Tagarchief: digitale

Over procedurele rechtvaardigheid bij elektronische dienstverlening – pt 2/3

Digitalisering beïnvloedt de perceptie van de legitimiteit van de politie in de samenleving. In een drieluik analyseren David Langley, José Kerstholt, Arnout de Vries en Caroline van der Weerdt deze effecten. Deel 2 over de invloed van elektronische diensten.

Nieuwe technologieën en interactiemogelijkheden veranderen de manier waarop burgers en politie met elkaar omgaan. Denk bijvoorbeeld aan contact met de wijkagent via sociale media of elektronisch aangifte doen. Deze vorm van contact wordt vaak als positief gezien. Zoals bijvoorbeeld de Teteringse wijkagent Willem Janssen: “Het digitale spreekuur is ideaal om snel en makkelijk in contact te komen met de inwoners van Teteringen en de diverse bedrijven op de industrieterreinen in Breda-Noord. Met behulp van de eigen pc/tablet (met webcam) kan vanaf iedere locatie rechtstreeks met mij gesproken worden. Ik hoop met deze extra service ook de forensen in het gebied, die fysiek niet het spreekuur bij kunnen wonen, te bereiken.” De wijkagent beschikt zelf ook over een webcam en is tijdens het gesprek in beeld.[1]

Perceptie
In het eerste artikel zagen we hoe de perceptie van de handelswijzen en rol van de politie een wisselwerking is tussen het collectieve beeld van legitimiteit op macroniveau en, op microniveau, de individuele meningen die via sociale media worden geuit. Deze individuele meningen kunnen de perceptie van een groot aantal mensen, en daarmee het collectieve beeld, (negatief) beïnvloeden.  De kernvraag van dit artikel is hoe de politie via elektronische diensten de perceptie van legitimiteit op een positieve manier kan beïnvloeden.

Gebruikersvriendelijkheid
De politie staat uiteraard niet stil wat betreft digitalisering. Tijdrovende fysieke handelingen worden, waar mogelijk, vervangen door digitale dienstverlening. In veel onderzoek naar de effecten van digitale dienstverlening staan vooral de efficiency en de gebruiksvriendelijkheid van het systeem centraal (Meijer & Thaens, 2010). Over het algemeen blijkt uit dat onderzoek dat naarmate de dienst gebruiksvriendelijker is en de gebruiker ook het nut van de dienst inziet, het vaker wordt gebruikt.

Toename transparantie
Daarnaast is een voordeel van digitale diensten dat burgers op een toegankelijke wijze inzicht kunnen krijgen in het functioneren van de organisatie via bijvoorbeeld informatie over beleid, beslissingen en acties. Transparantie alleen leidt echter niet persé tot meer legitimiteit. Zoals het model van gepercipieerde legitimiteit uit het eerste artikel laat zien, wordt de evaluatie van burgers gevoed door wat ze zelf zien en meemaken. Ook bij een interactie tussen burger en politie via een digitaal loket, is het van belang dat de burgers het gevoel hebben dat zij respectvol worden behandeld.

Procedurele rechtvaardigheid
De gepercipieerde legitimiteit van de politie is een belangrijke voorwaarde voor effectief politiewerk en wordt geassocieerd met effectiviteit, tevredenheid en vertrouwen. Uit onderzoek blijkt dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit (Walters & Bolger, 2019). Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers blijkt belangrijker dan de objectieve resultaten.

Vier principes
Procedurele rechtvaardigheid bestaat uit vier principes: burgers een stem geven door het aanmoedigen van hun participatie, het gevoel geven dat besluitvorming neutraal verloopt, het tonen van waardigheid en respect in de interactie en het laten zien dat motieven betrouwbaar zijn (Mazerolle et al., 2013). Wanneer burgers menen dat de politie volgens deze vier principes te werk gaan dan zullen zij de politie meer zien als een betrouwbare en legitieme instantie voor het handhaven van sociale veiligheid.

Openheid
De perceptie van procedurele rechtvaardigheid is dus een belangrijke factor voor het vergroten van legitimiteit en het zou daarom goed zijn als de politie via digitale kanalen haar procedurele rechtvaardigheid meer zou benadrukken. Zo zou je bijvoorbeeld openheid kunnen geven over besluitvormingsprocessen, evaluaties van burgers ten aanzien van dienstverlening weer kunnen geven, of cijfers laten zien over hoeveel online klachten/aangiften/tips/et cetera er zijn binnengekomen (en behandeld).

Presentatie en perceptie
De perceptie die men van een organisatie heeft is niet per se een waarheidsgetrouwe afspiegeling te zijn van de werkelijkheid. Mensen vormen zich een beeld op basis van eigen ervaringen of dat van anderen en ook hoe de organisatie zich presenteert. De manier waarop de politie zich via digitale diensten presenteert, blijkt inderdaad van belang voor de gepercipieerde legitimiteit (Sillince & Brown, 2009).

Aangescherpte identiteit
Door zorgvuldig je narratief op te bouwen kun je de gepercipieerde legitimiteit beïnvloeden, zoals door doelbewust taal te gebruiken die de positie van de politie benadrukt als lid van, of juist apart van, de leefgemeenschap. Dit is een belangrijke manier om onderliggende waarden te communiceren en actief deel te nemen in het proces dat leidt tot een aangescherpte identiteit.

Burgers betrekken
Om elektronische dienstverlening optimaal te benutten voor het vergroten van legitimiteit is het van belang om actief na te denken hoe de vier aspecten van procedurele rechtvaardigheid tot uiting komen en voortdurend te toetsen of burgers de effecten ook beleven zoals bedoeld. Door burgers mee te laten denken in het gehele ontwerptraject kunnen niet alleen innovatieve ideeën worden opgedaan, maar is de kans ook groter dat het uiteindelijke product aansluit bij hun waarden en behoeften.

Dit is deel 2 van een drieluik over digitalisering en legitimiteit.

Deel 1 Over sociale media en maatschappelijke verschuivingen

Leren van de zorg
Partijen in de zorg proberen steeds meer tegemoet te komen aan de mondigere burger en nieuwe mogelijkheid van de patiënt om aan informatie over ziekte en gezondheid te komen. ICT-innovaties helpen om de burger/patiënt centraal te stellen in het zorgproces, via bijvoorbeeld verschillende platformen. Voorbeelden hiervan zijn de personal health records (PHR’s) waarin patiënten zorgdata kunnen opslaan, artsen hun data kunnen uploaden en er vaak ook de mogelijkheden geboden wordt om zelf preventieve maatregelingen te treffen door middel van eHealth. Een burger kan zo zelf metingen bijhouden over zijn of haar gezondheid, makkelijk contact opnemen met een arts en zelf beschikken over de informatie van deze arts; ook zijn er vele apps die de gezondheid ondersteunen.

Mazerolle, L., Bennett, S., Davis, J., Sargeant, E., & Manning, M. (2013). Procedural justice and police legitimacy: A systematic review of the research evidence. Journal of experimental criminology, 9(3), 245-274.
Meijer, A., & Thaens, M. (2010). Alignment 2.0: Strategic use of new internet technologies in government. Government Information Quarterly, 27(2), 113-121.
Sillince, J. A., & Brown, A. D. (2009). Multiple organizational identities and legitimacy: The rhetoric of police websites. Human Relations, 62(12), 1829-1856.
Walters, G. D., & Bolger, P. C. (2019). Procedural justice perceptions, legitimacy beliefs, and compliance with the law: A meta-analysis. Journal of experimental Criminology, 15(3), 341-372.

Bron: Tijdschrift voor de Politie

Hoplr digitale buurtnetwerken

Hoplr is een privaat sociaal netwerk voor buurten in België en Nederland. De maatschappelijke zetel van het bedrijf is gevestigd in Eksaarde, een deelgemeente van Lokeren. Het platform is sinds 2014 actief en focust op sociale interactie tussen inwoners en het engagement in de buurt. Buren kunnen spullen of diensten uitwisselen, babysitters zoeken, initiatieven lanceren, meldingen doen en activiteiten in de buurtkalender plaatsen.

Bewoners moeten zich registreren onder hun echte naam en hebben een code nodig om hun huisadres te verifiëren. Via de website of smartphones met iOS of Android kunnen geregistreerde gebruikers berichten sturen naar hun buren in een besloten buurtgroep.

Ik ben fan, want dit communicatiemiddel kan breed ingezet worden en zorgt voor een grotere sociale cohesie. Je leert zo veel sneller je buurt en buren kennen. En dat geeft iedereen een goed gevoel.Marc, ambassadeur Boechout Wijken (Boechout)

Ik wil tegen alle twijfelaars zeggen dat je aanmelden niet alleen heel gemakkelijk is, maar je verder ook nergens tot verbindt. Hoplr is een veilige, afgesloten en reclamevrije omgeving. En je buren kunnen er eigenlijk alleen maar hun voordeel mee doenBen, oprichter buurt Oosterveld (Antwerpen)

Al vele jaren ondernemen we initiatieven om mensen samen te krijgen met flyers, affiches, gratis hapjes en drankjes… Maar met weinig resultaat. Dat dit nu blijkbaar wel lukt met Hoplr toont aan dat dit buurtnetwerk een mooie toekomst tegemoet gaat.Erik, ambassadeur Heiende (Lokeren)

Waar staat Hoplr voor?

1. Community eerst
Bij Hoplr staan communities centraal en dat zal altijd zo blijven. Daarom denkt Hoplr bij elke beslissing, elke verandering of elke opportuniteit in de eerste plaats aan de toegevoegde waarde voor de buurt en haar bewoners.

2.Reclamevrij
Hoplr streeft ernaar om voor altijd reclamevrij te blijven. Het verdienmodel is gebouwd op samenwerkingen met partijen. Zo blijven alle berichten in de buurt relevant, interessant en vooral reclamevrij!

3. Privacy By Design
Het beschermen van persoonsgegevens is onze allergrootste verantwoordelijkheid. Hoplr is dan ook volledig conform aan de Europese GDPR privacywetgeving. Zij zeggen nooit ofte nimmer persoonsgegevens te verkopen.

4. Onafhankelijk
Hoplr is met geen politieke partij of andere belanghebbers verbonden en hoeft ook aan geen externe partij verantwoording af te leggen. Hoplr heeft respect voor ieders mening en zullen hun eigen mening ook niet uiten; noch expliciet noch impliciet.

5. Sociale impact
De droom van Hoplr is dat alle Hoplr-buren elkaar in het echt ontmoeten, helpen en leren kennen. Ze geloven in de kracht van het collectief. Daarom zullen ze activiteiten blijven organiseren en tips blijven geven rond sociaal contact buiten het platform om.

Bron: Hoplr

17 miljoen agenten: van betrokken burger tot amateur smeris

Wie een vermist kind thuisbrengt of een zakkenroller overmeestert is van oudsher een held. Met gebruik van sociale media lukt het burgers steeds vaker om met succes vermiste personen of daders op te sporen. Maar bewijsmateriaal kan ook zoek raken, aangetast of meegenomen worden. Hoe kan je als burger helpen zonder de politie voor de voeten te lopen? In De Balie onderzoeken burgers en experts waar in onze rechtstaat de grenzen liggen bij burgerparticipatie.

Technologische ontwikkelingen plaatsen de samenwerking tussen politie en burgers in een nieuwe context. Terwijl de politie enerzijds gebaat is bij de inzet en expertise van burgers in opsporingsonderzoek werpt deze samenwerking ook een aantal ethische en rechtsstatelijke vraagstukken op. Onder andere omtrent privacy, burgerexecutie (eigenrichting) en leefbaarheid. Op 15 november confronteert De Balie het publiek met deze vraagstukken. Burgers en experts worden uitgenodigd om hun licht te laten schijnen op misdrijven, opsporing en digitalisering in het heden en de toekomst. We spreken onder andere met?Arnout de Vries?(onderzoeker?TNO),?Karlijn Roex?(socioloog) en?Sven Brinkhof?(strafrechtexpert).


De avond over burgeropsporing is de eerste in een Programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?:
In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? En hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie?Black Mirror?

Peter van der Geer?is een ervaren gespreksleider. Hij is auteur van Prachtige bijeenkomsten en oprichter van?Debat.nl. Hij werkt veel op het snijvlak van overheid en maatschappij.

Arnout de Vries?is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij?TNO. Hij ontwikkelt digitale middelen die hulp kunnen bieden bij een effectievere burgerparticipatie, zoals de applicatie ‘Samen Zoeken?. Daarnaast schrijft hij op zijn site?SocialMediaDNA?over sociale media en de maatschappelijke veiligheid.

Karlijn Roex?is socioloog en promoveert eind november aan het?Max Planck Instituut?in Keulen. Daarnaast is zij oprichtster van?Spreekuur 89, een collectief dat opkomt voor mensen die tegen hun wil met de GGZ in aanraking komen. Ze werkt aan een boek over de discussie omtrent ?verwarde personen? en betoogde in het Parool dat de oproep om ?verwarde personen? in de gaten te houden kan zorgen voor een surveillance staat.

Sven Brinkhoff?als strafrechtexpert verbonden aan de Open Universiteit waar hij o.a. onderzoek doet naar de rol van burgers bij opsporing en de gevolgen daarvan voor strafzaken. Hij begon zijn loopbaan bij het openbaar ministerie en is werkzaam geweest in de rechterlijke macht.

Bekijk het debat hier terug:

Redactie:?Ianthe Mosselman (De Balie) en Rokhaya Seck (De Balie) in samenwerking met politie & Openbaar Ministerie

Burgemeesters in cyberspace

Als op straat ordeverstoringen plaatsvinden, kunnen burgemeesters maatregelen treffen om de veiligheid en orde te herstellen. De burgervaders en burgermoeders hebben echter niet zomaar bevoegdheden om ook online in te grijpen. Dat kan leiden tot moeilijkheden bij de handhaving van de openbare orde, omdat de aanleiding voor verstoringen van de maatschappelijk rust en veiligheid steeds vaker uitingen op internet zijn. Na eerdere onderzoeken naar virtuele wijkagenten, nu ook een eerste juridische en empirische verkenning naar de haalbaarheid van burgemeesters die hun lokale gezag virtueel verlengen.

Burgemeesters hebben online geen bevoegdheden
Treitervloggers, oproepen voor massale feesten, online drugswinkels: het zijn problemen die razendsnel kunnen escaleren, maar waarbij een burgemeester geen bevoegdheden heeft om in te grijpen, zo beschrijven de onderzoekers in het onderzoek??Burgemeesters in cyberspace.?Handhaving van de openbare orde door bestuurlijke maatregelen in een digitale wereld’, dat in opdracht van Programma Politie & Wetenschap werd uitgevoerd. De onderzoekers maakten gebruik van een juridische bronnenanalyse van openbare ordebevoegdheden van burgemeesters en interviews met 33 experts en 14 burgemeesters. Er zijn meerdere problemen aanwijsbaar, schrijven de onderzoekers. ?Openbare-ordebevoegdheden van de burgemeester zijn niet goed toepasbaar in cyberspace. Dit komt deels doordat deze bevoegdheden zijn geschreven met een fysieke wereld in gedachte. Het gedrag van mensen in een sterk gedigitaliseerde maatschappij laat zich echter steeds moeilijker scheiden in een ?online? en ?offline? deel. In werkelijkheid zijn die twee werkelijkheden daarvoor te sterk met elkaar verweven.?

Vrijheid van meningsuiting

E?n van de drie grootste problemen is dat digitale bedreigingen zich niet aan fysieke gemeentegrenzen houden. Een burgemeester mag van oudsher alleen binnen zijn eigen gemeente optreden. ?Wanneer iemand uit een andere gemeente oproept tot een massale samenkomst, is de burgemeester van de ontvangende gemeente niet bevoegd om dat te voorkomen.? Een ander probleem is dat ingrijpen al snel een ontoelaatbare inbreuk op grondrechten betekent, zoals de vrijheid van meningsuiting. ?Preventief ingrijpen via het internet betekent in veel gevallen het aanpassen of verwijderen van berichten van mensen, terwijl de burgemeester daartoe niet bevoegd is.? Ook is het lastig om in te schatten wat de gevolgen op straat kunnen zijn van dreigende berichtgeving. ?Dat maakt de verantwoording bij een eventueel ingrijpen lastig.?

Wetgeving aanpassen

De voor het onderzoek benaderde burgemeesters denken wisselend over de mogelijkheid en wenselijkheid van het online toepassen van hun bevoegdheden, zo geven de onderzoekers aan. ?Sommigen willen geen bevoegdheden op het internet, omdat ze vinden dat burgemeesters zich verre van uitingen van burgers moeten houden en optreden door het Openbaar Ministerie (strafrecht) meer voor hand ligt. Anderen geven aan dat zij zich verantwoordelijk voelen voor de openbare orde binnen hun gemeente en dat online dreigingen binnen hun gemeente daar ook onder vallen.? Enkele burgemeesters geven de voorkeur aan verandering van wetgeving, waardoor ook online ingrijpen door burgemeesters mogelijk wordt gemaakt. Sommigen pleiten voor de oprichting van een landelijke autoriteit die beter online kan handhaven.

Samenwerking met andere bevoegdheden

Omdat veel vraagstukken voor de openbare orde zonder de inzet van formele bevoegdheden wordt opgelost, bijvoorbeeld door samenwerking met andere bevoegdheden, is er ook een reden om als burgemeester geen extra bevoegdheden te wensen. De onderzoekers pleiten vanwege toenemende digitalisering van de samenleving en de de verwevenheid van online en offline wereld voor het bewuster omgaan met vraagstukken van online ordehandhaving. ?Oplossingen dienen meer toekomstbestendig te zijn. Er kan al veel worden gewonnen met de uitwisseling van kennis en ervaringen tussen burgemeesters en het Openbaar Ministerie?, schrijven de onderzoekers. Toch zal de wetgever een antwoord moeten geven op fundamentele vragen, zoals in hoeverre ingrijpen in de vrijheid van meningsuiting gerechtvaardigd is in het kader van de handhaving van de openbare orde en in welke gevallen het aan de burgemeester is om in te grijpen.

Het volledige rapport is?hier?gratis te downloaden, of hieronder online te lezen:

[slideshare id=115342278&doc=burgemeestersincyberspace-180919062020&type=d]

Bronnen: Binnenlands Bestuur, Politie en Wetenschap, NGB

 

Cybervrijwilligers bij politie nodig

In de strijd tegen wraakporno, phishing en ransomware moet het eenvoudiger worden om cyberexperts als vrijwilliger bij de politie in te zetten. Dat wil de VVD. Nu is het zo dat de politie vaak niet de beste mensen krijgt omdat die voor veel meer geld in het bedrijfsleven kunnen werken.

Maar de druk op de politie neemt toe door de veelvoorkomende criminaliteit op internet. De VVD wil dat minister van Justitie Ferdinand Grapperhaus (CDA) zo snel mogelijk om tafel gaat met de korpsleiding van de politie en het bedrijfsleven om te kijken hoe cyberexperts als vrijwilligers kunnen worden ingezet bij de politie.

‘Ik heb zelf ook kinderen’

Zoals Arnout de Vries, die in het dagelijks leven onderzoeker internetveiligheid is bij TNO. In zijn vrije tijd helpt hij de politie met de aanpak van deze internetcriminaliteit, vrijwillig. “Ik ben natuurlijk beroepsmatig al met internetveiligheid bezig. Je ziet zoveel narigheid. Ik heb zelf ook kinderen. Er zijn allerlei redenen waarom ik denk dat ik wat kan bijdragen. Hoe klein die bijdrage ook is.”

De Vries is een van de eerste cyberexpertvrijwilligers bij de politie. “Het is heel hard nodig. De politie heeft echt schaarste op het gebied van cybercrime-expertise. Enorme schaarste. Digitale expertise is sowieso schaars in de hele markt. Ook voor commerci?le bedrijven. En daar moet de politie mee concurreren. Dat is behoorlijk lastig.”

Gesprek bedrijfsleven ?n politie

De VVD wil daarom dat de minister gaat praten met het bedrijfsleven ?n de politie over hoe ze elkaar kunnen helpen.

VVD-Tweede Kamerlid Arno Rutte wil dat ‘het talent dat er al in Nederland is zo slim en zo goed mogelijk wordt ingezet’. “Door een deel van dat talent in te zetten als vrijwilliger bij de politie krijgt de politie toegang tot de slimste koppen van Nederland en kunnen de slimste koppen van Nederland naast hun gewone werk ook iets betekenen voor het hele land.”

Zo voorkom je dat ransomware je computer ‘gijzelt’:

Ransomware zet je computer op slot en ‘gijzelt’ je bestanden. Je kan niets meer op je laptop of pc. Dat wil je het liefst voorkomen of anders zo snel mogelijk oplossen. Nou, dat kan.

Burgerparticipatie bij team high tech crime. Wat zijn de mogelijkheden en kansen voor de toekomst?
[slideshare id=98420843&doc=burgerparticipatiebijteamhightechcrime-180524082413&type=d]
Bronnen: RTL Nieuws

Debat: digitale dienstverlening politie

Wat kan de politie nog meer doen om de (digitale) dienstverlening te verbeteren? Op 31 mei jl. organiseerde de politie een strategisch debat aan de Uitleg in Den haag waar een studio werd opgebouwd die de uitzending live digitaal op het internet verzorgde. Hieronder een kijkje achter de schermen met politievloggers Jan-Willem & Tess, die betrokken waren bij de voorbereidingen:

TNO heeft samen met het ministerie VenJ en LMO een onderzoeks- en innovatieprogramma “Het Nieuwe Melden” waarin gekeken wordt naar toekomstige manieren van melden. Vandaag de dag is dat vaak nog telefonisch: 112 en 0900-8844 zijn de nummers waar burgers terecht kunnen als ze hulp willen inschakelen van de overheid. Er zijn meerdere redenen om naar nieuwe kanalen te kijken, Zo zijn er doelgroepen die niet of nauwelijks meer kunnen of willen bellen. Doven en slechthorenden is een voor de hand liggende groep die nu al om een 112 app vraagt, maar ook de nieuwe generatie belt steeds minder. Onderzoeken wijzen ook uit dat jongeren ook verwachten dat noodhulp verzoeken op social media worden gezien en opgevolgd. Facebook, Twitter Google en andere social media partijen werken daar zelf ook hard aan. Zo kun je met Twitter al noodberichten ontvangen van de politie (zie hieronder een screenshot van Metropolitan Police die het gebruikt), Facebook werkt onder andere samen met Amber Alert en Google heeft diverse succesvolle emergency response diensten?zoals de Person Finder.

Maar naast de nieuwe generatie en specifieke doelgroepen is er nog een andere reden om naar nieuwe kanalen te kijken. De aard van de meldingen gaat in de toekomst veranderen. Nu al zie je dat er een behoefte bestaat onder burgers om hulp van de overheid te vragen als ze slachtoffer zijn van ransomware (zoals WannaCry of de Blue Whale Challenge). Omdat er mensen zijn die zelfs zelfmoord plegen nalv ransomware als gedreigd wordt dat hun hele digitale hebben en houden online gaat als ze niet binnen een paar uur betalen, kun je wel spreken van een spoedje. Nu hoef je daar 112 niet voor te bellen. Maar ook het melden met data neemt toe. Steeds meer mensen hebben een internetding, een smartwatch bijvoorbeeld die een hartslag kan versturen. De meldkamers van vandaag de dag zijn nog niet klaar om die te ontvangen. Maar ook live beelden van een drone of ander apparaat dat opnames kan maken kan zeer waardevol zijn voor de meldkamer om een beter situationeel beeld te verkrijgen.

Ruim 4000 mensen hebben (delen van) de talkshow via politie.nl gevolgd. Op Twitter was de hashtag #incontact enige tijd trending topic.

Bekijk hieronder de hele video:

Digitale Dienstverlening from Politie on Vimeo.

Er waren 3 tafelrondes met de volgende tafelgasten:
1. Het Nieuwe Melden

2. Nieuw slachtofferschap

3. Cybercrime

De talkshow was de start van een nieuwe koers waarin we de ambitie hebben om sneller nieuwe vormen van digitale dienstverlening in te zetten om zo het contact tussen burgers en politie te verbeteren. Iedereen kan met?#incontact communiceren om deze ambitie blijvend waar te maken. Op Twitter zijn?volgers gevraagd een enqu?te in te vullen over de politievlogs en digitale dienstverlening. Dat heeft waardevolle informatie opgeleverd. De volgende tweet illustreert dat:

Bronnen: Politie.nl

Nazi-jagers nagelen rechts-radicalen aan digitale schandpaal

nazi jagers

Op sociale media in Duitsland woedt al een tijdje een oorlog. Links tegen rechts. Voorstanders van de komst van asielzoekers tegen rechts-radicalen, die zich in krasse termen uitspreken tegen buitenlanders.

“Zodra onze identiteit bekend wordt verkeren wij in groot gevaar. Maar we zijn niet bang.”

In de haatberichten duiken Hitlers concentratiekampen, de gaskamers, de ovens en de ‘jodentreinen’ telkens weer op. ‘Ik steek zelf de ovens aan’, ‘In Dachau is nog plaats!’, ‘Snel: meertalige kortingsbonnen voor de gaskamers invoeren!’: het zijn maar enkele voorbeelden. Het nazisme is in sommige Duitse milieu’s een levende ideologie.

Om dergelijke ‘mensenverachtende’ bijdrages aan de kaak te stellen struinen medewerkers van de website ‘Perlen aus Freital‘ het internet af. Christopher en Frederik noemen ze zich. Interviews gaan alleen via e-mail want de beheerders van ‘Perlen aus Freital’ worden massief bedreigd.

Virtuele schandpaal
De twee net-activisten plaatsen screenshots van haatberichten op hun website, die dient als virtuele schandpaal. De namen en profielfoto’s van, zoals zij ze ironisch noemen ‘bezorgde burgers die zich van hun beste kant laten zien’, laten ze staan, evenals links naar de originele bronnen en eventuele links naar werkgevers. Regelmatig worden haataccounts door gebruikers gewist nadat ze door ‘Perlen aus Freital’ zijn ontmaskerd.

‘Pareltjes uit Freital’ verwijst naar recente rellen rond een asielcentrum in het Oost-Duitse Freital. Bijna dagelijks hebben in de Bondsrepubliek aanslagen plaats op vluchtelingenonderkomens. Die worden op extreem-rechtse internetfora met instemming begroet.

Omdat Facebook nauwelijks optreedt tegen haatzaaiers, besloten Christopher en Frederik dit te gaan doen. Zij namen de site over van de oprichter, die zich wegens ernstige bedreigingen terugtrok. ,,Zodra onze identiteit bekend wordt verkeren wij in groot gevaar,” schrijven de twee, die ’tussen de 20 en 30 jaar oud zijn’. ,,Maar we zijn niet bang.”

Ontslag
Er zijn activisten die verder gaan. David bijvoorbeeld – wiens achternaam om veiligheidsrenen eveneens niet wordt genoemd – geeft ‘haters’ aan bij justitie en bij hun werkgevers. Met als gevolg dat sommige auteurs van haatberichten op staande voet werden ontslagen. Tegen een aantal werd aangifte gedaan.

David, die honderden screenshots van Facebook-commentaren en -profielen heeft opgeslagen, ziet dit als een succes. Met vier vrienden speurt hij dagelijks naar racistische uitingen op internet. Hun aangiftes hebben ook voor hen gevolgen. Nadat hij een radio-interview had gegeven over zijn activiteiten, werden Davids autobanden kapot gestoken. Op de muur van zijn huis werd in rode letters het woord ‘Verr?terschwein’ (‘Smerige verrader’) gespoten. ‘De volgende keer snijden we andere dingen open,’ luidde het bericht,. ,,Maar ik laat me niet monddood maken,” zei David tegen de S?ddeutsche Zeitung.

Geen berouw
Juridisch kan door haatzaaiers tegen de ‘virtuele schandpalen’ weinig worden ondernomen. Christopher en Frederik doen zelf geen aangifte ‘omdat we dan niet meer anoniem kunnen blijven’. Maar lezers van hun blog doen dit wel. Dat leidde in een enkel geval zelfs tot een huiszoeking.

Soms voelen Christopher en Frederick zich schuldig over de gevolgen van hun activisme. ,,Maar op ??n geval na heeft niemand berouw getoond. Integendeel, ze dreigen zelfs met aangifte. We ondernemen ook alleen actie als mensen bij voortduring tot geweld oproepen.”

Bronnen: AD

Meer blauw op digitale straathoek

blauwe hart
,,Sociale media zijn onmisbare informatiebronnen omdat zich daar vaak de eerste getuigen melden.??

Een reden dat er minder jeugdoverlast op straat is? Kan er mee te maken hebben dat ze tegenwoordig vooral digitaal een beetje rondhangen. Daar moet je als politie dan op inspelen, vindt Rick de Haan. Voor zijn inspanningen om meer blauw op de digitale hangplekken te krijgen, ontving hij onlangs het Blauwe Hart van de eenheid Noord-Holland.

Door [email protected] – 21-1-2016, 21:25?


Het is nog maar ruim een aantal jaren geleden dat de eerste agent van de Nederlandse politie begon te twitteren. Hij inspireerde daarmee Rick de Haan, destijds werkzaam bij de politie in Beverwijk waar hij onder meer de Bazaar en jeugd onder zijn hoede had. ,,Voor ons was Twitter ook in opkomst als middel om met het publiek in contact te komen. En dan niet alleen als zendmiddel – dus om een boodschap over te brengen – maar echt als interactief communicatiemiddel. Met drie wijkagenten zijn we ermee begonnen en toen ging het balletje snel rollen.??

Aanwezig

Rick de Haan kreeg vanuit de eenheidsleiding de taak om vooral wijkagenten en sinds dit jaar ook andere collega?s in de basisteams te trainen in de nieuwe media zoals Twitter en Facebook om daarmee nieuwe informatiebronnen in hun werk aan te boren. Rick de Haan: ,,Via de sociale media is het bijvoorbeeld mogelijk evenementen en publiek te monitoren zonder dat je er zelf fysiek aanwezig bent. Dat kan bij geplande evenementen zoals Bevrijdingspop maar ook bij spontane demonstraties. Sociale media zijn daarbij onmisbare informatiebronnen omdat zich daar vaak de eerste getuigen melden die een rol kunnen spelen in opsporing. We willen meer blauw op straat maar een deel van de straat is gedigitaliseerd. Wij moeten waakzaam en dienstbaar op de plek waar ons publiek is. Als politie kunnen we dus niet om sociale media heen en daarom zijn mensen als ik aangesteld om te kijken hoe we samenhang in het gebruik ervan kunnen bereiken. We weten dat het gebruik van Facebook in alle lagen gebeurt, Instagram richt zich meer op jongeren en op Twitter zie je het vele zakelijk gebruik zoals door journalisten en bestuurders. Soms moet je alle drie gebruiken, soms moet je kiezen en je moet weten wat de do?s en don’ts zijn van elk medium.??

Tandarts

Sociale media kennen hun valkuilen voor nieuwe gebruikers, zoals de Amsterdamse wijkagent die na een belediging en bedreiging twitterde: ?De wijkagent beledigen, zeg het dan recht in mijn gezicht als je een goede tandarts hebt?. Rick de Haan: ,,De gouden regel is: Wat je op straat niet doet moet je ook online niet doen. Bij twijfel even overleggen, maar negentig procent wordt zonder problemen en controle gepubliceerd.??

Sociale media worden ook gebruikt om ongenuanceerd gal te spuwen en azijn te pissen maar de Facebooksites van de politie worden daar nog redelijk van gevrijwaard. Rick de Haan: ,,De reacties zijn genuanceerder dan op krantensites of GeenStijl. Kritiek leveren op de politie mag, als het maar niet beledigend wordt. Daar reageren we op, in principe via een priv?bericht. Soms hoeven we ook niet te reageren. We wachten meestal even en dan wordt er vaak voor ons stelling genomen door andere gebruikers. Er is een zelfreinigend vermogen dat discussies vaak in ons voordeel oplost.??

Het gebruik van sociale media gaat lijnrecht in tegen de hi?rarchische structuur die de politie-organisatie van oudsher kent. Facebook, Instagram en Twitter ontstaan door netwerken waarvan de deelnemers op gelijke hoogte staan. Rick de Haan: ,,Dan merk je dat vooral de wijkagenten, die al met hun foto in het wijkblaadje staan, voor sociale media open staan. Sommige lagen van de organisatie, zoals bij rechercheafdelingen die zich met ondermijningsonderzoeken bezighouden, zijn veel terughoudender. Dat is begrijpelijk maar voor hun spelen de sociale media een andere rol. Elk mens laat online zijn digitale voetafdruk achter, ook criminelen.??

Webcare

Net als bij andere grote dienstverleners en bedrijven zou de politie ook over moeten gaan tot zogenaamde webcare. Rick de Haan: ,,65 Procent van de wijkagenten twittert maar zijn niet zeven dagen in de week en 24 uur per dag in dienst. Dan moet je bellen als je een melding wil doen, maar dan gaat tijd verloren. Mijn voorstel is dat naast de telefonische ook de online bereikbaarheid bij de politie 24/7 gegarandeerd is. Via sociale media bereiken ons persoonlijkere berichten dan via 0900-8844. Daar vinden andere gesprekken plaats. Verder zie ik wel iets in een digitaal vragenuurtje van de wijkagent en het informeren van het publiek via video?s op Facebook.??

Binnen

Op dit moment beschikt de politie al over Realtime Intelligence Centers (RTIC?s) bij de meldkamers. Bij meldingen, bijvoorbeeld van een straatroof, wordt binnen het opgegeven gebied online gerechercheerd op informatie die op sociale media wordt gezet. Rick de Haan: ,,Dan heb je de eerste verklaringen vaak al binnen.??

Bron: Haarlems Dagblad

Ik Waak

ikwaak

Ik Waak“?is een digitaal burgerwacht platform waarmee buurtbewoners verslag kunnen doen van het laatste nieuws uit de buurt. Je kunt er?updates over het laatste nieuws bij jou in de buurt mee ontvangen of delen. Zo kun je op de hoogte blijven van het nieuws waar je samen met je medebuurtbewoners verslag van kunt doet. In Enschede maken nieuwsdiensten die?112 berichtgeving volgen ook al gebruik van het platform, omdat?burgers en andere instanties ook kunnen reageren en nieuwe meldingen kunnen maken. Naast Enschede zien we nu ook berichten uit andere steden.

Buurtbewoners worden automatisch met elkaar verbonden op basis van hun locatie en je kunt de radius instellen waarin je berichten wilt ontvangen. Handmatig burgerwacht groepen organiseren en onderhouden is vanaf nu verleden tijd, want Ik Waak gebruikt eenvoudigweg?de locatiecirkel om mensen te verbinden. De keerzijde van deze eenvoud?is dat iedereen een (anoniem) account kan aanmaken, dus gebruikersvalidatie is niet geavanceerd.?Daarnaast kun je favoriete plaatsen toevoegen waarvan je op de hoogte wilt blijven, zoals je werklocatie of bijvoorbeeld de school van je kinderen.

Naast een website is er ook een Android app?en beiden zijn gratis te gebruiken.

ikWaak1

Ik Waak hoopt door meer informatie te delen samen de buurt veiliger en?vertrouwd te maken.

Bronnne: Ik Waak

Samen ten strijde trekken op het Dark Web

dark web1Op het Dark Web kunnen criminelen relatief eenvoudig handelen in drugs, wapens of kinderporno. Ook cybercriminelen, mensenhandelaren en terroristische organisaties zijn er actief. Interpol global complex on innovation en TNO ontwierpen een training waarin misdaadbestrijders leren hoe criminelen handelen op dit duistere deel van het internet.

Het Dark Web is een verza?meling van duizenden websites, die gebruik maken van TOR of I2P-adressen om IP-adressen te verbergen. Op die manier kunnen criminelen en terroristen anoniem blijven en dat is precies wat ze willen.? Aan het woord is Pim Takkenberg, TNO?er en oud-politieman. ?Neem een drugshandelaar. Die komt alleen nog in contact met de re?le wereld bij het kopen en het afleveren van de handelswaar. Maar ook daar zijn trucs op gevonden, zoals het gebruik van leegstaande panden.?

Criminelen kunnen op het Dark Web een tweede identiteit aannemen, compleet met virtueel geld, marktplaatsen en sites waar ze elkaar vertellen hoe betrouw?baar een potenti?le zakenpartner is. Takkenberg: ?Ze voelen zich op het Dark Web zo op hun gemak, dat ze de re?le wereld zo veel mogelijk proberen te vermijden.?

Big Data tegen criminelen

Rechercheren op het duistere internet is een vak apart zegt TNO?er Mark van Staalduinen, die van huis uit big data analyse expert is: ?Big data helpt bij de opsporing op het Dark Web. Zo kan de taal die criminelen gebrui?ken een indicatie zijn voor de plaats waarvandaan ze opereren. Maar Nederlandse criminelen weten dat ook en communiceren bij voorkeur in het Engels. Wie nog ?Nederlands gebruikt, krijgt een waarschuwing van de anderen.? Al met al is duidelijk, concludeert Van Staalduinen, dat criminelen en terroristen het internet steeds vaker en steeds slimmer gebrui?ken en dat de opsporingsinstan?ties niet mogen achterblijven.

Van Staalduinen en Takkenberg ontwierpen daarom samen met TNO?er Pieter Hartel en collega?s van het Interpol Global Complex on Innovation de vijfdaagse Dark Web Training Game. Hartel: ?We hebben realistische trainingsomgeving gebouwd waar de cur?sisten de rol van koper, verkoper of administrator spelen en op marktplaatsen handelen met cryptovaluta?s zoals de Bitcoin. Ook leren ze er welke opsporings?methoden effectief zijn en hoe ze die moeten toepassen.?

Cursisten uit 21 landen

Het ?spel? bevindt zich in een veilige en gecontroleerde trainings- omgeving en zonder de beperkingen die de wetgeving stelt aan deals met criminelen in de re?le wereld. Van Staalduinen: ?De trainingsomgeving is flexibel en kan snel worden aangepast aan de nieuwste methoden van crimi?nelen. Met de opgedane kennis kunnen de cursisten bovendien het bewustzijn over de dreigingen van het Dark Web in hun eigen organisatie vergroten.? De cursus is inmiddels in Singapore gehou?den met deelnemers uit eenen?twintig landen, waaronder Australi?, Finland, Ghana, Hong Kong, Indonesi?, Nederland en Turkije. Van Staalduinen: ?De cursisten waren erg enthousiast en we gaan op grond van hun ervaringen nu verbeteringen aanbrengen. Daarna gaan we de cursus verder uitrollen. Bovendien zullen we op 4 november in het kader van de campagne Alert Online aan mkb?ers en journalisten een verkorte versie presenteren.?

De leermomenten van de cursisten

De cursisten van de eerste Dark Web Training Game waren vooral blij met het realistische karakter van de trainingsomgeving waarin ze konden oefenen. Hun namen kunnen om begrijpelijke redenen niet genoemd worden, maar hun meningen zijn duidelijk genoeg.

?Ik was verbaasd over het gemak waarmee je toegang kunt krijgen tot een illegale marktplaats en ook over het gemak waarmee je daar kunt handelen?, schreef een van hen. Een andere cursist merkte op, dat het hem tijdens de training nog eens extra duidelijk was geworden hoe een?voudig het is om een carri?re te maken als crimineel op het Dark Web.

Ook opsporing hoort bij de cursus en tijdens dat onderdeel leerden de cursisten hun nieuwe kennis en vaardigheden toe te passen. ?Eindelijk een training die echt is gericht op wetshandhaving?, was een veelzeg?gende opmerking. ?We maakten fouten en realiseerden ons dat criminelen dezelfde fouten maken. Daar gaan we gebruik van maken?, schreef een andere cursist. En dat de cursus ook direct praktisch nut heeft, wordt duidelijk uit de opmerking van deze cyberrechercheur: ?Ik kon eindelijk een echt onderzoek uitvoeren op het Dark Web.?

Bekijk hoe het Dark Web ook mainstream kan of onvermijdelijk zal?gaan als het aan Jamie Bartlett en Alan Pearce ligt en niet alleen een plek voor criminelen is, maar juist voor iedereen om te gaan begrijpen en gebruiken:

Bronnen: TNO