Tagarchief: buurtgroep

Onderzoek naar digitale buurtpreventie in Rotterdam: ‘Niet meer veiligheid, wel meer (kans op) verbinding’

Buurtveiligheidsapps leiden in Rotterdam nauwelijks tot een directe verbetering van de veiligheid, het veiligheidsgevoel of de leefbaarheid in de buurt. Toch vinden deelnemende buurtbewoners de apps wel zinvol: het geeft hen meer zicht op wat in de buurt speelt en een gevoel een steentje bij te dragen. Ook verwachten zij een beter contact met politie, gemeente en met elkaar. Dit blijkt uit het onderzoeksrapport ‘Alerte burgers, meer veiligheid?’ dat vandaag is aangeboden aan de Rotterdamse wethouder en locoburgemeester Bert Wijbenga. Het onderzoek werd uitgevoerd door onderzoekersteam van Publiek Vertrouwen in Veiligheid van Hogeschool Inholland, in opdracht van de Rotterdamse Kenniswerkplaats Leefbare Wijken.

In Rotterdam zijn vele honderden digitale buurtpreventiegroepen actief. De gemeente stimuleert deze groepen, vanuit de verwachting dat hierdoor de veiligheid, veiligheidsbeleving en de leefbaarheid in de buurt toenemen. Burgers zouden alerter zijn op verdachte situaties en elkaar en de politie sneller waarschuwen, waardoor de politie sneller zou kunnen ingrijpen. Maar…. is dat ook zo? Om die vraag te beantwoorden deden de onderzoekers onderzoek in tien uiteenlopende buurtpreventiegroepen in Rotterdam. Zij spraken met beheerders, deelnemers en professionals en analyseerden de chatgeschiedenis van elk van deze groepen. Zij vonden daarbij geen aanwijzingen dat digitale buurtpreventiegroepen inderdaad de zogenaamde ‘heterdaadkracht’ vergroten, criminaliteit verminderen of de veiligheid doen toenemen. Een effect op de veiligheidsbeleving of de leefbaarheid was slechts in een enkele groep zichtbaar.

[slideshare id=171502812&doc=infographic-buurtpreventie-865480-190913093017&type=d]

Beter weten wat er speelt, kortere lijntjes
Desondanks stellen de onderzoekers dat digitale buurtpreventiegroepen in Rotterdam wel degelijk een meerwaarde hebben. Zij dienen voor burgers alleen vaak andere doelen dan beleidsmakers verwachten. ‘Gewoon’ een beter beeld krijgen van wat er speelt in hun buurt bijvoorbeeld. Of de afstand verkleinen tussen overheidsprofessionals en burgers. Zoals een deelnemer aangeeft: “Voorheen had ik nog nooit een wijkagent gezien, wist ik niet wie het was. Nu weet ik dat tenminste en weet ik ook waar ik met welke melding terecht kan”.

“Wij adviseren de gemeente: gooi het kind niet met het badwater weg, maar hou wel de eigen verwachtingen ten aanzien van digitale buurtpreventie tegen het licht en ga meer uit van de betekenis die digitale buurtpreventie voor burgers zelf heeft,” aldus Marnix Eysink Smeets, lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid bij Hogeschool Inholland.

Digitale buurtpreventie werd in het hele land – mede – populair nadat een onderzoek in Tilburg in 2016 had laten zien dat digitale buurtpreventie leidde tot een afname van het aantal woninginbraken met zo’n 40%. In de afgelopen tijd zijn enkele onderzoeken gedaan in andere steden waarin zo’n aansprekend resultaat niét werd gevonden. Het nu gepresenteerde Rotterdamse onderzoek past in deze lijn. Let op: het is goed mogelijk dat in meer landelijke gebieden andere resultaten worden geboekt.

[slideshare id=171502976&doc=alerteburgersmeerveiligheid-190913093123&type=d]

Lees ook de artikelen die over dit onderwerp zijn verschenen:

Bron: InHolland

Hoplr digitale buurtnetwerken

Hoplr is een privaat sociaal netwerk voor buurten in België en Nederland. De maatschappelijke zetel van het bedrijf is gevestigd in Eksaarde, een deelgemeente van Lokeren. Het platform is sinds 2014 actief en focust op sociale interactie tussen inwoners en het engagement in de buurt. Buren kunnen spullen of diensten uitwisselen, babysitters zoeken, initiatieven lanceren, meldingen doen en activiteiten in de buurtkalender plaatsen.

Bewoners moeten zich registreren onder hun echte naam en hebben een code nodig om hun huisadres te verifiëren. Via de website of smartphones met iOS of Android kunnen geregistreerde gebruikers berichten sturen naar hun buren in een besloten buurtgroep.

Ik ben fan, want dit communicatiemiddel kan breed ingezet worden en zorgt voor een grotere sociale cohesie. Je leert zo veel sneller je buurt en buren kennen. En dat geeft iedereen een goed gevoel.Marc, ambassadeur Boechout Wijken (Boechout)

Ik wil tegen alle twijfelaars zeggen dat je aanmelden niet alleen heel gemakkelijk is, maar je verder ook nergens tot verbindt. Hoplr is een veilige, afgesloten en reclamevrije omgeving. En je buren kunnen er eigenlijk alleen maar hun voordeel mee doenBen, oprichter buurt Oosterveld (Antwerpen)

Al vele jaren ondernemen we initiatieven om mensen samen te krijgen met flyers, affiches, gratis hapjes en drankjes… Maar met weinig resultaat. Dat dit nu blijkbaar wel lukt met Hoplr toont aan dat dit buurtnetwerk een mooie toekomst tegemoet gaat.Erik, ambassadeur Heiende (Lokeren)

Waar staat Hoplr voor?

1. Community eerst
Bij Hoplr staan communities centraal en dat zal altijd zo blijven. Daarom denkt Hoplr bij elke beslissing, elke verandering of elke opportuniteit in de eerste plaats aan de toegevoegde waarde voor de buurt en haar bewoners.

2.Reclamevrij
Hoplr streeft ernaar om voor altijd reclamevrij te blijven. Het verdienmodel is gebouwd op samenwerkingen met partijen. Zo blijven alle berichten in de buurt relevant, interessant en vooral reclamevrij!

3. Privacy By Design
Het beschermen van persoonsgegevens is onze allergrootste verantwoordelijkheid. Hoplr is dan ook volledig conform aan de Europese GDPR privacywetgeving. Zij zeggen nooit ofte nimmer persoonsgegevens te verkopen.

4. Onafhankelijk
Hoplr is met geen politieke partij of andere belanghebbers verbonden en hoeft ook aan geen externe partij verantwoording af te leggen. Hoplr heeft respect voor ieders mening en zullen hun eigen mening ook niet uiten; noch expliciet noch impliciet.

5. Sociale impact
De droom van Hoplr is dat alle Hoplr-buren elkaar in het echt ontmoeten, helpen en leren kennen. Ze geloven in de kracht van het collectief. Daarom zullen ze activiteiten blijven organiseren en tips blijven geven rond sociaal contact buiten het platform om.

Bron: Hoplr

Amper beleid bij forse groei buurtpreventie door burgers

Gemeenten stimuleren buurtpreventie, zonder te weten waarom. Terwijl het regelmatig tot problemen leidt, blijkt uit onderzoek.

Buurtpreventie blijft in Nederland groeien. Vooral het aantal buurtappgroepen is de afgelopen jaren fors gegroeid. Hoewel veel gemeenten de groei van buurtpreventie actief stimuleren, ontwikkelen ze nauwelijks beleid op dat gebied, terwijl in een op de vijf gemeenten de controlecultuur die met de buurtapps gepaard gaat tot problemen leidt.

Dat blijkt uit onderzoek van de aan de Erasmus Universiteit verbonden socioloog Vasco Lub, in opdracht van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, onder meer dan tweehonderd gemeenten.

Politie en bestuurders omarmen buurtpreventie als manier om burgers te betrekken bij het voorkomen en opsporen van criminaliteit. Dat kan via patrouilleteams die door de wijk lopen of via appgroepen, waarin buurtbewoners elkaar op de hoogte houden van verdachte situaties. Van de gemeenten stimuleert 65 procent buurtpreventie actief, bijvoorbeeld via informatieavonden, de eigen website of brieven aan inwoners.

In het merendeel van de gemeenten is er dan ook nauwelijks beleid over hoe om te gaan met de patrouilleteams en buurtappgroepen, constateert Lub. Van de 187 gemeenten die aangaven dat ze buurtpreventie hebben, hebben 109 er niets op papier over vastgelegd in officiële documenten zoals een collegeakkoord, veiligheidsplan of verordening. „En zelfs als er iets is vastgelegd, dan is dat minimaal”, zegt Lub. „Meestal wordt er alleen gemeld: we hebben het. Er staat vrijwel nooit in wat de reden is en welke strategie wordt gevolgd. Bijvoorbeeld: we kampen met overlast van een jeugdsoos of periodieke inbraak, en vragen daarom hulp van burgers. Of: we kunnen beperkter politie inzetten.”

Lub noemt dat een risico. „Als je geen prioriteiten of grenzen stelt, blijft vaag waarop het kan worden afgerekend.”

Rotonde afgezet

Ruim een vijfde van de gemeenten met buurtpreventie gaf in het onderzoek aan negatieve effecten van buurtpreventie te ondervinden. Door een overdaad aan meldingen worden ambtenaren en politiemensen overvraagd, en ook een doorgeslagen controlecultuur waarin burgers elkaar wantrouwen en eigenrichting zijn een probleem.

Bij het extreemste voorbeeld dat Lub van ambtenaren hoorde, hadden burgers na berichten in de appgroep een verdacht persoon staande gehouden en met tie-wraps vastgebonden. Elders zetten burgers na meldingen over een inbreker een rotonde af om een mogelijke verdachte te kunnen aanhouden.

Vaak zijn de negatieve effecten subtieler en zien ambtenaren dat de appgroepen voor een dreigende sfeer in de buurt zorgen. Maar, merkte Lub in zijn gesprekken: praten doen ze daarover liever niet. „Gemeenten zijn huiverig om het over de schaduwkanten te hebben. Ze hebben het nu eenmaal omarmd, actieve burgers zijn per definitie goed. Ik vermoed dat het werkelijke aantal plekken waar negatieve effecten zijn veel groter is.”

Appgroepen professionaliseren

Lub volgt de opkomst van buurtpreventie al langer: drie jaar geleden leidde hij een vergelijkbaar onderzoek en onlangs publiceerde hij voor het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap een rapport over de samenwerking tussen burgers en politie. Het verbaast hem hoe weinig aandacht er vanuit de overheid is voor het fenomeen. „Er wordt nergens bijgehouden hoe groot dit is, of wat werkt en wat niet. Er wordt overal ingezet op burgermoed en burgerkracht, maar een landelijke richtlijn is er niet.”

Een deel van de buurtpreventiegroepen is de afgelopen jaren geprofessionaliseerd. Ze nemen de vorm aan van een vereniging, heffen contributie en betalen daarvan particuliere beveiligers of camera’s. Verschillende gemeenten experimenteren ondertussen met preventieteams die in opdracht van de politie na een misdrijf buurtonderzoek doen.

Zorgelijk, vindt Lub, die in zijn aanbevelingen voor duidelijker beleid pleit. „Het wordt nu klakkeloos gestimuleerd. Men bekijkt het praktisch: burgers kunnen een handje helpen. Maar er is een reden waarom buurtonderzoeken altijd door de politie zijn gedaan: omdat die onpartijdig is en weet hoe je objectieve informatie kunt verzamelen die standhoudt in de rechtbank.”

Cursussen worden wel aangeboden, maar richten zich volgens Lub louter op praktische zaken, zoals hoe je omgaat met een agressief persoon. „Niet op vragen als: wanneer vind ik een situatie verdacht? Wat is etnisch profileren? Wat mag ik wel en niet?” Groei van apps is door de overheid niet tegen te houden, erkent Lub. „Maar je kunt wel proberen ze beter te reguleren. En als mensen voor burgerwacht gaan spelen moet je dat proberen te bestrijden.”

Lees het volledige rapport:

[slideshare id=143055413&doc=de-burger-kijkt-mee-jh09-190501074916&type=d]

Bronnen: NRC, NOS, Volkskrant, RTL Nieuws, Hart van Nederland

BART! Burger Alert Real Time: verbindingsplatform tussen bewoners, gemeente en politie.

Burger Alert Real Time (BART!) is een digitaal meldingsplatform voor een veilige en leefbare buurt. Zaken met ?n zonder spoed kunnen buurtbewoners?24/7delen met politie, gemeente en andere BART! -gebruikers.

Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen geven burgers een digitale waarschuwing en indien nodig onderneemt de politie of de gemeente direct actie. Geen wachtrijen meer. Ook kan de politie zelf alarmeren: ?Momenteel veel auto-inbraken in uw buurt?.

BART! is een samenwerkingsproject waarin de gemeente Den Haag, de politie, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL samen investeren. BART! is nu nog in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.

Samen bouwen aan een participatiesysteem dat zorgt voor vertrouwen en verbondenheid

BART! is een samenwerkingsproject waarin de?gemeente Den Haag,?de politie,?CGI,?TNO,?TU Delft?en?TIGNL?samen investeren in een digitaal meldingsplatform voor een veilige buurt. Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen waarschuwen burgers elkaar en indien nodig de politie of gemeente via een app. Ook kan de politie zelf alarmeren:
?Momenteel veel auto-inbraken in de buurt?. BART! is in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.



Alle ontwikkelde kennis wordt verspreid onder de partners:

Gemeente Den Haag: BART! is belangrijk voor de gemeente Den Haag, want het zorgt voor meer verbondenheid in de buurt en het stimuleert het gevoel dat de bewoners samen de wijk prettig en veilig houden. BART! bevordert het samen optrekken van buurtgenoten, lokale ondernemers, politie en gemeente. Gemeente Den Haag brengt openbare orde, veiligheid en leefbaarheidskennis in en stelt hiervoor de deskundigheid beschikbaar van professionals, leidinggevenden, wijkmanagers, wijkteams en klantcontactspecialisten.
Politie: De ontwikkeling van BART! sluit aan bij de doelstelling van de politie om een meer moderne, flexibele en effectieve organisatie te worden. Ook kan BART bijdragen aan een gevoel van vertrouwen door sterk politiewerk dichtbij de buurtbewoners. Met BART! wordt een meer eigentijdse dienstverlening gerealiseerd dat betere samenwerking met verschillende partners mogelijk maakt. De politie brengt al haar kennis in.
CGI: Het CGI is een grote dienstverlener op het gebied van informatietechnologie en bedrijfsprocessen. Het bedrijf onderzoekt hoe ICT-technieken het BART-concept kunnen ondersteunen. CGI ontwikkelt kortweg de technische kant van het communicatieknooppunt van BART! Momenteel is een prototype in de maak dat uitgebreid zal worden getest. Daarna wordt het doorontwikkeld op basis van de eerste ervaringen.
TNO: Kennisinstituut TNO brengt innovatie in op het gebied van maatschappelijke veiligheid en met name de inrichting van nieuwe media meldprocessen. De organisatie richt zich vooral op het ontwerpen van de bijbehorende processen en participatiesystemen van de betrokken deelnemers.
TU Delft: De Technische Universiteit Delft levert wetenschappelijke kennis vanuit haar jarenlange onderzoek naar participatiesystemen. Inmiddels heeft de universiteit een speciaal Participatory Systems Lab opgezet. De TU Delft richt zich hiermee op het optimaliseren van de samenwerking en het vertrouwen tussen burgers en overheid (gemeente en politie).
TIGNL: Technology Investment Group (TIG) brengt innovatiemanagement-kennis in met betrekking tot wetshandhaving, burgerparticipatie en private publieke samenwerkingsprojecten. TIGNL doet onderzoek en ontwikkelt inzichten voor aandachtsgebieden als competentie-ontwikkeling, ethiek, privacy en dataprotectie. Daarnaast organiseert en modereert zij verspreiding van kennis en registreert de interne en externe projectactiviteiten. Ook verzorgt TIGNL de administratie en de verantwoording van deze activiteiten.

App: AlertNest – Know Your Nest And Alert The Rest

Zie je iets vreemds in je buurt en wil je dat anderen in de omgeving dat weten? In Las Vegas is er nu een app gelanceerd met de slogan:

“AlertNest: Know Your Nest And Alert The Rest”

“Er zijn veel buurtleden die bereid zijn om te helpen als ze die berichten zien”, zegt Kep Sweeney, de CEO van het in Las Vegas gevestigde bedrijf. Volgens Weeney is de app tot aan de social website AlertNest gericht op het verbeteren van de veiligheid in uw buurt voor u en uw gezin. “Mensen vinden dit belangrijk omdat het drie of vier verschillende applicaties combineert die ze gewend zijn om hun informatie te krijgen en dit is een alles in ??n oplossing,” zei Sweeney. Van actieve misdaden tot verkeersincidenten, het register van zedendelinquenten en zelfs community-evenementen; via de interactieve kaart helpt AlertNest bij een verscheidenheid aan dingen rond uw huis, werkplek of school.

De berichten op de site worden niet alleen gemaakt door de politie, maar ook door inwoners, die ‘chirps’ (tsjilps) worden genoemd. “Mijn favoriete onderdeel is het tonen van de tsjilps,” vertelt Randy Klenosky, een specialist in misdaadpreventie bij de Metropolitan Police Department in Las Vegas. Klenosky werkte met Sweeney aan de ontwikkeling van AlertNest. Als vertegenwoordiger van het grootste dekkingsgebied van LVMPD, zegt Klenosky dat het Northwest Area Command een directe invloed heeft gehad op de buurtwachten die nu gebruik kunnen maken van AlertNest.

Hij zegt dat alleen al vorig jaar 88 procent van de misdaden waar politie op moest reageren plaatsvond in gebieden waar burgers weinig communiceerden of melden. “Er is aangetoond dat criminelen buurten vermijden als buren daar actief en betrokken zijn”, zei Klenosky. “Betrek je buren, we missen de sociale cohesie en connecties die buren met elkaar hebben.?Die vertrouwdheid met je buren en wat er in je buurt gebeurd kan het veiliger maken, omdat bewustzijn de beste vorm van misdaadpreventie is.”

Vanuit je huis tot vanuit het politiebureau, of zelfs je lokale media, waaronder News 3, iedereen kan helpen volgens Sweeney. Het uiteindelijke doel van AlertNest is om ons samen te brengen, en onze veiligheid te verbeteren. “Als u deelneemt aan uw gemeenschap, zult u een sterkere gemeenschap hebben”, zei Sweeney.

Las Vegas is de eerste stad in het land die AlertNest gebruikt, maar het zal binnenkort worden uitgerold in andere staten. De Las Vegas-site en de app zijn nu beschikbaar om je aan te melden.

Bronnen: News3 Las Vegas, AlertNest

Zorgen om buurtwachten en burgeropsporing: ?Voor eigen rechter spelen ligt op de loer?

Burgers die de politie helpen via appgroepen en buurtpreventieteams gaan daarin soms te ver, blijkt uit onderzoek. Zo zouden burgers zelf tot opsporing overgaan en is er sprake van discriminatie tegenover jongeren en mensen met een migratieachtergrond.

Onderzoekers van het onafhankelijke programma Politie en Wetenschap concluderen dat de hulp van burgers in bepaalde vormen effectief kan zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor diefstal en inbraakpreventie. Maar ze zien ook gebreken in de groeiende sociale controle van actieve bewoners, die concurreert met het toezicht van de politie.

Zelf opsporen
Aan de hand van interviews en buurtapp-communicatie blijkt dat burgers soms onrechtmatig handelen. Onrechtmatigheden, zoals beschreven in het onderzoek, als ‘actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden.’


Volgens Vasco Lub van Politie en Wetenschap zou de politie meer betrokken moeten zijn om burgerhulp soepeler te laten verlopen. “De verhouding tussen de politie en de burger is niet goed ingekaderd. Er is een risico dat burgers zich miskend voelen en zelf ingrijpen en een opsporing opzetten. Dat is niet de bedoeling. Je mag als burger niet voor politieagent spelen.”

Beter begeleiden
De politie zou burgers die hen proberen te helpen beter moeten begeleiden, zegt Vasco Lub. “Het is makkelijk gezegd om burgers in te zetten, maar burgergroepen beginnen steeds meer zelf te doen: opsporing, patrouilleren zonder dat de politie het weet en voertuigcontrole.” Hij vraagt zich af of dit wenselijk is.

In een reactie laat de politie weten dat zij burgerparticipatie in veiligheidsvraagstukken zien ‘als een belangrijke en positieve ontwikkeling in de samenleving.’ De politie zegt te willen voorkomen dat ‘burgers andere burgers daarbij in hun vrijheden beperken of schade berokkenen’.

Volgens de politie zijn veel burgerinitiatieven relatief nieuw, waardoor de spelregels duidelijk opgesteld moeten worden. Dit gaat om kwesties als de privacyregels die burgers moeten respecteren en ervoor zorgen dat bewijs dat burgers verkrijgen bruikbaar is. “We zijn als politie een landelijk project gestart om via lokale experimenten adviezen en spelregels op te stellen om de samenwerking tussen burgers en de politie in de opsporing te versterken.”

Bronnen: EenVandaag, RTL Nieuws, Hart van Nederland, AD. Nu.nl

Kijk uit! Burger op de uitkijk

In het coalitieakkoord (mei 2018) heeft de gemeente Den Haag aangegeven dat ze WhatsApp-groepen in de buurt willen ondersteunen (Neighbourhood WhatsApp Groups: NWAG’s). Het doel van de ondersteuning is het vergroten van de burgerparticipatie en het verbeteren van het veiligheids- en veiligheidsgevoel in de wijk. Momenteel is er geen stadsbrede benadering om buurtwhatsappgroepen te ondersteunen.

Momenteel is er geen stadsbrede benadering om NWAG’s te ondersteunen. De vraag is dus: hoe kan een ondersteuningsstructuur worden opgezet voor het succes op lange termijn van NWAG’s? Dit wordt in dit ontwerpproject beantwoord en ondersteund door het onderzoek dat gedurende het project is uitgevoerd.

Voor het opzetten van een succesvolle ondersteuningsstructuur is inzicht verkregen in de wensen voor ondersteuning en de bijdragen van de steun die in andere gemeenten wordt gegeven. De moeilijkheid voor politie en gemeente is dat ze veel aannames hebben met betrekking tot het ondersteunen van NWAG’s. Hoewel deze veronderstellingen in werkelijkheid niet bestaan of opgelost kunnen worden, houden ze de politie en de gemeente tegen om te beginnen met het geven van (delen van) de steun die bewoners verlangen.

Het onderzoek toonde ook aan dat ondersteuning zeer wenselijk is voor bewoners. Het aantal inwoners dat een NWAG start en onderhoudt, neemt toe als er enige vorm van ondersteuning wordt gegeven. Bewoners willen hulpmiddelen ontvangen om een NWAG op te zetten en willen informatie uitwisselen met politie en gemeente over hun buurt. Bewoners vinden het evident en vanzelfsprekend dat de gemeente de NWAG’s op deze manier ondersteunt en begrijpt niet waarom dit nog niet het geval is.

De co?rdinator van een NWAG heeft een centrale rol, aangezien hij de NWAG beheert. Daarom was het doel van het ontwerp om ondersteuning te cre?ren voor co?rdinatoren. Het principe van het maken van een WhatsApp-beheerdersgroep (WWAG) wordt gebruikt, omdat die groep alle co?rdinatoren in een wijk, een gemeentebeambte en (wijk) politie bevat. De focus ligt op het helpen van bewoners om een NWAG te starten, co?rdinatoren aan te sluiten bij de WWAG en te schetsen wat WWAG zou moeten doen.

Op basis van het gebruikersonderzoek zijn de volgende ontwerprichtlijnen opgesteld om ondersteuning te bieden aan co?rdinatoren:

1. Houd informatie bij evenals activiteiten over veiligheidsgerelateerde onderwerpen.

2. Presenteer informatie en activiteiten eenvoudig, zodat het doel duidelijk is.

3. Streef ernaar om co?rdinatoren bij de besluitvorming te betrekken bij het instellen en uitvoeren van WWAG van bepaalde taken die de WWAG onderhouden.

4. Leg geen verplichtingen op aan co?rdinatoren om lid te worden van de WWAG.

5. Maak duidelijke afspraken tussen alle WWAG-leden voor wederzijds begrip.

6. Toon waardering voor de co?rdinatoren in persoon.

7. Bied praktische hulpmiddelen die co?rdinatoren ondersteunen, voornamelijk in de startfase.

De ontworpen?ondersteuningsservice bestaat uit twaalf contactpunten. Touchpoints zijn middelen om interacties tussen co?rdinatoren en de ondersteuningsdienst tot stand te brengen. De touchpoints tonen de minimale middelen die de gemeente zou moeten gebruiken om ondersteuning te bieden aan NWAG’s.

De ondersteunende dienst helpt bewoners bij te dragen aan een veilige buurt om in zichzelf te leven. Dit verhoogt de participatie van bewoners evenals gemeentelijke en politie-ambtenaren in de buurt.

Dit rapport toont het proces van het ontwikkelen van de touchpoints en legt de richtlijnen en touchpoints in detail uit, evenals de implementatie van de touchpoints.?

E. Wennekers (2018). Watch it! Resident on the lookout: Design of a support service for neighborhood WhatsApp groups.

[slideshare id=126175212&doc=masterthesiselkewennekers-181218082009&type=d]

[slideshare id=126175394&doc=posterelkewennekers-181218082328&type=d]

[slideshare id=126175606&doc=appendixelkewennekers-181218082725&type=d]
Bronnen: TUDelft

Lansingerlanders willen z?lf politieonderzoek gaan doen

De buurtapp waarmee mensen de veiligheid in hun directe omgeving in de gaten kunnen houden, is al redelijk ingeburgerd en succesvol. Maar twee mannen uit Lansingerland willen nog een stap verder gaan. Zij willen de buurtapp gebruiken om ?cht buurtonderzoek te gaan doen en criminaliteit op te lossen.

Karel Neelis en Edwin Verlaat denken dat er veel meer uit zo’n buurt-whatsappgroep gehaald kan worden. “Nu is het nog van ‘ik hoor wat’ in zo’n groep. Dit gaat om wat er daarna gebeurt”, legt Neelis uit. “Met dit specifieke buurtonderzoek kijken we naar sporen, vragen we of mensen eerder iets hebben gezien of vinden we spullen die betrekking hebben op bijvoorbeeld een inbraak.” En dat moet uiteindelijk leiden tot een oplossing of aanhouding.

Neelis geeft meteen toe dat dit werk is dat eigenlijk bij de politie zou moeten liggen. “Maar wij hebben de afgelopen jaren vastgesteld dat ze daar nauwelijks capaciteit voor hebben. Bij een roofoverval vindt er nog een buurtonderzoek plaats, maar bij inbraken doen ze dat niet.”

Volgens Neelis kunnen mensen via Facebook of een appgroep makkelijk informatie delen. Die informatie wordt dan door deze groep gebundeld en dan met de politie gedeeld. Zelf ingrijpen is uit den boze. “Het gaat niet om mensen zwart te maken. De daadwerkelijke vervolging ligt nog steeds bij de politie en justitie.”

Om het werk wat makkelijker te maken komt er binnenkort een speciale politieapplicatie die alle informatie aan de politie meteen in een dossier plaatst. “De politie is dan ook erg positief over dit project”, beweert Edwin Verlaat. “En in sommige gevallen wordt er ook echt meteen opgetreden. Dat is fijn. Samen kunnen we het hier veel veiliger maken.”

Als het project een succes wordt, dan willen de heren het project ook uitbreiden naar de rest van het land. Dan moeten er wel landelijk afspraken gemaakt worden met de politie en de overheid, zo zeggen ze.

Neelis en Vervaat gaan op korte termijn met de politie om de tafel zitten over het initiatief.

Bron: Rijnmond.nl

‘Zoekt u mee naar deze fiets?’, vraagt de chatbot

Met het project BART! brengt Den Haag bewonersinformatie van digitale buurtgroepen en sociale media overzichtelijk samen in de meldkamer. Met algoritmes en chatbot-technologie doet de gemeente steeds meer beroep op het zelfoplossend vermogen van de bewoners. ?Zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Een verloren fiets, vuilnis op de stoep buiten de ophaaltijden, een verdachte auto langs de weg. Dit soort problemen komen van oudsher op het bordje van de politie of de gemeente. Maar hoe effectief is dat? Tegenwoordig zijn veel mensen met elkaar verenigd in WhatsAppgroepen of op Facebook. Digitale buurtgroepen zijn inmiddels ingeburgerd. Daar delen buurtbewoners van alles en ze helpen elkaar verder met het terugvinden van voorwerpen en personen of ze houden een extra oogje in het zeil. Op deze manier tonen flink wat wijken een groot zelfoplossend vermogen, zonder overheidsinterventie. Dat is een enorme verschuiving in de samenleving. Echter, al die groepen vormen kanaaltjes naast elkaar, de gedeelde informatie komt niet samen.

?Het is aan ons om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen?

?Vroeger schreven we een brief aan de gemeente, toen kwam de telefoon, maar nu communiceren mensen veel meer via WhatsApp of sociale media?, zegt Pauline Krikke, burgemeester van Den Haag, in een filmpje over?Burgers Alert Real Time (BART!). ?Het is aan ons, de gemeente, om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen en daar goed op te kunnen reageren.? De meldkamer, operationeel centrum, is nog ingericht op telefonisch contact. Tekstberichten, foto?s en videobeelden zijn moeilijk te verwerken voor een operationeel centrum. Hoe haakt het aan op de digitale buurtgroepen? Daar zijn er inmiddels zoveel van, hoe hou je het overzicht in de databrij?

Zwerfvuil en verdachte zaken

BART! biedt een platform waar bewoners, politie en gemeente met elkaar samenwerken aan leefbaarheid en veiligheid in wijken. Het kan duiding geven aan telefonische informatie of van het socialemedia-verkeer tussen wijkbewoners, politie en gemeente. Vorig jaar experimenteerde Den Haag ermee in de wijken Berestein en Ypenburg. Samenredzaamheid is de kerngedachte van BART!: wijkbewoners nemen eigenaarschap over een probleem in hun buurt, ze zoeken eerst zelf een oplossing. Bijvoorbeeld door mee uit te kijken naar een verloren fiets, een medebewoner aan te spreken als hij zijn huishoudelijk afval niet op de juiste manier aanbiedt of uit te zien naar de eigenaar van de verdachte auto. Lukt het de bewoners niet om zelf het probleem te adresseren, dan kunnen ze het bij de gemeente of politie neerleggen.

Eerst zelf zoeken naar een oplossing?

?BART! is een experimenteel project en technisch gezien een?Complex Event Processor, een CEP?, legt Richard Vriesde uit. Vanuit de politie-eenheid Den Haag is hij betrokken bij dit project, samen met de gemeente Den Haag,?TU Delft,?TNO,?CGI?en?TIGNL. De CEP is in staat om uit een stroom data informatie uit digitale buurtgroepen te destilleren en hanteerbaar te maken. Via BART! communiceert de gemeente Den Haag straks met verschillende buurtgroepen, zoals?Veilige Buurt,?MijnBuur,??Waaksamen?en?Next Door. Hier kunnen bewoners anoniem tekstberichten, foto?s, video?s en locatiegegevens delen. Ze hoeven niet te kiezen waar een melding heen moet en ze komen ook niet in een wachtrij terecht. Met de CEP kan het operationeel centrum de databrij structureren, een beeld geven van wat er aan de hand is en een melding doorgeven aan politie, gemeente, of het via chatbot-technologie teruggeven aan de gemeenschap. Bewoners gaan dan eerst met elkaar zoeken naar een oplossing.

?Wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ‘geklauwd’ of ‘gejat’ is?’

In de praktijklaboratoria van Berestein en Ypenburg werden 5 praktijkcasussen ge?nsceneerd, zoals een inbraak, een verdachte persoon bij een pinautomaat en een gewonde op straat. Vriesde: ?We stuurden mensen op pad met mobiele telefoons en we richtten een operationeel centrum in, ons laboratorium, waar professionals van het operationeel centrum van het?Real Time Intelligence Center?(RITC) en het Regionaal Service Centrum samenwerkten, om te zien wat er gebeurt als een bewoner in een tekstbericht een melding doet van een verdachte situatie. En wat is er vanuit ons nodig om te reageren?? Onderzoekers van TNO en de ontwikkelaars van de CEP, namen het werkproces en de privacyaspecten onder de loep en bekeken welke informatie de politie nodig heeft om betekenis te kunnen geven aan de informatie uit de data.

Technische horden

De ontwikkelaars van de CEP vinden allerlei praktische en technologische hobbels op hun pad. ?Bij een verdachte omstandigheid gebruiken burgers geen woorden die voorkomen in het wetboek van strafrecht?, zegt Vriesde. ?De CEP categoriseert op steekwoorden als ?verdacht persoon? en ?diefstal?, maar wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ?geklauwd? of ?gejat? is? De slimme technologie moet politievakjargon en gewone spreektaal kunnen begrijpen, zodat wij uit de informatiestroom politie-informatie kunnen genereren. Google gaat voor ons niet zo ver.?

Een andere technische horde die het team nu moet nemen, is om te kunnen inschatten hoe actueel en urgent een melding is. Vereist het directe actie, kan het wachten tot morgen of speelde dit vorige week? De CEP moet de data chronologisch in de tijd kunnen plaatsen. En waar heeft een incident precies plaatsgevonden? Een centralist van het operationeel centrum kan weinig met een melding van een vermist kind dat voor het laatst is gezien in de Albert Heijn, als hij niet over de gps-locatie beschikt. Een buurtbewoner zal direct weten om welke winkel het gaat. Directe uitwisseling van geografische data is essentieel.

?De centralist kan op basis van de woordwolk al zien wat er speelt’

Momenteel sleutelt het team aan het geografisch verwerken van de informatie, zodat er bij meerdere meldingen een woordwolk ontstaat rondom een bepaald gebied. ?Op basis van steekwoorden zoals ?verdacht persoon? en ?auto?, krijgen we al snel een beeld van wat er gaande is,? aldus Vriesde. ?Nog voordat de centralist alle tekstberichten heeft doorgenomen of 5 bellers te woord heeft gestaan, kan hij op basis van de woordwolk al zien wat er speelt en erop reageren.?

Veranderende taak van de centralist

Wat voor gevolgen heeft deze ontwikkeling voor de centralisten? Om daar een goed antwoord op te vinden, bekijken de betrokken onderzoekers de invloed daarvan op politieprocessen. In plaats van een individuele beller, heeft het operationeel centrum nu een hele buurt tegelijk aan de lijn, legt Vriesde uit. ?Door datagestuurd te werken, gaan we over naar een-op-veel-communicatie. Nu neemt de centralist een melding een-op-een aan en geeft dat door. Met de nieuwe digitale werkvorm, verschuift zijn werk naar analyse, waarbij hij veel meer de regie krijgt in de operatie.? Het systeem heeft al vastgesteld wat er aan de hand is, de centralist controleert vervolgens of dat juist is en geeft daar duiding aan.

?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken?

Door het werken met CEP en chatbot-technologie, kan er automatisch een handelingsperspectief uitgaan naar de digitale buurtgroepen: heeft u al naar buiten gekeken, heeft u het kenteken genoteerd, zoekt u mee naar deze persoon? Het kan zelfs een ingezonden foto blurren en delen in de betreffende buurtgroep, volgens de eisen van de privacywetgeving. In de nabije toekomst kan die interactie razendsnel datagestuurd gebeuren. De centralist komt dan vooral in beeld om de professionals aan te sturen. Hoeveel politie-inzet is gewenst, hoeveel auto?s zijn er nodig, is de situatie onder controle of moeten we opschalen? Vriesde: ?De centralist zal nog steeds veel beslissingen moeten nemen, maar hij wordt enorm geholpen door de technologie.?

Tijdens de pilots is gestart met het ontwikkelen van algoritmes, die in combinatie met chatbot-technologie grote hoeveelheden data heel vlot inzichtelijk kunnen maken. ?Nu proberen we de ongestructureerde data te structureren?, besluit Vriesde. ?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken en de CEP beter tot zijn recht te laten komen. Op die manier worden de inspanningen van de bewoners krachtiger en zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Bron: Secondant

Onderzoek: Buurtpreventie-apps geven burgers veilig gevoel

Het gebruik van buurtpreventie-apps bezorgt de burgers een veiliger gevoel. Het idee dat digitale buurtpreventie burgers juist bang maakt, is onjuist. Dat blijkt uit een onderzoek van Avans Hogeschool dat vandaag gepresenteerd wordt.

In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid deed het lectoraat Digitalisering en Veiligheid onderzoek naar de effecten van digitale buurtpreventie. Aangespoord door de politie en gemeentebesturen sluiten steeds meer Nederlanders zich aan bij groepjes die elkaar via smartphones wijzen op verdachte situaties in hun buurt. Zo zijn er al meer dan 650.000 Nederlanders aangesloten bij Whatsapp Buurtpreventie. Onderzoek van de Universiteit Tilburg wees in 2016 uit dat in Tilburgse buurten waar zulke whatsappgroepen actief waren, het aantal inbraken was gehalveerd.

Whatsapp?

Avans-lector Ben Kokkeler ziet de whatsapp-groepen niet als beste platform voor digitale buurtpreventie. ,,Een app als veiligebuurt.nl is veel doelgerichter dan whatsapp. Daar zetten mensen ook hele andere zaken op, die niks met veiligheid te maken hebben. Aan veiligebuurt.nl kun je, anders dan bij whatsapp, ook anoniem meedoen. Het onderzoek laat zien dat de bereidheid om verdachte zaken uit je eigen buurt te melden dan groter is.” De buurtpreventie-app veiligebuurt.nl werd in 2015 in Den Bosch opgericht en kent nu 200.000 deelnemers. In diverse plaatsen werkt de politie al aan deze app mee.

Kokkeler wijst er ook op dat whatsapp een Amerikaanse eigenaar heeft: Facebook. ,,En sinds een jaar weten we hoe makkelijk die gehackt kan worden. We denken dat het voor de politie beter is om samenwerking te zoeken met? Nederlandse apps. Daar denken ze overigens ook al volop over na.”

Houvast

De politie communiceert ook op andere digitale kanalen met de burger, bijvoorbeeld op Facebook, Instagram en Twitter. Verstandig, vindt Kokkeler: ,,Ze zetten zo veel mogelijk instrumenten in, over een paar jaar zullen de vier of vijf beste overblijven. De digitale samenwerking tussen burgers en politie staat nog maar in de kinderschoenen, het wordt alleen maar meer. Uit ons onderzoek blijkt ook dat de buurtpreventie-apps mensen houvast bieden, ze weten wanneer ze de politie moeten bellen en wanneer niet. Al blijft het wel van belang dat de politie erin slaagt om een vervolg te geven aan de tips die ze krijgt.”

Literatuuronderzoek, expertinterviews en de eigen expertise binnen het lectoraat vormen de basis van het evaluatiemodel. Aan de hand van dit model is?veldonderzoek gedaan?naar Whatsapp-groepen en het gebruik van Veiligebuurt.nl. Lees het onderzoeksrapport hier, of download het:

[slideshare id=117092932&doc=onderzoeksrapportavans-denvdigitalebuurtpreventie-180928125443&type=d]

Het advies over digitale buurtpreventie dat het lectoraat Digitalisering en Veiligheid doet aan het ministerie is een bouwsteen van een meerjarig project over inbraakvrije wijken. In dit project organiseren verschillende gemeenten en de politie diverse pilots. Dit doen zij in opdracht van het ministerie en onder regie van het Dutch Institute for Technology, Safety & Security.

Het lectoraat treedt hierin op als kennispartner, samen met de Jheronimus Academy of Data Science.

Bronnen: BD, Avans