Tagarchief: hulp

App: Dike

Met de Dike app kun je?opvallende waarnemingen delen en daarmee de waakzaamheid en dus de veiligheid van je buurt verhogen. Het principe is eenvoudig – hoe meer mensen meedoen, hoe beter de dienst werkt. Je kunt op de hoogte blijven van signalen uit je buurt en door vroege signalering van zwakke signalen kun je erger voorkomen door in de buurt al maatregelen te nemen of waakzamer te zijn. De Duitse Dike app lijkt op wat WhatsApp buurtgroepen in Nederland ook al doen door het delen van berichten. Met deze app is het alleen ook handig op een kaartje geplaatst en kunnen mensen eenvoudiger reageren per signaal of incident.

Bekijk het filmpje:

dike3 dike2 Dike1?dike4

Bronnen: Dike, Hessenschau

Crisis Text Line

nyorker_crisis text line_7

Een meisje dat ze nooit eerder had ontmoet veranderde het leven van Nancy Lublin en dat van duizenden andere mensen. Nancy is?de CEO van DoSomething.org. Het is een van ’s werelds grootste hulporganisaties voor jongeren.?Het is groter dan de nationale padvindersorganisatie in de Verenigde Staten.?Ze communiceerden eerst via SMS, de manier van communiceren onder jongeren van een paar jaar geleden.?Ze?runden in een jaar meer dan 200 campagnes, van pindakaas inzamelen tot Valentijnskaarten maken voor ouderen die aan huis gekluisterd zijn. Ze?haalden 200.000 potten pindakaas op en meer dan 365.000 Valentijnskaarten.?Maar?ook kregeen ze?tientallen sms’jes terug die niets met pindakaas of honger of oudere mensen te maken hadden.??In plaats daarvan gingen ze over gepest worden of over verslaafd zijn aan joints. Het allerergste sms’je dat we ooit ontvingen, was: “Hij blijft me verkrachten. Het is mijn vader. Hij zegt dat ik het aan niemand mag vertellen. Bent u daar?”

Ze geloofden niet wat ze hoorden. Ze?geloofden niet dat er zulke gruwelijke dingen met iemand gebeurde en dat ze het deelden — iets dat zo intiem en zo persoonlijk was. Hier moesten ze iets mee doen en?toen werd?Crisis Text Line gelanceerd,?eerst?op kleine schaal in Chicago en El Paso — met een paar duizend mensen.?Maar na?vier maanden zaten ze op alle 295 netnummers in Amerika. Om dit in perspectief te plaatsen:?met nul marketing bereikten ze een grotere groei dan toen Facebook werd gelanceerd. Inmiddels is de dienst via diverse tekstkanalen te gebruiken zoals Twitter, WhatsApp of e-mail.?

Bekijk onderstaand filmpje voor het volledige verhaal:

Bronnen: CrisisTextLine

 

Filmen of helpen?

In plaats van te helpen werd een meisje langs de gracht in nood dit weekend in Amsterdam eerst door omstanders gefilmd. Is filmen een eerste reflex geworden?

Op Facebook uitte de Amsterdamse politie haar verbazing. Een meisje lag zaterdag op de Groenburgwal ?al rillend van de kou, een uur langs de gracht?. Maar ??n persoon belde 112, anderen filmden alleen.

Ook bij een brand eind april, waarbij een man van het dak sprong, pakten veel omstanders de telefoon erbij en in no time waren de vlammen via Twitter te volgen. In februari reageerde een vrouw op Facebook verontwaardigd op omstanders die de gevolgen van een spoorwegongeluk met hun mobiel vastlegden.

Filmen in plaats van helpen is niet iets wat de hulpdiensten vaak meemaken, maar filmende omstanders is ze niet onbekend. Het is van deze tijd, zegt de politie. ?Je houdt het niet tegen.? Ook Ambulance Amsterdam herkent het. ?Het is een punt van aandacht, maar behalve schermen neerzetten kunnen we er weinig aan doen. Pas als de privacy in het geding is, of mensen ons voor de voeten gaan lopen, wordt het vervelend.?

De reacties op het politiebericht op Facebook zijn niet van de lucht. Misselijkmakend, noemt iemand het. Welkom in 2016, zegt een ander. De filmers zouden bovendien lafbekken zijn. Maar daar heeft het volgens neurowetenschapper Ruud Hortensius weinig mee te maken. ?Ze worden als slechte mensen bestempeld, maar ze maken op dat moment geen bewuste keuze. Hoe snel iemand helpt, is persoonlijk. Iemand met meer inlevingsvermogen zal bijvoorbeeld eerder in actie komen.?

mobile

Hortensius promoveerde op het omstandereffect: de kans op ingrijpen of hulp bieden door omstanders is kleiner wanneer de groep groter is. ?Dit is een duidelijk geval daarvan?, zegt hij over het voorval op de Groenburgwal. ?Dat mensen niet meteen te hulp schieten is helaas heel normaal. Ze zijn aan de grond genageld, iets wat voortkomt uit een gevoel van persoonlijk ongemak. Het is een emotionele reflex: bevriezen, vluchten of vechten.?

?Als er meerdere mensen op straat lopen deel je ook de verantwoordelijkheid met veel mensen?, legt VU-hoogleraar sociale psychologie Paul van Lange uit. ?Als er maar ??n iemand langsloopt, is de kans groter dat die ingrijpt. Ook hebben mensen in grote groepen sneller de neiging te denken dat het wel zal meevallen. Niemand doet immers wat.?

Waarom dan wel filmen? Het hoort bij de tijdgeest, zegt Jan van Dijk, hoogleraar nieuwe media van de Universiteit Twente. De nieuwe media maken dit gedrag mogelijk, maar het raakt ook meer in de cultuur ingebakken. ?We zijn steeds meer toeschouwer in plaats van onderdeel van een gebeurtenis. Het beeld is soms belangrijker dan de werkelijkheid die wordt gefilmd.? Eerst filmen en dan pas te hulp schieten zou daarmee te maken kunnen hebben, zegt hij. ?En waarom? Om te kunnen zeggen dat je er als eerste bij was.?

We kunnen er misschien maar beter aan wennen. Hortensius: ?Er is nog geen onderzoek naar gedaan, maar het lijkt een standaardreactie te worden, een automatisme. Zoals je je telefoon erbij pakt tijdens een verjaardag.?

Ook Van Lange noemt de behoefte te laten zien dat je ergens bij bent geweest. Al hoeft het niet altijd iets negatiefs te zijn, zegt hij. ?Het beeld kan ook als bewijs dienen en tijdens een misdrijf kan het zelfs afschrikken.?

Het wordt soms zelfs aangemoedigd. Zo luidde de slogan van een overheidscampagne: ?Pak de overvaller, pak je mobiel?, en ook de brandweer en Ambulance Amsterdam zien het nut van filmen. ?Een opname kan soms een heel goed hulpmiddel zijn.?


Het meisje werd in een ambulance nagekeken, ze bleek onderkoeld en het bleek om het vermiste meisje te gaan. Ze is teruggebracht naar de instelling.

Bronnen: Het Parool, Dagblad van het Noorden, Metronieuws, RTV Noord Holland, AD

App: SAIP, Alert System To Inform Populations

Een app (iOS , Android) SAIP (Alert System To Inform Populations) moet het publiek in Frankrijk waarschuwen bij bomaanslagen, schietpartijen of andere noodsituaties. Daarnaast waarschuwt de?dienst als de veiligheidsdiensten denken dat er sprake is van acute dreiging, meldt het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken.

Naast alerts?kan de app ook uitleg geven over wat er precies aan de hand is en wat de?gebruiker moet doen om zichzelf en anderen in veiligheid te brengen.

De app?is net op tijd klaar?voor?het EK en werd in opdracht van het ministerie?ontwikkeld na de aanslagen in Parijs in 2015.?De veiligheid in het land ligt onder een vergrootglas nu het EK vrijdag begint. Er?worden honderdduizenden voetbalfans verwacht.

Geolocatie

Om alleen de mensen die echt in gevaar zijn te waarschuwen, maakt de app gebruik van de geolocatie van de smartphone-gebruiker. Maar gebruikers kunnen naast hun huidige locatie ook andere plekken kiezen waarvan zij op de hoogte willen worden gehouden. Hierdoor raakt?de batterij van de smartphone overigens wel veel sneller leeg.

saip1saip2saip3

saip5saip4

Bronnen: NOS, NRC

Beter Buren

Beterburen biedt bemiddeling aan buren die overlast van elkaar ervaren. Onze bemiddelaars ondersteunen beide buren bij het voorbereiden naar een eventueel gezamenlijk bemiddelingsgesprek onder leiding van de bemiddelaars.

Stichting Beterburen is in 2004?opgericht en?ingeschreven bij de Kamer van Koophandel?reg.nr. 34192878. Beterburen heeft een? ANBI status (Algemeen Nut Beoogende Instelling) geregistreerd onder nr. 8136.98.534. De Stichting volgt voor haar medewerkers de CAO Sociaal Werk. De circa 245 vrijwilligers en het bestuur ontvangen geen vergoeding.

Doel is burenconflicten op te lossen door buurtbewoners in Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Edam-Volendam, Landsmeer, Ouder-Amstel, Uithoorn, Wormerland en Zaandam. Voor iedere gemeente zijn de afspraken vastgelegd in een overeenkomst.

Good Governance
Beterburen vindt goed stichtingsbestuur (Good Governance) van groot belang en hanteert het Good Governancemodel Toezichthoudend bestuur van Sociaal Werk van de MOgroep. Dit model bevat normen voor goed bestuur en toezicht, transparantie, externe verantwoording en financiele beheersing. Als stichting zetten wij gemeenschapsgeld in om onze doelen te bereiken. Dit geld willen wij zo goed mogelijk besteden. Hiervoor leggen wij jaarlijks verantwoording af aan de financiers.

Bron: Beter Buren

Tussen hulp en hype: de inzet van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken

PK66

De veiligheid van het slachtoffer is de belangrijkste overweging voor OM en recherche bij de inzet van opsporingsberichtgeving bij ontvoeringszaken. Het opsporingsteam maakt voortdurend een moeilijke afweging van risico?s tegen opbrengsten van het via (sociale) media en andere openbare berichten de hulp van het publiek inroepen. Die risico?s maken recherche en OM soms terughoudend. Terugvinden van het slachtoffer is dan ook een belangrijk overgangsmoment in het gebruik van opsporingsberichtgeving; v??r en n? dat overgangsmoment wordt het met een ander doel en op andere wijze ingezet. Dat concluderen onderzoekers? Yvette Schoenmakers, Jennifer Doekhie en Jaap Knotter in een onderzoek naar ervaringen van de politie met het inzetten van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken. Dit deden de onderzoekers door acht Nederlandse ontvoeringszaken te bestuderen en te spreken met dertig respondenten van politie en justitie.

Opsporingsberichtgeving is een opsporingsmiddel in strafvorderlijke zin, waarbij via de media en andere openbare berichten de hulp van het publiek wordt ingeroepen, om voor het opsporingsonderzoek relevante informatie te verkrijgen.
Een belangrijke vraag in het onderzoek was met welk doel de berichtgeving wordt ingezet en in welke fase van het opsporingsonderzoek dit gebeurt. Ook is er gekeken naar de mogelijke risico?s en wat het middel heeft opgeleverd. Voor de politie begint een ontvoeringszaak vaak met een melding van een persoonsvermissing. Dit kan later een ontvoering blijken te zijn. Bij ontvoeringen kan gedacht worden aan een losgeldontvoering met winstoogmerk, ontvoering met ideologisch motief, ontvoering in het criminele circuit, relationele ontvoering (schaking), een ouder-kind ontvoering en ontvoeringen met een seksueel motief.

De belangrijkste overweging bij het al dan niet inzetten van opsporingsberichtgeving is de veiligheid van het slachtoffer. Andere overwegingen om al dan niet tot inzet over te gaan zijn de snelheid en het bereik van opsporingsberichtgeving, de privacy van de betrokkenen (proportionaliteit), in hoeverre er alternatieve recherchemiddelen inzetbaar zijn (in plaats van of juist in combinatie met opsporingsberichtgeving), welke tactische informatie er beschikbaar is, de nieuwswaarde van het bericht, of de zaak al door de media belicht wordt en het voorkomen van negatieve beeldvorming over de politieaanpak. Een reden om van opsporingsberichtgeving af te zien is vooral het risico dat de daders het slachtoffer wat zullen aandoen als er berichten in de media komen.
Uit de interviews blijkt dat de recherche en OM met name vanwege het veronderstelde risico voor het slachtoffer soms terughoudend zijn in het inzetten van opsporingsberichtgeving. terugvinden van het slachtoffer vormt dan ook een belangrijke ?knip? in het politieonderzoek. Opsporingsberichtgeving wordt v??r en n? dat overgangsmoment met een ander doel en op andere wijze ingezet. In de eerste fase van het onderzoek zijn de doelstellingen vooral het zoeken naar getuigen en/of informatie over het gebeurde. Na het vinden van het slachtoffer zijn er weer andere tactische doelstellingen, zoals een specifieke informatievraag betreffende bewijsmateriaal.? Uit de acht bestudeerde ontvoeringszaken is overigens niet gebleken dat opsporingsberichtgeving inderdaad een gevaar voor het leven van het slachtoffer oplevert. In de zaken waarin het slachtoffer overleed, gebeurde dit al voordat opsporingsberichtgeving werd ingezet.

De waarde van opsporingsberichtgeving is vooral gelegen in de snelheid waarmee een grote groep bereikt kan worden, of dat juist een zeer specifieke doelgroep kan worden aangesproken. Er wordt vooral een combinatie van verschillende middelen aangeraden. Sociale media worden in de praktijk als belangrijk middel gezien, waar nog meer gebruik van gemaakt kan worden. Opsporingsberichtgeving staat niet op zichzelf: het zal worden opgevolgd of gecombineerd met andere recherchemiddelen. Uit het onderzoek blijkt dat de opsporingsberichtgeving het meeste opleverde wanneer er een zeer concrete informatievraag gedaan werd, zoals betreffende een specifiek type auto met een bepaald kenteken.

Bron: Politie en Wetenschap

Online hulp bij zelfdoding

Alleen maar wat praten op social media. Is dat strafbaar??Ja, in sommige gevallen wel.

Een door zelfmoord geobsedeerde Amerikaanse verpleegkundige (illiam Melchert-Dinkel, 52 uit Minnesota) is veroordeeld voor het online helpen van Britse man (Mark Drybrough, 32 uit Coventry) om zelfmoord te plegen via een usenet groep ASH (Alt Suicide Holiday). De rechtbank kon in een andere zelfmoord zaak van de 18 jarige Nadia Kajouji met betrokkenheid van deze verdachte het bewijs niet rondkrijgen.

Melchert-Dinkel was geobsedeerd door zelfmoord en ging vaak online op zoek naar depressieve mensen.?Hij zich voordeed als een su?cidale vrouwelijke verpleegkundige, veinzde mededogen en bood stap-voor-stap instructies aan over hoe je een einde aan je eigen leven kan maken.?Hij erkende deel te hebben genomen aan ten minste 20?online chats over zelfmoord, van wie er vijf naar zijn weten ook echt zelfmoord hebben gepleegd.

Terry Watkins, de advocaat van Melchert-Dinkel, betwiste deze feiten niet maar dacht dat de client vrijuit kon gaan?onder de noemer?vrijheid van meningsuiting?”Ons argument was altijd dat wat Melchert-Dinkel deed werd beschermd als de vrijheid van meningsuiting.?We praten?zijn acties niet goed en wat hij deed is obsceen, immoreel of verdorven, maar wij hadden de indruk?dat dit werd beschermd door het eerste amendement van de Amerikaanse grondwet.”

“De verdachte heeft ofwel Drybrough of Kajouji niet fysiek geholpen bij de zelfmoord,” schreef de rechter in de uitspraak,?”Echter, er is significant bewijs dat de verdachte ??Drybrough heeft bijgestaan, en probeerde om Kajouji helpen om zelfmoord te plegen door hen te voorzien van specifieke instructies voor het uitvoeren?van de zelfmoord.”?Mr Drybrough verhing zich in 2005 en mevrouw Kajouji sprong in een bevroren rivier in 2008.

In het geval van?mevrouw Kajouji volgde dit slachtoffer niet de specifieke instructies op van Melchert-Dinkel maar koos voor een andere methode. Dus oordeelde de rechter dat Melchert-Dinkel slechts schuldig was om haar te helpen bij de zelfdoding. De moeder Elaine van de heer?Drybrough voegde toe dat de Melchert-Dinkel?”het deed voor de sensatie van de jacht,” en dit ook bevestigde en daarom niet goed te praten was.

Bronnen: Independent

 

Spoedje? 112 app!

112app

Het gebruik van de smartphone en social media voor het verbeteren van noodhulp lijkt voor de hand liggend. Immers de technologie is breed verspreid (72% van de telefoongebruikers heeft een smartphone) en de social media adoptie hoog (meer dan 95% van de jongeren gebruikt het dagelijks). Door de beschikbaarheid van locatiegegevens zijn kortere verwerkingstijden mogelijk en adequatere reactie. Er ontstaat een extra communicatiekanaal? om betrokkenen te informeren of adviseren en de hulpverleningsdiensten kunnen door ruimere informatievoorziening beter voorbereid (en ook veiliger) optreden.

De verwachtingen zijn hoog, zo blijkt ook uit onderzoek. Het Rode Kruis deed al in 2012?in de VS een onderzoek?waaruit bleek dat jongeren verwachten dat de autoriteiten een noodoproep op bijvoorbeeld Facebook oppikken.?VDMMP herhaalde dit onderzoek (zie rapport onderaan) in Nederland en ook daaruit bleken hoge verwachtingen van burgers in?het gebruik van sociale media door de hulpdiensten tijdens noodsituaties. Ook bleek dat veel mensen verwachten dat sociale media op termijn 112 gaat vervangen of daarmee gecombineerd zal worden. Uit onderzoek naar alerteringssystemen (zie onderaan dit blog) vorig jaar bleek verder dat het huidige aantal (met Amber Alert, Burgernet, NL Alert of Rijnmond Veilig) niet teveel of te weinig is en dat burgers best meer betrokkenheid wensen.?

Sinds vorig jaar is de MeldAPP ontwikkeld. Met deze 112 app kunnen burgers via berichten worden ge?nformeerd en ge?nstrueerd (handelingsperspectieven) en kunnen zij situatiefoto?s? maken en delen. De app bevindt zich momenteel nog in testfase.

In de Verenigde Staten was er al een Smart911 registratiedienst die het mogelijk maakte gegevens te koppelen aan je mobiele telefoon als naam en adres maar echt een accurate locatie kon niet meegegeven worden. Later werd er in Europa een?112Echo app ontwikkeld die in Zwitserland is getest en in Denemarken is in april 2013 een meldapp voor het publiek gelanceerd. De app geeft de locatie van de melder door en contacteert de juiste meldkamer en is positief ontvangen. In Spanje (Murcia) liet men in 2009 al zien hoe een toekomstige 112 app met moderne smartphones in de noodhulp zou kunnen betekenen:

Per 1 oktober 2015 moeten nieuwe voertuigen op basis van Europese regelgeving uitgerust worden met een zgn E-call voorziening. Onder andere autofabrikanten als BMW en Peugeot willen dergelijke toepassingen aanbieden. Voor de logistieke sector is er ook veel winst te behalen bij modernere informatievoorziening en communicatie, bijvoorbeeld bij het vervoer van gevaarlijke stoffen:

Bekijk de prezi die erover is gemaakt door Loek Pfundt?en Ben Miedema:

Of lees het artikel in Melding! van februari (pagina 16+17):

En tenslotte het onderzoek van VDMMP over de toepassing van social media bij noodhulp:

Zo lijkt de digitale melding van een “spoedje” voor burgers in nood nabij. Want wie herinnert zich nog de populaire KPN reclame uit 2007 waarin een spoedje per e-mail op de mobiel een revolutie was voor onze maatschappij en men grapte over de miscommunicatie die deze moderne vorm van communiceren zou veroorzaken? Ook met 112 roggelen we het wel…

Sociale media bij noodsituaties. Gaan social media over vijf jaar 112 vervangen?

As, N. (2012).?Sociale media bij noodsituaties. Gaan social media over vijf jaar 1-1-2 vervangen??VDMMP, Houten.

Dit rapport bevat een overzicht van de onderzoeken, de gebruikte methoden, een samenvatting van de resultaten, een vergelijking van de verschillende uitkomsten en een conclusie. Hierbij komen onder meer de volgende onderwerpen aanbod:?het plaatsen van hulpvragen op sociale media, de vraag of sociale media 1-1-2 gaan vervangen en de verwachting van burgers bij het gebruik van sociale media door de hulpdiensten tijdens noodsituaties. Het onderzoek sluit aan bij enkele recentelijke vraagstukken over de rol van sociale media bij zelfredzaamheid en het communiceren van de overheid richting burgers bij noodsituaties. Eerder deed het Rode Kruis in de VS een onderzoek waaruit bleek dat jongeren verwachten dat de autoriteiten een noodoproep op Facebook oppikken.