Tagarchief: digitaal

Digilanten – Digitale Vigilanten

Vigilantes, ofwel onafhankelijk opererende vigilante groepen, zijn aanvaardbaar zolang ze publieke verantwoording willen afleggen en uitleggen dat hun optreden aansluit op democratische normen. Deze vigilantes kunnen ook zinvolle bijdragen leveren aan de rechtshandhaving. Vigilante groepen die verder gaan dan alleen onrecht aan de kaak stellen en een machtsvertoon etaleren ? zich uitend in onder andere vernedering en afwijzing van (groepen) burgers op grond van hun anders zijn ? zijn net als weerkorpsen onaanvaardbaar. Geweld, dreigen met geweld en andere inbreuken op de rechten van medeburgers zijn sowieso niet geoorloofd. Maar zoals gezegd, het gaat hier niet om een beoordeling in termen van wetsnaleving maar van verantwoordelijk
burgerschap.

In veel opzichten gelden die constateringen ook voor ?digilantes?, de vaak militante rechercheurs die op internet en de ?sociale media? actief zijn. Ook op de digitale snelweg kunnen onschuldige personen of groepen worden lastiggevallen of bedreigd. Potentieel is iedere burger in staat om incidenten en normschendingen te openbaren en te bepalen wat voor soort gedrag beschaamd moet worden. Vaak wordt dit proces van ?naming and shaming? verder aangezwengeld door anderen ertoe bewegen meer belastend materiaal te vinden of op zoek te gaan naar details over de persoon waarvan wordt aangenomen dat die over de schreef is gegaan. Aldus kunnen zich op spontane wijze meutes vormen die hun spotlust, hoon en agressieve woorden de vrije loop laten. Het straatrecht van deze digitale menigten zal in veel opzichten moeilijker te beheersen zijn dan de opruiende taal van mensen die zich op straat en plein verzamelen om hun woede over een incident
of misdrijf te uiten.

Er zijn andere verschillen tussen digitale meutes en de patrouilles op straat. Ten eerste is het de keuze van burgers zelf om kennis te nemen van de verbale ?opstootjes? op Twitter of Facebook. Het intimiderend optreden van patrouilles in de eigen stad of wijk is daarentegen moeilijker te vermijden. Een ander verschil met burgerpatrouilles is dat planning en organisatie nauwelijks een rol spelen. Er vormen zich rond een incident op spontane wijze meutes die allereerst onvrede willen luchten. Het gaat online aanklagers vooral om schandaalcreatie: vermeende overtreders in het beklaagdenbankje zien te krijgen. Entertainment staat voorop, terwijl ook commerci?le belangen meespelen. Veel relvloggers zijn uit op eigen roem: hun schandaleuze filmpjes leveren clicks en kijkcijfers op. Wanneer beschamen entertainment is kan ook een loopje met de waarheid worden genomen. Zoals bekend: geruchten worden niet gecheckt, de context van filmpjes over verdachte situaties evenmin. Niettemin krijgen ook giftige vechtersbazen de kans feiten te verdraaien. Zo kunnen verhalen over bijvoorbeeld criminele asielzoekers een eigen leven gaan leiden. Eenmaal gelabeld als ?crimineel? kan optreden tegen deze personen in naam van rechtvaardigheid worden aangemoedigd. De digilantes cre?ren aldus voor zichzelf een vrij veld waarin onbekommerd beschuldigd kan worden; de jacht kan worden geopend. Zoals Vasterman in dit nummer zegt: vigilantisme is in deze context eerder ?private violence? en het cre?ren van een eigen vorm van recht. Dat is een derde verschil: de klemtoon ligt eerder op bestraffing, niet op preventie. De vraag is dan ook of deze meutes ?berhaupt wel kunnen bijdragen aan publieke veiligheid en bescherming van burgers (zie Warren 2009; Trottier 2016).

Tegen de achtergrond van incidenten van eigenrichting merkt criminoloog Jan Terpstra op dat burgerparticipatie in de veiligheidszorg zijn onschuld lijkt te hebben verloren. Burgerparticipatie ?lijkt te worden overgenomen door groepen die doelbewust uit zijn op het verminderen van gastvrijheid, medemenselijkheid en tolerantie onder het motto van het belang van veiligheid.

Van burgeropsporing tot overheidsopsporing en weer terug?

Met de verdere groei naar de burgerlijke rechtsstaat zijn er belangrijke ontwikkelingen geweest. De handhaving van recht en orde begon vanuit de overheid met een militaire aangelegenheid. Daarna werden schutterijen in toenemende mate verantwoordelijk voor toezicht en handhaving in de steden (hoewel zij lang ook een taak bleven vervullen bij de verdediging tegen aanvallen van buiten). Daarbij stonden zij onder het lokale gezag. De rechtspraak werd beter georganiseerd (schout, schepenen, baljuw); zij bleven functioneren onder gezag van de landheer. Wat er gedurende de latere eeuwen heeft plaats gevonden is een steeds steviger vestiging van het overheidsgezag. De uitbouw in de 19e en 20e eeuw van het overheidsapparaat op dit terrein met de vormgeving van de hedendaagse politie- en justitieapparaten hebben een belangrijke rol gespeeld. Er is over de afgelopen twee eeuwen sprake van een enorme uitbouw van zowel deze handhavingsapparaten als van wetgeving. Het systeem is steeds omvattender geworden. De rol van de individuele burger is steeds meer aan banden gelegd. Hij lijkt zich te hebben gevoegd in Rousseau?s maatschappelijke verdrag: de burger speelt zelf geen rol meer in de handhaving van de recht en orde.

Het verbod van eigenrichting is een leidend principe gebleven in westerse rechts- staten. Het verbieden van eigenrichting aan de burger, betekent wel dat de overheid een zorgplicht heeft. Als het de burger verboden is zelf op te treden, dan moet de overheid zorgen voor handhaving van de openbare orde en het recht. Ieder mens moet zich vrijelijk en veilig kunnen bewegen. De overheid heeft een inspanningsverplichting om te zorgen dat die vrijheid en veiligheid ook worden gegarandeerd. Als burgers onverhoopt toch in nood komen, moet de politie er zijn om hen te hulp te komen. En als burgers slachtoffer worden van een strafbaar feit moet er het handhavingsapparaat zijn die de strafrechtelijke handhaving (opsporing, vervolging, vonnis, tenuitvoerlegging van het vonnis) realiseert. En als de orde zelf in het gedrang komt en wordt verstoord, dan hoort de overheid er evenzeer voor te zorgen dat die verstoring wordt bee?indigd.

DIY Digilantes

De ?autonome? buurtwachten verwachten echter niet al teveel van de politie en ondernemen liever zelf actie en dat gaat soms veel verder dan het aanspreken van medeburgers. Zij schromen soms niet voor het toepassen van geweld, doen burgeraanhoudingen en er zijn gevallen bekend van het dragen van handboeien en het oneigenlijk gebruik van zaklampen met een lang handvat.

Maar een aangeef- of verklikkerscultuur is wel het laatste wat een gezonde rechtsgemeenschap kan gebruiken. Het komt er steeds op aan zorgvuldig het kwaad dat kan ontstaan door optreden en niet-optreden ? en publiceren en niet-publiceren ? tegen elkaar af te wegen.

[slideshare id=78315975&doc=roelmaalderink6180612informatierechtdedigitaleschandpaal-170727155313&type=d]

[slideshare id=78315833&doc=understandingvigilantismconceptualframework-170727154846&type=d]

[slideshare id=78315893&doc=hazardsofcybervigilantism-170727155023&type=d]

Bronnen: Cahiers Politiestudies,?Splinter News

Warren, I. (2009), Vigilantism, The Press and Signal Crimes 2006-2007, Australian and New Zealand Critical Criminology Conference Proceedings, 275-284. Melbourne: Monash University.

Trottier, D. (2016), Digital Vigilantism as Weaponisation of Visibility, Philosophy and Technology, published online 01 April 2016.

Internet Referral Unit: Internetpolitie op social media

twitter guns

Een landelijke politie-eenheid gaat zich bezighouden met het bestrijden van IS-propaganda op internet.?In sommige gevallen zal providers gevraagd worden de berichten te verwijderen.
Het team, met de naam Internet Referral Unit, gaat ook meehelpen om de verspreiders van de propaganda van de terreurgroep te achterhalen. Deze maand worden vijf politiemedewerkers geworven voor de eenheid.

De politie heeft met deze aanpak al bijna een?jaar?ge?xperimenteerd. In die periode werden negentien jihadistische berichten ge?dentificeerd, waarvan er tien werden gemeld aan providers. Die hebben op hun beurt zeven van die berichten verwijderd. Sommige van de niet doorgegeven berichten werden zelf al door providers gewist.
‘G?nante situatie’

Het plan voor een dergelijke eenheid was er al langer, maar tot nu toe kwam het niet van de grond. In 2014 stond in het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme al dat de politie cyberjihadisten hard zou gaan aanpakken en dat er een zwarte lijst zou komen van jihadistische websites. De ministeries van Veiligheid en Justitie en?Sociale Zaken erkennen dat beide maatregelen nog niet zijn uitgevoerd. Onder ambtenaren wordt gesproken van een “g?nante situatie”, schrijft de NRC.

De Nationale Politie erkent tegen de NOS?dat het veel tijd heeft gekost om de werkwijze van het IRU te ontwikkelen, zoals dit ook op EU niveau al gangbaar is. Wanneer de onlineberichten opruiend zijn of werven voor de gewapende strijd kan de politie actie ondernemen.

“We hebben veel aandacht besteed aan het defini?ren van die twee pijlers. Dat is gebeurd in samenspraak met het Openbaar Ministerie en het ministerie van Veiligheid en Justitie.?We willen voorkomen dat we een soort internetpolitie worden die tornt aan de vrijheid van meningsuiting”, zegt Suzanne de Graaf van de Nationale Politie. Ook kost het werven van het juiste personeel veel tijd.

Deze week?werd bekend dat nabestaanden van de aanslagen in Parijs en Brussel Twitter aanklagen. Het sociale medium zou te weinig hebben gedaan om te voorkomen dat IS het platform gebruikt als “krachtig wapen voor terrorisme”.

Normoverschrijdend gedrag

Het onderzoek van Elien Padje benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen, waaronder de politie, om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden dat bovendien moet resulteren in een meer geco?rdineerde en eenduidige aanpak.

Er zijn veel gebeurtenissen die tijdelijk of plaatselijk onrust veroorzaken, maar wanneer raakt dat onze nationale veiligheid? Bij sommige voorbeelden is dat duidelijk, maar hoe schat je het verloop van de onrust binnen onze samenleving naar maatschappelijke ontwrichting in? Welke factoren spelen een rol en welke indicatoren zijn er? En welke rol spelen sociale media bij het vertalen van de gevoelens van individuen naar mogelijke actie door velen? En leidt aandacht, bijvoorbeeld voor jihadisme of ISIS, per definitie tot maatschappelijke onrust over de toegenomen dreiging? Op dit soort vragen ging het?Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing?vorig jaar nog uitgebreid?in, met de roep om van kijken en begrijpen ook over te gaan tot ingrijpen.

Digigeren

In de publicatie #SM @OOV presenteerde TNO jaren geleden al haar visie op social media en kansen in het veiligheidsdomein. Kijken, zenden, vragen en interacteren met behulp van sociale media spelen een centrale rol in deze visie. ?Het helpt je inzicht te krijgen in wat er leeft in de (digitale) samenleving, informatie te verspreiden via social media, vragen te stellen en te interacteren met burgers?, vertelt Carlijn Broekman, onderzoeker bij TNO. ?De politie maakt al wel gebruik van sociale media, maar vaak is het op eigen initiatief van agenten en rechercheurs. En het ontbreekt hen aan beproefde mogelijkheden om ongewenst digitaal gedrag te detecteren en er tegen op te treden. Zo mag de politie zich bijvoorbeeld niet voordoen als een minderjarige om een pedofiel te kunnen pakken. Daarom ontwikkelt TNO aanvullende methoden die de politie helpt bij haar werk in de digitale samenleving.?

Positieve gedragsbe?nvloeding

Digigeren is een voorbeeld van zo’n nieuwe methode om online gedrag positief te be?nvloeden. Het kan ongewenst digitaal gedrag voorkomen en biedt handelingsperspectief naar aanleiding van dergelijk gedrag. Broekman: ?Door je informatiepositie te verbeteren of door te informeren, interveni?ren, motiveren, demotiveren of te de-escaleren, valt online gedrag te be?nvloeden.? Als voorbeeld haalt zij de vele doodsbedreigingen aan. ?Om te achterhalen of een bedreiging serieus is, wil je de informatiepositie verbeteren. Om het aantal te verminderen, kun je informatie verstrekken over de strafbaarheid daarvan. Interveni?ren doe je door mensen te wijzen op hoe zij onbewust zichzelf of hun kind aantrekkelijk maken als potentieel slachtoffer. En motiveren of de-escaleren kan door slachtoffers van pestgedrag of digitale omstanders handelingsperspectieven aan te reiken.?

Inzet social media

De methode maakt gebruik van de mogelijkheden die sociale media bieden: een bericht sturen, volgen, favoriten of liken, forwarden, een vraag stellen en reageren. Cruciaal bij het be?nvloeden van ongewenst digitaal gedrag zijn inhoud, woorden en afzender van het bericht. Naast de politie kunnen ook andere partijen gebruik maken van digigeren. Zo hebben ook scholen een rol in de digitale opvoeding en het digitale toezicht. Lees hier meer over de methode die al eerder werd toegepast op normoverschrijdend gedrag online in relatie tot?grooming.

 

 

 

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: NOS, Computable, Elsevier

Burgeropsporing: Het Nieuwe Werk Voorbereiding Opsporing?

3740048383_c9f728f7e9

Kan de recherche aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij de opsporing? In menig beleidsstuk wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. De meningen lopen echter uiteen wanneer het aankomt op de manier waarop burgerparticipatie moet worden vormgegeven. Arnout de Vries, werkzaam bij TNO, houdt deze ontwikkelingen beroepsmatig nauwgezet in de gaten, publiceert over het onderwerp en is zelf ook als burger betrokken bij de opsporing, bijvoorbeeld met het Bellingcat-netwerk (onder andere bekend van hun onderzoek naar de MH17-ramp).

Wat moeten we verstaan onder burgerparticipatie in de opsporing?
?Het komt in beginsel neer op het betrekken van burgers bij de opsporing. Daar is met het buurtonderzoek en de opsporingsberichtgeving in feite al lang sprake van geweest. Er kan onderscheid worden gemaakt in de mate waarin burgers worden betrokken aan de hand van de participatieladder-metafoor; van meedenken (de laagste trede) tot meedoen of zelfs (deels) overnemen (de hoogste trede) en met alles wat daartussen zit kan de participatie vormkrijgen. Het laatste, het actief laten meedoen van burgers binnen de opsporing, is het spannendst. Ik hanteer daarvoor de term burgeropsporing.?

Welke trends zie jij op het gebied van burgeropsporing?
?De burger wordt gelukkig nu al door de politie steeds eerder betrokken bij het onderzoek. Zo wordt bijvoorbeeld sneller overgegaan tot opsporingsberichtgeving, terwijl het vroeger als laatste redmiddel werd beschouwd. Ook wordt er niet meer uitsluitend gevraagd om tips, maar ook om zienswijzen, om idee?n of scenario?s. Bij de burgers is er ook een groeiende behoefte om mee te doen. Mensen zijn minder geneigd om op hun handen te gaan zitten en gaan vaker zelf over tot opsporen. Die trend is behoorlijk. Neem de vermissingzaak van Ruben en Julian in Zeist. Hier gingen tal van mensen spontaan meezoeken in de bossen en op internet. Of neem de ?Kopschopperszaak? in Eindhoven, waar razendsnel beelden via het internet werden verspreid om de daders te vinden. Er zijn tal van voorbeelden te noemen.?

Hoe verklaar jij deze trend?
?Mensen zijn minder geneigd om af te wachten. Ze gaan over tot actie wanneer zij het idee hebben dat het onderzoek van de politie niet opschiet. Dit beeld wordt in de hand gewerkt door de media die smullen van succesverhalen van burgeropsporing. Het lijkt daardoor net alsof de politie er niks van bakt. Verder spelen het internet en de social media een rol die een democratisering van opsporingskennis tot gevolg hebben. Burgers kunnen zelf over informatie en analysetechnieken beschikken waarmee ze aan een zaak kunnen werken. Via social media kunnen ze die kennis uitwisselen en netwerken vormen om tot samenwerking te komen.?

—- ?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden (?) Je kunt ze niet tegenhouden.?

Wat zijn de voordelen van burgeropsporing?
?Samenwerking zoeken met burgeropsporing kan soms sneller tot resultaat leiden. In de ?Kopschopperszaak? waren de daders binnen een dag gevonden. Daarbij kunnen burgers over kennis of expertise beschikken die voor het onderzoek erg nuttig kunnen zijn en bijvoorbeeld het gevaar op tunnelvisie verminderen. Een persoon als Maurice de Hond, los van je mening over zijn werkwijze, beschikt over een enorm netwerk van experts wat hij snel kon inzetten bij de Deventer moordzaak. Een burger kan, net zoals een journalist, veel, wat aanvullend kan zijn voor recerche. Een burger kan in Whatsapp-groepen rondneuzen of (in theorie) het gesprek aangaan met een crimineel of terrorist. Hij is daarin vrijer dan de gemiddelde opsporingsambtenaar.?

Welke nadelen kleven er aan burgeropsporing?
?De ?Kopschopperszaak? toont ook de nadelen aan van burgeropsporing. Er kan een heksenjacht ontstaan die veel impact kan hebben voor de personen in kwestie. De privacy van de verdachten raakt in het geding, ze raken extra geschaad in hun priv?leven, verliezen mogelijk hun baan of raken hun partner kwijt. Uiteindelijk kan dat leiden tot strafvermindering voor de daders. Bij de politie heerst vaak de angst dat er daderinformatie op straat komt te liggen. Dit is deels terecht, maar is er vaak ook al veel informatie in openbaarheid geraakt. Verder is de politie vaak bang om bezaaid te worden met honderden tips en scenario?s. Ook hier kan de politie op inspelen door te vragen naar een prioritering, of door een samenwerkingsverband van burgers te vragen een selectie te maken van de meest relevante bijdragen. Verder bestaan er twijfels over de betrouwbaarheid van burgers. Het is belangrijk om stil te staan bij de motieven van burgers om mee te helpen. Er zijn voorbeelden van pedojagers die verdachten chanteren met hun zelf vergaarde bewijs. Binnen netwerken van burgers speelt de kwestie van betrouwbaarheid ook; het is een ontdekkingsreis.?

Hoe zie jij de verhouding tussen voor- en nadelen?
?Ik sta hier overwegend positief in. Uiteindelijk moeten de maatschappij en de overheid bepalen en ondervinden in welke mate verdergaande burgerparticipatie wenselijk is.?

Welke uitdaging levert burgeropsporing op voor de politie?
?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden: spelregels en tips over wenselijke gereedschappen of werkwijzen. Je kunt ze niet tegenhouden, maar je kunt ze wel waarschuwen voor mogelijke gevolgen. Denk aan die zoektocht naar de vermiste jongetjes; daar had een man, in zijn beste bedoelingen, niet stilgestaan bij de mogelijkheid een lijk aan te treffen terwijl hij met zijn kinderen wilde meedoen aan de zoektocht in het bos.?

Welke obstakels ervaren burgers wanneer zij aan opsporing doen?
?De bewijswaarde van materiaal dat door burgers is verkregen is nog een uitdaging. Hoe kun je bijvoorbeeld als burger aantonen dat er niet geknoeid is met een filmpje waarop de verdachte te zien is? Deze vraag speelde bij beeldmateriaal dat Bellingcat had veiliggesteld in het onderzoek naar de MH17-ramp. Het veiligstellen en aanleveren van (digitaal) forensisch materiaal moeten we nog organiseren. Burgers weten hier veelal nog niet hoe ze te werk moeten gaan en doen soms maar wat.?

Moet de politie de regie houden?
?Regie is een te groot woord. Het is onmogelijk om regie te houden op alle opsporingsactiviteiten van burgers. Het beste wat de politie kan doen is faciliterend optreden en proberen het onderzoek in goede banen te leiden.
Uiteindelijk zijn burgers zelf verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Wanneer ze een bepaalde wettelijke grens overschrijden, lopen ze het risico om zelf te worden aangeklaagd. En als ze ethische grenzen overschrijden is er nog het corrigerend vermogen van andere burgers.?

Hoe kan de politie faciliterend optreden?
?De politie schakelt zoals gezegd steeds eerder de hulp in van burgers. Het ontbreekt echter nog aan voorlichting: op politie.nl is niks te vinden voor burgers die zelf een bijdrage willen leveren aan een opsporingsonderzoek. Enige tijd geleden was er een recherche spel ontwikkeld waarin spelers in echte onderzoeken op ontdekkingstocht konden, wat erg nuttig was omdat het duidelijk maakte hoe de opsporing in zijn steel steekt. Dit spel is echter nooit officieel gelanceerd. Door dergelijke voorlichting te geven kan de politie de burger laten inzien waar een opsporingsteam tegenaan loopt en waarom een onderzoek wat langer kan duren. Het geeft burgers bovendien beter inzicht in waar zij een productieve bijdrage kunnen leveren aan een onderzoek.

—-??Wanneer is de recherche failliet??

Hoe zie jij de toekomst van burgeropsporing?
?Burgeropsporing is een behoorlijke trend geworden. Er zijn intussen meerdere netwerken actief, die globaal opereren en groeien. Het kan ook een grote impact hebben op opsporingsonderzoeken, zowel positief als negatief. Na de aanslag op de Boston marathon zag de FBI zich gedwongen om onder druk van burgers foto?s van de daders te publiceren omdat burgerspeurders een persoon uit het publiek (onterecht) als verdachte hadden aangemerkt. Die persoon is helaas niet meer levend aangetroffen.?

?De politie heeft er dus iets bijgekregen om te ?managen?. Het standpunt innemen dat er geen ruimte is om burgerparticipatie/-opsporing op te pakken vanwege reorganisatieperikelen, te weinig tijd of manschappen, schiet tekort omdat je je daarmee afsluit voor ontwikkelingen die zich buiten de organisatie voltrekken. Wanneer de politie niet weet in te spelen op de vraag naar burgerparticipatie kan er een negatieve spiraal ontstaan. Burgers zullen eerder zelf het heft in handen nemen, gesteund door de groeiende technische mogelijkheden zoals steeds goedkoper wordende oplossingen die Find-my-Iphone-achtige technieken voor meer dingen beschikbaar stellen. Het voorbeeld van Kodak dringt zich hier op: dit bedrijf ging vrijwel ten onder omdat mensen zelf foto?s konden maken met hun mobiele telefoons en geen camera?s meer kochten. De vraag is: wanneer is de recherche failliet??

?De politie kan juist inspelen op de kansen die burgeropsporing biedt. Er bestaan al apps waarmee burgers zelf getuigenverhoren kunnen afnemen en deze kunnen aanleveren aan de politie. Zulke ontwikkelingen gaan zich doorzetten met als gevolg dat burgers steeds vaker (halve) dossiers aanleveren waarna de politie vervolgens moet bepalen of er voldoende aanknopingspunten in zitten. De burger als werkvoorbereider dus en een werkverdeling die in sommige zaken minstens 50-50 kan zijn. Zoiets zou juist een positieve spiraal kunnen bewerkstelligen: meer zaken oppakken en het ophelderingspercentage zou kunnen stijgen net als het vertrouwen in de politie. Wat dat betreft is er wel sprake van een wake-up call nu?.

Duizenden digitale buurtwachten. Hoe werkt het en wordt het veiliger?

Overal in Nederland verenigen buurtbewoners zich in Whatsappgroepen om de boel in de gaten te houden. Nederland telt intussen duizenden van zulke digitale buurtwachten. Hoe werkt het en worden wijken er veiliger van?

?De politie kan niet permanent op elke straathoek staan?

Kat verdwenen, fiets gestolen, oppas gevraagd; zulke berichten horen niet thuis in een WhatsAppgroep buurtpreventie. ?Je moet alleen iets melden als je nog iets verdachts ziet, want dan kunnen de buurt en de politie actie ondernemen?, zegt Hielke Bethlehem (53), die in Ede-West betrokken was bij de oprichting van WhatsAppgroepen. Ede West was een van de eerste wijken in Nederland met een digitale buurtwacht. Ede-Rietkampen was de allereerste. In 2012 werd daar zoveel ingebroken, dat het werk van de wijkagenten vrijwel geheel bestond uit het opnemen van aangiftes. Op hun voorstel gingen bewoners elkaar via WhatsApp waarschuwen voor onraad. Het jaar erna nam het aantal inbraken af met bijna 40 procent. Snel daarop vond het initiatief navolging in andere Edese wijken. Bethlehem reageerde op een oproep van de wijkagenten en werd co?rdinator voor Ede-West. Op basis van de ervaringen van de politie in Ede-Rietkampen, bedachten de wijkagenten en Bethlehem samen regels om WhatsAppgroepen te laten functioneren. ?Dus geen berichten over buurtbarbecues of kaartavondjes. Dan verslapt de aandacht en haken mensen op den duur af.? Hun zogenoemde SAAR-methode (zie kadertekst) wordt door veel WhatsAppgroepen overgenomen. SAAR staat voor?Signaleren van de verdachte, Alarmeren van de politie via 112, Appen met de overige buurtbewoners en vervolgens Reageren, door de persoon die zich verdacht gedraagt aan te spreken.

De SAAR-methode:

  • Signaleer een verdachte situatie: er klimt b? voorbeeld iemand b? de buren over de schutting.
  • Alarmeer de politie via 112. Maar alleen als er nog een verdachte in beeld is. De politie houdt contact met de melder.
  • App. Deel observatie, eventueel met een foto of filmpje. Meld dat 112 is gebeld, om te voorkomen dat meer deelnemers bellen.
  • Reageer, als dat veilig l?kt te kunnen, door de persoon in kwestie aan te spreken.

wabp-grafiek

Natuurlijk loop je dan de kans dat die de benen neemt. ?Misschien?, zegt Bethlehem, ?maar het belangrijkste doel van de groepsapp is inbraken voorkomen.? En misschien houdt de politie hem dan een?paar straten verderop aan. ?Omdat alle deelnemers in de groepsapp hem zullen proberen te volgen.? De beheerders van alle digitale buurtwachten in Ede zitten samen ook in een aparte groepsapp. Zo kunnen berichten met meerdere wijken worden gedeeld. In alle wijken van de stad zijn intussen WhatsAppgroepen actief met in totaal zo?n drieduizend deelnemers. Ook in de meeste omliggende dorpen van de gemeente Ede hebben buurtbewoners zich digitaal verenigd. Het aantal woninginbraken in de gemeente nam in 2014 met 45 procent af in vergelijking met het jaar ervoor. Vorig jaar registreerde de politie wederom een daling van 15 procent. Bethlehem: ?In sommige wijken is het zo rustig dat groepsleden zich opnieuw aanmelden omdat ze denken dat ze eruit zijn gegooid.? Waterbedeffect bl?ft uit Het voorbeeld van Ede vond hier en daar al navolging, maar de landelijke groei zette pas goed in toen de Tilburg universiteit in oktober 2015 met de uitkomst kwam van een onderzoek naar het effect van dergelijke WhatsAppgroepen. De universiteit had het half jaar ervoor het aantal inbraken in 35 buurten in Tilburg geteld, voor en na de invoering van een digitale buurtwacht. Het totaal aantal inbraken daalde van 60 naar 30 per maand. Die daling is volgens onderzoeksleider en ?misdaadeconoom? Ben Vollaard het gevolg van een combinatie van factoren. ?Waarschuwingsstickers en -borden in de wijk die erop wijzen dat er een groep actief is (verkrijgbaar via wabp.nl, Red.), hebben een preventieve werking. En ik denk dat mensen ook echt alerter zijn als ze meedoen aan een WhatsAppgroep.? Daarbij komt, denkt Vollaard, dat bewoners door de aandacht voor inbraken meer gaan letten op inbraakpreventie. Opvallend is dat het zogenoemde waterbede ect in Tilburg uitbleef; inbrekers zochten hun heil niet in buurten zonder WhatsAppgroep. ?Woninginbraken worden meestal gepleegd door gelegenheidsinbrekers die alleen in de eigen wijk toeslaan?, zegt Vollaard. Inbrekers aangehouden In Tilburg zijn dankzij WhatsAppgroepen zo?n tien inbrekers aangehouden. Ton Evers, oprichter van de eerste digitale buurtwacht in Tilburg, was betrokken bij zo?n actie. ?Een jongen gedroeg zich nerveus bij een woning. De politie werd gealarmeerd en informatie over de knul inclusief een foto werd meteen met de groep gedeeld.? De jongen vluchtte, maar de deelnemers van de groepsapp hielden elkaar op de hoogte van de route die hij afl egde. ?Zo kon de 112-melder de politie vertellen wat de?laatste stand van zaken was. Hij gaf de laatste update uit de WhatssAppgroep door.? Daardoor kon de politie de jongen op het station aanhouden. ?Het e ectief inzetten van die honderden extra ogen op straat verklaart volgens Vollaard het succes van de WhatsAppgroepen. ?De politie kan niet permanent op elke straathoek staan. Je moet het van de bewoners hebben.? In heel Tilburg, waar nu 90 groepen actief zijn, daalde het aantal woninginbraken vorig?jaar met bijna 40 procent ten opzichte van 2011.?

wabp-kaart

Tips voor een WhatsAppgroep:

  • Maak afspraken over b? voorbeeld de minimumleeft?d van de deelnemers en welke straten deelnemen.
  • Zorg voor een of meerdere beheerders van de groep. Z? onderhouden contact met de w?kagent en eventueel andere groepen in de buurt.
  • De WhatsAppgroep is een burgerinitiatief. De politie komt pas in actie na een melding b? 112.
  • Hanteer de SAAR-methode.
  • Gebruik een afw?kend meldingsgeluid voor de app.
  • Gebruik de WhatsAppgroep alleen voor verdachte situaties en niet voor andere buurtberichten. Anders wordt de attentiewaarde minder.
  • Bent u melder van een 112-bericht? Deel dan de informatie die u van de politie kr?gt met de groep, zodat iedereen betrokken bl?ft.

Op heterdaad Landelijk daalde het aantal geregistreerde inbraken vorig jaar onder de 65 duizend, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2012 was dat nog ruim 91 duizend. De politie schrijft deze daling niet uitsluitend toe aan de opkomst van de WhatsAppgroepen. ?Ook andere burgerinitiatieven (zie kader) en voorlichting door de politie dragen hieraan bij?, zegt Sybren van der Velden, landelijk projectleider Woninginbraak bij de Nationale Politie. ?Wat we van oudsher wel weten, is dat van alle aanhoudingen van inbrekers op heterdaad, 80 procent dankzij meldingen van burgers gebeurt.? Hoeveel digitale buurtwachten Nederland telt, is niet bekend, omdat registratie niet verplicht is. Maar op de site van WhatsApp Buurtpreventie (wabp.nl) hebben zich 3.301 groepen aangemeld, waarvan 21 vlak over de grens in Belgi? een oogje in het zeil houden. Stephanie Nap (37), zelf meerdere malen slachto er van een woninginbraak, begon wabp.nl vorig jaar om beginnende groepen te helpen. Op haar site houdt ze onder meer bij?waar al buurtwachten actief zijn, op een kaart, inclusief contactgegevens. ?Ik vind samenwerking tussen aangrenzende buurten belangrijk?, zegt Nap. Projectleider Woninginbraak Van der Velden adviseert groepen zich vooral ook aan te melden bij de gemeente en de wijkagent. Van der Velden is zelf beheerder van een digitale buurtwacht in zijn woonplaats en heeft geregeld contact met de wijkagent. ?WhatsApp?Buurtpreventie en de gemeente faciliteren de groepen en de politie wil graag ondersteunen.? Verdachte situatie Wordt de politie niet overstelpt met 112-meldingen van enthousiaste whatsappers? ?Nee, dat is niet het geval?, zegt Van der Velden. Dankzij de SAAR-methode, vermoedt hij. ?Mensen weten dat ze alleen een melding mogen doen bij een verdachte situatie waarbij ze nog een persoon zien.? Wat verdacht is, is overigens niet altijd even simpel vast te stellen. Van der Velden: ?Dat is altijd lastig. Iets wat afwijkt van het normale straatbeeld,? Gewoon afgaan op je onderbuikgevoel, adviseert Hielke Bethlehem. Garanties zijn er niet. Zo zag Bethlehem twee jongens meerdere keren door zijn straat lopen en bij huizen naar binnen kijken. Hij vertrouwde het niet, belde de politie en appte zijn groep. De jongens verdwenen uit zijn zicht, maar de politie wist hen toch te vinden en aan te spreken. Bleken het twee onschuldige jongens te zijn die een afspraak hadden met een meisje, maar haar huisnummer niet meer wisten. En dat konden ze met een WhatsAppbericht bewijzen.

Bronnen: Eigen Huis

https://issuu.com/eigenhuis/docs/preview_ehm_juni_2016/3?e=2414833/36099823

Bitcoins is het nieuwe geld van de onderwereld

bitcoins_verbieden-480x270

Tien verdachten die komend jaar in het internationale bitcoin-onderzoek ‘IJsberg’ voor de rechter staan, werden opgepakt nadat banken iets opmerkelijks hadden gemeld. De verdachten schreven ongewoon grote geldbedragen over en namen dat geld vervolgens onmiddellijk contant op.
Het is een typische praktijk in het kat-en-muisspel dat criminele organisaties en de opsporingsdiensten met elkaar uitvechten: hoe kun je de winst uit criminele activiteiten witwassen zonder dat dit opvalt?

Reservemunt van het dark web
Dat spel is de voorbije jaren ingrijpend veranderd door de opkomst van bitcoin. Wie weet waar hij mee bezig is, kan de internetmunt gebruiken zonder zijn identiteit te verraden. Meer dan 40% van de onlinetransacties tussen criminelen loopt via bitcoin, zo blijkt uit de cybercrimerapportage 2015 van politie-organisatie Europol. Bitcoin is inmiddels de ‘reservemunt’ van het dark web, de schimmige achterafsteegjes van het internet waar de handel in onder meer wapens, drugs en gestolen creditcardgegevens plaatsvindt.

Zo zouden ook de verdachten in de IJsberg-zaak te werk zijn gegaan. Het tiental bestaat uit handelaren die op het dark web in illegale goederen zouden hebben gehandeld en uit zogenoemde bitcoincashers, mensen die zijn gespecialiseerd in het omwisselen van de opbrengst van bitcoin naar euro’s. Bij hun arrestatie werden luxe voertuigen, contanten, bankrekeningen, bitcoinaccounts en grondstoffen voor de productie van xtc in beslag genomen.

Vastgelegd op blockchain
‘Bitcoin heeft de reputatie een anonieme valuta te zijn, maar in werkelijkheid is pseudoniem een beter woord’, zegt Rolf van Wegberg van kennisinstituut TNO, die onderzoek deed naar witwassen via bitcoin. Iedere bitcointransactie wordt namelijk vastgelegd op de blockchain, het openbare online transactiearchief. ‘Zo is iedere bitcoin te volgen, maar zolang er geen koppeling kan worden gemaakt tussen een bitcoinrekening en een bankrekening, kan niemand aan de bitcoins met criminele herkomst worden gekoppeld.’
Vandaar dat de handelaren uit de IJsberg-zaak gebruikmaakten van ‘cashers’: zijn wisselen de bitcoins om, nemen de euro’s cash op en geven die aan de handelaren.
Iedere bitcoin is te volgen, maar is niet altijd te koppelen aan een bankrekening ? en dus een persoon

Grabbelton voor bitcoins
Toch denkt het OM in de IJsberg-zaak de bitcoin wel aan de criminele handelaren te kunnen linken. Daarom bouwen criminelen tegenwoordig vaak een extra veiligheidsmaatregel in: de bitcoinmixer. Dit is het darkweb-equivalent van de grabbelton: een grote bak met bitcoins van diverse eigenaren. Een crimineel kan zijn bitcoins in de mixer stoppen en krijgt er fracties van willekeurige andere bitcoins uit de mixer voor terug op een nieuwe rekening. ‘Zo is de link tussen criminele transactie en de opbrengst in bitcoin verbroken’, aldus Van Wegberg.
Hij testte voor zijn onderzoek een handvol bitcoinmixers, met namen als OnionWallet en BitcoinBoost. Net als bij populaire reiswebsites als Airbnb en Booking.com draait het ook op het dark web om gebruikersbeoordelingen. ‘Die mixers worden door gebruikers gerecenseerd en dat werkt perfect.’ Bij laagbeoordeelde mixers raakte hij zijn geld kwijt, maar bij hoogaangeschreven mixers kreeg hij keurig bitcoins terug die hij kon omzetten naar euro’s en vervolgens via onlinebetaalsystemen PayPal of Western Union kon laten opsturen. ‘Vaak kost witwassen meer dan 40%, maar hier ben je zo’n 15% kwijt.’ Voor dat geld heeft de gebruiker echter nog geen legitieme verklaring voor de herkomst van de bitcoins.

Omgekeerde bewijslast
Bij het Anti Money Laundering Centre (AMLC) van de Fiod willen ze het gebruik van zo’n mixer als witwasindicator erkend krijgen bij de Financial Intelligence Unit, een zelfstandig onderdeel van de politie. Daarmee zou alleen al het gebruik van een mixer voldoende zijn om een zaak te starten tegen een handelaar. Een beetje zoals het gebruik van een biljet van ?500 ook een ‘red flag’ is. Een crimineel kan dan voor witwassen worden vervolgd, in plaats van voor de oorspronkelijke ? vaak moeilijk te bewijzen ? criminele transactie waarmee de bitcoins zijn verdiend. Medewerker opsporing Suzanne Visser: ‘Waarom zou je gebruikmaken van een dienst waar geen logische economische verklaring voor is, anders dan het verhullen van de herkomst?’

Betaalplatforms

Financi?le dienstverlener Western Union laat weten geen bitcoins of andere digitale valuta te accepteren. Het bedrijf heeft een ‘complianceprogramma’ om de herkomst van geld te monitoren, maar maakt daar verder geen details over openbaar. Het bedrijf zegt alle 200 landen waar het actief is aan de regelgeving te voldoen, waarbij een identificatieplicht voor klanten kan gelden.

Digitaal betaalplatform PayPal zegt ‘een grote verantwoordelijkheid’ te hebben geld ‘veilig en weg van criminelen te houden, kopers en verkopers te beschermen en ervoor te te zorgen dat de geldstromen aan de wet- en regelgeving voldoen’. Het bedrijf heeft ‘een zerotolerancebeleid voor voor het gebruik van ons veilige betaalplatform voor illegale activiteiten en we doen er alles aan om over de hele wereld aan de wet- en regelgeving te voldoen’, aldus een woordvoerder.

Volgens TNO-onderzoeker Van Wegberg hebben veel van de bitcoins in mixers waarschijnlijk inderdaad een illegale herkomst. Toch wijst hij erop dat er ook legitieme redenen kunnen zijn om zo’n mixer te gebruiken. ‘Wat als je bijvoorbeeld een buitenlandse journalist bent in een land als Myanmar? Daar is het wellicht geen goed idee publiekelijk als journalist te werken, en als je je salaris van een buitenlands medium krijgt, loop je in de gaten. Bitcoin biedt dan uitkomst, en met zo’n bitcoinmixer kun je verhullen dat jouw geld van een buitenlands mediabedrijf komt.’
Volgens AMLC-teamleider Ton Scholing hoeft dat geen probleem te zijn. ‘Als iemand niet kan aangeven wat de legale bron is van zijn bitcoins, kunnen we ervan uitgaan dat ze uit illegale bron komen. Het is een soort omgekeerde bewijslast.’

Internationaal onderzoek
In de zaak-IJsberg gingen volgens het OM miljoenen euro’s om zonder dat er een mixer aan te pas kwam. De tien Nederlandse arrestaties waren onderdeel van een grootschalig internationaal onderzoek, waar ook Australi?, Litouwen, Marokko en de VS aan meewerkten. Het tekent het internationale karakter van het dark web. Volgens Rolf van Wegberg moeten er ook bitcoinmixers in Nederland zitten. ‘Met ons goede netwerk zou het een illusie zijn te denken dat dat hier niet gebeurt.’

Bronnen: FD (1, 2), BNR

Digitaal buurtonderzoek

Vanaf 1 december 2016 gaat de politie in Amsterdam starten met een proef digitaal buurtonderzoek, zodat burgers nog beter kunnen helpen bij het oplossen van misdrijven. Heel simpel, via de Politie app en de website www.politie.nl.?De politie hoeft na een inbraak niet meer alleen langs alle deuren voor een buurtonderzoek.

buurtonderzoek1

Hoe werkt het?

Bij een buurtonderzoek gaan agenten langs de deur, in de hoop mensen te spreken die iets vreemds of verdachts hebben gezien. Dat gebeurt tientallen keren per dag in Nederland. Alleen al in Amsterdam zijn er jaarlijks meer dan zevenduizend buurtonderzoeken. ,,Dat kan een stuk slimmer”, zegt Adrian Proos, verantwoordelijk voor de politie-app bij de Nationale Politie. ,,Het vergaren van informatie in een buurt vergt kostbare tijd en mankracht. Omwonenden zijn vaak niet thuis als er wordt aangebeld. Kortom: zo’n buurtonderzoek is niet heel effici?nt.”

Daarom bedachten twee Amsterdamse rechercheurs een oplossing: het digitale buurtonderzoek. Iedereen die de app van de politie op zijn mobiele telefoon heeft ge?nstalleerd, kan zich op die manier als getuige melden na een misdrijf. Het idee is simpel. Als er bijvoorbeeld is ingebroken, stuurt de politie een pushbericht naar gebruikers die hebben aangegeven in een bepaalde straat of wijk te wonen. In dat bericht wordt informatie gegeven over de inbraak, met de vraag of de ontvanger iets verdachts heeft gezien.?Je kunt deze vraag dan beantwoorden met de ?Ja? of ?Nee? knop. Bij ?Ja? word je op een door u gekozen tijdstip teruggebeld door de politie.

Is het antwoord nee, dan is het mogelijk om het eigen adres op te geven. De politie belt dan niet meer aan. ,,Als je niets weet, word je ook niet meer lastiggevallen aan de deur”, zegt Proos. Hij ziet het als aanvulling, niet als vervanging van het traditionele buurtonderzoek. Bij mensen die de app niet gebruiken, kan de recherche nog steeds aanbellen.

Het enige wat je hoeft te doen is in de politie-app bij locatiebepaling een gebied te selecteren aan de hand van je postcode en niet via een plaatsnaam. ?Voor gebruikers van www.politie.nl hoeft er niets te worden aangepast.

Proeftijd

Deze nieuwe manier van werken gaat d epolitie een half jaar uitproberen. Na afloop daarvan krijg je nogmaals een (push)bericht met de vraag een enqu?te in te vullen.

Als het aanslaat, wordt de nieuwe hulpmethode bij de opsporing mogelijk landelijk ingevoerd. De politie wil het nieuwe middel niet gebruiken om digitaal tips binnen te krijgen. ,,Via de app vragen we alleen of iemand iets heeft gezien. Als dat zo is, zullen we altijd bellen of op bezoek komen om die verklaring op te nemen.” Volgens Proos biedt het middel uitkomst bij veelvoorkomende criminaliteit, zoals vernielingen, bedreiging en fietsendiefstal. ,,Nu is er niet altijd genoeg mankracht om in al die gevallen een buurtonderzoek op te starten. Maar op deze manier kan het wel. Het doel is om meer misdrijven op te lossen.

buurtonderzoek

Bronnen: politie.nl, AD

Digitaal buurtonderzoek: van SMS bom tot politie app

buurtonderzoek1

Op 28 december 2012 hield de politie een passantenonderzoek naar aanleiding van een gewapende overval op een Shellstation in Gouda. Best omslachtig, want dit betekent dat agenten op verschillende plekken rond de benzinepomp moesten gaan staan om voorbijgangers te bevragen. Het ging om twee lichtgetinte daders die oranje veiligheidsvesten droegen, de medewerker met een vuurwapen bedreigden en deze ook met een vloeistof in zijn gezicht spoten. Daarna vluchtten ze in een grijze Seat Toledo. De auto werd later teruggevonden.

Buurtonderzoek 1.0

buurtonderzoekZoals in het boek ?Rechercheportret?, over dilemma?s in de opsporing door van De Poot et al (2004: 138)?wordt beschreven, wordt bij (ernstige) misdrijven doorgaans een buurtonderzoek verricht rond de plaats?van het delict. Traditioneel gezien worden bij misdrijven die in of bij woningen zijn gepleegd – en dat zijn de?meeste – de bewoners van omliggende straten bezocht met de vraag of ze wat gezien hebben. Dat is in de?eerste plaats van belang om te achterhalen of er mogelijk getuigen zijn: van het misdrijf, van verdachte?personen, auto?s of andere verdachte situaties. Daarnaast is het buurtonderzoek zinvol om zich al vrij snel?een beeld te kunnen vormen van het slachtoffer. Dat is vooral nodig als het slachtoffer niet meer leeft of als?het slachtoffer niet in staat is een verklaring af te leggen.

Een buurt- en passantenonderzoek kost veel mankracht en het is altijd maar afwachten of de juiste passanten worden bevraagd.

M!

Daarom maakt de politie ook graag gebruik van bijvoorbeeld Meld Misdaad Anoniem 0800-7000. ?M. is de meldlijn waar je anoniem informatie kunt geven over ernstige misdaden, zoals moord en doodslag, overvallen, brandstichting, wapen- of mensenhandel.

M. is een onafhankelijke stichting en is geen politie, maar stuurt de informatie naar de politie of andere opsporingsdiensten door.?De politie kreeg in 2012 via Meld Misdaad Anoniem 15.000 waardevolle anonieme tips door. Dit is een stijging van 12% ten opzichte van 2011 en een record sinds de oprichting 2002. 89% van de meldingen is bruikbaar. Hiervan is 89% in onderzoek genomen. Dankzij deze tips worden ook steeds meer zaken opgelost (1.031 misdrijven, +23%) en voorkomen (116 misdrijven, +27%). Mensen bellen bovendien steeds vaker over ernstige misdrijven, zoals mensenhandel en -smokkel (+46%, 198), geweld (+33%, 1.598 tips) en overvallen (+22%, 659 tips).

Burgernet

Maar ook Burgernet is een manier om virtueel buurtonderzoek te doen.?Burgernet is een samenwerkingsverband tussen burgers, gemeente en politie om de veiligheid in de woon- en werkomgeving te bevorderen door het vergroten van de pakkans van daders.?Burgernet wordt ingezet bij tijdkritische incidenten om de heterdaadkracht te vergroten zoals bij woninginbraak, straatroof, overvallen en bij vermissingen, en in toenemende mate voor niet-tijdkritische acties (preventie, aanvullend buurtonderzoek recherche). Bij deze zaken moet een duidelijk signalement beschikbaar zijn.

SMS bom

En er zijn meer creatieve methoden. In 2005?stuurde de politie na ongeregeldheden 17 duizend sms’jes naar personen die zich bij de Kuip bevonden. De nummers, werden gevorderd bij de providers.?Het OM vergelijkt het sms-bombardement met een standaard buurtonderzoek. ‘Na een misdrijf gaan we langs de deuren met de vragen: heeft u iets gezien en zo ja, wat. Dat hebben we nu ook gedaan, zij het via de mobiele weg.’ Dit sms-bombardement?heeft de internetfora van de Feyenoord-fans destijds behoorlijk in beroering gebracht en de hooligans onder hen flink angst aangejaagd.?Martijn: ‘Vrienden van Feyenoord, ik werd net opgeschrikt door een sms van de politie. Ik dacht eerst dat ik genaaid werd door iemand.’?Nog voor de thuiswedstrijd tegen Ajax begon, brak een massale vechtpartij uit. Al een paar maanden publiceert de politie op haar website foto’s van relschoppers van wie de identiteit nog niet vaststaat. In het sms’je, waarin de geadresseerde nog eens fijntjes wordt herinnerd aan zijn verblijfplaats op dat tijdstip, vraagt de politie getuigen naar de site te kijken en een hem bekende hooligan op de foto’s aan te geven. Gistermiddag hadden al twaalf gesignaleerde relschoppers zich eigener beweging gemeld. ‘Het werd ze kennelijk te heet onder de voeten’, aldus een politiewoordvoerder. Hij vindt het justiti?le sms-offensief meer dan gerechtvaardigd. ‘Hier was sprake van puur liederlijk gedrag.’

Vrijwilligerswerk

Het klassieke buurtonderzoek wordt nu ook al gedaan door vrijwilligers. Als vrijwilliger buurtonderzoek ben je vooral actief in de wijk en draag je bij aan de communicatie rondom een misdrijf of ondersteun je bij het oplossen daarvan. Samen met agenten bezoek je alle huizen in de directe omgeving van bijvoorbeeld?woningen waar recent is ingebroken. Tijdens die bezoeken vraag je niet alleen of de bewoners iets van de inbraak hebben gezien, maar geef je tegelijkertijd preventietips.

Social Media

?Kennis van de virtuele wereld is onmisbaar voor de politie? zegt Richard Vriesde. ?Na een overval kijken we meteen wie daarover twittert. Je kunt in veel gevallen zelfs zien waar vandaan die tweet verstuurd is. Wij kunnen eventuele getuigen op die manier snel benaderen. Zie het als een virtueel buurtonderzoek?. Beluister een interview over het GOBI project dat in 2010 begon, waarin?de politie Haaglanden in tien maanden tijd geleid heeft tot de oplossing van 460 delicten en vermissingszaken. In het project “Gebruik Openbare Bronnen Internet” worden internetbronnen structureel ingezet bij de opsporing.

Want niet alleen kan de politie zelf op zoek gaan naar informatie op internet om te kijken wie er potentieel ooggetuige zou kunnen zijn, ze kunnen iedereen ook aanspreken door te crowdsourcen. Een herontwerp van het buurtonderzoek, op grond van co-creatie 2.0, is een fundamentele breuk met het?verleden en dat betekent een veranderingsproces dat eisen stelt aan de wijze waarop dit veranderingsproces?plaatsvindt.?Uit het onderzoek van Ellis Jeurissen en Richard Vriesde blijkt dat buurtonderzoek 1.0 over het algemeen niet veel opsporingsinformatie oplevert?en de effectiviteit van een buurtonderzoek in de huidige vorm binnen de politiepraktijk niet zo groot is.

digitaal buurtonderzoek

De?effectiviteit van een buurtonderzoek kan naar verwachting aanzienlijk worden vergroot om middels co-creatie?en social media breder buurtonderzoek te doen waarbij ook buurtvrijwilligers of een interventieteam worden?betrokken. Hun zichtbare aanwezigheid in de wijk en contacten met burgers zijn een factor van belang in?het vergroten van de kans op het verkrijgen van relevante informatie. Uit ons onderzoek is voorts gebleken?dat van een buurtonderzoek een belangrijke preventieve werking kan uitgaan. Door het contact dat wordt?gemaakt tussen burger en politie ontstaat er een dialoog waarbij meer zaken aandacht krijgen dan louter?het misdrijf bij de buren. In de interactie tussen de politie met de burger ontstaat er kennelijk een grotere?mate van bewustwording. Dit kan leiden tot een verhoogde waakzaamheid en alertheid bij buurtbewoners.?Hierdoor kan de bereidheid om verdachte omstandigheden aan de politie te melden als motiverende factor?toenemen.

Politie app

Een recenter?voorbeeld voor?buurtonderzoek is de politie app. De politie hoeft na een inbraak niet meer langs alle deuren voor een buurtonderzoek. Dit jaar start een proef waarbij getuigen zich kunnen melden via een app op de smartphone.

Bij een buurtonderzoek gaan agenten langs de deur, in de hoop mensen te spreken die iets vreemds of verdachts hebben gezien. Dat gebeurt tientallen keren per dag in Nederland. Alleen al in Amsterdam zijn er jaarlijks meer dan zevenduizend buurtonderzoeken. ,,Dat kan een stuk slimmer”, zegt Adrian Proos, verantwoordelijk voor de politie-app bij de Nationale Politie. ,,Het vergaren van informatie in een buurt vergt kostbare tijd en mankracht. Omwonenden zijn vaak niet thuis als er wordt aangebeld. Kortom: zo’n buurtonderzoek is niet heel effici?nt.”

Daarom bedachten twee Amsterdamse rechercheurs een oplossing: het digitale buurtonderzoek. Iedereen die de app van de politie op zijn mobiele telefoon heeft ge?nstalleerd, kan zich op die manier als getuige melden na een misdrijf. Het idee is simpel. Als er bijvoorbeeld is ingebroken, stuurt de politie een pushbericht naar gebruikers die hebben aangegeven in een bepaalde straat of wijk te wonen. In dat bericht wordt informatie gegeven over de inbraak, met de vraag of de ontvanger iets verdachts heeft gezien.

Is het antwoord ja, dan verschijnt een formulier waarop een telefoonnummer kan worden ingevuld, net als het tijdstip waarop de getuige gebeld wenst te worden door een rechercheur. Is het antwoord nee, dan is het mogelijk om het eigen adres op te geven. De politie belt dan niet meer aan. ,,Als je niets weet, word je ook niet meer lastiggevallen aan de deur”, zegt Proos. Hij ziet het als aanvulling, niet als vervanging van het traditionele buurtonderzoek. Bij mensen die de app niet gebruiken, kan de recherche nog steeds aanbellen.

Proef
Dit jaar begint een proef met het digitale buurtonderzoek in Amsterdam-West. Als het aanslaat, wordt de nieuwe hulpmethode bij de opsporing mogelijk landelijk ingevoerd. De politie wil het nieuwe middel niet gebruiken om digitaal tips binnen te krijgen. ,,Via de app vragen we alleen of iemand iets heeft gezien. Als dat zo is, zullen we altijd bellen of op bezoek komen om die verklaring op te nemen.” Volgens Proos biedt het middel uitkomst bij veelvoorkomende criminaliteit, zoals vernielingen, bedreiging en fietsendiefstal. ,,Nu is er niet altijd genoeg mankracht om in al die gevallen een buurtonderzoek op te starten. Maar op deze manier kan het wel. Het doel is om meer misdrijven op te lossen.” Roy Johannink, expert op het gebied van crisismanagement, is positief over de proef. ,,Het is een prachtig middel om snel informatie van getuigen te krijgen.”

Ernst Pols, officier kwaliteit opsporing en vervolging: ?Het digitale buurtonderzoek geeft het klassieke buurtonderzoek een veel groter bereik en is daarmee een interessante ontwikkeling in opsporingsland. Met e?e?n druk op de knop kan, bij wijze van spreken, het digitale buurtonderzoek worden uitgevoerd. Het OM is in een vroeg stadium bij deze nieuwe ontwikkeling betrokken.?

De politie-app is door ongeveer 500.000 Nederlanders gedownload.

Bronnen: AD, Het Parool, Crimetech,? Volkskrant,?Poot, de C.J., Bokhorst, R.J. van Koppen, P.J., Muller, E.R. (2004) Rechercheportret, over dilemma?s in de opsporing,?opsporen en bewijs,?Alphen aan den Rijn, COT, WODC.

CrimeDiggers

crimediggers financieel

Als onderdeel van een nieuwe wervingscampagne om digitale rechercheurs te werven heeft de politie een online challenge gebouwd. Via de “Crimediggers” challenge (trailer) kunnen deelnemers kennismaken met zowel digitaal als financieel recherchewerk.?Crimediggers is een soort vervolg op de Cybercrime Challenge de afgelopen jaren werd ontwikkeld.

Volgens de politie wordt criminaliteit steeds complexer, heeft het vaker een financi?le of digitale component en speelt het zich tegenwoordig vrijwel altijd af in het digitale domein.?Er wordt daarom gezocht naar hbo’ers en wo’ers met een financi?le of ICT-achtergrond die in het opsporingswerk kunnen instromen. Voor het digitale opsporingswerk zijn in de directe toekomst meer en meer hoogopgeleide politiemedewerkers nodig. Behalve voor de digitale opsporing zoekt de politie ook naar hbo?ers en wo?ers voor de financi?le recherche. Om deelnemers met verschillende achtergronden aan te spreken biedt Crimediggers een financieel ?n een digitaal spoor.

Deelnemers aan de challenge kunnen zelf kiezen welke route ze volgen. “We hebben geprobeerd de online experience zo dicht mogelijk te laten aansluiten bij de werkelijkheid die we dagelijks tegenkomen in de opsporing”, stelt een digitaal specialist van de eenheid Amsterdam. “Het mooie is dat je meteen kunt ontdekken of je, behalve je vakkennis, ook serieus talent hebt voor de opsporing. Je leert op een bijzondere manier kijken naar grote hoeveelheden informatie.”




Helaas kan de experience (nog) niet op een mobiel apparaat worden gespeeld, dus helemaal ingaan op de nieuwe wervingsmogelijkheden doet het nog niet.

Bronnen: Crimediggers, Security.nl

Meer blauw op digitale straathoek

blauwe hart
,,Sociale media zijn onmisbare informatiebronnen omdat zich daar vaak de eerste getuigen melden.??

Een reden dat er minder jeugdoverlast op straat is? Kan er mee te maken hebben dat ze tegenwoordig vooral digitaal een beetje rondhangen. Daar moet je als politie dan op inspelen, vindt Rick de Haan. Voor zijn inspanningen om meer blauw op de digitale hangplekken te krijgen, ontving hij onlangs het Blauwe Hart van de eenheid Noord-Holland.

Door [email protected] – 21-1-2016, 21:25?


Het is nog maar ruim een aantal jaren geleden dat de eerste agent van de Nederlandse politie begon te twitteren. Hij inspireerde daarmee Rick de Haan, destijds werkzaam bij de politie in Beverwijk waar hij onder meer de Bazaar en jeugd onder zijn hoede had. ,,Voor ons was Twitter ook in opkomst als middel om met het publiek in contact te komen. En dan niet alleen als zendmiddel – dus om een boodschap over te brengen – maar echt als interactief communicatiemiddel. Met drie wijkagenten zijn we ermee begonnen en toen ging het balletje snel rollen.??

Aanwezig

Rick de Haan kreeg vanuit de eenheidsleiding de taak om vooral wijkagenten en sinds dit jaar ook andere collega?s in de basisteams te trainen in de nieuwe media zoals Twitter en Facebook om daarmee nieuwe informatiebronnen in hun werk aan te boren. Rick de Haan: ,,Via de sociale media is het bijvoorbeeld mogelijk evenementen en publiek te monitoren zonder dat je er zelf fysiek aanwezig bent. Dat kan bij geplande evenementen zoals Bevrijdingspop maar ook bij spontane demonstraties. Sociale media zijn daarbij onmisbare informatiebronnen omdat zich daar vaak de eerste getuigen melden die een rol kunnen spelen in opsporing. We willen meer blauw op straat maar een deel van de straat is gedigitaliseerd. Wij moeten waakzaam en dienstbaar op de plek waar ons publiek is. Als politie kunnen we dus niet om sociale media heen en daarom zijn mensen als ik aangesteld om te kijken hoe we samenhang in het gebruik ervan kunnen bereiken. We weten dat het gebruik van Facebook in alle lagen gebeurt, Instagram richt zich meer op jongeren en op Twitter zie je het vele zakelijk gebruik zoals door journalisten en bestuurders. Soms moet je alle drie gebruiken, soms moet je kiezen en je moet weten wat de do?s en don’ts zijn van elk medium.??

Tandarts

Sociale media kennen hun valkuilen voor nieuwe gebruikers, zoals de Amsterdamse wijkagent die na een belediging en bedreiging twitterde: ?De wijkagent beledigen, zeg het dan recht in mijn gezicht als je een goede tandarts hebt?. Rick de Haan: ,,De gouden regel is: Wat je op straat niet doet moet je ook online niet doen. Bij twijfel even overleggen, maar negentig procent wordt zonder problemen en controle gepubliceerd.??

Sociale media worden ook gebruikt om ongenuanceerd gal te spuwen en azijn te pissen maar de Facebooksites van de politie worden daar nog redelijk van gevrijwaard. Rick de Haan: ,,De reacties zijn genuanceerder dan op krantensites of GeenStijl. Kritiek leveren op de politie mag, als het maar niet beledigend wordt. Daar reageren we op, in principe via een priv?bericht. Soms hoeven we ook niet te reageren. We wachten meestal even en dan wordt er vaak voor ons stelling genomen door andere gebruikers. Er is een zelfreinigend vermogen dat discussies vaak in ons voordeel oplost.??

Het gebruik van sociale media gaat lijnrecht in tegen de hi?rarchische structuur die de politie-organisatie van oudsher kent. Facebook, Instagram en Twitter ontstaan door netwerken waarvan de deelnemers op gelijke hoogte staan. Rick de Haan: ,,Dan merk je dat vooral de wijkagenten, die al met hun foto in het wijkblaadje staan, voor sociale media open staan. Sommige lagen van de organisatie, zoals bij rechercheafdelingen die zich met ondermijningsonderzoeken bezighouden, zijn veel terughoudender. Dat is begrijpelijk maar voor hun spelen de sociale media een andere rol. Elk mens laat online zijn digitale voetafdruk achter, ook criminelen.??

Webcare

Net als bij andere grote dienstverleners en bedrijven zou de politie ook over moeten gaan tot zogenaamde webcare. Rick de Haan: ,,65 Procent van de wijkagenten twittert maar zijn niet zeven dagen in de week en 24 uur per dag in dienst. Dan moet je bellen als je een melding wil doen, maar dan gaat tijd verloren. Mijn voorstel is dat naast de telefonische ook de online bereikbaarheid bij de politie 24/7 gegarandeerd is. Via sociale media bereiken ons persoonlijkere berichten dan via 0900-8844. Daar vinden andere gesprekken plaats. Verder zie ik wel iets in een digitaal vragenuurtje van de wijkagent en het informeren van het publiek via video?s op Facebook.??

Binnen

Op dit moment beschikt de politie al over Realtime Intelligence Centers (RTIC?s) bij de meldkamers. Bij meldingen, bijvoorbeeld van een straatroof, wordt binnen het opgegeven gebied online gerechercheerd op informatie die op sociale media wordt gezet. Rick de Haan: ,,Dan heb je de eerste verklaringen vaak al binnen.??

Bron: Haarlems Dagblad

Twitterende drugsbaronnen

Secondant?berichtte onlangs over de toenemende aanwezigheid van de?georganiseerde criminaliteit op sociale media. Over de machtigste drugsbaron Joaquin Guzman, ofwel El Chapo van het Sinal?a?cartel, die op zijn hoogtepunt 50 miljoen euro per dag (!) verdiende,?hebben we onlangs nog gepost. Maar ook andere beruchte criminele organisaties zijn populair op social media en digitale activisten vechten terug. Hieronder het artikel van Secondant, aangevuld met wat achtergrond informatie.

ms13

Mara Salvatrucha 13 (MS-13) raast als een plaag over Amerika. Deze bende bestaat uit gemarginaliseerde hispanics (bewoners die een etnische, historische of culturele band hebben met Latijns Amerika). ?Mara? staat voor jeugdbende, ?salvatrucha? verwijst naar de guerilla?s in El Salvador en 13 staat voor de 13th Street in Los Angeles. Vanaf de jaren 80 is MS-13 uitgegroeid tot een internationale criminele organisatie, gevestigd in 33 Amerikaanse staten en 6 landen in Noord- en Midden-Amerika. In de USA telt MS-13 zo?n 60.000 leden en geldt voor de FBI als een van de gevaarlijkste bendes van Noord-Amerika. MS-13 heeft 41.000 volgers op Facebook.

In Mexico huist het Sinal?a kartel, een van ?s werelds meest meedogenloze drugskartels. Sinal?a heeft ?49.000 volgers op twitter. De leider van Sinal?a,?El Chapo, promoot zijn muziek en leefstijl via sociale media. Hij heeft 167.000 twittervolgers en uitspraken als ?Soms ben ik God. Als ik zeg dat iemand sterft, dan gaat hij nog diezelfde dag dood’.

Bekijk onderstaande video “El Chapo, the CEO of Crime”:

Traditioneel gedijt de georganiseerde misdaad in het verborgene. Maar internet verandert dat, constateert het World Economic Forum. Via het wereldwijde web dwingen Latijns-Amerikaanse drugskartels respect af en ze zaaien er angst door terreur, net als terroristische organisaties zoals IS. De websites van de kartels zijn voorspelbaar: schaars geklede dames, snelle auto?s en wapens. Ze verheerlijken criminaliteit en agressie. Online verkopen ze hun producten, bedreigen rivalen en werven nieuwe leden. Op YouTube staan tal van ?narcovideo?s?, met onder meer toespraken van kartelleiders en muziekclips.

Via de digitale snelweg weten kartels en bendes hun macht, prestige en winst uit te breiden. Bloggers, verklikkers en concurrenten moeten goed over hun schouders kijken. In Brazili?, Colombia, El Salvador en Mexico zijn enorme aantallen mensen actief op Facebook, met een klik op de knop valt de massa af te persen. Softwareprogrammeurs worden ontvoerd om de digitale mogelijkheden van de georganiseerde criminaliteit te verfijnen. Journalisten in Midden-Amerika zijn hun leven niet zeker, alleen al in Mexico werden er in de afgelopen 10 jaar meer dan 30 vermoord. Lees bijvoorbeeld?het schokkende?verhaal over?Mar?a del Rosario Fuentes Rubio.

kartel

Burgers vechten terug, zowel online als offline. Digitale activisten vormen zelforganiserende virtuele gemeenschappen die informatie verspreiden. Uit onderzoek blijkt dat 1,5 procent van alle Mexicanen heeft getweet over de drugsoorlog, dat is 5 procent van de onlinepopulatie. Ook mengen militie-organisaties ? burgers die (para)militaire taken op zich hebben genomen ? zich in de strijd tegen de oprukkende kartels. Valor por Michoac?n?bijvoorbeeld, kan worden beschouwd als een digitale schandpaal voor drugsbaronnen. De groepering telt 43.000 twittervolgers en 18.000 likes op Facebook. Daar worden foto?s van een gedode crimineel zonder pardon online geplaatst. Bloedend en ontzield. Zoals de Panter, leider van een Mexicaanse regio, die werd neergeschoten door de federale politie. Volgens de begeleidende tekst was de Panter verantwoordelijk voor honderden moorden. Naast de foto?s van de dode, tientallen likes: ?Dood aan de lafaards?.

Bronnen: Secondant