terugblik congres

Op 31 mei en 1 juni 2016 vond op The Hague Security Delta Campus in Den Haag, de internationale stad?van vrede, recht en veiligheid het congres Radicalisering & Terrorisme plaats waar ervaringsdeskundigen?en experts werkzaam bij de overheid, wetenschap en het bedrijfsleven samenk wamen om kennis en?ervaringen uit te wisselen over de aanpak van radicalisering en terrorisme om zodoende van elkaar te?leren.

robdewijk

Volgens Rob de Wijk zijn radicalisering en de kans op een terroristische aanslag niet de grootste veiligheidsrisico?s voor Europa. Grotere dreigingen vormen de conflicten aan de oostgrens
van Europa (Oekra?ne) en de toenemende spanningen in de Oost en Zuid-Chinese zee. Rob de Wijk is van oordeel dat het aantal geradicaliseerde jongeren in Europa redelijk ?behapbaar? is. Desondanks vormt een terroristische aanslag een dreiging voor Europa, gezien de grote psychologische effecten van een aanslag op de samenleving.

De grondoorzaken van radicalisering in de Arabische wereld zijn volgens Rob de Wijk gelegen in de grote en snelle veranderingen in de Arabische landen sinds de olie booming business werd. In tijden van veranderingen zoeken mensen naar houvast. In het Westen zijn dit mobiliserende ismes, zoals het communisme of socialisme. In de Arabisch wereld wordt veelvuldig teruggegrepen op de?glorietijd van de Islam. Religie is in veel van deze landen het enige bindmiddel. De voedingsbodem voor het ontstaan van terroristische organisaties krijgt vervolgens een impuls wanneer machtsvacua ontstaan, zoals in Irak en Libi?. Daarnaast dragen ook externe gebeurtenissen bij aan de voedingsbodem voor radicalisering in deze landen. Voorbeelden daarvan zijn de manier waarop gevangen zijn behandeld in Guantanamo Bay en Abu Ghraib en de Amerikaanse invasie in Irak. Er is een patroon zichtbaar in de manier waarop terroristische organisaties tot stand komen en handelen. Terroristische organisaties komen tot stand door zich af te keren van de maatschappij, het cre?ren van een enclave van het ware geloof en vervolgens het voeren van een tegenoffensief tegen de maatschappij. Terroristische organisaties kiezen vaak voor doelwitten van symbolische aard en met een kans op veel slachtoffers. Het openbaar vervoer en luchthavens zijn de populairste doelwitten. Daarnaast geven terroristische organisaties de voorkeur aan simpele methoden om de slagingskans te maximaliseren. Landen die volgens de Rob de Wijk momenteel het meeste risico lopen zijn Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Belgi?.

Carl Steinmetz

Carl Steinmetz is van mening dat de Nederlandse aanpak zich teveel richt op de curatieve, repressieve en individualistische aanpak van radicalisering. Volgens hem is er meer aandacht nodig voor een preventieve en collectivistische aanpak. Hij roept de overheid daarom op om een groter gedeelte van het huidige budget te besteden aan het voorkomen van radicalisering.

Carl Steinmetz maakt onderscheid tussen het gedachtegoed en de aanpak van de individualist en de collectivist. De individualist gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid van een persoon. De oorzaak van problematisch gedrag wordt als gevolg bij de persoon gezocht en leidt tot een aanpak welke zich richt op het aanpakken van daders. Voorbeelden hiervan zijn de ?lik op stuk? aanpak, de persoonsgerichte aanpak en het straffen middels gevangenisstraffen. De collectivist gaat daarentegen uit van de onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid van personen.

De?oorzaken van problematisch gedrag worden gezocht in het systeem: de familie en maatschappij. Als gevolg richt de aanpak zich op het betrekken van opvoeders, grootfamilie, buurt en maatschappij?voor het bieden van een alternatief. In het specifieke geval van radicalisering richt de collectivistische aanpak zich op het adresseren van risicofactoren van radicalisering. Volgens Carl Steinmetz zijn deze risicofactoren armoede, uitsluiting en immigratieprocessen. Er is sprake van een groeiende groep jongeren die zich ontheemd voelen, zich afzonderen of zich terugtrekken in de eigen gemeenschap, welke vatbaar zijn voor radicalisme. Om tot passende interventies te komen op het onderwerp radicalisering stelt Carl Steinmetz voor om ?vredesbesprekingen? te organiseren tussen individualisten en collectivisten. De agenda zou kunnen bestaan uit het bespreken van de interventies die behoren bij het beperken van de instroom aan radicale jongeren.

Volgens Carl Steinmetz zijn armoede en uitsluiting gemakkelijker aan te pakken, dan radicalisering. Radicale jongeren begeven zich immers onder de radar en vragen om een grote inzet van politie en justitie.

nicole bogers

Terrorisme is een wicked problem, omdat er geen eenduidige definitie bestaat van het probleem en het lastig is om tot een eenduidige en sluitende oplossing te komen. Een wicked problem
wordt in de bestuurskunde gekenmerkt door een niet eenduidige probleemdefinitie, de inzet van meerdere instrumenten, een focus op de instrumenten om het probleem te defini?ren, verschillende?belangen en wereldbeelden en veel partijen die iets aan het probleem willen doen. Volgens Edwin Bakker vormt terrorisme geen grote fysieke dreiging, aangezien er jaarlijks vijf tot tien?dodelijke slachtoffers vallen. Het is echter begrijpelijk dat het hoog op de politieke agenda staat gezien de aantallen uitreizigers en de aanslagen in Frankrijk en Belgi?.

Nederland staat bekend om de zogenaamde ?Dutch Approach?, ook wel gekscherend de ?confetti approach? genoemd. Nederland kent een brede benadering, van preventie tot repressie. Ter illustratie:?na de treinkaping bij de Punt was de Nederlandse overheid in gesprek met de Molukse gemeenschap, maar reed zij ook met pantservoertuigen door de wijken. Het mankement van de brede benadering is echter dat er te weinig zicht is op wat werkt. Edwin Bakker pleit voor het meer uitwisselen van ervaringen over wat wel en wat niet werkt om zo van elkaar te leren en interventies te verfijnen. Tot slot pleit Edwin Bakker voor meer aandacht voor het beperken van de hoofddoelstelling van terrorisme, het generen van impact.

Om het effect van een aanslag te beperken moeten we?werken aan de weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Investeringen in crisiscommunicatie, impactmanagement en het kennen van de partijen die een dempend effect kunnen hebben op de samenleving dragen daar aan bij.

In haar functie houdt Nicole Bogers zich voornamelijk bezig met het voorkomen van een terroristische aanslag in Nederland. De politie maakt onderdeel uit van een bredere aanpak, welke beschreven staat in de Nederlandse contraterrorisme-strategie en het actieprogramma integrale aanpak jihadisme. De bijdrage van de politie bestaat uit het verzamelen van informatie over potenti?le dreigingen en netwerken, het voorkomen van de verspreiding van Jihadistisch materiaal, het beschermen van personen, objecten en processen en handhaving en toezicht. De politie zorgt voor de lokale verbinding middels de wijkagent. Daarnaast is de politie een geoefende responsorganisatie in het geval een aanslag plaatsvindt. Wat kun jij bijdragen? Volgens Nicole Bogers kunnen professionals en burgers een bijdrage leveren door bewust te zijn van wat ze zien op straat en zicht te hebben op ontwikkelingen in hun buurt. Nicole Bogers merkt op dat naast het jihadisme, links en rechtsextremisme net zo relevant zijn. Om het ongewone te kunnen zien, moeten we bekend zijn met het gewone. Kleine stukjes informatie kunnen het verschil maken voor de politie.

Nicole Bogers geeft tot slot de volgende drie boodschappen mee aan professionals:
1) Netwerken kunnen het best worden aangepakt via netwerken. Welk netwerk maakt jij deel van uit en hoe gemakkelijk deel jij informatie?
2) Kennis ontwikkeling, borging en overdracht is belangrijk. Weet jij waar je de juiste informatie kunt vinden en aan wie je om informatie kunt vragen? Draag jij informatie over?
3) Het tegengaan van radicalisering vraagt ook om het tegengaan van polarisatie. We hebben een taak om het midden te verstevigen en te laten horen, ook als professional. Belangrijker dan het wat, is het wie een bijdrage levert in het maken van het verschil.

Massoud Djabani

Massoud Djabani behoorde in de jaren zeventig tot een Iraanse terroristische organisatie en schets een beeld van hoe het proces van radicalisering en indoctrinatie in zijn werk gaat. Preventie is volgens hem enorm belangrijk, aangezien een geradicaliseerde jongere moeilijk meer is te bereiken. Hij pleit voor het vroegtijdig onderwijzen van kinderen in geschiedenis en filosofie om de
weerbaarheid tegen radicaal gedachtegoed te verhogen. Het zaadje van twijfel, wat nodig is voor deradicalisering, is moeilijk te planten als een jongere het radicale pad al is opgegaan. Massoud Djabani deradicaliseerde toen hij drie maanden in een ziekenhuisbed terecht kwam en geen kant op kon. Bij terugkomst in de groep, bemerkte hij al snel dat er geen ruimte was voor zijn kritische vragen. Massoud Djabani beschrijft radicalisering als een proces van vier fasen: werving, isolatie, desori?ntatie en hersenspoeling. In de eerste fase, de werving, worden emoties aangewakkerd, haat gezaaid, een vijandbeeld gecre?erd en wordt de jongere een utopie voorgespiegeld. Na de werving wordt de jongere uit zijn omgeving ge?soleerd. Daarna ontstaat desori?ntatie, waarna de jongere wordt gehersenspoeld. Het hersenspoelen gebeurt in eerste instantie door te manipuleren en emoties aan te wakkeren. Vervolgens wordt de jongere overspoeld met beelden van geweld, wordt hij constant met haat ge?njecteerd en worden vijanden ontmenselijkt. Tot slot is de jongere in de voltooiende fase ge?ndoctrineerd, is zijn identiteit verwisseld en gelooft hij of zij dat het doel alle middelen heiligt. Technieken die terroristische groepen gebruiken om iemand te dissoci?ren zijn het afbreken van identiteit, het geven van een nieuwe naam en het ontmenselijken van anderen. Als gevolg wordt de eigen identiteit als het ware ?ontkoppeld? en dringen misdaden niet door.

Het losmakingsproces van een terroristische groep begint met een zaadje van twijfel, wat tot het herstel van het kritisch denkvermogen leidt. Volgens Massoud Djabani is begeleiding noodzakelijk voor jongeren die zich losmaken van een terroristische organisatie. Deze jongeren hebben een toekomstperspectief en structuur nodig. Daarnaast zijn de jongeren getraumatiseerd en is verwerking van trauma?s noodzakelijk. Tot slot is het noodzakelijk om te investeren in de persoon en zijn of haar kwaliteit te benadrukken.

Arnout2?rolf van wegberg

Arnout de Vries en Rolf van Wegberg laten zien dat het ouderwetse beeld van een terrorist achterhaald is. De moderne terrorist gebruikt sociale media voor het rekruteren van nieuwe leden en is actief op het DarkWeb, bijvoorbeeld om aan wapens te komen voor terroristische activiteiten. Arnout de Vries en Rolf van Wegberg brengen de mogelijkheden van nieuwe technieken als gamification, crowdfunding en HD terrorisme in beeld. Tot slot laten zij zien welke kansen het gebruik van sociale media en het DarkWeb bieden voor het online interveni?ren tegen terroristische organisaties.

selmar smit?peter de kock

In welke mate is terroristisch gedrag te voorspellen en kunnen we vroegtijdig op dat gedrag anticiperen? Hoe kan de kracht van de computer, middels Artificial Intelligence en Machine Learning,
gecombineerd worden met creativiteit en expert kennis? En wat kunnen we leren van fictief terroristische gedrag uit boeken en films? Pandora Intelligence en TNO hebben hun krachten gebundeld in het aanleggen van een database bestaande uit meer dan 500.000 terroristische incidenten met daarin informatie van terroristische aanslagen en filmscenario?s en verhalen uit boeken over?terroristische aanslagen. De incidenten zijn opgebouwd uit twaalf verhaalcomponenten met onderliggende subcomponenten. De database is op twee manieren innovatief. In de eerste plaats worden?filmscenario?s en verhalen uit boeken gebruikt om beter te kunnen anticiperen op terrorisme en alternatieve scenario?s naar voren te brengen. In de tweede plaats vormt de database de basis voor een model om terroristische scenario?s te voorspellen. Op basis hiervan kan beter worden gereageerd, voorkomen en voorbereid.

Victor Kallen

Welke type individuen voelt zich aangetrokken tot gewelddadige gemeenschappen, ongeacht de specifieke religieuze of politieke signatuur? Waardoor onderscheiden individuen zich die, als eenling?of als lid van een gemeenschap, waarschijnlijk dader van een gewelddadig delict worden? Hoe kan state-of-the art kennis uit de ontwikkelingspsychologie bijdragen aan een adequate, en vooral tijdige, identificatie van de meest waarschijnlijk gewelddadige individuen binnen bijvoorbeeld een specifieke gemeenschap/organisatie? Victor Kallen laat zien welke factoren gewelddadige daders van niet gewelddadige daders en ?gewone burgers? onderscheiden. Het gaat hier om (agressief en depressief) gedrag als kind, prenatale complicaties, slechte/criminele vrienden/familie, middelengebruik, lage motivatie voor school, wonen in een achterstandswijk, geschiedenis van delinquentie (lid van een bende), gezinsfactoren (opvoedingsstijl, gebrekkig toezicht,
slechte relatie met ouders, mishandeling, verwaarlozing en hoe deze factoren in elkaar grijpen tot een relatief coherent beeld dat de ontwikkeling tot een jong volwassen ?high risk? individu voorspelt.

Interessant leesvoer:?

Evaluatie van de nationale contraterrorisme-strategie 2011-2015,?Universiteit Utrecht in opdracht van het WODC
De evaluatie van de nationale contraterrorisme-strategie maakt inzichtelijk welke bijdrage de strategie 2011-2015 heeft geleverd aan het
verminderen van het risico op aanslagen, het verminderen van de vrees voor aanslagen, en het beperken van de mogelijke schade na
aanslagen.

Onderzoek naar ?Triggerfactoren in het radicaliseringsproces?
Universiteit van Amsterdam, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken
Het onderzoek Triggerfactoren in het radicaliseringsproces is de eerste grote systematische literatuurstudie die is gedaan naar alles wat over
triggerfactoren bekend is in nationaal en internationaal onderzoek. Uit de studie blijkt dat nooit ??n enkele factor ervoor zorgt dat iemand
radicaliseert.

Onderzoek in opdracht van de Rechtbank Rotterdam ?Bestemming Syri??
Universiteit Leiden en Universiteit van Amsterdam
Het onderzoek Bestemming Syri? brengt de leefsituatie van Nederlanders in gebieden in Syri? die in 2014 niet meer gecontroleerd werden
door het al-Assad regime in kaart. Het onderzoek concludeert dat het overgrote deel van de Nederlandse uitreizigers in 2014 terecht kwam
bij IS of Jabbat al Nusra en dat de meerderheid van Nederlandse mannen is afgereisd om een bijdrage te leveren aan de gewapende strijd.

AIVD-publicatie ?Leven bij ISIS, de mythe ontrafeld?
Volgens de AIVD publicatie maken Nederlanders die afreizen naar ISIS-gebied willens en wetens de keuze om zich aan te sluiten bij een
terroristische groepering. Hiermee ondersteunen zij de gewelddadige strijd voor een islamitische staat. Het leven in ISIS-gebied is echter
zwaar. ISIS ontwikkelt zich steeds meer tot een totalitair regime. ISIS-propaganda schetst een idylle van het leven in het ?kalifaat?, die niet
strookt met de werkelijkheid. Inlichtingenonderzoek laat zien dat de omstandigheden juist erbarmelijk zijn.

Bronnen: SBO

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *