Tagarchief: jongeren

Waarom de politie moeilijk vat krijgt op reljongeren: ‘Veel speelt zich online af in besloten groepen’

Met alle technische mogelijkheden zou je misschien verwachten dat het voor de politie een eitje moet zijn om reljongeren online in de gaten te houden en te voorkomen dat het misgaat. Toch is dat niet zo. “Er gebeurt veel in besloten groepen.”

In de Schilderswijk in Den Haag en in de wijken Overvecht, Kanaleneiland en Zuilen in Utrecht kwam het deze maand meerdere keren tot geweld tussen relschoppers en de politie. Er werden tientallen arrestaties gedaan en relschoppers kregen gebiedsverboden. De politie krijgt er maar moeilijk vat op en dat heeft meerdere oorzaken.

‘Heftiger geworden’

Jongerenwerker Joselito Hasselnook ziet een toename van oproepen tot rellen via social media. “Het afgelopen halfjaar is het echt heftiger geworden. Rivaliserende wijken jutten elkaar op met video’s. Ze zeggen dat ze naar een andere stad komen en laten daar soms wapens bij zien. ‘Zorg dat je klaar staat’, zeggen ze erbij.”

Joselito Hasselnook, jongerenwerker

Joselito Hasselnook, jongerenwerker, Bron: EenVandaag

Joselito heeft een goede band met de jongeren en ze laten hem geregeld van dit soort video’s zien. “Het is echt steeds gekker aan het worden”, zegt hij. Hij werkt in Apeldoorn. De problemen zijn daar niet zo ernstig als in de Randstad, maar hij is bang dat de trend wel overwaait naar andere gebieden.

Afhankelijk van tips

Onderzoeker maatschappelijke veiligheid Arnout de Vries van TNO ziet dat het lastiger is geworden voor de politie om deze groepen jongeren in de gaten te houden. “Er gebeurt veel in beslotenheid op Instagram, Telegram en Snapchat. Vergeet ook niet online games waar ze elkaar ontmoeten. Allemaal besloten groepen waar de politie geen zicht op kan krijgen.”

Infiltreren in zo’n groep gebeurt maar sporadisch. Alleen als er sterke vermoedens zijn, niet bij elke mogelijke rel. “Ze zijn echt afhankelijk van tips van burgers die dit soort oproepen op social media voorbij zien komen. Het nadeel daarvan is dat het dan vaak al te laat is.” De nieuwe privacywetgeving en socialmediaplatforms die hun gebruikers willen beschermen, maken het de politie niet makkelijker. “Facebook grijpt in als ze berichten zien over terrorisme of kinderporno’ maar op dit gebied nog niet”, zegt De Vries.

Meer mogelijkheden

Om sociale media in de gaten te houden, heeft de politie nu twintig digitale wijkagenten in dienst. Burgemeester Peter den Oudsten van Utrecht wil websites en sociale media waarop wordt opgeroepen tot rellen, sneller uit de lucht kunnen halen.

Burgemeester Den Oudsten tijdens een overleg over de rellen

Burgemeester Den Oudsten tijdens een overleg over de rellen, Bron: ANP

Volgens De Vries is het belangrijk te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om online in te grijpen. “Een burgemeester kan gebieden afsluiten en mensen verwijderen, dat zou online ook moeten kunnen.”

Blijven praten

Jongerenwerker Hasselnook zegt: “Het is belangrijk dat ik blijf praten met de jongeren om op de hoogte te blijven van wat er online speelt. Als het echt uit de hand dreigt te lopen, kan ik de politie waarschuwen. Dat zeg ik ook tegen de jongeren als ik zoiets zie. Hoewel we een goede band hebben, moet ik het dan doorgeven. Dat is soms best een struggle.”

Bronnen: EenVandaag, EenVandaag, Nieuwsuur, AD

Is jeugd minder crimineel door social media?

Internet zou wel eens de reden kunnen zijn dat de criminaliteit onder jongeren daalt. Doordat jongeren meer tijd online doorbrengen, hebben ze minder tijd om op straat rond te hangen. De kersverse Rotterdamse hoogleraar Frank Weerman wil graag onderzoeken of dat vermoeden klopt.

dr.-Frank-Weerman_avatar_1466097000

Weerman (48) is voor vier jaar aangesteld als bijzonder hoogleraar jeugdcriminologie aan de Erasmus Universiteit. Hij doet al jaren onderzoek naar jeugdcriminaliteit, invloed van groepen en criminele jeugdgroepen en groepsinvloeden. “Ik heb veel onderzoek gedaan naar netwerken waar jongeren deel van uit maken. Daarbij werden jongeren zelf gevraagd of ze betrokken waren bij crimineel gedrag, alles van kleine diefstallen tot berovingen. Daaruit bleek onder meer dat jongeren die bij een problematische jeugdgroep horen veel vaker betrokken zijn bij ernstige delicten.”

Weerman deed onderzoek naar criminaliteit onder Haagse jongeren. Hij stelde vast dat het doorbrengen van veel tijd op straat de kans op crimineel gedrag vergroot.?Van het tijd doorbrengen achter de computer bleken jongeren n?et crimineler te worden. Daarom noemt Weerman het ?plausibel? dat de afname van jeugdcriminaliteit te maken heeft met het feit dat jongeren meer tijd achter hun computer doorbrengen. Maar feitelijk onderbouwen kan hij het niet.

Internet lijkt de rol van de straat deels te hebben overgenomen, zegt Weerman. Snapchat, YouTube en Instagram zijn als het ware virtuele pleintjes. “Traditioneel kijken jongeren op straat of op school naar elkaar. Wie is stoer? Naar wie kijken ze op? Dat doen ze nu ook op sociale media. Ik zou graag willen weten of blootstelling aan crimineel gedrag op sociale media ook extra crimineel gedrag uitlokt.”

“Jongeren plaatsen foto’s van bijvoorbeeld vernielingen of vechtpartijen op internet om te laten zien dat ze veel durven, jeugdgroepen gebruiken Facebook om zich te manifesteren, pesten gebeurt via internet. Jongeren kunnen door internet status krijgen. En status is juist ??n van de dingen waarvoor jongeren crimineel gedrag vertonen. Jezelf interessant voordoen op internet kan een vervanging zijn van crimineel gedrag: misschien komt het voor die jongeren op hetzelfde neer: het is een soort reputatiemanagement.”Onderzoek

Weerman wil heel graag in Rotterdam onderzoek doen naar het internetgedrag van jongeren en de relatie met jeugdcriminaliteit. “Ik vermoed dat internet, sociale media en de smartphone er voor een belangrijk deel voor hebben gezorgd dat de jeugdcriminaliteit daalt. Dat gebeurt als sinds 2007, en niet alleen in Nederland, maar in meerdere landen. Het komt ook naar voren in de vragenlijsten die jongeren invullen. Komt die daling doordat jongeren minder op straat rondhangen omdat ze achter hun computer zitten? Of doordat ze – als ze op straat hangen – meer met hun smartphone bezig zijn? Dat moet echt onderzocht worden.”

Interessant doen op internet kan een vervanging zijn van crimineel gedrag.

Jeugdcriminaliteit daalt al jaren

Dat de jeugdcriminaliteit al jaren daalt, blijkt uit cijfers en wordt bevestigd door diverse?criminologen. Al jaren breken wetenschappers hun hersens over wat de oorzaak is van die daling. Eigenlijk weten ze het nog steeds niet.?Dat komt omdat het moeilijk is na te gaan of macrobeleid (zoals het strenger aanpakken van probleemjeugd) direct invloed heeft op microniveau (of een jongere hierdoor minder crimineel wordt). Want stel d?t een jongere minder crimineel gedrag gaat vertonen in een periode waarin probleemjeugd strenger wordt aangepakt, dan kan dat ook komen doordat de jongere bijvoorbeeld opeens weer naar school gaat, of de relatie met zijn ouders is hersteld.

m1nxfaucw9ak

Jeugd minder crimineel door gaming?

Eerder werd gespeculeerd dat gaming zou zorgen voor deze daling. Meerdere experts bevestigen echter dat geen enkel onderzoek heeft kunnen aantonen dat gamen leidt tot minder criminaliteit.?Dus blijft bij veronderstellingen.

Zoals Arnhemse jongerenwerkers die in 2010 opeens een sterke afname van de overlast merkten. De afname viel precies samen met de release van computergame Black Ops (een schietspel, overigens). Volgens de jongerenwerkers zaten hangjongeren thuis achter hun computers tegen elkaar te gamen.

In Noors onderzoek wordt hetzelfde vermoeden uitgesproken. De onderzoekers zien aanwijzingen dat de daling van de Noorse jeugdcriminaliteit te maken heeft met het feit dat jongeren vaker thuis achter hun computer zitten.

Of leidt gaming en social media weliswaar tot een afname van traditionele criminaliteit, maar leidt dit hangen op digitale straat tot meer digitale criminaliteit? Zo werd eerder deze week de 22 jarige Tariq opgepakt voor cybercrime.?Hele dagen zat hij op zijn kamer in Maassluis computerspelletjes te spelen, dachten zijn ouders. In werkelijkheid brak hij in op computers om bankrekeningen te plunderen.

NOS stelt dat gamen ?jongeren uit de rechtbank? houdt. Bewijs hiervoor ontbreekt. Wel zijn er aanwijzingen dat jeugdcriminaliteit afneemt omdat jongeren steeds meer tijd doorbrengen achter hun computer, en dus niet op straat rondhangen. Ook jongeren gedragen zich anders dan zes jaar geleden. Zo stoppen minder jongeren voortijdig met school. Uit onderzoek blijkt dat voortijdige schoolverlaters vaker in de criminaliteit terechtkomen, zegt het OM. Daarmee is echter niet gezegd dat gamen of social media ervoor zorgt dat jongeren minder crimineel worden.

Bronnen: Algemeen Dagblad (17 aug 2016), NRC, NOS

Het DNA van de demonstranten: online en in Ferguson

Met interesse hebben velen de gebeurtenissen in Ferguson, Missouri gevolgd.??Het werd tijd voor een uitgebreide casebeschrijving, zelfs een online dossier, want er zitten vele social media invalshoeken in het DNA van deze zaak.?Mensen uit de hele wereld?bemoeiden zich met deze zaak en dit had een enorme impact op de politie en de samenleving. Zowel de opsporingsprocessen als de openbare orde stonden zwaar onder druk. Vele aspecten werden uitvergroot of gingen zelfs viraal. De media en online menigtes?begonnen diep te graven in diverse aspecten van de zaak en deelden die met de wereld, terwijl de politie op een manier zocht om?met alle aandacht om te gaan.

We hebben vijf blogs die apart gelezen kunnen worden, of in deze volgorde:

1. De aanleiding met?de moord op Michael Brown, 2. het bijzonder succesvolle?optreden van politiecommisaris Ron Johnson, ?3. de bemoeienissen uit diverse hoeken van de wereld met 4. een?kleine beschouwing op?de demonstranten?die meededen met tot slot 5. een?overzicht van de social media memes?die echt viraal gingen en tot op de dag van vandaag nog online geproduceerd worden.


ferguson-protesters-defy-curfew.si

The Washington Post?onderscheidt de verschillende types demonstranten die uit het hele land naar Ferguson trekken.

De vreedzame demonstranten:

Volgens de politie is de groep vreedzame demonstranten verreweg de grootste groep. Zij begonnen hun protesten met een gebedswake en een stille tocht na de dood van de 18-jarige Michael Brown. Het is een familieprotest. Een vader leert zijn zoontje scanderen: Zeg me na: ?Hands up, don’t shoot!? Het is de strijdkreet van Ferguson geworden.

De militanten:
Volgens de politie voeren deze groepen ‘geco?rdineerde aanvallen’ uit. Vannacht werd de politie nog ‘zwaar beschoten’ door de groep gewelddadige demonstranten.
‘We zijn bereid om te sterven vanavond’ werd trending topic op Twitter. Twitter is populair onder afro-Amerikanen, 32 procent van hen gebruikt het medium versus 23 procent van de blanke Amerikanen, en tijdens de Ferguson-rellen wordt het veelvuldig ingezet om de protesten te organiseren.

De plunderaars:
Dan zijn er de plunderaars, waarvan er volgens de Washington Post meer dan 50 zijn gearresteerd. Een politie-agent omschreef het als plundertoerisme.?Een demonstrant zegt tegen de Volkskrant: ‘Zonder plunderen en de rellen zouden de demonstraties niet veel aandacht krijgen.’

Jonge activisten:
Ze zijn jong, slim en – net als sommige van de militanten – goed georganiseerd via sociale media. De ‘jonge activisten’ helpen met sociale media-campagnes en sommigen van hen reizen af naar Ferguson om bijvoorbeeld de demonstranten te helpen met het maken van gasmaskers van duct tape. Onder deze groep zijn veel blanke demonstranten, en sommigen van hen waren al actief in de Occupy-beweging?of voor?Anonymous.

Gewone jongeren:
Ze komen gewoon uit de buurt en hebben over de rellen gehoord op straat. Ze zijn niet specifiek uit op geweld, maar ze zijn boos en zeggen nu: genoeg is genoeg. Ze horen niet bij gangs, het zijn normale jonge mensen, maar in de hitte van de strijd kan de vlam weleens in de pan raken.

De ouderlingen:
Zij hebben dezelfde doelen als de vreedzame demonstranten, maar waar laatstgenoemde groep naar huis gaat als het donker wordt en de sfeer grimmig wordt, blijven de ouderlingen om de boel te sussen. Gebruik woorden, geen geweld, zeggen ze. Ze spreken de invloedrijken onder de demonstranten, zoals bekende rappers, aan op hun verantwoordelijkheid om deze boodschap te verspreiden.

Maar ook online zijn er zeer veel mensen die meedoen met diverse acties. We beschreven ?een aantal memes in een andere blogpost. Maar de?National Moment of Silence (#NMOS14) krijgt hier aandacht, omdat er een analyse is gemaakt naar de demografie ervan:

Van de reacties is een overzicht gemaakt in onderstaande infographic:

nmos14-infographic-1024x793

Bronnen: De Volkskrant,?The Washington Post, The WashingtonPost, USAToday, NYTimes

Van de straathoek naar Facebook

straathoek
Zoals wellicht bekend, staan social media vol met foto?s van dikke stapels geld, dure Gucci-schoenen en Cartier horloges, maken veel jongeren selfies met schotwonden en vereren ze er hun ?voorbeelden?, zoals Willem Holleeder.

Jongeren die voorheen op straat rondhingen, meten zich online ?een criminele identiteit? aan ? ze doen ?alles voor respect?. En wie respect wil, of stoer wil overkomen, moet daarvoor eerst bewijs aanleveren: een foto, een posting, een tweet. Van den Broek bestudeerde een jaar lang berichten en foto?s die straatjongeren, grotendeels uit de Rotterdamse wijk Spangen, op social media zetten.

‘Straatcultuur speelt zich steeds meer af op social media in plaats van op straat.’ Dat zegt criminoloog Jeroen van den Broek tegenover Govrien Oldenburger van Sevendays. Met zijn scriptie over het social mediagedrag van criminele jongeren won hij de Rotterdamse Scriptieprijs 2014. ‘Ik had nooit gedacht dat ik zoveel informatie over deze groep zou kunnen verzamelen.’? Inmiddels wordt het begrip straatcultuur niet alleen maar toegepast in onderzoek naar (ongewenst) gedrag van jongeren op straat, maar ook op scholen en op social media.

Onderstaande?definitie van de Jong over?straatcultuur lijkt daarmee vandaag de dag wat achterhaald:
?Alle gedeelde ervaringen, kennis, betekenissen en symbolen die relevant zijn in het dagelijkse doen en laten van straatjongens die samen hun vrije tijd doorbrengen in de openbare ruimte van hun
(achterstands)buurt.? (de Jong, 2007: 149).
‘Ik wilde graag de link leggen tussen straatcultuur en social media’, vertelt Van den Broek, die liever social media dan sociale media gebruikt, definieert het als volgt”het geheel aan user generated content dat wordt gecre?erd en gedeeld via digitale platformen die dienen voor het overdragen van informatie”.?Hij begon zijn onderzoek met een YouTube-filmpje van een crimineel jeugdnetwerk dat iemand hem liet zien. ‘Daarna ben ik die jongens ??n voor ??n gaan onderzoeken.’ Daarbij maakte hij uitsluitend gebruikt van openbare netwerken, zoals YouTube, Instagram, Twitter en Keek (waar je filmpjes op kunt zetten). Wat bleek? Online was h??l veel over ze te vinden. ‘Die jongens houden een soort performance om status te krijgen. Ze zetten een beeld van zichzelf neer dat zo straat mogelijk is.’ Daarbij is stapels geld showen heel belangrijk, volgens Van den Broek. Net als het vertonen van criminele activiteiten. ‘Ze poseren met geld, wapens of zakken drugs. En scheppen erover op dat ze iemand beroofd hebben.’ De meesten waren begin twintig, schat hij. ‘Maar er zaten er ook een paar van vijftien en zestien tussen.’
Status
Is het niet een beetje dom om openlijk op te scheppen over je criminele gedrag? ‘Misschien wel, maar ze vinden het respect dat ze op die manier verkrijgen belangrijker. Ik denk dat het een kosten batenafweging is.’ Van den Broek kwam het in ieder geval bijzonder goed uit, voor zijn onderzoek. ‘Ik had nooit gedacht dat ik zoveel informatie over deze groep zou kunnen verzamelen.’ Aanvankelijk probeerde hij zelfs contact met ze te leggen. ‘Ik wilde van h?n horen waarom ze zich zo uiten in het openbaar.’ Dat wilden ze helaas niet. ‘Geeft niet’, oordeelde Van den Broek. ‘Het maakte mijn onderzoek alleen maar sterker. Zo kon ik aantonen hoeveel informatie je al kunt vinden over zo?n netwerk zonder ze ooit gesproken te hebben.’ Hun gegevens anonimiseerde hij. Nooit overwoog hij de politie in te schakelen. ‘Als onderzoeker moet je onafhankelijk zijn.’ Nu hij is afgestudeerd, werkt hij voor de gemeente en het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Daar legt hij uit hoe je social media kunt gebruiken om informatie te krijgen over een jeugdcultuur. Op 1 september moet hij nog even terug naar zijn oude universiteit, de Erasmus Universiteit. Dan krijgt hij zijn oorkonde en 1500 euro uitgereikt. Wat gaat hij met het geld doen? ‘Een mooie auto kopen’, grinnikt hij. ‘Dat is goed voor m?jn status.’
Niet verrassend concludeert hij dat social media ?een dankbaar platform? vormen voor jongeren die zich een crimineel imago willen aanmeten. In een straatcultuur waar het draait om geld en ?laten zien hoeveel je hebt?, zijn deze media bij uitstek geschikt om te pronken ? jongeren posten zelfs foto?s van een bonnetje van twee flessen bacardi ? 150 euro. En een brief van de politie waarin je wordt gevraagd om dna af te staan, bewijst dat je ?een vrij ernstig delict? hebt gepleegd en ?dat is statusverhogend?.
Volgens Van den Broek is er door social media veel veranderd. Jongeren ontmoeten elkaar minder dan voorheen, hun hang naar respect is het allerbelangrijkst. Dat de politie meekijkt op social media, interesseert ze niet. Als ze iets illegaals posten en niet worden gepakt, levert dat extra respect op. Bovendien gebruiken ze straattaal en allerlei verbasteringen, ?voor buitenstaanders onbegrijpelijk?. Volgens Van den Broek heeft zijn onderzoek vooral aangetoond dat het voor de criminologie ?van groot belang is zich op een serieuze manier bezig te (gaan) houden met social media?.

Virtuele etnografie
Van den Broek gebuikte als onderzoeksmethode?virtuele etnografie,?een term die werd ge?ntroduceerd door Christine Hine in 2000 en doelt op?etnografisch onderzoek op het internet. Hij beschrijft het als volgt:

“Doordat veel van onze sociale interactie zich steeds meer richting het digitale domein begeeft, wordt het voor sociale wetenschappers steeds belangrijker om ook deze online gedragingen van mensen in ogenschouw te nemen. Kozinets (2010) definieert in zijn boek virtuele etnografie (door hem omgedoopt tot netnografie) als een gespecialiseerde vorm van etnografie die rekening houdt met de mogelijkheden die digitale communicatie ons biedt binnen onze huidige sociale netwerken. Virtuele etnografie is dus vooral zinvol in onderzoek naar gemeenschappen waarbinnen digitale communicatie een belangrijke rol speelt (Hine, 2000). Volgens Kozinets zijn er een aantal significante verschillen tussen ?normale? etnografie en de virtuele tegenhanger die het bestaansrecht van een zelfstandige methode rechtvaardigen. Ten eerste verschilt het verkrijgen van toegang tot een groep op internet wezenlijk van real life-toegang. Zowel ?participeren? als ?observeren? (etnografie wordt ook wel aangeduid als ?participerende observatie?) betekenen binnen het digitale domein iets wezenlijk anders dan in real life-etnografie. Ten tweede biedt virtuele etnografie zowel enkele nieuwe uitdagingen als nieuwe mogelijkheden ten opzichte van de klassieke vorm. Het gebruik van bijvoorbeeld aantekeningen verandert wezenlijk, omdat men alle tijd en ruimte heeft om precies te noteren wat men tegenkomt. Binnen de virtuele etnografie zijn kladblok en potlood daarom overbodig geworden. Mede door deze ontwikkeling verandert ook de hoeveelheid data die men verkrijgt uit beide vormen enorm. Ten slotte verschilt ook de manier waarop data geanalyseerd dient te worden, vanwege het feit dat bij virtuele etnografie de data al in digitale vorm verkregen wordt. Als derde benoemt Kozinets het verschil met betrekking tot ethische principes op het gebied van veldwerk. Bestaande ethische principes zijn heel duidelijk gebaseerd op de klassieke
vormen van veldwerk en lenen zich niet goed voor toepassing op virtuele etnografie. Dit komt het duidelijkst naar voren op het gebied van informed consent.

Binnen de virtuele etnografie bestaan verschillende onderzoeksmethoden, zoals bijvoorbeeld een sociaalnetwerkanalyse tracht men bepaalde structuren en patronen van relaties tussen bepaalde mensen binnen een netwerk te analyseren (Kozinets, 2010).”