Tagarchief: helpen

Help de Wouten?!

Een onderzoek naar de meldingsbereidheid bij VVC-zaken onder de jeugd in ZeelandKim Leonard

De politie is voor de opsporing van daders van misdrijven altijd afhankelijk van de medewerking van de burger. Zonder burgers als getuige, slachtoffer of aangever is er geen opsporing mogelijk. Specifiek is het melden van criminaliteit de voornaamste vorm van burgerparticipatie. Echter, blijkt dat 66% van massaal voorkomend strafbaar gedrag niet gemeld wordt door de burger. Deze veelvoorkomende criminaliteit is hinderlijk en heeft een versterkende werking op de onveiligheidsgevoelens van burger. (Jit wetenschappelijke onderzoek blijkt dat voornamelijk jongeren achterblijven in het melden van veelvoorkomende criminaliteit, ondanks dat zij hier een zeer belangrijke rol in spelen.

Opvallend is dat jongeren wel de overtuiging hebben dat een melding bijdraagt aan het oplossen van een misdrijf en dat zo snel mogelijk contact opnemen met de politie belangrijk is (Kuppens et. al., 2016). Maar ondanks deze overtuigingen bij jongeren blijft een melding vaak achterwege en blijken jongeren vooral passieve consumenten van informatie (Ferwerda, 2015). Hierbij lijkt het vooral moeilijk om jongeren gemotiveerd en betrokken te houden.

De grootste bevorderende factor voor het vergroten van meldingsbereidheid van de jeugd, is het feit dat de jeugd zelf 00k wil participeren (van Doorn, 2017). Anders gezegd is autonome motivatie nodig om de jeugd vanuit zichzelf te laten melden op het moment dat zij een strafbaar feit ontdekken. Wanneer er sprake is van een ander type motivatie dan autonome motivatie, dient een organisatie hier 00k anders mee om te gaan. De jeugd moet dan op een andere manier benaderd en gestimuleerd worden om hen te motiveren om veelvoorkomende criminaliteit te melden. Dit kwalitatieve onderzoek is daarom gericht op de vraag in hoeverre jongeren uit de regio Oosterscheldebekken autonoom gemotiveerd zijn om veelvoorkomende criminaliteit te melden.

Vanuit de literatuur kan worden gesteld dat autonome motivatie ontstaat wanneer iemand wordt bevredigd in de psychologische basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid. 0m deze vraag te kunnen beantwoorden is daarom onderzocht of jongeren uit de regio Oosterscheldebekken zich bevredigd voelen in deze psychologische basisbehoeften. Dit gevoel is onderzocht door het afnemen van diepte-interviews. Voor het onderzoek zijn in totaal 12 jongeren in de leeftijd van 15 tot 18 jaar geinterviewd. Hierbij werd rekening gehouden met een spreiding tussen geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en woonplaats in de regio Oosterscheldebekken.

De resultaten van dit onderzoek laten zien dat de jongeren uit het onderzoek nauwelijks melding maken van veelvoorkomende criminaliteit en dat de psychologische basisbehoeften van de jongeren sterk onder druk staan. Er is dus geen sprake van autonome, maar gecontroleerde motivatie bij de jeugd in de regio Oosterscheldebekken ten opzichte van het melden van veelvoorkomende criminaliteit. Dit betekent dat jongeren een externe stimulans nodig hebben om hun intentie tot het melden te vergroten. Concreet hebben zij behoefte aan uitleg, meer binding met de politie en voldoende gelegenheid om veelvoorkomende criminaliteit op geheel eigen wijze te melden. Wanneer deze stappen worden ondernomen, zal de intentie tot het melden van veelvoorkomende criminaliteit worden vergroot.

Lees of download hier het onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425101&doc=helpdewouten-200909065829&type=d]

Bron: Politieacademie

 

Aandacht voor Burgerkracht

Een?projectgroep van veiligheidsregio Haaglanden heeft sinds september 2016 tot juli 2017 onderzoek gedaan naar burgerparticipatie, onder de naam Aandacht voor Burgerkracht. Het doel van dit onderzoek was het in kaart brengen van de wensen en kansen op het gebied van burgerparticipatie bij de incidentbestrijding in de regio Haaglanden. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke visie en praktische handvaten. Zowel de Brandweer, de GHOR en de Politie als het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing zijn hierbij betrokken.

De uitkomsten van dit onderzoek zijn op het Symposium op 13 juni gedeeld, waarvan hieronder een klein verslag met filmpje, foto-impressie en conclusies van het onderzoek.

De?documentatie is hieronder te lezen of te downloaden:

Projectdocument:

[slideshare id=77144134&doc=projectdocumentburgerparticipatie-170621143258&type=d]

Collage brainstormsessies:

[slideshare id=77144140&doc=collagebrainstormsessies-170621143302]

Literatuurstudie:

[slideshare id=77144131&doc=literatuurstudie-def-170621143255&type=d]

Expert interviews:

[slideshare id=77144130&doc=expertinterviews-conclusiesenaandachtspunten-170621143254&type=d]

Overzicht nulmeting:

[slideshare id=77144133&doc=overzichtnulmeting-170621143257]

Omgevingsanalyse visueel:

[slideshare id=77144132&doc=omgevingsanalyse-visueel-170621143256]

Evaluatie experiment:

[slideshare id=77144128&doc=evaluatieexperimentburgerparticipatie-170621143253&type=d]

Bronnen: Burgerkracht

Filmen of helpen?

In plaats van te helpen werd een meisje langs de gracht in nood dit weekend in Amsterdam eerst door omstanders gefilmd. Is filmen een eerste reflex geworden?

Op Facebook uitte de Amsterdamse politie haar verbazing. Een meisje lag zaterdag op de Groenburgwal ?al rillend van de kou, een uur langs de gracht?. Maar ??n persoon belde 112, anderen filmden alleen.

Ook bij een brand eind april, waarbij een man van het dak sprong, pakten veel omstanders de telefoon erbij en in no time waren de vlammen via Twitter te volgen. In februari reageerde een vrouw op Facebook verontwaardigd op omstanders die de gevolgen van een spoorwegongeluk met hun mobiel vastlegden.

Filmen in plaats van helpen is niet iets wat de hulpdiensten vaak meemaken, maar filmende omstanders is ze niet onbekend. Het is van deze tijd, zegt de politie. ?Je houdt het niet tegen.? Ook Ambulance Amsterdam herkent het. ?Het is een punt van aandacht, maar behalve schermen neerzetten kunnen we er weinig aan doen. Pas als de privacy in het geding is, of mensen ons voor de voeten gaan lopen, wordt het vervelend.?

De reacties op het politiebericht op Facebook zijn niet van de lucht. Misselijkmakend, noemt iemand het. Welkom in 2016, zegt een ander. De filmers zouden bovendien lafbekken zijn. Maar daar heeft het volgens neurowetenschapper Ruud Hortensius weinig mee te maken. ?Ze worden als slechte mensen bestempeld, maar ze maken op dat moment geen bewuste keuze. Hoe snel iemand helpt, is persoonlijk. Iemand met meer inlevingsvermogen zal bijvoorbeeld eerder in actie komen.?

mobile

Hortensius promoveerde op het omstandereffect: de kans op ingrijpen of hulp bieden door omstanders is kleiner wanneer de groep groter is. ?Dit is een duidelijk geval daarvan?, zegt hij over het voorval op de Groenburgwal. ?Dat mensen niet meteen te hulp schieten is helaas heel normaal. Ze zijn aan de grond genageld, iets wat voortkomt uit een gevoel van persoonlijk ongemak. Het is een emotionele reflex: bevriezen, vluchten of vechten.?

?Als er meerdere mensen op straat lopen deel je ook de verantwoordelijkheid met veel mensen?, legt VU-hoogleraar sociale psychologie Paul van Lange uit. ?Als er maar ??n iemand langsloopt, is de kans groter dat die ingrijpt. Ook hebben mensen in grote groepen sneller de neiging te denken dat het wel zal meevallen. Niemand doet immers wat.?

Waarom dan wel filmen? Het hoort bij de tijdgeest, zegt Jan van Dijk, hoogleraar nieuwe media van de Universiteit Twente. De nieuwe media maken dit gedrag mogelijk, maar het raakt ook meer in de cultuur ingebakken. ?We zijn steeds meer toeschouwer in plaats van onderdeel van een gebeurtenis. Het beeld is soms belangrijker dan de werkelijkheid die wordt gefilmd.? Eerst filmen en dan pas te hulp schieten zou daarmee te maken kunnen hebben, zegt hij. ?En waarom? Om te kunnen zeggen dat je er als eerste bij was.?

We kunnen er misschien maar beter aan wennen. Hortensius: ?Er is nog geen onderzoek naar gedaan, maar het lijkt een standaardreactie te worden, een automatisme. Zoals je je telefoon erbij pakt tijdens een verjaardag.?

Ook Van Lange noemt de behoefte te laten zien dat je ergens bij bent geweest. Al hoeft het niet altijd iets negatiefs te zijn, zegt hij. ?Het beeld kan ook als bewijs dienen en tijdens een misdrijf kan het zelfs afschrikken.?

Het wordt soms zelfs aangemoedigd. Zo luidde de slogan van een overheidscampagne: ?Pak de overvaller, pak je mobiel?, en ook de brandweer en Ambulance Amsterdam zien het nut van filmen. ?Een opname kan soms een heel goed hulpmiddel zijn.?


Het meisje werd in een ambulance nagekeken, ze bleek onderkoeld en het bleek om het vermiste meisje te gaan. Ze is teruggebracht naar de instelling.

Bronnen: Het Parool, Dagblad van het Noorden, Metronieuws, RTV Noord Holland, AD

Sociale Media helpen overheid en burger

Eind vorig jaar??stond een artikel?in TNO Time over social media in Nederland en waarom dat voor TNO een interessant onderzoekslandschap biedt. Eerder hebben we al bericht over het symposium waarin enige onderzoeken van TNO werden gepresenteerd waarin onderzocht wordt hoe online gedrag valt te voorspellen of te be?nvloeden.

?Burgers krijgen dankzij sociale media meer macht. Dat is een zekerheid.?

TNOTimesep13

Nederland loopt wereldwijd voorop in het gebruik van sociale media. En in het onderzoek naar sociale media. Als strategische partner adiviseert TNO uiteenlopende overheidsdiensten hoe ze sociale media kunnen inzetten voor opsporing, veiligheid en gedragsbe?nvloeding. En hoe de burgers hen daarbij kunnen helpen, want sociale media zijn tweerichtingsverkeer.

?In Nederland zijn we wakker geschud door de brand bij Moerdijk van januari 2011. In Belgi? ging de wekker een half jaar later af, bij het noodweer dat Pukkelpop trof. Het publiek publiceerde via Twitter foto?s, dat was handig voor de hulpdiensten. En bij Pukkelpop werd via Twitter het hulpaanbod van het publiek gekanaliseerd?, aldus ir. Arnout de Vries. Hij adviseert onder meer de politie en beschouwt sociale media, die een schat aan gegevens (kunnen) leveren, als het nieuwe DNA. Het is tevens de titel van zijn boek dat eind dit jaar verschijnt.
Daarnaast publiceert De Vries over sociale media en opsporing via het blog socialmediadna.nl. Daar zijn talloze praktijkvoorbeelden te lezen hoe de politie Facebook en Twitter strategisch kan inzetten; niet alleen als informatiebron voor opsporingsdoeleinden, maar ook om de burger actief te betrekken bij lopende zaken. Dat geldt tevens voor crisisbeheersing, zoals bij de Moerdijkbrand. De Vries: ?De politie is een informatie-organisatie, dus sociale media zouden in het DNA van elke agent moeten zitten.?
De Vries was ook betrokken bij het onderzoek naar de ?Facebookrellen? in Haren van vorig jaar september. Op YouTube is een digitale reconstructie van Project X te zien. Een belangrijk deel van zijn taak is het ?wakker schudden? van overheden: ?Bijna alle instanties zijn actief op Twitter, maar men weet niet goed wat het effect is. Hoe kan ik mijn doelgroep bereiken? Dat is belangrijker dan het hebben van veel volgers.?

Aandacht en duiding
In het gebruik van sociale media loopt Nederland wereldwijd voorop; burgers publiceren uit zichzelf veel informatie online. Internationaal is er nog weinig onderzoek gedaan naar de be?nvloeding van gedrag via sociale media. Daar houdt psycholoog prof. dr. Jan Maarten Schraagen zich mee bezig. ?Er is met betrekking tot digitale media geen gebrek aan informatie, maar een gebrek aan aandacht en duiding?, stelt hij. Schraagen onderzocht welke tweets kinderen elkaar stuurden bij het kijken naar de tv-talentenjacht Voice Kids; de inhoud van de berichten bleek minder relevant dan het netwerk van verbonden personen. Deze zomer voerde hij een onderzoek uit naar gedragsbe?nvloeding via sociale media. Een ander onderwerp van studie is community resilience ? de veerkracht van lokale gemeenschappen bij rampen. ?Burgers organiseren zichzelf en dat kan goed via sociale media. Ze worden weerbaarder tegenover bedreigingen van buitenaf.?

Onderbouwde keuzes maken
?Ik probeer internet veiliger te maken,? zegt innovatie-consultant dr. ir. Mark van Staalduinen. ?In samenwerking met verschillende overheden werken we aan nieuwe concepten voor een veiliger internet en slimmer gebruik van sociale media.? Hij houdt zich bezig met media mining, het zoeken naar essenti?le informatie in grote hoeveelheden data. ?Criminelen of terroristen zijn ook actief op internet. Zo zijn er anonieme marktplaatsen waar criminelen producten en diensten aanbieden; je kunt bijvoorbeeld een DDOS-aanval bestellen, maar ook de nieuwste virussen en malware. We detecteren nieuwe ontwikkelingen in een vroeg stadium, zodat de betrokken instanties daarop kunnen anticiperen.? Daarnaast beschouwt hij sociale media als een soort ad hoc cameranetwerk. ?We ontwikkelen een dienst om uit al dat beeldmateriaal de juiste foto te filteren.?
Van Staalduinen is tevens betrokken bij iRN (Internet Research Netwerk), een innovatief platform voor overheidsorganisaties die internet gebruiken voor onderzoek in het kader van toezicht, handhaving en opsporing. iRN heeft inmiddels ruim acht duizend gebruikers binnen overheidsinstanties. ?Op dat platform kan innovatie snel landen. We overzien de ontwikkelingen en kunnen onderbouwde keuzes maken. We verbinden technologie aan het werkveld.?

Essenti?le bron
Welke rol kunnen sociale media in de toekomst gaan spelen in relatie tot de veiligheid van de maatschappij? Van Staalduinen: ?Voor overheden wordt sociale media een essenti?le bron voor vroegtijdig signaleren van misstanden en incidenten, zowel in de digitale als de fysieke wereld.? De Vries voorziet dat politie en burgers dankzij sociale media meer gaan samenwerken. Volgens Schraagen krijgen burgers dankzij sociale media meer macht. ?Dat is een zekerheid.?

Sociale media en vaccinatie?

Jan Maarten Schraagen onderzocht hoe via sociale media twaalfjarige meisjes zijn te bewegen om zich te laten inenten tegen het humaan papillomavirus (HPV), dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Gemeten is de effectiviteit van verschillende communicatiestragie?n op sociale media, met als doel om het RIVM (Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu) meer gericht te kunnen adviseren bij de inentingscampagne van voorjaar 2014.

Bron: TNO