Tagarchief: vermist

App: PiP

De PiP-app voor iPhone en?Android maakt gebruik van gezichtsherkenningstechnologie om verloren huisdieren te herkennen en terug te vinden. Mocht uw huisdier ooit verdwaald raken, gebruik dan het PiP Alert-systeem zodat deze zo snel mogelijk weer terecht kan komen.

Foto’s van gevonden huisdieren worden geupload via de PiP-app en geanalyseerd en vergeleken met foto’s van huisdieren die als verloren zijn aangemeld. Wanneer de foto en unieke identificatiekenmerken van uw huisdier in het PiP systeem zijn geregistreerd, kan PiP snel een overeenkomst maken tussen uw verloren huisdier.

Buurtgericht zoeken
Toegang tot een gevarieerd buurten-netwerk kan helpen om uw verloren huisdier terug te brengen. Het PiP-waarschuwingssysteem van PiP stuurt een melding van uw verloren huisdier aan dierenartsen, dierenbelangen- en reddingsdiensten, PiP-abonnees en gebruikers van sociale media in uw omgeving.

Als je een beetje handig bent kun je tegenwoordig ook zelf al aan de slag met dergelijke herkenningssoftware, bijvoorbeeld om een slim kattenluikje te maken die alleen opgaat voor jouw kat. Zie onderstaande video:

https://www.youtube.com/watch?v=_ao2vJX710k

Bron: Pet Recognition

Amivedi

steun-ons

Amivedi is een stichting die zich inzet voor vermiste en gevonden huisdieren. Amivedi is een landelijke vrijwilligersorganisatie die dieren helpt opsporen en zorgt dat ze terugkomen bij hun baasjes. De organisatie is in 1933 opgericht en zet zich exclusief in voor het terugvinden van vermiste dieren en het zoeken van een eigenaar
bij een gevonden dier. Amivedi doet dit op een laagdrempelige en toegankelijke manier en verleent haar diensten volledig kosteloos. Amivedi is een afkorting van ?Amor est Iustitia Verzorging van Dieren.? Amor est Iustitia is Latijn voor liefde is gerechtigheid.

Samenwerking
Om dieren met hun eigenaar te kunnen herenigen, werkt Amivedi intensief samen met instanties als dierenasiels, de
Dierenbescherming, dierenartsen, dierenklinieken & dierenopvangcentra, regionale politiekorpsen, dierenambulances, gemeentelijke reinigingsdiensten, Rijkswaterstaat en Waterschappen.

Landelijke werking
Amivedi werkt met een landelijk co?rdinator. De landelijk co?rdinator helpt, ondersteunt en onderhoudt het contact met de 12 regionale co?rdinatoren (1 per provincie). De regionaal co?rdinator is het eerste aanspreekpunt voor de
vrijwilligers op de meldpunten in de provincie, stuurt deze aan en lost in voorkomende gevallen problemen op.
Amivedi werkt momenteel met meer dan 100 meldpunten, verspreid over het hele land, heeft een landelijk 0900-nummer en maakt voor de informatievoorziening ?n voor de registratie van de huisdieren gebruik van de website.
De organisatie ontvangt voor het realiseren van haar doelstellingen steun via donaties, legaten en vanuit de
geoormerkte loten van de Sponsor Bingo Loterij. Per 2015 telt Amivedi een achterban van circa 35.000 particuliere donateurs.

logo

Kernwaarden
Amivedi werkt vanuit een vijftal kernwaarden / uitgangspunten die altijd de leidraad zijn in het werk van de stichting.

Laagdrempelig
Leidraad voor Amivedi is een laagdrempelige organisatie blijven, door enerzijds de kosten voor bemiddeling laag te
houden en anderzijds makkelijk toegankelijk te zijn (internet, landelijk 0900-nummer).

Lokaal
Met meer dan 100 meldpunten, verspreid over alle provincies in het land, heeft Amivedi een sterk lokaal karakter.

Kosteloos
Amivedi verleent haar registratiediensten kosteloos en blijft dit ook doen. Hierom werkt Amivedi met vrijwilligers. Er is er een gironummer voor vrijwillige donaties en eenmalige giften.

Landelijk
Met ruim 100 meldpunten, verspreid over alle provincies van het land en bereikbaar via 088 nummer, email, of online, is er altijd wel een meldpunt van Amivedi in de buurt. Ook zorgt het landelijk 0900-nummer en de website voor een landelijk bereik.

Ide?el
Amivedi is een in Nederland geregistreerde stichting. Een stichting is een organisatie om een bepaald doel te
verwezenlijken. Een stichting mag winst maken, maar de uitkering hiervan moet een ide?le of sociale strekking hebben. In het geval van Amivedi komen alle opbrengsten ten goede van het herenigen van verloren of gevonden dieren met hun baasje. Ook het bestuur en stafmedewerkers krijgen voor hun inspanningen geen vergoeding.

homesweethome

Hoe werkt het?

Bekijk onderstaand filmpje:

Bronnen: Amivedi

Vermist in Mexico en zelf op zoek

foto1

Foto: Het kleine stukje bot valt nauwelijks op in het zand, maar Mario Vergara (41) weet dat hij beet heeft: “Menselijk bot, zonder twijfel”. Hij tuurt naar de bergtop, in de felle middagzon van Mezcala, een mijnstadje in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Guerrero. “Zie je die geul daar?”, wijst hij. “Daar vond ik al stukjes bot. Ze hebben op de top lichamen begraven, maar het graf was niet die

Op zoek naar je familieleden, want de politie doet het niet. Een reportage van Jan-Albert Hootsen in Trouw over de zoektocht naar verdwenen Mexicanen. Meer dan 25.000 mensen verdwenen de afgelopen tien jaar in het door drugsgeweld geteisterde Mexico. Familieleden gaan steeds vaker zelf op onderzoek uit.

Op zoek naar zijn broer, want de politie doet het niet.
Het kleine stukje bot valt nauwelijks op in het zand, maar Mario Vergara (41) weet dat hij beet heeft: “Menselijk bot, zonder twijfel”. Hij tuurt naar de bergtop, in de felle middagzon van Mezcala, een mijnstadje in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Guerrero. “Zie je die geul daar?”, wijst hij. “Daar vond ik al stukjes bot. Ze hebben op de top lichamen begraven, maar het graf was niet diep genoeg. Regenwater spoelde de botten naar beneden.”

Enkele minuten later krijgt hij de bevestiging van een forensisch onderzoeker van de PGR, het Mexicaanse federaal Openbaar Ministerie. Het is het dertigste stuk bot dat hij en zijn groepje van ongeveer twintig vrijwilligers vandaag hebben gevonden.

“Vaak zoeken we uren en vinden we niets”, vertelt hij. “Nu hadden we binnen een kwartier beet.”

Vergara zegt het zonder enthousiasme. Hij is hier, in de ruige bergen, met de overige vrijwilligers op zoek naar clandestiene graven met daarin de resten van de honderden mensen die de afgelopen jaren in dit gebied zijn verdwenen.

Schop en pikhouweel
Ze noemen zichzelf ‘Los Otros Desaparecidos’, De Andere Verdwenenen, en opereren sinds eind 2014 vanuit Iguala in het noorden van Guerrero. Iedere zondag kammen ze, slechts gewapend met schoppen en pikhouwelen, de omgeving uit. Ze krijgen anonieme tips over mogelijke graven. Vaak kloppen die; in anderhalf jaar tijd hebben Los Otros Desparecidos 145 lichamen gevonden. Als ze een clandestien graf ontdekken, geven ze het door aan de autoriteiten, in de hoop dat die verder onderzoek doen.

“Vaak gebeurt dat echter niet”, verzucht Vergara. “De politie komt hooguit met ons mee ter bescherming, maar met de resten die we vinden doen ze niets. Het Openbaar Ministerie neemt ze in ontvangst en dat is het.”

Het is die frustratie over de slecht functionerende Mexicaanse rechtsstaat die tot de oprichting van Los Otros Desaparecidos heeft geleid. De groep werd in het leven geroepen in oktober 2014, een maand nadat 43 studenten in Iguala werden ontvoerd en waarschijnlijk vermoord door een lokale drugsbende, in samenwerking met corrupte politieagenten. De tragedie schokte Mexico en veroorzaakte maanden van demonstraties in het hele land tegen drugsgeweld, corruptie en de banden tussen de lokale politiek en de georganiseerde criminaliteit.

De volkswoede gaf Vergara ook de moed om op zoek te gaan naar zijn broer Tom?s, een taxichauffeur die in juli 2012 door criminelen werd ontvoerd in Huitzuco, niet ver van Iguala. “Er zijn heel veel ontvoeringen in Huitzuco”, vertelt Vergara, in het dagelijks leven caf?houder. “Wie probeerde te weten te komen wat er met de ontvoerden was gebeurd, werd bedreigd door criminelen, of erger. Maar in de nasleep van de verdwijning van de studenten voelden we dat we eindelijk wat konden doen om onze eigen tragedie op te lossen.”

Met Vergara als gepassioneerde woordvoerder krijgt de groep nu ook navolging in andere deelstaten. In Coahuila en Sinaloa, in het noorden, en ook in de deelstaat Veracruz, aan de oostkust, waar Vergara zelf vorige maand twee weken lang enkele zoektochten co?rdineerde.

Veiligheid
Dat gaat echter niet altijd even gemakkelijk; in Veracruz kon de brigada de b?squeda, de zoekbrigade, niet zo vaak op pad als ze wilde. Volgens de politie kon de veiligheid van de zoekende familieleden wegens bedreigingen door de georganiseerde misdaad niet altijd worden gegarandeerd.

Die dreiging is re?el: in juni werd in de Veracruzaanse stad Poza Rica een man vermoord die op zoek was naar zijn verdwenen dochter. Vorig jaar augustus werd bovendien Miguel ?ngel Jim?nez Blanco, de oprichter van Los Otros Desaparecidos, doodgeschoten.

“De risico’s die de leden van de zoekbrigades lopen zijn enorm, want de georganiseerde criminaliteit wil natuurlijk niet dat de slachtoffers worden gevonden”, stelt Juan Carlos Trujillo van mensenrechtenorganisatie Enlaces.

Mario Vergara zegt dat hij en de andere leden van Los Otros Desparecidos zich niet veel van het gevaar aantrekken. “We komen weleens leden van de bendes tegen, maar we provoceren ze niet, we zijn er niet om ruzie met ze te zoeken”, zegt hij. “Bovendien: wat hebben we te verliezen? Als je zoals ik je broer kwijtraakt op deze manier … Eigenlijk zijn wij al levende doden, omdat alles wat we doen in het teken staat van het terugvinden van onze geliefden.”

In het kort
In Mexico zijn sinds 2006 meer dan 25.000 mensen verdwenen.?De meeste vermisten zijn waarschijnlijk het slachtoffer van de georganiseerde misdaad.?Overal in Mexico duiken nu groepjes burgers op die zelf naar vermisten op zoek gaan

Bronnen: Trouw

App: Refunite

REFUNITE_LOGO-TAGLINE_CMYK-01

De app Refunite brengt met een enorme database familieleden die elkaar kwijtraakten nadat ze huis en haard achter lieten weer bij elkaar.

Tijdens het maken van een documentaire ontmoetten de Deense broers David en Christopher Mikkelsen een 17-jarige Afghaanse vluchteling, die zijn familie was kwijtgeraakt. In een poging om hem te helpen spraken de broers met een paar vluchtelingen-organisaties en ze ontdekten dat er geen digitale toepassing was om al die instanties en gegevens aan elkaar te linken.

Dat moest worden geregeld, dus in 2008 lanceerden ze Refunite: een gratis mobiel platform waarop data van vermiste personen worden gematcht aan familieleden. Ze werken hiervoor samen met onder meer het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk.

Het werkt zo: wie zich registreert, krijgt een paar vragen over de vermiste persoon: woonplaats, geboortejaar, school, et cetera. Die worden door de anonieme database van Refunite gehaald (zo’n 400.000 registraties) en de gebruiker krijgt sms’jes, kan een gratis hotline bellen of de site bezoeken voor informatie over mogelijke matches.

refunite

Het is moeilijk te zeggen hoeveel precies, maar zo?n 1500 vluchtelingen zijn al herenigd met hun geliefden. En daar komen iedere maand 100 tot 150 bij.

Refunite is in veertien Afrikaanse en Midden-Oosterse landen actief, waaronder Kenya, Uganda, Somali?, and Egypte.






Bronnen: Bright, Refunite

Tussen hulp en hype: de inzet van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken

PK66

De veiligheid van het slachtoffer is de belangrijkste overweging voor OM en recherche bij de inzet van opsporingsberichtgeving bij ontvoeringszaken. Het opsporingsteam maakt voortdurend een moeilijke afweging van risico?s tegen opbrengsten van het via (sociale) media en andere openbare berichten de hulp van het publiek inroepen. Die risico?s maken recherche en OM soms terughoudend. Terugvinden van het slachtoffer is dan ook een belangrijk overgangsmoment in het gebruik van opsporingsberichtgeving; v??r en n? dat overgangsmoment wordt het met een ander doel en op andere wijze ingezet. Dat concluderen onderzoekers? Yvette Schoenmakers, Jennifer Doekhie en Jaap Knotter in een onderzoek naar ervaringen van de politie met het inzetten van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken. Dit deden de onderzoekers door acht Nederlandse ontvoeringszaken te bestuderen en te spreken met dertig respondenten van politie en justitie.

Opsporingsberichtgeving is een opsporingsmiddel in strafvorderlijke zin, waarbij via de media en andere openbare berichten de hulp van het publiek wordt ingeroepen, om voor het opsporingsonderzoek relevante informatie te verkrijgen.
Een belangrijke vraag in het onderzoek was met welk doel de berichtgeving wordt ingezet en in welke fase van het opsporingsonderzoek dit gebeurt. Ook is er gekeken naar de mogelijke risico?s en wat het middel heeft opgeleverd. Voor de politie begint een ontvoeringszaak vaak met een melding van een persoonsvermissing. Dit kan later een ontvoering blijken te zijn. Bij ontvoeringen kan gedacht worden aan een losgeldontvoering met winstoogmerk, ontvoering met ideologisch motief, ontvoering in het criminele circuit, relationele ontvoering (schaking), een ouder-kind ontvoering en ontvoeringen met een seksueel motief.

De belangrijkste overweging bij het al dan niet inzetten van opsporingsberichtgeving is de veiligheid van het slachtoffer. Andere overwegingen om al dan niet tot inzet over te gaan zijn de snelheid en het bereik van opsporingsberichtgeving, de privacy van de betrokkenen (proportionaliteit), in hoeverre er alternatieve recherchemiddelen inzetbaar zijn (in plaats van of juist in combinatie met opsporingsberichtgeving), welke tactische informatie er beschikbaar is, de nieuwswaarde van het bericht, of de zaak al door de media belicht wordt en het voorkomen van negatieve beeldvorming over de politieaanpak. Een reden om van opsporingsberichtgeving af te zien is vooral het risico dat de daders het slachtoffer wat zullen aandoen als er berichten in de media komen.
Uit de interviews blijkt dat de recherche en OM met name vanwege het veronderstelde risico voor het slachtoffer soms terughoudend zijn in het inzetten van opsporingsberichtgeving. terugvinden van het slachtoffer vormt dan ook een belangrijke ?knip? in het politieonderzoek. Opsporingsberichtgeving wordt v??r en n? dat overgangsmoment met een ander doel en op andere wijze ingezet. In de eerste fase van het onderzoek zijn de doelstellingen vooral het zoeken naar getuigen en/of informatie over het gebeurde. Na het vinden van het slachtoffer zijn er weer andere tactische doelstellingen, zoals een specifieke informatievraag betreffende bewijsmateriaal.? Uit de acht bestudeerde ontvoeringszaken is overigens niet gebleken dat opsporingsberichtgeving inderdaad een gevaar voor het leven van het slachtoffer oplevert. In de zaken waarin het slachtoffer overleed, gebeurde dit al voordat opsporingsberichtgeving werd ingezet.

De waarde van opsporingsberichtgeving is vooral gelegen in de snelheid waarmee een grote groep bereikt kan worden, of dat juist een zeer specifieke doelgroep kan worden aangesproken. Er wordt vooral een combinatie van verschillende middelen aangeraden. Sociale media worden in de praktijk als belangrijk middel gezien, waar nog meer gebruik van gemaakt kan worden. Opsporingsberichtgeving staat niet op zichzelf: het zal worden opgevolgd of gecombineerd met andere recherchemiddelen. Uit het onderzoek blijkt dat de opsporingsberichtgeving het meeste opleverde wanneer er een zeer concrete informatievraag gedaan werd, zoals betreffende een specifiek type auto met een bepaald kenteken.

Bron: Politie en Wetenschap

Doe Network

DoeNetwork

Het begon allemaal bij de case van het “tent meisje” waarin het Doe Netwerk een 30 jaar oude zaak van een onbekend meisje (een zgn. “Jane Doe“)?oploste. Hieronder die eerste zaak en daarna een andere cold case die ook werd opgelost door het indrukwekkende vrijwilligersnetwerk. In de zomer van 2014?nog werd succesvol een onge?dentificeerd lichaam aan de nog levende moeder gekoppeld die in de zaak van 46 jaar geleden haar tienerdochter uit het oog verloor.

Todd Matthews

Todd Matthews?was toen 17 en had dates met de dochter van een voormalige Kentucky oliewerker, toen hij in aanraking kwam met de mysterieuze zaak van het “tent meisje”. Deze vader had het lichaam gevonden dat in een carnaval tent gewikkeld leek te zijn, al in 1968 in de binnenlanden van Kentucky, twee jaar voordat Matthews werd geboren. Deze vader,?Wilbur Riddle, kon het moeilijk verteren dat ze nooit werd ge?dentificeerd.

Matthews, die met Riddle’s dochter trouwde in 1988, werd aangestoken in?deze obsessie en probeerde de dood van het ” tent meisjes” op te lossen. Onderzoekers waren er toen van uitgegaan dat het meisje een tiener was. Maar Matthews ontdekte bij de FBI dat de handdoek waar ze in gewikkeld was, eigenlijk een luier was. Hij dacht dat ze ouder zou kunnen zijn, en misschien zelfs een moeder was. Een heel?decennium ging hij achter allerlei ‘koude aanwijzingen’?aan. Door?het internet?kon hij veel vanuit huis met?chatrooms en digitale prikborden, op zoek naar een aanwijzing om een lichaam te identificeren.

Op een lange avond?in 1998?zag hij een bericht van een vrouw uit?Arkansas die op zoek was geweest naar haar oudere zus die vermist was sinds 1968. Met hulp van Matthews stuurde deze vrouw de informatie over haar zus naar het forensisch medisch lab van?Kentucky. DNA-onderzoek bevestigde toen dat het ’tent meisje’ Barbara Ann Hackman-Taylor moest zijn, die na haar trouwerij wat verder van haar familie kwam af te staan. Buiten medeweten van haar familie was Hackman-Taylor in Kentucky gaan wonen. Ze had een jonge dochter toen ze verdween uit het restaurant waar ze werkte in Lexington. Ze was getrouwd met een medewerker van het carnaval en was toen 24 jaar. Haar man, sindsdien gestorven, werd nooit ondervraagd over de vrouw die hij bovendien nooit als vermist had opgegeven. Het oplossen van dit mysterie deed?Matthews besluiten om lid te worden van het in oprichting zijnde?Doe Network, een digitaal?prikbord voor vermiste personen, en te helpen om?een landelijke database te koppelen met politiebronnen.

Het?Doe Network werd in 1999 opgericht en omvat nu meer dan 1.000 onge?dentificeerde personen?en meer dan 3.000 vermiste personen. Matthews hielp ook bij het opstarten van EDAN (Everyone Deserves a Name), een organisatie van vrijwilligers die zorgen voor pro bono forensische schetsen en klei reconstructies van gezichten om te helpen bij?identificaties.

“Ik heb mijn draai in het leven gevonden,” zei hij. Voor Matthews, wiens eigen broer en zus jong storven, voorziet het werk inmiddels in zijn levensbehoeften. “Ik denk niet dat ik ooit de leegtes in mijn eigen leven echt kan vullen, maar het geeft een goed gevoel om wat zaken op elkaar te plakken en op deze manier een positieve bijdrage te leveren,” zegt hij.

Carl Koppelman

De hobby van Carl Koppelman als ‘internet-detective’ begon met wat pech. Hij was ooit accountant voor Disney, maar werd plotseling werkloos in het begin?van de kredietcrisis. Maar hij kreeg er een enorme bak tijd voor terug.

In augustus 2009 las hij de krant en vond een verhaal over Jaycee Lee Dugard, een zaak over een ontvoerd meisje uit Californi? van zo’n 18 jaar geleden. De man die haar gevangen had gehouden was net gearresteerd. Hij was geschokt door de zaak en begon op het internet te zoeken naar?informatie. Hij kwam terecht op Websleuths.com, een speciaal forum voor internet detectives. Het bleek dat bezoekers van deze site de?verdwijning van Dugard al jarenlang bespraken. En hoewel Websleuths niet leidde tot de vondst van het meisje, geloofde Koppelman dat het forum wel potentieel had om andere zaken op te lossen.

“Ik las de verhalen op Websleuths en vond het?gewoon fascinerend,” zegt hij. “Hier waren alledaagse, gewone mensen op websites aan het speuren en misdaden aan het oplossen?die de??politie nooit had opgelost.”

(Thinkstock)

Gedurende de?vijf jaar daarna werd Koppelman’s interesse een obsessie. Hij is nu moderator van “The Unidentified” subforum dat zich toespitst op de?matching van ge?dentificeerde overleden personen (met gegevens uit mortuaria) met die van vermiste personen. Hij zegt tot nu toe?drie bevestigde matches te hebben gevonden, waaronder Lynda Jane Hart, wiens skelet in 1988 werd ontdekt?en pas?gekoppeld kon worden aan een vermist persoon in?2011. “De gezinnen tastten tientallen jaren in het duister, en ze kunnen moeilijk verder met hun leven totdat ze bevestiging?krijgen,” legt hij uit. “Dus ja, ik krijg veel voldoening als ik in een van deze gevallen iets kan oplossen.”

Koppelman is niet alleen. Een kleine maar toegewijde groep mensen besteed nu wereldwijd (o.a. uit Mexico, Engeland, Canada) hun vrije tijd aan het oplossen van?mysteries door in social media profielen te zoeken en online high school jaarboeken te scannen, foto’s van mortuaria te bekijken, en nog veel meer. Sommige rechercheurs?zijn dankbaar voor hun inzet, maar in sommige gevallen zijn de zelfbenoemde speurneuzen iets te dicht bij eigenrichting. Want zijn deze internet detectives altijd welwillende vrijwilligers, of zitten er ook bemoeials tussen die hier eigenlijk niet thuishoren?

Bronnen: BBC, Wikipedia, CNN,?Doe Network, SeattlePi