Tagarchief: monitoren

Schaduwen of volgen op Twitter?

image

Interessant bericht?bij Ouders Online waar ?digitaal wijkagent??Boudewijn Mayeur ingaat op de vraag: Mag de politie jongeren volgen op Twitter?

Het lijkt een gekke vraag ? Twitter is bed?eld om mensen te volgen, dus wat maakt het beroep van de volger nu uit? Maar voor de politie is dit toch niet zo?n heel gekke vraag, aangezien het ?volgen of stelselmatig diens aanwezigheid of gedrag waarnemen? van een burger volgens de wet alleen mag bij verdenking van een misdrijf en op bevel van de officier van justitie. En dat is letterlijk wat je bij Twitter doet.

Ook Petra de Boevere, op internet ?het meisje van de slijterij?, startte vorige week een discussie op haar blog, omdat haar zoon op Twitter werd gevolgd door de jeugdagente. Had Twitter maar een andere term bedacht dan ?volgen?, denken we wel eens ? maar dat terzijde. De Boevere?beschrijft?hoe ze haar 15-jarige zoon, ?een onderzoekende avontuurlijke puber?, opvoedt en leert wat hij online mag en kan en moet. Maar toen ze in zijn volgerslijst de jeugdagente ontdekte, gaf ze hem opdracht haar te?blocken. ?Als er een probleem is moet ze bij mij zijn?. Ze vraagt zich af of er criteria zijn om minderjarigen te volgen. ?Zijn dat de jongeren die ooit in aanraking met de politie kwamen? Of verdacht zijn? Worden ze gevolgd om ze te intimideren?? De Boevere belde de politie met haar vragen maar kreeg geen bevredigend antwoord. Ze houdt het er op dat je als overheid ook te persoonlijk kunt zijn. ?Afgezien nog van het feit dat die jongeren zich de tering schrikken als ze ineens gevolgd worden, zich afvragen wat ze hebben gedaan en zich ge?ntimideerd voelen. Of niet eens durven?blocken?omdat ze bang zijn dat dat een negatief effect zal hebben?.

Bij de vraag over het verschil tussen volgen op Twitter en volgen in de zin van ?structureel in de gaten houden? zit volgens Mayeur de kern van de vraag in het doel van het volgen, in wat er met die informatie gedaan wordt. Het doel van Twitter, en dus van het?followen?van mensen, is contact leggen en onderhouden. ?Twitterende agenten doen daarmee precies hetzelfde als wat ze op straat ook doen, namelijk zichtbaar en aanspreekbaar aanwezig zijn. Participeren dus. Actief informatie brengen, en beschikbaar zijn voor burgers?. ?Anders is het wanneer de politie iemand gericht in de gaten gaat houden via Twitter, door nauwkeurig vast te leggen wat diegene zegt of doet, waar, wanneer, en met wie? .

Arnoud Engelfriet geeft op zijn?blog zijn interpretatie van deze wetgeving:

‘Het idee achter het wetsartikel (art.?126g Sv) is dat stelselmatig volgen, observeren of registeren van gedrag van burgers door de politie een ernstige inbreuk op de privacy is. Kernwoord is ?stelselmatig?: dat een agent vijf minuten achter je aanrijdt of toevallig ziet dat je een winkel in gaat, is niet verboden. Maar zou hij datzelfde de gehele dag doen, of met een opschrijfboekje voor je deur zitten om vast te leggen wanneer je naar binnen en buiten gaat, dan wordt het een ander verhaal.

Je kunt je echter afvragen of volgen op Twitter valt onder het soort volgen of ?gedrag waarnemen? waar dit artikel op doelt. Het artikel is immers geschreven voor fysiek volgen en fysiek waarnemen, hoewel ook het aanwenden van een technisch hulpmiddel wordt genoemd ?voor zover daarmee geen vertrouwelijke communicatie wordt opgenomen?. Dit zou een GPS-beacon kunnen zijn, maar volgens de letter is een browser met Twitter ook zo?n hulpmiddel. Het neemt immers geen?vertrouwelijke?communicatie op.

Het opnemen van telefoongesprekken of aanbrengen van afluisterapparatuur is elders geregeld, net als het vorderen van digitale communicatiegegevens of opgeslagen priv?gegevens bij de provider. Zo regelt?artikel 126m?het opnemen van ?niet voor het publiek bestemde communicatie die plaatsvindt met gebruikmaking van de diensten van een aanbieder van een communicatiedienst?. Dat lijkt?wetssystematisch beter te passen bij het opvragen van Twitterberichten ? hoewel daarbij natuurlijk sprake is van w?l voor het publiek bestemde communicatie, mits de twittercommunicatie niet op slot zit.

Maar eigenlijk is de vraag of het h??rt te mogen, interessanter dan of het wetstechnisch mag. Enerzijds lijkt er niets op tegen, want je vertelt vrijwillig de hele wereld wat je doet dus wat is het probleem dat een agent meeleest. Anderzijds heeft het wel degelijk z?n weerslag als je w??t dat een agent meeleest. Net zoals er niets op tegen is dat een agent aan het verkeer deelneemt maar je t?ch anders auto rijdt als er een politiewagen achter je zit. Zeker als dat tien minuten lang het geval is.

Maar goed, dat is de echte wereld. Een agent in je nek is een stuk indringender dan in je logfile of Twittervolgerlijst. Plus, het is niet zo dat je Twitter op m?et, terwijl je de straat w?l op moet als je iets te eten wil krijgen. En je kunt bij online media genoeg maatregelen nemen om oom agent te ontlopen.

Een sterker tegenargument vind ik dat het zo wel ?rg makkelijk wordt om massaal iedereen te volgen en te zien wat men uitspookt. Volg heel Nederland, hang er een leuke logging en keyworddetectie aan en je hebt een prachtig systeem ter bestrijding van allerlei misdrijven. Dat kan toch ook weer niet de bedoeling zijn. Of is het niet meer dan gewenning?’

Bronnen: blogbijdrage?van Arnoud Engelfriet , ?Cops in Cyberspace, Maxius?en OudersOnline

Resultaten onderzoek naar monitoren en toepassen social media tbv handhaving en opsporing

Hierbij koppelen we graag de resultaten terug van de?enqu?te?op politie 2.0 die in de zomermaanden van 2011 werd afgenomen. Het vormt onderdeel van meerdere initiatieven op het gebied van handhaving en opsporing die TNO uitvoert in samenwerking met diverse korpsen en de Politieacademie waarin gekeken wordt naar (het monitoren en inzetten van) social media. Hierbij bedanken we alle politie 2.0 bezoekers die hebben deelgenomen, wensen we iedereen leesplezier en zijn we uiteraard benieuwd naar jullie reacties op de uitkomst!

Hieronder?de samenvatting, de volledige resultaten zijn?hier?te downloaden


Doelstelling van het onderzoek
Het in kaart brengen van het huidige gebruik en de dilemma’s van social media voor veiligheidsorganisaties. De enqu?te resultaten zijn onderdeel van de input die verzameld wordt voor een toekomstvisie en nieuwe en concrete toepassingen van social media in de praktijk.

Deelnemersveld
De resultaten van deze enqu?te komen uit een brede vertegenwoordiging van veiligheidsorganisaties (in totaal meer dan 30 organisaties of onderdelen), waaronder 18 van de 25 politie korpsen, de Koninklijke Marechaussee,? politieacademie, diverse ministeries en zelfs tot over de grens: korps Politie Sint Maarten en de federale politie Belgi?. De resultaten moeten in het licht gezien worden van het deelnemersveld en het feit dat deze deelnemers (zeer) veel affiniteit hebben met social media, wat in lijn der verwachting was bij het publiek dat op politie 2.0 actief is.

Succesvolle inzet van social media en onbenutte kansen
De grootste kansen voor social media worden gezien in de opsporing, waarna handhaving en intake en noodhulp volgen. Andere belangrijke toepassingsgebieden zijn preventie, grootschalig optreden bij evenementen of incidenten, werving en imago verbetering. ?Er worden nu al veel kansen benut t.a.v. het netwerken, uitwisselen van informatie/kennis met deskundigen en (steeds meer) met burgers. Dit is goed voor de zichtbaarheid en onderling begrip. Bij de interactie met de laatste groep liggen vooral kansen in het samenwerken (dichten van de kloof) middels nieuwe werkwijzen als co-creatie en/of crowdsourcing om de ogen en oren van de massa, maar ook wat er tussen de oren zit, te benutten bij het oplossen van zaken of in de openbare orde.

Belemmeringen en bedreigingen die optimale inzet social media vandaag en voor de toekomst in de weg kunnen staan
Vandaag de dag zijn vooral de mentaliteit/cultuur en de kennis en vaardigheden belemmerend. Daarnaast wordt de inbedding in systemen en processen genoemd, alsmede het investeren in capaciteit en middelen. Weerstand zit er in allerlei lagen van de organisaties. Vooral de jongere, nieuwsgierige of technisch ge?nteresseerde collega?s, meestal medewerkers die vanuit hun functie al contact hebben met burgers zoals wijkagenten en communicatie afdelingen, zijn al aan de slag met social media. Hierbij worden (vaak gratis en eenvoudige) middelen gebruikt en ze ?zeggen? er voordeel van te ondervinden. Het gebrek aan (structureel) bewijs van de effecten van social media gebruik en de beperkte uitwisseling van ervaring zorgen voor veel scepsis. De vraag of inzet van social media nu overschat of onderschat wordt blijft daardoor onbeantwoord.
Bedreigingen die in de toekomst naar verwachting alleen maar groter worden zijn dilemma?s over hoe om te gaan met de toenemende stroom aan informatie en interactie met burgers. Men ziet extra capaciteit, opleiding, betere middelen, processen en verandering in de organisatie als moeilijk te nemen drempels. Verder speculeert men over de afbreukrisico?s t.a.v. privacy (o.a. wetgeving), gebrek aan controle, misbruik in diverse vormen, en het feit dat verdachten dit middel ook steeds beter benutten.

Social media en handhaving
Het nut van social media bij handhaving van de openbare orde, oa ten tijde van grote evenementen en incidenten, scoort hoog. Vooral informatie inwinning, voorlichting en crowd management zijn veelgenoemde toepassingen. Men wenst vooral te monitoren wat er speelt in bepaalde gebieden en op onderwerp. Belangrijk is ook sociale netwerk analyse en zien wie er actief is. Het effect van eigen berichtgeving wenst men ook inzichtelijk te krijgen, zoals het bereik van berichten bij voorlichting of het effect van pogingen om geruchten te weerleggen.? Het vaststellen van betrouwbaarheid van berichten van burgers is minder belangrijk dan bij opsporing.

Social media en opsporing
Opsporingsmogelijkheden scoren zeer hoog en hier zitten volgens de meeste deelnemers nog veel kansen. (Digitaal) buurtonderzoek, het vinden van getuigen middels social media en het inzetten van crowdsourcing en cocreatie op diverse manieren om burgers te betrekken bij het oplossen van zaken. Of dit nu in het eerste uur is (heterdaadkracht) of later in de tijd. Veel vragen die bij diverse zaken spelen kunnen middels social media worden aangevuld. Ofwel doordat informatie te vinden is, ofwel door het te durven vragen. Het gedrag van steeds meer mensen wordt transparant en wanneer gesloten bronnen met open bronnen gecombineerd kunnen worden ontstaat een vollediger beeld. Uiteraard zijn er diverse belemmeringen om de kansen te kunnen benutten. Crowdsourcing wordt in overleg met het OM nog voorzichtig toegepast, de middelen om slim te kunnen monitoren, infiltreren, informatie te valideren, dit als bewijslast op te voeren zijn zaken die nog niet ideaal zijn opgelost.

Conclusie
Hoewel social media al in de praktijk gebruikt wordt voor bepaalde toepassingen, zijn de middelen nog relatief eenvoudig en is het nog niet ingebed in de bedrijfsvoering. Hoewel de adoptie gestaag zal groeien en zowel vanuit de werkvloer als vanuit management plaatsvindt op diverse plekken, is er nog wel wat nodig om structurele stappen te maken. Er is voor de diverse onderdelen een eenduidige visie en strategie nodig die door alle lagen in de organisatie ondersteund wordt. Diverse organisaties voeren momenteel nog experimenten uit. Slechts op een paar plekken heeft dit speelkwartier plaatsgemaakt voor operationele inbedding. Wijkagenten en afdeling communicatie lijken hierin nu voorop te lopen en binnen de opsporing en andere handhavingsgebieden (zoals evenementen en grotere incidenten) liggen veel kansen. Voor een bredere adoptie in de organisatie zullen genoemde belemmeringen weggenomen moeten worden. Een proces dat ondanks organisatie veranderingen en bezuinigingen zowel top-down als bottom-up al in gang is gezet, maar waarvan verdeeldheid is over met welke prioriteit dit zou moeten gebeuren. Gebrek aan inzicht over het structurele effect van het inzetten van social media, is een van de genoemde redenen. Intussen hebben velen deze bewijslast niet nodig en zij nemen vanuit hun passie het voortouw.