Tagarchief: hype

Tussen hulp en hype: de inzet van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken

PK66

De veiligheid van het slachtoffer is de belangrijkste overweging voor OM en recherche bij de inzet van opsporingsberichtgeving bij ontvoeringszaken. Het opsporingsteam maakt voortdurend een moeilijke afweging van risico?s tegen opbrengsten van het via (sociale) media en andere openbare berichten de hulp van het publiek inroepen. Die risico?s maken recherche en OM soms terughoudend. Terugvinden van het slachtoffer is dan ook een belangrijk overgangsmoment in het gebruik van opsporingsberichtgeving; v??r en n? dat overgangsmoment wordt het met een ander doel en op andere wijze ingezet. Dat concluderen onderzoekers? Yvette Schoenmakers, Jennifer Doekhie en Jaap Knotter in een onderzoek naar ervaringen van de politie met het inzetten van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken. Dit deden de onderzoekers door acht Nederlandse ontvoeringszaken te bestuderen en te spreken met dertig respondenten van politie en justitie.

Opsporingsberichtgeving is een opsporingsmiddel in strafvorderlijke zin, waarbij via de media en andere openbare berichten de hulp van het publiek wordt ingeroepen, om voor het opsporingsonderzoek relevante informatie te verkrijgen.
Een belangrijke vraag in het onderzoek was met welk doel de berichtgeving wordt ingezet en in welke fase van het opsporingsonderzoek dit gebeurt. Ook is er gekeken naar de mogelijke risico?s en wat het middel heeft opgeleverd. Voor de politie begint een ontvoeringszaak vaak met een melding van een persoonsvermissing. Dit kan later een ontvoering blijken te zijn. Bij ontvoeringen kan gedacht worden aan een losgeldontvoering met winstoogmerk, ontvoering met ideologisch motief, ontvoering in het criminele circuit, relationele ontvoering (schaking), een ouder-kind ontvoering en ontvoeringen met een seksueel motief.

De belangrijkste overweging bij het al dan niet inzetten van opsporingsberichtgeving is de veiligheid van het slachtoffer. Andere overwegingen om al dan niet tot inzet over te gaan zijn de snelheid en het bereik van opsporingsberichtgeving, de privacy van de betrokkenen (proportionaliteit), in hoeverre er alternatieve recherchemiddelen inzetbaar zijn (in plaats van of juist in combinatie met opsporingsberichtgeving), welke tactische informatie er beschikbaar is, de nieuwswaarde van het bericht, of de zaak al door de media belicht wordt en het voorkomen van negatieve beeldvorming over de politieaanpak. Een reden om van opsporingsberichtgeving af te zien is vooral het risico dat de daders het slachtoffer wat zullen aandoen als er berichten in de media komen.
Uit de interviews blijkt dat de recherche en OM met name vanwege het veronderstelde risico voor het slachtoffer soms terughoudend zijn in het inzetten van opsporingsberichtgeving. terugvinden van het slachtoffer vormt dan ook een belangrijke ?knip? in het politieonderzoek. Opsporingsberichtgeving wordt v??r en n? dat overgangsmoment met een ander doel en op andere wijze ingezet. In de eerste fase van het onderzoek zijn de doelstellingen vooral het zoeken naar getuigen en/of informatie over het gebeurde. Na het vinden van het slachtoffer zijn er weer andere tactische doelstellingen, zoals een specifieke informatievraag betreffende bewijsmateriaal.? Uit de acht bestudeerde ontvoeringszaken is overigens niet gebleken dat opsporingsberichtgeving inderdaad een gevaar voor het leven van het slachtoffer oplevert. In de zaken waarin het slachtoffer overleed, gebeurde dit al voordat opsporingsberichtgeving werd ingezet.

De waarde van opsporingsberichtgeving is vooral gelegen in de snelheid waarmee een grote groep bereikt kan worden, of dat juist een zeer specifieke doelgroep kan worden aangesproken. Er wordt vooral een combinatie van verschillende middelen aangeraden. Sociale media worden in de praktijk als belangrijk middel gezien, waar nog meer gebruik van gemaakt kan worden. Opsporingsberichtgeving staat niet op zichzelf: het zal worden opgevolgd of gecombineerd met andere recherchemiddelen. Uit het onderzoek blijkt dat de opsporingsberichtgeving het meeste opleverde wanneer er een zeer concrete informatievraag gedaan werd, zoals betreffende een specifiek type auto met een bepaald kenteken.

Bron: Politie en Wetenschap

Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen

Meijer, A.J., S.G. Grimmelikhuijsen, D. Fictorie, M. Thaens & P. Siep (2012). Politie en sociale media. Van hype naar onderbouwde keuzen. Politie en Wetenschap, Apeldoorn.

De politie maakt veel gebruik van Twitter om zaken op te lossen. Niet in alleen de grote opsporingszaken die landelijk bekend worden, maar ook in kleinere lokale zaken leveren social media de politie veel op.

Dit blijkt uit onderzoek door de Universiteit Utrecht en het Center for Public Innovation. De onderzoekers analyseerden berichten, hielden enqu?tes onder burgers en agenten en interviewden agenten. Hieruit bleek dat honderden (wijk-) agenten via social media de banden met burgers aanhalen en informatie inwinnen over grote, maar ook vaak relatief kleine misdrijven.

Albert Meijer (Universiteit Utrecht): “Ze zijn zich er goed van bewust wat ze wel of niet kunnen doen”. Beluister hier het radio interview op BNR.?

Meedenkende burgers
“Het kan gaan om een pistool dat gevonden is, waarvan de politie niet weet van wie het is, het kan gaan om wietkwekerijen, het kan gaan om een auto die is doorgereden na een ongeluk. Het is interessant dat burgers bij al die kleine gevallen in hoge mate bereid zijn om mee te denken met de politie en relevante informatie door te sturen”, zegt onderzoeksleider Albert Meijer, als hoofddocent verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Er zijn ook situaties waarin Twitter minder productief uitpakt. Meijer: “Je moet geen informatie geven over zaken die nog lopen en geen informatie over personen.” In enkele gevallen is dit volgens de onderzoeker gebeurd, maar “direct gecorrigeerd”.

Code Blauw
Volgens Meijer is het niet nodig om voorschriften te maken voor het gebruik van sociale media door agenten. “Wij zijn tot de conclusie gekomen dat dat eigenlijk nauwelijks nodig is.” Meijer wijst op het bestaan van een gedragscode, ‘Code Blauw’. “Diezelfde code, die gedachten over wat agenten wel en niet kunnen doen, kunnen ze ook heel goed toepassen op Twitter. Ze zijn zich er goed van bewust wat ze wel of niet kunnen doen.”

Uit het onderzoek blijkt dat de politie in totaal duizenden berichten per week verstuurt. Zelden zouden zulke berichten leiden tot problemen bij de opsporing of tot negatieve beeldvorming.

Bron: BNR, Universiteit Utrecht