Tagarchief: opsporingsberichtgeving

Foto’s verdachten online

geldermalsen

De politie heeft foto?s online gezet van mensen die betrokken waren bij gewelddadige protesten tegen de komst van een azc in Geldermalsen. Op de foto?s zijn de gezichten van tien relschoppers onherkenbaar gemaakt in de hoop dat de mensen zichzelf bij de politie aangeven.?”Op deze foto’s hebben we de gezichten onherkenbaar gemaakt, maar de kleding niet”, zegt een woordvoerder van de politie. “We willen mensen die zichzelf herkennen de kans geven zich alsnog bij ons te melden. Gebeurt dat niet, dan gaan we de foto’s op woensdag 27 januari ongecensureerd laten zien in het opsoringsprogramma Bureau GLD op Omroep Gelderland.”

De protestgroep ‘Geldermalsen Zeg nee tegen azc‘ keert zich?op zijn Facebookpagina tegen het publiceren van de foto’s. “Het is de omgekeerde wereld hier in Nederland”, schrijft de groep, die de?vraag stelt waarom er dan geen beelden van het politie-optreden online worden gezet.

Ruim een maand geleden bestormde een menigte?het gemeentehuis waarop de vergadering over de bouw van een azc?moest worden gestaakt.?Terwijl buiten de politie werd bekogeld met flessen, stenen en vuurwerk en agenten waarschuwingsschoten losten, werden de mensen binnen in?de raadszaal gesommeerd om naar boven te gaan?voor hun eigen veiligheid. De burgemeester toonde zich naderhand?geschokt door de gebeurtenissen.?Zo’n tachtig mensen keerden zich die avond tegen de politie. Er werden toen?veertien mensen aangehouden.

De politie wil mensen de kans geven zichzelf te melden (Video afspelen)

Het rechercheteam dat na de rellen?werd geformeerd, heeft inmiddels ‘enkele tientallen’ echte relschoppers in beeld. De?politie is naar eigen zeggen geholpen door omstanders die foto’s en filmpjes instuurden. “Het bestuderen van de vele beelden was een tijdrovend karwei. Maar we zijn erin geslaagd om het kaf van het koren te scheiden.”

“Het is een eerste stap om aan te geven dat het ons menens is”, zegt Frank de Valk van de politie Oost-Nederland. “Mensen die zichzelf herkennen krijgen zo de gelegenheid om zich vrijwillig te melden, zodat ze later als verdachte kunnen worden gehoord.”

De foto’s van verdachten die zich nu melden, worden meteen offline gehaald, zegt De Valk. “Dat voorkomt ellende in hun omgeving. De mensen op de foto’s zullen zichzelf wel?herkennen, bijvoorbeeld aan de kleding of de manier waarop je staat.”

Het is niet de eerste keer dat de politie zo?n actie onderneemt. In 2005 was het ook raak bij de rellen tussen Ajax- en Feyenoordsupporters. En in 2011 werden foto?s van rellende Feyenoordsupporters getoond op billboards in het centrum van Rotterdam. Toen heeft een aantal mensen zichzelf aangegeven.

Een nadeel van deze actie is dat het stigmatiserend werkt. Dit beeld zal altijd op internet terug te vinden zijn.

Als de daders zich niet melden, zal de politie de actie uitbreiden. Dan worden de foto?s volgende week ongecensureerd naar buiten gebracht via sociale media, regionale omroepen en uiteindelijk via het programma Opsporing Verzocht.

OM knijpt zelf ook oogje toe

Steeds meer winkeliers zijn winkeldieven zo beu, dat ze camerabeelden online zetten waar de dieven herkenbaar opstaan. Dat mogen ze niet: het is een vorm van eigen rechter spelen. Toch laat het Openbaar Ministerie de winkeliers hun gang gaan.

Winkeldief betaalt alsnog: uit angst of uit spijt?

Was het haar geweten? Of was het de angst gepakt te worden? Hoe dan ook kreeg kinderkledingwinkel MOOS Kids in Deventer alsnog het geld van een winkeldief. En er zat een briefje bij.

?Ik zit hier enorm mee. Kan er niet van slapen?, schrijft de winkeldief, die bekent de week ervoor een dure?aankleedkussenhoes te hebben gestolen. In de enveloppe zat behalve het excuus-briefje ook zestig euro.

De vraag is natuurlijk of het echt het geweten van moeder was, zoals ze zelf schrijft, of dat domweg de grond te heet onder haar voeten werd.

Nog geen 24 uur eerder had winkeleigenaresse Monika van den Beld namelijk nog op Facebook gezet dat de diefstal op camera stond ?n dat ze de dief had herkend. De foto?s van de dader had ze er bewust niet bij gezet, vertelt ze tegen RTV Oost. “Nu ben ik blij dat we het niet hebben gedaan, maar er is zeker over nagedacht.”

Bronnen: De Gelderlander, EenVandaag, NOS, RTL Nieuws

Laatste plaatsen: Seminar over burgeropsporing – De Moderne Sherlock

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een speciale seminar over online burgeropsporing.

In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen politie en OM. Diederik Greive van het OM zal optreden als dagvoorzitter op deze middag.

De onderwerpen komen vanuit drie invalshoeken; het OM, de politie en burgers.

Wilt u zich aanmelden? Ga dan naar?bit.ly/demodernesherlock.

Wees er snel bij, want het aantal plaatsen is beperkt!

ModerneSherlock uitnodiging

 

Achtergrond van de sprekers

Opening: Annemarie Jorritsma-Lebbink

Burgemeester Annemarie JorritsmaAnnemarie Jorritsma-Lebbink werd geboren op 1 juni 1950 te Hengelo (Gld.). Na het behalen van haar MMS-diploma in 1967 volgde zij in Breda de School voor Toeristische Vorming (einddiploma 1969). Vervolgens was zij werkzaam bij een reisbureau en als exportmanager. Zij was voor de VVD van 1978 tot 1989 lid van de gemeenteraad in Bolsward en van 1982 tot 1994 lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij was gedurende deze periode voor haar fractie woordvoerder voor Verkeer en Waterstaat.

Voorts was zij secretaris Provinciale Vrouwen VVD en plaatsvervangend adviesraadslid Vrouwen VVD, lid van de commissie eigen woningbezit van de stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, lid van de Raad van Bestuur van het Perscentrum Nieuwspoort, lid van de provinciale raad voor de Friese taal en cultuur “Berie foar it Frysk”, lid curatorium Thorbecke Akademie en lid van het bestuur van de Stichting Hoogbouw.

Annemarie Jorritsma-Lebbink werd op 22 augustus 1994 benoemd tot minister van Verkeer en Waterstaat in het Eerste Kabinet Kok. Op 3 augustus 1998 werd zij benoemd tot vice-minister-president en minister van Economische Zaken in het Tweede Kabinet Kok.

Vanaf 22 juli 2002 tot 29 januari 2003 was Jorritsma-Lebbink weer lid van de Tweede Kamer en van 11 februari t/m 17 augustus 2003 was ze waarnemend burgemeester van Delfzijl. Per 18 augustus 2003 is ze benoemd tot burgemeester van Almere. Op 25 maart 2014 opende zij samen met de heer Ivo Opstelten het PIT-museum.

Dagvoorzitter: Diederik Greive

Diederik GreiveDiederik Greive is Hoofdofficier bij het Openbaar Ministerie en heeft een levenslange passie voor opleiden. Sinds 1985 geeft hij les en de laatste tien?jaar treedt hij regelmatig op als procesbegeleider/ discussieleider bij workshops en evenementen. De positie bij SSR in het College van Bestuur sluit goed aan bij zijn ervaring en plezier in leren & ontwikkelen.

Na zijn rechtenstudie en raio opleiding heeft hij zich verder geschoold in creativiteit, organisatie- en bestuurskunde. Bij het OM heeft Diederik veel verschillende functies gehad. Zo is hij officier van justitie, teamleider, recherche officier en hoofdofficier geweest bij?vier verschillende parketten. Tussendoor heeft hij drie?jaar als Directeur van de Dienst Prisma gewerkt, het toenmalige organisatie- en adviesbureau van de rechterlijke macht. Zo heeft Diederik in het werk evenwicht gezocht tussen vak, organisatie en maatschappelijke functie.

Op dit moment is Diederik, naast zijn werk voor SSR, ook OM portefeuillehouder opsporingsberichtgeving, wat betekent dat hij landelijk verantwoordelijk is voor de wijze waarop media gebruikt worden om burgers te betrekken bij opsporing. Deze ervaring met media komt goed van pas bij de grote veranderingen die zich in het leren voltrekken. Als docent probeert Diederik visualisatie en interactie op te nemen in leervormen. Als bestuurder van een opleidingsinstituut hanteert hij een beeldende en interactieve stijl. Deze stijl richt zich op ontwikkeling van mens & organisatie en de verbinding met de partners in de omgeving van het opleidingsinstituut.

Spreker: Henk Bril (perspectief vanuit politie)

Volgt.

Spreker: Johan Bac (perspectief vanuit OM)

Johan-BacMr. dr. J.R. Bac (1969) is hoofdofficier van justitie?parket Midden-Nederland.?Naast zijn studie rechten haalde hij ook zijn propedeuse psychologie. Na zijn studie werkte hij vier jaar aan de VU te Amsterdam, gaf onderwijs en deed daarnaast onderzoek naar jeugd(proces)recht. Van 1998 tot 2003 werkte hij als raio bij de rechtbank in Den Bosch, het parket Utrecht en als tactisch co?rdinator bij de politie Utrecht. Van 2003 tot 2007 werkte hij als officier van justitie in Arnhem. Hij vervulde daar de functies van gebiedsofficier Nijmegen, veelplegerofficier, co?rdinerend officier frontoffice, raio-opleider,?tegenspreker en portefeuillehouder mensenhandel/-smokkel.

Vanaf 2007 werkt Johan Bac weer bij parket Midden-Nederland, aanvankelijk als rechercheofficier,?sinds maart 2010 als plaatsvervangend hoofdofficier en sinds 1 april 2011 als hoofdofficier van justitie.

 

 

Spreker:?Maurice de Hond?(perspectief vanuit burgers)

Maurice de hondIn 1971 is Maurice de Hond afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker was hij 15 jaar actief als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d?Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was Maurice de Hond in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara?s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd Maurice de Hond assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en hij directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd hij tot 1999 voorzitter van de raad van commissarissen. Van 1998 tot en met 2001 is hij CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 runt Maurice de Hond?www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. Tot slot is Maurice betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Locatie

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het seminar vindt plaats in PIT Expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

U bent van harte welkom. Wilt u zich aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Het adres is?Schipperplein 4?Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg

Save the Date: 10 februari seminar burgeropsporing in P!T Museum Almere

Save the date

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een exclusieve seminar over online burgeropsporing. In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen de?politie.?De onderwerpen komen vanuit meerdere invalshoeken; het OM, de politie, burgeropsporing en de rol van de media.

Diederik Greive van het Openbaar Ministerie?zal optreden als dagvoorzitter op deze middag en tot de sprekers behoren Maurice de Hond,?recherchebaas Henk Bril van de Nationale Politie en Johan Bac van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een rol weggelegd voor diverse burgerinitiatieven, wetenschappers, maar ook andere overheidsinstanties zoals de rijksoverheid en gemeenten.

Het seminar vindt plaats in de PIT expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

Aanvang: 13.00
Einde:?+?18.00u
Locatie: PIT Almere
Adres: Schipperplein 4, Almere

U bent van harte welkom. De bijeenkomst is gratis. Meer informatie volgt later op deze pagina.
Wilt u zich alvast aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!

Maurice de Hond geeft hieronder in het kader van de NFI themadagen digitale opsporing alvast een paar lessen mee die hij leerde uit de Deventer moordzaak:

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het PIT museum is een plek voor dialoog en ontmoeting voor professionals en het brede publiek over actuele en maatschappelijk relevante thema?s rond veiligheid. Het adres is?Schipperplein 4
Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg

Tussen hulp en hype: de inzet van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken

PK66

De veiligheid van het slachtoffer is de belangrijkste overweging voor OM en recherche bij de inzet van opsporingsberichtgeving bij ontvoeringszaken. Het opsporingsteam maakt voortdurend een moeilijke afweging van risico?s tegen opbrengsten van het via (sociale) media en andere openbare berichten de hulp van het publiek inroepen. Die risico?s maken recherche en OM soms terughoudend. Terugvinden van het slachtoffer is dan ook een belangrijk overgangsmoment in het gebruik van opsporingsberichtgeving; v??r en n? dat overgangsmoment wordt het met een ander doel en op andere wijze ingezet. Dat concluderen onderzoekers? Yvette Schoenmakers, Jennifer Doekhie en Jaap Knotter in een onderzoek naar ervaringen van de politie met het inzetten van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken. Dit deden de onderzoekers door acht Nederlandse ontvoeringszaken te bestuderen en te spreken met dertig respondenten van politie en justitie.

Opsporingsberichtgeving is een opsporingsmiddel in strafvorderlijke zin, waarbij via de media en andere openbare berichten de hulp van het publiek wordt ingeroepen, om voor het opsporingsonderzoek relevante informatie te verkrijgen.
Een belangrijke vraag in het onderzoek was met welk doel de berichtgeving wordt ingezet en in welke fase van het opsporingsonderzoek dit gebeurt. Ook is er gekeken naar de mogelijke risico?s en wat het middel heeft opgeleverd. Voor de politie begint een ontvoeringszaak vaak met een melding van een persoonsvermissing. Dit kan later een ontvoering blijken te zijn. Bij ontvoeringen kan gedacht worden aan een losgeldontvoering met winstoogmerk, ontvoering met ideologisch motief, ontvoering in het criminele circuit, relationele ontvoering (schaking), een ouder-kind ontvoering en ontvoeringen met een seksueel motief.

De belangrijkste overweging bij het al dan niet inzetten van opsporingsberichtgeving is de veiligheid van het slachtoffer. Andere overwegingen om al dan niet tot inzet over te gaan zijn de snelheid en het bereik van opsporingsberichtgeving, de privacy van de betrokkenen (proportionaliteit), in hoeverre er alternatieve recherchemiddelen inzetbaar zijn (in plaats van of juist in combinatie met opsporingsberichtgeving), welke tactische informatie er beschikbaar is, de nieuwswaarde van het bericht, of de zaak al door de media belicht wordt en het voorkomen van negatieve beeldvorming over de politieaanpak. Een reden om van opsporingsberichtgeving af te zien is vooral het risico dat de daders het slachtoffer wat zullen aandoen als er berichten in de media komen.
Uit de interviews blijkt dat de recherche en OM met name vanwege het veronderstelde risico voor het slachtoffer soms terughoudend zijn in het inzetten van opsporingsberichtgeving. terugvinden van het slachtoffer vormt dan ook een belangrijke ?knip? in het politieonderzoek. Opsporingsberichtgeving wordt v??r en n? dat overgangsmoment met een ander doel en op andere wijze ingezet. In de eerste fase van het onderzoek zijn de doelstellingen vooral het zoeken naar getuigen en/of informatie over het gebeurde. Na het vinden van het slachtoffer zijn er weer andere tactische doelstellingen, zoals een specifieke informatievraag betreffende bewijsmateriaal.? Uit de acht bestudeerde ontvoeringszaken is overigens niet gebleken dat opsporingsberichtgeving inderdaad een gevaar voor het leven van het slachtoffer oplevert. In de zaken waarin het slachtoffer overleed, gebeurde dit al voordat opsporingsberichtgeving werd ingezet.

De waarde van opsporingsberichtgeving is vooral gelegen in de snelheid waarmee een grote groep bereikt kan worden, of dat juist een zeer specifieke doelgroep kan worden aangesproken. Er wordt vooral een combinatie van verschillende middelen aangeraden. Sociale media worden in de praktijk als belangrijk middel gezien, waar nog meer gebruik van gemaakt kan worden. Opsporingsberichtgeving staat niet op zichzelf: het zal worden opgevolgd of gecombineerd met andere recherchemiddelen. Uit het onderzoek blijkt dat de opsporingsberichtgeving het meeste opleverde wanneer er een zeer concrete informatievraag gedaan werd, zoals betreffende een specifiek type auto met een bepaald kenteken.

Bron: Politie en Wetenschap

De kopschoppers van Eindhoven

In het vandaag gepresenteerde boek ?Lessen uit crises en mini-crises 2013? blikken professionals uit verschillende geledingen terug op achttien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Daaronder zijn bekende casus als de vermissing van Ruben en Julian, de brand in Leeuwarden, de dreiging van een school shooting in Leiden en de examenfraude op de Ibn Ghaldoun. Maar ook een aantal ?gekke? casus, zoals de duizend bommen en granaten in Den Helder en de huisarts uit Tuitjenhorn passeert de revue.

Crisisbeheersing anno 2013: sociale media en burgerhulp vergen improvisatievermogen
Groot was de spontane hulp na de vermissing van de broertjes Ruben en Julian; vergelijkbaar was de respons van ?058helpt? na de brand in Leeuwarden. In 2013 werden zoektochten georganiseerd om de vermiste broertjes te vinden en werd huisraad ingezameld?voor diegenen van wie de woning bij de brand verloren was gegaan. Hulp ten tijde van rampen en crises is van alle tijden; sociale media blijken daarbij een hulpmiddel, maar zijn soms ook stoorzender. ?Gedoe? rond de eigenlijke crisis, mede door de impact van sociale media en burgerhulp, vraagt vooral groot vermogen tot improviseren van de betrokken professionals.

Bij vrijwel elk van deze gebeurtenissen speelden sociale media ? soms ten positieve, maar soms ook in negatieve zin ? een rol. Vanwege berichten op sociale media ontstond een heksenjacht op ?de kopschoppers? van Eindhoven, werden bestuursleden van de pedoseksuelenvereniging Martijn belaagd, en werd in Leiden rekening gehouden met een schietincident. Tegelijkertijd zou de chaos bij de najaarsstorm zonder sociale media groter zijn geweest.

De auteurs concluderen dat bij veel casus zich ontwikkelingen voordoen, onder andere onder invloed van sociale media, waardoor bestuurlijke en operationele zaken anders verlopen dan verwacht. Dit maakt, hoewel een zekere voorbereiding natuurlijk ook nodig is, vooral het vermogen tot improvisatie cruciaal voor crisisbeheersing. Auteur en lector Crisisbeheersing Menno van Duin: ?Het gedoe rondom de gebeurtenissen neemt almaar toe. Zeker ook door de impact van sociale media. Vroeger deed je als hulpdienst gewoon je stinkende best, en dat doen ze nog steeds. Maar tegelijkertijd voltrekken zich allerlei processen waar men geen invloed op heeft. De noodzaak tot flexibiliteit en nuchterheid is daarom misschien wel de belangrijkste les om te trekken. Geen calamiteit of mini-crisis verloopt conform een vooraf uitgewerkt scenario.?

De terugblik op crises uit 2013 biedt inzicht in de bestuurlijke en operationele dilemma?s van de situaties afzonderlijk en daarmee lessen voor de crisisbeheersing. Het geeft ook aan wat verschillende gemeenschappen in 2013 zoal bezighield en hoe bestuurders en hulpdiensten hiermee omgingen. De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en de Politieacademie. Het eerste exemplaar wordt op 7 oktober aangeboden aan Henri Lenferink, burgemeester van Leiden.

Iedere dag wordt een nieuwe casus online geplaatst, en hieronder kun je de eerste lezen:

De kopschoppers van Eindhoven

kopschoppers2

Door:?Vina Wijkhuijs, Arnout de Vries, verschenen in “Lessen uit crises en mini-crises 2013” van het IFV

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?

1. Inleiding?

Op 4 januari 2013 wordt in Eindhoven een 22-jarige student door een aantal jongens in elkaar geslagen. Hij wordt daarbij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt en vervolgens bewusteloos achtergelaten. Het incident blijkt op bewakingscamera?s te zijn vastgelegd. De beelden worden door het Openbaar Ministerie (OM) vrijgegeven aan de regionale televisiezender Omroep Brabant, die ze op maandagavond 21 januari vertoont in een opsporingsprogramma. De beelden zijn schokkend en de reacties erop vinden hun weg via sociale media. Binnen enkele dagen melden de jongens zich bij de politie.

Burgerhulp bij opsporingszaken is een al langer bestaand fenomeen. Met de opkomst van sociale media zijn de mogelijkheden alleen maar toegenomen. Burgers kunnen een belangrijke rol spelen bij het oplossen van zaken, maar aan het inschakelen van burgers bij de opsporing van strafbare feiten kleven ook nadelen. In dit geval ontstond door de uitgebreide verspreiding van de beelden via sociale media een heuse klopjacht op de jongens die bij het incident betrokken waren. Daardoor nam voor hen de druk toe om zich bij de politie te melden, maar uiteindelijk kende de rechter, zowel in eerste instantie als later in hoger beroep, aan de daders een strafvermindering toe, omdat door het integraal uitzenden van de beelden hun privacy ernstig was geschaad. Daarmee staan politie en het OM voor een dilemma: Hoe in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing te (blijven) betrekken en te voorkomen dat daardoor sociale onrust ontstaat en/of de strafvervolging wordt geschaad? Eerst volgt het feitenrelaas. Aansluitend gaan we in op het dilemma. Het hoofdstuk is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, een gesprek met hoofdofficier Greive en berichten uit diverse media met daarin ook duiding door experts.

2. Feitenrelaas

Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) gaan op 4 januari 2013 een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstaat er enige irritatie, waarbij een van hen zich op enkele fietsen botviert. Een voorbijganger, een 22-jarige student uit Oirschot, zegt daar wat van. Dat schiet de jongens in het verkeerde keelgat. Ze slaan en schoppen de voorbijganger en laten hem bewusteloos achter. Het slachtoffer is er, met een zware hersenschudding en verwondingen aan kaak en mond, nog relatief goed vanaf gekomen. Van de daders ontbreekt nadien elk spoor. Het incident blijkt echter door bewakingscamera?s te zijn vastgelegd.

Op maandagavond 21 januari laat het OM de beelden van de mishandeling tonen in het opsporingsprogramma Bureau Brabant. Te zien is hoe een groepje jongens van het Stratumseind richting de Vestdijk lopen. ?Ze zijn op oorlogspad lijkt het wel?, luidt het commentaar van Omroep Brabant. Wanneer twee andere jongens die op weg zijn naar huis hun pad kruisen, wordt een van de twee omver geduwd. Hij probeert weer overeind te komen, maar krijgt rake klappen op zijn hoofd. Hij wordt vervolgens herhaaldelijk geschopt en geslagen en wordt, al bewusteloos, tegen zijn hoofd geschopt. Dan rennen de jongens weg en laten het slachtoffer alleen achter.[1]

Het filmpje wordt veelvuldig verspreid via sociale media. GeenStijl plaatst het filmpje nog diezelfde avond online. Op Facebook, Twitter en andere sociale media wordt opgeroepen om de beelden zoveel mogelijk te delen. Ook het zangduo Nick en Simon, Peter R. de Vries en enkele andere publieke figuren roepen via Twitter op om de video te verspreiden.[2] Er volgt een golf van afkeer en ongeloof. Daarnaast is er ook veel medeleven voor het slachtoffer.


De volgende dag, dinsdag 22 januari, melden twee jongens zich bij de politie in Eindhoven; zij worden direct aangehouden en vastgezet. Op woensdag 23 januari meldt een derde jongen zich. Diezelfde dag doet de persofficier van het OM via Omroep Brabant de oproep niet langer gegevens van mogelijke verdachten via internet te verspreiden, omdat dit averechts kan werken voor de uitkomst van het strafproces.[3] Donderdag 24 januari melden de vijf andere jongens zich bij de politie in hun woonplaats Turnhout.

Burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout brengt op vrijdag 25 januari een bezoek aan burgemeester Van Gijzel van Eindhoven om mede namens de Turnhoutse bevolking zijn medeleven te betuigen over het hetgeen gebeurd is. Hij laat weten dat zijn stad (met 41.000 inwoners) erg geschokt is door het geweld, maar maakt zich ook zorgen over de heksenjacht naar de verdachten op sociale media. Daar verschijnen foto’s en adressen van de verdachten en oproepen om ze aan te pakken. ?Het leeft enorm in Turnhout. Ik word zelf veel aangeklampt, gemaild, gebeld, maar zie ook allerlei reacties via de sociale media?, aldus Brentjens.[4] Op het online magazine GeenStijl zijn bij een groepsfoto de namen van zes van de acht jongens gepubliceerd.[5]

Van de drie jongens die zich bij de politie in Eindhoven hadden gemeld, wordt er ??n op 28 januari vrijgelaten, omdat hij volgens het OM niet actief aan het geweld had deelgenomen. Voor de vijf jongens die nog in Belgi? zijn, dient het OM bij de Belgische autoriteiten een uitleveringsverzoek in. Voor drie van hen wordt dat verzoek later weer ingetrokken.[6] Over het uitleveringsverzoek van de andere twee dient eerst een Belgische rechter te beslissen. In het voorjaar van 2013 bepaalt het Hof van Cassatie in Brussel dat de twee verdachten, ondanks dat zij ten tijde van de mishandeling minderjarig waren, aan Nederland mogen worden uitgeleverd.[7]

De uiteindelijk vier verdachten van de mishandeling verschijnen op 14 augustus voor de strafrechter; door het OM is hen poging tot doodslag ten laste gelegd. De rechtszaak heeft echter een iets andere uitkomst dan het OM had gedacht. De rechtbank veroordeelt weliswaar drie van de vier verdachten, maar gunt hen in hun veroordeling een strafkorting van twee maanden, omdat volgens de rechtbank het OM bij het vrijgeven van de beelden niet de juiste afweging heeft gemaakt. Door het vrijgeven van de beelden is volgens de rechtbank de privacy van de jongens ernstig geschaad.[8]

Tegen de uitspraak in de zaken van twee daders (de hoofdverdachten) stelt het OM hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Bosch. Op 11 december 2013 doet het gerechtshof uitspraak: aan ??n dader wordt een iets hogere straf opgelegd, maar het gerechtshof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat voor beide daders een strafkorting van twee maanden passend is. Volgens het gerechtshof had het OM minder zware middelen (dan het volledig tonen van bewakingsbeelden) kunnen inzetten om de daders op te sporen.
Door het OM is na deze uitspraak cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Daarin staat niet meer de veroordeling van de daders centraal,[9] maar de vraag of het gerechtshof, met het toekennen van een strafvermindering van twee maanden, aan de schending van de privacy van verdachten de juiste consequenties verbonden heeft. Op het moment van schrijven, moest de uitspraak in cassatie nog volgen.

3. Dilemma

De politie en het OM doen al jaren bij de opsporing van strafbare feiten een beroep op burgers. Aangezien dit voornamelijk via de media gebeurt, biedt de opkomst van sociale media nieuwe mogelijkheden. Een bericht op Twitter of YouTube waarin de politie om tips vraagt over bijvoorbeeld een overval of inbraak, is allang geen unicum meer, maar eerder dagelijkse praktijk. Ook het aantal burgers dat via Amber Alert, NL-Alert of Burgernet van een vermissings- op opsporingszaak op de hoogte gebracht wil worden, is groeiende. Aan sociale media zijn voor de opsporingspraktijk echter ook nadelen verbonden. Niet alleen verschijnen op sociale media allerlei berichten waaruit een re?le dreiging zou kunnen spreken en die daarom door de politie wel moeten worden gemonitord (alleen al op Twitter worden per dag 35.000 meer of minder ernstige bedreigingen geuit).[10]

Daarnaast kan een officieel opsporingsbericht door de uitgebreide mogelijkheden van sociale media ongewenste effecten tot gevolg hebben, bijvoorbeeld een inbreuk op de privacy of bedreiging van personen of zelfs eigenrichting. Na de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven werd door de actieve verspreiding van informatie over de verdachten de privacy van personen zodanig geschaad dat dit voor de rechter reden was aan de daders een strafvermindering toe te kennen. De vraag is hoe met dit soort mogelijke effecten van opsporingsberichtgeving om te gaan? Het dilemma dat hier centraal staat is: Hoe kunnen het OM en de politie in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing blijven betrekken en tegelijkertijd voorkomen dat dit tot maatschappelijke onrust leidt die de strafvervolging schaadt?In het nu volgende wordt hier op ingegaan.

4. Analyse

Opsporingsberichtgeving en strafvervolging

Het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere informatie over delicten met als primair doel de hulp van het publiek in te schakelen bij het oplossen van deze zaken, wordt opsporingsberichtgeving genoemd (Van Erp, 2012). Een klassieke vorm van opsporingsberichtgeving zijn de korte, urgente politieberichten, waarin aan de hand van een signalement van een vermist persoon of slachtoffer van een geweldsdelict het publiek om nadere informatie wordt gevraagd. Ook het AVRO-programma Opsporing Verzocht is een bekend voorbeeld. Het programma dat inmiddels al zo?n dertig jaar bestaat, trekt nog steeds ruim een miljoen kijkers per uitzending. Door Van Erp et al. (2012) is de bijdrage van dit programma aan de oplossing van opsporingszaken onderzocht. Uit hun onderzoek bleek dat het uitzenden van een opsporingsbericht Opsporing Verzocht de kans op het oplossen van een zaak verhoogt van ongeveer 25 naar 40 procent.[11] Een goed bekeken uitzending van het programma Opsporing Verzocht kan dus een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing van een zaak. Wat de bijdrage van regionale opsporingsprogramma?s in deze is, is vooralsnog niet onderzocht.

Zonder de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven in het opsporingsprogramma van Omroep Brabant waren de daarbij betrokken jongensnaar alle waarschijnlijkheid niet aangehouden. De verdachten waren bij de politie niet bekend en daarom werd de hulp van het publiek ingeschakeld. Voor de mishandeling zijn uiteindelijk drie jongens veroordeeld. Zij kregen jeugddetentie opgelegd vari?rend van zes tot tien maanden. De rechter kende echter, ook in hoger beroep, aan de jongens een strafvermindering toe. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat een strafvermindering van toepassing was, mede vanwege de buitengewoon grote media-aandacht voor de uitgezonden beelden en de gevolgen die dit voor de verdachten en hun familie heeft gehad.

?De verdachten zijn door bekende en onbekende personen benaderd. Hun namen, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Ze zijn op straat herkend en tot in hun woning achtervolgt. Ze zijn hun opleiding of hun werk kwijtgeraakt. Ze zijn bedreigd?, aldus de rechtbankvoorzitter. [12]

De rechtbank achtte de privacy-schending verwijtbaar aan het OM, omdat toestemming was gegeven de beelden integraal uit te zenden en op internet te plaatsen, terwijl te voorzien was dat de beelden ook door andere omroepen zouden worden gebruikt en (onder andere) op YouTube en Facebook zouden worden geplaatst. Het Gerechtshof Den Bosch bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat met het integraal uitzenden van de camerabeelden de privacy van de verdachten onnodig vergaand was geschonden. Er had (conform de eis van subsidiariteit) door het OM gezocht moeten worden naar ?voor de verdachten minst ingrijpende opsporingsmiddelen.? Volgens het gerechtshof had in deze zaak voor een minder zwaar opsporingsmiddel gekozen kunnen worden, zoals het tonen van ?stills? (stilstaande beelden uit de opname).[13]

Proportionaliteit en subsidiariteit

Volgens de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het College van Procureurs-Generaal dient het OM bij de beslissing om al dan niet van opsporingsberichtgeving gebruik te maken altijd een afweging te maken tussen enerzijds de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en anderzijds de persoonlijke levenssfeer van verdachten, slachtoffers en getuigen. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is zowel een grondrecht (art. 10 Grondwet) als een mensenrecht, omschreven in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bij het gebruik van opsporingsberichtgeving hoort het OM daarom nadrukkelijk rekening te houden met ?het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het internet en de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde berichtgeving zich niet zonder meer laat verwijderen of herroepen? (zie par. 4.4 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving). De zwaarte van het in te zetten middel moet in verhouding staan tot het beoogde doel (proportionaliteit); hierbij speelt ook de ernst van het delict een rol. Voor opsporingsonderzoek naar verdachten die niet bij de politie bekend zijn, is bijvoorbeeld opsporingsberichtgeving pas toegestaan als het een delict betreft waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd. Voor de mishandeling in Eindhoven was dit het geval. Daarnaast hoort het middel pas te worden ingezet als een eventueel lichter middel niet tot voldoende resultaat heeft geleid of zal kunnen leiden (subsidiariteit). Naar het oordeel van de rechter was aan dit vereiste niet voldaan en had met een andere, lichtere, vorm van opsporingsberichtgeving kunnen worden volstaan.[14]

In deze zaak heeft het OM de rechter er dus niet van weten te overtuigen waarom de beelden van de bewakingscamera?s integraal zijn uitgezonden. De motivatie van het OM was, dat daar bewust voor was gekozen vanwege de ernst van de zaak, aldus de hoofdadvocaat-generaal van het Ressortparket Den Bosch, dat namens het OM de strafzaak in hoger beroep behandelde.[15] Eerder, na de uitspraak van de rechtbank in augustus 2013, lichtte de landelijk persofficier het standpunt van het OM als volgt toe:

?We hebben ons afgevraagd of we hetzelfde resultaat zouden krijgen met minder ingrijpende opsporingsmethoden en kwamen tot de conclusie dat dat niet kon (? ). Onze ervaring is dat naarmate de beelden intenser en ingrijpender zijn de bereidheid bij het publiek groter is om ons te helpen. Het is alleen nu moeilijker om in te schatten wat het effect van het vrijgeven van de beelden is.’ [16]

Behalve dat het OM naar het oordeel van de rechter een lichter vorm van opsporingsberichtgeving had kunnen inzetten, had het OM in deze zaak ook een vormfout gemaakt, die door de rechter werd meegewogen in het oordeel over de strafmaat. De beslissing tot het uitzenden van de beelden was niet door de hoofdofficier van justitie genomen, zoals in de Aanwijzing opsporingsberichtgeving is voorgeschreven, maar feitelijk door een officier van justitie in opleiding.

Reacties van het publiek

De vraag waar ook het OM voor staat, is in hoeverre de reacties van burgers op opsporingsberichten zijn te voorzien en hoe met onvoorziene reacties om te gaan. In deze casus volgde na de uitzending van de beelden een golf aan verontwaardigde reacties en oproepen om de daders op te sporen. Al na een dag verscheen op internet een groepsfoto van de verdachten; op het online magazine GeenStijl werden daarbij de namen van zes van de acht jongens vermeld. Het naming and shaming was begonnen. De jongens die op het filmpje te zien waren, ondervonden daarvan de gevolgen. Werd eerst gesproken over de ?acht van Eindhoven?, na hun aanhouding raakte de term ?kopschoppers? in zwang. Dat woord werd zelfs door Van Dale genomineerd om als woord van het jaar 2013 te worden verkozen. Het woord ?kopschopper? legde het uiteindelijk af tegen ?selfie?, maar is desalniettemin in het woordenboek opgenomen als ?een geweldpleger die zijn slachtoffer (zwaar) lichamelijk letsel toebrengt door deze tegen het hoofd te schoppen, ook als hij of zij al (gewond en/of hulpeloos) op de grond ligt.?

Met de term ?kopschoppers? werd niet alleen uitdrukking gegeven aan de ernst van het incident, maar ook de situatie zogezegd ?geframed?. De aangehouden jongens werden in de media als ?kopschoppers? aangesproken en daarmee bij voorbaat schuldig bevonden. Of alle acht jongens die op de beelden te zien waren ook daadwerkelijk geweld hadden gepleegd, stond op dat moment echter nog niet vast. Een ander gevolg van het naming and shaming was dat ook een naamgenoot die niets met het incident te maken had, werd bedreigd.[17]

In NRC Handelsblad stelde universitair docent strafrecht Kwakman dat het OM, door burgers bij de opsporing te betrekken, tot op zekere hoogte verantwoordelijk is voor de ?dynamiek? die daarna onder burgers ontstaat. ?Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan?, aldus Kwakman,[18]?en hij gaf daarbij als voorbeeld de casus van Winschoten, waar de politie in 2012 op zoek was naar een pyromaan:

?De politie betrok de burgers. ?Wees oplettend?, zei ze. Daar is op zich niets mis mee. Maar burgers kunnen zo?n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.?[19]

Hoofdofficier van justitie Greive, die binnen het OM verantwoordelijk is voor de manier waarop de media worden ingezet, stelde zich in hetzelfde artikel op het standpunt dat het OM niet verantwoordelijk is voor de klopjacht die na de uitzending van het opsporingsprogramma ontstond. Het OM houdt in de opsporingsberichtgeving rekening met een mogelijke inbreuk op de privacy van personen. Beelden van omstanders en ook slachtoffers worden daarom veelal onherkenbaar gemaakt. Als een opsporingsbericht echter niet door het publiek wordt opgepakt, mist het zijn doel. Een opsporingsbericht zal daarom altijd voldoende aandachttrekkend alsook aandachtrichtend moeten zijn. Wat het uiteindelijke ?media-effect? van een opsporingsbericht is, blijft evenwel moeilijk te voorspellen, aldus Greive.

Voor beide argumenten valt natuurlijk iets te zeggen. Het OM zal (ook gezien de uitspraak van de rechter) in haar opsporingsberichtgeving met de reactie van het publiek rekening moeten houden, maar geheel voorkomen dat anderen de zaak op de spits drijven kan het niet. Daarvoor zijn de krachten van sociale media te onvoorspelbaar. Over de storm aan reacties na de uitzending van de beelden was ook het OM enigszins verbaasd.[20] De beelden werden op sociale media veelvuldig geraadpleegd en gedeeld. Zowel enkele prominente Nederlanders als online forums speelden hierbij een rol.

Dat in dit geval de beelden van de mishandeling zulke heftige emoties opriepen, kwam echter ook door het commentaar van Omroep Brabant bij het filmpje. Met frases als ?Ze zijn op oorlogspad, lijkt het wel? en ?Nog is het niet genoeg? was dat van een geheel andere toon, dan die we van het programma Opsporing Verzocht gewend zijn. Met een ander commentaar bij de beelden (bijvoorbeeld: uiteindelijk is het wel goed afgelopen) en een meer nauwgezette selectie van beeldmateriaal waren de reacties van het publiek mogelijk minder heftig geweest, maar dat valt niet met zekerheid te zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die er een ?sport? of soms hun beroep van maken om daders van strafbare feiten op te sporen. We spreken dan alleen niet meer van burgerparticipatie, maar van burgeropsporing (zie hierna).

Afstemming met burgemeesters

Voor situaties waarin naar aanleiding van een opsporingsbericht maatschappelijke onrust dreigt te ontstaan, is ook de opmerking van burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout van belang. Naar zijn mening zouden burgemeesters (meer) betrokken moeten worden bij de opsporingsberichtgeving, zodat zij vooraf kunnen inschatten wat een opsporingsbericht in hun gemeente teweeg kan brengen.[21]?In dit geval was echter bij de politie en het OM de identiteit en ook de woonplaats van de jongens niet bekend en was dit juist reden de beelden te vertonen. Vooraf contact opnemen met de burgemeester van de eventuele woonplaats dus was feitelijk onmogelijk.

De situatie waar burgemeester Brentjens evenwel mee te maken kreeg, was een situatie van maatschappelijke onrust. Inwoners uit zijn gemeente waren geschokt over wat er in Eindhoven was gebeurd en ook hoe daarop werd gereageerd. Vanwege de klopjacht op de vijf jongens uit Turnhout werd zelfs door de Belgische politie bij hun woningen gepatrouilleerd.[22] Brentjens bracht daarom een bezoek aan burgemeester Van Gijzel om, mede namens de Turnhoutse bevolking, zijn medeleven met het slachtoffer over te brengen en zijn ontsteltenis over de ontstane situatie te uiten. Na afloop van hun overleg gaven beide burgemeesters een korte persverklaring, waarin zij opriepen de hetze tegen de verdachten te staken en te vertrouwen op de strafrechtelijke afhandeling van de zaak.[23]

Met hun oproep hoopten zij dat de rust in hun gemeenten zou terugkeren.

Burgemeester Van Gijzel werd overigens enkele dagen later wel ge?nformeerd over het voornemen van het OM om opnieuw beelden van een mishandeling (in Oosterhout) vrij te geven. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de burgemeester lieten op 28 januari 2013 een gezamenlijke verklaring uitgaan, waarin zij aankondigden dat er ? ondanks de commotie over het filmpje van de mishandeling aan de Vestdijk in Eindhoven – opnieuw beelden van een mishandeling zouden worden uitgezonden in het opsporingsprogramma Bureau Brabant.[24] Die uitzending leidde nauwelijks tot commotie en leverde een groot aantal tips op. Maar ook in deze zaak werd het OM later door de rechter zogezegd op de vingers getikt en aan de verdachten een strafvermindering toegekend. Omdat de politie in deze zaak al verdachten op het oog had, had de politie eerst de verdachten zelf met de camerabeelden kunnen confronteren, alvorens over te gaan tot uitzending in het opsporingsprogramma, aldus de rechter.[25]

Van burgerparticipatie naar burgeropsporing

Wanneer via opsporingsberichtgeving de hulp van het publiek wordt ingeroepen voor de opsporing van verdachten van misdrijven ligt het initiatief, en daarmee in principe ook de regie, bij het OM en de politie. Deze casus toont hoe lastig het is om in het huidige media-tijdperk die regie te voeren. Na uitzending van de beelden van de mishandeling in Eindhoven namen burgers het initiatief over; eigenrichting lag op de loer.

Bij burgeropsporing gaat het om acties als het observeren en horen van mensen, het opvragen van gegevens, en het gebruik van verborgen camera?s. Het zijn rechercheactiviteiten waaraan voor de politie, wil zij die kunnen uitvoeren, voorwaarden verbonden zijn (voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris, verplichting tot nauwkeurige verslagleggen en dergelijke). Voor burgers zijn dergelijke voorwaarden niet opgesteld, wat niet wil zeggen dat ?alles maar mag, zolang het aan de opheldering van misdrijven bijdraagt?.[26] Ook als burgers informatie over (vermeende) verdachten verzamelen en verspreiden, is dat aan privacy-normen gebonden. Lastig in het huidige media-tijdperk is wel dat eenmaal gepubliceerde informatie die onjuist blijkt en/of de privacy van personen schaadt, al binnen korte tijd ? via bijvoorbeeld een retweet of een reactieveld op een site – onder velen kan zijn verspreid. Menigeen verschuilt zich dan achter het excuus niet ?de bron? van de informatie te zijn.

Er bestaan tegenwoordig meerdere particuliere websites waarop informatie over verdachten van misdrijven te vinden is (zie Van Erp, 2011). Boevenvangen.nl biedt bijvoorbeeld naast een overzicht van alle uitstaande opsporingsberichten ook een iphone-app waarmee de gebruiker een attendering krijgt als hij zich op een locatie bevindt waar een delict is gepleegd. Daardoor krijgen delicten die vaak niet meer dan lokale aandacht genieten een landelijk bereik. De website is bovendien recent een samenwerking met SBS6 aangegaan: in april 2014 zond de omroep de eerste aflevering van het misdaadprogramma Boeven Vangen uit.[27]

GeenStijl roept op zijn beurt bezoekers op om zelf op zoek te gaan naar de verdachten en ?namen en rugnummers? te leveren. Met slogans als ?herken ze allemaal? en ?tijd gaat nu in? activeert GeenStijl de bezoeker als het ware tot ?een jacht op de dader? (Van Erp, 2011). Hoewel de toon verschilt, zijn de motieven van de site vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld misdaadverslaggever Peter R. de Vries, wiens interventies de afgelopen jaren tot de oplossing van enkele geruchtmakende moordzaken en tot de invrijheidstelling van onschuldig veroordeelde burgers hebben geleid. Bekend is ook zijn televisie-uitzending over Joran van der Sloot, waarin met verborgen camera?s opgenomen gesprekken werden getoond.

Voor het opnemen en uitzenden van beelden is tegenwoordig geen eigen televisieprogramma meer nodig. Vrijwel iedereen kan vrij eenvoudig foto?s of een filmpje op internet plaatsen, zonder een weloverwogen afweging te maken waar het OM aan gehouden is. Die beelden zullen bovendien visueel eerder van een betere kwaliteit zijn dan die van bewakingscamera?s die doorgaans door het OM worden gebruikt. Het is vervolgens voor burgers een kleine stap om via sociale media een netwerk te mobiliseren om een zaak ?op te lossen?.

De politie en het OM hebben dus al lang niet meer het monopolie op het verzamelen en verspreiden van informatie over verdachten van misdrijven. Buurtonderzoek vindt nu ook online door burgers zelf plaats. Inmiddels zijn er op YouTube al tal van beelden te vinden van particuliere bewakingscamera?s waarop verdachten van een diefstal of inbraak te zien zijn, gepubliceerd door winkeliers, tankstationhouders of burgers (Van Erp, 2011). We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkelingen en onduidelijk is nog wat de mogelijke gevolgen hiervan kunnen of zullen zijn.

5. Afronding

Bij de zware mishandeling in Eindhoven op 4 januari 2013 waren minderjarige jongens betrokken die, onder invloed van alcohol, kennelijk niet beseften wat zij feitelijk deden. Het was deels toeval dat het incident plaatsvond op een hoek van een straat die binnen het bereik van een bewakingscamera lag. Er waren daardoor beelden met het hele verloop van het incident vastgelegd.

De zaak van de ?kopschoppers? van Eindhoven toont hoeveel moeite het OM en de politie hebben om de krachten van sociale media in te schatten en, waar nodig, in bedwang te houden. Nadat – twee dagen na de uitzending van de beelden – drie verdachten zich bij de politie hadden gemeld (en ook de andere verdachten bekend waren), deed het OM een dringende oproep om niet langer informatie over de verdachten via internet te delen. Een oproep die enkele dagen later door de burgemeesters van Eindhoven en Turnhout werd herhaald, om een einde te maken aan de sociale onrust in hun gemeenten.Het bleek tevergeefs. Met de term ?kopschoppers? was de toon gezet en werd de klopjacht op de verdachten voortgezet.

De opsporingsberichtgeving had in deze casus desondanks een positief effect in de zin dat de verdachten zijn aangehouden en konden worden berecht. De beelden van de mishandeling leidden echter ook tot reacties jegens de verdachten (en derden!), die hun privacy in ernstige mate schaadden. Nog voordat de rechter in eerste aanleg uitspraak had gedaan, mengden zelfs Tweede Kamerleden zich in de discussie hoe de schending van de privacy zich zou verhouden tot het belang om de beelden uit te zenden.[28] Dat is opmerkelijk, aangezien het in onze rechtsstaat niet past dat politici zich mengen in een zaak die nog in handen van de rechter is. Het is aan de rechter om te bepalen welke straf in een concreet geval moet worden opgelegd.

Uiteindelijk zijn drie jongens veroordeeld; de andere vijf gingen vrijuit. Ook van hen zijn echter persoonsgerelateerde gegevens via internet en sociale media verspreid, die er vandaag de dag nog steeds op staan. Hetzelfde geldt voor het slachtoffer, voor naamgenoten van verdachten en voor bijvoorbeeld diegene die door GeenStijl onterecht in het rijtje van verdachten werd genoemd, zonder dit later te rectificeren. Ook voor hen zal het lastig zijn deze (digitale) ?sporen? te wissen.

Opsporingsberichtgeving is van alle tijden. Al in de tijd van het Wilde Westen werden opsporingsplakkaten gebruikt. De opkomst van sociale media, waarmee beelden en informatie gemakkelijker onder een grote groep mensen kunnen worden gedeeld, stelt echter het OM en ook de politie voor een nieuw dilemma waarmee nog maar weinig ervaring is opgedaan. De uitingen op sociale media naar aanleiding van opsporingsberichtgeving doen soms weer denken aan het Wilde Westen. Burgerparticipatie bij de opsporing van strafbare feiten krijgt onder invloed van sociale media een nieuwe dimensie; de grens met burgeropsporing vervaagt en burgervervolging ligt op de loer.

Literatuur

-????? Erp, J. van (2011). ?Boeven vangen? via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving, Tijdschrift voor Cultuur en Criminologie, nr. 1, p. 51-69.

-????? Erp, J.G. van, Gastel, F. van & Wemmink, H.D. (2012). Opsporing verzocht. Een quasi-experimentele studie naar de bijdrage van het programma Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten.. Amsterdam: Reed Business.

[1] ???? Omroep Brabant (2013, 21 januari). Nieuws: Afkeer en ongeloof om filmpje zware mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?video/79339912/Beelden+Bureau+Brabant+van+de+mishandeling+in+Eindhoven.aspx.

[2] ???? Zie voor de tweets: https://twitter.com/nickensimon/status/293480798122815489; https://twitter.com/PeterRdeV/statuses/372730756801757184; https://twitter.com/dijkhoff/statuses/372685900003942400.

[3] ???? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Justitie: stop met verspreiden gegevens ‘daders’ mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874291183/Justitie+stop+met+verspreiden+gegevens+daders+mishandeling+Eindhoven.

[4] ???? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Burgemeester Turnhout betuigt medeleven slachtoffer mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874581273/Burgemeester+Turnhout+betuigt+medeleven+slachtoffer+mishandeling+Eindhoven.aspx.

[5] ???? GeenStijl (2013, 24 januari). Archief: GeenStijl levert 8 doodschoppers aan politie. Op 1 juni 2014 ontleend aan www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/01/geenstijl_levert_acht_doodscho.html.

[6] ???? Omdat zij niet actief bij de vechtpartij betrokken zouden zijn geweest.

[7] ???? NOS (2013, 11 juni). Nieuws binnenland: Uitlevering verdachte Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/516652-uitlevering-verdachte-eindhoven.html.

[8] ???? De vierde verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen aandeel had in de geweldpleging.

[9] ???? Het OM heeft er bewust voor gekozen alleen cassatie in te stellen in de zaak van de dader die zijn straf al had uitgezeten, en niet in de zaak van de andere jongen die nog een deel van zijn straf moest uitzitten. Door in die zaak geen cassatie in te stellen, is de uitspraak van het gerechtshof onherroepelijk geworden. Zie OM (2013, 24 december). Nieuws- en persberichten: OM in cassatie in ??n zaak mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.om.nl/@162007/cassatie-zaak/.

[10] ??? Aldus Martine Vis, landelijk portefeuillehouder Sociale Media bij de Nationale Politie, in Pauw & Witteman van 31 oktober 2013.

[11] ??? De onderzoekers merken daarbij op dat bij een substantieel deel van de getoonde opsporingsberichten de politie al een verdachte op het oog had en voldoende recherchecapaciteit inzette voor de opvolging van tips.

[12] ??? Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant, 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:4796). Zie ook Volkskrant (2013, 28 augustus). Archief: Justitie fors in de fout met beelden van schoppartij. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3500150/2013/08/29/Justitie-fors-in-de-fout-met-beelden-van-schoppartij.dhtml.

[13] ??? Uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 11 december 2013 (ECLI:NL:GHSHE:2013:5955).

[14] ??? In een nagenoeg vergelijkbare zaak van een mishandeling in Oosterhout oordeelde de rechtbank in Breda dat het uitzenden van camerabeelden onnodig was, omdat de verdachte reeds bij de politie bekend was (Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5619). Zie ook: NOS (2013, 25 juni). Nieuws Binnenland: Lagere straf vanwege camerabeeld. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/522273-lagere-straf-vanwege-camerabeeld.html.

[15] ??? Omroep Brabant (2013, 11 december). Nieuws: Eindhovense kopschopper Tom K. moet ??n maand langer zitten. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/203631562/Eindhovense+kopschopper+Tom+K.+moet+%C3%A9%C3%A9n+maand+langer+zitten.aspx.

[16] ??? NOS (2013, 29 augustus). Nieuws binnenland: OM blijft beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nosc.nl/artikel/545612-om-blijft-beelden-vrijgeven.html.

[17] ??? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Tom Kantelberg uit Aalst-Waalre bedreigd na mishandeling op Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1873871323/Tom+Kantelberg+uit+Aalst-Waalre+bedreigd+na+mishandeling+op+Vestdijk+Eindhoven.aspx.

[18] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013.

[19] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013. Zie ook Johannik & Tromp in Lessen uit crises en mini-crises 2012, p. 79-86.

[20] ??? Omroep Brabant (2013, 26 maart). Nieuws: Bureau Brabant: Beelden mishandeling Eindhoven zijn niet voor niets geweest. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/190860812/Bureau+Brabant+%E2%80%98Beelden+mishandeling+Eindhoven+zijn+niet+voor+niets+geweest%E2%80%99.aspx.

[21] ??? Omroep Brabant (2013, 26januari). Nieuws: Ook na mishandeling Eindhoven blijft justitie beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187603802/Ook+na+mishandeling+Eindhoven+blijft+justitie+beelden+vrijgeven+.aspx.

[22] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[23] ??? ?Burgemeesters: Laat omgeving daders met rust?, Volkskrant, 25 januari 2013.

[24] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[25] ??? Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5621) en uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 22 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:63).

[26] ??? Aldus Harm Brouwer, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, in ?Baas OM waarschuwt voor ?burgeropsporing??, de Volkskrant, 25 februari 2008.

[27] ??? Zie http://www.sbs6.nl/programmas/boeven-vangen/.

[28] ??? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Tweede Kamerleden: beelden verdachten mishandeling Vestdijk Eindhoven belangrijker dan privacy. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187505882/Tweede+Kamerleden+beelden+verdachten+mishandeling+Vestdijk+Eindhoven+belangrijker+dan+privacy.aspx.

Hier de casus in PDF:

Gerelateerd aan deze casus:

Beeldmateriaal in de opsporing; privacyschending of niet?
Onderzoek naar de grenzen van het gebruik van beeldmateriaal in de opsporing via de social media
Auteur: Wiebe Penterman

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

Vermissingen op social media: verstandig?

Afgelopen week verscheen een interessant?artikel over social media en vermissingen, met daarin de rol?van de politie en die van particuliere initiatieven als ZoekjeMee.nl. Het stuk waarschuwt voor ondoordacht gebruik van social media, belangrijk genoeg om er ook op dit blog aandacht aan te besteden:

Je moet er niet aan denken: je kind, zus of beste vriend raakt vermist. In alle paniek gooi je er een bericht op Facebook of Twitter uit. Met maar ??n doel: de vermiste zo snel mogelijk terug vinden. Maar de politie waarschuwt voor dit soort oproepen op social media.

Er wordt vaak te veel persoonlijke informatie online gezet. Een foto van de vermiste met bijvoorbeeld informatie over medicijnengebruik of berichten dat iemand mogelijk in handen van loverboys is gevallen, worden binnen no-time honderden keren gedeeld.

Indianenverhalen

Zelfs als de vermiste terecht is blijven er indianenverhalen rondgaan. En dat is volgens Irma Schijf, co?rdinator vermissingen bij de politie, onnodig: “Alleen feiten en signalementen moeten op het internet worden gezet. Zo kan worden voorkomen dat priv?zaken op het internet belanden en er niet meer van afgaan. Je wil niet dat er zaken opduiken als iemand jaren later solliciteert.”

Toch zet ook de politie geregeld social media in bij vermissingen. Vorig jaar 565 keer om precies te zijn, maar dat lijkt relatief weinig bij een totaal van bijna twintigduizend vermiste personen. “Meestal is de vermiste er zich niet eens bewust van dat hij vermist is en zit hij een paar straten verderop bij vrienden. We gebruiken pas social media als het ons niet is gelukt om de vermiste op andere manieren te vinden”, zegt Schijf.

Het kan dus even duren voordat de politie daadwerkelijk actie onderneemt. En dat is een lastige situatie voor de achterblijvers, die de zaak het liefst zo snel mogelijk opgelost zien. Deze vader uit Breda nam dan ook het heft in eigen handen. Zijn zoon liep vorig jaar na een ruzie weg van huis en was een aantal dagen vermist.

Zoekjemee.nl

Om de gevolgen op de lange termijn te verkleinen, is het belangrijk de vermissingsberichten zo snel mogelijk van Facebook en Twitter te halen. “Op deze manier verdwijnen ook de gedeelde berichten en de retweets automatisch”, zegt Hans Huizenga van Zoekjemee.nl. Een stichting ontstaan vanuit een burgerinitiatief om op een veilige manier mee te helpen bij het opsporen van vermisten.

Hans heeft meer tips om een vermissing op een goede manier af te sluiten. Zo is het een slecht idee om de vermiste te taggen op social media: “Vaak wil iemand kort even rust, in plaats van gestoord worden door duizenden onbekenden.” Ook moet het bericht dat degene weer terecht is na een paar dagen offline, zodat er zo min mogelijk over de vermissingszaak op het internet blijft hangen.

Als iemand echt door nare dingen achtervolgd blijft, kan een aanvraag bij Google worden ingediend om zoekresultaten weg te laten halen.

Bron: NOS, ZoekjeMee.nl

#CELLfie

Criminelen maken ook Selfies, zoals deze indringer die een Selfie maakte tijdens het stelen van eten. Ook het stelen van een telefoon en daarmee dan een Selfie nemen is niet handig.?Of?bekijk deze?9 andere misdadige Selfies. Eerder zagen we mensen Selfies nemen bij zelfmoorden, en de makers van Selfies kunnen zelf ook zelfmoordneigingen hebben, zoals deze?laatste roep om aandacht.

selfie-knife-teenager

Ook waarschuwde de politie dat Selfies tot telefoondiefstal kan leiden:

video platformvideo managementvideo solutionsvideo player

Maar de politie van Bryant heeft op geheel eigen wijze een oplossing gevonden voor het feit dat een deel van de?criminelen nog steeds niet op social media zit. En zij wil?de criminelen in de dop die dat wel zitten ermee afschrikken. Met de woordspeling #CELLfie, dat meelift?op de wereldwijde Selfie trend, wordt het leven van de arrestanten vereeuwigd op het web. Voor Bryant politie een creatieve manier van moderne misdaadbestrijding.?Bekijk deze videoreportage?met meer achtergronden.?De grens om met je moderne ‘mugshot’ online gezet te worden wordt laag ingezet: het begint al bij een winkeldiefstal en gaat tot zeer zware vormen van gewelddadige criminaliteit.

“Ik wil dat ze weten dat als ze naar Bryant komen en een misdaad begaan, hun identiteit?openbaar?wordt gemaakt”, zegt politiechef?Mark Kizer, initiatiefnemer van het #CELLfie?idee. Nu zijn er in de VS natuurlijk al talloze ‘mugshot’ websites waar criminelen en verdachten op Facebook, Twitter, Instagram of Pinterest geplaatst worden.

” Er zijn zelfs berichten die wel 50.000 views op een dag krijgen” aldus?Kizer. De #CELLfie is vooral bedoelt om misdaad te ontmoedigen. Normaal worden online foto’s geplaatst van verdachten die nog niet gepakt zijn. Maar zorgt het plaatsen van je foto op het internet ervoor dat je zelf of een ander geen misdaad meer pleegt?

Bron: KATV, WTF.

Zoekjemee

zoekjemee_logo_nw

Stichting ZoekJeMee is opgericht naar aanleiding van een spontaan initiatief tijdens de vermissing van de vermiste broertjes Julian & Ruben uit Zeist (mei 2013).

Vanuit een Twitter-account werd een groot publiek bereikt (ca. 12.000 volgers) dat, naast real-time informatie, oproepen kreeg waar hulp van burgers nodig bleek. Dit particuliere initiatief werd door het publiek en overheid gewaardeerd en bleek in een belangrijke behoefte te voorzien.

Na de vermissing van de twee broertjes bleek er behoefte te bestaan om ons werk uit te breiden. Nu geven wij afhankelijk van een hulpvraag van de familie informatie aan een breed publiek en ondersteunen op breder vlak. Hierbij werken wij nauw samen met verschillende andere (maatschappelijke) organisaties.

ZoekjeMee heeft ook een raad van advies:

Wouter Jong?is Adviseur Crisisbeheersing bij het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Verder is Wouter jurist en econoom. Zijn ervaring en inzicht in crisisbeheersing zullen een grote aanvulling zijn bij het verder professionaliseren van onze organisatie.

Carlo Schippers?is hoofdinspecteur en gedragskundige. Ook Carlo heeft jarenlange ervaring binnen de politie. Zijn ervaring en expertise zijn en blijven van grote waarde voor ons werk.

De Raad van Advies kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen bij onze werkzaamheden. Het is de bedoeling dat de Raad van Advies vier keer per jaar bijeenkomt om samen met ons het beleid door te spreken.?De functie is onbetaald en wordt dus door de leden van de Raad vrijwillig verricht.

Lees meer over de stichting in onderstaande bedrijfsanalyse:



In de regionale bladen stond in augustus 2013 een artikel over ZoekjeMee.nl
Twitteraar verandert in speurneus

Het was niet de eerste keer dat Milo (11) wegliep. Maar deze keer bleef hij wel heel lang weg.

Vermiste en verdachte personen sneller vinden via de sociale media

De Amsterdamse jongen was niet meer gezien sinds hij rond het middaguur niet in de taxi was gestapt die hem van zijn school voor speciaal onderwijs naar het gezinshuis moest brengen. ?Het was inmiddels 19.00 uur en ik dacht, jeetje, het wordt straks donker. Wat als hij toch in de trein naar Nijmegen is gestapt, naar zijn biologische vader??, vertelt Simone van der Hurk, schoonzus van Milo, over die beruchte dag in april.

De politie schakelde Burgernet in. ?Maar dat was alleen een omschrijving, geen foto. Die moet er toch bij??, dacht Simone. En dus besloot ze haar eigen netwerk in te schakelen. ?WhatsApp, Facebook, Twitter. Op zo?n moment wil je dat hij zo snel mogelijk gevonden wordt.?

Het bericht verspreidde zich razendsnel: op Facebook werd het 58 keer gedeeld, via Twitter werd het 45 keer geretweet. Het bereikte zo?n 150.000 mensen. Ze werd dan ook overspoeld met reacties. Iemand dacht dat hij Milo in Amsterdam-Zuidoost had gezien, een ander meende hem in de supermarkt daar te hebben gesignaleerd. ?Dat was zo?n geruststelling, dat hij in ieder geval in de buurt was.?

De tips bleken te kloppen. Milo had op school ruzie gehad en was weggerend. In zijn oude buurt in Amsterdam-Zuidoost had hij de hele middag met vriendjes gespeeld. Van wat gevonden geld haalde hij een blikje cola in de supermarkt. Toen hij honger kreeg, belde hij bij zijn moeder aan. Die informeerde gelijk de politie dat Milo terecht was.

Simone is niet de enige die het heft in eigen hand nam om iemand op te sporen. Steeds vaker beginnen burgers als een soort virtuele Sherlock Holmes een zoektocht via sociale media. Het afgelopen jaar werden bijna een kwart miljoen berichten met het woord ?vermist? erin de wereld in geslingerd, retweets nog uitgesloten. Het jaar daarvoor waren dat er nog zo?n 165.000, blijkt uit cijfers van Coosto, een bedrijf dat sociale media monitort.

Actief gedeeld

Slechts 5 procent van de meldingen van vermissing was geplaatst door de politie. De berichten werden actief gedeeld: het totaal aantal berichten met het woord ?vermist? erin kwam daarmee afgelopen jaar uit op 731.752. Sociale media zijn snel en hebben een groot bereik. ?Vroeger wilden we ook iemand heel graag terugvinden, maar we konden weinig. Je belde misschien de klassenlijst af. Nu kunnen we het makkelijk op Facebook zetten?, verklaart mediapsycholoog Mischa Coster.

Frank Smilda, politiecommissaris in Noord-Nederland, werkt aan een boek over de invloed van sociale media op het politiewerk. ?Ik denk dat het ook te maken heeft met frustratie over de politie. Mensen willen gelijk geholpen worden, terwijl de politie keuzes moet maken omdat ze veel te veel te doen heeft. Er gebeuren jaarlijks vier miljoen misdrijven in Nederland, waarvan maar ??n miljoen aangiftes worden gedaan. De overige drie miljoen die niet bij ons komen, zijn nu sneller zichtbaar via sociale media. Daar was eerder geen medium voor.?

Burgers hebben dankzij Facebook, Twitter en andere sociale media een eigen opsporingsmiddel in handen en kunnen zo de politie helpen, zegt Smilda. ?Ik weet dat iemand zijn auto weer terugvond nadat hij een foto online zette.? Maar zo?n burgeractie kan aardig uit de hand lopen. In Nijmegen ontstond een klopjacht toen duizenden Twitteraars de naam en het adres deelden van een man die zijn hond zou hebben verdronken.

Ponypletten

Nadat een filmpje op het net was geplaatst waarop was te zien was hoe een extreem dikke vrouw een pony onder haar gewicht liet bezwijken, moest de familie van de ?ponypletter? onderduiken vanwege bedreigingen. En in Eindhoven werd een jongen ten onrechte aangezien voor een van de daders van de ernstige mishandeling in die stad in januari van dit jaar.

Smilda: ?We hebben in Nederland afgesproken dat de politie de opsporing doet, het Openbaar Ministerie de vervolging en de rechter de strafoplegging. Burgers die zelf overgaan tot vervolging, dat kan echt niet. Dan krijg je de terugkeer van de schandpaal.?

Volkswoede

De rechter kan zelfs beslissen dat de verdachte al genoeg is gestraft door de (sociale) media. De politie kan weinig anders dan de volkswoede proberen te kanaliseren. ?Je moet mensen erop wijzen dat ze zelf ook strafbaar zijn als ze overgaan tot eigenrichting.?

Juist mensen met een groot empathisch vermogen, mensen dus die goed in staat zijn zich in iemand anders in te leven, kunnen zich soms niet bedwingen zelf actie te ondernemen, zegt mediapsycholoog Coster. ?En het zijn vaak mensen die de middelen en tijd hebben om iets te doen.?

Hoe meer ogen, des te sneller we iemand (terug)vinden, is het idee. Of het echt helpt, is onbekend. De meest bekende vermissingszaak waar sociale media een grote rol speelden, is die van de broertjes Ruben en Julian uit Zeist. Alle burgerzoektochten ten spijt werden hun lichamen uiteindelijk bij toeval gevonden.

De een voelt zich sterker emotioneel verbonden met een opsporingszaak dan de ander en dat bepaalt of iets wel of niet gedeeld wordt. Coster: ?Je kan je bericht opstellen als ?help, mijn dochter is vermist?, of je geeft het verhaal emotie door iets over haar te vertellen of er een filmpje bij te doen. Dan verhoog je de kans dat je bericht gedeeld wordt. Daarbij moet je wel rekening houden met wat schadelijk kan zijn als iemand wordt teruggevonden.? De vermiste persoon is voor altijd op internet terug te vinden, inclusief eventuele details over bijvoorbeeld drugsgebruik of iemands labiele toestand.

Sneeuwbal

De melding van vermissing is intussen als een sneeuwbal die maar blijft doorrollen, ook al meld je op gegeven moment dat iemand weer gevonden is. Uit cijfers van Coosto blijkt dat die ?weer terecht?-berichten minder mensen bereiken dan die over de vermissing zelf.

Je moet je bovendien afvragen of de gemelde verdwijning waar is of niet. Er zijn voorbeelden dat mensen ten onrechte als vermist werden opgegeven, zoals van een meisje uit Winschoten, van wie de vermissing 4.000 keer werd gedeeld. Van haar werden zelfs posters opgehangen. ?Ikzelf kijk altijd of de melding van offici?le instanties komt, of van iemand die ik ken?, vertelt Johannink van veiligheidsbureau VDMMP.

Hetzelfde geldt voor de reacties die je krijgt. Zijn die wel waar? Valse tips kunnen de zoektocht een heel verkeerde kant opsturen. Het kunnen ook vervelende reacties zijn. Huizenga van zoekjemee.nl: ?Als het gerucht gaat dat je dochter is meegegaan met een loverboy, krijgen ouders soms te horen dat ze maar beter hadden moeten opletten op die hoer van ze. Daar ben je niet op voorbereid.?

Massale betrokkenheid

De massale betrokkenheid bij de vermissing van de broertjes Ruben en Julian uit Zeist toont aan dat onder burgers behoefte is om mee te denken bij zulke zaken. De website Zoekjemee.nl is een van de burgerinitiatieven die daarop inspringt. ?Toen Ruben en Julian gevonden waren, hadden we 12.000 volgers op Twitter. We wisten niet wat we ermee moesten, tot een meisje vroeg of we haar wilden helpen haar vader te vinden?, vertelt oprichter Hans Huizenga.

Inmiddels hebben ze al ruim twintig ?dossiers? afgesloten. Alleen vermissingen waarvan aangifte is gedaan, worden behandeld. ?Je hebt inderdaad pubers die weglopen, maar die zijn vaak snel weer terug. Zo was er onlangs veel onrust op Twitter over twee meisjes uit Westervoort. We hebben de politie daarover gesproken. Die vroeg ons of we ons er even niet mee wilden bemoeien, omdat ze er waarschijnlijk gewoon samen van tussen waren gegaan. Na een paar uur werden ze inderdaad gevonden.?

In het reformatorisch dagblad stond onlangs ook nog een artikel naar aanleiding van een vermissingszaak:

Vermiste Neder?landers opsporen. Met hulp van internetters. Het is de passie van Hans Huizenga (44), co?rdinator van de stichting ZoekJeMee.

Opgetogen is Huizenga over het nieuws dat de 13-jarige Lisa Tuk uit Spijkenisse gisteren is gevonden (zie ?Arrestatie na opduiken meisje?). Dat laat onverlet dat Huizenga twijfels heeft over de pogingen van burgers om het meisje op te sporen met behulp van internetters. ?Op Facebook werd veelvuldig geopperd dat het meisje mogelijk in handen was van een loverboy. Terwijl dat zeer de vraag is.?

Als mensen via bijvoorbeeld Facebook alarm slaan over de vermissing van een geliefde, doen ze er wijs aan hun woorden te wegen, zegt Huizenga. ?Natuurlijk kan het heel nuttig zijn om mensen via internet snel te informeren over een vermissing, maar bedenk wel dat je met vermelding van naam en plaatsing van een foto iemands privacy schendt. Als achterblijvers bijvoorbeeld schrijven dat hun tienerdochter in handen is van een loverboy, kan zo?n meisje daar veel schade van ondervinden. Ooit hoorde ik een moeder van zo?n meisje zeggen: ?Mijn dochter wordt uitgemaakt voor hoer.??

Foto

Sinds 2013 speurt Huizenga, samen met een vijftal andere vrijwilligers, via sociale media naar vermisten. Daartoe is de stichting ZoekJeMee opgericht. Aanleiding was de verdwijning van de broertjes Ruben (9) en Julian (7) uit Zeist. Ze zijn omgebracht door hun vader, die ook de hand aan zichzelf sloeg.

ZoekJeMee krijgt jaarlijks zo?n 150 verzoeken van achterblijvers om een vermissing onder de aandacht te brengen. Altijd wordt in ieder geval een foto van de vermiste op sociale media geplaatst. In de hoop dat mensen de vermiste ergens zien opduiken, vertelt Huizenga, voormalig winkelier en nu werkzoekend. ?Je ziet vaak dat het net rond een vermiste zich sluit. Onlangs was er een jongen vermist. Via onder meer Facebook riepen we mensen op alert te zijn. Iemand zag hem zitten in een bushokje in een Fries dorpje.?

Stichting ZoekJeMee werkt samen met de politie, benadrukt Huizenga. ?We adviseren mensen die zich bij ons melden altijd aangifte te doen. We overleggen geregeld met het Landelijk Bureau Vermiste Personen van de politie. Als de politie een vermissing op politie.nl plaatst, zetten wij die ook op onze sociale media.?

Pati?nt

Soms zitten politie en ZoekJeMee niet op ??n lijn, beaamt hij. ?Zo wilde een meisje graag contact met haar vermiste vader, een psychiatrisch pati?nt. De politie had telefonisch contact met de vader. Hij vertelde te willen zwerven. De politie vond dat hij daar het recht toe had en stopte de zoektocht. Maar wij bleven speuren. Met resultaat. De dochter vond haar vader op een terras. Hij stemde ermee in dat hij weer werd opgenomen.?

ZoekJeMee moet alert zijn op kwaadwillenden, geeft de co?rdinator aan. ?Er meldde zich bij ons een man die op zoek was naar zijn vrouw. Toen bleek dat hij geen aangifte zou doen, kregen we argwaan. Van de politie hoorden we dat de vrouw was ondergedoken in een blijf-van-mijn-lijfhuis. Dan gaan wij haar gegevens niet verspreiden.?

Lastig zijn zaken waarbij ouders strijden om een kind. ?Als bijvoorbeeld een moeder na een scheiding een kind ten onrechte weghoudt bij de vader, is er sprake van onttrekking aan het ouderlijk gezag. Als wij voor de vader het kind proberen op te sporen, krijgen onze vrijwilligers door de tegenpartij van alles naar hun hoofd geslingerd.?

Geregeld heeft Huizenga contact met achterblijvers. ?Ze zijn dankbaar dat wij een luisterend oor bieden.? In een enkel geval is hij erbij als een vermiste wordt gevonden. ?Zo wist ons team via WhattsApp contact te leggen met een meisje dat in handen was van een loverboy. Toen ze ons haar verblijfplaats gaf in Amsterdam lichtten we de politie in en zijn we er met vijf mensen naar toegereden. Op een afstandje zagen we hoe een arrestatieteam de deur intrapte en het meisje bevrijdde.?

Arrestatie na opduiken meisje

Een 41-jarige man uit Koudekerk aan den Rijn is opgepakt omdat hij mogelijk iets te maken heeft met de dagenlange vermissing van de 13-jarige Lisa Tuk. Agenten vonden haar gisterochtend in Koudekerk aan den Rijn. Het meisje zat in een bus richting Rotterdam. Ze zou in goede gezondheid verkeren. De politie zou haar hebben getraceerd met behulp van telefoon?gegevens.

Lisa Tuk was sinds donderdag vermist, nadat ze was weg?gelopen vanaf een bungalowpark in het Veluwse Nieuw-Milligen (in de buurt van Apeldoorn). Via sociale media werd aandacht voor de zaak gevraagd.

Volgens haar vader had een onbekende jongen of man zijn dochter benaderd via Facebook. Het AD meldde dat Lisa Tuk haar internetgeschiedenis voor haar vertrek heeft gewist.

Bron: Zoekjemee.nl, regionaal kranten artikel, Reformatorisch dagblad

Dossier opsporingsberichtgeving “8 van Eindhoven”

kopschoppers-621x328 Burgers betrekken bij de opsporing loont. Dit was eind januari te zien bij een mishandelingszaak in Eindhoven. Deze mishandeling in Eindhoven leidde tot een fel debat over de inzet van burgers bij opsporing. Nu de politie steeds vaker burgers betrekt bij politiewerk zal het debat over burgeropsporing nog wel een tijdje doorgaan. Deze blogpost geeft achtergrond en inzicht in het debat. Opmerkingen uit de media van gezaghebbende specialisten worden op een rijtje gezet.

Een reconstructie
Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) uit Turnhout en omgeving gingen een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstond er enige irritatie waarbij er eentje sloeg met een ketting tegen een fiets. Een voorbijganger – een 22-jarige student uit Oirschot – zei daar wat van. Dat schoot de jongens in het verkeerde keelgat. Ze sloegen en schopten de voorbijganger en lieten hem voor dood achter.
Drie weken later zorgde de politie ervoor dat de beelden van de mishandeling werden getoond op de regionale televisiezender Omroep Brabant. Een zaak die eerst niet opschoot beleeft door het raadplegen van burgers plots een doorbraak. Het filmpje werd door geschokte burgers verspreid via Facebook en Twitter. Binnen een paar dagen meldden drie Nederlandse jongens zich bij de politie in Eindhoven. Zij werden direct aangehouden en vastgezet.

Burgeropsporing:
Steeds vaker betrekt de politie burgers bij de opsporing, via de televisie, tiplijnen, en door het vrijgeven van?beelden via internet. En het werkt: misdaden worden vaker opgelost. Sterker nog, verdachten melden zich vaak spontaan bij de politie vanwege de publiciteit. Maar er is een keerzijde, want wat als de vrijgegeven beelden leiden tot een klopjacht op de daders? Foto’s en namen van de vermeende daders verschenen voluit op sociale media en sites als GeenStijl. Een onschuldige naamgenoot van een van de betichte mannen kreeg tientallen dreigtelefoontjes.

Het raadplegen en betrekken van burgers bij politiewerk is een trend. Niet voor niets vertelde hoofdofficier bij het?OM in Arnhem Nicole Zandee bij Pauw Witteman dat het ,,goed” is om burgers te betrekken. Het is effectief, vertelde ze: tv-programma Opsporing Verzocht heeft volgens wetenschappelijk onderzoek?geleid tot een significant hoger oplossingspercentage van misdaden.

Hier het fragment uit Pauw en Witteman:

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

In de NRC zegt universitair docent strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen Nico Kwakman er het volgende over:

Maar het betrekken van burgers maakt het OM ,,tot op zekere hoogte” verantwoordelijk voor de ,,dynamiek”?die daarna onder burgers ontstaat. ,,Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan.”?Kwakman noemt Winschoten, waar de politie afgelopen najaar op zoek was naar een pyromaan. ,,De?politie betrok de burgers. ‘Wees oplettend’, zei ze. Daar is op zich niets mis mee, maar burgers kunnen zo’n?instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.”?Tot dusver blijft het bij harde woorden van burgers die zich opwinden over de betreffende misdaad, zegt?Kwakman. ,,Maar ik houd mijn hart weleens vast, als ik merk hoe sommige burgers praten over laffe?vonnissen, of hoe ze praten over het recht op zelfverdediging in noodweersituaties.” En daarom, zegt?Kwakman, moet het OM duidelijk de grenzen aangeven aan de burger. Hij prijst het persbericht van het OM?dat opriep tot het stoppen met eigenrichting. ,,Maar stel: de politie raadpleegt burgers, en vervolgens gaat er?iets fout. Dan moet de politie zich wel achter de oren krabben”, aldus Kwakman. ,,Is er wel de goede?afweging gemaakt? Was er geen risico voor de verdachten?”

In hetzelfde NRC artikel reageert Diederik Greive, hoofdofficier van justitie verantwoordelijk voor de manier waarop de media worden ingezet om misdaden op te lossen:

“Zo’n afweging maken wij juist altijd. Zo wegen wij het privacybelang van de in beeld verschijnende verdachten af tegen het opsporingsbelang.” De inbreuk op de ?privacy, zegt Greive, wordt ,,be?nvloed door wat er gebeurt op sociale media. Dat wegen wij dus mee.” Maar, zegt hij, als het delict ernstig is, andere opsporingsmethoden tot niets leiden, en verwacht wordt dat het betrekken van burgers effectief kan zijn, dan ,,kunnen we de beelden naar buiten brengen”.?Verantwoordelijkheid voor de klopjacht werpt het OM verre van zich. Greive: ,,Wij staan voor de dingen die?wij doen. Niet voor de dingen die anderen doen.” Het zijn gebruikers van sociale media, het is GeenStijl, die?besluiten om verdachten om te dopen tot daders, en hun namen te publiceren. ,,Zeker”, zegt Greive, ,,je kunt?redeneren: als wij de beelden niet hadden vrijgegeven, was de hetze niet ontstaan. Maar daarmee hebben wij die niet veroorzaakt.” Laat ??n ding duidelijk zijn, zegt Greive: ,,Ik ben niet bereid de veiligheid van de?burger, of de gerechtigheid van een zaak op te offeren vanwege de grillen van twitterende burgers en?Facebook-users.”
Draai het eens om, zegt Greive. ,,Als we de beelden hadden achtergehouden, had u mij ook gebeld. Dan
had ik Kamervragen gekregen. Men had gezegd: on-be-grij-pe-lijk dat het OM geen beelden laat zien! Dan?had de roep om veiligheid en gerechtigheid de boventoon gevoerd. En dat mogen burgers ook van justitie?verwachten.” Het OM zal, zo zegt hoofdofficier Greive, niet uit zichzelf optreden tegen media die hebben bijgedragen aan de klopjacht. ,,Dat moeten we niet willen.” In geval van smaad, of van laster, kan men aangifte doen. Voor?zover bekend heeft nog geen van de verdachten dat gedaan.

Hier de reactie van Diederik Greive bij het NOS-journaal:

Het succes heeft ook duidelijk gemaakt hoeveel moeite politie en justitie nog steeds hebben om de krachten?van internet in te schatten, en waar nodig in bedwang te houden. De tijd is allang voorbij dat filmpjes alleen door handige computergebruikers verspreid konden worden. Iedereen kan dat, met de telefoon in de hand. En steeds vaker staat de politie voor de keuze: als zij niet zelf de beelden uitzenden, doen de ‘brutale media’ of burgers dat zelf wel.?Dat vergt nieuwe afwegingen en nieuwe inschattingen in de opsporing. Bijvoorbeeld: moet het altijd het?filmpje zelf zijn dat wordt uitgezonden, of is het soms beter om stilstaande beelden te kiezen? Of: wat?moeten de waarborgen zijn als de verdachten nog minderjarig lijken?

Het OM werkt met een richtlijn voor opsporingsberichtgeving. Het is van belang, meldt die richtlijn, dat er?rekening wordt gehouden met ‘het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het?internet. Ook moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde?berichtgeving zich niet meer zonder meer laat verwijderen of herroepen’. En wat betekent het als je naam en?je foto online altijd geassocieerd worden met een misdrijf waarvoor je je straf hebt uitgezeten, of – ernstiger -?voor een misdrijf dat je niet hebt gepleegd?
De Rotterdamse criminoloog Judith van Erp schreef: ‘Opsporing via internet leidt tot een gelijkwaardiger?relatie tussen politie en burger, maar dat leidt er ook toe dat burgers hun eigen invulling geven aan de?opsporing. Dit kan een aanvulling zijn op formele handhaving, maar ze kan ook tot gevolg hebben dat?opsporing gestart door de politie uitmondt in willekeurig en disproportionele reacties.’?Dat opsporing geholpen kan worden door internet – daar is iedereen het over eens. Maar een oplossing voor?de nadelen die daaraan kleven, lijkt voorlopig niet in zicht.

De eis van het Openbaar Ministerie:

Uitspraak rechter
Vanwege de ,,buitengewoon grote media-aandacht” voor hun daad gaf de strafrechter in Den Bosch twee van de vier verdachten van ernstig uitgaansgeweld lagere straffen dan ge?ist. De hoofdverdachte Brent L. (nu 18) kreeg tien maanden jeugddetentie, waarvan vier voorwaardelijk, terwijl twee jaar was ge?ist. Verdachte Tom K. (17) kreeg een half jaar, waarvan drie maanden voorwaardelijk. De rechter woog daarbij ook mee dat de jongens niet eerder delicten hadden gepleegd en spijt hebben betuigd.

De rechter verweet het openbaar ministerie dat het de beelden van deze ,,geweldsexplosie” aan de regionale televisie ter beschikking stelde zonder zich af te vragen of de identiteit van de verdachten ook op een minder belastende manier achterhaald kon worden. Niet alleen voor de verdachten, maar ook voor het slachtoffer, aldus de rechter. Als ,,minder ingrijpende opsporingsmiddelen” zag de strafrechter het verspreiden van stilstaande beelden van de afzonderlijke verdachten. Door ook de ,,geweldsexplosie” te laten zien kon het openbaar ministerie een golf media-aandacht verwachten, die ,,grote gevolgen zou hebben voor de persoonlijke levenssfeer van de verdachten, maar ook, zoals ook feitelijk is gebleken, van het slachtoffer”. De rechter zegt in het dossier geen aanwijzingen te hebben kunnen vinden dat het Openbaar Ministerie hierover heeft nagedacht. De officier van Justitie in Eindhoven had evenmin toestemming voor uitzending gevraagd aan de hoofdofficier, zoals wettelijk verplicht. De rechter weegt mee dat twee verdachten na de uitzending niet meer bij hun werkgever en hun opleiding welkom waren en ook niet bij sportscholen en uitgaansgelegenheden. De rechter neemt aan dat de beelden nog lang op internet beschikbaar blijven en ,,verstrekkende gevolgen” hebben voor de rest van hun leven. Een derde verdachte, die een gering aandeel had, kreeg een straf van twee maanden. Deze dader werd ontslagen, raakte zijn partner kwijt en werd tijdens zijn voorarrest zo ernstig bedreigd dat hij moest worden overgeplaatst. In de publieke opinie werd hij bovendien verantwoordelijk gehouden voor ,,veel verder gaande handelingen” dan hij had verricht. Deze verdachte moest enige tijd door de politie worden beveiligd. Een vierde verdachte werd vrijgesproken. Weliswaar stond hij ,,dicht op het geweldincident” maar hij leverde geen bijdrage.

Uitspraak van de rechter en achtergrond:

Super PG Herman Bolhaar over het hoger beroep in Pauw en Witteman:

Hoofdverdachte heeft spijt:

Onderzoek: ?Boeven vangen? via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving

Rede over burger en opsporing van Mr. F. W. Bleichrodt

Bronnen: NRC, NOS, Geenstijl, PenW,