Categoriearchief: Cases

Sociale media cases uitgelicht en gebundeld; van live verslagen tot overzichtelijk archief. Denk aan Project X de Londonse rellen of het Utoya schietincident.

Rellen voorspellen via Twitter?

Engelse onderzoekers van de universiteit in Cardiff schrijven in ACM Transactions on Internet Technology (maart 2017) over hun pogingen om op basis van tweets te voorspellen wanneer en waar er rellen uitbreken. Bij veel van die rellen is achteraf vaak gemakkelijk vast te stellen wat er allemaal op sociale media over gepost is, dat is allemaal te monitoren en bij te houden. Maar een ?end-to-end integrated event detection framework? om gebeurtenissen te detecteren, liefst ?mogelijk ontwrichtende??

De wetenschappers onderzochten vooral tweets voorafgaande aan de Londense rellen van augustus 2011 en concluderen op basis daarvan dat ?our system can perform as well as terrestrial sources, and even better in some cases?. Een veelbelovende uitspraak waar we meer over willen weten.

In de afgelopen jaren is er toegenomen interesse in het detecteren van gebeurtenissen met behulp van publiek toegankelijke gegevens (open source) op het internet, zoals Twitter, Facebook en YouTube. Het publiek plaatst op deze platformen?real-time reacties op gebeurtenissen in de ?echte wereld?, waardoor ze sociale sensoren worden van echte gebeurtenissen (met onder andere?’facts &?feelings‘). Automatisch te detecteren en categoriseren gebeurtenissen, zoals?kleinschalige incidenten, is een niet-triviale taak. Maar het is van zeer grote waarde voor diensten die de openbare veiligheid moeten bewaken, zoals de lokale politie.

Om dit verder te onderzoeken gebruikten de onderzoekers van Cardiff een?eventdetectie raamwerk dat vijf hoofdcomponenten omvat: het verzamelen van gegevens, pre-processing, classificatie, online clustering en samenvatten. De integratie van classificatie en clustering zorgt ervoor dat gebeurtenissen worden gedetecteerd en verwante (kleinere) incidenten die sociale veiligheid bedreigen of kunnen sociale orde verstoren groepeert. Ze evalueerden het concept met een verscheidenheid aan functies die werden afgeleid van Twitter-berichten, namelijk tijd, ruimte, en tekstuele inhoud. ?Ze gebruikten parameters die werden opgebouwd (zgn ground truth) op basis van inlichtingen van?de London Metropolitan Police, die een lijst had met daadwerkelijke gebeurtenissen en incidenten tijdens die rellen, en laten zien dat het systeem de gebeurtenissen op social media allemaal kan vinden, in sommige gevallen zelfs beter dan wat de politie had geregistreerd.

Het idee dat sociale media, zoals Twitter, de toekomst zouden kunnen voorspellen heeft een controversi?le voorgeschiedenis. In de afgelopen jaren hebben verschillende groepen beweerd dat ze alles kunnen voorspellen, vari?rend van de uitslag van de verkiezingen tot de omzet van?nieuwe films in de bioscoop. Er is dan ook zeker wat af te dingen op deze digitale glazen bollen. Daarom is het interessant te zien hoe dit nieuwe onderzoek stand houdt.

Ook onderzoeker?Nathan Kallus van het MIT, het?Massachusetts Institute of Technology, uit Cambridge claimt dat hij een manier heeft ontwikkeld om gedrag van het publiek bij bijeenkomsten kan?voorspellen met behulp van uitingen op Twitter. Hij heeft een analyse gedaan op de staatsgreep in Egypte uit?2013 en zegt dat de burgeroorlog in verband met dit evenement duidelijk voorspelbaar was.

Het is op zich logisch dat er indicatoren te vinden zijn op social media over toekomstig voorgenomen gedrag van menigten. Mensen plaatsen vaak hun plannen vooraf om te ontmoeten en hun acties?te co?rdineren met behulp van sociale media.?Het is eerder zaak de juiste indicatoren uit het grote publieksgedrag eruit te vissen.?Kallus zegt dat dit mogelijk is door eerst de tweets te vinden over?toekomstige gebeurtenissen en deze vervolgens te vergelijken met trendanalyses die daarmee samenhangen. “Het ontstaan van menigten kun je zien aankomen door?trends in social media gegevens,” zegt hij. Recorded Future, gevestigd in Cambridge, is het bedrijf dat dergelijke gegevens voor hem beschikbaar kon stellen. Zij zoeken in 300.000 verschillende online bronnen in zeven verschillende talen over de hele wereld.?Kallus gebruikte deze gegevens om?protesten te voorspellen. “We kwamen erachter dat de massale informatie een voorspeller kan zijn voor toekomstige protesten van?menigten,” zegt hij. Kallus definieert een belangrijk protest als iets dat veel meer media aandacht genereert dan normaal. Hij analyseert vervolgens de media aandacht?om te zien wanneer de?protesten eigenlijk plaatsvinden en zoekt naar Twitter activiteiten die voorafgegaan zijn aan die protesten. Zo zoekt hij?voorspellende indicatoren, om hiermee vervolgens te zoeken naar?soortgelijke activiteiten om te bezien of er voorspellende waarde vanuit kan gaan. Op deze manier ontstaat er een lerende machine die steeds betere voorspellingen kan doen.

Toch nuanceert hij in zijn onderzoek nog weinig. Want we zijn er natuurlijk nog lang niet met goede voorspellingen. Zo is het nu wel mogelijk gebleken om Twitter activiteit te correleren aan echte protesten, maar het is ook nodig om valse positieven uit te sluiten. Er kunnen significante Twitter trends zijn die niet leiden tot protesten.?Dan is er de vraag of tweets betrouwbaar zijn. Bij grote bewegingen met (inter)nationale gevolgen zien steeds meer propaganda, geruchten en ironie?in de berichtgeving. Hoe ga je om met deze toenemende ruis en volumes? Ook de vraag of de gegevens wel representatief zijn voor de gehele bevolking blijft in zijn onderzoek onbeantwoord. Tenslotte is er nog de?aard van de voorspelling. Mooi dat je voorspellingen kan doen met terugwerkende kracht, maar hoe blijf je voorspellen in het social media landschap dat continu aan verandering onderhevig is?

[slideshare id=75178359&doc=canwepredictariot-disruptiveeventdetectionusingtwitter-170419121908&type=d]

[slideshare id=31384853&doc=predictingcrowdbehaviorwithbigpublicdata-140219070751-phpapp01&type=d]

Bronnen: Charged Affairs, LinkedIn, ScienceMagazine,?Predicting Crowd Behavior with Big Public Data

Geen nieuwe Project X door slimme inzet mens en techniek

Door?, Fast Moving Targets?en eerder geplaatst op MarketingFacts

De politie is in de kern een informatiefabriek. En waar die informatie vroeger handmatig werd verzameld, vastgelegd en geanalyseerd, gaat dat tegenwoordig meer en meer met behulp van computers. Big data, artificial intelligence en crowdsourcing zijn niet meer weg te denken.?Frank Smilda, sectorhoofd regionale informatieverzameling, constateert drie grote veranderingen: de impact van het web, de rekenkracht van computers en de snelheid van informatie.

Een paar jaar terug, in 2012, ging het nog goed mis met de inschatting van de kracht van het web. Een op Facebook openbaar aangekondigd feestje in Haren bracht meer dan 5000?mensen op de been. Burgemeester en politie werden totaal overvallen door de opkomst. Vandaag de dag zou dat veel lastiger zijn. Het web wordt 24 uur per dag?gemonitord. Bij verdachte activiteiten wordt die informatie direct gedeeld met de politie ter plekke.

?Wanneer je iets virtueel ziet wat?impact kan hebben op de fysieke wereld, maak je heel snel de koppeling met de wijkagent die direct op pad gaat en gaat onderzoeken wat er aan de hand is. Dat gaat nu veel sneller dan in 2012. Er zijn daarna nog veel Project X-achtige aankondigingen geweest en die hebben we allemaal in de kiem kunnen smoren.”

?In de grote steden kunnen we nu al ? van de woninginbraken voorspellen?

De komst van ??n nationale politie is voor het verzamelen en delen van informatie van enorme waarde. ?We hadden altijd 25 regio?s en moesten dus op 25 manieren in systemen kijken. Er is nu ??n systeem. We kunnen in ??n systeem alle vragen stellen en antwoorden ophalen. Dat is ongekend, dat hebben we in Nederland nog nooit gehad. We kunnen er ook allerlei analyses op los laten. Stel: er vindt een overval plaats en het signalement luidt: rood petje, zwarte Audi, groene jas. Dan krijg je wanneer je in het nationale systeem kijkt, met de snelheid van Google, antwoord. Dat is de wereld waar we in leven. Dat kun je direct koppelen aan social media, maar ook aan andere antecedenten.?

Op dit moment werken 3300 mensen in de politie intelligence, zo?n 5 procent van de totale politiecapaciteit.

Door middel van data science software kunnen in luttele seconden analyses worden gemaakt. Het gaat zelfs zo ver dat er ook voorspellingen van misdaad kunnen worden gegeven. ?We kunnen vrij goed voorspellen waar in grote steden bijvoorbeeld woninginbraken of straatroven zullen gaan plaatsvinden. Per wijk, per straat, in de ochtenddienst of in de late dienst. Het begon met heatmaps, de historie en nu koppelen we daar voorspellingen aan. Daar heb je wel veel data voor nodig. In de grote steden kunnen we nu al een derde van de woninginbraken voorspellen. Daar kun je dan weer intelligent je inzet van blauw op plegen.?

Daarmee volgt de politie de trend in de zorg: voorkomen in plaats van genezen. ?Natuurlijk mensen zullen altijd ziek worden en misdaad blijft bestaan, maar er is zoveel meer intelligentie mogelijk met big data, slimme software en mensen om daar verbetering in te brengen.?

?Wet- en regelgeving loopt achter?

De praktijk leert dat veel organisaties problemen hebben met technische ontwikkelingen. En ook binnen de politie zijn er ongetwijfeld agenten te vinden die menen dat er niks boven het oude handwerk gaat. Maar tegelijkertijd biedt de organisatie veel ruimte voor experimenteren en vernieuwen.

?De wet- en regelgeving loopt natuurlijk achter, maar met rugdekking en wat budget kan je veel. Zelf heb ik bijvoorbeeld ge?xperimenteerd met het online zetten van een moordzaak naar aanleiding van het boek over de wisdom of the crowd. Ik dacht: er is veel interesse in dat soort type zaken, waarom zou je het niet online brengen? In het begin was er veel twijfel. We zijn toch begonnen met een cold case en we hebben het publiek gevraagd mee te denken. Dan zie je een hele nieuwe dynamiek ontstaan. Nu begint dat veel normaler te worden. We moeten dan wel het hele spel opnieuw leren.?

In Noord-Nederland, de regio waar Smilda werkzaam is, werd onlangs een zogenaamde innovatie-expeditie gestart. ?We kregen allerlei innovatietools aangereikt binnen ons team en daar zijn vier hele interessante initiatieven uit tevoorschijn gekomen.?

Bijvoorbeeld een app die gebruikt kan worden bij de 40.000 jaarlijkse vermissingen die Nederland telt. De app, nu nog in ontwikkeling, maakt optimaal gebruik van de inzet van burgers. ?Het?legt een raster over een geografisch gebied en dan kun je met bewoners die mee helpen zoeken afspreken in welk?raster zij zoeken. Als ze iets zien of vinden vullen ze dat in binnen?de app. Dan verwerken wij dat weer met onze politie informatie. Het klinkt logisch, maar dat is er nog niet.?

Het veronderstelt ook een andere manier van werken. De politie moet kennis delen en verder durven los laten. ?Dat is wel het leuke van de politieorganisatie: als je dit soort idee?n hebt, krijg je de ruimte om te pitchen en geld bij elkaar te brengen om kennis en kunde te bundelen.?

Bronnen: Marketingfacts

Trollen die epilepsieplaatjes sturen aangepakt

Een 29-jarige Amerikaan is opgepakt omdat hij een journalist via Twitter zou hebben mishandeld. Hij stuurde een journalist met epilepsie een knipperend bericht, wetende dat dat een aanval kon veroorzaken.

Newsweek-journalist Kurt Eichenwald kreeg het bericht vorig jaar december van @jew_goldstein die onder het pseudoniem (((Ari Goldstein))) actief was. Het knipperende gifje met ‘Je verdient een aanval voor je berichten’ veroorzaakte inderdaad een epileptisch insult waardoor Eichenwald stuiptrekkend op de grond viel. Hij bleef enkele dagen onwel en had nog weken moeite met spreken, aldus zijn advocaat.

De advocaat vergeleek het bericht met een aanslag. “Dit is niet anders dan dat je een bom of miltvuur via de post verstuurt.”

En natuurlijk worden daar door andere trollen weer grappen over gemaakt:

De verdachte werd afgelopen vrijdag opgepakt in Maryland. Hij bleek onderzoek te hebben gedaan naar epileptische aanvallen. Ook had hij met anderen gesprekken gevoerd over het bericht, zoals “laten we eens zien of hij sterft”.

Het motief van de dader wordt nog onderzocht. Mogelijk had de kritiek van Eichenwald op president Trump er iets mee te maken: de verdachte was op sociale media vaker zeer kritisch naar tegenstanders van Trump.

Unieke zaak

Juridische experts zeggen dat dit een unieke zaak is, omdat cyberstalking vaak draait om online bedreigingen, terwijl hier iemand fysiek is aangevallen. De verdachte kan 10 jaar cel krijgen.

Eichenwald kreeg meer knipperende berichten toegestuurd door tegenstanders. Volgens hem worden die allemaal door de FBI onderzocht.

In het verleden was Eichenwald open over zijn aandoening. Volgens de pati?ntenvereniging heeft ongeveer 4 procent van de Amerikanen last van een vorm van epilepsie. Het is zeldzaam dat een insult door?knipperende lichten kan worden opgewekt, zegt een woordvoerder.

Bronnen: NOS, SFist

Project X Mexico: Vader nodigt miljoenen mensen uit voor verjaardag 14 jarige dochter

Image result for mexico rubi birthday

Miljoenen mensen hebben gereageerd op een uitnodiging voor een verjaardagsfeest van een Mexicaans meisje. De ouders van de 14-jarige roepen in een onschuldige video op Facebook ?iedereen? op naar het feest te komen. Zelfs bij grote bedrijven, acteurs en zangers is de uitnodiging niet onopgemerkt gebleven.

De video is gemaakt door een lokale fotograaf. Te horen is hoe vader Crescencio Ibarra met zijn in luipaardprint gehulde dochter en zijn echtgenote aan zijn arm het aankomende verjaardagsfeest beschrijft: veel eten, paardenraces met geldprijzen en optredens van lokale bandjes.

Mensen uit de buurt

Blijkbaar maakt deze beschrijving een hoop mensen enthousiast, want de video is miljoenen keren bekeken en maar liefst 1,2 miljoen?mensen geven aan naar de verjaardag van Rubi te willen komen.

?De uitnodiging van mijn man was bedoeld voor mensen die in de buurt wonen?, zegt de vrouw des huizes?Anaelda Ibarra tegen The Guardian. ?Ik weet niet wie de video gekopieerd heeft, maar het is uit de hand gelopen. Het lijkt nu een uitnodiging aan de hele wereld.?

Groots uitpakken wanneer een meisje 15 jaar oud wordt, is traditie in Mexico. De zogenoemde?quincea?eras?zijn vergelijkbaar met de sweet sixteens in Noord-Amerika.

Grappen

Op internet gaat het ondertussen los. Zo heeft een?Mexicaanse vliegtuigmaatschappij?een advertentie gepubliceerd waarin vluchten met 30 procent korting worden aangeboden naar San Luis Potosi, waar de familie Ibarra woont, met de slogan: ?Ga jij naar Rubi?s feestje??

Een Mexicaanse acteur maakte een parodie op de video en zanger Luis Antonio L?pez maakte speciaal voor de gelegenheid een liedje met de zin: ?Nooit eerder in de geschiedenis zorgde een verjaardagsfeest voor een 15-jarige voor zoveel ophef.?


Hoewel het nog volstrekt onduidelijk is hoeveel gasten er op 26 december werkelijk naar Rubi?s feest komen, hebben de lokale autoriteiten alvast extra veiligheidsmaatregelen aangekondigd.

Want, ondanks dat vader Ibarra toegeeft dat het allemaal wat uit de hand is gelopen, blijft hij bij zijn aanbod: ?Iedereen die wil komen, is welkom.?

image-6784631
Feestje loopt dodelijk af
Tijdens een Mexicaans Project X-verjaardagsfeest dat bezocht werd door duizenden feestgangers zijn gisteren twee gasten vertrappeld door een paard. Een van hen overleed, de ander brak een been. Het slachtoffer is volgens BBC de 66-jarige eigenaar van een van de paarden die meededen aan een paardenrace, een van de hoofdevenementen op het feest. Volgens omstanders stapte hij tijdens de race de baan op.
De familie vertelde dat het feest de hele dag zou duren, dat er drie bands kwamen optreden en dat een paardenrace zou worden georganiseerd waarin er een hoofdprijs van 10.000 pesos (ongeveer 460 euro) gewonnen kon worden. ,,Bij deze is iedereen vriendelijk uitgenodigd”, klonk het enthousiast. Maar het lachen verging het gezin snel. Maar liefst 1,2 miljoen mensen antwoordden dat ze bij het feestje zouden zijn, nadat de uitnodiging openbaar op sociale media verscheen. Uiteindelijk kwam gisteren maar een fractie opdagen voor het feest, maar het waren er genoeg om Rubi en haar familie compleet te overdonderen.

La quincea?era
De vijftiende verjaardag van een meisje (la quincea?era) is een belangrijke gebeurtenis in Mexico, omdat het de dag is waarop een meisje een vrouw wordt. Grote feesten met livebands zijn niet ongewoon. De meisjes dragen pofjurkjes, tiara’s en make-up. Ze zijn dan voor een dag ‘koningin’.

Verschillende Mexicaanse partijen sprongen daarom massaal in op de hype. Een vliegmaatschappij bood mensen 30 procent korting op een ticket als ze naar het verjaardagsfeest gingen. Een zanger maakte een lied voor de jarige. Als gevolg daarvan stonden straten vast door alle auto’s en werden het Rode Kruis en de politie ingeschakeld om de situatie in de gaten houden.

Bronnen: Metro,?The Guardian, BBC

Overlijden arrestant Mitch Henriquez leidt tot Haagse rellen

Door: Vina Wijkhuijs, Anouk Ros, Menno van Duin, uit Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
In de zomer van 2015 is het opnieuw onrustig in de Haagse Schilderswijk. Vonden er een jaar eerder verschillende demonstraties plaats voor en tegen de Islamitische Staat (IS), deze zomer is de wijk het toneel van rellen naar aanleiding van de dood van Mitch Henriquez. De 42-jarige Arubaan overlijdt op zondag 28 juni in het ziekenhuis, nadat hij de avond ervoor bij het verlaten van een festival in het Zuiderpark was gearresteerd. Op maandag 29 juni en de daaropvolgende avonden breken er heftige rellen uit op en rond het Hobbemaplein. De politie, en in het bijzonder de politie-eenheid Den Haag, wordt verweten racistisch te zijn en bij de aanhouding van Mitch Henriquez buitenproportioneel geweld te hebben gebruikt.

Het overlijden van Mitch Henriquez en de rellen die daarop volgen, trekken landelijke aandacht in de media en politiek. De Haagse driehoek staat voor de lastige taak de gemoederen tot bedaren te brengen. Het gaat aanvankelijk om de vraag in hoeverre er ruimte kan worden geboden aan een betoging om emoties over het drama te uiten, met het risico dat er openbare orde-problemen ontstaan. Wanneer zich eenmaal meerdere avonden achtereen rellen hebben voorgedaan en verschillende agenten zijn bedreigd, ziet de driehoek zich gesteld voor de vraag hoe de rust in de wijk te doen terugkeren.

In dit stuk komen deze twee dilemma?s aan de orde. Het hoofdstuk is mede gebaseerd op gesprekken met respectievelijk burgemeester Van Aartsen van Den Haag, voormalig plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Nooy, politiechef Van Musscher en de heer Van der Vet, directeur Veiligheid bij de gemeente Den Haag.

Feitenrelaas
Zaterdagavond 27 juni vindt in het Haagse Zuiderpark het drukbezochte popfestival ?Night at the Park? plaats; het festival trekt zo?n 30.000 bezoekers (bron). Bij het verlaten van het festivalterrein, zo rond 21.45 uur, spreekt Mitch Henriquez enkele politieagenten aan. Hij zou hebben geroepen dat hij een wapen had. De agenten willen hem aanhouden, maar Henriquez verzet zich. Er volgt een worsteling, waarbij Henriquez door agenten op zijn buik tegen de grond wordt gewerkt en in bedwang wordt gehouden. Omstanders die van de worsteling getuige zijn en dichterbij proberen te komen, worden op afstand gehouden. Enkelen van hen maken van de worsteling beeldopnamen, die de dagen erna veel bekeken worden op YouTube. Daarop is te zien hoe Henriquez uiteindelijk door twee politieagenten moeizaam in een ME-busje wordt gedragen, waarmee hij naar het politiebureau zou worden vervoerd. Onderweg blijkt echter dat hij per ambulance moet worden overgebracht naar het ziekenhuis, alwaar hij zondagavond 28 juni overlijdt.

De premier van Aruba en de Arubaanse gevolmachtigd minister in Den Haag worden maandag 29 juni door minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van het overlijden van hun landgenoot op de hoogte gebracht. Plasterk verzekert hen dat er door de Rijksrecherche een onafhankelijk onderzoek naar de omstandigheden rond zijn dood zal plaatsvinden (bron). Het OM, dat de avond van zijn overlijden een eerste bericht naar buiten had gebracht, komt maandag met een aangepaste verklaring over wat er die bewuste zaterdagavond is gebeurd (bron):

?De man verzette zich tegen zijn aanhouding en de politie gebruikte daarom geweld tegen de man om hem over te brengen naar het politiebureau. Wat er vervolgens gebeurde, wordt nader onderzocht.?

Onderwijl zijn via sociale media de beelden verspreid die omstanders van de aanhouding hebben gemaakt. Ook verschijnen er op sociale media berichten om te protesteren tegen het politieoptreden en de dood van Mitch Henriquez. Volgens de berichten vindt de demonstratie maandagavond om 20.30 uur plaats bij het politiebureau De Heemstraat in de Schilderswijk. De signalen bereiken ook de Haagse driehoek: burgemeester Van Aartsen, hoofdofficier van justitie Nooy en politiechef Van Musscher. Hoewel bij de burgemeester geen officieel verzoek tot het houden van een demonstratie is ingediend, worden de nodige voorbereidingen getroffen.

Zoals de berichten deden vermoeden, verzamelen zich maandagavond zo?n vijfhonderd mensen bij politiebureau De Heemstraat. De demonstratie begint vreedzaam, maar loopt vanaf 21.15 uur ernstig uit de hand. Politiemensen worden bedreigd en bekogeld met stenen. Als een aantal betogers probeert het politiebureau te bestormen, grijpt de ME in. De demonstranten verspreiden zich door de wijk en richten talloze vernielingen aan. Ook worden er winkels geplunderd. Tot diep in de nacht blijft het onrustig; er worden zestien mensen gearresteerd.

De volgende dag gaat burgemeester Van Aartsen samen met politiechef van Musscher naar de Schilderswijk om met buurtbewoners en ondernemers te spreken die vanzelfsprekend aangedaan zijn door de rellen. De familie van Mitch Henriquez, alsook burgemeester Van Aartsen en minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie (VenJ) roepen op de kalmte te bewaren. Desondanks is het dinsdagavond opnieuw onrustig in de Schilderswijk. Elf mensen worden aangehouden voor openlijke geweldpleging en vandalisme.

Op woensdag 1 juli geven hoofdofficier Nooy, burgemeester Van Aartsen en politiechef Van Musscher gezamenlijk een persconferentie. Op de persconferentie maakt de hoofdofficier van justitie de voorlopige uitkomsten van de sectie op het lichaam van Mitch Henriquez bekend (bron):

?Volgens het sectierapport kan het overlijden van het slachtoffer zeer waarschijnlijk worden verklaard door een bij hem ontstaan zuurstoftekort. Het is aannemelijk dat dit zuurstoftekort is ontstaan als gevolg van het politieoptreden.?

De vijf agenten die bij de aanhouding van Mitch Henriquez betrokken waren, heeft politiechef Van Musscher met onmiddellijke ingang buiten functie gesteld, zo meldt hij tijdens de persconferentie. Het betekent dat zij voor de duur van het onderzoek hun functie niet mogen vervullen en ook geen andere werkzaamheden mogen doen.

Die avond verzamelen zich opnieuw enkele honderden jongeren bij bureau De Heemstraat en op en rond het Hobbemaplein. Zij richten voor de derde achtereenvolgende avond vernielingen aan, stichten brand en bekogelen de politie met flessen en stenen (bron). Dit keer moet onder meer het theater De Vaillant het ontgelden, waarvan de ruiten worden ingegooid en meubilair wordt vernield.

De volgende dag, donderdag 2 juli, geeft de Haagse driehoek een gezamenlijke persconferentie, waarin wordt aangekondigd dat streng zal worden opgetreden tegen relschoppers. Naast het samenscholingsverbod dat in de Schilderswijk al geldt, zal worden verhinderd dat jongeren op scooters en motoren de wijk in komen. Op het stadhuis vindt die dag overleg plaats tussen burgemeester Van Aartsen, politiechef Van Musscher en onder meer jongeren en andere sleutelfiguren en organisaties uit de Schilderswijk. Mede op verzoek van de burgemeester zullen die avond tientallen jongeren uit de Schilderswijk met gele vestjes de straat op gaan om te surveilleren en zo nodig de gemoederen te sussen. Ouders zijn al eerder opgeroepen om hun kinderen voorlopig in de avonden thuis te houden.

Het blijft die avond tot ongeveer 22.30 uur rustig, maar dan verschijnen er jongeren die volgens verschillende betrokkenen niet uit de Schilderswijk komen en wederom rellen aanstichten. Er worden die nacht maar liefst 200 aanhoudingen verricht. In de dagen erna blijven ongeregeldheden uit.

Het gebruik van de nekklem De dood van Mitch Henriquez werd mede geweten aan het gebruik van de zogenoemde nekklem, een fysieke techniek die bedoeld is om een persoon onder bedwang te krijgen. Enkele dagen na het overlijden van Mitch Henriquez heeft minister Van der Steur de Inspectie VenJ gevraagd naar het gebruik van de nekklem onderzoek te doen. Terwijl de Inspectie dit onderzoek ter hand nam, diende bij de rechtbank in Den Haag een kort geding tegen de Nederlandse Staat om het gebruik van de nekklem per direct te stoppen. Op 17 september oordeelde de voorzieningenrechter dat een algeheel verbod op de nekklem niet op zijn plaats is, omdat de toepassing niet altijd onrechtmatig is. De rechtbank achtte het aan de minister van VenJ om ? mede op basis van de uitkomst van het inspectieonderzoek ? een nader standpunt in te nemen. Uitspraak Rechtbank Den Haag d.d. 17 september 2016 in zaaknr. C/09/493516/KG ZA 15/1149 (ECLI:NL:RBDHA:2015:10831).

In maart 2016 verscheen het rapport van de Inspectie VenJ. Op basis daarvan stelde minister Van der Steur dat, gelet op de risico?s die aan de nekklem verbonden zijn, het gebruik ervan beperkt dient te blijven tot die gevallen waarin er geen alternatief voorhanden is (bron: TK 2015-2016, 29 628 nr. 623). Ook zou de nekklem in principe alleen mogen worden toegepast door personeel dat adequaat getraind is in de techniek. Verder gaf de minister aan dat hij de politie heeft verzocht een eenduidige, landelijke instructie op te stellen voor het trainen en toepassen van de nekklem, waarbij aandacht wordt besteed aan de (verstikkings)risico?s die zich kunnen voordoen bij de toepassing ervan.

Op zaterdag 4 juli lopen familieleden en vrienden van Mitch Henriquez, bij elkaar ongeveer driehonderd mensen, een stille tocht van station Moerdijk naar het Zuiderpark. Burgemeester Van Aartsen en politiechef Van Musscher brengen de volgende dag een bezoek aan de familie. Ook de hoofdofficier van justitie onderhoudt met de familie contact. Enkele dagen later start de familie van Mitch Henriquez op Facebook een petitie, ?Justice for Mitch Henriquez?, waarin premier Rutte onder meer wordt opgeroepen raciale profilering en discriminatie van minderheden aan te pakken (bron).

Woensdag 8 juli vindt er in de Haagse gemeenteraad een ruim zeven uur durend debat plaats over de dood van Mitch Henriquez en de rellen die daarop volgden. Burgemeester Van Aartsen, maar ook hoofdofficier Nooy en politiechef Van Musscher geven een toelichting op wat er in de afgelopen week is gebeurd en hoe daarop door de autoriteiten is gereageerd. Sommige raadsfracties zijn kritisch, andere meer begripvol voor de dilemma?s die speelden. Vooral de woorden van de zichtbaar aangedane politiechef Van Musscher maken duidelijk hoe moeilijk de situatie ook voor hem en de Haagse politie is geweest.

Emoties om dood arrestant versus handhaving openbare orde
Deze casus speelde zich af op het grensvlak van enerzijds handhaving van de openbare orde en anderzijds handhaving van de rechtsorde. Daarmee betrof deze casus bij uitstek een driehoek-aangelegenheid. Binnen de driehoek hebben de partijen en dan met name de burgemeester en de hoofdofficier van justitie elk hun eigen rol en verantwoordelijkheid.

Naast het feit dat burgemeester Van Aartsen tal van lastige beslissingen te nemen had, stond vooral politiechef Van Musscher voor een lastig dilemma. Terwijl een strafrechtelijk onderzoek naar de handelwijze van een aantal politiemensen van de politie-eenheid Den Haag werd gestart en mensen op straat hun ongenoegen over het politieoptreden uitten, was het tegelijkertijd aan het Haagse politiekorps om de openbare orde en veiligheid in de stad te handhaven, ook tijdens de rellen.

Er zijn in deze casus ten minste twee kritieke momenten te onderscheiden. Het eerste moment deed zich voor op maandag 29 juni, toen op sociale media werd aangekondigd dat er een herdenkingsbijeenkomst zou plaatsvinden bij politiebureau De Heemstraat in de Schilderswijk. In hoeverre kon en moest er ruimte worden geboden aan de behoefte emoties te uiten, met het risico dat er openbare orde-problemen zouden ontstaan?

Het tweede kritieke moment ontstond nadat de demonstratie op maandagavond uit de hand was gelopen en zich nog twee avonden met (vooral op woensdag heftige) rellen in de Schilderswijk hadden voorgedaan. Voor de driehoek was toen de maat vol. Er werd besloten alles in het werk te zetten om de rellen te stoppen. De vraag was alleen hoe?

Analyse

De lastige taak aan de driehoek
In de dagen na de dood van Mitch Henriquez had de Haagse driehoek een belangrijke rol. De burgemeester, de hoofdofficier van justitie en de politiechef hadden elke een eigen verantwoordelijkheid, maar kwamen wel dagelijks ? soms enkele keren per dag ? bij elkaar en overlegden ook nog veel telefonisch om zaken af te stemmen. Veel informatie werd binnen de driehoek (vertrouwelijk) gedeeld.

Voor burgemeester Van Aartsen was het handhaven van de openbare orde en veiligheid het belangrijkste doel. Het was helder dat onderzoek zou moeten uitwijzen wat er tijdens de aanhouding van Mitch Henriquez fout was gegaan. Dat onderzoek diende zo snel mogelijk, maar ook zorgvuldig te geschieden. In zijn reactie op kritiek op het politieoptreden hanteerde de burgemeester het credo: ?Wat goed is, is goed en wat fout is, is fout?. Tegelijkertijd was het noodzaak ruimte te bieden aan diegenen die vanwege de dood van Mitch Henriquez bijeen wilden komen en tegen het politieoptreden wilden demonstreren. Burgemeester Van Aartsen vervulde de rol van burgervader door empathie te tonen voor de nabestaanden van het slachtoffer, alsook voor diegenen die door de rellen gedupeerd waren. Onderwijl was hij verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid en veroordeelde hij ? als verantwoordelijk gezag voor de politie ? de bedreigingen jegens agenten.

Voor hoofdofficier van justitie Nooy was het primaire doel om duidelijkheid te krijgen over wat er die zaterdagavond precies was gebeurd. Het onhandige voorval dat het eerste persbericht van zondag 28 juni niet leek te kloppen met de beelden van de aanhouding voedde aanvankelijk de geruchtenstroom dat de autoriteiten het incident ?onder de pet? zouden houden. Het zette de
beeldvorming over het OM als onafhankelijke organisatie onder druk en maakte zorgvuldigheid in het vervolg des te noodzakelijker. Naar de inhoud van het eerste persbericht (en de tijdslijn van deze eerste minuten) zal tevens onderzoek worden gedaan, aldus de hoofdofficier van justitie tijdens de raadsvergadering van 8 juli 2015. Daarnaast was er vooral in de eerste dagen ? met het oog op mogelijke openbare orde-problemen ? grote snelheid geboden bij het verkrijgen van duidelijkheid over primaire vragen als: Was er wel of geen wapen? Wat was de doodsoorzaak? Vanaf het moment dat uit het sectieonderzoek was gebleken dat Mitch Henriquez zeer waarschijnlijk was overleden door zuurstofgebrek dat waarschijnlijk was veroorzaakt door het politieoptreden, startte het OM een strafrechtelijk onderzoek naar de betrokken agenten. De Rijksrecherche werd ingeschakeld om het onderzoek te verrichten, hetgeen standaard gebeurt bij dergelijke incidenten. Hoewel het strafrechtelijk onderzoek duidelijk prioriteit had, was er steeds voldoende oog voor andere belangen, zoals de dreigende ordeverstoringen. Er mocht echter op geen enkele wijze twijfel kunnen ontstaan over de onafhankelijkheid van het strafrechtelijk traject. Daartoe werd er, naast de twee officieren van justitie die de leiding kregen over het onderzoek, een derde officier van justitie uit een ander arrondissement aan het onderzoeksteam toegevoegd, die ten behoeve van de objectiviteit en distantie gedurende het proces zou meekijken (aldus de hoofdofficier van justitie tijdens de raadsvergadering van 8 juli 2015). Verder zou datgene wat te zijner tijd uit het onderzoek naar voren zou komen, worden voorgelegd aan een reflectiekamer, bestaande uit mensen met verschillende achtergronden die de conclusies van het onderzoek zouden toetsen.

De gebeurtenissen vielen politiechef Van Musscher waarschijnlijk nog het zwaarst. Dat Van Musscher het ook echt moeilijk had, werd duidelijk tijdens de raadsvergadering van 8 juli 2015, toen hij even een moment nodig had om zijn emoties te bedwingen. Aan hem was de taak om enerzijds als werkgever zorg te verlenen aan de vijf betrokken agenten en anderzijds voldoende afstand te bewaren tot het strafrechtelijk onderzoek dat naar hun handelen was ingesteld. Bovendien vergde de casus van hem veel aan personeelszorg richting al die andere politieagenten van de politie-eenheid Den Haag die wekenlang voor racist (of erger) werden uitgemaakt. Via sociale media werden foto?s van politieagenten verspreid met daarbij teksten als ?Dit is de moordenaar van Mitch? (bron).

Desalniettemin stonden de politieagenten van het Haagse korps in die dagen voor de opgave om de openbare orde in de stad te bewaren. Hoe kon de politie het in dit geval nog ?goed? doen?
Als gevolg van de gebeurtenissen stond de politie-eenheid Den Haag volop in de schijnwerpers. Wat daarbij meespeelde was dat de Haagse politie-eenheid in het verleden al eerder veel aandacht had gekregen vanwege vermeend discriminerend politieoptreden (zie hieronder). Na de dood van Mitch Henriquez verscheen er op de opiniepagina in De Volkskrant een oproep van onder andere enkele bekende presentatoren en artiesten (als J?rgen Raymann, Sylvana Simons, Typhoon en Anousha Nzume) waarin het aftreden van politiechef Van Musscher werd ge?ist (bron).

Klachten en feiten over discriminerend politieoptreden
Al sinds oktober 2013 wordt de politie-eenheid Den Haag verweten racistisch op te treden en overmatig geweld te gebruiken. De aantijgingen zijn onder meer afkomstig van de links-extremistische Anti-Fascistische Actie (AFA) en deels ook direct aan politiechef Van Musscher gericht.

Een zaak die door de AFA wordt aangedragen is de vermeende mishandeling van Mustafa Seatili op politiebureau De Heemstraat. In 2011 zou Mustafa Sealiti (die na een aanrijding door een motoragent was aangehouden) op dit politiebureau zijn mishandeld. De Nationale ombudsman, die naar aanleiding van klachten van Sealiti de zaak heeft onderzocht, kwam echter tot de conclusie dat dit niet aannemelijk was (Nationale ombudsman, 2015). De Nationale ombudsman citeert in zijn rapport het gerechtshof dat eerder in deze zaak een klacht had afgewezen:
?Op de door de raadsman van klager opgegeven fragmenten (?) is evenwel niet te zien dat beklaagde de klager opzettelijk heeft mishandeld, noch kan naar het oordeel van het hof uit de beelden een vermoeden van opzettelijk mishandelen worden afgeleid. Evenmin kan het hof uit het dossier en de beelden afleiden dat nader onderzoek alsnog bewijs van de beweerlijke mishandeling zou kunnen worden verkregen. Het hof is met de advocaat-generaal en de hoofdofficier van justitie van oordeel dat ook overigens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot vervolging van beklaagde over te gaan. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beklag dient te worden afgewezen.?

Een andere zaak die in de discussie wordt aangedragen, betreft de dood van de Haagse scholier Rishi Chandrikasing, die in 2012 op station Hollands Spoor door een politiekogel werd geraakt en korte tijd later overleed. De politieagent die het schot loste was ? vanwege een melding van NS-personeel ? in de veronderstelling dat het slachtoffer een wapen bij zich had. Eind 2013 werd de politieagent door de rechter vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging. Zie uitspraak Rechtbank Den Haag d.d. 23 december 2013 in zaaknr. 09/711963-12(ECLI:NL:RBDHA:2013:18257).

De rechterlijke uitspraak was aanleiding voor een demonstratie van zo?n vijftig personen van wie er enkelen werden aangehouden voor geweld tegen politieagenten (bron).

De discussie over het al dan niet rechtmatig optreden van de politie laaide zo de afgelopen jaren bij tijd en wijlen op. De politie zou met name in de Schilderswijk buitensporig geweld toepassen. Die stelling vormde in januari 2014 het uitgangspunt van een discussie in het tvprogramma Pauw & Witteman, waarin door het actiecomit? ?Herstel van Vertrouwen? voorbeelden werden aangedragen van onheuse bejegening van buurtbewoners door agenten. In de beeldvorming over het politieoptreden spelen daarnaast ook gebeurtenissen in de VS een rol, waaronder de demonstraties in Ferguson (2014).

Vanuit de Universiteit Leiden is enkele jaren geleden onderzoek gedaan naar de mate waarin onder politieagenten in Den Haag (feitelijk) sprake is van ?etnisch profileren?. Onder die term wordt verstaan: ?het disproportioneel vaak staande houden van burgers op grond van hun zichtbare etnische achtergrond en/of huidskleur, zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor bestaat? (Van der Leun et al., 2014, p. 6; zie ook Bovenkerk, 2015). Uit het onderzoek volgde dat politiefunctionarissen in Den Haag niet zo maar te pas en te onpas personen op grond van etnische kenmerken staande houden. In veruit de meeste gevallen was het politieoptreden te rechtvaardigen op grond van concrete gedragingen, informatie of situationele omstandigheden; in een zeer beperkt aantal gevallen was dat niet het geval. Desondanks meenden jongvolwassenen van met name Turkse en Marokkaanse afkomst, met wie in het kader van het onderzoek een straatinterview had plaatsgevonden, dat zij onnodig vaak werden staande gehouden om identiteitspapieren te laten zien. De onderzoekers kwamen dan ook tot de conclusie dat er een sterke discrepantie bestaat ?tussen de observaties van het politie- handelen, de uitleg die hierover wordt gegeven door de politiefunctionarissen en de percepties van de jongvolwassenen op straat? (Van der Leun et al., 2014, p. 40). Tot eenzelfde conclusie kwam ook de Nationale ombudsman die naar aanleiding van signalen in de media en klachten van het actiecomit? ?Herstel van Vertrouwen? uit eigen beweging onderzoek deed naar specifiek het optreden van politieambtenaren van bureau De Heemstraat (zie Nationale ombudsman, 2014).

[slideshare id=76820041&doc=rapport2014078contrasterendebeelden-170610084302&type=d]

Herdenkingsbijeenkomst annex demonstratie wel of niet bewilligen?

Kort na het overlijden van Mitch Henriquez verschenen er berichten op sociale media over een bijeenkomst die op maandagavond 29 juni zou plaatsvinden om bij de dramatische gebeurtenis stil te staan en te demonstreren tegen (discriminerend) politiegeweld. De demonstratie zou plaatsvinden bij politiebureau De Heemstraat in de Schilderswijk. De keuze voor deze locatie was opmerkelijk, omdat er geen enkele relatie bestond tussen dit politiebureau en hetgeen zich die bewuste zaterdagavond had voorgedaan. Bij de aanhouding van Mitch Henriquez waren geen politiefunctionarissen van bureau De Heemstraat betrokken geweest. Wel was er eerder veel te doen geweest over het optreden van de politie in de Schilderswijk en was bureau De Heemstraat symbool geworden van vermeend discriminerend politieoptreden. De aankondiging van de bijeenkomst annex demonstratie werd maandagmiddag in de Haagse driehoek besproken. In een relatief kort tijdsbestek moest burgemeester Van Aartsen een besluit nemen hoe met deze betoging in de Schilderswijk om te gaan. Er moest een afweging worden gemaakt wat de risico?s van een demonstratie waren en wat eventuele alternatieven zouden zijn. Ook was het de vraag of er voldoende middelen waren om het verloop van de demonstratie in de gaten te houden.

In de gemeenteraadsvergadering van 8 juli 2015 hebben verschillende partijen kritische vragen gesteld over het toestaan van de demonstratie bij bureau De Heemstraat. Was niet bijvoorbeeld het Malieveld of het Zuiderpark een betere locatie geweest? De Schilderswijk was immers al te vaak het toneel van demonstraties geweest. Sommige raadsleden bekritiseerden de burgemeester uiterst stevig over de gemaakte keuze. Volgens de burgemeester waren er echter in de uren waarin een beslissing moest worden genomen weinig argumenten om te veronderstellen dat een betoging elders in de stad minder problemen zou geven. De wens om te betogen en aan frustraties uiting te geven leefde onder meer bij de familie van Henriquez en de Arubaanse gemeenschap. Er was geen aanleiding te denken dat zij uit waren op ongeregeldheden. Familieleden van Mitch Henriquez hadden juist (ook in de media) aangegeven dat zijn aanhouding niets met racisme van doen had (bron). De betoging zou echter aangegrepen kunnen worden door anderen, onder wie personen van wie ? gezien de ervaringen uit het verleden ? de motieven twijfelachtig waren. Omdat de demonstratie echter niet officieel bij de gemeente was aangemeld, was niet duidelijk wie nu precies de organisatoren van de demonstratie waren. Er is getracht om met hen in contact te komen om vooraf eventuele afspraken te maken. Die pogingen waren echter tevergeefs en feitelijk was er dus geen mogelijkheid geweest om een andere locatie voor de betoging aan te wijzen. Bovendien had het toewijzen van een andere locatie voor het houden van een betoging of het opleggen van beperkingen mogelijk juist aanleiding kunnen geven tot weerstand of ontevredenheid en daarmee tot ongeregeldheden kunnen leiden. Als demonstranten het gevoel zouden krijgen dat hun recht om te demonstreren zou worden beperkt, zou dat de verhoudingen mogelijk extra op scherp hebben gezet. Uiteindelijk is de aanleiding voor de betoging ? de dood van Mitch Henriquez ? de doorslaggevende reden geweest om de bijeenkomst niet te beletten.

?Uit pi?teit en gezien de ernstige aanleiding heb ik de ruimte gegeven en de gelegenheid geboden om uiting te geven aan die frustraties, die gevoelens en die emoties?, aldus burgemeester Van Aartsen tijdens het raadsdebat van 8 juli 2015.

Om geen aanstoot te geven was er in de driehoek afgesproken dat de politie in normaal tenue bij de betoging aanwezig zou zijn. Er was echter ook de nodige politie achter de hand voor het geval de situatie uit de hand zo lopen: twee pelotons van de Mobiele Eenheid (ME), een aanhoudingseenheid, een verkenningseenheid, beredenen en bikers. Aanvankelijk verliep de bijeenkomst op maandagavond rustig en probeerde de politie alsnog om met vertegenwoordigers van de demonstranten in gesprek te gaan. Maar juist op het moment dat de politie op het bureau met een vertegenwoordiging van de demonstranten in gesprek was, grepen anderen dit aan om de agenten buiten met stenen en vuurwerk te belagen. Om de belaagde agenten te beschermen en te voorkomen dat deze groep het bureau zou binnendringen, moest de ME worden ingezet (bron). Nadien gaf burgemeester Van Aartsen aan dat de problemen niet waren veroorzaakt door de groep mensen die gevoelens over het overlijden van Mitch Henriquez wilde uiten. Er waren mensen omheen geweest, ?een beetje van de groep ?all cops are bastards??, die voor ellende ?en meer dan dat? hadden gezorgd (bron).

Naar herstel van de status quo
Hoewel tijdens de persconferentie op woensdagmiddag de waarschijnlijke doodsoorzaak van Mitch Henriquez bekend was gemaakt en de vijf agenten die bij zijn aanhouding betrokken waren op non-actief waren gesteld, deden zich die avond opnieuw hevige rellen voor in de Schilderswijk. Er was niet alleen sprake van gevechten met de politie, maar ook van vernielingen en vandalisme. ?Dat had niets meer met de dood van Mitch Henriquez te maken?, aldus Van Aartsen. Na drie onrustige avonden in de Schilderswijk (die in het verleden ook al het nodige te verduren had gekregen), was voor de burgemeester, maar eigenlijk voor de gehele driehoek, de maat vol. Het kon niet zo zijn dat het avond na avond onrustig was en sprake zou zijn van een kat-en-muisspel tussen demonstranten en de politie. Ook vanuit de Schilderswijk kwam een duidelijk signaal dat het nu eens afgelopen moest zijn. Inmiddels was wel duidelijk geworden dat het overgrote deel van de relschoppers niet afkomstig was uit de wijk. Velen kwamen van elders en sloten zich niet zozeer uit ideologisch motief, maar eerder rel-gedreven bij de demonstraties aan. De demonstratie op woensdagavond was wederom niet bij de gemeente aangemeld. Wel had de politie die avond nog geprobeerd de demonstranten te bewegen naar het Malieveld te gaan, maar dat had eerder een averechts effect gehad. De driehoek vreesde dat het donderdagavond nogmaals uit de hand zou lopen.

Om de rust in de Schilderswijk te herstellen deed de burgemeester een beroep op de relaties die de afgelopen jaren zowel vanuit de gemeente als de politie met bewoners van de wijk waren opgebouwd. Op donderdag 2 juli vroeg en kreeg de burgemeester de hulp van zo?n 150 tot 200 jongeren uit de Schilderswijk. Zij zouden die avond proberen de politie te helpen de rust te bewaren en vechtpartijen te voorkomen. Daarmee zou tegelijkertijd het signaal worden afgeven dat inwoners van de Schilderswijk ook zelf weer de rust wilden doen terugkeren. Uiteraard werd hiermee een groot risico genomen, niet alleen door de jongeren die op pad gingen om te surveilleren, maar ook door de burgemeester. Het kon immers ook misgaan.

Met deze wijze van ingrijpen werd in feite aangesloten bij de methode die in Den Haag al een aantal jaren met oudjaarsnacht wordt gehanteerd: de hulp van rolmodellen inschakelen om de rust
te bewaren. Zonder de investeringen van de afgelopen jaren om in de Schilderswijk voor verbinding te zorgen zou dit niet zijn gelukt. Natuurlijk zaten er risico?s aan deze methode en was er bij de verantwoordelijken grote aarzeling geweest of deze methode in dit geval wel kon worden gebruikt. Zouden de jongeren uit de Schilderswijk wel willen meewerken; mochten de jongeren wel aan de risico?s worden blootgesteld en zou met deze aanpak niet de opgebouwde band geheel of ten dele teniet worden gedaan? In een mooie documentaire van Omroep West wordt ingegaan op met name de inzet van de groep jongeren en hoe dat proces verlopen is (bron).

Bekijk hier die uitzending.

Afronding
Het overlijden van Mitch Henriquez leidde tot een ingewikkelde casus voor de Haagse driehoek. Via sociale media waren beelden van zijn arrestatie verspreid en daarmee rezen vragen over de manier waarop de politie had opgetreden. Er werd veel kritiek op het Haagse politiekorps geuit. Kritiek die inhield dat de politie-eenheid Den Haag zich schuldig zou maken aan discriminatoir optreden en overmatig geweldgebruik. De vraag waar de Haagse driehoek voor stond, was hoe ruimte te laten voor emoties om de dood van Mitch Henriquez en tegelijkertijd de openbare orde te bewaken.
Wij kunnen concluderen dat het verleden in deze casus een tweeledige rol heeft gespeeld. Enerzijds speelde het verleden mee als aanleiding van de rellen; anderzijds boden de initiatieven die de laatste jaren in de Schilderswijk zijn ontplooid een basis voor de remedie. De afgelopen jaren hebben de gemeente en de politie-eenheid Den Haag met verschillende programma?s en de inzet van wijkagenten getracht om de banden met en binnen de Schilderswijk te vergroten. Het betrekken van de jongeren bij het beheersen van de rellen kan gezien worden als een belangrijke indicatie dat dit beleid succesvol is geweest. Zonder de reeds opgebouwde contacten was er immers geen groep jongeren geweest die men kon benaderen, terwijl de jongeren ook hadden kunnen weigeren de burgemeester te helpen.

Vanzelfsprekend speelde in deze casus de politie een centrale rol, zowel bij de dood van Mitch Henriquez als bij de rellen nadien. Toch zou in deze casus blijken dat ook de andere hulpdiensten voldoende bij de aanpak aangehaakt moeten zijn en dat gaandeweg ook waren. In eerste instantie werden de brandweer en ambulancezorg/GHOR wat verrast door de onrust die zich maandagavond in de Schilderswijk voordeed. Zonder dat zij vooraf waren ge?nformeerd, had de situatie wel gelijk effect op hun optreden en het aantal spoedmeldingen uit het gebied. Zo moest de brandweer al die maandagavond onder lastige omstandigheden optreden op het Hobbemaplein. Vanaf dinsdag participeerden de andere hulpdiensten in de Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) van de politie (en was er dus feitelijk sprake van een SGBO+). Daardoor verliep de samenwerking tussen de diensten steeds beter. De brandweer kon zelfs bijdragen aan de de-escalatie door mee te werken aan een ?waterfeest? voor kinderen uit de wijk. Door het Sigma-team van het Rode Kruis werd ondersteuning geboden aan de (mobiele) politie-eenheden die ? vanwege de hitte in die dagen ? met een ware uitputtingsslag te maken kregen.

Bronnen: Lessen uit crises en mini-crises 2015

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

Bedreiging Jumbo

Door:?Edith Leentvaar, uit Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
Angst is een slechte raadgever. Een bedreiging roept, vanwege de onzekerheid van het feitelijke risico, soms veel angst op. Wanneer de bedreiging specifiek gericht is op een persoon, is er niet direct sprake van een brede of collectieve onrust. Dat wordt anders wanneer het gevaar willekeurig ieder van ons kan treffen. De terroristische aanslagen in Frankrijk (2015) en Belgi? (2016) hebben het denken over de dreiging van een aanslag voor velen veranderd. Helpt het om in situaties van onzekerheid zo veel mogelijk beschikbare informatie te delen, of be?nvloedt dat juist ons gevoel van onrust? Bedreiging en afpersing komen in ons land met grote regelmaat voor. De politie heeft door de jaren heen ervaring en expertise opgebouwd om in te kunnen schatten of dergelijke berichten en signalen serieus genomen moeten worden. Ondanks al die kennis en kunde blijft onzekerheid natuurlijk een van de belangrijkste aspecten van dit soort incidenten.

De bedreigingen die gericht waren op een aantal Groningse vestigingen van de supermarktketen Jumbo raakten het dagelijks leven van een groot aantal mensen. Een verdacht pakketje bij een eerste filiaal, een ontploffing bij een tweede, een ontruiming vanwege een bommelding in weer een andere vestiging; de incidenten volgden elkaar binnen enkele weken snel op. Tijdens het opsporingsonderzoek, dat een aantal maanden heeft geduurd, werden bij alle Jumbowinkels extra veiligheidsmaatregelen getroffen, maar bleef grote maatschappelijke onrust uit en bleven veel mensen gewoon hun boodschappen bij deze supermarkten doen. Kwam dat omdat er bij alle incidenten alleen sprake was van overlast of schade en er geen gewonden zijn gevallen? Was het de spreiding over verschillende locaties en in de tijd? Heeft de omslag bij de politie naar een actieve communicatiestrategie met een oproep aan burgers om mee te rechercheren hieraan bijgedragen? Het verloop van het opsporingsonderzoek, waarin tips en aanwijzingen na enkele maanden leidden tot de aanhouding van een verdachte, is op zich al bijzonder interessant. De lessen uit deze casus zijn gebaseerd op de afwegingen en keuzes in het communicatieproces. Daarvoor is gebruikgemaakt van evaluaties en artikelen die in de media en op internet zijn verschenen. De medewerking van de communicatieadviseur en onderzoeksleider van de politie zijn essentieel geweest om inzicht te geven in de dilemma?s en werkwijze van het politieteam.

Feitenrelaas
In de nacht van 8 mei 2015 treft een voorbijganger een verdacht pakketje aan bij het Jumbofiliaal aan de Wilhelminakade in Groningen. De Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EOD) wordt ingeschakeld en weet het explosief onschadelijk te maken. De experts geven aan dat ontploffing van het pakketje zeker tot slachtoffers had kunnen leiden.
Enkele dagen later ontvangt Jumbo een dreigmail van een onbekend persoon die een groot aantal ?bitcoins? (een digitale geldeenheid) eist. Daarmee wordt voor de politie meer duidelijk over de achtergrond van het gevonden explosief. Juist omdat er al een eerste incident heeft plaatsgevonden, neemt de politie de dreigmail direct serieus. De dader stuurt in mei nog twee keer een bericht naar Jumbo. Eind mei wordt een explosief bij de Jumbo aan het Overwinningsplein in Groningen niet op tijd opgemerkt en ontploft. Schade aan de winkel is het gevolg. De beelden van de bewakingscamera en de verbanden die tussen beide incidenten te leggen zijn, bieden de politie nieuwe informatie voor het opsporingsproces; een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) wordt dan actief.

Een kleine week later ontvangt het hoofdkantoor van Jumbo een brief met een vergelijkbare inhoud als de eerdere berichten. Wanneer de dag erna rond het middaguur bij de politie een melding binnenkomt dat er bij weer een andere Jumbovestiging een explosief zou zijn geplaatst, wordt er direct actie ondernomen en wordt een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) ingesteld. Vanwege de eerdere incidenten besluit de politie de supermarkt en de directe omgeving te ontruimen. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde, aangezien deze Jumbosupermarkt grenst aan een groot complex van gebouwen. Er wordt daarom multidisciplinair opgeschaald naar GRIP-1. In de snel ingezette ontruiming wordt behalve de Jumbo ook een sportschool en een restaurant meegenomen. Scholen en kantoren zijn omdat het weekend is veelal gesloten, en in het voetbalstadion van FC Groningen wordt op dat moment gelukkig ook geen wedstrijd werd gespeeld. Ook moeten bewoners van twee ruim twintig verdiepingen tellende woontorens worden ge?nformeerd en heeft het afzetten van het gebied consequenties voor de parkeergarage onder de Euroborg (met negenhonderd parkeerplaatsen). Al met al gaat het om bijna tweeduizend mensen.
Pas in de avond rondt de EOD de zoektocht naar explosieven in en rond de supermarkt af, zonder dat er iets van explosieven gevonden is. De gemeente Groningen organiseert de volgende ochtend een bijeenkomst voor alle omwonenden en ondernemers; een klein aantal mensen maakt hiervan gebruik om zich te laten informeren of vragen te stellen. De reeks dreigingen is voor de politie reden om enkele gegevens die inmiddels zijn verzameld breed te delen in het programma Opsporing Verzocht (Uitzending Opsporing Verzocht van 9 juni 2015). Daarin worden onder andere de camerabeelden vertoond van de Jumbo aan het Overwinningsplein waar in mei een explosief tot ontploffing kwam.

De weken daarna blijft het rustig, totdat begin juli een Jumbovestiging aan de Veemarkt in Zwolle een verjaardagskaart ontvangt met daarin een explosieve stof. Gelukkig raakt ook hierbij niemand gewond. Landelijk worden naar aanleiding van de incidenten in Groningen al extra veiligheidsmaatregelen genomen bij alle meer dan vijfhonderd Jumbovestigingen. De context leidt ertoe dat op meer plaatsen Jumbofilialen tijdelijk moeten worden ontruimd. De Jumbo bij de Euroborg in Groningen wordt in augustus voor de tweede keer ontruimd na de vondst van een verdacht pakketje in een prullenmand. Ook in Rosmalen wordt een filiaal ontruimd; hier wordt in een prullenbak een piepend apparaat aangetroffen, dat bij nader onderzoek veroorzaakt wordt door een lege accu. In Nijmegen is een achtergelaten bak met aardappelsalade al reden voor alarm.
In het opsporingsonderzoek wordt nog met allerlei scenario?s rekening gehouden. Is er sprake van ??n of meer daders? Is ?geld? werkelijk het motief of zijn er andere redenen? Wat te doen als er een periode geen dreigberichten meer binnenkomen en er nog geen verdachte is aangehouden? Of erger, wat als de incidenten toenemen of er door daadwerkelijke explosies gewonden vallen?
Om meer informatie over de dader(s) te krijgen, gaat de politie over op een actieve communicatiestrategie. Een deel van het dossier komt zelfs openbaar op de website van de politie te staan en wordt door tienduizenden mensen bekeken. In een tweede uitzending van Opsporing Verzocht, eind augustus 2015, geeft de leider van het politieonderzoek zo veel mogelijk informatie en vraagt het publiek ?mee te speuren?. De oproep leidt tot honderden tips; over (het profiel van) de dader, over materialen die bij de explosies zijn gebruikt, over het motief. Naar aanleiding van de informatie dat een bedrag in bitcoins is ge?ist, biedt een aantal deskundigen zich aan de politie van kennis te voorzien. Het ? collectieve ? opsporingswerk resulteert in oktober 2015, bij een nieuwe poging tot afpersing, in de aanhouding van een 50-jarige man en een jongen van 15 jaar. De man wordt strafrechtelijk vervolgd. In de zomer van 2016 is zijn zaak door de rechter behandeld en is hij veroordeeld tot acht jaar detentie.

De communicatie en samenwerking met het publiek in deze zaak hebben, los van de aanhouding, nog een ander mooi resultaat gebracht: de onderzoeksleider, en daarmee alle teamleden, hebben de eerste Noorder Pers Soci?teit Reuringprijs ontvangen. De prijs wordt toegekend aan diegene ?die op een vernieuwende, creatieve en/of bijzondere manier zorgt voor opschudding op het raakvlak van communicatie en journalistiek? (Bron).

In hoeverre het publiek bij het opsporingsonderzoekbetrekken?
Deze casus heeft meerdere aspecten in zich die interessant zijn om te belichten. Het opsporingsproces en de inschatting van de dreiging bijvoorbeeld, of de samenwerking binnen de multidisciplinaire crisisorganisatie bij de ontruimingen in relatie tot het al lopende opsporingsonderzoek. Het meest in het oog springend in het verloop van deze casus is echter de keuze voor openheid in de communicatie over het onderzoek en het betrekken van het publiek (burgerparticipatie) in het opsporingsproces. Van oudsher staat dat op gespannen voet met belangen op het terrein van opsporing. De uitdrukking ?daar kan ik u, in het belang van het onderzoek, geen mededeling over doen? is een welbekend adagium (Zie bijvoorbeeld Johannink & Jong, 2009).

[slideshare id=76820392&doc=daarkanikgeenmededelingoverdoen-170610090545&type=d]

In de keuze voor vergaande openheid moest een aantal hindernissen genomen worden. Het doel om het publiek te betrekken en te vragen mee te denken was helder. Tegelijk bestond het risico dat meer openheid het gevoel van onrust of onveiligheid zou versterken, zowel onder het publiek als onder medewerkers van Jumbofilialen. Daarnaast moest binnen de politieorganisatie worden afgewogen of de inzet van zoveel personeel verantwoord was en bleef, ten opzichte van de ernst van de dreigingen en incidenten. Een ander risico was dat alle vormen van communicatie effect zouden kunnen hebben op het gedrag van de dader. In de afweging moesten tegelijk ook de economische belangen van Jumbo worden meegenomen. Ook de betrokkenheid van deze private partij bij het delen van informatie en zoeken naar samenwerking met het publiek is een bijzonder aspect van deze casus. De keuze tussen het wel en niet delen van informatie met het publiek moest op meerdere momenten worden gemaakt door nieuwe dreigingsberichten en incidenten rond verdachte pakketjes. In dit hoofdstuk wordt terugblikt op de dilemma?s in de keuze tussen de reguliere communicatielijnen en de actieve communicatiestrategie, waarin zo veel mogelijk openheid werd gegeven en burgers werd gevraagd te participeren in het onderzoek.

Analyse
Crisiscommunicatie is de afgelopen jaren meer en meer een interactief proces geworden, waarin burgers een veel ruimer eigen aandeel hebben gekregen. Iedereen kan via internet of andere kanalen zelf allerlei informatie vinden, zowel actuele berichten als achtergrondinformatie. De opkomst van de sociale media heeft ervoor gezorgd dat iedereen ook informatie kan delen met anderen. De rollen van zender en ontvanger, vaststaande elementen van het communicatieproces, kunnen vandaag de dag dan ook zowel door burgers als de overheid worden ingevuld.

In de eerste fase van het politieonderzoek (na de vondst van het eerste explosief, de dreigberichten en de ontploffing bij het tweede filiaal) is er van brede communicatie met het publiek nog geen sprake. Meerdere rechercheurs houden zich bezig met het onderzoek, er is afstemming met het management van de Jumbo, en er worden buurtonderzoeken uitgevoerd. De bommelding bij de Jumbo bij het Euroborgstadion kan achteraf als een keerpunt gezien worden. De impact van dit incident was veel groter doordat het overdag plaatsvond en daardoor een grootschalige evacuatie tot gevolg had. Dat betekende in ieder geval dat vanuit de supermarkt en aangrenzende bedrijven en woningen een grote groep mensen betrokken raakte. De multidisciplinaire opschaling en de duur van de zoektocht naar explosieven versterkten de belangstelling van de media en daarmee ook de effecten. De politie werd op de plaats van het incident ook geconfronteerd met de verspreiding van livebeelden via Periscope, een nieuw fenomeen van burgerjournalistiek.

Met een telefoon in de hand deed een van de klanten van de Jumbo na de ontruiming direct verslag van de verdere gebeurtenissen rondom de supermarkt en reacties van andere betrokkenen. Die beelden konden door iedereen die zich als volger aanmeldde worden bekeken. Via Periscope konden de volgers ook opmerkingen maken en vragen stellen aan degene die de beelden opnam en uitzond. De maker van de beelden reageerde na afloop als volgt:

?Ondertussen begonnen de vragen ook via Periscope binnen te komen en toen werd het echt leuk! Want ik kon proberen op die vragen antwoorden te krijgen en de volgers stimuleerden me over ?grenzen? heen te gaan. ?Gewoon op die COPI-bak afgaan?, zeiden ze. Zo kreeg ik al mensen van de politie en brandweer te spreken nog voordat de reguliere media er waren. RTV Noord was er wel heel snel en verslaggevers hebben me fantastisch geholpen; met een oplader en een microfoon. Zij wisten te melden dat ik heel veel volgers had, inclusief de NOS! Ik ben dat toen maar gaan noemen bij de interviewtjes, want dat bleek wel indruk te maken als er weer iemand vroeg ?waar ik van was?. Bijna niemand kende Periscope, maar men begreep al snel dat ze me serieus moesten nemen. Alle lof overigens voor de woordvoerders van de brandweer en politie die dit, na heel even in de weerstand te zijn geschoten, ? ?dit hebben we nog niet eerder meegemaakt, ik kom zo bij je terug? ? snel door hadden en mij en de inmiddels bijna 1400 volgers goed op de hoogte hielden.? (bron)

Met de aandacht in de media en de bijeenkomst voor bewoners en ondernemers de dag na de ontruiming, zochten burgemeester Den Oudsten en een woordvoerder van politie naar een balans tussen alertheid en het beperken van de maatschappelijke onrust. ?Er zijn daadwerkelijk twee explosieven gevonden, dus het is serieus? (burgemeester) en ?We zien wel dat het hem [de dader, EL] niet om slachtoffers te doen is. Hij wil vooral schade veroorzaken.? (politie, bron)

De impact van de dreiging en de ontruiming van de Euroborg en de opvolging van de incidenten in enkele weken voerde de druk op om snel tot resultaten te komen. Dat gebeurde vervolgens onder andere door begin juni de camerabeelden van de verdachte, gemaakt bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, te tonen in het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Ook vroeg de politie of het publiek meer informatie kon geven over de emmer waarin de explosieven waren vervoerd en over een auto die in de directe omgeving geparkeerd stond. De uitzending leverde de politie een twintigtal tips op.

De kans op het ontstaan van maatschappelijke onrust bij nieuwe incidenten, het risico dat bij een volgend explosief mensen gewond zouden raken, de zorgen vanuit Jumbo over economische schade wanneer het aantal klanten zou gaan teruglopen, de capaciteit die nodig was tijdens het politieonderzoek, en natuurlijk de drive om een dergelijke zaak op te lossen, brachten de politie ertoe nog actiever richting publiek te gaan communiceren en het publiek ook in het onderzoek te betrekken. Dit idee omzetten in de praktijk vroeg eerst nog wel de nodige afweging en voorbereiding.

Ten eerste zou actieve communicatie over de bedreigingen en de incidenten die hadden plaatsgevonden, de maatschappelijke onrust kunnen verminderen, maar ook kunnen versterken. De NCTV
merkt in de ?Handreiking terrorismegevolgbestrijding? hierover het volgende op:

?Communicatie bij een dreiging roept altijd de vraag op of het publiekelijk communiceren verstandig is of dat er beter (nog) niet kan worden gecommuniceerd. Een dreiging kan onbedoeld bijdragen aan angst en onrust, terwijl er geen of een beperkt handelingsperspectief is.? (NCTV, Handreiking terrorismegevolgbestrijding, 2015, p. 11)

Communiceren over risico?s
Enkele jaren geleden bleek sprake van onrust vanwege bedreigingen toen bij meerdere basisscholen en een kinderopvang in Weesp dreigementen waren binnengekomen. In overleg tussen de gemeente, de politie en de scholen werd een brief opgesteld om de ouders hierover te informeren. Een potentieel gevaar voor kinderen brengt onvermijdelijk hun ouders in beroering; de inhoud van de brief was echter niet veel meer dan een beschrijving van de situatie (dreiging) en enkele maatregelen die waren afgesproken. Nadere informatie waaruit de dreiging bestond, de betekenisgeving en een handelingsperspectief ontbraken. Het leidde tot grote onrust onder de ouders. Hetzelfde fenomeen deed zich voor bij de dreiging die in 2013 uitging naar middelbare scholen en het beroepsonderwijs in Leiden. Aangezien de maatregelen (het sluiten van de scholen en extra beveiliging) niet voor alle scholen werden genomen, ontstond er onrust bij de ouders van kinderen op de onderwijsinstellingen die hierin niet betrokken waren (zie artikel over de dreiging in Leiden, Van Duin & Ponjee, 2014).

Bgame

Andersom be?nvloedde in 2011 de berichtgeving van het RIVM over de EHEC-uitbraak in Duitsland het eetpatroon van veel Nederlanders, doordat de bacterie in verband werd gebracht met rauwe groenten als komkommer, sla en taug?. De besluiten van andere landen om geen groente en fruit uit ons land te importeren bracht op zijn beurt forse schade toe aan de agrarische sector. Bij het ontstaan van de eerste onrust speelde zeer waarschijnlijk een rol dat de epidemie in Duitsland pas na enkele weken werd (h)erkend en de gevolgen daardoor dus groter waren dan nodig was geweest. De dodelijke slachtoffers en de voor lange tijd onbekende bron van de besmetting maakten dat er terughoudend werd gecommuniceerd over de relatief kleine risico?s van EHEC zelf, en juist veel over de maatregelen. De negatieve kant van de berichtgeving kreeg daarmee de overhand. Daardoor was er in een later stadium weer een nieuwe campagne nodig om het vertrouwen in de Nederlandse groenteen fruitsector te herstellen.

Een ander aspect dat voor de politie een rol speelde was hoe de dader zou reageren op de verandering in communicatiestrategie. Een eerste mogelijkheid was dat de dader door alle extra aandacht voorzichtiger zou worden en zich zou terugtrekken; daarmee zou het opsporingsonderzoek moeilijker worden. Een tweede mogelijkheid was dat de dader zich door alle extra aandacht opgejaagd zou voelen en, als een kat in het nauw, grotere risico?s zou gaan nemen.

Een doelgroep die in de afwegingen ook specifiek werd meegenomen, was de Jumbo. Voor het bedrijf speelden meerdere, soms tegenstrijdige, belangen. Bedreigingen of andere incidenten worden in de commerci?le sector vaak zo lang mogelijk stilgehouden om schade aan het imago van het bedrijf of merk te voorkomen. Door de vondst van een verdacht pakketje, een explosie en een ontruiming was die lijn inmiddels een gepasseerd station. Actieve communicatie, gericht op een zo breed mogelijk publiek, kon alsnog economische schade betekenen. Tegelijk moest de directie rekening houden met de onrust onder het personeel. Nadat was gebleken dat de bezorging van de verjaardagskaart met een explosieve stof pas enkele weken later aan het personeel bekend was gemaakt, had een vakbond al om meer openheid van zaken gevraagd (bron). Boven alles was de wens van de winkelketen dat de dreiging en incidenten zouden eindigen, liefst door aanhouding van een dader, zodat ook meer duidelijk zou worden over het motief. De gezamenlijke
doelstelling om het onderzoek te versnellen zonder daarmee extra onrust te veroorzaken en juist het vertrouwen in de betrokken partijen te behouden was daarmee de basis voor de samenwerking tussen politie en Jumbo.

Een laatste horde die genomen moest worden in de afweging van de nieuwe communicatiestrategie was de capaciteit die nodig was voor de uitvoering ervan. De aanpak vroeg om opschaling naar een ECCT (eenheidscrisiscommunicatieteam) om alle noodzakelijke onderdelen te kunnen invullen. Daarbij ging het onder meer om afstemming met de leider van de SGBO en met de leider van het TGO, het briefen en de aansturing van het team, het maken van omgevingsanalyses, het co?rdineren van alle berichten op sociale media, een webredacteur, een persvoorlichter, en tegensprekers/lezers. Het personeel dat zich hierop zou gaan richten, moest worden vrijgemaakt van andere werkzaamheden.

De voordelen van de keuze voor de actieve communicatiestrategie, en dan met name de grotere kans op nieuwe informatie voor het opsporingsonderzoek en het behouden van vertrouwen door inzicht te geven in wat tot nu toe bekend was, wogen uiteindelijk op tegen de nadelen (de mogelijke economische schade voor Jumbo, een mogelijk risicovolle reactie van de dader en de benodigde inzet van de politieorganisatie). Het sloot aan bij de opdracht van de SGBO, waarin veiligheid prioriteit kreeg boven de belangen vanuit opsporing, zoals privacy en het opbouwen van bewijslast. De voorbereidingen startten om delen van het onderzoeksdossier op de website van de politie te plaatsen. Het moment van publiekelijk openbaar maken moest nog enkele keren uitgesteld worden door incidenten die plaatsvonden en nieuwe dreigberichten die bij Jumbo en de politie binnenkwamen. Elke keer werd daarna opnieuw overleg gevoerd in de SGBO en afgestemd met het TGO of hierdoor de gekozen strategie aangepast moest worden.

Uiteindelijk kon half augustus met een uitzending van Opsporing Verzocht het publiek opnieuw betrokken worden bij het onderzoek. Vanaf dat moment waren delen van het onderzoeksdossier te vinden op de website van de politie: de beelden van de bewakingscamera, waarop de dader (vaag) te zien is bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, het verwachte profiel van de dader, de mogelijke motieven en de kookwekkers die bij de explosieven waren gebruikt. Ook stonden op de website een infographic met een tijdlijn en enkele vragen waarmee de politie nieuwe aanknopingspunten hoopte te vinden, zoals over een geparkeerde auto en gestalde fiets. De televisie-uitzending was echter niet de enige manier waarop de politie burgers informeerde en hun
hulp inriep. Er werden ook berichten uitgedaan via Twitter, Facebook, Instagram, Burgernet, de politie-app en een YouTubekanaal. Sommige van deze media zijn specifiek voor deze casus voor het eerst ingezet. Zo ontstond het idee om in een filmpje een directe oproep te doen en werd in korte tijd met ge?mproviseerde middelen de leider van het onderzoek voor een camera geplaatst om zo de dialoog met het publiek aan te gaan.

De communicatieaanpak kreeg veel belangstelling. Binnen een dag ontving de politie al meer dan 250 tips, het tienvoudige van de reacties na de eerste uitzending in Opsporing Verzocht. Na een week hadden al meer dan 80.000 mensen het digitale dossier op de website bezocht en waren de filmpjes op YouTube 165.000 keer bekeken (Bron: politie.nl/jumbo (inmiddels niet meer online beschikbaar). Een algemene analyse van de berichten op sociale media laat zien dat in die week het aantal berichten over de bedreigingen van de Jumbo opeens steeg naar een gemiddelde van zo?n 300 berichten per dag.

Het communicatie- en het onderzoeksteam draaiden die periode op volle toeren; de gekozen lijn betekende dat alle informatie dagelijks gelezen en verwerkt werd en dat er reacties teruggeplaatst werden, zowel over het proces (waar kwamen de meeste tips op binnen) als over de inhoud (toevoegen van een nieuw motief, nieuwe vragen). Ondertussen was er ook een dagelijkse monitoring van sociale media en van het aantal klanten in de supermarkt om na te gaan of de maatschappelijke onrust zich uitbreidde of niet.

De toenemende aandacht werkte natuurlijk ook door in alertheid van het winkelend publiek en personeel, wat terecht of niet terecht weer tot meldingen van verdachte situaties leidde. Er werden in die weken in Rosmalen, Berlicum, Den Haag, Hillegom, Nijmegen en wederom bij het Euroborgstadion in Groningen supermarkten ontruimd. Ook bij deze laatste inzet was het communicatieteam van de politie alert en werd een liveblog gestart van de gebeurtenissen die gelukkig minder langdurig waren dan bij de eerdere ontruiming. Het bericht van ?loos alarm? werd als afsluiting op de liveblog direct gevolgd door een oproep om mee te blijven denken in het onderzoek.

De meest concrete aanwijzing die de politie had, de gebruikte kookwekkers, bleek ook de meest succesvolle. Gekoppeld aan andere informatie die het publiek aanleverde, kon de politie bij een volgende poging tot afpersing twee verdachten arresteren. Ook hierover is het publiek via alle ingezette kanalen ge?nformeerd, waarbij de persconferentie over de aanhouding zelfs via Periscope werd uitgezonden en vragen tijdens de live-uitzending via Twitter werden beantwoord.

Afronding
De rol van communicatie in ons leven is enorm toegenomen; ?we communiceren meer dan we eten? (Regtvoort, F. & Siepel, H., Risico- en crisiscommunicatie: succesfactor in crisissituaties, 2007, p. 16). Zowel de overheid als de media en het publiek zijn er steeds meer van doordrongen dat de rol van de overheid niet meer alleen die van nieuwsbrenger is. Beelden van incidenten kunnen via burgerjournalistiek zelfs live worden gevolgd, zoals bleek in de Periscope-uitzending tijdens de ontruiming van de Jumbo bij het Euroborgstadion in Groningen. Informatie over een dader of slachtoffer is binnen de kortste keren via Facebook of Twitter bekend. Voor de overheid ligt het accent van de crisiscommunicatie dan vooral in het bevestigen van informatie en het duiden van de crisis.

Een belangrijke les van deze casus is dat het niet bij het constateren van die veranderingen hoeft te blijven, maar dat je je ook kunt afvragen hoe die ontwikkelingen in onze manier van communiceren te benutten zijn. Wanneer er voor een opsporingsonderzoek juist behoefte is aan informatie, is het de kunst om al die kennis die in de samenleving beschikbaar is op een goede manier boven water te krijgen. Het inzetten van het publiek als laagdrempelige rechercheur ging niet zonder slag of stoot, maar bleek tijdens deze casus wel behoorlijk effectief. Een eerste bouwsteen daarvoor was het inzicht dat de keuze voor open communicatie en betrokkenheid van het publiek het belang van openbare orde (veiligheid) diende en de zo verkregen aanvullende informatie ook een bijdrage kon leveren aan het opsporingsonderzoek. Dat maakte de weg vrij om de noodzakelijke capaciteit hiervoor vrij te maken. De tweede bouwsteen werd gevormd door een kundig en gedreven communicatieteam. Een team, waarin alle denkbare scenario?s werden voorbereid, waarvan de leden bedreven waren in het verspreiden van en reageren op berichten via alle mogelijke communicatiekanalen, waarin men durfde te experimenteren en mee te bewegen met nieuwe vormen, en waarin er kritisch gekeken is naar nut en noodzaak in de itvoering van de communicatiestrategie.

Een afweging over openheid van onderzoeksdossiers zal altijd moeten blijven plaatsvinden om zo ook onze rechtsbeginselen te kunnen waarborgen. Angst voor, onbekendheid met of onervarenheid in het nieuwe, zoals veranderende doelgroepen of mogelijkheden in techniek, moeten daarin niet als slechte raadgever optreden.

Bronnen:?Lessen uit crises en mini-crises 2015

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

Tarik Z.: verwarde man of terrorist?

Door:?Vina Wijkhuijs, Menno van Duin, uit?Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
Op donderdagavond 29 januari 2015, zo?n twintig minuten voor aanvang van het achtuurjournaal, probeert een jonge man onder dreiging van geweld zich toegang te verschaffen tot de NOS-studio op het Mediapark in Hilversum. Hij wil tijdens de live-uitzending van het achtuurjournaal een mededeling doen. Terwijl hij een bewaker met een wapen bedreigt, begeleidt deze hem naar een opnamestudio. De bewaker brengt hem echter niet naar de studio waarvandaan het achtuurjournaal wordt uitgezonden, maar naar een studio die op dat moment niet in gebruik is. Aldaar wordt de man door de politie overmeesterd. Toch vindt er die avond geen uitzending van het achtuurjournaal plaats, wat een unicum is in de geschiedenis. Medewerkers hebben na het ontruimingsalarm of op last van de politie het NOS-gebouw in allerijl verlaten. De programmering op zowel NPO1 als NPO2 wordt noodgedwongen aangepast; ook het populaire programma Wie is de Mol? komt te vervallen. Vanaf ongeveer 21.00 uur volgt er op NPO1 een ge?mproviseerde reportage vanuit de NOS-studio in Den Haag. Daarin wordt verslag gedaan van wat er zich die avond op het Mediapark in Hilversum heeft voorgedaan.

Op het moment dat deze gebeurtenis plaatsvond, lag bij velen de herinnering aan de terroristische aanslag op de redactie van het Franse tijdschrift Charlie Hebdo nog vers in het geheugen. Op 7 januari 2015 werden bij die aanslag in Parijs twaalf mensen gedood en raakten nog eens enkelen ernstig gewond. Bij menigeen ? zo kon uit berichten op sociale media worden opgemaakt ? leefde de vraag wat er in Hilversum aan de hand was. Werd dit keer Nederland getroffen door een terroristische aanslag?

Het incident bij de NOS liep gelukkig met een sisser af. Door kordaat optreden van de beveiliging en de politie kon de dader, Tarik Z., snel overmeesterd worden. De 19-jarige student bleek bovendien alleen te hebben gehandeld. Toch kon de situatie niet anders dan serieus worden genomen en leverde het daarmee een goede leerervaring op.

In dit hoofdstuk analyseren wij het incident aan de hand van twee dilemma?s. Het eerste dilemma betreft de vraag of en hoe de NOS over de bedreiging kon berichten nu de nieuwsorganisatie zelf onderwerp van dreiging was. Het tweede dilemma waar wij op in zullen gaan is de vraag van welke autoriteit in een casus als deze een duiding van
de gebeurtenis mag worden verwacht. Is dat de burgemeester van de gemeente waar de (dreiging van een) terroristische aanslag plaatsvindt, de hoofdofficier van justitie (omdat het een strafrechtelijk incident betreft), de bestuurlijk verantwoordelijke minister van Veiligheid en Justitie (VenJ) of de minister-president?

De informatie in dit hoofdstuk is mede gebaseerd op een uitzending van Argos TV-Medialogica ‘Even geduld a.u.b.‘ die aan deze casus was gewijd. Daarnaast is gebruikgemaakt van twee evaluatierapporten die naar aanleiding van dit incident zijn opgesteld (Kaptein et al., 2015 en Scholtens et al., 2015).

Feitenrelaas
Het is donderdagavond 29 januari 2015 even voor acht uur. De mensen die in afwachting zijn van het achtuurjournaal weten niet dat een kleine twintig minuten voordien een jonge man de beveiligers bij de receptie van het NOS-gebouw onder dreiging van geweld heeft opgedragen hem naar de studio te brengen van waaruit om 20.00 uur het NOS Journaal zal worden uitgezonden.
Op het moment dat hij zich bij de receptie meldt, zegt hij voor een radioprogramma te komen. Plotseling legt hij op de balie een briefje neer en houdt met een wapen de beveiligers onder schot (Later blijkt het geen echt wapen te zijn). De beveiligers lezen het briefje, waarin staat dat er een cyberaanval zal plaatsvinden en in het land zware explosieven met radioactief materiaal tot ontploffing zullen worden gebracht, als de man niet in de gelegenheid wordt gesteld tijdens de live-uitzending van het achtuurjournaal zijn verhaal te doen; hij eist tien minuten zendtijd. Na het briefje gelezen te hebben, zegt een van de twee dienstdoende beveiligers de man naar de opnamestudio te brengen. Terwijl de beveiliger met hem op weg gaat, activeert zijn collega de meldkamer van het beveiligingsbedrijf. Deze alarmeert onmiddellijk de security-officer van de NOS.

De beveiliger brengt de gijzelnemer echter niet naar studio 8 (van waaruit het achtuurjournaal zal worden uitgezonden), maar naar studio 10. Wanneer zij bij de regiekamer van studio 10 aankomen, is daar op dat moment een voltallige studioploeg van vijf personen aanwezig. Zodra de beveiliger de regieruimte binnenkomt, bemerken de aanwezigen al snel dat de man die bij hem is, gewapend is. De beveiliger overhandigt aan een van hen (i.c. de regisseur van het NOS Journaal) het briefje waarin de gijzelnemer zijn eisten stelt. De gijzelnemer wordt gezegd, dat als hij in het achtuurjournaal een mededeling wil doen, hij naar de opnamevloer van studio 10 zou moeten gaan; een opnamevloer ? zo weten de NOS-medewerkers ? die op dat moment niet in gebruik is.

Juist op het moment waarop de gijzelnemer dit wordt gezegd, probeert Herman van der Zandt ? ter voorbereiding van het achtuurjournaal ? contact te leggen met verslaggever Martijn Brink die in studio 10 gereed staat om later een kruisgesprek met hem te voeren. Van der Zandt hoort wat er in studio 10 wordt gezegd, maar krijgt geen respons. Hem bekruipt het vermoeden dat er serieus iets ernstigs aan de hand is en hij maant zijn collega?s de opnamestudio van het achtuurjournaal te verlaten. Ondertussen brengt de beveiliger de gijzelnemer naar de opnamevloer van studio 10; een regisseur en een geluidsman lopen met hen mee. Eenmaal op de vloer van studio 10 zorgen zij ervoor dat de gijzelnemer ? zonder dat hij daar iets van merkt ? in andere ruimtes op beeldschermen te zien is.

Om 19.54 uur activeert de beveiliger die bij de receptiebalie gebleven is het ontruimingsalarm op de eerste, tweede en derde verdieping van het NOS-gebouw. Om escalatie van de gijzeling te voorkomen, activeert hij het ontruimingsalarm op de vierde, vijfde en zesde verdieping bewust niet. Hij is daarbij in de veronderstelling dat de gijzelnemer naar studio 8 (op de vierde verdieping) is gebracht en weet niet dat zijn collega hem naar studio 10 (op de derde verdieping) heeft geleid (Kaptein et al., 2015).

Nagenoeg tegelijkertijd komt bij de meldkamer van de politie een eerste melding binnen van een NOS-medewerker die met spoed om de politie vraagt. Hij meldt dat er een gijzeling in het NOS-gebouw gaande is en dat een gewapende man zendtijd eist (Scholtens et al., 2015, p. 11).

Uit de beelden die in studio 10 worden opgenomen en die in andere ruimtes op beeldschermen te zien zijn, wordt het voor medewerkers van het achtuurjournaal duidelijk dat het journaal niet om 20.00 uur zal kunnen beginnen. Besloten wordt om op NPO1 een stilstaand beeld uit te zenden: ?Even geduld a.u.b.?, met daaronder ?I.v.m. omstandigheden is er op dit moment geen Journaal mogelijk.? Vanaf 19.59:58 uur tot uiteindelijk 21.05 uur is dit beeld op NPO1 te zien, op enkele momenten kort onderbroken door gereedstaande promo?s en leaders die per ongeluk worden uitgezonden (Kaptein et al., 2015, p. 15).

Rond 20.00 uur brengt de regie van het NOS Journaal de NOShoofdredacteur Nieuws, Marcel Gerlauff, op de hoogte van de situatie. Gerlauff belt vervolgens onmiddellijk naar de NOS-redactie in de studio in Den Haag en vraagt hen om via de Rijksvoorlichtingsdienst de minister-president te informeren.

Rond diezelfde tijd wordt burgemeester Broertjes van Hilversum door de basisteamchef van de politie van het incident op de hoogte gesteld. Burgemeester Broertjes besluit naar het Mediapark te gaan om te zien wat zich daar afspeelt (Scholtens et al., 2015, p. 11). Onderwijl (om 20.05 uur) formeert de politie een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) en schaalt (op hetzelfde moment) de meldkamer op naar GRIP-1 (Scholtens et al., 2015, p. 11). Zo?n twintig minuten later (om 20.25 uur) schaalt de Leider CoPI, na overleg met de Operationeel Leider, op naar GRIP-2 (Scholtens et al., 2015). Bij het NOS-gebouw zijn dan inmiddels politiemensen gearriveerd. Eenmaal in het gebouw lopen zij richting studio 10, waar om 20.14 uur de gijzelnemer wordt vermeesterd en gearresteerd.

Ondertussen vindt er tussen leidinggevenden van de NOS en de NPO overleg plaats over het al dan niet uitzenden van de reguliere programmering. Na het achtuurjournaal zou een aflevering van het programma Wie is de Mol? volgen, maar besloten wordt dat het ongepast is tot uitzending van de reguliere programmering over te gaan. Voor wat betreft de berichtgeving over het incident doet NOS-hoofdredacteur Gerlauff aan medewerkers van de NOS (per e-mail) de oproep om niet aan ?externe berichtgeving? te doen, ook niet via sociale media. ?We doen niets aan communicatie tot er meer duidelijkheid is? (Kaptein et al., 2015, p. 17).

Voor televisiekijkers die op NPO1 hadden afgestemd, is inmiddels wel duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand is. Ook op NPO2 vindt er geen uitzending meer plaats. Op sociale media wordt er druk gespeculeerd over wat er bij de NOS aan de hand is. Voor informatie kan men (onder meer) terecht bij RTL-4. Deze zender onderbreekt om 20.25 uur de uitzending van Goede Tijden Slechte Tijden om van de ontwikkelingen verslag te doen. In een extra uitzending van RTL Nieuws wordt gemeld dat het NOS-gebouw, waarin tevens de NPO gehuisvest is, door de politie wordt ontruimd.De extra uitzending van RTL Nieuws wist vlak voor half negen ruim 2,6 miljoen kijkers te boeien en was daarmee die avond het best bekeken televisieprogramma. Zie: Mediacourant, 30 januari 2015. Kijkcijfers: Veel kijkers voor extra RTL Nieuws over gijzeling NOS (Bron). Zo?n zeventig ? tachtig medewerkers van de NOS en de NPO staan buiten in de winterkou te wachten op wat er verder gebeurt. Aan medewerkers werd overigens spontaan opvang geboden in de kantine van RTL en zij konden, na bemiddeling van de OvD Bevolkingszorg, ook terecht in een nabijgelegen restaurant. Zie: Bevolkingszorg Flevoland & Gooi en Vechtstreek, 22 februari 2015. Ervaringsverhaal: Paniek in Hilversum. (Bron).

Gaandeweg komt ? met enige improvisatie ? ook de berichtgeving door de NOS weer op gang. Vanaf 21.05 uur vindt er op NPO1 een extra journaaluitzending plaats vanuit de NOS-studio in Den Haag. Later die avond vindt de uitzending weer plaats vanuit het NOS-gebouw in Hilversum, dat de politie om 22.15 uur heeft vrijgegeven. Op het stadhuis in Hilversum start om 22.38 uur een persconferentie met burgemeester Broertjes, hoofdofficier van justitie Bac en teamchef Wielandt van de politie. Van de persconferentie en wat er zich eerder die avond in het NOS-gebouw heeft voorgedaan, wordt in het late NOS Journaal van 23.00 uur verslag gedaan.

Vijf maanden later, op vrijdag 19 juni 2015, verschijnt Tarik Z. voor de rechter. Het OM eist vier jaar celstraf vanwege gijzeling, bedreiging en verboden wapenbezit. Eind december 2015 wordt Tarik Z. in hoger beroep veroordeeld tot drie jaar en vier maanden celstraf (waarvan twee jaar voorwaardelijk). Uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 22 december 2015 in zaaknr. 21-003994-15 (ECLI:NL:GHARL:2015:9778).

Nieuwsvoorziening en duiding: twee dilemma?s
Opeens was de NOS, de grootste nieuwsorganisatie van Nederland, zelf onderwerp van ?breaking news?. Onder televisiekijkend Nederland, en uiteraard ook onder medewerkers van de NOS en NPO, heerste grote consternatie over wat er in het NOS-gebouw gaande was. Met een dergelijke situatie had de NOS geen rekening gehouden, ook al was men zich na de recente aanslag op Charlie Hebdo ervan bewust dat ook journalisten doelwit van terroristische acties kunnen zijn. De NOS-hoofdredacteur Nieuws, Marcel Gerlauff, werd met deze situatie voor het lastige dilemma gesteld hoe en wanneer over de gebeurtenis te berichten, terwijl hij niet wist hoe het met de veiligheid van het eigen personeel was gesteld. Het bleek niet alleen een moreel vraagstuk te zijn, maar ook een kwestie die gepaard ging met allerlei praktische problemen.

Daarnaast kan deze casus worden beschouwd aan de hand van de vraag wie in een dergelijke situatie de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt om de situatie te duiden. Was burgemeester Broertjes hiervoor verantwoordelijk, gezien het feit dat het incident in Hilversum plaatsvond, of lag die verantwoordelijkheid ? omdat het mogelijk een terroristische aanslag betrof ? bij de hoofdofficier van justitie, de minister van VenJ dan wel de minister-president? Het is een vraag waar ? in de hectiek van het moment ? doorgaans de tijd voor ontbreekt om bij stil te staan. Het is daarom goed om achteraf ook op deze vraag in te gaan.

Analyse

Nieuwsvoorziening versus veiligheid personeel
?Informeren is mijn journalistieke en publieke taak?, stelde Marcel Gerlauff enkele dagen na het incident in een column in NRC
Handelsblad.(Bron: ?Na de arrestatie was het nog niet veilig bij de NOS?, NRC Handelsblad, 2 februari 2015.) Het is journalisten eigen onder alle omstandigheden het nieuws te verslaan om anderen kennis te laten nemen van wat er in de wereld gebeurt. Daarop geldt ??n uitzondering ? zo bleek in deze casus ? en dat is als er daardoor gevaar dreigt voor eigen of andermans
leven. Toen NOS-hoofdredacteur Gerlauff onderweg in zijn auto telefonisch van de gijzeling vernam, gingen zijn gedachten uit naar de veiligheid van diegenen die in het NOS-gebouw aanwezig waren. ?Ik had onmiddellijk veel zorgen over wat er gebeurde en hoe het met de collega?s zou zijn?, aldus Gerlauff (Bron).

?Ik kreeg te horen dat er op de redactie een man met een wapen rondliep die van alles eiste en dat er een gijzeling gaande was. Dat de collega?s zich hadden opgesloten in de regie en niet wisten wat te doen. Ik hoorde angst, paniek en ontreddering.? (Bron: ?Na de arrestatie was het nog niet veilig bij de NOS?, NRC Handelsblad, 2 februari 2015). Gerlauff deelde wat hij had gehoord met Bram Schilham, chef van de NOS-redactie in Den Haag. Die schrok daarvan:?Ik schrok behoorlijk; het was kort na de gebeurtenissen in Parijs. We hadden het daar best wel eens over gehad (?): hoe zou dat zijn, als zoiets in Nederland zou gebeuren? Dus dat speelde toch wel in je hoofd. En je eerste gedachte is toch: zou dit het dan zijn?? (Bron)

Ook Martijn Brink, die de gijzeling van nabij meemaakte, legde een associatie met de terroristische aanslag in Parijs: ?We hadden natuurlijk net Charlie Hebdo gehad. Dat lag bij iedereen hier op de redactie nog heel vers in het geheugen. Ik dacht: nu zijn wij het, nu zijn wij de klos.?

Het is dan ook volstrekt logisch dat Gerlauff vanwege de veiligheid van het personeel besloot voorlopig niet aan externe berichtgeving te doen; de nieuwsvoorziening kwam nu even op de tweede plaats. NOS-directeur Jan de Jong deelde dit standpunt: ?De veiligheid van de mensen was voor ??n keer belangrijker dan het brengen van het nieuws.?

Naast de veiligheid van het personeel was er voor Gerlauff echter nog een reden om zijn medewerkers te manen (vooralsnog) niet naar buiten toe te communiceren. De kans was immers groot dat als iemand van de NOS iets over het incident zou melden, dit zou worden ge?nterpreteerd als zijnde een bericht dat was vrijgegeven door de NOS, terwijl voor Gerlauff en anderen die buiten stonden te wachten nog onduidelijk was wat er gaande was, laat staan hoe de gebeurtenis te duiden.

?Hoe noem je het? Noem je het een gijzeling, een incident. Dat vaststellen was heel erg moeilijk, omdat het voor de mensen die buiten stonden lastig was om daar een beeld van te krijgen.?

Gerlauff wenste dus eerst meer duidelijkheid over de situatie alvorens naar buiten te treden. Maar in hoeverre hield zijn beslissing stand in het huidige mediatijdperk? Degenen die nog in het NOS-gebouw waren en de gijzelnemer van nabij hadden meegemaakt of de gebeurtenissen in studio 10 via beeldschermen hadden gevolgd, wisten de ernst van situatie al beter in te schatten. Er was weliswaar sprake geweest van een gijzeling, maar de gijzelnemer was inmiddels gearresteerd. Ook hadden zij sterk het vermoeden dat hij alleen had gehandeld en met zijn aanhouding de dreiging was geweken. Zij schakelden daarom als van nature over op hun journalistieke taak om van het incident verslag te (gaan) doen. Via de zenders van de publieke omroep ging dat echter nog niet zo eenvoudig.

Op Twitter daarentegen verschenen al kort na acht uur enkele berichten ? eerst veelal nog met humoristisch ondertoon ? over de vertraging in de uitzending van het achtuurjournaal.

?Lol. Vanwege omstandigheden geen Journaal. Zit Rik te mollen achter de schermen? #npo1 #Nosjournaal #widm.? (Bron).

Ondanks Gerlauff?s oproep om niet aan externe berichtgeving te doen, mengden ook enkele NOS-medewerkers zich (op persoonlijke titel) in de berichtenstroom. Om 20.05 uur kwam van Studio Sportmedewerker Stefan van der Weijde het bericht: ?Paniek in Hilversum. Man met wapen eist zendtijd. Journaal gaat niet door.? (Bron: Hoe de media verslag deden van een media-gijzeling, NRC Handelsblad, 30 januari 2015). Twee minuten later volgde een ANP-persalarm dat door verschillende journalisten (Metro, de Volkskrant, RTL) werd verspreid: ?Pand NOS in Hilversum wordt ontruimd. Man met pistool zou zendtijd eisen (bron: NOS).? Tot het moment waarop Tarik Z. werd overmeesterd is dit bericht 2.628 keer gedeeld (Jong & D?ckers, 2016).

[slideshare id=76811611&doc=presentatielogeiondag-wouterjong-170609215531]

Rond 20.20 uur werd via tweets van wederom enkele NOS medewerkers duidelijk dat de gijzelnemer was overmeesterd. (Bron: Hoe de media verslag deden van een media-gijzeling, NRC Handelsblad, 30 januari 2015). Twintig minuten later verscheen een eerste afbeelding van de brief die Tarik Z. bij zich had. Om 20.45 uur meldde politiek verslaggever Dominique van der Heyde in een tweet dat er binnen enkele minuten een journaaluitzending over de ?kortstondige gijzeling? zou volgen (bron). Daarmee was uit het berichtenverkeer op Twitter in feite binnen drie kwartier de aard en afloop van het incident bekend.

Twitteranalyses
Van de Wijngaert (2015) en Jong & D?ckers (2016) hebben ? vanuit een eigen invalshoek ? de Twitterberichten over het NOS-incident geanalyseerd. Uit beide analyses bleek dat van alle tweets die op donderdagavond 29 januari 2015 vanaf 20.00 uur over het incident zijn verstuurd, twee derde een retweet was. In haar twitteranalyse geeft Van de Wijngaert op een heldere wijze weer hoe de thema?s van de berichten gedurende de avond veranderden en wie de prominente auteurs in het twitternetwerk waren. Jong & D?ckers besteedden specifiek aandacht aan zowel het ontstaan als de correctie van een tweetal geruchten die op Twitter rondgingen, namelijk dat ook bij de Belgische VRT sprake zou zijn van een gijzeling en dat de ouders van Tarik Z. bij de vliegramp MH17 zouden zijn omgekomen.

Onderzoek: twitteraars ontkrachten onjuiste geruchten razendsnel

[slideshare id=51556135&doc=gewapendemaneistzendtijdresultaten-150812182023-lva1-app6892]

Een deel van het (twitterende) publiek was dus al op de hoogte waarom er die avond geen achtuurjournaal was, hoewel de NOS daarover zelf nog geen mededeling had gedaan. In de live-uitzendingen op RTL-4 en op NPO Radio 1 en op verschillende nieuwssites (o.a. Nu.nl en de Volkskrant) werd vanaf ongeveer 20.20 uur van de ontwikkelingen in Hilversum verslag gedaan.

Al snel werd de Facebook pagina van Tarik gedeeld met een opvallende voorpagina foto:

Twitter864f65e

Na de arrestatie van Tarik Z. wilden ook de medewerkers van de NOS en de NPO direct weer aan de slag. Zij konden echter op dat moment niet in het NOS-gebouw terecht, omdat dit door de politie werd ontruimd om de aanwezigheid van explosieven uit te sluiten. Dat dit een vertragende factor was in de nieuwsvoorziening was zeker niet voor iedereen duidelijk, zo bleek uit de kritieken die de NOS te verduren kreeg.37 Om zo snel mogelijk weer ?op zender? te zijn, moest worden uitgeweken naar een ander gebouw van de NPO. Vandaaruit werd getracht een verbinding met de studio in Den Haag tot stand te brengen. Onderwijl had de NOS-redactie in Den Haag van de beelden die in studio 10 waren opgenomen een filmpje van de gijzeling samengesteld. Tijdens de extra journaaluitzending (die vanaf 21.05 uur kon aanvangen) werd dit aan het brede publiek getoond. Bij aanvang van die uitzending hadden bijna drie miljoen mensen hun tv (weer) op NPO1 afgestemd (zie figuur 2.1).

Wie geeft duiding?
Een kwestie die eveneens uit de casus naar voren kwam, is dat het niet altijd even duidelijk is wie nu, in een casus als deze, de leiding heeft en zich tot het publiek zou moeten richten. Welke autoriteit is bestuurlijk verantwoordelijk en zou naar buiten moeten treden om burgers te informeren en de gebeurtenis te duiden?

De lokale bestuurder?
De burgemeester heeft op grond van de Wet veiligheidsregio?s (Wvr) bij lokale rampen en crises een centrale rol. Hij is in die gevallen bestuurlijk verantwoordelijk voor de inzet van de brandweer, de ambulancevoorziening en de politie (voor zover het de handhaving van de openbare orde en veiligheid betreft). Ook dient hij ervoor te zorgen dat ?de bevolking informatie wordt verschaft over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van een ramp of crisis die de gemeente bedreigt of treft? (art. 7, lid 1 Wvr). De burgemeester stemt zijn informatievoorziening af met de informatievoorziening door of onder verantwoordelijkheid van de bij de ramp of crisis betrokken ministers (art. 7, lid 3 Wvr).

Uitgaande van deze wettelijke bepalingen was het begrijpelijk dat burgemeester Broertjes van Hilversum, na de melding dat er op het Mediapark sprake was van een ernstig voorval, zijn verantwoordelijkheid nam. In plaats van direct naar het gemeentehuis te gaan, besloot hij om eerst ter plaatse poolshoogte te gaan nemen. Buiten in de kou stonden enkele tientallen medewerkers van de NOS en de NPO die mogelijk opvang en zorg nodig hadden; iets waarin overigens ook spontaan door collega?s van RTL werd voorzien.

In het evaluatierapport dat door Crisislab is opgesteld, krijgt burgemeester Broertjes het compliment dat hij, door naar het Mediapark te gaan, al binnen ??n uur na de melding in staat was de bevolking over het incident te informeren (zie Scholtens et al., 2015, p. 26). Om 20.25 uur wist hij te melden dat iemand in het NOS-gebouw zendtijd eiste. Of deze persoon gewapend was, kon de burgemeester nog niet zeggen. Hierbij zij opgemerkt dat er op dat moment nog geen cameraploegen aanwezig waren, waardoor de burgemeester slechts de schrijvende pers (ook van weblogs) te woord kon staan. Desondanks, zo stellen Scholtens et al., voldeed de burgemeester aan de ?richtlijn? die het Veiligheidsberaad heeft vastgesteld. Deze richtlijn luidt (Bron: Bevolkingszorg op orde 2.0, p. 45.):

?Binnen een uur komt de gemeente of burgemeester (het boegbeeld: ?het gezicht van de overheid?) met een proportionele reactie, die rekening houdt met de lokale impact en de vragen die onder de bevolking leven (?).?

Hoewel burgemeester Broertjes aan deze richtlijn zou hebben voldaan, is het te eenvoudig om te veronderstellen dat in dit geval de lokale bestuurder de meest aangewezen persoon voor de crisiscommunicatie was. Dat de burgemeester van Hilversum, later ook op de persconferentie, in de woordvoering een centrale positie innam, lag geenszins voor de hand. Er waren bij de gijzeling geen slachtoffers gevallen, hetgeen een prominente rol van de burgemeester zou hebben gerechtvaardigd. Verder heeft de richtlijn waar Scholtens et al. aan refereren specifiek betrekking op situaties met een ?lokale? impact, terwijl in dit geval de impact veel breder was en vooral ook buiten Hilversum werd ervaren.

De hoofdofficier van justitie?
Al uit de eerste melding die bij de meldkamer binnenkwam, kon worden opgemaakt dat het niet ging om een lokale calamiteit (als een gezinsdrama of een brand); er werd met spoed om de politie gevraagd, omdat er ?een gijzeling gaande was in het NOS-gebouw?. Er was daarmee sprake van een strafrechtelijk incident en in dat geval heeft ook de strafrechtsketen (de hoofdofficier van justitie, het college van Procureurs-Generaal en de minister van VenJ) een rol. Daarbij kwam dat ? zoals Tarik Z. in zijn brief had aangegeven ? rekening moest worden gehouden met de aanwezigheid van explosieven. In deze casus zou daarom het ?Stelsel bewaken en beveiligen? van toepassing kunnen worden geacht. Dit is het geheel van regelgeving en werkafspraken die tot doel hebben (terroristische) aanslagen te voorkomen. Een uitgangspunt van het stelsel is dat ?de ernst van de dreiging? en in het bijzonder ?het effect en de aard van de verwachte gebeurtenis? bepalend zijn voor de vraag of het primaat bij hetzij de burgemeester hetzij de hoofdofficier van justitie ligt. (Bron: paragraaf 4.2 van de Circulaire bewaking en beveiliging personen, objecten en diensten 2015).?De burgemeester is (op grond van zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid) verantwoordelijk voor de bewaking en beveiliging van objecten en diensten. Zo ging de discussie na afloop vooral over de vraag hoe het kon dat Tarik Z. zich toegang tot het NOS-gebouw had verschaft. Is er echter sprake van ?een concrete dreiging waarbij beveiligingsmaatregelen worden genomen ter voorkoming van strafbare feiten? (zoals in dit geval de ontruiming van het NOS-gebouw vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieven), dan is de hoofdofficier van justitie primair verantwoordelijk.

Langs deze lijn bezien lag het gezag in deze casus dus primair bij de strafrechtsketen. Het zou daarom logisch zijn geweest als niet de burgemeester, maar de hoofdofficier van justitie de persconferentie had geleid. Ook in andere strafrechtelijke casus waarbij sprake was van maatschappelijke onrust, zoals na de arrestatie van de moordenaar van Marianne Vaatstra (2013) en de fatale overval in Deurne (2014), was het vanzelfsprekend dat de hoofdofficier van justitie de centrale positie achter de perstafel innam. Natuurlijk kan daartegenin worden gebracht dat het OM in die casus het voortouw nam, omdat over de (voorlopige) uitkomst van het opsporingsonderzoek iets kon worden gemeld. Op het moment waarop in Hilversum de persconferentie plaatsvond, was weliswaar de dader al gearresteerd, maar het onderzoek naar de toedracht van zijn handelen nog in volle gang. Hoofdofficier Bac was om die reden terughoudend. In het belang van het opsporingsonderzoek konden alleen de leeftijd en woonplaats van de dader worden gemeld. Een duiding van de gebeurtenis (bijvoorbeeld in termen als ?Dit is geen Charlie Hebdo?) bleef achterwege en was misschien ook wel te veel gevraagd.

Toch kwam de persconferentie die om 22.38 uur op het stadhuis in Hilversum aanving een beetje als mosterd na de maaltijd. In de twee uren voorafgaand had menigeen, hetzij via RTL Nieuws, Radio 1, Hart van Nederland of Twitter, al van het incident en de afloop ervan kunnen vernemen. Ook de NOS had inmiddels in een extra journaaluitzending al uitgebreid verslag van de gijzeling gedaan en meerdere keren het filmpje getoond waarop te zien was hoe Tarik Z. was overmeesterd. Nederland haalde weer opgelucht adem. Het beeld van een terrorist was al genuanceerd tot ?een verward persoon?. Een bevestiging van de hoofdofficier van justitie dat ?het gevaar? was geweken, was op zijn plaats geweest of er zou daarover bij het OM nog gerede twijfel moeten hebben bestaan. Als dat het geval was, dan had van de autoriteiten wel wat meer informatie ? en betekenisgeving (zoals dat zo mooi in de boekjes heet) ? mogen worden verwacht. De vraag is wie dan degene zou kunnen zijn die iets over de aard en omvang van de dreiging had kunnen zeggen?

De voorzitter van de veiligheidsregio of de regioburgemeester?
Aangezien de actie van Tarik Z. een incident was van meer dan plaatselijke betekenis, waarover de hoofdofficier van justitie nog geen verdere uitspraken kon doen, zou het te overwegen zijn geweest om de publiekscommunicatie over te laten aan een bestuurder op regionaal niveau; hetzij de voorzitter van de veiligheidsregio of de regioburgemeester.

Hoewel bij een (dreigende) aanslag de strafrechtsketen formeel de leiding heeft, betekent een aanslag per definitie een verstoring van de openbare orde en veiligheid. Ook de algemene keten heeft daarom in die situaties een rol. Op grond van de Wet veiligheidsregio?s is ?in het geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis? (of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan), de voorzitter van de veiligheidsregio bestuurlijk verantwoordelijk voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Daaronder zij inbegrepen de informatievoorziening aan de bevolking over de oorsprong, omvang en de gevolgen van de gebeurtenis. In situaties waarin sprake is van een (dreigende) aanslag zou dus de woordvoering c.q. duiding van de situatie kunnen worden overgelaten aan de voorzitter van de veiligheidsregio waar de (dreigende) aanslag plaatsheeft. In deze casus zou dan burgemeester Broertjes niet als lokale bestuurder hebben opgetreden, maar als voorzitter van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (wat feitelijk niet het geval is geweest).

Een andere optie zou kunnen zijn om in dit soort situaties de regioburgemeester de gebeurtenissen te laten duiden. De regioburge meester is een relatief ?nieuwe speler? in het veld die in bepaalde gevallen een rol heeft of kan vervullen. Sinds de invoering van de nieuwe Politiewet (1 januari 2013) kennen we tien politie-eenheden, waarbij voor elke politie-eenheid een regioburgemeester is aangewezen die regelmatig overleg heeft met de hoofdofficier van justitie en de politie chef over zaken die de inzet van de politie betreffen. Hoewel het overleg in de zogenoemde ?regionale driehoek? voornamelijk over beheerszaken gaat, kan het niet anders dan dat de regioburgemeester in die functie beter dan andere burgemeesters op de hoogte raakt van ontwikkelingen op strafrechtelijk terrein. Mede om die reden zou juist in strafrechtelijke casus die een landelijke impact hebben, maar in ernst niet direct noodzaken tot opschaling naar nationaal niveau, de regioburgemeester de rol van ?duider? kunnen vervullen. In deze casus had dan de burgemeester van Utrecht (als regioburgemeester van de politie-eenheid Utrecht-Flevoland) tijdens de persconferentie naast de hoofdofficier van justitie gezeten en een duiding van de situatie kunnen geven.

De minister van Veiligheid en Justitie?
Zoals gezegd gingen de gedachten aanvankelijk uit naar een terroristische actie. Als daar werkelijk sprake van zou zijn geweest, dan was onmiskenbaar de strafrechtsketen ?in charge?. Bij (dreiging van) een terroristische aanslag zou bovendien bij voorbaat opschaling plaatsvinden van de informatievoorziening en het mediabeleid. (Bron: Bestuurlijke Netwerkkaart Terrorisme, p. 1).?Het is in dat soort situaties aan de minister van VenJ (of de minister-president) om de gebeur tenis(sen) te duiden. Vooral de aanvankelijke onwetendheid (?Is hier sprake van een terroristische aanslag??), die breed (onder televisiekijkend Nederland) werd gedeeld, maakte dat ? zeker als de situatie langer had voortgeduurd ? de minister van VenJ primair verantwoordelijk
zou zijn geweest voor de crisiscommunicatie.

[slideshare id=76811524&doc=systeemevaluatienos-incident-170609215022&type=d]

Tot slot
Premier Rutte verklaarde achteraf dat in dit geval de Nationaal Co?rdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) al vrij snel had geconcludeerd dat het een aangelegenheid voor de lokale driehoek betrof, maar dat desalniettemin het incident een ?hele grote landelijke impact? had (Bron).De gevolgen van de gijzelingsactie bleven gelukkig beperkt, maar het is niet moeilijk allerlei varianten te bedenken die de casus hadden kunnen compliceren. Enkele varianten zouden kunnen zijn geweest:
? De dader is gewapend en schiet ??n of enkele personen neer en weet te ontkomen.
? Er zijn meerdere terroristen die het NOS-gebouw weten binnen te dringen en mogelijk over explosieven beschikken.
? De gijzeling doet zich bij een regionale omroep voor (bijvoorbeeld TV-Rijnmond of AT5 in Amsterdam).
? Door minder handig optreden van de NOS worden beelden van de gijzeling, de verklaring van de gijzelnemer(s) en mogelijk zelfs een beschieting rechtstreeks uitgezonden.
? Vrijwel gelijktijdig of kort erna is er ook een gewapende inval in de studio van Omroep Brabant (of elders in Nederland of Europa).
? Na korte tijd vindt er op Schiphol (of elders) een hevige explosie plaats.

In elk van deze situaties zou steeds opnieuw de vraag gesteld moeten worden wie in dat specifieke geval de leiding behoort te nemen en de situatie dient te duiden. Met andere woorden: van wie mag worden verwacht op televisie te verschijnen? Het zal duidelijk zijn dat de situatie al naargelang de ernst van het scenario (de mate van dreiging, de plaats waar het incident zich voltrekt, de mate waarin burgers van de situatie op de hoogte zijn, enzovoort) anders zal worden beleefd en dus ook een andere aansturing vergt. Bij (mogelijke) terroristische acties verwachten we niet dat een burgemeester van een kleine gemeente op televisie verschijnt, maar dat op zijn minst een hoofdofficier van justitie of de minister van VenJ uitleg geeft. Bij een casus met een daadwerkelijke schutter of meerdere daders die nog niet allemaal opgepakt zijn, zal het justiti?le aspect een veel grotere betekenis krijgen. Als echter de situatie zich in Amsterdam of Den Haag zou voordoen, zullen we ook weer niet vreemd opkijken als burgemeester Van der Laan of burgemeester Van Aartsen ? die mede vanwege hun voormalig ministerschap landelijke bekendheid genieten ? op de voorgrond zou treden. Het is ten slotte goed denkbaar ? en misschien soms zelfs wel verstandig ? dat degene die naar buiten toe de situatie duidt en als de ?gezaghebbende autoriteit? opereert, achter de schermen een beperkter rol heeft. Er hoeft geen volledige congruentie te bestaan tussen ?de duider? en ?de beslisser?.

In deze casus werd de woordvoering gedaan door burgemeester Broertjes van Hilversum. Achteraf kan echter de vraag worden gesteld of het primaat van de crisiscommunicatie in dit geval wel bij de lokale bestuurder lag. Uit de evaluatie van Crisislab blijkt dat de Hilversumse driehoek niet heeft onderkend dat afgewogen had moeten worden of er een landelijke dreiging bestond (zie Scholtens et al., 2015, p. 34). Dat is opmerkelijk, ook omdat NOS-hoofdredacteur Gerlauff daarmee wel rekening hield en direct de minister-president over de situatie bij de NOS liet informeren. Hij zei hierover achteraf:

?Het was mij onmiddellijk helder dat dit een heel groot nieuwsfeit betrof, en het leek mij belangrijk dat het kabinet direct hoorde wat er bij de publieke omroep aan de hand was.? (Bron)

Als inderdaad van een landelijke dreiging sprake zou zijn geweest, dan had naar nationaal niveau opgeschaald moeten worden. Een gijzeling of terroristische actie kan daarnaast natuurlijk ook reden zijn voor opschaling op lokaal niveau om bijvoorbeeld de hulpverlening en eventuele effecten voor de openbare orde en veiligheid in goede banen te leiden, maar dat maakt niet automatisch de lokale bestuurder ?het boegbeeld? van de samenleving.

[slideshare id=76811554&doc=coteindrapportagelessenonderzoekveiligheidsincidentnosnpo-170609215156&type=d]

Afronding
Het bericht dat in het NOS-gebouw een gijzeling gaande was, zette twee simultane processen in gang die beide als doel hadden het publiek te informeren over wat er in Hilversum aan de hand was.
Ten eerste trachtten de NPO en de NOS de nieuwsvoorziening via NPO1 weer zo snel mogelijk te hervatten. Over de inspanningsverplichting waaraan de NPO zou moeten voldoen, bestond in de dagen na het incident enige onduidelijkheid (zie Kaptein, 2015, p. 10). Volgens sommigen zou NPO1 te allen tijde als rampenzender moeten kunnen fungeren. Die suggestie werd mede gewekt door de reactie van minister Opstelten van VenJ (?publieke omroep mag niet op zwart gaan?, bron) op de dag na het incident, maar dit betreft echter een misverstand. Weliswaar kan de minister-president op grond van de Mediawet in buitengewone omstandigheden van de publieke omroep zendtijd en faciliteiten vorderen, maar de nationale publieke omroep heeft niet de verplichting om als rampenzender te fungeren. Die taak is neergelegd bij de regionale omroepen.(Sinds 1991 fungeren de radiozenders van regionale omroepen als calamiteitenzender, hetgeen betekent dat deze zenders bij een ramp of calamiteit direct gebruikt moeten kunnen worden voor mededelingen van het bevoegd gezag).

Terwijl bij de NOS de nieuwsvoorziening weer opgang kwam, kwam in Hilversum de lokale driehoek bijeen. Daarnaast vond in Den Haag overleg plaats tussen de NCTV, de minister van VenJ en de minister-president. De crisisstructuren werden zogezegd in werking gesteld. In Hilversum bleek het overleg in de driehoek lastig samen te gaan met opschaling volgens de GRIP-methodiek; een knelpunt dat zich wel vaker voordoet bij incidenten met een duidelijke strafrechtelijke component. Politie en OM zijn in dergelijke situaties weinig bereid om informatie over het opsporingsonderzoek met anderen dan de burgemeester te delen. Toch zal de burgemeester ook in staat moeten worden gesteld zijn verantwoordelijkheid in de crisisbeheersing te nemen. Het is dan zoeken naar een passende modus waarin een driehoeksoverleg samengaat met een multidisciplinair beleidsteam. In de Handreiking aanpak van radicalisering en terrorismebestrijding op lokaal niveau geeft de NCTV aan dat er bij een terroristische aanslag voor gekozen kan worden de lokale driehoek en het beleidsteam (deels) te integreren:

?Op die manier kunnen de belangen van hulpverlening, openbare orde en opsporing goed op elkaar worden afgestemd. Door de regio naal geneeskundig commandant en de regionaal commandant brandweer te betrekken bij de besluitvorming, kunnen zij de noodzakelijke maatregelen treffen, zoals het gereedstellen van ambulances, het voorbereiden van ziekenhuizen, en mankracht beschikbaar houden voor hulpverlening.? (NCTV, 2014, p. 55)

Bij incidenten met een duidelijke strafrechtelijke component kan het dus beter zijn om ? in plaats van een heel team ter ondersteuning van de burgemeester in te richten ? de driehoek uit te breiden met een of enkele adviseurs die voor de burgemeester relevant zijn en bij het OM en de politie het vertrouwen mogen genieten om met gevoelige informatie om te gaan.

Ten slotte heeft het weinig zin om naar aanleiding van een enkele casus regels en structuren aan te passen. Diegenen die eerdere publicaties van ons ? in bijvoorbeeld deze reeks ? gelezen hebben, weten dat wij daar geen voorstander van zijn. Vandaar dat wij hier geen andersoortige invulling van de besluitvormingsstructuur voorstellen. Wel denken wij dat het goed is als ? bijvoorbeeld binnen de veiligheidsregio?s en/of politie-eenheden ? geagendeerd wordt hoe bij een (dreigende) terroristische aanslag de externe communicatie en voorlichting ter hand te nemen? Het kan geen kwaad deze discussie vooraf eens expliciet met elkaar te voeren. Wie regisseert? Is er een rol voor de regioburgemeester weggelegd? Wanneer stapt de hoofdofficier van justitie naar voren? Zeer waarschijnlijk zal in een onverhoopt geval ?naar bevind van zaken? gehandeld (moeten) worden. Dat laat echter onverlet dat een discussie over dit thema het handelen wel degelijk kan versterken.

Zelfcorrigerend vermogen

Uit de twitter-analyse komen twee zaken naar voren:

  • Een echo-effect, wat betekent dat tweets met oud en achterhaald nieuws van Nu.nl nog steeds worden geretweet en blijven na-ijlen, ook als Nu.nl zelf inmiddels met een update van het nieuws is gekomen.
  • Daarnaast een?zelfcorrigerende vermogen van twitter. Op de avond van de gijzeling ontstonden namelijk twee hardnekkige geruchten. Allereerst dat er ook bij het VRT nieuws iets vergelijkbaars gaande was. Daarnaast werd later op de avond beweerd dat de ouders van de dader zouden zijn omgekomen bij de MH17 ramp. Twitteraars wisten deze twee geruchten te ontkrachten, door de geruchten online en in gezamenlijkheid te fact-checken.

Onderzoek: twitteraars ontkrachten onjuiste geruchten razendsnel

Bij grote, onverwachte gebeurtenissen ontkracht de onlinegemeenschap op Twitter razendsnel geruchten die niet blijken te kloppen. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit Tilburg. De onderzoekers analyseerden het Twittergedrag op 29 januari 2015, toen een man de NOS-studio binnendrong, personeel gijzelde en zendtijd eiste. De studie biedt tegenwicht aan het idee dat misinformatie zich ongestoord kan verspreiden op sociale media.

Onderzoekers Wouter Jong en Michel D?ckers verzamelden bijna zestigduizend tweets over de gijzeling die in de uren tijdens en na de het incident circuleerden op Twitter. Deze werden aan de hand van steekwoorden geselecteerd en geanalyseerd op inhoud. Zo konden zij in kaart brengen hoe informatie zich tijdens zo’n crisissituatie via het medium verspreidt.

Daarnaast onderzochten zij ook de ontwikkeling van twee specifieke geruchten die tijdens het twitteren waren ontstaan. De gijzelaar zou zijn ouders zijn verloren bij de vliegramp MH17 waarbij op 17 juli 2014 298 mensen om het leven kwamen en er zou tegelijkertijd ook een gijzeling van het Vlaamse journaal plaatsvinden.

Verspreiding of kritiek?

“Factchecking lijkt wel een spelletje geworden – een wedstrijd wie als eerste overtuigend bewijs kan leveren” -?Onderzoeker Wouter Jong

Tweets gerelateerd aan deze geruchten werden ingedeeld naar of ze het gerucht verspreidden of juist bekritiseerden. Aan de hand hiervan kon worden vastgesteld hoe de geruchten zich over tijd ontwikkelden. ‘Zodra een gerucht ontstaat, gaan andere twittergebruikers aan de slag met het checken van de feiten’, schrijven de onderzoekers. Neem het verhaal dat indringers ook in Belgi? het journaal gijzelden. Twitteraars ontkrachtten dat al snel toen bleek dat de foto van het testbeeld die rondging niet authentiek was. ‘Samen reconstrueren ze het verhaal’, aldus Jong. ‘Factchecking lijkt wel een spelletje geworden – een wedstrijd wie als eerste overtuigend bewijs kan leveren.’

Kunnen we altijd vertrouwen op dit zelfcorrigerend mechanisme? Dat is niet zeker. Jong: ‘Dit onderzoek zou je opnieuw moeten uitvoeren voor andere situaties. Zo is de sociale dynamiek waarschijnlijk anders op Facebook, omdat informatie daar minder openbaar wordt gedeeld.’

Peter Burger, mediaonderzoeker in Leiden en niet betrokken bij de Tilburgse studie , is het daarmee eens: ‘Tragere crises, zoals met het Zika-virus ontspinnen zich over langere perioden, waarbij allerlei ingewikkelde complottheorie?n opduiken. Die hebben tijd nodig zich te ontwikkelen.’

Mogelijk is het zelfcorrigerend vermogen ook afhankelijk van het type gerucht. ‘Sommige informatie is gewoon moeilijker te checken’, legt Jong uit. ‘Dat zien we terug in onze studie. Het gerucht dat de ouders van de gijzelaar bij de vliegramp zouden zijn omgekomen, begon pas na twee uur te vervagen. Het duurde even voordat twitteraars toegang vonden tot informatie om een gerucht van zo persoonlijke aard te ontkrachten.’

Bronnen: IFV,?Volkskrant,?Human, LinkedIn?(2), Elsevier, Burgemeesters.nl

Project X Haren “re?nie”

jurist-verstandig-dat-haren-een-noodbevel-afkondigde

De gemeente Haren stelde van te voren wel een noodbevel in vanwege de ‘Project X-re?nie’.?Daardoor kan de politie controles houden op de toegangswegen naar Haren en mensen op basis van een samenscholingsverbod wegsturen. In sommige gevallen worden boetes uitgedeeld.?Volgens jurist Adriaan Wierenga had de burgemeester van Haren voldoende redenen om het bevel in te zetten. ‘Een noodbevel kan al worden ingezet bij de vrees voor ernstige ongeregeldheden. Gezien de gebeurtenissen van vier jaar geleden in Haren, was de vrees terecht. Het ging hier niet om een betoging’, aldus Wierenga.

Het is woensdag vier jaar geleden dat er ernstige rellen uitbraken na een oproep op Facebook. Ter gelegenheid daarvan is een nieuwe Facebookpagina aangemaakt, waar ruim 21.000 mensen aan hebben gegeven woensdagavond naar Haren te komen.

Pagina verwijderen?
De gemeente heeft nog geprobeerd om de Facebookpagina te laten verwijderen. Maar volgens burgemeester Pieter van Veen heeft Facebook dat geweigerd: ‘Ze vonden eventuele gevolgen voor de openbare orde niet zwaarwegend genoeg’, zegt hij dinsdag. Hij ging er niet van uit dat er opnieuw Facebook-rellen uitbreken in het dorp.

Het bleef rustig

‘Ik heb geen moment gedacht dat het mis zou gaan’, zegt burgemeester Pieter van Veen van Haren woensdagavond. Het is rustig gebleven tijdens de ‘Project X-re?nie’ in het dorp.
Enkele honderden jongeren die kwamen, zijn door de politie weggestuurd. Verder zijn er geen vernielingen gepleegd.
(Foto: RTV Noord / Martin Drent)

ME’ers
Volgens Van Veen hadden gemeente en politie voldoende maatregelen getroffen en zijn alle scenario’s doorgesproken. Drie ME-teams waren opgeroepen. Verder gold er een samenscholingsverbod en al het verkeer dat naar Haren wilde, werd gecontroleerd.

Op de stations van Zwolle en Amersfoort zijn jongeren met kratjes bier gesignaleerd die naar Haren wilden. Zij mochten daar niet uitstappen, maar moesten doorrijden naar het Hoofdstation in Groningen.

Niet grimmig
‘Het is geen enkel moment grimmig geweest’, zegt de burgemeester. Wel is er iemand gearresteerd. Van Veen weet niet of het om een inbreker ging of een de deelnemers aan de ‘re?nie’.

Familie
In aanloop naar woensdagavond is contact geweest met de familie van het meisje, dat de aanleiding vormde voor het originele Project X in Haren. Zij had destijds een uitnodiging op Facebook gezet die werd gekaapt. De familie is op de hoogte gebracht van de maatregelen die woensdagavond zijn getroffen.

Live blog

Bronnen: Dagblad van het Noorden, RTV Noord

Aanslagen van deze zomer en de rol van social media

machete

Als al die aanslagen, schietpartijen en massamoorden van de laatste tijd iets gemeen hebben, dan is het wel dat er in social media ongelooflijk veel te vinden was over daders en slachtoffers.

Het blijft fascinerend te zien hoe op Twitter, Facebook en ?andere netwerken van alles rondgaat: foto?s, filmpjes ? niets blijft geheim. Of het allemaal klopt, is iets anders maar feit is wel dat we bij alles kunnen ?meekijken?. En dus zien we, bijvoorbeeld via Twitter, zowel de Syrische?asielzoeker die in Reutlingen een vrouw neerstak, als de machete?waarmee hij dat deed.

Two selfies have been released to French tv from prosecutors in Paris. Nice attack

Two selfies have been released to French tv from prosecutors in Paris, taken from the same lorry as the Nice attack.

En we?lezen op zijn Facebookpagina dat Mohamed Bouhlel, die met een vrachtwagen in Nice meer dan tachtig mensen doodde, IS-aanhanger werd, naar onthoofdingsfilmpjes keek, online zocht naar informatie over andere aanslagen en al sinds een jaar bezig was met zijn terreurdaad.

Munich-Facebook-post-main

Door internetdata?weten we ook (vrijwel) alles over Ali David Sonboly die in M?nchen negen mensen doodde bij een McDonald’s. Dat hij werd gepest op school, zich uitleefde in gewelddadige videospelletjes en ?n die games veel chatte over eerdere schietpartijen. Dat hij andere?school shooters?verheerlijkte, online informatie zocht over Breivik ?n dat hij ?op een donkere afdeling van het internet? de Glock-17?wist te kopen waarmee hij zijn actie uitvoerde. En dat hij zijn slachtoffers naar de McDonald’s lokte via Facebook: onder het alias ?Selina Akim? plaatste Sonboly het bericht dat daar gratis eten werd uitgedeeld. ?Kommt heute um 16 Uhr Meggi am OEZ ich spendiere euch was wenn ihr wollt?.

gavin-long-gun

Maar we weten ook veel over Gavin Long, de ex-marinier die in Baton Rouge, VS drie agenten doodschoot. Op sociale media schreef?Long dat ?terugvechten de enige manier is om een bullebak te stoppen?, dat hij al maandenlang boos was over de discriminatie van zwarte Amerikanen en dat hij zich online presenteerde als ?spiritueel adviseur?. Dat hij onder het alias Cosmo Setepenra allerlei filmpjes online zette waarin hij zich onder meer Arabieren en Indi?rs die ?geen fuck? zouden geven om het lot van zwarte Amerikanen. En weten we dat een van de door Long gedode agenten, Montrell Jackson, vlak voor zijn dood op Facebook schreef dat hij moe en teleurgesteld was als hij aan het werk was.

Ondertussen waarschuwde de politie van M?nchen iedereen toch vooral te stoppen met het online verspreiden van beelden van slachtoffers. ?Stop daar mee?, in hoofdletters, in twee talen. De tweet was vooral gericht aan de omstanders die op die bewuste vrijdagavond ?gretig en direct? foto?s en video?s verstuurden vanaf de plaats delict. Het korps adviseerde deze beelden te uploaden naar een speciale politiesite.

De actie was voor hoogleraar Henri Beunders (Erasmus Universiteit) aanleiding te pleiten voor een verbod op het direct openbaar uploaden van zulke beelden. ?Toen de Charlie Hebdo-schutters uit Parijs en hun medeplichtige in de joodse supermarkt waren omsingeld, konden ze via internet precies zien wat de politie op dat moment aan het doen was?, zegt Beunders die opmerkt dat ?we? nog steeds niet goed gewend zijn aan wat we wel en niet online moeten zetten. ?Het uploaden van sommige beelden is gewoon veel gevaarlijker dan men denkt?.

steiger

Ook privacy speelt hier een rol.?Iets langer geleden zagen we ook al hoe een verwarde man van het dak van een brandend pand in Amsterdam afsprong en verscheen er vorige week nog een video waarin iemand vanaf een (ander) dak ruziet met een omwonende. ?Het online zetten van die video geeft een beeld van de dader, maar de dader weet dan ook dat de politie weet waar hij is?. Volgens Beunders moet het OM een proefproces gaan voeren. ?Dat klinkt misschien hard, maar het zijn ook barre tijden?.

Bronnen:?CopsinCyberspace, AD

Moordenaar in maak vrij: televisie en internet als aanvulling van rechtspraak?

0812-brendan-dassey-making-a-murderer-3

Brendan Dassey, een van de veroordeelden in de moordzaak?25-jarige?Teresa Halbach, komt binnen 90 dagen (waarin het OM nog hoger beroep kan aantekenen) weer op vrije voet.?Dat heeft een rechtbank in de Amerikaanse staat Wisconsin bepaald.?Brendan is de?neef van de hoofdverdachte Steven Avery uit de documentaire-serie?Making a Murderer.?Brendan,?die toen 16 was, werd tot levenslang?veroordeeld vanwege medeplichtigheid aan de moord en zou de vrouw?samen met zijn oom hebben verkracht en gedood. ?Op de autosloperij?van zijn oom in het district Manitowoc had de politie de verbrande stoffelijke resten van het slachtoffer teruggevonden.

Bekentenis ongeldig verklaard

De zwakbegaafde Brendan Dassey had de moord aanvankelijk bekend, maar is volgens de rechter door de politie misleid doordat hij de verzekering had gekregen dat hij bij een bekentenis geen straf zou krijgen.?Dassey herriep zijn bekentenis tijdens zijn proces, maar werd desondanks in 2007 door een rechtbank in Wisconsin tot levenslang veroordeeld.

“De ondervragers maakten de?valse belofte dat Dassey zich geen zorgen hoefde te maken”, stelt de rechter. “Als je daarbij optelt dat hij minderjarig was?en verstandelijk beperkt is, kun je zijn bekentenis niet gebruiken.”

864x486 (3)

Zijn advocaat reageerde op Twitter:

Brendan en zijn oom hebben via internet massa’s fans waarvan een deel ook regelmatig brieven schreven. De zaak heeft veel commotie veroorzaakt en wordt er wordt in allerlei contexten weer naar verwezen. Er zijn zelfs diverse memes populair, gebaseerd op momenten uit de documentaire, zoals het moment van de bekentenis zelf:

Memes

Na het nieuws van de vrijlating barstten de emoties op social media hevig los en werd een andere bekende meme uit de kast getrokken:

Moordenaar(s) in de maak

De bekentenis die leidde tot zijn veroordeling?wordt onvrijwillig genoemd en daar zal de populariteit van de?serie zeker bij geholpen hebben.?Maar heeft dit ook gevolgen?voor de?hoofdverdachte in deze geruchtmakende zaak,?Steven Avery?

Zowel Dassey als zijn oom Steven Avery werden in 2007?veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor de moord op Teresa Halbach. Zij verdween nadat zij op de autosloperij van de Avery-familie was geweest om foto’s te maken van enkele auto’s.?De serie van Netflix uit december 2015?over de moordzaak deed veel stof opwaaien. In de documentaire wordt de legitimiteit van beide veroordelingen in twijfel getrokken.

Maar heeft dit ook gevolgen?voor de?hoofdverdachte in deze geruchtmakende zaak,?Steven Avery??De zaak loopt nog volop, want Steven Avery?heeft zich niet neergelegd bij zijn veroordeling. Hij is bezig met zijn hoger beroep, eind augustus beginnen de zittingen.

Op het eerste gezicht zal deze uitspraak?weinig gevolgen hebben voor Steven Avery, want?Dasseys bekentenis, waarin hij zei dat hij?medeplichtig was?aan de moord waar de zaak om draait,?werd niet gebruikt als bewijsmateriaal in de zaak tegen Avery.?Maar de bekentenis van Dassey kwam wel uitgebreid in de media tijdens het proces van Avery, waardoor de jury er van op de hoogte was.

Daarnaast werd de belangrijkste tijdlijn die gebruikt werd in de zaak?gebaseerd op de bekentenis van de toen 16-jarige jongen en dat kan wel iets betekenen voor Avery. “Eerder wees fysiek bewijs er al op dat de tijdlijn niet klopte en dat het niet gegaan was zoals Dassey zei dat het was gegaan”,?zei Avery’s oud-advocaat daarover. Een nieuwe tijdlijn van de dagen rondom de moord kan misschien Avery’s onschuld of schuld?aantonen.

Er zijn op internet inmiddels genoeg theorie?n te vinden, omdat duizenden mensen zich over de zaak gebogen hebben. Eerder blogden we hier al over de burgerrechercheurs online en hen die ter plaatse gingen. Onder andere de controversi?le theorie?die ervanuit gaat dat het dna?bloedspoor wellicht door de politie aangebracht zou zijn op plaats delict:

De?huidige advocaat van de hoofdverdachte hoopt dat?nu de neef vrijuit gaat?er?misschien strenger naar de rol van de politie wordt?gekeken in de rechtszaak. “Brendans zaak laat zien dat agenten een crimineel verhaal kunnen verzinnen. Stevens zaak gaat laten zien dat agenten ook bewijsmateriaal kunnen verzinnen.”

Maar de veroordeling van Dassey is?alleen gebaseerd op zijn bekentenis. Die van Avery niet. Een kogel met Halbachs dna werd in zijn garage gevonden. Haar auto werd op zijn terrein gevonden. Haar camera en telefoon werden verbrand op zijn terrein teruggevonden en volgens forensische experts zou het lichaam van Halbach in een vuur naast Avery’s huis zijn verbrand.

Dit bewijs was er niet tegen Dassey, dus de vrijlating van Dassey zal waarschijnlijk weinig invloed hebben op?Avery’s zaak.?Wel is volgens Avery’s huidige advocaat veel ander?nieuw bewijsmateriaal dat ervoor gaat zorgen dat hij vrij zal komen in de toekomst.

Avery heeft altijd betoogd dat hij er door de politie is ingeluisd. De nu 53-jarige Avery beschuldigde zijn voormalige advocaten, Dean Strang en Jerome Buting, er begin deze maand van dat zij prutswerk hadden afgeleverd.?’Als zij hun werk hadden gedaan, had ik hier nu niet gezeten’, zei hij in een geluidsopname vanuit de gevangenis. Avery zette hen na het uitkomen van de documentaireserie over de moordzaak aan de kant. Hij wordt nu bijgestaan door een nieuwe advocate, Kathleen Zellner, die eerder dit jaar meteen bij het Hooggerechtshof van Wisconsin beroep heeft aangetekend tegen zijn veroordeling.

Daarbij zal ze zich er waarschijnlijk op beroepen dat Avery’s advocaten zijn tekortgeschoten. Nu de rechter de veroordeling van Dassey heeft vernietigd, komt Avery er naar verwachting van Amerikaanse juristen ietsjes sterker voor te staan, aangezien de verklaringen van zijn neef wel een rol speelden in zijn zaak.

Vervolg op moordenaar in de maak

De makers van Making a Murderer zijn inmiddels bezig met een tweede seizoen van de documentaireserie, waarin dit nieuwe bewijsmateriaal ook zal worden besproken. Zij reageerden opgetogen op het nieuws over Dassey. “We blijven het verhaal volgen, iets?wat we al tien jaar lang doen. We volgen het waar het ons ook heen zal brengen”, zei het team in een verklaring. “Vandaag was een enorme ontwikkeling voor de personen in ons verhaal en dit recente nieuws laat het criminele rechtssysteem aan het werk zien.”

makin_bts_004_h

Bronnen: Mirror, NOS, Rolling Stone, CBC News, De Volkskrant