Tagarchief: HSD

Real Time Intelligence verbetert politieoptreden

Het is de nachtmerrie van elke ouder: je bent een paar seconden afgeleid en ineens is je peuter verdwenen. De politie is op zo?n moment snel ter plekke. Maar de inschatting van wat er gebeurd kan zijn, is lastig te maken. Hier moet ?Real Time Intelligence? (RTI) uitkomst bieden.

Met RTI breng je relevante kennis en informatie uit verschillende systemen direct samen, en trek je daar conclusies uit om snel de juiste acties te kunnen ondernemen. ?Zo ver zijn we nog niet, maar in het Real Time Intelligence Lab brengen we dit soort innovatieve oplossingen dichterbij?, zegt Christiaan van den Berg, Programmamanager Secure Society van TNO. Het Real Time Intelligence Lab (RTI Lab) is opgezet door TNO in samenwerking met de Nationale Politie en het nationale veiligheidscluster The Hague Security Delta (HSD). Het is een experimenteeromgeving waarin ze samen met bedrijven en kennisinstellingen proeven doen met hardware, software, methoden, modellen, werkwijzen en combinaties daarvan. TNO brengt expertise in over onder meer ICT, modellering, kunstmatige intelligentie en menselijk gedrag.

Doeltreffend handelen met real time informatie

?Real time? betekent dat actuele data zonder vertraging beschikbaar is. Door de data te verrijken met andere bronnen en kennis, ontstaat ?intelligence?. Die moet aan de ene kant compleet zijn, maar ook ontdaan zijn van overbodige gegevens. Real Time Intelligence stelt de politie in staat in uiteenlopende situaties snel de juiste beslissingen te nemen en adequaat te handelen. In het voorbeeld van het verdwenen kind kun je je voorstellen dat er in no time een recente foto beschikbaar moet zijn, die direct via sociale media en met aansprekende hashtags wordt verspreid. Om doeltreffend te kunnen handelen, heeft de agent ?real time? informatie nodig van het kind en over de buurt.

?Je kunt laten zien op welke plekken een kind logischerwijs in de buurt te vinden kan zijn, zoals in een speelgoedwinkel of een parkje?

Slimme koppelingen voor actuele informatie

?We werken aan systemen die typische gedragingen tonen voor kinderen van de betreffende leeftijd?, zegt Van den Berg. ?Je kunt bijvoorbeeld laten zien op welke plekken een kind logischerwijs in de buurt te vinden kan zijn, zoals in een speelgoedwinkel of een parkje. De ingezette agenten kunnen dan op hun scherm de loop-, fiets- of autoroute er naartoe zien, inclusief eventuele wegopbrekingen. Slimme koppelingen zorgen ervoor dat zo?n systeem ook aangeeft dat er recent een melding was over een buurtbewoner, die verdacht gedrag rond een kind vertoonde. Via de meldkamer kan dan bijvoorbeeld worden gecontroleerd of diens auto in de buurt is.?

Intelligent combineren van databronnen

?Het gaat om het intelligent combineren van uiteenlopende databronnen die samen met de beschikbare kennis handelingsperspectief bieden. Dus geen lange lijst met mogelijkheden waaruit de politiemensen moeten kiezen, maar een die is teruggebracht tot suggesties voor enkele logische handelingsopties. Een systeem kan namelijk op basis van wetenschappelijk onderzoek, computermodellen en actuele informatie de meest waarschijnlijke hypothese berekenen. Er zijn allerlei prachtige technologie?n om gegevens te ontsluiten, maar de kunst is die te combineren tot een bruikbaar instrument voor de politie.?

?In het RTI Lab kunnen we samen in de operatie experimenteren met nieuwe toepassingen en concepten, die het politiewerk kunnen verbeteren?

Misdaad voorspellen

In het RTI Lab worden relevante ontwikkelingen wereldwijd gescand en beoordeeld op relevantie voor RTI. Partijen doen er verschillende experimenten, bijvoorbeeld met het kunnen voorspellen van misdaden door de inzet van big data en algoritmes. Verder zijn er in het lab proeven gehouden met ?multitouch tables?, ter ondersteuning van de besluitvorming. Deze werden gebruikt door een co?rdinerende staf, de zogenaamde ?Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden?, die actief is bij een ramp of crisis.

Politiewerk verbeteren

Ge?ntegreerde en actuele informatievoorziening kan leiden tot betere en snellere besluitvorming over effectief optreden. Jan ter Mors, Programmamanager Intelligence van de Nationale Politie: ?Het RTI Lab is voor de politie van waarde omdat we daarin op professionele wijze samen met veiligheidspartners, kennisinstituten en burgers in de operatie kunnen experimenteren met nieuwe toepassingen en concepten, die het politiewerk kunnen verbeteren.?

?We werken samen aan zowel een veiligere wereld als aan groei van de sector?

Experimenten geven inzicht in toepasbaarheid

?RTI is nooit af. Daarom willen we in het RTI Lab voortdurend met elkaar nieuwe dingen uitproberen en aantonen wat wel en niet werkt?, vertelt Van den Berg. ?De experimenten bieden inzicht in de toepasbaarheid van idee?n, werkwijzen of technologie?n voor politie, veiligheidsregio?s, gemeenten of beveiligingsbedrijven.? HSD faciliteert de samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen om tot innovatieve oplossingen te komen. ?Het RTI Lab is hier een mooi voorbeeld van?, zegt Mark Ruijsendaal van HSD. ?Door partijen met specifieke kennis en instrumenten aan elkaar te verbinden, ontstaan nieuwe inzichten in de waarde en toepasbaarheid van innovaties op dit gebied. We bieden partners een betrouwbare innovatiebasis met perspectief op opschaling. Zo werken we samen aan zowel een veiligere wereld als aan groei van de sector.?

Bronnen: TNO Time, HSD RTI Lab

Van kennis naar innovatie voor veiligheid en justitie

venj congres 2016

Wat gebeurt er als prachtige innovaties in de zorg of industrie in?handen vallen van kwaadwillenden? Staan de kansen en risico?s van?3D-printen hoog op de beleidsagenda? Welke kansen en bedreigingen?neemt big data mee voor het domein veiligheid en justitie?

Dat waren enkele vraagstukken die Henk Geveke, directeur Defensie?en Veiligheid van TNO, op 20 mei 2016 op het symposium ?Van?kennis naar innovatie voor Veiligheid en Justitie? onder de aandacht?bracht. Meer dan 200 medewerkers van VenJ en haar ondersteunende?diensten en instellingen en TNO gingen in gesprek om elkaar te?inspireren, kennis en ervaringen te delen en nieuwe verbindingen te?leggen.

Tijdens de bijeenkomst kwamen tal van deelnemers met vragen en?idee?n. Daarvoor was een grote ?innovatiemuur? opgesteld, waar?iedereen zijn ?innovatie- en onderzoeksbehoeften? kon indienen.??Want innovatie, is en blijft een kwestie van kansen zien en pakken?,?benadrukte Riedstra.

siebe riedsma
Het ministerie stimuleert al jaren aandacht voor veiligheid en?justitie binnen de toegepaste wetenschap. Kennisinstituut TNO is?hierin actief met het onderzoeksprogramma ?Vraaggestuurd
Programma Veilige Maatschappij?. Onder regie van het innovatieteam?VenJ wordt dit programma jaarlijks afgestemd met TNO en?worden hierin doorlopend nieuwe onderzoeksvragen verwerkt.
Het toegepaste wetenschappelijk onderzoek helpt toekomstige?uitdagingen het hoofd te bieden waar het ministerie en haar?ondersteunende diensten en instellingen mee te maken hebben.

Samenwerken is informeren en stimuleren
Vragen en nieuwe idee?n voor onderzoek kwamen tijdens het?interactieve symposium van beide kanten. Geveke benadrukte dat?zijn organisatie direct bij VenJ aan de bel trekt als het nieuwe?ontwikkelingen signaleert in wetenschap en technologie die voor?het ministerie van belang kunnen zijn. Omgekeerd zullen zich bij?Veiligheid en Justitie steeds nieuwe vragen aandienen waar TNO?een antwoord op kan geven. Dat is wat hem betreft de kern van de?samenwerking: elkaar doorlopend informeren en stimuleren?nieuwe uitdagingen op te pakken.?Ook voor SG Siebe Riedstra stond vast dat samenwerking met?kennisinstituten, universiteiten en het bedrijfsleven, de sleutel is?tot innovaties binnen het veiligheidsdomein. ?Zo zijn we gezamenlijk?in staat oplossingen te ontwikkelen die voor ons praktisch?bruikbaar zijn”.

Meer dan technologie
Op het symposium kwam helder naar?voren dat TNO zich niet alleen richt op?technisch onderzoek, wat vaak wordt?gedacht. De organisatie ontwikkelt ook?kennis op het gebied van processen,?informatie en de mens. Tijdens de?interactieve sessies kwam naar voren dat?big data een belangrijke rol speelt in het?voorblijven van criminele activiteiten op?het internet. Criminelen ontwikkelen?volgens Riedstra namelijk ?sneller dan?het licht? nieuwe illegale concepten en?businessmodellen. Daar moeten VenJ en?TNO zeer alert op zijn binnen ?n buiten?onze grenzen. Intensieve internationale?samenwerking is voor een veilig internet dan ook essentieel. Geveke?noemde in dat verband de samenwerking tussen zijn organisatie en?INTERPOL, wat heeft geresulteerd in speciale algoritmes die met?succes kinderporno, wapen- en drugshandel en andere criminele?activiteiten op het Dark Web bestrijden.?Big data en algoritmes blijken belangrijke wapens in de strijd tegen?misdaad. Riedstra memoreerde de uitgave Van predictive naar?prescriptive policing die TNO hem in mei dit jaar aanbood. Daarin staat?dat algoritmes het politiewerk ingrijpend zullen veranderen. Zo kan?de politie op basis van eerdere incidenten voorspellen waar de?volgende misdaad zal gaan plaatsvinden. ?Fantastisch? noemde hij?deze ontwikkeling. Maar voor het analyseren van big data hebben?we tools van kennisinstellingen nodig waarmee de politie concreet?aan de slag kan.

Je baan wordt een algoritme
Geveke stond naast de mooie kansen ook stil bij de bedreigingen van?nieuwe technologie?n zoals algoritmes en robots. Als voorbeeld?noemde hij een groot advocatenkantoor in de VS die een machine?inzet in plaats van een geschoolde jurist: ?Meet Ross, the legal robot?

henk geveke

?Who?s next?? vroeg hij zich hardop af. ?Managers? Politieagenten ??Rechters? Beleidsmedewerkers? Misschien verandert uw baan straks?wel in een algoritme. Iets om grondig over na te denken. Welkom in?de wondere en veelzijdige wereld van TNO. Robots, data en?kunstmatige intelligentie zijn vertrouwde onderwerpen in onze?laboratoria. Ook op het terrein van veiligheid en justitie.?

You ain?t seen nothing yet
Geveke riep de periode 2004-2010 in herinnering, toen hij directeur?Nationale Veiligheid bij BZK was. De ontwikkelingen op het gebied?van technologie zijn sindsdien verdrievoudigd. Criminaliteit is?verschoven van de publieke ruimte naar het versleutelde Dark Web.?Meer blauw op straat? Daar is het volgens hem niet langer om te?doen. Mensen melden overlast tegenwoordig via Facebook of apps?en bellen naar alarmnummer 112 is niet meer van deze tijd. Het?woord cybercrisis klonk in 2004 nog als een exotisch begrip, maar?nu blijkt de vitale infrastructuur kwetsbaar voor uitval door iets?waar we slechts tien jaar geleden nauwelijks van hadden gehoord.?En ?you ain?t seen nothing yet?.?De 3D-printer brengt mooie innovaties, maar ook bedreigingen met
zich mee. Nog even en we kunnen eenvoudig bij een printshop?allerlei gebruiksvoorwerpen uitdraaien, tot aan voedsel toe.?Criminelen daarentegen zien 3D-printen als een technologie om
wapens mee te produceren, of drugs. Ze gebruiken daarvoor?grondstoffen die moeiteloos de scans op Schiphol passeren. VenJ en?TNO zijn genoodzaakt nieuwe barri?res te bedenken en te ontwikkelen?om die ontwikkeling tegen te gaan. Er zal toezicht moeten?komen op het digitaal verhandelen van printontwerpen.

Shared Research en Open Innovatie
Op al die snelle veranderingen zullen we volgens Geveke als ministerie?en kennisinstituut samen moeten anticiperen. Dat vraagt om een?intensieve manier van samenwerken. ?Als overheidsorganisatie bent?u gebaat bij het hebben of bereiken van zekerheden, terwijl we bij?TNO dagelijks juist omgaan met en op zoek zijn naar ?nzekerheden.?Innovaties kunnen ook mislukken. Daar leren we juist veel van.??Hij vervolgde: ?We geloven niet in het op eigen houtje onderzoek?doen, maar in shared research, open innovatie. Strategische?kennisopbouw mondt uit in innovaties op de langere termijn, maar?cre?ert tegelijkertijd een cruciale basis voor kort cyclische innovaties?die snel antwoord geven op plotselinge vragen. Intensieve?samenwerking op strategisch niveau helpt zowel lang cyclische als?kort cyclische innovaties mogelijk te maken.?

VenJ en TNO trekken samen op om de samenwerking tussen beide?partijen te versterken. Zij hopen dat de fascinatie en passie van TNO?ers?voor wetenschap en technologie op iedereen aanstekelijk zal werken.?Wij verheugen ons op een versterking van de samenwerking met het?ministerie, in brede zin, voor alle DG?s en uitvoeringsorganisaties.?Het Innovatieteam vormt hierin een belangrijke schakel tussen vraag?en aanbod uit het domein veiligheid en justitie en de kennisexperts?van TNO. Laten we elkaar blijven inspireren, veel experimenteren en?van elkaar leren.

Bron: Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing

[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]
[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]
[slideshare id=45934998&doc=brochurecybersecurity2015web-150317070257-conversion-gate01&type=d]

Congres radicalisering en terrorisme

terugblik congres

Op 31 mei en 1 juni 2016 vond op The Hague Security Delta Campus in Den Haag, de internationale stad?van vrede, recht en veiligheid het congres Radicalisering & Terrorisme plaats waar ervaringsdeskundigen?en experts werkzaam bij de overheid, wetenschap en het bedrijfsleven samenk wamen om kennis en?ervaringen uit te wisselen over de aanpak van radicalisering en terrorisme om zodoende van elkaar te?leren.

robdewijk

Volgens Rob de Wijk zijn radicalisering en de kans op een terroristische aanslag niet de grootste veiligheidsrisico?s voor Europa. Grotere dreigingen vormen de conflicten aan de oostgrens
van Europa (Oekra?ne) en de toenemende spanningen in de Oost en Zuid-Chinese zee. Rob de Wijk is van oordeel dat het aantal geradicaliseerde jongeren in Europa redelijk ?behapbaar? is. Desondanks vormt een terroristische aanslag een dreiging voor Europa, gezien de grote psychologische effecten van een aanslag op de samenleving.

De grondoorzaken van radicalisering in de Arabische wereld zijn volgens Rob de Wijk gelegen in de grote en snelle veranderingen in de Arabische landen sinds de olie booming business werd. In tijden van veranderingen zoeken mensen naar houvast. In het Westen zijn dit mobiliserende ismes, zoals het communisme of socialisme. In de Arabisch wereld wordt veelvuldig teruggegrepen op de?glorietijd van de Islam. Religie is in veel van deze landen het enige bindmiddel. De voedingsbodem voor het ontstaan van terroristische organisaties krijgt vervolgens een impuls wanneer machtsvacua ontstaan, zoals in Irak en Libi?. Daarnaast dragen ook externe gebeurtenissen bij aan de voedingsbodem voor radicalisering in deze landen. Voorbeelden daarvan zijn de manier waarop gevangen zijn behandeld in Guantanamo Bay en Abu Ghraib en de Amerikaanse invasie in Irak. Er is een patroon zichtbaar in de manier waarop terroristische organisaties tot stand komen en handelen. Terroristische organisaties komen tot stand door zich af te keren van de maatschappij, het cre?ren van een enclave van het ware geloof en vervolgens het voeren van een tegenoffensief tegen de maatschappij. Terroristische organisaties kiezen vaak voor doelwitten van symbolische aard en met een kans op veel slachtoffers. Het openbaar vervoer en luchthavens zijn de populairste doelwitten. Daarnaast geven terroristische organisaties de voorkeur aan simpele methoden om de slagingskans te maximaliseren. Landen die volgens de Rob de Wijk momenteel het meeste risico lopen zijn Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Belgi?.

Carl Steinmetz

Carl Steinmetz is van mening dat de Nederlandse aanpak zich teveel richt op de curatieve, repressieve en individualistische aanpak van radicalisering. Volgens hem is er meer aandacht nodig voor een preventieve en collectivistische aanpak. Hij roept de overheid daarom op om een groter gedeelte van het huidige budget te besteden aan het voorkomen van radicalisering.

Carl Steinmetz maakt onderscheid tussen het gedachtegoed en de aanpak van de individualist en de collectivist. De individualist gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid van een persoon. De oorzaak van problematisch gedrag wordt als gevolg bij de persoon gezocht en leidt tot een aanpak welke zich richt op het aanpakken van daders. Voorbeelden hiervan zijn de ?lik op stuk? aanpak, de persoonsgerichte aanpak en het straffen middels gevangenisstraffen. De collectivist gaat daarentegen uit van de onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid van personen.

De?oorzaken van problematisch gedrag worden gezocht in het systeem: de familie en maatschappij. Als gevolg richt de aanpak zich op het betrekken van opvoeders, grootfamilie, buurt en maatschappij?voor het bieden van een alternatief. In het specifieke geval van radicalisering richt de collectivistische aanpak zich op het adresseren van risicofactoren van radicalisering. Volgens Carl Steinmetz zijn deze risicofactoren armoede, uitsluiting en immigratieprocessen. Er is sprake van een groeiende groep jongeren die zich ontheemd voelen, zich afzonderen of zich terugtrekken in de eigen gemeenschap, welke vatbaar zijn voor radicalisme. Om tot passende interventies te komen op het onderwerp radicalisering stelt Carl Steinmetz voor om ?vredesbesprekingen? te organiseren tussen individualisten en collectivisten. De agenda zou kunnen bestaan uit het bespreken van de interventies die behoren bij het beperken van de instroom aan radicale jongeren.

Volgens Carl Steinmetz zijn armoede en uitsluiting gemakkelijker aan te pakken, dan radicalisering. Radicale jongeren begeven zich immers onder de radar en vragen om een grote inzet van politie en justitie.

nicole bogers

Terrorisme is een wicked problem, omdat er geen eenduidige definitie bestaat van het probleem en het lastig is om tot een eenduidige en sluitende oplossing te komen. Een wicked problem
wordt in de bestuurskunde gekenmerkt door een niet eenduidige probleemdefinitie, de inzet van meerdere instrumenten, een focus op de instrumenten om het probleem te defini?ren, verschillende?belangen en wereldbeelden en veel partijen die iets aan het probleem willen doen. Volgens Edwin Bakker vormt terrorisme geen grote fysieke dreiging, aangezien er jaarlijks vijf tot tien?dodelijke slachtoffers vallen. Het is echter begrijpelijk dat het hoog op de politieke agenda staat gezien de aantallen uitreizigers en de aanslagen in Frankrijk en Belgi?.

Nederland staat bekend om de zogenaamde ?Dutch Approach?, ook wel gekscherend de ?confetti approach? genoemd. Nederland kent een brede benadering, van preventie tot repressie. Ter illustratie:?na de treinkaping bij de Punt was de Nederlandse overheid in gesprek met de Molukse gemeenschap, maar reed zij ook met pantservoertuigen door de wijken. Het mankement van de brede benadering is echter dat er te weinig zicht is op wat werkt. Edwin Bakker pleit voor het meer uitwisselen van ervaringen over wat wel en wat niet werkt om zo van elkaar te leren en interventies te verfijnen. Tot slot pleit Edwin Bakker voor meer aandacht voor het beperken van de hoofddoelstelling van terrorisme, het generen van impact.

Om het effect van een aanslag te beperken moeten we?werken aan de weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Investeringen in crisiscommunicatie, impactmanagement en het kennen van de partijen die een dempend effect kunnen hebben op de samenleving dragen daar aan bij.

In haar functie houdt Nicole Bogers zich voornamelijk bezig met het voorkomen van een terroristische aanslag in Nederland. De politie maakt onderdeel uit van een bredere aanpak, welke beschreven staat in de Nederlandse contraterrorisme-strategie en het actieprogramma integrale aanpak jihadisme. De bijdrage van de politie bestaat uit het verzamelen van informatie over potenti?le dreigingen en netwerken, het voorkomen van de verspreiding van Jihadistisch materiaal, het beschermen van personen, objecten en processen en handhaving en toezicht. De politie zorgt voor de lokale verbinding middels de wijkagent. Daarnaast is de politie een geoefende responsorganisatie in het geval een aanslag plaatsvindt. Wat kun jij bijdragen? Volgens Nicole Bogers kunnen professionals en burgers een bijdrage leveren door bewust te zijn van wat ze zien op straat en zicht te hebben op ontwikkelingen in hun buurt. Nicole Bogers merkt op dat naast het jihadisme, links en rechtsextremisme net zo relevant zijn. Om het ongewone te kunnen zien, moeten we bekend zijn met het gewone. Kleine stukjes informatie kunnen het verschil maken voor de politie.

Nicole Bogers geeft tot slot de volgende drie boodschappen mee aan professionals:
1) Netwerken kunnen het best worden aangepakt via netwerken. Welk netwerk maakt jij deel van uit en hoe gemakkelijk deel jij informatie?
2) Kennis ontwikkeling, borging en overdracht is belangrijk. Weet jij waar je de juiste informatie kunt vinden en aan wie je om informatie kunt vragen? Draag jij informatie over?
3) Het tegengaan van radicalisering vraagt ook om het tegengaan van polarisatie. We hebben een taak om het midden te verstevigen en te laten horen, ook als professional. Belangrijker dan het wat, is het wie een bijdrage levert in het maken van het verschil.

Massoud Djabani

Massoud Djabani behoorde in de jaren zeventig tot een Iraanse terroristische organisatie en schets een beeld van hoe het proces van radicalisering en indoctrinatie in zijn werk gaat. Preventie is volgens hem enorm belangrijk, aangezien een geradicaliseerde jongere moeilijk meer is te bereiken. Hij pleit voor het vroegtijdig onderwijzen van kinderen in geschiedenis en filosofie om de
weerbaarheid tegen radicaal gedachtegoed te verhogen. Het zaadje van twijfel, wat nodig is voor deradicalisering, is moeilijk te planten als een jongere het radicale pad al is opgegaan. Massoud Djabani deradicaliseerde toen hij drie maanden in een ziekenhuisbed terecht kwam en geen kant op kon. Bij terugkomst in de groep, bemerkte hij al snel dat er geen ruimte was voor zijn kritische vragen. Massoud Djabani beschrijft radicalisering als een proces van vier fasen: werving, isolatie, desori?ntatie en hersenspoeling. In de eerste fase, de werving, worden emoties aangewakkerd, haat gezaaid, een vijandbeeld gecre?erd en wordt de jongere een utopie voorgespiegeld. Na de werving wordt de jongere uit zijn omgeving ge?soleerd. Daarna ontstaat desori?ntatie, waarna de jongere wordt gehersenspoeld. Het hersenspoelen gebeurt in eerste instantie door te manipuleren en emoties aan te wakkeren. Vervolgens wordt de jongere overspoeld met beelden van geweld, wordt hij constant met haat ge?njecteerd en worden vijanden ontmenselijkt. Tot slot is de jongere in de voltooiende fase ge?ndoctrineerd, is zijn identiteit verwisseld en gelooft hij of zij dat het doel alle middelen heiligt. Technieken die terroristische groepen gebruiken om iemand te dissoci?ren zijn het afbreken van identiteit, het geven van een nieuwe naam en het ontmenselijken van anderen. Als gevolg wordt de eigen identiteit als het ware ?ontkoppeld? en dringen misdaden niet door.

Het losmakingsproces van een terroristische groep begint met een zaadje van twijfel, wat tot het herstel van het kritisch denkvermogen leidt. Volgens Massoud Djabani is begeleiding noodzakelijk voor jongeren die zich losmaken van een terroristische organisatie. Deze jongeren hebben een toekomstperspectief en structuur nodig. Daarnaast zijn de jongeren getraumatiseerd en is verwerking van trauma?s noodzakelijk. Tot slot is het noodzakelijk om te investeren in de persoon en zijn of haar kwaliteit te benadrukken.

Arnout2?rolf van wegberg

Arnout de Vries en Rolf van Wegberg laten zien dat het ouderwetse beeld van een terrorist achterhaald is. De moderne terrorist gebruikt sociale media voor het rekruteren van nieuwe leden en is actief op het DarkWeb, bijvoorbeeld om aan wapens te komen voor terroristische activiteiten. Arnout de Vries en Rolf van Wegberg brengen de mogelijkheden van nieuwe technieken als gamification, crowdfunding en HD terrorisme in beeld. Tot slot laten zij zien welke kansen het gebruik van sociale media en het DarkWeb bieden voor het online interveni?ren tegen terroristische organisaties.

selmar smit?peter de kock

In welke mate is terroristisch gedrag te voorspellen en kunnen we vroegtijdig op dat gedrag anticiperen? Hoe kan de kracht van de computer, middels Artificial Intelligence en Machine Learning,
gecombineerd worden met creativiteit en expert kennis? En wat kunnen we leren van fictief terroristische gedrag uit boeken en films? Pandora Intelligence en TNO hebben hun krachten gebundeld in het aanleggen van een database bestaande uit meer dan 500.000 terroristische incidenten met daarin informatie van terroristische aanslagen en filmscenario?s en verhalen uit boeken over?terroristische aanslagen. De incidenten zijn opgebouwd uit twaalf verhaalcomponenten met onderliggende subcomponenten. De database is op twee manieren innovatief. In de eerste plaats worden?filmscenario?s en verhalen uit boeken gebruikt om beter te kunnen anticiperen op terrorisme en alternatieve scenario?s naar voren te brengen. In de tweede plaats vormt de database de basis voor een model om terroristische scenario?s te voorspellen. Op basis hiervan kan beter worden gereageerd, voorkomen en voorbereid.

Victor Kallen

Welke type individuen voelt zich aangetrokken tot gewelddadige gemeenschappen, ongeacht de specifieke religieuze of politieke signatuur? Waardoor onderscheiden individuen zich die, als eenling?of als lid van een gemeenschap, waarschijnlijk dader van een gewelddadig delict worden? Hoe kan state-of-the art kennis uit de ontwikkelingspsychologie bijdragen aan een adequate, en vooral tijdige, identificatie van de meest waarschijnlijk gewelddadige individuen binnen bijvoorbeeld een specifieke gemeenschap/organisatie? Victor Kallen laat zien welke factoren gewelddadige daders van niet gewelddadige daders en ?gewone burgers? onderscheiden. Het gaat hier om (agressief en depressief) gedrag als kind, prenatale complicaties, slechte/criminele vrienden/familie, middelengebruik, lage motivatie voor school, wonen in een achterstandswijk, geschiedenis van delinquentie (lid van een bende), gezinsfactoren (opvoedingsstijl, gebrekkig toezicht,
slechte relatie met ouders, mishandeling, verwaarlozing en hoe deze factoren in elkaar grijpen tot een relatief coherent beeld dat de ontwikkeling tot een jong volwassen ?high risk? individu voorspelt.

Interessant leesvoer:?

Evaluatie van de nationale contraterrorisme-strategie 2011-2015,?Universiteit Utrecht in opdracht van het WODC
De evaluatie van de nationale contraterrorisme-strategie maakt inzichtelijk welke bijdrage de strategie 2011-2015 heeft geleverd aan het
verminderen van het risico op aanslagen, het verminderen van de vrees voor aanslagen, en het beperken van de mogelijke schade na
aanslagen.

Onderzoek naar ?Triggerfactoren in het radicaliseringsproces?
Universiteit van Amsterdam, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken
Het onderzoek Triggerfactoren in het radicaliseringsproces is de eerste grote systematische literatuurstudie die is gedaan naar alles wat over
triggerfactoren bekend is in nationaal en internationaal onderzoek. Uit de studie blijkt dat nooit ??n enkele factor ervoor zorgt dat iemand
radicaliseert.

Onderzoek in opdracht van de Rechtbank Rotterdam ?Bestemming Syri??
Universiteit Leiden en Universiteit van Amsterdam
Het onderzoek Bestemming Syri? brengt de leefsituatie van Nederlanders in gebieden in Syri? die in 2014 niet meer gecontroleerd werden
door het al-Assad regime in kaart. Het onderzoek concludeert dat het overgrote deel van de Nederlandse uitreizigers in 2014 terecht kwam
bij IS of Jabbat al Nusra en dat de meerderheid van Nederlandse mannen is afgereisd om een bijdrage te leveren aan de gewapende strijd.

AIVD-publicatie ?Leven bij ISIS, de mythe ontrafeld?
Volgens de AIVD publicatie maken Nederlanders die afreizen naar ISIS-gebied willens en wetens de keuze om zich aan te sluiten bij een
terroristische groepering. Hiermee ondersteunen zij de gewelddadige strijd voor een islamitische staat. Het leven in ISIS-gebied is echter
zwaar. ISIS ontwikkelt zich steeds meer tot een totalitair regime. ISIS-propaganda schetst een idylle van het leven in het ?kalifaat?, die niet
strookt met de werkelijkheid. Inlichtingenonderzoek laat zien dat de omstandigheden juist erbarmelijk zijn.

Bronnen: SBO

Crisiscommunicatiegame: oefenen met nieuwe werkelijkheid van moderne tijd

Samen met T-Xchange, IFV en Crisisplan krijgt TNO co-financiering uit het HSD Development Fund voor het projectvoorstel ‘De CrisisCommunicatieGame’. De serious game en training zijn er op gericht om met ??n of twee trainers een complexe contexttraining te kunnen geven aan voorlichters, woordvoerders en communicatieadviseurs. Trainingen waar in de regel diverse partners en een regie-cel voor nodig zijn.

Bij een recent asbestincident in een grote gemeente in Nederland communiceerden zowel de gemeente als de betrokken woningcorporatie richting de bewoners. Zonder de boodschap met elkaar af te stemmen. Het gevolg: bewoners die niet wisten wat ze moesten doen. Dat leidde tot onnodige risico?s, onrust en woede bij de bewoners. Dat kan beter.

Wie communiceren er tijdens een crisis en wat wordt er gecommuniceerd? Een team van TNO-onderzoekers werd hierin bijgestaan door crisiscommunicatieadviseurs uit diverse betrokken publieke organisaties, zoals gemeenten, veiligheidsregio?s en waterschappen. Vervolgens is er gewerkt aan een serious game die kan worden ingezet om het trainen van het crisiscommunicatieproces in een complexe context te ondersteunen. Het resultaat was een papieren versie van De CrisisCommunicatieGame, waar alle partijen erg enthousiast over waren. Deze versie is nog niet geschikt om grote groepen te trainen. Binnen het huidige projectteam wordt de papieren versie omgebouwd tot een digitale game, die vanaf het web benaderbaar is. Bekijk onderstaande video waarin ook de nieuwe dynamiek van social media voor extra druk en verdere noodzaak tot onderlinge afstemming zorgt:

Crisiscommunicatie bij incidentbestrijding wordt steeds belangrijker. En complexer. Gedurende het communicatieproces tekent zich een netwerk af van partners met een communicatiebelang. Breng dat netwerk zo snel mogelijk in kaart en je kunt samenwerken, informatie uitwisselen en boodschappen afstemmen. Burgers krijgen dan sneller betere informatie en kunnen vervolgens adequater handelen.

d?_crisiscommunicatiegame_foto_tbv_magazine_nationale_veiligheid resize

De CrisisCommunicatieGame van The Hague Security Delta (HSD) richt zich met name op dit netwerkaspect van crisiscommunicatie. In dit project dat op 13 maart 2014 van start ging ontwikkelt een team van TNO, T-X change, Instituut Fysieke Veiligheid en Crisisplan een serious game voor de training van crisiscommunicatieadviseurs. In deze game leren ze hoe ze het betrokken netwerk snel in kaart kunnen brengen, informatie op kunnen halen en verspreiden en de boodschap kunnen afstemmen. D? CrisisCommunicatieGame maakt het mogelijk groepen vaker te trainen zonder grote responsecellen in te stellen. De randvoorwaarden, leerdoelen en in-game feedback worden samen met experts uit het veld opgesteld. De conceptgame en de training komen naar verwachting beschikbaar in april 2015.

Game

De CrisisCommunicatieGame is een leermiddel, een applied game of serious game. Ondanks dat er al een gedragen papieren versie ligt, komt er nog heel wat kijken bij de vertaling van de papieren versie naar een digitale versie. Wat dan? De ?In-game? feedback moet ontworpen worden (hoe je er tijdens het spelen achter komt hoe je het doet), de ?art-style? moet ontwikkeld worden, zodat de deelnemers zich kunnen herkennen in ?hoe het eruit ziet?.

Training

Het leermiddel dat we ontwikkelen wordt gebruikt binnen een training. Die training gaat natuurlijk optimal gebruik maken van ?D? CrisisCommunicatieGame?. Daar liggen dan weer didactische principes onder die vertaald moeten worden naar de training. Omdat wij gebruik maken van ?self-directed learning? is reflectie op het eigen handelen heel belangrijk. Als trainer heb je aanwijzingen nodig hoe je d? game daarbij kunt gebruiken.

Evaluatie

Tijdens de ontwikkeling van d? game en d? training zal op meerdere momenten ge?valueerd worden of middel en training ook echt aansluiten bij de behoefte van de doelgroep. We hebben daarbij steeds met zeker twee doelgroepen te maken: zij die in de toekomst de training gaan volgen (deelnemers) en zij die de training in de toekomst gaan geven (trainers). Voor beiden moet d? game voldoende te bieden hebben, ?n meer.

Business model

Leuk om iets te maken dat nieuw is, een behoefte invult. Dat mag natuurlijk niet in de kast blijven liggen.?In dit deel van het project onderzoeken we hoe dit middel aan de man gebracht kan worden; d? training ?n d? game. Daar komen ook vragen bij kijken als ?Waar wordt d? game gehost??, ?wie verzorgt de helpdesk??, ?n natuurlijk ook of je een licentie moet kopen, of dat je toegang koopt via een ticket.

Lees ook het artikel in Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing (pagina 22):

Wil je op de hoogte blijven? Volg dan de site van de?CrisisCommunicatieGame.

Bronnen: TNO, HSD, CrisisCommunicatieGame, Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing