SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
De groep achter recente seksuele video’s van vermeende pedofielen hoorde dat hun zaken nooit naar de rechter zullen gaan. Het Amerikaanse Parents Against Predators Nationwide (PAP) filmde vijf mannen die minderjarigen wilden ontmoeten, maar werd verrast met een ontmoeting met PAP-leden. In hun videobewijs zeggen ze gesprekken te hebben gevoerd en vastgelegd die geleid hebben tot bekentenissen, die ook zijn vastgelegd. Toch zal geen van de mannen worden vervolgd.
Agenten van het Sheriff’s Office van de Hamilton County bevestigen dat ze er geen zaak van gaan maken omdat de mannen geen wetten hebben overtreden. Verdachten moeten ofwel praten met een echte minderjarige of met een agent om de wet te overtreden, legt Sgt. David Ausdenmoore uit.
“Dit is walgelijk,” zei PAP-organisator Kelle Cook in een reactie. “Ik vind het erg omdat deze acties ons veel tijd kostte en we het voor de kinderen, tieners en ouders doen.” De groep probeert nu met een online petitie de wet in Ohio te veranderen.
Als het aan Ausdenmoore ligt wordt de wet niet veranderd. Dit soort gevoelig en gevaarlijk werk zou volgens hem beter overgelaten kunnen worden aan rechercheurs die de juiste opleiding hebben gevolgd en die onschuldige getuigen niet in gevaar brengen. “Deze verdachten denken dat ze niets te verliezen hebben als ze beseffen wat er gebeurt,” legt hij uit,?”Niets zal hen er van weerhouden om een ??vuurwapen te gebruiken, iemand kan gewond raken en het kan iemand zijn van PAP.”
Maar de PAP groep wordt hier niet door afgeschrikt. “We hebben een levensverzekering,” zei Cook. “Dat is risico zijn we bereid te nemen.”
Vigilantes, ofwel onafhankelijk opererende vigilante groepen, zijn aanvaardbaar zolang ze publieke verantwoording willen afleggen en uitleggen dat hun optreden aansluit op democratische normen. Deze vigilantes kunnen ook zinvolle bijdragen leveren aan de rechtshandhaving. Vigilante groepen die verder gaan dan alleen onrecht aan de kaak stellen en een machtsvertoon etaleren ? zich uitend in onder andere vernedering en afwijzing van (groepen) burgers op grond van hun anders zijn ? zijn net als weerkorpsen onaanvaardbaar. Geweld, dreigen met geweld en andere inbreuken op de rechten van medeburgers zijn sowieso niet geoorloofd. Maar zoals gezegd, het gaat hier niet om een beoordeling in termen van wetsnaleving maar van verantwoordelijk
burgerschap.
In veel opzichten gelden die constateringen ook voor ?digilantes?, de vaak militante rechercheurs die op internet en de ?sociale media? actief zijn. Ook op de digitale snelweg kunnen onschuldige personen of groepen worden lastiggevallen of bedreigd. Potentieel is iedere burger in staat om incidenten en normschendingen te openbaren en te bepalen wat voor soort gedrag beschaamd moet worden. Vaak wordt dit proces van ?naming and shaming? verder aangezwengeld door anderen ertoe bewegen meer belastend materiaal te vinden of op zoek te gaan naar details over de persoon waarvan wordt aangenomen dat die over de schreef is gegaan. Aldus kunnen zich op spontane wijze meutes vormen die hun spotlust, hoon en agressieve woorden de vrije loop laten. Het straatrecht van deze digitale menigten zal in veel opzichten moeilijker te beheersen zijn dan de opruiende taal van mensen die zich op straat en plein verzamelen om hun woede over een incident
of misdrijf te uiten.
Er zijn andere verschillen tussen digitale meutes en de patrouilles op straat. Ten eerste is het de keuze van burgers zelf om kennis te nemen van de verbale ?opstootjes? op Twitter of Facebook. Het intimiderend optreden van patrouilles in de eigen stad of wijk is daarentegen moeilijker te vermijden. Een ander verschil met burgerpatrouilles is dat planning en organisatie nauwelijks een rol spelen. Er vormen zich rond een incident op spontane wijze meutes die allereerst onvrede willen luchten. Het gaat online aanklagers vooral om schandaalcreatie: vermeende overtreders in het beklaagdenbankje zien te krijgen. Entertainment staat voorop, terwijl ook commerci?le belangen meespelen. Veel relvloggers zijn uit op eigen roem: hun schandaleuze filmpjes leveren clicks en kijkcijfers op. Wanneer beschamen entertainment is kan ook een loopje met de waarheid worden genomen. Zoals bekend: geruchten worden niet gecheckt, de context van filmpjes over verdachte situaties evenmin. Niettemin krijgen ook giftige vechtersbazen de kans feiten te verdraaien. Zo kunnen verhalen over bijvoorbeeld criminele asielzoekers een eigen leven gaan leiden. Eenmaal gelabeld als ?crimineel? kan optreden tegen deze personen in naam van rechtvaardigheid worden aangemoedigd. De digilantes cre?ren aldus voor zichzelf een vrij veld waarin onbekommerd beschuldigd kan worden; de jacht kan worden geopend. Zoals Vasterman in dit nummer zegt: vigilantisme is in deze context eerder ?private violence? en het cre?ren van een eigen vorm van recht. Dat is een derde verschil: de klemtoon ligt eerder op bestraffing, niet op preventie. De vraag is dan ook of deze meutes ?berhaupt wel kunnen bijdragen aan publieke veiligheid en bescherming van burgers (zie Warren 2009; Trottier 2016).
Tegen de achtergrond van incidenten van eigenrichting merkt criminoloog Jan Terpstra op dat burgerparticipatie in de veiligheidszorg zijn onschuld lijkt te hebben verloren. Burgerparticipatie ?lijkt te worden overgenomen door groepen die doelbewust uit zijn op het verminderen van gastvrijheid, medemenselijkheid en tolerantie onder het motto van het belang van veiligheid.
Van burgeropsporing tot overheidsopsporing en weer terug?
Met de verdere groei naar de burgerlijke rechtsstaat zijn er belangrijke ontwikkelingen geweest. De handhaving van recht en orde begon vanuit de overheid met een militaire aangelegenheid. Daarna werden schutterijen in toenemende mate verantwoordelijk voor toezicht en handhaving in de steden (hoewel zij lang ook een taak bleven vervullen bij de verdediging tegen aanvallen van buiten). Daarbij stonden zij onder het lokale gezag. De rechtspraak werd beter georganiseerd (schout, schepenen, baljuw); zij bleven functioneren onder gezag van de landheer. Wat er gedurende de latere eeuwen heeft plaats gevonden is een steeds steviger vestiging van het overheidsgezag. De uitbouw in de 19e en 20e eeuw van het overheidsapparaat op dit terrein met de vormgeving van de hedendaagse politie- en justitieapparaten hebben een belangrijke rol gespeeld. Er is over de afgelopen twee eeuwen sprake van een enorme uitbouw van zowel deze handhavingsapparaten als van wetgeving. Het systeem is steeds omvattender geworden. De rol van de individuele burger is steeds meer aan banden gelegd. Hij lijkt zich te hebben gevoegd in Rousseau?s maatschappelijke verdrag: de burger speelt zelf geen rol meer in de handhaving van de recht en orde.
Het verbod van eigenrichting is een leidend principe gebleven in westerse rechts- staten. Het verbieden van eigenrichting aan de burger, betekent wel dat de overheid een zorgplicht heeft. Als het de burger verboden is zelf op te treden, dan moet de overheid zorgen voor handhaving van de openbare orde en het recht. Ieder mens moet zich vrijelijk en veilig kunnen bewegen. De overheid heeft een inspanningsverplichting om te zorgen dat die vrijheid en veiligheid ook worden gegarandeerd. Als burgers onverhoopt toch in nood komen, moet de politie er zijn om hen te hulp te komen. En als burgers slachtoffer worden van een strafbaar feit moet er het handhavingsapparaat zijn die de strafrechtelijke handhaving (opsporing, vervolging, vonnis, tenuitvoerlegging van het vonnis) realiseert. En als de orde zelf in het gedrang komt en wordt verstoord, dan hoort de overheid er evenzeer voor te zorgen dat die verstoring wordt bee?indigd.
DIY Digilantes
De ?autonome? buurtwachten verwachten echter niet al teveel van de politie en ondernemen liever zelf actie en dat gaat soms veel verder dan het aanspreken van medeburgers. Zij schromen soms niet voor het toepassen van geweld, doen burgeraanhoudingen en er zijn gevallen bekend van het dragen van handboeien en het oneigenlijk gebruik van zaklampen met een lang handvat.
Maar een aangeef- of verklikkerscultuur is wel het laatste wat een gezonde rechtsgemeenschap kan gebruiken. Het komt er steeds op aan zorgvuldig het kwaad dat kan ontstaan door optreden en niet-optreden ? en publiceren en niet-publiceren ? tegen elkaar af te wegen.
Crimineel gespuis kan het Veluwse dorp Kootwijkerbroek maar beter links laten liggen. Een 50 man sterke burgerwacht jaagt met honden en helikopters op inbrekers.
Criminelen die het hazenpad kiezen, komen niet ver. Al snel voelen ze de hete adem van de burgerwacht in hun nek, die de achtervolging heeft ingezet per helikopter. Foto’s van de burgerwacht uit Kootwijkerbroek tonen hoe een ronkende heli enkele meters boven twee sidderende verdachten hangt. Ook is te zien hoe groepsleden de verdachten stevig tegen de grond drukken. Ze kunnen geen kant meer op.
Deze burgerwacht is professioneel uitgerust. Volgens een anonieme ingewijde staan er drie helikopters klaar die direct kunnen opstijgen zodra er een melding komt. Die zijn eigendom van bedrijven uit de omgeving. Tijdens acties dragen leden van de groep kogelvrije vesten, portofoons en zaklampen die ook te gebruiken zijn als slagwapen. De motieven van deze groep zijn meerledig. Zo was er?een tijd lang sprake van diefstallen van grote bedragen bij een aantal ondernemers uit de buurt en men had veel inbraken op zondag tijdens de kerkdienst waar veel bewoners uit dit gebied heen gaan wat een groot onveiligheidsgevoel gaf. De relatief lange aanrijtijden van de politie (een burgergroep kan binnen 2-3 minuten op bestemming zijn) en het negatieve beeld dat ontstond van het effect van de politie leidde tot de oprichting van deze groep. Inmiddels bestaat de groep uit zo’n 50 personen.
De burgerwacht is erg succesvol. Dankzij hen heeft Henk van de Kamp, eigenaar van G. van de Kamp Transport in Stroe, geen last meer van brandstofdieven. ,,Twee Poolse dieven hebben twaalf keer brandstof van mijn vrachtwagens afgetapt. De laatste keer waren ze het haasje. De dieven waren nog niet op mijn terrein of ze hadden veertig man achter zich aan rennen. Toen we ze hadden gepakt, stonden ze te beven op hun benen. We hebben ze overgedragen aan de politie. Ik heb nooit meer last van ze gehad.”
De leden van de groep willen zelf onder geen beding vertellen over hun ervaringen. Wel traden ze op in een videoreportage over Kootwijkerbroek. Daarin vertelt ??n van de initiatiefnemers over het succes. ,,Door onze snelheid hebben we al heel wat boeven gevangen. We overmeesteren ze, leggen ze plat op de grond en wachten tot de politie er is.”
Betrokkenen willen niet zeggen of aanhoudingen gepaard gaan met geweld. ,,Daar moet je niet te veel over lullen”, zegt een 19-jarige inwoner van Stroe, die ??n van de brandstofdieven bij Van de Kamp in de kladden greep. ,,Maar een groep boze boeren schrikt meer af dan de politie. Gepakte inbrekers komen hier niet meer terug.”
Bij onraad krijgen leden van de groep meteen een whatsappje. Dan springen ze in hun auto en scheuren met gierende banden en knipperende alarmlichten door het dorp. ,,Bij een melding staan binnen een paar minuten de eerste leden op je erf”, zegt een inwoner van Kootwijkerbroek. ,,Terwijl het een halfuur duurt voor de politie er is.
De gemeente Barneveld en de politie werken samen met de burgerwacht, die nu vier jaar bestaat. ,,Als er tegelijkertijd een incident is aan de andere kant van de gemeente, is de politie niet vaak niet in staat om op tijd te komen”, zegt gemeentewoordvoerder Bertil Rebel.
De ploeg draagt kogelwerende vesten.?
?Agressieve mensen en doetjes? worden uit de groep geweerd en de groep is zeer professioneel opgezet. Ze gebruiken een eigen alarmnummer, beschikken over wagens, helikopters, en hebben al meerdere zelfverdedigingstrainingen gevolgd.
Hij zegt niet bang te zijn voor geweldsexcessen. ,,Natuurlijk kan het staande houden van een inbreker weleens gepaard gaan met geweld. Dat gebeurt soms in het heetst van de strijd.” Socioloog en expert op het gebied van burgerwachten Vasco Lub ziet meer haken en ogen. ,,De politie is er om zijn burgers te beschermen. Ze moet voorkomen dat burgers het heft in eigen handen nemen.”?De afgelopen jaren is het aantal inbraken flink afgenomen, zegt een inwoner van Kootwijkerbroek. ,,Criminelen geven natuurlijk ook aan elkaar door wat hier gebeurt. Ze weten dat ze zich hier beter niet meer kunnen vertonen.”
Ontwikkelpleinbijeenkomst
Burgers organiseren zichzelf via WhatsApp of speciale buurtapps en attenderen elkaar en de politie of gemeente op veiligheidszaken en verdachte situaties in de buurt. In Nederland zijn er naar schatting nu al meer dan 7000 groepen. Er zijn enkele incidenten waarbij geweld is gebruikt door burgers, maar die worden over-gerepresenteerd in de media. Over het algemeen is het een positive ontwikkeling, met vaak een daling van inbraken, daders die eerder gepakt worden, of soms een vermist personen die eerder wordt teruggevonden. De politie is heel blij met deze betrokkenheid, want; met vele ogen zien we meer en dit vergroot de kans op heterdaad aanhoudingen. Maar wat moet de politie of het lokale bestuur doen als een dergelijke groep uitgroeit tot een burgerwacht die 24/7 paraat staat om met eigen middelen de veiligheid in de wijk te bewaken? Andere burgers kunnen zich ge?ntimideerd voelen en in het uiterste geval wordt zelfs geweld niet geschuwd, met als gevolg een strafrechtelijk onderzoek. Het inspiratiepunt Eenheid Oost organiseerde een ontwikkelpleinbijeenkomst op 23 mei waar een aantal wijkagenten hun ervaringen en dilemma?s over dit onderwerp deelden en gaan we samen met collega?s, partners, experts ?n (niet te vergeten) met burgers zelf op zoek naar oplossingen voor vragen als: Hoe verhoudt de politie en het lokaal bestuur zich in relatie tot dergelijke groepen? Wat is het effect op ons imago en het vertrouwen in de politie? Wat zijn de do?s en don?ts? Waar ligt de grens van wat wel en niet mag? Hoe blijf je in verbinding en kom je tot goede afspraken met buurtpreventiegroepen? Het doel is dat we komen tot praktische oplossingen voor een toch wel complex vraagstuk en van dit ?probleem? weer ?de bedoeling? maken.
Naast een aantal hele goede punten, zoals over informatie uitwisseling, waren er ook een aantal leerpunten voor zowel politie, gemeente als de WhatsApp groep.?De communicatie tussen politie en leden whatsappgroep is erg belangrijk en kan verbeterd worden:
Wijkagent zou op periodieke momenten bij de groep aan moeten schuiven
Negatieve beelden van elkaar zouden moeten worden ontkracht door met elkaar te praten
Begrip van de processen en protocollen waar de politie zich aan moet houden zou vergroot moeten worden bij de burgers door deze aan hen uit te leggen
Duidelijke afspraken maken wat burgers strafrechtelijk wel of niet mogen doen (alleen persoon aanhouden op heterdaad)
Initiatief moet hier bij alle drie de partijen liggen (burgerinitiatieven, politie en gemeente)
Andrew Henderson, 31, draagt een blauw t-shirt waarop staat “Blijf kalm en film de politie”in een van zijn honderden?YouTube-video’s. In een andere heeft hij een hoodie aan met “COPWATCH”. “Verschillende organisaties doneren t-shirts en truien” vertelt Henderson. Na een wedstrijd over de vraag “Waarom ik de politie film?” georganiseerd?door CopBlock.org, kreeg hij weer een hele stapel.?Henderson doet al vijf jaar aan ‘ copwatching’, een fenomeen dat groeit na elk (schiet)incident waar opnames van gedeeld worden.
Het aantal apps om de politie te filmen groeit bijna net zo hard als het aantal incidenten. Velen worden door burgers zelf gemaakt, soms zijn het stichtingen en organisaties die opkomen voor bijvoorbeeld mensenrechten. Het bekendste voorbeeld is de ACLU Police Tape app, maar er zijn ook apps als Y-STOP, Hands-Up, Mobile Justice, SideKik en Five-O.
Henderson is lid van een?informele burgerorganisatie COPWATCH, die ooit in 1990 begon in Berkeley, Californi? nadat bewoners genoeg hadden van de?intimidatie van daklozen en jeugd. Vorige maand werd Henderson nationaal nieuws toen hij een hooggeplaatste agent in St. Paul bekritiseerde op Facebook nadat die commentaar op Black Lives Matter aanhangers had. De agent trok aan het kortste eind en kreeg verplicht verlof.
Een anonieme tipgever wees?Henderson op een Facebook-reactie op een verhaal geplaatst over een geplande Black Lives Matter protest. Hier is de volledige tekst van wat luitenant Jeff Rothecker van?St. Paul schreef op Facebook:
Henderson legt uit dat het niet moeilijk was om de identiteit van de agent te bepalen. “Ik zocht wat verder op?Facebook en vond zijn vrouw. Daarna checkte ik hun?huwelijksakte. En daarna was het makkelijk”. Nog even zoeken op Google en Pipl en hij kwam erachter dat?Rothecker de 2e vice-president van de Minnesota Fraternal Order of Police?was, onderdeel van ’s werelds grootste politievakbond.
Zodra hij Rothecker’s identiteit had geverifieerd, belde Henderson de politie om een klacht in te dienen over deze?agent. Rothecker is naast zijn verlof inmiddels ook?teruggetreden uit zijn functie bij de vakbond en bood?zijn verontschuldigingen aan Black Lives Matter aan. De groep wees?zijn excuses af en eiste strafrechtelijke vervolging.
Na de klacht van Henderson werden al snel vergelijkbare Facebook berichten gevonden van de agent in kwestie. Burgemeester Chris Coleman veroordeelde het gedrag Rothecker. “Ik blijf verontwaardigd over dit?online commentaar,” zei hij. “Hoewel een verontschuldiging zeker op zijn plaats is, is het niet voldoende om het vertrouwen te herstellen,” vervolgde hij. “Ik kan helaas niet aangeven welke?disciplinaire maatregelen worden genomen, omdat de wet mij verbied erover te praten totdat de periode om er tegen?in?beroep te gaan voorbij is.”
Als je even een blik werpt op?The Drewks, het YouTube-kanaal van Henderson zie je in video na video dat?de politie van Minnesota zich misdraagt. In de eerste?video legt hij uit waarom hij?copwatcher is geworden: nadat hij getuige was van een heftige?woordenwisseling tussen een andere inwoner en?de politie. “Ik filmde hen en deelde het publiekelijk om de politie ter?verantwoording op te roepen. Ook al omdat de politie anders?niet ter?verantwoording wordt geroepen.”
Het rassenconflict?is al?een lange tijd iets waar Henserson zich over verbaast. “Ik ben opgegroeid in de stad. Ik ben geen blanke jongen uit een?buitenwijk”, verklaart hij. Henderson groeide op in een volkswijk vol allochtonen. “Als kind kon het me niets?schelen, het was gewoon mijn buurt” herinnert hij zich. “Ik had zowel zwarte als Hmong vrienden.” Pas later toen hij verhuisde naar?een overwegend blanke buurt?werden de verschillen hem duidelijk. “Die mensen spraken me anders aan en behandelden me anders,” zegt hij.
Het is niet zoals Henderson de conflicten tussen burgers en de politie opzoekt, verzekerd hij.?Maar als hij het tegenkomt, zal de?camera altijd aangaan. Hij is vrijwel altijd wel aanwezig bij Black Lives Matter protesten, hoewel hij zich niet de organisatie ervan bezighoudt.
De overheid houdt zelf niet bij?hoeveel politieagenten ontslagen of veroordeeld zijn tot gevangenis voor mishandeling van burgers. Uit een onderzoek van de Washington Post blijkt dat in 10 jaar tijd, tussen 2005-2015, slechts 54 ambtenaren zijn veroordeeld, ondanks duizenden fatale politie schietpartijen. In de afgelopen jaren?hebben een aantal?high-profile gevallen van vermeend politiegeweld en moorden geen gevangenisstraf voor agenten opgeleverd.
In?Minnesota zijn er niet veel cop watchers. Volgens Henderson zijnde meeste leden actief in Californi?, New York en New Hampshire. Een stadje nabij New Hampshire zet een extreem voorbeeld met de website Free Keene, bijna een Mekka voor copwatchers.?De groep?cop watchers?houdt wel actief online?contact en organiseert ook meetups.?Vorig jaar woonde Henderson een cop watchers conferentie bij?in New York City. “We hebben veel geleerd over de beste tactieken om de politie te filmen”, zegt Henderson. “Zo moet je altijd eerst je eigen voeten filmen en vervolgens inzoomen op het incident. Op die manier kan een cop watcher altijd bewijzen hoe ver hij van een incident stond”.
Er komen ook?ethische dilemma’s kijken bij copwatching. “Bijvoorbeeld hoe je omgaat?met de mensen die je filmt” vertelt Henderson. Hij maakt zijn aanwezigheid altijd bekend, zegt waarom hij er is, en dat hij er is om te helpen. En soms is het niet ethisch om bericht video online te plaatsen als de persoon die in beeld is minderjarig is of als de politie er was voor medische hulpverlening.
Op de vraag of Andrew?Henderson zou overwegen om een baan bij de St. Paul politie aan te nemen als intern onderzoeker schrikt hij terug en zegt heel duidelijk NEE. “Ik denk dat het makkelijker is om dit werk te doen vanuit de?buitenwereld. Politie-afdelingen die zichzelf onderzoeken vinden zich vrijwel nooit ergens schuldig aan. En langs de buitenkant gaat het ook veel sneller en eenvoudiger.”
In de tussentijd blijft Henderson zijn best doen: filmen wat hij ziet en dit delen met de wereld.
Peaceful Streets Project
Een andere bekende activist tegen politiegeweld is Antonio Buehler die als 34 jarige veteraan de politie filmde terwijl die een vrouw mishandelden. Buehler werd zelf ook gearresteerd en richtte daarna de?Peaceful Streets Project op. Sindsdien is hij tientallen malen gearresteerd voor het filmen van de politie en hij strijd nog steeds tegen politiegeweld en misbruik van macht. Hieronder zijn verhaal:
Er is iets nogal onsmakelijke en scheef over aanwerven gebruikers van sociale media als ereleden van de politie.
Ook een artikel USA Today vanaf 2012 gedocumenteerd hoe meer dan 40 politie-afdelingen in de Verenigde Staten al naar YouTube en andere sociale sites had gedraaid, met de Philadelphia politie waaruit blijkt dat sociale media hen had geholpen oplossen 85 gevallen tussen februari 2011 en juni 2012 ( de datum van publicatie van het artikel). Een paar jaar later, de Internationale Vereniging van hoofden van politie kondigde aan dat 95 procent van de politiekorpsen in de Verenigde Staten gebruik maken van sociale media in een of andere hoedanigheid, en dat 82,3 procent van de krachten ondervraagden dienst dergelijke media met het oog op het nastreven van criminele onderzoeken.
Met andere woorden, social media gebruik is nu een gevestigde onderdeel van de dag-tot-dag politiewerk. In feite is een indicatie van hoe goed gevestigde deze praktijken zijn, en hoe geco?pteerd in de strijd tegen de misdaad de gebruikers van sociale media zijn geworden, kunnen worden glimp als je zoekt Twitter accounts voor “de politie.” Hier vindt u een lijst van bijna alle grote politie-afdelingen en organisaties in de Engels-sprekende wereld te zien: de Metropolitan Police (Groot-Brittanni?), de Politie van Toronto (Canada), de Mumbai politie (India), de Zuid-Afrikaanse politie , New South Wales Police (Australi?) en de Nigeria politie. Deze instellingen en nog veel meer zijn nu een bezoek aan social media sites dagelijks, tweeten over gaat en op ‘wilde’ mensen, het plaatsen van foto’s van vermiste personen en het delen van diverse mededelingen van de overheid.
De “Soft” Police State
Nog afgezien van de praktische gebreken en nadelen van de technologische ommekeer in policing (meer informatie over deze binnenkort), is er iets nogal onsmakelijke en scheef als een kwestie van principe over inhuren gebruikers van sociale media als ereleden van de politie. Gezien het feit dat ongeveer 72 procent van de online Amerikaanse bevolking gebruik van sociale media sites (en 62 procent van de hele volwassen bevolking van de VS gebruikt Facebook), dit komt neer op een vrij groot netwerk van slapende informanten, mogelijk – en soms onbewust – verraden op hun shifty- buren kijken.
Deze tactieken zijn onsmakelijke omdat ze ernstige gevolgen hebben voor de burgerlijke vrijheden. Omdat gebruikers van sociale media als een percentage van de totale bevolking zijn zo groot, en omdat social media zijn zo alomtegenwoordig, de integratie ervan in routine politie-operaties heeft de enorme capaciteit om de natie te vormen tot een “zachte” politiestaat, althans voor zover zij en de politie zullen genieten van de buurt-constante toegang tot elkaars. Binnen deze hypothetische toestand, zal de politie te kunnen verwerken en controleren online activiteiten van het publiek, zonder het verlaten van hun hoofdkantoor, terwijl het publiek een zeer onmiddellijke en moeiteloze manier van melden van “verdacht” gedrag of “nuttige” informatie aan de autoriteiten moeten. Als een dergelijk scenario gerealiseerd, dan zou de politie een constante, als zeer discreet, de aanwezigheid in ons leven, in staat om te waken over ons en maken het makkelijker voor ons om te waken over onszelf geworden.
Dat gezegd hebbende, of alle 72 procent van de online Amerikaanse bevolking zal worden part-time snitches zal uiteindelijk een kwestie van hoe effectief de politie in hen aan te moedigen maken de meeste van de nieuwe kanalen geopend door het internet, en dit op zijn beurt zal een zaak van de politie middelen en beleid. Toch, als er genoeg van de 72 procent ge?nteresseerd zijn, en als de politie verder verhogen van hun ingreep in de sociale media, dan kunnen we uiteindelijk het invoeren van een aantal al te echte parodie van 1984 (als de National Security Agency ons nog niet heeft gebracht er).
Uitgebreid gebruik van sociale media heeft de potentie om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
De infiltratie door de politie van sociale media en daarmee “het sociale domein ‘in de abstracte vertegenwoordigt al iets van een schending van de privacy, een overtreding van de private-sociale domein door het publiek-politieke. Facebook’s missie, bijvoorbeeld, stelt dat de social media site is gewijd aan “mensen” en hun vermogen om “verbonden te blijven met vrienden en familie.” Het zegt niets over het verstrekken van de overheid met een directe toegang lijn naar zulke mensen, of de middelen van het aanboren van de netwerken en sociale ruimtes die ze hebben ontwikkeld als een bron van informatie over criminele activiteiten (nogmaals, het is al algemeen bekend dat Facebook heeft verraden zijn eigen zelfverklaarde missie in andere opzichten). Toch is dit precies wat Facebook en andere soortgelijke sites aan het doen zijn: waardoor sociale netwerken te bouwen, zodat ze direct kunnen worden gepenetreerd door de politie en de verschillende initiatieven.
Een dergelijke massale schaal opening van sociale groepen om de aanwezigheid van de politie is een ongekende ontwikkeling, en in zijn kielzog, kan het misschien wel stimuleren de proliferatie van gebruikers van sociale media die zich part-gewone civiele en part-vigilante overwegen. In Australi?, bijvoorbeeld, was er het geval van een bezorgde moeder die ten onrechte dacht een man die een foto van haar kinderen in een winkelcentrum als er in feite hij was gewoon het nemen van een selfie naast een beeld van Darth Vader. De moeder nam toen een foto van hem, gepost op Facebook en meldde hem aan de politie, die sprong naar de ongefundeerde conclusie dat hij een pedofiel was.
Nog meer alarmerend, is er de ontwikkeling van Facebook op basis van burgerwachten in landen vari?rend van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar mensen elkaar nu zijn bemoedigend om potenti?le inbrekers en seksuele aan intimidatie begrijpen, vaak in toenemende mate gewelddadige manieren Peru.
Er is zelfs de mogelijkheid dat social-media-gebaseerde eigenrichting zelf fokken van een meer algemene, onvoorbereid cultuur van self-policing, waardoor mensen worden beschaamd en berispte zelfs voor meer persoonlijke peccadilloes. Bijvoorbeeld, in juli 2015, was er het verhaal van de twee zussen die beelden van een getrouwde vrouw sexting een andere man getweet zittend naast haar echtgenoot bij een honkbalwedstrijd. Het is waarschijnlijk dat de toegenomen zichtbaarheid en de activiteit van de politie op social media, dit soort toevallige internet activisme zal alleen worden aangemoedigd en verder gemotiveerd, wat resulteert in een klimaat waarin een groeiend aantal overijverige mensen zijn “policing” en intimiderend elkaar in de nastreven van voorkeuren en retweets.
Trigger-Gelukkig Identifications en Onrechtmatige Overtuigingen
Afgezien van de mogelijke effecten op de cultuur en de samenleving, zijn er verschillende juridische en technische problemen met de toenemende afhankelijkheid van de politie-instanties op social media. Ten eerste is er de mogelijkheid dat, verre van betrouwbare, ontvangen informatie van het publiek wordt gekweld onnauwkeurigheden en vervormingen. Door het openen van zichzelf tot miljoenen gebruikers op Facebook en Twitter, politie potentieel opent zich tot een grotere hoeveelheid verkeerde informatie en speculatie. Voorbeelden van dergelijke misleidende lawaai in overvloed als het gaat om het internet en sociale media, zoals de meeste schril onthuld door de Boston Marathon bombardementen en de initi?le verkeerde identificatie van de personen die verantwoordelijk zijn voor de gruweldaad. Er zijn vele soortgelijke episodes van mensen ten onrechte bestempeld als moordenaars via social media. Als gevolg daarvan moet de politie om extra middelen te besteden te ziften door middel van een uitgebreide massa van junk. Deze situatie werpt ook de verontrustende mogelijkheid dat onterechte veroordelingen kan toenemen in parallel.
Dat een toename van onrechtmatige overtuigingen te verwachten valt, wordt dag gelegd door het feit dat volgens het Innocence Project, 72 procent van de onterechte veroordelingen zijn het resultaat van ooggetuige verkeerde identificatie. Wat deze verkeerde identificatie, zij over het algemeen ontstaan doordat mensen gevoelig zijn voor het hebben van hun adviezen over wie zij zagen en die zichtbaar is in bewijskracht beeldspraak be?nvloed door in te grijpen suggesties, zoals in de goed gedocumenteerde 1984 verkrachting van Jennifer Thompson, die ten onrechte een onschuldige ge?dentificeerd man als haar aanvaller nadat ze foto’s getoond van bekende criminelen door de politie. Wat dit betekent is dat, met de toename van sociale media melden van misdaden door de politie en nieuws verkooppunten, ooggetuigen zijn waarschijnlijk op dezelfde manier worden be?nvloed door de ‘interveni?rende suggesties “Deze reportage biedt.
Een dergelijk geval van de slachtoffers worden be?nvloed door “tussenliggende suggesties” gebeurde in een onderzoek door de in Toronto gevestigde Neuberger & Partners LLP, die opmerkt dat de identificatie van haar belager van het slachtoffer in de rechtszaal werd bedorven door “haar het bekijken van [de verdachte] beeld op beschouwd Facebook een dag of twee na de overval. ” Hetzelfde artikel stelt ook vast dat een rechter gevraagd om minder gewicht worden gegeven aan de identificatie van een jonge persoon als de dader van een aanval op zijn neef een oom, aangezien dit de oom van de verdachte Facebook-profiel had gezien – vol met wapen en bende iconografie – v??r waardoor de identificatie.
In deze twee voorbeelden, de betrokken gerechten waren bang dat social media de betrokken richting van vals-positieve getuigenis getuigen kunnen zijn scheef. Net zoals ze zich zorgen over dit waren, zo moeten we bang dat het toenemende gebruik van social media de politie kan scheef in de richting van een vergelijkbaar resultaat. Dit houdt in dat het risico van sociale media niet alleen in de waarschijnlijkheid van valse identificaties van het publiek, zoals met het Australische model, die werd ondervraagd door de politie nadat ze ge?dentificeerd via social media als de dader van de bomaanslag 2015 Bangkok heeft wonen. Nee, het ligt dan ook in de manier waarop de politie actief mijnen en zoek social media sites zelf, preventief signaleren waarschijnlijk criminelen en teren hun online sociale netwerken als mogelijke co-samenzweerders.
In Fresno, Californi?, dit is voelbaar in de manier waarop de politie gebruik maken van nieuwe software die bekend staat als “Pas op” om de “dreiging score ‘van individuen te berekenen. Afhankelijk van hun “data punten, waaronder arrestatie rapporten, eigendom records, commerci?le databases, diepe zoekopdrachten Web en de [individuele] social-media postings, ‘verdachten en personen die van belang zijn ingedeeld op basis van een stoplicht systeem (dat wil zeggen rood, geel en groen), met rode aanwijzing van de grootste bedreiging en groen het laagst.
Dergelijke software kan dingen makkelijker te maken voor de politie toen zich klaarmaken voor een verzending, maar op hetzelfde moment dat vlaggen ??n van de meest ongezonde gevolgen van “social media policing.” Dat is, gezien het racisme al in de identificatie van embedded “verdachten” het is zeer waarschijnlijk dat “bedreiging scores” en social media profielen onevenredig zwarte mensen en andere mensen van kleur zal zich richten op. Als dat zo is, de “Beware” systeem en de uitgebreide sociale media te gebruiken het vertegenwoordigt hebben het potentieel om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
Ook, zoals de American Civil Liberties Union al heeft beweerd, de Fresno politie brede kwast aanpak van personen die van belang kan ertoe leiden dat de politie aankomen op een sc?ne bereid zijn om wat onnodig hardhandige en oneerlijke actie te ondernemen. Hoewel haar innerlijke werking is een goed bewaard geheim, het Pas programma is waarschijnlijk niet in staat om onderscheid te maken tussen iemand die berichten echt crimineel materiaal op hun social media-accounts en iemand die, bijvoorbeeld, is kritisch over de politie en hun beleid (bijvoorbeeld Black Lives Matter). Als zodanig is het bestaan ervan is nog een indicatie van hoe het gebruik van sociale media eigenlijk kan uiteindelijk het verlagen van de kwaliteit van de politie, in plaats van te verbeteren.
Het verlies van de onschuld
Zoals andere commentatoren hebben opgemerkt, had de politie al trawlvisserij via social media lang voordat Pas op, en voor het grootste deel, is het gebruik van Facebook en Twitter duidelijk problematisch geweest. Vaak hebben ze het gebruiken om contouren van bendes stuk samen, met behulp van de beschikbare netwerken van vrienden, volgelingen en houdt ervan om af te leiden die strafrechtelijk kan worden geassocieerd met bekende outlaws. Het ding is, deze methode ontbreekt ook veel nuance en context, omdat het geen rekening houdt met de mogelijkheid dat “friending” een persoon die een misdaad of “smaak” een video van een misdrijf heeft gepleegd bijvoorbeeld, betekent niet noodzakelijk dat je bent eigenlijk in competitie met die persoon of dat de misdaad hebben begaan. In sommige high-profile gevallen heeft dit soort eenvoud leidde tot valse arrestaties en lasten, zoals met Jelani Henry, die in 2012 werd beschuldigd van poging tot moord na smaak berichten van een Harlem bende, die zijn broer als een van zijn leden geteld .
Henry was niet de enige persoon in de eerste plaats worden gearresteerd voor zijn of haar online activiteiten. In 2012, de New York City Police Department lanceerde Operation Crew Cut, een initiatief dat zich rond het monitoren van social media-activiteiten, en veel daarvan afkomstig van de zwarte bevolking. Sinds het begon, hebben talrijke invallen uitgevoerd door de afdeling, met de meest beruchte zijn een juni 2014 manoeuvre in Harlem, dat 103 arrestaties in verband gesaldeerd met twee moorden, in het proces onderbouwing van de vrees dat sociale media de politie zullen onevenredig afbreuk mensen van kleur . In de aanklachten machtiging van deze arrestaties, “Facebook” lijkt meer dan 300 keer, en hoewel veel of de meeste van de gearresteerde personen kunnen een zekere mate van schuld hebben uitgevoerd, naar het voorbeeld van Jelani Henry insinueert ten zeerste dat een aantal van de 103 onschuldige kan zijn geweest . Inderdaad, een City University of New York professor in de rechten gezegd net zo veel over het onderwerp, waarin staat dat de politie nu gebruik van sociale media om “te houden 50 kids verantwoordelijk” voor een enkele opname.
Deze gevallen tonen aan dat, net als bij vragen het publiek om te helpen bij het identificeren van verdachten en personen van belang, het gebruik van sociale media kan het opvoeren van de omvang en de snelheid van politie-onderzoeken, maar ten koste van het verliezen van subtiliteit en precisie. Afgezien van het gevangen zetten van af en toe een onschuldig, bestaat de vrees dat de strategie van pre-labeling individuen als ‘bendeleden’ of ‘bedreigingen’ een rol spelen in de rechtszaal kunnen spelen ook, ter vervanging van het vermoeden van onschuld – een van de fundamentele principes van het strafrecht – met het vermoeden van schuld.
Dit werd in 2015 een wet paper geschreven door onderzoekers van de Universiteit van Londen in het Verenigd Koninkrijk, die beweren dat het concept van de verdachte bevat nu een erkenning van schuld besproken. Ze vertellen een dronken rijden Twitter campagne uitgevoerd door Staffordshire politie in het Verenigd Koninkrijk, een campagne die publiekelijk ge?dentificeerde mensen dronken bestuurders, ondanks het feit dat deze mensen alleen maar meer is belast met (en niet veroordeeld voor) rijden onder invloed. Hoewel het niet als publieke, de praktijk van het gebouw databanken en netwerken van mensen die hebben beschuldigd van misdaden heeft een soortgelijk effect. Het labelt mensen als “niet ‘volledig onschuldige,’ ‘smeren ze in de ogen van de politie voordat ze zelfs de kans om te verschijnen in de rechtbank en hun naam te zuiveren.
Vechten eigenrichting Met eigenrichting
auteurs van het papier er rekening mee dat het gebruik van de technologie rondom social media kan de politie te misleiden door te denken dat hun onderzoek zijn navenant “wetenschappelijke” en “objectieve”. Omdat ze de gegevens van de wil van Facebook te vergaren in een min of meer systematische manier, kunnen zij een al te zelfverzekerd en overmoedig geloof in het bewijs van deze gegevens biedt cultiveren.
Misschien geeft dit een van de grootste gevaren van allemaal: dat de politie zal denken technologie maakt automatisch hen onfeilbaar. Hiermee misverstand kan een verhoging van de soorten fouten en onrechtvaardigheden hierboven beschreven zijn, en in het onvermogen om deze voor wat ze werkelijk zijn zien. De politie kan beginnen een steeds grotere hoeveelheid valse verklaringen te aanvaarden van het publiek, en ze kunnen beginnen met het arresteren van een steeds groter aantal onschuldige mensen, al die tijd van overtuigd dat hun zwaartekracht in de richting van social media en big data verzekert hen tegen dergelijke fouten. In sommige opzichten, zal de ontvangst van valse informatie en de arrestatie van onschuldige mensen niets nieuws voor hen, net zoals het bestaan van de burgerwacht subculturen en vooroordelen tegen mensen van kleur zijn ook niets nieuws.
Echter, gezien de enorme omvang wordt geboden door sociale media en het internet, deze ongelukkige verschijnselen kan heel goed vermenigvuldigen op het vergroten van grootheden, een combinatie van een toename van de sociale media vigilantism met een toename van vermoedens van schuld. Dergelijke een dodelijke combinatie zou leiden tot een stijging van de onrechtmatige arrestaties en veroordelingen, verpest leven en de verdere afbrokkeling van het vertrouwen in de politie op hetzelfde moment. Uiteindelijk is dit sombere mogelijkheid houdt in dat als we willen een dergelijke situatie ooit tot stand komen te voorkomen, moeten we – enigszins ironisch genoeg – uit te oefenen een zekere eigenrichting van ons eigen. Natuurlijk, dit betekent niet dat we moeten stoppen met het gebruik van sociale media in totaal, alleen dat we ons moeten stoppen met misbruiken, uit zodat het een instrument van onderwerping in plaats van ??n van ‘empowerment’ te worden.
————
The use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further. (Photo: Internet policing via Shutterstock)
The police are in your home. No, not quite literally, but almost. Just like the billion-plus people who log onto Facebook every day and the thousands of self-promoters who brag on Twitter about crimes they’ve committed, the cops have been flocking to social media for several years now. From the Wayne County Sheriff’s Office in Ohio to the New York City Police Department, they’ve been setting up social media accounts, all in a bid to communicate more effectively with the public and, ostensibly, to solve cases. From the perspective of the forces involved, this strategy has worked wonders, with a litany of people incriminating themselves via boastful Facebook posts, and the public obligingly responding to closed-circuit television footage with the names of suspects.
Yet despite the noticeable benefits to police departments of harnessing social media and big-data technology to transform thousands (if not millions) of people into unofficial police informants, there are numerous demonstrated and potential downsides to this change in police operations. Not only does it open the floodgates of official police channels to the slews of misinformation often associated with the dawn of the internet, but also it threatens to stimulate a growth in misguided internet vigilantism and increase wrongful convictions. If this happens on any considerable scale, then the use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further.
One of the Biggest Crime-Fighting Tools
For some departments, the use of these technologies is already prevalent. In San Jose, California, the police recently chalked a 75 percent reduction in burglarieslargely up to their systematic employment of social media and technology. According to a press release, they’ve begun exploiting a program that “almost immediately” posts images and surveillance video on their public portals. What’s more, these media postings have apparently witnessed an emphatic public response, with tips flooding in on most cases, and with six suspects being identified for the last 10 cases they’ve publicized. Whether these were reliable tips and identifications wasn’t disclosed by the department, but for the moment, that’s neither here nor there.
Similar social media boosts to police operations have been reported elsewhere. In Midwest City, Oklahoma, the police testified to social media having a comparable effect on their performance. Chief of Police Brandon Clabes declared that videos placed on social media were “helping the department solve more crimes,” and have become “one of our biggest crime fighting tools [the department has] in this day and age.”
There is something rather unsavory and askew about enlisting social media users as honorary members of the police.
Likewise, a USA Today article from 2012documented how more than 40 police departments across the United States had already turned to YouTube and other social sites, with the Philadelphia police stating that social media had helped them solve 85 cases between February 2011 and June 2012 (the date of the article’s publication). A couple of years later, the International Association of Chiefs of Police announcedthat 95 percent of police forces in the United States use social media in one capacity or another, and that 82.3 percent of the forces polled employ such media for the purposes of pursuing criminal investigations.
In other words, social media use is now a well-established component of day-to-day policing. In fact, an indication of just how well established these practices are, and just how co-opted in the fight against crime the users of social media have become, can be glimpsed if you search Twitter accounts for “police.” Here, you will see a list of almost all the major police departments and organizations in the English-speaking world: the Metropolitan Police (the UK), the Toronto Police (Canada), the Mumbai Police (India), the South African Police Service, New South Wales Police (Australia) and the Nigeria Police Force. These institutions and more are now visiting social media sites daily, tweeting about and at “wanted” persons, posting images of missing persons and sharing various public service announcements.
The “Soft” Police State
Quite apart from the practical defects and downsides to the technological turn in policing (more on these soon), there is something rather unsavory and askew as a matter of principle about enlisting social media users as honorary members of the police. Given that some 72 percent of the online US population use social media sites (and 62 percent of the entire adult US population use Facebook), this equates to quite a large network of dormant informers, potentially – and sometimes unwittingly – ratting on their shifty-looking neighbors.
These tactics are unsavory because they have grave implications for civil liberties. Because users of social media as a percentage of the total population are so considerable, and because social media are so ubiquitous, their incorporation into routine police operations has the sheer capacity to transform the nation into a “soft” police state, at least insofar as they and the police will enjoy near-constant access to each other. Within this hypothetical state, the police will be able to process and monitor the public’s online activity without leaving their headquarters, while the public will have a very immediate and effortless means of reporting any “suspicious” behavior or “useful” information to the authorities. If such a scenario were realized, then the police would become a constant, if very discreet, presence in our lives, able to watch over us and make it easier for us to watch over ourselves.
That said, whether all 72 percent of the online US population will become part-time snitches will ultimately be a matter of how effective the police are in encouraging them to make the most of the new channels opened up by the internet, and this in turn will be a matter of police resources and policy. Still, if enough of the 72 percent are interested, and if the police continue increasing their encroachment into social media, then we may end up entering some all-too-real parody of 1984 (if theNational Security Agency?hasn’t already brought us there).
Expanded social media use has the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
The infiltration by the police of social media and thereby “the social domain” in the abstract already represents something of a violation of privacy, a violation of the private-social realm by the public-political. Facebook’s mission, for example, states that the social media site is dedicated to “people” and their ability to “stay connected with friends and family.” It says nothing about providing the authorities with a direct access line to such people, or with the means of tapping the networks and social spaces they’ve developed as a source of information on criminal activity (then again, it’s already common knowledge that Facebook has betrayed its own self-declared mission in other respects). Even so, this is exactly what Facebook and other similar sites are doing: allowing social networks to be built so that they can be penetrated instantly by the police and their various initiatives.
Such a mass-scale opening of social groups to the presence of police is an unprecedented development, and in its wake, it may arguably spur the proliferation of social media users who consider themselves part-ordinary civilian and part-vigilante. In Australia, for example, there was the case of a concerned mother who mistakenly thought a man was taking a photo of her children in a shopping mall when in fact he was simply taking a selfie next to a picture of Darth Vader. The mother then took a photo of him, posted it on Facebook and reported him to the police, having jumped to the unfounded conclusion that he was a pedophile.
Even more alarmingly, there’s the development of Facebook-based vigilante groups in countries ranging from the UK and Germany to Peru, where people are now encouraging each other to apprehend potential burglars and sexual harassers, often in increasingly violent ways.
There’s even the possibility that social-media-based vigilantism is itself breeding a more generalized, offhand culture of self-policing, through which people are being shamed and chided even for more personal peccadilloes. For example, in July 2015, there was the story of the two sisters who tweeted footage of a married woman sexting another man while sitting beside her husband at a baseball game. It’s probable that with the increased visibility and activity of police on social media, this kind of haphazard internet activism will only be encouraged and motivated further, resulting in a climate where a growing number of overzealous people are “policing” and harassing each other in the pursuit of likes and retweets.
Trigger-Happy Identifications and Wrongful Convictions
Aside from its potential effects on culture and wider society, there are various legal and technical issues with the increasing reliance of police agencies on social media. For one, there is the potential that, far from being reliable, the information they receive from the public is racked with inaccuracies and distortions. By opening themselves up to millions of users on Facebook and Twitter, police potentially open themselves up to a greater quantity of misinformation and speculation. Examples of such misleading noise abound when it comes to the internet and social media, as is revealed most starkly by the Boston Marathon bombing and the initialmisidentification of the individuals responsible for the atrocity. There are many analogous episodes of people being wrongly labeled as murderers via social media. As a result, police need to expend extra resources to sift through an expanded mass of junk. This situation also raises the disturbing possibility that wrongful convictions may increase in parallel.
That an increase in wrongful convictions is likely is evinced by the fact that,according to the Innocence Project, 72 percent of wrongful convictions are the result of eyewitness misidentifications. As for these misidentifications, they generally occur because people are susceptible to having their opinions on who they saw and who is visible in evidential imagery influenced by intervening suggestions, such as in the well-documented 1984 rape of Jennifer Thompson, who wrongly identified aninnocent man as her assailant after being shown photos of known criminals by the police. What this means is that, with the increase of social media reporting of crimes by the police and news outlets, eyewitnesses are likely to be similarly swayed by the “intervening suggestions” this reportage provides.
Such a case of victims being influenced by “intervening suggestions” happened in a trial considered by the Toronto-based Neuberger & Partners LLP, who noted that the victim’s identification of her assailant in court was tainted by “her viewing [the suspect’s] picture on Facebook a day or two after the robbery.” The same article also notes that a judge asked that less weight be given to an uncle’s identification of a young person as the perpetrator of an assault on his nephew, since this uncle had seen the suspect’s Facebook profile – replete with weapon and gang iconography – before making the identification.
In these two examples, the courts involved were worried that social media may have skewed the witnesses concerned toward false-positive testimony. Just as they were worried about this, so too should we be worried that the growing use of social media may skew the police toward a similar outcome. This implies that the risk of social media doesn’t simply reside in the likelihood of false identifications from the public, such as with the Australian model who was questioned by police after being identified via social media as the culprit of the 2015 Bangkok bombing. No, it also resides in how the police actively mine and search social media sites themselves, preemptively flagging up likely criminals and tarring their online social networks as potential co-conspirators.
In Fresno, California, this is tangible in how police use new software known as “Beware” to calculate the “threat score” of individuals. Depending on their “data points, including arrest reports, property records, commercial databases, deep Web searches and the [individual’s] social-media postings,” suspects and persons of interest are classified according to a traffic-light system (i.e. red, yellow and green), with red designating the greatest threat and green the lowest.
Such software might make things easier for the police when readying themselves for a dispatch, yet at the same time it flags up one of the more unwholesome ramifications of “social media policing.” That is, given the racism already embeddedin the identification of “suspects,” it’s highly likely that “threat scores” and social media profiling will disproportionately target Black people and other people of color. If so, the “Beware” system and the expanded social media use it represents have the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
Also, as the American Civil Liberties Union has already asserted, the Fresno police’s broad-brush approach to persons of interest may result in the police arriving at a scene prepared to take some unnecessarily heavy-handed and unfair action. Even though its inner workings are a closely guarded secret, the Beware program is likely unable to distinguish between someone who posts genuinely criminal material on their social media accounts and someone who, for example, is critical of the police and their policies (e.g. Black Lives Matter). As such, its existence is one more indication of how the use of social media may actually end up lowering the quality of policing, rather than improving it.
The Loss of Innocence
As other commentators have observed, the police had been trawling through social media long before Beware, and for the most part, their use of Facebook and Twitter has been distinctly problematic. Often, they use it to piece together outlines of gangs, using the available networks of friends, followers and likes to deduce who might be criminally associated with known outlaws. The thing is, this method also lacks considerable nuance and context, as it disregards the possibility that “friending” a person who has committed a crime or “liking” a video of a crime, for instance, doesn’t necessarily mean you’re actually in league with that person or have perpetrated that crime. In certain high-profile cases, this kind of simplicity has led to false arrests and charges, such as with Jelani Henry, who in 2012 was charged with attempted murder after liking posts by a Harlem gang, which counted his brother as one of its members.
Henry wasn’t the only person to be arrested primarily for his or her online activity. In 2012, the New York City Police Department launched Operation Crew Cut, an initiative that based itself around the monitoring of social media activity, much of it coming from Black people. Since it began, numerous raids have been conducted by the department, with the most infamous being a June 2014 maneuver in Harlem that netted 103 arrests in connection with two homicides, in the process substantiating the fear that social media policing will disproportionately prejudice people of color. In the indictments authorizing these arrests, “Facebook” appears more than 300 times, and even though many or most of the arrested individuals may have carried some degree of guilt, the example of Jelani Henry strongly insinuates that some of the 103 may have been innocent. Indeed, a City University of New York law professor said just as much on the subject, stating that the police are now using social media to “hold 50 kids accountable” for a single shooting.
These cases show that, as with asking the public to help in identifying suspects and persons of interest, using social media may ramp up the scale and speed of police investigations, but at the cost of losing subtlety and precision. However, beyond jailing the occasional innocent, there are fears that the strategy of pre-labeling individuals as “gang members” or “threats” may play a role in the courtroom as well, replacing the presumption of innocence – one of the fundamental tenets of the criminal legal system – with the presumption of guilt.
This was discussed in a 2015 law paper written by researchers from the University of London in the UK, who argue that the concept of the suspect now contains a recognition of guilt. They recount a drunk-driving Twitter campaign conducted by Staffordshire Police in the UK, a campaign that publicly identified people as drunk drivers, despite the fact that these people had only been charged with (and not convicted for) driving under the influence. While it’s not as public, the practice of building databases and networks of people who’ve been charged with crimes has a similar effect. It tags people as “not ‘wholly innocent,'” smearing them in the eyes of the police before they even have the chance to appear in a court of law and clear their names.
Fighting Vigilantism With Vigilantism
The paper’s authors note that the use of the technology surrounding social media may deceive the police into thinking that their inquiries are correspondingly “scientific” and “objective.” Because they amass data from the likes of Facebook in a more-or-less systematic way, they may cultivate an overly confident and hubristic faith in the evidence this data provides.
Perhaps this presents one of the biggest dangers of them all: that the police will think technology automatically makes them infallible. With this misapprehension may come an increase in the kinds of errors and injustices outlined above, as well as in the inability to see the latter for what they truly are. The police may begin accepting an ever-greater quantity of spurious statements from the public, and they may begin arresting an ever-greater number of innocent people, all the while convinced that their gravitation toward social media and big data insures them against such mistakes. In some ways, the receipt of false information and the arrest of innocent people will be nothing new for them, just as the existence of vigilante subcultures and bias against people of color are also nothing new.
However, given the massive scale afforded by social media and the internet, these unfortunate phenomena may very well proliferate at increasing magnitudes, combining an increase in social media vigilantism with an increase in presumptions of guilt. Such a lethal combination would lead to a surge in wrongful arrests and convictions, ruining lives and further eroding trust in the police at the same time. Ultimately, this gloomy possibility entails that if we want to prevent such a situation from ever coming into being, we must – somewhat ironically – exercise a certain vigilantism of our own. Of course, this doesn’t mean we should stop using social media altogether, only that we should stop ourselves from misusing it, from allowing it to become an instrument of subjugation rather than one of empowerment.
Vraag Curtis Hart of hij zichzelf ziet als burgerwacht (‘vigilante’) en je krijgt een bot antwoord.?”Ik heb nog ergere namen gekregen,” zegt hij. Hoe ze ook heten, Curtis en vijf van zijn vrienden die zichzelf de Punisher Squad noemen, dienen volgens hen een belangrijk doel. Ze vangen wat ze in Amerika de?roofdieren van het internet noemen (online predators). Nog voordat ze de kans krijgen om toe te slaan grijpen zij in en plaatsen video’s van hun ontmoetingen op YouTube. Ze bellen pas?de politie als het tijd is voor een?arrestatie.
Hun eerste keer, dat als experiment begon,?was meteen een succes vertelt Curtis.?Het bewijs daarvan is de arrestatie van de 36-jarige Adam Olson uit Castle Rock die vervolgens achter de tralies verdween met een borgsom van $50.000.?”Hij dacht dat?hij seks kon hebben met een 13-jarig meisje” vertelt Curtis. “De hele zaak was net?een aflevering van ‘To Catch a Predator‘.”
In het politierapport van Kelso staat dat Curtis en een vriend een bericht plaatsten middels de app ‘Whisper‘. Ze deden zich voor als een 14-jarig meisje die ‘een leuke tijd wilde hebben met een oudere man.’?”Onmiddellijk kreeg ik 30 tot 40 reacties,” geeft?Curtis aan. Hij zegt dat hij zich toen richtte op Olson en ze wisselden Selfies uit. Curtis deed alsof hij een tienermeisje was en biechtte op dat ze eigenlijk maar 13 was. Al snel werd het gesprek seksueel getint.?”Het was absoluut walgelijk”, aldus Curtis. Hij zegt dat Olson aandrong op een ontmoeting dus hij vroeg wat vrienden, waarvan een van hen gewapend was, en ze koersten naar?Tom O’Shanter Park in Kelso waar de ontmoeting plaatsvond.
Onderstaande?YouTube-video (waarschuwing: expliciet taalgebruik) laat zien wat er daarna gebeurde.
De politie van Kelso wist van niets totdat Curtis en zijn vrienden het wel genoeg videomateriaal vonden voor een arrestatie. Die vond kort daarna?ook plaats. ?”We wilden het niet aan de politie laten weten, want je kunt toch niet op je handen gaan zitten en wachten op de overheid om alles maar in orde te maken?”, aldus Curtis. “Als je wacht tot de overheid eindelijk wat doet eindigt je stad net als Flint, Michigan” (Flint is al enige jaren een van de meest onveilige steden van de VS).
De groep gebruikt dezelfde methode als vele andere burgerspeurders en pedofielenjagers. En deze trend kreeg de naam “The Hunter Phenomenon”.
In andere steden zou de politie hebben geprobeerd dit fenomeen te stoppen, waarbij ze zouden aangeven?dat het levens kapot maakt (vaak ook van familieleden), burgers in gevaar brengt?en de kansen op vervolging be?nvloed.
De politie van Kelso wilde niet reageren op dit?voorval.?Een aantal inwoners wilden dat wel, zoals?David Willis. Hij heeft twee dochters, en hij is er helemaal voor.?”De politie is hierdoor overweldigd”, zegt hij. “Je wilt toch dat mensen uit?een gemeenschap voor elkaar opkomen.”?Anderen?waren minder enthousiast.?”Zij zijn geen politie”, aldus Bob Johnson. “Ze hebben geen ervaringen en weten niet wat ze doen. We hebben wetten om mensen die nog niets (bewezen) gedaan hebben te beschermen.” De aanklagers in Cowlitz County moeten de formele aanklacht tegen Olson nog indienen.?Hij wordt vervolgd voor een vermoedelijke poging tot verkrachting van een kind en seksueel getint online?contact?met een minderjarige.
Een man uit New Addington, Londen, heeft toegegeven dat hij schuldig is en een?14-jarig meisje heeft ‘gegroomd‘ nadat hij werd geconfronteerd door wat de media?een ‘online buurtwacht’ noemt.?Hij werd betrapt en op video vastgelegd toen hij?een minderjarig meisje in de buurt van een tramhalte wilde ontmoeten door?de zelfbenoemde “Internet Interceptors“.
De man had?een aantal online berichten uitgewisseld met iemand waarvan hij aannam dat het een tienermeisje was.?Hij maakte expliciete verwijzingen naar seksuele handelingen die hij met haar wilde ondernemen.?Maar toen hij haar wilde ontmoeten stond hij ineens tegenover?de leden van Internet Interceptors, die hem beschuldigden van het plannen van een “verkrachting” van het gefingeerde meisje. In de rechtbank van?Croydon pleitte de man schuldig aan een poging tot grooming van een minderjarige.
Op de?Facebook pagina van de Internet Interceptors staat dat ze een?team zijn dat zich bezighoudt met?het online jagen op pedofielen in het Verenigd Koninkrijk en een veilige omgeving wil bieden.
Een fragment van de berichtenuitwisseling tussen de dader en het gefingeerde 14 jarige meisje.?
Een lid van Internet Interceptors zei dat de groep geen verklaringen afgeeft aan de pers, maar wel toestemming verleent voor het gebruik van beelden.?In onderstaande online video is te zien hoe de mannen van Internet Interceptors er ook op wijzen dat deze man gewoon een vrouw en twee kinderen heeft.?In een screenshot kun je duidelijk zien dat?de 31-jarige man vraagt: “Hoe oud ben je als ik vragen mag” waarna zij antwoord “je zou het niet zeggen maar ik ben 14 lol”.
Daniel Mullarkey, 31, geconfronteerd met zijn daden door de?Internet Interceptors
Ook de leden van de Creep Catchers gebruiken?gefingeerde?social media accounts om?vermeende online pedofielen te ontmaskeren.?De politie in?Alberta (VS)?ontmoette?twee leden van de?”Creep Catchers” nadat ze een verdachte in beeld kregen.?Zij vertelden aan de agenten dat ze zich als een tienermeisje voordeden die deed alsof ze wel in was voor een afspraakje. Ze namen vervolgens alles op video op en dreigden de beelden op social media te publiceren als de verdachte zich niet zou aangeven bij de politie. De politie zei erover:?”Mensen?die zich bezighouden met burgeropsporingsactiviteiten lopen?een?aanzienlijk risico bij de mensen die ze confronteren”.?Creep Catchers zijn onderdeel van een?groeiende trend die zorgt voor hoofdpijn?bij de lokale autoriteiten, waaronder die van Calgary waar Dawson Raymond, die zich leider van de groep noemt, met een openbare naming & shaming campagne is begonnen.
Raymond legt uit dat ook hij zich?voordoet als een jong tienermeisje op diverse online dating sites. Daar beweert hij dat er al snel tientallen mannen zijn die hem benaderen, terwijl ze weten dat ze met een (weliswaar fictief) minderjarig meisje praten. Hij confronteert deze mensen vervolgens met video-opnames?die hij op zijn website plaatst.
Zijn?website?stelt dat Creep Catchers de uitbuiting van kinderen en jonge volwassenen helpt voorkomen. “We breiden onze groep?in Canada uit om pedofielen te identificeren en te vangen?en we werken ook aan andere online misstanden”, aldus de site.
De politie van Calgary geeft aan dat ze de tactieken van Raymond niet zomaar goedkeuren, maar ze hebben wel onderzoeken lopen op de opgenomen video’s die Raymond bij ze aanleverde. De politie waarschuwt dat burgeropsporingshandelingen het?politieonderzoek kunnen bemoeilijken en het verzamelen van bewijsmateriaal be?nvloeden waardoor verdachten mogelijk niet veroordeeld kunnen worden. De politie van Medicine Hat voegt daaraan toe dat burgers die mensen beschuldigen zonder bewijs het risico lopen dat ze zelf vervolgd kunnen worden voor laster of smaad omdat ze nog?onschuldige mensen reeds?veroordelen.?”Hoewel de meeste Creep Catchers binnen de wettelijke grenzen blijven, komen veel van de incidenten gevaarlijk dicht in de buurt van?strafbare feiten,” zei politie van Medicine Hat.
Ook het maken van valse online profielen op social media kan identiteitsdiefstal of fraudezaken tot gevolg hebben. Daarnaast kan?Creep Catchers worden beschuldigd van intimidatie of belemmering van de rechtsgang als ze hun inspanningen al te ver doorvoeren.”
“Als burgers?echt potenti?le slachtoffers willen beschermen en een?veilige buurt wensen, kunnen ze het beste vertrouwen op het rechtssysteem dat het?beste middel?is voor dit soort doeleinden”, aldus de politie.?”Onafhankelijke buurtwachtonderzoeken cre?ren complicaties voor rechtbanken en ondermijnen uiteindelijk de ware?gerechtigheid.”
Creep Catchers are warned to stop ambushing alleged pedophiles and shaming them online: https://t.co/bkegu9tqF3
In de documentaire Cartel Land gaat regisseur Matthew Heineman heel ver om zijn verhaal over de Mexicaanse drugskartels te vertellen. Hij loopt met gevaar voor eigen leven mee met de Mexicaanse burgerwacht aan de grens met de Verenigde Staten. Deze ruwe en meedogenloze film, die net geen Oscar won, toont wat er gebeurt als een staat faalt in het beschermen van zijn burgers.
De drugsoorlog op de grens van Mexico en Amerika eist ieder jaar meer slachtoffers. De overheid is niet in staat om de veiligheid binnen het grensgebied te waarborgen en sommige inwoners zien geen andere optie dan het heft in eigen handen te nemen. Aan de Mexicaanse kant zien we de Autodefensas die onder leiding van een?charmante dokter Jose Mireles op bendeleden jagen.
Op Amerikaans grondgebied volgt de film Tim “Nailer” Foley, een veteraan en ex-drugsverslaafde. In de onherbergzame woestijn van Arizona spoort hij Mexicaanse immigranten en smokkelaars op en levert ze uit aan de autoriteiten. Heineman dringt diep door tot de duistere wereld van de georganiseerde misdaad. Via zijn lens kijken we van dichtbij mee hoe gemaskerde mannen crystal meth produceren, belanden we in hevige vuurgevechten en krijgen we een inkijkje in de persoonlijke levens van de burgerwachten. Hun doel is helder: de misdaad bestrijden. Maar in het heetst van de strijd vervagen morele waarden en is de grens van goed en kwaad niet altijd even duidelijk.
De documentaire begint bij de bron van het probleem. Het is nacht en bij schaars licht zien we methamfetamine-koks hun werk doen. De drugs die ze brouwen gaan regelrecht naar de VS, het land waar de meeste drugs verkocht worden. ?We hebben geen keuze,? zegt een van de koks. ?We weten dat het schadelijk is. We leven in armoede en willen net zo?n leven als jij.?
Cartel Land, dat zich afspeelt in Mexico nabij de Amerikaans grens, verschuift dan de focus naar de burgers die de strijd aangaan met deze drugskartels. Die kartels terroriseren al jaren het land. Om hun families te beschermen nemen deze burgerwachten het heft in eigen hand. Ook zij gaan daarbij genadeloos te werk. Er wordt gemarteld, de straffeloosheid viert hoogtij. Ook zij hebben geen keus, vinden ze, omdat hun overheid het volledig laat afweten.
De film laat zien dat het een strijd tussen twee kwaden is. Beide draaien om elkaar heen in een cyclus van geweld. En de overheid is niet in staat het monopolie op geweld naar zich toe te trekken. Regisseur Matthew Heineman toont wat de gevolgen zijn van een falende staat. Hij registreert ooggetuigenverhalen van gewone burgers. Zo zien we een vrouw die vertelt hoe haar echtgenoot werd opgepakt door een drugskartel. Voor haar ogen werd hij gemarteld, onthoofd en verbrand. Na deze orgie ?speelden ze met me en deden wat ze maar wilden?. Heineman draait alles zelf, als een camjo. Hij vindt zichzelf geen oorlogsverslaggever. In Mexico filmde hij desondanks soms met gevaar voor eigen leven.
Heineman trok negen maanden embedded op met een groep burgerwachten van de Autodefensas uit Michoac?n. Het kogelvrije vest was hard nodig; op zeker moment belandt hij middenin een shoot-out. Op dat moment denk je als kijker: op wie kan de burger echt vertrouwen? Deze burgerwachten zijn net zo geworden als hun vijand: corrupt en gewelddadig tot op het bot.
?Het was een crazy, wild adventure?, zei Heineman tegen de verslaggever van Vice?die de maker deze zomer volgde bij de premi?re in Mexico-Stad. De recensies zijn lovend, de enige kritiek is dat sommigen duiding missen bij zijn verhaal. Tegenover Vice benadrukt Heineman dat hij bewust geen politieke film wilde maken. Door vooral te registreren en het verhaal van binnenuit te vertellen, hoopt hij dat dit onderwerp niet langer genegeerd kan worden.
Mexico?s narco-oorlog duurt al drie decennia en lijkt inderdaad nooit te stoppen. De oorlog telt bijna honderdduizend doden en 20 duizend vermisten tot nu toe. Waarbij de vermissing van 43 studenten, afgelopen september een jaar geleden, ons het meest helder voor de geest staat. De Mexicaanse overheid doet zijn best de drugskartels de kop in te drukken, en krijgen daarbij ook hulp van de Verenigde Staten, maar geen enkele president lijkt daar in te slagen.
Het heeft daarbij eerder iets weg van een kat-en-muis spel. Neem de ontsnapping van Joaqu?n ‘El Chapo’ Guzm?n. Hoe trots was Mexico-Stad op de vangst van de meest Mexico’s meest gezochte crimineel, drugsbaas. Eerst in 1993. De drugsbaas wist in 2001 echter te ontsnappen, werd begin 2014 opnieuw opgepakt maar flikte afgelopen juli het kunstje opnieuw. Op spectaculaire wijze ontsnapte El Chapo uit de meest beveiligde gevangenis van Mexico, via een anderhalve kilometer lange tunnel die hij zelf had gegraven. Hij zit nu weer vast, want begin januari werd hij wederom gearresteerd.
De strijd vanuit burgergroeperingen tegen pedofilie, kindermisbruik en kinderhandel wordt steeds heviger. Vooral vanuit Engeland zijn er steeds meer groepen actief. We blogden al eerder een?interview met OPIT (Online Predator Investigation Team), en ook Stinson, Letzgo Hunting en Deamon Hunters noemden we eerder. Recentelijk hebben een aantal?nieuwe burgergroepen, die zich pedojagers?noemen, succes behaald met een aantal veroordelingen. Zo was er de enige tijd geleden de groep?Dark Justice, die bijdroeg aan de veroordeling van een man die een 14 jarig meisje wilde ontmoeten om vervolgens sex met haar te hebben.
De pedojagers van Dark Justice deden zich voor als 14 jarig meisje en de pedofiel was bereid honderden kilometers te reizen om haar te ontmoeten. Hij vertelde in een chat dat hij al eerder een 12 jarig meisje zwanger had gemaakt. Hij stuurde naaktfoto’s van zichzelf en keek erg uit naar de ontmoeting. Het team van burgers dat klaar voor hem stond had als voornaamste?wapen een videocamera waarmee ze het bewijs vastlegden, maar ook hoopten ze op een verklaring tijdens de ontmoeting.
Volgens Metro?was de man al eerder veroordeeld voor sex met een 12-jarig meisje. Toen hij doorhad dat hij gepakt zou worden voor een soortgelijk vergrijp, dreigde hij met zelfmoord, iets dat de autoriteiten konden voorkomen door hem tijdige te arresteren.
De uitspraak van de rechter:
“U werd gepakt?door internet burgerwachten, dat is de beste manier om ze te beschrijven, die deden?alsof zij een meisje?waren waar jij op internet mee in gesprek kwam.?Het werd al snel duidelijk dat zij zich voordeden als een 14 jarig meisje. En u?ging er helemaal voor. Ik ben er stellig van overtuigd dat u een gevaar bent voor?jonge kinderen.”
De man kreeg twee jaar en 4 maanden gevangenisstraf.
Pedofielen zijn actief op velerlei platformen. Zo ook bijvoorbeeld op de app en dating platform Tinder. En ook daar vecht men terug in een poging deze daders te ontmaskeren. Op diverse social media platformen?zijn er al leraren, doctoren en zelfs politie agenten ontmaskerd als pedofiel. Een groep pedojagers uit?Gloucestershire?doet zich op dergelijke platformen voor als minderjarig meisje op zoek naar een date. De groep heeft een webpagina ‘ Pedofielen ontmaskerd’. De 37 jarige John ziet zich niet als burgerwacht. Wij geven alle informatie aan de politie en laten verdere afhandeling aan hen en uiteindelijk de rechter. Ze gebruiken accounts van meisjes tussen de 13 en 15 en geven altijd kun leeftijd aan in de gesprekken, zodat de mannen altijd nog kunnen terugkrabbelen. John: “De meeste mensen denken dat pedofielen vatzige mannen van 60 zijn. Maar het fenomeen is uit de hand gelopen, omdat iedereen ermee weg lijkt te komen. We zien mannen van alle leeftijden. De jongere mannen zijn misschien wat na?ef soms, maar ze horen de wet te kennen. Ze nemen bewust een enorm risico. Wij zijn niet op heksenjacht, dus we geven ze echt wel kansen om wat te doen met de informatie die we ze geven. Wij lokken ook niet uit, want wij zoeken ze niet op, we reageren alleen op verzoeken. Alles wat we doen overhandigen we aan de politie”. John heeft meer dan 150 gesprekken gevoerd en 15 mensen in het echt ontmoet in de afgelopen 6 maanden. “We kunnen niet overal achteraan. Als we dat zouden doen zouden we er minimaal twee op een avond vangen.” John doet het samen met een aantal anderen uit de buurt. Ze bekijken nu hoe ze hun werk kunnen financieren.
Hieronder zijn screenshots van delen van gesprekken op Tinder:
Een reeks?diefstallen en inbraken heeft de?gemeenschap in Waterfront de strijd doen aangaan. Dit keer online.
Terwijl de gemeenschap normaal kan rekenen op?continue?beveiligingspatrouilles en ook ‘off-duty’ politie die samen met burgers nog een oogje in het zeil houdt heeft de community van?6000 inwoners zich nu bewapend met social media. Men gebruikt nu onder andere Facebook om elkaar te waarschuwen.
“We helpen zo?bewoners beter te begrijpen hoe ze zichzelf kunnen beschermen, waar ze een oogje in het zeil moeten houden?en hopelijk hebben we allemaal een oogje op elkaar, zodat we al het mogelijke doen om te voorkomen dat dit soort dingen vaker gebeuren”, zegt Addy Kahele, senior community manager.
Bewoners op Waikele hebben hun eigen versie van de online posse en gebruiken ook e-mail waarschuwingen. “Het begon met 20 mensen”, zegt Malcolm Ching, general manager van de Waikele Community Association, “en nu sturen we het?naar 700 mensen.” Zelfs mensen in de aangrenzende gemeenschappen in Waipahu kunnen lid worden van de posse. “Iedereen kan lid worden van de club, want criminaliteit kan overal plaatsvinden,” zei Ching. “We werken samen met de bewoners in een buurtpreventie programma, en we hopen dat iedereen zal meedoen en actief?wordt,” zei Kahele.
De website van de Honolulu Politie biedt ook een Crime Mapping pagina. Kies een buurt en ontdek het soort misdrijf en de datum waarop het heeft plaatsgevonden. Ook kunnen bewoners?een e-mail alert krijgen.