Tagarchief: terrorisme

Hobbyspion Jimmy F.

F. werd eind augustus?door een arrestatieteam van zijn bed gelicht?vanwege een terreurdreiging in Rotterdam. Hij zou een ‘zeer alarmerend’ bericht hebben gestuurd over een aanslag in de Maassilo waarin specifiek een optreden van de Amerikaanse band Allah-Las werd genoemd.

De hbo-student Integrale Veiligheid wordt door anderen juist aangemerkt als een?amateurspion?die achter zijn computer jihadisten probeert op te sporen.?Uit?een anonieme brief aan GeenStijl?en bronnen van NRC Handelsblad zou blijken dat F.’s arrestatie berust op een misverstand. Op 31 augustus maakte justitie bekend dat F. alleen nog wordt verdacht van?opruiing, omdat er te weinig bewijs is voor terreurdreiging.


“We ontmoetten elkaar in een restaurant. (…) Ze was even oud als mijn moeder. Eind veertig. Witblond haar, aardige vrouw.”

Dit is wat Jimmy F. volgens een van zijn online-vrienden schreef over zijn eerste ontmoeting met iemand van de AIVD. Jimmy, die sinds?de terreurdreiging in Rotterdam?vastzit, vertelde haar over zijn speurwerk in chatgroepen op internet, hoe hij daar communiceerde met vermeende jihadisten.

De AIVD lijkt ge?nteresseerd in zijn bevindingen, maar geeft hem ook een waarschuwing mee. “Ze zei dat ik niets illegaals moest doen (…) Want dat zou betekenen dat ze me zouden opdragen om dingen te doen die tegen de wet zijn.”

Volgens een transcriptie van het chatgesprek met zijn online-vertrouweling zei Jimmy: “Ik heb haar ook gezegd hoe vreemd dit is. (…) Waar anderen gaan feesten, zit ik tot aan mijn nek in anti-terreurshit.”

Fragment uit chatgesprekken die Jimmy F. heeft via Telegram.

Een jonge student die infiltreert in IS-kanalen en zich voordoet als jihadist, maar ondertussen de politie tipt en geheime ontmoetingen heeft met inlichtingendiensten. Dat is het beeld dat rijst uit verschillende chatgesprekken.

De 22-jarige Jimmy F. uit Zevenbergen is een?hobbyspion, zegt zijn advocaat Karianne Bal. “De een schaatst of vist, de ander ontmaskert terroristen.”

Opruiing

Jimmy heeft haar bevestigd dat hij meerdere keren contact heeft gehad met de AIVD en de politie om inlichtingen door te spelen. Dat hij nu al een week in de cel zit in verband met de terreurdreiging vorige week in Rotterdam, noemt ze onterecht.

Want van enige betrokkenheid bij terrorisme is absoluut geen sprake, zegt Bal. “Hij heeft zich misschien onhandig uitgelaten in chatgesprekken op internet.” Ze wijst erop dat de rechter-commissaris tot nu toe geen bewijs ziet voor betrokkenheid bij terroristische misdrijven, maar hem alleen in de cel houdt?wegens opruiing. Het OM verdenkt hem nog wel altijd van betrokkenheid bij een terroristisch misdrijf.

Aanslagen

Vier weken geleden, op 1 augustus, komt Jimmy via berichtenservice Telegram in contact met ene Ayoub uit Spanje, die zich later Aghmed zou noemen. Al snel wisselen ze idee?n uit over de beste manier om aanslagen te plegen, blijkt uit screenshots van het gesprek. Het valt op dat de student veel vragen stelt: hij lijkt te willen achterhalen wat Ayoub van plan is en wat hij daarvoor nodig heeft. Jimmy bluft dat hij aan wapens kan komen en dat hij zelf bommen kan maken.

Ayoub lijkt al concrete plannen te hebben. Hij wil “iets groters dan de aanslag in Parijs”. Meerdere steden tegelijk aanvallen en ook ziekenhuizen. Jimmy gaat daarin mee.

De twee zitten ook in een chatgroep met andere leden. Een van hen noemt zich Azizz en zegt dat hij uit Libanon komt. Ook hij zegt een aanslag te willen plegen; hij toont zich een groot voorstander van het maken van een “martelaarsvideo”.

De beheerder is een Amerikaan die zich Jack noemt. Naar eigen zeggen is hij, net als Jimmy, iemand die op zoek is naar informatie over jihadisten. De twee weten dat ook van elkaar. Ayoub en Azizz lijken hen daadwerkelijk IS-aanhangers, maar: niets is zeker in de anonieme wereld van Telegram.

Drie strijders

Jimmy beweert dat hij drie strijders beschikbaar heeft om te helpen met een aanslag. Verdere details wil hij daarover niet prijsgeven. “Ik mag jou wel, Nederlandse broeder”, zegt Azizz. “Ik hou ervan hoe veiligheidsbewust jij bent.”

“Tja, ik ben een blanke bekeerling”, reageert Jimmy. “Ik ben slim en ik heb goede idee?n.”

In een gesprek met de NOS zegt beheerder ‘Jack’, die net als alle anderen anoniem wil blijven, dat rond 1 augustus de FBI bij hem op de stoep staat. “Ik heb de FBI laten weten dat Jimmy aan onze kant stond, dat hij geen sympathisant was van IS.”

Volgens Jack nam de FBI zijn account over om Ayoub en Azizz in de gaten te kunnen houden. Iets waar Jimmy van wist. Hij bleef ondertussen informatie lospeuteren, terwijl hij zichzelf voordeed als een extremist. Op een zeker moment richtte Jimmy zich ook rechtstreeks tot de Amerikaanse politiedienst.

Hoe de Nederlandse inlichtingendienst AIVD precies bij Jimmy terecht zou zijn gekomen, is onduidelijk. Volgens zijn advocaat heeft Jimmy verklaard dat hij vorig jaar de autoriteiten al eens waarschuwde voor een mogelijke dreiging. Jack stelt dat deze tip (via de AIVD) leidde tot de aanhouding van een Rotterdammer met een?kalasjnikov en een IS-afbeelding?in huis.

Jimmy’s advocaat zegt dat haar cli?nt door de politie in deze zaak als getuige is gehoord. “De politie en de AIVD wisten dus heel goed wie hij was.”

Optelsommen

Volgens Bal is door Jimmy absoluut niet gesproken over een concrete aanslag. “Mijn cli?nt wist niet eens van het bestaan van de Maassilo of de band Allah-Las. Daar hoorde hij pas voor het eerst over op het politiebureau.”

Wel noemde hij in een chatgesprek Rotterdam, wat vermoedelijk is opgepikt door de Spaanse inlichtingendienst, die alarm sloeg. “Toen zijn er heel veel optelsommen gemaakt en is men bij mijn cli?nt uitgekomen. Maar ik vraag me ten zeerste af of deze ophef wel nodig was geweest.”

Lot

Jack vindt dat de inlichtingendienst zijn vriend aan zijn lot heeft overgelaten. “Als de AIVD had gezegd dat Jimmy moest stoppen, was dit niet gebeurd. Maar zij zeiden dat hij door moest gaan.”

De appgroep met Ayoub (alias Aghmed) en Azizz wordt na drie weken opgeheven. Ze willen verder communiceren via veiliger kanalen. De online-vrienden van Jimmy zeggen niet te beschikken over die gesprekken. Ayoub en Azizz verdwijnen uit beeld.

Jack laat de NOS weten dat Ayoub wellicht, net als hij en Jimmy, een hobbyspion was. Die in dat geval nog een stap verder ging dan de Brabantse student, door actief te werven voor een aanslag. “Als hij doorgaat met wat hij doet, zal hij de controle verliezen en zullen er mensen sterven. Misschien wel heel veel.”

Arrestatie

Jimmy werd vorige week ’s nachts?gearresteerd?in zijn ouderlijk huis, na de ontruiming van concertzaal de Maassilo in Rotterdam. Advocaat Karianne Bal: “Het is volgens mijn cli?nt de AIVD geweest die hem belde op de avond van zijn arrestatie met de mededeling: jouw naam licht op, laat de politie weten dat jij helemaal losstaat van dat Maassilo-verhaal.”

Uit een gesprek tussen Jimmy en een van zijn contacten blijkt dat dit niet goed lukt: de politie neemt zijn verhaal ter kennisgeving aan.

“Een paar uur later werd Jimmy’s deur er door de politie met een stormram uit gebeukt”, zegt Bal. Met die klap eindigt de online spionage van de 22-jarige student uit Zevenbergen.

Het gesprek met de blonde mevrouw van de AIVD, waar Jimmy een van zijn vrienden over vertelde, eindigt volgens de transcriptie met een fietstocht terug naar Zevenbergen. “Ik moest een fucking omweg nemen om op een bepaalde weg naar mijn huis te komen, zodat ik uit de richting van mijn werk kwam en mijn ouders niet wantrouwend zouden worden.”

Jimmy: “Ik voelde me een soort verzetsstrijder uit de Tweede Wereldoorlog.”

Bronnen: NRC, Hart van Nederland, NOS, OmroepBrabant, NOS

Facebook bestrijdt terroristen met speciale eenheid

Op Facebook is er geen plek voor terroristen?. Het sociale netwerk licht tipje van de sluier op.?Rob Goossens en Silvan Schoonhoven gaven in De Telegraaf?een klein inkijkje:?

Facebook bestrijdt terroristen met een speciale eenheid. Het bedrijf heeft 150 mensen die zich alleen bezighouden met speuren naar terreurcontent op het platform. Facebook gaf een zeldzaam inkijkje. ?Voor terroristen willen wij een erg vijandige omgeving zijn.?

In twee schema?s is te zien hoe geheime diensten Facebookprofielen van jihadisten aan elkaar knopen. In het bovenste schema van een paar jaar geleden treden jihadisten nog open en bloot met foto en al naar buiten. Toen gooide IS het beleid om en kozen jihadi?s voor anonieme lege profielen (onder). The Interdisciplinary Cyber Rese

?Succes met de strijd in Raqqah?, wenst een Facebookvriend zijn Nederlandse broeder Marouane B. toe. ?Moge Allah je bijstaan.? Marouane maakt op zijn Facebookpagina geen geheim van het feit dat hij in Syri? aan het strijden is met foto?s van triomfantelijke mannen met zwarte banden om en de tekst ?Roestige wapens? We lopen nog steeds met de mode mee!?.

De pagina van de Arnhemse ex-rapper en jihadist B., tegen wie nu een rechtszaak loopt, verdwijnt af en toe en verschijnt dan onder een iets andere naam opnieuw online. Maar vertel Monika Bickert, directeur Global Policy Management van Facebook, niet dat het bedrijf niet actief aan terrorismebestrijding doet.

Bickert: ?Mensen vragen ons: zitten jullie te wachten totdat mensen een account rapporteren? Natuurlijk niet! We hebben 150 mensen in dienst die zich op terrorismebestrijding richten en zij beheersen dertig verschillende talen.?

Facebook gebruikt algoritmes om te herkennen of pagina?s gelijkenissen vertonen met eerder verwijderde pagina?s. Daarbij kijkt het niet alleen naar de inhoud, maar ook naar de mensen die een pagina leuk vinden.

?De opvattingen van Facebook zijn altijd helder geweest?, stelt Bickert. ?Het is onze eerste prioriteit om terroristische content te verwijderen. In de meeste gevallen slagen we erin om pagina?s al te verwijderen voordat ze door gebruikers zijn gerapporteerd.?

Rapporteren

Feilloos is het systeem niet, zo bewijst het voorbeeld van Marouane. Het blijft dan ook belangrijk dat gebruikers tevens blijven opletten. Bickert: ?Als we een rapportering binnenkrijgen op basis van terrorisme, dan heeft die prioriteit.?

Ook de context van foto?s en video?s blijft een lastig aspect. Voor mensen is het vaak duidelijk wat de intentie is als iemand een foto of bericht met een bepaalde lading plaatst. Maar algoritmes komen daar niet altijd uit.

Bickert: ?Als we bijvoorbeeld kinderporno detecteren, wordt die altijd verwijderd. Er is simpelweg geen goede reden om die te delen. Maar een IS-vlag kan ook boven een nieuwsartikel staan. In dat laatste geval zullen we de afbeelding natuurlijk niet verwijderen.?

Ondergronds

Volgens de Isra?lische cyberjihadexpert Daniel Cohen van het International Center of Security Studies werpt de aanpak van Facebook vruchten af. IS heeft het roer sinds enige tijd volledig omgegooid en sindsdien wordt ervoor gezorgd dat strijders zoveel mogelijk offline blijven. ?Op een gegeven moment zagen we dat ze allemaal ondergronds gingen?, stelt Cohen. ?Ze realiseerden zich dat de informatie werd gebruikt en dat er in Europa online bewijs tegen hen werd verzameld.?

Dat is anders geweest, vertelt hij. ?Die lui worden tegenwoordig opgeleid in online anonimiteit. Toen strijders net begonnen terug te keren uit Syri? was het makkelijk om hun online-sporen te vinden. Ze plaatsen gewoon foto?s met afgehakte hoofden en selfies op het slagveld.?

?Het beroemdste voorbeeld is de ?Kiwi Jihadi? uit Nieuw-Zeeland. Hij zette de hele dag door van alles op sociale media met de co?rdinaten erbij. Een prima informatiebron voor de diensten dus. Zijn schuilplaatsen werden voortdurend gebombardeerd. Inmiddels keren de jihadisten zich af van de traditionele sociale media zoals Facebook. Ze durven ook minder WhatsApp te gebruiken, omdat dat van Facebook is. Berichtendienst Telegram zit veel minder fanatiek achter jihadisten aan.?

Als het bedrijf naar aanleiding van een melding vermoedens heeft dat een gebruiker gevaarlijke plannen heeft, kan het de autoriteiten inschakelen. Denk bijvoorbeeld aan iemand die in een video op Facebook zegt een bom te gaan plaatsen. Dat betekent niet dat het bedrijf toegang geeft tot berichten die via WhatsApp en Messenger worden verstuurd, twee chatdiensten van het bedrijf. Bickert: ?Omdat die berichten versleuteld worden verstuurd, heeft Facebook geen toegang tot de inhoud. Maar dat betekent niet dat we niets kunnen doen. Soms krijgen we bijvoorbeeld de vraag of een account bestaat. Daar kunnen we antwoord op geven.?

En wat nou als inlichtingendiensten willen weten met wie iemand contact heeft? ?We hebben een proces voor noodoproepen?, vertelt ze. ?Elk verzoek gaat naar onze juristen en wordt daar gewogen.?

Maar de vraag over de contacten van jihadisten, die blijft onbeantwoord. Waarmee weer duidelijk wordt: Facebook wil graag uitleggen wat het doet tegen terrorisme, maar het blijft een gevoelig onderwerp.

Bronnen: De Telegraaf

Maatschappelijke ontwikkelingen en hun implicaties voor Gebiedsgebonden politiewerk: Een verkenning

Bij Gebiedsgebonden Politiewerk (GGP) is het politiewerk ingebed in de samenleving. Kernbegrippen zijn: dichtbij georganiseerd, kennen en gekend worden, werken aan een breed scala van veiligheidsproblemen, zowel reactief, preventief als proactief optreden, samenwerking met uiteenlopende andere partijen en betrokkenheid van burgers. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft onderzoek laten doen naar de invloed van maatschappelijke ontwikkelingen op GGP en, indien nodig, hoe deze verder geprofessionaliseerd zou kunnen worden. De meest in het oog springende ontwikkelingen die van invloed zijn op het werk van de politie en het gebiedsgebonden werk daarbinnen zijn:

  • Decentralisaties in het sociaal domein;
  • Digitalisering inclusief sociaal media;
  • Demografische ontwikkelingen, migratie en vluchtelingen;
  • Radicalisering, terrorisme en terreurdreiging;
  • Internationalisering van misdaad en ondermijnende criminaliteit;
  • Groei van toerisme, evenementen en horeca.

In deze rapportage worden de resultaten van het onderzoek beschreven. Per gesignaleerde maatschappelijke ontwikkeling worden de implicaties voor het gebiedsgebonden politiewerk en de daarmee samenhangende mogelijke professionaliseringsnoodzaak geschetst.

Digitalisering en sociale media be?nvloeden het GGP. Daarbij gaat het om de organisatie van het politiewerk, de communicatie onderling en met burgers, omgaan met de berichten en beelden die op internet circuleren en het benutten van data ten behoeve van de optimalisering van het gebiedsgebonden politiewerk. De digitale mogelijkheden hebben direct betrekking op de kern van GGP, namelijk dicht bij de burger staan, weten wat er speelt, tijdig signalen opvangen waarop reacties nodig zijn en in direct contact staan met andere betrokkenen. Goed omgaan met digitale mogelijkheden verhoogt de efficiency en de effectiviteit van GGP. De ontwikkelingen in digitalisering en sociale media stellen aan de politie permanent nieuwe eisen die vragen om competenties in het bijzonder op de volgende terreinen:

  • Effectieve informatie en communicatie via gangbare en aan populariteit winnende sociale media;
  • Kennis van bestaande en nieuwe vormen van cybercrime en de wijze waarop die zich bij de bewoners van de wijken manifesteren;
  • Effectief sociale netwerken opbouwen, onderhouden en benutten;
  • Inwinnen, verwerken, opslaan en analyseren van data ten behoeve van de optimalisering van het GGP; ? omgaan met digitale financi?le administratieve en operationele tools ter ondersteuning van het politiewerk.

[slideshare id=75598435&doc=maatschappelijkeontwikkelingenenhunimplicatiesvoorggp-170502121238&type=d]

Bronnen: WODC

Congres radicalisering en terrorisme

terugblik congres

Op 31 mei en 1 juni 2016 vond op The Hague Security Delta Campus in Den Haag, de internationale stad?van vrede, recht en veiligheid het congres Radicalisering & Terrorisme plaats waar ervaringsdeskundigen?en experts werkzaam bij de overheid, wetenschap en het bedrijfsleven samenk wamen om kennis en?ervaringen uit te wisselen over de aanpak van radicalisering en terrorisme om zodoende van elkaar te?leren.

robdewijk

Volgens Rob de Wijk zijn radicalisering en de kans op een terroristische aanslag niet de grootste veiligheidsrisico?s voor Europa. Grotere dreigingen vormen de conflicten aan de oostgrens
van Europa (Oekra?ne) en de toenemende spanningen in de Oost en Zuid-Chinese zee. Rob de Wijk is van oordeel dat het aantal geradicaliseerde jongeren in Europa redelijk ?behapbaar? is. Desondanks vormt een terroristische aanslag een dreiging voor Europa, gezien de grote psychologische effecten van een aanslag op de samenleving.

De grondoorzaken van radicalisering in de Arabische wereld zijn volgens Rob de Wijk gelegen in de grote en snelle veranderingen in de Arabische landen sinds de olie booming business werd. In tijden van veranderingen zoeken mensen naar houvast. In het Westen zijn dit mobiliserende ismes, zoals het communisme of socialisme. In de Arabisch wereld wordt veelvuldig teruggegrepen op de?glorietijd van de Islam. Religie is in veel van deze landen het enige bindmiddel. De voedingsbodem voor het ontstaan van terroristische organisaties krijgt vervolgens een impuls wanneer machtsvacua ontstaan, zoals in Irak en Libi?. Daarnaast dragen ook externe gebeurtenissen bij aan de voedingsbodem voor radicalisering in deze landen. Voorbeelden daarvan zijn de manier waarop gevangen zijn behandeld in Guantanamo Bay en Abu Ghraib en de Amerikaanse invasie in Irak. Er is een patroon zichtbaar in de manier waarop terroristische organisaties tot stand komen en handelen. Terroristische organisaties komen tot stand door zich af te keren van de maatschappij, het cre?ren van een enclave van het ware geloof en vervolgens het voeren van een tegenoffensief tegen de maatschappij. Terroristische organisaties kiezen vaak voor doelwitten van symbolische aard en met een kans op veel slachtoffers. Het openbaar vervoer en luchthavens zijn de populairste doelwitten. Daarnaast geven terroristische organisaties de voorkeur aan simpele methoden om de slagingskans te maximaliseren. Landen die volgens de Rob de Wijk momenteel het meeste risico lopen zijn Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Belgi?.

Carl Steinmetz

Carl Steinmetz is van mening dat de Nederlandse aanpak zich teveel richt op de curatieve, repressieve en individualistische aanpak van radicalisering. Volgens hem is er meer aandacht nodig voor een preventieve en collectivistische aanpak. Hij roept de overheid daarom op om een groter gedeelte van het huidige budget te besteden aan het voorkomen van radicalisering.

Carl Steinmetz maakt onderscheid tussen het gedachtegoed en de aanpak van de individualist en de collectivist. De individualist gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid van een persoon. De oorzaak van problematisch gedrag wordt als gevolg bij de persoon gezocht en leidt tot een aanpak welke zich richt op het aanpakken van daders. Voorbeelden hiervan zijn de ?lik op stuk? aanpak, de persoonsgerichte aanpak en het straffen middels gevangenisstraffen. De collectivist gaat daarentegen uit van de onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid van personen.

De?oorzaken van problematisch gedrag worden gezocht in het systeem: de familie en maatschappij. Als gevolg richt de aanpak zich op het betrekken van opvoeders, grootfamilie, buurt en maatschappij?voor het bieden van een alternatief. In het specifieke geval van radicalisering richt de collectivistische aanpak zich op het adresseren van risicofactoren van radicalisering. Volgens Carl Steinmetz zijn deze risicofactoren armoede, uitsluiting en immigratieprocessen. Er is sprake van een groeiende groep jongeren die zich ontheemd voelen, zich afzonderen of zich terugtrekken in de eigen gemeenschap, welke vatbaar zijn voor radicalisme. Om tot passende interventies te komen op het onderwerp radicalisering stelt Carl Steinmetz voor om ?vredesbesprekingen? te organiseren tussen individualisten en collectivisten. De agenda zou kunnen bestaan uit het bespreken van de interventies die behoren bij het beperken van de instroom aan radicale jongeren.

Volgens Carl Steinmetz zijn armoede en uitsluiting gemakkelijker aan te pakken, dan radicalisering. Radicale jongeren begeven zich immers onder de radar en vragen om een grote inzet van politie en justitie.

nicole bogers

Terrorisme is een wicked problem, omdat er geen eenduidige definitie bestaat van het probleem en het lastig is om tot een eenduidige en sluitende oplossing te komen. Een wicked problem
wordt in de bestuurskunde gekenmerkt door een niet eenduidige probleemdefinitie, de inzet van meerdere instrumenten, een focus op de instrumenten om het probleem te defini?ren, verschillende?belangen en wereldbeelden en veel partijen die iets aan het probleem willen doen. Volgens Edwin Bakker vormt terrorisme geen grote fysieke dreiging, aangezien er jaarlijks vijf tot tien?dodelijke slachtoffers vallen. Het is echter begrijpelijk dat het hoog op de politieke agenda staat gezien de aantallen uitreizigers en de aanslagen in Frankrijk en Belgi?.

Nederland staat bekend om de zogenaamde ?Dutch Approach?, ook wel gekscherend de ?confetti approach? genoemd. Nederland kent een brede benadering, van preventie tot repressie. Ter illustratie:?na de treinkaping bij de Punt was de Nederlandse overheid in gesprek met de Molukse gemeenschap, maar reed zij ook met pantservoertuigen door de wijken. Het mankement van de brede benadering is echter dat er te weinig zicht is op wat werkt. Edwin Bakker pleit voor het meer uitwisselen van ervaringen over wat wel en wat niet werkt om zo van elkaar te leren en interventies te verfijnen. Tot slot pleit Edwin Bakker voor meer aandacht voor het beperken van de hoofddoelstelling van terrorisme, het generen van impact.

Om het effect van een aanslag te beperken moeten we?werken aan de weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Investeringen in crisiscommunicatie, impactmanagement en het kennen van de partijen die een dempend effect kunnen hebben op de samenleving dragen daar aan bij.

In haar functie houdt Nicole Bogers zich voornamelijk bezig met het voorkomen van een terroristische aanslag in Nederland. De politie maakt onderdeel uit van een bredere aanpak, welke beschreven staat in de Nederlandse contraterrorisme-strategie en het actieprogramma integrale aanpak jihadisme. De bijdrage van de politie bestaat uit het verzamelen van informatie over potenti?le dreigingen en netwerken, het voorkomen van de verspreiding van Jihadistisch materiaal, het beschermen van personen, objecten en processen en handhaving en toezicht. De politie zorgt voor de lokale verbinding middels de wijkagent. Daarnaast is de politie een geoefende responsorganisatie in het geval een aanslag plaatsvindt. Wat kun jij bijdragen? Volgens Nicole Bogers kunnen professionals en burgers een bijdrage leveren door bewust te zijn van wat ze zien op straat en zicht te hebben op ontwikkelingen in hun buurt. Nicole Bogers merkt op dat naast het jihadisme, links en rechtsextremisme net zo relevant zijn. Om het ongewone te kunnen zien, moeten we bekend zijn met het gewone. Kleine stukjes informatie kunnen het verschil maken voor de politie.

Nicole Bogers geeft tot slot de volgende drie boodschappen mee aan professionals:
1) Netwerken kunnen het best worden aangepakt via netwerken. Welk netwerk maakt jij deel van uit en hoe gemakkelijk deel jij informatie?
2) Kennis ontwikkeling, borging en overdracht is belangrijk. Weet jij waar je de juiste informatie kunt vinden en aan wie je om informatie kunt vragen? Draag jij informatie over?
3) Het tegengaan van radicalisering vraagt ook om het tegengaan van polarisatie. We hebben een taak om het midden te verstevigen en te laten horen, ook als professional. Belangrijker dan het wat, is het wie een bijdrage levert in het maken van het verschil.

Massoud Djabani

Massoud Djabani behoorde in de jaren zeventig tot een Iraanse terroristische organisatie en schets een beeld van hoe het proces van radicalisering en indoctrinatie in zijn werk gaat. Preventie is volgens hem enorm belangrijk, aangezien een geradicaliseerde jongere moeilijk meer is te bereiken. Hij pleit voor het vroegtijdig onderwijzen van kinderen in geschiedenis en filosofie om de
weerbaarheid tegen radicaal gedachtegoed te verhogen. Het zaadje van twijfel, wat nodig is voor deradicalisering, is moeilijk te planten als een jongere het radicale pad al is opgegaan. Massoud Djabani deradicaliseerde toen hij drie maanden in een ziekenhuisbed terecht kwam en geen kant op kon. Bij terugkomst in de groep, bemerkte hij al snel dat er geen ruimte was voor zijn kritische vragen. Massoud Djabani beschrijft radicalisering als een proces van vier fasen: werving, isolatie, desori?ntatie en hersenspoeling. In de eerste fase, de werving, worden emoties aangewakkerd, haat gezaaid, een vijandbeeld gecre?erd en wordt de jongere een utopie voorgespiegeld. Na de werving wordt de jongere uit zijn omgeving ge?soleerd. Daarna ontstaat desori?ntatie, waarna de jongere wordt gehersenspoeld. Het hersenspoelen gebeurt in eerste instantie door te manipuleren en emoties aan te wakkeren. Vervolgens wordt de jongere overspoeld met beelden van geweld, wordt hij constant met haat ge?njecteerd en worden vijanden ontmenselijkt. Tot slot is de jongere in de voltooiende fase ge?ndoctrineerd, is zijn identiteit verwisseld en gelooft hij of zij dat het doel alle middelen heiligt. Technieken die terroristische groepen gebruiken om iemand te dissoci?ren zijn het afbreken van identiteit, het geven van een nieuwe naam en het ontmenselijken van anderen. Als gevolg wordt de eigen identiteit als het ware ?ontkoppeld? en dringen misdaden niet door.

Het losmakingsproces van een terroristische groep begint met een zaadje van twijfel, wat tot het herstel van het kritisch denkvermogen leidt. Volgens Massoud Djabani is begeleiding noodzakelijk voor jongeren die zich losmaken van een terroristische organisatie. Deze jongeren hebben een toekomstperspectief en structuur nodig. Daarnaast zijn de jongeren getraumatiseerd en is verwerking van trauma?s noodzakelijk. Tot slot is het noodzakelijk om te investeren in de persoon en zijn of haar kwaliteit te benadrukken.

Arnout2?rolf van wegberg

Arnout de Vries en Rolf van Wegberg laten zien dat het ouderwetse beeld van een terrorist achterhaald is. De moderne terrorist gebruikt sociale media voor het rekruteren van nieuwe leden en is actief op het DarkWeb, bijvoorbeeld om aan wapens te komen voor terroristische activiteiten. Arnout de Vries en Rolf van Wegberg brengen de mogelijkheden van nieuwe technieken als gamification, crowdfunding en HD terrorisme in beeld. Tot slot laten zij zien welke kansen het gebruik van sociale media en het DarkWeb bieden voor het online interveni?ren tegen terroristische organisaties.

selmar smit?peter de kock

In welke mate is terroristisch gedrag te voorspellen en kunnen we vroegtijdig op dat gedrag anticiperen? Hoe kan de kracht van de computer, middels Artificial Intelligence en Machine Learning,
gecombineerd worden met creativiteit en expert kennis? En wat kunnen we leren van fictief terroristische gedrag uit boeken en films? Pandora Intelligence en TNO hebben hun krachten gebundeld in het aanleggen van een database bestaande uit meer dan 500.000 terroristische incidenten met daarin informatie van terroristische aanslagen en filmscenario?s en verhalen uit boeken over?terroristische aanslagen. De incidenten zijn opgebouwd uit twaalf verhaalcomponenten met onderliggende subcomponenten. De database is op twee manieren innovatief. In de eerste plaats worden?filmscenario?s en verhalen uit boeken gebruikt om beter te kunnen anticiperen op terrorisme en alternatieve scenario?s naar voren te brengen. In de tweede plaats vormt de database de basis voor een model om terroristische scenario?s te voorspellen. Op basis hiervan kan beter worden gereageerd, voorkomen en voorbereid.

Victor Kallen

Welke type individuen voelt zich aangetrokken tot gewelddadige gemeenschappen, ongeacht de specifieke religieuze of politieke signatuur? Waardoor onderscheiden individuen zich die, als eenling?of als lid van een gemeenschap, waarschijnlijk dader van een gewelddadig delict worden? Hoe kan state-of-the art kennis uit de ontwikkelingspsychologie bijdragen aan een adequate, en vooral tijdige, identificatie van de meest waarschijnlijk gewelddadige individuen binnen bijvoorbeeld een specifieke gemeenschap/organisatie? Victor Kallen laat zien welke factoren gewelddadige daders van niet gewelddadige daders en ?gewone burgers? onderscheiden. Het gaat hier om (agressief en depressief) gedrag als kind, prenatale complicaties, slechte/criminele vrienden/familie, middelengebruik, lage motivatie voor school, wonen in een achterstandswijk, geschiedenis van delinquentie (lid van een bende), gezinsfactoren (opvoedingsstijl, gebrekkig toezicht,
slechte relatie met ouders, mishandeling, verwaarlozing en hoe deze factoren in elkaar grijpen tot een relatief coherent beeld dat de ontwikkeling tot een jong volwassen ?high risk? individu voorspelt.

Interessant leesvoer:?

Evaluatie van de nationale contraterrorisme-strategie 2011-2015,?Universiteit Utrecht in opdracht van het WODC
De evaluatie van de nationale contraterrorisme-strategie maakt inzichtelijk welke bijdrage de strategie 2011-2015 heeft geleverd aan het
verminderen van het risico op aanslagen, het verminderen van de vrees voor aanslagen, en het beperken van de mogelijke schade na
aanslagen.

Onderzoek naar ?Triggerfactoren in het radicaliseringsproces?
Universiteit van Amsterdam, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken
Het onderzoek Triggerfactoren in het radicaliseringsproces is de eerste grote systematische literatuurstudie die is gedaan naar alles wat over
triggerfactoren bekend is in nationaal en internationaal onderzoek. Uit de studie blijkt dat nooit ??n enkele factor ervoor zorgt dat iemand
radicaliseert.

Onderzoek in opdracht van de Rechtbank Rotterdam ?Bestemming Syri??
Universiteit Leiden en Universiteit van Amsterdam
Het onderzoek Bestemming Syri? brengt de leefsituatie van Nederlanders in gebieden in Syri? die in 2014 niet meer gecontroleerd werden
door het al-Assad regime in kaart. Het onderzoek concludeert dat het overgrote deel van de Nederlandse uitreizigers in 2014 terecht kwam
bij IS of Jabbat al Nusra en dat de meerderheid van Nederlandse mannen is afgereisd om een bijdrage te leveren aan de gewapende strijd.

AIVD-publicatie ?Leven bij ISIS, de mythe ontrafeld?
Volgens de AIVD publicatie maken Nederlanders die afreizen naar ISIS-gebied willens en wetens de keuze om zich aan te sluiten bij een
terroristische groepering. Hiermee ondersteunen zij de gewelddadige strijd voor een islamitische staat. Het leven in ISIS-gebied is echter
zwaar. ISIS ontwikkelt zich steeds meer tot een totalitair regime. ISIS-propaganda schetst een idylle van het leven in het ?kalifaat?, die niet
strookt met de werkelijkheid. Inlichtingenonderzoek laat zien dat de omstandigheden juist erbarmelijk zijn.

Bronnen: SBO

Social Media tegen terrorisme

20160416_map503

Een nieuwe intelligence-paradigma. Zo noemen?veiligheidsbeambten van de Isra?l Defence Force (IDF) de sociale media waarop ze zoeken naar informatie over aanslagen en daders daarvan. Een enkeling gaat zelfs zo ver te stellen dat deze speurtochten op sociale media hebben geleid tot een daling van het aantal incidenten. Luitenant-generaal Gadi Eisenkot zegt dat het nu veel gemakkelijker is om lone wolfs of slapende cellen te vinden. Waar dat voorheen een langdurig opsporingsproces was, kan dat nu veel sneller ? door profielen aan elkaar te koppelen, door te zoeken naar vriendennetwerken, likes en shares. De doelgroep immers, tieners en twintigers die aanslagen willen plegen, is massaal online actief. ?We can build in-depth profiles of past
perpetrators, their motives and inspirations, and based on what they have in common locate those with similar characteristics?. En zo hebben tientallen mensen al thuis bezoek gehad van IDF-medewerkers met de vraag wat ze nu precies bedoelden met die posting op facebook, of met die tweet. ?The same tools through which they are pushed to join jihad could help to stop them before it is too late?, aldus het artikel.

Online?intifada?

Na zes maanden van geweld in Isra?l en de Palestijnse gebieden zijn de Isra?lische veiligheidsfunctionarissen behoedzaam als er gesproken wordt over een afnemende dreiging. Gewelddadige protesten en rellen in de Westelijke Jordaanoever zijn weliswaar afgenomen, en het aantal incidenten waarin mensen worden neergestoken of -geschoten is gehalveerd (twee maanden geleden was dit?gemiddeld ??n per dag). In zes maanden, van oktober 2015 tot maart van dit jaar, waren er 230 aanvallen waarin 34 Isra?li’s en buitenlandse toeristen en 121 Palestijnse aanvallers werden gedood. Velen hebben het gehad over een derde intifada (opstand), hoewel het Isra?lische leger liever de term “beperkte opstand” verkiest. Het voorkomen van bloedvergieten is onwaarschijnlijk, ook al omdat Isra?lische en Palestijnse leiders niet eens in dezelfde kamer kunnen zitten.

De uitdaging voor?de Isra?lische veiligheidsdiensten is echt veranderd. “In de tweede intifada [2000-2005] was er een duidelijke keten van?regie, financiering van aanslagen en rolverdeling” zegt een officier van de Israel Defence Force (IDF). “Je kon?een terroristische cel lokaliseren en uitschakelen. Nu kan iedere?Palestijn een potenti?le verdachte zijn en dat is onwenselijk. Je moet eigenlijk daders kunnen onderscheiden in het Palestijnse publiek.” En dat is veel makkelijker gezegd dan gedaan als je ziet dat de huidige?aanvallers geen eerdere betrokkenheid hadden bij gewelddadige activiteiten, ze vaak als individuen handelen of hoogstens in groepjes van twee of drie vrienden acteren en in sommige gevallen zelfs maar?dertien jaar zijn. De stafchef van de IDF, luitenant-generaal Gadi Eisenkot, gaf drie maanden geleden toe dat de Isra?lische veiligheidsdiensten geen enkele aanwijzing hadden over de aanslagen. Dat is nu iets verbeterd, mede door ongebruikelijke inlichtingenoperaties.

Nieuw intelligence paradigma

Het is?Isra?lische ministers tot nu toe niet gelukt om bedrijven als Facebook te overtuigen?om het aanzetten tot geweld door Palestijnen?van het platform?te verwijderen, maar de inlichtingendiensten?zien de?social media platformen als uitgelezen kans om dreigingen te monitoren. De gemiddelde dader is tussen de?15 en 25 jaar?en de meesten van?hen zijn actief op Facebook en Twitter. Vaak kun je (en zeker achteraf) hun intenties afleiden uit hun online gedrag.

“Het is een nieuw paradigma waarin we zien dat we niet alleen te maken hebben met individuen zonder organisatorisch verband, maar deze daders weten een week of zelfs de dag ervoor nog niet dat?ze een aanval gaan uitvoeren”, aldus de Isra?lische inlichtingendienst. “Wat we wel kunnen doen is analyses gebruiken op basis van rijk gevulde?profielen van daders uit het verleden. Wat was hun motief, wat inspireerde hen om te handelen? Op basis van gemeenschappelijke kenmerken kunnen we deze mensen dan lokaliseren.”

Typische online profielen bevatten vaak beschuldigingen in de richting van Isra?l die de al-Aqsa moskee op de Tempelberg in Jeruzalem “ontheiligde”, klachten over de Palestijnse leiders en berichten over de?”verloren generatie” of persoonlijke woede over een vermoord?familielid, vriend of buur. Dit gedrag gaat vaak gepaard met persoonlijke problemen, zoals gedwongen huwelijken, schuld en sociale uitsluiting. Sommige verdachten gaven tijdens het?verhoor toe dat ze een zelfmoordactie van plan waren en?als “martelaren” wilden eindigen.

Met behulp van speciaal ontwikkelde algoritmen zoekt men nu op social media-accounts van jonge Palestijnen wat al snel een lijst van potenti?le verdachten opleverde. In sommige gevallen heeft het IDF ook aanvallen kunnen stoppen, nog tijdens de voorbereidende handelingen. Tientallen jonge mannen en vrouwen hebben ook “waarschuwingsbezoeken” gehad door de Shin Bet (de inlichtingendienst) waarin zij en hun ouders te horen kregen dat ze in de gaten werden gehouden. Ook worden de namen gedeeld met de Palestijnse autoriteiten. Radicaliserende jongeren op het web worden met de tools op deze manier gestopt voordat ze zich aansluiten bij de Jihad.

“Inlichtingendiensten hebben nog nooit een grote aanslag (zoals de Intifada) kunnen voorspellen”.

Dit is slechts een van de vele interessante uitspraken?uit de genomineerde documentaire over de Shin Bet:

Bronnen: Cops In Cyberspace, The Economist

(T)ERROR

terror 2doc

(T)ERROR is de eerste documentaire ter wereld waarbij de filmmakers ‘meelopen’ tijdens een FBI-operatie met betrekking tot terrorismebestrijding. De 63-jarige Saeed ‘Shariff’ Torres was ooit actief bij de militante Afro-Amerikaanse politieke organisatie Black Panthers en werkt nu als FBI-informant. Zonder zijn superieuren op de hoogte te stellen nodigt hij de filmmakers Lyric R. Cabral en David Felix Sutcliff uit hem te volgen bij zijn laatste opdracht voor de FBI. Torres moet in Pittsburgh vriendschap sluiten met de blanke tot de islam bekeerde Ali Al- Akili (foto hieronder), die in het openbaar pro-terroristische uitspraken heeft gedaan.

terror-2doc-achter

Deze Informant die zelf onwennig met social media was en zijn Facebookpagina door de FBI liet bijwerken, werd uiteindelijk door de POI (Person of Interest) Ali Al- Akili?onderkend?via Facebook. De filmmakers stuiten op verrassende onthullingen, niet alleen over Torres verleden, maar ook over de duistere argumenten voor zijn huidige missie. Hoe ver gaat terreur en welke vrijheden staan we toe om terreur te voorkomen?


In de must-read over watchlists lees je meer over de manier waarop de FBI werkt in de Verenigde Staten en de risico’s die hieraan kleven.?Op De Correspondent linkt Dimitri Tokmetzis naar twee verontrustende verhalen over de Amerikaanse strijd tegen het terrorisme. Een daarvan is de schokkende podcast ‘Dead Men Tell No Tales‘.

723078

Bronnen:?2Doc

App: Tumpas Teroris Game

Tumpas Teroris

 

Een man speelt ‘Tumpas Teroris‘ (Vernietig?Terroristen), een spel door de Indonesische politie is gelanceerd in de morele strijd tegen terroristen. Het spel door is ontwikkeld door Adjie Pratama, om?jongeren meer bewust te maken van de gevaren en gevolgen van radicalisatie en terrorisme in de nasleep van de recente aanslagen in Jakarta op 14 januari waarin acht mensen gedood werden.

In het spel kun je met?stenen uit een katapult schieten op willekeurige terroristische doelwitten. Het spel speelt zich af op?herkenbare plaatsen in Jakarta en?bevat boodschappen als? “terrorisme is niet de jihad, terrorisme heeft niets te maken met?religie”.

In het spel wordt bijvoorbeeld?Sunakim (alias Afif) getoond, de inmiddels beruchte terrorist met petje?en DJ Tiesto t-shirt die op de politie schoot voordat hij zelf werd doodgeschoten.

Game-ontwikkelaar Adjie Pratama, die eerder de smartphone?game #MelawanAsap (#GevechtInDeMist) ontwikkelde na de bosbranden op Sumatra en Kalimantan van vorig jaar, zei dat hij Afif in het spel gebruikt, omdat hij een soort van held leek te worden.?”Ik gebruikte Afif omdat ik de haat en woede in de richting van terroristen wilde aanmoedigen. Ik wil niet dat jongere generaties sympathie tegenover terroristen ontwikkelen”, zei hij tijdens een persconferentie op het hoofdkantoor van de nationale politie in Zuid-Jakarta.

Adjie denkt?dat het spel kan helpen om de antiterreur boodschap te verspreiden, omdat?kinderen vooral?met spelletjes bezig zijn.?De app (Android en BlackBerry) is ook beschikbaar in het Engels.

De Nationale Politie heeft?Adjie nu ook opdracht gegeven om?smartphone app?te maken die “Stop Terrorisme” moet gaan heten, die mensen kunnen gebruiken om meldingen over vermoedelijke terroristen of terroristische activiteiten met?de politie te delen. Er zal ook een noodknop in komen die je verbind met het dichtstbijzijnde politiebureau, maar er komt ook een koppeling met Twitter in waarin mensen een bericht kunnen delen dat voorzien wordt van de hashtag?#KamiTidakTakut (#WijZijnNietBang)

tumpas

 

Bronnen: The Jakarta Post

Terrorisme voorspellen met big data: handlezen voor gevorderden

?knmi
In Vrij Nederland het volgende?artikel?van Gerard Janssen over big data en de voorspelmogelijkheden van terrorisme.
Als je veel data slim gebruikt, kun je tegenwoordig ?voorspellen wie wat gaat doen en wat waar gebeuren gaat. Terrorismebestrijders kunnen daar hun voordeel mee doen. Maar er schuilen ook gevaren: het is program, or be programmed.

Donderdagmorgen 11 maart 2004 parkeert een gestolen witte Renault Kangoo in de Calle Infantado in Alcal? de Henares. De straat ligt langs het metrostation dat het stadje verbindt met Madrid. Aan de andere kant van een witte blinde muur liggen de rails. Jonge mannen springen uit het busje. Uit de bagageruimte trekken ze rugzakken en sporttassen. De tassen en rugzakken zijn zwaar. Ze staan bol van spijkers, schroeven en 10 kg Goma 2 ECO ? een vloeibaar explosief dat mijnbouwers gebruiken. Koperdraad koppelt de industri?le ontstekers aan mobiele telefoons. De mannen laten dertien rugzakken en tassen achter in verschillende treinstellen van vier verschillende treinen. Tussen 7.37 en 7.40 uur, als de treinen richting station Atocha in Madrid rijden, brengen de terroristen de bommen tot ontploffing. Tien van de dertien gaan af. Het resultaat: 191 doden en 1.824 gewonden.

Meteen begon een klopjacht op de daders. De sleutel is een blauwe sporttas die is gevonden in het Azor?npark, met naast de explosieven een intacte mobiele telefoon, een Mitsubishi Trium T-110. Via het simkaartje in die telefoon weet de politie verschillende terroristen op te sporen. Uiteindelijk eindigt de achtervolging op 3 april 2004 bij een appartement in het zuiden van Madrid. Tussen half zes en half zeven arriveert een zwaar bewapende speciale eenheid. De politie sluit het gebied af en speciale eenheden richten een veldhospitaal in. Vanaf de eerste verdieping klinken Arabische gezangen. De speciale eenheden bestormen het pand en schieten rookbommen naar binnen. De terroristen bellen hun geliefden en gaan in een kring op de grond zitten. Drie minuten over negen blazen ze zichzelf en het pand op. Ook een lid van de speciale eenheid komt daarbij om.

Iedere terroristische aanslag is te vertellen als een verhaal.

Diep morele zielen

Iedere terroristische aanslag is te vertellen als een verhaal. Vanuit een neutraal perspectief is het een donkere tragedie. Maar vanuit het perspectief van een terrorist een hero?sch verhaal. ?De ogen van de terrorist zijn niet leeg,? schrijft de antropoloog Scott Atran in zijn boek Talking to the Enemy, waarvoor hij tientallen extremisten uit Afghanistan, Indonesi? en Marokko interviewde. ?Hun voldoening ligt niet in de rustige anticipatie van maagden in de hemel. Het is lichamelijk als bloed en verscheurd vlees. Terroristen zijn geen nihilisten, wreed of onzeker, maar vaak diep morele zielen met een gruwelijk misplaatst gevoel van rechtvaardigheid.?

Een terrorist is in zijn eigen ogen een klassieke held die zijn leven op het spel zet om een monster te overwinnen. Het is het verhaal dat in iedere cultuur opduikt. David tegen Goliath. De strijd van de rebellen tegen de Galactic Empire. Een onmogelijke opdracht, maar de held heeft een geheim wapen, en de ster des doods heeft een achilleshiel.
Het is geen toeval dat het een filmmaker was die zich realiseerde dat dit een vruchtbaar perspectief is om een terroristische aanslag uit te analyseren. Peter de Kock (48) maakte in 2006 de veel geprezen documentaire De handen van Che Guevara. Een zoektocht naar de handen van Che Guevara, die van zijn lijk waren afgehakt en opdoken in een pot met water en formaldehyde. In 2008 maakte de filmmaker de overstap naar de politie. Een overstap die kleiner is dan die lijkt. De Kock zag de overeenkomst tussen het plannen van filmopnamen, het opdelen van een verhaal in elementaire bouwblokjes en het voorbereiden van een liquidatie of terroristische aanslag. Net als een terrorist maak je als filmmaker een scenario van iets wat nog moet gaan gebeuren.

Zeven lagen diep

De Kock begon in Tilburg aan een promotieonderzoek. Met behulp van databases die vrij op internet staan, zoals de Global Terrorism Database en WikiLeaks wist De Kock 35.000 terroristische aanslagen bij elkaar te schrapen. Hij bedacht een methode om iedere aanslag als een patholoog anatoom uit elkaar te snijden en de organen naast elkaar op de snijtafel te leggen: een held, een vijand, een symbolisch doelwit, een wapen en een valse aanwijzing: ?the red herring?.

Toen De Kock vlak na de aanslag op de marathon van Boston zijn database raadpleegde, rolde eruit dat de verdachten waarschijnlijk uit Tsjetsjeni? kwamen. Daar waren al eerder aanslagen met snelkookpannen gepleegd. Hij realiseerde zich dat hij wat goeds had bedacht en vroeg een patent aan op zijn idee. 10 september 2014 promoveerde De Kock. Nog in rokkostuum zat hij aan tafel bij De Wereld Draait Door. ?En in de weken na mijn promotie belden veiligheidsdiensten, overheidsinstanties en softwarebedrijven me helemaal suf. En dan moest ik zeggen, ja, ik heb alleen maar een schets gemaakt. Maar er belden ook bedrijven die zeiden: wij kunnen van jouw idee werkelijkheid maken. We kunnen de software in no time voor je bouwen. In de afgelopen maanden is alles bij elkaar gekomen. Het is nu niet meer alleen maar Peter die een plannetje heeft.? In Elst, Gelderland hangt nu op een bedrijventerrein, tussen verfgroothandels en smederijen een bordje met ?Pandora Intelligence?.

?Introducing the human dimension in big data?, staat als ondertitel op de website. De Kock: ?We hebben inmiddels een enorme dataset van meer dan 500.000 terroristische incidenten die zijn opgebouwd uit twaalf verhaalcomponenten met onderliggende subcomponenten. Een verhaalcomponent is ?het middel?. Een middel kan een schoen zijn. Als de Amerikaanse president een persconferentie geeft en iemand gooit een schoen naar zijn hoofd, dan kun je dat zien als een terroristische aanslag. Een middel kan natuurlijk ook een vuurwapen zijn. Dat kun je weer een laag dieper onderverdelen in een vuistvuurwapen of automatisch vuurwapen. En vuistvuurwapen kun je weer een niveau lager onderverdelen in revolver of pistool. Zo heb je een hele taxonomie, een verdere vertakking die onder die twaalf basiscomponenten ligt. De tweede laag heeft 198 componenten, de derde laag meer dan zestienhonderd. Het model is zeven lagen diep. We hebben waanzinnig veel subcomponenten en al die subcomponenten zijn onderling met elkaar verbonden. Dat kun je visualiseren als een soort koolstofatoom: allemaal grote en kleine bolletjes die op verschillende afstanden van elkaar liggen. Een driedimensionale puntenwolk; het dna van een aanslag. Op deze manier hebben we van die 500.000 incidenten automatisch dna-structuren gemaakt.?

?Creativiteit? in het model

De Kock heeft nu een verzameling van honderdduizenden enorme puntenwolken die allemaal een terroristische aanslag representeren. ?Zo kun je bijvoorbeeld ontdekken dat er gelijkenis is in de molecuulstructuur van de aanslagen op Anna Lindh en de aanslagen in Dubai.?

En De Kock ging verder. Hij voegde ook romans en computerspellen aan zijn database toe. Het idee hierachter is dat aanslagen soms eerder beschreven zijn in fictie. De ?Oklahoma-bomber? Timothy McVeigh haalde het idee voor zijn aanslag uit de romanThe Turner Diaries van William Luther Pierce. Tom Clancy beschreef in de jaren negentig al een gekaapt vliegtuig dat het Capitool in vloog. De acties van Anders Breivik zijn exact na te spelen op het computerspel GTA. ?Elk spel van Modern Warfare en GTA dat gespeeld wordt, kun je zien als een terroristische aanslag. En de scenario?s uit deAnarchist Cookbook staan natuurlijk ook in de database. Elke aanslag is uniek, maar je ziet ook dat er overeenkomsten zijn. Bovendien wordt hiermee ?creativiteit? in het model ge?ntroduceerd. Gegevens uit aanslagen die eerder bedacht zijn maar nog niet uitgevoerd, worden in het model gekoppeld aan daadwerkelijk gebeurde aanslagen.?

Illustratie: Zenk One

De Kock legt uit wat je hier in de praktijk aan hebt: ?Neem bijvoorbeeld de schietpartij in de Thalys. Het Franse persbureau AFP maakte die schietpartij als eerste bekend, ook voor de veiligheidsdiensten: ?Schietpartij Thalys?. Ons model gaat dan vanzelf lopen, want dat triggert op woorden als ?schietpartij?. Het model zet zichzelf aan en begint te analyseren: ?schietpartij betekent een vuurwapen?, en ?de Thalys is een strategisch object dat rijdt?. Dus op dat moment zegt het model: denk aan de aanslagen in Madrid, of: denk aan de aanslagen op het openbaar vervoer van 2007 in Londen. Maar daar heb je nog weinig aan. Op het moment dat er sprake is van een kalasjnikov ? die informatie kwam als eerste via Twitter binnen ? wordt het aantal scenario?s weer kleiner. Dat duidt erop dat er een criminele organisatie bezig is of dat er sprake is van terrorisme.?

Op de wc

Het model van De Kock voorspelt op basis van een paar feiten die via de persbureaus of social media binnenkomen hoe de hele wolk aan punten er naar verwachting uit gaat zien. Terwijl de rechercheurs nog op weg zijn, geeft het model zo verschillende scenario?s waar de politie rekening mee kan houden. Als een schaakprogramma dat voorspelt wat de volgende zet van een schaker zou kunnen zijn, op basis van honderdduizenden schaakpartijen die eerder zijn gespeeld.

De Kock: ?Dit is wat we de adapt-fase noemen. Het aanpassen aan een situatie die zich ontwikkelt.?

Toen een jongen zich opsloot op de wc van een Thalys in Rotterdam Centraal, moest iedereen meteen aan de schietpartij in de Thalys denken, maar het model van De Kock zag meteen dat het een heel ander verhaal was. Iemand die zich opsloot in een wc om daar een uur te blijven zitten, dat was nooit eerder gebeurd bij een terroristische aanslag.

Een ander doel waar analisten het programma voor kunnen gebruiken, is anticipatie. De Kock: ?Op een dag als Prinsjesdag weten we veel. We weten waar en wanneer politici aanwezig zijn en we weten ook uit welke hoek die politici bedreigd worden. Zo kan het model berekeningen maken van scenario?s waar we op Prinsjesdag mogelijk rekening moeten houden. Hier kunnen we de beveiliging van politici of leden van het koningshuis op afstemmen.?

Een andere voorzichtige conclusie is dat veel hedendaagse terroristen veel gamen, oefenen met computerspellen.

Het model werkt beter dan iedereen verwachtte. ?De eerste voorzichtige conclusie die we nu trekken is dat terroristen vaker de kunst volgen dan we dachten. Het lijkt erop dat terroristen zich veel meer door fictie, computerspellen en andere aanslagen laten inspireren dan tot nu toe werd verondersteld.? Een andere voorzichtige conclusie is dat veel hedendaagse terroristen veel gamen, of net als Anders Breivik, oefenen met computerspellen.

Interessant is dat dergelijke conclusies moeilijk te bewijzen zijn. Het model van De Kock werkt niet op basis van analytische logica, maar met machine learning of deep learning. Dit lijkt misschien een onbelangrijk detail, maar is kenmerkend voor een stormachtige ontwikkeling in de wereld van ?big data?. Het model van Peter de Kock vergelijkt niet analytisch de verschillende datawolkjes met elkaar om er razendsnel verbanden tussen te vinden. De computer simuleert een machine die zijn eigen bedradingen en schakelingen steeds opnieuw verandert, net zoals een brein dat doet. Als een voorspelling uitkomt, dan is de machine tevreden en zal hij zichzelf maar weinig aanpassen, heeft hij het fout gedaan, dan verandert hij meer aan zichzelf, net zolang tot de gesimuleerde machine bij een bepaalde input een output geeft die dicht bij de werkelijkheid ligt. Het resultaat is een voor mensen ondoorgrondelijke algoritme dat soms verrassend goed presteert.

Verboden gebied

Het principe is al oud en gebaseerd op een idee van computerwetenschapper Arthur Samuel. Al in 1956 leerde hij een computer schaken door het partijen tegen zichzelf te laten spelen. Hij programmeerde welke zetten de stukken mochten zetten en definieerde een gewenste uitkomst (winst) en een ongewenste uitkomst (verlies). Het programma speelde steeds weer andere partijen tegen zichzelf. Achter de zet van de computer zat geen gedachte en leek geen logica schuil te gaan, maar de computer leerde de zetten die niet tot winst leidden te vermijden. Het resultaat was dat de computer beter leerde schaken dan Arthur Samuel. Het was de eerste weerlegging van het argument dat computers nooit slimmer zullen worden dan mensen omdat mensen de computers programmeren.

Het idee van Samuel is in de loop van de jaren verfijnd. En de laatste jaren zijn computers zo krachtig dat de principes van deep learning zijn toe te passen op enorme databases. Op dit moment speelt zich daarom een revolutie af in de wereld van beeldherkenning en automatische vertaalprogramma?s.

?Het is niet meer zo dat als je in de programmatuur kijkt, dat er dan iets logisch te zien is,? zegt Selmar Smit van TNO, ?het is niet ?als dit dan dat?. Een uitkomst ?is? er gewoon.?

Telefoontjes moeten in een deurtjeskluis buiten de sluisdeur. Voor de deur pakt een man in duur pak een slick James Bond-achtig reiskoffertje in.

De computerwetenschapper zit in een soort klein schoollokaaltje samen met collega Arnout de Vries achter een tafel. Dertigers in overhemd. De onderzoekers werken in ?verboden gebied? in een kantoorgebouw aan de rand van het natuurgebied Meijendel aan digitale opsporingstechnieken voor de politie. Telefoontjes moeten in een deurtjeskluis buiten de sluisdeur. Voor de deur pakt een man in duur pak een slick James Bond-achtig reiskoffertje in. Ook in de wereld van de veiligheidsdiensten lijkt werkelijkheid be?nvloed door fictie.

TNO onderzoekt de big data mogelijkheden voor de AIVD, de MIVD en werkt samen met bedrijven als AGT, het internationale beveiligingsbedrijf waarvan prins Pieter-Christiaan in Nederland de baas is.

Smit: ?Op een gegeven moment heeft het model verzonnen dat bepaalde input ertoe doet, en dat leidt tot een output met een onbegrijpelijke complexe formule. Als je die zou uitschrijven, zou je kilometers papier nodig hebben. Het is net als bij onze hersenen. Als je ze opensnijdt, kun je zien dat er iets gebeurt, maar je weet niet wat. Tot vijf jaar geleden kon je weinig data slim gebruiken of heel veel data dom gebruiken. Dat is nu anders. Nu kun je heel veel data heel slim gebruiken. Ik werk nu zelf ook met zo?npredictive policing algoritme waarbij ik zelf niet meer begrijp waarop de voorspelling gebaseerd is. Het is een model dat brandhaarden voorspelt. Ik stop er data in en het model voorspelt vrij accuraat wat potenti?le brandhaarden zijn. Maar het model is zo complex dat ik het zelf niet kan lezen of begrijpen.?

Bij het voorspellen van brandhaarden is dit niet zo?n probleem. Bij het voorspellen van aanslagen wordt het al iets dubieuzer. ?Met het model van De Kock kun je voorkomen dat er een delict gepleegd wordt en daar zijn we allemaal heel blij mee,? zegt strafjurist Ybo Buruma, ?juridisch gezien kun je iemand niet in de gevangenis stoppen op basis van zo?n programma. Maar de inlichtingendienst en de politie kunnen verstoren. Dat wil zeggen dat ze een aanslag kunnen voorkomen, terwijl de terrorist vrijuit zal gaan omdat die nog niks heeft gedaan. Die afweging is, denk ik, in het verleden ook wel gemaakt door de AIVD. Sindsdien zijn er nieuwe anti-terrorismewetten gekomen die ook het voorbereiden van aanslagen strafbaar maken. Omdat die wetten heel ruim zijn, moeten we wel oppassen dat we niet in de verleiding komen de programma?s van De Kock te gebruiken om mensen te veroordelen voordat ze iets gedaan hebben ? dat zou net zoiets zijn als dat Amazon me alvast boeken stuurt omdat ik die vast heel mooi zal gaan vinden, maar dan erger.?

Fout positieven

Helemaal griezelig wordt het als dergelijke algoritmes gebruikt worden om te voorspellen of iemand een aanslag gaat plegen. Zoals iedere aanslag een verhaal is, zo is het leven van iedere terrorist te beschrijven als biografie. Het is niet ondenkbaar dat een model dat gevoed wordt met levensverhalen zoals mensen zelf via Facebook en Instagram schrijven, goede voorspellingen kan doen. Om nog maar te zwijgen over de data die scholen bijhouden. Misschien dat zo?n model redelijk kan voorspellen of iemand radicaliseert of het criminele pad op gaat. Net als dat Amazon nu al redelijk kan voorspellen welk boek je leuk gaat vinden. Dit gaat op de film Minority Report lijken. Wat moet je met een deep learning algoritme dat het opmerkelijk goed doet, en dat als output geeft dat een jongen met 90 procent zekerheid iets gevaarlijks gaat doen? Zonder dat iemand begrijpt waarom.

Buruma: ?Je kunt het het gevaar van ?digitale vooroordelen? noemen. Het menselijk brein heeft ook vooroordelen ? ?Noord-Afrikaan met lange baard zal wel fundamentalist zijn en dus terrorist? ? waar de computer misschien juist niet intrapt. Maar door foute input of verouderde gegevens kunnen ook verkeerde verbanden worden gelegd. Ik heb bij Amazon gezocht naar een titel van Plato en daarbij heel veel verschillende zoektermen ingetikt: nu denkt die computer van Amazon dat ik geweldig ge?nteresseerd ben in klassieke filosofie. Ik ben blij dat ze mij niet alvast de nieuwste wetenschappelijke teksten over Plato toesturen. Een winkel wil mij niet boos maken, maar als ik door de politie ?fout-positief? als terrorist wordt aangewezen, nemen ze denk ik al gauw het zekere voor het onzekere. Waar ik bezorgd over ben, is dat we ons over een jaar of vijf realiseren dat die neurale netwerken heel erg veel hebben opgeleverd, maar dat we te weinig de nadelen ervan hebben gezien. Ik denk dat we dankzij programma?s als die van Peter de Kock steeds beter de groep ?fout negatieven? ? mensen van wie we nu nog ten onrechte niet zien dat het terroristen of boeven zijn ? kleiner kunnen maken. Het gevaar is dat de techniek ook een grotere groep ?fout positieven? oplevert ? mensen van wie ten onrechte wordt gedacht dat het terroristen of boeven zijn. Dat zijn onschuldige mensen die er niks mee te maken hebben, maar bij wie wel het arrestatieteam binnenstormt.?

Veiligheidsbutler

Arnout de Vries van TNO is het helemaal met Buruma eens. Maar hij ziet ook dat bedrijven minder terughoudend zijn. De overheid kan en mag volgens De Vries niet achterblijven bij deze bedrijven. En dat is wel wat er nu gebeurt. Om de eenvoudige reden dat ?alle big sisters? zoals Google en Facebook meer mogen dan de overheid en veel grotere innovatiebudgetten hebben. Google kocht begin 2014 het vijftig man tellende bedrijf Deep Mind voor vierhonderd miljoen dollar en haalde daarmee een groot deel van de beste deep learning wetenschappers binnen.

De Vries: ?Verschillende bedrijven willen het KNMI van de terrorismevoorspelling worden. Juist omdat de data die je buiten de politie om kunt krijgen, steeds rijker worden. Waar ik me echt zorgen over maak, is dat de overheid buitenspel komt te staan. Dat de bedrijven de burgers en de criminelen het allemaal wel zelf kunnen. Dan leven we echt in het wilde westen. Ik ben zeker geen voorstander van een grote overheid, maar er moet wel een bepaalde balans zijn.?

Op dit moment rijdt in Silicon Valley al de Knightscope rond, een R2D2-achtige robot. De Vries: ?Hij heeft 360-graden camera?s, kan in het donker kijken en heeft ook voorspellende software, scant social media, is volledig geautomatiseerd. Dat ding kost nu nog een paar duizend dollar. Maar straks zit dat in de grasmaaier in je voortuin, als een veiligheidsbutler. De straat is dan veilig en het kost niks. Maar als we zo?n ding zelflerend maken en toestaan om iemand te taseren, dan kom je in een wereld waar sciencefiction schrijvers over schrijven. Is het erg als het werkt en iedereen zich daardoor juist veiliger voelt? En is het dan erg als er een bedrijf als Google achter zit??
Werken wij mee aan de nieuwe atoombom? Tja. Het is program, or be programmed.

Het zijn vragen waar nu over nagedacht moet worden. De snelheid waarmee deep learning de laatste paar jaar beter wordt, lijkt de mensen die weten wat nu in de onderzoekslaboratoria ontwikkeld wordt, angst aan te jagen. Elon Musk en Bill Gates hebben onafhankelijk van elkaar hun grote zorg uitgesproken over de snelle ontwikkelingen. Musk investeerde 10 miljoen dollar in onderzoek naar de veiligheid en juridische consequenties van kunstmatig intelligente systemen.

De intelligente computer HAL uit 2001: A Space Odyssey begint langzaam maar zeker realiteit te worden. Denk aan een zelflerende schoonmaakrobot die je de opdracht geeft om het huis zo effici?nt mogelijk schoon te houden, een robot die in contact staat met de cloud en andere schoonmaakrobots. Zo?n robot leert misschien dat het huis het beste schoon blijft als hij mensen buiten de deur houdt.

?Wij proberen nu uit te vinden hoe de techniek goed gebruikt kan worden. Maar kun je specificeren wat goed is?? zegt De Vries van TNO. ?Werken wij mee aan de nieuwe atoombom? Tja. Als je er niet door overvallen wilt worden, moet je zelf achter het stuur gaan zitten. Het is program, or be programmed. Als wij niks doen, weten we zeker dat het voor het slechte gebruikt gaat worden.?

Bron: Vrij Nederland

App: Terror View

terrorview3terrorview2

De app TerrorView, ontwikkeld door ConteGoView, maakt gebruik van eigen technologie en lokale?intelligence experts om gegevens te verzamelen, analyseren en duiden uit meer dan 100.000 bronnen. Zo kunnen de gebruikers van de app gewaarschuwd worden over een terrorist, cyber- en biologische bedreigingen uit?de hele wereld of juist alleen in je eigen omgeving. Dus, als je bijvoorbeeld een bezorgde ouder bent, of je bent op reis, of je wilt om andere redenen gewoon op de hoogte zijn van?grotere epidemie?n of terroristische dreigingen in je buurt of in de buurt van je?kind, is deze app misschien iets voor je.

TerrorView scant informatie en social media “chatter” uit?duizenden openbare platformen, waardoor je als gebruiker zeer?snel toegang tot informatie hebt en analyses en aanbevelingen krijgt op je smartphone.

Bronnen: Terrorview