Categoriearchief: Cases

Sociale media cases uitgelicht en gebundeld; van live verslagen tot overzichtelijk archief. Denk aan Project X de Londonse rellen of het Utoya schietincident.

De vermissing van Anne Faber

Door: Menno van Duin, Marije Bakker, Vina Wijkhuijs

Inleiding
In het najaar van 2017 was Nederland in de ban van de vermissing van Anne Faber, een 25-jarige vrouw uit Utrecht. Na een wekenlange zoektocht werd duidelijk dat zij op een gruwelijke wijze om het leven was gebracht. De dader bleek een 27-jarige man die eerder geweld- en zedendelicten had gepleegd, daarvoor was veroordeeld en nog maar net deelnam aan een re-integratietraject. De vermissing en moord op Anne Faber beheerste begin oktober het nieuws en zou ook later nog een veel besproken onderwerp zijn. De nauwe betrokkenheid van de familie en de spontane hulp van vrienden bij het opsporingsonderzoek waren uniek te noemen.
In dit hoofdstuk gaan wij in op de vraag hoe aan de samenwerking tussen enerzijds de politie en anderzijds de familie en vrienden van het slachtoffer gestalte werd gegeven, wetende dat daar altijd dilemma’s of bezwaren aan kleven vanwege de vertrouwelijkheid en zorgvuldigheid waarmee met opsporingsinformatie en bewijsmateriaal moet worden omgegaan. Ten behoeve van dit hoofdstuk is gesproken met verschillende personen bij de politie en met Hans Faber, de oom van Anne. Daarnaast zijn vele mediaberichten geraadpleegd.

Feitenrelaas
Het is vrijdagmiddag 29 september 2017 als de 25-jarige Anne Faber besluit een fietstocht te gaan maken door de provincie Utrecht. Ondanks de slechte weersverwachting vertrekt ze rond 17.00 uur op haar oma-fiets vanuit Utrecht. Rond 18.15 uur stuurt ze haar vriend een whatsappje waarin ze aangeeft dat ze in Hollandsche Rading is, een dorpje dat tussen Utrecht en Hilversum ligt. Juist op dat moment barst er noodweer los. Ruim een halfuur later stuurt Anne naar haar vriend een selfie die genomen is op de kruising van de Hilversumsestraat en de Amsterdamsestraatweg in Baarn. Op de selfie is te zien dat ze in een regenjas in de regen staat. Ze heeft dan zo’n twintig kilometer gefietst. Als Annes vriend een uur later (om 19.50 uur) een bericht terugstuurt, wordt dit bericht niet gelezen. Hij probeert met Anne contact op te nemen, maar wanneer dit niet lukt, begint hij zich zorgen te maken. Zo ook Annes familie. In de nacht van vrijdag op zaterdag 30 september doen zij bij de politie melding van de vermissing en zoekt de moeder van Anne al met de auto. De politie start direct een onderzoek en constateert dat er geen aanwijzingen zijn die erop wijzen dat Anne een tijdje zou willen verdwijnen. Als zij op zaterdag niet komt opdagen bij een afspraak in Amsterdam, besluit de politie een opsporingsbericht te verspreiden. Diezelfde dag plaatst de vriend van Anne op Facebook een emotionele oproep die massaal (zo’n 130.000 keer) wordt gedeeld.1 Er wordt een rechercheteam samengesteld dat gesprekken voert met
bekenden van Anne en met mensen die haar nog hebben gezien. Ook worden de gegevens van de provider (telefoon) nagetrokken. Vooralsnog blijft echter onduidelijk waar Anne is en wat haar mogelijk is overkomen.

1 Zie ‘Leger meezoekers helpt de politie’, NRC Handelsblad, 3 oktober 2017. In dit artikel geeft een specialist in online zoeken aan dat dit meezoeken geschiedt vanuit een mix van
meelevendheid en sensatiezucht.c

Op zondagavond 1 oktober start de politie een zoekactie in Baarn, rondom de locatie waar Anne haar selfie maakte. Ook zijn familie en vrienden – mede naar aanleiding van de oproep van haar vriend op Facebook – dan inmiddels met zoeken gestart. Bijgestaan door de politie start op maandag een grote groep van familieleden, vrienden en anderen vanaf Paleis Soestdijk een uitgebreide zoektocht, waarbij vrij systematisch wordt geprobeerd verschillende gebieden te doorzoeken waar Anne waarschijnlijk langs is gekomen. Deze zoekacties leveren aanvankelijk niets op. Gedurende de dagen die volgen blijven politie en burgers zoeken. Ondertussen leveren haar telefoongegevens een duidelijker beeld op waar gezocht moet worden. De media doen uitgebreid verslag van de zaak: niet alleen feiten worden gebracht; soms wordt de zoektocht ook in beeld gebracht en live gevolgd.

Dinsdagmiddag 3 oktober wordt door vrienden langs de Amersfoortseweg in Huis ter Heide een jas gevonden, die mogelijk van Anne zou kunnen zijn. Diezelfde avond zoeken enkele vriendinnen van Anne uit of een dergelijke jas door Anne zou zijn gekocht. Dat blijkt het geval te zijn. De vindplaats wordt afgezet en de politie begint een sporenonderzoek. Ook forensisch onderzoek zal later uitwijzen dat het inderdaad om de jas van Anne Faber gaat. Die avond besteedt het programma Opsporing Verzocht aandacht aan de zaak.

De dagen erna blijven groepen burgers naar Anne zoeken en vindt hierover afstemming plaats met de politie. Elke tip en elk gevonden voorwerp dat mogelijk van Anne is of met haar vermissing te maken zou kunnen hebben, wordt onderzocht. Ook worden camerabeelden geanalyseerd in de hoop nieuwe aanknopingspunten te vinden om te bepalen waar en hoe verder te zoeken.

De familie van Anne vindt het allemaal te traag gaan en doet – bij monde van de oom van Anne, Hans Faber, onder andere in De Telegraaf een oproep. Hoe langer de familie en vrienden zoeken, hoe groter het zoekgebied wordt. Bij hen breekt het besef door dat zij het zonder ondersteuning van de politie en de inzet van anderen niet zullen redden. Donderdag 5 oktober kopt De Telegraaf op de voorpagina: ‘Laat leger naar onze Anne zoeken’. Veel vrijwilligers zijn na vijf dagen zoeken wat uitgeput geraakt, terwijl er nog een groot gebied is dat nog niet is doorzocht. Hans Faber zegt in het interview:[2 ‘Zoek ook naar daders’, De Telegraaf, 5 oktober 2017].

‘[W]e voelen allemaal dat de tijd verstrijkt en het belangrijk is dat het onderzoek nieuwe impulsen krijgt. Dat kan in onze ogen alleen als de zoekacties aanmerkelijk worden uitgebreid en met veel meer mankracht en inzet van technische hulpmiddelen en materiaal plaatsvinden dan tot nu toe.’

Diezelfde donderdag wordt ’s avonds in een vijver in het Blookerpark in Huis ter Heide een fiets aangetroffen die vrijwel zeker van Anne is. De fietst wordt onderzocht en de vijver wordt leeggepompt. RTV Utrecht doet live verslag van het dreggen van de vijver, maar in de vijver worden
geen sporen aangetroffen die naar Anne leiden. Wel wordt de volgende dag een rugzak gevonden die op de rugzak van Anne lijkt. Ook wordt die dag bevestigd dat de gevonden jas inderdaad van Anne is.

Inmiddels is het een week geleden sinds Anne werd vermist. De zoekacties gaan onverminderd door. Op maandag 9 oktober lijkt er sprake van een doorbraak in het onderzoek, wanneer een 27-jarige man wordt aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de vermissing van Anne. Op basis van DNA-sporen die op de jas van Anne zijn aangetroffen, is hij als verdachte in beeld gekomen. De man heeft voor een aantal gewelds- en zedendelicten een straf uitgezeten en is voor de uiteindelijke terugkeer in de samenleving opgenomen in een forensisch psychiatrische kliniek in Den Dolder. Hij wordt verhoord en zijn gangen worden nagegaan vanaf de dag waarop Anne vermist raakte. Op basis van informatie die langs die weg verkregen wordt, voert de politie op woensdag 11 oktober en donderdag 12 oktober zoekacties uit in Zeewolde. De informatie die de politie van de verdachte heeft verkregen, leidt naar een gebied in de omgeving van het Nulderpad in Zeewolde. Met grote schermen wordt aan de massaal uitgerukte media duidelijk gemaakt dat het niet de bedoeling is dat het eventueel aantreffen van Annes lichaam op welke wijze dan ook in beeld wordt gebracht. Desondanks besluiten enkele journalisten met een klein vliegtuig de lucht in te gaan en worden er drones ingezet, om het werk van de forensische politie te volgen. Al diezelfde donderdagmiddag komt De Telegraaf met de primeur en publiceert op zijn site, nog voordat een officieel bericht is uitgegaan, dat het lichaam van Anne is gevonden. Om 18.00 uur is
er een officiële persbijeenkomst waar bekend wordt gemaakt dat het levenloze lichaam van Anne is aangetroffen.

In de daaropvolgende maanden doet de recherche uitgebreid onderzoek naar de toedracht van Annes dood. Onderzocht wordt wat er precies is gebeurd en welke rol de aangehouden verdachte daarbij heeft gespeeld. De verdachte verklaart dat hij Anne op 29 september 2017 van haar vrijheid heeft beroofd, heeft verkracht en om het leven heeft gebracht. Op woensdag 10 januari 2018 vindt een eerste pro forma zitting plaats; de inhoudelijke zitting volgt op 11 en 12 juni. Op 17 juli 2018 wordt de  verdachte, Michael P., veroordeeld tot 28 jaar cel en tbs met dwangverpleging. Hij gaat in hoger beroep.

Goed samenwerken (co-creatie)
In Nederland worden per jaar zo’n 40.000 meldingen gedaan van een vermissing van een persoon. In de meeste gevallen zijn de vermiste personen binnen een paar dagen weer terecht, doordat ze gevonden zijn of omdat ze zelf terugkeren naar huis. De meeste vermissingszaken komen dan ook nauwelijks in het nieuws. In het geval van Anne Faber was dat anders. Al na een paar dagen was heel Nederland in de ban van haar vermissing. Niet alleen de politie startte een zoektocht, ook haar familie, vrienden en anderen gingen naar haar op zoek.

Een van de zaken die deze casus bijzonder maakte, was de interactie en samenwerking tussen de politie en de familie. Dat ging in deze casus verder dan burgerparticipatie in haar klassieke vorm, waarbij de politie met tips en aanwijzingen wordt geholpen door burgers. Het betrof hier gaandeweg een min of meer geïnstitutionaliseerde samenwerking tussen enerzijds familieleden en vrienden die een crisisteam hadden gevormd en anderzijds de politie (in casu de SGBO en het TGO). Een leidinggevende politiefunctionaris stemde (vanaf een dag of vijf na de vermissing) frequent af met een direct familielid over uiteenlopende zaken.

In de politiewetenschap is de laatste jaren veel aandacht voor het verschijnsel co-creatie, juist op het terrein van opsporing en recherche (zie bijvoorbeeld Kop, 2012; Jong & Hogendoorn, 2017). Daaruit wordt duidelijk dat co-creatie veel meer behelst dan alleen wat beter luisteren naar en informatie zoeken bij burgers. Co-creatie betekent een werkelijk wederkerige relatie tussen politie en burgers, waarbij de politie niet alleen vraagt en ophaalt, maar ook aanreikt, informeert en regelmatig een terugkoppeling geeft. De politie houdt daarmee burgers actief betrokken in het opsporingsproces. In dit geval betekende co-creatie een vergaande relatie tussen samenleving (in dit geval het crisisteam-Faber) en politie in het kader van opsporingsactiviteiten maar ook
op het terrein van de (afstemming van de) crisiscommunicatie. Het is voor de politie niet altijd gemakkelijk in een dergelijke situatie deze samenwerking aan te gaan. Enkele jaren geleden speelde in dezelfde  politieregio (en buurt) de vermissing van de broertjes Ruben en Julian. De moeder deed toen een wanhopige oproep op Facebook, die vervolgens een enorme hype op sociale media veroorzaakte. Iemand nam het initiatief mensen via Facebook op te roepen om gezamenlijk een zoektocht te starten, wat de politie destijds duidelijk in verlegenheid bracht: ‘Moest hier wel aan meegewerkt worden?’ (zie Jong, Dückers & Holsappel, 2014). Schoorvoetend werden stappen gezet om de samenwerking met zoekende burgers aan te gaan.

Inmiddels zijn we een paar jaar verder en wordt het voor de politie en ook andere (overheids)instellingen steeds duidelijker dat bepaalde vormen van co-creatie welhaast onvermijdelijk zijn. Vooral het groeiend gebruik van sociale media versterkt dat proces. De wereld verandert, iedereen kijkt mee en vindt er wel iets van. De tijd dat alle kennis en informatie alleen bij – in dit geval – de politie aanwezig is, is voorbij. Op vele fronten kunnen ook andere organisaties of personen zaken gewoon goed, zo niet beter dan de politie.

Deze ontwikkeling stelt de politie uiteraard wel voor een uitdaging. De hulp die burgers bieden kan waardevol zijn, maar hoe zet je hen op een goede manier in ten bate van het politieonderzoek? Hoe leid je de hulp die door burgers wordt aangeboden in goede banen, zonder dat bewijsmateriaal wordt ‘vernietigd’ of informatie over de dader vroegtijdig naar buiten wordt gebracht? Hoeveel informatie kan c.q. moet je delen om van wederkerigheid te kunnen spreken? Was hier nu sprake van co-creatie en waartoe leidde dat?

Het achterliggende dilemma
Natuurlijk was het grootste dilemma dat speelde rond de casus van Anne Faber de vraag hoe het kon dat zedendelinquent Michael P. op die desbetreffende avond – in de toestand waarin hij zich toen bevond – de gelegenheid had deze daad te verrichten. Had de samenleving – en in dit geval Anne Faber – niet tegen hem beschermd moeten worden? Hoe kon het dat Michael P. vanuit de kliniek in Den Dolder zo veel vrijheid kreeg en ongestoord Ritalin en andere middelen kon innemen? Waarom was hij, gezien zijn eerdere daden en uitspraken, niet opgenomen in een
tbs-kliniek? Was hij er al aan toe bepaalde vrijheden te genieten of was zijn toestand nog zodanig dat hij eerst een langere straf had moeten uitzitten?

Veel van dit soort vragen kwamen na de dramatische gebeurtenissen en de bekentenis van Michael P. in verschillende media uitgebreid naar voren. Weinig andere Nederlandse incidenten kregen in 2017 zo veel aandacht als juist deze moord op Anne Faber. Tijdens de rechtszitting in juni 2018 bleek dat Michael P. op de avond van de moord – naar eigen zeggen – strak van de pillen en stijf van de stress stond (Algemeen Dagblad, 16 juni 2018), maar desondanks wel gewoon buiten de inrichting mocht zijn. Hij had kort daarvoor gehoord dat zijn vriendin (een voormalig patiënt uit dezelfde inrichting) zwanger was.

Uit een onderzoek van een tweetal inspecties, in casu de Inspectie van Justitie en Veiligheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), blijkt dat er over de inrichting en de bemensing wel het een en ander was op te merken. Er was zo veel verloop onder het personeel dat er maar weinigen waren die enig zicht hadden op de geestesgesteldheid van patienten en dus een behoorlijke inschatting van hen konden maken.

Feitelijk blijft het een lastig dilemma of en wanneer een ex-gedetineerde – in dit geval een zedendelinquent – bepaalde vrijheden krijgt en daarmee een risico ontstaat dat (opnieuw) een verschrikkelijke daad wordt verricht. Enerzijds is voor de terugkeer in de samenleving zo’n traject van geleidelijkheid en wennen aan het leven buiten de gevangenis of inrichting waardevol. Anderzijds kleven er ook altijd risico’s aan. Daarbij speelt mee dat het altijd lastig is in te schatten hoe een patiënt/gedetineerde zich ontwikkelt. ‘Het jaren vooruit voorspellen van iemands gedrag na een paar uur aan gesprekken is iets wat de menselijke capaciteit van het brein ontstijgt, óók dat van de deskundige’, aldus de Nationale Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen in het rapport Gewogen risico (2017). Desondanks pleit de Nationale Rapporteur voor standaardgebruik van risicotaxatie-instrumenten. Anderen twijfelen aan de waarde van dergelijke instrumenten. Ook hiermee zijn de risico’s nog steeds lastig in te schatten. En daarnaast: ook als op basis van een dergelijk instrument een kleine kans op recidive zou bestaan, wat betekent
dat dan in de praktijk? Is dat een acceptabel risico?

Overigens kunnen de risico’s natuurlijk wel worden ingeperkt door gerichte behandeling en goede monitoring van de desbetreffende persoon. Er zijn in deze casus verschillende indicaties dat dat niet goed is gebeurd. Het onderzoek dat na de moord is ingesteld door de inspecties JenV en Gezondheidszorg & Jeugd en het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zullen mogelijk antwoord geven op een aantal van deze vragen. Hoe kon het dat iemand met deze achtergrond zo veel vrijheden kon hebben? Wat is er in de penitentiaire inrichting in Vught en later in Den Dolder aan monitoring en behandeling gedaan?

Analyse
Toen op zaterdag 30 september steeds waarschijnlijker werd dat Anne spoorloos was, formeerde de politie een TGO (team grootschalige opsporing). Omdat er op de politie meer afkwam dan alleen het opsporingsonderzoek, werd daarnaast een SGBO in het leven geroepen. Zo kon er meer gericht aandacht worden geschonken aan de externe communicatie, de media-aandacht en aan de organisatie van de zoektochten en afstemming met anderen.

Ook de familie en vrienden van Anne organiseerden zich en startten een soort van TGO op (het ‘crisisteam-Faber’). Dit team richtte zich niet alleen op de aansturing en afstemming van de zoektochten, maar verrichtte ook zelfstandig onderzoek naar de mogelijke fietsroute van Anne. Ook gingen zij op zoek naar camera’s en camerabeelden van particulieren en bedrijven. In de loop van de eerste week werd met deze aanpak iets meer duidelijk over de fietsroute van Anne en konden ook verschillende routes worden uitgesloten. In enkele dagen was er een gezelschap van familieleden en vrienden van Anne georganiseerd met brede kennis en vaardigheden: een fietskoerier die plaatselijk alle weggetjes kende, een google-maps-expert, een helikopterpiloot die zorgde voor goede stafkaarten van het leger, een ervaren crisiscommunicatiemanager en zo nog wat anderen. Feitelijk waren er twee teams – aanvankelijk bijna los van elkaar –aan het opsporen.

Er was vanaf het begin al wel het nodige contact tussen politie en de familie (politie hielp mee met de zoektochten; er waren familierechercheurs ingezet) maar deze relatie werd duidelijk hechter vanaf donderdag 5 oktober; de dag waarop De Telegraaf de oproep van de familie op de voorpagina plaatste. Die middag was er een eerste overleg tussen de onderzoeksleider van de politie, Ad Sanders, en de familie van Anne.

Voor de familie was een grotere en steviger rol van de politie in het hele proces cruciaal. De politie nam vanaf dat moment duidelijk(er) de coördinatie van de zoekacties over en regelde voor het crisisteam-Faber een geschikt onderkomen om vanuit te opereren (de brandweerkazerne in Zeist). Vanaf dat moment was er – mede vanwege het wederzijds vertrouwen tussen Ad Sanders (iemand die duidelijk meedacht met de familie) en Hans Faber – meer sprake van co-creatie en ging de politie meer informatie en belangrijke nieuwe ontwikkelingen delen met Hans Faber en de familie. Op de brandweerkazerne in Zeist werd bijvoor- beeld uitgebreid informatie uitgewisseld over de mogelijke fietsroute van Anne en over andere mogelijk relevante opsporingsinformatie.

Samen Zoeken
Het in samenwerking met burgers opsporen van vermisten is na de zoektochten uit 2013 (Ruben en Julian) een stuk professioneler geworden. Zo is er een app Samen Zoeken ontwikkeld die belangrijke ondersteuning biedt bij het organiseren van een zoektocht. Wie meezoekt krijgt op zijn scherm een kaartje te zien van het gebied waar de vermiste zich mogelijk bevindt. Over dat kaartje ligt een raster. Als er in een raster wordt gezocht, kleurt dat vakje donkerder. Zo is zichtbaar waar meer en waar weinig c.q. niet is gezocht. Ook kan de politie in de app zoektips delen met burgers en burgers kunnen elkaar foto’s sturen als ze wat bijzonders zien. [Zie voor een uitvoeriger beschrijving ‘Zoek mee naar vermiste, maar loop de politie niet in de weg’, NRC Handelsblad, 16 januari 2018]. In 2018 kreeg de politieman Ronnie Hessels de Innovatieprijs voor deze door hem gemaakte app. Overigens is bij de zoektochten naar Anne Faber geen gebruikgemaakt van deze app, maar zijn wel vergelijkbare vormen van ICT-ondersteuning gehanteerd.

Co-creatie en mogelijke knelpunten
Bij de politie was en is er altijd een deels terechte angst dat volledige co-creatie rond opsporing niet goed mogelijk is. Zo kunnen burgers ongewild sporen uitwissen, wat vervolgens de opsporing ernstig kan belemmeren. In deze casus vonden personen die werden aangestuurd door het crisisteam-Faber de jas van Anne ‘(…) in één van de onderste vakjes op de kaart. Op een onlogische plek om te zoeken, want haar route ging hier niet langs’.[Citaat uit interview met Hans Faber in Blauw, nr. 3, juni 2018, p. 12-16]. Degenen die de jas vonden, gingen – mede door de vooraf gegeven instructies – er zo voorzichtig mee om dat enkele dagen later, op basis van deze vondst, DNA-materiaal van de mogelijke dader kon worden vastgesteld en Michael P. kon worden opgepakt.

Een ander lastig punt is het gegeven, dat ook in deze casus opkwam, dat vooraf nooit is uit te sluiten dat iemand van de familie (in)direct betrokken of de dader kan zijn. Zo waren de vriend van Anne en ook familieleden onderwerp van rechercheonderzoek. Omzichtigheid vanuit de politie is dus altijd geboden. Op het moment dat de politie en het crisisteam-Faber steviger gingen samenwerken was het scenario van betrokkenheid van een bekende of familielid inmiddels geen thema meer. Binnen het TGO was al formeel vastgesteld dat deze personen uitgesloten waren van betrokkenheid. Het crisisteam-Faber had zelf ook verschillende maatregelen getroffen om te voorkomen dat relevante informatie gedeeld zou worden met mensen die er andere intenties mee hadden. Het kernteam bestond uit mensen die de familie goed kende. Iedereen die meehielp werd geregistreerd en daarmee waren er dus geen ‘anoniemen’. Daarnaast werd iedere dag een nieuwe
WhatsApp-groep aangemaakt, zodat personen die al waren gestopt met zoeken geen (actuele) informatie meer kregen. Ten slotte was er vanaf het begin een grote discipline in de communicatie. Vragen gingen naar de woordvoerders; niemand sprak zelfstandig met de media. Sociale media werden gevolgd. Belangrijke externe communicatie (zoals het interview met De Telegraaf) werd vooraf uitgebreid in het kernteam besproken.

Strafrechtjurist Brinkhoff waarschuwde in een interview in NRC Handelsblad voor nog andere risico’s bij burgerzoektochten. Zo kan een zoeker opeens oog in oog komen te staan met de dader of de vermeende dader. In het laatste geval zou zomaar – vaak via sociale media – een verkeerde verdachte in verband kunnen worden gebracht met het misdrijf. In de casus van de Boston Marathon (2013) leidde dat ertoe dat Sunil Tripathi aan de hand van camerabeelden als meest waarschijnlijke dader werd gezien, waarna vervolgens heel Amerika achter deze onschuldige persoon aanzat en zijn familie werd bedreigd. ‘Het gevaar is dat burgers steeds meer de rol van opspoorder, aanklager én rechter op zich nemen’, aldus Brinkhoff. [‘Zoek mee naar vermiste, maar loop de politie niet in de weg’, NRC Handelsblad, 16 januari 2018].

Buitensporig …
Bij een vermissingszaak waar veel aandacht naar uitgaat, kunnen zaken ook uit de hand lopen. Begin 2018 was er een aflevering van Medialogica waarin uitvoerig werd ingegaan op de zoektocht naar Ruben en Julian in 2013, wat daaromheen zoal gebeurde en vooral hoe mensen en organisaties over de schreef gingen. Een vrouw die had meegezocht vond dat ze na afloop ook wel het recht had om bij de begrafenis aanwezig te zijn. Een verslaggever van het Algemeen Dagblad die het adres van de moeder in de krant zette, omdat er nu eenmaal ‘een enorme honger naar informatie’ was. Een militair die toegaf dat men, vanwege de mediadruk, ’s nachts – volstrekt zinloos – maar doorging met zoeken. Een familierechercheur die in die tijd dagelijks contact had met de moeder en de vertrouwelijke band schond, door er later in een televisieprogramma uitvoerig over te vertellen.[‘Heel Holland zoekt: De vermissing van de broertjes Ruben en Julian’, uitzending Medialogica van 23 januari 2018. Zie ook de mooie bespreking van televisierecensent Arjen Fortuin van deze aflevering in NRC Handelsblad, 24 januari 2018].

Ook bij de vermissing van Anne Faber kwamen excessen voor. Zo bleken met een drone foto’s te zijn gemaakt in Zeewolde tijdens het opgraven van Annes lichaam en zette het ANP een helikopter in om beelden te vergaren, waarvan één foto al snel werd gedeeld in de sociale media. RTV Utrecht volgde live het leegpompen van het vijvertje waar Annes fiets werd gevonden. In die bewuste periode heeft het Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) van Veiligheidsregio Utrecht ten behoeve van met name de meest betrokken gemeenten (Utrecht en Zeist) systematisch de sociale media gevolgd en waar nodig gemeenten geïnformeerd over eventuele gevoeligheden of zaken die mogelijk onrust zouden kunnen veroorzaken.

Misschien zijn deze bezwaren legitiem. Maar of er nu mogelijk sporen vernietigd worden, een bekende eventueel betrokken is, het tot een confrontatie met de verdachte komt of een onschuldig persoon wordt verdacht, vanuit de samenleving zullen allerlei initiatieven worden ondernomen om de vermiste te traceren. Zeker in een geval als deze, waar een ongekend grote (sociale) media-aandacht naar de zaak uitging. Of dat nu op prijs wordt gesteld of niet. De politie en eventueel anderen ontkomen er niet aan te proberen deze massale ‘urge’ vanuit de samenleving zo goed als mogelijk in beheersbare banen te leiden. Facebook, Twitter, Instagram en al die andere sociale media zijn er nu eenmaal en juist bij bepaalde soorten van gebeurtenissen gaan die viral. Deels zijn die gebeurtenissen voorspelbaar en deels gaat dat zonder dat het vooraf zou zijn verwacht. Alleen al dat gegeven maakt het meer en meer noodzakelijk dat een relatie wordt gelegd tussen politie
en deze (liefst zo georganiseerd mogelijke) groep. Daarbij is het – zeker voor de politie – goed als bij de zoekacties organisaties betrokken zijn die hebben nagedacht over en georganiseerd zijn om een zoekoperatie te verrichten (bijvoorbeeld het Rode Kruis of de krijgsmacht).

Daarnaast konden er juist door de (gaandeweg nauwere) samenwerking afspraken worden gemaakt tussen politie en het crisisteam-Faber. Daarbij beschikte het crisisteam-Faber over relevante knowhow en informatie, hield het een vinger aan de pols en daarmee ook de politie scherp (‘is die camera al uitgekeken; over enkele dagen zullen de beelden zijn gewist’). De politie en anderen deden hun best, maar zo intens gedreven als het crisisteam van familieleden, vrienden en bekenden van Anne waren zij mogelijk niet. Toch liepen ook aan de kant van de politie de emoties flink op en stelde het TGO soms bepaalde prioriteiten (en lieten ze daarmee zaken lopen die door de familie werden aangedragen) op basis van onderzoekslijnen waarvan de familie op dat moment nog niet op de hoogte was.

Burgerparticipatie of politieparticipatie
Wij hebben vaak de neiging te veronderstellen dat de overheid, en in dit geval de politie, in crisisachtige situaties ‘in the lead’ is en burgers zo mogelijk aanhaken. Er is dan sprake van burgerparticipatie. Maar evenzogoed kan het juist andersom zijn. Dan zijn burgers ‘in the lead’ en haakt de politie aan; politieparticipatie. In deze casus zagen wij verschillende varianten.

Feitelijk namen burgers (het crisisteam-Faber) de eerste dagen het initiatief bij het zoeken. In een persbericht van de politie staat ook dat ‘tientallen agenten aangehaakt waren om de familie te ondersteunen’.[‘Leger meezoekers helpt de politie bij vermissing Anne Faber’, NRC Handelsblad, 2 oktober 2017.]

‘Ik weet nog dat we de eerste maandag bij Paleis Soestdijk verzamelden. Daar waren ook lokale agenten. Je verwacht dat dan iemand in uniform de leiding neemt en zegt wat je moet gaan doen. Maar ze waren daar om ons te ondersteunen. Dat was best verwarrend en frustrerend.’ [Citaat uit interview met Hans Faber in Blauw, nr. 3, juni 2018, p. 12-16].

Politie en burgers (in dit geval dus vooral het crisisteam-Faber) werkten aanvankelijk behoorlijk los van elkaar.

‘We hadden meer willen horen van het TGO. Als je echt wilt samenwerken moet je informatie durven delen. Zaken terugkoppelen. Als burgers informatie delen met een TGO, geef daar dan op zijn minst feedback op. (…) Je vindt een camera op een cruciale plek en je weet dat de beelden over enkele dagen worden gewist. Dan wil je weten of ze op tijd zijn opgevraagd. Daar kregen we dan geen antwoord op.’ [Citaat uit interview met Hans Faber in Blauw, nr. 3, juni 2018, p. 12-16.]

Later, vanaf donderdag 5 oktober, is er meer sprake van co-creatie en kwamen de burger- en politieparticipatie meer en meer in een natuurlijk evenwicht. Na het eerste overleg tussen Ad Sanders en Hans Faber groeide het wederzijds vertrouwen en probeerden beide partijen elkaar zo goed mogelijk op de hoogte te houden. De politie hanteerde daarbij het uitgangspunt dat zij nieuwe informatie eerst zouden delen met de familie, vervolgens in de driehoek en met de betrokken bestuurders en vervolgens intern en dan pas de media zouden informeren. Zo kwam Sanders eerst naar de brandweerkazerne in Zeist (het crisiscentrum van het crisisteam-Faber) toen de politie het lichaam van Anne had gevonden.

Afronding
De vermissing en dood van Anne Faber vormden in 2017 een van de meest dramatische gebeurtenissen in Nederland. Het is veelzeggend dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid een onderzoek is gestart naar de wijze waarop tijdens de re-integratie van gedetineerden en tbs-gestelden rekening wordt gehouden met de veiligheid van de samenleving.

De casus leert ons daarnaast iets over de hobbels en de mogelijkheden van co-creatie; de samenwerking tussen politie en burgers. Het valt niet meer te ontkennen dat – of wij het nu willen of niet – de rol van burgers bij vermissingen en sommige andere crisisachtige gebeurtenissen alleen maar zal toenemen. De politie en andere (overheids)instanties zullen hier met vallen en opstaan aan moeten wennen. Voor verdergaande co-creatie is, naast een behoorlijke professionaliteit aan de kant van de burgers, zoals in dit geval bij het crisisteam-Faber, ook een bepaalde mindset bij de politie wenselijk. Hans Faber zei het in een interview als volgt: [Citaat uit interview met Hans Faber in Blauw, nr. 3, juni 2018, p. 12-16].

‘Stel je meer open, binnen de beperkingen van het strafrecht. Kijk de familie in de ogen en als er vertrouwen is, werk dan waar mogelijk samen. Durf gebruik te maken van lokale kennis, van externe bronnen. Familie en vrienden kunnen wat toevoegen aan een TGO’.

Bron: IFV

 

Facebook haalt Project X Katwijk offline

In het Brabantse Katwijk is voor vrijdag een groot Project X-feest aangekondigd. Enkele uren nadat de oproep op Facebook was gezet, hadden al 7000 mensen aangegeven te komen.?’Feest! In Katwijk’, dat is het enige dat er aan info is gegeven op?de Facebook-pagina?van het aangekondigde ‘feestje’ in het dorpje Katwijk. Toch hebben ondertussen zo’n 6800 mensen aangegeven dat ze vrijdag komen. Nog eens 16.000 mensen zijn ge?nteresseerd zo is te zien op de pagina.?Het aantal liep snel op.

De politie en?gemeente Cuijk, waar Katwijk onder valt, zijn op de hoogte van het feest.?Op dit moment overleggen ze welke maatregelen er moeten worden genomen.?In verschillende WhatsApp-groepen worden afspraken gemaakt om naar het feest te komen en om van tevoren ‘in te drinken’.?Aan het begin van de avond heeft Facebook de pagina offline gehaald.

‘Iedereen mag komen’

Aanleiding voor het feest in Cuijk is een bericht van Noor op Snapchat waarin ze schrijft: “Vrijdag feest bij mij, iedereen mag komen.”?En: “Als je komt moet je het wel zeggen en ook wie je meeneemt.”?Wie het evenement op Facebook heeft aangemaakt, is onbekend

De gemeente Cuijk houdt rekening met rellen na een aangekondigd ‘Project X’ in het Brabantse dorp Katwijk en is van plan vrijdag mensen “met verkeerde bedoelingen” tegen te houden.

Een 15-jarig meisje uit Katwijk nodigde gisteren via Snapchat mensen uit voor haar verjaardagsfeest bij haar thuis. “Vrijdag feest bij mij iedereen mag komen”, had ze op het sociale medium gezet. “Als je komt moet je het wel zeggen en ook wie je meeneemt.” Haar bericht zou niet openbaar zijn geweest.

Daarop werd gisteren op Facebook een evenementenpagina aangemaakt die al snel viral ging. Vanavond haalde het sociale medium de pagina offline. Hij is gemaakt door een “niet authentiek account”, liet een woordvoerder weten.

Verontruste bewoners

Cuijk verwijst in een persbericht naar Project X in het Groningse Haren in 2012. Daar gingen duizenden jongeren rellen, nadat een meisje de uitnodiging voor haar zestiende verjaardag op openbaar had gezet.

“Gezien de omstandigheden kunnen we niet anders dan ons voorbereiden op alle scenario’s”, zegt burgemeester Hillenaar, die het over verontruste bewoners in het kerkdorp Katwijk heeft. “Onze inzet is en blijft om ervoor te zorgen dat personen van buiten Cuijk, die vrijdag met verkeerde bedoelingen hiernaartoe komen, worden tegengehouden.”

In de discussie bij het evenement werd gesproken over drugs, vervoer en outfits. Rond zes uur vanavond hadden 8600 mensen aangegeven dat ze vrijdag naar Katwijk zouden gaan en waren nog eens 20.000 mensen ge?nteresseerd.

Feest afgeblazen

De politie is naar het meisje in Katwijk gegaan, waarop ze het feest afblies, schreef ze op Snapchat. “De politie is ervan op de hoogte en ik wil er niet verantwoordelijk voor worden en ik ben er niet verantwoordelijk voor.” Een man die tegen?Omroep Brabant?zegt dat hij de oom van het meisje is, zegt dat zijn nichtje is ondergedoken. “Er werden hele verschrikkelijke bedreigingen geuit. Ook dat ramen zouden worden ingegooid.” De man zegt dat het meisje de uitnodiging binnen haar contactenlijst heeft geplaatst. “Een van haar vrienden heeft gemeend dat in de grote multimediawereld te moeten gooien. Met alle gevolgen van dien.”

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Noodverordening van kracht in Katwijk vanwege Project X-feest: <a href=”https://t.co/sdpvJ6nWRL”>https://t.co/sdpvJ6nWRL</a></p>&mdash; NU.nl (@NUnl) <a href=”https://twitter.com/NUnl/status/1071114196178362368?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 7, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Twee aanhoudingen voor opruiing <a href=”https://twitter.com/hashtag/ProjectX?src=hash&amp;ref_src=twsrc%5Etfw”>#ProjectX</a> <a href=”https://twitter.com/hashtag/Katwijk?src=hash&amp;ref_src=twsrc%5Etfw”>#Katwijk</a>. Daarnaast hebben we ruim twintig stopgesprekken gevoerd met jongeren. <a href=”https://t.co/OuCDh4eF7b”>https://t.co/OuCDh4eF7b</a> <a href=”https://twitter.com/hashtag/Katwijk?src=hash&amp;ref_src=twsrc%5Etfw”>#Katwijk</a> via <a href=”https://twitter.com/Politie?ref_src=twsrc%5Etfw”>@Politie</a> <a href=”https://t.co/vSwmvYQ71r”>pic.twitter.com/vSwmvYQ71r</a></p>&mdash; Politie Oost-Brabant (@politieob) <a href=”https://twitter.com/politieob/status/1071139241428688901?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 7, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Zes aanhoudingen rond &#39;Project X&#39; Katwijk, maar het blijft rustig: <a href=”https://t.co/KazXtbKTrU”>https://t.co/KazXtbKTrU</a></p>&mdash; Arnout de Vries (@ADeVries23) <a href=”https://twitter.com/ADeVries23/status/1071300214118670336?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 8, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Gemeente en politie bedankt na Project X: ?Hebben stinkend hun best gedaan? <a href=”https://t.co/64fxbrPKnG”>https://t.co/64fxbrPKnG</a></p>&mdash; Wouter Jong (@WouterJong) <a href=”https://twitter.com/WouterJong/status/1071697397531709440?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 9, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Onderzoek of kosten Project X Katwijk verhaald kunnen worden <a href=”https://t.co/wOt1Qh2aKv”>https://t.co/wOt1Qh2aKv</a></p>&mdash; Arnout de Vries (@ADeVries23) <a href=”https://twitter.com/ADeVries23/status/1072961660812517376?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 12, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

 

Bronnen: NOS, Telegraaf, RTL, Omroep Brabant

Zaanse vlogger: mediastorm over een ‘straatterrorist’

Auteurs: Teun Eikenaar, Vina Wijkhuijs, Menno van Duin

Inleiding
Vlogs zijn videodagboeken op internet, meestal geplaatst op YouTube. Vaak zijn ze onschuldig en hebben ze weinig nieuwswaarde, maar sommige van deze filmpjes zijn erg populair. Sommige vloggers hebben dankzij de advertentie-inkomsten inmiddels hun beroep gemaakt van het maken van dit soort filmpjes.
Aan het einde van de zomer van 2016 is Nederland korte tijd in de ban van dit fenomeen. De reden is een serie vlogs van Ismail Ilgun, een jonge Turkse Nederlander uit Zaandam. Deze ?hoodvlogs?, zoals hij ze zelf noemt, zijn videodagboeken van zijn leven op straat in de Zaanse wijk Poelenburg. Een aantal fragmenten uit die vlogs ligt in september aan de basis van een korte, maar hevige crisis. De fragmenten vertonen een aantal incidenten die een stuk minder onschuldig ogen dan de gemiddelde ?make-upinstructie? of ?gamerecensie? waar de vlogs van anderen meestal over gaan. De consternatie die volgt, maakt van deze jongen in korte tijd een bekende Nederlander. Wat begint met een aantal artikelen in lokale media, wordt opgepikt door alle grote
Nederlandse kranten. De meeste daarvan besteden in meerdere artikelen uitgebreid aandacht aan de Zaanse jongen en zijn vrienden. Ook verschillende televisiezenders pakken het item op. Pauw besteedt er maar liefst drie uitzendingen aan en cameraploegen van RTL Nieuws, Hart van Nederland en PowNews bezoeken (soms meermaals) de wijk.

In dit hoofdstuk bespreken we hoe dit heeft kunnen gebeuren: waarom werd een lokale groep jongeren uit Zaandam in korte tijd het middelpunt van een mediastorm? Uit de grote hoeveelheid berichten destilleren we wat hier nu precies aan de hand was en wat voor de lokale autoriteiten de grootste uitdagingen waren. Daarvoor zijn krantenartikelen en beeldmateriaal (tv-uitzendingen en vlogs) bekeken en is gesproken met de toenmalig burgemeester, een betrokken wethouder, een politiechef en een tweetal ambtenaren van de gemeente Zaanstad.

Feitenrelaas
In juli 2016 plaatst Ismail Ilgun, een 19-jarige jongen uit Zaandam met een Turkse achtergrond, zijn eerst vlogs op YouTube. Deze filmpjes geven een indruk van hoe hij zijn vrije tijd met vrienden beleeft. Ze hangen rond bij de Vomar, de supermarkt in zijn woonwijk Poelenburg, luisteren in de auto of op hun scooter naar muziek. De jongens praten in straattaal tegen Ilguns camera, betuigen respect aan hun vrienden en geven in stoere taal af op anderen. Ook komen soms rappers op bezoek. In enkele filmpjes is te zien hoe ze de politie lijken te provoceren, bijvoorbeeld door hen continu te filmen of door achter hun rug gekke bekken te trekken. Enkele fragmenten tonen incidenten: een man op een fiets krijgt een klap en in ??n filmpje dreigen jongens met
een stroomstootwapen en een boksbeugel.

De vlogs trekken veel aandacht: op internet stijgt het aantal views al snel naar meer dan honderdduizend. In Poelenburg zelf komen veel jongeren en kinderen af op Ismail Ilgun en zijn vrienden. De groep voor de Vomar groeit in augustus uit tot ongeveer vijftig jongeren en kinderen in verschillende leeftijdscategorie?n en uit verschillende delen van de stad en de omgeving. Volgens een groep wijkbewoners ? verenigd in Klankbordgroep Poelenburg ? leidt dat tot onrust en een toename van overlast. Ze sturen eind augustus een brief aan het college van B&W: er moet wat aan de overlast worden gedaan.

De situatie rondom de Zaanse vlogger en zijn vrienden groeit echter pas uit tot een echte crisis wanneer in korte tijd enorm veel media over hen berichten. Het Noordhollands Dagblad pikt de brief van Klankbordgroep Poelenburg op en bericht in een serie artikelen vanaf 6 september dat bewoners rust willen en daadkrachtiger optreden van de politie verlangen. Ook medewerkers van de Vomar zouden zich volgens het hoofdkantoor van die supermarkt bedreigd voelen. Op donderdag 8 september volgen verschillende landelijke media. Als eerste De Telegraaf. In de haar kenmerkende bewoordingen zet deze krant een aantal fragmenten uit de vlogs op haar site en bericht over ?machteloze politie? tegenover ?straatterroristen? en ?tuig? dat de Zaanse wijk in een ?wurggreep? houdt. Diezelfde dag wil een cameraploeg van het programma Hart van Nederland een reportage maken in de wijk, maar een aantal jongeren geeft de cameramensen te kennen dat ze niet welkom zijn. ?s Avonds volgt een uitzending van Pauw over de problemen in de wijk. Aan tafel zitten vlogger Ilgun en gemeenteraadslid Juli?tte Rot, die zich opwerpt als belangenbehartiger van de wijkbewoners. In de studio is ook een aantal van Ilguns vrienden aanwezig van wie enkelen ? tot ergernis van gastheer Jeroen Pauw ? met een zwarte zonnebril. Tijdens de uitzending wordt een korte compilatie van de meest dreigende beelden uit Ilguns vlogs vertoond; het beeld van de man die geslagen wordt, evenals een filmpje van een dansende jongen op het dak van
een politieauto (109). Dat zet kwaad bloed bij de jongeren en ze reageren balsturig op de compilatie en de vragen van Pauw. De uitzending roept
veel reacties op.

De volgende dag, vrijdag 9 september, is de aandacht voor de problemen in de Zaanse wijk compleet. In zijn wekelijkse persconferentie die ochtend besteedt premier Rutte aandacht aan de kwestie. Rutte stelt dat hij zich twee dagen ?kapot heeft zitten ergeren? en dat het hier gaat om ?gewoon tuig van de richel? (110). Minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie laat weten dat ?dit gedrag (?) echt niet kan. Het moet ophouden.? Burgemeester Faber bezoekt die middag de wijk en spreekt met de filiaalmanager van de Vomarsupermarkt (111). Zij verklaart aan de verzamelde pers dat het gedrag van de jongeren daar ?onacceptabel? is. ?s Avonds volgt opnieuw een uitzending van het programma Pauw. Hierin vertelt een oud-vrijwilligster uit de wijk, in reactie op de vraag
van de jongeren om een nieuw buurthuis, dat eerdere voorzieningen?door de jongeren zelf zijn vernield. Alle gasten aan tafel laken de ?slappe? houding van de politie en het uitblijven van een reactie van de burgemeester.

109 Later blijkt dat dit fragment maanden eerder en niet in Poelenburg is opgenomen en in een nieuw filmpje is gemonteerd.
110 Diezelfde dag reageert Ilgun zelf ook in een vlog op alle (negatieve) media-aandacht, onder andere op de term ?straatterrorist?: ?Straks zijn we ISIS! […] We zijn hier al jaren, maar nu
[?] krijgen we een beetje bekendheid en zijn we opeens terroristen.? (Algemeen Dagblad, 9 september 2016).
111 Overigens relativeerde deze manager de eerdere uitspraken van de directie van de Vomar: de overlast van de jongeren voor zijn filiaal zou volgens hem erg meevallen.

Ilgun en zijn vrienden stoken zondag 11 september het vuur nog wat hoger op wanneer ze een interviewopname van NH Nieuws met raadslid Juli?tte Rot op intimiderende wijze onderbreken. Rot doet later aangifte van bedreiging. Ook volgen er reacties van anderen. In de nacht van zaterdag op zondag 11 september wordt de Vomar beklad met een hakenkruis en een tekst gericht tegen de jongeren: ?Wat jullie weik? Ons land.? Later wordt er ook op Facebook een oproep gedaan om ?orde op zaken te gaan stellen? in Zaandam en om ?ratten te gaan vangen?.

Op 12 september, de maandag na dit verhitte weekend, volgen aanvullende maatregelen van gemeente, politie en OM: extra cameratoezicht, meer surveillance en een samenscholingsverbod. Die avond wordt er meteen fors meer politie ingezet op het plein voor de Poelenburgse Vomar. Bij die actie wordt een aantal mensen aangehouden, onder andere voor het schenden van het samenscholingsverbod, voor het beledigen van een agent, het niet kunnen tonen van een identiteitsbewijs, en het rijden zonder rijbewijs. Vier krijgen een dagvaarding, waarvan ??n voor de eerdere mishandeling van de man op de fiets en belediging van een agent. ?s Avonds volgt voor de derde keer een uitzending van Pauw met aandacht voor deze casus. Dit keer zitten burgemeester Faber, de plaatsvervangend politiechef van Noord-Holland en een hoofdagent aan tafel. Ze leggen de (nieuwe) aanpak uit en spreken over de vermeend softe benadering van de politie.

Op de ochtend van dinsdag 13 september wordt ook Ismail Ilgun zelf thuis aangehouden op verdenking van opruiing en aanzetten tot geweld.?112 Hij wordt vier dagen vastgezet. Die avond volgt een overleg tussen wethouder, politie en sociaal wijkteam over de overlast.

Toch blijft de sfeer in de wijk gespannen. Dat merkt ook een andere camera ploeg, dit keer van PowNews, als ze donderdag 15 september een?reportage wil maken. Nadat dit team wordt bekogeld vanaf een balkon volgt op straat een opstootje tussen toegestroomde jongeren en agenten. Opnieuw worden meerdere jongens aangehouden. Dezelfde avond vindt er een raadsvergadering plaats. Tegen burgemeester Faber wordt een motie van wantrouwen ingediend, maar deze wordt met een ruime meerderheid verworpen.

112 Het gaat daarbij vooral om het filmpje waarin jongens dreigen met een boksbeugel en een stroomstootwapen. Op 24 juli 2017 liet het OM weten Ilgun daarvoor niet te vervolgen,
maar wel een excuusvlog en een aantal gesprekken met buurtbewoners en de politie te verlangen.

In de dagen die volgen, lijkt in Poelenburg de rust terug te keren. Op vrijdag 16 september komt Ismail Ilgun vrij met een gebiedsverbod en verplichte begeleiding door de reclassering. Ook de media-aandacht neemt af. Op donderdag 22 september biedt Ilgun nog wel zijn excuses aan op Facebook. Hierna komt hij overwegend positief in het landelijke nieuws. Zo wordt hij samen met een aantal vrienden omarmd door Kees de Koning van platenlabel Topnotch. Ze verschijnen op 30 september samen in het tv-programma De Wereld Draait Door, waar ze reageren op de consternatie, onder andere die tijdens en na de eerste uitzending van Pauw. Op 28 oktober tekent Ilgun een contract bij?Topnotch en de dag erna wordt bekend dat hij voor AD.nl een serie
documentaires gaat maken over achterstandswijken waarbij hij ?op een positieve manier de wijk in gaat?. De eerste afleveringen verschijnen in het voorjaar van 2017.

Beeldvorming en beheersing: twee dilemma?s
Bij de gebeurtenissen rondom de Zaanse wijk Poelenburg vallen twee vraagstukken op. Ten eerste is deze casus een typische ?mediacrisis?. Verschillende kranten, online kanalen, programmamakers, tv-ploegen en een grote hoeveelheid sociale mediagebruikers hadden in september 2016 een mening over deze gebeurtenissen. Dat roept op zijn minst de vraag op wat nu precies het probleem was in Poelenburg en (vooral) w?e daar het juiste beeld van had. Het eerste vraagstuk speelt zich daarmee op de voorgrond af ? ?frontstage? dus: wie ?vertelt? het beste
verhaal en wie weet het beste wat er aan de hand is in Poelenburg? Het tweede dat opvalt, is dat het lokaal gezag en de politie moeite hadden om het probleem beheersbaar te houden. Wat een bescheiden lokaal probleem leek, groeide snel uit tot een incident waar verschillende landelijke media en landelijke bestuurders zich mee bemoeiden, tot aan de minister-president toe. Deze tweede observatie roept de vraag op wat lokale bestuurders en professionals zouden kunnen doen in een dergelijk geval. Dit is een vraagstuk dat zich voor een belangrijk deel buiten het zicht van camera?s afspeelt ? ?backstage? dus: hoe een incident van beperkte omvang klein te houden en hoe te reageren op een overdaad aan (media-)aandacht? Deze twee dilemma?s vormen de basis voor de analyse in dit hoofdstuk.

Analyse
Frontstage: een goed verhaal

?Of je doet je zonnebril af, of je houdt je mond?, zei Jeroen Pauw in de uitzending Pauw van 8 september. Het was een van de opvallendste confrontaties uit deze casus. Tijdens deze eerste uitzending van Pauw over de problemen in de Zaanse wijk Poelenburg zette gastheer Jeroen Pauw een van de jongens in de studio autoritair op zijn plaats. Het was een confrontatie die symbool staat voor een spanning die door deze hele casus heen loopt.

Evident was hier de botsing tussen twee mores; die van de oudere, ge?rgerde Pauw die zich opwierp als hoeder van het goede fatsoen, en de jongere, halsstarrige Turkse Nederlanders in de studio, die weigerden zich te plooien naar de gebruiken van het praatprogramma. Ze zaten onderuit gezakt, gniffelden en hielden hun zonnebril op. Pauws moraliserende toon en retorische vragen zetten de confrontatie nog scherper aan: ?Of vind jij het heel normaal om op iemands auto te gaan dansen?? vroeg hij een van hen. Op zijn minst riep het ook de vraag op of Jeroen Pauw niet uiterst gelukkig was met deze zonnebril dragende jongens.

Maar het was meer dan dat. Het was ook een confrontatie over beeldvorming. De reden dat de aanwezige jongens zich zo gedroegen, had namelijk ook te maken met het beeld dat van hen geschetst werd als ?tuig van de richel? of zelfs ?straatterroristen?. De reactie van een van de jongens ? Haki ? op de getoonde compilatie was daarom veelzeggend, evenals Pauws cynische antwoord daarop:

Haki: U doet precies hetzelfde als wat al die anderen, SBS6, RTL en zo, ook doen. U heeft een compilatie gemaakt van beelden en u zet
er ook een bepaald liedje bij. Heel sensationeel. Maar dit is niet wat er constant gebeurt. Er zijn dertig vlogs en dit is het enige wat jullie er uit hebben gehaald.
Ismail Ilgun: Je hebt ook positieve beelden.
Pauw: Die heb ik niet gezien. Zijn dat beelden dat je oude vrouwtjes helpt met oversteken?

Ook op andere momenten kwam dit soort confrontaties terug. Het conflict tussen de gevestigde media en de nieuwe media (vlogs) van de Poelenburgse jongens werd daarmee soms een letterlijke strijd. Ilgun joeg de cameraploeg van Hart van Nederland bijvoorbeeld weg met de woorden: ?Kunnen jullie eindelijk weggaan en niet al die negatieve shit erop zetten (?) het is onze wijk, vriend.? Ook tijdens de confrontaties met journalisten van PowNews ging het over beeldvorming. Te zien was hoe jongeren agressief en afwerend reageerden op de aanwezigheid van het camerateam. Toen Ismail Ilgun het interview met raadslid Juli?tte Rot ruw verstoorde en de cameraman van NH Nieuws opdroeg te stoppen met filmen ? nota bene terwijl Ilgun zelf zijn camera liet draaien ? ontspon zich een felle discussie over negatieve beeldvorming en wie daarvoor verantwoordelijk was.

Het conflict werd nog scherper aangezet door de verschillende belangen die betrokkenen hadden bij het maken van hun ?eigen? verhaal. Zo was Ilgun er zelf bij gebaat om zo veel mogelijk views te
genereren voor zijn filmpjes. Immers, via de advertentie-inkomsten van YouTube leverde hem dat geld op. Hij wist dat goed gemonteerde, sensationele filmpjes waarin agenten geprovoceerd worden meer clicks zouden genereren. Dat YouTube op 9 september de filmpjes van Ilgun aanmerkte als gewelddadig en daarmee advertenties blokkeerde, leek dan ook pijnlijker voor hem dan de terechtwijzingen in de media (113). Maar ook de gevestigde media waren in deze casus gebaat bij een ?goed verhaal?. Een wijk die ?geterroriseerd? werd door ?straattuig?, met?bewoners als ?slachtoffer? (en een raadslid als held ? zie de uitzending van Pauw van 8 september) was zo?n verhaal.

113 Overigens geven verscheidene respondenten aan dat het om deze reden moeilijk was om grip te krijgen op Ilgun: van eerder gemaakte afspraken trok hij zich weinig aan, mede vanwege de inkomsten die hij genereerde met zijn vlogs.

Deze confrontaties over beeldvorming tekenen de commotie rondom de Zaanse vlogger. Wie hier de werkelijkheid voor de Zaanse supermarkt het best verbeeldde, is daarom moeilijk te zeggen: dat was nu juist inzet van de confrontatie. Er is een aantal incidenten aanwijsbaar en de klachten van bewoners zijn duidelijk. Toch waren de gedragingen van de jongens maar tot op zeer beperkte hoogte strafbaar. Bovendien leek hier de beleving een grote rol te spelen: voor sommige bewoners zal de groep voor de Vomar storender zijn geweest dan voor anderen.

Veel media zagen die dimensie van beeldvorming moedwillig over het hoofd. Al speelden de Poelenburgse jongens de vermoorde onschuld, het getuigde van koppigheid dat cameraploegen een item wilden maken voor de Vomar. Sterker nog, door willens en wetens op confrontaties aan te sturen met jongens die de manier waarop ze verbeeld werden niet accepteerden, waren het sommige media die mede aan de basis stonden van deze crisis en haar in korte tijd verder aanwakkerden. Oorzaak en gevolg liepen zodoende door elkaar. Alles voor een goed verhaal.

Mediahypes en jongeren op straat: een vergelijking met de Diamantbuurt, Amsterdam
Het verhaal van de Zaanse vlogger doet denken aan een aantal andere gevallen waarin jongeren op straat veel (negatieve) media-aandacht kregen. Een bekend voorbeeld is de consternatie in 2004 rondom de Amsterdamse Diamantbuurt. In deze wijk leidde een conflict tussen Marokkaans-Nederlandse jongeren en een autochtoon Nederlands stel ? bekend onder het pseudoniem ?Bert en Marja? ? tot een vergelijkbare mediahype en aandacht van landelijke politici en bestuurders. In dit geval werd die consternatie in eerste instantie aangezwengeld door de Volkskrant met een serie artikelen over de lotgevallen van het Nederlandse stel. De aanleiding van die (media)crisis week af van deze Zaanse casus, maar komt sterk overeen waar het de rol van media als scherprechter
betreft. In een tweetal artikelen laat antropologe Anouk de Koning zien hoe dat in het geval van de Diamantbuurt in zijn werk ging en wat daar de gevolgen van waren (De Koning, 2013 en 2015).

Bij de aandacht voor de Diamantbuurt waren het eveneens de jongeren die al snel als de ultieme overlastgevers werden gezien; zij verstoorden de rust voor andere wijkbewoners en zouden uiteindelijk zelfs het Nederlandse, autochtone stel ?Bert en Marja? weggepest hebben. Ook speelde de dimensie van etniciteit in die casus een belangrijke rol. In een constante stroom berichtgeving lag de nadruk op het gegeven dat het hier om Marokkaanse Nederlanders ging (De Koning, 2013 en 2015). Deze dimensie speelt ontegenzeggelijk ook in het Zaanse geval ? zij het dat het hier Turks-Nederlandse jongens betrof. Een serie incidenten in de Diamantbuurt leidde er volgens De Koning toe dat deze wijk als iconische achterbuurt symbool kwam te staan voor het primaire conflict tussen de hardwerkende, autochtone Nederlander en een anonieme groep asociale Marokkaanse jongeren op straat. De term ?straatterrorist? voor de groep jongens voor de Vomar in Poelenburg lijkt zelfs afkomstig uit de hype rondom de Diamantbuurt; fractieleider Geert Wilders van de PVV muntte die term naar aanleiding van dat conflict. Poelenburg is niet de Diamantbuurt ? zeker niet naar reputatie ? maar opmerkelijk is wel dat ook hier sommige media (vooral De Telegraaf) lang nadat de storm was geluwd opnieuw de naam Poelenburg gebruikten als typische probleemwijk met dito issues rondom Turkse jongens.

In beide gevallen wordt bovendien een specifieke groep jonge mannen op basis van enkele incidenten vaandeldrager van het falen van het ?softe? integratiebeleid en van de multiculturele samenleving als zodanig. Daarbij spelen noties van in- en uitsluiting een grote rol. In de oppositie tussen deze jongeren als ?tuig van de richel? of ?straatterroristen? tegenover de ?hardwerkende Nederlanders? en de ?Bert en Marja?s? wordt er een duidelijke grens afgebakend: deze jongens plaatsen zichzelf buiten de Nederlandse fatsoensnormen en daarmee buiten de Nederlandse samenleving. Ze zijn de ?ultieme ander?, in de woorden van De Koning (2015). Zoals gezegd, net als in de Amsterdamse Diamantbuurt bestond de consternatie rondom Ismail Ilgun in Zaandam vooral uit dit soort morele verontwaardiging, en werd de discussie over beeldvorming niet of amper gevoerd, waardoor iedere nuance al gauw verdween. De casus Diamantbuurt laat bovendien op indringende wijze zien hoe die morele verontwaardiging op den duur bepalend kan zijn voor stedelijk beleid. Daarmee blijkt het voor bestuurders dus niet alleen op de korte termijn een uitdaging om niet in symboolpolitieke besluiten van harde handhaving en zero tolerance te vervallen; ook op de langere termijn kan dit soort gemediatiseerde gebeurtenissen een onuitwisbare impact hebben.

Backstage: in het oog van een mediastorm

?Dit is zo wezenlijk, ik heb me hier twee dagen kapot aan lopen ergeren. Dat goedwillende, hardwerkende mensen zich bedreigd voelen door dit tuig van de richel en het gevoel dat ze niet de bescherming van de rechtstaat kunnen genieten. Dus ik ben heel blij dat daar nu hard tegen opgetreden wordt.? (premier Mark Rutte tijdens zijn wekelijkse persconferentie van 9 september 2016)

Poelenburg is sinds 2007 een Vogelaarwijk, de bekende benaming voor aandachtwijken met een combinatie van problemen. Zoals in meer Vogelaarwijken zijn er ook in Poelenburg soms spanningen tussen bewoners en groepen jongeren op straat. De klachten over de jongens op straat waren dan ook geen nieuws in Zaandam. Een groep bewoners gaf al langer aan overlast te ondervinden en in december 2015 maakte het college van B&W via een raadsinformatiebrief duidelijk wat er gedaan was en nog gedaan zou worden om de overlast beheersbaar te houden. Drie van die groepen bevonden zich in Poelenburg en waren in beeld bij gemeente en politie. Van deze groepen zorgden de twee groepen aan de rand van de wijk voor de meeste overlast; ze waren tot
2016 geclassificeerd als ?overlast gevend? en ?hinderlijk? (114). Ook de groep voor de Vomar stond al langer bekend als overlast gevend (115). In 2016 waren alle drie de groepen in kaart gebracht met behulp van een ?Plusmin-mee?-methodiek.116 De gemeente had daarmee binnen de jeugdgroepen aangemerkt wie de ?positieve? en de ?negatieve kopstukken? waren en wie de ?meelopers?.

In de zomer van 2016 had de gemeente ook v??r alle mediaaandacht al in de gaten dat de groep voor de Vomar voor enige nieuwe consternatie zorgde; de vlogs bleven niet onopgemerkt, evenmin als de nieuwe klachten van bewoners. Zo had de wijkwethouder op donderdag 8 september ? de dag waarop De Telegraaf voor het eerst over de Zaanse ?straatterroristen? berichtte ? al een overleg gepland staan met de Poelenburgse klankbordgroep. Bovendien was de woensdag daarvoor in het reguliere driehoeksoverleg besloten meer te gaan surveilleren in Poelenburg, mede omdat wijkbewoners om meer zichtbare aandacht voor het probleem hadden verzocht.

114 Deze indeling is afkomstig uit de zogeheten Beke-methodiek, maar wordt sinds 2016 niet meer gebruikt in Zaanstad. Zie: Zaanstad, Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid, 2017.
115 Dat klinkt voor buitenstaanders misschien bedreigend, maar in 2016 kende Nederland honderden van deze groepen. Bovendien bezorgen groepen die aangemerkt zijn als ? crimineel? politie en gemeenten feitelijk veel meer (of ernstiger) problemen.
116 Een omschrijving van deze methodiek is te vinden op de website Wegwijzer Jeugd en Veiligheid.

Voor de gemeente Zaanstad en de Zaanse politie bleek de uitdaging van deze crisis dan ook niet te schuilen in de jeugdgroep zelf, maar in de plotselinge druk vanuit Den Haag en de media om tot actie over te gaan. Ze werden daar simpelweg door overvallen. Op vrijdag 9 september bereikte die druk een hoogtepunt. Die dag stond de pers op het Binnenhof in Den Haag om de reacties van landelijke bestuurders te peilen na de uitzendingen van Pauw en Hart van Nederland. Ontegenzeggelijk speelde ook premier Rutte?s stellingname jegens Turkse Nederlanders hier een duidelijke rol. Een week daarvoor (op 4 september) deed de premier in het programma Zomergasten al een opvallende uitspraak over Turks-Nederlandse jongeren in Rotterdam. ?Pleurt op,? beet hij die jongeren toe nadat in die stad een camerateam was belaagd. Deze daadkrachtige taal zong nog rond toen de Zaanse jongens in beeld kwamen. Het lijkt erop dat politicus Rutte (de verkiezingsstrijd was met deze uitspraken al begonnen) hun acties zag als een nieuwe aantasting van het gezag en het (destijds kwetsbare) imago van de politie. Zo bekeken was de Zaanse casus de gelegenheid om de daad bij het woord te voegen. Hij voerde volgens sommigen de druk op minister Van der Steur op ? niet toevallig ook een VVD-bestuurder ? om op zijn beurt het Zaanse bestuur te bewegen tot steviger ingrijpen.

Zoveel aandacht was voor de lokale autoriteiten nieuw. Hoe om te gaan met deze (negatieve) aandacht? Was het verstandig ook aan te schuiven bij Pauw? Zouden de Zaanse autoriteiten daarmee de hype bevestigen of konden ze dan juist de angel uit de opgefokte berichtgeving halen? Dat gold ook voor de roep om meer en harder optreden. Door daaraan toe te geven kon een duidelijke grens gesteld worden, maar het kon ook gezien worden als een bewijs dat de eerdere aanpak mislukt was en gemeente en politie hadden verzaakt.

Ondertussen leidde alle aandacht tot nieuwe dreigingen uit andere delen van het land. Op Facebook werd tot twee keer toe een oproep geplaatst om in Zaandam orde op zaken te gaan stellen en ook de bekladding van de Vomar met een hakenkruis kan in lijn daarmee ge?nterpreteerd worden. Saillant detail is dan ook dat burgemeester Faber vanwege die dreiging een noodbevel had klaarliggen en er tweemaal een ME-peloton gereedstond.

Die landelijke druk ervoer ook de Zaanse politie. Vanuit het directoraat-generaal Politie van het ministerie van Veiligheid en Justitie kwam de boodschap dat de vlogs schadelijk waren voor het imago van de politie. Ook de Zaanse politie werd dus gevraagd om extra inzet te plegen en meer repressief op te treden. Er was in de media veel verontwaardiging over het ?lacherige? en ?kameraadschappelijke? gedrag van agenten. Agenten zouden te veel tolereren en niet hard genoeg optreden. Daarmee werd genegeerd dat dit zogezegd vriendschappelijke gedrag
een beproefde manier is om contact te houden met jongeren, zoals ook de agenten in Pauw en in een column in het Noordhollands Dagblad uitlegden. Daarnaast was de dansende jongen op de politieauto helemaal niet gefilmd in de wijk Poelenburg. De Zaanse politie had tot dan toe bewust van een hardere lijn afgezien. Meer arrestaties en meer gebruik van geweldsmiddelen zouden naar alle waarschijnlijkheid disproportioneel zijn geweest, meer kwaad bloed hebben gezet bij de Zaanse jongeren en de eerder opgebouwde relatie jarenlang hebben beschadigd.

Opnieuw bestond het dilemma niet zozeer uit de ernst van de incidenten, maar uit het feit dat agenten ogenschijnlijk gekoeioneerd werden en dat van hen verwacht werd daarop met meer gezag te reageren. Daarbij had de politie te maken met een fenomeen dat voor hen feitelijk helemaal nieuw was: vloggende jongeren. Moet je als agent optreden als je gefilmd wordt of niet? Is het zinvol dan je gedrag te wijzigen? Deze jongeren zetten een aantal keer met opzet juist die filmpjes online waarin ze agenten belachelijk maakten. Daardoor ontstond al snel het beeld van ?softe? agenten die niet durfden op te treden en ?gepiepeld? werden. De populariteit van die vlogs en de (landelijke) reactie daarop overviel ook hen. De Zaanse politie kende de filmpjes al twee weken voordat de crisis uitbrak, maar had eenvoudigweg niet bedacht dat het zo mis zou kunnen gaan. Wrang is dat het Zaanse team wel informatie zocht bij andere teams met meer ervaring met vlogs, maar dat die
informatie te laat kwam.

Tot besluit
Al met al duurde de consternatie rondom Poelenburg niet meer dan een ruime week. Zo snel als de crisis opkwam, zo snel verdween zij ook weer. En er was, op de keper beschouwd, eigenlijk weinig bijzonders gebeurd. Er kwam nog wel veel pers af op de raadsvergadering waarin de motie van wantrouwen tegen de burgemeester op de agenda stond: drie cameraploegen en ook schrijvende pers. Er viel tijdens die raadsvergadering echter weinig te beleven ? de motie werd kansloos weggestemd en media verloren al gauw hun interesse, zelfs die avond al.

Ook in Poelenburg was de rust weergekeerd. Waarschijnlijk niet door repressief optreden van de politie, maar doordat voor een groepje van ongeveer tien jongens uit die wijk een individueel begeleidingstraject werd uitgestippeld. Daarbij had het er alle schijn van dat ook zijzelf, evenals hun familie en buurtgenoten, alle aandacht meer dan zat waren. Ook het optreden van de burgemeester en politiechef bij Pauw en het meer bewuste imagomanagement van het Zaanse gezag had mogelijk meer effect dan het handjevol aanhoudingen in Poelenburg (117).

Deze casus draait daarom voor een belangrijk deel om imago?s, de pogingen die betrokkenen doen om hun imago?s te behouden (politie, gemeentebestuur) of te versterken (de jongens voor de Vomar, Haagse politici, media) en de botsingen die daarvan het gevolg zijn. Zo ontstond de crisis voornamelijk omdat verschillende betrokkenen zich wilden profileren ten opzichte van elkaar. Een vlogger met deels tendentieuze filmpjes, gevestigde media met een spannend verhaal, landelijke bestuurders ten overstaan van ogenschijnlijk flagrante aantastingen van het gezag, nota bene aan het begin van de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen. Te midden van die storm stonden de Zaanse gemeente en politie. Aan hen was de uitdaging om dit probleem weer tot lokale proporties terug te brengen. Bestuurders leken het maar moeilijk goed te kunnen doen: door niet ingrijpen zou uitgevent worden dat ze slap waren, wel ingrijpen zou alle aandacht erkennen en eerdere inspanningen in een kwaad daglicht stellen. Mogelijk hadden zij eerder moeten ingrijpen, eerder moeten voorzien wat de effecten van de vlogs zouden zijn, maar voor hen was dit allemaal nieuw; de vlogs zelf, de populariteit en de reacties erop. Er was in Zaanstad ? maar ook in de rest van ons land ? nog maar weinig ervaring opgedaan met dit soort filmpjes en hoe daarop te reageren.

117 Waarbij overigens grotendeels jongeren werden aangehouden die niet in Poelenburg woonden. Saillant is ook dat een aantal bewoners na deze crisis de gemeente en de politie juist verwijten maakte over hun harde optreden: de sfeer in de wijk werd er agressief van.

Als er voor nu ??n les getrokken kan worden uit deze casus, dan is dat wel dat vroege signalen uit sociale media buitengewoon serieus moeten worden genomen aangezien het kleinste incident al grote gevolgen kan hebben. Vlogs als in deze casus moeten niet afgedaan worden als oninteressant stoer gedrag. Integendeel, ze bieden ??k de gelegenheid om iets te begrijpen van de leefwereld van jongeren, hun aspiraties, wensen en frustraties. Bovendien biedt het tijdig oppikken van signalen de gelegenheid om een gepast antwoord te formuleren, te erkennen waaruit consternatie op sociale media (en daarbuiten) bestaat en de controle te behouden alvorens anderen (lees: landelijke media en bestuurders) ermee op de loop gaan. Tegelijkertijd is de mate van beheersing van dergelijke crises beperkt: het is nu eenmaal moeilijk tegenwicht te bieden aan de sterke opvattingen van landelijke media en landelijke politici. Zonder dat je het kan bevroeden ontploft zo?n casus
?waar je bij staat?. Daar hoort ook meer bewust imagomanagement bij, hoe zeer dat sommigen ook tegen de borst mag stuiten. Niet voor niets was deze casus aanleiding voor de nationale politie om een nieuwe richtlijn ?omgaan met vloggers? op te stellen.

[slideshare id=128115592&doc=20171121-ifv-h9-zaanse-vlogger-mediastorm-over-een-straatterrorist-190115204541&type=d]

Politie schakelt de hulp in van een heel dorp bij oplossing cold case

De politie schakelt de hulp in van een heel dorp bij een onopgeloste vermissing. En dat is vrij uniek. Het gaat om de vermissing van Herman Ploegstra. Hij was 35 jaar toen hij op 26 oktober 2010 verdween.

Hij zou gaan sporten in de plaats Breskens, maar kwam niet meer thuis in zijn woonplaats IJzendijke. Zijn auto is later nog wel gevonden, met daarin zijn sleutels en z’n portemonnee. Na onderzoek gaat de politie inmiddels uit van een misdrijf. Vanavond is er een speciale meedenk-avond. De complete presentatie kun je hieronder bekijken en is geplaatst in een artikel van Omroep Zeeland:

De 35-jarige kraanmachinist Herman Ploegstra uit IJzendijke is in oktober 2010 spoorloos verdwenen, onder verdachte omstandigheden. De politie gaat ervan uit dat hij het slachtoffer is geworden van een misdrijf.

Beloning

De politie wil reuring in IJzendijke brengen om de zaak Ploegstra eindelijk op te lossen. Het cold case team vermoedt dat het antwoord dichtbij is, maar op dit moment zijn er nog geen verdachten in beeld. Er is ook nog altijd een beloning uitgeloofd voor de gouden tip: 15.000 euro. Die beloning staat al jarenlang uit, maar heeft nog niets opgeleverd.

De familie en het televisieprogramma Vermist hebben in oktober 2014 de beloning?verdubbeld tot 30.000 euro, maar ook die verhoogde beloning leidde niet tot de gouden tip. Inmiddels is die verdubbeling niet meer van kracht en is dus nog ‘alleen’ de originele beloning van politie en justitie van 15.000 euro over.

Vragen

Bij bijeenkomst in het gemeentehuis van de gemeente Sluis, in Oostburg, waren 25 ge?nteresseerden aanwezig. Tijdens de bijeenkomst werden er ook enkele vragen voorgelegd aan de inwoners van IJzendijke, die de politie graag snel beantwoord wil krijgen:

  • Wie weet er meer over Hermans buitenechtelijke relaties? Het cold case team weet al van meerdere mogelijke buitenechtelijke relaties, maar is nog op zoek naar meer informatie over een Marokkaanse vrouw waar Herman volgens getuigen mee om zou gaan. De politie weet nog niet om wie het gaat.
  • Waar kluste Herman bij ten tijde van zijn verdwijning? Volgens zijn baas verdiende hij een zakcentje bij, mogelijk met zwart werk. De politie wil nu weten waar hij toen bijkluste.
  • Waar is Hermans geheime telefoon? Hij had een tweede telefoon om zo zijn buitenechtelijke escapades geheim te houden. Die telefoon is nooit gevonden.
  • Waar ging Herman heen als hij wegsloop op zijn werk? Tijdens een werkdag ging hij weleens ongeoorloofd weg, de politie wil nu weten waarnaartoe.
  • Naar wie belde Herman vanaf de kraanmachine? Volgens getuigen zat hij urenlang te bellen, de politie wil weten met wie.
  • Werd Herman bedreigd door criminelen? In de periode voor zijn verdwijning zou hij meerdere malen zijn bedreigd, de politie wil nu weten of hij bij criminele activiteiten betrokken was.

De politie hoopt dat dankzij deze zogenoemde bewonersparticipatieavond mensen uit het dorp naar voren komen met nieuwe informatie over de zaak. Tegelijkertijd is het cold case team ook realistisch. De kans is klein dat iemand zijn vinger opsteekt en zegt: “Ik heb het gedaan.” Maar bij het bestuderen van het oorspronkelijke onderzoek is volgens het cold case team gebleken dat nog lang niet alle getuigen het achterste van hun tong hebben laten zien.

Kritisch op het oorspronkelijke onderzoek

Het cold case team is sowieso erg kritisch op het oorspronkelijke onderzoek. Zo zou er niet, of in ieder geval onvoldoende, gekeken zijn op plaatsen waar Herman zich op dat moment mogelijk had kunnen bevinden. Ook zouden niet alle mogelijke getuigen verhoord zijn en waren bij sommige getuigen die w?l ondervraagd zijn volgens het cold case team de verhoren niet grondig genoeg.

Daarom heeft het cold case team besloten om het volledige oorspronkelijke onderzoek opnieuw uit te voeren, inclusief alle verhoren en het forensisch onderzoek. Bovendien zijn er al meerdere bruikbare tips binnengekomen sinds het heropenen van de zaak. De politie is tevreden over het aantal binnengekomen tips, maar hoopt op meer, mede dankzij deze informatieavond.

Emotionele oproep

Tijdens de informatieavond werd ook aandacht besteed aan de impact van deze zaak op de familie. Hermans oudste broer Jan deed daarom een emotionele oproep: “Dit is heel moeilijk, maar ik ben gekomen om te kijken of we dit samen kunnen oplossen, om antwoorden te krijgen op alle vragen. Ik hoop echt dat er antwoorden komen. En aan iedereen die wat weet, zeg ik: meld het. Hoe klein het ook is. Dank u wel.”

Papa, ik mis je

Ook werd een briefje getoond dat dochter Anouk korte tijd na de verdwijning van haar vader schreef. “Papa, ik mis je en ik wil je zien, maar dat gaat niet en ik hoop dat je gevonden wordt”, schreef ze destijds.

Briefje van de dochter van Herman Ploegstra over de verdwijning van haar vader (foto: Politie)

In oktober 2010 verdween de toen 35-jarige Herman Ploegstra spoorloos. Een rechercheonderzoek leverde geen aanwijzingen op. Na bijna acht jaar heeft het Cold Case Team van de politie Zeeland-West-Brabant besloten deze zaak te heropenen.

De feiten op een rij

Tijdens de presentatie zette het cold case team nogmaals de feiten rond Ploegstra’s vermissing op een rij. Herman vertrok thuis rond 19.15 uur en reed naar de sportschool. Daar reed hij tussen 21.15 en 21.30 uur weg, maar hij zou nooit thuis aankomen.

Tussen 23.15 en 23.30 uur vonden vrienden zijn auto, haastig in de berm geparkeerd, met de sleutels nog in het contact en zijn portemonnee en brandweerpieper lagen naast de auto. Bij forensisch onderzoek werden later kleine bloedspatten in de auto gevonden.

Kaart van route die Herman Ploegstra aflegde op dag van zijn verdwijning (foto: Politie)

Het cold case team gaat uit van een misdrijf. Daarbij wordt rekening gehouden met drie scenario’s: dat het gaat om een misdrijf vanuit de familiale kring, de relationele sfeer of het crimineel circuit.

Tweede telefoon

Het cold case team bevestigt het beeld dat eerder in documentaires van misdaadjournalisten Peter R. de Vries en John van den Heuvel werd geschetst, namelijk dat Ploegstra er een dubbelleven op nahield. Hij ging vreemd en onderhield met behulp van een tweede telefoon contact met zijn buitenechtelijke sekspartners.

Het cold case team vermoedt nu dat meerdere ‘bekenden’ van Herman belang hadden bij het laten verdwijnen van zijn ‘geheime vrouwtjes-telefoon’, zoals de politie het toestel omschrijft. Het cold case team hoopt dat er inwoners van IJzendijke zijn die weten wie er mogelijk baat bij zou kunnen hebben om Ploegstra’s tweede telefoon te laten verdwijnen. Verder had Herman volgens het cold case team ruzie met ??n of meer collega-brandweermannen.

Uitgescheurde pagina

In zijn notitieboekje werd een uitgescheurde pagina gevonden. In de pagina eronder stond een vreemde tekst doorgedrukt. Herman schreef daarin onder meer: “Na al die tijd ben ik er vorige week achter je karakter gekomen”, en: “Ik geef om je maar niet op zoo’n manier.” Het cold case team wil nu weten om wie dit gaat.

Notitie van Herman Ploegstra, over wie heeft hij het hier? (foto: Politie)

In Hermans agenda werden ook meerdere vreemde symbolen gevonden. Vermoedelijk waren dit notities voor ontmoetingen met iemand. Mogelijk weet degene met wie Herman die afspraken maakte meer over wat er met hem is gebeurd.

Mysterieuze notitie in agenda van Herman Ploegstra (foto: Politie)

Wat voor symbool dat is, wil teamleider Ralph Nagelkerke van het cold case team niet zeggen. “Ik ga niet vertellen wat wij denken dat het zou kunnen zijn, ik vraag u om aan ons te vertellen wat u denkt dat het is”, zei hij tegen de aanwezigen.

Mysterieuze notities

Het cold case team hoopt dat dorpsgenoten meer weten over deze geheime afspraakjes en mysterieuze notities in zijn agenda. Mogelijk hebben deze notities te maken met Hermans buitenechtelijke escapades, maar het kan ook iets te maken hebben met een ander scenario: dat van zijn vermeende criminele contacten.

Mysterieuze notitie in agenda van Herman Ploegstra (foto: Politie)

Zo heeft Herman voor zijn verdwijning meerdere keren tegen zijn broers gezegd dat hij werd bedreigd, maar niemand kan die bedreigingen bevestigen. “De door Herman geuite bedreigingen zijn door niemand anders waargenomen dan door Herman zelf”, staat te lezen in de presentatie van het cold case team.

Kogel onder de ruitenwisser

Volgens zijn broers had Herman een envelop met daarin een kogel onder zijn ruitenwisser gevonden, waren zijn banden herhaaldelijk lekgestoken, werd hij meerdere malen achtervolgd en kreeg hij ’s nachts vaak dreigende telefoontjes. Volgens het cold case team is daar nog geen hard bewijs voor, maar het is wel een van de scenario’s die nu onderzocht worden.

Sinds de heropening van de zaak heeft het cold case team van de politie al meerdere zaken in beslag genomen die relevant zijn voor het onderzoek. Bij de presentatie kondigt het team aan dat er mogelijk meerdere huiszoekingen zullen volgen en dat de komende tijd meer goederen voor onderzoek in beslag genomen zullen worden.

Nogmaals het briefje van dochter Anouk

Tot besluit van de informatieavond toont het cold case team nogmaals het briefje van dochter Anouk, om alle aanwezigen ervan te doordringen dat nu nog steeds na acht jaar de familie van Herman nog altijd niet weet wat er gebeurd is met hun man, broer, vader of zoon. Iedereen die nog informatie wordt opgeroepen om die nu alsnog te delen, zodat zijn familieleden eindelijk de antwoorden krijgen waar ze nu al bijna acht jaar op wachten.

Bronnen: RTL, Omroep Zeeland

Project X 2 Enschede

De politie onderzoekt wie er achter het Facebook-account van Project X 2 in Enschede zit. Het evenement dat op vrijdag 13 oktober is gepland lijkt het initiatief van Roy Sieljes. Maar de echte Roy Sieljes weet van niets.

?Dit jaar organiseer ik natuurlijk project X 2 en verwacht minimaal 50.000 mensen?, schrijft Roy Sieljes op Facebook. ?Ik organiseer dit feest op winkelcentrum stroinkslanden in Enschede zuid the Nederlands.? De organisator heeft ook nog een verzoek: of iedereen het bericht even openbaar wil delen.

Op Facebook?een oproep?tot een Project X-feest in Enschede rond op Facebook. De oproep werd al snel 1400 keer gedeeld en 2400 mensen hadden gereageerd. De oproep werd vervolgens van het internet gehaald.

In de aankondiging werd opgeroepen massaal naar Het Stroink te komen. “Wij zorgen voor goede dj’s, drank en nog veel meer.” De echte Sieljes woont in Rotterdam en heeft geen idee wat hem nu overkomt. ?Ik kreeg een telefoontje van de politie met de vraag of ik hier iets vanaf wist.? Sieljes wist van niets, bedankte de politie en wenste ze succes met de zoektocht naar de echte organisator. ?Later realiseerde ik me pas wat hier gebeurt. Ik hoop niet dat ik over vijf jaar nog online te vinden ben als organisator van Project X.?

De politie laat weten dat het inderdaad om een vals account op Facebook gaat. ?We onderzoeken wie hier achter zit en wat hier de bedoeling van is?, zegt politiewoordvoerder Nanda Redder. Er ligt een verzoek bij Facebook om het valse account te blokkeren.

Vrijdag 13 oktober

Er hebben ongeveer 150 jongeren gehoor gegeven aan de oproep tot een ‘Project X-feest’ bij winkelcentrum Het Stroink in Enschede. Aanvankelijk leek de avond rustig te verlopen, maar tegen middernacht ontstonden er enkele opstootjes en?werden er spullen vernield. Meerdere jongeren zijn opgepakt.

Rond negen uur verzamelde de groep zich bij het winkelcentrum.?Tegen elf uur hield een deel van de jongeren het voor gezien, een andere groep trok de omliggende wijk Stroinkslanden in. De politie moest vervolgens ingrijpen.

Vernielingen en opstootjes

Bij een naastgelegen tankstation werd een ruit ingegooid en werden vernielingen gepleegd. Ook keerden de overgebleven jongeren zich tegen de politie. Agenten besloten hierop om de weg vanaf de rotonde richting het winkelcentrum af te sluiten voor verkeer.

Een aantal jongeren had vuurwerk meegenomen, dat werd afgestoken in de wijk. Na twaalf uur besloot de politie alle jongeren weg te sturen uit de wijk. De politie heeft met een videowagen opnamen gemaakt van de opstootjes. De politie sluit niet uit dat er op basis van die beelden nog meer arrestaties volgen.

 

Gerelateerde artikelen

Bronnen: NOS, Tubantia, Nu.nl, RTV Oost

Project X Haren: 5 jaar geleden

Het had een feestje moeten worden om nooit te vergeten: de?sweet sixteen party?van een meisje uit Haren. Het werd ook een dag die ze nooit zal vergeten: want wat een verjaardagsfeestje had moeten zijn, liep uit op een grote relpartij.

Op 21 september 2012 wil Merthe uit Haren haar zestiende verjaardag vieren. Ze stuurt via Facebook een uitnodiging naar 78 vrienden, maar omdat die uitnodiging op openbaar staat, kan iedereen hem zien. Het gevolg: duizenden mensen reageren op de uitnodiging omdat hij massaal wordt gedeeld.

Er komen uiteindelijk ook duizenden mensen naar het dorp op 21 september. De sfeer is in eerste instantie gemoedelijk, maar dat verandert snel. Er ontstaan rellen, verkeersborden en lantaarnpalen worden gesloopt. Ook winkels krijgen het zwaar te verduren:

Er worden iedere dag evenementen georganiseerd op Facebook. Hoe kan het dat het in Haren toch zo mis ging? “Als je het vergelijkt met andere voorbeelden dan was er op de avond zelf bij Project X geen sprake van een duidelijk concept”, zegt Thomas Boeschoten. Hij is social media expert en hij zat in de commissie die onderzoek deed naar het evenement.

Als voorbeeld noemt Boeschoten de?Harlem Shake. “Spontane groepsvormingen hadden we al veel vaker gezien. Een hype van toen was bijvoorbeeld de Harlem Shake. Grote groepen mensen kwamen spontaan bij elkaar en deden een dans. Iedereen wist dus wat er van hem verwacht werd. Ze deden hun ding en gingen weer weg.”

Naarmate de avond vorderde en er meer alcohol werd gedronken werd de sfeer grimmiger.

Een van de redenen waarom Project X zo uit de hand liep, was omdat jongeren doelloos rondliepen in Haren. “Er was daar niks te doen. Veel jongeren waren zelfs in de veronderstelling dat het feest door de gemeente werd georganiseerd, dat er een artiest zou komen”, zegt Boeschoten. “Uiteindelijk liepen daar veel jongeren rond die te veel alcohol hadden gedronken.”

Omdat er dus niks te doen was, gingen de jongeren op zoek naar andere vormen van vermaak. “Het begint met kleine vergrijpen zoals in iemands tuin plassen, je afval op de grond gooien of in lantaarnpalen klimmen. Maar naarmate de avond vorderde en er meer alcohol werd gedronken, werd de sfeer grimmiger: er werden fikkies gestookt, ruiten werden ingegooid en winkels werden geplunderd”, zegt Boeschoten.

Merthe wilde het feestje vieren bij haar thuis aan de Stationsweg in Haren
Vanuit het hele land komen mensen richting het dorp
De sfeer is instantie nog gemoedelijk
Maar dat verandert snel en moet de Mobiele Eenheid er aan te pas komenOok realiseerde de politie zich volgens Boeschoten pas heel laat dat er zo veel mensen echt naar Haren zouden komen. “De politie monitort vooral via Twitter. Het werd op Twitter eigenlijk pas op de avond zelf trending. Voor die tijd was er op Twitter niet zo veel te zien.” De politie had volgens hem dus beter kunnen kijken naar de plekken waar de gesprekken over Project X plaatsvonden. “Bijvoorbeeld in de kroeg, op school en bij sportclubs. Daar had je als politieagent moeten zijn. Daar werd over Project X gesproken.”

Verder was de communicatie van de gemeente niet op orde. “De gemeente had geen goed communicatiebeleid. Zo wist de burgemeester bijvoorbeeld niet dat een van zijn woordvoerders had gezegd dat er misschien plannen waren voor een alternatief feest”, zegt Boeschoten.

Project Haren in cijfers:

Op 6 september stuurt Merthe de uitnodiging voor haar verjaardagsfeest naar?78 vrienden.?De uitnodiging wordt massaal gedeeld en komt dus ook in andere vriendenlijsten terecht. Aan het eind van de middag op 7 september zijn er al?16.000 uitnodigingen?verstuurd.

De uitnodiging van Merthe wordt verwijderd, maar iemand anders maakt een nieuwe pagina. Ook die uitnodiging wordt veel gedeeld: op 18 september waren?55.000 uitnodigingen?verspreid,?6000 mensen?gaven aan daadwerkelijk naar Haren te willen komen.

Inmiddels komt het evenement landelijk in het nieuws en het aantal aanmeldingen blijft stijgen. Op 21 september, de dag van het feestje, waren?250.000 mensen?uitgenodigd waarvan?30.000 aangeven?daadwerkelijk naar het feestje te willen komen.

Op de avond zelf worden?34 relschoppers?gearresteerd. De dagen daarna volgen aan de hand van camerabeelden nog meer arrestaties.?36 mensen?raken bij de rellen gewond. Aan de kant van de politie vallen?15 gewonden.?De totale schade is bijna?1 miljoen?euro.

Project X Haren wordt ook wel het Facebookfeest genoemd. Wat Boeschoten betreft is dat niet helemaal terecht. “Je kan Facebook niet de schuld ervan geven dat het zo groot is geworden. Facebook had een belangrijke rol wat de organisatie betreft, maar als je kijkt naar hoe er over Project X werd gesproken dan ging 80 procent face-to-face en 23 procent was via Facebook.”

De voornaamste reden voor jongeren om naar Haren te gaan, was omdat ze van vrienden hoorden dat die ook zouden gaan. “Face-to-face-contact is dus heel belangrijk geweest hierin. Dat geldt ook voor andere vormen van contact, zoals via verschillende chatprogramma’s. Lang niet alles ging dus via Facebook.”

Traditionele media

Wat wel vaststaat, is dat de bekendheid voor het feest vergroot werd door de aandacht die traditionele media eraan besteedden. Maar dat door die media-aandacht duizenden jongeren naar het dorp kwamen, is volgens Boeschoten niet juist. “We hebben met de onderzoekscommissie redelijk overtuigend kunnen aantonen dat het aantal mensen dat naar Haren zou willen komen al heel groot was voor het landelijk in het nieuws kwam.”

Of een evenement zoals Project X anno 2017 weer kan plaatsvinden? “Dat kan zeker, zoiets kan je volgens mij niet tegenhouden”, zegt Boeschoten. “En bedenk ook: als dit in Amsterdam was gebeurd dan hadden we daar nu niet over gesproken. Daar kan de politie er beter mee omgaan en in Amsterdam kunnen jongeren uitwijken naar andere plekken. In Haren kon dat niet, daar hadden de jongeren gewoon niet veel te doen.”

‘Dat je met een Facebookfeestje iets kunt laten ontstaan dat z? uit de hand loopt, is natuurlijk bizar. Het was nog nooit voorgevallen.’

Dat zegt internetdeskundige Ritzo ten Cate, die onderzoek deed naar de vraag hoe het zo uit de hand kon lopen. Hij adviseerde vervolgens de politie en overheden naar aanleiding van zijn bevindingen.

Ten Cate kwam net terug van vakantie toen het in Haren uit de hand liep. Een uitnodiging voor een verjaardagsfeest werd gekaapt door buitenstaanders, die de hele wereld uitnodigden om in Haren rotzooi te trappen. Daar werd massaal gevolg aan gegeven, zodat er inderdaad een enorme chaos in het dorp ontstond. De politie had daar totaal niet op gerekend, omdat ze geen ervaring had met de werking van sociale media.

‘Alles stond online’
‘Ik zag dat Haren was afgezet en dacht: ‘Wauw, dit loopt echt uit de hand’. Thuis heb ik de laptop opengedaan en toen begon mijn onderzoek’, vertelt Ten Cate. ‘Wat mij opviel: alles stond online. Dat mensen elkaar drugs probeerden te verkopen. Wat ze van plan waren. Auto’s in een zwembad gooien. Alles wat ook in de film Project X zat. Ze waren van plan dat ook te gaan doen in Haren. Je kon alles lezen, het was allemaal publiek toegankelijk.’

‘Paar duizend mensen in een klein, schattig dorpje’
Maar hoe kon het vervolgens zo uit de hand lopen? ‘Dit was een feestje genoemd naar de film Project X, dat zorgt ervoor dat iedereen snapt wat er ging gebeuren. Een film met drugs, dingen stukmaken, vlammenwerpers. Gewoon een hel op aarde. En als je die uitnodiging hangt in een groep van tussen de 15 en 30 jaar, dan snapt iedereen die al heel lang niet heeft lopen matten op de kermis wat er gaat gebeuren. Dat het heel tof wordt. Gooi er nog wat andere uitnodigingen overheen dat er grote dj’s komen en voor je het weet heb je zo een paar duizend mensen in een klein, schattig dorpje.’

‘Twee werelden die niet samengingen’
Maar de politie en de gemeente hadden geen idee, zegt Ten Cate. ‘Wat je tot Project X Haren zag, is dat de politie best goed thuis was in hardcore cybercrime. En aan de andere kant was er veel kennis aan de kant van de wijkagenten, maar die twee werelden gingen eigenlijk niet samen.’

‘Niemand zag aankomen dat dit ging gebeuren. Niet de plaatselijke politie, die hadden geen idee. Niemand had een idee. NOS-verslaggevers ook niet. Die maakten de avond van tevoren nog grappen tegen elkaar. ‘Straks staan we hier alleen met een paar journalisten, boeien.’ Niemand zag dit aankomen. Althans, bijna niemand.’

‘Facebook kun je niet bellen’
‘Als je zo’n uitnodiging ziet, kan je denken: ‘We moeten zien dat we dat evenement plat krijgen, laten we Facebook gaan bellen’. Maar Facebook kun je niet bellen. Wat je wel kan doen, is je mengen in de discussie op zo’n event. Gewoon als politie. Je kunt misschien wel contact krijgen met de organisatoren, je kan vragen wat ze willen en waarom. ‘Heb je door dat dit mogelijk tot nare dingen kan leiden?’ Dan heb je een gesprek.’

‘Ik denk echt dat Project X Haren voor iedereen in Nederland een wake-up call is geweest en dat ze dachten: ‘Wauw, dit kan ons ook gebeuren’. Toen zijn ze gaan nadenken wat er nu eigenlijk echt gebeurd is. Er zijn wetenschappers gaan meedenken, allerlei mensen van TNO. Dan komt er ook kennis over wat je er tegen kunt doen.’

Gebeurt nu niet meer zo snel
Tegenwoordig zal het niet snel meer gebeuren dat een evenement dat op social media wordt aangekondigd zo uit de hand loopt als destijds in Haren, stelt Ten Cate. ‘De hype van Project X is voorbij, niemand kent die film meer. En overheden en andere veiligheidsorganisaties hebben heel goed in de smiezen gekregen hoe je hiermee omgaat.’

‘Zeker de eerste paar weken na Haren zag je nog wel de ene na de andere poging opkomen om het ergens te herhalen. En de politie slaagde er elke keer heel goed in om het de nek om te draaien.’

Merthe

Het kassameisje van weleer is inmiddels een bevlogen 21-jarige vrouw met nu al een indrukwekkende staat van dienst. Haar propedeuse International Business haalde ze met gemiddeld een 8,1. Ze volgde een aanvullend programma voor uitblinkende studenten. Was druk met zomerschool in China, studeerde maanden in de VS. Is nu student-consulent bij een grote overheidsinstelling. Ze sport op hoog niveau. De wereld aan haar voeten. Merthe praat naar de buitenwereld toe niet over Project X. Net als een groot deel van Haren.

Galeriehouder en toenmalig raadslid van de VVD Hein Frima praat wel. Hij bevestigt net als vele buurtgenoten het beeld dat Haren verder wil. Op die bewuste avond stond Frima in het oog van een zich langzaam verplaatsende orkaan. Voor de deur van zijn kunsthandel Aanblick.

Op links de inderhaast uit onder meer Emmen, Leeuwarden, Twente, Gelderland en Noord-Holland opgetrommelde Mobiele Eenheid. Op rechts honderden jongeren. ,,Ze gooiden met alles wat los en vast zat. Angstaanjagend. De adrenaline stroomde door mijn lijf. Ik riep tegen een jongen met een bivakmuts dat hij het tuinhek van mijn buren moest laten staan en zag later pas dat mijn eigen buxus ook op CNN door de lucht vloog. Het begon met alleen maar vrolijke en gezellige mensen. Tegen half acht had je dat omslagpunt, toen trokken de studenten met een taartje voor Merthe zich terug en kwamen de petjes en de bivakmutsen. Om acht uur die enorme knal, toen ging het geco?rdineerd los.??

Frima heeft een treffend voorbeeld van zijn theorie. ,,Er spoten hier een paar jongeren de oprit op om zich te verschuilen bij een huis. Toen het rustiger werd, zagen die ME?ers ze ineens zitten. Een meisje werd vervolgens door een ME?er aan de hand meegetrokken. Weet je wat ze toen deed? Ze wilde een politiehond aaien. Dan ben je geen hooligan. Je zag hier voor de deur letterlijk twee stromen. De goeden gingen weg, de oproerkraaiers kwamen. De meelopers gooiden, de aanjagers zaten al thuis achter de buis om te kijken wat ze aangericht hadden.??

De theorie van Frima komt niet uit de lucht vallen. Politiechef Cor de Lange vertelde ooit dat de oproerkraaiers inderdaad commando?s kregen ?van een hooligan?. Ooggetuige Rik-Jan Wesselink bevestigde de theorie.

Nu is alles anders. Het dorp krijgt niet langer bezoek van ramptoeristen die het Haren van?CNN?willen bezoeken. ,,Als je op 21 september door het dorp wandelt met de vraag of het een bijzondere datum is, komt denk ik bijna niemand op Project X. Ze zeggen misschien dat hun tante jarig is??, stelt Frima.

Bekijk het interview met Frank Smilda op RTV Noord terug.

Bronnen: NOS, AD, RTVNoord

Lessen uit crises en mini-crises 2015

De publicatie ‘Lessen uit crises en mini-crises 2015’ van het lectoraat Crisisbeheersing is vanaf nu ook gratis digitaal beschikbaar.

In de publicatie worden veertien bijzondere gebeurtenissen uit 2015 beschreven en beschouwd. Er is ruime aandacht voor de vluchtelingencrisis, maar ook voor calamiteiten als het kraanongeval in Alpen aan den Rijn en de wateroverlast bij het VUmc, voor branden (Wateringen, Nijmegen en Rotterdam-Schiebroek) en voor een lokaal milieudrama. Een groot aantal hoofdstukken is deze keer gewijd aan politi?le thema?s, zoals de vorming van de Nationale Politie, de rellen in Den Haag en de bedreigingen aan het adres van supermarktketen Jumbo. Het jaarboek levert de nodige stof tot leren en overdenken op. In de inleidende beschouwing worden de rode draden uit de casus samengevat.

Impact van Social Media op mini-crises

Met de toenemende rol van sociale media neemt ook de wetenschappelijke belangstelling voor het thema toe. Vooral in de Verenigde Staten is al vrij vroeg een groep onderzoekers met het thema aan de slag gegaan en zijn er al vanaf de aanslag van 11 september 2001, en vooral na de overstromingen als gevolg van Katrina (2005), veel artikelen verschenen over de rol van sociale media in ramp- en crisissituaties (zie voor een overzicht Palen & Liu, 2007). Uit dat onderzoek blijkt dat de rol van sociale media bij rampen en crises steeds breder wordt en zich niet beperkt tot de acute fase, maar zich uitstrekt naar zowel de periode ervoor en erna. Het is echter niet zo dat door de komst van sociale media opeens allerlei nieuwe gedragspatronen zijn ontstaan; wel kunnen sociale media bepaalde gedragspatronen versterken.

In eigen land hebben Groenendaal et al. (2012) gekeken naar de betekenis van Twitter voor overheden. Deze was volgens de onderzoekers gering, omdat veel berichten slechts herhalingen, sick jokes of geruchten waren; de meeste tweets bevatten voor de overheden geen relevante informatie, terwijl de tweets van overheden ondergesneeuwd raakten in de berichtenstroom. In een blog gaf De Vries commentaar op deze bevindingen en plaatste enkele vraagtekens bij de observaties. Na bijvoorbeeld het schietdrama in Alphen aan den Rijn (2011) werd door communicatieadviseurs het twitterverkeer grondig geanalyseerd en via Twitter effectief richting publiek gecommuniceerd. Op die manier wist men in korte tijd de geruchtenvorming te keren.

Zelf maakten wij in samenwerking met How About You een publicatie over het berichtenverkeer op sociale media tijdens vijf kritieke momenten, waaronder het noodweer tijdens Pinkpop (2014). Daaruit kon onder meer worden opgemaakt dat het naderen van het onweer door bezoekers van het festival en het thuisfront totaal verschillend werd beleefd, zodat in de communicatie richting beide doelgroepen een ander accent kon worden gelegd. Als daarom uit vrees voor geruchten geen gebruik wordt gemaakt van Twitter (of andere sociale media) mag dat koudwatervrees heten. Juist het thema geruchten is in relatie tot crisisbeheersing interessant. Jong en D?ckers (2016) constateerden wat dat betreft dat er na de actie van Tarik Z. bij de NOS op allerlei vormen van onjuiste berichtgeving een reactie volgde van medegebruikers van sociale media. Deze vorm van zelfreinigend vermogen binnen gebruikersgroepen stemt zeker optimistisch.

Uit het bovenstaande kan worden opgemaakt dat, hoe clich?matig het ook mag klinken, de rol van sociale media nog steeds toeneemt. Dat geldt zowel voor wat betreft de intensiteit van het gebruik, als in termen van nieuwe ontwikkelingen. Zo werd ten tijde van de bedreigingen jegens supermarktketen Jumbo gebruikgemaakt van Periscope. Dit is een in 2015 ontwikkelde app die in staat stelt beelden die met een smartphone worden opgenomen, live te delen met anderen zonder verdere tussenkomst van offici?le mediakanalen. Iemand kan op zo?n manier vrijuit beelden verspreiden van bijvoorbeeld de eerste hulpverlening na een incident, die direct beschikbaar zijn voor diegenen die deze persoon ?volgen?. Na de ontruiming van een Jumbosupermarkt in Groningen werd op deze manier door een klant verslag gedaan van de ontwikkelingen en bleek sprake van een mooi staaltje burgerjournalistiek. Via Periscope konden de volgers vragen stellen aan degene die de beelden uitzond, zodat deze daar direct bij woordvoerders van de politie en brandweer op in kon gaan.

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

Hoe de burger de politie te hulp kan schieten in de opsporing

Op Twitter verschenen na de dood van Romy en Savannah veel berichten over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lastigvallen.? De J.H. Donnerschool in De Glind herdacht dinsdag de overleden leerling Romy uit Hoevelaken. ‘De kinderen zijn opgevangen in de klassen. Er was veel verdriet, radeloosheid maar ook saamhorigheid en verbondenheid’, zei directeur Jan Hofman. De school biedt onderwijs aan leerlingen met sociaal-emotionele problematiek. Het schoolprogramma wordt deze week aangepast aan hun behoeften. Op de school van de overleden Savannah, het Oostwende College in Bunschoten, begonnen leerlingen en medewerkers vanmorgen gezamenlijk. Er werd een filmpje getoond met beelden van Savannah, gemaakt door een klasgenoot. Directeur Henk Koelewijn las Psalm 23 en de mentorklas van Savannah sloot af met het lied De kracht van Uw liefde. De school volgt deze week in overleg met slachtofferhulp zo veel mogelijk het reguliere rooster. Donderdag wordt in Bunschoten een stille tocht gehouden voor Savannah.

Geruchtenmachine

Tal van geruchten zaten de politie in de weg in het onderzoek naar de dood van Romy en Savannah. Lastig, maar als de politie info op sociale media beter weet te stroomlijnen, kan ze er veel aan hebben.

Het politieonderzoek naar de omgekomen meisjes Romy en Savannah is tijdens de pinksterdagen nog in volle gang als de geruchten en verwijten over de sociale media vliegen. Namen en foto’s van onschuldige ‘verdachten’ worden gedeeld via Facebook en Twitter, er gaan paniekerige berichten rond over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lokken. ‘Zulke berichten verspreiden zich razendsnel. En iedereen neemt het voor waar aan, of het nu klopt of niet’, zegt Bernhard Jens, politiewoordvoerder van de regio Midden-Nederland. ‘Daar doe je niks aan, het is de tijd waarin we leven.’

Het zijn de dagen waarop de politie ervaart dat sociale media in de opsporing een zegen en een vloek tegelijk zijn. Jens: ‘Het kan ons ontzettend helpen, maar het kan ons ook in de weg zitten als heel veel mensen ongeverifieerde informatie op het net zetten. Het kost ons ontzettend veel tijd iedereen dan weer terug te brengen in de realiteit.’

Burgers inschakelen?

En toch: als de politie de informatie van burgers in goede banen weet te leiden, kan ze daar veel aan hebben in de opsporing. Dat zegt tenminste Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO, en gespecialiseerd in sociale media en opsporing. Hij wijst op ­Europol, dat via Twitter burgers inschakelt bij het vinden van mensen die kinderporno maken en verkopen. Ook noemt hij een geval in Haarlem, waarbij meisjes die in een park in elkaar waren geslagen, via Facebook de daders in no-time hadden gevonden. De recherche hoefde de daders alleen maar te horen, en de zaak was opgelost. Een advocaat die vond dat zijn cli?nten op grond van dit amateurspeurwerk niet veroordeeld konden worden, kreeg van de rechter ongelijk, zegt De Vries: ‘Die zei: dat kan wel degelijk, welkom in de 21e eeuw.’

De Vries snapt de terughoudendheid bij de politie voor de inzet van burgers bij opsporing. ‘Burgers vernielen sporen, ze maken inbreuk op de privacy en kunnen overgaan tot eigenrichting. Dat wil je allemaal niet. Maar ze kunnen ook enorm veel bijdragen.’

De wil om te helpen is ook erg groot, signaleert hij. ‘Mensen kunnen niet op hun handen gaan zitten en afwachten.’

Dat is een gegeven waarmee de politie iets moet, vindt De Vries. ‘Op de site van de politie staat op dit moment niet hoe je als burger kunt bijdragen aan de opsporing. Dat is eigenlijk heel ouderwets. Vertel als politie wat burgers wel en niet mogen: als er bij je is ingebroken, mag je dan zelf buurtonderzoek gaan doen?’ Zo kunnen er ook handreikingen voor burgers komen over wat ze in vermissingszaken wel en niet kunnen doen. Of hoe ze het best een opsporingsbericht de wereld in kunnen sturen. De Vries: ‘Vaak zie je in vermissingszaken dat familieleden een emotionele oproep doen, zonder dat ze aanwijzingen krijgen. Het Openbaar Ministerie heeft daar allerlei tips en trucs voor; dat kun je wel wat behapbaarder maken voor burgers.’

Dat wil allemaal niet zeggen dat de Nederlandse politie op het gebied van sociale media op achterstand staat. Eerder het omgekeerde, zegt Rianne Dekker, die aan de Universiteit Utrecht werkt aan een Europees onderzoeksproject Media4Sec?over de manier waarop de politie sociale media kan gebruiken om de openbare orde en veiligheid te handhaven.

Voorop?

Volgens haar loopt de Nederlandse politie op dat gebied voorop en leren andere Europese landen daarvan. Duidelijk en consistent communiceren is daarin volgens haar ‘een hele belangrijke’.? Zo zet de politie Twitter en Facebook in bij het bestrijden van cybercrime, en ook bij opsporing, en bij handhaving tijdens grote evenementen. ‘Dat heeft zich steeds meer ontwikkeld tot een wederkerige relatie, waarbij informatie van burgers door de politie kan worden gebruikt. Vaak pakt dat goed uit, soms wat minder. ‘Soms verspreiden mensen informatie die onwaar of niet relevant is’, zegt Dekker. ‘Geruchten ontstaan nu eenmaal in een situatie van direct gevaar of onzekerheid.’

Vragen en antwoorden

Om de geruchtenstroom in te dammen, besloot de politie Midden-Nederland zondag op internet vragen en antwoorden te publiceren naar aanleiding van de onderzoeken naar de dood van Romy en Savannah. ‘De vragen die we daar stellen en beantwoorden, zijn gebaseerd op wat wij zien dat er in de buitenwereld speelt’, zegt Jens daarover. Zo gaat de politie daar in op de vraag waarom het een tijd duurde voordat de identiteit van Savannah werd bekendgemaakt (Antwoord: ‘De onderzoekers ter plekke benaderden het lichaam uiterst voorzichtig. Zorgvuldigheid is van groot belang om eventuele sporen niet te missen of onbedoeld te wissen’).

Wat de politie verder kan doen? ‘Ja, geef eens goeie tip’, reageert politiewoordvoerder Bernhard Jens. ‘Het is een utopie dat je dat onder controle krijgt. We scannen sociale media om te kijken of we dingen zien die we moeten downsizen.’

Zijn collega Paul Heidanus, co?rdinator woordvoering in Noord-Nederland luchtte op internet zijn hart over ‘aannames en vooroordelen’ op sociale media over het politiewerk. ‘De ongenuanceerdheid, grofheid en respectloosheid van sommige mensen over het werk van mijn collega’s is ronduit stuitend.’

Jens reageert met minder emotie. ‘Dat zijn we wel gewend. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat we de dood van Savannah hadden kunnen voorkomen met een Amber Alert. Tja. Zeg het maar. Ook daar is een gedegen afweging op gemaakt. Maar niet alles kun je een-op-een delen.’

Op Twitter verschenen na de dood van Romy en Savannah veel berichten over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lastigvallen.

De J.H. Donnerschool in De Glind herdacht dinsdag de overleden leerling Romy uit Hoevelaken. ‘De kinderen zijn opgevangen in de klassen. Er was veel verdriet, radeloosheid maar ook saamhorigheid en verbondenheid’, zei directeur Jan Hofman. De school biedt onderwijs aan leerlingen met sociaal-emotionele problematiek. Het schoolprogramma wordt deze week aangepast aan hun behoeften. Op de school van de overleden Savannah, het Oostwende College in Bunschoten, begonnen leerlingen en medewerkers vanmorgen gezamenlijk. Er werd een filmpje getoond met beelden van Savannah, gemaakt door een klasgenoot. Directeur Henk Koelewijn las Psalm 23 en de mentorklas van Savannah sloot af met het lied De kracht van Uw liefde. De school volgt deze week in overleg met slachtofferhulp zo veel mogelijk het reguliere rooster. Donderdag wordt in Bunschoten een stille tocht gehouden voor Savannah.

‘Onbegrijpelijk en ook zorgelijk’, vindt Bernhard Jens, politiewoordvoerder Midden-Nederland, de onzorgvuldigheid waarmee sommige traditionele media over de vermissing en dood van de veertienjarige meisjes Romy en ­Savannah berichtten. Eind vorige week meldde? De Telegraaf? korte tijd dat het lichaam van Savannah was gevonden, terwijl het om Romy ging. Jens: ‘Dat werd op de site geknald zonder enige vorm van wederhoor. Vervolgens werd de familie van Savannah gecondoleerd door mensen in hun omgeving.’ En een andere journalist meldde maandag dat een van de verdachten in vrijheid was gesteld, zonder dat bij de politie of het Openbaar Ministerie te checken. ‘Je wilt niet weten wie daar allemaal over gaat bellen. Men denkt er totaal niet bij na wat het betekent voor de twee gezinnen die een kind kwijt zijn.’

Op sociale media ging het afgelopen weken veel over vermissingen. Na het dramatische nieuws van de dood van twee jonge meisjes in Hoevelaken en Bunschoten draait de geruchtenmolen in andere delen van het land op volle toeren. Iedere vermissing is voer voor geruchten. In de regio Tilburg zijn twee meisjes, allebei op de fiets, sinds zondag spoorloos. Daarvoor is een burgernetmelding uitgestuurd. En ook in Leeuwarden en Groningen waren er vermissingen.

Op Twitter en Facebook leiden zulke berichten tot grote zorgen. Met name uit het Gooi komen er verhalen. Daar zijn er meerdere meldingen van jonge meisjes die klemgereden zouden zijn door een auto. Er zou sprake zijn van poging tot ontvoering. Een eerste melding kwam uit Soest, waar een meisje is achtervolgd door twee mannen in een kleine donkere auto. En een soortgelijke auto met twee mannen werd bij een vergelijkbare melding uit Bunschoten-Spakenburg gezien.

Of deze meldingen te met elkaar te maken hebben is volstrekt onduidelijk, maar het leidt tot enorm veel ophef en ongerustheid op sociale media. Even terug naar Tilburg, op sociale media is veel verontwaardiging over de vaagheid van de burgernet melding. Waarom geen foto?s van de meisjes, is de vraag die op sociale media wordt gesteld.

Een woordvoerster vertelde eerder op Radio1 dat ze de foto?s van de meisjes niet verspreiden omdat dat de kansen van de meisjes in kwestie op het vinden van werk in de toekomst ?zou verkleinen. ?Werkgevers gaan natuurlijk op internet zoeken als er iemand bij ze solliciteert. En dan wil je dit niet tegenkomen?, zei ze. De politiewoordvoerder liet ook weten deze burgernet melding vooral te beschouwen als een oproep aan de meisjes zelf, zodat ze zien dat het serieus en ze zich zullen melden. ?Volgens heel veel mensen is zo?n alarmerende oproep via de media niet bedoeld voor 2 stoute weglopers.

Aandachtspunten bij het gebruik van social media zijn te vinden op de website van het landelijk initiatief ZoekJeMee. Sociale media goede middelen zijn om een vermist persoon te helpen vinden. Ook geven de sociale mediaberichten steun aan de achterblijver (steuntje in de rug) en aan de vermiste persoon. Die ziet achteraf namelijk welke moeite is gedaan om hem of haar terug te vinden. De punten zijn afkomstig uit een onderzoek van?Wieke de Zwart (VU Amsterdam, MA Criminologie) ?Vermist, een onderzoek naar het aandeel en de impact van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?.

Vooraf

  • Het vermelden van de vermissing op de sociale media is een schending van de privacy van de vermiste.
    • Geef niet te veel gevoelige informatie over een vermist persoon, zoals informatie over de toestand (boos of verward). Geef een feitelijke beschrijving van de persoon zodat anderen deze kunnen herkennen
    • De politie kan adviseren over het al dan niet plaatsen van een vermissing op de sociale media. Een andere partij is Stichting ZoekJeMee: specialisten in communicatie rondom vermissingen en voor praktische hulp voor achterblijvers.

Tijdens

  • Naast mogelijk positieve kunnen er ook negatieve reacties gegeven worden, zoals opmerkingen over het uiterlijk of (ongenuanceerde) oordelen, zoals: ?Wie laat nou iemand met Alzheimer alleen op pad gaan??;
  • De bruikbare tips zijn wellicht moeilijk verifieerbaar (zonder hulp van de politie);
  • Meer bekendheid kan soms nadelig uitpakken voor de veiligheid van een vermiste.
    Bijvoorbeeld als deze in handen is van een loverboy of een ontvoerder.

Na afloop

  • Het weghalen van vermissingsbericht lukt niet altijd voor 100%.
    • Er kan een blijvende confrontatie met de vermissing ontstaan, ook lang na afloop.
      Voor de vermiste persoon kan het ook carri?reproblemen opleveren, bijvoorbeeld als nog online staat dat een vermiste in verwarde toestand is weggegaan;
    • Het vermissingsbericht en/of de foto kan door anderen (opnieuw) online worden gedeeld. Het lijkt daardoor dat de vermiste opnieuw o?f nog steeds is vermist.

Bronnen: Nederlands Dagblad, EenVandaag, ZoekJeMee

#Murder: True Crime & Social Media

#Murder is een nieuwe serie die “True Crime” misdaadzaken behandelt met een prominente rol voor social media. Bekijk onderstaande video’s voor een impressie.

De eerste aflevering behandelt de zaak van een 14 jarig meisje, Shaniesha Forbes, dat niet thuiskomt na school. Als ze ook niet reageert met haar telefoon, gaan alarmbellen af. Detectives kijken vervolgens op haar social media profiel en komen tot een schokkende ontdekking…

Het internet kan een goede manier zijn om verbonden te blijven met degene van wie je houdt, maar een enkele post kan veranderen in een bron van jaloezie die iemand aanmoedigt om het ondenkbare te doen. De misdaadserie #Murder onderzoekt deze verhalen waarin de interactie op social media verschrikkelijk verkeerd is gegaan.

Bronnen: NYTimes, #Murder