20160416_map503

Een nieuwe intelligence-paradigma. Zo noemen?veiligheidsbeambten van de Isra?l Defence Force (IDF) de sociale media waarop ze zoeken naar informatie over aanslagen en daders daarvan. Een enkeling gaat zelfs zo ver te stellen dat deze speurtochten op sociale media hebben geleid tot een daling van het aantal incidenten. Luitenant-generaal Gadi Eisenkot zegt dat het nu veel gemakkelijker is om lone wolfs of slapende cellen te vinden. Waar dat voorheen een langdurig opsporingsproces was, kan dat nu veel sneller ? door profielen aan elkaar te koppelen, door te zoeken naar vriendennetwerken, likes en shares. De doelgroep immers, tieners en twintigers die aanslagen willen plegen, is massaal online actief. ?We can build in-depth profiles of past
perpetrators, their motives and inspirations, and based on what they have in common locate those with similar characteristics?. En zo hebben tientallen mensen al thuis bezoek gehad van IDF-medewerkers met de vraag wat ze nu precies bedoelden met die posting op facebook, of met die tweet. ?The same tools through which they are pushed to join jihad could help to stop them before it is too late?, aldus het artikel.

Online?intifada?

Na zes maanden van geweld in Isra?l en de Palestijnse gebieden zijn de Isra?lische veiligheidsfunctionarissen behoedzaam als er gesproken wordt over een afnemende dreiging. Gewelddadige protesten en rellen in de Westelijke Jordaanoever zijn weliswaar afgenomen, en het aantal incidenten waarin mensen worden neergestoken of -geschoten is gehalveerd (twee maanden geleden was dit?gemiddeld ??n per dag). In zes maanden, van oktober 2015 tot maart van dit jaar, waren er 230 aanvallen waarin 34 Isra?li’s en buitenlandse toeristen en 121 Palestijnse aanvallers werden gedood. Velen hebben het gehad over een derde intifada (opstand), hoewel het Isra?lische leger liever de term “beperkte opstand” verkiest. Het voorkomen van bloedvergieten is onwaarschijnlijk, ook al omdat Isra?lische en Palestijnse leiders niet eens in dezelfde kamer kunnen zitten.

De uitdaging voor?de Isra?lische veiligheidsdiensten is echt veranderd. “In de tweede intifada [2000-2005] was er een duidelijke keten van?regie, financiering van aanslagen en rolverdeling” zegt een officier van de Israel Defence Force (IDF). “Je kon?een terroristische cel lokaliseren en uitschakelen. Nu kan iedere?Palestijn een potenti?le verdachte zijn en dat is onwenselijk. Je moet eigenlijk daders kunnen onderscheiden in het Palestijnse publiek.” En dat is veel makkelijker gezegd dan gedaan als je ziet dat de huidige?aanvallers geen eerdere betrokkenheid hadden bij gewelddadige activiteiten, ze vaak als individuen handelen of hoogstens in groepjes van twee of drie vrienden acteren en in sommige gevallen zelfs maar?dertien jaar zijn. De stafchef van de IDF, luitenant-generaal Gadi Eisenkot, gaf drie maanden geleden toe dat de Isra?lische veiligheidsdiensten geen enkele aanwijzing hadden over de aanslagen. Dat is nu iets verbeterd, mede door ongebruikelijke inlichtingenoperaties.

Nieuw intelligence paradigma

Het is?Isra?lische ministers tot nu toe niet gelukt om bedrijven als Facebook te overtuigen?om het aanzetten tot geweld door Palestijnen?van het platform?te verwijderen, maar de inlichtingendiensten?zien de?social media platformen als uitgelezen kans om dreigingen te monitoren. De gemiddelde dader is tussen de?15 en 25 jaar?en de meesten van?hen zijn actief op Facebook en Twitter. Vaak kun je (en zeker achteraf) hun intenties afleiden uit hun online gedrag.

“Het is een nieuw paradigma waarin we zien dat we niet alleen te maken hebben met individuen zonder organisatorisch verband, maar deze daders weten een week of zelfs de dag ervoor nog niet dat?ze een aanval gaan uitvoeren”, aldus de Isra?lische inlichtingendienst. “Wat we wel kunnen doen is analyses gebruiken op basis van rijk gevulde?profielen van daders uit het verleden. Wat was hun motief, wat inspireerde hen om te handelen? Op basis van gemeenschappelijke kenmerken kunnen we deze mensen dan lokaliseren.”

Typische online profielen bevatten vaak beschuldigingen in de richting van Isra?l die de al-Aqsa moskee op de Tempelberg in Jeruzalem “ontheiligde”, klachten over de Palestijnse leiders en berichten over de?”verloren generatie” of persoonlijke woede over een vermoord?familielid, vriend of buur. Dit gedrag gaat vaak gepaard met persoonlijke problemen, zoals gedwongen huwelijken, schuld en sociale uitsluiting. Sommige verdachten gaven tijdens het?verhoor toe dat ze een zelfmoordactie van plan waren en?als “martelaren” wilden eindigen.

Met behulp van speciaal ontwikkelde algoritmen zoekt men nu op social media-accounts van jonge Palestijnen wat al snel een lijst van potenti?le verdachten opleverde. In sommige gevallen heeft het IDF ook aanvallen kunnen stoppen, nog tijdens de voorbereidende handelingen. Tientallen jonge mannen en vrouwen hebben ook “waarschuwingsbezoeken” gehad door de Shin Bet (de inlichtingendienst) waarin zij en hun ouders te horen kregen dat ze in de gaten werden gehouden. Ook worden de namen gedeeld met de Palestijnse autoriteiten. Radicaliserende jongeren op het web worden met de tools op deze manier gestopt voordat ze zich aansluiten bij de Jihad.

“Inlichtingendiensten hebben nog nooit een grote aanslag (zoals de Intifada) kunnen voorspellen”.

Dit is slechts een van de vele interessante uitspraken?uit de genomineerde documentaire over de Shin Bet:

Bronnen: Cops In Cyberspace, The Economist

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *