Tagarchief: dilemma’s

Digitale sporen? Burgers helpen online mee. Een kwalitatief onderzoek naar burgerparticipatie bij open bronnenonderzoek in de opsporing.

Op 17 juli 2014 is vlucht MH17 van Malaysia Airlines met een BUK-raket neergehaald in Oost-Oekraïne. Sindsdien is er een onderzoek opgestart vanuit Bellingcat, een onderzoekscollectief opgericht door burgers, dat zich bezighoudt met het verzamelen van informatie over strafbare feiten op het internet. Het team van Bellingcat bestaat uit een internationale samenstelling van professionals, die gespecialiseerd zijn in het onderzoeken van openbare bronnen en sociale media (Duijf, 2018). De burgeronderzoekers van Bellingcat achterhalen bijvoorbeeld de route die de BUK-raket aflegt aan de hand van foto’s op sociale media. De informatie die wordt gedeeld met het onderzoeksteam van de politie wordt gezien als extreem waardevol (Rosman, 2019). De positie van burgers in het onderzoek van de MH17 ramp is een voorbeeld van de veranderende rol van burgers in de opsporing. Naast de rol van de burger als getuige, slachtoffer of aangever, speelt de burger een alsmaar actievere rol binnen het opsporingsproces (Kop, 2016). Burgers kruipen individueel of als groep steeds meer in de rol van de recherche en kunnen zodoende hun bijdrage leveren aan het bestrijden van misdaad en het verbeteren van de veiligheid in Nederland (Kerstholt & De Vries, 2018).

Digitalisering en nieuwe technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat het grote publiek actief kan meedenken bij opsporingszaken (Land, Stokkom & Boutellier, 2014). Het belang van burgerinitiatieven neemt toe door sociale media, omdat zij met behulp van Instagram, Twitter, Facebook en Whatsapp zelf kunnen opsporen en een rol spelen bij het zoeken en vervolgen van daders (Kop, 2016). Om in te spelen op de digitalisering en veranderende rol van de burger ontstaan binnen de politieorganisatie voortdurend experimenten om burgers te betrekken bij opsporingsonderzoeken. Hackathon FASTNL is een voorbeeld van zo’n experiment, waar OSINT-specialisten werkzaam bij de politie, publieke en private organisaties gezamenlijk ‘jagen’ op voortvluchtigen (Walter, 2020). Open Source Intelligence, ‘OSINT’ is het verzamelen van informatie uit open en publieke bronnen om een opsporingsonderzoek te verrijken (Glassman & Kang, 2012).

De focus van dit onderzoek van Severien Verbeek ligt op het betrekken van burgers in opsporingsonderzoeken met behulp van OSINT. In dit onderzoek hebben zeventien semigestructureerde interviews met deelnemers en betrokkenen van de Hackathon FASTNL plaatsgevonden. Een andere manier waarop data is verzameld voor dit onderzoek is het uitvoeren van observaties en documentanalyses.

Probleemstelling
De maatschappij is in de afgelopen twee decennia gedigitaliseerd, waardoor mogelijkheden voor communicatie en informatie-uitwisseling enorm zijn toegenomen (Cornelissens & Ferwerda, 2010, p. 18). Op het internet heeft een grote verandering plaatsgevonden van Web 1.0 naar Web 2.0 en Web 3.0. Het eerste web bestond uit statische websites met informatie vanuit één kant, er was weinig interactie tussen gebruikers van het internet. De komst van Web 2.0 zorgt ervoor dat er interactie is tussen de gebruikers in sociale netwerken in de vorm van bijvoorbeeld podcasts, blogs, Wikipedia en zoekmachines (De Vries & Smilda, 2014, p. 50; Cornelissens & Ferwerda, 2010, p. 18). Bovendien, wordt er in de literatuur gesproken over een ontwikkeling naar Web 3.0 of ‘semantic Web’, waar informatie wordt georganiseerd voor gebruikers. Toepassingen op het internet worden geïntegreerd op de behoefte van individuele gebruikers (Naik & Shivalingaiah, 2009). De nieuwe generaties van internet zorgen ervoor dat er ruimte ontstaat voor ‘gewone’ burgers om zelf op zoek te gaan naar informatie (Cornelissens & Ferwerda, 2010, p. 18).

De digitalisering van de samenleving zorgt ervoor dat de politie voor uitdagingen komt te staan. Steeds meer politiemedewerkers krijgen te maken met delicten met een digitale component, waardoor het personeel over nieuwe kennis en digitale vaardigheden moet beschikken. Tegelijkertijd heeft de politie een achterstand gecreëerd op de ‘gedigitaliseerde burger’, omdat voor een lange tijd geïnvesteerd is in traditionele opsporingsmiddelen (Cornelissens & Ferwerda, 2010, p. 24). Een ander gevolg van digitalisering is dat de burger een steeds grotere rol kan spelen binnen een opsporingsonderzoek, omdat er een lagere drempel ontstaat voor burgers om deel te nemen aan het opsporingsproces. Door middel van sociale media kunnen burgers informatie over strafbare feiten verzamelen (Kop, 2016, p. 28). De digitalisering gaat hand in hand met de opkomst van de participatiesamenleving, waar de overheid rekent op de kracht van de burgers in de Nederlandse samenleving (Winthagen, 2014). Burgers nemen ongewild of gewild steeds vaker de touwtjes in eigen handen, wat resulteert in lastige vraagstukken over het vormgeven en organiseren van de verbinding tussen burgers en de politie. Daar komt bij dat de houding van de politie naar burgerparticipatie normaliter terughoudend is, omdat bepaalde informatie niet gedeeld kan worden. Steeds meer burgers nemen het voortouw in een opsporingsonderzoek, waardoor een aantal deskundigen binnen de politie vinden dat de politie burgerinitiatieven moet omarmen in plaats van tegenhouden (Lam & Kop, 2020; Duijf, 2018). Het omarmen van actieve vormen van burgerparticipatie vraagt om een cultuuromslag binnen de organisatie, waar geaccepteerd wordt dat burgerparticipatie een onderdeel is van het moderne politiewerk. (Lam & Kop, 2020a). Hierdoor ontstaat vanuit de politie een brede zoektocht naar een effectieve samenwerking met burgers (Politie, 2019).

Dit onderzoek zal een bijdrage leveren aan deze zoektocht en inzichten verzamelen van OSINT-specialisten over de samenwerking tussen burgers en opsporing bij open bronnen onderzoek. De OSINT-specialisten hebben deelgenomen aan activiteiten of experimenten waarbij burgers worden betrokken in een open bronnen onderzoek, zoals Hackathon FASTNL. Hierdoor kunnen zij een beeld schetsen van burgerparticipatie bij open bronnen onderzoek. De doelstelling van dit onderzoek is als volgt geformuleerd:

Het doel van het onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de samenwerking en bijbehorende dillema’s tussen burgers en de opsporing bij een open bronnen onderzoek. Om hierover aanbevelingen te doen zijn de ervaringen, perspectieven en meningen van OSINT-specialisten, die hebben meegedaan aan de Hackathon FASTNL, in kaart gebracht.

Luister de podcast hierover:

En download of lees hieronder het gehele rapport:

[slideshare id=238227788&doc=digitalesporen-6112188-200825093426]

Lessen uit crises en mini-crises 2013

mini crises 2013

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het?lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.

In het NRC stond een artikel naar aanleiding van de verschijning van het boek met als titel “De politie weet zich nog altijd geen raad met likes, tweets en sharen; Het zorgde voor heksenjachten”. Autoriteiten snappen het belang, maar worstelen social media.

Mosterdgas

Er ligt mosterdgas in het appartement en de kelderbox van een overleden scheikundeleraar, zo vertelt zijn broer aan de brandweer. Hulpdiensten treffen het mosterdgas aan in goed afgesloten potten. De burgemeester besluit tot snelle verwijdering, het is inmiddels avond. Hulpdiensten evacueren het appartementencomplex. De bewoners, ruim honderd in getal en veelal oud, horen dat zij waarschijnlijk rond middernacht kunnen terugkeren naar hun woning. Die boodschap blijkt te optimistisch: pas om half vijf ’s ochtends zijn de stoffen verwijderd. De bewoners moeten de nacht elders doorbrengen.

Vanwaar de haast van de hulpdiensten? Die potten waren toch goed afgesloten? Waarom begonnen ze in de avond met hun actie, en niet de volgende ochtend, zodat ze meer marge zouden hebben v??r evacuatie nodig zou zijn?

Antwoord: de autoriteiten vreesden voor onrust en verontwaardiging onder de bevolking. Mosterdgas in een wooncomplex! En de hulpdiensten wachten een hele nacht voor ze aan het werk gaan! Sociale media zouden het nieuws vliegensvlug verspreiden, heel Nederland zou er wat van vinden. En dus kozen de autoriteiten voor een snelle operatie en weinig voorbereidingstijd. Met een plots nachtje weg voor honderd Nederlanders als gevolg.

Menno van Duin, lector crisisbeheersing aan de Politieacademie en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), en zijn collega-onderzoeker Vina Wijkhuijs hebben de eindredactie van het boek?boek Lessen uit crises en mini-crises 2013, dat onlangs?verscheen. Daarnaast staan er nog zeventien optredens van overheid en hulpdiensten bij crises en belichten daarbij ook de rol van sociale media. Die hebben grote invloed op crisismanagement, zo blijkt keer op keer uit het boek.

Autoriteiten worstelen met de sociale media.
Zijn overheid en hulpdiensten daar dan nog niet van doordrongen? Jawel, zegt Van Duin. ,,Maar w?ten dat sociale media belangrijk zijn, is iets anders dan er adequaat mee omspringen.”
Dat bleek ook in Eindhoven. Een aantal jongens uit een groep van acht schopte een student vorig jaar op een avond tegen het hoofd. De politie liet de beelden van bewakingscamera’s zien via Omroep Brabant. Sociale media namen het filmpje over. De onderbuik van Nederland deed de rest: foto’s van alle acht jongens verschenen online, hun namen, telefoonnummers en adressen ook. Allen werden bedreigd. Een negende jongen ook, met toevallig dezelfde voor- en achternaam als een van de acht.

De rechter veroordeelde drie van de acht tot ruim een half jaar jeugddetentie. Maar hij paste een strafvermindering van enkele maanden toe wegens de online heksenjacht. Een tik op de vingers voor het Openbaar Ministerie. In deze casus had justitie de kracht van sociale media juist weer onderschat. Van Duin: ,,Justitie had kunnen volstaan met het tonen van stills van de bewakingsbeelden.” Ook effectief. En zulke stilstaande beelden hadden voor minder opwinding gezorgd.

Bij de vermissing van de broertjes Ruben en Julian, in mei 2013, zorgden sociale media voor een razendsnelle mobilisatie van hulptroepen. Honderden burgers gingen meezoeken in bossen. De politie had haar bedenkingen, schrijven Van Duin en Wijkhuijs. ,,Een dergelijke massale ‘sporenvernietigingsoperatie’ werd niet echt op prijs gesteld.”
Tegenhouden van de goedbedoelende hulptroepen was echter geen optie – ze waren te talrijk. De politie besloot de burgerzoektochten te laten begeleiden door politievrijwilligers, en dat ging met ‘vallen en opstaan’.

Politievrijwilligers werden op pad gestuurd ,,met grote groepen mensen” maar ,,zonder stafkaarten” en in gebieden ,,waarvan later bleek dat die eerder al door de Mobiele Eenheid en mariniers waren doorzocht”. Later verliep de samenwerking tussen politie en burgers overigens beter – meer overleg, meer afstemming.
Sociale media deden zich ook gelden in Deventer, augustus vorig jaar. Twee pedofielen – onder wie Marthijn Uittenbogaard, bekend van pedofielenvereniging Martijn – waren voor een paar dagen in de stad. Naar eigen zeggen om een ,,verslaafde vriend” te helpen.

Maar al snel ging het gerucht dat de twee zich in Deventer wilden vestigen. Sociale media verspreidden en versterkten het gerucht. Er kwam er een bij: ze zouden zich in de flat Parkzicht bevinden.
Opnieuw onwaar. De twee waren de stad inmiddels uitgevlucht. Maar de geruchten hielden aan en sociale media trommelden de demonstranten op. En zo schoolde een woedende menigte samen voor een flat waarin de twee hoofdpersonen zich niet bevonden. Agenten zeiden dat herhaaldelijk tegen de demonstranten, maar ze werden niet geloofd. Toen betogers vervolgens ook nog ruzie met flatbewoners gingen maken greep de politie in en keerde de rust terug. Volgens Van Duin waren veel van de demonstraten ,,rabiate activisten tegen pedofilie”. ,,Die mensen zijn nauwelijks te overtuigen, zo sterk geloven ze in de rechtvaardigheid van hun acties.”

Volgens Van Duin moeten overheid en hulpdiensten blijven nadenken over de manier waarop ze met sociale media moeten omgaan, want ,,de invloed wordt alleen maar groter”. Maar, benadrukt hij: de overheid kan niet ?lles oplossen. Zie de ,,zotte situatie” in Deventer, zegt Van Duin. ,,Er was niks aan de hand, maar er was wel een probleem. Dat is een beangstigend aspect van de sociale media.”

Bronnen:?NRC next, 8 oktober 2014 en Politieacademie

Bestuurlijke digitale dilemma’s en digitaal leiderschap

TNO heeft in 2012 de ontwikkeling van de ?Burgemeestersgame?, om serious gaming te benutten in het veiligheidsdomein, afgerond waaraan samen met Thales/T-Xchange,?en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht is gewerkt. Het NGB ondersteunt sinds 5 jaar burgemeesters bij crises. Op basis van deze ervaring heeft het NGB scenario?s geschreven, die gebruikt worden in de Burgemeestersgame, waarin de dilemma?s van een burgemeester in crisistijd worden nagebootst. Het belangrijkste doel van de game is burgemeesters (maar ook andere bestuurders) de mogelijkheid te bieden laagdrempelig te oefenen met bestuurlijke dilemma?s. Via een computer krijgen burgemeesters een dilemma voorgeschoteld dat zich tijdens incidenten en crises kan voordoen.

Bgame

In vijftien minuten moeten deelnemers individueel beslissingen nemen over acht dilemma?s. Net als in het echt kunnen de leden van het crisisteam worden gevraagd om advies. Deze leden zijn o.a. vertegenwoordigers van de politie, het OM, een veiligheidsambtenaar en een communicatie adviseur. Laverend door positieve en afwijzende adviezen zoekt de burgemeester zijn weg door het openbare orde incident of crisis.

AANLEIDING

Op verzoek van diverse bestuurders en ook vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft TNO besloten de game als middel te benutten om bij te dragen aan het verbeteren van de digitale leiderschapskwaliteiten die op bestuurlijk niveau gevraagd wordt. Halverwege 2013 is naar aanleiding van het onderzoeksrapport van Commissie Cohen naar het incident ?Project X Haren? onder andere ook een opleiding??Digitaal Leiderschap??(bron: Binnenlands Bestuur)? gestart door het aan de RUG gelieerde bedrijf AOG School of management met als kerndocent Jan van Dijk, hoogleraar communicatiewetenschappen en lid van de onderzoekscommissie Cohen. Er is in de pers veel commotie ontstaan over deze opleiding (onder andere de vorm en kosten). TNO heeft gemeend een aanvullende vorm aan te bieden voor bestuurders door een scenario te ontwikkelen voor de Burgemeestergame.

Door het spelen van het scenario wordt de deelnemer uitgedaagd zichzelf af te vragen wat hij/zij zou doen als dit dilemma werkelijk zou plaatsvinden. Hoewel het om een fictieve situatie gaat, dragen de game en de manier waarop het dilemma wordt voorgelegd bij aan het betrekken van de deelnemer in het scenario. Serious games worden ontwikkeld om deelnemers een ervaring te geven die (bijna) echt aan voelt. Anders dan na het horen van een presentatie of lezen van een document, spreek je na het spelen van de game over je eigen ervaring en wat er zich in je hoofd heeft afgespeeld toen je voor het dilemma werd gesteld. Omdat de dilemma?s re?el zijn, je kunt je goed voorstellen dat je zo?n dilemma op een dag echt op je bord krijgt, kun je wat je leert vertalen naar je dagelijkse praktijk. Het geeft je de gelegenheid zelf uit te vinden hoe jij denkt te handelen in zo?n situatie. Door de nabespreking aan de hand van de dilemma?s bespreek je niet alleen ?je eigen ervaring?, maar luister je ook naar ?ervaringen? van anderen. Omdat het relateert aan je eigen werkelijkheid, maak je dus gebruik van kennis die je al hebt, ervaring die je eerder hebt opgedaan ?en wordt je uitgedaagd om deze ervaring te ?toetsen in nieuwe situaties. Zo ontstaat de gelegenheid om ?iets? te leren van een game.

In de Burgemeestergame zitten sceanrio?s als ?een gezinsdrama, stroomstoring, terugkeer van een zedendelinquent, geruchtmakende moord en een neo-nazi bijeenkomst. Een scenario met dilemma?s die voortkomen uit een samensmelting van de online wereld en de offline wereld waarin de maatschappelijke veiligheid in het geding komt is ?echter nog niet ontwikkeld.

AANPAK

Er is in samenspraak met het NGB een scenario ontwikkeld dat dilemma?s voorlegt waarmee bestuurders te maken krijgen bij maatschappelijke onrust door misbruik van sociale media. Hoewel de toestanden in Haren natuurlijk meteen in gedachten springen, zijn er veel meer gebeurtenissen waaruit te putten is . Bij een ?dergelijk scenario moeten ?tot en met het bestuurlijke niveau vaak beslissingen gemaakt ?worden. Incidenten als de ?kopschoppers van Eindhoven? met dilemma?s ten aanzien van burgeropsporing via internet en het sluiten van de scholen in Leiden na een dreigbericht op 4Chan, zijn ook inspiratie geweest om een nieuw scenario samen te stellen.

Het scenario kan op aanvraag gespeeld worden door een groep van bestuurders die hierbij ?begeleid worden door een inhoudelijk deskundige die naast het stellen van de juiste vragen aan bestuurders ook meteen handelingsperspectief kan bieden.

KENNISOVERDRACHT VIA TRAIN- DE- TRAINER NAAR BESTUURDERS

Het Instituut ?Fysieke Veiligheid (IFV) heeft een train-de-trainer cursus ontwikkeld voor begeleiders samen met TNO en het NGB. Begeleiders leren hierin hoe ze Burgemeestersgame kunnen inzetten (voorbereiding, uitvoering, nabespreking) met het nieuwe scenario. Van de begeleiders wordt gevraagd dat zij kunnen omgaan met burgemeesters (vertrouwensrelatie), ervaring hebben met groepsdynamica en het geven van trainingen (cre?ren van een veilige leeromgeving en deelnemers laten reflecteren), kennis hebben over incidenten (en wat er in een dergelijk incident van een burgemeester verwacht wordt) en kennis hebben over de regio (regiospecifieke informatie).? Van hen wordt gevraagd deel te nemen in een community die zich richt op verdere competentieontwikkeling van bestuurders.

Via een ticketsysteem kan de game gespeeld worden. De ?ticketinkomsten worden gebruikt om de administratieve en technische kosten (onder meer helpdesk) te dekken. Vanaf 2014 komen er een ?aantal nieuwe scenario?s beschikbaar, waaronder het scenario ?digitale verstoring openbare orde? met ‘digitale dilemma’s’. De innovatieve aanpak wordt dus doorontwikkeld en de Burgemeestergame is nu een volwaardig operationeel middel dat al door vele bestuurders is gebruikt.

CONGRES

Op woensdagmiddag 16 april 2014 vindt bij het IFV een congres plaats met als thema ?digitale verstoring van de openbare orde?. Inhoudelijk zal op een aantal interessante thema?s worden ingegaan en het ?nieuw ontwikkelde scenario voor de Burgemeestergame worden toegelicht. Dit nieuwe scenario is grotendeels gebaseerd op ervaringen met ProjectX en de Facebookrellen in Haren, maar ook online ervaringen na de aanslagen op de marathon van Boston, internetpesten en online opsporing komen aan bod. Sprekers zoals Rob Bats, oud-burgemeester van Haren, delen ervaringen hierover met u. Binnenkort kunt u zich voor dit congres aanmelden op de website van het IFV. Meer informatie? Stuur een mail naar?Deborah Bakker

Bronnen:??Binnenlands Bestuur (16 augustus, 2013) ?13 Duizend Euro voor cursus ?Digitaal leiderschap?? ,??TNO (7 maart 2012),??Burgemeesters kunnen serieus aan de slag met gaming?,?NGB Burgemeestersgame:?acht dilemma?s in 15 minuten,?IFV (infopunt veiligheid), ?Train de trainerscursus Burgemeestersgame?,??COT ?Goed voorbereid op alle bestuurlijke rollen bij crisis?

Lessen in crisisbeheersing. Dilemma’s uit het schietdrama in Alphen aan den Rijn

Van Duin, M. e.a. (2012).?Lessen in crisisbeheersing : dilemma’s uit het schietdrama in Alphen aan den Rijn.?Boom Lemma,?Den Haag.

De vraag die centraal staat luidt als volgt: Met welke dilemma?s worden professionals en bestuurders geconfronteerd in het geval zich een situatie voordoet als die in Alphen aan den Rijn en hoe kan daar in toekomstige situaties zo goed mogelijk mee worden omgegaan? De volgende vragen en dilemma?s komen aan bod: (1) Op welke wijze kunnen politiemensen worden voorbereid om handelend op te treden bij een incident als in Alphen aan den Rijn? (2) Wat is de verhouding tussen gezaghebbende professionals en professionele gezagsdragers? (3) Wat weegt zwaarder: zorgvuldig forensisch onderzoek of de belangen van nabestaanden? (4) Hoe verhoudt zich de informatie over gewonde slachtoffers tot het medisch beroepsgeheim? (5) Wanneer worden zaken in het beleidsteam besproken en wanneer alleen in de driehoek? (6) Wat is de dynamiek van sociale media en hoe kunnen de autoriteiten zich daartoe verhouden? (7) Hoe en hoeveel nazorg moet worden georganiseerd en voor wie? De gebeurtenissen in Alphen aan den Rijn vormen de aanleiding die het mogelijk maakt zicht te krijgen op dit soort dilemma?s die spelen in crisissituaties. De reikwijdte van het rapport overstijgt echter het drama in Alphen aan den Rijn.