel het beste te volgen op Twitter. De kijker is tegenwoordig toch steeds vaker zelfredzaam in nieuwsgaring en bepaalt (voor zover mogelijk) zelf wat wel of niet te willen zien. De hoop dat nieuwsmedia een filter aanbrengen is aan het veranderen, doordat elke partij de online kijker naar zich toe wil trekken met unieke verslaglegging, maar dat is lastig als iedereen toch al dezelfde Twitteraars volgt. Ook Google en Bing proberen op de real-time nieuws trend in te spelen, maar ook met die diensten blijft het lastig een goed overzicht te krijgen van de laatste en volledige stand van zaken. Zo blijft fact checking voor de lezer bijzonder lastig, zoals bijvoorbeeld het gerucht dat de daders vlak voor hun daad nog een 7-11 supermarkt overvallen zouden hebben.

Enkel NBC’s Pete Williams?stak volgens sommigen met kop en schouders uit in de verslaggeving van nieuwsmedia, waarin hij enkel en alleen feite publiceerde en duidelijk aangaf als hij iets niet geverifieerd had.?The essence of journalism is the process of selection,??Williams noted in a National Journal profile.