Tagarchief: Monitoring

Monitoring door gemeenten van online aangejaagde ordeverstoringen

In opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap bracht Bantema in kaart hoe Nederlandse gemeenten online bronnen monitoren voor de openbare orde en veiligheid. Het onderzoek is onder zijn leiding uitgevoerd binnen een multidisciplinair team met onderzoekers Maarten Hoekstra en Saskia Westers van NHL Stenden en in samenwerking met Solke Munneke en Rianne Herregodts van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG).

Gemeenten lijken steeds vaker geconfronteerd te worden met ordeverstoringen die online beginnen of online versterkt worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om onrust rondom politieke besluiten, overlast door groepen en individuen, oproepen tot demonstraties, illegale evenementen en polarisatie tussen inwoners. Bantema doet al jaren onderzoek naar de bestuurlijke rol en bevoegdheden van burgemeesters in online monitoring en handhaving.

Onderzoeksmethoden

Het onderzoek is gebaseerd op literatuur, juridisch bronnenonderzoek, groepsinterviews met gemeenten en politie en een online vragenlijst die is ingevuld door 196 gemeentelijke medewerkers (OOV/Communicatie), die werkzaam zijn binnen 156 verschillende Nederlandse gemeenten.

Openbare persoonsgegevens

Hoewel 95% van de ondervraagde gemeentelijke medewerkers aangeven dat hun gemeente aan online monitoring doet, blijkt nog vaak onduidelijk aan welke regelingen zij zijn gebonden. Meer dan de helft (54%) van de gemeentelijke medewerkers geeft aan geen protocol of beleid te hebben voor online monitoring binnen hun gemeente. Dit is volgens Bantema wel noodzakelijk: “Je hebt al snel te maken met een privacywetgeving. Social media zijn weliswaar openbaar, maar het is een misverstand te denken dat je alles mag doen met gegevens die je uit openbare bronnen haalt. Een naam, IP-adres en zelfs een nickname zijn ook persoonsgegevens. Gemeenten weten niet wat ze wel of niet mogen en zijn niet op de hoogte van de juridische kaders als het gaat om online monitoring.”

Lees of download hier het gehele rapport:

[slideshare id=250548541&doc=blackboxvangemeentelijkeonlinemonitoring-pdf-211028122543&type=d]

Tijdens het CCV-webinar ‘Monitoring van online aangejaagde ordeverstoringen’ op 9 juni vertelde onderzoek Willem Bantema over het onderzoek ‘Black box van gemeentelijke online monitoring; Een wankel fundament onder een stevige praktijk’ en de resultaten en de aanbevelingen die naar voren zijn gekomen.

Ook Rianne Herregodts, Universitair docent en onderzoeker aan de Universiteit van Groningen, vertelt over het juridische kader van online monitoring door gemeenten. Wat mag wel, wat mag niet? Dit filmpje is een bijdrage voor het CCV-webinar ‘Monitoring van online aangejaagde ordeverstoringen’ van 9 juni 2021. Bekijk hier het gehele webinar terug.

Bronnen: HetCCV, NHL, RUG

 

Onderzoek: Social media gebruik onder politiezones Belgi

Op 25 september is er een inspiratiedag voor de politie over het inzetten op sociale media, georganiseerd door socialemediaburo.be en CPL Belgium. Sprekers zijn onder andere Ron De Milde (directeur nieuwe media politie Nederland), procureur des Konings Dominique Reyniers en federaal minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon. In de aanloop van deze dag hebben de organisatoren?een? onderzoek gehouden?naar het gebruik van sociale media bij politiezones, waarvan hieronder een verslag.

Inspiratiedag 25 september

Sociale media zijn uitermate geschikte kanalen om in te zetten voor politiewerk. Niet alleen voor corporate communicatie, maar ook om de dienstverlening uit te bouwen (webcare) en de dialoog aan te gaan op het online dorpsplein. Bovendien bieden sociale media ook heel wat kansen voor de vijf pijlers van de gemeenschapsgerichte politiezorg. Door te monitoren wat reilt en zeilt op dat online dorpsplein, vangt u ook signalen op en weet u wat er leeft. Net?als patrouilleren op de wekelijkse markt. Door sociale media tenslotte, kunnen ploegen aangestuurd worden in de meldkamer. Evenementen worden gemonitord op sociale media, zodat u als organisatie aanwezig en bereikbaar bent vanuit de broekzak.

De inspiratiedag focust op de mogelijkheden van sociale media voor bestuurlijke politie en openbare orde (en niet voor gerechtelijke politie en recherche). Net als de sociale mediaplatformen, trekt de organisatie daar de grens. Ze zoeken de grijze zone op en laten experts hier ook over reflecteren.

Door als politiezone zeer laagdrempelig aanwezig te zijn op sociale media en daar ook open en transparant in interactie te gaan met de bevolking ?n verantwoording af te leggen, kan dit tot meer respect voor politiewerk leiden.

1. Facebook wordt het populairste kanaal

Bij politiezones is Facebook met grote voorsprong het populairste platform. Zo heeft 80% van de Vlaamse politiezones een corporate Facebook-account. Wanneer we naar Twitter kijken is dit 68% en met 21% zien we dat veel politiezones Instagram nog aan het ontdekken zijn, of nog moeten ontdekken.
Voor het eerst is Facebook het populairste kanaal, vorig jaar was dit nog Twitter (met 68% versus Facebook toen 64%).

2. Nog te weinig interactie?

We merken dat politiezones sociale media nog altijd te veel inzetten als ?pushkanaal? om vooral berichten te sturen naar hun doelgroep. Slechts 37% van de politiezones gaan ook effectief de interactie aan op Facebook en 29% op Twitter. We zien wel dat er op Facebook een stijging is in het aantal interacties en conversaties als we vergelijken met 2017 (terwijl dit op Twitter vermindert).

3. Drempels

13% van de politiezones geeft aan geen drempels te hebben om actiever in te zetten op sociale media. Ervaren de zones wel drempels, dan staat een ?gebrek aan capaciteit? op de eerste plaats met bijna 59%. Een andere veel voorkomende drempel is ?tijdsgebrek? (57%). Bijna 20% geeft aan dat het algemeen kennisniveau over sociale media in de organisatie te laag is.? Gebrek aan visie wordt niet als een drempel ervaren, terwijl net visie nodig is om stappen vooruit te kunnen zetten.

Met wat scoort de politie op sociale media?

Posts over dieren scoren over het algemeen heel goed op sociale media bij de politie. Van een verloren gelopen hond, dieren in de auto tot een zeehondje op het strand. Ook deze inhaker op Werelddierendag met een politiehond deed het bijzonder goed. Andere goed scorende posts gaan over nieuw materiaal zoals voertuigen of verkeerscontroles, zoals een flitsmarathon.

Hoe goed scoort elke politiezone op sociale media?

Ontdek het zelf op?deze interactieve kaart.

Het volledig rapport?van het kwantitatief onderzoek?vind je hier?als download of lees het hieronder online:

[slideshare id=116301516&doc=onderzoekgebruiksocialemediabijpolitiezones2018-180924153204&type=d]

Bronnen: VanDenBroele Uitgeverij, Sociale Media Buro

Social Media Quick Scan

Rechercheurs ervaren een informatie-overload bij het gebruiken van social media informatie in politie-onderzoeken. Oorzaken van die informatie-overload zijn o.a. de overvloed aan beschikbare informatie, beperkingen in menselijke verwerkingscapaciteit en problemen in de communicatie tussen de mens en computers. Dit resulteert in een mogelijk verlies van relevante informatie, terwijl die informatie vanaf de eerste minuut na een misdrijf beschikbaar is. De oplossing hiervoor kan gevonden worden door gebruik te maken van de kennis van informatievisualisatie. Dit onderzoeksgebied richt zich speciaal op het inzichtelijk maken van grote hoeveelheden informatie.

Het onderzoek van Annelies Brands heeft de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een Social Media Quick Scan door een prototype van een tool die social media informatie op verschillende manieren visualiseert. Het doel was om te onderzoeken hoe interactieve visualisaties van social media informatie rechercheurs kunnen ondersteunen in hun werk. Hierbij werd extra nadruk gelegd op het ondersteunen van objectief redeneren en mens-machine interactie. Als eerste werd een literatuurstudie gedaan naar hoe social media informatie het beste gevisualiseerd kan worden. Daarna zijn vanuit de interaction design methode requirements voor de tool opgesteld uit resultaten van interviews met politiemedewerkers. Daaruit is een prototype ontwikkeld met gedeeltelijk ge?mplementeerde visualisaties. Dit prototype is vervolgens ge?valueerd met politie-medewerkers.


Het prototype werd positief gewaardeerd op gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit. De evaluaties resulteerden verder in lijst met suggesties voor verdere ontwikkeling van de tool. Op deze manier zijn de eerste stappen gezet richting een Social Media Quick Scan om rechercheurs te ondersteunen bij het objectief redeneren, het verminderen van informatie-overload en om het zo vroeg mogelijk gebruik maken van beschikbare social media informatie in politie-onderzoeken te stimuleren.

Bekijk hieronder het filmpje dat de werking uitlegt:

Bekijk de presentatie:

[slideshare id=79578221&doc=anneliesbrandscolloquium-170909053536]

Of download het volledige rapport:

[slideshare id=79578201&doc=socialmediaquickscanthesis-170909053354&type=d]

Bronnen: RUG

Overzicht Social Media monitoring tools bij politiekorpsen in de VS

De kaart hieronder toont welke betaalde social media monitoring tools de Amerikaanse politiekorpsen gebruiken:

In een wereld waar steeds meer communicatie te doorzoeken is – en waar mensen hun nieuws?krijgen en delen, hun mening geven en vertellen wat ze doen – is de wetgeving niet in alle landen even duidelijk over wat je met al die informatie mag doen. Daarom heeft het onafhankelijke Brennan Centrum van Justitie, gegevens (die?reeds openbaar waren uit SmartProcure) op een kaart gezet over het gebruik van social media monitoring. Korpsen die minstens $ 10.000 hebben besteed aan social media monitoring software staan op bovenstaande kaart. Bij elkaar opgeteld wordt er in de VS door 151 korpsen miljoenen dollars worden uitgegeven aan dergelijke software. Volgens het IACP (International Association of Chiefs of Police) gebruiken meer dan 300 korpsen dergelijke software en zijn er meer dan 400 veiligheidsorganisaties die social media voor intelligence doeleinden gebruiken.

“We hopen dat mensen de kaart gebruiken om te zien hoe het geld wordt besteed”, zegt Rachel Levinson-Waldman, senior adviseur bij het Brennan Centrum. “Wat zijn de gevolgen hiervan? Wordt dit gebruikt beschermde informatie te controleren? Wordt het gebruikt om een bepaalde vorm van activisme te controleren? In bepaalde gebieden kan men zien dat er zelfs $30.000 tot $100.000 wordt besteed aan dit soort software. Dit kan een publieke discussie op gang brengen. Welke macht en mogelijkheden heeft de politie hiermee in handen, en is dit ook iets wat de gemeenschap wil? Wat is het beleid rond dit soort praktijken? ‘

De kaart richt zich op een?achttal social media monitoring producten: Geofeedia, Media Sonar, Snaptrends, Dataminr, DigitalStakeout, Pathar, Meltwater en Babel Street. Maar de kaart wordt volgens Levinson-Waldman bijgewerkt als er nieuwe tools gebruikt worden.

Als je klikt op een locatie op de kaart zie je?de bevoegdheid van de politie, het aankoopbedrag, het aantal jaren dat men het al gebruikt, een beschrijving van de aankoop, en bronnen of?PDF-bestanden van de aankoop. De kaart toont bijvoorbeeld dat de Los Angeles County $ 137.625 betaalde in de periode 2014-2016 aan Geofeedia, software?die het mogelijk maakt bepaalde geografische gebieden te selecteren en te zoeken naar de openbare berichten op de meest courante sociale platforms. In Baton Rouge, La., betaalde men $ 19.000 aan Geofeedia in dezelfde periode van 2014-2016.

GeoFeedia, MediaSonar en meer…

Het gebruik van social media monitoring door de politie werd niet eerder op deze manier zo breed in kaart gebracht. En er is veel controverse. Zo heeft de ACLU van Californi? onderzoek gedaan naar het gebruik van?Twitter, Facebook en Instagram in relatie tot de software van Geofeedia. Uit e-mails blijkt dat Geofeedia politiekorpsen op een speciale manier toegang gaf tot deze platformen, wat na het uitkomen van dit onderzoek al snel leidde tot het blokkeren van Geofeedia door deze diensten. Ook de software van MediaSonar werd kort daarna geblokkeerd.

“Als ik iemand wil volgen, is dat wel heel iets anders dan de geavanceerde?analytische mogelijkheden die deze bedrijven gebruiken”, zegt Levinson-Waldman. “Als ik iets zie op social media, kan ik reageren of retweeten, maar ik heb geen bevoegdheid om op speciale manieren op te treden. Maar deze software kan veel meer op het gebied van het onderzoeken van hashtags, bijzondere foto’s, of met behulp van geo-sensing of een heel netwerken in beeld brengen van een bepaalde club. ”

In een artikel beschrijven?Rachel Cohn en Angie Liao, twee stagiaires van het centrum, dat een aantal social media monitoring tools?sarcasme kunnen interpreteren in berichten, maar ook de geloofwaardigheid vaststellen en de invloed van een bericht in kaart brengen, dreigingen herkennen op basis van foto’s, en locaties van individuen volgen.

“We kunnen zien dat er enorm veel politie-afdelingen zijn die deze software hebben”, zegt Levinson-Waldman. “En het lijkt, op basis van de bedragen, dat het ook effectief is. Maar of het dat ook is, weten we niet.”

Bronnen: Govtech

Voetbalclub checkt social media en kan fans seizoenskaart weigen

Voor voetbalsupporters zijn sociale media als Facebook en Twitter als relatietherapie. Zeker in zware tijden van degradatienood?wordt er veel gefoeterd. Als het aan?de Engelse tweededivisieclub?Charlton Athletic ligt, komt daar nu een einde aan. Een supporter van de Londense club?krijgt alleen een seizoenkaart als hij belooft zich niet meer al te negatief uit te laten over de club.?Charlton Athletic is watching you…

Afbeelding weergeven op Twitter

Afbeelding weergeven op Twitter

‘U bent zonder twijfel meer dan bewust van sommige issues die speelden tegen het einde van afgelopen seizoen’, schrijft Charlton Athletic?in een brief aan de fan. De club?degradeerde in mei uit de Championship. ‘We hebben echter vastgesteld dat bepaalde door u geplaatste reacties op sociale media niet bijzonder constructief zijn geweest.’

In de brief staat dat de fan zijn seizoenkaart persoonlijk dient?op te halen in het Charlton-stadion The Valley en?dat hij gedragsregels moet?ondertekenen. Het strenge beleid is een idee van Cliff Eager. In juni werd de oud-hoofdinspecteur van het Londense politiecorps aangenomen als veiligheidsmedewerker bij Charlton. ‘Ik wil samen met de Charlton-fans werken aan een veilige, familievriendelijke atmosfeer tijdens zowel thuis- als uitwedstrijden van Charlton dit seizoen’, gaf Eager bij zijn aanstelling te kennen.

Strijd en passie

“Het uiten van kritiek is het recht van de supporter. Dat moet” -?Ermis, voorzitter supportersvereniging Vriendenkring FC Twente

Het clublogo van Charlton met een geheven zwaard doet strijd en passie vermoeden, maar nu de club kritiek de kop in probeert te drukken, krijgt het wapen een andere connotatie. En kritiek hoort nu juist bij het supportersschap, zegt Ufuk Ermis, voorzitter van supportersvereniging Vriendenkring FC Twente. Hij zou het wel weten. ‘Als ik zo’n brief zou krijgen, kom ik niet meer naar de club.’

Ermis: ‘Je bent seizoenkaarthouder. Het uiten van kritiek is het recht van de supporter. Dat moet. Je geeft dan alleen maar het signaal dat het niet goed gaat. Je hebt het beste voor met de club en wil dat de club weer vooruit gaat.’

Nadat de fan een foto van de brief van Charlton op Twitter plaatste, werd de club wereldwijd onderwerp van spot. Daarvan schrok de clubleiding zo, dat het nieuwe beleid al deels is teruggedraaid. De supporter heeft inmiddels zijn kaart voor het nieuwe seizoen, zonder de gedragsregels te hebben ondertekend.

Eerdere veroordeling in NL

Een PSV-fan (21, uit Mierlo) die via sociale media had geprobeerd een vechtpartij te organiseren tussen fans van PSV en CSKA Moskou, is door de politierechter veroordeeld tot 120 uur werkstraf en drie maanden voorwaardelijk. De verdachte legde, naar eigen zeggen ?voor de grap?, contact met CSKA-fans toen die club tegen PSV moest spelen, december 2015. In een groepsapp had hij met vrienden gesproken over het ?pakken? van Russische fans. Bij het stadion werden stickers gevonden waarop het telefoonnummer van de man stond, via die stickers konden Russische fans contact met hem zoeken. Het 06-nummer leidde onder meer naar facebookberichten waarin de verdachte over de geplande actie sprak. ?We delen stickers uit. Of ze willen vechten?, schreef de man onder meer. En dat hij ?Moskou net aan de lijn? had. ?Ze willen elk aantal aandoen tot en met 200. Mochten we er meer dan 200 hebben konden ze nog wel aanvullen met pet en sjaals. Maar als we 30-30 zeggen kon dat ook. Waren voor alles in. Na de wedstrijd.? De man werd uiteindelijk op de avond van de wedstrijd door een arrestatieteam uit een caf? gehaald ? hij had al een stadionverbod.

Bronnen: VI.nl, De Volkskrant, CopsinCyberspace

Monitoring en analyse informatie op sociale en online media; van leren naar verbeteren

monitoring roy

Hoe moet de politie omgaan met berichten op sociale media? Hoe serieus moet zij deze nemen, wanneer kan zij hier eveneens via sociale media op reageren en wanneer is meer inzet nodig? Op basis van welke informatie en werkwijzen worden beslissingen hierover genomen? Deze en meer vragen staan centraal in ?het onderzoeksrapport“Monitoring en analyse informatie op sociale en online media”.

[slideshare id=62993415&doc=onderzoeksrapportmonitoringenanalyseinformatiejuni2016-160613054852&type=d]

Het rapport geeft inzicht in de wereld ?chter de website, twitter- en facebookaccounts van de politie. Daar gebeurt veel meer dan wat de gemiddelde sociale mediagebruiker te zien krijgt. Het rapport schetst de ontwikkeling binnen de politie in de afgelopen jaren op dit relatief nieuwe vakgebied en biedt tevens een doorkijk naar de nog te maken slagen op het terrein van verzamelen, analyseren en duiden van berichten op sociale media.

Want dit is en blijft mensenwerk, dat voorlopig niet volledig is over te nemen door geautomatiseerde systemen.

Het onderzoek is hier te lezen en te downloaden.

Veel leesplezier, namens Roy Johannink en?Inge Gorissen.

Bronnen: Linkedin Pulse

Social Media tegen terrorisme

20160416_map503

Een nieuwe intelligence-paradigma. Zo noemen?veiligheidsbeambten van de Isra?l Defence Force (IDF) de sociale media waarop ze zoeken naar informatie over aanslagen en daders daarvan. Een enkeling gaat zelfs zo ver te stellen dat deze speurtochten op sociale media hebben geleid tot een daling van het aantal incidenten. Luitenant-generaal Gadi Eisenkot zegt dat het nu veel gemakkelijker is om lone wolfs of slapende cellen te vinden. Waar dat voorheen een langdurig opsporingsproces was, kan dat nu veel sneller ? door profielen aan elkaar te koppelen, door te zoeken naar vriendennetwerken, likes en shares. De doelgroep immers, tieners en twintigers die aanslagen willen plegen, is massaal online actief. ?We can build in-depth profiles of past
perpetrators, their motives and inspirations, and based on what they have in common locate those with similar characteristics?. En zo hebben tientallen mensen al thuis bezoek gehad van IDF-medewerkers met de vraag wat ze nu precies bedoelden met die posting op facebook, of met die tweet. ?The same tools through which they are pushed to join jihad could help to stop them before it is too late?, aldus het artikel.

Online?intifada?

Na zes maanden van geweld in Isra?l en de Palestijnse gebieden zijn de Isra?lische veiligheidsfunctionarissen behoedzaam als er gesproken wordt over een afnemende dreiging. Gewelddadige protesten en rellen in de Westelijke Jordaanoever zijn weliswaar afgenomen, en het aantal incidenten waarin mensen worden neergestoken of -geschoten is gehalveerd (twee maanden geleden was dit?gemiddeld ??n per dag). In zes maanden, van oktober 2015 tot maart van dit jaar, waren er 230 aanvallen waarin 34 Isra?li’s en buitenlandse toeristen en 121 Palestijnse aanvallers werden gedood. Velen hebben het gehad over een derde intifada (opstand), hoewel het Isra?lische leger liever de term “beperkte opstand” verkiest. Het voorkomen van bloedvergieten is onwaarschijnlijk, ook al omdat Isra?lische en Palestijnse leiders niet eens in dezelfde kamer kunnen zitten.

De uitdaging voor?de Isra?lische veiligheidsdiensten is echt veranderd. “In de tweede intifada [2000-2005] was er een duidelijke keten van?regie, financiering van aanslagen en rolverdeling” zegt een officier van de Israel Defence Force (IDF). “Je kon?een terroristische cel lokaliseren en uitschakelen. Nu kan iedere?Palestijn een potenti?le verdachte zijn en dat is onwenselijk. Je moet eigenlijk daders kunnen onderscheiden in het Palestijnse publiek.” En dat is veel makkelijker gezegd dan gedaan als je ziet dat de huidige?aanvallers geen eerdere betrokkenheid hadden bij gewelddadige activiteiten, ze vaak als individuen handelen of hoogstens in groepjes van twee of drie vrienden acteren en in sommige gevallen zelfs maar?dertien jaar zijn. De stafchef van de IDF, luitenant-generaal Gadi Eisenkot, gaf drie maanden geleden toe dat de Isra?lische veiligheidsdiensten geen enkele aanwijzing hadden over de aanslagen. Dat is nu iets verbeterd, mede door ongebruikelijke inlichtingenoperaties.

Nieuw intelligence paradigma

Het is?Isra?lische ministers tot nu toe niet gelukt om bedrijven als Facebook te overtuigen?om het aanzetten tot geweld door Palestijnen?van het platform?te verwijderen, maar de inlichtingendiensten?zien de?social media platformen als uitgelezen kans om dreigingen te monitoren. De gemiddelde dader is tussen de?15 en 25 jaar?en de meesten van?hen zijn actief op Facebook en Twitter. Vaak kun je (en zeker achteraf) hun intenties afleiden uit hun online gedrag.

“Het is een nieuw paradigma waarin we zien dat we niet alleen te maken hebben met individuen zonder organisatorisch verband, maar deze daders weten een week of zelfs de dag ervoor nog niet dat?ze een aanval gaan uitvoeren”, aldus de Isra?lische inlichtingendienst. “Wat we wel kunnen doen is analyses gebruiken op basis van rijk gevulde?profielen van daders uit het verleden. Wat was hun motief, wat inspireerde hen om te handelen? Op basis van gemeenschappelijke kenmerken kunnen we deze mensen dan lokaliseren.”

Typische online profielen bevatten vaak beschuldigingen in de richting van Isra?l die de al-Aqsa moskee op de Tempelberg in Jeruzalem “ontheiligde”, klachten over de Palestijnse leiders en berichten over de?”verloren generatie” of persoonlijke woede over een vermoord?familielid, vriend of buur. Dit gedrag gaat vaak gepaard met persoonlijke problemen, zoals gedwongen huwelijken, schuld en sociale uitsluiting. Sommige verdachten gaven tijdens het?verhoor toe dat ze een zelfmoordactie van plan waren en?als “martelaren” wilden eindigen.

Met behulp van speciaal ontwikkelde algoritmen zoekt men nu op social media-accounts van jonge Palestijnen wat al snel een lijst van potenti?le verdachten opleverde. In sommige gevallen heeft het IDF ook aanvallen kunnen stoppen, nog tijdens de voorbereidende handelingen. Tientallen jonge mannen en vrouwen hebben ook “waarschuwingsbezoeken” gehad door de Shin Bet (de inlichtingendienst) waarin zij en hun ouders te horen kregen dat ze in de gaten werden gehouden. Ook worden de namen gedeeld met de Palestijnse autoriteiten. Radicaliserende jongeren op het web worden met de tools op deze manier gestopt voordat ze zich aansluiten bij de Jihad.

“Inlichtingendiensten hebben nog nooit een grote aanslag (zoals de Intifada) kunnen voorspellen”.

Dit is slechts een van de vele interessante uitspraken?uit de genomineerde documentaire over de Shin Bet:

Bronnen: Cops In Cyberspace, The Economist

App: Outreach Smartphone Monitoring

OSM
Outreach Smartphone Monitoring (OSM) is een smartphone app waarmee personen onder toezicht gemonitord kunnen worden met moderne middelen. Het einde van de?enkelband? De app wordt in de VS al gebruikt door bijvoorbeeld de?reclassering en de app heeft o.a. een?gebiedscontrole (als iemand een gebiedsverbod heeft), video-conferencing, diverse formulieren en het bevat sancties en stimulansen. Een ander modern snufje is dat het ook samen kan werken met een klein Bluetooth blaastest apparaatje (dat de BAC waarde meet, ofwel Blood Alcohol Concentration).

osm2

OSM3

osm4


Bronnen: OSM

Protest op sociale media steeds vaker in besloten groepen

Uitingen op Facebook en andere sociale media tegen de komst van asielzoekerscentra liegen er niet om. Voorstanders roeren zich overigens ook volop. Toch kan de politie steeds minder uitwassen volgen, zegt TNO-onderzoeker Arnout de Vries in Delft. ?Mensen opereren vaker in besloten groepen.??Zo planden de groep mannen die op 9 oktober een tijdelijke noodopvang voor vluchtelingen in Woerden bestormden alles in een WhatsApp-groep.

?Terugtrappen naar Syri? en hopen dat ze geraakt worden door een Russische clusterbom.? ?Eruit met dat tuig.? ?Genoeg is genoeg. Kom in verzet en mail naar [email protected].? Het zijn slechts enkele uitingen die op Facebookpagina?s zijn te vinden. Openbaar welteverstaan. Gegevens van veel personen die zich op grove wijze uiten tegen asielzoekers zijn vaak eenvoudig te achterhalen.

Pagina?s tegen azc?s worden steevast door veel mensen geliked. Opvallend is de pagina ?Geldermalsen zegt nee tegen AZC?, die maar liefst ruim 4700 vrienden heeft. Er staat een groot aantal berichten op de pagina, met name over de gebeurtenissen in Geldermalsen zelf, maar ook over andere plaatsen. De pagina toont oproepen om te protesteren bij de gemeente, bijvoorbeeld door het schrijven van een brief.

?AZC-Alert? heeft een groot aantal pagina?s. De landelijke site springt er uit, met 2600 vrienden. Ook enkele plaatselijke sites doen het goed, zoals de AZC-Alertpagina van Eindhoven, met bijna 2000 vrienden. In sommige plaatsen is er slechts ??n lid: de beheerder van die pagina zelf.

Ook zijn er tal van sites die voor de komst van azc?s zijn. De Facebookpagina ?Asielzoekers welkom in Geldermalsen?, telt 600 vrienden. ?Gouda zegt JA tegen 500 asielzoekers? heeft 2000 vrienden. Op de pagina staan berichten om asielzoekers te steunen.

TNO-onderzoeker De Vries zegt dat de politie steeds meer moeite heeft om berichten op sociale media te volgen. ?De politie kijkt onder meer op YouTube, Facebook en Twitter. Maar als mensen in besloten groepen te werk gaan, wordt het moeilijker om hen in de gaten te houden.? Wel kan de politie infiltreren in besloten kringen, maar daarvoor is een speciale bevoegdheid nodig.

Een van de redenen dat mensen niet altijd meer vrijuit onder hun eigen naam hun mening verkondigen, is dat steeds meer bedrijven en overheden meekijken. ?Bedrijven kijken of jouw uitingen op sociale media niet schadelijk zijn voor de bedrijfsvoering. Dat kan ertoe leiden dat mensen worden ontslagen of dat mensen niet worden aangenomen.?

De politie probeert via onder meer monitoringssoftware uit te zoeken of bedreigingen ernstig genoeg zijn om in te grijpen. Toch blijft ook de inzet van mensen nodig, omdat computers niet altijd doorhebben wanneer teksten cynisch bedoeld zijn.

De Vries noemt het een voordeel dat er inmiddels zo?n 2000 twitterende wijkagenten zijn. Zij bekijken de digitale gedragingen van mensen in hun omgeving, maar proberen volgens de onderzoeker ook uitwassen in de kiem te smoren door via Twitter te reageren. Toch zijn er de afgelopen tijd meerdere keren protesten uit de hand gelopen, onder andere tegen azc?s in Geldermalsen en Heesch. De Vries geeft aan dat het niet altijd eenvoudig is om te interpreteren wat er gaat gebeuren. ?Vaak wordt er pas ingegrepen als er al sprake is van een incident. Een incident voorkomen is veel moeilijker.?

Bron: Reformatorisch Dagblad

Vuurwerk monitoring: Jacht op hinder

Met een geluiddectieysysteem, het monitoren van Twitter en Facebook en een mobiel vuurwerkteam dat surveilleert door de stad, moet de vuurwerkoverlast dit jaar worden teruggedrongen. De gemeente Utrecht zet alles op alles om vuurwerkhinder een halt toe te roepen. Dat blijkt na een dagje meedraaien in de meldkamer en een avond op de fiets nog lastig genoeg.

Anil, Mandy en Joeri staan te wachten voor een rood stoplicht in de Van Hoornekade, Zuilen. Het is tot nu toe een rustige dienst voor de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) van de gemeente Utrecht. Het trio is samen met een ander team deze avond op pad in Utrecht om te surveilleren en op overlastmeldingen af te gaan.Het licht is nog steeds rood als plots, aan de overkant van de drukke Marnixlaan, een harde knal klinkt. Onmiddellijk spieden de drie met hun ogen de overkant af. Waar is de afsteker heen? Hoe groot is de rookwolk die ervan afkomt? Is dat illegaal vuurwerk? Omdat de boa’s zich aan de verkeersregels moeten houden is dat het enige, dat ze kunnen doen. Als het licht op groen springt, schieten de drie weg, als ware de Tour de France voor heel even terug is in de stad.boa

De opsporingsambtenaren Anil, Mandy en Joeri overleggen met teamleader Geurts over het plan van aanpak.?

Helaas, een ‘heterdaadje’ zit er niet meer in. De bikers zijn te laat. Wat de drie nog kunnen doen, is een melding maken die zowel bij de gemeente meldkamer als bij de politie voorbijkomt. ,,Het kan zijn dat op basis daarvan de politie hier nog even langs komt en bij een paar woningen aanbelt. Dat maakt hopelijk genoeg indruk op die jochies, zodat ze niet nog een keer met vuurwerk gooien,” zegt Joeri.

De melding die het vuurwerkteam net heeft gemaakt komt binnen in de meldkamer op de dertiende verdieping van het Stadskantoor. Daar zitten drie operators te turen naar een aantal schermen, waarop kaarten van de stad zijn geprojecteerd.

media_l_3486358
Op de centrale in het Stadskantoor komen alle meldingen binnen en worden de vuurwerkteams aangestuurd.

Aansturen
Op die kaarten is goed te zien waar de vuurwerkoverlast zich concentreert. ,,Op die manier kunnen we onze mensen op straat goed en snel aansturen,” zegt teamleider Alex Geurts.

,,We hebben vooraf een aantal locaties aanegewezen waar op basis van eerdere meldingen de meeste overlast valt te verwachten. Dat zijn de hotspots. Op de kaarten kunnen we zien of de overlast zich verplaatst van die hotspots naar andere plekken in de stad. En als dat gebeurt kunnen we daar ook onze inzet op straat meteen op aanpassen.”

Dagelijks komen de mannen en vrouwen, die de vuurwerkoverlast tegen moeten gaan, bij elkaar voor een korte briefing. Daarin worden ze – iedere dag opnieuw – bijgepraat over de gevaren van vuurwerk en wat te doen als ze op een grote partij illegaal vuurwerk stuiten. Tassen gevuld met legaal vuurwerk tot 25 kilo mogen de boa’s zelf vervoeren, grotere partijen en illegaal vuurwerk zijn voor de politie. ,,We blijven het erin stampen, want de veiligheid van onze mensen is erg belangrijk,” zegt Geurts. ,,Iedere dag opnieuw het zelfde praatje.”

In de briefing komen ook de resultaten en de meldingen van de voorgaande dagen voorbij. Samenmet de mensen die de straat opgaan wordt besproken welke plekken in de stad nog eens extra bezocht kunnen worden.

“Omdat onze mensen via een gps-systeem perfect te volgen zijn, kunnen we in de meldkamer meteen zien welk team het snelst ter plekke kan zijn” -?Teamleider Alex Geurts

Geluiddetectie
Ook maakt de gemeente dit jaar voor het eerst gebruik van een geluiddectiesysteem. Op verschillende plekken in de stad zijn er microfoons geplaatst die harde knallen opnemen. ,,Het systeem meet hoe hard die knal is. En als het echt hard is, duidt dat vaak op illegaal vuurwerk. Omdat onze mensen via een gps-systeem perfect te volgen zijn, kunnen we in de meldkamer meteen zien welk team het snelst ter plekke kan zijn,” zegt teamleider Geurts. Waar die microfoons hangen wil de gemeente om tactische redenen niet kwijt.Daarbij komt dit jaar dat ook social media zoals Facebook, Twitter en Instagram nadrukkelijk worden afgezocht.Abdullah Pehlivan, die daarmee is belast, vertelt dat er via een groot aantal zoektermen gezocht kan worden op welke plekken mensen overlast ervaren. Ook zijn er jongeren die er foto’s en filmpjes plaatsen van ontploffend vuurwerk. ,,Het is een experiment en het kan ondersteunend werken aan alles wat we hier al doen,” aldus Pehlivan.

Terug naar de straat, waar Anil, Mandy en Joeri inmiddels door Overvecht fietsen. Dit is een van de wijken die vooraf als hotspot is aangemerkt en waar veel overlast verwacht wordt. Er is geen steegje of pleintje dat de bikers overslaan. En stuiten ze op een groepje hangjongeren, dan gaan ze een praatje aan.

,,Het is belangrijk dat we ons even laten zien,” verduidelijkt Mandy, terwijl ze stevig doortrapt. ,,Sinds 10 december zijn we iedere middag en avond op straat te vinden. Ze weten dat ze in de gaten gehouden worden.”

?”We kunnen niet op alle plekken tegelijk zijn, maar we doen ons best. Bovendien is het signaal ook belangrijk. We laten zien dat we er bovenop zitten” -?Opsporingsambtenaar Joeri

Nooit op tijd
Is de aanpak succesvol? Dat moet nog blijken, oudejaarsdag is pas over ruim een week. En hoewel de bikers strak worden aangestuurd en snel kunnen reageren, zijn ze vrijwel nooit op tijd en zijn de daders alweer weg.

Bovendien zijn er slechts zes bikers actief, op een stad die ruim 300.000 inwoners kent. ,,Dat is wel eens frustrerend,” zegt Joeri. ,,We kunnen niet op alle plekken tegelijk zijn, maar we doen ons best. Bovendien is het signaal ook belangrijk. We laten zien dat we er bovenop zitten.”

,,En”, zegt hij, ,,het is goed voor de conditie. ,,We fietsen zo’n 45 kilometer per dag.”

Bronnen: AD, TaxiPrijzenUtrecht