Tagarchief: open source

Evaluatie Coldcase Hackathon

Coldcases en samenwerking met private partijen en burgers

Sinds 1996 komen in Nederland gemiddeld ongeveer 180 personen per jaar om het leven door moord of doodslag. Hoewel het aantal levensdelicten de laatste jaren aanzienlijk is afgenomen, werden de laatste 10 jaar nog steeds gemiddeld 140 mensen per jaar slachtoffer van geweld met een fatale afloop. De meeste van deze levensdelicten worden door de politie opgelost. Toch heeft de politie ook te maken met een aanzienlijk aantal niet opgeloste zaken. Sinds de vorming van de Nationale Politie zijn zogeheten coldcaseteams bezig met het inventariseren en onderzoeken van onopgeloste levensdelicten. Inmiddels gaat het om ruim 1700 zogenaamde coldcases. Het maatschappelijk effect van deze zaken is groot. Niet alleen gaat de dader vooralsnog vrijuit, de nabestaanden hebben recht op duidelijkheid over het lot van hun dierbaren. Bovendien bestaat de kans dat de dader opnieuw een misdrijf begaat. Het is daarom van groot maatschappelijk belang dat coldcases worden opgehelderd. Helaas is de capaciteit die de politie beschikbaar heeft voor de opsporing, waaronder coldcaseonderzoek, beperkt. Mede om die reden wordt de laatste jaren gezocht naar nieuwe manieren om coldcases aan te pakken. Er vinden experimenten plaats om met behulp van Artificial Intelligence coldcases opnieuw te bekijken voor nieuwe aanknopingspunten. Ook word er steeds vaker gebruik gemaakt van verschillende groepen burgers. Gepensioneerde politiemensen bekijken opsporingsdossiers opnieuw, maar ook hogescholen en universiteiten bekijken coldcases met een frisse blik. Deze inbreng van buiten de politieorganisatie heeft niet alleen als voordeel dat de politiecapaciteit wordt versterkt, maar ook dat kennis, expertise en inzichten worden ingebracht die de politie zelf niet altijd voorhanden heeft. Hierbij valt de denken aan de inzet van forensische nanotechnologie door het Saxion college. Maar ook het inzetten van bijvoorbeeld digitale vaardigheden door burgerexperts. Dat deze werkwijze potentie heeft, blijkt uit het voorbeeld van Serendip. Deze burgeropsporingsgroep wist een aantal jaar
geleden binnen 2½ uur een coldcase op te lossen.

Het samenwerken met burgers en private partijen in een opsporingsonderzoek zijn vergaande vormen van burgerparticipatie, die ook wel cocreatie worden genoemd. Bij cocreatie werken alle
partijen gelijkwaardig samen aan een gezamenlijk doel. Hoewel vanuit zowel de politiepraktijk als de wetenschap wordt verondersteld dat cocreatie mogelijk een waardevolle bijdrage kan leveren aan de opsporing, zijn er tot op heden nauwelijks voorbeelden waarin cocreatie daadwerkelijk is toegepast binnen de context van een opsporingsonderzoek.

Doelstelling

In het kader van vernieuwende en innovatieve werkwijzen organiseerde BlueM Amsterdam op 27 augustus 2019 een Coldcase Hackathon. BlueM is een beweging binnen de politie die als doel heeft om politiemensen uit te dagen om buiten de standaard patronen te denken en beter aan te sluiten op de veranderingen in de maatschappij. Een hackathon is een evenement waarbij teams in een relatief korte tijd proberen om vernieuwende en innovatieve oplossingen te vinden voor problemen of thema’s. Gedurende een hele dag werkten politiemensen samen met medewerkers van defensie, private partijen zoals KPN en TNO en (cyber)vrijwilligers, in verschillende gemengde gelegenheidsteams aan een aantal coldcases die door coldcaseteams werden ingebracht. Het doel was enerzijds het forceren van een doorbraak in de coldcases, anderzijds om te leren en te experimenteren met betrekking tot publiekprivate samenwerking in een opsporingsonderzoek.

Dit evaluatierapport maakt deel uit van een bredere onderzoekslijn binnen de politieacademie naar burgerparticipatie in de opsporing. De hackathon biedt aanknopingspunten om vanuit zowel
praktisch als wetenschappelijk perspectief meer inzicht te krijgen in de waarde van cocreatie binnen de opsporing en hoe een dergelijk proces in de toekomst het beste vorm gegeven zou kunnen worden.

Onderzoeksrapport

Het eerste deel van de rapportage gaat in op de deelnemers: de achtergrond van de respondenten (hoofdstuk 1) en de waarde die zij in de burger zien voor het opsporingsonderzoek (hoofdstuk 2).
Hoofdstuk 3 richt zich vervolgens op de algemene ervaring van de hackathon en de kansen en dilemma’s die respondenten daarbij zijn tegengekomen. In hoofdstuk 4 staat de hackathon als werkwijze centraal. Hoofdstuk 5 richt zich op de onderzoeken en de wijze waarop deze zijn ingebracht. Hoe het werken in de gelegenheidsteams door de deelnemers werd ervaren, staat centraal in hoofdstuk 6. De evaluatie van enkele praktische zaken, zoals de gekozen locatie, wordt toegelicht in hoofdstuk 7.

Lees het of download het rapport via onderstaande link:

[slideshare id=238231040&doc=lamkop2020evaluatiecoldcasehackathon201908271-200825125826&type=d]

Social Media Quick Scan

Rechercheurs ervaren een informatie-overload bij het gebruiken van social media informatie in politie-onderzoeken. Oorzaken van die informatie-overload zijn o.a. de overvloed aan beschikbare informatie, beperkingen in menselijke verwerkingscapaciteit en problemen in de communicatie tussen de mens en computers. Dit resulteert in een mogelijk verlies van relevante informatie, terwijl die informatie vanaf de eerste minuut na een misdrijf beschikbaar is. De oplossing hiervoor kan gevonden worden door gebruik te maken van de kennis van informatievisualisatie. Dit onderzoeksgebied richt zich speciaal op het inzichtelijk maken van grote hoeveelheden informatie.

Het onderzoek van Annelies Brands heeft de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een Social Media Quick Scan door een prototype van een tool die social media informatie op verschillende manieren visualiseert. Het doel was om te onderzoeken hoe interactieve visualisaties van social media informatie rechercheurs kunnen ondersteunen in hun werk. Hierbij werd extra nadruk gelegd op het ondersteunen van objectief redeneren en mens-machine interactie. Als eerste werd een literatuurstudie gedaan naar hoe social media informatie het beste gevisualiseerd kan worden. Daarna zijn vanuit de interaction design methode requirements voor de tool opgesteld uit resultaten van interviews met politiemedewerkers. Daaruit is een prototype ontwikkeld met gedeeltelijk ge?mplementeerde visualisaties. Dit prototype is vervolgens ge?valueerd met politie-medewerkers.


Het prototype werd positief gewaardeerd op gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit. De evaluaties resulteerden verder in lijst met suggesties voor verdere ontwikkeling van de tool. Op deze manier zijn de eerste stappen gezet richting een Social Media Quick Scan om rechercheurs te ondersteunen bij het objectief redeneren, het verminderen van informatie-overload en om het zo vroeg mogelijk gebruik maken van beschikbare social media informatie in politie-onderzoeken te stimuleren.

Bekijk hieronder het filmpje dat de werking uitlegt:

Bekijk de presentatie:

[slideshare id=79578221&doc=anneliesbrandscolloquium-170909053536]

Of download het volledige rapport:

[slideshare id=79578201&doc=socialmediaquickscanthesis-170909053354&type=d]

Bronnen: RUG

App: CopCast

Waarom een bodycam aanschaffen als je er al een in je broekzak hebt? Dat moeten de makers van CopCast gedacht hebben toen ze in 2013 de CopCast app (Android, een iPhone versie zal spoedig volgen) ontwikkelden, speciaal voor agenten.

 

De Latijns-Amerikaanse politie, waar deze app is ontstaan, behoort tot de meest gewelddadige in de wereld. Toch is er steeds meer bewijs dat sommige technologie?n, waaronder?bodycams, overmatig geweld kan voorkomen. Het Igarape Instituut ontwikkelde CopCast om de verantwoording van de politie en het vertrouwen van burgers in de politie te verbeteren. CopCast is?open source software waarmee smartphones veranderen in bodycams.

Het biedt een goedkope oplossing voor politieagenten die een bodycam willen gaan gebruiken; ze hadden er altijd al eentje in hun broekzak.

????

 

Jersey City Police Department is de eerste in de Verenigde Staten om?CopCast te gaan testen. Na een aantal testmaanden met 10 agenten, verwacht men deze week een overeenkomst te ondertekenen om de technologie uit te breiden tot 250 agenten. Aangezien de VS nog steeds te maken heeft met?schietpartijen waarin agenten betrokken zijn, kan deze nieuwe technologie een vollediger beeld geven van gewelddadige situaties. “Alle politieleiders moeten begrijpen dat dit de toekomst is,” zei de burgemeester van Jersey City Steven Fulop tegen USAToday.

Het nieuwe systeem werkt als volgt: Agenten downloaden de CopCast app op hun smartphone, en de toezichtcentrale?download een desktop versie. Agenten op straat?kunnen de telefoon op hun borst monteren?en een knop indrukken om een?audio- en video-opname te starten. Er kan?live worden meegekeken door toezichthouders op het hoofdbureau en de exacte locatie van de agent?wordt middels?GPS-technologie op een kaart getoond. De agent?drukt weer op de?knop om die live-stream te stoppen en de gehele situatie wordt automatisch opgeslagen op een server.

Bij veel bodycams die nu op de markt verschijnen?moeten agenten aan het einde van hun dienst hun beelden downloaden uit het apparaat, waarna de beeldne pas beoordeeld kunnen worden.

Chuck Wexler, directeur van het Police Research Research Forum, een wetenschappelijke onderzoeksorganisatie uit Washington D.C. vertelt dat de technologie interessant is?omdat de grootste belemmering bij deinvoer van bodycams in Amerikaanse politiekorpsen de kosten zijn.

Bodycam bedrijven verkopen meestal een heel dienstenpakket bij bodycams. De Bodycams zelf worden gratis weggegeven, vergelijkbaar bij mobiele telefoons. Juist aan het data-abonnement (en opslag of analyse dienstverlening) is de cash-cow met vaak lange termijncontracten.

Gideon Morris, hoofd van de veiligheid voor de West-Kaap in Zuid-Afrika, zei dat hij stond te trillen op zijn benen toen hij een uitvraag deed bij leveranciers voor bodycams.

 

‘Ze geven u een eenheidsprijs en u doet daarna de berekening en dan zegt u:’ Jongens, niet mogelijk in de komende eeuw, ‘vertelt Morris, die ervoor koos om CopCast te gaan gebruiken.

Brian Platt, hoofd?innovatie van Jersey City, zegt dat de smartphone app – die een basisversie heeft die gratis is voor elk politiekorps?- zijn stad in staat stelt om goedkopere opslag- en ondersteuningsdiensten in te richten.

Wexler geeft aan dat er meer?flexibiliteit nodig is in een industrie die nu wordt gedomineerd door een handjevol bedrijven, onder leiding van Taser International, die zijn naam in april in Axon veranderde. Wexler zei dat meer dan de helft van de middelgrote tot grote steden uit de VS gebruik maakt of aan het testen is met bodycams. Maar volgens hem zijn?90% van de 18.000 politiekorpsen in de VS?met 50 agenten of minder, en juist zij worstelen om over te gaan op het gebruik van bodycams. “Als de industrie iets nodig heeft, is het concurrentie en innovatie,” zei Wexler. “We zullen kijken hoe dit zich verder ontwikkeld.”

CopCast is gemaakt door het Igarap? Institute, een Braziliaanse denktank die zich richt op veiligheids- en rechtvaardigheidsproblemen, en Jigsaw, een technologie-incubator van?Eric Schmidt, de voormalige CEO van Google, die nu de uitvoerende voorzitter is van moedermaatschappij Alphabet.

Robert Muggah, onderzoeksdirecteur van Igarap?, zei dat tests in Rio de Janeiro, Zuid-Afrika en Bulgarije hebben aangetoond dat agenten?de app zich snel eigen maken. “De meesten waren jong en handig met techniek en gebruikten hun smartphone al op diverse manieren in hun werk,” zei hij. De technologie maakt het ook mogelijk om de korpsen in staat te stellen snel deze software aan te passen naar hun behoeften. James Shea, veiligheidsdirecteur van de gemeente Jersey City, zei dat zijn agenten een probleem opmerkten toen ze voor het eerst CopCast gingen testen met Samsung Galaxy S6-telefoons. Om een video te starten, moesten de agenten?de telefoon eerst van hun borst halen, een knop op het scherm indrukken?en de telefoon opnieuw inklikken. Zij namen contact op?met de softwareontwikkelaars in Brazili? en zo konden zij dat probleem fixen. De agenten?kunnen?nu de “volume up” -knop ingedrukt houden om de opname te starten en de “volume down”-knop om te stoppen zonder de telefoon uit hun borsthouder te verwijderen. “Het briljante ervan is, omdat het een app is, ze correcties en herzieningen snel kunnen maken en het verder door kunnen ontwikkelen,” zei Shea.

Bronnen: CopCast, USAToday

Opsporing op social media en stelselmatige informatie-inwinning

sherlock-holmes_artikel-arnout_240

Voor informatie die burgers via social media naar buiten brengen bestaat vanuit opsporingsinstanties veel belangstelling. Het gebruik van deze informatie door de opsporing moet plaatsvinden binnen wettelijke kaders, en van het bestaande wettelijke kader is niet altijd duidelijk hoe het moet worden toegepast in een online-omgeving. Op grond van de taakomschrijving van de politie in art. 3 Politiewet mag de politie bepaalde opsporingshandelingen verrichten. De vraag is wanneer de inbreuk op de privacy die dat onderzoek veroorzaakt zodanig is dat een eigenstandige legitimering in de wet noodzakelijk is.

In dit onderzoek van Marnix Oosterhoff staat de vraag centraal of de bijzondere opsporingsbevoegdheden stelselmatige observatie en stelselmatige informatie-inwinning voldoende mogelijkheden bieden om binnen de grenzen van het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel op rechtmatige en verantwoorde wijze online opsporingswerkzaamheden uit te voeren. Door empirisch onderzoek is nagegaan hoe de politie omgaat met opsporingsbevoegdheden op social media. O.b.v. literatuur en ontwikkelingen in de maatschappij is vastgesteld welke definitie van privacy gehanteerd kan worden in een online omgeving en hoe het recht op privacy is gecodificeerd. Van de bijzondere opsporingsbevoegdheden is aangetoond dat stelselmatige informatie-inwinning (126j) onder voorwaarden toepasbaar is op de opsporing op social media.?De auteur neemt het standpunt in?van een smalle definitie van stelselmatige observatie (126g) en dat dit artikel afvalt bij opsporing op social media omdat dit artikel gaat over?het waarnemen van gedrag en niet?de resultaten daarvan. Bij opsporing op social media gaat het over het verzamelen van informatie.

Gelet op verschillende knelpunten rondom de toepassing van artikel 126j en het feit dat niet volledig helder is op welke wijze dit artikel moet worden toegepast bij informatie-inwinning in een niet-fysieke omgeving verdient het aanbeveling om een aparte bevoegdheid voor online informatievergaring in het leven te beroepen, bijvoorbeeld als onderdeel van het lopende traject van herziening van het wetboek van strafvordering. Deze bevoegdheid zal dan wel technologie-onafhankelijk geformuleerd moeten worden.

Inbreuk op privacy?

Door een subjectief privacybegrip is het moeilijker om te bepalen wanneer er sprake is van een inbreuk op het recht op privacy. Immers, als de beoordeling van de inbreuk wordt overgelaten aan het subjectieve oordeel van de betrokken persoon, kan bij overigens gelijkblijvende omstandigheden een bepaalde handeling door de ene persoon wel en door een andere persoon niet als inbreuk op de privacy worden beschouwd. Toegepast op social media: de ene persoon zal er geen moeite mee hebben dat de politie zijn openbare berichten op Facebook leest, terwijl een andere persoon dat als ongepast zal beschouwen omdat hij het niet met dat doel op Facebook heeft geplaatst. De overheid zal in dat geval niet anders kunnen dan een voorzichtige houding aannemen en dan al snel het in het kader van de opsporing verzamelen van informatie op social media als inbreuk op het recht op privacy moeten beschouwen. Door middel van een voortdurende maatschappelijke discussie en eventuele proefprocessen zal moeten worden vastgesteld wat passend is en wat niet.

Op basis van haar algemene bevoegdheid mag de politie inbreuk maken op de rechten van burgers, dus ook op het recht op privacy. Echter, als die inbreuk meer dan gering is, vormt art. 3 PolW onvoldoende basis, en zijn aanvullende bevoegdheden noodzakelijk. De bevoegdheid kan gevonden worden in de BOB-wetgeving, maar dan moet wel aan de daarin opgenomen voorwaarden zijn voldaan.

Onderdeel van de eisen die art. 8 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) stelt aan een inbreuk is dat deze voorzienbaar moet zijn. Ten aanzien van de opsporing op social media betekent dat, dat de burger op de hoogte moet zijn van het feit dat de politie ook op social media opsporingshandelingen uitvoert. Alleen dan kan de burger op een adequate manier afwegen of hij informatie op social media wil publiceren, welke informatie en op welke wijze. Dit gaat echter niet zo ver dat de politie moet aangeven op welke wijze die opsporing plaatsvindt. Dat zou een te grote beperking betekenen voor de uitvoering van de opsporingstaak.

De vraag wanneer de inbreuk op de privacy door bepaalde opsporingshandelingen meer dan gering is is niet exact te beantwoorden. In dit onderzoek zijn wel factoren ge?dentificeerd die de mate van inbreuk be?nvloeden. Dat zijn: de duur van de onderzoekshandeling, de plaats waar de informatie verzameld wordt, de intensiteit waarmee de informatieverzameling plaatsvindt, de gevoelige aard van de gegevens, het doel van de onderzoekshandeling, het al dan niet toepassen van een technisch hulpmiddel, het al of niet opslaan van de gevonden gegevens en de proportionaliteit. De uiteindelijke weging van deze factoren is geen exacte wetenschap: de professionele inschatting van de politieambtenaar en de uiteindelijke rechterlijke toetsing daarvan, blijfven, net als bij de toepassing van ?gewone? bevoegdheden, belangrijk gegevens.

Rechtmatigheid

Om de rechtmatigheid van de opsporingshandelingen op social media te kunnen beoordelen, is het noodzakelijk dat in het procesdossier wordt verantwoord op welke wijze dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Uit het veldwerk is gebleken dat in de reguliere opsporing deze verantwoording vaak beperkt is tot zinnen als ?Uit onderzoek op social media is gebleken dat ?.?. Het is zeer de vraag of de rechter en de verdediging hierdoor in staat zijn te beoordelen of dit onderzoek op rechtmatige wijze heeft plaatsgevonden. Het zou daarom goed zijn als politie en Openbaar Ministerie hier meer aandacht voor zouden hebben en de uitgevoerde onderzoekshandelingen uitgebreider zouden verantwoorden.

Bronnen: Open Universiteit

Bellingcat interview

bellingcat logo3

In aanloop naar de seminar over burgeropsporing?van 10 februari waar aandacht zal zijn voor meerdere ontwikkelingen heb ik afgelopen week een interessant interview gehad met Eliot Higgins. Achter de schermen was er al langer contact, maar het werd hoog tijd om meer te delen over zijn initiatief Bellingcat, en Elliot vertelt zelf over wat hij doet, denkt en droomt.

Bellingcat is een exemplarisch?voorbeeld van de moderne Sherlock die online speurt en zaken probeert op te lossen. Bellingcat wil?bovendien deze lessen en tools graag delen met anderen om iedereen te leren hoe zij ook een moderne Sherlock kunnen worden. En dat zoeken ze breed: onder burgers, media, bedrijven of overheid. Eliot?was al eerder in de Nederlandse media geweest, onder andere vanwege zijn werk in relatie tot MH17, waarover eerder ook een blog op deze site?is gemaakt.

Het is ongelooflijk leerzaam om te zien hoe hij zaken onderzoekt, daarin samenwerkt en informatie valideert, zoals bij de MH17 waar Rusland veel propaganda lijkt te produceren, maar ook in de strijd in Syri? waarin ISIS zeer actief is op social media. Ik vroeg hem naar successen, valkuilen en zijn manier van werken en hoe zich dit ontwikkeld heeft maar ook zal gaan ontwikkelen.

Dit interview kijkt iets breder naar de activiteiten van Bellingcat, en vooral daar waar het politie en justitie raakt. Zo heeft de Britse politie Eliot ook al gevonden om te kijken wat ze voor elkaar kunnen betekenen. Bellingcat houdt zich namelijk niet meer uitsluitend met oorlogsmidaden bezig, maar ook met andere soorten nationale en internationale misdaad.

Bekijk de hele playlist hieronder of bekijk het fragment naar je keuze. De vragen die ik hem stelde zijn hopelijk duidelijk door de titel van elk?filmfragmentje:

Bellingcat rapport ook in Nederlands!

Op 8 november bracht Bellingcat het een rapport uit met daarin bewijs dat de Buk-lanceerinstallatie, die in verband wordt gebracht met het neerhalen van MH17 in Oekra?ne, afkomstig was van het Russische leger en eind juni vertrokken was naar de Oekra?ense grens. Met het onderzoeken van bewijs uit openbare bronnen was het Bellingcat MH17 onderzoeksteam erin geslaagd om de verplaatsingen van de Buk-lanceerinstallatie op 17 juli, in door separatisten gecontroleerd gebied, in kaart te brengen. Dit geldt ook voor de route van de Buk toen deze deel uitmaakte van een konvooi, dat in de periode 23 juni – 25 juni in Rusland was vetrokken van Koersk naar Millerovo, nabij de grens met Oekra?ne.

Aan de hand van het bewijs verzameld door het Bellingcat MH17 onderzoeksteam is duidelijk geworden dat het Russische leger de Buk-lanceerinstallatie, die op 17 juli werd gefilmd en gefotografeerd in Oekra?ne, heeft geleverd.

Het Bellingcat MH17 onderzoeksteam bestaat uit leden afkomstig uit verschillende landen, waaronder Nederland, Finland, Rusland, het Verenigde Koninkrijk en de Verenigde Staten en blijft doorgaan met het onderzoeken van andere kwesties met betrekking tot het conflict in Oekra?ne.

Voor meer informatie over Bellingcat en zijn werkzaamheden kan contact opgenomen met Eliot Higgins via?eliothiggins@bellingcat.com

Download hier, of lees het hieronder.?Dit rapport is ook beschikbaar in?Engels,?Duits,?Frans?en?Russisch.

We zijn benieuwd wat je vind van zijn werk, welke vragen het nog oproept of welke suggesties je zou willen meegeven voor zijn initiatieven. En misschien beweegt het je tot deelname in een van de Bellingcat initiatieven, want Bellingcat verwelkomt alle hulp!

SKUP 2015

Enige tijd later presenteerde Eliot Higgins ook op SKUP, de Noorse stichting voor vrije onderzoeksjournalistiek?(SKUP = Stiftelsen for en Kritisk og Unders?kende Presse). Bekijk hieronder zijn bijdrage:



Broadcast live streaming video on Ustream



Broadcast live streaming video on Ustream

Detectie en duiding bedreigingen via internet

Enige weken geleden een interessant artikel van Roelof Muis,?teamleider Open Source INTelligence van de?Landelijke Eenheid, in het februari nummer van het magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing:

Het is maandagavond. Om 22.00 uur staat de laatste KNVB-zaalvoetbalwedstrijd?van het seizoen gepland. Twee rivalen strijden om de eerste plaats.?Het is een pittig duel waarbij een van de keepers herhaaldelijk wordt belaagd.?Na de vierde lichamelijke confrontatie vallen de keeper en de spits van de?tegenpartij over elkaar heen. De keeper bijt de spits toe: ?de volgende keer?schop ik je kop van je romp, lamxxx!? Het komt die wedstrijd nog een aantal?keren tot hoogoplopende verwensingen. Na het eindsignaal bedanken de?teams elkaar en schudden de beide kemphanen elkaar de hand.

Het langetermijngeheugen van internet

Hans-Spkman-621x328De hierboven beschreven verwensingen in de fysieke wereld verschillen eigenlijk?niet erg van de verwensingen op internet, maar met het grote verschil dat de digitale?uitingen niet ?vervluchtigen en publiekelijk zichtbaar blijven. Recent is PvdA-voorzitter?Hans Spekman een persoonlijke campagne gestart tegen dit soort online bedreigen,?waarbij hij enkele voorbeelden van bedreigingen op zijn Facebookpagina publiceerde.?De teksten liegen er niet om en hij is niet de enige die dit overkomt.

Bedreigingen via internet

De aantallen bedreigingen via internet lopen in de duizenden per dag. Het team?Open Source INTelligence (OSINT) bij de politie werkt aan een aanpak tegen deze?vorm van bedreigingen. De afdeling is onder meer verantwoordelijk voor internetmonitoring?op dreigingen binnen het rijksdomein en neemt deze taak zeer serieus. Elke dreiging op bijvoorbeeld bewindslieden of tijdens nationale evenementen is feitelijk een gevaar voor de democratische rechtsorde. Beslissingen binnen de maatschappij kunnen hierdoor?be?nvloed worden. De Zembla-reportage over ?bedreigde bestuurders? is hiervan een?realistisch voorbeeld.

Strafbare bedreigen

Niet alle bedreigingen zijn strafbaar, maar er kan wel degelijk dreiging van uitgaan.?Het aantal aangiftes is echter zeer laag en er komen nog minder ?auteurs? ter rechtzitting.?Als de politie en het Openbaar Ministerie ?lle (strafbare) bedreigingen zouden onderzoeken en vervolgen, zou daar vermoedelijk alle beschikbare capaciteit voor nodig zijn. Vanwege het volume van de bedreigingen is er behoefte aan een effectievere dreigingsduiding en een gerichtere aanpak jegens de auteurs. Dus effici?nter onderkennen, kwantificeren en kwalificeren waardoor politie-inzet op dreigingen geminimaliseerd kan worden.

Innoveren

In samenwerking met het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het Centre for?Language and Speech Technology van de Radboud Universiteit Nijmegen en Tardis?Research is een dreigtweetmonitor in ontwikkeling op basis van een lingu?stische studie van bedreigingen via internet. De dreigtweetmonitor filtert specifieke dreigingen door middel van zoekvragen. Dreigtweets worden naar ernst gerangschikt, waarna handmatig bestudering van?de context plaatsvindt om uiteindelijk de serieuze (strafbare) dreigtweets te duiden. En resultaten uit het verleden bieden zeker garantie voor de toekomst. Zo troffen wij diverse verwijzingen naar ?waxinelichtjeshouders? aan. Tja, mensen zijn creatief, maar scherp blijven is belangrijk. Tijdens de eerste monitoringstest tijdens Prinsjesdag 2012, zijn in negen uur vijftien serieuze en specifieke dreigingen waargenomen en binnen de organisatie in het reguliere werkproces opgepakt. Een ?serieuze dreiging? kan bedoeld zijn als grap of andersom. Dat?hangt af van de context en dus van de beoordeling. De huidige samenwerking tussen overheid, wetenschap en commercie binnen de ontwikkeling van de dreigtweetmonitor, kan daarbij zeer goed helpen.

Twitter wil zelf ook werken aan het tegengaan van bedreigingen. Zo was er enige tijd geleden veel ophef over Twitter in Groot-Brittani?,?nadat vrouwen bedreigd werden met de dood, verkrachting en een bomaanslag. Twitter zou volgens veel Britse gebruikers niks doen om het bedreigen te voorkomen.?Dus nu komt Twitter?met een nieuw?beleid, het bedrijf gaat de inhoud van tweets meer in de gaten houden. Maar hoe???Beluister het radio interview?daarover met Arnout de Vries of beluister het interview met blogger Xaviera Ringeling en social mediadeskundige Robert-Jan Mast die alles weten over de?problemen die mensen kunnen krijgen als ze hun mening uiten en waarom men online uitgesprokener is dan in het openbaar.

doodsbedreiging

Lees er meer over in het rapport:?Dreigtweets


Bronnen: NCTV,?magazine?Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing.

Ushahidi

Ushahidi (betekent ‘getuigenis’ in het Swahili) is gratis open source software voor informatiegaring, -visualisatie en om gebeurtenissen interactief in kaart te brengen.

Oorspronkelijk was Ushahidi een website die werd ontwikkeld om het geweld te Kenia in kaart te brengen, dit na de uitslag van de verkiezingen in het begin van 2008. Hierop kon de Keniaanse bezoeker precies aangeven waar de rellen en demonstraties plaatsvonden. Zo’n 45.000 Kenianen gebruikten deze tool dagelijks om elkaar van de belangrijke gebeurtenissen en plaatsen op de hoogte te houden. Net door de koppen bij elkaar te steken werd kennis en expertise met elkaar uitgewisseld, waardoor het idee in een paar dagen al snel vorm kreeg en het uiteindelijk een succes werd.[2]

Sindsdien wordt Ushahidi wereldwijd gebruikt, bijvoorbeeld na grote rampen, zoals de aardbeving in Ha?ti en Chili. De bevolking kan online en via sms precies aanwijzen welke gebouwen zijn ingestort, waarop de hulpverlening plaatselijk kan inspelen. Slachtoffers kunnen eveneens zo familie aan de andere kant van de wereld laten weten dat hun huis, of dat van oma, is ingestort. Onder andere tijdens de bosbranden in Rusland gedurende 2010 had de schade veel groter kunnen zijn als er geen gebruik was gemaakt van Ushahidi. Degenen die de brandhaarden bestreden, maakten met behulp hiervan een internetapplicatie, waarvoor ze informatie van burgers gebruikten om in kaart te brengen wat de beste routes waren om de branden te blussen. “Ushahidi zorgt ervoor dat mensen worden gehoord en informatiekanalen democratischer worden; het moedigt burgerparticipatie aan”, zegt medeoprichter?Juliana Rotich.

Bij een Ushahidi-toepassing kan het publiek op verschillende manieren, bijv. email, sms, twitter, webformulier, rapporteren over relevante gebeurtenissen. Ushahidi checkt de binnenkomende informatie en publiceert die vervolgens op het web. Dat gebeurt in de vorm van een interactieve kaart die op onderwerp en tijdstip te filteren is en toegang geeft tot de oorspronkelijke rapporten.

Het Ushahidi-team werd een non-profit organisatie; de software werd een gratis en open source platform dat ieder naar eigen inzichten kan aanpassen. Er zijn intussen al tientallen toepassingen mee gemaakt.

Ushahidi heeft een gratis app voor Android en iPhone/iPad uitgebracht. Sommige Ushahidi-toepassingen hebben een eigen app ontwikkeld, bijv. MapATL over criminaliteit in Atlanta en Inherity over cultureel erfgoed wereldwijd.

Op de Ushahidi website staat een interactieve wereldkaart met alle bekende toepassingen van Ushahidi, allemaal aanklikbaar:

  • Ushahidi heeft een playback-knop waarmee je de historische ontwikkeling van de toepassing kunt simuleren.
  • Ushahidi laat u ook vaste lagen aan de kaart toevoegen bijv. een districtsindeling.
  • Ushahidi gebruikt voor dataverrijking aparte software (Silver River, ook gratis en open source).
  • Ushahidi kunt u op uw eigen server installeren, maar is ook kant-en-klaar te gebruiken via de Crowdmap-server.

Resultaten onderzoek naar monitoren en toepassen social media tbv handhaving en opsporing

Hierbij koppelen we graag de resultaten terug van de?enqu?te?op politie 2.0 die in de zomermaanden van 2011 werd afgenomen. Het vormt onderdeel van meerdere initiatieven op het gebied van handhaving en opsporing die TNO uitvoert in samenwerking met diverse korpsen en de Politieacademie waarin gekeken wordt naar (het monitoren en inzetten van) social media. Hierbij bedanken we alle politie 2.0 bezoekers die hebben deelgenomen, wensen we iedereen leesplezier en zijn we uiteraard benieuwd naar jullie reacties op de uitkomst!

Hieronder?de samenvatting, de volledige resultaten zijn?hier?te downloaden


Doelstelling van het onderzoek
Het in kaart brengen van het huidige gebruik en de dilemma’s van social media voor veiligheidsorganisaties. De enqu?te resultaten zijn onderdeel van de input die verzameld wordt voor een toekomstvisie en nieuwe en concrete toepassingen van social media in de praktijk.

Deelnemersveld
De resultaten van deze enqu?te komen uit een brede vertegenwoordiging van veiligheidsorganisaties (in totaal meer dan 30 organisaties of onderdelen), waaronder 18 van de 25 politie korpsen, de Koninklijke Marechaussee,? politieacademie, diverse ministeries en zelfs tot over de grens: korps Politie Sint Maarten en de federale politie Belgi?. De resultaten moeten in het licht gezien worden van het deelnemersveld en het feit dat deze deelnemers (zeer) veel affiniteit hebben met social media, wat in lijn der verwachting was bij het publiek dat op politie 2.0 actief is.

Succesvolle inzet van social media en onbenutte kansen
De grootste kansen voor social media worden gezien in de opsporing, waarna handhaving en intake en noodhulp volgen. Andere belangrijke toepassingsgebieden zijn preventie, grootschalig optreden bij evenementen of incidenten, werving en imago verbetering. ?Er worden nu al veel kansen benut t.a.v. het netwerken, uitwisselen van informatie/kennis met deskundigen en (steeds meer) met burgers. Dit is goed voor de zichtbaarheid en onderling begrip. Bij de interactie met de laatste groep liggen vooral kansen in het samenwerken (dichten van de kloof) middels nieuwe werkwijzen als co-creatie en/of crowdsourcing om de ogen en oren van de massa, maar ook wat er tussen de oren zit, te benutten bij het oplossen van zaken of in de openbare orde.

Belemmeringen en bedreigingen die optimale inzet social media vandaag en voor de toekomst in de weg kunnen staan
Vandaag de dag zijn vooral de mentaliteit/cultuur en de kennis en vaardigheden belemmerend. Daarnaast wordt de inbedding in systemen en processen genoemd, alsmede het investeren in capaciteit en middelen. Weerstand zit er in allerlei lagen van de organisaties. Vooral de jongere, nieuwsgierige of technisch ge?nteresseerde collega?s, meestal medewerkers die vanuit hun functie al contact hebben met burgers zoals wijkagenten en communicatie afdelingen, zijn al aan de slag met social media. Hierbij worden (vaak gratis en eenvoudige) middelen gebruikt en ze ?zeggen? er voordeel van te ondervinden. Het gebrek aan (structureel) bewijs van de effecten van social media gebruik en de beperkte uitwisseling van ervaring zorgen voor veel scepsis. De vraag of inzet van social media nu overschat of onderschat wordt blijft daardoor onbeantwoord.
Bedreigingen die in de toekomst naar verwachting alleen maar groter worden zijn dilemma?s over hoe om te gaan met de toenemende stroom aan informatie en interactie met burgers. Men ziet extra capaciteit, opleiding, betere middelen, processen en verandering in de organisatie als moeilijk te nemen drempels. Verder speculeert men over de afbreukrisico?s t.a.v. privacy (o.a. wetgeving), gebrek aan controle, misbruik in diverse vormen, en het feit dat verdachten dit middel ook steeds beter benutten.

Social media en handhaving
Het nut van social media bij handhaving van de openbare orde, oa ten tijde van grote evenementen en incidenten, scoort hoog. Vooral informatie inwinning, voorlichting en crowd management zijn veelgenoemde toepassingen. Men wenst vooral te monitoren wat er speelt in bepaalde gebieden en op onderwerp. Belangrijk is ook sociale netwerk analyse en zien wie er actief is. Het effect van eigen berichtgeving wenst men ook inzichtelijk te krijgen, zoals het bereik van berichten bij voorlichting of het effect van pogingen om geruchten te weerleggen.? Het vaststellen van betrouwbaarheid van berichten van burgers is minder belangrijk dan bij opsporing.

Social media en opsporing
Opsporingsmogelijkheden scoren zeer hoog en hier zitten volgens de meeste deelnemers nog veel kansen. (Digitaal) buurtonderzoek, het vinden van getuigen middels social media en het inzetten van crowdsourcing en cocreatie op diverse manieren om burgers te betrekken bij het oplossen van zaken. Of dit nu in het eerste uur is (heterdaadkracht) of later in de tijd. Veel vragen die bij diverse zaken spelen kunnen middels social media worden aangevuld. Ofwel doordat informatie te vinden is, ofwel door het te durven vragen. Het gedrag van steeds meer mensen wordt transparant en wanneer gesloten bronnen met open bronnen gecombineerd kunnen worden ontstaat een vollediger beeld. Uiteraard zijn er diverse belemmeringen om de kansen te kunnen benutten. Crowdsourcing wordt in overleg met het OM nog voorzichtig toegepast, de middelen om slim te kunnen monitoren, infiltreren, informatie te valideren, dit als bewijslast op te voeren zijn zaken die nog niet ideaal zijn opgelost.

Conclusie
Hoewel social media al in de praktijk gebruikt wordt voor bepaalde toepassingen, zijn de middelen nog relatief eenvoudig en is het nog niet ingebed in de bedrijfsvoering. Hoewel de adoptie gestaag zal groeien en zowel vanuit de werkvloer als vanuit management plaatsvindt op diverse plekken, is er nog wel wat nodig om structurele stappen te maken. Er is voor de diverse onderdelen een eenduidige visie en strategie nodig die door alle lagen in de organisatie ondersteund wordt. Diverse organisaties voeren momenteel nog experimenten uit. Slechts op een paar plekken heeft dit speelkwartier plaatsgemaakt voor operationele inbedding. Wijkagenten en afdeling communicatie lijken hierin nu voorop te lopen en binnen de opsporing en andere handhavingsgebieden (zoals evenementen en grotere incidenten) liggen veel kansen. Voor een bredere adoptie in de organisatie zullen genoemde belemmeringen weggenomen moeten worden. Een proces dat ondanks organisatie veranderingen en bezuinigingen zowel top-down als bottom-up al in gang is gezet, maar waarvan verdeeldheid is over met welke prioriteit dit zou moeten gebeuren. Gebrek aan inzicht over het structurele effect van het inzetten van social media, is een van de genoemde redenen. Intussen hebben velen deze bewijslast niet nodig en zij nemen vanuit hun passie het voortouw.