Tagarchief: analyse

Monitoring door gemeenten van online aangejaagde ordeverstoringen

In opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap bracht Bantema in kaart hoe Nederlandse gemeenten online bronnen monitoren voor de openbare orde en veiligheid. Het onderzoek is onder zijn leiding uitgevoerd binnen een multidisciplinair team met onderzoekers Maarten Hoekstra en Saskia Westers van NHL Stenden en in samenwerking met Solke Munneke en Rianne Herregodts van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG).

Gemeenten lijken steeds vaker geconfronteerd te worden met ordeverstoringen die online beginnen of online versterkt worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om onrust rondom politieke besluiten, overlast door groepen en individuen, oproepen tot demonstraties, illegale evenementen en polarisatie tussen inwoners. Bantema doet al jaren onderzoek naar de bestuurlijke rol en bevoegdheden van burgemeesters in online monitoring en handhaving.

Onderzoeksmethoden

Het onderzoek is gebaseerd op literatuur, juridisch bronnenonderzoek, groepsinterviews met gemeenten en politie en een online vragenlijst die is ingevuld door 196 gemeentelijke medewerkers (OOV/Communicatie), die werkzaam zijn binnen 156 verschillende Nederlandse gemeenten.

Openbare persoonsgegevens

Hoewel 95% van de ondervraagde gemeentelijke medewerkers aangeven dat hun gemeente aan online monitoring doet, blijkt nog vaak onduidelijk aan welke regelingen zij zijn gebonden. Meer dan de helft (54%) van de gemeentelijke medewerkers geeft aan geen protocol of beleid te hebben voor online monitoring binnen hun gemeente. Dit is volgens Bantema wel noodzakelijk: “Je hebt al snel te maken met een privacywetgeving. Social media zijn weliswaar openbaar, maar het is een misverstand te denken dat je alles mag doen met gegevens die je uit openbare bronnen haalt. Een naam, IP-adres en zelfs een nickname zijn ook persoonsgegevens. Gemeenten weten niet wat ze wel of niet mogen en zijn niet op de hoogte van de juridische kaders als het gaat om online monitoring.”

Lees of download hier het gehele rapport:

[slideshare id=250548541&doc=blackboxvangemeentelijkeonlinemonitoring-pdf-211028122543&type=d]

Tijdens het CCV-webinar ‘Monitoring van online aangejaagde ordeverstoringen’ op 9 juni vertelde onderzoek Willem Bantema over het onderzoek ‘Black box van gemeentelijke online monitoring; Een wankel fundament onder een stevige praktijk’ en de resultaten en de aanbevelingen die naar voren zijn gekomen.

Ook Rianne Herregodts, Universitair docent en onderzoeker aan de Universiteit van Groningen, vertelt over het juridische kader van online monitoring door gemeenten. Wat mag wel, wat mag niet? Dit filmpje is een bijdrage voor het CCV-webinar ‘Monitoring van online aangejaagde ordeverstoringen’ van 9 juni 2021. Bekijk hier het gehele webinar terug.

Bronnen: HetCCV, NHL, RUG

 

Lessen uit crises en mini-crises 2018

De extreem droge zomer die een voorbode leek van wat ons met de klimaatverandering te wachten staat. De aardbeving in Zeerijp, die voor het kabinet aanleiding was om de aardgaswinning op korte termijn te stoppen. De steekincidenten met een vermeend terroristisch motief in Amsterdam en Den Haag. Dit zijn enkele van de casus die worden besproken in de bundel Lessen uit crises en mini-crises 2018.

“Ook dit inmiddels zevende jaarboek laat zien dat er zichtbare en onzichtbare crises zijn. Sommige (mini-)crises genereren enorm veel media-aandacht en bepalen dagenlang het nieuws, zoals de vreugdevuren in Den Haag, de edelherten in de Oostvaardersplassen en het Stint-ongeval in Oss. Andere gebeurtenissen, die zeker niet kleiner zijn, ontwikkelen zich vooral in stilte en blijven lang onzichtbaar, zoals de langdurige droogte van 2018”, vertelt lector Crisisbeheersing Menno van Duin. “Veel van de crises van de toekomst, zoals cyberincidenten, de klimaatverandering en daarmee gepaard gaande gezondheidsrisico’s, zouden zich ook wel eens veel meer ‘onzichtbaar’ kunnen ontwikkelen en manifesteren.”

Institutionele crisis

De aardbevingen in Groningen zijn volgens de opstellers van het jaarboek te typeren als een institutionele crisis, net als een aantal andere gebeurtenissen: de sluiting van de IJsselmeerziekenhuizen, de examencrisis in Maastricht en de reputatieschade die het WODC opliep na het publiek worden van een interne klacht. Van Duin: “Het waren alle gebeurtenissen die schade toebrachten aan het vertrouwen in de overheid, omdat vragen rezen over het functioneren van gezaghebbende instituten.”

Ondermijning openbaar bestuur

Het jaarboek werd vanmiddag gepresenteerd tijdens een drukbezochte bijeenkomst in Arnhem. Burgemeester Ina Adema van Lelystad, die het eerste exemplaar in ontvangst nam, vertelde over wat een burgemeester kan doen als verantwoordelijkheden (ook) bij andere partijen liggen. Wilma Mansveld, directeur van Veiligheidsregio Groningen, ging in op de rol die de veiligheidsregio bij de (dreigende) aardbevingen in Groningen tracht te vervullen. Lector Politie en Openbaar bestuur Pieter Tops hield aansluitend een boeiend betoog over de ondermijning van het openbaar bestuur die steeds zichtbaarder lijkt te worden.

[slideshare id=238339590&doc=20201606-ifv-lessen-uit-crises-en-mini-crises-2018-200831105711&type=d]

Jaarboek bestellen

Lessen uit crises en mini-crises 2018 is geschreven voor bestuurders en professionals werkzaam op het terrein van crisisbeheersing en veiligheidsmanagement. De publicatie is uitgebracht door Boom uitgevers Den Haag en is te bestellen in de webshop.

Download de Lessen uit crises en mini-crises 2018

Lessen uit crises en mini-crises 2018

Lessen uit crises en mini-crises 2017

De angst voor fipronil in eieren zorgde er in de zomer van 2017 voor dat de consumptie van eieren drastisch afnam. Dit terwijl de hoeveelheid fipronil in de besmette eieren dermate laag was dat het gezondheidsrisico verwaarloosbaar was. Hoe manage je een crisis waarbij de risicoperceptie groter is dan het daadwerkelijke risico? Met welke dilemma’s heb je te maken in de crisiscommunicatie? Dit is een van de casus die beschreven worden in de nieuwe bundel Lessen uit crises en mini-crises 2017.

“Met dit zesde jaarboek staat de teller inmiddels op 99 casus”, vertelt lector Crisisbeheersing Menno van Duin. “En ook dit keer is er weer een aantal rode draden te ontdekken. In verschillende casus speelt opzet een rol bij het veroorzaken van het probleem. Dat gold voor de fipronil-casus, maar ook voor de cyberaanval op Maersk en voor de Friese actievoerders die de anti-zwartepietenlobby een halt wilden toeroepen.” Een ander terugkerend thema is de timing van maatregelen. “Zo zijn er crisissituaties waarbij de timing wordt ingegeven door de bron van het probleem. Toen orkaan Irma over Sint Maarten en Caribisch Nederland getrokken was, werd direct noodhulp verleend. Daarnaast zijn er situaties waarin min of meer gestuurd kan worden op het moment of de wijze van ingrijpen. Een goed voorbeeld daarvan is de sluiting en ontruiming van camping Fort Oranje, waarbij de veiligheidsregio een bijzondere rol vervulde”, aldus Van Duin.

Rotterdamse aanpak van mini-crises

De uitgave werd vanmiddag gepresenteerd tijdens een plug-in kennissessie waarin werd stilgestaan bij enkele mini-crises. Frank Paauw, politiechef in Rotterdam, vertelde over de komst van de Turkse minister en het kampioenschap van Feyenoord en hoe de lokale driehoek deze twee totaal verschillende mini-crises heeft aangepakt. Arjen Boin, hoogleraar aan de Universiteit Leiden, reflecteerde op mini-crises en ontwikkelingen in crisismanagement. De veranderende rol van de GGD bij crisissituaties werd belicht door Annemieke van der Zijden, directeur bij GGD West-Brabant.

Voor wie?

Lessen uit crises en mini-crises 2017 is geschreven voor bestuurders en professionals werkzaam op het terrein van crisisbeheersing en veiligheidsmanagement.

[slideshare id=238339635&doc=2018-ifv-lessen-uit-crises-en-mini-crises-2017-200831110034&type=d]

Download Lessen uit crises en mini-crises 2017

Lessen uit crises en mini-crises 2017

Bron: IFV

Lessen uit crises en mini-crises 2016

De aanslagen in Brussel en de terreurdreiging rond Schiphol. De ophef over het rubbergranulaat op kunstgrasvelden. De onrust vanwege de Zaanse straatvlogger. Welke dilemma’s speelden bij deze casus en wat kunnen we hiervan leren voor toekomstige situaties? In Lessen uit crises en mini-crises 2016 blikken verschillende auteurs terug op vijftien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar.

Rode draden

Lector Crisisbeheersing Menno van Duin en Vina Wijkhuijs, senior onderzoeker bij het lectoraat, stelden de bundel samen. In het inleidende hoofdstuk belichten zij de rode draden uit de casus. Van Duin: “Een centraal thema is dit keer het belang van continuïteit. Dat gold na het stuwincident bij Grave, maar bijvoorbeeld ook na de hagelstorm in Zuidoost-Brabant en natuurlijk na de aanslagen in Brussel. Hoe zorg je er als overheid voor dat voor ondernemers en burgers de dagelijkse gang van zaken weer zo snel mogelijk doorgang vindt?” Andere thema’s die in het jaarboek aan bod komen zijn omgaan met maatschappelijke en politieke onrust, de rol van veiligheidsregio’s en burgers, de betekenis van bevolkingszorg, en de juridische en financiële verwikkelingen die na (mini-)crises volgen.

Jaarboek bestellen

Lessen uit crises en mini-crises 2016 is geschreven voor bestuurders en professionals werkzaam op het terrein van crisisbeheersing en veiligheidsmanagement. De publicatie is uitgebracht bij Boom uitgevers Den Haag en te bestellen via www.boombestuurskunde.nl.​

[slideshare id=238340495&doc=20171121-ifv-lessen-uit-crises-en-mini-crises-2016-200831113955&type=d]

Crises en mini-crises 2016

Casus 1: De ondergang van iconisch V&D; over de retailtransitie
Casus 2: Treinongevallen in Dalfsen en Winsum
Casus 3: Terroristische aanslagen in Brussel
Casus 4: Hondsdolheid in de Gaasperplas?
Casus 5: Als hagel geen hagel meer blijkt te zijn: noodweer in Zuidoost-Brabant
Casus 6: Terrorismedreiging luchthaven Schiphol
Casus 7: Salmonella op Poolse eieren
Casus 8: Brand in het verzorgingshuis te Krabbendijke
Casus 9: Zaanse vlogger: mediastorm over een ‘straatterrorist’
Casus 10: Een reeks van incidenten bij Vindicat Atque Polit
Casus 11: Maatschappeljike discussie over kunstgrasvelden: wie pakt de bal op en binnen welk speelveld?
Casus 12: Gif langs de Merwede: de casus DuPont/Chemours
Casus 13: Bandenbrand in Someren; na dagenlange inzet aan banden gelegd
Casus 14: Onrust door criminaliteit onder asielzoekers
Casus 15: Binnenvaartschip ramt stuwdam bij Grave

Bron: IFV

Lessen uit crises en mini-crises 2015

De publicatie ‘Lessen uit crises en mini-crises 2015’ van het lectoraat Crisisbeheersing is vanaf nu ook gratis digitaal beschikbaar.

In de publicatie worden veertien bijzondere gebeurtenissen uit 2015 beschreven en beschouwd. Er is ruime aandacht voor de vluchtelingencrisis, maar ook voor calamiteiten als het kraanongeval in Alpen aan den Rijn en de wateroverlast bij het VUmc, voor branden (Wateringen, Nijmegen en Rotterdam-Schiebroek) en voor een lokaal milieudrama. Een groot aantal hoofdstukken is deze keer gewijd aan politi?le thema?s, zoals de vorming van de Nationale Politie, de rellen in Den Haag en de bedreigingen aan het adres van supermarktketen Jumbo. Het jaarboek levert de nodige stof tot leren en overdenken op. In de inleidende beschouwing worden de rode draden uit de casus samengevat.

Impact van Social Media op mini-crises

Met de toenemende rol van sociale media neemt ook de wetenschappelijke belangstelling voor het thema toe. Vooral in de Verenigde Staten is al vrij vroeg een groep onderzoekers met het thema aan de slag gegaan en zijn er al vanaf de aanslag van 11 september 2001, en vooral na de overstromingen als gevolg van Katrina (2005), veel artikelen verschenen over de rol van sociale media in ramp- en crisissituaties (zie voor een overzicht Palen & Liu, 2007). Uit dat onderzoek blijkt dat de rol van sociale media bij rampen en crises steeds breder wordt en zich niet beperkt tot de acute fase, maar zich uitstrekt naar zowel de periode ervoor en erna. Het is echter niet zo dat door de komst van sociale media opeens allerlei nieuwe gedragspatronen zijn ontstaan; wel kunnen sociale media bepaalde gedragspatronen versterken.

In eigen land hebben Groenendaal et al. (2012) gekeken naar de betekenis van Twitter voor overheden. Deze was volgens de onderzoekers gering, omdat veel berichten slechts herhalingen, sick jokes of geruchten waren; de meeste tweets bevatten voor de overheden geen relevante informatie, terwijl de tweets van overheden ondergesneeuwd raakten in de berichtenstroom. In een blog gaf De Vries commentaar op deze bevindingen en plaatste enkele vraagtekens bij de observaties. Na bijvoorbeeld het schietdrama in Alphen aan den Rijn (2011) werd door communicatieadviseurs het twitterverkeer grondig geanalyseerd en via Twitter effectief richting publiek gecommuniceerd. Op die manier wist men in korte tijd de geruchtenvorming te keren.

Zelf maakten wij in samenwerking met How About You een publicatie over het berichtenverkeer op sociale media tijdens vijf kritieke momenten, waaronder het noodweer tijdens Pinkpop (2014). Daaruit kon onder meer worden opgemaakt dat het naderen van het onweer door bezoekers van het festival en het thuisfront totaal verschillend werd beleefd, zodat in de communicatie richting beide doelgroepen een ander accent kon worden gelegd. Als daarom uit vrees voor geruchten geen gebruik wordt gemaakt van Twitter (of andere sociale media) mag dat koudwatervrees heten. Juist het thema geruchten is in relatie tot crisisbeheersing interessant. Jong en D?ckers (2016) constateerden wat dat betreft dat er na de actie van Tarik Z. bij de NOS op allerlei vormen van onjuiste berichtgeving een reactie volgde van medegebruikers van sociale media. Deze vorm van zelfreinigend vermogen binnen gebruikersgroepen stemt zeker optimistisch.

Uit het bovenstaande kan worden opgemaakt dat, hoe clich?matig het ook mag klinken, de rol van sociale media nog steeds toeneemt. Dat geldt zowel voor wat betreft de intensiteit van het gebruik, als in termen van nieuwe ontwikkelingen. Zo werd ten tijde van de bedreigingen jegens supermarktketen Jumbo gebruikgemaakt van Periscope. Dit is een in 2015 ontwikkelde app die in staat stelt beelden die met een smartphone worden opgenomen, live te delen met anderen zonder verdere tussenkomst van offici?le mediakanalen. Iemand kan op zo?n manier vrijuit beelden verspreiden van bijvoorbeeld de eerste hulpverlening na een incident, die direct beschikbaar zijn voor diegenen die deze persoon ?volgen?. Na de ontruiming van een Jumbosupermarkt in Groningen werd op deze manier door een klant verslag gedaan van de ontwikkelingen en bleek sprake van een mooi staaltje burgerjournalistiek. Via Periscope konden de volgers vragen stellen aan degene die de beelden uitzond, zodat deze daar direct bij woordvoerders van de politie en brandweer op in kon gaan.

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

App: HART – Harm Assessment Risk Tool

De politie van Durham begint met het testen van een Artificial Intelligence app HART – Harm Assessment Risk Tool – om te helpen in beslissingen over het verlaten van verdachten of ze in hechtenis te houden. Het systeem bevat tot 5 jaar aan data en geeft middels een kansberekening een score: lage, middelmatige of hoge kans op recidive.

Het systeem is al in 2013 getest en de resultaten zijn?vergeleken met wat er in de twee jaren daarna gebeurde. Ze vonden dat HART zeer goed gewerkt had voor de groep van lage risico’s, met een score van?98% van de tijd goed, en een score van 88% voor het juist berekenen van de categoriegroep (laag, middel of hoog).

Niet slecht voor een?computer. Een externe deskundige geeft aan dat het gereedschap nuttig kan zijn, maar dat het risico erin sluipt dat het zelfstandig beslissingen zou kunnen gaan maken. Tijdens de proefperiode werd de nauwkeurigheid van het HART algoritme gecontroleerd, maar het heeft geen beslissingen genomen die anders door de politie genomen zou zijn, zegt Sheena Urwin, hoofd van het strafrechtelijke Durham Constabulary. “Ik zie een systeem voor me dat de komende twee tot drie maanden de besluitvorming van officieren kan ondersteunen,” vertelde ze aan de BBC.

Prof. Lawrence Sherman, werkzaam aan de Universiteit van Cambridge, was betrokken bij de ontwikkeling van het instrument. Hij stelt voor dat HART in verschillende gevallen gebruikt zou kunnen worden, zoals bij beslissingen over of iemand een paar extra uur in hechtenis moet blijven; Of bijvoorbeeld voor een aanklacht op borgtocht kan worden vrijgelaten; Of, nadat een heffing is opgelegd, deze in bewaring moet worden overgedragen. “Het is tijd om het echt te gaan gebruiken en een goed experiment is de beste manier,” vertelde hij aan de BBC.

Tijdens het aanstaande experiment zullen officieren toegang krijgen tot het systeem in een willekeurige selectie van zaken, zodat de impact ervan kan worden vergeleken met wat er gebeurt wanneer dat niet het geval is.

Vooroordelen?

Vorig jaar publiceerde de Amerikaanse website ProPublica een onderzoek naar een algoritme dat door autoriteiten wordt gebruikt om de kans te voorspellen dat een arrestant een toekomstige misdaad begaat. Het onderzoek stelde dat?het algoritme raciale vooroordelen versterkt, en ook overdreven negatieve voorspellingen over zwarte versus witte verdachten maakte – hoewel de firma achter de technologie de bevindingen van ProPublica betwist.

“Tot op zekere hoogte doen leermodellen de verborgen en stilzwijgende aannames die door mensen zijn gemaakt,” waarschuwde prof Cary Coglianese, een politieke wetenschapper aan de Universiteit van Pennsylvania, die algoritmische besluitvorming heeft bestudeerd. “Dit zijn erg lastige [machine learning] modellen en het is lastig te beoordelen in hoeverre ze echt discriminerend zijn.” Het Durham-systeem bevat bijvoorbeeld ook gegevens over de postcode en het geslacht van de arrestant bijvoorbeeld. De makers van het systeem verzekeren echter dat slechts een postcode niet tot een uitslag kan leiden, en dat het systeem slechts een advies geeft. Ook een zgn. ‘audit trail’, waarin wordt bekeken hoe het systeem bij een bepaald besluit kwam, zal later nodig zijn, en de werking zal dan toegankelijk moeten zijn, aldus prof Sherman. Dr Helen Ryan, rechtsgeleerde bij de?Universiteit van Winchester, geeft aan dat ze HART “ongelooflijk interessant” vindt en dat er een enorm potentieel ligt om te kunnen profiteren mocht er een uitgebreiding van de pilot komen. “Ik denk dat het eigenlijk een zeer positieve ontwikkeling is,” voegt ze eraan toe. “Ik denk dat, potentieel, machines kunnen veel nauwkeuriger zijn – gegeven de juiste data – dan mensen.”

Bronnen: Gizmodo,?BBC

Monitoring en analyse informatie op sociale en online media; van leren naar verbeteren

monitoring roy

Hoe moet de politie omgaan met berichten op sociale media? Hoe serieus moet zij deze nemen, wanneer kan zij hier eveneens via sociale media op reageren en wanneer is meer inzet nodig? Op basis van welke informatie en werkwijzen worden beslissingen hierover genomen? Deze en meer vragen staan centraal in ?het onderzoeksrapport“Monitoring en analyse informatie op sociale en online media”.

[slideshare id=62993415&doc=onderzoeksrapportmonitoringenanalyseinformatiejuni2016-160613054852&type=d]

Het rapport geeft inzicht in de wereld ?chter de website, twitter- en facebookaccounts van de politie. Daar gebeurt veel meer dan wat de gemiddelde sociale mediagebruiker te zien krijgt. Het rapport schetst de ontwikkeling binnen de politie in de afgelopen jaren op dit relatief nieuwe vakgebied en biedt tevens een doorkijk naar de nog te maken slagen op het terrein van verzamelen, analyseren en duiden van berichten op sociale media.

Want dit is en blijft mensenwerk, dat voorlopig niet volledig is over te nemen door geautomatiseerde systemen.

Het onderzoek is hier te lezen en te downloaden.

Veel leesplezier, namens Roy Johannink en?Inge Gorissen.

Bronnen: Linkedin Pulse

Save the Date: 10 februari seminar burgeropsporing in P!T Museum Almere

Save the date

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een exclusieve seminar over online burgeropsporing. In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen de?politie.?De onderwerpen komen vanuit meerdere invalshoeken; het OM, de politie, burgeropsporing en de rol van de media.

Diederik Greive van het Openbaar Ministerie?zal optreden als dagvoorzitter op deze middag en tot de sprekers behoren Maurice de Hond,?recherchebaas Henk Bril van de Nationale Politie en Johan Bac van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een rol weggelegd voor diverse burgerinitiatieven, wetenschappers, maar ook andere overheidsinstanties zoals de rijksoverheid en gemeenten.

Het seminar vindt plaats in de PIT expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

Aanvang: 13.00
Einde:?+?18.00u
Locatie: PIT Almere
Adres: Schipperplein 4, Almere

U bent van harte welkom. De bijeenkomst is gratis. Meer informatie volgt later op deze pagina.
Wilt u zich alvast aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!

Maurice de Hond geeft hieronder in het kader van de NFI themadagen digitale opsporing alvast een paar lessen mee die hij leerde uit de Deventer moordzaak:

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het PIT museum is een plek voor dialoog en ontmoeting voor professionals en het brede publiek over actuele en maatschappelijk relevante thema?s rond veiligheid. Het adres is?Schipperplein 4
Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg

Social media kunnen veiligheid brengen

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Deze informatie kan prima gebruikt worden, want met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel.

TwitcidentTwitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven?en?incidenten te managen. Het probeert als het ware de menselijke zintuigen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Taalgebruik op social media verschilt met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert de juiste informatie hier uit te halen, ze doen doen dit samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft. Uit de socialmedia-inhoud proberen we bruikbare inzichten te filteren, zegt Richard Stronkman oprichter van?Twitcident. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten.

Bij grote evenementen kunnen nu tienduizenden twitterberichten worden gefilterd en teruggebracht tot een bruikbaar aantal, waarmee de politie de veiligheidssituatie in de gaten kan houden. De ontwikkeling begon in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. ?Hadden we dat niet via social media zien aankomen??, vroeg Stronkman zich af. ?Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?? Een inhoudelijke analyse destijds, liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. ?Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.?

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde?Project X ?incident uit het Groningse Haren. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde het bericht een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden. Met de attentiewaarde van het onjuiste bericht ging de aandacht niet uit naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Begin?2012 is er?onderzoek?gedaan?naar het gebruik van sociale media in het veiligheidsdomein. Hieruit bleek dat het veiligheidsdomein sociale media vooral inzet om informatie te geven over het werk, de organisatie en bij incidenten en calamiteiten. Het begint met luisteren.?In een onderzoek onder alumni Master Crisis and Disaster management en Master Crisis and Publicorder Management en onder deelnemers aan de opleiding Informatiemanager in de crisisbeheersingskolom zijn opvallend grote verschillen te zien qua gebruik van sociale media. Als het gaat over het gebruik van sociale media binnen de werkzaamheden, dan worden deze vooral als informatiebron benut. Wat opviel is dat het overgrote deel niet effici?nt luisterde op sociale media. In Enschede bij Serious Request is daarna veel ervaring met filtering en luisteren naar berichten opgedaan.

Op 30 april 2013 tijdens de troonswisseling in Amsterdam verwerkte Twitcident een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid? Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. ?Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.?

TwitterHet is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? is niet interessant, 10 mensen die tweeten ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? mogelijk wel. De algoritmes van Twitcident zijn complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Een voorbeeld waar Twitcedent zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Social media monitoring wordt inmiddels veelvuldig ingezet, ook bijvoorbeeld dit jaar in de Innovation Room van de Nuclair Security Summit. Twitcident zorgt er ook voor de partners binnen de Veiligheidsregio Groningen binnen enkele minuten ge?nformeerd worden over een gevoelde aardbeving in de regio. Het systeem zoekt naar tweets van mensen die een beving melden en stuurt vervolgens een mail en sms naar de aangesloten personen en de meldkamer. Vervolgens blijft het systeem tweets verzamelen om snel een beeld te kunnen vormen van de ernst van de situatie. Door de snelle alertering kunnen betrokken hulpverleningspartijen gebruiken voor snelle beeldvorming. In het verleden waren ze voor de alertering in eerste instantie afhankelijk van het KNMI die pas na een aantal uren kan aangeven dat er een aardbeving is geweest en hoe zwaar deze was.

Bron: Securityfacts

De data detective: veel data van veel dingen

Misdaden voorspellen

?Big data? zijn grote dataverzamelingen. Door die slim te analyseren kunnen onderzoekers er wetmatigheden in ontdekken en op grond daarvan voorspellingen doen. Wereldwijd kijkt de politie met grote belangstelling naar de mogelijkheden van ?big data?, aldus het nieuwe boek van Smilda en De Vries. Door bijvoorbeeld misdaadgegevens te analyseren kun je misschien voorzien wie, waar je wanneer extra goed in de gaten zou moeten houden, omdat statistische berekeningen uitwijzen dat de kans op een misdrijf of overtreding onder soortgelijke omstandigheden in het verleden relatief groot is gebleken.

In Los Angeles gebruikt de politie bijvoorbeeld speciale software om misdaden te zien aankomen: PredPol. ?Deze software analyseert oude misdaadstatistieken en plot die op een kaart,? schrijven de auteurs. Heel handig, want ?zo kan de politie per gebiedje zien wat er daar allemaal is gebeurd en wat er vermoedelijk gaat gebeuren, waarbij zelfs de weersvoorspellingen worden meegewogen.? In een blinde proef bleek dat PredPol tot betere resultaten leidde dan wanneer agenten gebruik maakten van traditionele ?hotspotkaarten?: papieren stadsplattegronden waarop gekleurde naalden zijn geprikt om de locatie van eerdere misdrijven en overtredingen aan te geven. ?Niet alleen vonden er meer arrestaties plaats, maar er was vooral sprake van dalende misdaadcijfers. In het gebied dat door PredPol in Los Angeles wordt bestreken, daalde de misdaad met dertien procent. In Santa Cruz ging het aantal inbraken zelfs met 27 procent omlaag.? Dat is opmerkelijk, zeker omdat de politie in dat laatste gebied aardig onderbemand is: ?Hier zijn voor 60.000 inwoners ? en 150.000 in het hoogseizoen ? slechts 94 politiemensen beschikbaar, en geld voor meer personeel is er niet.? Het voorspellen van misdaden, ook wel ?predictive policing? genoemd zal volgens Smilda en De Vries daarom groot worden, ?want het scheelt mankracht en het is effectiever. Software als PredPol maakt het eenvoudiger om effici?nt te surveilleren. Niet meer blauw op straat, maar gerichter blauw op straat.?

Data verzamelen

Het gebruik van dit soort technieken zal niet tot Amerika beperkt zal blijven. In Nederland experimenteert de politie inmiddels ook met het gebruik van big data. ?De politie van Amsterdam werkt samen met onderzoekers van het Centrum Wiskunde & Informatica en de Vrije Universiteit Amsterdam aan een soortgelijk systeem om te voorspellen welke incidenten waar plaats gaan vinden en hoe laat. En ook TNO is samen met de Amsterdamse politie bezig om het ontwikkelde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) te optimaliseren.?

Om big data te kunnen analyseren, moet je ze natuurlijk wel hebben. ?In New York werkt de politie samen met Microsoft aan een zeer geavanceerde analysetool, het Domain Awareness System. Die analyseert straks de beelden van de meer dan drieduizend politiecamera?s in de stad.? Het doel van deze dataverzameling is niet zozeer om toekomstige misdaden te voorspellen, maar meer om die te kunnen oplossen: ?Gecombineerd met alle databases die de politie tot haar beschikking heeft wordt het bijvoorbeeld precies mogelijk na te gaan waar een verdachte auto in de weken voor een misdrijf is gesignaleerd.?

Aangegeven door Facebook

Volgens Smilda en De Vries kan het gebruik van dit soort voorspellingssoftware verrassende gevolgen hebben. Zeker omdat de politie niet de enige partij is die deze software gebruikt. Allerlei online dienstverleners gebruiken dit soort applicaties namelijk al. Ze houden hun gebruikers angstvallig in de gaten omdat ze liever niet het risico lopen om beschuldigd te worden van het verlenen van medewerking aan criminele praktijken. ?De meeste mensen weten het niet, maar bedrijven als Facebook werken al met big data en algoritmen om hun klanten te screenen. Schrijf je bijvoorbeeld altijd berichtjes aan meisjes van dertien jaar, en gebruik je ook het trefwoord ?seks? een beetje te vaak, dan kan Facebook jou als verdachte aanmerken en de politie waarschuwen.? Is dat zo erg? ?Dat een pedofiel wordt opgepakt zullen we allemaal niet zo erg vinden, maar wat als Facebook straks voorspellingen gaat doen over mogelijk drugsgebruik, of wie er straks allemaal naar alle waarschijnlijkheid mee zullen doen met nieuwe rellen in Londen?? Het punt is bovendien, aldus Smilda en De Vries, dat Facebook geen gerechtelijk bevel nodig heeft om priv?gegevens in te zien, in tegenstelling tot de politie. ?Straks worden we door Facebook bij de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of een priv?detective koopt je data. Of je wordt op grond van de Nederlandse versie van PredPol staande gehouden terwijl je geheel onschuldig met een gereedschapskist door een buurt loopt waar statistisch op dat moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit te leggen.? Als we uitgaan van een dergelijk zwart scenario dan wordt het volgens Smilda en de Vries in de toekomst voor burgers opeens heel belangrijk om te weten hoe je kunt voorkomen dat je als ?verdacht? wordt aangemerkt. ?Heeft elke burger straks een app die hem adviseert om maar een blokje om te gaan, op basis van crimemaps met duizenden misdrijven, waarvan de analyses vrijelijk beschikbaar zijn??

Google Glass

Niet alleen big data maar ook technologie?n als Google Glass en verwante producten gaan een grote invloed hebben op ons leven, voorspellen Smilda en De Vries. ?Een Googlebril maakt foto?s en video?s van alles wat je doet, op elk moment.? Dat klinkt leuk, maar ?als iedereen dat gedachteloos doet, dan staat het web straks vol met beelden van mensen die daar helemaal nooit om hebben gevraagd.? Zeker niet omdat we in veel gevallen niet eens zullen weten dat we gefilmd zijn. ?Met Google Glass wordt je ? anders kunnen we het niet zeggen ? stiekem opgenomen. Iedereen wordt dus een wandelende surveillancecamera en alles wat we doen kan zomaar openbaar worden gemaakt, zonder dat we er erg in hebben.? Dat heeft overigens ook voordelen, aldus de auteurs. Zo zullen ooggetuigenverslagen objectiever worden. ?Er is nogal een verschil tussen het opgewonden verhaal van een getuige van een roofoverval en iemand die de video van zijn Google Glass aan de politie stuurt, met een haarscherpe registratie van de roof waarbij de overvallers je niet hebben zien filmen.? Ook zullen dankzij Google Glass onschuldigen in de toekomst misschien minder vaak achter de tralies verdwijnen: ?Omgekeerd zullen mensen Google Glass ook kunnen gebruiken om te bewijzen dat ze ergens waren.?

En wat als de politie zelf massaal Google Glass-achtige producten gaat dragen? ?Stel, je draagt als agent een Google Glass en je ziet iemand lopen waarvan je vermoedt dat hij een crimineel is. Dan roep je snel even alle recente gegevens over deze persoon op en projecteert die in je rechterooghoek.? Agenten krijgen zo niet alleen realtime toegang tot informatie die tot de aanhouding van criminelen kan leiden, ook het verzamelen van bewijs wordt eenvoudiger. Daarnaast kunnen diensten dit soort technologie gebruiken om op afstand een oogje in het zeil te houden: ?Het is een kwestie van tijd voordat andere eenheden mee kunnen kijken met wat een agent ziet op zijn of haar ?personal device?. Ze kunnen vervolgens real-time advies geven.?

Internet of things

Behalve Googlebrillen zullen agenten en burgers volgens Smilda en de Vries in de nabije toekomst ook andere draagbare technologie benutten: ?Draagbare minicomputers breken echt door. Ze zijn als een tweede huid en straks niet meer weg te denken uit het straatbeeld: Applehorloges, Nike+-schoenen en intelligente kleding. Burgers, agenten en criminelen zullen gebruikmaken van deze nieuwe mogelijkheden.? Ook vliegende minicomputers zullen in de toekomst volgens Smilda en De Vries vaker ingezet? worden: ?Minidrones met camera kunnen voor ons bijvoorbeeld kijken wat er om de hoek gebeurt.?

Onze wereld zal meer en meer vergeven worden van kleine apparaatjes met allerlei sensoren die van alles opslaan en online delen. Omdat ze zo handig zijn zullen consumenten ze met graagte gebruiken. Ze zullen daarbij hun best doen om hun privacy te beschermen, maar dat zal steeds ingewikkelder blijken: . Ze zullen niet alles willen delen. ?Veel informatie uit het Internet der Dingen zal echt niet door iedereen publiekelijk worden gedeeld. Niemand heeft er iets mee te maken hoeveel drank je in de koelkast hebt staan. Maar het is wel waarschijnlijk dat mensen deze informatie zullen delen in groepen waar zoiets er wel toe doet: een vriendengroep, de lokale sportclub of het gezin. Aangezien social media-diensten, zoals Facebook, deze meer persoonlijke informatie-uitwisseling ondersteunen, kunnen zij er ook over beschikken. Nu gebruiken ze deze vooral voor commerci?le toepassingen, zoals het relevanter maken van de aangeboden advertenties. Maar wie zegt dat andere toepassingen ? zoals veiligheid ? in de nabije toekomst niet ook mogelijk worden?? Als dat gebeurt zullen politiediensten in de toekomst toegang hebben tot een onwaarschijnlijk hoeveelheid informatie. Ze zullen in de toekomst aan Google of Facebook bijvoorbeeld kunnen vragen: ?Wie was er om acht uur vanochtend in de buurt van een bepaald plaats delict en heeft op dat moment foto?s gemaakt??

Big Brother?

Allerlei technologische ontwikkelingen zullen in de toekomst niet alleen leiden tot verbeterde opsporing, maar ook tot allerlei privacyproblemen. Om dat duidelijk te maken citeren de auteurs de Amerikaanse ict-expert Raj Goel: ?Niet Big Brother, maar een samenleving vol Little Sisters moeten we vrezen. We leven niet in een maatschappij waarin ??n oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.?

Bron:??Jolein de Rooij