Tagarchief: crises

Lessen uit crises en mini-crises 2016

De aanslagen in Brussel en de terreurdreiging rond Schiphol. De ophef over het rubbergranulaat op kunstgrasvelden. De onrust vanwege de Zaanse straatvlogger. Welke dilemma’s speelden bij deze casus en wat kunnen we hiervan leren voor toekomstige situaties? In Lessen uit crises en mini-crises 2016 blikken verschillende auteurs terug op vijftien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar.

Rode draden

Lector Crisisbeheersing Menno van Duin en Vina Wijkhuijs, senior onderzoeker bij het lectoraat, stelden de bundel samen. In het inleidende hoofdstuk belichten zij de rode draden uit de casus. Van Duin: “Een centraal thema is dit keer het belang van continuïteit. Dat gold na het stuwincident bij Grave, maar bijvoorbeeld ook na de hagelstorm in Zuidoost-Brabant en natuurlijk na de aanslagen in Brussel. Hoe zorg je er als overheid voor dat voor ondernemers en burgers de dagelijkse gang van zaken weer zo snel mogelijk doorgang vindt?” Andere thema’s die in het jaarboek aan bod komen zijn omgaan met maatschappelijke en politieke onrust, de rol van veiligheidsregio’s en burgers, de betekenis van bevolkingszorg, en de juridische en financiële verwikkelingen die na (mini-)crises volgen.

Jaarboek bestellen

Lessen uit crises en mini-crises 2016 is geschreven voor bestuurders en professionals werkzaam op het terrein van crisisbeheersing en veiligheidsmanagement. De publicatie is uitgebracht bij Boom uitgevers Den Haag en te bestellen via www.boombestuurskunde.nl.​

[slideshare id=238340495&doc=20171121-ifv-lessen-uit-crises-en-mini-crises-2016-200831113955&type=d]

Crises en mini-crises 2016

Casus 1: De ondergang van iconisch V&D; over de retailtransitie
Casus 2: Treinongevallen in Dalfsen en Winsum
Casus 3: Terroristische aanslagen in Brussel
Casus 4: Hondsdolheid in de Gaasperplas?
Casus 5: Als hagel geen hagel meer blijkt te zijn: noodweer in Zuidoost-Brabant
Casus 6: Terrorismedreiging luchthaven Schiphol
Casus 7: Salmonella op Poolse eieren
Casus 8: Brand in het verzorgingshuis te Krabbendijke
Casus 9: Zaanse vlogger: mediastorm over een ‘straatterrorist’
Casus 10: Een reeks van incidenten bij Vindicat Atque Polit
Casus 11: Maatschappeljike discussie over kunstgrasvelden: wie pakt de bal op en binnen welk speelveld?
Casus 12: Gif langs de Merwede: de casus DuPont/Chemours
Casus 13: Bandenbrand in Someren; na dagenlange inzet aan banden gelegd
Casus 14: Onrust door criminaliteit onder asielzoekers
Casus 15: Binnenvaartschip ramt stuwdam bij Grave

Bron: IFV

Social media kunnen veiligheid brengen

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Deze informatie kan prima gebruikt worden, want met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel.

TwitcidentTwitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven?en?incidenten te managen. Het probeert als het ware de menselijke zintuigen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Taalgebruik op social media verschilt met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert de juiste informatie hier uit te halen, ze doen doen dit samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft. Uit de socialmedia-inhoud proberen we bruikbare inzichten te filteren, zegt Richard Stronkman oprichter van?Twitcident. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten.

Bij grote evenementen kunnen nu tienduizenden twitterberichten worden gefilterd en teruggebracht tot een bruikbaar aantal, waarmee de politie de veiligheidssituatie in de gaten kan houden. De ontwikkeling begon in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. ?Hadden we dat niet via social media zien aankomen??, vroeg Stronkman zich af. ?Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?? Een inhoudelijke analyse destijds, liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. ?Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.?

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde?Project X ?incident uit het Groningse Haren. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde het bericht een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden. Met de attentiewaarde van het onjuiste bericht ging de aandacht niet uit naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Begin?2012 is er?onderzoek?gedaan?naar het gebruik van sociale media in het veiligheidsdomein. Hieruit bleek dat het veiligheidsdomein sociale media vooral inzet om informatie te geven over het werk, de organisatie en bij incidenten en calamiteiten. Het begint met luisteren.?In een onderzoek onder alumni Master Crisis and Disaster management en Master Crisis and Publicorder Management en onder deelnemers aan de opleiding Informatiemanager in de crisisbeheersingskolom zijn opvallend grote verschillen te zien qua gebruik van sociale media. Als het gaat over het gebruik van sociale media binnen de werkzaamheden, dan worden deze vooral als informatiebron benut. Wat opviel is dat het overgrote deel niet effici?nt luisterde op sociale media. In Enschede bij Serious Request is daarna veel ervaring met filtering en luisteren naar berichten opgedaan.

Op 30 april 2013 tijdens de troonswisseling in Amsterdam verwerkte Twitcident een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid? Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. ?Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.?

TwitterHet is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? is niet interessant, 10 mensen die tweeten ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? mogelijk wel. De algoritmes van Twitcident zijn complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Een voorbeeld waar Twitcedent zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Social media monitoring wordt inmiddels veelvuldig ingezet, ook bijvoorbeeld dit jaar in de Innovation Room van de Nuclair Security Summit. Twitcident zorgt er ook voor de partners binnen de Veiligheidsregio Groningen binnen enkele minuten ge?nformeerd worden over een gevoelde aardbeving in de regio. Het systeem zoekt naar tweets van mensen die een beving melden en stuurt vervolgens een mail en sms naar de aangesloten personen en de meldkamer. Vervolgens blijft het systeem tweets verzamelen om snel een beeld te kunnen vormen van de ernst van de situatie. Door de snelle alertering kunnen betrokken hulpverleningspartijen gebruiken voor snelle beeldvorming. In het verleden waren ze voor de alertering in eerste instantie afhankelijk van het KNMI die pas na een aantal uren kan aangeven dat er een aardbeving is geweest en hoe zwaar deze was.

Bron: Securityfacts

Lessen uit crises en mini-crises 2013

mini crises 2013

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het?lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.

In het NRC stond een artikel naar aanleiding van de verschijning van het boek met als titel “De politie weet zich nog altijd geen raad met likes, tweets en sharen; Het zorgde voor heksenjachten”. Autoriteiten snappen het belang, maar worstelen social media.

Mosterdgas

Er ligt mosterdgas in het appartement en de kelderbox van een overleden scheikundeleraar, zo vertelt zijn broer aan de brandweer. Hulpdiensten treffen het mosterdgas aan in goed afgesloten potten. De burgemeester besluit tot snelle verwijdering, het is inmiddels avond. Hulpdiensten evacueren het appartementencomplex. De bewoners, ruim honderd in getal en veelal oud, horen dat zij waarschijnlijk rond middernacht kunnen terugkeren naar hun woning. Die boodschap blijkt te optimistisch: pas om half vijf ’s ochtends zijn de stoffen verwijderd. De bewoners moeten de nacht elders doorbrengen.

Vanwaar de haast van de hulpdiensten? Die potten waren toch goed afgesloten? Waarom begonnen ze in de avond met hun actie, en niet de volgende ochtend, zodat ze meer marge zouden hebben v??r evacuatie nodig zou zijn?

Antwoord: de autoriteiten vreesden voor onrust en verontwaardiging onder de bevolking. Mosterdgas in een wooncomplex! En de hulpdiensten wachten een hele nacht voor ze aan het werk gaan! Sociale media zouden het nieuws vliegensvlug verspreiden, heel Nederland zou er wat van vinden. En dus kozen de autoriteiten voor een snelle operatie en weinig voorbereidingstijd. Met een plots nachtje weg voor honderd Nederlanders als gevolg.

Menno van Duin, lector crisisbeheersing aan de Politieacademie en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), en zijn collega-onderzoeker Vina Wijkhuijs hebben de eindredactie van het boek?boek Lessen uit crises en mini-crises 2013, dat onlangs?verscheen. Daarnaast staan er nog zeventien optredens van overheid en hulpdiensten bij crises en belichten daarbij ook de rol van sociale media. Die hebben grote invloed op crisismanagement, zo blijkt keer op keer uit het boek.

Autoriteiten worstelen met de sociale media.
Zijn overheid en hulpdiensten daar dan nog niet van doordrongen? Jawel, zegt Van Duin. ,,Maar w?ten dat sociale media belangrijk zijn, is iets anders dan er adequaat mee omspringen.”
Dat bleek ook in Eindhoven. Een aantal jongens uit een groep van acht schopte een student vorig jaar op een avond tegen het hoofd. De politie liet de beelden van bewakingscamera’s zien via Omroep Brabant. Sociale media namen het filmpje over. De onderbuik van Nederland deed de rest: foto’s van alle acht jongens verschenen online, hun namen, telefoonnummers en adressen ook. Allen werden bedreigd. Een negende jongen ook, met toevallig dezelfde voor- en achternaam als een van de acht.

De rechter veroordeelde drie van de acht tot ruim een half jaar jeugddetentie. Maar hij paste een strafvermindering van enkele maanden toe wegens de online heksenjacht. Een tik op de vingers voor het Openbaar Ministerie. In deze casus had justitie de kracht van sociale media juist weer onderschat. Van Duin: ,,Justitie had kunnen volstaan met het tonen van stills van de bewakingsbeelden.” Ook effectief. En zulke stilstaande beelden hadden voor minder opwinding gezorgd.

Bij de vermissing van de broertjes Ruben en Julian, in mei 2013, zorgden sociale media voor een razendsnelle mobilisatie van hulptroepen. Honderden burgers gingen meezoeken in bossen. De politie had haar bedenkingen, schrijven Van Duin en Wijkhuijs. ,,Een dergelijke massale ‘sporenvernietigingsoperatie’ werd niet echt op prijs gesteld.”
Tegenhouden van de goedbedoelende hulptroepen was echter geen optie – ze waren te talrijk. De politie besloot de burgerzoektochten te laten begeleiden door politievrijwilligers, en dat ging met ‘vallen en opstaan’.

Politievrijwilligers werden op pad gestuurd ,,met grote groepen mensen” maar ,,zonder stafkaarten” en in gebieden ,,waarvan later bleek dat die eerder al door de Mobiele Eenheid en mariniers waren doorzocht”. Later verliep de samenwerking tussen politie en burgers overigens beter – meer overleg, meer afstemming.
Sociale media deden zich ook gelden in Deventer, augustus vorig jaar. Twee pedofielen – onder wie Marthijn Uittenbogaard, bekend van pedofielenvereniging Martijn – waren voor een paar dagen in de stad. Naar eigen zeggen om een ,,verslaafde vriend” te helpen.

Maar al snel ging het gerucht dat de twee zich in Deventer wilden vestigen. Sociale media verspreidden en versterkten het gerucht. Er kwam er een bij: ze zouden zich in de flat Parkzicht bevinden.
Opnieuw onwaar. De twee waren de stad inmiddels uitgevlucht. Maar de geruchten hielden aan en sociale media trommelden de demonstranten op. En zo schoolde een woedende menigte samen voor een flat waarin de twee hoofdpersonen zich niet bevonden. Agenten zeiden dat herhaaldelijk tegen de demonstranten, maar ze werden niet geloofd. Toen betogers vervolgens ook nog ruzie met flatbewoners gingen maken greep de politie in en keerde de rust terug. Volgens Van Duin waren veel van de demonstraten ,,rabiate activisten tegen pedofilie”. ,,Die mensen zijn nauwelijks te overtuigen, zo sterk geloven ze in de rechtvaardigheid van hun acties.”

Volgens Van Duin moeten overheid en hulpdiensten blijven nadenken over de manier waarop ze met sociale media moeten omgaan, want ,,de invloed wordt alleen maar groter”. Maar, benadrukt hij: de overheid kan niet ?lles oplossen. Zie de ,,zotte situatie” in Deventer, zegt Van Duin. ,,Er was niks aan de hand, maar er was wel een probleem. Dat is een beangstigend aspect van de sociale media.”

Bronnen:?NRC next, 8 oktober 2014 en Politieacademie

Deventer dilemma?s: vermeende aanwezigheid van pedofielen leidt tot hetze

Wat doe je als sociale media een gerucht verspreiden dat niet klopt maar waardoor wel een woedende massa wordt gemobiliseerd, zoals bij de Deventer pedo-protesten? Dat is ??n van de de vragen die voorliggen in Lessen uit crises en mini-crises 2013.

Menno van Duin, lector crisisbeheersing aan de Politieacademie en het Instituut Fysieke Veiligheid, had samen met collega-onderzoeker Vina Wijkhuijs de redactie over?het boek dat onlangsuitkwam. De auteurs sommen samen met anderen voorbeelden op van gebeurtenissen waarbij sociale media als Twitter en Facebook een rol hebben gespeeld zoals bij de ‘kopschoppers van Eindhoven‘, de vermissing van de broertjes Ruben en Julian en de scholen in Leiden die sloten vanwege een bericht op 4Chan. De Deventer pedo-protesten passen in dit rijtje:

Deventer dilemma?s: vermeende aanwezigheid van?pedofielen leidt tot hetze

Auteurs: Renate den Elzen, Dick van Gooswilligen

1 Inleiding

Van 28 augustus tot en met 4 september 2013 was er in en rond?Deventer veel maatschappelijke onrust, omdat het verhaal de ronde?deed dat Marthijn Uittenboogaard, de voormalige spreekbuis van Pedofielenvereniging Martijn, zich zou gaan vestigen in deze stad; iets wat hij helemaal niet van plan was. Wel was hij op verschillende plaatsen in de stad gezien. Ondanks tegenwerpingen vanuit de gemeente en politie bleef zijn vermeende voornemen zich in Deventer te vestigen een hardnekkig gerucht, dat via de sociale media leidde tot een lokale hetze die in de media werd omschreven als ?een heksenjacht op pedo?s?. De onrust die ontstond was natuurlijk een op zich begrijpelijke menselijke reactie. Een van de grootst denkbare nachtmerries van iedere ouder is dat je kind slachtoffer wordt van een pedoseksueel. Geruchtmakende zedenzaken als Marc Dutroux, Robert M. en Benno L. zijn zo enkele voorbeelden die de stoppen in de samenleving deden doorslaan. Nuance en verdraagzaamheid zijn dan ver te zoeken. Vanwege de steeds verder aanzwellende onrust in Deventer, werd vanaf?donderdag 29 augustus de hulp van het Crisiscommunicatieteam (CCT) van de nationale politie ingeroepen. Aan de hand van omgevingsanalyses en mediascans is toen de buitenwereld ?naar binnen? gehaald en werd een basis gelegd voor communicatieadviezen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe ?niets uitgroeide tot iets?. We beginnen met het feitenrelaas, waarna we een aantal dilemma?s benoemen en beschrijven. In de afronding doen we, mede op basis van een gesprek met recherchekundige Van Lier, werkzaam als operationeel specialist Zeden, en met Van Kleef, projectleider Zeden bij de nationale politie, enkele aanbevelingen voor de toekomst.

2 Feitenrelaas

Zelfverklaard pedofiel Ricardo Hunefeld is eind augustus 2013 samen met Marthijn Uittenbogaard, oud-bestuurslid van de pedofielenvereniging Martijn, in Deventer. Het argument om daar te zijn is ?om een verslaafde vriend die al dagen op straat zwierf, te helpen.? Wanneer Hunefeld in het bijzijn van Uittenbogaard door het publiek wordt herkend, worden zij ? tot twee keer toe ? belaagd en bedreigd. De eerste keer is woensdagavond 28 augustus. Nadat zij worden gezien in een supermarkt aan de Beestenmarkt, worden ze door een groep jongeren bedreigd en achtervolgd. Vooral Uittenbogaard is het mikpunt van verwensingen. Van woensdag op donderdag overnachten de twee mannen in Deventer. De volgende dag worden ze opnieuw in de stad gezien, nu in een ijssalon aan de Brink. Via sociale media wordt de locatie bekendgemaakt en dat zorgt voor een razendsnelle toeloop. Het tweetal vlucht de ijssalon in en de politie moet erbij komen om het tweetal van hun belagers te ontzetten.

Een woedende menigte verzamelde zich eerder dit jaar bij de Parkzichtflat in Deventer. Daar zouden de twee pedofielen uithangen.

?Geen bal op tv?

Nadien gaat het gerucht dat de twee zich bevinden in de flat Parkzicht?in de doorgaans rustige Oranjewijk. Een woedende menigte verzamelt?zich die donderdag voor de flat die door sommigen de ?Pedofielenflat??of het ?PedofielenHotel? wordt genoemd (bron: ?Bijnaam pedofielenflat. Dat wil je toch niet?, De Stentor, 2 september 2013). De realiteit is echter dat het?tweetal met een taxi Deventer is ontvlucht. Desondanks vindt er, mede?door mobilisering via sociale media, een anti-pedodemonstratie bij?de flat plaats. Vooral twintigers en dertigers zien het als een verzetje, meldt dagblad de Stentor: ?Er is geen bal op TV en ?t is mooi weer? (?Woedende Deventenaren twee avonden voor flat op Wezenland?, De Stentor, 31 augustus 2013).?Agenten maken de betogers duidelijk dat het tweetal zich niet in de flat bevindt en de rest van de avond verloopt rustig. De volgende avond, vrijdag 30 augustus, vindt er wederom een demonstratie plaats. Rond de 100 tot 200 mensen, voor een deel ?reltoeristen?, komen op de protestactie af (bron: ?Reltoeristen?, De Stentor, 2 september 2013). Hoewel de politie, net als donderdagavond, herhaaldelijk duidelijk maakt dat de mannen niet in de flat zijn, weigert een deel van de betogers te vertrekken. Ze geloven niet dat het tweetal daar niet is en geven geen gehoor aan het verzoek van de agenten om het gebied te verlaten. Er wordt zwaar vuurwerk afgestoken en naar agenten gegooid die de sfeer als bedreigend en grimmig ervaren. Nadat er bovendien ruzie ontstaat tussen betogers en bewoners van de flat die overlast ondervinden, grijpt de Mobiele Eenheid (ME) in en veegt het plein en de straten rond de flat schoon. Er wordt een arrestatie verricht. Er raakt niemand gewond. Rond half twee ?s nachts keert de rust in de wijk terug.

?Doodstraf voor pedo?s?

Zaterdagmiddag 31 augustus bezoekt burgemeester Heidema de flat?Parkzicht en spreekt met verontruste bewoners, zo meldt de NOS op Radio 1. Op de regionale omroep RTV Oost uit Heidema zich als volgt: ?Het gedonderjaag moet afgelopen zijn. We houden met alles rekening.?Als er toch mensen zijn die het idee hebben om vanavond weer?gezellig naar de flat te komen, zullen ze ontdekken dat het echt niet?gezellig is.?

De zaterdagavond en -nacht verlopen rustig, constateert politiewoordvoerder?Nijman in de loop van de zondag. Op woensdagmiddag?4 september?lopen echter toch nog ruim 150 mensen mee in een?anti-pedodemonstratie. Op Facebook was een oproep gedaan om te?demonstreren. De demonstranten (waarvan velen hun (klein)kinderen?hebben meegenomen) lopen rustig naar het Stadhuis en dragen?spandoeken met de tekst: ?Wij trekken een grens, een pedo is geen?mens!? Burgemeester Heidema spreekt de demonstranten toe en?noemt pedofilie?een ?open zenuw? in de samenleving. ?Ik deel jullie?weerzin tegen pedofilie; ik ben ook vader en opa.? Maar hij pleit er ook?voor onderscheid te maken tussen pedofielen en pedoseksuelen. De?oproep tot nuance en verdraagzaamheid wordt door de demonstranten?niet gewaardeerd. Zij zijn fel in hun bewoordingen en ?willen niet dat?er eerst een kind misbruikt wordt, voor er actie wordt ondernomen.? De?demonstratie verloopt verder zonder problemen.?Die avond zit een aantal demonstranten, merendeels vrouwen, in?de studio bij Pauw en Witteman, waar het ?Pedoprotest in Deventer??aan de orde komt. Ze zijn woedend en eisen onder meer de doodstraf?voor pedo?s, ?ook als ze zich niet aan een kind hebben vergrepen.?

3 Dilemma?s

In deze casus kunnen we een aantal dilemma?s ontwaren:
1. Ten eerste vindt via sociale media snelle en real-time verspreiding?van (onjuiste) informatie plaats, die ertoe leidt dat mensen in actie?komen en demonstreren bij een flat waar de twee pedofielen zich?niet bevinden. Het zelfreinigend vermogen van sociale media werkt?niet altijd optimaal; geruchten worden ?feiten? die maar moeilijk te?weerleggen zijn.

2. De (sociale) media bereiken ook ?buitenstaanders? en mobiliseren?niet alleen direct betrokkenen, zoals flatbewoners of inwoners van?Deventer, maar een brede groep van anti-pedodemonstranten. Dit?leidt er toe dat op vrijdagavond een andere groep betogers dan op de?eerste demonstratieavond actie voert.

3. Overheden en reguliere media worden niet geloofd. Terwijl de politie?en de media aangeven dat het tweetal niet meer in Deventer is,?vinden er toch demonstraties plaats. De sociale media vergroten het?wantrouwen jegens overheden en media.

4. Ten vierde speelt een privacydilemma. Door meer informatie?te geven over bijvoorbeeld de daadwerkelijke verblijfplaats van?Hunefeld en Uittenbogaard zou de rust in de gemeente Deventer
kunnen terugkeren, maar dit is niet mogelijk, omdat dit de privacy?van het duo schaadt, en niet handig, omdat het kan leiden tot?demonstraties op andere plaatsen.

5. Ook ligt een dilemma besloten in het vinden van een balans tussen?enerzijds het beschermen van de bevolking tegen pedofielen en?anderzijds de bescherming van personen (inclusief het duo) tegen
de betogers.

6. Ten slotte speelt de subjectieve risicoperceptie van de maatschappij?een rol in deze casus. De maatschappelijke inschatting van?het risico op misbruik van kinderen, wijkt af van het wetenschappelijk?ingeschatte risico. Daarbij is de maatschappij zich minder?bewust van het risico op andere vormen van kindermisbruik, zoals?grooming.

Hieronder volgt een verdere toelichting bij de dilemma?s.

4 Analyse

Dat Uittenbogaard en Hunefeld op woensdagavond 28 augustus in een?supermarkt in Deventer werden gespot, kwam door berichten op de?sociale media. Hierdoor kwamen veel mensen naar de Beestenmarkt?toe. De volgende dag herhaalde dit zich, nadat het tweetal bij een ijssalon?werd gezien. Dit keer werd via sociale media bekend dat zij zich?in de buurt van de Brink bevonden. Daar werden ze vervolgens beledigd?en bespuugd. Ze vluchtten de ijssalon in, in afwachting van de?politie die hen een veilige aftocht bood. Volgens De Stentor kregen zij?van de lokale overheid het advies om niet meer naar Deventer toe te?komen om herhaling te voorkomen (bron: ?Agenten bieden aangeslagen tweetal veilige aftocht?, De Stentor, 30 augustus 2013). Enerzijds een begrijpelijk advies.
De gemoederen waren inmiddels flink opgelopen en de kans dat het?tweetal opnieuw zou worden belaagd was groot. Anderzijds hadden?Uittenbogaard en Hunefeld niets misdaan; ze hebben geen strafblad?en zijn nooit veroordeeld. Ze zouden wat dat betreft vrij moeten zijn om?te gaan en staan waar ze willen.

In strafwetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen pedofilie (het??verlangen naar seksueel contact? met kinderen) en pedoseksualiteit (het??daadwerkelijk hebben van seks? met kinderen). Slechts seksueel contact?met kinderen, het produceren en in bezit hebben van kinderporno?zijn strafbaar; het verlangen en fantaseren niet. Dit onderscheid wordt echter in maatschappelijke discussies niet gemaakt. Pedoseksualiteit en pedofilie worden veelal over een kam geschoren, omdat het ?verlangen naar? de eerste aanzet kan zijn tot het daadwerkelijk hebben van seks met kinderen. Dit zorgt ervoor dat emoties hoog op kunnen lopen.

Omgevingsanalyses

Naar aanleiding van de onrust in Deventer heeft het Crisiscommunicatieteam?van de politie omgevingsanalyses (ook wel?media-analyses genoemd), verzorgd. Het team werkt volgens het proces
van ? Analyse ? Advies ? Aanpak ? Effectmeting.

Door berichten in zowel de traditionele media als op sociale media?te analyseren, is in kaart gebracht wat het sentiment en de informatiebehoefte??in de buitenwereld? was: wat zijn de meest prangende?vragen, wie zijn de belangrijkste actoren en welke duiding wordt er?aan het incident gegeven? De berichten van dagbladen en omroepen?zijn voor de analyse vaak minder van belang dan de reacties van lezers?daarop. Zo kun je door het scannen van reacties op bijvoorbeeld een?bericht van RTV Oost snel ontdekken welke sentimenten er leven.?Zijn mensen bang, boos of vinden ze het vermakelijk. Deze reacties?worden aangevuld met reacties op Facebook, Twitter of andere?sociale?media-platforms waarop mensen actief over het incident hun?mening geven en discussi?ren. Analyses worden gecompleteerd met?bijvoorbeeld vragen die binnenkomen bij het algemene politienummer?0900-8844 of bij de wijkagent, zo ontstaat een redelijk beeld van het?heersende sentiment en dit vormt de basis voor de communicatiestrategie.?De uitvoering van de communicatiestrategie wordt vervolgens in?een nieuwe analyse gemeten: de zogeheten effectmeting. En zo start?het proces van meet af aan. Dit proces kan desgewenst ieder uur doorlopen?worden, waardoor de afdeling communicatie snel kan inspelen?op nieuwe ontwikkelingen.

Ook in deze casus vormden de analyses de basis voor de communicatiestrategie.?Uit de analyses kwam naar voren op welke doelgroep en?prangende vragen de communicatie zich moest richten; welke geruchten?moesten worden ontkracht; hoeveel mensen er mogelijk op een?demonstratie afkwamen en hoe groot de onrust daadwerkelijk was. De?analyses en adviezen werden via de communicatieadviseur van de politie-eenheid Oost in het gemeentelijk beleidsteam ingebracht.

Politie:

Ruimte voor tegengeluid

Er werden in deze zaak twee Facebookpagina?s opgericht die een grote?rol speelden in de mobilisatie van demonstranten: de Facebookpagina??Weg met Martijn uit Deventer? en een pedo-protestpagina. De?Facebookpagina?s bleken populair, want het aantal ?likes? groeide snel.?Vlak na de oprichting van de pagina ?Weg met Martijn uit Deventer???liken? duizenden mensen de pagina en gaven daarbij aan met de?demonstratie op woensdagmiddag 4 september mee te willen lopen.?Deze middag was bewust gekozen, zodat ook veel kinderen konden?meelopen. Vermoedelijk is niet alleen Facebook gebruikt om mensen?te mobiliseren, maar ook WhatsApp en sms. De politie en de gemeente?stonden voor een dilemma. De boodschap dat het duo Hunefeld en?Uittenbogaard niet in de flat Parkzicht verbleef, werd nog steeds niet?geloofd. Enerzijds wenste de gemeente de bewoners van de flat te?beschermen die zich onveilig voelden omdat er kennelijk een pedofiel?zou wonen, maar ook last ondervonden van de demonstraties en?de relschoppers. Aan de andere kant was het begrijpelijk dat ouders?met kinderen zich minder veilig voelden en wilde de gemeente ruimte
geven voor tegengeluid.

Alleen donderjagen

Op de demonstratie vrijdagavond bij het flatgebouw Parkzicht kwam?een groot aantal demonstranten en relschoppers af. Dit keer niet alleen?uit Deventer, maar ook uit omringende steden. Er werd zwaar vuurwerk?afgestoken en naar agenten gegooid. Uiteindelijk was die avond?inzet van de ME nodig nadat betogers ruzie hadden gekregen met?bewoners. Jongelui zouden onrust hebben veroorzaakt toen ze over de?galerijen van de flat zwierven op zoek naar Uittenbogaard en Hunefeld.?Dit terwijl het duo vanaf donderdag al niet meer in Deventer was en?dit ook regelmatig was gecommuniceerd. Deze boodschap landde niet.?Burgemeester Heidema reageerde hier in de media als volgt op: ?Dan?ben je doof of stom, of ben je er alleen om te donderjagen. Het heeft
niets meer te maken met bezorgdheid over pedofilie, maar met rotzooischoppen.? (bron: ?Geweld bij betoging tegen ex-Martijnlid?, NRC Handelsblad, 2 september 2013). De demonstranten waren dan veelal ook geen ongeruste?inwoners van de flat, zo gaf een journalist van De Stentor aan:

?Wat opviel was dat er van heinde en verre vooral veel nieuwsgierige??reltoeristen? op de schermutselingen afkwamen. Snel ge?nformeerd?via vooral de sociale media kwamen ze in auto?s en op scooters en?fietsen naar de flat Parkzicht.? (bron: ?Reltoerisme?, De Stentor, 2 september 2013).

Om er voor te zorgen dat er zaterdagavond niet opnieuw onrust zou?ontstaan, ondernam de gemeente na vrijdagavond actie en legde contact?met de oprichters van de Facebookpagina?s. Nadat de gemeente?hen had verteld dat eventuele schade die door volgende demonstraties?zou ontstaan, op hen zou worden verhaald, werden de pagina?s offline?gehaald (bron: ?Tweede Facebookpagina die was gewijd aan anti-pedodemonstratie in Deventer ook verwijderd?,?De Stentor, 3 september 2013).

Het recht op vrije meningsuiting werd op deze manier niet?geschaad, maar de keuze werd bij de initiatiefnemers van de pagina?s?neergelegd: stoppen of instaan voor de (financi?le) gevolgen. De Facebookpagina?voor de demonstratie op woensdagmiddag 4 september?werd na het weekend weer online gezet, nadat de initiatiefneemster?zich bij de gemeente had gemeld als aanspreekpunt voor de protestactie.?Op de protestactie kwamen ongeveer 150 mensen af (bron: ?Protest tegen pedofielen ? ?open zenuw??, De Stentor, 5 september 2013).

De demonstratieverliep rustig.

deventer

Geruchten worden feiten

Sociale media hebben een grote rol gespeeld bij het verspreiden van?onjuiste berichten. Terwijl sociale media ook een groot zelfreinigend?vermogen kunnen hebben ? omdat mensen elkaar verbeteren of een?discussie aangaan ? was dat in deze casus niet het geval. Onder andere?de politie en de media hebben vanaf donderdag steeds benadrukt dat?Uittenbogaard en Hunefeld niet in de flat woonden. Ook op Facebook?en via Twitter was dit door de gemeente en politie gemeld. Het bericht?werd echter niet geloofd. Donderdagavond lieten betogers zich bij de?flat nog overtuigen door agenten en gingen ze naar huis. Vrijdagavond?was dat niet meer het geval en moest de ME worden ingezet. Een van?de betogers op vrijdagavond, zo schrijft de Stentor, is een ?opgewonden?knaap?. In discussie met een agent zegt hij: ?We willen zelf beoordelen?of die lui in die flat aanwezig zijn. Bovendien, waarom is hier dan nog zoveel politie aanwezig als die pedofielen er volgens jullie niet zijn??

Het wantrouwen naar de politie en media werd versterkt door een foto?die online werd gedeeld. Op deze foto is een man te zien op een balkon?van de flat Parkzicht. De man lijkt van een afstand op Uittenbogaard,?maar hij is het niet. Mensen waren er echter van overtuigd dat hij?nog steeds in Deventer was. Voor de boodschap ?hij is hier niet? die?ook online (Facebook en Twitter) door de politie (@PolitieIJS) en de?gemeente (?GemeenteDeventer? op Facebook) werd gemeld, stond men?niet open. Mogelijk had het beter gewerkt als men dit meer expliciet en?vaker via sociale media had aangegeven. De vraag of herhaling in deze?meer effect heeft, zou het waard zijn te onderzoeken.

Manhunting

Foutieve informatie die niet wordt ontkracht of kan worden ontkracht,?kan schadelijke gevolgen hebben. De laatste jaren hebben we tal van?voorbeelden gezien waarbij mensen zelf voor rechter dreigden te gaan?spelen. Na de aanslag op de Koningin in Apeldoorn in 2009 plaatste?het Algemeen Dagblad op de voorpagina een foto van de vermoedelijke?dader. Dit bleek echter niet de dader te zijn, maar iemand met dezelfde?achternaam. Deze man werd vervolgens bedreigd en lastig gevallen.?Hetzelfde gebeurde bij de identificatie van de ?kopschoppers? in de?zaak van de ernstige mishandeling in Eindhoven. De?namen van de verdachten werden op de website van GeenStijl gepubliceerd?waarmee de ?reaguurders? een man hunt organiseerden. Een?van de verdachten had een naamgenoot (dezelfde voor- en achternaam)?die werd lastiggevallen, bedreigd en beledigd. Ook zijn er voorbeelden?van zogenaamde ?pedojagers? die de mist in zijn gegaan. Begin november
2013 drongen in Harderwijk vier ?pedojagers? al schreeuwend een?woning binnen. Ze dachten dat daar een man woonde die via Facebook?een jong meisje een oneerbaar voorstel zou hebben gedaan. Toen ze?ontdekten dat ze op het verkeerde adres waren, gingen ze ervandoor.?Het gemak waarmee informatie op sociale media als waarheid wordt?beschouwd, is dan ook zeker een dilemma. Zeker wanneer het tegengeluid?van overheden niet wordt geloofd.

Kans op recidive door isolement

Eigenrichting is in feite een negatieve vorm van burgerparticipatie.?Bij het grote publiek bestaat veel begrip voor dergelijke particuliere?initiatieven richting pedo?s, vooral van ouders van misbruikte kinderen.?Toch zien we dikwijls ook positieve vormen van burgerparticipatie,?zelfs bij de terugkeer van pedoseksuelen in de samenleving. Uit?onderzoek is gebleken dat een sociaal isolement van een pedoseksueel?de kans op recidive vergroot (Boone, Van de Bunt & Siegel, 2014, zie onderaan dit blog).?Reclassering Nederland heeft daarom het project COSA (Cirkels voor?Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid) omarmd, waarbij?veroordeelde pedoseksuelen na het uitzitten van hun straf in hun?woonomgeving worden bijgestaan door getrainde vrijwilligers en professionals.?In het buitenland is bewezen dat COSA het recidivegevaar?met 80 procent terugdringt. Tijdens de terugkeer van pedoseksueel?Benno L., de oud-zwemleraar uit Den Bosch die vast heeft gezeten voor
kindermisbruik, was er vanuit de bevolking veel weerstand tegen zijn?komst naar de gemeente Leiden. Toch was hier ook een ander geluid?te horen. COSA-vrijwilligers lieten weten Benno L. te gaan begeleiden?en dit zorgde voor relatieve rust. De casus Benno L. dient inmiddels als?voorbeeld hoe maatschappelijke onrust rond dit thema door maatwerk?valt te beteugelen.

Naming and shaming

Op sociale media werd niet alleen verkeerde informatie gedeeld, maar?ook privacy gevoelige gegevens. Naming and shaming (alles met naam?en toenaam noemen en personen aan de schandpaal nagelen) is tegenwoordig?op sociale media volledig ingeburgerd. De volledige namen?van Uittenbogaard en Hunefeld, hun vermoedelijke verblijfplaatsen,?foto?s en video?s werden gedeeld. Mensen laten zich kennelijk niet?weerhouden van het delen van privacygevoelige informatie, terwijl dit?niet zomaar is toegestaan. De overheid heeft zich uiteraard aan deze?regels te houden. Het geven van meer informatie over bijvoorbeeld de?verblijfplaats van Hunefeld en Uittenbogaard had wellicht kunnen leiden?tot meer rust, maar uit privacyoverwegingen konden zowel politie?als gemeente deze informatie niet zomaar vrijgeven. Het geven van?extra informatie over de feitelijke verblijfplaats garandeert bovendien?niet dat het probleem dan is opgelost; de kans dat de onrust zich verplaatst
of juist aanzwelt is aanwezig.

In een recent onderzoek van Boone, Van de Bunt en Siegel (2014, zie onderaan dit blog)?wordt dit privacy-dilemma ook opgemerkt. De onderzoekers bestudeerden?negen zaken waarin maatschappelijk onrust ontstond rond?een zedendelinquent. Daaruit blijkt dat burgemeesters al snel te veel?priv?-informatie over delinquenten delen. In eerste instantie vertellen
bestuurders het liefst zo weinig mogelijk om onrust te voorkomen,?maar als eenmaal bekend is dat er een zedendelinquent in de gemeente?komt wonen / woont, dan willen zij ter geruststelling en in het kader?van openheid en transparantie zoveel mogelijk vertellen, bijvoorbeeld?over de kans op recidive of de psychische toestand. Maar dit is wettelijk
niet toegestaan. Dit betekent volgens de onderzoekers dat ?de burgemeester?soms met gebonden handen op de barricaden staat? (Boone,?Van de Bunt & Siegel, 2014, zie onderaan dit blog).

Risicoperceptie

Burgers hebben niet altijd een re?le risicoperceptie. Uit angst voor?herhaling, reageren burgers soms fel op de komst van een pedofiel in?hun woonomgeving, maar het risico dat een pedofiel via het wereldwijde?web kinderen verleidt is feitelijk veel groter. Men is zich daar?over het algemeen weinig van bewust. Tegenwoordig zijn pedofielen?en pedoseksuelen steeds vaker actief op het internet. Dit digitale kinderlokken?noemen we grooming (inkapselen). Een groomer doet zich?voor als iemand anders en neemt bij het eerste contact ? bijvoorbeeld?via een chatforum ? de leeftijd van het potenti?le slachtoffer aan en?maakt daarbij gebruik van fictieve profielfoto?s. De groomer probeert?het vertrouwen van de minderjarige te winnen door aan te sluiten op de?belevingswereld en een luisterend oor te bieden. Dat gaat heel subtiel.?Vervolgens gaat de groomer over op meer dwingende methoden die?ertoe kunnen leiden dat het slachtoffer zich bijvoorbeeld uitkleedt voor
de webcam. Deze beelden of chatberichten worden vaak gebruikt als?chantagemiddel richting klasgenoten of ouders. In sommige gevallen?leidt het contact tot een daadwerkelijke ontmoeting met de groomer.?Een groomer richt zich niet op een of enkele slachtoffers, maar vaak op?tientallen of honderden tegelijk. Uit onderzoek blijkt dat 15 procent van?de Nederlandse middelbare scholieren (13-16 jaar) via internet weleens?het verzoek heeft gehad tot het hebben van seksueel contact. Volgens?Van Kleef, projectleider Zeden bij de nationale politie, zullen we ook of?juist grooming moeten voorkomen, en ligt daar een taak voor iedereen:??We moeten meer investeren in de bewustwording van de risico?s van?grooming bij ouders, opvoeders, leerkrachten en uiteraard de jongeren?zelf.?

5 Afronding

De terugkeer van een (veroordeelde) zedendelinquent lijkt vaak voor?maatschappelijke onrust te zorgen. Volgens recherchekundige Van?Lier, operationeel specialist Zeden, is echter het tegendeel waar. Er?keren per jaar honderden zedendelinquenten terug in de maatschappij?en meestal ontstaat er helemaal geen onrust. Dat betekent volgens?Van Lier niet dat we niets moeten doen.
?Het allerbelangrijkste is dat zoveel mogelijk wordt gedaan om te?voorkomen dat de zedenpleger opnieuw in de fout gaat, zoals behandeling?en adequaat toezicht door de reclassering in samenwerking
met de gemeente en de politie.??Een proactieve, integrale aanpak en gebruikmaken van de ervaringen?die inmiddels met zedenzaken zijn opgedaan (zie bijvoorbeeld Vollenbroek,?2003), lijken de sleutel tot succes. En als er toch onrust ontstaat,?is maatwerk noodzakelijk, aldus Van Lier:

?Het kan gaan om diverse aanjagers van onrust: slachtoffers, buurtbewoners,?pedojagers of relschoppers. Naast huisvesting en hulpverlening?is daarom het communicatietraject belangrijk. De aanpak
is afhankelijk van het type aanjager en van de mate en de aard van de?onrust. Waar bij ongeruste buurtbewoners persoonlijke aandacht en?betekenisgeving goed werken, heeft dit bij pedojagers en relschoppers?een averechts effect.?

Ook Van Kleef meent dat het een kwestie is van communicatief maatwerk.

?Beleg niet direct bij het eerste bericht of gerucht een voorlichtingsavond,?terwijl je weet dat je dan voor een zaal staat zonder antwoord?te kunnen geven op de meest prangende vragen. Dat vergroot alleen?maar de onrust. Het vergt een afweging tussen openheid, snelheid?en zorgvuldigheid.?

Om maatwerk te kunnen leveren, is het van belang om goed op de?hoogte te zijn van wat er in de maatschappij leeft. Omgevingsanalyses?zijn daarvoor een goed instrument en tegenwoordig vrijwel onmisbaar.

Scholen in Leiden dicht vanwege een 4Chan bericht

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van hetlectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.?

Dreiging van een school shooting in Leiden

Menno van Duin, Annet Ponjee

Inleiding

Op zondagavond 21 april 2013 wordt via de media bekendgemaakt dat de middelbare scholen en mbo-scholen in Leiden op maandag 22 april dicht blijven. Dit in verband met een dreigement dat er op een school in Leiden een schietpartij zal plaatsvinden. Het bericht leidt tot consternatie in Leiden en de directe omgeving.
Naast de zorgen die de dreiging van een schietincident teweegbrengt, speelt ook de vraag of deze maatregel, het sluiten van scholen, noodzakelijk is, of dat het een overdreven reactie is op het bericht van ?een idioot?. In dit hoofdstuk staat het dilemma centraal tussen ?niets doen? en ?alles uit de kast halen?. Het hoofdstuk is tot stand gekomen op basis van de beschikbare evaluaties en een gesprek met burgemeester Lenferink van Leiden.


Feitenrelaas

In de nacht van zaterdag 20 op zondag 21 april 2013 neemt de politie in Z?rich (Zwitserland) contact op met de politie in Leiden (regionale eenheid Den Haag), omdat op internet een bericht staat waarin wordt gedreigd in Leiden een school shooting te plegen. Op de website 4Chan is het volgende bericht geplaatst:

4chanthreat

?Tomorrow, I will shoot my Dutch teacher, and as many students as I can. It will be on the news tomorrow. It?s a school in a dutch city called Leiden, and for more proof, I will be using a 9mm Colt Defender. I will be carrying a note with me when I go into the school
which will explain why I did it. If the message of the note will not be published, a friend of mine will post it here on 4chan a day later. Oh, and I?m using a proxy, the police is not gonna find me before tomorrow.?

Door de politie wordt de melding serieus opgepakt. Dezelfde nacht nog zet de politie interne opdrachten uit die tot doel hebben een inschatting
te kunnen maken van de ernst van de melding. De districtchef van Leiden informeert zondagochtend 21 april 2013 de leiding van de politie-eenheid in Den Haag en het gemeentebestuur. Afgesproken wordt dat als aan het begin van de middag nog geen zicht is op het IP-adres of een dader, de politie een zogenaamde Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) zal instellen. Een SGBO is een team van politiemensen dat doorgaans wordt ingesteld voor de aansturing van
het politieoptreden bij ernstige incidenten, calamiteiten of bijzondere activiteiten.

Om 12.00 uur die zondagmiddag hebben de werkzaamheden die tot dan toe zijn ondernomen nog onvoldoende resultaat gehad en dus start de politie, zoals afgesproken, een SGBO. De Algemeen Commandant (AC) van de SGBO is de districtschef van Leiden.
Rond 14.00 uur besluiten de burgemeester van Leiden en de districtschef (c.q. de AC-SGBO) om met de gebiedsofficier van justitie als driehoek bij elkaar te komen. Op zondagmiddag om 15.30 uur vindt het eerste overleg van de driehoek plaats.

Intussen wordt door de SGBO via de landelijke deskundigheidsmakelaar van de Politieacademie een gedragsdeskundige ingeschakeld. Omdat de eerste deskundige in het buitenland zit en onbereikbaar is, wordt pas zondagmiddag laat een andere gedragsdeskundige bereikt. Deze ontvangt het dreigbericht per e-mail en beoordeelt op basis daarvan (en onder tijdsdruk) dat de bedreiging serieus moet worden genomen. Omdat uit het opsporingsonderzoek van de politie nog geen nadere informatie over de zender van het bericht is gebleken, besluit de driehoek nog diezelfde avond een overleg in te plannen met de schooldirecteuren
van het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs uit Leiden. Immers, deze scholen kunnen op basis van het bericht (waarin gesproken wordt van een ?leraar Nederlands?) tot de doelgroep van de bedreiging worden gerekend. Na overleg met de driehoek besluiten de schooldirecteuren op zondagavond dat hun scholen de volgende dag (22 april) gesloten blijven. Zij informeren hun leerlingen en medewerkers.

Mede doordat het bericht dat scholen gesloten blijven vanwege een dreiging van een schietpartij op de sociale media een grote impact heeft, worden vrijwel alle leerlingen tijdig bereikt. Slechts een enkele leerling blijkt het bericht niet voor maandagochtend te hebben vernomen. Bij alle scholen die gesloten zijn, is zichtbaar politie aanwezig. Onder medewerkers en (ouders van) leerlingen van andere scholen (basisscholen en scholen net buiten Leiden) bestaat enige verwarring waarom hun school niet gesloten is. Sommige ouders nemen geen risico en houden hun kinderen, ook al zitten ze op een andere school,?thuis. Enkele van de schooldirecteuren die niet over de sluiting van de andere scholen ge?nformeerd zijn, besluiten hun scholen eveneens te sluiten.

Rond het middaguur wordt bekend dat er een arrestatie heeft plaatsgevonden in verband met de dreiging van de school shooting. Los daarvan vindt op maandag een nadere analyse plaats van het dreigbericht waarvoor ook andere gedragsdeskundigen worden geconsulteerd. Op basis van hun analyse en nadere informatie uit het opsporingsonderzoek wordt de dreiging die van het bericht uitgaat als minder risicovol beschouwd dan de dag ervoor. Na overleg met de driehoek besluiten de schooldirecteuren dat hun scholen dinsdag weer open zullen gaan. Zowel dinsdag als woensdag zullen bij de scholen nog wel politieagenten
aanwezig zijn.

Maandagavond wordt duidelijk dat de aangehouden verdachte niets met de zaak te maken heeft. Het opsporingsonderzoek naar de afzender van het bericht wordt daarom voortgezet. Op woensdagmiddag 24 april blijkt uit het opsporingsonderzoek dat de persoon die het bericht heeft geplaatst, zich niet in Nederland, maar in Costa Rica bevindt. Daarmee komt er een einde aan de dreiging.

Dilemma

Op het eerste gezicht lijkt hier sprake van ??n dilemma: risico?s nemen (het zal wel loos alarm zijn) of risico?s mijden. Een ?duivels dilemma? noemde de Leidse burgemeester Lenferink het: ?Aan de ene kant is er het risico van overreactie. Aan de andere kant het risico dat je niks doet en er vervolgens iets ernstigs gebeurt. Dat wil je niet op je geweten hebben.? De evaluatie beschrijft het als volgt (Driehoek Leiden, 2013, p. 4):

?Het feit dat het in dit geval ging om een dreiging via internet, die niet heel specifiek was over tijd, locatie en personen, maar wel heel concreet in zijn doel, maakte het tot een, zoals de burgemeester steeds omschreef, duivels dilemma. Welke maatregelen te nemen op basis van een dergelijk internetbericht.?

In dit geval koos men voor het vermijden van de mogelijke risico?s. Daarbij speelde zeker ook mee dat men in Leiden en de regio nog niet eerder met een vergelijkbare situatie te maken had. Wordt de casus nauwkeuriger bekeken en ook datgene wat in de media rond deze casus naar voren kwam wordt meegenomen, dan blijkt echter dat een aantal vragen achter dit dilemma schuil gaat, zoals:
? Wanneer wordt door wie de beslissing genomen om de scholen te sluiten?
? Welke scholen worden gesloten?
? Wat wordt er (door wie en wanneer) naar buiten gecommuniceerd?
? Wat gebeurt er met de basisscholen en andere onderwijsinstellingen in Leiden (en eventueel in de regio)?
? Hoe verhouden zich de rollen van de burgemeester en het OM?

Beslissen in onzekerheid is de kern van crisisbeheersing. Immers, als je alles weet, is er nauwelijks sprake meer van een crisis. Dat verklaart ook dat achteraf velen het wat overdreven vonden dat men tot deze maatregelen overging, maar achteraf is het altijd zo veel makkelijker te adviseren hoe te beslissen!

Mede naar aanleiding van deze casus is in de bestaande Burgemeestersgame (waarin dilemma?s centraal staan) dit voorbeeld opgenomen. Bij een actieve presentatie van deze nieuwe game (Arnhem, 16 april 2014: Digitale verstoring openbare orde) gaf maar een enkeling (van de tientallen aanwezigen) aan dat zij zouden adviseren scholen te sluiten.

Bgame

Analyse

Wie besliste en wanneer?

De directeuren van Leidse middelbare scholen lieten zich die zondagavond door de driehoek de situatie uitleggen. Sommigen zagen sluiting als de enige optie; anderen twijfelden eerst wat. Toch besloten de directeuren die avond eensgezind op basis van de beschikbare informatie dat het beter was hun scholen maandag te sluiten. Terwijl bij velen het beeld leek te bestaan dat de burgemeester ? gezien zijn optreden in de media ? of de driehoek deze beslissing nam, was het feitelijk anders. Ongetwijfeld speelde de driehoek een cruciale rol, maar de formele beslissing lag bij de scholen zelf. Uiteraard lag een gemeenschappelijk?doel ? de veiligheid op de scholen ? achter deze eensgezindheid.

De vraag wie uiteindelijk de beslissing zou moeten nemen (de gemeente of de schooldirecteuren) is relevant. Wij zien in dergelijke situaties nogal eens dat de gemeente c.q. burgemeester een beslissing neemt, in plaats van de meest betrokken partij. Zo gelastte in 2012 de gemeente Veere vanwege de weersverwachtingen het evenement Concert at Sea af, terwijl de organisatie dat eigenlijk zelf had moeten doen. Boeiend zou het natuurlijk zijn geworden als in dit geval de schooldirecteuren een andere afweging zouden hebben gemaakt. Tegelijkertijd is dat niet zo waarschijnlijk als het OM en het gemeentebestuur?eensgezind zijn.

In het volgende ?jaarboek mini-crises? zal dan ook zeker de casus Pinkpop (2014) worden opgenomen. Hier werd ondanks ?alarmweercode rood? het festival niet afgelast en werden de aanwezigen niet ge?vacueerd. Een nadere analyse is hier op zijn plaats.

Uit de evaluatie blijkt dat de samenwerking tussen de driehoek en de schooldirecteuren als goed is ervaren:

?Er was een duidelijk gemeenschappelijk doel: de veiligheid van scholieren, docenten en overig personeel op de scholen. Het besluitvormingsproces rondom de sluiting van de scholen en de informatievoorziening is als zeer open en transparant ervaren. Hierdoor konden de schooldirecteuren een afgewogen besluit nemen en was er vertrouwen in de genomen maatregelen? (Driehoek Leiden, 2013, p. 4).

Welke scholen?

leiden scholen

Op grond van de dreigingsanalyse beperkte de driehoek de dreiging tot het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Er werd gesproken over my Dutch teacher wat men vertaalde als mijn leraar Nederlands. Andere scholen ?bleven zo buiten schot?. Die zondagavond kregen de ouders van leerlingen een boodschap: ?wegens omstandigheden zijn morgen alle scholen van Voortgezet Onderwijs en MBO in Leiden gesloten?. Gelet op het dreigement was dit op zich logisch. De dreiging leek eerder gericht op deze scholen dan op bijvoorbeeld een basisschool. Maar of bijvoorbeeld ook het Luzac niet tot de bedreigde scholen?kon behoren, was veel minder zeker. Aanvankelijk was op basis van de dreigingsanalyse een uitzondering gemaakt voor het voortgezet speciaal onderwijs.

?Het besluit van de driehoek om, op basis van de dreigingsinschatting, de focus te leggen op het nemen van maatregelen bij de scholen voor voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs in Leiden had als gevolg dat er geen maatregelen zijn genomen, er geen handelingsperspectief is gegeven en ook niet direct gecommuniceerd is naar andere scholen in Leiden en buurgemeenten? (Driehoek Leiden, 2013, p. 6).

Welke boodschap en welk medium? Het formuleren van een boodschap naar de buitenwacht levert in gevallen als deze misschien nog wel het lastigste dilemma op. Daarbij gaat het vooral om de mate van transparantie. Uit rampsociologisch onderzoek weten wij dat een goede waarschuwingsboodschap dient te bestaan uit een tweetal aspecten. Ten eerste geeft het aan wat het probleem of het risico is en ten tweede welk handelingsperspectief daarbij wordt aanbevolen of verwacht (Quarantelli & Taylor, 1977). Mensen zullen vaak iets vooral doen als ze begrijpen waarom ze het moeten doen. In deze casus was aanvankelijk niet al te grote openheid betracht (zie onder: verhouding OM en burgemeester). ?Wegens omstandigheden? ? de opening van de boodschap van scholen aan hun leerlingen ? is natuurlijk geen formulering die tot grote helderheid bij de ontvangers zal leiden. Een andere school gaf de boodschap: ?Maandag 22 april zijn alle VO-scholen gesloten, dus ook onze school! Er zijn geen lessen. Berichten volgen via de site.? Zie bijgaand persbericht.

Persbericht Alle Leidse scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs morgen dicht door dreiging De politie heeft zondag 21 april 2013 een melding gekregen over een mogelijke schoolshooting op zeer korte termijn in Leiden. Er is door een nog onbekende persoon een bericht op een internetsite geplaatst. De gemeente, politie en openbaar ministerie nemen de zaak zeer serieus. Er is besloten om alle scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs morgen gesloten te houden. De politie heeft nog niet kunnen achterhalen wie achter het bericht zit. Ook is nog onbekend om welke school en/of locatie het zou kunnen gaan. Gezien de ernst van de dreiging is besloten om geen enkel risico te nemen en blijven alle voortgezet onderwijs en middelbare beroepsonderwijs maandag 22 april dicht. Daartoe is door de scholen in nauw overleg met de burgemeester, de officier van justitie en de leiding van de politie besloten. Maandag 22 april 2013 zullen alle betrokkenen weer bijeenkomen om de situatie nader te beoordelen. De politie zet haar onderzoek onverminderd voort. Leerlingen en hun ouders zijn voor zover mogelijk vanavond reeds ge?nformeerd en zullen via de eigen informatiekanalen op de hoogte worden gehouden. Mensen die over of naar aanleiding van dit bericht informatie hebben voor de politie kunnen bellen met 0900-8844.

Feit is dat de boodschap van de middelbare scholen aan hun leerlingen goed overkwam, ondanks dat de boodschap pas ?s avonds laat werd verspreid. De volgende dag was er nauwelijks een middelbare scholier die naar school ging. Dit toont eens te meer dat traditionele communicatiemodellen (met een zender, een boodschap, een ontvanger en een medium) achterhaald zijn. In dit geval kwamen er al snel verschillende boodschappen en nog veel meer zenders. Ontvangers kregen daardoor waarschijnlijk de boodschap zelden eenmalig, maar (per telefoon en/ of per mail) van onder andere hun school, ouders, medeleerlingen en via de massamedia. De sociale media maken ontvangers vaak tot zenders en vice versa. Er is ook niet meer sprake van ??n medium (een traditionele ?radioboodschap?), maar van verschillende media die naar elkaar verwijzen en elkaar versterken. Een krachtig element in de communicatie naar buiten was dat burgemeester Lenferink het besluit van de schooldirecteuren direct typeerde als een duivels dilemma. Natuurlijk had de beslissing de scholen te sluiten een enorme impact op de Leidse samenleving (maar ook daarbuiten) en kon het goed zijn dat de bedreiger niet de daad bij het woord zou voegen. En natuurlijk had de beslissing de scholen te sluiten het risico in zich dat het ?copycat?-gedrag opriep. Toch woog het alles bij elkaar genomen en met de (beperkte) informatie die voorhanden was niet op tegen de mogelijkheid dat de dreiging wel realistisch was en dat men achteraf had moeten constateren dat men het wel had geweten, maar te weinig had gedaan het te voorkomen. Eigenlijk begreep eenieder dat ? onder deze omstandigheden ? dit het dilemma was en had men ook begrip voor de maatregelen die werden getroffen. Achteraf constateerde de driehoek dat het gemeentelijke proces communicatie te laat (maandagochtend) werd opgeschaald. Dit was mede het gevolg van het feit dat de SGBO-structuur leidend bleef en er geen GRIP-structuur werd gehanteerd. ?Geconcludeerd moet worden dat als gevolg van de impliciete keuze om deze crisis af te handelen binnen de driehoek en de SGBO er niet voldoende aandacht is geweest voor de opschaling c.q. organisatie van de ondersteuning vanuit de gemeentelijke crisisorganisatie. (?) Hierdoor was er intern onduidelijkheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden en vooral over de verslaglegging (die niet in de driehoek heeft plaatsgevonden). (?) Aanbevolen wordt om ook voor?de crisisbeheersingsstructuur van een driehoek/SGBO een concrete uitwerking te maken binnen het regionaal crisisplan, zodat er meer duidelijkheid bestaat over de gemeentelijke processen en taken, over deze vorm van opschaling in het kader van de crisisbeheersing, naast de bestaande multidisciplinaire GRIP-opschaling? (Driehoek Leiden, 2013, p. 7). Deze constatering is opvallend, omdat de commissie die het onderzoek naar Haren verrichtte, vrijwel het tegenovergestelde beweerde. Bij Haren?was juist de GRIP-structuur een belemmering; hier was de afwezigheid van een goede koppeling met de crisisbeheersingsstructuur een belemmering. De basisscholen? Een thema dat logisch volgt uit het voorgaande is de vraag hoe met de basisscholen en andere onderwijsinstellingen in Leiden moest worden omgegaan. Ouders met bijvoorbeeld kinderen op zowel een middelbare school als een basisschool vroegen zich vanzelfsprekend af: waarom kan mijn ene kind niet naar de middelbare maar mijn andere wel naar de naastgelegen basisschool? Als er dan (volgens het uitgebrachte persbericht) een gefrustreerde schutter is en stel dat die een lege middelbare school aantreft, gaat die dan niet naar de nabij gelegen basisschool? Kunnen de agenten niet juist beter bij die basisscholen?gaan staan? Nadat het persbericht was uitgebracht, vroegen vele ouders zich dergelijke zaken af. Die maandag is een fors deel van de basisschoolleerlingen dan ook niet op school geweest. Hun ouders en ook anderen hadden natuurlijk gelijk dat ook zij ?het zekere voor het onzekere? namen. De casus doet wat dat betreft denken aan de ontdekking van radioactieve straling na Tsjernobyl. Minister Winsemius kondigde een spinazieverbod af. Dat mocht voorlopig niet gegeten worden, maar sla, komkommer en tomaatjes die ernaast stonden, waren geen probleem. De achterliggende gedachte was dat spinazie ? door al die kleine blaadjes ? relatief veel meer radioactieve stof zou opvangen dan een krop sla of tomaten. Alleen wisten en begrepen velen dat niet. Zo was het ook met de basisscholen. Zolang mensen niet wisten dat de schutter het gemunt had op een leraar Nederlands, was de boodschap over wel het ??n maar niet het ander vaag. Er is uiteindelijk niet voldoende rekening gehouden, zo concludeerde ook de driehoek, met de gevoelens van onveiligheid op andere scholen in Leiden. Hen is geen duidelijk handelingsperspectief geboden. ?Aanbevolen wordt om bij het opstellen van een dreigingsinschatting en de besluitvorming hierover ook de impact op andere onderdelen van de samenleving op te nemen (bron- versus effectgebied) en op basis hiervan handelingsperspectieven aan te reiken, zodat, indien nodig en/of wenselijk, eigen maatregelen kunnen worden genomen? (Driehoek Leiden, 2013, p. 6). Verhouding OM en burgemeester Een klassiek dilemma ? dat ook in deze casus zichtbaar was ? was de mate van transparantie en openheid. Enerzijds was er het brede belang dat de bevolking zo snel en goed mogelijk ge?nformeerd zou worden (?het dempen van sociale onrust?); anderzijds was er een opsporingsen strafrechtelijk belang. Het gaat bij dit dilemma over bevoegdheden, afwegingen, de mate van transparantie en openheid. Deze thema?s komen veelal samen in de vraag: wie communiceert wat en wanneer naar buiten? Omdat de dreiging niet gericht was tegen een concrete school of specifieke docent, was de reactie op de dreiging formeel de verantwoordelijkheid van de burgemeester (openbare orde) en niet van de officier van justitie. Volgens het stelsel ?Bewaken en beveiligen? is immers de burgemeester verantwoordelijk voor zover het de handhaving van de openbare orde betreft; de (hoofd)officier van justitie wanneer het gaat om de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Deze verantwoordelijkheidsverdeling is ook doorgetrokken in de lijn van de communicatie en woordvoering. Het blijft natuurlijk in dergelijke gevallen lastig om de rollen van bestuur en OM te scheiden. Openbare orde- en de strafrechtelijke handhavingstaken liggen dicht bij elkaar.?Voor een uitvoerig expos? over dit thema zie Van Duin et al., 2012, p. 126-130 De dreiging?was bijvoorbeeld in dit geval dan wel gericht op een docent Nederlands, maar in die school bevinden zich veel meer leerlingen en personeelsleden die direct of indirect ook gevaar kunnen lopen. Wanneer beide aspecten zo verweven zijn, is de lokale driehoek dan ook de plaats waar beide belangen bij elkaar komen en gewogen dienen te worden. De bestuurlijke lijn is in dergelijke gevallen vaak meer gericht op openheid, terwijl de justiti?le lijn zich vooral richt op opsporing, het niet delen van daderinformatie en dus geslotenheid. Een klassiek dilemma. De burgemeester van Leiden voerde de regie over de woordvoering. Hierbij werd in eerste instantie geen onderscheid gemaakt tussen woordvoering over openbare orde (verantwoordelijkheid burgemeester) en opsporing (verantwoordelijkheid OM). Dat leidde in het begin tot ??n gevoeligheid. Daarover uit de Volkskrant: ?De gouden tip die naar hem [de verdachte, red.] leidde is waarschijnlijk te danken aan ?een kleine verspreking van mij op maandagavond?, zegt burgemeester Henri Lenferink. ?Ik maakte bekend dat het bericht uit Costa Rica kwam en had dat in het belang van het onderzoek misschien stil moeten houden. Maar het heeft een heleboel tips opgeleverd, waarvan er eentje de gouden was.?? Overigens was de informatie dat het bericht uit Costa Rica kwam op zondagavond al bekend. Tot de laatste persconferentie pakte de afspraak zoveel mogelijk openheid en transparantie te betrachten, goed uit. Bij de laatste persconferentie (woensdag 24 april) ontstond een discussie waarin het belang van het opsporingsonderzoek (OM) en het belang van het beteugelen van sociale onrust (burgemeester) niet met elkaar te verenigen leek. Tijdens deze persconferentie voerde de officier van justitie uitgebreid het woord over opsporingsgerelateerde zaken. ?In de voorbereidingen op deze persconferentie ? waar gezegd zou worden dat de verdachte bekend was, in Costa Rica verbleef en alle maatregelen opgeheven konden worden ? is discussie ontstaan over de inhoud van de persconferentie? (Driehoek Leiden, 2013, p. 9). Ondanks het feit dat de burgemeester met de hoofdofficier van justitie had afgestemd welke informatie (vrijwel alles met uitzondering van de naam van de verdachte) naar buiten zou worden gebracht, gebeurde dat aanvankelijk tijdens de betreffende persconferentie niet. Uiteindelijk is tijdens de persconferentie ? na een moeilijke start ? alsnog de tot dan toe gehanteerde strategie van maximale transparantie en openheid doorgevoerd (zie Driehoek Leiden, 2013, p. 9). Deze persconferentie verdiende, mede door dit geharrewar, zeker geen schoonheidsprijs. Het maakte wederom duidelijk dat de spanning tussen het strafrechtelijk belang en het dempen van de sociale onrust een lastig dilemma betreft dat zich de komende jaren zeker in nieuwe, grotere of kleinere, clashes tussen burgemeesters en het OM zal uiten.

Afronding

De politie heeft in totaal 443 mandagen in het onderzoek gestopt; 25 instanties om advies heeft gevraagd; op maandag en dinsdag zeven schoollocaties bewaakt en zowel rechercheurs als een arrestatieteam paraat gehad. Daarbij viel ook op dat in de SGBO geen liaison van het OM aanwezig was, waardoor er onduidelijkheid was over de verhouding tussen de SGBO en het onderzoeksteam onder leiding van de officier van justitie. Hierdoor raakte het OM pas op de hoogte van de casus toen de driehoek werd geactiveerd (Driehoek Leiden, 2013, p. 7). De interne evaluatie van de politie-eenheid Den Haag leverde dan ook?de nodige lessen op (over dubbelrollen; betrokkenheid van de korpsleiding; een effectiever gebruik van de SGBO e.a., bron:?Politie-eenheid Den Haag, 2013). Vanzelfsprekend hebben ook gemeente, OM, scholen en andere instanties veel tijd aan het dreigbericht besteed.

Hoewel er jaarlijks vele duizenden bedreigingen via internet worden geuit, werd deze dreiging om verschillende redenen (site, specificiteit) aanvankelijk door deskundigen serieus genomen. Op grond daarvan moesten de autoriteiten wel handelen. Dat leidde tot het duivelse dilemma, dat mede door de betrachte transparantie door betrokkenen overwegend goed werd opgevat. Dat aanvankelijk bij de communicatie onvoldoende duidelijk was waarom andere Leidse scholen wel open konden blijven, kan ? gezien de snelheid waarmee de beslissing diende te worden genomen ? als een begrijpelijke schoonheidsfout worden beschouwd.

Frappant is dat een mededeling laat op zondagavond de volgende dag bij alle betrokkenen bekend was. Dat betekent dat het dikwijls gehoorde argument om burgers niet te informeren, omdat er maar geringe (handelings)tijd is (en er dus alleen maar paniek zou uitbreken), echt naar het land der fabelen kan worden verwezen.

Bekijk eventueel nog het?verslag van het liveblog van de NOS?over deze casus.?Er?is al eens eerder een dreigement geplaatst voor een schietpartij op een Nederlandse school.?In maart 2009 dreigde een 18-jarige jongen uit Rijsbergen op die site met een schietpartij op een school in Breda. Na verhoor bekende de jongen. Hij zei dat het een grap was.

Sociale media veranderen het veiligheidsdomein

Boeksocialemediaveiligheidsdomein

Op 26 juni 2014 werd?het boek ‘Sociale media veranderen het veiligheidsdomein? gelanceerd. Tijdens de boekpresentatie hebben Roy Johannink, Arnout de Vries, Wouter Jong, Menno van Duin en?Jocko Rensen, allen deskundig op het gebied van sociale media, vanuit verschillende gezichtspunten de deelnemers een kijkje gegeven in de snel veranderende digitale wereld en ge?llustreerd?wat voor invloed dit heeft binnen het veiligheidsdomein

Met sociale media kunnen gebruikers online of mobiel informatie delen in een?sociale omgeving, waardoor een conversatie kan ontstaan. Het fenomeen sociale media heeft invloed op het veiligheidsdomein; wat en hoe wordt in dit handboek ‘?Sociale media veranderen het veiligheidsdomein’ beschreven.

Het handboek waaraan door diverse auteurs is meegewerkt, is een verdieping van de kennispublicatie van Infopunt Veiligheid (IFV) over Veilig omgaan met sociale media. In 11 hoofdstukken wordt verteld over de toekomstige en blijvende veranderingen van sociale media en wat de mogelijke invloed hiervan is binnen het veiligheidsdomein.
Aansluitend aan de boekpresentatie nam Jocko Rensen -??n van de co-auteurs, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid en nu wethouder van de gemeente Houten- afscheid.

1. Presentatie ?Roy Johannink (VDMMP): Toekomstontwikkelingen bepalend voor het veiligheidsdomein
2. Presentatie Arnout de Vries (TNO): The Good, the Bad & the Ugly. Impact van sociale media op handhaving & opsporing
3. Presentatie Wouter Jong (NGB): Hoe sociale media bijdragen aan de leercurve van crisis-Nederland
4. Presentatie Jocko Rensen (gemeente Houten, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid): Hoe je kijkt, maakt wat je ziet!

Het handboek begint met een inleidend hoofdstuk waarin de drie kenmerken en twee functies van sociale media worden uitgelegd. De hoofdstukken twee tot en met vijf behandelen de vier fasen van gebruik van sociale media: luisteren, produceren, reageren en interacteren. Hoofdstuk zes en zeven gaan over het gebruik van sociale media als (crisis)communicatiekanaal en informatiebron.

De wijze waarop organisatieprocessen kunnen veranderen en medewerkers dienen (mee) te veranderen, komen aan de orde in respectievelijk hoofdstuk acht en negen. Hoofdstuk tien belicht vervolgens de juridische kanten van sociale media en agressie. Het handboek sluit af met de visie en blik van een aantal auteurs op de mogelijke invloed van ontwikkelingen van sociale media op het veiligheidsdomein.

Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven kennispublicaties van Infopunt Veiligheid over veilig omgaan met sociale media van 2011, 2012 en 2013. De focus in dit handboek ligt op de blijvende verandering van sociale media in het veiligheidsdomein.