Tagarchief: RTIC

Beeld in de meldkamer is mensenwerk

Meldingen naar 112 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers verwachten dat burgers en bedrijven steeds vaker beeld zullen willen sturen. Uit de eerste experimenten blijkt echter dat het gebruik van foto’s en video’s in de meldkamer minder vanzelfsprekend is dan het lijkt.

Door Jonathan Barnhoorn, Marc Menkhorst, Caroline Schilder, Kees van Dongen

We leven in een beeldcultuur. Volgens Facebook worden er per minuut 200.000 foto’s op de site gezet. Samen kijken we een miljard uur per dag video op YouTube. Elke seconde maken 50.000 mensen een foto met hun telefoon. Nederland, waar 93 procent van de inwoners een smartphone heeft, loopt in deze trend wereldwijd voorop. Vooral voor jongeren is de beeldcultuur een feit: 63 procent zegt foto’s en video’s over zichzelf te delen met anderen. Maar vlak ook ouderen niet uit. 9 van de 10 Nederlandse 55-plussers lopen met een smartphone op zak, en 34 procent is volgens het CBS actief op sociale media.

Beelden in de meldkamer

Die maatschappelijke ontwikkeling raakt ook aan veiligheidsprocessen, zoals handhaving, opsporing en hulpverlening. Burgers zetten zelfgenomen beelden van inbraken, ongelukken en (vermeende) daders op internet. Een buurtgroep wil met eigen foto’s en video’s de politie ondersteunen.

Het ligt voor de hand dat door burgers gemaakte beelden ook in toenemende mate gebruikt gaan worden in de meldkamers van 112. Op dit moment is dat nog niet goed mogelijk. Zo zijn de systemen van de centralisten nog niet ingericht op het weergeven en opslaan van foto’s en video’s die burgers sturen. De meldkamers staan echter wel open voor het gebruik hiervan. Ook de samenleving verwacht in toenemende mate dat zelfgemaakte digitale foto’s en video’s de telefonische melding kunnen ondersteunen.

Maar wat is het effect van foto, video en live-beeld in de meldkamer op het 112-intakeproces? En op de 112-centralist? Dat onderzocht TNO in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Landelijke Meldkamer Samenwerking. Er zijn 2 verkennende experimenten gedaan met 12 centralisten van de Meldkamers Noord-Nederland en Noord-Holland. Zij waren werkzaam in de ambulancezorg, bij de brandweer en bij de politie. Een derde experiment, dat onder andere zou gaan over het effect van de kwaliteit van het aangeboden beeld, moet nog worden uitgevoerd.

Niet sneller en niet per se beter

Het eerste experiment ging om de vraag wat het effect was van foto, video en ‘live’-beeld op de snelheid van het intakeproces en de volledigheid en juistheid van de vergaarde informatie. De deelnemende centralisten werden onder meer geconfronteerd met een door een acteur gedane melding van bijvoorbeeld huiselijk geweld, een persoon te water of een uitslaande brand. In totaal werd gebruikgemaakt van 8 veel voorkomende duidelijke meldingen. De resultaten van dit experiment zijn afgezet tegen een eerder onderzoek met dezelfde meldingen maar dan zonder beeld. Omdat destijds de meldingen alleen verzoeken om noodhulp en zorg betroffen, kon voor dit onderzoek alleen dit type meldingen worden gebruikt.

En wat bleek? De afhandeling van een melding met beeld duurde gemiddeld langer dan een melding zonder beeld. En gemiddeld werd geen kwaliteitsverbetering in de vergaarde informatie waargenomen; eerder een marginale afname. Vooral bij de melding met een live-beeld was er sprake van een (gering) negatief effect. Een interessante waarneming was dat beelden zekerheid, maar ook onzekerheid kunnen veroorzaken bij de centralist. Dit laatste is het geval als beeld en mondelinge melding niet overeen lijken te komen.

Meerwaarde van het beeld

Toch zagen de deelnemende centralisten meerwaarde in het gebruik van beeld. Na afloop was 80 procent positief. Vóór het experiment was dat 25 tot 30 procent. De centralisten gaven achteraf aan dat burgerbeelden de melding kunnen verduidelijken, met name bij gebruik van jargon of bijvoorbeeld bij een taalbarrière. Ook in het geval van een zeer emotionele beller, die bijvoorbeeld geen vragen kan of wil beantwoorden, voegde beeld iets toe. Verder droegen beelden bij om een situatie van een ongeval of stadium van een brand beter te beoordelen. Een ander voordeel, zo vonden centralisten, was dat zij veronderstelden te kunnen zien of instructies daadwerkelijk werden opgevolgd door de melder. Livebeelden genoten de voorkeur, omdat deze de meest actuele beelden gaven en als betrouwbaarder gezien werden.

Impact van beeld

Dat burgers foto’s en video’s maken bij ongevallen, is niet onomstreden. Aan de andere kant kunnen beelden, wanneer die worden gedeeld met de 112-meldkamer, bijdragen aan een beter inzicht in de situatie. Wel kunnen beelden van ongevallen of misdrijven heftige emoties oproepen.

Om te onderzoeken wat de impact van beeld is op centralisten deed TNO een tweede experiment. De 22 eerder genoemde centralisten voerden een gesimuleerde meldkamertaak uit. Tijdens het verwerken van de informatie van de melding werd geen foto, een neutrale foto (zoals een auto) of een heftige foto (zoals een verwonding) getoond.

Emotioneel en mentaal belastend

Om meldingen waarbij foto’s werden getoond te verwerken moesten centralisten meer mentale inspanning leveren dan bij meldingen waarbij geen foto’s werden getoond. Heftige foto’s leidden niet tot meer inspanning dan neutrale foto’s. De emotionele belasting is gemeten met vragenlijsten tijdens het experiment en bevraagd in een interview na afloop. De vragenlijsten lieten geen effect van foto’s op emotionele belasting zien, in de interviews gaven centralisten wel duidelijk aan dat ze verwachten dat heftige beelden in de toekomst belastend kunnen zijn voor henzelf of voor collega’s. Ook vertelden centralisten in de interviews dat de beelden in het experiment ervoor zorgden dat het moeilijker was om de aandacht te verdelen. Dit sluit aan op het resultaat uit het eerste experiment dat centralisten gemiddeld minder volledig waren bij het vergaren van de informatie. Zowel met heftige als met neutrale beelden werden meer auditieve informatie-elementen gemist dan zonder beelden. Bij heftige beelden werd meer gemist dan bij neutrale beelden. Reflecterend vonden centralisten de getoonde foto’s over het algemeen nuttig en zien ze het nut van beelden voor de meldkamer van de toekomst. Ze hielpen om prioriteit en behoefte in te schatten bij een melding.

Toegevoegde waarde

Uit de eerste experimenten blijkt dat beeldmateriaal als ondersteuning van telefonische meldingen niet zonder meer tot kwaliteitsverbetering zal leiden. De grootste toegevoegde waarde van beeld bij het duiden van een melding door de centralist lijkt er te zijn in situaties waarbij de melding of melder onduidelijk is, of de centralist onzeker is over de toestand ter plaatse. De juistheid van deze veronderstelling vraagt om aanvullend onderzoek. Dit staat overigens nog los van de waarde die het beeld verder in de keten kan hebben voor het opbouwen van een informatiepositie op de meldkamer en de opvolging, zoals bijvoorbeeld de waarde voor de opsporing.

Verder blijkt dat beelden zorgen voor extra mentale en emotionele belasting van de centralist. Centralisten geven aan dat ze behoefte hebben aan eigen regie over het bekijken van eventueel beeldmateriaal. Dit kan echter leiden tot keuzestress en dilemma’s. Zij moeten een afweging maken tussen enerzijds het goed uitvoeren van de functie en dus alle beelden uitkijken en anderzijds zichzelf beschermen tegen (te) veel emotionele belasting.

Vaardigheden van de centralist

Het toevoegen van beeld aan het meldproces vraagt daarom niet alleen om technische en analytische skills van de centralist, maar ook typevaardigheid (blind kunnen typen) en het vermogen om te gaan met emotionele stimuli en stress. Hier zal bij de selectie, training en opleiding van personeel rekening mee moeten worden gehouden.

Het gebruik van beeld in de meldkamer zal sterk toenemen. Dit past bij de maatschappelijke trend, waarbij foto’s en video’s steeds nadrukkelijker aanwezig zijn. Initiatieven om beeld in de meldkamer te brengen en te beproeven worden daarom aangemoedigd. De impact van beeld op de centralist mag daarbij niet uit het oog worden verloren. Dit vraagt om zorgvuldig beleid en betrokkenheid van mensen met een achtergrond in het personeelsbeleid en de psychologie. Om het beleid te kunnen formuleren is bovendien meer onderzoek nodig. Bijvoorbeeld naar het effect van de verschillende manieren waarmee beeld het beste aan de centralist kan worden aangeboden.

Onderzoek

Lees ook: J.S. Barnhoorn en C.J.G. Van Dongen (2019) De impact van beeld in 112 meldkamers op de centralist (TNO rapport R10211) en M. Menkhorst en C.M.C. Schilder (2019) Effect van beeld op het 1-1-2 intake proces (TNO rapport R11729). Of lees hieronder de rapporten:

Samenvatting:

[slideshare id=143053720&doc=tno-2019-m10233-190501071611&type=d]

De impact van beeld in 112 meldkamers op de centralist

[slideshare id=143053568&doc=tno-2019-r10211-190501071323&type=d]

Effect van beeld op het 1-1-2 intake proces

[slideshare id=143053619&doc=tno-2018-r11729-190501071426&type=d]

Jonathan Barnhoorn, Marc Menkhorst, Caroline Schilder en Kees van Dongen zijn werkzaam bij TNO. Jonathan Barnhoorn is bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: [email protected]

Bron: Secondant

Social Media Quick Scan

Rechercheurs ervaren een informatie-overload bij het gebruiken van social media informatie in politie-onderzoeken. Oorzaken van die informatie-overload zijn o.a. de overvloed aan beschikbare informatie, beperkingen in menselijke verwerkingscapaciteit en problemen in de communicatie tussen de mens en computers. Dit resulteert in een mogelijk verlies van relevante informatie, terwijl die informatie vanaf de eerste minuut na een misdrijf beschikbaar is. De oplossing hiervoor kan gevonden worden door gebruik te maken van de kennis van informatievisualisatie. Dit onderzoeksgebied richt zich speciaal op het inzichtelijk maken van grote hoeveelheden informatie.

Het onderzoek van Annelies Brands heeft de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een Social Media Quick Scan door een prototype van een tool die social media informatie op verschillende manieren visualiseert. Het doel was om te onderzoeken hoe interactieve visualisaties van social media informatie rechercheurs kunnen ondersteunen in hun werk. Hierbij werd extra nadruk gelegd op het ondersteunen van objectief redeneren en mens-machine interactie. Als eerste werd een literatuurstudie gedaan naar hoe social media informatie het beste gevisualiseerd kan worden. Daarna zijn vanuit de interaction design methode requirements voor de tool opgesteld uit resultaten van interviews met politiemedewerkers. Daaruit is een prototype ontwikkeld met gedeeltelijk ge?mplementeerde visualisaties. Dit prototype is vervolgens ge?valueerd met politie-medewerkers.


Het prototype werd positief gewaardeerd op gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit. De evaluaties resulteerden verder in lijst met suggesties voor verdere ontwikkeling van de tool. Op deze manier zijn de eerste stappen gezet richting een Social Media Quick Scan om rechercheurs te ondersteunen bij het objectief redeneren, het verminderen van informatie-overload en om het zo vroeg mogelijk gebruik maken van beschikbare social media informatie in politie-onderzoeken te stimuleren.

Bekijk hieronder het filmpje dat de werking uitlegt:

Bekijk de presentatie:

[slideshare id=79578221&doc=anneliesbrandscolloquium-170909053536]

Of download het volledige rapport:

[slideshare id=79578201&doc=socialmediaquickscanthesis-170909053354&type=d]

Bronnen: RUG

Real Time Intelligence verbetert politieoptreden

Het is de nachtmerrie van elke ouder: je bent een paar seconden afgeleid en ineens is je peuter verdwenen. De politie is op zo?n moment snel ter plekke. Maar de inschatting van wat er gebeurd kan zijn, is lastig te maken. Hier moet ?Real Time Intelligence? (RTI) uitkomst bieden.

Met RTI breng je relevante kennis en informatie uit verschillende systemen direct samen, en trek je daar conclusies uit om snel de juiste acties te kunnen ondernemen. ?Zo ver zijn we nog niet, maar in het Real Time Intelligence Lab brengen we dit soort innovatieve oplossingen dichterbij?, zegt Christiaan van den Berg, Programmamanager Secure Society van TNO. Het Real Time Intelligence Lab (RTI Lab) is opgezet door TNO in samenwerking met de Nationale Politie en het nationale veiligheidscluster The Hague Security Delta (HSD). Het is een experimenteeromgeving waarin ze samen met bedrijven en kennisinstellingen proeven doen met hardware, software, methoden, modellen, werkwijzen en combinaties daarvan. TNO brengt expertise in over onder meer ICT, modellering, kunstmatige intelligentie en menselijk gedrag.

Doeltreffend handelen met real time informatie

?Real time? betekent dat actuele data zonder vertraging beschikbaar is. Door de data te verrijken met andere bronnen en kennis, ontstaat ?intelligence?. Die moet aan de ene kant compleet zijn, maar ook ontdaan zijn van overbodige gegevens. Real Time Intelligence stelt de politie in staat in uiteenlopende situaties snel de juiste beslissingen te nemen en adequaat te handelen. In het voorbeeld van het verdwenen kind kun je je voorstellen dat er in no time een recente foto beschikbaar moet zijn, die direct via sociale media en met aansprekende hashtags wordt verspreid. Om doeltreffend te kunnen handelen, heeft de agent ?real time? informatie nodig van het kind en over de buurt.

?Je kunt laten zien op welke plekken een kind logischerwijs in de buurt te vinden kan zijn, zoals in een speelgoedwinkel of een parkje?

Slimme koppelingen voor actuele informatie

?We werken aan systemen die typische gedragingen tonen voor kinderen van de betreffende leeftijd?, zegt Van den Berg. ?Je kunt bijvoorbeeld laten zien op welke plekken een kind logischerwijs in de buurt te vinden kan zijn, zoals in een speelgoedwinkel of een parkje. De ingezette agenten kunnen dan op hun scherm de loop-, fiets- of autoroute er naartoe zien, inclusief eventuele wegopbrekingen. Slimme koppelingen zorgen ervoor dat zo?n systeem ook aangeeft dat er recent een melding was over een buurtbewoner, die verdacht gedrag rond een kind vertoonde. Via de meldkamer kan dan bijvoorbeeld worden gecontroleerd of diens auto in de buurt is.?

Intelligent combineren van databronnen

?Het gaat om het intelligent combineren van uiteenlopende databronnen die samen met de beschikbare kennis handelingsperspectief bieden. Dus geen lange lijst met mogelijkheden waaruit de politiemensen moeten kiezen, maar een die is teruggebracht tot suggesties voor enkele logische handelingsopties. Een systeem kan namelijk op basis van wetenschappelijk onderzoek, computermodellen en actuele informatie de meest waarschijnlijke hypothese berekenen. Er zijn allerlei prachtige technologie?n om gegevens te ontsluiten, maar de kunst is die te combineren tot een bruikbaar instrument voor de politie.?

?In het RTI Lab kunnen we samen in de operatie experimenteren met nieuwe toepassingen en concepten, die het politiewerk kunnen verbeteren?

Misdaad voorspellen

In het RTI Lab worden relevante ontwikkelingen wereldwijd gescand en beoordeeld op relevantie voor RTI. Partijen doen er verschillende experimenten, bijvoorbeeld met het kunnen voorspellen van misdaden door de inzet van big data en algoritmes. Verder zijn er in het lab proeven gehouden met ?multitouch tables?, ter ondersteuning van de besluitvorming. Deze werden gebruikt door een co?rdinerende staf, de zogenaamde ?Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden?, die actief is bij een ramp of crisis.

Politiewerk verbeteren

Ge?ntegreerde en actuele informatievoorziening kan leiden tot betere en snellere besluitvorming over effectief optreden. Jan ter Mors, Programmamanager Intelligence van de Nationale Politie: ?Het RTI Lab is voor de politie van waarde omdat we daarin op professionele wijze samen met veiligheidspartners, kennisinstituten en burgers in de operatie kunnen experimenteren met nieuwe toepassingen en concepten, die het politiewerk kunnen verbeteren.?

?We werken samen aan zowel een veiligere wereld als aan groei van de sector?

Experimenten geven inzicht in toepasbaarheid

?RTI is nooit af. Daarom willen we in het RTI Lab voortdurend met elkaar nieuwe dingen uitproberen en aantonen wat wel en niet werkt?, vertelt Van den Berg. ?De experimenten bieden inzicht in de toepasbaarheid van idee?n, werkwijzen of technologie?n voor politie, veiligheidsregio?s, gemeenten of beveiligingsbedrijven.? HSD faciliteert de samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen om tot innovatieve oplossingen te komen. ?Het RTI Lab is hier een mooi voorbeeld van?, zegt Mark Ruijsendaal van HSD. ?Door partijen met specifieke kennis en instrumenten aan elkaar te verbinden, ontstaan nieuwe inzichten in de waarde en toepasbaarheid van innovaties op dit gebied. We bieden partners een betrouwbare innovatiebasis met perspectief op opschaling. Zo werken we samen aan zowel een veiligere wereld als aan groei van de sector.?

Bronnen: TNO Time, HSD RTI Lab

Sociale media veranderen het veiligheidsdomein

Boeksocialemediaveiligheidsdomein

Op 26 juni 2014 werd?het boek ‘Sociale media veranderen het veiligheidsdomein? gelanceerd. Tijdens de boekpresentatie hebben Roy Johannink, Arnout de Vries, Wouter Jong, Menno van Duin en?Jocko Rensen, allen deskundig op het gebied van sociale media, vanuit verschillende gezichtspunten de deelnemers een kijkje gegeven in de snel veranderende digitale wereld en ge?llustreerd?wat voor invloed dit heeft binnen het veiligheidsdomein

Met sociale media kunnen gebruikers online of mobiel informatie delen in een?sociale omgeving, waardoor een conversatie kan ontstaan. Het fenomeen sociale media heeft invloed op het veiligheidsdomein; wat en hoe wordt in dit handboek ‘?Sociale media veranderen het veiligheidsdomein’ beschreven.

Het handboek waaraan door diverse auteurs is meegewerkt, is een verdieping van de kennispublicatie van Infopunt Veiligheid (IFV) over Veilig omgaan met sociale media. In 11 hoofdstukken wordt verteld over de toekomstige en blijvende veranderingen van sociale media en wat de mogelijke invloed hiervan is binnen het veiligheidsdomein.
Aansluitend aan de boekpresentatie nam Jocko Rensen -??n van de co-auteurs, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid en nu wethouder van de gemeente Houten- afscheid.

1. Presentatie ?Roy Johannink (VDMMP): Toekomstontwikkelingen bepalend voor het veiligheidsdomein
2. Presentatie Arnout de Vries (TNO): The Good, the Bad & the Ugly. Impact van sociale media op handhaving & opsporing
3. Presentatie Wouter Jong (NGB): Hoe sociale media bijdragen aan de leercurve van crisis-Nederland
4. Presentatie Jocko Rensen (gemeente Houten, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid): Hoe je kijkt, maakt wat je ziet!

Het handboek begint met een inleidend hoofdstuk waarin de drie kenmerken en twee functies van sociale media worden uitgelegd. De hoofdstukken twee tot en met vijf behandelen de vier fasen van gebruik van sociale media: luisteren, produceren, reageren en interacteren. Hoofdstuk zes en zeven gaan over het gebruik van sociale media als (crisis)communicatiekanaal en informatiebron.

De wijze waarop organisatieprocessen kunnen veranderen en medewerkers dienen (mee) te veranderen, komen aan de orde in respectievelijk hoofdstuk acht en negen. Hoofdstuk tien belicht vervolgens de juridische kanten van sociale media en agressie. Het handboek sluit af met de visie en blik van een aantal auteurs op de mogelijke invloed van ontwikkelingen van sociale media op het veiligheidsdomein.

Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven kennispublicaties van Infopunt Veiligheid over veilig omgaan met sociale media van 2011, 2012 en 2013. De focus in dit handboek ligt op de blijvende verandering van sociale media in het veiligheidsdomein.

RTIC: Real-Time Intelligence Center

Center: In less than an hour police identified him with the software in their Real Time Crime Center which accesses billions of mugshots, names and nicknames

Al direct vanaf de start van de Nationale Politie is gewerkt aan het opzetten?van tien real-time intelligence centra in Nederland die vrijwel direct in 2013 van start gingen. Van daaruit worden 24 uur?per dag en zeven dagen in de week agenten op straat actief ondersteund met?real-time informatie bij de melding waar ze op af gaan.

In de VS bestaat dit fenomeen al sinds 2005. In New York en Houston zijn onder andere dergelijke RTCC centra (Real-Time Crime Centers) die agenten op straat helpen met informatie. Dat kan voor hulpverlening, handhaving, crisisbeheersing of opsporing zijn. In dergelijke centra gaat het om snelheid en daadkracht met enorme hoeveelheden informatie. Zo raadpleegt New York meer dan 5 miljoen proces verbalen uit de regio en 31 miljoen landelijke. Ze gebruiken live satellietbeelden waar mogelijk en geavanceerde GIS systemen om informatie slim op de kaart te krijgen. Ook kunnen ze toegang krijgen tot CCTV’s (camera’s) en uiteraard hoort social media ook tot de bronnen.

De politie wordt steeds effectiever en slagvaardiger bij het opsporen van verdachten. Een van de middelen die de politie sinds enkele jaren tot haar beschikking heeft is het Real Time Intelligence Center (RTIC). Sinds de start van de Nationale Politie zijn elf real-time intelligence centra opgezet. Hierin werken politiemensen die 24 uur per dag en zeven dagen in de week rechercheurs en agenten op straat actief ondersteunen met real-time informatie bij de melding waar ze op af gaan. Agenten op straat worden op deze manier nonstop gevoed met actuele en relevante informatie. Hiervoor wordt informatie uit de politiesystemen gekoppeld aan openbare bronnen zoals websites en social media.

Het doel van het RTIC is het vergroten van de kans op heterdaad en het verhogen van de veiligheid van politiemensen door ze zoveel mogelijk relevante informatie in een zo kort mogelijke tijd
door te geven. In de paar jaar dat het RTIC bestaat zijn inmiddels vele succesverhalen te noemen waar door het juist inzetten van informatie het verschil is gemaakt op straat. Daarnaast worden ook Twitter berichten gevolgd. Dreigtweets die binnen komen bij de politie worden meteen geanalyseerd. Is de verdachte een bekende van de politie? Valt te achterhalen waar hij zich of dat moment bevindt? Hoe serieus is de dreiging? Al deze informatie wordt verzameld en aan elkaar gekoppeld. Als er bijvoorbeeld foto?s van een verdachte persoon bekend zijn, worden deze doorgestuurd naar de agent op straat. Zo kan een RTICmedewerker een zo volledig mogelijk beeld schetsen van een situatie waar een agent op af moet. Hoe meer een agent op de hoogte is van een situatie en verdachte, hoe beter en veiliger deze zijn of haar werk kan doen.

Bekijk het fimpje van het RTI Lab van TNO en de politie hier.

In de visie van TNO?is de kracht van real-time intelligence, dat het bijdraagt aan het cre?ren van?een beter beeld van de situatie waarin ingegrepen moet worden. Real-time?intelligence kan op die manier een grote bijdrage leveren aan het versterken?van de prestatie van de executieve diensten. Wat zou nieuwe technologie als?Google Glass hieraan kunnen bijdragen?

Bronnen: Wikipedia, NYCPoliceFoundation

Bij Eenheid Rotterdam wordt de relatie met social media ook meteen duidelijk, zeker tijdens de @politie24 actie waarover we eerder een blog schreven:

En de Meldkamer Noord Nederland

@Politie24

politie24

Politie non-stop op zoek naar verborgen informatie,?Vlak na een incident wordt vaak volop getwitterd

In de meldkamer van de politie waar alle meldingen van incidenten binnenkomen, wordt nu door het zogenoemde RTI-team (Real Time Intelligence) van 07.00 uur tot 22.00 uur meegekeken op Twitter en in de politiesystemen. Getuigen van ongelukken en misdrijven plaatsen op de berichtensite informatie die de politie goed kan gebruiken bij de opsporing. De RTI geeft die informatie door aan de agenten op straat.

Door de enorme populariteit van media als Twitter wordt het infoteam vanaf deze zomer het hele etmaal door bemand. ,,Het volgen van de sociale media is voor dat team een heel belangrijke taak, zodat zij agen-ten op straat kunnen voeden,?? zegt Martine Vis, directeur Politie en portefeuillehouder sociale media.
Vis: ,,Het is onmisbaar voor het oplossen van kleine casussen. Maar ook bij zware delicten geeft Twitter ons aanknopingspunten. Na de moord aan de Schinnenbaan op Rotterdam-Zuid werd vorig jaar april ook direct druk getwitterd. Die informatie hebben we bij de opsporing gebruikt.

Het infoteam kijkt ook in de systemen van de politie om direct na een incident informatie van een verdachte of slachtoffer boven water te krijgen. ,,Maar vlak na een incident wordt vaak volop getwitterd.

Vis constateert dat vooral de jonge generatie sneller geneigd is om informatie op Twitter te zetten dan direct 112 te bellen. ,,De drempel voor het twitteren ligt bij hen lager dan de drempel voor het melden van incidenten bij de politie.

Recente voorbeelden geven aan dat de berichtensite ook gebruikt wordt voor bedreigingen. Vorige maand circuleerden tientallen berichten op Twitter dat bij winkelcentrum Zuidplein in Rotterdam een bloedbad zou worden aangericht. Winkels werden uit voorzorg gesloten.

Twee weken geleden werd nog een 18-jarige scholier gearresteerd omdat hij een tweet plaatste waarin hij dreigde in zijn school een granaat te laten ontploffen als zijn resultaten zouden tegenvallen. De jongen wordt vervolgd door Justitie.

Alarmbellen

Als de politie soortgelijke tweets tegenkomt, gaan de alarmbellen af. ,,Soms maken mensen ons er attent op, soms komen wij die zelf tegen,?? zegt Vis. ,,In alle gevallen bekijken wij hoe serieus de dreiging is. Daarvoor proberen wij in contact te komen met de twitteraar zelf of met mensen uit zijn of haar omgeving. Als er een risico lijkt te zijn, gaan we eropaf. Dat is altijd een afweging. Overdreven om jongeren voor stoere taal aan te houden? Moeilijk te zeggen. Tristan van der V., die het bloedbad in Alphen aan den Rijn aan-richtte, was ook maar 24.

Berichten moeten tot meer aanhoudingen leiden

Alle meldingen die donderdag bij de meldkamers van de politie Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland-Zuid binnenkomen, worden bij wijze van proef live doorgezet naar de berichtensite Twitter op internet. Snelle reacties van burgers die de politie op Twitter volgen, moeten informatie opleveren, zodat verdachten eerder kunnen worden opgepakt.,,Maar we willen de burger ook laten zien wat op ??n dag aan meldingen op ons afkomt,?? zegt Martine Vis, directeur politie met sociale media in haar portefeuille. ,,We willen transparant zijn. De mensen een kijkje in onze keuken geven.

Meekijken

Zes medewerkers zetten de tweets met meldingen voor de politie door naar internet. Via de naam #Politie24 kan iedereen meekijken met de agenten op straat. Gemiddeld gaat het om ??n bericht per twee?nhalve minuut.De politie hoopt aan de hand van tips, die daarna via hetzelfde medium worden doorgegeven, ook bijvoorbeeld doorrijders na een verkeersongeval snel te kunnen achterhalen. Het twitteraccount is sinds gistermiddag in de lucht.Er valt nog veel winst te boeken bij deze wijze van opsporing, vindt Vis. ,,Mensen die getuige zijn van bijvoorbeeld een roofoverval of een woninginbraak kunnen op deze manier een belangrijke rol spelen in het oplossen van deze zaken,?? zegt ze. ,,Normaal zouden we wellicht niet met deze mensen in contact komen. Als ze via Twitter op onze meldingen reageren, kan dat wel.

De actie is uniek in Nederland. Politiekorpsen in het Engelse Manchester en het Zwitserse Z?rich hebben eerder alle meldingen van een etmaal op internet geslingerd. In Zwitserland bleef het bij een eenmalige actie, in Engeland konden mensen drie keer meegluren.

Politie dik tevreden over 24-uurs Twitteractie

In totaal 761 meldingen en zo’n 6000 volgers. Dat is het resultaat van de 24-uurs Twitteractie van de politie Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid. De politie is dik tevreden met de actie, die tot vrijdagochtend 7.00 duurde.Doel van de schier eindeloze berichtenstroom op @politie24 was om te laten zien wat de politie doet op een doorsnee dag: wat voor meldingen komen er binnen en hoe gaat de politie daarmee om?

Relatief rustige dag

Volgens het korps kwamen er veel positieve reacties en is de actie een groot succes geweest. “Mensen zijn onder de indruk van wat we allemaal doen”, vertelt woordvoerster Martine Vis. Vooral de hoeveelheid meldingen verbaasde menigeen. “Ik ben zelf ook elke keer weer verbaasd over de veelheid en verscheidenheid van de meldingen”, zegt Vis. En dan was donderdag nog een relatief rustige dag.De politie gaat de actie nog uitgebreid evalueren. Daarbij komt ook aan bod in hoeverre het twitteren van meldingen bruikbare reacties van burgers oplevert. De politie kreeg tijdens de actie van donderdag een aantal reacties die leidden tot nader onderzoek.Mogelijk komt er een vervolg op de 24-uurs Twitteractie. “Dan moeten we misschien een selectie gaan maken”, zegt Vis.

Bronnen: RTV Rijnmond, ‘Waakhond op het web’ AD/Rotterdams Dagblad (14 juni 2012)