Tagarchief: samenredzaamheid

‘Zoekt u mee naar deze fiets?’, vraagt de chatbot

Met het project BART! brengt Den Haag bewonersinformatie van digitale buurtgroepen en sociale media overzichtelijk samen in de meldkamer. Met algoritmes en chatbot-technologie doet de gemeente steeds meer beroep op het zelfoplossend vermogen van de bewoners. ?Zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Een verloren fiets, vuilnis op de stoep buiten de ophaaltijden, een verdachte auto langs de weg. Dit soort problemen komen van oudsher op het bordje van de politie of de gemeente. Maar hoe effectief is dat? Tegenwoordig zijn veel mensen met elkaar verenigd in WhatsAppgroepen of op Facebook. Digitale buurtgroepen zijn inmiddels ingeburgerd. Daar delen buurtbewoners van alles en ze helpen elkaar verder met het terugvinden van voorwerpen en personen of ze houden een extra oogje in het zeil. Op deze manier tonen flink wat wijken een groot zelfoplossend vermogen, zonder overheidsinterventie. Dat is een enorme verschuiving in de samenleving. Echter, al die groepen vormen kanaaltjes naast elkaar, de gedeelde informatie komt niet samen.

?Het is aan ons om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen?

?Vroeger schreven we een brief aan de gemeente, toen kwam de telefoon, maar nu communiceren mensen veel meer via WhatsApp of sociale media?, zegt Pauline Krikke, burgemeester van Den Haag, in een filmpje over?Burgers Alert Real Time (BART!). ?Het is aan ons, de gemeente, om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen en daar goed op te kunnen reageren.? De meldkamer, operationeel centrum, is nog ingericht op telefonisch contact. Tekstberichten, foto?s en videobeelden zijn moeilijk te verwerken voor een operationeel centrum. Hoe haakt het aan op de digitale buurtgroepen? Daar zijn er inmiddels zoveel van, hoe hou je het overzicht in de databrij?

Zwerfvuil en verdachte zaken

BART! biedt een platform waar bewoners, politie en gemeente met elkaar samenwerken aan leefbaarheid en veiligheid in wijken. Het kan duiding geven aan telefonische informatie of van het socialemedia-verkeer tussen wijkbewoners, politie en gemeente. Vorig jaar experimenteerde Den Haag ermee in de wijken Berestein en Ypenburg. Samenredzaamheid is de kerngedachte van BART!: wijkbewoners nemen eigenaarschap over een probleem in hun buurt, ze zoeken eerst zelf een oplossing. Bijvoorbeeld door mee uit te kijken naar een verloren fiets, een medebewoner aan te spreken als hij zijn huishoudelijk afval niet op de juiste manier aanbiedt of uit te zien naar de eigenaar van de verdachte auto. Lukt het de bewoners niet om zelf het probleem te adresseren, dan kunnen ze het bij de gemeente of politie neerleggen.

Eerst zelf zoeken naar een oplossing?

?BART! is een experimenteel project en technisch gezien een?Complex Event Processor, een CEP?, legt Richard Vriesde uit. Vanuit de politie-eenheid Den Haag is hij betrokken bij dit project, samen met de gemeente Den Haag,?TU Delft,?TNO,?CGI?en?TIGNL. De CEP is in staat om uit een stroom data informatie uit digitale buurtgroepen te destilleren en hanteerbaar te maken. Via BART! communiceert de gemeente Den Haag straks met verschillende buurtgroepen, zoals?Veilige Buurt,?MijnBuur,??Waaksamen?en?Next Door. Hier kunnen bewoners anoniem tekstberichten, foto?s, video?s en locatiegegevens delen. Ze hoeven niet te kiezen waar een melding heen moet en ze komen ook niet in een wachtrij terecht. Met de CEP kan het operationeel centrum de databrij structureren, een beeld geven van wat er aan de hand is en een melding doorgeven aan politie, gemeente, of het via chatbot-technologie teruggeven aan de gemeenschap. Bewoners gaan dan eerst met elkaar zoeken naar een oplossing.

?Wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ‘geklauwd’ of ‘gejat’ is?’

In de praktijklaboratoria van Berestein en Ypenburg werden 5 praktijkcasussen ge?nsceneerd, zoals een inbraak, een verdachte persoon bij een pinautomaat en een gewonde op straat. Vriesde: ?We stuurden mensen op pad met mobiele telefoons en we richtten een operationeel centrum in, ons laboratorium, waar professionals van het operationeel centrum van het?Real Time Intelligence Center?(RITC) en het Regionaal Service Centrum samenwerkten, om te zien wat er gebeurt als een bewoner in een tekstbericht een melding doet van een verdachte situatie. En wat is er vanuit ons nodig om te reageren?? Onderzoekers van TNO en de ontwikkelaars van de CEP, namen het werkproces en de privacyaspecten onder de loep en bekeken welke informatie de politie nodig heeft om betekenis te kunnen geven aan de informatie uit de data.

Technische horden

De ontwikkelaars van de CEP vinden allerlei praktische en technologische hobbels op hun pad. ?Bij een verdachte omstandigheid gebruiken burgers geen woorden die voorkomen in het wetboek van strafrecht?, zegt Vriesde. ?De CEP categoriseert op steekwoorden als ?verdacht persoon? en ?diefstal?, maar wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ?geklauwd? of ?gejat? is? De slimme technologie moet politievakjargon en gewone spreektaal kunnen begrijpen, zodat wij uit de informatiestroom politie-informatie kunnen genereren. Google gaat voor ons niet zo ver.?

Een andere technische horde die het team nu moet nemen, is om te kunnen inschatten hoe actueel en urgent een melding is. Vereist het directe actie, kan het wachten tot morgen of speelde dit vorige week? De CEP moet de data chronologisch in de tijd kunnen plaatsen. En waar heeft een incident precies plaatsgevonden? Een centralist van het operationeel centrum kan weinig met een melding van een vermist kind dat voor het laatst is gezien in de Albert Heijn, als hij niet over de gps-locatie beschikt. Een buurtbewoner zal direct weten om welke winkel het gaat. Directe uitwisseling van geografische data is essentieel.

?De centralist kan op basis van de woordwolk al zien wat er speelt’

Momenteel sleutelt het team aan het geografisch verwerken van de informatie, zodat er bij meerdere meldingen een woordwolk ontstaat rondom een bepaald gebied. ?Op basis van steekwoorden zoals ?verdacht persoon? en ?auto?, krijgen we al snel een beeld van wat er gaande is,? aldus Vriesde. ?Nog voordat de centralist alle tekstberichten heeft doorgenomen of 5 bellers te woord heeft gestaan, kan hij op basis van de woordwolk al zien wat er speelt en erop reageren.?

Veranderende taak van de centralist

Wat voor gevolgen heeft deze ontwikkeling voor de centralisten? Om daar een goed antwoord op te vinden, bekijken de betrokken onderzoekers de invloed daarvan op politieprocessen. In plaats van een individuele beller, heeft het operationeel centrum nu een hele buurt tegelijk aan de lijn, legt Vriesde uit. ?Door datagestuurd te werken, gaan we over naar een-op-veel-communicatie. Nu neemt de centralist een melding een-op-een aan en geeft dat door. Met de nieuwe digitale werkvorm, verschuift zijn werk naar analyse, waarbij hij veel meer de regie krijgt in de operatie.? Het systeem heeft al vastgesteld wat er aan de hand is, de centralist controleert vervolgens of dat juist is en geeft daar duiding aan.

?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken?

Door het werken met CEP en chatbot-technologie, kan er automatisch een handelingsperspectief uitgaan naar de digitale buurtgroepen: heeft u al naar buiten gekeken, heeft u het kenteken genoteerd, zoekt u mee naar deze persoon? Het kan zelfs een ingezonden foto blurren en delen in de betreffende buurtgroep, volgens de eisen van de privacywetgeving. In de nabije toekomst kan die interactie razendsnel datagestuurd gebeuren. De centralist komt dan vooral in beeld om de professionals aan te sturen. Hoeveel politie-inzet is gewenst, hoeveel auto?s zijn er nodig, is de situatie onder controle of moeten we opschalen? Vriesde: ?De centralist zal nog steeds veel beslissingen moeten nemen, maar hij wordt enorm geholpen door de technologie.?

Tijdens de pilots is gestart met het ontwikkelen van algoritmes, die in combinatie met chatbot-technologie grote hoeveelheden data heel vlot inzichtelijk kunnen maken. ?Nu proberen we de ongestructureerde data te structureren?, besluit Vriesde. ?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken en de CEP beter tot zijn recht te laten komen. Op die manier worden de inspanningen van de bewoners krachtiger en zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Bron: Secondant

Aandacht voor Burgerkracht

Een?projectgroep van veiligheidsregio Haaglanden heeft sinds september 2016 tot juli 2017 onderzoek gedaan naar burgerparticipatie, onder de naam Aandacht voor Burgerkracht. Het doel van dit onderzoek was het in kaart brengen van de wensen en kansen op het gebied van burgerparticipatie bij de incidentbestrijding in de regio Haaglanden. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke visie en praktische handvaten. Zowel de Brandweer, de GHOR en de Politie als het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing zijn hierbij betrokken.

De uitkomsten van dit onderzoek zijn op het Symposium op 13 juni gedeeld, waarvan hieronder een klein verslag met filmpje, foto-impressie en conclusies van het onderzoek.

De?documentatie is hieronder te lezen of te downloaden:

Projectdocument:

[slideshare id=77144134&doc=projectdocumentburgerparticipatie-170621143258&type=d]

Collage brainstormsessies:

[slideshare id=77144140&doc=collagebrainstormsessies-170621143302]

Literatuurstudie:

[slideshare id=77144131&doc=literatuurstudie-def-170621143255&type=d]

Expert interviews:

[slideshare id=77144130&doc=expertinterviews-conclusiesenaandachtspunten-170621143254&type=d]

Overzicht nulmeting:

[slideshare id=77144133&doc=overzichtnulmeting-170621143257]

Omgevingsanalyse visueel:

[slideshare id=77144132&doc=omgevingsanalyse-visueel-170621143256]

Evaluatie experiment:

[slideshare id=77144128&doc=evaluatieexperimentburgerparticipatie-170621143253&type=d]

Bronnen: Burgerkracht

Assen-Alert

assenalert500x500

Assen Alert wil een laagdrempelig platform voor de burger om door middel van WhatsApp, email en socialmedia op een eenvoudige, gestructureerde en een eenduidige wijze neerzetten om de veiligheid in de?buurt te verhogen. Het wil burgers helpen en adviseren met/over het implementeren en onderhouden van de betreffende WhatsApp groepen.

assen-alert

Per wijk kiezen ze?een regiegroep. Regiegroep leden nemen deel aan alle buurt WhatsApp groepen en geven berichten van buurtgroepen door naar de regiegroep en indien nodig naar andere buurtgroepen. De wijkagent neemt deel aan regiegroep en neemt kennis van meldingen.?Regiegroep leden adviseren buurtgroep deelnemers over het toepassen en gebruik van de S.A.A.R. methode.

assen-alert2

Minister van Der Steur bezocht de initiatiefnemers en zegt erover:

Dinsdagavond was ik in Drenthe en heb ik vrij uitgebreid gesproken met de initiatiefnemers van Assen-Alert. Dit is een burgerparticipatiegroep, een appgroep, die inmiddels in bijna geheel Assen is uitgerold en de ambitie heeft om langzamerhand geheel Nederland over te nemen op dit terrein. Het is een heel goede, professionele manier om burgers te betrekken bij een appgroep. Tijdens de presentatie waarbij ik aanwezig was, vroeg een aantal mensen in het gezelschap wat het oplevert. Toen bleek inderdaad dat het heel lastig is om het uiteindelijke rendement van een appgroep te bepalen, los van het positieve element dat mensen weten dat ze niet alleen zijn en dat zij hun eigen omgeving en elkaar beter leren kennen. Op dit moment is echter nog onvoldoende inzicht in de vraag wat het effect is op bijvoorbeeld de veiligheid en het pakken van criminelen. De gemeente Assen is met dit vraagstuk bezig. Ik ben ervan overtuigd dat een appgroep het veiligheidsgevoel van mensen verbetert, maar het zou natuurlijk fantastisch zijn als deze, op welke manier dan ook georganiseerd, leidt tot een verbetering van de veiligheid. Als men steeds meer informatie krijgt over wat er in de buurt gebeurt, kan het echter ook een averechts effect hebben. Dat is zoals het is en moeten we dan maar accepteren.

assen-alert3

Er zijn enkele succesvolle voorbeelden, zoals Burgernet, waarbij de burger op gemeentelijk niveau beter betrokken wordt. Ik juich derhalve het pleidooi toe voor meer verantwoordelijkheid van burgers. De app Assen-Alert is een geslaagd voorbeeld dat is voortgekomen uit de burgers. Ik ben altijd bereid om dergelijke initiatieven te ondersteunen, maar de verantwoordelijkheid op dit punt ligt wel bij de mensen in de wijken. Voor de effectiviteit is dat van groot belang. De gemeente is aan zet en niet de rijksoverheid. Er is een Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) dat op zijn beurt het Expertisecentrum Zelfredzaamheid heeft opgericht. Via dit instituut pakken de veiligheidsregio’s hun verantwoordelijkheid op.

Er is namelijk ook een moderator bij betrokken, die voorkomt dat een bericht aspecten bevat die misschien wel interessant zijn voor de betrokkene maar niet relevant voor de groep als zodanig. Een mooi voorbeeld van deze week was iemand die via de appgroep Assen-Alert meldde dat hij zijn huisdier kwijt was. Dat is niet de bedoeling. Het gaat echt om andere aspecten van veiligheid. Daar wordt op gemodereerd. Er wordt ook bekeken wie er lid zijn van de appgroep. De Kamer kan zich voorstellen dat het een fijne groep is om aan deel te nemen voor iemand die foute plannen heeft. Ik vind Assen-Alert echt een heel mooi voorbeeld dat ik graag onder de aandacht breng van iedereen en bij dezen ook van de Kamer. Ik sluit overigens niet uit dat er vele andere voorbeelden in Nederland zijn met eenzelfde mate van professionaliteit.

Bronnen: Tweede Kamer, Assen Alert

BART! Burger Alert Real-Time

bart-logo

Met BART! werken aan een veilige buurt

In Den Haag moet het project BART! een digitaal verbindingsmiddel worden. Het moet ervoor zorgen dat politie, gemeente en burgers samen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor een veilige leefomgeving. Hoe zijn de eerste ervaringen in de wijk Bouwlust?

We leven in een participatiesamenleving waarin begrippen als zelfredzaamheid als vanzelfsprekend worden gebruikt. Andere zijn eigen verantwoordelijkheid, burgerparticipatie en overheidsparticipatie. Het aantal initiatieven en applicaties voor participatie op de thema?s veiligheid en leefbaarheid groeit bijna wekelijks. En toch is de telefoon nog de belangrijkste verbinding naar de politie. De participanten lijken zich nog voornamelijk te bevinden onder de toch al actieve en betrokken burgers. Hoe kunnen politie, gemeente en burgers, in de huidige digitale maatschappij, samen verantwoordelijkheid voor veiligheid en leefbaarheid nemen?

Project BART!

Het project BART! (Burger Alert Real-Time!) moet dit mogelijk maken. De nationale politie en de gemeente Den Haag hebben de handen ineengeslagen en zijn in 2014 dit project gestart. Verschillende organisaties, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL, hebben in kaart gebracht hoe burgers, gemeente en politie samen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het realiseren van een veilige leefomgeving. Dat deden zij samen met bewoners uit de Haagse wijk Bouwlust, een onderdeel van het stadsdeel Escamp. Centraal staat een systeem voor samenredzaamheid:

  • Burgers die met elkaar leefbaarheidsissues oppakken, zonder tussenkomst van derden, zoals gezamenlijk het plantsoen opruimen.
  • Burgers die, al dan niet door expliciet melding te maken, de hulp van de overheid inroepen, zoals bij overlast en verloedering of in spoedsituaties zoals bij een ongeval.
  • De overheid die burgers betrekt bij bijvoorbeeld de (heterdaad)opsporing van misdrijven.
Living-lab-experiment

Nederland. 16 november 2016. Den Haag. In de wijk Bouwlust is sinds 2014 het project BART (Burger Alert Real-Time) gelanceerd. Het moet een digitaalverbindingsmiddel zijn tussen politie, gemeente en burgers om gezamenlijk de verantwoordelijkheid te dragen voor een veilige leefomgeving. Foto: Inge van Mill

Foto: Inge van Mill

Om een systeem voor samenredzaamheid te ontwerpen hebben we deelvragen beantwoord, om daarmee toe te werken naar een proof-of-concept. Dat gebeurde met onder andere 126 interviews en 194 enqu?tes met burgers, werksessies en interviews met meer dan 100 professionals, simulaties, en prototypes. Het proof-of-concept is in een living-lab-experiment beproefd in de praktijkstraat op locatie ?De Yp? van politie-eenheid Den Haag. Bewoners uit Bouwlust en professionals van gemeente en politie speelden 3 veiligheidssituaties na: (1) een melding openbare ruimte zonder spoed; (2) een onveilige of verdachte situatie; (3) een urgente situatie met spoed. Dit artikel beschrijft de belangrijkste bevindingen. `

Geen nieuw digitaal initiatief

Voor allerlei vormen van samenredzaamheid bestaan er inmiddels verschillende initiatieven en applicaties, zowel van publieke als van private partijen. Zonder de ambitie te hebben volledig te zijn volgt hier een aantal voorbeelden. Politie en de VNG hebben bijvoorbeeld Burgernet, daarnaast gebruikt de politie Amber Alert en is de politie in enkele plaatsen via WhatsApp bereikbaar. De gemeente Den Haag gebruikt bijvoorbeeld de BuitenBeter-app en ondersteunt initiatieven zoals BuurtBestuurt en Buurtinterventieteams. Burgers gebruiken WhatsApp om elkaar op de hoogte te brengen van verdachte situaties. Andere voorbeelden zijn: dadergezocht.nl, boevenvangen.nl, SOSAlarm, VerbeterDeBuurt, ClaimJeStraat, Civilant, HartslagNu, Lokaal Alarm Systeem, en NextDoor.

In plaats van ??n burger aan de lijn, heeft de overheid nu de hele buurt aan de lijn

De uitdaging is dan ook niet het zoveelste digitale initiatief te ontwikkelen, maar verschillende initiatieven bij elkaar te brengen. Centraal staan 2 vragen: (1) Hoe zorg je voor een brede en langdurige betrokkenheid van burgers? (2) Hoe kun je als overheid in verschillende veiligheidssituaties aansluiten op de kanalen die bij burgers in gebruik zijn?

Betrokkenheid van burgers

Het is een uitdaging van alle tijden om burgers betrokken te krijgen. De toch al actieve burgers in een wijk sluiten meestal wel aan. De uitdaging is om een brede vertegenwoordiging van alle burgers te krijgen. En te houden: in de onlinewereld haken mensen sneller af dan in de offlinewereld. Er moet aan een aantal ontwerpeisen worden voldaan, blijkens ons onderzoek onder burgers. De belangrijkste daarvan staan hieronder.

  1. Ritme in een systeem; dit is belangrijk voor het opbouwen van vertrouwen en is onmisbaar voor langdurige betrokkenheid. Met een vast ritme, aansluitend op het leefritme van mensen in de buurt, kan informatie gegeven worden, bijvoorbeeld dagelijkse feedback bij incidenten en wekelijks nieuws uit de buurt.
  2. Lokale binding; het nieuws uit de buurt draagt daaraan bij. De betrokkenheid van burgers neemt toe wanneer ze niet alleen kennisnemen van (negatieve) veiligheids- en leefbaarheidsissues, maar ook concrete aanknopingspunten zien om trots op de buurt te zijn. Het kunnen zien en aanspreken van lokale professionals en hen bekende buurtgenoten, in plaats van ?de overheid? of ?de wijk?, draagt eveneens bij aan lokale binding.
  3. Flexibiliteit; iedere burger en buurt is uniek en heeft zijn eigen voorkeuren. Taalkeuze is een voor de hand liggende persoonlijke voorkeur, maar ook het soort informatie dat men wil ontvangen, de locaties waarin men interesse heeft en de instanties of personen waarmee men informatie wil delen.

Om betrokkenheid van burgers te realiseren, is het noodzakelijk bij het DNA van de buurt aan te sluiten

Om brede en langdurige betrokkenheid van burgers te realiseren is het, kortom, noodzakelijk bij het DNA van de buurt aan te sluiten: wat is het ritme in een buurt, welke iconen uit de buurt zorgen voor een gevoel van lokaliteit, welke talen en welke mate van digitalisering kent de buurt?

Explosie van informatie bij overheid

De overheid kan aansluiting vinden bij de kanalen waarmee burgers onderling informatie uitwisselen over veiligheid en leefbaarheid. Dan leidt dit echter tot een ongekende realtime-explosie van informatie (zonder wachttijden) bij dezelfde overheid. In plaats van ??n burger aan de lijn, heeft de overheid nu de hele buurt aan de lijn. Het volgens een vast protocol uitvragen van de burger om relevante informatie te krijgen is er niet meer bij. Vele burgers delen tegelijk relevante en irrelevante, soms tegenstrijdige, informatie. Spoedeisende en minder spoedeisende voorvallen lopen door elkaar.

De processen bij de overheid moeten meer ge?ntegreerd worden uitgevoerd

Op dit moment is het niet mogelijk deze enorme informatiestroom te volgen, laat staan de relevante informatie uit de kakofonie te filteren. Daarmee zou een zodanig beeld kunnen worden gevormd dat de juiste overheidspartij, afhankelijk van het soort veiligheidssituatie, tot actie over kan gaan. En dat terwijl de burger in de onlineomgeving steeds sneller optreden van de overheid verwacht. Niet alleen in spoedgevallen, maar ook bij minder spoedeisende incidenten. Afhandeling van de melding, maar ook de nazorg zoals beantwoorden van vragen en wegnemen van geruchten, vragen om een professionele webcare-aanpak.

Dit kan niet losstaan van wat er op straat wordt gedaan en verteld door professionals. De processen bij de overheid, die nu nog vaak verkokerd per organisatie zijn ingericht, moeten meer ge?ntegreerd worden uitgevoerd, juist ook tussen organisaties. Overheidsprofessionals en burgers, maar ook andere stakeholders zoals wooncorporaties, worden niet meer top-down benaderd. Zij informeren elkaar op basis waarvan ze tot handelen kunnen overgaan. En dit alles terwijl de ?oude? processen ook gewoon blijven bestaan. Voor spoedeisende incidenten blijven burgers en professionals de komende jaren bij voorkeur de 112-telefonische spraakverbinding gebruiken.

Eisen aan participatiesysteem

De overheid kan niet willekeurig op ieder (digitaal) participatiesysteem aansluiten. De overheid werkt met bepaalde normen en waarden en heeft te voldoen aan bepaalde wet- en regelgeving. Zo is er de Wet Bescherming Persoonsgegevens die regels stelt voor het verwerken van persoonsgegevens. De politie heeft specifiek te maken met de Wet Politiegegevens. Om als participatiesysteem aansluiting te kunnen vinden bij de overheid, moet dus voldaan zijn aan bepaalde juridische waarborgen. En er moeten bepaalde gedragsregels geborgd zijn om bijvoorbeeld privacyschendingen, eigenrichting, represailles, polarisatie en uitsluiting te voorkomen. Zo weten burgers waar ze aan toe zijn als ze deelnemen aan het participatiesysteem. Dan hebben ze duidelijkheid over opvolging door de overheid.

Tot besluit: BART! wordt vervolgd

BART! heeft ons tot dusver geleerd aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden als politie, gemeente en burgers via een digitaal verbindingsmiddel samen verantwoordelijkheid gaan nemen voor veiligheid en leefbaarheid. Kanteling van de organisatie, van aansturing naar integraal werken als ??n overheid samen met burgers, webcare integreren over alle kanalen, een richtlijn die de kwaliteitseisen beschrijft, flexibel aansluiten bij het DNA van een buurt, zijn grote voorwaarden. In BART! gaan we deze voorwaarden verder uitwerken en vertalen naar concrete handvatten en processen.

Mari?lle den Hengst is Lector Intelligence bij de Politieacademie en tevens verbonden aan de TU Delft, Richard Vriesde is werkzaam als Sectorhoofd Dienst Regionaal Operationeel Centrum in Den Haag, Erwin Rouwenhorst is beleidsmedewerker bij de Directie Veiligheid van de gemeente Den Haag, Arnout de Vries is adviseur bij TNO rondom social media en veiligheid, Robert van den Berg is Director Consulting Services bij CGI, Hans Arnold, werkzaam bij TIGNL, is gespecialiseerd in het faciliteren van publiek private cocreatie-projecten.

Mari?lle den Hengst, Richard Vriesde en Erwin Rouwenhorst zijn bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: M.denHengst-Bruggeling(at)tudelft.nl, Richard.Vriesde(at)politie.nl en Erwin.Rouwenhorst(at)denhaag.nl.

Bronnen: Secondant

App: mijnbuur

mijnbuur3

Mijnbuur verbindt?buren onderling en met instanties wanneer nodig

Mijnbuur is een app die je verbindt met je directe buren. Met mijnbuur kunnen we eenvoudig een beroep op elkaar doen in nood, maken we praktische hulp toegankelijk en zetten we onze inventiviteit in om onze zelfredzaamheid te vergroten.

mijnbuur4

Veiligheid: Alarmeer of waarschuw je directe buren

Het duurt gemiddeld 7,6 minuten voor de brandweer er is, 9 minuten. voor een ambulance komt en gemiddeld 12 minuten voor de politie arriveert.Via mijnbuur heb je binnen een minuut hulp van je buren.

mijnbuur5

Zelfredzaamheid:?Gericht hulp vragen of hulp aanbieden

In je profiel (sociale cv) kun je aangeven waar je buren mee kunt helpen. Zo kunnen buren makkelijk zien waarvoor zij bij jou terecht kunnen, verlagen we de drempel om te vragen, en kan vraag en aanbod sneller en effici?nter gematcht worden.?

mijnbuur6
Participatie:?Samen ergernissen oplossen

Nodig een aantal buren uit om mee te denken over een op te lossen probleem. Uniek is de koppeling met gemeente en politie, voor wanneer je hun hulp nodig hebt.

Koppeling instanties: mijnbuur zorgt voor direct contact met lokale overheid (Politie en Gemeente) en instanties, wanneer je hulp van hen nodig hebt.

Mijnbuur?zorgen voor korte lijnen en direct contact met de juiste personen. Zo gaat er geen tijd verloren aan ?kastje naar de muur? taferelen van meldingen die op verkeerde plekken terechtkomen en krijgen deze instanties een gezicht. Locale overheden kunnen suggesties van bewoners meenemen in hun beslissingen en makkelijk terugkoppeling geven aan de betrokken bewonersgroep

mijnbuur2

Relevante informatie

Vanuit Mijnbuur kun je meteen een specifieke actie en conversatie starten, gericht op een specifieke groep buren. Dit zorgt ervoor dat alle communicatie zuiver en gebundeld is en enkel bestemd is voor de juiste personen.

Mijnbuur is momenteel nog in ontwikkeling en komt binnenkort beschikbaar. Het is een initiatief van?Wendeline van Luijk samen?met?ondernemers en creatievelingen met belangrijke kennis en kunde op het gebied van psychologie, communicatie, techniek en het?opbouwen van communities. Partners zijn de stad Amsterdam, Statrup Amsterdam en Startup in Residence.

Op de website van mijnbuur kun?je op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen.?Mijnbuur is gratis voor bewoners en exploiteert geen gebruikers-informatie of -data aan commerci?le partijen, is vrij van advertenties, en is een stichting zonder winstoogmerk.

mijn-buur

Bronnen: mijnbuur.nl

Inzicht in beslisgedrag maakt dat meer burgers meedoen

Inzicht in beslisgedrag maakt dat meer burgers meedoenZelfredzaamheid is het credo in de nieuwe participatiestaat. Burgers steeds vaker het heft in eigen hand, in de online en fysieke wereld. Mensen wachten na een incident niet tot hulpdiensten ter plekke zijn maar gaan meteen zelf over tot actie, en door het internet en genetwerkte maatschappij steeds vaker ook van een (grote) afstand. Velen nemen zelf initiatieven om problemen in de wijk aan te pakken en de leefbaarheid te vergroten. Helaas ? zo stelt hoogleraar psychologische besliskunde Jos? Kerstholt van de UT en werkzaam bij TNO – geldt dat zelfredzame gedrag lang niet voor iedere burger. Ondanks dat moderne middelen als social media dit laagdrempeliger maken. Eind vorig jaar kwam?TNS NIPO?met het rapport ?Niet iedereen is toe aan de participatiesamenleving. Handreiking voor een gesegmenteerde doe-democratie-strategie.? Uit dit rapport blijkt dat een ruime meerderheid van de Nederlandse burgers bereid is anderen te helpen maar dat niet iedereen geschikt is om anderen te helpen.?Hoe zorg je ervoor dat m??r burgers het heft in eigen handen nemen? Kerstholt beantwoorde deze vraag tijdens haar intreerede. Inzicht in het menselijk beslisgedrag kan ervoor zorgen dat meer burgers meedoen: mensen hebben soms een klein zetje in de rug nodig.

Kerstholt kijkt als psycholoog vooral naar het individuele niveau ? wat zijn de basisprocessen die aan keuzegedrag en zelfredzaamheid ten grondslag liggen, wat drijft nou eigenlijk die individuele burger. Zij richt haar onderzoek voornamelijk op het domein van sociale leefbaar- en veiligheid. Kerstholt: ?Er zijn nog genoeg klussen die burgers niet willen doen. Daarnaast is het lastig mensen aan te zetten tot preventief gedrag, denk bijvoorbeeld aan de installatie van rookmelders.?

Beslissingen
Wanneer je volgens Kerstholt het beslisgedrag van burgers begrijpt, kun je ze ook beter ondersteunen. Beslissingen worden gestuurd vanuit twee verschillende systemen: een analytisch en een intu?tief systeem. Analytische beslissingen worden bewust genomen, het gaat relatief langzaam en kost veel mentale inspanning. De meeste beslissingen worden echter intu?tief genomen. Intu?tieve beslissingen verlopen snel, associatief, onbewust en gevoelsmatig. Kerstholt: ?Ons gedrag is veelal gewoontegedrag wat lastig is om met bewuste sturing te veranderen.?

Heft in eigen hand
Burgers nemen steeds vaker zelf het initiatief om de leefbaarheid in hun directe omgeving te verbeteren: zij richten buurthuizen op, onderhouden gezamenlijk de groenvoorziening en houden speeltuinen en zwembaden open die door bezuinigingen met sluiting worden bedreigd. Maar dit zelfredzame gedrag geldt niet voor elk onderwerp en niet voor elke burger. Zo willen burgers best de stoep voor hun eigen huis vegen maar is er veel minder animo voor het onderhouden van de groenvoorziening in de wijk.1?Bovendien zijn mensen in wijken waar men weinig voor elkaar doet minder bereid om zich in te zetten voor het publieke belang dan burgers in wijken waar men al veel voor elkaar doet. Om meer burgers zelfredzamer te maken is inzicht nodig in menselijk beslisgedrag.

Hoe vergroot je de zelfredzaamheid van mensen? Kerstholt noemt drie manieren. Ten eerste ontwikkelde zij met haar team een ?Serious Game?. Bij ?Serious Gaming? gaat het bijvoorbeeld om een leeromgeving die zich zowel op het analytische als intu?tieve denken richt. In het spel (soort triviant-vorm) gaan deelnemers informatie en verhalen uitwisselen. Het tweede voorbeeld betreft een keuzehulp die gebaseerd is op verhalen en videofragmenten. Kerstholt: ?Door de inzet van deze keuzehulp worden mensen zich bewust van hun motieven. Waarom willen ze graag vrijwilligerswerk doen bijvoorbeeld? Door inzet van deze keuzehulp blijken mensen beter in staat te zijn om hun eigen keuzes te maken en daar ook aan vast te houden.? Tenslotte kun je proberen bureaucratische hobbels en obstakels weg te nemen. Of je kunt proberen beter aan te sluiten bij natuurlijke neigingen van mensen. Zo zou je bij ontwerpplannen voor evacuaties rekening kunnen houden met het feit dat veel mensen vluchten via de weg waarlangs ze ook zijn binnengekomen.

Ons gedrag is veelal gewoontegedrag en daarmee lastig bewust te sturen
Beslissingen kunnen op twee manieren worden genomen: op een analytische en op een intu?tieve manier.2?De analytische manier houdt in dat alle voor- en nadelen van mogelijke opties expliciet tegen elkaar worden afgewogen. Dergelijke beslissingen worden dus bewust genomen, het gaat relatief langzaam en kost veel mentale inspanning. De meeste beslissingen komen echter niet op zo?n analytische manier tot stand, maar worden intu?tief genomen. Intu?tieve beslissingen verlopen snel, associatief (het is gebaseerd op ervaringskennis), gevoelsmatig en men is zich niet bewust van het onderliggende proces.

Ons gedrag wordt meer bepaald door intu?ties dan door analytische afwegingen. Jonathan Haidt gebruikte in dit verband de metafoor van een olifant en zijn berijder3: de olifant is het intu?tieve denken en de berijder het analytische denken. De olifant is geneigd om op zijn gevoel en ervaringskennis af te gaan en daarmee gebaande paden te volgen. De berijder kan in principe verder kijken, overziet het keuzelandschap, en kan zich bewust zijn van de kwaliteit van de verschillende paden. De olifant is echter moeilijk bij te sturen. Met andere woorden: ons gedrag is veelal gewoontegedrag wat lastig is om met bewuste sturing te veranderen.

Mensen doen pas iets als ze gevraagd worden
Daarnaast weet de berijder vaak ook niet welk pad de olifant het liefst zou bewandelen. Hij overziet weliswaar het hele landschap, maar omdat hij de wensen van de olifant niet kent, weet hij niet welk pad het beste is. Met andere woorden: we zijn ons vaak niet bewust van wat wij zelf belangrijk vinden. In het kader van actief burgerschap betekent dit dat mensen zich misschien wel voor de publieke zaak in willen zetten, maar zich niet bewust zijn van hun eigen motieven, hun eigen waarden en hun eigen rol. Gevolg is dat mensen pas iets gaan doen als ze gevraagd worden en niet kiezen op basis van eigen persoonlijke voorkeuren.

Burgers helpen keuzes te maken in vrijwilligerswerk
Om burgers te ondersteunen bij de bewustwording van hun eigen voorkeuren voor vrijwillige inzet, hebben wij een keuzehulp ontwikkeld. Het intu?tieve denken is gebaseerd op ervaring, op beelden en verhalen. Wij gebruiken daarom verhalen om mensen te helpen zich bewuster te zijn van hun keuzes. Ze krijgen korte videofragmenten te zien waarin acteurs een bepaald aspect van het vrijwilligerswerk belichten, bijvoorbeeld overwegingen als ?je hoort iets voor de samenleving te doen? of ?je kunt er iets van leren?. Als mensen zo?n verhaaltje horen, weten ze vaak direct of ze het ermee eens zijn of niet. Het roept een gevoelsmatige reactie op en geeft daarmee informatie over onbewuste voorkeuren. Hierdoor worden mensen zich bewust van wat ze kennelijk meer of minder belangrijk vinden in vrijwilligerswerk en zijn ze beter in staat om eigen keuzes te maken.4

De overheid moet het initiatiefnemers makkelijker maken
Nu kun je proberen om het gedrag van de olifant te sturen, maar je kunt ook ingrijpen in het keuzelandschap. Een voor de hand liggende manier is om ervoor te zorgen dat het gewenste pad ? eigen initiatief ? goed begaanbaar is. In de praktijk blijkt dat burgers vaak nog de nodige bureaucratische hobbels moeten nemen om hun initiatief gerealiseerd te krijgen. Deze burgers zijn dus uit zichzelf al het goede pad ingeslagen, zijn zelfredzaam, maar moeten wel over een forse dosis wilskracht beschikken om niet halverwege af te haken vanwege belemmerende regelgeving en voorschriften. De overheid moet het kortom initiatiefnemers makkelijker maken om hun idee?n ook daadwerkelijk te kunnen realiseren.

Zelfredzaamheid leidt tot minder autonomie bij de kwetsbaren
Een andere manier waarop je het landschap zo kunt veranderen dat het tot meer zelfredzaamheid leidt, is door nieuwe paden te cre?ren. Als gevolg van de bezuinigingen wordt er bijvoorbeeld een moreel app?l gedaan op burgers om meer hulp aan elkaar te verlenen. En dat is natuurlijk een mooi principe, maar uiteindelijk komt het erop neer dat juist de kwetsbare mensen, bijvoorbeeld ouderen, meer hulp uit hun sociale omgeving moeten gaan ontvangen. Deze mensen krijgen dus niet m??r autonomie maar juist minder en bovendien tast je de wederkerigheid in de relaties aan. Dit pad is dus voor veel mensen helemaal niet zo aantrekkelijk.

In Haarlem heeft men daarom een nieuw pad aangelegd. Daar hebben ze een omgeving gecre?erd ? genaamd BUUV, van buurvrouw ? waarin burgers hulp kunnen vragen en aanbieden.5?Iemand kan bijvoorbeeld via de site hulp vragen bij het onderhouden van z?n tuin of hij of zij kan aanbieden om op donderdag op kinderen te passen. BUUV stimuleert burgers dus om elkaar in het dagelijks leven vaker te helpen, en het doorbreekt de sociale normen die in traditionele netwerken als familie of wijk een rol spelen. Deelnemen is een eigen vrije keuze waardoor de drempel lager is om hulp te vragen en aan te bieden.

Deze voorbeelden laten zien dat effectieve interventies tot meer zelfredzaam gedrag leiden. Daartoe is echter wel inzicht nodig in menselijk (beslis)gedrag. Alleen als we snappen welke mechanismen aan gedrag ten grondslag liggen, zijn we in staat om aan de juiste knoppen te draaien, en kunnen we ervoor zorgen dat er geen mensen uit de boot gaan vallen en de participatiestaat ook echt voor iedereen toegankelijk is.

Jos? Kerstholt?is als bijzonder hoogleraar?Psychologische besliskunde?met bijzondere aandacht voor zelfredzaamheid?verbonden aan het onderzoeksinstituut?IGS, van de Universiteit Twente (faculteit GW, vakgroep?PCRV). De leerstoel is mogelijk gemaakt door?TNO.?Haar onderzoek richt zich op zelfredzaamheid in het fysieke veiligheidsdomein (risicoperceptie, voorbereidingsgedrag en burgerhulp) en in het sociale veiligheidsdomein (actief burgerschap, vrijwilligers).

Noten:

  1. NIET IEDEREEN IS TOE AAN DE ?PARTICIPATIESAMENLEVING??? Handreiking voor een gesegmenteerde doe-democratie-strategie.
  2. Kahneman, D. (2011).?Thinking fast en slow. New York: Farrar, Straus and Giroux.
  3. Haidt, J. (2012).?The righteous mind: Why good people are divided by politics and religion. London: Allen Lane.
  4. Kerstholt JH, Zwaard F. van der, Bart, H. & Cremers, A. (2009).?Construction of health preferences: a comparison of direct value assessment and personal narratives. Medical Decision Making, 29, 513-520.
  5. Buuv.nu

Bronnen: UTwente, Sociale Vraagstukken, TNO

De oratie van Jos? Kerstholt:

Lees ook de scriptie die Simone Uiterwijk schreef voor het IFV:

Boston bombings: social media en samenredzaamheid

Kort na de explosie

b1

De eerste dagen waren er vele voorbeelden van heldendaden, waarbij ?normale? burgers volgens de pers abnormale daden verrichten. De?bekendste?werd ?Cowboy hat hero? Carlos Arredondo die samen met de hulpdiensten de zwaargewonde Jeff Bauman na de twee explosies begeleidde.

b2

Online hulptroepen

b3

In de nasleep van de Boston Marathon aanslag bleven tientallen mensen achter zonder accommodatie en de lokale bevolking kroop online om hen via sociale media te helpen. Ook al waren hele blokken van de stad direct afgesloten door de politie, Bostonians waren druk in de weer.

Twitterhulp, zachte kussens via Facebook en Google person finder

Met ongeveer 23.000 deelnemers van over de hele wereld, is Boston een van de grootste marathons van de wereld. De ontploffing vond plaats nadat de wedstrijd 4 uur bezig was en enige tijd later was er al de Facebook-groep “Affected by the explosions at the Boston Marathon? We’re here to help“. Honderden mensen sloten zich snel aan, met berichten als:

“Als iemand behoefte heeft aan een plek om te verblijven in de buurt van Washington Square in Brookline, hebben we een bank, zachte vloeren en dekens / kussens”

of

“College student met de auto. Laat me weten als je een ritje nodig hebt”

Boston.com deed ook mee en vroeg het publiek vrije kamers aan te bieden voor mensen en de respons was overweldigend. Op Twitter waren de hashtags onder andere #helpboston?and#prayforboston?and?#runforboston. Google lanceerde wederom de “person finder” app om mensen te helpen in contact te komen met dierbaren in de nasleep van de ontploffing.