Social Media DNA
Publicaties

Monitoring en analyse informatie op sociale en online media; van leren naar verbeteren

· 1 min. lezen · Arnout de Vries

Foto van een lokaal met tafels in een U-vorm en naambordjes, met op de voorgrond een laptop waarop een dashboard met kolommen van sociale-mediaberichten openstaat, en een horloge en stiften op tafel.

Hoe moet de politie omgaan met berichten op sociale media? Hoe serieus moet zij deze nemen, wanneer kan zij hier eveneens via sociale media op reageren en wanneer is meer inzet nodig? Op basis van welke informatie en werkwijzen worden beslissingen hierover genomen? Deze en meer vragen staan centraal in het onderzoeksrapport “Monitoring en analyse informatie op sociale en online media”.

Ingesloten via SlideShare

Het rapport geeft inzicht in de wereld achter de website, twitter- en facebookaccounts van de politie. Daar gebeurt veel meer dan wat de gemiddelde sociale mediagebruiker te zien krijgt. Het rapport schetst de ontwikkeling binnen de politie in de afgelopen jaren op dit relatief nieuwe vakgebied en biedt tevens een doorkijk naar de nog te maken slagen op het terrein van verzamelen, analyseren en duiden van berichten op sociale media.

Want dit is en blijft mensenwerk, dat voorlopig niet volledig is over te nemen door geautomatiseerde systemen.

Het onderzoek is hier te lezen en te downloaden.

Veel leesplezier, namens Roy Johannink en Inge Gorissen.

Bronnen: Linkedin Pulse

Vragen over dit artikel

Waar gaat het rapport over monitoring van sociale media door de politie over?

Over hoe de politie berichten op sociale media moet beoordelen en wanneer ze online reageert of meer inzet pleegt. Het beschrijft de ontwikkeling van dit vakgebied binnen de politie en de stappen die nog nodig zijn.

Kan monitoring van sociale media worden geautomatiseerd?

Volgens de auteurs is en blijft het mensenwerk, dat voorlopig niet volledig is over te nemen door geautomatiseerde systemen.

Wie schreven het rapport?

Roy Johannink en Inge Gorissen.

Vragen en antwoorden toegevoegd in 2026, op basis van het artikel hierboven.