Tagarchief: Periscope

Getagd voor het leven

youve-been-tagged

Wat zou jij er van vinden als je tijdens je werkt wordt gefilmd? En waarbij je (niet zeker) weet of een deel van de video online komt. Verschillende professionals hebben dit al eens meegemaakt. En, het lijkt steeds vaker te gebeuren. Wat is het effect van het opnemen en online plaatsen van beelden van publieke handelingen op sociale media, voor publieke professionals en organisaties? Het eerste verkennende studie over dit thema, uitgevoerd door Stichting Impact met mijn medewerking staat nu online. Deze verkenning biedt voldoende stof om over door te praten en voldoende onderwerpen om verder te (laten) onderzoeken. .

Een intrigerende vraag uit dit?onderzoek is de vraag: waarom doen mensen dit? Helaas is er (nog) geen onderzoek gedaan onder de filmers en diegene die het materiaal online plaatsen. De verschillende professionals geven vier motieven waarom mensen mogelijk filmen (en al dan niet plaatsen):Als een video online verschijnt dan is het proces dat volgt redelijk ongrijpbaar. Als het binnen korte tijd vaak gedeeld of geliked wordt, en al dan niet door andere (sociale) media wordt opgepikt, dan kan een olievlek ontstaan. Het is lastig om op dat moment de verspreiding in te perken. Het is moeilijk om een filmpje volledig van het internet te verwijderen, wanneer het zo vaak wordt gedeeld. Organisaties worden bij vergaande verspreiding van (video)materiaal gedwongen om te reageren. Want: of het nu waar is of niet, als organisatie moet je wel reageren als het breed is verspreid. Al was het maar voor diegene die op de video negatief wordt neergezet.

  • het uiting geven aan onmacht en frustratie.
  • het be?nvloeden van het proces van de organisatie (dossiervorming).
  • sensatiezucht (inclusief persoonlijk gewin).
  • verveling.

Het is essentieel om deze motivaties te weten, zodat passende reacties zijn te geven. Aanvullend onderzoek op filmers en plaatsers is zeer zeker nodig.

Vanuit persoonlijke ervaring weet een van de onderzoekers Roy Johannink dat een opvallend filmpje miljoenen views kan genereren. Dit kan de plaatser ? wat niet de filmer hoeft te zijn ? ook een bron van inkomsten betekenen. Het wegnemen van deze bron van inkomsten maakt het voor sommige plaatsers, denk aan de treitervloggers, al een stuk minder interessant om (video)materiaal online te plaatsen. Want: als je er geen geld mee verdiend, waarom zou je het dan nog doen?

Maar aan de hand van welke criteria bepalen we of een video al dan niet negatief is. Wat is de rol van YouTube ?n Facebook? Beide kunnen natuurlijk de advertenties weglaten rondom de video?s. Ze kunnen plaatsers ook (tijdelijk) blokkeren. Maar ze gaan dan ook zelf advertentie-inkomsten mislopen van dergelijke succesvolle video?s.

Het is dus allemaal niet zo eenvoudig. De problematiek en de oplossing(en) zijn complex. Dat maakt dit eerste onderzoek inzichtelijk. Er moet wel nog wat veranderen, dat is duidelijk. Alleen wat dan? Suggesties voor vervolgonderzoek en oplossingen zijn zeer welkom, reageer hieronder of laat je idee achter bij Roy Johannink.

Het onderzoek is hier te vinden: Getagd voor het leven; een verkennende studie naar de effecten op professionals van het filmen en online plaatsen van (beeld)materiaal van professioneel handelen, Jurriaan Jacobs, MSc Merel van Herpen, MA Dr. Hans te Brake mmv Drs. Roy Johannink MCDm, Stichting Impact Diemen, december 2016.

of lees het hieronder:

[slideshare id=72267052&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-26-14871693771568867560-170217110954&type=d]

[slideshare id=78262205&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-170726072049&type=d]

Bronnen: RoyJohannink

Bedreiging Jumbo

Door:?Edith Leentvaar, uit Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
Angst is een slechte raadgever. Een bedreiging roept, vanwege de onzekerheid van het feitelijke risico, soms veel angst op. Wanneer de bedreiging specifiek gericht is op een persoon, is er niet direct sprake van een brede of collectieve onrust. Dat wordt anders wanneer het gevaar willekeurig ieder van ons kan treffen. De terroristische aanslagen in Frankrijk (2015) en Belgi? (2016) hebben het denken over de dreiging van een aanslag voor velen veranderd. Helpt het om in situaties van onzekerheid zo veel mogelijk beschikbare informatie te delen, of be?nvloedt dat juist ons gevoel van onrust? Bedreiging en afpersing komen in ons land met grote regelmaat voor. De politie heeft door de jaren heen ervaring en expertise opgebouwd om in te kunnen schatten of dergelijke berichten en signalen serieus genomen moeten worden. Ondanks al die kennis en kunde blijft onzekerheid natuurlijk een van de belangrijkste aspecten van dit soort incidenten.

De bedreigingen die gericht waren op een aantal Groningse vestigingen van de supermarktketen Jumbo raakten het dagelijks leven van een groot aantal mensen. Een verdacht pakketje bij een eerste filiaal, een ontploffing bij een tweede, een ontruiming vanwege een bommelding in weer een andere vestiging; de incidenten volgden elkaar binnen enkele weken snel op. Tijdens het opsporingsonderzoek, dat een aantal maanden heeft geduurd, werden bij alle Jumbowinkels extra veiligheidsmaatregelen getroffen, maar bleef grote maatschappelijke onrust uit en bleven veel mensen gewoon hun boodschappen bij deze supermarkten doen. Kwam dat omdat er bij alle incidenten alleen sprake was van overlast of schade en er geen gewonden zijn gevallen? Was het de spreiding over verschillende locaties en in de tijd? Heeft de omslag bij de politie naar een actieve communicatiestrategie met een oproep aan burgers om mee te rechercheren hieraan bijgedragen? Het verloop van het opsporingsonderzoek, waarin tips en aanwijzingen na enkele maanden leidden tot de aanhouding van een verdachte, is op zich al bijzonder interessant. De lessen uit deze casus zijn gebaseerd op de afwegingen en keuzes in het communicatieproces. Daarvoor is gebruikgemaakt van evaluaties en artikelen die in de media en op internet zijn verschenen. De medewerking van de communicatieadviseur en onderzoeksleider van de politie zijn essentieel geweest om inzicht te geven in de dilemma?s en werkwijze van het politieteam.

Feitenrelaas
In de nacht van 8 mei 2015 treft een voorbijganger een verdacht pakketje aan bij het Jumbofiliaal aan de Wilhelminakade in Groningen. De Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EOD) wordt ingeschakeld en weet het explosief onschadelijk te maken. De experts geven aan dat ontploffing van het pakketje zeker tot slachtoffers had kunnen leiden.
Enkele dagen later ontvangt Jumbo een dreigmail van een onbekend persoon die een groot aantal ?bitcoins? (een digitale geldeenheid) eist. Daarmee wordt voor de politie meer duidelijk over de achtergrond van het gevonden explosief. Juist omdat er al een eerste incident heeft plaatsgevonden, neemt de politie de dreigmail direct serieus. De dader stuurt in mei nog twee keer een bericht naar Jumbo. Eind mei wordt een explosief bij de Jumbo aan het Overwinningsplein in Groningen niet op tijd opgemerkt en ontploft. Schade aan de winkel is het gevolg. De beelden van de bewakingscamera en de verbanden die tussen beide incidenten te leggen zijn, bieden de politie nieuwe informatie voor het opsporingsproces; een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) wordt dan actief.

Een kleine week later ontvangt het hoofdkantoor van Jumbo een brief met een vergelijkbare inhoud als de eerdere berichten. Wanneer de dag erna rond het middaguur bij de politie een melding binnenkomt dat er bij weer een andere Jumbovestiging een explosief zou zijn geplaatst, wordt er direct actie ondernomen en wordt een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) ingesteld. Vanwege de eerdere incidenten besluit de politie de supermarkt en de directe omgeving te ontruimen. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde, aangezien deze Jumbosupermarkt grenst aan een groot complex van gebouwen. Er wordt daarom multidisciplinair opgeschaald naar GRIP-1. In de snel ingezette ontruiming wordt behalve de Jumbo ook een sportschool en een restaurant meegenomen. Scholen en kantoren zijn omdat het weekend is veelal gesloten, en in het voetbalstadion van FC Groningen wordt op dat moment gelukkig ook geen wedstrijd werd gespeeld. Ook moeten bewoners van twee ruim twintig verdiepingen tellende woontorens worden ge?nformeerd en heeft het afzetten van het gebied consequenties voor de parkeergarage onder de Euroborg (met negenhonderd parkeerplaatsen). Al met al gaat het om bijna tweeduizend mensen.
Pas in de avond rondt de EOD de zoektocht naar explosieven in en rond de supermarkt af, zonder dat er iets van explosieven gevonden is. De gemeente Groningen organiseert de volgende ochtend een bijeenkomst voor alle omwonenden en ondernemers; een klein aantal mensen maakt hiervan gebruik om zich te laten informeren of vragen te stellen. De reeks dreigingen is voor de politie reden om enkele gegevens die inmiddels zijn verzameld breed te delen in het programma Opsporing Verzocht (Uitzending Opsporing Verzocht van 9 juni 2015). Daarin worden onder andere de camerabeelden vertoond van de Jumbo aan het Overwinningsplein waar in mei een explosief tot ontploffing kwam.

De weken daarna blijft het rustig, totdat begin juli een Jumbovestiging aan de Veemarkt in Zwolle een verjaardagskaart ontvangt met daarin een explosieve stof. Gelukkig raakt ook hierbij niemand gewond. Landelijk worden naar aanleiding van de incidenten in Groningen al extra veiligheidsmaatregelen genomen bij alle meer dan vijfhonderd Jumbovestigingen. De context leidt ertoe dat op meer plaatsen Jumbofilialen tijdelijk moeten worden ontruimd. De Jumbo bij de Euroborg in Groningen wordt in augustus voor de tweede keer ontruimd na de vondst van een verdacht pakketje in een prullenmand. Ook in Rosmalen wordt een filiaal ontruimd; hier wordt in een prullenbak een piepend apparaat aangetroffen, dat bij nader onderzoek veroorzaakt wordt door een lege accu. In Nijmegen is een achtergelaten bak met aardappelsalade al reden voor alarm.
In het opsporingsonderzoek wordt nog met allerlei scenario?s rekening gehouden. Is er sprake van ??n of meer daders? Is ?geld? werkelijk het motief of zijn er andere redenen? Wat te doen als er een periode geen dreigberichten meer binnenkomen en er nog geen verdachte is aangehouden? Of erger, wat als de incidenten toenemen of er door daadwerkelijke explosies gewonden vallen?
Om meer informatie over de dader(s) te krijgen, gaat de politie over op een actieve communicatiestrategie. Een deel van het dossier komt zelfs openbaar op de website van de politie te staan en wordt door tienduizenden mensen bekeken. In een tweede uitzending van Opsporing Verzocht, eind augustus 2015, geeft de leider van het politieonderzoek zo veel mogelijk informatie en vraagt het publiek ?mee te speuren?. De oproep leidt tot honderden tips; over (het profiel van) de dader, over materialen die bij de explosies zijn gebruikt, over het motief. Naar aanleiding van de informatie dat een bedrag in bitcoins is ge?ist, biedt een aantal deskundigen zich aan de politie van kennis te voorzien. Het ? collectieve ? opsporingswerk resulteert in oktober 2015, bij een nieuwe poging tot afpersing, in de aanhouding van een 50-jarige man en een jongen van 15 jaar. De man wordt strafrechtelijk vervolgd. In de zomer van 2016 is zijn zaak door de rechter behandeld en is hij veroordeeld tot acht jaar detentie.

De communicatie en samenwerking met het publiek in deze zaak hebben, los van de aanhouding, nog een ander mooi resultaat gebracht: de onderzoeksleider, en daarmee alle teamleden, hebben de eerste Noorder Pers Soci?teit Reuringprijs ontvangen. De prijs wordt toegekend aan diegene ?die op een vernieuwende, creatieve en/of bijzondere manier zorgt voor opschudding op het raakvlak van communicatie en journalistiek? (Bron).

In hoeverre het publiek bij het opsporingsonderzoekbetrekken?
Deze casus heeft meerdere aspecten in zich die interessant zijn om te belichten. Het opsporingsproces en de inschatting van de dreiging bijvoorbeeld, of de samenwerking binnen de multidisciplinaire crisisorganisatie bij de ontruimingen in relatie tot het al lopende opsporingsonderzoek. Het meest in het oog springend in het verloop van deze casus is echter de keuze voor openheid in de communicatie over het onderzoek en het betrekken van het publiek (burgerparticipatie) in het opsporingsproces. Van oudsher staat dat op gespannen voet met belangen op het terrein van opsporing. De uitdrukking ?daar kan ik u, in het belang van het onderzoek, geen mededeling over doen? is een welbekend adagium (Zie bijvoorbeeld Johannink & Jong, 2009).

[slideshare id=76820392&doc=daarkanikgeenmededelingoverdoen-170610090545&type=d]

In de keuze voor vergaande openheid moest een aantal hindernissen genomen worden. Het doel om het publiek te betrekken en te vragen mee te denken was helder. Tegelijk bestond het risico dat meer openheid het gevoel van onrust of onveiligheid zou versterken, zowel onder het publiek als onder medewerkers van Jumbofilialen. Daarnaast moest binnen de politieorganisatie worden afgewogen of de inzet van zoveel personeel verantwoord was en bleef, ten opzichte van de ernst van de dreigingen en incidenten. Een ander risico was dat alle vormen van communicatie effect zouden kunnen hebben op het gedrag van de dader. In de afweging moesten tegelijk ook de economische belangen van Jumbo worden meegenomen. Ook de betrokkenheid van deze private partij bij het delen van informatie en zoeken naar samenwerking met het publiek is een bijzonder aspect van deze casus. De keuze tussen het wel en niet delen van informatie met het publiek moest op meerdere momenten worden gemaakt door nieuwe dreigingsberichten en incidenten rond verdachte pakketjes. In dit hoofdstuk wordt terugblikt op de dilemma?s in de keuze tussen de reguliere communicatielijnen en de actieve communicatiestrategie, waarin zo veel mogelijk openheid werd gegeven en burgers werd gevraagd te participeren in het onderzoek.

Analyse
Crisiscommunicatie is de afgelopen jaren meer en meer een interactief proces geworden, waarin burgers een veel ruimer eigen aandeel hebben gekregen. Iedereen kan via internet of andere kanalen zelf allerlei informatie vinden, zowel actuele berichten als achtergrondinformatie. De opkomst van de sociale media heeft ervoor gezorgd dat iedereen ook informatie kan delen met anderen. De rollen van zender en ontvanger, vaststaande elementen van het communicatieproces, kunnen vandaag de dag dan ook zowel door burgers als de overheid worden ingevuld.

In de eerste fase van het politieonderzoek (na de vondst van het eerste explosief, de dreigberichten en de ontploffing bij het tweede filiaal) is er van brede communicatie met het publiek nog geen sprake. Meerdere rechercheurs houden zich bezig met het onderzoek, er is afstemming met het management van de Jumbo, en er worden buurtonderzoeken uitgevoerd. De bommelding bij de Jumbo bij het Euroborgstadion kan achteraf als een keerpunt gezien worden. De impact van dit incident was veel groter doordat het overdag plaatsvond en daardoor een grootschalige evacuatie tot gevolg had. Dat betekende in ieder geval dat vanuit de supermarkt en aangrenzende bedrijven en woningen een grote groep mensen betrokken raakte. De multidisciplinaire opschaling en de duur van de zoektocht naar explosieven versterkten de belangstelling van de media en daarmee ook de effecten. De politie werd op de plaats van het incident ook geconfronteerd met de verspreiding van livebeelden via Periscope, een nieuw fenomeen van burgerjournalistiek.

Met een telefoon in de hand deed een van de klanten van de Jumbo na de ontruiming direct verslag van de verdere gebeurtenissen rondom de supermarkt en reacties van andere betrokkenen. Die beelden konden door iedereen die zich als volger aanmeldde worden bekeken. Via Periscope konden de volgers ook opmerkingen maken en vragen stellen aan degene die de beelden opnam en uitzond. De maker van de beelden reageerde na afloop als volgt:

?Ondertussen begonnen de vragen ook via Periscope binnen te komen en toen werd het echt leuk! Want ik kon proberen op die vragen antwoorden te krijgen en de volgers stimuleerden me over ?grenzen? heen te gaan. ?Gewoon op die COPI-bak afgaan?, zeiden ze. Zo kreeg ik al mensen van de politie en brandweer te spreken nog voordat de reguliere media er waren. RTV Noord was er wel heel snel en verslaggevers hebben me fantastisch geholpen; met een oplader en een microfoon. Zij wisten te melden dat ik heel veel volgers had, inclusief de NOS! Ik ben dat toen maar gaan noemen bij de interviewtjes, want dat bleek wel indruk te maken als er weer iemand vroeg ?waar ik van was?. Bijna niemand kende Periscope, maar men begreep al snel dat ze me serieus moesten nemen. Alle lof overigens voor de woordvoerders van de brandweer en politie die dit, na heel even in de weerstand te zijn geschoten, ? ?dit hebben we nog niet eerder meegemaakt, ik kom zo bij je terug? ? snel door hadden en mij en de inmiddels bijna 1400 volgers goed op de hoogte hielden.? (bron)

Met de aandacht in de media en de bijeenkomst voor bewoners en ondernemers de dag na de ontruiming, zochten burgemeester Den Oudsten en een woordvoerder van politie naar een balans tussen alertheid en het beperken van de maatschappelijke onrust. ?Er zijn daadwerkelijk twee explosieven gevonden, dus het is serieus? (burgemeester) en ?We zien wel dat het hem [de dader, EL] niet om slachtoffers te doen is. Hij wil vooral schade veroorzaken.? (politie, bron)

De impact van de dreiging en de ontruiming van de Euroborg en de opvolging van de incidenten in enkele weken voerde de druk op om snel tot resultaten te komen. Dat gebeurde vervolgens onder andere door begin juni de camerabeelden van de verdachte, gemaakt bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, te tonen in het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Ook vroeg de politie of het publiek meer informatie kon geven over de emmer waarin de explosieven waren vervoerd en over een auto die in de directe omgeving geparkeerd stond. De uitzending leverde de politie een twintigtal tips op.

De kans op het ontstaan van maatschappelijke onrust bij nieuwe incidenten, het risico dat bij een volgend explosief mensen gewond zouden raken, de zorgen vanuit Jumbo over economische schade wanneer het aantal klanten zou gaan teruglopen, de capaciteit die nodig was tijdens het politieonderzoek, en natuurlijk de drive om een dergelijke zaak op te lossen, brachten de politie ertoe nog actiever richting publiek te gaan communiceren en het publiek ook in het onderzoek te betrekken. Dit idee omzetten in de praktijk vroeg eerst nog wel de nodige afweging en voorbereiding.

Ten eerste zou actieve communicatie over de bedreigingen en de incidenten die hadden plaatsgevonden, de maatschappelijke onrust kunnen verminderen, maar ook kunnen versterken. De NCTV
merkt in de ?Handreiking terrorismegevolgbestrijding? hierover het volgende op:

?Communicatie bij een dreiging roept altijd de vraag op of het publiekelijk communiceren verstandig is of dat er beter (nog) niet kan worden gecommuniceerd. Een dreiging kan onbedoeld bijdragen aan angst en onrust, terwijl er geen of een beperkt handelingsperspectief is.? (NCTV, Handreiking terrorismegevolgbestrijding, 2015, p. 11)

Communiceren over risico?s
Enkele jaren geleden bleek sprake van onrust vanwege bedreigingen toen bij meerdere basisscholen en een kinderopvang in Weesp dreigementen waren binnengekomen. In overleg tussen de gemeente, de politie en de scholen werd een brief opgesteld om de ouders hierover te informeren. Een potentieel gevaar voor kinderen brengt onvermijdelijk hun ouders in beroering; de inhoud van de brief was echter niet veel meer dan een beschrijving van de situatie (dreiging) en enkele maatregelen die waren afgesproken. Nadere informatie waaruit de dreiging bestond, de betekenisgeving en een handelingsperspectief ontbraken. Het leidde tot grote onrust onder de ouders. Hetzelfde fenomeen deed zich voor bij de dreiging die in 2013 uitging naar middelbare scholen en het beroepsonderwijs in Leiden. Aangezien de maatregelen (het sluiten van de scholen en extra beveiliging) niet voor alle scholen werden genomen, ontstond er onrust bij de ouders van kinderen op de onderwijsinstellingen die hierin niet betrokken waren (zie artikel over de dreiging in Leiden, Van Duin & Ponjee, 2014).

Bgame

Andersom be?nvloedde in 2011 de berichtgeving van het RIVM over de EHEC-uitbraak in Duitsland het eetpatroon van veel Nederlanders, doordat de bacterie in verband werd gebracht met rauwe groenten als komkommer, sla en taug?. De besluiten van andere landen om geen groente en fruit uit ons land te importeren bracht op zijn beurt forse schade toe aan de agrarische sector. Bij het ontstaan van de eerste onrust speelde zeer waarschijnlijk een rol dat de epidemie in Duitsland pas na enkele weken werd (h)erkend en de gevolgen daardoor dus groter waren dan nodig was geweest. De dodelijke slachtoffers en de voor lange tijd onbekende bron van de besmetting maakten dat er terughoudend werd gecommuniceerd over de relatief kleine risico?s van EHEC zelf, en juist veel over de maatregelen. De negatieve kant van de berichtgeving kreeg daarmee de overhand. Daardoor was er in een later stadium weer een nieuwe campagne nodig om het vertrouwen in de Nederlandse groenteen fruitsector te herstellen.

Een ander aspect dat voor de politie een rol speelde was hoe de dader zou reageren op de verandering in communicatiestrategie. Een eerste mogelijkheid was dat de dader door alle extra aandacht voorzichtiger zou worden en zich zou terugtrekken; daarmee zou het opsporingsonderzoek moeilijker worden. Een tweede mogelijkheid was dat de dader zich door alle extra aandacht opgejaagd zou voelen en, als een kat in het nauw, grotere risico?s zou gaan nemen.

Een doelgroep die in de afwegingen ook specifiek werd meegenomen, was de Jumbo. Voor het bedrijf speelden meerdere, soms tegenstrijdige, belangen. Bedreigingen of andere incidenten worden in de commerci?le sector vaak zo lang mogelijk stilgehouden om schade aan het imago van het bedrijf of merk te voorkomen. Door de vondst van een verdacht pakketje, een explosie en een ontruiming was die lijn inmiddels een gepasseerd station. Actieve communicatie, gericht op een zo breed mogelijk publiek, kon alsnog economische schade betekenen. Tegelijk moest de directie rekening houden met de onrust onder het personeel. Nadat was gebleken dat de bezorging van de verjaardagskaart met een explosieve stof pas enkele weken later aan het personeel bekend was gemaakt, had een vakbond al om meer openheid van zaken gevraagd (bron). Boven alles was de wens van de winkelketen dat de dreiging en incidenten zouden eindigen, liefst door aanhouding van een dader, zodat ook meer duidelijk zou worden over het motief. De gezamenlijke
doelstelling om het onderzoek te versnellen zonder daarmee extra onrust te veroorzaken en juist het vertrouwen in de betrokken partijen te behouden was daarmee de basis voor de samenwerking tussen politie en Jumbo.

Een laatste horde die genomen moest worden in de afweging van de nieuwe communicatiestrategie was de capaciteit die nodig was voor de uitvoering ervan. De aanpak vroeg om opschaling naar een ECCT (eenheidscrisiscommunicatieteam) om alle noodzakelijke onderdelen te kunnen invullen. Daarbij ging het onder meer om afstemming met de leider van de SGBO en met de leider van het TGO, het briefen en de aansturing van het team, het maken van omgevingsanalyses, het co?rdineren van alle berichten op sociale media, een webredacteur, een persvoorlichter, en tegensprekers/lezers. Het personeel dat zich hierop zou gaan richten, moest worden vrijgemaakt van andere werkzaamheden.

De voordelen van de keuze voor de actieve communicatiestrategie, en dan met name de grotere kans op nieuwe informatie voor het opsporingsonderzoek en het behouden van vertrouwen door inzicht te geven in wat tot nu toe bekend was, wogen uiteindelijk op tegen de nadelen (de mogelijke economische schade voor Jumbo, een mogelijk risicovolle reactie van de dader en de benodigde inzet van de politieorganisatie). Het sloot aan bij de opdracht van de SGBO, waarin veiligheid prioriteit kreeg boven de belangen vanuit opsporing, zoals privacy en het opbouwen van bewijslast. De voorbereidingen startten om delen van het onderzoeksdossier op de website van de politie te plaatsen. Het moment van publiekelijk openbaar maken moest nog enkele keren uitgesteld worden door incidenten die plaatsvonden en nieuwe dreigberichten die bij Jumbo en de politie binnenkwamen. Elke keer werd daarna opnieuw overleg gevoerd in de SGBO en afgestemd met het TGO of hierdoor de gekozen strategie aangepast moest worden.

Uiteindelijk kon half augustus met een uitzending van Opsporing Verzocht het publiek opnieuw betrokken worden bij het onderzoek. Vanaf dat moment waren delen van het onderzoeksdossier te vinden op de website van de politie: de beelden van de bewakingscamera, waarop de dader (vaag) te zien is bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, het verwachte profiel van de dader, de mogelijke motieven en de kookwekkers die bij de explosieven waren gebruikt. Ook stonden op de website een infographic met een tijdlijn en enkele vragen waarmee de politie nieuwe aanknopingspunten hoopte te vinden, zoals over een geparkeerde auto en gestalde fiets. De televisie-uitzending was echter niet de enige manier waarop de politie burgers informeerde en hun
hulp inriep. Er werden ook berichten uitgedaan via Twitter, Facebook, Instagram, Burgernet, de politie-app en een YouTubekanaal. Sommige van deze media zijn specifiek voor deze casus voor het eerst ingezet. Zo ontstond het idee om in een filmpje een directe oproep te doen en werd in korte tijd met ge?mproviseerde middelen de leider van het onderzoek voor een camera geplaatst om zo de dialoog met het publiek aan te gaan.

De communicatieaanpak kreeg veel belangstelling. Binnen een dag ontving de politie al meer dan 250 tips, het tienvoudige van de reacties na de eerste uitzending in Opsporing Verzocht. Na een week hadden al meer dan 80.000 mensen het digitale dossier op de website bezocht en waren de filmpjes op YouTube 165.000 keer bekeken (Bron: politie.nl/jumbo (inmiddels niet meer online beschikbaar). Een algemene analyse van de berichten op sociale media laat zien dat in die week het aantal berichten over de bedreigingen van de Jumbo opeens steeg naar een gemiddelde van zo?n 300 berichten per dag.

Het communicatie- en het onderzoeksteam draaiden die periode op volle toeren; de gekozen lijn betekende dat alle informatie dagelijks gelezen en verwerkt werd en dat er reacties teruggeplaatst werden, zowel over het proces (waar kwamen de meeste tips op binnen) als over de inhoud (toevoegen van een nieuw motief, nieuwe vragen). Ondertussen was er ook een dagelijkse monitoring van sociale media en van het aantal klanten in de supermarkt om na te gaan of de maatschappelijke onrust zich uitbreidde of niet.

De toenemende aandacht werkte natuurlijk ook door in alertheid van het winkelend publiek en personeel, wat terecht of niet terecht weer tot meldingen van verdachte situaties leidde. Er werden in die weken in Rosmalen, Berlicum, Den Haag, Hillegom, Nijmegen en wederom bij het Euroborgstadion in Groningen supermarkten ontruimd. Ook bij deze laatste inzet was het communicatieteam van de politie alert en werd een liveblog gestart van de gebeurtenissen die gelukkig minder langdurig waren dan bij de eerdere ontruiming. Het bericht van ?loos alarm? werd als afsluiting op de liveblog direct gevolgd door een oproep om mee te blijven denken in het onderzoek.

De meest concrete aanwijzing die de politie had, de gebruikte kookwekkers, bleek ook de meest succesvolle. Gekoppeld aan andere informatie die het publiek aanleverde, kon de politie bij een volgende poging tot afpersing twee verdachten arresteren. Ook hierover is het publiek via alle ingezette kanalen ge?nformeerd, waarbij de persconferentie over de aanhouding zelfs via Periscope werd uitgezonden en vragen tijdens de live-uitzending via Twitter werden beantwoord.

Afronding
De rol van communicatie in ons leven is enorm toegenomen; ?we communiceren meer dan we eten? (Regtvoort, F. & Siepel, H., Risico- en crisiscommunicatie: succesfactor in crisissituaties, 2007, p. 16). Zowel de overheid als de media en het publiek zijn er steeds meer van doordrongen dat de rol van de overheid niet meer alleen die van nieuwsbrenger is. Beelden van incidenten kunnen via burgerjournalistiek zelfs live worden gevolgd, zoals bleek in de Periscope-uitzending tijdens de ontruiming van de Jumbo bij het Euroborgstadion in Groningen. Informatie over een dader of slachtoffer is binnen de kortste keren via Facebook of Twitter bekend. Voor de overheid ligt het accent van de crisiscommunicatie dan vooral in het bevestigen van informatie en het duiden van de crisis.

Een belangrijke les van deze casus is dat het niet bij het constateren van die veranderingen hoeft te blijven, maar dat je je ook kunt afvragen hoe die ontwikkelingen in onze manier van communiceren te benutten zijn. Wanneer er voor een opsporingsonderzoek juist behoefte is aan informatie, is het de kunst om al die kennis die in de samenleving beschikbaar is op een goede manier boven water te krijgen. Het inzetten van het publiek als laagdrempelige rechercheur ging niet zonder slag of stoot, maar bleek tijdens deze casus wel behoorlijk effectief. Een eerste bouwsteen daarvoor was het inzicht dat de keuze voor open communicatie en betrokkenheid van het publiek het belang van openbare orde (veiligheid) diende en de zo verkregen aanvullende informatie ook een bijdrage kon leveren aan het opsporingsonderzoek. Dat maakte de weg vrij om de noodzakelijke capaciteit hiervoor vrij te maken. De tweede bouwsteen werd gevormd door een kundig en gedreven communicatieteam. Een team, waarin alle denkbare scenario?s werden voorbereid, waarvan de leden bedreven waren in het verspreiden van en reageren op berichten via alle mogelijke communicatiekanalen, waarin men durfde te experimenteren en mee te bewegen met nieuwe vormen, en waarin er kritisch gekeken is naar nut en noodzaak in de itvoering van de communicatiestrategie.

Een afweging over openheid van onderzoeksdossiers zal altijd moeten blijven plaatsvinden om zo ook onze rechtsbeginselen te kunnen waarborgen. Angst voor, onbekendheid met of onervarenheid in het nieuwe, zoals veranderende doelgroepen of mogelijkheden in techniek, moeten daarin niet als slechte raadgever optreden.

Bronnen:?Lessen uit crises en mini-crises 2015

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

Live meekijken wordt normaler

live meekijken

In Falcon Heights heeft de politie afgelopen woensdag een zwarte man doodgeschoten. Een dag eerder vond eenzelfde incident plaats.?Kort na de schietpartij startte de vriendin van het slachtoffer een livestream op Facebook. De vriendin zegt dat haar vriend ?zonder aanwijsbare reden door de politie is doodgeschoten?.?De politie zou de 32-jarige Philando Castile staande hebben gehouden om een kapot achterlicht. De politieagent in uniform vroeg om zijn rijbewijs, waarop Castile vertelde dat deze in zijn portemonnee zat. Op het moment dat hij het rijbewijs wilde pakken, werd er op hem geschoten. Hun dochter van 4 zat nog op achterbank…

grid-cell-2222-1467873148-4?grid-cell-2222-1467873148-9

De video van deze schietpartij laat Castile zien in een plas bloed. Volgens zijn vriendin schoot de agent hem vier of vijf keer in de arm. In de video is de agent te horen: ?Ik heb gezegd dat hij het niet mocht pakken. Hij moest zijn armen omhoog houden.? Een paar minuten nadat Castile aankwam in het ziekenhuis, zou hij zijn bezweken aan zijn verwondingen. De Facebookpagina is een tijdje?uit de lucht geweest, maar de video is inmiddels wijdverspreid (let op, de beelden kunnen heftig zijn).

Het?schietincident volgt op de eerdere schietpartij van dinsdag, waarbij een 37-jarige zwarte man in Baton Rouge werd doodgeschoten door de politie. Ook dat incident werd gefilmd en dat zorgde voor veel ophef. Dinsdagavond gingen zo?n tweehonderd mensen de straat op. Ze scandeerden ?black lives matter?, naar de naam van de beweging die protesteert tegen politiegeweld tegenover zwarte Amerikanen. De twee betrokken agenten zijn direct na het incident op non-actief gesteld. Een andere agente, Nakia Jones, reageerde op de incidenten met een vurige video.?

In Dallas namen een aantal sluipschutters agenten onder vuur tijdens een demonstratie tegen politiegeweld, dat juist naar aanleiding van de incidenten van Alton Sterling en Philandro Castile georganiseerd was. Ook die gebeurtenis was via een Facebook Live stream te volgen:

Wordt live streaming normaler?

“The revolution will be televised, but now online“. We blogden er eerder over, zoals in het blog “Burgers filmen politieoptreden steeds vaker. En agenten ook“. De Amerikaanse politie gebruikt al een tijdje bodycams zoals de Golden i-Police pro of de?Axon Flex?van Taser en zet de beelden na incidenten in sommige staten ook online.

Ook de Nederlandse politievakbond ACP was enige tijd?tegen dergelijke transparantie, terwijl de bodycam in Amerika al een tijdje enthousiast gebruikt wordt. Voorzitter Gerrit van der Kamp van de ACP vreest dat de camerabeelden ook tegen de agent gebruikt kunnen worden. Ook het Nederlandse kabinet heeft besloten om dit soort systemen niet in te voeren, omdat het de veiligheid niet vergroot, terwijl onderzoekers nog over elkaar heen buitelen met diverse resultaten:

Steeds meer burgers filmen ook juist zelf hun aanhouding of politieoptreden, wat online in veel gevallen discussies oplevert over normen en waarden. En de beelden geven natuurlijk ook vaak maar een deel van het verhaal.?Je kunt als burger op elke willekeurige smartphone zo’n?filmpje opnemen, maar er zijn steeds meer streaming apps zoals van Facebook. Ook zijn zelfs speciale apps voor ontmoetingen met de politie, zoals ACLU (American Civil Liberty Union) ?Police Accountability?-app die speciaal is ontwikkeld om de rechten van de burger te ondersteunen. Bijvoorbeeld bij een staandehouding.

Facebook reageerde als volgt op het gebruik van live video bij?gewelddadige incidenten:

We understand the unique challenges of live video. We know it?s important to have a responsible approach. That?s why we make it easy for people to report live videos to us as they?re happening. We have a team on-call 24 hours a day, seven days a week, dedicated to responding to these reports immediately.

The rules for live video are the same for all the rest of our content. A reviewer can interrupt a live stream if there is a violation of our community standards. Anyone can report content to us if they think it goes against our standards, and it only takes one report for something to be reviewed.

One of the most sensitive situations involves people sharing violent or graphic images of events taking place in the real world. In those situations, context and degree are everything. For instance, if a person witnessed a shooting and used Facebook Live to raise awareness or find the shooter, we would allow it. However, if someone shared the same video to mock the victim or celebrate the shooting, we would remove the video.

Omstanders – en soms slachtoffers – die zelf filmen

Meer dan twaalfhonderd mensen zagen onlangs hoe een 19-jarige Fran?aise een einde aan haar leven maakte. Ze sprong voor de trein. De toeschouwers stonden niet voor een spoorwegovergang of op het perron, maar keken live mee met de aangekondigde zelfdoding via Periscope, de livestreamingsdienst van Twitter. De Franse politie stelt een onderzoek in.

Het is niet de eerste keer dat er gruwelijke en/of strafbare gebeurtenissen via livestreaming apps te zien zijn. In april verscheen een Amerikaanse tiener voor de rechter omdat ze de verkrachting van een vriendin met behulp van haar smartphone uitzond. Op 9 mei arresteerde de Spaanse politie een jongeman die zichzelf livestreamde, terwijl hij 195 kilometer per uur reed – het dubbele van de toegestane snelheid.

Op 14 juni zegt een?man te handelen namens Islamitische Staat als hij een livestream start op?Facebook nadat hij in het Franse Magnanville een politiecommandant en zijn vrouw had?neergestoken.

Dan was er nog een vader uit de Amerikaanse staat Virginia die zijn spijbelende, 17-jarige zoon een lesje wilde leren. Hij livestreamde een ‘bokswedstrijd’ die hij met zijn zoon in de woonkamer had. De vader slaat de jongen in elkaar en dwingt hem aan het eind van de video excuses te maken aan zijn vrienden en docenten. Inmiddels is de vader gearresteerd en de jongen uit huis geplaatst.

In het nog jonge bestaan van livestreamen stapelen dit soort verhalen zich op. Eerder blogden we al over het gebruik van Periscope en andere streamingdiensten die worden gebruikt om geweld en andere incidenten vast te leggen. Opent deze nieuwste vorm van social media een doos van Pandora of zijn dit incidenten?

‘Excessen op internet zijn niet nieuw, maar met steeds geavanceerdere technologie wordt het makkelijker om over de schreef te gaan’, zegt Jeroen van den Hoven, hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Delft. ‘Er is een soort wedloop om aandacht gaande. Denk aan ‘happy slapping‘, een fenomeen dat al zeker tien jaar oud is, waarbij mensen anderen aftuigen, dat filmen en op internet zetten.’

‘We moeten als samenleving nadenken waar de grenzen liggen en hoe we die bewaken, want dankzij internet zijn sommige gevaarlijke fenomenen levensvatbaar en zeer besmettelijk.’

Het is ook niet de eerste keer dat een zelfmoordpoging live is uitgezonden. Een 21-jarige Canadees kondigde in 2013 op een internetforum aan dat hij van plan was zijn leven te be?indigen. Hij vroeg andere leden van het forum om een link waar hij zijn daad kon livestreamen.

Een forumgebruiker gaf gehoor aan zijn verzoek en faciliteerde dat 200 mensen live toekeken hoe de jongen pillen en wodka tot zich nam, om vervolgens zijn studentenkamer in brand te steken. Ze zagen ook hoe de student uiteindelijk gered werd door de brandweer.

Sommige gebruikers van het forum moedigde de jongen aan tijdens zijn zelfmoordpoging en trapten genadeloos na. ‘Gefeliciteerd, je hebt gefaald in een van de makkelijkste dingen in het leven’, bijt iemand hem op Facebook toe.

a98907_internet-suicide_6-campus-fire

Censureren

‘De enige begrenzing van livestreamen komt van het strafrecht en goede smaak’, zegt Philip Brey, hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Twente. ‘Wel moet vanuit het strafrecht duidelijk zijn waar de grenzen liggen. Een interessante vraag is hoe schuldig de kijkers zijn. Wanneer moedig je iemand aan om zelfmoord te plegen? Dat is nog te weinig voorgekomen om juridisch een grens te kunnen trekken.’

‘Er waren altijd mogelijkheden om uitingen op social media voor- en achteraf te censureren. Maar bij livestreamen wordt dat ingewikkelder, omdat de beelden bijna niet te screenen zijn zoals dat met tekst via sleutelwoorden gaat. En achteraf, tja, het is live.’

Dat mensen op internet veel radicalere dingen doen, komt volgens mediasocioloog Jan van Dijk van de Universiteit van Twente door een gebrek aan non-verbale communicatie. ‘Er is geen enkele nuance waardoor mensen online veel verder gaan dan op straat.’

‘We leven nu in een aandachtssamenleving. Door de oneindige stroom van berichten en informatie wordt het steeds moeilijker om op te vallen’, zegt Van Dijk. ‘Dat geldt voor zowel de verzenders als ontvangers van boodschappen. Tieners ontvangen verreweg de meeste berichten. En zij ondervinden ook de meeste problemen van wat ik ‘overcommunicatie’ noem’, zegt Van Dijk.

‘Het wordt vooral problematisch als een adolescent niet zo lekker in zijn vel zit. Digitale berichten hebben niet of nauwelijks nuance. Daardoor komt een online-opmerking veel harder aan dan een opmerking op het schoolplein.’

privacyproject-super-stream-me-van-vpro-stopt-eerder-dan-verwacht

Documentairemaker Nicolaas Veul kan meepraten over de effecten van altijd online zijn. Hij ging samen met Tim den Besten het experiment Super Stream Me aan. De jongens wilden drie weken lang, 24/7, hun leven livestreamen. Ze draaiden naar eigen zeggen door en stopten het experiment vroegtijdig.

‘Livestreamen is niet per se slecht’, zegt Veul. ‘Het kan een mooie manier zijn om een verhaal te vertellen, of gebruikt worden als platform voor artistieke doeleinden. Maar wat mensen zich niet altijd realiseren is dat je in de digitale wereld een masker op zet. Je wordt een versie van jezelf waarvan je denkt dat die het meest gepast is voor een groot publiek. Daardoor leg je jezelf beperkingen op. Bij mij leidde dat tot ontzettend veel stress.’

Veul: ‘Ons experiment was extreem, maar de samenleving verhuist steeds meer naar een digitale omgeving. Mensen gedragen zich in het echt anders dan online omdat ze die gefilterde versie van zichzelf laten zien. Ik denk dat we meer moeten nadenken over de consequenties daarvan.’

Hype of radicale impact op samenleving?

Gaat live video sociale media en de samenleving radicaal veranderen? Of is het een hype die snel zal overwaaien? NRC Next schetste vijf scenario?s:

  1. Een privacy-nachtmerrie

Door de lancering van Live begint Facebook steeds meer te lijken op The Circle, het machtige technologiebedrijf en sociale netwerk uit Dave Eggers? gelijknamige roman. In dat boek brengt The Circle een livestreaming camera op de markt die al gauw leidt tot de ideologie dat mensen ?transparant? moeten worden: gebruikers hangen de camera permanent om hun nek omdat ze geloven dat als potentieel miljarden mensen met je meekijken, je sneller geneigd bent de juiste beslissing te nemen.

Ook Zuckerberg gelooft dat totale transparantie de wereld kan verbeteren. Hij schreef bijvoorbeeld dat de video van Reynolds aantoont hoe belangrijk het is om ?een open en verbonden wereld? te hebben.

In het boek eindigt het niet goed. De ideologie van The Circle cre?ert een surveillancemaatschappij waarin iedereen elkaar in de gaten houdt en het niet lang duurt voordat ook gedachten publiek bezit worden.

  1. Het einde van het geschreven woord

Tekst maakt op internet steeds vaker plaats voor video. Een voorbeeld van die ontwikkeling is het onder jongeren immens populaire Snapchat waarop gebruikers elkaar video-updates sturen in plaats van geschreven berichten. Ook grote nieuwsorganisaties als BuzzFeed, Vice en The New York Times investeren steeds meer in video.

Die transitie heeft twee oorzaken: jongeren kijken liever naar video dan naar tekst en adverteerders betalen er meer voor, omdat zij denken dat reclameboodschappen beter in beeld en geluid zijn over te brengen. Zuckerberg en zijn Europese chef Nicola Mendelsohn voorspellen dat we over vijf jaar alleen nog maar via videoboodschappen op sociale media communiceren.

  1. Facebook concurreert met televisie

Na een lange dag op kantoor, schopt u uw schoenen uit om eens lekker op de bank neer te ploffen en de tv aan te zetten voor een avondje Facebook. Zuckerberg maakt er geen geheim van dat hij van Facebook een videobedrijf wil maken dat precies weet waar de kijker (en adverteerder) behoefte aan heeft: een filmpje over de eerste stapjes van een kleinkind of het laatste bericht van uw favoriete nieuwslezer.

Geen wonder dat ook in Hilversum tv-makers er nerveus van worden. Wat als Facebook de rechten koopt van de Eredivisie? Geen ongegronde zorg: Twitter kaapte eerder tien American football-wedstrijden weg voor de neus van Facebook.

Ook video?s van online nieuwsbedrijven kunnen een bedreiging vormen voor bestaande tv-zenders. Vorige maand lekte uit dat Facebook voor 50 miljoen dollar exclusieve deals heeft gesloten met ruim honderd nieuwsorganisaties om live video voor het netwerk te produceren. Hoe lang duurt het nog voordat Facebook de volgende House of Cards uitzendt?

  1. De verkeerde mensen gaan livestreamen

De video van Reynolds was niet de eerste schokkende livestream op het platform en zal niet de laatste zijn. Nadat IS-sympathisant Larossi Abballa vorige maand een politieagent en zijn vrouw had neergestoken in een Parijse buitenwijk, zond hij beelden van de plaats delict uit op Facebook Live en spoorde kijkers aan zijn voorbeeld te volgen. Drie dagen filmde een man in Chicago zichzelf op Facebook toen hij tot schrik van zijn volgers plotseling werd neergeschoten. Eerder werden op Facebook en Twitter verkrachtingen, dodelijke schietpartijen en zelfmoorden live gedeeld.

Tot voor kort lag de verantwoordelijkheid voor wanneer het beeld op zwart gaat bij tv-omroepen, die een overzichtelijk aantal kanalen beheerden. Nu iedereen live kan uitzenden, krijgen techbedrijven als Facebook en Twitter die taak in de schoot geworpen. En zij lijken geen pasklaar antwoord te hebben op gebruikers die gewelddadig materiaal uitzenden (zie kader). Vooralsnog vertrouwen ze op kijkers die ongewenste streams melden, waarna ze uit de lucht kunnen worden gehaald. Maar met live-video is het kwaad dan al geschied. Gaat de horror die sommige gebruikers uitzenden zich tegen de platforms keren?

  1. Zelfs Facebook kan livestreamen niet populair maken

Livestreamen is populair, maar nog lang niet zo ingeburgerd als het versturen van een tweet of status-update. Kijk maar naar Facebooks interactieve kaart waarop alle live-uitzendingen van het moment te zien zijn. In een stad als Amsterdam zijn maar een paar livestreamers tegelijkertijd actief, de meesten hebben maar een handvol kijkers.

De reden? Het kan nogal saai zijn. De gemiddelde livestream wordt gemaakt door een wildvreemde die een langdradig verhaal vertelt waarvan je het begin hebt gemist. Het wordt pas interessant als een van je vrienden livestreamt of een professionele nieuwsorganisatie met berichtgeving komt waar je iets aan hebt.

Het dagelijkse leven is doorgaans betrekkelijk oninteressant. Daarom knippen tv-makers alle saaie onderdelen uit hun opnamen. Facebook mag dan wel voorspellen dat we over vijf jaar op geen andere manier communiceren, maar livestreaming kan tegen die tijd net zo goed zijn beland op het kerkhof van gesneuvelde tech-innovaties, omdat het te slaapverwekkend bleek.

Wraakporno

Volgens mediasocioloog Van Dijk ligt er een taak voor ouders en scholen om hierover met tieners in gesprek te gaan. ‘Maar de bedrijven die dit soort diensten aanbieden, moeten ook meer verantwoordelijkheid nemen. Als iemand bijvoorbeeld slachtoffer wordt van wraakporno kan ik ze zo uitleggen wat ze moeten doen. Ik zie zo’n uitleg niet prominent op Facebook staan. Sociale media moeten hun gebruikers gaan voorlichten over wat ze moeten doen als het misgaat. De redenering dat zij alleen een platform bieden, is te kort door de bocht.’

Een woordvoerder van Facebook zegt dat het bedrijf er alles aan doet om een open en veilige omgeving te cre?ren, onder andere door samenwerking met politie en justitie. ‘We erkennen en begrijpen dat er unieke uitdagingen aan livevideo zitten wanneer het aankomt op (online) veiligheid. De effectiviteit van het afhandelen van de eerder genoemde meldingen – live content die onze richtlijnen schendt – willen we ook verbeteren’, laat de woordvoerder weten.

Bronnen: De Volkskrant, De Morgen, RTV Noord Holland,?NRC Next.

Criminelen die hun misdrijf filmen

facebook-solves-cases

Daders die social media gebruiken bij hun misdaden. Vooraf, tijdens of na hun daad. Gaan we dit vaker zien?

Vooraf om bijvoorbeeld een afscheidsbrief te plaatsen of nadere duiding te geven, of om een daad aan te kondigen in een laatste roep om aandacht (bijv. bij een crime passionel of zelfmoord).
Tijdens om ongecensureerd je boodschap live in de digitale ether te kunnen plaatsen, zoals de dubbele moord in Virginia?of de wraakactie van twee mannen die via Periscope gevolgd kon worden en gelukkig niet in een bloedbad eindigde.
Of na een misdrijf om uitleg te geven, te pochen (met de buit) of de daad nog eens kracht bij te zetten en angst in te boezemen (zoals bendes op Facebook doen als boodschap naar andere bendes, of zoals de Mexicaanse drugscartels doen om regering en bevolking hun onaantastbaarheid te benadrukken).

A picture posted on the Facebook page for a user named "Chriis Marley," shows the page's owner with a gun and money. Police say in an arrest warrant affidavit that "Chriis Marley" is an alias for Christopher Cruz. mpetroski@abqjournal.com Mon Aug 17 16:53:04 -0600 2015 1439851984 FILENAME: 197450.jpg

periscope-gun

Het lijkt steeds vaker te gebeuren, omdat de mogelijkheden om dit te doen toenemen en democratiseren. Denk aan GoPro camera?s die je op je lichaam of zelfs op een wapen kunt zetten (zoals IS het gebruikt als morbide gamification methode en het als spelletje doet lijken), een moderne Google Glass of het inzetten van Drone met camera waarvan de beelden live gedeeld kunnen worden. Het is waarschijnlijk dat we het vaker gaan meemaken, zeker als de motieven gericht zijn op het verkondigen van een boodschap.

De gebeurtenis in Virginia waarbij twee journalisten zijn?doodgeschoten terwijl ze live een televisie-interview afnamen staat niet op zichzelf. Steeds vaker en in toenemende mate bij verschillende type misdaden wordt er gebruik gemaakt van een eigen camera. Social media zorgen ervoor dat je baas bent over een eigen zendkanaal. Met wat hulp van anderen en zeker ook traditionele media kun je je beelden zeer snel de wereld in helpen. Een RT of like knop is zonder nadenken snel genoeg ingedrukt, en traditionele media nemen die, weten we uit eerdere incidenten, soms klakkeloos over. De onnadenkendheid zorgt ervoor dat dit daders vaak juist in de kaart kan spelen. Niet alle media zijn even genuanceerd in hun drang om meer kijkers, en heftige incidenten zorgen voor veel reuring die niet te stoppen is. De BBC deed het weloverwogen, maar kreeg ondanks dat toch het verzoek van de politie om de beelden te verwijderen.

Maar waar het eerder vooral om een ?terroristisch theater? en dito motief ging (zoals de Boston Marathon), lijkt het erop dat we dit ook onder andere typen misdaden nu zien.

Vroeger moest je een mediabedrijf kapen om uit te kunnen zenden. Onlangs probeerde?Tarik Z. gewapend de NOS studio?over te nemen, maar wat als hij een YouTube of Persicope boodschap had uitgezonden? Natuurlijk heeft social media niet dezelfde impact als live overnemen van een nieuwszender als de NOS. Maar bij veel?gijzelingen wordt social media steeds?vaker bewust ingezet als middel om een groot bereik (en dito bemoeienis) te krijgen van media en het algemeen publiek. De Sydney Siege, maar ook de ?stand-off? in Staten Island?waar de dader een live blog bijhield vanuit zijn gebarricadeerde appartement zijn daar voorbeelden van. De impact is uiteraard enorm, want dit soort heftige situaties komt ongecensureerd bij mensen binnen, in de huiskamer of ?in your face? via je handpalm. De impact is groot, zeker ook voor de politie. Helemaal als het mis gaat. Een agent wiens pistool afhandig werd gemaakt werd zelfs online uitgelachen toen hij gewond op straat lag. Maar ook minder ernstige misdrijven worden live gefilmd, zoals joyriders die zichzelf filmen terwijl ze een auto aan gort rijden. Dat dit ?bewijsmateriaal? in Nederland soms niet gebruikt mag worden omdat een dader niet hoeft?mee te werken aan zijn eigen veroordeling (met een eigen gemaakt filmpje) leidde dit in het verleden al eens?tot maatschappelijke discussies.

De discussie of social media deze beelden zou moeten blokkeren of verwijderen op het moment dat ze gedeeld worden is hevig losgebarsten. Bijdragen aan terrorisme of georganiseerde misdaad is in de VS bij wet ook verboden als je dit als service provider van internetdiensten doet. En die schijn heb je al snel tegen. Filmpjes gaan in je Facebook timeline met de autoplay functie ook vanzelf afspelen, en dan heb je die ongezouten beelden misschien ongewild al op je netvlies. Toch zal het lastig worden voor partijen als Facebook of Twitter om dit soort daden online snel te verhelpen. Social media is ook een creatief middel en beknotting in vrijheid van meningsuiting (zoals hardop uitgesproken gedachten) zijn lastig te ondervangen. Denk bijvoorbeeld eens terug aan de social meme ?RT to kill? waarin jongeren het een creatieve uiting vonden om moordscenes op straat zo echt mogelijk na te spelen en deze te delen op social media.

En andersom komt het ook voor dat getuigen, of zelfs het slachtoffer filmt:

Beeld en geluid vanuit ieder perspectief

Als de terroristen begin dit jaar in Parijs in de ?stand-off? in de drukkerij deze mogelijkheden benut zouden hebben zou de impact op de maatschappij vele malen groter zijn. Bedenk ook dat?sommige media hun uiterste best deden om de situatie in detail in beeld te brengen, met zoomlenzen tot in het gebouw. De honger naar beelden, en de dwang van het kunnen vertellen van het eigen verhaal is er vanuit alle hoeken: media, politie, burgers en criminelen. Allemaal willen ze, liefst live, beelden maken en het ware verhaal delen. Zo is de politie in Ferguson zelf gaan experimenteren met Periscope?tijdens demonstraties, om hun perspectief te laten zien. Burgers filmen andersom ook en de media staat ertussen. Als je criminelen toevoegt in deze mix krijg je interessante dilemma?s vanuit ieder perspectief, waar we voorlopig nog niet over uitgepraat raken.

Informatie voor de politie

Beelden van criminelen leveren andersom waardevolle tactische informatie voor een arrestatieteam op en achteraf een schat aan informatie voor de opsporing. Er zijn zelfs criminelen zo ijdel dat ze na een opsporingsverzoek een nieuwe Selfie insturen omdat ze vinden dat ze er niet mooi op staan. Criminelen krijgen soms zelfs online?een schare fans met zelfs huwelijksaanzoeken die gemakshalve voorbij lijken te gaan aan de ware aard van het beestje.

nightcrawler-01-405x270

En burgers filmen de politie

Het is een groeiende trend dat burgers zelf ook vaker de politie filmen. Burgers hebben hier in veel landen ook alle rechten toe. Zo komt het ook steeds vaker voor dat mensen die nog niet als dader worden aangemerkt, maar wel verdacht worden van een misdrijf het al online zetten. Zo filmde Snoop Dogg zijn arrestatie in Zweden en plaatste de filmpjes vanuit de achterbank in de politiewagen op Instagram.

shoot

Het is zelfs een trend om een staande houding van de politie live te filmen, je weet nooit of het uit de hand loopt. De gebeurtenissen in de VS na Ferguson, maar ook hier in Nederland met Mitch Henriquez, zijn hier natuurlijk een belangrijke katalysator van. Er zijn al vele apps op de markt gekomen om ?ontmoetingen? met de politie te filmen, zoals Hands Up,?Five-O?of?Cop Recorder.?En met dit soort social media wapens in de hand kunnen er goede, maar ook slechte gevolgen zijn. Er zijn inmiddels maar al teveel?burgers die de randen testen van het politie-optreden en hun burgerrechten in ?ontmoetingen?, met alle gevolgen van dien…

Photo of Ademo Freeman, a.ka. Adam Mueller, founder of CopBlock.org (Photo contribution: Ademo Freeman)

Photo of Ademo Freeman, a.ka. Adam Mueller, founder of CopBlock.org
(Photo contribution: Ademo Freeman)

Bonnen: EditieNL, BBC, BostonGlobe, Local10, NYDaily, Hollywood Reporter, Wear TV

Politie (live) laten filmen, een goed idee?

Van twitterende wijkagenten tot getuigenoproepen op Facebook. De politie zet vol in op Social Media. En ook steeds vaker in beeld en geluid. Agenten met camera’s op de borst filmen opstootjes, arrestaties en invallen. En dat wordt allemaal op YouTube gezet. Het laat politiewerk in de breedte zien, Niet alleen maar mooi opgepoetste foto’s, maar een realistisch beeld. Maar mag dat ook zomaar?

Het antwoord is over het algemeen ja; je mag filmen in de publieke ruimte. En zolang er zorgvuldig met de beelden wordt omgegaan en er enige regie is op een duidelijke boodschap is er helemaal niets mis mee. De beelden van #Pro247 zijn daarvan een goed voorbeeld. Maar live streaming, zoals het gebruik van Periscope door de politie, ?is een stuk riskanter. Live filmen op een uitgaansavond of in andere operationele activiteiten?is riskant. De kans dat er een situatie ontstaat waar burgers onwenselijk in beeld komen is dan groot. Een aanhouding wil je niet zonder filters of regie online streamen. Burgers kunnen dat wel doen, en als politie kun je bodycams gebruiken, maar live als politie die beelden de digitale ether in slingeren is in zo’n geval een hevige inbreuk op de privacy.

De Rotterdamse politie heeft deze week een filmpje online gezet waarin agenten een dronken man arresteren. Ze probeerden de man te helpen, maar die is daar niet echt van gediend. Als ‘dank’ voor hun hulp krijgen de agenten nog een bak gevloek en gescheld over zich heen. Met dit filmpje hopen ze op iets meer respect.

De filmpjes van de politie Rotterdam zijn populair op hun Youtube-kanaal #PRO247. Doordat de camera op de borst van de agent is geplaatst, lijkt het net alsof de kijker er zelf bij is. Maar het laatste filmpje cre?ert veel ophef op Twitter. Want is het wel goed wat deze agenten doen?

Begrip kweken
“De politie wil laten zien hoe het werkt, onze betrokkenheid tonen, maar ook meer begrip kweken voor ons zware werk” zegt Gerrit van de Kamp, van de politievakbond ACP. “Zo begrijpt de burger beter hoe zwaar het werk van een agent is.”

Privacy
Wel brengt het een aantal privacyvragen met zich mee. De politie Tilburg ging begin deze maand haar ‘horecadienst’ livestreamen. Maar hoe zit het dan met de mensen die gewoon een biertje staan te drinken? Hun gezichten zullen gewoon te zien zijn op de livestream.

“Op zich is het goed dat de politie steeds meer en vaker een kijkje achter de schermen biedt. Wel moet er slim worden omgegaan met de beelden, want niet alles mag zomaar online worden gegooid”, zegt Arnout de Vries van TNO.

De filmpjes zijn te zien op het?Youtube-kanaal van de politie #PRO247

De politie in het centrum van Tilburg was?tijdens hun horecadienst virtueel te volgen op Facebook. Agenten plaatsen?de hele nacht?live updates over wat ze meemaken op straat.

Na succesvolle ‘politie-avonden’ op sociale media?in Eindhoven en Rotterdam vond agent Danny Nooijen dat het tijd was om dit ook in Tilburg in te voeren. Hij?startte woensdag?een Facebook-evenement, waar inmiddels al ruim 550 mensen zich voor hebben aangemeld. Doe je dat, dan krijg je de updates in je timeline te zien. ?Danny:?”we gaan vanavond met foto’s, video’s en tekst laten zien hoe een avondje stappen er vanuit?de politie uitziet.”

Meer begrip voor politie-ingrijpen

Op een normale zaterdagavond zijn er in Tilburg tussen de tien en vijftien agenten in touw om de straten veilig te houden. Ook vanavond is dat het geval, zegt de initiatiefnemer. “Er zijn een paar evenementen in kroegen vanavond, dus wij rekenen op een redelijk drukke avond. Er gebeurt van?alles – van mensen die klappen uitdelen tot wildplassers.”

Doel van de actie is om begrip te cre?ren bij het publiek. “Het respect voor de politie is soms ver te zoeken. Dat is met de komst van sociale media behoorlijk afgezwakt,” zegt?agent Danny. “Vaak zie je dat mensen het niet begrijpen als wij ergens actie ondernemen. We hopen dat dit ze een beeld geeft van onze manier van handelen.”

Wildplassend in beeld… en nu?

En als je nu als wildplasser gepakt wordt, ziet de halve stad dan?gelijk je foto of video op Facebook? “Nee, we blurren dat meteen.?Daar hebben we een app voor – zelfs voor video’s.?Als we iemand aanhouden zullen we er in de beschrijving in algemene termen over spreken. Geen achtergrond van degenen die we aanhouden dus.”

Op stapavonden worden niet alleen?flinke hoeveelheden drank gebruikt, ook?ziet agent?Danny steeds vaker drugs en verdovende middelen. “Mensen vergeten dan hoe ze zich hebben?gedragen. Het kan best goed werken om dat naderhand eens op?beeld te zien.”

In Tilburg is op diverse plekken al cameratoezicht aanwezig. Het in beeld vastleggen van incidenten tijdens uitgaansavonden werkt volgens Danny twee kanten op. “Het is goed voor onze veiligheid, en het kan voor uitgaanspubliek een geruststelling zijn dat ook ons handelen wordt vastgelegd.”

Meekijken in de politieauto tijdens een stapavond:?Video afspelen

Sociale media worden volgens Danny steeds vaker gebruikt in het politiewerk. Zo zetten zijn collega’s vanmorgen?nog een video van een achtervolging online, en worden vragen van Tilburgers via de Facebook beantwoord. “Het is een mooie manier om in contact te komen met de burger.?Op deze manier kunnen we Tilburgers snel bereiken, als we bijvoorbeeld een buurtonderzoek doen en op zoek zijn naar tips.”

Ook vanavond zijn de agenten in Tilburg rechtstreeks te bereiken via sociale media. “Als je in een situatie verzeild raakt?waarbij je ons nodig hebt, kun je ons?via sociale media vinden.?Bel dan?wel eerst even met de meldkamer – maar ons via Facebook of Twitter op de hoogte brengen kan daarna?natuurlijk altijd.”

Meer regie met Cameraad

Met?een dienst als Cameraad kun je op afstand de regie inrichten, zoals ook Nu.nl al doet met live video. Hieronder een filmpje erover:

De tool Cameraad is eigenlijk ontwikkeld voor ooggetuigen die livestreams willen maken, die vervolgens kunnen worden geselecteerd, geregisseerd en gebruikt door nieuwsmedia.?Burgers kunnen via de NU.nl app livestreams versturen naar de redactie. Via een directe audioverbinding met een redacteur worden gebruikers onderdeel van het journalistieke proces.

Met Cameraad kan de redactie door een druk op de knop burgers die zich binnen een bepaalde straal van een nieuwswaardig evenement bevinden (de Vierdaagse of politie-acties) vragen om te filmen met hun telefoon. Deze livestreams kunnen vervolgens, na minimale regie vanuit de redactie, worden toegevoegd aan nieuwsartikelen, maar ook rechtstreeks worden bekeken. Daarmee hoopt Nu.nl zijn nieuwsverslaggeving actueler, rijker en multimedialer te maken. Bij?Meerkat of Periscope zijn de mogelijkheden weliswaar verruimd, maar die zijn nog?niet goed te integreren met bestaande platforms, beide applicaties zijn vooral afgestemd op Twitter.

Bronnen: Emerce, NOS, EditieNL