Tagarchief: Ruben

De vermissing van de broertjes Ruben en Julian

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het?lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.?

De vermissing van de broertjes Ruben en Julian

Wouter Jong, Michel D?ckers, Jorien Holsappel 8.1 Inleiding Op dinsdagochtend 7 mei 2013 wordt in het recreatiegebied het Doornse?Gat het lichaam van een 38-jarige man uit Vleuten aangetroffen. Het?blijkt de vader te zijn van de 9-jarige Ruben en de 7-jarige Julian uit?Zeist. De jongens zijn een dag eerder voor het laatst gezien in gezelschap?van hun vader. Hun ouders zijn gescheiden. Omdat elk spoor?van de kinderen ontbreekt, roept de moeder via haar Facebookpagina?de hulp in van het publiek. Wat volgt is een zoektocht van bijna twee?weken die de gemoederen landelijk, en zelfs in het buitenland, flink?bezighoudt. In dit hoofdstuk staat zowel de zoektocht naar de verdwenen jongens?als de nasleep centraal. Het mysterie rondom de vermissing, de?bezorgdheid over het lot van de kinderen en de uiteindelijke, trieste ontknoping?maken de casus tot een drama voor alle direct betrokkenen.?Dat dit drama daarnaast een buitengewoon sterke collectieve dimensie?kreeg, plaatste het openbaar bestuur verschillende momenten voor?afwegingen tussen individuele en collectieve belangen, tussen betrokkenheid?en veiligheid. Op deze afwegingen wordt in dit hoofdstuk uitvoerig ingegaan. Het hoofdstuk is gebaseerd op gesprekken met enkele?politiefunctionarissen en informatie uit diverse media. 8.2 Feitenrelaas Het is dinsdagavond 7 mei 2013 wanneer de moeder van Ruben en?Julian op haar Facebookpagina foto?s plaatst van haar zoontjes. iris_ruben_julian_zeist_doorn_vermist_broers Ze schrijft: ?Alsjeblieft, wil iedereen uitkijken naar mijn kleine mannetjes,?ze worden sinds gisterochtend vermist.? Het is voor de buitenwereld?het eerste signaal dat er iets bijzonders aan de hand is. Twee jongens?van 7 en 9 jaar die al bijna twee hele dagen worden vermist, is nieuws?dat de aandacht trekt. Die avond en de daarop volgende nacht wordt het Facebookbericht 17.000 keer gedeeld. Ook op Twitter vindt het bericht?alras zijn weg. In de loop van dinsdagavond wordt ook de context van de vermissing?duidelijk. De vader van Ruben en Julian is ?s ochtends dood aangetroffen?in het Doornse Gat, een recreatiegebied halverwege Doorn?en Leersum. Hij blijkt zichzelf van het leven te hebben beroofd. Als de?politie in de loop van de dag de nabestaanden informeert, wordt duidelijk?dat de kinderen hun vakantie bij hem zouden doorbrengen. Van de?kinderen ontbreekt op dat moment elk spoor. In het bos vindt een grote?zoekactie plaats, met honden, politiehelikopter en bijstand van mariniers?van de in Doorn gelegen Van Braam Houckgeestkazerne. Om?01.13 uur ?s nachts wordt een Amber Alert uitgegeven, waarin wordt?opgeroepen naar de jongens uit te kijken. In de dagen die volgen blijft de politie zoeken naar informatie over?waar de vader van Ruben en Julian de laatste uren met zijn zoons is?geweest. Op woensdag 8 mei blijkt uit camerabeelden van een tankstation?bij het Limburgse Neerbeek dat de vader daar maandagavond?nog heeft getankt. Op de beelden is niet te zien of de jongens op dat?moment in de auto zaten. Voor het onderzoek is het een complicerende?factor, omdat hiermee in principe het hele gebied tussen het Doornse?Gat en het 180 kilometer verderop gelegen Neerbeek potentieel zoekgebied?is. De politie start die avond een zoekactie in het Bunderbos nabij?Elsloo, maar ook daar wordt geen spoor van de kinderen gevonden. twitter Ondertussen gebeurt tevens het nodige online. Nadat bekend is geworden?dat twee jongens worden vermist, helpen diverse mensen om de?zaak onder de aandacht te brengen. Een van hen is Hans Huizinga,?een betrokken burger die via het twitteraccount @JulianRubenNL informatie?verzamelt en filtert. De familie van de broertjes is door hem?over zijn initiatief ge?nformeerd. Uiteindelijk groeit zijn initiatief uit?tot een team van elf personen dat de klok rond online de informatievoorziening?over de vermissing ter harte neemt. Ook beheren zij een?Facebookpagina?en worden als spin-off Duitse en Belgische twitteraccounts?aangemaakt.

De reguliere media storten zich mede naar aanleiding van het?Amber Alert eveneens op de vermissingszaak. De directeur van de?basisschool van de broertjes staat de media na de meivakantie te woord?en laat weten dat de school probeert om de lessen zo gewoon mogelijk?door te laten gaan. Ook Jeugdzorg wordt bevraagd. Die bevestigt dat?het gebroken gezin bij de instantie bekend was, maar wil verder niet?inhoudelijk op de zaak ingaan.

Op donderdag 9 mei verschijnt op Facebook voor het eerst een oproep?van een inwoner uit Utrecht om te helpen zoeken in het Doornse Gat.?Om acht uur ?s avonds melden zich daar tientallen mensen. Zij worden?begeleid door de politie en een boswachter die het gebied goed kent. De??burgerzoektochten? nemen in de dagen daarop een hoge vlucht. Her?en der ontstaan groepen burgers die tips natrekken en in de bossen op?zoek gaan naar sporen die de zaak tot een oplossing kunnen brengen.

Vermissing-Ruben-en-Julian

In sommige gevallen melden zich zo?n honderd mensen die ? soms?met kinderen ? de bossen in trekken. De politie speelt hier in eerste?instantie ad hoc op in, maar onderkent al snel de noodzaak om de initiatieven?te kanaliseren. Met onder meer de hulp van medewerkers die?zijn aangesloten bij de Landelijke Organisatie van Politie Vrijwilligers?worden de burgers begeleid en wordt bepaald welke zoekgebieden voor?hen worden opengesteld.

Het programma Opsporing Verzocht besteedt op dinsdag 14 mei?aandacht aan de zaak. Enkele dagen later, aan het begin van het?Pinksterweekend, laat de politie weten dat het totaal aantal tips in
de zaak op bijna 3000 staat. De doorbraak in het onderzoek komt op?Eerste Pinksterdag, zondag 19 mei 2013. Om 17.15 uur maakt de politie?bekend dat een voorbijganger in het buitengebied van het Utrechtse?dorp Cothen (gemeente Wijk bij Duurstede) twee lichamen heeft aangetroffen.?Ook zijn daar de spanbanden aangetroffen waar de politie?naar op zoek was. Het versterkt het vermoeden dat het om de twee vermiste?jongens gaat. Alle wegen richting de plaats delict en een deel van?het nabijgelegen Amsterdam-Rijnkanaal worden afgezet. ?s Avonds om?23.00 uur vindt op het hoofdbureau van de politie in Utrecht een persconferentie?plaats.

Persconferentie over de gevonden lichaampjes van Ruben en Julian:

Burgemeester Janssen, hoofdofficier van justitie Bac?en korpschef Barendse bevestigen het nieuws waar heel Nederland op?dat moment al ernstig rekening mee houdt: de lichamen zijn naar alle?waarschijnlijkheid van de vermiste broertjes. Er kan op dat moment?echter nog geen definitief uitsluitsel worden gegeven, omdat de lichamen?lange tijd in het water hebben gelegen. Een nadere analyse op?basis van DNA door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zal?moeten uitwijzen of het inderdaad om de broertjes gaat.

Tijdens de persconferentie betuigt vervolgens burgemeester?Janssen zijn medeleven met de familie van de vermiste jongens en?dankt, mede namens de familie, iedereen die heeft meegewerkt aan
de zoektocht. Ook bedankt hij de media voor de manier waarop zij over?de vermissing hebben bericht. Tot slot kondigt hij aan dat de gemeente?zich met maatschappelijke organisaties zal buigen over de manier?waarop de verwerking de komende dagen zal worden vormgegeven.

De volgende dag, maandag 20 mei, opent in Zeist de St. Jozefkerk?haar deuren voor gebed en bezinning. In Cothen wordt een minuut stilte?gehouden bij de Trekkertrek, die traditioneel op Tweede Pinksterdag?plaatsvindt. Op dinsdag 21 mei komt de politie met de bevestiging dat?de lichamen volgens het NFI inderdaad die van Ruben en Julian zijn.?In de gemeentehuizen van Zeist en Wijk bij Duurstede worden condoleanceregisters?geopend; ook online verschijnen condoleanceregisters.

De moeder van de overleden broertjes ontvangt persoonlijke brieven?van koning Willem-Alexander, premier Rutte, de commissaris van?de Koning en enkele ministers. De gemeente Zeist overlegt met haar,?de school, de voetbalclub en andere betrokkenen over de wijze van herdenken.?Uiteindelijk wordt besloten geen stille tocht te organiseren,?maar voor een alternatief te kiezen. De nabestaanden doen een oproep?om zondagavond tussen 19.00 en 20.00 uur een kaarsje aan te steken?en thuis voor het raam te zetten.

Op 27 mei 2013 vindt in Zeist de begrafenis plaats van Ruben en?Julian. De stoet gaat langs de school, waar kinderen een afscheidsgroet?geven met rode en blauwe lintjes, de lievelingskleuren van Ruben en?Julian. In een legervoertuig worden de lichamen overgebracht naar?de begraafplaats in Zeist. De begrafenis vindt vervolgens in besloten?kring plaats.

8.3 Dilemma

In Nederland vinden met enige regelmaat gezinsdrama?s plaats. Het?zijn tragische geschiedenissen die afbreuk doen aan ons beeld van?het gezin als veilige omgeving. In de meeste gevallen zijn dergelijke?incidenten slechts kort in het nieuws en blijft de impact beperkt tot de?naaste omgeving. In het geval van de moord op Ruben en Julian was?dat anders. Door de lange periode van vermissing, de vele vraagtekens?rond hun verdwijning en de grote media-aandacht toonde Nederland?een ongekende betrokkenheid. De ?explosie? op Facebook en Twitter?was een uiting van medeleven, die vervolgens tot concrete acties leidde.?Burgers mobiliseerden zich en startten her en der zoekacties. Het?plaatste gemeente en hulpdiensten voor nieuwe uitdagingen. Want?enerzijds kon de politie baat hebben bij de hulp van het publiek, anderzijds?zouden ongeco?rdineerde zoektochten het opsporingsonderzoek?juist kunnen verstoren en zelfs schaden. Daarnaast is er de fundamentele?vraag over wederkerigheid, die vaker gesteld kan worden ten?aanzien van burgerparticipatie, en in de nasleep van deze gebeurtenis?kwam nog een ander dilemma naar voren. De balans tussen de belangen?van de directe nabestaanden en de collectieve vormen van rouw?elders in het land. Ook hier gaan we in de analyse nader op in.

image-3815632

4 Analyse

4.1 Online en offline impact

De publieke betrokkenheid was groot vanaf het moment dat de moeder?van Ruben en Julian haar oproep via Facebook de wereld in stuurde.?De attentiewaarde bleef gedurende de hele vermissing hoog; vanaf het?eerste bericht tot en met het nieuws over de vondst van de lichamen in?Cothen. Dat het nieuws van de vermissing verder ging dan de reguliere?kring van nabije vrienden en dorpsgenoten is drieledig te verklaren.?Het nieuws was mediageniek, de vermissing hield lang aan en het?raakte, in potentie, een groot deel van het land.

Allereerst de mediagenieke elementen. De raadselachtige verdwijning?van twee jonge kinderen waarvan de vader zichzelf van?het leven had beroofd, vormde van meet af aan een voedingsbodem
voor speculatie.

Daarbij speelde mee dat verdwijningen van kinderen?tot de verbeelding spreken. Denk aan de media-impact van de vermissingen?van Lusanne van der Gun uit Oldeberkoop (2003), Milly?Boele uit Dordrecht (2010) en Anass uit Wassenaar (2013). Daarnaast?zullen velen zich hebben herkend in de aanleiding van het verhaal:?twee ouders die met elkaar in scheiding liggen en ruzie maken over
het lot van de kinderen. In combinatie met de radeloosheid die uit het?eerste Facebookbericht van de moeder sprak, vormde dat een ?ergst?denkbare nachtmerrie?.

Als tweede element speelde mee dat de vermissing wekenlang aanhield,?waardoor het raadsel eerder groter dan kleiner werd. Sporen liepen?dood. De tijdslijn van de route die de vader die bewuste nacht had afgelegd, bevatte gaten. Het werd een puzzel die onopgelost bleef. Het?bevatte ingredi?nten die doen denken aan de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn in 1988 of, meer recent, de vermissing van het toestel van?Malaysia Airlines in 2014. In de huidige casus versterkte de lange duur?van de raadselachtige verdwijning de mediagenieke kant. Geen andere?verdwijning op Nederlandse bodem heeft recent geleid tot een vergelijkbare?onrust. Tot slot speelde mee dat het zoekgebied zich over een groot?deel van het land uitstrekte. Alles tussen het Doornse Gat en Neerbeek?werd potentieel zoekgebied. Daarmee kwam de casus voor veel mensen?letterlijk ?heel dichtbij?. Want mogelijk was de vader langs hun huis?gereden of waren de kinderen onderweg in hun dorp begraven. Het?voedde als het ware op grote schaal een gevoel van betrokkenheid.

Amber Alert

Op de avond van het Facebookbericht was er online de nodige aandacht?voor de vermissing, mede vanwege het mediagenieke karakter van het?nieuws: het was een ?bijzonder verhaal?. Alle scenario?s stonden die?avond nog open; onbekend was welk strafbaar feit achter de vermissing?schuilging. De kinderen konden op een onbekende locatie zijn ondergebracht,?maar ook zijn omgebracht. Het nachtelijke Amber Alert?bracht de vermissing breder onder de aandacht. Het zorgde ervoor dat?de reguliere media de vermissing de volgende ochtend in de journaals?meenamen. Daarmee werden ook de mensen bereikt die niet op sociale?media actief zijn of het nieuws de avond ervoor hadden gemist. Volgens?de inzetcriteria is een Amber Alert gewenst als wordt gevreesd voor het?leven van of voor ernstig letsel bij de vermiste minderjarige(n). Voor?een Amber Alert is toestemming nodig van de ouder(s) of wettelijk?vertegenwoordiger van de vermiste minderjarige(n). In deze casus?werd aan beide criteria voldaan (zie de?criteria van Amber Alert). Alles werd uit de kast gehaald om de?broertjes te vinden, al leert de ervaring dat een Amber Alert de grootste?toegevoegde waarde heeft in een periode tot enkele uren na de vermissing.?Die eerste uren waren in deze casus reeds verstreken, omdat pas?aan het einde van de middag duidelijk werd dat de twee jongens aan de
zorg van hun vader waren toevertrouwd ten tijde van zijn zelfmoord en?sinds het aantreffen van zijn lichaam al bijna 18 uur verstreken waren?toen het Amber Alert uitging. Mogelijk viel er op dat moment weinig?meer van te verwachten. In een eigen evaluatie gaf de politie aan dat?toch is besloten het Amber Alert uit te geven, omdat voor het leven van?de jongens werd gevreesd.

4.2 Burgerzoektochten

Mobilisatiekracht van het volk

Al op dinsdagavond 7 mei dienden de eerste burgers zich aan bij het?Doornse Gat om daar te helpen zoeken naar de twee vermiste broertjes.?Deze zoektochten namen in de dagen en weken erna een hoge?vlucht. Via de online media werden zoektochten georganiseerd, die her?en der honderden mensen op de been brachten om bospercelen uit te?kammen. Soms gingen hele gezinnen het bos in om te helpen zoeken.?Dergelijke burgerhulp bij vermissingen was geen nieuw fenomeen. Zo?leidde een vermissingszaak van de 10-jarige Michael uit Luttelgeest in?februari 2012 nog tot een grote zoekactie in en rond het dorp. Toen bleef?de zoektocht echter beperkt tot de dorpsbewoners. Een paar maanden?later startten vrienden van de vermiste Gino van Montfort uit Goirle?een zoektocht rond Beringe. In beide gevallen waren de zoektochten?van korte duur, omdat de lichamen na een aantal dagen werden gevonden,?nabij de plek waar zij voor het laatst waren gezien.

In dit geval was de massaliteit waarmee werd gezocht een onderscheidende?factor ten opzichte van eerdere zoekacties. Het potenti?le?zoekgebied was ook groter dan bij voorgaande vermissingen en?daardoor konden burgers op meerdere plekken in het land hun hulp?aanbieden.

Voor sommigen werd het zelfs een bijzondere besteding?van de meivakantie (wat niets afdoet aan de oprechtheid waarmee werd?gezocht).?Wanda van den Bovenkamp ? een vriendin van de moeder ? was?een van de initiatiefneemsters die via haar Facebookpagina voor de?Utrechtse Heuvelrug op de eerste avond een impulsieve oproep deed?om te komen helpen. Er kwamen zestig mensen op af. In Nieuwe Revu (?Mijn bos is mijn bos niet meer?, 21 mei 2013) vertelde zij erover:

?Ik kwam er meteen achter dat het allemaal niet zo makkelijk is. Er?stond een mediacircus voor mijn neus. Ik moet met dingen rekening?houden waar ik nooit aan had gedacht. Wild dat wordt opgejaagd,?allerlei priv?percelen in het bos, de techniek van het uitlijnen, boswachters?die niet zo blij zijn (red.: het ging hier om een rookverbod in?het bos en de tijdsblokken waarin gezocht mocht worden). Het ging?met vallen en opstaan.?

Het perspectief van de politie

De burgerzoektochten wierpen bij de autoriteiten nieuwe vragen op:?Hoe kunnen de goede intenties van burgers worden gekanaliseerd als?zij en masse op meerdere locaties willen helpen? De politie zocht naar?een passend antwoord. Het was niet dat bij voorbaat afwijzend op de?zoekacties werd gereageerd, maar voor de politie waren de forensische?afwegingen leidend. Waar het publiek mogelijk denkt ?baat het niet,?dan schaadt het niet?, gelden er vanuit forensisch belang andere afwegingen.?Wat in dat opzicht schadelijk is, is voor het publiek niet altijd?evident. Om een situatie volgens de forensische normen af te handelen,?wordt bij voorkeur eerst de eigen mobiele eenheid (ME) ingezet.?De ME heeft voldoende capaciteit om percelen te doorzoeken, is ervoor
opgeleid en weet wat te doen als er mogelijke sporen worden aangetroffen.?Ook kunnen ? zoals ook is gebeurd ? gespecialiseerde eenheden?van Defensie worden ingezet. Daarnaast zijn er bij een zoekstrategie?soms operationele afwegingen die de politie niet altijd met het publiek?zal willen delen. Mogelijk is er sprake van een medeverdachte of zijn?andere scenario?s denkbaar en komen grote zoekacties van burgers?op een bepaalde plek of tijd slecht uit. De inzet van lijkenhonden is bijvoorbeeld?pas optimaal als het ontbindingsproces op gang is gekomen.?Het is onkies om dergelijke informatie tijdens een grootscheepse?zoektocht te delen, terwijl de afwegingen om dit type speurhonden?direct na een vermissing in te zetten, legitiem kunnen zijn. Tot slot?spelen soms ethische aspecten mee. In dit geval was het twijfelachtig of?mensen beseften wat zij mogelijk zouden kunnen aantreffen. Maar in?hoeverre moeten mensen op de eventuele consequenties van hun zoektocht?worden geattendeerd? De boodschap dat men zich moest realiseren?dat meezoekende kinderen stoffelijk overschotten zouden kunnen?aantreffen, kon betuttelend overkomen, terwijl de deelnemers aan de?zoekacties?? zeker in het begin ? lang niet altijd leken te beseffen dat hier een gerede kans toe bestond. Ouders met kinderen maakten er een?alternatief ?dagje uit? van.

Samenwerking tussen burger en politie

Voor de politie was het duidelijk dat de spontaan aangeboden hulp ?niet?te stoppen? was. Het negeren van de burgerhulp zou bij het publiek niet?in goede aarde vallen, ook al had de politie zijn eigen afwegingen om er?terughoudend mee om te gaan. Er werd gezocht naar een middenweg,?waarin de publieke acties werden begeleid door ervaren politieagenten?die enige structuur aanbrachten in de zoekacties. Hierin was een?belangrijke rol weggelegd voor de politievrijwilligers. Maar net als voor?de burgers was het ook voor de politie een proces van vallen en opstaan.
Zo zijn de politievrijwilligers soms zonder stafkaarten met grote groepen?mensen op pad gestuurd, in gebieden waarvan later bleek dat die?eerder al door de ME en mariniers waren doorzocht. In de teams kregen?politievrijwilligers te maken met zoekers van allerlei pluimage;?van ervaren Afghanistanveteranen tot huisvrouwen en studenten. Ze?structureerden de zoekacties door vooraf een briefing te geven, waarin?zij uitleg gaven hoe het zoeken in zijn werk zou gaan. Ook werd afgesproken?om tijdens het zoeken geen foto?s op sociale media te plaatsen,?om te voorkomen dat de moeder en familieleden van Ruben en Julian?eventueel via de sociale media nieuws zouden vernemen.

Na een wat rommelige start kwam er gaandeweg meer structuur?in de samenwerking tussen burgers en politie. De initiatiefnemers?stemden zoekacties af met de politie, om te voorkomen dat het rechercheonderzoek?in de wielen werd gereden. Er is ook nadrukkelijk ontmoedigd?om op eigen houtje te gaan zoeken. Het twitteraccount en?de Facebookpagina van @JulianRubenNL speelden hierbij een steeds?grotere?co?rdinerende rol. De kracht van de burger deed daarmee?online en offline zijn werk; de offline burgerhulp werd door medeburgers?via sociale media gekanaliseerd. Er ontstond uiteindelijk een?modus waarin burgers, na overleg met de politie, de ruimte kregen om?her en der in het land zoekacties op touw te zetten.

Het dilemma van de wederkerigheid

In het verlengde van de burgerzoektochten ontwaren we een interessante?kwestie: wederkerigheid. Burgers ondersteunden het zoekproces,?maar wat kregen ze daarvoor terug? Een terugkomsessie voor iedereen?die had geholpen, op de hoogte gehouden worden over de voortgang,?een dankbrief of een lintje? Verwachtingen blijven vaak onuitgesproken,?maar er zullen verschillende motivaties een rol gespeeld hebben,?zoals het uiten van meeleven, de kans om onderdeel van iets groters?te zijn, een spannend uitstapje, of de hoop op meer informatie over de?stand van zaken, of waardering. Hoe dan ook, mensen zijn bereid om?het risico te nemen. Daarin ligt voor de overheid een dilemma: een?overheid die actief het belang van zelfredzaamheid en burgerparticipatie?belijdt, draagt onverminderd een verantwoordelijkheid voor de?redzamen die (uiteindelijk) niet veerkrachtig blijken. De reciprociteit?omvat in wezen dat de burger capaciteit aanbiedt, maar er daarbij impliciet
van uit gaat dat hij of zij op de overheid kan terugvallen wanneer?hij of zij schade ondervindt. In dit geval houdt de wederkerigheid in dat?de overheid garant moet kunnen staan voor passende nazorg, mocht?dit nodig blijken. Inzet vanuit Slachtofferhulp Nederland, veelal geactiveerd?vanuit de blauwe kolom, behoort tot het standaardrepertoire.?De Nederlandse samenleving kent bovendien een zorgsysteem dat is?ingericht op het faciliteren van die reciprociteit (ook al wordt de term?wederkerigheid traditioneel niet gebruikt in combinatie met de grondwettelijke
plicht van overheden om de ?gezondheid der ingezetenen? te?bevorderen). Mochten mensen problemen ontwikkelen tijdens het verlenen?van burgerparticipatie die zij niet op eigen kracht ? dus ook niet?binnen eigen sociale kring ? kunnen oplossen, dan bestaat er een vangnet?in de vorm van professionele hulp- en zorgverleners. Het is niet?zozeer paternalistisch dan wel verstandig om mensen die inderdaad?worden blootgesteld aan een schokkende omstandigheid (het aantreffen?van kinderlichamen valt daar zeker onder, maar misschien ook het?niet vinden, hoop houden en vervolgens erachter komen dat ze tientallen?kilometers verderop liggen) te informeren over mogelijke reacties,?met de toevoeging dat die overwegend vanzelf verdwijnen. Voor de vinders?van de lichamen ligt dat vermoedelijk meer voor de hand dan voor?specifieke groepen vrijwillige zoekers. Hoe het ook zij, gedragstips hoe?met een schokkende gebeurtenis om te gaan, ook als eigen kinderen?zijn blootgesteld, kunnen eenvoudig worden verstrekt (helemaal als de?zoektocht onder co?rdinatie plaatsvindt). Mochten reacties na ongeveer?een maand niet minder worden, is een bezoek aan de huisarts aan te?bevelen. En als dat ontoereikend is, voert de verwijslijn verder.?De hier geschetste redenering is verder uitgewerkt in de ?Multidisciplinaire richtlijn psychosociale?hulp bij rampen en crises? (Impact, 2014).

3 Nafase

De ontknoping

Toen de politie op zondagmiddag 19 mei 2013 bekend maakte dat in het?buitengebied van Cothen twee lichamen waren aangetroffen, barstte?het speculatiecircus los. Het duurde uiteindelijk tot 23.00 uur ?s avonds?voordat de driehoek (de burgemeester van Zeist, de hoofdofficier?van justitie en de chef van de politie-eenheid Midden-Nederland)?in Utrecht toelichtte dat het ? zoals iedereen op dat moment al vermoedde?? hoogstwaarschijnlijk ging om de lichamen van Ruben en?Julian. Dat het niet met zekerheid kon worden gesteld, kwam doordat?de lichamen lange tijd in het water hadden gelegen en in staat van ontbinding?waren. Op basis van DNA-onderzoek werd de identiteit later?bevestigd. In de persconferentie stond hoofdofficier Bac stil bij de vraag?of de autoriteiten niet eerder op de avond naar buiten hadden kunnen?komen. Hij stelde dat een zorgvuldig (en tijdrovend) onderzoek nodig?was om de toedracht te kunnen achterhalen, mede in het licht van het
feit dat de vermoedelijke dader zelfmoord had gepleegd.

Fragment ?Eerste identificatie op basis van gevonden kleding? uit het NOS Journaal?van maandag 20 mei 2013, 00.09 uur:

Na de ontknoping van de vermissingszaak pakte de gemeente Zeist?de regie op de nafase. De aandacht ging in de eerste plaats uit naar?de binnenste cirkels van betrokkenen: de moeder, de grootouders, de school en de voetbalclub, de vriendin van de vader. Gedurende de?periode?van vermissing waren echter steeds meer mensen in Nederland?zich gaan rekenen tot de binnencirkel. Via sociale media verspreidden?zich plannen voor een stille tocht of een herdenking in Zeist of?zelfs bij Cothen, waar de jongens gevonden waren. In Limburg, waar?ook groepen mensen hadden meegezocht, werd een herdenkmoment?gehouden bij Stein, en in Kerkrade kwam een vrouw met een plan voor?een herdenking met duizend witte heliumballonnen. Dat zelfs even de?vraag rees of de Trekkertrek, die op Tweede Pinksterdag in Cothen zou?plaatsvinden, moest worden afgelast, geeft wel aan dat de impact als??groot? werd ingeschat.

Rouwen en herdenken in Zeist

Tijdens de persconferentie gaf de burgemeester van Zeist aan dat hij?zich met betrokkenen en maatschappelijke organisaties zou bezinnen?op het verder vormgeven van de verwerking. Waar gewoonlijk initiatieven?van burgers voor een stille tocht gefaciliteerd worden, was nu niet?in te schatten hoeveel mensen erop af zouden komen. Een grote toeloop?zou kunnen betekenen dat de gemeente de openbare orde en veiligheid?niet zou kunnen waarborgen. Mede om die reden werd gezocht?naar een alternatief dat wel uitdrukking gaf aan de collectieve beleving,?maar waarbij die verbondenheid niet door plaats, maar door moment?tot stand zou komen.

In overleg met de moeder werd besloten om iedereen die de jongens?wilde gedenken op te roepen om op zondag tussen 19.00 en 20.00?uur twee brandende kaarsjes in de vensterbank te plaatsen. Hiermee?werd een verbinding gelegd met Wereldlichtjesdag, die altijd op de?tweede zondag in december plaatsvindt voor kinderen die slachtoffer?zijn van geweld. Op deze manier werd tevens de aandacht wat afgeleid?van het priv?domein; niet de eigenheid van de jongens stond centraal,?maar hun positie als slachtoffer. Door een kaarsje te laten branden,?werden ze voor de buitenwereld tot een symbool gemaakt en hoefden?de moeder en andere intimi hun persoonlijke herinneringen en rouwbeleving?niet te delen met de rest van Nederland. Zodra de keuze voor?de kaarsjes bekend was gemaakt, luwde ook de storm van particuliere?initiatieven. Iedereen sloot zich aan bij de beslissing; de ballonnen in?Kerkrade werden afgeblazen. Daarnaast werden duidelijke afspraken
gemaakt om ook bij andere gedenkmomenten publiek en priv? goed?te scheiden. De uitvaart zou besloten zijn, met langs de rouwstoet???n plek waar de media foto?s mochten maken. Via de gemeente was de?afspraak gemaakt dat alleen het ANP een interview zou afnemen met?een woordvoerder van de familie. Door de sociale media goed te volgen,?werd het voor de gemeente duidelijk dat ze geen maatregelen hoefde te?treffen voor eventuele spontane stille tochten. Net als bij de zoektochten?bleek dat de snelheid waarmee het bericht zich verspreidde hielp?om de betrokkenheid binnen de samenleving te kanaliseren.

De school

Ook op de Kerckeboschschool in Zeist werd stilgestaan bij het overlijden?van de broertjes. De herdenking op school was alleen voor de kinderen,?leerkrachten en ouders toegankelijk, maar na afloop waren het?schoolhoofd en de burgemeester beschikbaar voor een kort interview.?Door op deze manier duidelijke grenzen te trekken, werd zowel aan?de direct betrokkenen als aan de kringen daarom heen proportioneel?ruimte geboden voor rouw.

Rouwen en herdenken in Wijk bij Duurstede

Niet alleen in Zeist, maar ook in Wijk bij Duurstede werd gerouwd, de?plaats waar de vader opgroeide en de kinderen regelmatig bij hun opa?en oma op bezoek kwamen. De verbijstering was er minstens zo groot?als in Zeist. Er werd een condoleanceregister geopend en de burgemeester?bracht een bezoek aan de ouders van de vader. Zij hadden immers?drie dierbaren verloren; hun zoon, die zelfmoord had gepleegd, en hun?twee kleinkinderen met wie ze een sterke band hadden. Hun verdriet?was heftig en heel dubbel, aldus de burgemeester voor RTV Utrecht:

?Bij de ouders overheerst onbegrip en ongeloof. Hun betrokkenheid?bij hun kleinkinderen is enorm. Wat hun verdriet nog complexer?maakt, is dat ze natuurlijk treuren om de zelfgekozen dood van hun?zoon en tegelijkertijd part noch deel hebben gehad aan wat hij zeer?waarschijnlijk heeft gedaan.?

5 Afronding

Dit hoofdstuk draaide om een vermissingszaak die Nederland bijna?twee weken lang in zijn greep hield. De betrokkenheid was verklaarbaar.?Anders dan een gezinsmoord waarbij het publiek vrij snel duidelijkheid?krijgt over wat er is gebeurd, was dit een drama met lange tijd?een open einde. Naarmate de onzekerheid voortduurde, werden de vragen?eerder groter dan kleiner. De online buzz over de vermissing leidde?ertoe dat de media al vanaf de eerste avond de zaak nauwgezet volgden.?Maar de vraag is of de maatschappelijke impact zonder sociale media?minder groot zou zijn geweest. Het valt te betwijfelen. De wekenlange?vermissing van Nicole van den Hurk in 1995 bijvoorbeeld (die uiteindelijk?eveneens vermoord bleek), vond plaats in de periode voordat sociale
media bestonden en ook hier was sprake van maatschappelijke onrust.?De sociale media hebben er bij deze casus wel voor gezorgd dat de vermissing?van Ruben en Julian snel in het nieuws kwam en de ontwikkelingen?(bijvoorbeeld via @JulianRubenNL) nauwgezet konden worden?gevolgd. Maar de maatschappelijke impact gedurende de weken van de?vermissing zou volgens ons ook zonder sociale media waarschijnlijk?van vergelijkbare grootte zijn geweest. De casus had voldoende componenten?in zich om ook zonder Facebook en Twitter een landelijke?impact te krijgen. De drijvende kracht achter de voortdurende aandacht?zien we in de vraag ?waar zijn de vermiste kinderen gebleven???De behoefte van burgers om te helpen een antwoord op deze vraag te
vinden, doet zich vaker voor. Het waren nu vooral de lange duur vande vermissing, de omvang van het zoekgebied en (mede daardoor) de?massaliteit van de zoekacties die deze casus extra bijzonder maakten.

Toch werden de sociale media wel een onlosmakelijk onderdeel?van de aanpak. Via de sociale media werden mensen opgeroepen om?te komen helpen en werden de zoekacties over het land gereguleerd.?Net zoals bij de verdwijning van Steve Fosset (in 2007) gebruik werd?gemaakt van online mogelijkheden om zijn verdwenen toestel terug te?vinden, zijn ook hier passende middelen gezocht om de zoekinspanningen?van goedwillende burgers te co?rdineren. Bij Steve Fosset was het?een centrale website, bij Ruben en Julian werden Facebook en Twitter?de centrale platformen. Daarnaast klonk via Facebook en Twitter ook?het collectieve medeleven door. Alles wijst erop dat de moeder zich?hierdoor erg gesteund heeft gevoeld; zij heeft herhaaldelijk haar dank?daarvoor uitgesproken.

In de kern van de zaak zien we een vader die kennelijk geen andere?uitweg zag dan zichzelf en zijn kinderen het leven te ontnemen. Op dat?aspect wijkt deze casus niet af van gezinsdrama?s die zich, hoe vreselijk?ook, vaker in Nederland voltrekken. Wat er gebeurde tijdens de eerste?uren van de vermissing en de laatste uren van beide kinderen zal een?raadsel blijven, net zoals de exacte aanleiding. Het is eerst en vooral een?drama voor de directe betrokkenen en hun omgeving. Het is dan ook?de kunst om in dergelijke situaties op een betrokken en nabije manier?de situatie te managen, zonder partij te kiezen of uitspraken te doen?over de aanleiding. In deze casus stond dat voorop en is ondanks alle?media-aandacht steeds de insteek geweest om het klein te houden en er?te zijn voor de direct betrokkenen.

DocU van RTV Utrecht over Ruben en Julian, “Twee weken tussen hoop en vrees” van zondag 18 mei 2014, met daarin oa Henk Bril aan het woord.?Henk Bril (49) loopt al wat jaren mee als hoofd recherche van de politie Midden-Nederland en zag een heleboel gezinsdrama?s voorbijkomen. Maar de kindermoord op Ruben en Julian, gepleegd door vader Jeroen Denis (38), was in alle opzichten uniek en zal tot in lengte van dagen in zijn geheugen gegrift staan. ?Bij een familiedrama vind je doorgaans heel snel alle slachtoffers bij elkaar. Nu waren wekenlang twee jongetjes zoek en kon het alle kanten opgaan. Waren ze achtergelaten zonder eten en drinken, ontvoerd? Was er misschien nog iemand anders in het spel??:

De docu is een eerbetoon aan Ruben en Julian:

Moeder Iris schreef een bedankbrief in de Telegraaf en bedankt iedereen die heeft geholpen bij het zoeken naar haar jongens.

Wouter Jong schreef eerder ook een blog over de rol van social media bij de vermissing in deze zaak en er verscheen ook een artikel in Magazine Nationale Veiligheid en crisisbeheersing over het Twitteraccount @JulianRubenNL, dat Wouter schreef samen met Jeroen Jacobs van?SocialMediaGrip?schreef, de club die zich online belangeloos inzette voor zoektocht Julian en Ruben.

Zoekjemee

zoekjemee_logo_nw

Stichting ZoekJeMee is opgericht naar aanleiding van een spontaan initiatief tijdens de vermissing van de vermiste broertjes Julian & Ruben uit Zeist (mei 2013).

Vanuit een Twitter-account werd een groot publiek bereikt (ca. 12.000 volgers) dat, naast real-time informatie, oproepen kreeg waar hulp van burgers nodig bleek. Dit particuliere initiatief werd door het publiek en overheid gewaardeerd en bleek in een belangrijke behoefte te voorzien.

Na de vermissing van de twee broertjes bleek er behoefte te bestaan om ons werk uit te breiden. Nu geven wij afhankelijk van een hulpvraag van de familie informatie aan een breed publiek en ondersteunen op breder vlak. Hierbij werken wij nauw samen met verschillende andere (maatschappelijke) organisaties.

ZoekjeMee heeft ook een raad van advies:

Wouter Jong?is Adviseur Crisisbeheersing bij het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Verder is Wouter jurist en econoom. Zijn ervaring en inzicht in crisisbeheersing zullen een grote aanvulling zijn bij het verder professionaliseren van onze organisatie.

Carlo Schippers?is hoofdinspecteur en gedragskundige. Ook Carlo heeft jarenlange ervaring binnen de politie. Zijn ervaring en expertise zijn en blijven van grote waarde voor ons werk.

De Raad van Advies kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen bij onze werkzaamheden. Het is de bedoeling dat de Raad van Advies vier keer per jaar bijeenkomt om samen met ons het beleid door te spreken.?De functie is onbetaald en wordt dus door de leden van de Raad vrijwillig verricht.

Lees meer over de stichting in onderstaande bedrijfsanalyse:



In de regionale bladen stond in augustus 2013 een artikel over ZoekjeMee.nl
Twitteraar verandert in speurneus

Het was niet de eerste keer dat Milo (11) wegliep. Maar deze keer bleef hij wel heel lang weg.

Vermiste en verdachte personen sneller vinden via de sociale media

De Amsterdamse jongen was niet meer gezien sinds hij rond het middaguur niet in de taxi was gestapt die hem van zijn school voor speciaal onderwijs naar het gezinshuis moest brengen. ?Het was inmiddels 19.00 uur en ik dacht, jeetje, het wordt straks donker. Wat als hij toch in de trein naar Nijmegen is gestapt, naar zijn biologische vader??, vertelt Simone van der Hurk, schoonzus van Milo, over die beruchte dag in april.

De politie schakelde Burgernet in. ?Maar dat was alleen een omschrijving, geen foto. Die moet er toch bij??, dacht Simone. En dus besloot ze haar eigen netwerk in te schakelen. ?WhatsApp, Facebook, Twitter. Op zo?n moment wil je dat hij zo snel mogelijk gevonden wordt.?

Het bericht verspreidde zich razendsnel: op Facebook werd het 58 keer gedeeld, via Twitter werd het 45 keer geretweet. Het bereikte zo?n 150.000 mensen. Ze werd dan ook overspoeld met reacties. Iemand dacht dat hij Milo in Amsterdam-Zuidoost had gezien, een ander meende hem in de supermarkt daar te hebben gesignaleerd. ?Dat was zo?n geruststelling, dat hij in ieder geval in de buurt was.?

De tips bleken te kloppen. Milo had op school ruzie gehad en was weggerend. In zijn oude buurt in Amsterdam-Zuidoost had hij de hele middag met vriendjes gespeeld. Van wat gevonden geld haalde hij een blikje cola in de supermarkt. Toen hij honger kreeg, belde hij bij zijn moeder aan. Die informeerde gelijk de politie dat Milo terecht was.

Simone is niet de enige die het heft in eigen hand nam om iemand op te sporen. Steeds vaker beginnen burgers als een soort virtuele Sherlock Holmes een zoektocht via sociale media. Het afgelopen jaar werden bijna een kwart miljoen berichten met het woord ?vermist? erin de wereld in geslingerd, retweets nog uitgesloten. Het jaar daarvoor waren dat er nog zo?n 165.000, blijkt uit cijfers van Coosto, een bedrijf dat sociale media monitort.

Actief gedeeld

Slechts 5 procent van de meldingen van vermissing was geplaatst door de politie. De berichten werden actief gedeeld: het totaal aantal berichten met het woord ?vermist? erin kwam daarmee afgelopen jaar uit op 731.752. Sociale media zijn snel en hebben een groot bereik. ?Vroeger wilden we ook iemand heel graag terugvinden, maar we konden weinig. Je belde misschien de klassenlijst af. Nu kunnen we het makkelijk op Facebook zetten?, verklaart mediapsycholoog Mischa Coster.

Frank Smilda, politiecommissaris in Noord-Nederland, werkt aan een boek over de invloed van sociale media op het politiewerk. ?Ik denk dat het ook te maken heeft met frustratie over de politie. Mensen willen gelijk geholpen worden, terwijl de politie keuzes moet maken omdat ze veel te veel te doen heeft. Er gebeuren jaarlijks vier miljoen misdrijven in Nederland, waarvan maar ??n miljoen aangiftes worden gedaan. De overige drie miljoen die niet bij ons komen, zijn nu sneller zichtbaar via sociale media. Daar was eerder geen medium voor.?

Burgers hebben dankzij Facebook, Twitter en andere sociale media een eigen opsporingsmiddel in handen en kunnen zo de politie helpen, zegt Smilda. ?Ik weet dat iemand zijn auto weer terugvond nadat hij een foto online zette.? Maar zo?n burgeractie kan aardig uit de hand lopen. In Nijmegen ontstond een klopjacht toen duizenden Twitteraars de naam en het adres deelden van een man die zijn hond zou hebben verdronken.

Ponypletten

Nadat een filmpje op het net was geplaatst waarop was te zien was hoe een extreem dikke vrouw een pony onder haar gewicht liet bezwijken, moest de familie van de ?ponypletter? onderduiken vanwege bedreigingen. En in Eindhoven werd een jongen ten onrechte aangezien voor een van de daders van de ernstige mishandeling in die stad in januari van dit jaar.

Smilda: ?We hebben in Nederland afgesproken dat de politie de opsporing doet, het Openbaar Ministerie de vervolging en de rechter de strafoplegging. Burgers die zelf overgaan tot vervolging, dat kan echt niet. Dan krijg je de terugkeer van de schandpaal.?

Volkswoede

De rechter kan zelfs beslissen dat de verdachte al genoeg is gestraft door de (sociale) media. De politie kan weinig anders dan de volkswoede proberen te kanaliseren. ?Je moet mensen erop wijzen dat ze zelf ook strafbaar zijn als ze overgaan tot eigenrichting.?

Juist mensen met een groot empathisch vermogen, mensen dus die goed in staat zijn zich in iemand anders in te leven, kunnen zich soms niet bedwingen zelf actie te ondernemen, zegt mediapsycholoog Coster. ?En het zijn vaak mensen die de middelen en tijd hebben om iets te doen.?

Hoe meer ogen, des te sneller we iemand (terug)vinden, is het idee. Of het echt helpt, is onbekend. De meest bekende vermissingszaak waar sociale media een grote rol speelden, is die van de broertjes Ruben en Julian uit Zeist. Alle burgerzoektochten ten spijt werden hun lichamen uiteindelijk bij toeval gevonden.

De een voelt zich sterker emotioneel verbonden met een opsporingszaak dan de ander en dat bepaalt of iets wel of niet gedeeld wordt. Coster: ?Je kan je bericht opstellen als ?help, mijn dochter is vermist?, of je geeft het verhaal emotie door iets over haar te vertellen of er een filmpje bij te doen. Dan verhoog je de kans dat je bericht gedeeld wordt. Daarbij moet je wel rekening houden met wat schadelijk kan zijn als iemand wordt teruggevonden.? De vermiste persoon is voor altijd op internet terug te vinden, inclusief eventuele details over bijvoorbeeld drugsgebruik of iemands labiele toestand.

Sneeuwbal

De melding van vermissing is intussen als een sneeuwbal die maar blijft doorrollen, ook al meld je op gegeven moment dat iemand weer gevonden is. Uit cijfers van Coosto blijkt dat die ?weer terecht?-berichten minder mensen bereiken dan die over de vermissing zelf.

Je moet je bovendien afvragen of de gemelde verdwijning waar is of niet. Er zijn voorbeelden dat mensen ten onrechte als vermist werden opgegeven, zoals van een meisje uit Winschoten, van wie de vermissing 4.000 keer werd gedeeld. Van haar werden zelfs posters opgehangen. ?Ikzelf kijk altijd of de melding van offici?le instanties komt, of van iemand die ik ken?, vertelt Johannink van veiligheidsbureau VDMMP.

Hetzelfde geldt voor de reacties die je krijgt. Zijn die wel waar? Valse tips kunnen de zoektocht een heel verkeerde kant opsturen. Het kunnen ook vervelende reacties zijn. Huizenga van zoekjemee.nl: ?Als het gerucht gaat dat je dochter is meegegaan met een loverboy, krijgen ouders soms te horen dat ze maar beter hadden moeten opletten op die hoer van ze. Daar ben je niet op voorbereid.?

Massale betrokkenheid

De massale betrokkenheid bij de vermissing van de broertjes Ruben en Julian uit Zeist toont aan dat onder burgers behoefte is om mee te denken bij zulke zaken. De website Zoekjemee.nl is een van de burgerinitiatieven die daarop inspringt. ?Toen Ruben en Julian gevonden waren, hadden we 12.000 volgers op Twitter. We wisten niet wat we ermee moesten, tot een meisje vroeg of we haar wilden helpen haar vader te vinden?, vertelt oprichter Hans Huizenga.

Inmiddels hebben ze al ruim twintig ?dossiers? afgesloten. Alleen vermissingen waarvan aangifte is gedaan, worden behandeld. ?Je hebt inderdaad pubers die weglopen, maar die zijn vaak snel weer terug. Zo was er onlangs veel onrust op Twitter over twee meisjes uit Westervoort. We hebben de politie daarover gesproken. Die vroeg ons of we ons er even niet mee wilden bemoeien, omdat ze er waarschijnlijk gewoon samen van tussen waren gegaan. Na een paar uur werden ze inderdaad gevonden.?

In het reformatorisch dagblad stond onlangs ook nog een artikel naar aanleiding van een vermissingszaak:

Vermiste Neder?landers opsporen. Met hulp van internetters. Het is de passie van Hans Huizenga (44), co?rdinator van de stichting ZoekJeMee.

Opgetogen is Huizenga over het nieuws dat de 13-jarige Lisa Tuk uit Spijkenisse gisteren is gevonden (zie ?Arrestatie na opduiken meisje?). Dat laat onverlet dat Huizenga twijfels heeft over de pogingen van burgers om het meisje op te sporen met behulp van internetters. ?Op Facebook werd veelvuldig geopperd dat het meisje mogelijk in handen was van een loverboy. Terwijl dat zeer de vraag is.?

Als mensen via bijvoorbeeld Facebook alarm slaan over de vermissing van een geliefde, doen ze er wijs aan hun woorden te wegen, zegt Huizenga. ?Natuurlijk kan het heel nuttig zijn om mensen via internet snel te informeren over een vermissing, maar bedenk wel dat je met vermelding van naam en plaatsing van een foto iemands privacy schendt. Als achterblijvers bijvoorbeeld schrijven dat hun tienerdochter in handen is van een loverboy, kan zo?n meisje daar veel schade van ondervinden. Ooit hoorde ik een moeder van zo?n meisje zeggen: ?Mijn dochter wordt uitgemaakt voor hoer.??

Foto

Sinds 2013 speurt Huizenga, samen met een vijftal andere vrijwilligers, via sociale media naar vermisten. Daartoe is de stichting ZoekJeMee opgericht. Aanleiding was de verdwijning van de broertjes Ruben (9) en Julian (7) uit Zeist. Ze zijn omgebracht door hun vader, die ook de hand aan zichzelf sloeg.

ZoekJeMee krijgt jaarlijks zo?n 150 verzoeken van achterblijvers om een vermissing onder de aandacht te brengen. Altijd wordt in ieder geval een foto van de vermiste op sociale media geplaatst. In de hoop dat mensen de vermiste ergens zien opduiken, vertelt Huizenga, voormalig winkelier en nu werkzoekend. ?Je ziet vaak dat het net rond een vermiste zich sluit. Onlangs was er een jongen vermist. Via onder meer Facebook riepen we mensen op alert te zijn. Iemand zag hem zitten in een bushokje in een Fries dorpje.?

Stichting ZoekJeMee werkt samen met de politie, benadrukt Huizenga. ?We adviseren mensen die zich bij ons melden altijd aangifte te doen. We overleggen geregeld met het Landelijk Bureau Vermiste Personen van de politie. Als de politie een vermissing op politie.nl plaatst, zetten wij die ook op onze sociale media.?

Pati?nt

Soms zitten politie en ZoekJeMee niet op ??n lijn, beaamt hij. ?Zo wilde een meisje graag contact met haar vermiste vader, een psychiatrisch pati?nt. De politie had telefonisch contact met de vader. Hij vertelde te willen zwerven. De politie vond dat hij daar het recht toe had en stopte de zoektocht. Maar wij bleven speuren. Met resultaat. De dochter vond haar vader op een terras. Hij stemde ermee in dat hij weer werd opgenomen.?

ZoekJeMee moet alert zijn op kwaadwillenden, geeft de co?rdinator aan. ?Er meldde zich bij ons een man die op zoek was naar zijn vrouw. Toen bleek dat hij geen aangifte zou doen, kregen we argwaan. Van de politie hoorden we dat de vrouw was ondergedoken in een blijf-van-mijn-lijfhuis. Dan gaan wij haar gegevens niet verspreiden.?

Lastig zijn zaken waarbij ouders strijden om een kind. ?Als bijvoorbeeld een moeder na een scheiding een kind ten onrechte weghoudt bij de vader, is er sprake van onttrekking aan het ouderlijk gezag. Als wij voor de vader het kind proberen op te sporen, krijgen onze vrijwilligers door de tegenpartij van alles naar hun hoofd geslingerd.?

Geregeld heeft Huizenga contact met achterblijvers. ?Ze zijn dankbaar dat wij een luisterend oor bieden.? In een enkel geval is hij erbij als een vermiste wordt gevonden. ?Zo wist ons team via WhattsApp contact te leggen met een meisje dat in handen was van een loverboy. Toen ze ons haar verblijfplaats gaf in Amsterdam lichtten we de politie in en zijn we er met vijf mensen naar toegereden. Op een afstandje zagen we hoe een arrestatieteam de deur intrapte en het meisje bevrijdde.?

Arrestatie na opduiken meisje

Een 41-jarige man uit Koudekerk aan den Rijn is opgepakt omdat hij mogelijk iets te maken heeft met de dagenlange vermissing van de 13-jarige Lisa Tuk. Agenten vonden haar gisterochtend in Koudekerk aan den Rijn. Het meisje zat in een bus richting Rotterdam. Ze zou in goede gezondheid verkeren. De politie zou haar hebben getraceerd met behulp van telefoon?gegevens.

Lisa Tuk was sinds donderdag vermist, nadat ze was weg?gelopen vanaf een bungalowpark in het Veluwse Nieuw-Milligen (in de buurt van Apeldoorn). Via sociale media werd aandacht voor de zaak gevraagd.

Volgens haar vader had een onbekende jongen of man zijn dochter benaderd via Facebook. Het AD meldde dat Lisa Tuk haar internetgeschiedenis voor haar vertrek heeft gewist.

Bron: Zoekjemee.nl, regionaal kranten artikel, Reformatorisch dagblad

Burgerinitiatief Nederland (BiND): burgeropspoorders op social media

Burgers die de afgelopen weken hebben gezocht naar sporen van de Zeister broertjes Ruben en Julian, hebben dinsdag besloten een landelijk netwerk van particuliere zoekteams op te richten.?BiND?(Burgerinitiatief Nederland), zoals het netwerk gaat heten, kan de politie helpen bij vermissingen.?Dat hebben Wanda van den Bovenkamp en Marc Satijn van het Burgerinitiatief Heuvelrug laten weten. Zij richten het netwerk samen met Burgerinitiatief Beek op. Volgens de oprichters van BiND steunt de nationale politie het plan. Vele honderden vrijwilligers kamden de natuurgebieden tussen Doorn en Rhenen uit en speurden de bossen in Zuid-Limburg af. Er is ook een grote zoekactie gehouden in de omgeving van Zeist, waar de kinderen woonden. Aangezien de moeder van de jongens bij de brandweer in Zeist werkt, waren veel zoekers uit de wereld van de hulpdiensten afkomstig en konden zij speuracties goed opzetten.?De oprichters van BiND verwachten dat zich zeker 1000 mensen zullen aanmelden. Het aantal likes heeft dat getal na 1 dag inmiddels al gepasseerd.

BiND

Eerder verscheen in?het Algemeen Dagblad een achtergrondstuk over de rol van social media bij de vermissingszaak.

Nooit eerder heeft de politie zoveel informatie gedeeld met de burgers als in de vermissingszaak van Ruben en Julian. Hoewel de vondst van de jongens uiteindelijk ?toeval? was, zal de politie het publiek en social media steeds vaker inzetten om zaken te helpen oplossen, zegt TNO-onderzoeker Arnout de Vries.

Wijkagent Peter Boekweg?twitterde in 2010 al over?4 vermiste kinderen?in Groningen. Dat bericht verspreidde zich al snel en leverde uiteindelijk een bijdrage aan de oplossing; Dezelfde dag werd het viertal gevonden. Ze bleken te zijn weggelopen uit een jeugdinstelling.
,,Het is een van de vele voorbeelden, waarbij burgers van doorslaggevend belang zijn gebleken voor de oplossing van een zaak,?? zegt Arnout de Vries, die voor TNO onderzoek doet naar social media en maatschappelijke veiligheid. ,,En dat aantal neemt toe.??
Dat de burger graag meehelpt, is afgelopen weken wel gebleken. Nooit eerder hebben zoveel mensen actief meegeholpen in de zoektocht naar de broertjes Ruben en Julian. Nooit eerder heeft de politie ook zoveel informatie gedeeld.
Hoewel de vermiste broertjes uiteindelijk bij toeval zijn gevonden, zal de politie steeds vaker de aandacht en hulp van het publiek inroepen bij het oplossen van zaken, zegt De Vries.
,,Vooral zaken waarbij de maatschappelijke impact groot is, snelheid is geboden, en waar de politie weinig aanwijzingen heeft, zie je dat de politie sneller de hulp van het publiek inschakelt. Vermissingszaken lenen zich daar bij uitstek voor. Zeker in die gevallen waarbij elke minuut telt. De privacy, die bij de klassieke opsporing vooral telde, wordt nu meer gezien als ondergeschikt belang.??
Ook bij misdrijven als overvallen en inbraken, worden signalementen en zelfs namen en foto?s van verdachten steeds vaker vrijgegeven om de dader op te sporen. ,,Daar blijkt dat het merendeel van de tips zelfs cruciaal is om de zaak op te lossen.??
De politie vraagt niet alleen om tips. In sommige moordzaken vragen ze het publiek zelfs om mee te denken met scenario?s. Toen het onderzoek naar de moord op Steenwijker Halil Erol volledig vastliep, liet de recherche een website maken en publiceerde daarop de aanwijzingen die er tot dan toe waren gevonden. Daarbij stelde de politie specifieke onderzoeksvragen.
En soms roept de politie ook veel sneller de hulp bij moordzaken. Zoals bij de moord op Nico Leeuwe in Groningen. ,,Dat bleek al gauw een complexe zaak, de moord op een boodschappenman van de rosse buurt. Buurtonderzoek leverde weinig op en dus vroeg de politie de burgers al na twee weken om mee te denken over scenario?s.??
De burgerrechercheur kent ook een keerzijde. Hoe voorkom je een openbare heksenjacht? Na de aanslag in Boston verspreidden de foto?s van mensen die mogelijk afwijkend gedrag vertoonden zich als een olievlek. ,,Er ontstond een massale tunnelvisie. Er werden zelfs namen bij de foto?s gezet, namen van onschuldigen.??
Maar ook in eigen land moesten vermeende daders zelfs onderduiken. De dierenpolitie plaatste een tweet en foto van een dode hond in een tas, waarna de adresgegevens van de vermoedelijke dader al snel rondging op internet en de man moest vluchten. GeenStijl plaatste de acht daders van de geruchtmakende schoppartij in Eindhoven op de site, met als voordeel dat ze snel werden gepakt. Maar een jongen met dezelfde naam als een van de daders werd wel lastiggevallen.
Van belang is wel, zegt De Vries, dat de politie de regie moet zien te houden over de inzet van burgers. ,,Dat is lastig, want op internet kan informatie al snel een eigen leven gaan leiden. Daar moet over worden nagedacht, want burgerparticipatie in het politie-onderzoek zal alleen maar toenemen.??

Een enorm aantal twitteraars een geruchtenstroom. Zo lieten zij in emotionele tweets veel mensen geloven dat de broertjes echt waren gevonden in een visvijver in een recreatiegebied in Geulle. Dit blijkt uit de eerste resultaten van onderzoek van de lectoraten Regie van Veiligheid en Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein van Hogeschool Utrecht (HU). Hoewel de politie bij de visvijver zocht, werden de jongens daar uiteindelijk niet gevonden.

Volgens het HU-onderzoek waren er tijdens de zoektocht in de visvijver in Geulle veel retweets met emotioneel taalgebruik, die speculeerden op een tragische afloop, zoals ?het is mis!?. Ook waren er veel uitingen van hoop en vrees, zoals: ?hopelijk zijn ze gevonden?. Op enig moment zouden ze zijn gevonden, waarbij twitteraars verwijzen naar wat ze op internet hadden gelezen. Het lot van de broertjes werd als voldongen feit gebracht, aldus de studie.

Een uur later ontkende de politie dat de broertjes waren gevonden, via een tweet van RTV Utrecht die heel veel werd geretweet. De twitteraars gingen elkaar daarna aanspreken dat ze geruchten aan het verspreiden waren. Maar opmerkelijker daarbij was dat het gerucht van de vondst bleef voortbestaan, ondanks het tegengeluid van de politie. Tijdens de zoektocht bij de visvijver werden volgens de onderzoekers tussen 19.00 en 21.00 uur in totaal 800 tweets verzonden. Zes dagen later werden de lichamen van de jongens in een duiker in een sloot bij Cothen gevonden.

Bron: AD, Utrecht Nieuws