Tagarchief: publiek

Herijking in een digitaal tijdperk

Welke invloed heeft de digitalisering van de maatschappij op de gepercipieerde legitimiteit van de politie? In een drieluik analyseren David Langley, José Kerstholt, Arnout de Vries en Caroline van der Weerdt de effecten.  Deel 3: aanbevelingen voor het creëren van een nieuwe balans.

Nieuwe digitale technologieën en interactiemogelijkheden, zoals allerlei sociale media, veranderen de manier waarop burgers en politie met elkaar omgaan. Uitingen via deze nieuwe technologieën beïnvloeden de perceptie van burgers waardoor de legitimiteit van de politie regelmatig ter discussie wordt gesteld. Dit vormt een serieuze uitdaging, maar tegelijkertijd ook een nieuwe kans voor de politie om haar positie in de samenleving een nieuwe vorm te geven.

Slotartikel
Dit artikel is de laatste in een serie van drie over de legitimiteit van de politie en hoe deze als gevolg van digitalisering, opnieuw wordt geëvalueerd. In ons eerste artikel lieten we een nieuw model voor legitimiteitsvorming zien. Hierbij gingen we in op de invloed van sociale media op de individuele percepties van burgers. Deze percepties kunnen optellen tot een verschuiving in onze, doorgaans zeer positieve, collectieve perceptie van de politie in Nederland. In ons tweede artikel gingen we in op de rol van de politie zelf in dit proces en, met name, de invloed van digitale dienstverlening op de perceptie van legitimiteit. In dit slotartikel geven we een aantal aanbevelingen voor het creëren van een nieuwe balans, waardoor de politie haar legitimiteit kan behouden.

Aanbevelingen
Op dit moment is het onmogelijk om te voorspellen hoe die nieuwe balans over vijf of tien jaar eruit zal zien. Nieuwe digitale innovaties ontstaan voortdurend, maatschappelijke organisaties leren nieuwe manieren om aandacht voor hun agenda’s te werven en burgers ontwikkelen nieuwe ideeën over wat de politie in hun leven betekent. Al weten we niet waar dit allemaal op uit komt, het is wel mogelijk om het proces op een constructieve manier in te vullen: wat moet de politie doen in de zoektocht naar een nieuw balans met de gedigitaliseerde samenleving? Hier volgen drie aanbevelingen.

1. Van risico-mijden naar exploratief leren
Naast de basis politie app, is in de zomer van 2019 begonnen met een proef van de “Mijn onderzoek”-app, waarmee burgers die slachtoffer van diefstal zijn zelf onderzoek kunnen doen. Met de app kunnen zij bewijs verzamelen en aanbieden aan de politie, zoals getuigeninterviews, foto’s en camerabeelden, maar ook informatie van online bronnen. Het is natuurlijk zeer de vraag of het op deze manier verzamelde bewijs de werkelijke opsporing zal helpen, maar met dit experiment gaat de politie op zijn minst nuttige ervaring opdoen met het aansluiten van de kennis en betrokkenheid van burgers.

Voor- en nadelen
Daarnaast kan het burgers het gevoel dat zij met de politie samenwerken aan een veilige woonomgeving en inzicht geven in de complexiteit van opsporingswerk. Dit kan resulteren in een positievere houding ten aanzien van de politie. Uitkomsten van dit experiment zijn voor zo ver wij weten nog niet gepubliceerd. Er kleven ook mogelijke nadelen aan dit soort experimenten. Misschien wil een burger verder gaan dan bewijs verzamelen en ook vergelding zoeken.

Dit is deel 3 van een drieluik over digitalisering en legitimiteit.

Deel 1 Over sociale media en maatschappelijke verschuivingen

Deel 2 Over procedurele rechtvaardigheid bij elektronische dienstverlening

Snel ingrijpen
Misschien ontstaat er een achterdochtige sfeer in een wijk waar mensen elkaar met webcams bespioneren. Met de uitvoering van weloverwogen experimenten met applicaties, waarbij snel en zorgvuldig ingegrepen wordt bij ongewenste gevolgen, zal de politie veel leren over hoe digitale media wel en niet de verhouding met de burger verbetert.

2. Van taakgericht communiceren naar maatschappijgerichte samenwerken
Het is fijn als de politie zelf leert van de eigen ervaring met sociale media en het uitvoeren van experimenten, zoals hierboven beschreven, maar dat alleen is onvoldoende. Daarnaast moet een dialoog worden aangegaan om tot een nieuwe balans in de verhouding tussen politie en burger te komen. De politie kan haar ontwikkelingen en ervaringen op het gebied van digitalisering regelmatig delen, bijvoorbeeld via sociale media.

Alle partijen betrekken
Daar is ook een rol voor de zogenaamde validatie instituten, zoals de traditionele media, politici en vak experts, weggelegd om de veranderingen bij de politie openbaar te bespreken. De politie heeft een taak om deze partijen te betrekken in het veranderproces, zodat ze begrijpen hoe het proces verloopt en dat in een brede kader kunnen plaatsen. Dit helpt bij het vormen van het collectieve legitimiteitsoordeel, dat van levensbelang is voor de politie.

Luisteren
Dialoog is uiteraard tweerichtingsverkeer. Naast activiteiten om te laten horen wat de politie doet en leert, is er ook een taak om naar de burger te luisteren. Dat is niet eenvoudig gezien de verscheidenheid aan meningen in Nederland.  Sociale media bieden agenten de mogelijkheid om te luisteren naar burgers in hun wijk. Dat geldt voor normale tijden maar ook voor bijzondere tijden als de coronacrisis. Omdat het dan op straat wat rustiger is, is het belangrijk is om ook digitaal waakzaam en dienstbaar te zijn.

Gelijkwaardige samenwerking
Om de mate van samenwerking uit te drukken wordt vaak de participatieladder van Arnstein gebruikt (Arnstein, 1969). Deze ladder loopt van het zenden van informatie (zoals bijvoorbeeld Burgernet) naar, op het hoogste niveau, een geheel gelijkwaardige samenwerking waar burgers en politie elkaar versterken. Nederland gaat naar een steeds hoger niveau van samenwerking (Kerstholt, Huis in ’t Veld en De Vries, 2016). Dit is niet in de laatste plaats toe te schrijven aan het steeds vaardiger inzetten van sociale media waardoor burgers en politie elkaar makkelijker kunnen vinden en begrijpen.

3. Van vaste structuren naar strategische flexibiliteit
De veranderingen die gepaard gaan met de toenemende digitalisering van interacties tussen burger en politie vragen om significante organisatieveranderingen, zowel in termen van budgetten en departementale structuur als in de zachtere organisatiekenmerken als cultuur en waardering.

Continu proces
Strategische flexibiliteit is het vermogen om significante veranderingen in de buitenwereld te signaleren, middelen aan te wenden en onmiddellijk te handelen wanneer blijkt dat een andere koers moet worden gevaren (Shimizu & Hitt, 2004). Dit is niet iets dat eenmalig gebeurd maar is een continu proces van monitoren en proactief handelen. Het geldt bovendien niet alleen voor de hogere organisatieniveaus maar ook voor de gemiddelde agent op straat (Combe et al., 2012).

Snel reageren
Strategische flexibiliteit stelt medewerkers in staat om te weten wanneer zij van de organisatienormen af mogen stappen om unieke manieren te vinden om maatschappelijke waarde te creëren. De procesaanbeveling is dus dat de politie geld en middelen, waaronder ook kennis van digitaal handelen, op een flexibele manier inzet om snel te reageren op het voortschrijdende inzicht in de wensen en behoeftes van de gedigitaliseerde burger.

Slot
Samengevat, om het proces van herijken van de legitimiteit van de politie in het digitale tijdperk goed laten verlopen is een aantal processtappen van belang. Niemand heeft het eindbeeld in zicht maar door proactief te leren, nieuwe vormen van samenwerking te zoeken en open te staan voor experimenten en verandering kan de politie de perceptie van haar legitimiteit onder burgers hoog houden.

Arnstein, S. R. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of planners, 35(4), 216-224.
Combe, I.A., Rudd, J.M., Leeflang, P.S.H. andGreenley, G.E. (2012). Antecedents to strategic flexibility: management cognition, firm resources and strategic options. European Journal of Marketing, 46, 1320–1339.
Kerstholt, J.H., De Vries, A., Huis in ‘t Veld, M., Mente, R. (2016). Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking. Tijdschrift voor Veiligheid 2015 (14).
Shimizu, K. and Hitt, M.A. (2004). Strategic flexibility: organizational preparedness to reverse ineffective strategic decisions. Academy of Management Review, 18, 44–59.

Bron: Tijdschrift voor de Politie

Over procedurele rechtvaardigheid bij elektronische dienstverlening – pt 2/3

Digitalisering beïnvloedt de perceptie van de legitimiteit van de politie in de samenleving. In een drieluik analyseren David Langley, José Kerstholt, Arnout de Vries en Caroline van der Weerdt deze effecten. Deel 2 over de invloed van elektronische diensten.

Nieuwe technologieën en interactiemogelijkheden veranderen de manier waarop burgers en politie met elkaar omgaan. Denk bijvoorbeeld aan contact met de wijkagent via sociale media of elektronisch aangifte doen. Deze vorm van contact wordt vaak als positief gezien. Zoals bijvoorbeeld de Teteringse wijkagent Willem Janssen: “Het digitale spreekuur is ideaal om snel en makkelijk in contact te komen met de inwoners van Teteringen en de diverse bedrijven op de industrieterreinen in Breda-Noord. Met behulp van de eigen pc/tablet (met webcam) kan vanaf iedere locatie rechtstreeks met mij gesproken worden. Ik hoop met deze extra service ook de forensen in het gebied, die fysiek niet het spreekuur bij kunnen wonen, te bereiken.” De wijkagent beschikt zelf ook over een webcam en is tijdens het gesprek in beeld.[1]

Perceptie
In het eerste artikel zagen we hoe de perceptie van de handelswijzen en rol van de politie een wisselwerking is tussen het collectieve beeld van legitimiteit op macroniveau en, op microniveau, de individuele meningen die via sociale media worden geuit. Deze individuele meningen kunnen de perceptie van een groot aantal mensen, en daarmee het collectieve beeld, (negatief) beïnvloeden.  De kernvraag van dit artikel is hoe de politie via elektronische diensten de perceptie van legitimiteit op een positieve manier kan beïnvloeden.

Gebruikersvriendelijkheid
De politie staat uiteraard niet stil wat betreft digitalisering. Tijdrovende fysieke handelingen worden, waar mogelijk, vervangen door digitale dienstverlening. In veel onderzoek naar de effecten van digitale dienstverlening staan vooral de efficiency en de gebruiksvriendelijkheid van het systeem centraal (Meijer & Thaens, 2010). Over het algemeen blijkt uit dat onderzoek dat naarmate de dienst gebruiksvriendelijker is en de gebruiker ook het nut van de dienst inziet, het vaker wordt gebruikt.

Toename transparantie
Daarnaast is een voordeel van digitale diensten dat burgers op een toegankelijke wijze inzicht kunnen krijgen in het functioneren van de organisatie via bijvoorbeeld informatie over beleid, beslissingen en acties. Transparantie alleen leidt echter niet persé tot meer legitimiteit. Zoals het model van gepercipieerde legitimiteit uit het eerste artikel laat zien, wordt de evaluatie van burgers gevoed door wat ze zelf zien en meemaken. Ook bij een interactie tussen burger en politie via een digitaal loket, is het van belang dat de burgers het gevoel hebben dat zij respectvol worden behandeld.

Procedurele rechtvaardigheid
De gepercipieerde legitimiteit van de politie is een belangrijke voorwaarde voor effectief politiewerk en wordt geassocieerd met effectiviteit, tevredenheid en vertrouwen. Uit onderzoek blijkt dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit (Walters & Bolger, 2019). Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers blijkt belangrijker dan de objectieve resultaten.

Vier principes
Procedurele rechtvaardigheid bestaat uit vier principes: burgers een stem geven door het aanmoedigen van hun participatie, het gevoel geven dat besluitvorming neutraal verloopt, het tonen van waardigheid en respect in de interactie en het laten zien dat motieven betrouwbaar zijn (Mazerolle et al., 2013). Wanneer burgers menen dat de politie volgens deze vier principes te werk gaan dan zullen zij de politie meer zien als een betrouwbare en legitieme instantie voor het handhaven van sociale veiligheid.

Openheid
De perceptie van procedurele rechtvaardigheid is dus een belangrijke factor voor het vergroten van legitimiteit en het zou daarom goed zijn als de politie via digitale kanalen haar procedurele rechtvaardigheid meer zou benadrukken. Zo zou je bijvoorbeeld openheid kunnen geven over besluitvormingsprocessen, evaluaties van burgers ten aanzien van dienstverlening weer kunnen geven, of cijfers laten zien over hoeveel online klachten/aangiften/tips/et cetera er zijn binnengekomen (en behandeld).

Presentatie en perceptie
De perceptie die men van een organisatie heeft is niet per se een waarheidsgetrouwe afspiegeling te zijn van de werkelijkheid. Mensen vormen zich een beeld op basis van eigen ervaringen of dat van anderen en ook hoe de organisatie zich presenteert. De manier waarop de politie zich via digitale diensten presenteert, blijkt inderdaad van belang voor de gepercipieerde legitimiteit (Sillince & Brown, 2009).

Aangescherpte identiteit
Door zorgvuldig je narratief op te bouwen kun je de gepercipieerde legitimiteit beïnvloeden, zoals door doelbewust taal te gebruiken die de positie van de politie benadrukt als lid van, of juist apart van, de leefgemeenschap. Dit is een belangrijke manier om onderliggende waarden te communiceren en actief deel te nemen in het proces dat leidt tot een aangescherpte identiteit.

Burgers betrekken
Om elektronische dienstverlening optimaal te benutten voor het vergroten van legitimiteit is het van belang om actief na te denken hoe de vier aspecten van procedurele rechtvaardigheid tot uiting komen en voortdurend te toetsen of burgers de effecten ook beleven zoals bedoeld. Door burgers mee te laten denken in het gehele ontwerptraject kunnen niet alleen innovatieve ideeën worden opgedaan, maar is de kans ook groter dat het uiteindelijke product aansluit bij hun waarden en behoeften.

Dit is deel 2 van een drieluik over digitalisering en legitimiteit.

Deel 1 Over sociale media en maatschappelijke verschuivingen

Leren van de zorg
Partijen in de zorg proberen steeds meer tegemoet te komen aan de mondigere burger en nieuwe mogelijkheid van de patiënt om aan informatie over ziekte en gezondheid te komen. ICT-innovaties helpen om de burger/patiënt centraal te stellen in het zorgproces, via bijvoorbeeld verschillende platformen. Voorbeelden hiervan zijn de personal health records (PHR’s) waarin patiënten zorgdata kunnen opslaan, artsen hun data kunnen uploaden en er vaak ook de mogelijkheden geboden wordt om zelf preventieve maatregelingen te treffen door middel van eHealth. Een burger kan zo zelf metingen bijhouden over zijn of haar gezondheid, makkelijk contact opnemen met een arts en zelf beschikken over de informatie van deze arts; ook zijn er vele apps die de gezondheid ondersteunen.

Mazerolle, L., Bennett, S., Davis, J., Sargeant, E., & Manning, M. (2013). Procedural justice and police legitimacy: A systematic review of the research evidence. Journal of experimental criminology, 9(3), 245-274.
Meijer, A., & Thaens, M. (2010). Alignment 2.0: Strategic use of new internet technologies in government. Government Information Quarterly, 27(2), 113-121.
Sillince, J. A., & Brown, A. D. (2009). Multiple organizational identities and legitimacy: The rhetoric of police websites. Human Relations, 62(12), 1829-1856.
Walters, G. D., & Bolger, P. C. (2019). Procedural justice perceptions, legitimacy beliefs, and compliance with the law: A meta-analysis. Journal of experimental Criminology, 15(3), 341-372.

Bron: Tijdschrift voor de Politie

Getagd voor het leven

youve-been-tagged

Wat zou jij er van vinden als je tijdens je werkt wordt gefilmd? En waarbij je (niet zeker) weet of een deel van de video online komt. Verschillende professionals hebben dit al eens meegemaakt. En, het lijkt steeds vaker te gebeuren. Wat is het effect van het opnemen en online plaatsen van beelden van publieke handelingen op sociale media, voor publieke professionals en organisaties? Het eerste verkennende studie over dit thema, uitgevoerd door Stichting Impact met mijn medewerking staat nu online. Deze verkenning biedt voldoende stof om over door te praten en voldoende onderwerpen om verder te (laten) onderzoeken. .

Een intrigerende vraag uit dit?onderzoek is de vraag: waarom doen mensen dit? Helaas is er (nog) geen onderzoek gedaan onder de filmers en diegene die het materiaal online plaatsen. De verschillende professionals geven vier motieven waarom mensen mogelijk filmen (en al dan niet plaatsen):Als een video online verschijnt dan is het proces dat volgt redelijk ongrijpbaar. Als het binnen korte tijd vaak gedeeld of geliked wordt, en al dan niet door andere (sociale) media wordt opgepikt, dan kan een olievlek ontstaan. Het is lastig om op dat moment de verspreiding in te perken. Het is moeilijk om een filmpje volledig van het internet te verwijderen, wanneer het zo vaak wordt gedeeld. Organisaties worden bij vergaande verspreiding van (video)materiaal gedwongen om te reageren. Want: of het nu waar is of niet, als organisatie moet je wel reageren als het breed is verspreid. Al was het maar voor diegene die op de video negatief wordt neergezet.

  • het uiting geven aan onmacht en frustratie.
  • het be?nvloeden van het proces van de organisatie (dossiervorming).
  • sensatiezucht (inclusief persoonlijk gewin).
  • verveling.

Het is essentieel om deze motivaties te weten, zodat passende reacties zijn te geven. Aanvullend onderzoek op filmers en plaatsers is zeer zeker nodig.

Vanuit persoonlijke ervaring weet een van de onderzoekers Roy Johannink dat een opvallend filmpje miljoenen views kan genereren. Dit kan de plaatser ? wat niet de filmer hoeft te zijn ? ook een bron van inkomsten betekenen. Het wegnemen van deze bron van inkomsten maakt het voor sommige plaatsers, denk aan de treitervloggers, al een stuk minder interessant om (video)materiaal online te plaatsen. Want: als je er geen geld mee verdiend, waarom zou je het dan nog doen?

Maar aan de hand van welke criteria bepalen we of een video al dan niet negatief is. Wat is de rol van YouTube ?n Facebook? Beide kunnen natuurlijk de advertenties weglaten rondom de video?s. Ze kunnen plaatsers ook (tijdelijk) blokkeren. Maar ze gaan dan ook zelf advertentie-inkomsten mislopen van dergelijke succesvolle video?s.

Het is dus allemaal niet zo eenvoudig. De problematiek en de oplossing(en) zijn complex. Dat maakt dit eerste onderzoek inzichtelijk. Er moet wel nog wat veranderen, dat is duidelijk. Alleen wat dan? Suggesties voor vervolgonderzoek en oplossingen zijn zeer welkom, reageer hieronder of laat je idee achter bij Roy Johannink.

Het onderzoek is hier te vinden: Getagd voor het leven; een verkennende studie naar de effecten op professionals van het filmen en online plaatsen van (beeld)materiaal van professioneel handelen, Jurriaan Jacobs, MSc Merel van Herpen, MA Dr. Hans te Brake mmv Drs. Roy Johannink MCDm, Stichting Impact Diemen, december 2016.

of lees het hieronder:

[slideshare id=72267052&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-26-14871693771568867560-170217110954&type=d]

[slideshare id=78262205&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-170726072049&type=d]

Bronnen: RoyJohannink

Criminelen die hun misdrijf filmen

facebook-solves-cases

Daders die social media gebruiken bij hun misdaden. Vooraf, tijdens of na hun daad. Gaan we dit vaker zien?

Vooraf om bijvoorbeeld een afscheidsbrief te plaatsen of nadere duiding te geven, of om een daad aan te kondigen in een laatste roep om aandacht (bijv. bij een crime passionel of zelfmoord).
Tijdens om ongecensureerd je boodschap live in de digitale ether te kunnen plaatsen, zoals de dubbele moord in Virginia?of de wraakactie van twee mannen die via Periscope gevolgd kon worden en gelukkig niet in een bloedbad eindigde.
Of na een misdrijf om uitleg te geven, te pochen (met de buit) of de daad nog eens kracht bij te zetten en angst in te boezemen (zoals bendes op Facebook doen als boodschap naar andere bendes, of zoals de Mexicaanse drugscartels doen om regering en bevolking hun onaantastbaarheid te benadrukken).

A picture posted on the Facebook page for a user named "Chriis Marley," shows the page's owner with a gun and money. Police say in an arrest warrant affidavit that "Chriis Marley" is an alias for Christopher Cruz. mpetroski@abqjournal.com Mon Aug 17 16:53:04 -0600 2015 1439851984 FILENAME: 197450.jpg

periscope-gun

Het lijkt steeds vaker te gebeuren, omdat de mogelijkheden om dit te doen toenemen en democratiseren. Denk aan GoPro camera?s die je op je lichaam of zelfs op een wapen kunt zetten (zoals IS het gebruikt als morbide gamification methode en het als spelletje doet lijken), een moderne Google Glass of het inzetten van Drone met camera waarvan de beelden live gedeeld kunnen worden. Het is waarschijnlijk dat we het vaker gaan meemaken, zeker als de motieven gericht zijn op het verkondigen van een boodschap.

De gebeurtenis in Virginia waarbij twee journalisten zijn?doodgeschoten terwijl ze live een televisie-interview afnamen staat niet op zichzelf. Steeds vaker en in toenemende mate bij verschillende type misdaden wordt er gebruik gemaakt van een eigen camera. Social media zorgen ervoor dat je baas bent over een eigen zendkanaal. Met wat hulp van anderen en zeker ook traditionele media kun je je beelden zeer snel de wereld in helpen. Een RT of like knop is zonder nadenken snel genoeg ingedrukt, en traditionele media nemen die, weten we uit eerdere incidenten, soms klakkeloos over. De onnadenkendheid zorgt ervoor dat dit daders vaak juist in de kaart kan spelen. Niet alle media zijn even genuanceerd in hun drang om meer kijkers, en heftige incidenten zorgen voor veel reuring die niet te stoppen is. De BBC deed het weloverwogen, maar kreeg ondanks dat toch het verzoek van de politie om de beelden te verwijderen.

Maar waar het eerder vooral om een ?terroristisch theater? en dito motief ging (zoals de Boston Marathon), lijkt het erop dat we dit ook onder andere typen misdaden nu zien.

Vroeger moest je een mediabedrijf kapen om uit te kunnen zenden. Onlangs probeerde?Tarik Z. gewapend de NOS studio?over te nemen, maar wat als hij een YouTube of Persicope boodschap had uitgezonden? Natuurlijk heeft social media niet dezelfde impact als live overnemen van een nieuwszender als de NOS. Maar bij veel?gijzelingen wordt social media steeds?vaker bewust ingezet als middel om een groot bereik (en dito bemoeienis) te krijgen van media en het algemeen publiek. De Sydney Siege, maar ook de ?stand-off? in Staten Island?waar de dader een live blog bijhield vanuit zijn gebarricadeerde appartement zijn daar voorbeelden van. De impact is uiteraard enorm, want dit soort heftige situaties komt ongecensureerd bij mensen binnen, in de huiskamer of ?in your face? via je handpalm. De impact is groot, zeker ook voor de politie. Helemaal als het mis gaat. Een agent wiens pistool afhandig werd gemaakt werd zelfs online uitgelachen toen hij gewond op straat lag. Maar ook minder ernstige misdrijven worden live gefilmd, zoals joyriders die zichzelf filmen terwijl ze een auto aan gort rijden. Dat dit ?bewijsmateriaal? in Nederland soms niet gebruikt mag worden omdat een dader niet hoeft?mee te werken aan zijn eigen veroordeling (met een eigen gemaakt filmpje) leidde dit in het verleden al eens?tot maatschappelijke discussies.

De discussie of social media deze beelden zou moeten blokkeren of verwijderen op het moment dat ze gedeeld worden is hevig losgebarsten. Bijdragen aan terrorisme of georganiseerde misdaad is in de VS bij wet ook verboden als je dit als service provider van internetdiensten doet. En die schijn heb je al snel tegen. Filmpjes gaan in je Facebook timeline met de autoplay functie ook vanzelf afspelen, en dan heb je die ongezouten beelden misschien ongewild al op je netvlies. Toch zal het lastig worden voor partijen als Facebook of Twitter om dit soort daden online snel te verhelpen. Social media is ook een creatief middel en beknotting in vrijheid van meningsuiting (zoals hardop uitgesproken gedachten) zijn lastig te ondervangen. Denk bijvoorbeeld eens terug aan de social meme ?RT to kill? waarin jongeren het een creatieve uiting vonden om moordscenes op straat zo echt mogelijk na te spelen en deze te delen op social media.

En andersom komt het ook voor dat getuigen, of zelfs het slachtoffer filmt:

Beeld en geluid vanuit ieder perspectief

Als de terroristen begin dit jaar in Parijs in de ?stand-off? in de drukkerij deze mogelijkheden benut zouden hebben zou de impact op de maatschappij vele malen groter zijn. Bedenk ook dat?sommige media hun uiterste best deden om de situatie in detail in beeld te brengen, met zoomlenzen tot in het gebouw. De honger naar beelden, en de dwang van het kunnen vertellen van het eigen verhaal is er vanuit alle hoeken: media, politie, burgers en criminelen. Allemaal willen ze, liefst live, beelden maken en het ware verhaal delen. Zo is de politie in Ferguson zelf gaan experimenteren met Periscope?tijdens demonstraties, om hun perspectief te laten zien. Burgers filmen andersom ook en de media staat ertussen. Als je criminelen toevoegt in deze mix krijg je interessante dilemma?s vanuit ieder perspectief, waar we voorlopig nog niet over uitgepraat raken.

Informatie voor de politie

Beelden van criminelen leveren andersom waardevolle tactische informatie voor een arrestatieteam op en achteraf een schat aan informatie voor de opsporing. Er zijn zelfs criminelen zo ijdel dat ze na een opsporingsverzoek een nieuwe Selfie insturen omdat ze vinden dat ze er niet mooi op staan. Criminelen krijgen soms zelfs online?een schare fans met zelfs huwelijksaanzoeken die gemakshalve voorbij lijken te gaan aan de ware aard van het beestje.

nightcrawler-01-405x270

En burgers filmen de politie

Het is een groeiende trend dat burgers zelf ook vaker de politie filmen. Burgers hebben hier in veel landen ook alle rechten toe. Zo komt het ook steeds vaker voor dat mensen die nog niet als dader worden aangemerkt, maar wel verdacht worden van een misdrijf het al online zetten. Zo filmde Snoop Dogg zijn arrestatie in Zweden en plaatste de filmpjes vanuit de achterbank in de politiewagen op Instagram.

shoot

Het is zelfs een trend om een staande houding van de politie live te filmen, je weet nooit of het uit de hand loopt. De gebeurtenissen in de VS na Ferguson, maar ook hier in Nederland met Mitch Henriquez, zijn hier natuurlijk een belangrijke katalysator van. Er zijn al vele apps op de markt gekomen om ?ontmoetingen? met de politie te filmen, zoals Hands Up,?Five-O?of?Cop Recorder.?En met dit soort social media wapens in de hand kunnen er goede, maar ook slechte gevolgen zijn. Er zijn inmiddels maar al teveel?burgers die de randen testen van het politie-optreden en hun burgerrechten in ?ontmoetingen?, met alle gevolgen van dien…

Photo of Ademo Freeman, a.ka. Adam Mueller, founder of CopBlock.org (Photo contribution: Ademo Freeman)

Photo of Ademo Freeman, a.ka. Adam Mueller, founder of CopBlock.org
(Photo contribution: Ademo Freeman)

Bonnen: EditieNL, BBC, BostonGlobe, Local10, NYDaily, Hollywood Reporter, Wear TV

Trends in vroegtijdig signaleren afwijkend gedrag

crowd

Het vroegtijdig signaleren van afwijkend gedrag biedt kansen om incidenten te voorkomen of te verstoren, of om daders op heterdaad te betrappen. In dit artikel wordt ingegaan op de gesignaleerde trends in het gebruik van kennis over afwijkend gedrag.

Door: Rick van der Kleij, Dianne van Hemert, Arnout de Vries, Jeroen van Rest (TNO)

Veiligheid staat in Nederland hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. De politiek stelt dat straten, wijken en openbare ruimten veiliger moeten worden. De overheid wil straatterreur, overlast, intimidatie, agressie, geweld en criminaliteit daadkrachtig aanpakken. Bovendien moet terrorisme zo veel mogelijk worden voorkomen, bijvoorbeeld in de voor terroristische aanslagen kwetsbare openbare vervoersector.

Veiligheid is mede afhankelijk van het vermogen om vroegtijdig te beoordelen of er sprake is van een incident, vergrijp of delict. Het vroegtijdig signaleren van afwijkend gedrag biedt kansen om incidenten te voorkomen of te verstoren, of om daders op heterdaad te betrappen. Wij defini?ren afwijkend gedrag in dit artikel als het gedrag van personen met kwade intentie dat voorafgaat en gerelateerd is aan criminele of terroristische activiteiten.

Afwijkend gedrag

Het toepassen van kennis van afwijkend gedrag is geen gemakkelijke taak. Om de complexiteit hanteerbaar te maken wordt vaak gekeken vanuit verschillende perspectieven naar relevante vraagstukken binnen de openbare orde- en veiligheidssector. Binnen het TNO-onderzoeksprogramma Veilige Maatschappij is gekozen voor de perspectieven mens, omgeving, techniek en organisatie, die allen samen een stempel drukken op de kwaliteit van het toezicht. Zo wordt het succes van toezicht op afwijkend gedrag wordt niet alleen bepaald door de kwaliteiten van de veiligheidsprofessional, ofwel de mens, maar ook door de specifieke omgeving waarin het werk wordt uitgevoerd. Een onoverzichtelijke en drukke openbare ruimte maakt het volgen en terugvinden van verdachte personen een lastige taak. Ook de kwaliteit van de techniek die het werk van deze professionals ondersteunen, zoals (intelligente) camera?s, en de manier waarop deze technische systemen worden ingezet, bepalen in belangrijke mate de effectiviteit van toezicht. Tenslotte drukt de manier waarop het toezicht is georganiseerd, ofwel de organisatie van het toezicht, een stempel op de kwaliteit. Een goede onderlinge afstemming van activiteiten en een actief beleid gericht op het delen van relevante informatie tussen verschillende partijen onderling leveren aanzienlijk meer winst op in termen van effectiviteit dan een veelvoud van partijen die onafhankelijk van elkaar opereren in de(zelfde) ruimte. Hoewel een integrale benadering dus te prefereren is bij het toepassen van kennis van afwijkend gedrag, hanteren we ook hieronder, omwille van de eenvoud, de vier verschillende perspectieven als kapstok voor het bespreken van trends in het gebruik van kennis van afwijkend gedrag.

Toekomst

De toekomst van toezicht op afwijkend gedrag wordt volgens ons door een aantal trends bepaald. Deze ontwikkelingen liggen op elk van de vier eerder genoemde perspectieven op toezicht, namelijk mens, omgeving, techniek en organisatie. Ten eerste, door technologische innovaties die de veiligheidsprofessional inzicht kunnen geven in zijn of haar eigen psychofysiologische toestand, zien wij een toegenomen aandacht voor de toezichthouder als mens. Ten tweede, als we naar de omgeving kijken, zien we nieuwe dreigingen die zich online manifesteren, zoals bijvoorbeeld op social media. Ten derde, op het gebied van techniek zien we de toepassing van intelligente gedragscamera?s verschuiven van de laboratoria naar de praktijk. Ten vierde, vanuit de organisatie zien we een toegenomen aandacht voor het zorgvuldig gebruik van het huidige beste empirische bewijsmateriaal bij het toepassen van veiligheidsmaatregelen, oftewel de implementatie van onderzoeksresultaten in de praktijk. Hieronder bespreken wij deze vier trends.

Trend 1: Hernieuwde aandacht voor de veiligheidsprofessional

De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar het beter identificeren van afwijkend gedrag van criminelen zoals terroristen. In diverse studies worden fysieke grootheden geobserveerd of zelfs gemeten om daarmee iets te zeggen over gedrag, zoals kledingkeuze, gesproken woord, houding, gebaren, looppatroon, kijkrichting, zweten, lichaamstemperatuur, gelaatsuitdrukking (incl. micro-expressie), hartslag en neurologische signalen (Burghouts, Den Hollander, Schutte, Marck, Landsmeer & Den Breejen, 2011; Poh, McDuff, & Picard, 2011).

Sensoren

Door nieuwe sensoren, die gemakkelijk op het lichaam, in kleding of in andere toepassingen kunnen worden bevestigd, denk aan Google Glass of aan ?slimme? horloges, zal het in de toekomst ook mogelijk worden om nauwkeurig, objectief en uitgebreid metingen te verrichten, niet alleen aan burgers, maar ook aan de veiligheidsprofessional zelf. Het functioneren van de professional kan met behulp van psychofysiologische metingen en gedrags- en bewegingsmetingen gedurende langere perioden in kaart worden gebracht. Veiligheidsprofessionals kunnen hierdoor niet alleen meer informatie over zichzelf maar misschien ook indirect over anderen verkrijgen. Subtiele gedragsafwijkingen van personen met kwade intentie kunnen bijvoorbeeld onbewust een psychofysiologische reactie oproepen bij de veiligheidsprofessional. Het zichtbaar maken van deze reactie kan de professional bewust maken van de eigen vooroordelen of denkfouten of juist helpen bij het interpreteren van het gedrag van anderen. Ook kunnen sensoren de veiligheidsprofessional suggesties doen voor rusttijden op basis van indicaties van vermoeidheid of afgenomen alertheid (zie Oken, Salinsky, & Elsas, 2006). Het slim combineren van technische kennis op het gebied van metingen op de persoon met, ten eerste, sociaalwetenschappelijke expertise op het gebied van psychofysiologie en, ten tweede, domeinkennis over veiligheid kan antwoord geven op nieuwe vragen omtrent de effectiviteit van veiligheidsprofessionals. Deze beweging, ook wel quantified self genoemd, wordt gefaciliteerd door snelle ontwikkelingen in het omgaan met grote hoeveelheden data. Meer sensoren betekenen een toenemende hoeveelheid beschikbare data voor veiligheidsorganisaties. Onze verwachting is dat de grote hoeveelheid data en analyse hierop zal leiden tot nieuwe inzichten en innovaties, ofwel tot data driven innovation.

Trend 2: Online afwijkend gedrag

Technische en sociale wetenschappen hebben zich sinds een aantal jaren gestort op het beter analyseren en begrijpen van online gedrag. Met de komst van Internet en meer specifiek met de komst van verschillende sociale netwerken zoals Twitter en Facebook, heeft de invloed van social media op ons gedrag terrein gewonnen. Ook sociale be?nvloeding manifesteert zich online. Pestgedrag, criminaliteit, protesten en zelfs revoluties vinden steeds vaker online plaats.

Media

De invloed van social media op ons gedrag is groot en wordt bepaald door een (ijs)berg aan factoren. Online afwijkend gedrag kan zich openbaren via plotse afwijkingen in het volume of frequentie van berichten, maar ook het aantal of type accounts dat actief wordt, of bijzondere trending topics die opkomen. Onderzoek toont aan hoe afwijkingen kunnen opbouwen tot signalen die gaan van cyberpesten of meningsverschillen en kunnen uitmonden in geweld, of over dreigingen en toenemende onrust dat kan omslaan in protesten (De Vries & Smilda, 2014). Aanbieders van social media diensten, zoals Twitter en Facebook, doen zelf al steeds meer aan het detecteren van ongewenst afwijkend gedrag. Zo vangt Twitter vreemde gedragingen af bij het aanmaken van accounts, bijvoorbeeld als iemand op een computer binnen een paar minuten meerdere accounts aanmaakt of daarbij onwenselijke namen gebruikt (zoals de naam van een terroristische groepering). Ook Facebook controleert op afwijkend gedrag. Zo gaat er een ?lampje branden? als twee gebruikers elkaar niet kennen en toch telefoonnummers uitwisselen, waarbij het leeftijdsverschil groot is. Misschien is het opa die een bericht stuurt aan zijn kleindochter, maar toch kijkt een medewerker van Facebook naar online afwijkend gedrag en doet deze melding bij de politie als er indicaties van pedofilie zichtbaar zijn. Dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie blijkt uit het rapport van een Britse parlementaire commissie die de omstandigheden rond de moord onderzocht op de Engelse militair Lee Rigby (Brandhorst, 2014). Facebook wordt hierin verweten te weinig te hebben gedaan om de ?overduidelijk extremistische? chats van een van de twee verdachten te melden aan de geheime diensten.

Toch is er meer nodig. Het ontbreekt de politie en veel andere organisaties aan beproefde mogelijkheden om ongewenst digitaal gedrag te detecteren, consistent te duiden en er tegen op te treden. Zo mag de politie zich bijvoorbeeld niet voordoen als een minderjarige om een online pedofiel te kunnen pakken (Lensink, 2014). Aanvullende methoden zijn nodig die de politie helpt bij haar werk in de digitale samenleving.

Trend 3: Intelligente gedragscamera?s

Camerabeelden leveren een groeiende bijdrage aan de veiligheid (La Vigne, Lowry, Markman, & Dwyer, 2011). De Koninklijke Marechaussee (KMar), politie, gemeenten en beheerders van kritieke infrastructuur ondervinden echter een stortvloed aan beelden, zowel in live toezichtruimtes, als in opsporing. Bovendien is er een toenemende druk op de kosten van het uitkijken en doorzoeken van deze beelden. Het tijdig vinden van relevante informatie in deze beelden wordt hierdoor steeds moeilijker waardoor de effectiviteit van toezichthouders vermindert. Tegelijkertijd is de wens van de Nederlandse overheid en maatschappij om steeds meer zaken te kunnen aanpakken en bij die zaken zo veel mogelijk naar de ?voorkant? van een incident te komen. Dat wil zeggen van opsporing naar heterdaad, en van heterdaad naar preventie (Van der Kamp, Van ?t Hooft, & Zwier, 2014).

Het Ministerie van BZK heeft in het kader van het programma Veiligheid door innovatie in december 2010 een roadmap voor beeldtechnologie in het veiligheidsdomein laten opstellen (Flight & Hulshof, 2010). In het rapport wordt gesteld dat het indammen van de groei van beeldmateriaal geen optie is. Dit komt overigens vooral doordat er door diverse organisaties voor allerlei doeleinden sensoren worden geplaatst. Als de data er dan toch is, dan cre?ert dat de verplichting voor de politie en andere veiligheidsorganisaties om daar ook iets mee te doen om incidenten te voorkomen, of althans incidenten te stoppen of op te lossen. De enige manier om werkelijk vooruitgang te boeken is dan ook om beter te worden in het vinden van relevante beelden in de totale beeldenstroom.

Algoritme

Ontwikkelingen in sensoren, rekenkracht, opslag- en netwerkcapaciteit en algoritmes zorgen voor nieuwe mogelijkheden in het vinden van relevante beelden. De intelligente gedragscamera is het archetypische voorbeeld van een innovatie van toezicht op afwijkend gedrag. Intelligente gedragscamera?s zijn camera?s die in combinatie met specifieke software geautomatiseerd afwijkend gedrag kunnen herkennen. Verwacht wordt dat intelligente gedragscamera?s leiden tot verhoogde effici?ntie en effectiviteit voor zowel proactief cameratoezicht als opsporing (Van der Kamp, Van ?t Hooft, & Zwier, 2014).

De intelligente gedragscamera is het laboratorium inmiddels ontgroeid. Op dit moment lopen er een aantal initiatieven om intelligente gedragscamera?s in de praktijk te beproeven, zoals bij de Koninklijke Marechaussee op Schiphol. De veelheid en diversiteit aan gedrag in een real-life setting maakt een accurate herkenning van gedrag een technische uitdaging. De grootste uitdaging komt voort uit het feit dat het interessante gedrag maar heel weinig voorkomt. Het overgrote deel van het gedrag is volkomen normaal en heeft niets te maken met incidenten of ongewenste situaties. Het is zoeken naar de speld in de hooiberg zonder daarbij teveel onterechte alarmen te genereren. Onze verwachting is dat deze proeven succesvol worden doorlopen en leiden tot invoering van de technologie in de praktijk ter ondersteuning van de veiligheidsprofessional in het algemeen en de cameratoezichtoperator in het bijzonder.

Trend 4: Implementatie van empirisch onderzoek in de praktijk

Er zijn diverse veiligheidsmaatregelen beschikbaar om afwijkend gedrag vroegtijdig te signaleren, zoals mediacampagnes gericht op burgers (bijvoorbeeld ?overvaller in beeld?), zelfbeschermingscursussen, bedrijfstrainingen, speciaal getraind surveillancepersoneel, cameratoezicht, slimme sensoren, data mining en behaviour profiling. De effectiviteit van deze maatregelen is het vermogen om een incident te voorkomen, verstoren of om iemand op heterdaad te betrappen. Op basis van empirische resultaten over de impact van genomen veiligheidsmaatregelen kan een partij binnen het veiligheidsdomein beslissingen nemen over mogelijke aanpassingen in de wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd.

Resultaat

Nog te vaak worden veiligheidsmaatregelen genomen zonder enige kennis van het empirische resultaat. Maatregelen worden veelal op basis van een enkele mening of niet onderbouwde theorie ge?mplementeerd of soms zelfs klakkeloos overgenomen uit landen met een goed imago als het gaat om veiligheidsmaatregelen zoals Isra?l of Amerika, maar veelal zonder een vertaling naar de lokale situatie. Een wetenschappelijke methode helpt om de effectiviteit, of ?berhaupt de voortgang aan te tonen van genomen maatregelen. Het belang hiervan toont het volgende voorbeeld: Een belangrijke reden dat het SPOT- programma van de Transportation Security Administration (TSA) momenteel onder vuur ligt van de Amerikaanse rekenkamer is dat het programma onvoldoende in staat is gebleken om de impact van predictive behavior profiling, ofwel het gebruik van kennis van afwijkend gedrag, onomstotelijk vast te stellen (Tennant, 2013).

Budget

Het gevolg is dat het budget waarmee het programma wordt gefinancierd onder druk is komen te staan. De rekenkamer heeft het congres aanbevolen om toekomstige financi?le bijdrage te beperken totdat de TSA kan aantonen dat het SPOT-programma bewezen effectief is (United States Government Accountability Office, 2013). Mede hierdoor lopen er momenteel diverse initiatieven, ook in Nederland, gericht op het opstellen van solide evaluatieprogramma?s voor het vaststellen van de empirische effectiviteit van predictive behavior profiling als middel om de veiligheid op luchthavens en aan boord van vliegtuigen te vergroten. Dit is in onze ogen een goede ontwikkeling. Door het opstellen van een wetenschappelijk verantwoord evaluatieprogramma draagt een uitvoerende instantie namelijk bij aan het vergroten van het draagvlak voor beveiligingsmaatregelen. Immers, beveiligingsmaatregelen worden sneller ingevoerd als kan worden aangetoond dat ze een positief effect hebben op de veiligheid.

Meer trends?

Op elk van de vier koppelvlakken, mens, omgeving, techniek en organisatie, zijn voorbeelden beschreven van trends die de toekomst van toezicht gaan bepalen. Er zijn uiteraard meer trends. Zonder daar in al te veel detail op in te gaan, willen wij er toch nog enkele kort benoemen. Een eerste die wij zien is het toegenomen belang van legitimiteit bij het nemen van veiligheidsmaatregelen. Recent onderzoek laat zien hoe mensen de veiligheid en de legitimiteit van veiligheidsmaatregelen ervaren in de context van servicekwaliteit (Van der Kleij, Roelofs, & Van Hemert, 2014). Niet alleen laat het onderzoek zien dat de relatie tussen veiligheid en service meer uitgesproken wordt voor hogere waarden van veiligheid, ook legitimiteit blijkt een sleutelvariabele met betrekking tot de relatie tussen beide variabelen. De ervaren veiligheid komt bijzonder ten goede aan de servicebeleving wanneer de veiligheidsmaatregelen als legitiem worden ervaren. Het is voor exploitanten dus van belang om te zorgen dat getroffen veiligheidsmaatregelen in de ogen van bezoekers legitiem zijn. De uitdaging voor de komende tijd ligt in het ontwikkelen van veiligheidsmaatregelen die niet alleen het publiek niet hinderen, maar ook als legitiem worden ervaren. Interessant in dit opzicht is hoe ?onzichtbare? veiligheidsmaatregelen worden ervaren, zoals security questioning, waarbij contact wordt gelegd met bezoekers en klanten vanuit een servicegedachte door het stellen van slimme en onverwachte vragen, waarop criminelen zich niet hebben kunnen voorbereiden (zie Van Pel, Verhagen, & Wijn, 2012).

Wapenen

Een andere trend is dat criminelen en terroristen zich beter ?wapenen? tegen toezicht op afwijkend gedrag. Het wordt verondersteld dat terroristen trainen op het tegengaan van stresssignalen die hen kunnen verraden in de aanloop naar een actie. Het is de vraag in welke mate trainen effectief is, en hoe daarop is te anticiperen. Bovendien is steeds meer informatie voorhanden waarmee personen met kwade intentie hun voordeel kunnen doen, zoals recentelijk nog een handboek is ?ontdekt? dat opgesteld zou zijn door IS-aanhangers, dat tips geeft over hoe jihadgangers veilig het ?kalifaat? kunnen bereiken (Atasever, 2015).

Mobiele sensoren

Ten slotte is de intrede van mobiele sensoren een belangrijke trend. We zijn op weg naar een tijdperk waar de loodgieter de dakgoot met een onbemand luchtvaartuig inspecteert en waar fervente hobbyisten voor de kick nachtelijke vluchten maken boven belangrijke gebouwen en kritieke infrastructuur. Wat betekent dit voor de handhaving in het lage luchtruim? Interessant zijn de ontwikkelingen in Amerika waar onlangs, na het neerstorten van een onbemand luchtvaartuig in de achtertuin van het Witte Huis, in overeenstemming met de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA, een belangrijke fabrikant een zogenaamde firmware update heeft uitgevoerd bij haar luchtvaartuigen waardoor deze niet meer kunnen vliegen in een deel van Washington (Bouwma, 2015). Ook zijn er ontwikkelingen die het onmogelijk maken voor onbemande luchtvaartuigen om landsgrenzen te overschrijden. Hiermee kan mogelijk drugshandel worden voorkomen. In dit tijdperk zullen veiligheidsorganisaties niet alleen moeten handhaven in het lage luchtruim, maar ook daar kansen moeten grijpen die door de intrede van deze nieuwe technologie ontstaan. Onbemande luchtvaartuigen kunnen helpen om een plaats-delict snel en effici?nt in beeld te brengen, maar in de toekomst wellicht ook om minder invasieve interventies te plegen. Een achtervolging van een overvaller kan bijvoorbeeld wellicht veiliger met een onbemand luchtvaartuig dan met een politieauto.

Veilige maatschappij

Heeft het onderzoeksprogramma naar het vroegtijdig signaleren van afwijkend gedrag geleid tot een veiliger maatschappij? Binnen dit onderzoeksprogramma hebben we tientallen projecten uitgevoerd voor en met partijen binnen de publieke en private veiligheid, zoals politie, Douane, KMar, Ministerie van Defensie, gemeenten, particuliere beveiligingsorganisaties, videosurveillance systeemintegrators, beheerders van kritieke infrastructuur en inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Met de uitkomsten van deze projecten hebben deze partijen ieder op hun eigen wijze bijgedragen aan een veiliger maatschappij. Maar deze toekomstverkenning laat zien dat het werk nog niet is gedaan. Onze maatschappij is constant aan verandering onderhevig en zo ook de veiligheidsrisico?s. Veranderingen lijken elkaar bovendien steeds sneller op te volgen, gelijk aan de wet van Moore. De Nederlandse openbare orde en veiligheidsmarkt moet zich aanpassen aan veranderende omstandigheden om te ?overleven? en criminaliteit de baas te blijven. In dit kader is innovatie cruciaal om criminaliteit een stap voor te blijven. Zicht op toekomstige ontwikkelingen is onontbeerlijk om te komen tot innovatie. Dit paper en de daarin beschreven trends kan partijen binnen de publieke en private veiligheid helpen om lijnen voor kennisontwikkeling en daarmee innovatiekansen, te detecteren. De auteurs roepen organisaties dan ook op om innovaties niet te schuwen, maar te omarmen, zodat ook zij straks optimaal kunnen blijven bijdragen aan het realiseren van een veiliger maatschappij.

  • Dit onderzoek is deels gefinancierd door de Rijksoverheid en uitgevoerd binnen het TNO vraaggestuurd programma Veilige Maatschappij, Topic 1: Afwijkend gedrag.
  • Correspondentie over dit artikel kan worden geadresseerd aan dr. Rick van der Kleij, TNO Earth, Life, and Social Sciences, Kampweg 5, Postbus 23, 3769 ZG Soesterberg; E-mail: [email protected].
  • De auteurs zijn Maaike Lousberg en Remco Wijn dankbaar voor hun bijdragen aan dit artikel.

Literatuur

  • Atasever, H. (2015, 23 maart). IS-handboek voor westerse jihadgangers. Zaman vandaag. Geraadpleegd op 25 maart 2015, van http://www.zamanvandaag.nl/nieuws/turkije/8378/handboek-voor-westerse-jihadgangers
  • Bouwma, R. (2015, 28 januari). Firmware-update houdt drones bij Obama vandaan. PCM. Geraadpleegd op 12 maart 2015, van http://www.pcmweb.nl/nieuws/firmware-update-houdt-drones-bij-obama-vandaan.html
  • Brandhorst, C. (2014, 26 november). Facebook had slachtpartij soldaat kunnen voorkomen. Algemeen Dagblad. Geraadpleegd op 2 december 2014, van http://www.ad.nl/ad/nl/13424/Terreuraanval-Woolwich/article/detail/3798596/2014/11/26/Facebook-had-slachtpartij-soldaat-kunnen-voorkomen.dhtml
  • Burghouts, G. J., Den Hollander, R., Schutte, K., Marck, J.W., Landsmeer, S., & Den Breejen, E. (2011). Increasing the security at vital infrastructures : Automated detection of deviant behaviors. Proceedings of SPIE, Vol. 8019. doi: 10.1117/12.884579.
  • De Vries, A., & Smilda, F. (2014). Social Media. Het Nieuwe DNA. Elsevier Reed Business.
  • Flight, S., & Hulshof, P. (2010). Roadmap beeldtechnologie veiligheidsdomein. DSP-groep.
  • La Vigne, N.G., Lowry, S.S., Markman, J.A., & Dwyer, A.M. (2011). Evaluating the use of public surveillance cameras for crime control and prevention. Technical Report 412403. Urban Institute. Washington, DC. US.
  • Lensink, H. (2014, 19 april). Plaats delict: social media: Hoe de politie surveilleert op internet. Vrij Nederland. Geraadpleegd op 13 november 2014, van http://www.vn.nl/Archief/Justitie/Artikel-Justitie/Plaats-delict-social-media.htm
  • Oken, B.S., Salinsky, M.C., & Elsas, S.M. (2006). Vigilance, alertness, or sustained attention: Physiological basis and measurement. Clinical Neurophysiology, 117 (9), 1885-1901. doi: 10.1016/j.clinph.2006.01.017.
  • Poh, M.Z., McDuff, D.J., & Picard, R.W. (2011). Advancements in noncontact, multiparameter physiological measurements using a webcam. Biomedical Engineering, IEEE Transactions on, 58(1), 7-11.
  • Tennant, M. (2013, 29 november). SPOT-ted $900 million, TSA program hasn?t caught one terrorist. The New American Magazine. Geraadpleegd op 24 november 2014, van http://bit.ly/1xd3RJ3
  • United States Government Accountability Office (2013). Aviation security. TSA should limit future funding for behavior detection activities. Report to Congressional Requesters. GAO-14-159.
  • Van der Kamp, R., Van ?t Hooft, W., & Zwier, E. (2014). Projectplan HARVEST: Human activity recognition in video streams. Van reactief naar proactief cameratoezicht. Versie 3.0. NCTV.
  • Van der Kleij, R., Roelofs, M., & Van Hemert, D. (2014). Gaan veiligheidsmaatregelen ten koste van de dienstverlening? Tijdschrift voor Veiligheid, (13) 4, 3-19.
  • Van Pel, B., Verhagen, B., & Wijn, R. (2012). Predictive profiling of proactief beveiligen: Security questioning & prikkelen. Security Management, 9, 40-43.

Bron: Security management