Tagarchief: Arnout de Vries

Waarom de politie moeilijk vat krijgt op reljongeren: ‘Veel speelt zich online af in besloten groepen’

Met alle technische mogelijkheden zou je misschien verwachten dat het voor de politie een eitje moet zijn om reljongeren online in de gaten te houden en te voorkomen dat het misgaat. Toch is dat niet zo. “Er gebeurt veel in besloten groepen.”

In de Schilderswijk in Den Haag en in de wijken Overvecht, Kanaleneiland en Zuilen in Utrecht kwam het deze maand meerdere keren tot geweld tussen relschoppers en de politie. Er werden tientallen arrestaties gedaan en relschoppers kregen gebiedsverboden. De politie krijgt er maar moeilijk vat op en dat heeft meerdere oorzaken.

‘Heftiger geworden’

Jongerenwerker Joselito Hasselnook ziet een toename van oproepen tot rellen via social media. “Het afgelopen halfjaar is het echt heftiger geworden. Rivaliserende wijken jutten elkaar op met video’s. Ze zeggen dat ze naar een andere stad komen en laten daar soms wapens bij zien. ‘Zorg dat je klaar staat’, zeggen ze erbij.”

Joselito Hasselnook, jongerenwerker

Joselito Hasselnook, jongerenwerker, Bron: EenVandaag

Joselito heeft een goede band met de jongeren en ze laten hem geregeld van dit soort video’s zien. “Het is echt steeds gekker aan het worden”, zegt hij. Hij werkt in Apeldoorn. De problemen zijn daar niet zo ernstig als in de Randstad, maar hij is bang dat de trend wel overwaait naar andere gebieden.

Afhankelijk van tips

Onderzoeker maatschappelijke veiligheid Arnout de Vries van TNO ziet dat het lastiger is geworden voor de politie om deze groepen jongeren in de gaten te houden. “Er gebeurt veel in beslotenheid op Instagram, Telegram en Snapchat. Vergeet ook niet online games waar ze elkaar ontmoeten. Allemaal besloten groepen waar de politie geen zicht op kan krijgen.”

Infiltreren in zo’n groep gebeurt maar sporadisch. Alleen als er sterke vermoedens zijn, niet bij elke mogelijke rel. “Ze zijn echt afhankelijk van tips van burgers die dit soort oproepen op social media voorbij zien komen. Het nadeel daarvan is dat het dan vaak al te laat is.” De nieuwe privacywetgeving en socialmediaplatforms die hun gebruikers willen beschermen, maken het de politie niet makkelijker. “Facebook grijpt in als ze berichten zien over terrorisme of kinderporno’ maar op dit gebied nog niet”, zegt De Vries.

Meer mogelijkheden

Om sociale media in de gaten te houden, heeft de politie nu twintig digitale wijkagenten in dienst. Burgemeester Peter den Oudsten van Utrecht wil websites en sociale media waarop wordt opgeroepen tot rellen, sneller uit de lucht kunnen halen.

Burgemeester Den Oudsten tijdens een overleg over de rellen

Burgemeester Den Oudsten tijdens een overleg over de rellen, Bron: ANP

Volgens De Vries is het belangrijk te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om online in te grijpen. “Een burgemeester kan gebieden afsluiten en mensen verwijderen, dat zou online ook moeten kunnen.”

Blijven praten

Jongerenwerker Hasselnook zegt: “Het is belangrijk dat ik blijf praten met de jongeren om op de hoogte te blijven van wat er online speelt. Als het echt uit de hand dreigt te lopen, kan ik de politie waarschuwen. Dat zeg ik ook tegen de jongeren als ik zoiets zie. Hoewel we een goede band hebben, moet ik het dan doorgeven. Dat is soms best een struggle.”

Bronnen: EenVandaag, EenVandaag, Nieuwsuur, AD

Burgers in opsporing

Meer leren over burgeropsporing? Kom 11 april naar het?Nieuwspoort Seminar ?De Veilige Gemeente 2019 ? Burgers in opsporing? georganiseerd door het Haags Congres Bureau.Met o.a. Wim van Amerongen (Nationale Politie), Arnout de Vries (TNO), Eric Bervoets (Bureau Bervoets), Ronald van Steden (VU Amsterdam, SMV) en Marnix Eysink Smeets (Inholland).

De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing
Kansen, risico’s & randvoorwaarden
Donderdag 11 april 2019

13.30 – 17.00 uur met gezamenlijke lunch vanaf 12.30 uur
Internationaal Perscentrum Nieuwspoort, Den Haag

Met medewerking van o.a. Dr. Ronald van Steden, Vrije Universiteit Amsterdam, Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), Dr. Eric Bervoets, Bureau Bervoets,? Arnout de Vries, TNO, Marnix Eysink Smeets, Hogeschool Inholland en Wim van Amerongen, Nationale Politie

Cybervrijwilligers? Buurt Preventie Teams? Buurt Whatsappgroepen?? Burgerrechercheurs?? Platforms van (burger)journalisten??

Burgers helpen gevraagd en ongevraagd steeds vaker in het opsporen van criminelen en ophelderen van zaken.

Hierdoor kan de opsporingskracht van politie, gemeente en OM sterk toenemen. Er zijn echter ook risico’s en dilemma’s die om uw aandacht vragen.?Wat zijn de do’s and don’ts en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen bij burgeropsporing?

Tijdens het Nieuwspoort Seminar ‘De Veilige Gemeente – Burgers in opsporing ‘ krijgt u inzicht in:

  • Actuele ontwikkelingen, trends en onderzoeken
  • Voorbeelden van initiatieven op dit gebied
  • Welke kansen bieden de initiatieven u?
  • Welke juridische kaders moet u kennen?
  • Wat zijn de do’s and the dont’s en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen?

Welke innovaties zijn voor u als kleine, middelgrote of grote gemeente bruikbaar in de uitvoering??En hoe zorgt u er voor dat u rationeel met risico?s blijft omgaan? Wat vraagt het van u, als gemeente-ambtenaar of politieman/politievrouw?

Met behulp van vele praktijkvoorbeelden, uw eigen kennis en ervaring en die van de andere deelnemers helpen de sprekers u kansen, risico’s en randvoorwaarden in kaart te brengen.

Programma De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing

Kansen, risico?s en randvoorwaarden

13.30 uur?Opening en introductie op het thema?door uw middagvoorzitter, Eric Bervoets, onderzoeker en eigenaar, Bureau Bervoets

Aan bod komen onder meer:

* Welke trends en ontwikkelingen zijn er op dit gebied?

* Wat zijn daarbij de uitdagingen?

13.45 uur?Opsporing door burgers, Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur, TNO

* Risico?s (eigenrichting, vertrouwelijkheid, privacy, eigen veiligheid) en kansen (extra capaciteit en denkkracht, snelheid, preventieve werking)

* Vele voorbeelden uit de praktijk nader onder de loep: Van Bellingcat tot buurtonderzoek in Whatsapp buurtgroepen

* Blik in de toekomst

14.25 uur?Praktijkvoorbeeld 1: Burgerrechercheurs

Wim van Amerongen, Programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen, Nationale Politie

* Juridisch kader en rechtsbescherming

* Begeleiding en samenwerking

* Rol van de politie in het burger ? burger perspectief

14.45 uur?Vragen stellen aan de inleiders?o.l.v. uw middagvoorzitter

15.15 uur?Pauze met koffie en thee

15.35 uur?Doe-het-zelfsurveillance, Ronald van Steden, VU Amsterdam en SMV

* Resultaten onderzoek naar Whatsapp-buurtgroepen in Almere, Amstelveen, Amsterdam en Tilburg

* Welke lessen kunnen we trekken voor de toekomst?

16.10 uur?Burgeropsporing: veelbelovend landschap of listig mijnenveld??Marnix Eysink Smeets, lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid Hogeschool Inholland

* Samenwerken met de burger of burger als verlengstuk?

* Burgerparticipatie als meerloops geweer: Over effecten op veiligheid, veiligheidsbeleving, sociale cohesie, burgerschap en rechtsstatelijkheid

* Burgers komen van Mars, professionals van Venus

* De noodzaak van precisie, preventie en prudentie

16.45 uur?Wrap Up, door uw middagvoorzitter

17.00 uur Afsluiting en borrel

Dr. Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ook is hij voor ??n dag per week verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid. Meer in het bijzonder houdt Van Steden zich bezig met vraagstukken rondom het thema ?lokale veiligheid en politie?. Hij doceert in de master Besturen van Veiligheid aan de VU. Daarnaast verricht hij onderzoek naar privatisering van veiligheid, toezicht en handhaving van de gemeente, wijkpolitie, veiligheidsnetwerken en vrijwilligers/actieve burgers in veiligheid.

Dr. Eric Bervoets?is?criminoloog en bestuurskundige.?Eric is sinds 1997 actief,?na een doctoraal bestuurskunde in?Rotterdam en een academische promotie?(in 2006) aan de Universiteit Twente in Enschede.?Bureau Bervoets richt zich op toepassingsgericht criminologisch en veiligheidskundig onderzoek, vaak in opdracht van gemeenten, politie en ministeries.?Ambitie is het ondersteunen van het veiligheidsdomein en lokaal bestuur met praktijkgericht onderzoek, advies en onderwijs.? We zijn ervan overtuigd dat kennis en kunde nodig zijn voor de effectiviteit en draagvlak van beleid, projecten en interventies. Maar het commitment en doorzettingsvermogen van de mensen in de uitvoering zijn doorslaggevend, daar kan geen ‘evidence based’ kennis tegenop! Lees verder via de?website van Bureau Bervoets.

Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van internet en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Hij ontwikkelt en onderzoekt digitale middelen die hulp kunnen bieden bij een effectievere burgerparticipatie, zoals applicaties voor burgeropsporing: ?Samen Zoeken? en ?Sherlock?. Daarnaast schrijft hij op zijn site SocialMediaDNA over social media in relatie tot maatschappelijke veiligheid.

Marnix Eysink Smeets?is sinds 2007 lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en voorzitter van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid. Samen met studenten en (docent)onderzoekers draagt hij bij aan de ontwikkeling van (veiligheids)beleid dat burgers vertrouwen geeft. Eysink Smeets houdt zich vooral bezig met de vraag hoe de burger veiligheid beziet en beleeft, en hoe dat kan worden verbeterd. Formeler gezegd: met het publiek vertrouwen in veiligheid en veiligheidszorg. Met veiligheidsbeleving, vertrouwen en rechtsvaardigheidsbeleving als belangrijke deelgebieden.?Naast zijn werk voor Inholland is Marnix Eysink Smeets voorzitter van de Landelijke Expertisegroep Veiligheidsbeleving, een netwerkorganisatie die zich richt op innovatief onderzoek en advies op het gebied van veiligheidsbeleving. Verder is hij actief lid van onder andere de wetenschappelijke Politiekring van het Directoraat-Generaal Politie, de redactie van het veiligheidsvakblad Secondant en de landelijke Expertgroep Zelfredzaamheid. Ook is hij co-redacteur van het blog Bordwatching.

Wim van Amerongen?is programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen bij de politie. Als gevolg van de snelle ontwikkelingen in maatschappij en technologie werken politie en het openbaar ministerie in dit programma nauw samen op het realiseren en versterken van de vernieuwings- en innovatiekracht in de opsporing en vervolging. Als programmadirecteur houdt hij zich daarnaast bezig met thema?s als ketensamenwerking, burgeropsporing en datadeling binnen de strafrechtketen. Zijn ervaringen met veranderprocessen zowel binnen als buiten de politie helpen hem bij het vinden van transitiestrategie?n die de effectiviteit van de opsporing kunnen vergroten.

TNO en politie werken samen aan nieuwe technologie?n voor het politiewerk

TNO en politie slaan de handen in ??n om gezamenlijk de maatschappelijke uitdagingen rond veiligheid aan te gaan. Op 8 november jl. bezocht Paul de Krom (Voorzitter RvB TNO) Erik Akerboom (Korpschef politie). Er werd teruggeblikt op de behaalde resultaten van de onderlinge samenwerking en vooruitgekeken naar de te realiseren maatschappelijke uitdagingen op het gebied van veiligheid.

Inspelen op technologische veranderingen

Voortschrijdende digitalisering, de toenemende beschikbaarheid van informatie en nieuwe vormen van criminaliteit dagen de politieorganisatie voortdurend uit tot innoveren. Om in te spelen op deze veranderingen, werkt de politie samen met kennisintensieve organisaties die thuis zijn in deze sociale en technologische vraagstukken. TNO is hierbij een belangrijke partner voor de politie. Vandaag bezocht Paul de Krom (voorzitter Raad van Bestuur TNO) Erik Akerboom (Korpschef politie). Het gesprek markeert een grote stap die TNO en politie samen zetten in de samenwerking. Er werd teruggeblikt op de behaalde resultaten van de onderlinge samenwerking en vooruitgekeken naar de uitdagingen waar de politie voor staat.

Samen vooruit: strategisch ?n operationeel

In 2018 is de samenwerking politie ? TNO versterkt door de start van meerjarige onderzoekprogramma?s op het gebied van informatieprocessen, politiewerk in het cyberdomein, politie in verbinding met de burgers en de ontwikkeling en de weerbaarheid van de professional. De meerjarige programma?s bieden de mogelijkheid om grote thema?s in de volle breedte aan te pakken. Van het analyseren van de impact van interventies op het Dark Web tot aan het ontwikkelen van technologische en sociale innovaties om de ontwikkeling van de professional te ondersteunen. Van het ondersteunen van SGBO’s met behulp van een dynamisch draaiboek tot aan het het ontwikkelen en beproeven van nieuwe applicaties voor burgeropsporing en dienstverlening. Deze programma?s bieden politie en TNO de kans om de vragen van vandaag, morgen en overmorgen op te pakken.

De komende drie maanden neemt TNO Insights vijf voorbeelden onder de loep waarbij TNO’ers en hun ‘innovatiepartners’ bij politie spreken over hun drijfveren, ervaringen en de resultaten van hun samenwerking. Lees ze op?TNO Insights.

Wetenschapper op de werkvloer

De ?scientists on the job? van TNO zijn wetenschappers die zich onderdompelen in de praktijk. Enerzijds stellen zij hun wetenschappelijke kennis beschikbaar aan de organisaties en bedrijven waaraan zij verbonden zijn. Ook gaan zij op zoek naar resultaten uit nieuw onderzoek die direct toepasbaar zijn op de werkvloer. Anderzijds gebruiken ze de dagelijkse praktijk om hun eigen onderzoek te voeden, maar ook universiteiten en hogescholen met de praktijk te verbinden. Dr. Victor Kallen is bijvoorbeeld neurowetenschapper en werkt sinds 2015 samen met de recherche in West-Brabant. Kallen: ?Het geeft veel voldoening om met sociale wetenschap te kunnen bijdragen aan een veiligere samenleving. Het mooiste vind ik dat in een aantal voorheen beruchte wijken en gemeenschappen de sfeer inmiddels zover is omgeslagen, dat de bewoners gemeentelijke handhavers weer durven aan te spreken en te informeren over veiligheids- en sociale vraagstukken. Een buitengewoon sterk signaal van gegroeide maatschappelijk weerbaarheid.?

Meer weten?

Het succes van de bestaande voorbeelden van samenwerking tussen TNO en politie dagen uit tot een meer duurzame en strategische samenwerking met de focus op een toekomstbestendige veiligheidsorganisatie.

Bronnen: TNO

Hoe de burger de politie te hulp kan schieten in de opsporing

Op Twitter verschenen na de dood van Romy en Savannah veel berichten over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lastigvallen.? De J.H. Donnerschool in De Glind herdacht dinsdag de overleden leerling Romy uit Hoevelaken. ‘De kinderen zijn opgevangen in de klassen. Er was veel verdriet, radeloosheid maar ook saamhorigheid en verbondenheid’, zei directeur Jan Hofman. De school biedt onderwijs aan leerlingen met sociaal-emotionele problematiek. Het schoolprogramma wordt deze week aangepast aan hun behoeften. Op de school van de overleden Savannah, het Oostwende College in Bunschoten, begonnen leerlingen en medewerkers vanmorgen gezamenlijk. Er werd een filmpje getoond met beelden van Savannah, gemaakt door een klasgenoot. Directeur Henk Koelewijn las Psalm 23 en de mentorklas van Savannah sloot af met het lied De kracht van Uw liefde. De school volgt deze week in overleg met slachtofferhulp zo veel mogelijk het reguliere rooster. Donderdag wordt in Bunschoten een stille tocht gehouden voor Savannah.

Geruchtenmachine

Tal van geruchten zaten de politie in de weg in het onderzoek naar de dood van Romy en Savannah. Lastig, maar als de politie info op sociale media beter weet te stroomlijnen, kan ze er veel aan hebben.

Het politieonderzoek naar de omgekomen meisjes Romy en Savannah is tijdens de pinksterdagen nog in volle gang als de geruchten en verwijten over de sociale media vliegen. Namen en foto’s van onschuldige ‘verdachten’ worden gedeeld via Facebook en Twitter, er gaan paniekerige berichten rond over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lokken. ‘Zulke berichten verspreiden zich razendsnel. En iedereen neemt het voor waar aan, of het nu klopt of niet’, zegt Bernhard Jens, politiewoordvoerder van de regio Midden-Nederland. ‘Daar doe je niks aan, het is de tijd waarin we leven.’

Het zijn de dagen waarop de politie ervaart dat sociale media in de opsporing een zegen en een vloek tegelijk zijn. Jens: ‘Het kan ons ontzettend helpen, maar het kan ons ook in de weg zitten als heel veel mensen ongeverifieerde informatie op het net zetten. Het kost ons ontzettend veel tijd iedereen dan weer terug te brengen in de realiteit.’

Burgers inschakelen?

En toch: als de politie de informatie van burgers in goede banen weet te leiden, kan ze daar veel aan hebben in de opsporing. Dat zegt tenminste Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO, en gespecialiseerd in sociale media en opsporing. Hij wijst op ­Europol, dat via Twitter burgers inschakelt bij het vinden van mensen die kinderporno maken en verkopen. Ook noemt hij een geval in Haarlem, waarbij meisjes die in een park in elkaar waren geslagen, via Facebook de daders in no-time hadden gevonden. De recherche hoefde de daders alleen maar te horen, en de zaak was opgelost. Een advocaat die vond dat zijn cli?nten op grond van dit amateurspeurwerk niet veroordeeld konden worden, kreeg van de rechter ongelijk, zegt De Vries: ‘Die zei: dat kan wel degelijk, welkom in de 21e eeuw.’

De Vries snapt de terughoudendheid bij de politie voor de inzet van burgers bij opsporing. ‘Burgers vernielen sporen, ze maken inbreuk op de privacy en kunnen overgaan tot eigenrichting. Dat wil je allemaal niet. Maar ze kunnen ook enorm veel bijdragen.’

De wil om te helpen is ook erg groot, signaleert hij. ‘Mensen kunnen niet op hun handen gaan zitten en afwachten.’

Dat is een gegeven waarmee de politie iets moet, vindt De Vries. ‘Op de site van de politie staat op dit moment niet hoe je als burger kunt bijdragen aan de opsporing. Dat is eigenlijk heel ouderwets. Vertel als politie wat burgers wel en niet mogen: als er bij je is ingebroken, mag je dan zelf buurtonderzoek gaan doen?’ Zo kunnen er ook handreikingen voor burgers komen over wat ze in vermissingszaken wel en niet kunnen doen. Of hoe ze het best een opsporingsbericht de wereld in kunnen sturen. De Vries: ‘Vaak zie je in vermissingszaken dat familieleden een emotionele oproep doen, zonder dat ze aanwijzingen krijgen. Het Openbaar Ministerie heeft daar allerlei tips en trucs voor; dat kun je wel wat behapbaarder maken voor burgers.’

Dat wil allemaal niet zeggen dat de Nederlandse politie op het gebied van sociale media op achterstand staat. Eerder het omgekeerde, zegt Rianne Dekker, die aan de Universiteit Utrecht werkt aan een Europees onderzoeksproject Media4Sec?over de manier waarop de politie sociale media kan gebruiken om de openbare orde en veiligheid te handhaven.

Voorop?

Volgens haar loopt de Nederlandse politie op dat gebied voorop en leren andere Europese landen daarvan. Duidelijk en consistent communiceren is daarin volgens haar ‘een hele belangrijke’.? Zo zet de politie Twitter en Facebook in bij het bestrijden van cybercrime, en ook bij opsporing, en bij handhaving tijdens grote evenementen. ‘Dat heeft zich steeds meer ontwikkeld tot een wederkerige relatie, waarbij informatie van burgers door de politie kan worden gebruikt. Vaak pakt dat goed uit, soms wat minder. ‘Soms verspreiden mensen informatie die onwaar of niet relevant is’, zegt Dekker. ‘Geruchten ontstaan nu eenmaal in een situatie van direct gevaar of onzekerheid.’

Vragen en antwoorden

Om de geruchtenstroom in te dammen, besloot de politie Midden-Nederland zondag op internet vragen en antwoorden te publiceren naar aanleiding van de onderzoeken naar de dood van Romy en Savannah. ‘De vragen die we daar stellen en beantwoorden, zijn gebaseerd op wat wij zien dat er in de buitenwereld speelt’, zegt Jens daarover. Zo gaat de politie daar in op de vraag waarom het een tijd duurde voordat de identiteit van Savannah werd bekendgemaakt (Antwoord: ‘De onderzoekers ter plekke benaderden het lichaam uiterst voorzichtig. Zorgvuldigheid is van groot belang om eventuele sporen niet te missen of onbedoeld te wissen’).

Wat de politie verder kan doen? ‘Ja, geef eens goeie tip’, reageert politiewoordvoerder Bernhard Jens. ‘Het is een utopie dat je dat onder controle krijgt. We scannen sociale media om te kijken of we dingen zien die we moeten downsizen.’

Zijn collega Paul Heidanus, co?rdinator woordvoering in Noord-Nederland luchtte op internet zijn hart over ‘aannames en vooroordelen’ op sociale media over het politiewerk. ‘De ongenuanceerdheid, grofheid en respectloosheid van sommige mensen over het werk van mijn collega’s is ronduit stuitend.’

Jens reageert met minder emotie. ‘Dat zijn we wel gewend. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat we de dood van Savannah hadden kunnen voorkomen met een Amber Alert. Tja. Zeg het maar. Ook daar is een gedegen afweging op gemaakt. Maar niet alles kun je een-op-een delen.’

Op Twitter verschenen na de dood van Romy en Savannah veel berichten over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lastigvallen.

De J.H. Donnerschool in De Glind herdacht dinsdag de overleden leerling Romy uit Hoevelaken. ‘De kinderen zijn opgevangen in de klassen. Er was veel verdriet, radeloosheid maar ook saamhorigheid en verbondenheid’, zei directeur Jan Hofman. De school biedt onderwijs aan leerlingen met sociaal-emotionele problematiek. Het schoolprogramma wordt deze week aangepast aan hun behoeften. Op de school van de overleden Savannah, het Oostwende College in Bunschoten, begonnen leerlingen en medewerkers vanmorgen gezamenlijk. Er werd een filmpje getoond met beelden van Savannah, gemaakt door een klasgenoot. Directeur Henk Koelewijn las Psalm 23 en de mentorklas van Savannah sloot af met het lied De kracht van Uw liefde. De school volgt deze week in overleg met slachtofferhulp zo veel mogelijk het reguliere rooster. Donderdag wordt in Bunschoten een stille tocht gehouden voor Savannah.

‘Onbegrijpelijk en ook zorgelijk’, vindt Bernhard Jens, politiewoordvoerder Midden-Nederland, de onzorgvuldigheid waarmee sommige traditionele media over de vermissing en dood van de veertienjarige meisjes Romy en ­Savannah berichtten. Eind vorige week meldde? De Telegraaf? korte tijd dat het lichaam van Savannah was gevonden, terwijl het om Romy ging. Jens: ‘Dat werd op de site geknald zonder enige vorm van wederhoor. Vervolgens werd de familie van Savannah gecondoleerd door mensen in hun omgeving.’ En een andere journalist meldde maandag dat een van de verdachten in vrijheid was gesteld, zonder dat bij de politie of het Openbaar Ministerie te checken. ‘Je wilt niet weten wie daar allemaal over gaat bellen. Men denkt er totaal niet bij na wat het betekent voor de twee gezinnen die een kind kwijt zijn.’

Op sociale media ging het afgelopen weken veel over vermissingen. Na het dramatische nieuws van de dood van twee jonge meisjes in Hoevelaken en Bunschoten draait de geruchtenmolen in andere delen van het land op volle toeren. Iedere vermissing is voer voor geruchten. In de regio Tilburg zijn twee meisjes, allebei op de fiets, sinds zondag spoorloos. Daarvoor is een burgernetmelding uitgestuurd. En ook in Leeuwarden en Groningen waren er vermissingen.

Op Twitter en Facebook leiden zulke berichten tot grote zorgen. Met name uit het Gooi komen er verhalen. Daar zijn er meerdere meldingen van jonge meisjes die klemgereden zouden zijn door een auto. Er zou sprake zijn van poging tot ontvoering. Een eerste melding kwam uit Soest, waar een meisje is achtervolgd door twee mannen in een kleine donkere auto. En een soortgelijke auto met twee mannen werd bij een vergelijkbare melding uit Bunschoten-Spakenburg gezien.

Of deze meldingen te met elkaar te maken hebben is volstrekt onduidelijk, maar het leidt tot enorm veel ophef en ongerustheid op sociale media. Even terug naar Tilburg, op sociale media is veel verontwaardiging over de vaagheid van de burgernet melding. Waarom geen foto?s van de meisjes, is de vraag die op sociale media wordt gesteld.

Een woordvoerster vertelde eerder op Radio1 dat ze de foto?s van de meisjes niet verspreiden omdat dat de kansen van de meisjes in kwestie op het vinden van werk in de toekomst ?zou verkleinen. ?Werkgevers gaan natuurlijk op internet zoeken als er iemand bij ze solliciteert. En dan wil je dit niet tegenkomen?, zei ze. De politiewoordvoerder liet ook weten deze burgernet melding vooral te beschouwen als een oproep aan de meisjes zelf, zodat ze zien dat het serieus en ze zich zullen melden. ?Volgens heel veel mensen is zo?n alarmerende oproep via de media niet bedoeld voor 2 stoute weglopers.

Aandachtspunten bij het gebruik van social media zijn te vinden op de website van het landelijk initiatief ZoekJeMee. Sociale media goede middelen zijn om een vermist persoon te helpen vinden. Ook geven de sociale mediaberichten steun aan de achterblijver (steuntje in de rug) en aan de vermiste persoon. Die ziet achteraf namelijk welke moeite is gedaan om hem of haar terug te vinden. De punten zijn afkomstig uit een onderzoek van?Wieke de Zwart (VU Amsterdam, MA Criminologie) ?Vermist, een onderzoek naar het aandeel en de impact van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?.

Vooraf

  • Het vermelden van de vermissing op de sociale media is een schending van de privacy van de vermiste.
    • Geef niet te veel gevoelige informatie over een vermist persoon, zoals informatie over de toestand (boos of verward). Geef een feitelijke beschrijving van de persoon zodat anderen deze kunnen herkennen
    • De politie kan adviseren over het al dan niet plaatsen van een vermissing op de sociale media. Een andere partij is Stichting ZoekJeMee: specialisten in communicatie rondom vermissingen en voor praktische hulp voor achterblijvers.

Tijdens

  • Naast mogelijk positieve kunnen er ook negatieve reacties gegeven worden, zoals opmerkingen over het uiterlijk of (ongenuanceerde) oordelen, zoals: ?Wie laat nou iemand met Alzheimer alleen op pad gaan??;
  • De bruikbare tips zijn wellicht moeilijk verifieerbaar (zonder hulp van de politie);
  • Meer bekendheid kan soms nadelig uitpakken voor de veiligheid van een vermiste.
    Bijvoorbeeld als deze in handen is van een loverboy of een ontvoerder.

Na afloop

  • Het weghalen van vermissingsbericht lukt niet altijd voor 100%.
    • Er kan een blijvende confrontatie met de vermissing ontstaan, ook lang na afloop.
      Voor de vermiste persoon kan het ook carri?reproblemen opleveren, bijvoorbeeld als nog online staat dat een vermiste in verwarde toestand is weggegaan;
    • Het vermissingsbericht en/of de foto kan door anderen (opnieuw) online worden gedeeld. Het lijkt daardoor dat de vermiste opnieuw o?f nog steeds is vermist.

Bronnen: Nederlands Dagblad, EenVandaag, ZoekJeMee

Criminelen zijn zo voorspelbaar als 125 bij 125 meter

Met behulp van software criminelen op heterdaad betrappen, of voorkomen dat ze toeslaan: het lijkt science fiction, maar het gebeurde allang in Amsterdam.?Een landelijk virtueel raster met vakken van 125 bij 125 meter. Per vlak worden meldingen van bijvoorbeeld inbraken en roofovervallen bijgehouden. Dat is, in het kort, de gedachte achter CAS, het Criminaliteits Anticipatie Systeem.????

Predictive Policing is het voorspellen van misdaadrisico?s met behulp van software, op grond van grote hoeveelheden data die aan elkaar worden gekoppeld. Sinds meer dan een jaar gebruikt de politie het Predictive Policing systeem CAS. Nu wordt het landelijk uitgerold.

Wat zijn de voordelen van dit systeem en wat kunnen we er in de toekomst van verwachten? Kritische kanttekeningen zijn er ook te maken, Marc Schuilenburg vind het zelfs onzin. Onderstaand interview met Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO, duidt de zin van de onzin in predictive policing:

Waar gebruikt de Nederlandse politie Predictive Policing voor?

?Om ?eenvoudige?, maar veel voorkomende misdaden als inbraak en zakkenrollen te voorkomen.?

“Een crimineel breekt het liefst in op bekend terrein, in een bekend huistype. En dat doet hij vaak op dezelfde manier, bijvoorbeeld met een breekijzer”, legt Arnout de Vries uit. Hij is onderzoeker bij kenniscentrum TNO en vanaf het begin betrokken bij deze ontwikkeling.

Door data over eerdere inbraken te combineren, kun je de volgende inbraak voorspellen, zegt De Vries. Op basis van 250 soorten data, bijvoorbeeld de sociale samenstelling van de buurt, het aantal caf?s en zelfs ook het weer wordt zo de kans op nog een incident berekend.

“Als je weet dat er in een straat steeds wordt ingebroken via openstaande ramen op zonnige dagen, dan kun je daar als politie rekening mee houden.”

Toch is De Vries verrast dat het systeem nu al landelijk ingezet gaat worden. “Het is gek dat ze het nu al uitrollen, want het is nog niet bewezen dat het systeem ook echt een verschil maakt op straat. We weten dat de voorspellingen aardig kloppen, maar niet of er ook meer boeven door worden gevangen, of dat de veiligheid hierdoor verbetert.”

Wat betekent CAS voor het werk van een politieagent?

?De agenten gaan nog steeds op pad, maar gerichter. Het systeem geeft aan waar en wanneer het risico op een misdaad groot is, maar schrijft niet voor wat de agenten moeten doen. Ga je er bijvoorbeeld naartoe, of hang je camera?s op? De leidinggevende bepaalt altijd al waar de agenten naartoe gaan. Die beslissing is nu deels gebaseerd op de risicobepaling van CAS.?

Werkt het systeem goed?

?De ervaringen in Amsterdam zijn positief, maar wetenschappelijk onderbouwde resultaten zijn er nog niet. We weten dus niet met welk percentage de misdaad is gedaald door dit systeem.?

Welke data gebruikt de politie bij Predictive Policing?

“Ze gebruiken de misdaadgegevens van de politie zelf, in combinatie met andere data. Denk aan de evenementenkalender of de weersvoorspellingen. Is het druk in de binnenstad? Doen mensen hun ramen open? Ook de woonplaats van veelplegers wordt erin meegenomen, want binnen een straal van twee kilometer rondom hun woning is de kans groot dat er iets gebeurt. CAS gebruikt nu al meer dan honderd soorten data.?

Hoe meer data ze gebruiken, des te beter de voorspelling?

?Dat is maar de vraag. Je zou bijvoorbeeld sociale media kunnen gebruiken om de meest actuele gegevens in je rekenmodel te stoppen. Bij TNO denken we echter dat het gebruik van nog meer gegevens op een zeker moment alleen zorgt voor optimalisatie in de marge. De opbrengst wordt steeds kleiner. Er bestaat bovendien een risico dat de politie zelf het zicht verliest op het model: hoe meer data je gebruikt, des te complexer worden de berekeningen. Willen we een situatie, waarin de politie zelf geen idee meer heeft waarom het systeem een locatie als risicovol aanwijst??CAS richt zich vooral op inbraken en zakkenrollen.

Het huidige systeem benut ook de adressen van veelplegers. Dat doet het op een schaal van 500 tot 1000 meter. Daar kun je ethisch gezien nog wel het nodige van vinden, zegt De Vries. “Zeker als die mensen hun straf al hebben uitgezeten.”

Komt er een uitbreiding naar andere criminaliteit?

?Zo?n uitbreiding kan zeker, maar is complex en vereist dat je fors inzet op data science. Het is de vraag of de politie hiervoor het geld en de expertise heeft.?

Ook is er volgens De Vries niet genoeg duidelijk over het ‘waterbed-effect’. Dus of criminaliteit zich door de extra controles in de rode vakjes niet simpelweg naar andere gebieden verplaatsen. ?”Mij valt op dat sommige burgemeesters daar erg simpel in zijn. Die denken: zolang de inbraak niet in mijn stad is, is dat veiligheidsprobleem opgelost.”

Werkt Predictive Policing altijd beter dan de intu?tie van een agent?

?De software bevat het collectieve geheugen van de politie, dat is meer dan het individu kan onthouden. Maar er kleven ook risico?s aan het gebruik van wiskundige modellen. Zo kan er een tunnelvisie ontstaan, doordat de software zich baseert op data uit het verleden. Als het systeem agenten een wijk in stuurt, zullen deze in veel gevallen wel wat vinden. Als het systeem vervolgens redeneert dat het risico in die wijk groter is dan elders, stuurt het de agenten er nogmaals heen. Zo kan onterecht het idee ontstaan dat die wijk crimineler is dan andere wijken. Die versterkende redeneringsloop kun je onder andere doorbreken door agenten af en toe willekeurig een wijk in te sturen.”

?De software bevat het collectieve geheugen van de politie, dat is meer dan het individu kan onthouden?

Critici van Predictive Policing zijn bang dat onterecht mensen op worden gepakt. Is die angst terecht?

?Een veel gebruikt voorbeeld is dat iemand ten onrechte wordt aangehouden, omdat hij ?s nachts toevallig met een schroevendraaier rondloopt over straat. Ook ?racial profiling? kan het systeem insluipen: mechanismen, waardoor mensen met een etnische achtergrond vaker worden aangehouden. Stel bijvoorbeeld dat de eerder genoemde wijk toevallig erg multicultureel is. Je moet je bewust zijn van de data het systeem ingaan en welke juist ontbreken. Eigenlijk zou een onafhankelijke ethische ICT-commissie het systeem moeten toetsen.?

Prescriptive Policing zou de volgende stap kunnen zijn. Wat houdt dat in?

?Predictive Policing zegt alleen op welk moment je waar moet zijn. Prescriptive Policing voorspelt welke maatregel het meest effectief is gebleken in die context. Het politiesysteem bevat een schat aan gegevens die nu onbenut blijft. Met smartphones kun je bijvoorbeeld meten waar agenten geweest zijn en wat ze gedaan hebben. Welk effect heeft dat gehad??

Is de politie hier klaar voor?

?De Nederlandse politieleiding stuurt nu juist erg aan op professionele vrijheid van de agenten. Als die vrijheid wordt ingeperkt door software, zal dat lastig te accepteren zijn. Bovendien is er een enorme allergie voor cijfers: een kopje koffie drinken in een buurthuis is niet in cijfers uit te drukken, toch kan het enorm nuttig zijn. Het is heel belangrijk dat agenten en leidinggevenden de toegevoegde waarde van het systeem zelf gaan ervaren. Die mindset is nog belangrijker dan de dataset.?

Is het nog een optie om deze technologie?n links te laten liggen?

?Gezien de effici?ntie van de bedrijfsvoering ligt het voor de hand om toch op predictive en prescriptive policing in te zetten. De politie weet momenteel niet wat allerlei interventies opleveren. Zowel de politiek als de samenleving verwacht dat resultaten aantoonbaar gehaald zijn. En de politie moet steeds meer doen met minder. Deze technologie stelt je daartoe in staat. Wat ook sterk meespeelt, is dat het bedrijfsleven deze systemen wel heel snel accepteert. De beveiliging van steeds meer openbare ruimten, zoals voetbalstadions, bedrijventerreinen en pompstations, raakt geprivatiseerd. Dat kan ertoe leiden dat de politie straks wordt verdrongen door technieken die veel effectiever werken.?

Tien mythen over predictive policing

  1. Crimineel gedrag is niet te voorspellen?
    Criminelen zijn vaak net zulke gewoontedieren als andere mensen. Na een succesvolle woninginbraak zijn ze bijvoorbeeld geneigd het in een vergelijkbare woning in dezelfde omgeving nog eens te proberen. Dergelijke patronen maken woninginbraak redelijk voorspelbaar.
  2. Robots zullen agenten vervangen
    Predictive policing maakt gebruik van algoritmes om agenten te helpen misdaden te voorkomen. De agenten worden niet vervangen door machines, hoewel hun rol kan veranderen.
  3. Met predictive policing maken boeven geen kans meer
    Het algoritme van Predictive Policing wijst plaatsen aan op de kaart: hier is de kans op een misdaad hoog. Welke actie de politie vervolgens het best kan ondernemen, is vaak minder duidelijk. Nieuwe analyses van veel cases (big data) kunnen inzicht geven in de effectiviteit van verschillende maatregelen, want boeven blijven creatief.
  4. Voor een goede voorspelling zijn data nodig van iedereen
    De politie analyseert al jarenlang processen verbaal om inzicht te krijgen in misdaadnetwerken. Predictive Policing doet dit ook, maar koppelt meer gegevens in tijd en plaats. Het is niet nodig gebleken om van alle burgers data te verzamelen om te voorspellen op welke plaatsen het risico op een misdaad groot is.
  5. Predictive Policing is een gedachtenpolitie die je oppakt voordat je iets doet
    Met Predictive Policing wil de politie misdrijven voorkomen door op tijd actie te ondernemen. Dat wil niet zeggen dat onschuldige burgers worden opgepakt voordat ze iets hebben gedaan. Wel is het belangrijk dat Predictive Policing zich baseert op data die onbevooroordeeld en controleerbaar zijn.
  6. Predictive Policing helpt misdaad de maatschappij uit
    Predictive Policing biedt geen oplossing voor alle soorten misdaad. Risico?s, veiligheid en politiewerk zijn niet volledig uit te drukken in cijfers, waardoor computermodellen soms tekortschieten. De menselijke benadering van de agent blijft belangrijk en misdaad zal altijd blijven bestaan.
  7. Gezond verstand van de wijkagent is altijd beter dan een stukje software
    ?Gezond verstand? bevat vaak meer vooroordelen dan software gebaseerd op objectieve statistische modellen. Het is wel belangrijk dat de modellen zelf niet onbedoeld bevooroordeeld zijn. Predictive Policing werkt ter aanvulling van gezond agentenverstand.
  8. Predictive Policing is oude wijn in nieuwe zakken
    Vroeger gebruikte de politie prikborden met een regiokaart om de criminele ?hotspots? aan te geven, uitgaande van misdaadcijfers uit het verleden. Predictive Policing doet hetzelfde, maar op digitale kaarten die de toekomst tonen. Er worden ook veel meer gegevens aan elkaar gekoppeld. Het is dus eerder nieuwe wijn in oude zakken.
  9. Predictive Policing is plug & play
    Predictive Policing lijkt zo simpel: je haalt de criminaliteitsgegevens door een computer en?er rolt een kaart met rode vakjes uit. Organisatorisch vereist de toepassing echter een cultuurverandering. De agenten moeten hun denk- en werkwijze aanpassen.
  10. Agenten laten zich niet sturen door een algoritme
    Wanneer agenten zelf ervaren dat Predictive Policing een meerwaarde heeft, zullen ze de technologie eerder accepteren.

Bronnen: TNO Time, NOSop3, BNR, De Correspondent

Botlegers: Opmars van de Twitterbots

In verkiezingstijd proberen kwaadwillenden via volledig geautomatiseerde social-media-robots en trollenlegers mensen ertoe te bewegen om een bepaalde kandidaat te kiezen. Hoe groot is dit probleem? En wat kunnen we ertegen doen?

Geschreven door Marc Seijlhouwer, MSc en verschenen in De Ingenieur

Robots verspreiden volautomatisch allerlei boze, agressieve of misleidende berichten op sociale media

#Kominverzet?Deze zogenoemde hashtag wordt veelvuldig gebruikt op sociale media, onder anderen door Geert Wilders. Het is ook de hashtag die, elke keer als hij wordt gebruikt in een tweet, een robot doet ontwaken. Deze Twitterbot, actief sinds februari 2017, ?retweet? elk bericht dat de hashtag bevat. Zonder enige menselijke interventie verspreidt hij de vaak hatelijke boodschappen van anderen over het internet. Daardoor zien meer mensen deze boodschappen ?n wordt de hashtag vaker gebruikt ? als hij tot extra retweets leidt, is hij immers de moeite waard. Dat zijn de regels van sociale media; hoe meer het wordt gedeeld, hoe beter.

De robot is op de redactie van De Ingenieur gebouwd. Het was heel makkelijk; robotisering van tweets is inmiddels al zo wijdverspreid dat verschillende websites een kant-en-klare service leveren. Daarvoor moet je wel je gegevens aan die sites geven, en controle over je Twitteraccount. Maar als het verder toch een nepaccount is, maakt dat weinig uit. Iemand met wat meer programmeerkennis zet met een paar regels code geavanceerdere bots in elkaar, die bijvoorbeeld geautomatiseerd nieuws verspreiden, reageren op bepaalde soorten tweets of zelfs taal gebruiken zoals mensen dat op Twitter doen. Dankzij technieken als deep learning gaat het soms nog verder, totdat een robot op een gegeven moment niet meer van een echte gebruiker is te onderscheiden.
Die bots kunnen een slechte invloed hebben op mensen. Ze kunnen manipuleren, verwarren en in de maling nemen. Nu is hun invloed nog klein, maar de kans is groot dat ze in de toekomst een steeds grotere rol spelen.

Twitterbots zijn overal op Twitter en bestaan in mindere mate ook op andere sociale media. Facebook probeert ze tegen te houden en slaagt daar beter in dan Twitter, maar het bedrijf heeft er alsnog last van. Twitter is transparant over het feit d?t er bots bestaan. Het sociale medium vindt het namelijk niet erg als gebruikers in meer of mindere mate automatisch tweets plaatsen. Het genereren van content is immers belangrijk voor het succes van de dienst.

Hoeveel nepaccounts (bots, inactieve gebruikers en andere accounts waar geen mens achter zit) er zijn op sociale media, is moeilijk te zeggen.?Schattingen uit onderzoeken en cijfers van bedrijven zelf komen uit op zo?n 7 ? 8 %?, vertelt dr. Mirko Tobias Sch?fer, docent-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht en projectleider van de Utrecht Data School, waar wordt gekeken naar de relatie tussen data, overheid en social media. ?Het verifi?ren van die cijfers is echter onmogelijk.? Er is in elk geval een aanzienlijk aantal nepaccounts, waarvan een deel valt onder wat men ?kwaadaardige bots? kan noemen. Dat sociale-media-bedrijven daar niet meer tegen doen, is misschien begrijpelijk. Een groot bedrijf haalt niet zomaar bijna 10 % van zijn gebruikers weg. Zeker niet als die actief zijn of zelfs, in het geval van Facebook, regelmatig op advertenties klikken en zo de inkomsten verhogen.

“Online de boel verzieken is vaak nog mensenwerk”

Pro-Trump-bots
Dat betekent niet dat er niks gebeurt. Twitter kreeg regelmatig kritiek over de grote hoeveelheid geautomatiseerde accounts. Daarom stelt het bedrijf inmiddels een heleboel voorwaarden aan een bot. Hij mag bijvoorbeeld geen trending topics kopi?ren. En iemand die een bot wil bouwen, moet zijn account verifi?ren met een telefoonnummer. Facebook is in principe nog strenger, wat daar moet een ?echt? persoon met naam, voornaam, woonadres en telefoonnummer achter het account zitten. Het probleem is alleen dat er tegenwoordig websites bestaan die uit het niets een neppersoon cre?ren. Die kun je zelfs op nationaliteit uitkiezen; een slimme willekeurige generator maakt zo de fraaiste fictieve mensen aan. Klinkt Lysanne Terlingen uit Ede, 27 jaar oud en woonachtig op de Tollenburg 99 niet als een echt bestaande Nederlandse vrouw? Op die manier valt er dus van alles te omzeilen. En dat gebeurt ook massaal, gezien de schattingen van het aantal fake accounts.

Zo?n percentage nepaccounts hoeft niet erg te zijn. Er komen pas problemen als de neppers het verpesten voor de echte mensen. Dat is nu overwegend niet het geval, zegt Sch?fer. ?Veel bots zijn nuttig of grappig, en vaak is het door hun naam of biografie overduidelijk dat het geen menselijke gebruikers zijn. Die machines zijn onschuldig.?
Het probleem komt van de minder frisse bots. Ze houden geheim dat het robots zijn en dienen een specifiek manipulatief doel. Hiervan zijn de politieke bots een voorbeeld. Vlak na de campagne van Donald Trump in 2016 deden geruchten de ronde dat hij mede had gewonnen dankzij de aanwezigheid van pro-Trump-bots op Twitter. Die tweetten dag en nacht leugens de wereld in over Hillary Clinton, prezen Trump en gebruikten populaire hashtags om de aanwezigheid van Trump-aanhangers overal voelbaar te maken. Hoeveel het er precies waren, weet niemand. Was hun invloed echt zo groot? Sch?fer: ?De invloed van bots is moeilijk te meten. Maar ik weet vrijwel zeker dat het niet de bots waren die de doorslag gaven.?

Trollenleger
Dat Trump hoogstwaarschijnlijk niet won dankzij ?zijn? bots, betekent echter niet dat ze niet zijn gebruikt. ?Maar waarschijnlijk zijn ze niet door zijn campagneteam in gang gezet?, denkt Sch?fer. ?Je kunt als kandidaat vaak niet bepalen welke groeperingen zich bij je aansluiten en wat ze gaan doen. Er zijn botnets te huur, en een aanhanger van Trump zou zo?n netwerk kunnen inzetten tijdens de campagne. Vaak zorgt de aanhang van een politieke partij voor meer manipulatie dan de partij zelf.? Hoewel social-media-invloed bij deze verkiezingen mogelijk nog geen doorslaggevend effect had, kan dat in de toekomst anders zijn, waarschuwt ir. Arnout de Vries, social-media-onderzoeker bij TNO. ?Bedrijven, maar ook politieke partijen, kunnen tegenwoordig steeds specifiekere datapakketten kopen. Daarin staat allerlei informatie over groepen mensen. Bedrijven kunnen via Facebook heel gericht zo?n groep benaderen. Als een politieke partij dat zou doen, en zich bijvoorbeeld op be?nvloedbare mensen zou richten, kunnen ze denk ik veel teweeg brengen.?

Dat gebeurt nu nog niet; hoewel alle partijen op de een of andere manier de vergaande advertentiemogelijkheden van Facebook benutten, maken ze geen gebruik van wat De Vries het ?onethische? deel van gericht adverteren noemt. ?Profileren van potenti?le kiezers en ze be?nvloeden lijkt me onethisch, net als je in het debat mengen via sociale bots of trollen. Maar voorlopig kopen Nederlandse partijen nog niet massaal gegevens in bij databrokers.?

Dat is wel anders in de VS. Daar is de afgelopen paar verkiezingen gebleken hoe nuttig het kan zijn om je verschillende kiezersgroepen te kennen. Dat lukte daar mede zo goed doordat de privacywetgeving er anders is dan in Nederland. Hier moeten politieke partijen openheid van zaken geven, ook over het gebruik van datasets. Bovendien mogen bedrijven hier minder opslaan over individuen. ?In de VS zijn er per persoon ontzettend veel datapunten, naar schatting gemiddeld 1500?, weet De Vries. ?Daarmee kun je bijvoorbeeld ?uitrekenen? wat iemands pressiepunten zijn. Als je het zou willen, kan je daarmee iemand chanteren zodat hij jouw kant kiest.? De marketingwereld heeft volgens De Vries inmiddels een grote hoeveelheid informatie over het be?nvloeden van mensen. ?Door die kennis te combineren met steeds slimmere zelflerende algoritmes is er technisch nu al van alles mogelijk. De politiek loopt alleen achter in de toepassing ervan. Maar er zijn partijen die het idee van online invloed oppakken.? Voorlopig zijn de algoritmen echter nog net niet slim genoeg om over te komen als internetgebruikers van vlees en bloed. Daarom is online de boel verzieken vaak nog mensenwerk, waarbij zogenoemde trollen heel fel tegenstanders aanpakken en nieuws verspreiden dat een bepaald standpunt ondersteunt. ?Politieke partij DENK gebruikte een klein aantal trollen en er zijn sterke vermoedens dat Russische trollenlegers invloed uitoefenen in de VS, Nederland en Frankrijk.?

Brutale gebruikers
Zoals De Vries het beschrijft, ziet de toekomst er niet bijster rooskleurig uit. Maar er is wat aan te doen. ?Blijf onethisch gedrag van partijen onthullen en informeer mensen over de mogelijkheden van onbewuste be?nvloeding. Dat is het beste wat overheid, media en maatschappij kunnen doen. Het oprollen van dit soort legers is juridisch en praktisch vrijwel onmogelijk, dus dat is geen oplossing.?

Wel vindt De Vries dat partijen zich, zeker in campagnetijd, wat ethischer mogen opstellen. Want ze richten zich, via Facebook, allemaal al met specifieke advertenties op kleine, specifieke groepen die voldoen aan bepaalde voorwaarden. Die tactiek, narrowcasting, is potentieel zorgelijk. ?De partijen verschuilen zich achter het algoritme van Facebook, maar ze hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Het is echter lastig om de partijen tot ethisch adverteren te dwingen, omdat online de brutale en onethische gebruikers vaak het best worden gehoord.? Sch?fer is het daarmee eens: ?In het Duits noemen we dit de Schweigespirale; het fenomeen ? onderzocht door de Duitse politicoloog Elisabeth Neille-Neumann ? dat een minderheid schreeuwers meer voor elkaar krijgt en de meerderheid zwijgt omdat de ze denken de minderheid te zijn. Aangezien sociale media volledig om emoties draaien, is het logisch dat boosheid van verongelijkte mensen sneller scoort. Bots en trollen spelen daar perfect op in.?

De vraag blijft of de invloed van de robots en algoritmes op de verkiezingen groot is. De sociale wetenschappers geven meteen toe dat die nauwelijks valt te meten; zelfs als er een verband is, hoeft dat niet causaal te zijn. Het feit dat er veel bots tweeten over een bepaalde gebeurtenis, waarna die gebeurtenis veel aandacht krijgt, hoeft niet te betekenen dat de aandacht kwam door de bottweets. De Vries denkt dat opleiding en voorlichting kunnen helpen om de negatieve invloed van deze technologie?n te verminderen. Sch?fer is het hiermee eens, maar stelt ook voor om verder te gaan: ?Als ik een politieke partij was, zou ik het gebruik van bots omarmen. Maar dan niet stiekem; ik zou bijvoorbeeld een factcheckbot bouwen om populistisch ?nepnieuws? automatisch te ontkrachten. En dan duidelijk maken dat deze nuttige robot van mijn partij afkomstig is. Maar de partijen gebruiken sociale media nu vooral om onderbuikgevoelens van de achterban aan te spreken. Dat is geen effectief social-media gebruik.?

Leuke bots

Lang niet alle bots hebben als doel om chaos, wanorde en misinformatie te verspreiden. Vaak zijn ze nuttig, grappig of fascinerend. Een kleine selectie.

@klmfares: Wil je op reis? Tweet je begin- en eindpunt, en de Twitterbot vertelt automatisch de kosten van de vlucht, inclusief link naar een boekingspagina. Een voorbeeld van automatische, snelle klantenservice.

@thinkpiecebot: ziet u ook wel eens n?t iets te vergezochte artikelen over de actualiteit, trends onder jongeren en andere onzin? Deze bot maakt die belachelijk door een aantal bekende krantenkopconstructies in te vullen met min of meer willekeurig gekozen woorden.

@we_didnt_start: een alternatieve manier om het nieuws binnen te krijgen. Dit stukje programmatuur plukt de meestgezochte termen op een dag van Google en probeert er een zin van te maken op de wijs van Billy Joels hit ?We Didn?t Start The Fire?.

@congressedits: deze bot is niet grappig, maar vervult wel een interessante functie: hij monitort Wikipedia en tweet elke keer als iemand van het Amerikaanse Congres een aanpassing doorvoert. Zo is te zien of senatoren misschien onwelgevallige informatie wegpoetsen of op een andere manier de waarheid proberen te manipuleren.

Darknet Shopper: geen Twitterbot, wel fascinerend. Dit programma koopt willekeurige dingen van het Dark Web, de schaduwkant van het internet waar alles kan. De bot mag 100 dollar per week uitgeven en koopt alles wat hij kan vinden. Zo liet hij al een keer drugs bij de makers thuis bezorgen, waarna de politie langskwam om ze in beslag te nemen.

https://twitter.com/rickdus/status/835810423228227584

[slideshare id=73257805&doc=botlegers-170317155114]
Bronnen: De Ingenieur, april 2017

BART! Burger Alert Real-Time

bart-logo

Met BART! werken aan een veilige buurt

In Den Haag moet het project BART! een digitaal verbindingsmiddel worden. Het moet ervoor zorgen dat politie, gemeente en burgers samen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor een veilige leefomgeving. Hoe zijn de eerste ervaringen in de wijk Bouwlust?

We leven in een participatiesamenleving waarin begrippen als zelfredzaamheid als vanzelfsprekend worden gebruikt. Andere zijn eigen verantwoordelijkheid, burgerparticipatie en overheidsparticipatie. Het aantal initiatieven en applicaties voor participatie op de thema?s veiligheid en leefbaarheid groeit bijna wekelijks. En toch is de telefoon nog de belangrijkste verbinding naar de politie. De participanten lijken zich nog voornamelijk te bevinden onder de toch al actieve en betrokken burgers. Hoe kunnen politie, gemeente en burgers, in de huidige digitale maatschappij, samen verantwoordelijkheid voor veiligheid en leefbaarheid nemen?

Project BART!

Het project BART! (Burger Alert Real-Time!) moet dit mogelijk maken. De nationale politie en de gemeente Den Haag hebben de handen ineengeslagen en zijn in 2014 dit project gestart. Verschillende organisaties, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL, hebben in kaart gebracht hoe burgers, gemeente en politie samen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het realiseren van een veilige leefomgeving. Dat deden zij samen met bewoners uit de Haagse wijk Bouwlust, een onderdeel van het stadsdeel Escamp. Centraal staat een systeem voor samenredzaamheid:

  • Burgers die met elkaar leefbaarheidsissues oppakken, zonder tussenkomst van derden, zoals gezamenlijk het plantsoen opruimen.
  • Burgers die, al dan niet door expliciet melding te maken, de hulp van de overheid inroepen, zoals bij overlast en verloedering of in spoedsituaties zoals bij een ongeval.
  • De overheid die burgers betrekt bij bijvoorbeeld de (heterdaad)opsporing van misdrijven.
Living-lab-experiment

Nederland. 16 november 2016. Den Haag. In de wijk Bouwlust is sinds 2014 het project BART (Burger Alert Real-Time) gelanceerd. Het moet een digitaalverbindingsmiddel zijn tussen politie, gemeente en burgers om gezamenlijk de verantwoordelijkheid te dragen voor een veilige leefomgeving. Foto: Inge van Mill

Foto: Inge van Mill

Om een systeem voor samenredzaamheid te ontwerpen hebben we deelvragen beantwoord, om daarmee toe te werken naar een proof-of-concept. Dat gebeurde met onder andere 126 interviews en 194 enqu?tes met burgers, werksessies en interviews met meer dan 100 professionals, simulaties, en prototypes. Het proof-of-concept is in een living-lab-experiment beproefd in de praktijkstraat op locatie ?De Yp? van politie-eenheid Den Haag. Bewoners uit Bouwlust en professionals van gemeente en politie speelden 3 veiligheidssituaties na: (1) een melding openbare ruimte zonder spoed; (2) een onveilige of verdachte situatie; (3) een urgente situatie met spoed. Dit artikel beschrijft de belangrijkste bevindingen. `

Geen nieuw digitaal initiatief

Voor allerlei vormen van samenredzaamheid bestaan er inmiddels verschillende initiatieven en applicaties, zowel van publieke als van private partijen. Zonder de ambitie te hebben volledig te zijn volgt hier een aantal voorbeelden. Politie en de VNG hebben bijvoorbeeld Burgernet, daarnaast gebruikt de politie Amber Alert en is de politie in enkele plaatsen via WhatsApp bereikbaar. De gemeente Den Haag gebruikt bijvoorbeeld de BuitenBeter-app en ondersteunt initiatieven zoals BuurtBestuurt en Buurtinterventieteams. Burgers gebruiken WhatsApp om elkaar op de hoogte te brengen van verdachte situaties. Andere voorbeelden zijn: dadergezocht.nl, boevenvangen.nl, SOSAlarm, VerbeterDeBuurt, ClaimJeStraat, Civilant, HartslagNu, Lokaal Alarm Systeem, en NextDoor.

In plaats van ??n burger aan de lijn, heeft de overheid nu de hele buurt aan de lijn

De uitdaging is dan ook niet het zoveelste digitale initiatief te ontwikkelen, maar verschillende initiatieven bij elkaar te brengen. Centraal staan 2 vragen: (1) Hoe zorg je voor een brede en langdurige betrokkenheid van burgers? (2) Hoe kun je als overheid in verschillende veiligheidssituaties aansluiten op de kanalen die bij burgers in gebruik zijn?

Betrokkenheid van burgers

Het is een uitdaging van alle tijden om burgers betrokken te krijgen. De toch al actieve burgers in een wijk sluiten meestal wel aan. De uitdaging is om een brede vertegenwoordiging van alle burgers te krijgen. En te houden: in de onlinewereld haken mensen sneller af dan in de offlinewereld. Er moet aan een aantal ontwerpeisen worden voldaan, blijkens ons onderzoek onder burgers. De belangrijkste daarvan staan hieronder.

  1. Ritme in een systeem; dit is belangrijk voor het opbouwen van vertrouwen en is onmisbaar voor langdurige betrokkenheid. Met een vast ritme, aansluitend op het leefritme van mensen in de buurt, kan informatie gegeven worden, bijvoorbeeld dagelijkse feedback bij incidenten en wekelijks nieuws uit de buurt.
  2. Lokale binding; het nieuws uit de buurt draagt daaraan bij. De betrokkenheid van burgers neemt toe wanneer ze niet alleen kennisnemen van (negatieve) veiligheids- en leefbaarheidsissues, maar ook concrete aanknopingspunten zien om trots op de buurt te zijn. Het kunnen zien en aanspreken van lokale professionals en hen bekende buurtgenoten, in plaats van ?de overheid? of ?de wijk?, draagt eveneens bij aan lokale binding.
  3. Flexibiliteit; iedere burger en buurt is uniek en heeft zijn eigen voorkeuren. Taalkeuze is een voor de hand liggende persoonlijke voorkeur, maar ook het soort informatie dat men wil ontvangen, de locaties waarin men interesse heeft en de instanties of personen waarmee men informatie wil delen.

Om betrokkenheid van burgers te realiseren, is het noodzakelijk bij het DNA van de buurt aan te sluiten

Om brede en langdurige betrokkenheid van burgers te realiseren is het, kortom, noodzakelijk bij het DNA van de buurt aan te sluiten: wat is het ritme in een buurt, welke iconen uit de buurt zorgen voor een gevoel van lokaliteit, welke talen en welke mate van digitalisering kent de buurt?

Explosie van informatie bij overheid

De overheid kan aansluiting vinden bij de kanalen waarmee burgers onderling informatie uitwisselen over veiligheid en leefbaarheid. Dan leidt dit echter tot een ongekende realtime-explosie van informatie (zonder wachttijden) bij dezelfde overheid. In plaats van ??n burger aan de lijn, heeft de overheid nu de hele buurt aan de lijn. Het volgens een vast protocol uitvragen van de burger om relevante informatie te krijgen is er niet meer bij. Vele burgers delen tegelijk relevante en irrelevante, soms tegenstrijdige, informatie. Spoedeisende en minder spoedeisende voorvallen lopen door elkaar.

De processen bij de overheid moeten meer ge?ntegreerd worden uitgevoerd

Op dit moment is het niet mogelijk deze enorme informatiestroom te volgen, laat staan de relevante informatie uit de kakofonie te filteren. Daarmee zou een zodanig beeld kunnen worden gevormd dat de juiste overheidspartij, afhankelijk van het soort veiligheidssituatie, tot actie over kan gaan. En dat terwijl de burger in de onlineomgeving steeds sneller optreden van de overheid verwacht. Niet alleen in spoedgevallen, maar ook bij minder spoedeisende incidenten. Afhandeling van de melding, maar ook de nazorg zoals beantwoorden van vragen en wegnemen van geruchten, vragen om een professionele webcare-aanpak.

Dit kan niet losstaan van wat er op straat wordt gedaan en verteld door professionals. De processen bij de overheid, die nu nog vaak verkokerd per organisatie zijn ingericht, moeten meer ge?ntegreerd worden uitgevoerd, juist ook tussen organisaties. Overheidsprofessionals en burgers, maar ook andere stakeholders zoals wooncorporaties, worden niet meer top-down benaderd. Zij informeren elkaar op basis waarvan ze tot handelen kunnen overgaan. En dit alles terwijl de ?oude? processen ook gewoon blijven bestaan. Voor spoedeisende incidenten blijven burgers en professionals de komende jaren bij voorkeur de 112-telefonische spraakverbinding gebruiken.

Eisen aan participatiesysteem

De overheid kan niet willekeurig op ieder (digitaal) participatiesysteem aansluiten. De overheid werkt met bepaalde normen en waarden en heeft te voldoen aan bepaalde wet- en regelgeving. Zo is er de Wet Bescherming Persoonsgegevens die regels stelt voor het verwerken van persoonsgegevens. De politie heeft specifiek te maken met de Wet Politiegegevens. Om als participatiesysteem aansluiting te kunnen vinden bij de overheid, moet dus voldaan zijn aan bepaalde juridische waarborgen. En er moeten bepaalde gedragsregels geborgd zijn om bijvoorbeeld privacyschendingen, eigenrichting, represailles, polarisatie en uitsluiting te voorkomen. Zo weten burgers waar ze aan toe zijn als ze deelnemen aan het participatiesysteem. Dan hebben ze duidelijkheid over opvolging door de overheid.

Tot besluit: BART! wordt vervolgd

BART! heeft ons tot dusver geleerd aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden als politie, gemeente en burgers via een digitaal verbindingsmiddel samen verantwoordelijkheid gaan nemen voor veiligheid en leefbaarheid. Kanteling van de organisatie, van aansturing naar integraal werken als ??n overheid samen met burgers, webcare integreren over alle kanalen, een richtlijn die de kwaliteitseisen beschrijft, flexibel aansluiten bij het DNA van een buurt, zijn grote voorwaarden. In BART! gaan we deze voorwaarden verder uitwerken en vertalen naar concrete handvatten en processen.

Mari?lle den Hengst is Lector Intelligence bij de Politieacademie en tevens verbonden aan de TU Delft, Richard Vriesde is werkzaam als Sectorhoofd Dienst Regionaal Operationeel Centrum in Den Haag, Erwin Rouwenhorst is beleidsmedewerker bij de Directie Veiligheid van de gemeente Den Haag, Arnout de Vries is adviseur bij TNO rondom social media en veiligheid, Robert van den Berg is Director Consulting Services bij CGI, Hans Arnold, werkzaam bij TIGNL, is gespecialiseerd in het faciliteren van publiek private cocreatie-projecten.

Mari?lle den Hengst, Richard Vriesde en Erwin Rouwenhorst zijn bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: M.denHengst-Bruggeling(at)tudelft.nl, Richard.Vriesde(at)politie.nl en Erwin.Rouwenhorst(at)denhaag.nl.

Bronnen: Secondant

Burgers zijn zelf het nieuwe blauw op straat

burgesblauw

De politie kan niet overal tegelijk zijn, maar schakelt tegenwoordig burgers in om een oogje in het zeil te houden. Dat kan allemaal veel gemakkelijker dankzij de sociale media.

De moderne politieagent surveilleert niet alleen, hij Twittert, hij Facebookt en hij surft op internet. Het oude principe ‘die pet past ons allemaal’ komt terug in een nieuw jasje. Dankzij de nieuwe media kan de politie gemakkelijk netwerken vormen met betrokken burgers, om informatie uit te wisselen en mensen aan te sporen uit te kijken naar een vermiste persoon.

Onderzoeker Arnout de Vries en politieman Frank Smilda schreven de nieuwe interactieve sociale media zijn geworden. Volgens politiesocioloog Jaap Timmer, verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, was het heel belangrijk. ,,De politie leerde dat ze de nieuwe sociale media niet als iets buitenaards moet zien, maar dat ze er bovenop moet zitten, om in te grijpen als er verkeerde informatie wordt verspreid. En omgekeerd kan de politie er ook haar voordeel mee doen.”

Twitter is een gemakkelijk en laagdrempelig medium, waarmee je heel gericht een groep volgers kunt bereiken. Voor wijk-en jeugdagenten is twitteren eigenlijk al een must.
,,Als een wijkagent ergens een fiets aantreft waarvan hij vermoedt dat die gestolen is, kan hij een foto twitteren”, geeft woordvoerder Paul Heidanus van de Politie Noord Nederland als voorbeeld. ,,Op die manier hebben we al heel wat fietsen bij de rechtmatige eigenaar terugbezorgd.”

Bij het onderzoek naar de beruchte paardenbeul, die in het Noorden al zo’n tien paarden heeft mishandeld, kan de politie niet zonder hulp van het publiek. Elke kleine aanwijzing kan belangrijk zijn. Dus twittert de politie bijvoorbeeld een foto wie weet hoe bepaalde bandensporen bij een weiland zijn ontstaan.

Twitter werpt ook zijn vruchten af bij crowdmanagement, vervolgt Heidanus. ,,Dit bleek bijvoorbeeld tijdens de viering van Groningens Ontzet in 2011. Door een kortsluiting kon het vuurwerk niet worden afgestoken. En er waren ambulances, wat daar weer niks mee te maken had. Mensen begrepen niet goed wat er aan de hand was. Via Twitter hebben we het publiek overal van op de hoogte kunnen stellen. Mede door de vele retweets bereikten we veel mensen. Dit voorkwam dat er paniek ontstond.”

Burgers kunnen ook workshops volgen om zich beter voor te bereiden op hun taak als oren en ogen van de politie. Zo hielden wijkagent Robert Bouma en zijn chef Harry Prak uit Nieuw-Roden onlangs een bijeenkomst met als titel ‘Hoe herken ik verdacht gedrag’. Aan de hand van testjes leerden de aanwezigen hoe ze veranderingen kunnen waarnemen.
Leuk en aardig allemaal, reageerden enkele aanwezigen, maar als wij iets doorgeven aan de politie, krijgen we dikwijls een korzelig antwoord. ,,We zijn een lerende organisatie”, was het excuus van Bouma en Prak.

Het hele politieapparaat moet zich op de nieuwe werkwijze instellen, beaamt Timmer. ,,Als je burgers inschakelt, moet je heel goed afstemmen wat je met meldingen doet en hoe je voorkomt dat burgers te hooggespannen verwachtingen hebben. Burgers verwachten soms dat het meteen blauw staat van de agenten als ze een melding doen. Het is zaak om goed uit te leggen wat je met informatie doet en wat het heeft opgeleverd.”

Toch: als dankzij jouw tip een ernstig misdrijf is opgelost, ben je als burger natuurlijk apetrots. ,,We geven burgers dan graag de credits”, zegt politiewoordvoerder Paul Heidanus. ,,Maar de oplossing van een moord is meestal niet aan ??n tip te danken”, waarschuwt Timmer, ,,maar meer aan een samenspel van factoren.”

Werken met de nieuwe media vergt verder voorzichtigheid van de politie. Niet alleen moeten agenten zich professioneel uitdrukken en er voor waken dat ze niet in fitties (ruzies op internet) verzeild raken, ook moeten ze scherp afwegen welke informatie ze prijsgeven. Bij grote misdrijven mag geen daderinformatie in de publiciteit komen.

,,We stemmen informatie dan altijd af met de rechercheurs”, stelt Heidanus gerust. ,,Die daderinformatie is altijd belangrijk om het relaas van een verdachte te kunnen checken als hij bekent. Het is daarom altijd wikken en wegen wat we prijsgeven.”

Social Media, het nieuwe DNA is een boek over het gebruik van sociale media door de politie. Zij spreken van ‘het nieuwe DNA’. Zoals er de laatste jaren tal van misdrijven (alsnog) opgelost konden worden door onderzoek naar DNA-sporen, verwachten zij een vergelijkbare ontwikkeling door de nieuwe mogelijkheden die sociale media de politie biedt. Mits die goed worden toegepast, zijn gewone burgers het nieuwe blauw op straat.

Bronnen: Dagblad van het Noorden (21 nov 2014).

Design to Disrupt

Designtodisrupt

Vroeger hadden visionairs het makkelijk. Neem Jules Verne. Het duurde ruim een eeuw voordat zijn voorspellingen over ruimtevaart getoetst konden worden. Vroeger kon je nauwelijks worden afgerekend op wat je had voorzien. Nu is dat wel anders. Technologische ontwikkelingen gaan zo snel en zijn zo verweven met het dagelijks leven, dat visionairs vooral moeten oppassen om niet achter de feiten aan te hollen.

Gelukkig is er ??n houvast, en die heet SMACT. SMACT ? in de betekenis van ?smacked? ? heeft alle basisingredi?nten bijeengebracht en is tegenwoordig een disruptieve klap van formaat. Het is d? beproefde basisformule voor disruptief design. Overal om ons heen zien we het gebeuren. Zelfverzekerde uitdagers halen de oude garde in en geven ze het nakijken.?Via het Internet of Things, de cloud, mobiele apps of een andere digitale technologie trekken?nieuwe spelers?massa?s mensen naar zich toe.

Hoe?
?Design to Disrupt? is een imperatief: denk er goed over na en doe het! Aan de slag dus, maar hoe precies? Deze hamvraag stelde VINT-visionair Sander Duivestein. Het begint natuurlijk met wat we ?awareness? noemen: met inzien dat de nieuwe mogelijkheden er zijn. Na een langzame start en een hoop deceptie in deze 21ste eeuw heeft iedereen nu wel het gevoel dat we het ?tipping point?, het kantelpunt, hebben bereikt. Vanaf nu gaan we echt in de versnelling. Eerder dit jaar kocht Facebook het immens populaire Whatsapp voor 19 miljard dollar en even later Oculus VR, de maker van de virtual-realitybril Oculus Rift voor 2 miljard. De echte media?sering gaat nu van start.

Voor het VINT-symposium 2014 ? het twintigste! ? had Sogeti vier visionairs opgelijnd: natuurlijk onze eigen Sander Duivestein, die op 17 juni in goed gezelschap was van Gerd Leonhard, Arnout de Vries en Daan Roosegaarde.

Samen met politiechef Frank Smilda schreef Arnout de Vries van TNO het boek?Social media: het nieuwe DNA ? revolutie in opsporing.?Dat gaat over een maatschappelijk uiterst relevante visie, die van Do It Yourself politie. Social media bieden het nieuwe platform waarop we samen aan opsporing kunnen doen: de opsporing democratiseert. Social media zitten in alle lagen van de moderne genetwerkte maatschappij. Ze zijn overal en voor iedereen beschikbaar en komen nu tot in de haarvaten van de politieorganisatie (het ?DNA? van elke agent).

Arnoud de Vries from VINTlabs – The Sogeti Trendlab on Vimeo.

Bekijk onderstaande presentatie bij het kijken van bovenstaand filmpje om de slides te volgen:

SMC Amsterdam: rol van sociale media bij (georganiseerde) misdaad

Voor het eerste event van seizoen 2013/2014 zijn we te gast bij?OMspaces?aan de Herengracht, een mooie plek midden in de stad waar het Openbaar Ministerie verschillende bijeenkomsten organiseert. Na een welkomstwoord van bestuurslid?Gitta Bartling, een korte toelichting op?de veranderingen binnen SMC Amsterdam?en het voorstellen van ons nieuwste bestuurslid?Ghislaine Peters, gaan we van start?

Misdaadbestrijding 3.0 & Opsporingscommunicatie

Bart Driessen?werkt al bijna 40 jaar bij de Politie Amsterdam-Amstelland, waar hij inmiddels?verantwoordelijk is voor opsporingscommunicatie. Hij houdt zich dagelijks bezig met de vraag: hoe zet je verschillende communicatiemiddelen zo effectief en effici?nt mogelijk?in om verdachten van misdrijven?op te sporen? Van groot belang hierbij is het zogenaamde?framing; de bewoording die je gebruikt in je opsporingsbericht en de informatie die je wel of juist niet vrij geeft.

Om het publiek te bereiken worden persberichten en televisieprogramma?s zoalsOpsporing Verzocht?en?Hart van Nederland?ingezet. De Politie maakt nog steeds gebruik van deze middelen, maar merkt ook dat de afhankelijkheid van deze traditionele media de snelheid uit het onderzoek kan halen. In de zomer zendt?Opsporing Verzocht?niet uit. Hoe bereik je mensen dan? Het antwoord is via de website?Politie.nl/gezocht. Op deze site staan alle opsporingsberichten uit heel Nederland. Je kan er zien welke misdrijven bij jou in de buurt zijn gepleegd en welke verdachten daarbij worden gezocht. De berichten worden automatisch doorgezet naar verschillende website via RSS, maar ook naar het Twitter-account van de Politie. Zo worden duizenden mensen bereikt.

2013-09-18 - Bart Driessen

Bart leert ons meer over opsporingscommunicatie aan de hand van een aantal cases. De eerste case gaat over de mishandeling van een meisje in een Amsterdams zwembad. Ze werd daar door twee andere meisjes in elkaar geslagen. Het voorval was opgenomen door de bewakingscamera?s van het zwembad en de beelden (alleen van de verdachten,?niet?van de mishandeling zelf)?werden ? na het verplichte overleg met het Openbaar Ministerie ? door de Politie op YouTube geplaatst. Nieuwswebsites namen de video over en binnen 5 dagen kwam de moeder van ??n van de daders haar dochter aangeven. De dader was nu zelf slachtoffer geworden. Ze werd door haar klasgenootjes bedreigd, die de beelden op YouTube ook hadden gezien.

Content, zoals de genoemde video, is een soort ruilmiddel geworden. Nieuwssites zijn voortdurend op zoek naar dit soort content en de Politie kan het bereik van deze sites goed gebruiken bij hun opsporing. Door de inzet van nieuwe media is het oplossingspercentage al met 15% gestegen, maar in de toekomst wil de Politie nog sneller kunnen handelen. Ze zouden meer op een GeenStijl-achtige manier verslag willen kunnen doen, waardoor ze minder afhankelijk zijn en misdrijven effici?nter en effectiever kunnen oplossen.

Sociale media, DNA van de opsporing

Dit sluit mooi aan op het korte verhaal van?Frank Smilda?(Politie Noord-Nederland), die ons vertelt dat de informatie op sociale media wat hem betreft het nieuwe DNA van de opsporing is. Alle informatie die mensen hier zelf op plaatsen zijn van grote waarde voor het oplossen van misdrijven en het opsporen van verdachten. Op de websiteSocialMediaDNA, die hij samen met?Arnout de Vries?(TNO) is gestart, lees je er veel meer over.

Deze nieuwe middelen brengen echter wel een aantal dilemma?s met zich mee. Deze dilemma?s werden eerst door Frank en Arnout toegelicht en daarna in break out sessies verder behandeld.

2013-09-18 - Arnout de Vries

Dilemma 1: Hoe ga je als veiligheidsorganisatie om met bedreigingen via sociale media? Moet je bij ieder bericht ingrijpen of wacht je totdat er veel geklaagd en gebuzzt wordt? En wat is veel? De groep geeft aan, dat dit afhangt van de context. Wat is de impact van de dreiging? Hoe is er omgegaan met eerderde, vergelijkbare berichten en problemen? Iemand zal dit moeten uitzoeken. Volgens de groep kan de wijkagent daarin een belangrijke rol spelen, maar ook burgers kunnen helpen. Er wordt gesproken over gezamenlijke dossiervorming, het inhuren van een bureau of jongeren die hierbij kunnen helpen. Tenslotte wordt nog het verschil tussen een melding en een aangifte benadrukt. Op het moment dat je ergens aangifte van doet,?moet?de Politie daarmee aan de slag gaan. Een melding?kunnen?ze naast zich neerleggen.

Dilemma 2: Wie bepaalt wat een echte dreiging is en of die impact heeft op onze veiligheid? Veiligheidsorganisaties? De overheid? Het sociale platform waarop mensen zichzelf organiseren? Of de burger zelf? Met het uit de hand gelopen Project X feest in Haren (2012) vers in het achterhoofd, gaat de groep aan de slag. Hoewel de veiligheidsorganisaties wel een?worst case scenario?hadden benoemd, hadden ze dit niet uitgewerkt. Ze werden overvallen door de kracht en snelheid van (sociale) media, waardoor het feest uit de hand kon lopen. Er is echter wel veel van geleerd. Arnhem ging een paar maanden later volledig op slot, toen daar een dergelijk feest werd aangekondigd. Iets dat sinds de Tweede Wereld Oorlog niet meer is voorgekomen.?Oplossingen vanuit de groep zijn: in een stadium vroeg stadium virtueel contact zoeken met de doelgroep, maar ook met influencers. Luister goed naar hen, leer veel en probeer te duiden. Op basis daarvan kan je voorspellingen doen, een draaiboek maken, protocol opstellen, maar ? net zo belangrijk ? een communicatie- en contentplan.

2013-09-18 - Frank Smilda

 

Dilemma 3: Hoe kan de Politie bij haar offici?le opsporingstaak sociale media en burgers effectief en effici?nt inztten, zonder de privacy van (potenti?le) criminelen ernstig te schaden? Hoe kan je eigenrecht voorkomen? De groep geeft aan, dat er veel burgerinitiatieven zijn. Zo zijn er straten met een eigen Facebook-groep. Binnen die groep worden buurtbewoners gealarmeerd als er dealers in de straat staan of iemand een fiets probeert te stelen. Helaas komt deze informatie nu nog niet bij de Politie terecht. Het zou fijn zijn als er vanuit de Politie een bepaalde structuur (een soort vast grid) wordt geboden, dat de burger kan gebruiken om meldingen te doen. Dit zorgt ook voor (h)erkenning bij de burger. Het lijkt de groep een goed idee als er meer analyse en duiding van data gedaan kan worden door gebruik te maken van sensoren en de meta data die foto?s en video?s bevatten. De Politie mag van de groep wel wat meer lef tonen: zoek de randen maar op van wat mag en wat wij als samenleving accepteren. Het is goed om de maatschappelijke discussie op gang te brengen.

Dilemma 4: Wat vinden wij acceptabel als het gaat om monitoring van ons gedrag op internet en sociale media? Hoe ver mag een veiligheidsinstantie gaan om het land en de brugers veilig te houden? De groep discussieert over het?profilen?wat veel commerci?le organisaties doen om ons producten en diensten te verkopen. Daar heeft de groep meer moeite mee, dan met het?profilen?van mensen om onze veiligheid te kunnen waarborgen. Wel wil de groep graag de optie hebben om op online netwerken aan te geven welke informatie ze wel en welke informatie ze juist niet willen laten zien. De optie om soms helemaal anoniem te zijn, spreekt mensen ook aan. Eigenlijk tot het moment dat iemand verdacht is en de Politie van het OM toestemming krijgt om iemand te volgen. In dat geval mogen veiligheidsinstanties alle gegevens hebben, zegt de groep. Tenslotte benadrukt de groep het belang van opvoeding / bewustwording: mensen moeten bewust gemaakt worden van het feit dat ze gemonitord worden ? zowel online, als off line. Alles wat je online doet, blijft daar echter altijd staan en de snelheid van deze middelen zorgen er ook voor dat er snel gestigmatiseerd wordt. Houd daar rekening mee.

Na de terugkoppeling vanuit alle groepen liet Frank weten blij te zijn met alle input. Hij gaf aan, veel geleerd te hebben van de discussies en inzichten van de SMC-leden. Wij waren op onze beurt erg blij met de komst van Frank en Arnout naar Amsterdam en het interessante verhaal van Bart. Een stuk wijzer was het voor iedereen tegen 22:00 uur tijd om aan de borrel te gaan. Het OM zorgde niet alleen voor de mooie locatie, maar ook voor de hapjes en drankjes. Veel dank daarvoor!

Wil je meer zien van deze avond? Bekijk dan?het fotoalbum?met fraaie foto?s van huisfotograaf?Daniel van de Wetering?op onze Facebook-pagina. Hoge resolutie foto?s kan je bij Daniel nabestellen.