Tagarchief: nederland

Burgeropsporing als trend in veiligheid

Trends in Veiligheid is een jaarlijks visierapport van Capgemini, waarin de belangrijkste (digitale) ontwikkelingen worden geschetst in het domein van openbare orde en veiligheid.

Dit jaar is het thema: “Slimmer samenwerken aan een veiliger Nederland”. Innovatie is duidelijk meer dan een buzzword in het veiligheidsdomein: veel betrokkenen zijn aan de slag om hun belangrijkste opdracht op een vernieuwende manier aan te pakken. Dat is cruciaal, want de bad actors zitten niet stil. Dankzij nieuwe technologie vinden criminelen steeds weer nieuwe manieren om te ontwrichten, op te ruien en digitale en fysieke veiligheidslinies te doorbreken.

Speciale aandacht in deze trendrapportage voor de rol van burgers in de opsporing:

Lees pagina 46 t/m 49 in onderstaand rapport met een beschrijving van de belangrijkste trends die zorgen dat burgeropsporing opkomend is:

[slideshare id=149436009&doc=trends-in-veiligheid-2019-web-version-190613130123&type=d]

Bron: Trends in Veiligheid

WATCH Nederland

WATCH Nederland, meldpunt en onderzoeksbureau inzake seksuele uitbuiting minderjarigen in Nederland, is opgezet vanuit een samenwerkingsverband tussen Terre des Hommes (een NGO die sinds een halve eeuw opkomt voor kinderrechten), FIER (expertise- en behandelcentrum voor slachtoffers van kinder- en mensenhandel) en CKM (Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel). Het team bestaat uit een oud-rechercheur, een jurist, criminologen, een data-analist en forensisch ict-specialisten. WATCH NL wordt gefinancierd uit particuliere giften, waaronder een substanti?le bijdrage van de Postcodeloterij.

WATCH NL is sinds een jaar actief met o.a. een 24/7 hotline voor het melden van vermoedens van loverboys/mensenhandel, en via de website?www.watchnederland.nl. WATCH NL ontving in haar eerste bestaansjaar 131 meldingen van vermoedelijke mensenhandel, met name over seksuele uitbuiting van minderjarigen in Nederland. 61 van die meldingen hebben geleid tot eigen onderzoek door WATCH NL.?Na bewijsveredeling en ?stapeling werden hiervan 53 zaken overgedragen aan de politie.

WATCH Nederland verricht ook proactief onderzoek. Met lokprofielen, lokadvertenties en onderzoek naar het online aanbod worden mensenhandelaren, loverboys, jongensprostitutiepooiers en hun klanten en kindersekstoeristen in kaart gebracht. Men vult de dossiers met online informatie uit openbare bronnen en door te rechercheren op straat. Terre des Hommes werd eerder bekend met de inzet van het virtuele Filipijnse lokmeisje Sweetie. Daarmee werden meer dan duizend online kindermisbruikers uit alle hoeken van de wereld opgespoord. Met Project WATCH speurt TdH naar kindersekstoeristen in Aziatische vakantieregio?s. WATCH ontwikkelt nu zelflerende robotprogramma?s die zelfstandig duizenden gesprekjes gaan aanknopen met mannen die reageren op dubieuze advertenties. Als ge?nteresseerde mannen na een overduidelijke waarschuwing van het ‘meisje’ over haar leeftijd doorzetten, krijgen ze een melding in hun beeldscherm. Op dit moment worden potenti?le klanten benaderd en daarna gewaarschuwd door middel van realistische nepadvertenties,?en informatie wordt met politie en justitie gedeeld.

Tot veroordelingen heeft het werk van Watch NL nog niet geleid. Wel zijn Nederlandse pedoseksuelen in het buitenland op heterdaad betrapt en aan de autoriteiten overgedragen, en zijn in Nederland in samenwerking met lokale hulpverleningsinstanties meerdere minderjarige slachtoffers uit onveilige situaties gehaald.

https://www.youtube.com/watch?time_continue=18&v=Zedtz0BVVck

WATCH Nederland wil de vraag naar seks met kinderen stoppen en de personen die minderjarigen seksueel uitbuiten en misbruiken ontmoedigen en frustreren.?Dat doen ze?onder andere met?het uitpluizen van verdachte seksadvertenties, het inzetten van priv?detectives op locatie, online lokprofielen, interventies en publiciteitscampagnes. Ze onderscheppen potenti?le klanten en schrikken hen af met persoonlijke waarschuwingen.

Waarom is WATCH Nederland nodig?
WATCH Nederland is in het leven geroepen omdat steeds meer minderjarigen, vooral pubers, slachtoffer worden van loverboypraktijken. Er zijn zelfs al zaken bekend van kinderen van elf jaar die gedwongen seks hebben tegen betaling. De digitalisering van onze samenleving heeft geleid tot een explosieve groei van de handel van loverboys. Loverboys plaatsen hun slachtoffers onder valse naam en leeftijd in sekscontactadvertenties.
Wanhopige vaders, moeders of voogden kunnen vaak bij niemand terecht. Wie hulp zoekt bij de politie komt soms niet, of niet op tijd, terecht bij de juiste rechercheurs, de mensenhandelspecialisten. De politie heeft bovendien niet altijd de mankracht, middelen en mogelijkheden om achter een loverboy aan te gaan of een slachtoffer op te sporen. Dat is waar WATCH Nederland inspringt. Door middel van online rechercheren en de inzet van priv?detectives gaan wij op zoek. De informatie die we vinden, delen wij altijd met de politie.

Hoe werkt WATCH Nederland?
Bij WATCH Nederland kunnen ouders, verzorgers, familie, vrienden, kennissen en ieder ander die vermoedt dat een minderjarige slachtoffer is van een loverboy, hun signalen delen. De observatie- en actie-unit van WATCH Nederland volgt signalen op en doet zowel online als offline onderzoek naar loverboypraktijken. Forensische onderzoekers zoeken online?naar verdachte advertenties en?sporen met nepprofielen op?social media, fora en in chatrooms ronselende loverboys op.?WATCH Nederland onderhoudt?contacten met mensenhandelspecialisten bij de Nationale Politie en zoekt de samenwerking met regionale meldpunten. Als het signaal uiteindelijk voldoende aanknopingspunten biedt, draagt WATCH Nederland de zaak over aan de politie of het Openbaar Ministerie. WATCH Nederland is 24/7 bereikbaar per mail en telefoon.

Samenwerking met politie en justitie
WATCH Nederland biedt met haar activiteiten ondersteuning aan de politie en het Openbaar Ministerie, met name als het aankomt op de inzet van middelen, bevoegdheden en/of mankracht. Denk hierbij aan het verifi?ren van meldingen en het online afschrikken van potenti?le klanten van minderjarigen. WATCH Nederland onderhoudt nauwe contacten met de mensenhandelspecialisten van politie en het openbaar ministerie en draagt onderzoeksdossiers aan hen over als er sprake is van strafbare feiten, gepleegd door loverboys of hun klanten. WATCH Nederland werkt altijd binnen de wettelijke kaders.

WATCH Nederland krijgt financi?le steun van enkele charitatieve fondsen, die zich richten op menselijke waardigheid, sociale rechtvaardigheid en het verbeteren en veiliger maken van onze samenleving. WATCH Nederland wordt ondersteund door onder meer de Nationale Postcode Loterij en Janivo Stichting.

Gespreksonderwerpen cq juridisch-ethische dillema?s.

Uitlokking?

Zelf stelt WATCH NL dat iedereen online nepprofielen mag aanmaken, ?zolang je je maar niet voordoet als een ander, werkelijk bestaand mens. WATCH Nederland zet profielen van niet-bestaande minderjarigen online. Daarmee lokken we loverboys en (potenti?le) klanten. Wanneer deze personen uit eigen beweging met het lokprofiel contact zoeken en blijk geven van seksuele interesse, doen zij iets wat zij al van plan waren. Wat niet mag is: iemand lokken en verleiden tot iets wat hij/zij anders nooit van plan zou zijn geweest. Onze lokprofielen mogen de ander dus bijvoorbeeld niet vragen of hij zin in seks heeft. Dat is uitlokken.?

Dilemma/bespreekpunt: Is dit een positieve ontwikkeling die getypeerd kan worden als ?preventie van kindermisbruik? of? ?informatie verzamelen t.b.v. politie?? Welke bijdrage kan deze ontwikkeling leveren ?aan opsporing en vervolging?

Benaderen van potenti?le kindermisbruikers ?

WATCH NL doet niet aan naming and shaming: ?WATCH Nederland nagelt kindermisbruikers in Nederland, zoals loverboys en hun klanten, niet publiekelijk aan de schandpaal door namen, foto?s of gegevens te publiceren. WATCH Nederland stuurt (potenti?le) kindermisbruikers, die online seksueel contact zoeken met minderjarigen, wel persoonlijk waarschuwingen?.

Bronnen: WATCH Nederland

Soldiers of Odin

Onderstaande passage is ontleend uit “Vigilantes en digilantes, democratische spelregels voor burgerpatrouilles en opsporingsmeutes” van Bas van Stokkom & Eric Bervoets in Cahier PolitieStudies nr. 43.

In juli 2016 werd in Winschoten een asielzoeker door leden van de Soldiers of Odin, aangehouden en aan de politie overgedragen. De man zou verschillende vrouwen en een meisje van 12 hebben lastiggevallen. Dat is althans de uitleg die deze groep op haar Facebook-pagina gaf. De politie ontkende aanvankelijk dat de asielzoeker aan haar werd overgedragen door de betreffende groepsleden maar later volgde een bevestiging dat het om een burgeraanhouding ging. De ouders van het meisje van 12 konden overigens geen aangifte bij de politie doen. Na dit incident zei de politie dat er niets tegen burgerwachten is: deze fungeren als oren en ogen van de politie en houden verdachte situaties in de gaten. ?We juichen de observaties alleen maar toe, maar ze moeten niet voor eigen rechter gaan spelen.? De Soldiers ontstonden in Finland in reactie op de toestroom van vluchtelingen in 2015. Inmiddels hebben zij in veel westerse landen afdelingen. Zij dragen zwarte jacks met een Viking op de rug. De leider van de groep blijkt connecties te hebben met een extreemrechtse Finse partij en werd eerder veroordeeld voor mishandeling. Ook de Nederlandse ?kopstukken? van de beweging zouden neonazistische sympathiee?n hebben. De Nederlandse afdeling omschreef zichzelf op Facebook als volgt: ?Kritisch ten aanzien van immigratie, maar toch een op straat patrouillerende club die veiligheid cree?ert.? De Soldiers zeggen op Facebook dat zij als verlengstuk van de politie fungeren. Maar: ?Gezien de politiek en justitie onze eigen mensen niet wil beschermen, zullen we het zelf moeten doen.? ?Op Facebook was eerder de volgende retorische formule te lezen: ?Dit is Nederland. We eten varkensvlees. Drinken bier. En spreken Nederlands.? (Terpstra 2016: 81). De groep zegt niet extreemrechts te zijn; ze willen ?iedereen beschermen tegen criminele immigranten, zonder te kijken naar etnische achtergrond?. De groep kwam eerder in 2016 onder vuur te liggen toen bleek dat een aanhouding compleet verzonnen was: een vluchteling zou meerdere jonge meisjes seksueel gei?ntimideerd hebben. De oprichter van de Belgische tak zegt: ?Zijn we er gelukkig mee dat er zoveel asielcentra zijn en dat het om open centra gaat? Niet echt. Maar dat geldt voor veel Belgen. Maakt ons dat extreemrechts? Nee. Maakt ons dat racistisch? Nog minder.?

PvdA-kamerlid Marcouch vond het optreden van de groep ?walgelijk? en stelde vragen in de Kamer. Ook media als de Telegraaf die in termen van een ?asielplaag? spreekt en Pownews en Geenstijl die doorgaans niet vies zijn van opruiing en het beschamen van vermeende criminelen, namen afstand en beaamden dat het hier gaat om extreemrechts. De Soldiers of Odin vinden vooral in Oost en Centraal Europa veel weerklank (De Liedekerke 2016). Maar ook in de Verenigde Staten laten de Soldiers van zich horen. Ook hier streven de groepen naar eigen zeggen naar bescherming van burgers op straat; de afdelingen wensen zich te beperken tot ?observe-and-report? acties en hameren erop binnen de grenzen van de wet op te treden. Niettemin wordt herhaaldelijk de toevlucht genomen tot een agressieve retoriek waarbij racisme niet geschroomd wordt. Een voorbeeld: ?We are not a nice, polite group that will do nothing but report outrages to the police. The police are…hamstrung by the dictates of the law. WE ARE NOT. We will BEAT THE LIVING SHIT out of any we catch raping American women and terrorizing American citizens.? Een racistische voorman ageert op zijn Facebook-pagina tegen de komst van Cubanen en Obama?s beleid ?(to) bring more scum to the usa?. Maar ook moslims en Afrikaans-Amerikanen zijn het doelwit. Een willekeurig voorbeeld op een Facebook-pagina: ?These Africans are a bunch of spoiled brats contaminating clean communities. Call them out. Kick some ass. Spread the message. America needs to get tough…?.

[slideshare id=78315302&doc=soldiers-of-odin-usa-report-web-170727153539&type=d]

Bronnen: Cahiers Politiestudies,?De Morgen, RTV Noord, AD, RTVNoord

IoT: Safe Lock

Zelfs al geef je jongeren de opdracht om niet naar berichten op hun smartphone te luisteren, toch zorgt een trilling al voor verminderde aandacht voor het verkeer. Dat blijkt uit onderzoek met elektroden op het hoofd van jongeren. Een speciaal fietsslot voorkomt dat ze nog langer kunnen appen op de fiets.

,,De resultaten van het hersenonderzoek laten zien dat zelfs wanneer kinderen de opdracht krijgen om notificaties van hun mobieltje te negeren, toch een verandering in de hersenactiviteit gemeten wordt??, verklaart hoofdonderzoeker Roeland Dietvorst van Alpha.One. ,,De aandacht verplaatst naar de telefoon. Kinderen kunnen hier niets aan doen.??

Bij jongeren is dit extra gevaarlijk omdat het brein nog volop in ontwikkeling is. Veilig Verkeer Nederland, KPN en AXA komen dit jaar nog met een fietsslot, waardoor je niet meer kunt appen als je aan het fietsen bent. De ?Safe Lock? is een fietsslot dat in verbinding staat met een app, die het netwerk van de gebruiker blokkeert zodra de fiets van het slot wordt gehaald. Niet langer ontgrendelt een sleutel het slot, dit gebeurt met de app. Die app stuurt een signaal naar het netwerk van KPN, waarna het data- en telefoonverkeer tijdelijk wordt stopgezet. Alleen het alarmnummer 112 is dan nog te bereiken.

Toename slachtoffers
Wanneer kinderen de opdracht krijgen om notificaties van hun mobieltje te negeren, wordt toch een verandering in de her?sen?ac?ti?vi?teit gemeten
Roeland Dietvorst, AlphaOne
Volgens Veilig Verkeer Nederland zorgt het gebruik van de smartphone op de fiets ?voor een forse toename van het aantal verkeersslachtoffers?. ,,En dan vooral onder de meest kwetsbare verkeersdeelnemers: jonge kinderen en tieners??, benadrukt Veilig Verkeer Nederland-directeur Felix Cohen.

E?n op de vijf fietsongelukken bij kinderen wordt veroorzaakt door het gebruik van de smartphone tijdens het fietsen. In het laatste jaar waarin de exacte telling bekend is raakten 441 kinderen gewond en kwamen er twaalf om het leven. E?n van de kinderen was de 13-jarige Tommy-Boy uit ’t Gooi. Hij zit op de fiets op de provinciale weg naar Bussum als hij op zijn telefoon op Spotify vast wat liedjes opzoekt voor de verjaardag van zijn zus. Een auto schept hem.

Dood
Dat moet Tommy-Boy twaalf uur later met de dood bekopen. Hij overlijdt in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Sindsdien struint zijn vader stad en land af om jongeren te doordringen van de gigantische risico’s van de smartphone in het verkeer. ,,Buiten mijn vrouw en dochters om is dit het mooiste wat ik kan doen. Ik heb nu ook weer kippenvel als ik erover praat.”

Sinds het tragische ongeval op 22 augustus 2015 heeft hij op honderden scholen voorlichting gegeven. ,,Ik heb inmiddels zo’n 15.000 kinderen voorgelicht. Van groepen zes en zeven op de basisschool tot de eerste klassen van het voortgezet onderwijs. Als ik het secuur terugreken heb ik daarmee mogelijk veertien ongelukken voorkomen.”

KPN is naar eigen zeggen de eerste telecomprovider ter wereld die smartphonegebruik tijdens het fietsen onmogelijk maakt. ,,Als verkeersdeelnemer moet je alle aandacht op de weg houden, in het belang van je eigen veiligheid en die van medeverkeersdeelnemers??, zegt KPN-voorman Eelco Blok. ,,Met de Safe Lock willen we een gebruikersvriendelijke oplossing bieden voor ouders en kinderen om dat te doen.??

Gazelle
In mei kondigde fietsfabrikant Gazelle ook al een test aan met een fiets die de smartphone onderweg blokkeert en bellen en WhatsAppen onmogelijk maakt. Veertig leerlingen uit Dieren testen de fiets met de SafeDrivePod, die bij een snelheid tussen de 8 en 10 kilometer per uur de smartphone uitschakelt. Met de resultaten wil Gazelle onderzoeken in hoeverre dat geschikt is om op de markt te brengen.

De Safe Lock is eind dit jaar verkrijgbaar in winkels van KPN en zal rond de 100 euro gaan kosten. ,,Het is misschien wat prijzig, maar een mensenleven is natuurlijk veel meer waard. Ik ben echt hartstikke blij dat het er komt”, verklaart Kulkens. Liever nog zou hij zien dat elke smartphone standaard een stand krijgt waarbij die niet meer werkt als je harder dan 15 kilometer per uur rijdt. Apple kondigde deze maand in een preview over de nieuwste iPhone aan dat die een stand krijgt waarin die geblokkeerd kan worden voor sms-verkeer tijdens het rijden. De telefoon laat dan automatisch weten dat je aan het rijden bent. Ook Samsung heeft een vergelijkbare stand op de telefoon. Kulkens: ,,De techniek is al zover, het zou het mooist zijn als die stand ook daadwerkelijk op alle smartphones komt.”

Bronnen: Dutch Cowboys, AD, Tweakers

A-Team uit Kootwijkerbroek

Crimineel gespuis kan het Veluwse dorp Kootwijkerbroek maar beter links laten liggen. Een 50 man sterke burgerwacht jaagt met honden en helikopters op inbrekers.

Criminelen die het hazenpad kiezen, komen niet ver. Al snel voelen ze de hete adem van de burgerwacht in hun nek, die de achtervolging heeft ingezet per helikopter. Foto’s van de burgerwacht uit Kootwijkerbroek tonen hoe een ronkende heli enkele meters boven twee sidderende verdachten hangt. Ook is te zien hoe groepsleden de verdachten stevig tegen de grond drukken. Ze kunnen geen kant meer op.

Deze burgerwacht is professioneel uitgerust. Volgens een anonieme ingewijde staan er drie helikopters klaar die direct kunnen opstijgen zodra er een melding komt. Die zijn eigendom van bedrijven uit de omgeving. Tijdens acties dragen leden van de groep kogelvrije vesten, portofoons en zaklampen die ook te gebruiken zijn als slagwapen. De motieven van deze groep zijn meerledig. Zo was er?een tijd lang sprake van diefstallen van grote bedragen bij een aantal ondernemers uit de buurt en men had veel inbraken op zondag tijdens de kerkdienst waar veel bewoners uit dit gebied heen gaan wat een groot onveiligheidsgevoel gaf. De relatief lange aanrijtijden van de politie (een burgergroep kan binnen 2-3 minuten op bestemming zijn) en het negatieve beeld dat ontstond van het effect van de politie leidde tot de oprichting van deze groep. Inmiddels bestaat de groep uit zo’n 50 personen.

De burgerwacht is erg succesvol. Dankzij hen heeft Henk van de Kamp, eigenaar van G. van de Kamp Transport in Stroe, geen last meer van brandstofdieven. ,,Twee Poolse dieven hebben twaalf keer brandstof van mijn vrachtwagens afgetapt. De laatste keer waren ze het haasje. De dieven waren nog niet op mijn terrein of ze hadden veertig man achter zich aan rennen. Toen we ze hadden gepakt, stonden ze te beven op hun benen. We hebben ze overgedragen aan de politie. Ik heb nooit meer last van ze gehad.”

De leden van de groep willen zelf onder geen beding vertellen over hun ervaringen. Wel traden ze op in een videoreportage over Kootwijkerbroek. Daarin vertelt ??n van de initiatiefnemers over het succes. ,,Door onze snelheid hebben we al heel wat boeven gevangen. We overmeesteren ze, leggen ze plat op de grond en wachten tot de politie er is.”

Betrokkenen willen niet zeggen of aanhoudingen gepaard gaan met geweld. ,,Daar moet je niet te veel over lullen”, zegt een 19-jarige inwoner van Stroe, die ??n van de brandstofdieven bij Van de Kamp in de kladden greep. ,,Maar een groep boze boeren schrikt meer af dan de politie. Gepakte inbrekers komen hier niet meer terug.”

Bij onraad krijgen leden van de groep meteen een whatsappje. Dan springen ze in hun auto en scheuren met gierende banden en knipperende alarmlichten door het dorp. ,,Bij een melding staan binnen een paar minuten de eerste leden op je erf”, zegt een inwoner van Kootwijkerbroek. ,,Terwijl het een halfuur duurt voor de politie er is.

De gemeente Barneveld en de politie werken samen met de burgerwacht, die nu vier jaar bestaat. ,,Als er tegelijkertijd een incident is aan de andere kant van de gemeente, is de politie niet vaak niet in staat om op tijd te komen”, zegt gemeentewoordvoerder Bertil Rebel.

De knokploeg draagt kogelwerende vesten.

De ploeg draagt kogelwerende vesten.?

?Agressieve mensen en doetjes? worden uit de groep geweerd en de groep is zeer professioneel opgezet. Ze gebruiken een eigen alarmnummer, beschikken over wagens, helikopters, en hebben al meerdere zelfverdedigingstrainingen gevolgd.

Hij zegt niet bang te zijn voor geweldsexcessen. ,,Natuurlijk kan het staande houden van een inbreker weleens gepaard gaan met geweld. Dat gebeurt soms in het heetst van de strijd.” Socioloog en expert op het gebied van burgerwachten Vasco Lub ziet meer haken en ogen. ,,De politie is er om zijn burgers te beschermen. Ze moet voorkomen dat burgers het heft in eigen handen nemen.”?De afgelopen jaren is het aantal inbraken flink afgenomen, zegt een inwoner van Kootwijkerbroek. ,,Criminelen geven natuurlijk ook aan elkaar door wat hier gebeurt. Ze weten dat ze zich hier beter niet meer kunnen vertonen.”

Ontwikkelpleinbijeenkomst
Burgers organiseren zichzelf via WhatsApp of speciale buurtapps en attenderen elkaar en de politie of gemeente op veiligheidszaken en verdachte situaties in de buurt. In Nederland zijn er naar schatting nu al meer dan 7000 groepen. Er zijn enkele incidenten waarbij geweld is gebruikt door burgers, maar die worden over-gerepresenteerd in de media. Over het algemeen is het een positive ontwikkeling, met vaak een daling van inbraken, daders die eerder gepakt worden, of soms een vermist personen die eerder wordt teruggevonden. De politie is heel blij met deze betrokkenheid, want; met vele ogen zien we meer en dit vergroot de kans op heterdaad aanhoudingen. Maar wat moet de politie of het lokale bestuur doen als een dergelijke groep uitgroeit tot een burgerwacht die 24/7 paraat staat om met eigen middelen de veiligheid in de wijk te bewaken? Andere burgers kunnen zich ge?ntimideerd voelen en in het uiterste geval wordt zelfs geweld niet geschuwd, met als gevolg een strafrechtelijk onderzoek. Het inspiratiepunt Eenheid Oost organiseerde een ontwikkelpleinbijeenkomst op 23 mei waar een aantal wijkagenten hun ervaringen en dilemma?s over dit onderwerp deelden en gaan we samen met collega?s, partners, experts ?n (niet te vergeten) met burgers zelf op zoek naar oplossingen voor vragen als: Hoe verhoudt de politie en het lokaal bestuur zich in relatie tot dergelijke groepen? Wat is het effect op ons imago en het vertrouwen in de politie? Wat zijn de do?s en don?ts? Waar ligt de grens van wat wel en niet mag? Hoe blijf je in verbinding en kom je tot goede afspraken met buurtpreventiegroepen? Het doel is dat we komen tot praktische oplossingen voor een toch wel complex vraagstuk en van dit ?probleem? weer ?de bedoeling? maken.

Naast een aantal hele goede punten, zoals over informatie uitwisseling, waren er ook een aantal leerpunten voor zowel politie, gemeente als de WhatsApp groep.?De communicatie tussen politie en leden whatsappgroep is erg belangrijk en kan verbeterd worden:

  • Wijkagent zou op periodieke momenten bij de groep aan moeten schuiven
  • Negatieve beelden van elkaar zouden moeten worden ontkracht door met elkaar te praten
  • Begrip van de processen en protocollen waar de politie zich aan moet houden zou vergroot moeten worden bij de burgers door deze aan hen uit te leggen
  • Duidelijke afspraken maken wat burgers strafrechtelijk wel of niet mogen doen (alleen persoon aanhouden op heterdaad)
  • Initiatief moet hier bij alle drie de partijen liggen (burgerinitiatieven, politie en gemeente)

Bronnen: Gelderlander

 

App: Pok?mon Go en de impact op straat

pokemongo

De computerbeestjes die in de jaren negentig een enorme rage waren, zijn terug. En hoe. Via de smartphone zitten de Pok?mon nu virtueel in de echte wereld en zetten die op stelten. Reviews zijn lovend, maar de politie waarschuwt nu in diverse landen?voor de risico’s. Overal?worden nu al bijzondere taferelen waargenomen en melden mensen dit afwijkende?gedrag?bij de autoriteiten. Ze zijn overal te vinden, zoals in politiebureau’s, Auschwitz, het Pentagon of?het Witte Huis. Mensen maken wegen onveilig?vanuit de auto of?sprongen uit rijdende bussen.?Veilig Verkeer Nederland waarschuwt dat onverantwoord Pok?mon jagen levens kan kosten. In Engeland heeft men al honderden incidenten afgehandeld waarin de kleine digitale Pokemons een rol speelden. Hieronder een paar voorbeelden die het nieuws haalden.

Amsterdam

Allard de Graaf (16) slaat de hoek van de straat om en houdt plotsklaps stil. ‘Kijk, hier zit er een.’ Hij wijst op een leeg stuk trottoir. ‘Zie je wel?’ Hij tikt op z’n telefoon. Daar staat hij – in het echt onzichtbaar maar haarscherp afgetekend op het scherm: een slaperig geel wezentje met een slurf. ‘Dit is Drowzee. Best een mooie vangst, zo te zien.’

De Amsterdamse scholier is verdiept in Pok?mon Go, een spel waarmee smartphonegebruikers op zoek moeten naar Pok?mon (zowel enkel- als meervoud). Dankzij de augmented reality-techniek (die de virtuele en de echte wereld met elkaar vermengt) zijn de beestjes overal op straat en in het water te vinden.

De smartphonegame is nog geen week geleden gelanceerd, maar in de VS al vaker gedownload dan Twitter of de dating-app Tinder. Het aandeel van het Japanse Nintendo, de ontwikkelaar van het spel, vloog maandag met 25 procent omhoog en staat inmiddels op meer dan 20 duizend yen (180 euro). Het spel is gratis te installeren en te spelen. Geld wordt verdiend met de winkel waar je speciale voorwerpen kunt kopen die het gemakkelijker maken om Pok?mon te vinden of sterker te maken.?De privacyzorgen over de app zijn inmiddels grotendeels weggenomen.

7_11_16_pokemon2

Nederland

In Nederland is Pok?mon Go officieel nog niet verkrijgbaar; vanwege overbelaste servers is de uitgave uitgesteld. Maar via een digitale sluiproute wordt het spel al massaal gedownload. ‘Cijfers zijn er niet, maar als ik kijk naar het aantal fans op Facebook schat ik dat zeker 100 duizend Nederlanders het nu spelen’, zegt Ren? Paul van Dinter van de inderhaast opgerichte Pok?mon Go fansite. ‘Als het er niet al 200 duizend zijn.’

Het levert wonderlijke taferelen op. Op de Dam in Amsterdam staart zo’n beetje heel havo 3 van christelijke scholengemeenschap Bogerman uit Sneek naar z’n telefoonschermpje. De scholieren zijn vandaag op schoolreis. Op het programma staan het Rijksmuseum en Madam Tussauds. Allemaal hartstikke interessant, vindt de 15-jarige Sjoerd Seffinga. Maar minstens zo leuk is het verzamelen van Pok?mon onderweg. ‘Het stikt er hier van.’ De mentor slaat haar klas met verbazing gade. ‘Je had ze net in de rondvaartboot moeten zien. Ze waren alleen maar van die beestjes aan het vangen.’

Wonderlijker wordt het als een gebouw in het spel is opgenomen. Partycentrum Morshuis in Albergen (Overijssel) is bijvoorbeeld ongevraagd gebombardeerd tot zogenaamde Pok?stop, een plek waar Pok?balls en andere onmisbare items verdiend kunnen worden. ‘Het was hier een gekkenhuis dit weekend’, zegt eigenaar Edward Morshuis. ‘De bierglazen vlogen door de lucht. Iedereen was alleen maar met z’n telefoon op die dingen aan het jagen.’ Het caf? heeft inmiddels een Pok?monvrije zone ingericht. ‘We hebben niks tegen dat spelletje, maar het moet hier wel een beetje gezellig blijven.’

Slachtoffers


Het spel heeft zelfs al z’n eerste slachtoffers gemaakt. In Tilburg werden in de nacht van vrijdag op zaterdag drie twintigers van hun telefoon en geld beroofd, terwijl ze op jacht waren naar Pok?mon. In de VS waarschuwt de politie voor overvallers die hun slachtoffers staan op te wachten op locaties die in het spel belangrijk zijn.

De politie in Amsterdam plaatste dit weekend een bericht op Facebook waarin spelers wordt geadviseerd vooral niet in groten getale politiebureaus af te struinen op zoek naar Pok?mon. In Australi? en de VS zijn sommige politiebureaus Pok?stop; ze worden platgelopen door gamers.

‘Dit is nog maar het begin’, zegt Ren? Paul van Dinter van de Pok?mon Go fansite. ‘Als het spel in Nederland officieel verkrijgbaar is, ontstaan hier dezelfde toestanden als in de VS.’ Neem de Amerikaan die Pok?mon Go speelde terwijl zijn vrouw in het ziekenhuis lag te bevallen. Hij zette een screenshot online van zijn puffende echtgenote met een vrolijk Pok?mon-monstertje in de hoek. Of de 19-jarige vrouw die op jacht naar een Pok?mon aan de waterkant een lijk aantrof.

In Amsterdam hoopt de 26-jarige Mario Annes dat het spel geen al te grote proporties zal aannemen. ‘Het atelier van mijn vader is een Pok?stop. Die voorbijgangers zijn nu nog leuk, maar het moeten er niet te veel worden.’ Annes heeft pauze van zijn werk en is even langs de monumentale Muiderpoort op het Alexanderplein gelopen. De voormalige stadspoort is net als veel andere drukbezochte plekken in het spel opgenomen als ‘Gym’ – waar spelers hun Pok?mon tegen elkaar kunt laten vechten.

‘De lol zit hem voor mij in de nostalgie’, zegt Annes. ‘Ik ben opgegroeid met Pok?mon, het is leuk om al die karakters weer terug te zien.’ En vooruit, een beetje fanatiek is hij ook wel. ‘Dit weekend was ik op jacht in een park in Amstelveen. Daar kwam ik opeens een stuk of tien andere spelers tegen. We hebben gezellig tips uitgewisseld.’

Even verderop staat Allard de Graaf in een plantsoen (ook een Gym) zijn pas buitgemaakte Pok?mon te testen. Hij laat het beest vechten met een Pok?mon van een tegenstander. ‘Dit heb ik nog nooit gedaan, het lukt nog niet heel goed.’ Het is bijna zomervakantie, hij hoeft alleen nog langs school om zijn rapport te halen. ‘Kan ik de rest van de dag mooi oefenen.’

pokemon-go-nick_statt-screenshots-1.0

Pok?mon Go voor beginners

Pok?mon Go is een zogeheten ‘augmented reality-spel’ waarin spelers via hun scherm de Pok?mon in de echte wereld kunnen zien. Wanneer je de camera van je telefoon ergens op richt kun je vanzelf een Pok?mon op je scherm zien verschijnen. Het spel is sinds deze week te installeren.

Om een Pok?mon te kunnen vinden moeten de spelers op pad gaan. De beestjes zijn namelijk op verschillende plekken te vinden.?De app toont een plattegrond met daarop je huidige locatie. Wanneer je over straat loopt, verschijnt er regelmatig een Pok?monfiguur in je buurt. Bij water zal dat vaak een Pok?mon van het watertype zijn en in het donker de vleermuisachtige Pok?mon Zubat. De ene soort is zeldzamer dan de andere. Je zult echt op pad moeten om ze allemaal te kunnen vangen. Sommige Pok?mon kun je uitbroeden in speciale eieren.

Om een Pok?mon te vangen, tik je op het scherm. De app schakelt vervolgens de camera aan de voorkant van het toestel in en met behulp van augmented reality verschijnt het wezentje in 3D voor je neus. Op de plattegrond vind je ook Pok?stops. Die zijn geplaatst op vaste locaties, zoals bij monumenten. Als je daar vlakbij staat, kun je diverse gebruiksvoorwerpen verdienen, zoals eieren om uit te broeden.

Het is in de eerste plaats de bedoeling om zo veel mogelijk verschillende Pok?mon te vangen. Met voldoende wezens stijg je een niveau. Op niveau vijf kun je je aansluiten bij een van de drie teams die om dominantie strijden: rood, blauw of geel. Die strijd vindt plaats bij de Pok?mon Gyms.

Vreemde?situaties
De politie in Amsterdam laat weten rekening te houden met vervelende situaties. ,,In het buitenland heeft het spel al voor de nodige problemen gezorgd. In Australi? en Amerika werden politiebureaus overspoeld met mensen die een Pokemon wilden vangen die in het bureau geplaatst was”, schrijft de politie op Facebook. ,,We willen mensen met een hulpvraag graag zo goed mogelijk helpen zonder afleiding. Iedereen is natuurlijk welkom in een politiebureau, maar we willen vragen om hier rekening mee te houden.”

Naast de drukte roept de politie ook op om tijdens het spel wel te blijven opletten op straat. ,,Er zijn al diverse ongelukken gebeurd door mensen die zo met het spel bezig waren dat ze niet keken bij het oversteken.”

Jongens vinden lijk

In Baarn is door vijf jongens die Pok?mon Go speelden in een vijver aan de Emmalaan het lichaam van een dode vrouw aangetroffen. Dat meldt De Gooi- en Eemlander.?Een van de jongens zou in de vijver zijn gesprongen om het hoofd van de vrouw boven water te houden. De anderen sloegen alarm bij een nabijgelegen verzorgingshuis.?Volgens de jongens is de vrouw nog gereanimeerd, maar bleek al snel dat ze was overleden, meldt de krant. Mogelijk gaat het om de bewoonster van het verzorgingstehuis. Bij de vijver zou ook een rollator zijn gevonden. De politie veronderstelt dat de vrouw zichzelf van het leven heeft beroofd.

Spelers op het spoor

In de jacht op Pok?mon zijn meerdere mensen op en bij het spoor gaan lopen. Tussen Delft en Schiedam moesten treinen langzamer gaan rijden vanwege Pokemon Go spelers op het spoor.?Bij Hattem heeft de politie maandagavond twee mensen van de rails gehaald. ProRail heeft contact gehad met Nintendo en wil dat de makers de Pok?mon?weghouden uit de buurt van de spoorlijnen. ”Je moet er toch niet aan denken dat speurneuzen onder de trein komen. Laat het spelletje niet het einde van je leven worden”, zegt een woordvoerder.
Nintendo en The Pok?mon Company hebben volgens ProRail “de plicht en de verantwoordelijkheid dat iedereen het spelletje leuk en gevarenvrij moet kunnen spelen”.

Door een spelletje achter de tralies

Een ander augmented reality stadsspel van GPS Play van een groep dertigers eindigde zaterdagmiddag in de ?cellen van de Brugse ?gevangenis. Ze waren per ongeluk met hun walkietalkies op dezelfde radiofrequentie beland als de museum?bewakers in de binnenstad.
Omdat tijdens het spel woorden als ?dynamiet? en ?wapens? vielen, sloegen de bewakers in paniek. Ze verwittigden de politie die meteen in actie schoot. ?We kregen de melding een kwartier voor de opening van het EK-dorp op ?t Zand?, zegt korpschef Dirk Van Nuffel. ?Logisch dus dat het even alle hens aan dek was.?

Al snel bleek dat er geen sprake was van een groep terroristen. Toch werd het groepje dertigers opgepakt en naar de cellen overgebracht. ?In totaal hebben ze een tweetal uur bij ons gezeten?, zegt de korpschef. ?Op andere dagen zou zoiets sneller afgehandeld zijn. Maar er was zaterdag heel wat te doen in Brugge, onze agenten hadden het erg druk.?

De organisator van het stadsspel nam de politie niets kwalijk. ?Leuk is anders natuurlijk. Dit was voor ons wel vervelend?, zegt hij. ?Maar goed, de politie moet natuurlijk ook zijn werk doen.?

Ook bij Pokemon Go?worden al snel slachtoffer van het spelen omdat ze verdacht gedrag vertonen:

Politie helpt jongeren zoeken naar pok?mons

Agenten hebben gisteren een aantal jongens geholpen met zoeken naar Pok?mons. Dat laten zij weten op facebookpagina Politie Zuiderpark. ,,Het viel ons op dat een aantal jongens naar iets aan het zoeken waren.”?Bij een tocht door het Zuiderpark besloten de?agenten de jongeren te helpen. ,,Wij wilden het natuurlijk niet mislopen.”?Na een zoektocht werden er meerdere gevonden. ,,Maar wat ons verbaasde, er schijnt er een in ons politiebureau te zitten.”

Bronnen: Nieuwsblad, Mashable, Independent, Volkskrant, Nu.nl, WCVB

15 procent Nederlanders doet mee aan WhatsApp-buurtwacht

Zo’n 15 procent van de Nederlanders zit met andere buurtbewoners in een WhatsApp-groep, om een digitale buurtwacht te vormen.?Met name 50-plussers zijn enthousiast.

Dat blijkt uit?onderzoek van Novio Data in opdracht van de verzekeraar InShared. In totaal werden 1.175 Nederlanders ondervraagd over het onderwerp.

Met name in Limburg en Gelderland zijn de WhatsApp-groepen populair. In die twee provincies zegt 22 procent van de mensen met zijn buren in een chatgroep te zitten.

In totaal zegt 64 procent van de Nederlanders open te staan voor deelname aan een digitale buurtwacht. Met name ouderen denken dat hun buurt hier veiliger van wordt.

Whatsapp-Buurtpreventie-01

Eerder bleek?uit onderzoek van de Universiteit van Tilburg dat de WhatsApp-buurtwacht in 35 buurten van Tilburg leidde tot een scherpe afname van het aantal inbraken. ?De Nationale Politie was enthousiast over dat resultaat.?In het Tilburgse systeem kwamen de WhatsApp-berichten direct bij de politie binnen. Dat is bij de meeste WhatsApp-buurtwachten niet het geval.

Het is geen wonder dat uitgerekend WhatsApp gebruikt wordt door buurtwachten ? het is immers de grootste chatapp van het moment. In februari tikte de dienst 1 miljard gebruikers aan.

Bronnen: Nu.nl, InShared

App: Hartslag.nu

HartslagNu is het oproepsysteem dat burgerhulpverleners via een bericht op de mobiele telefoon oproept om ter plaatse te gaan bij een mogelijke reanimatie. Een burgerhulpverlener kan vaak eerder dan de professionele zorg ter plaatse zijn en de reanimatie opstarten.?De app heet HartslagNu en kun je downloaden in de Google Play Store of in de Apple Store.

Ook een geregistreerde AED kan door een burgerhulpverlener worden opgehaald en ingezet bij een mogelijke circulatiestilstand. HartslagNu is onderdeel van Ambulancezorg Nederland (AZN). Via de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) wordt de oproep uitgestuurd.

Een voorbeeld uit de praktijk:

Een ochtendje kleiduiven schieten eindigde vandaag anders dan gedacht. Nog geen drie weken ben ik lid van een landelijk reanimatieteam, met een speciale app die weet waar ik uithang en die rechtstreeks vanuit de meldkamer van de ambulancedienst wordt aangestuurd. Vandaag de eerste keer een oproep gehad… en ik was maar op twee minuten rennen afstand. Gelukt! Pati?nt goed aanspreekbaar mee met de ambulance. De boodschap van dit verhaal: iedereen kan dit. Leer reanimeren en meld je aan via https://www.hartslagnu.nl (PS: ik kreeg wat vragen over privacy. Het getoonde adres is een openbare plek waar het gebeurde, had net zo goed een willekeurige straathoek kunnen zijn. Het adres heeft geen verbinding met betrokkene).

?
Oproep op basis van locatie

Om de app te kunnen gebruiken dient de GPS/locatievoorzieningen altijd ingeschakeld te zijn.?Als je de GPS niet hebt ingeschakeld gaat HartslagNu uit van de laatst bekende locatie: de locatie zijn die bekend was op het moment dat je de GPS uitschakelde. Je wordt dan opgeroepen op basis van een locatie waar je op dat moment hoogstwaarschijnlijk niet meer bent, waardoor je geen hulp kunt verlenen.

Als de GPS uitstaat ?wordt je?niet?opgeroepen op basis van de opgegeven locatie(s) in jouw account en ook niet op basis van de locatie waar je daadwerkelijk bent, omdat deze niet bekend is. Je wordt opgeroepen op basis van de locatie waar je was toen je de GPS uitschakelde.

Beknopte handleiding HartslagNu App

Alarmering per App
Je wordt alleen gealarmeerd als je (1) daadwerkelijk in de buurt van het slachtoffer bent en je (2)?binnen 6 minuten bij het slachtoffer kunt zijn. (3)?De app houdt rekening met de?lokale infrastructuur en toont je de ideale route naar de AED en/of het slachtoffer.

Hoe werkt de HartslagNu App?
De App gebruikt de locatie informatie van je smartphone om jouw locatie te bepalen. Deze data wordt naar de servers gestuurd waar deze informatie wordt gebruikt om die hulpverleners te alarmeren die ook daadwerkelijk binnen 6 minuten bij een reanimatie situatie kunnen zijn.
Bij een oproep wordt een Sms-bericht en een pushbericht (bericht via de App) verzonden, beide vanuit de huidige locatie. Dit vergroot de kans dat je de oproep meteen ontvangt en direct gehoor kunt geven aan de oproep.

Hoe gaat een oproep via de App in zijn werk?
Als je een pushbericht met een oproep hebt ontvangen kun je op dit bericht tikken. Je komt dan in de App terecht waar de routebeschrijving naar de AED en het slachtoffer zichtbaar wordt.
Tevens komt in de App een metronoom beschikbaar. Deze geeft het tempo aan waarin iemand gereanimeerd moet worden.

Wat heb je nodig om de App te kunnen gebruiken?
Voor een goede werking van de app zijn de volgende instellingen van belang:

-????????? de GPS/locatievoorzieningen moet altijd aanstaan op de meest nauwkeurige stand
-????????? internet/WI-FI staan altijd aan
-????????? de app moet toegang hebben tot de GPS/locatievoorzieningen
-????????? de telefooninstelling accubesparing moet uitstaan
-????????? App-optimalisatie of een soortgelijke app dient voor de HartslagNu app uit te staan
-????????? de app mag pushnotificaties ontvangen
-????????? het mediageluid staat aan. Als het toestel op de stille stand staat, zal het geluid van de app hier niet doorheen breken

Heb je een Samsung toestel, dan kan het zijn dat een app op jouw toestel staat die apps afsluit als deze enkele dagen niet zijn gebruikt. Klik op de volgende link om de app uit te zetten voor de HartslagNu app: http://www.hartslagnu.nl/nieuws/192/samsung-en-app-hartslagnu.html

Maak je geen gebruik van de App, dan word je per Sms gealarmeerd op basis van het opgegeven adres (of adressen) in jouw account.

Bronnen: Hartslag.Nu

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

attentie whatsapp

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

Door: Jos? H. Kerstholt, Arnout de Vries & Roy Mente

Samenvatting
De politieorganisatie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGPW). Dit artikel geeft een overzicht van de huidige stand van zaken. We concluderen dat sociale media een steeds belangrijker rol spelen in de interactie tussen politie en burgers, wat nieuwe mogelijkheden cre?ert voor verdergaande samenwerking. Implementaties van GGPW, zoals verschillende vormen van burgerparticipatie, lijken vooral effect te hebben op sociaal-psychologische factoren als zichtbaarheid, vertrouwen en legitimiteit. Deze effecten kunnen echter wel de criminaliteitscijfers indirect be?nvloeden.

Een belangrijke pijler van Gebiedsgebonden politiewerk (GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur) is de samenwerking met burgers. Ook is er, in contrast met het traditionele politiewerk, een duidelijke verschuiving te zien van handhaving en vervolging naar preventie van criminaliteit (Gill, Weisburg, Telep, Vitter & Bennett, 2014). Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking met burgers, organisatieverandering en het oplossen van problemen. GGPW gaat dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers, maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet. De organisatieverandering houdt vooral in dat wijkagenten de ruimte moeten hebben om oplossingen af te stemmen op de lokale situatie, hetgeen vanuit de organisatie zo goed mogelijk gefaciliteerd dient te worden.

In een recente internationale studie naar de effecten van GGPW maakten Gill et al., (2014) een onderscheid in vijf indicatoren: criminaliteit, overlast, angst, tevredenheid van burgers en legitimiteit van de politie. De algemene conclusie die zij uit hun analyse trokken is dat GGPW positieve effecten heeft op de tevredenheid van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de politie, maar slechts zeer beperkte effecten op (angst voor) criminaliteit. Deze conclusie komt overeen met eerdere bevindingen: beperkte effecten op criminaliteitsreductie, maar positieve effecten op andere uitkomsten als de tevredenheid van burgers en vertrouwen in de politie (Weisburd & Eck, 2004).

Deze conclusies zijn gebaseerd op de directe effecten van GGPW, maar zoals ook is opgemerkt door Gill et al., (2014), zijn er wel aanwijzingen dat een toename van gepercipieerde legitimiteit er ook toe leidt dat burgers eerder meewerken en de criminaliteit afneemt (Bradford, Jackson & Hough, 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett & Tyler, 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de korte-termijn effecten van GGPW vooral tot uiting komen in psycho-sociale factoren als beleving en vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect hebben op het verlagen van criminaliteit.

Omdat het overzicht van Gill et al. (2014) vooral is gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten, geven we in het huidige paper een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar een?complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren naar een volgende generatie van GGPW.

Inleiding

In zowel de VS als Europa is er toenemende aandacht voor Gebiedsgebonden Politiewerk?(GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur). In?tegenstelling tot het traditionele politiewerk waarbij het accent op rechts- en?ordehandhaving ligt, is binnen het GGPW-concept het betrekken van burgers in?de preventiefase van groter belang. Uit verschillende overzichtsartikelen komt?naar voren dat GGPW positieve effecten heeft op uitkomsten als de tevredenheid?van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de
politie, maar slechts beperkte effecten heeft op de reductie van criminaliteit (Gill,?Weisburg, Telep, Vitter & Bennett 2014; Land, Stokkom & Boutellier 2014; Weisburd?& Eck 2004).

Hoewel de directe effecten van GGPW op criminaliteitsreductie beperkt lijken,?zijn er wel indirecte effecten. Een toename van gepercipieerde legitimiteit leidt er?bijvoorbeeld toe dat burgers eerder meewerken met de politie en dat de criminaliteit?afneemt (Bradford, Jackson & Hough 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett &?Tyler 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en?Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder?criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de kortetermijneffecten?van GGPW vooral tot uiting komen in psychosociale factoren als beleving en?vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect?hebben op het voorkomen van criminaliteit.
Omdat veel conclusies zijn gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten,?geven we in onderhavig artikel een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we?ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar?een complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om?de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren?naar een volgende generatie van GGPW.

Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking?met burgers, decentrale aansturing en het oplossen van problemen. GGPW gaat?dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers,?maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook?de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet.?De centrale vraagstelling van deze studie is derhalve welke effecten er zijn?gevonden van GGPW op zowel organisatieniveau als de directe samenwerking?met burgers.

1. GEBIEDSGEBONDEN POLITIEWERK
De belangrijkste redenen voor een landelijke implementatie van GGPW in Nederland in de jaren 90 van de vorige eeuw waren dat de politie: 1) meer direct zicht wilde hebben op relevante problemen in de wijk; 2) kon medi?ren tussen relevante belanghebbenden; en 3) meer autoriteit op kon bouwen (Boin, Van der Torre, ’t Hart, & Van der Meulen., 2003; Van der Vijver en Zoomer, 2004). De politie moest uit zijn isolement komen en het vertrouwen van burgers moest toenemen. Dus naast het bevorderen van veiligheid was het doel om via een lokale inbedding van de politie meer legitimiteit en vertrouwen van het publiek op te bouwen.
Binnen een basisteam zijn de wijkagenten sleutelfiguren voor de centrale doelen van GGPW, omdat zij in direct contact staan met de lokale gemeenschap. In principe is er ??n wijkagent per 5000 burgers, en voeren zij voor 80% van hun tijd activiteiten uit ten behoeve van de lokale gemeenschap. De wijkagenten werken daarbij samen met het basisteam, andere delen van de politieorganisatie, externe belanghebbenden en burgers.

Uit de Veiligheidsmonitor van 2014 (CBS, 2014) blijkt dat een kwart van de bewoners (zeer) tevreden is met het functioneren van de politie in de buurt wat ongeveer overeen komt met de cijfers uit 2012 en 2013. Opvallend is dat het grootste deel (42 procent) aangeeft dit niet te kunnen beoordelen. Ongeveer 40 procent van de respondenten vonden dat de politie burgers serieus neemt, bescherming biedt, reageert op problemen in de buurt en haar best doet. Slechts 20% vindt dat de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (49%) over de zichtbaarheid van de politie.

2. EFFECT STUDIES
Zowel op organisatieniveau als in de interactie met burgers speelt vertrouwen een centrale rol. Om vertrouwen te kunnen winnen is het noodzakelijk dat de politie zichtbaar en herkenbaar is?op wijkniveau. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat het vertrouwen toe kan nemen als men de wijkagent kent (Beunders, Abraham, Van Dijk & Van Hoek 2011). Naast zichtbaarheid en herkenbaarheid zijn ook eerlijkheid en rechtvaardigheid van belang (Flight, Van Andel & Hulshof, 2006). Onderzoek heeft aangetoond dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit. Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers is belangrijker dan de objectieve resultaten (Hough, Jackson, Bradford, Myhill, Quinton, 2010).

2.1 Organisatie
Net als in internationale studies heeft de Nederlandse wijkagent de taak om voor veiligheid in de wijk te zorgen, daarbij samen te werken met andere partijen en burgers te activeren om met hem of haar samen te werken (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Effecten van GGPW blijken echter lastig te meten door onder meer de ambigu?teit van het concept en de doelen van GGPW (Terpstra, 2009; Van der Vijver & Zoomer, 2004). Bovendien moet het concept adequaat ge?mplementeerd zijn (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Als te vroeg wordt ge?valueerd worden eerder implementatieproblemen gemeten dan de feitelijke effecten. Een laatste complicerende factor is dat GGPW per definitie een samenwerkingsverband is van meerdere partijen, waardoor effecten niet toegeschreven kunnen worden aan ??n afzonderlijke partij.

Hoewel de criminaliteit over de afgelopen jaren is gedaald (in 2014 werd zelfs acht procent minder misdrijven geregistreerd dan in 2013), is het niet duidelijk waar dit precies aan toe moet worden geschreven. Het algemene effect van GGPW had vastgesteld kunnen worden bij de invoering, maar dat heeft alleen in Haarlem plaatsgevonden (Van der Vijver en Zoomer, 2004). De effecten waren daar echter wel positief: minder criminaliteit-gerelateerde problemen, minder angst voor criminaliteit en burgers dachten positiever over de politie.

Als antwoord op het ambigue karakter van GGPW, analyseerde Terpstra (2011) de dagelijkse praktijk van wijkagenten en concludeerde dat er een discrepantie is tussen de theorie en de praktijk. Werkgebieden zijn vaak groot, er is slechts beperkte tijd om op straat door te brengen, en er is in het algemeen weinig beleid over hoe GGPW toegepast zou moeten worden. Hierdoor is het contact met burgers doorgaans beperkt en in de praktijk zijn wijkagenten slechts ge?nteresseerd in ??n specifieke vorm van burgerparticipatie: burgers als bron van informatie.

Rol van sociale media
Door technologische innovaties verandert de interactie tussen burgers en organisaties, zowel priv? als zakelijk. Steeds meer mensen, en ook de organisaties waar zij mee interacteren, gebruiken digitale communicatiemiddelen. Sociale media zijn ontwikkeld om de dialoog met een groot publiek te verbeteren (?many-to-many? interactie?) (Bertot, Jaeger & Hansen, 2012) Door sociale media kan op een snelle manier met een grote groep mensen worden ge?nteracteerd en het toenemende gebruik ervan binnen de politie heeft waarschijnlijk een grote invloed op de relatie met burgers.
Het eerste politie account op Twitter werd geregistreerd op 24 juli 2009 en in maart 2012 waren er 1000 accounts, waarvan 755 van wijkagenten (Meijer, Grimmelikhuijsen, Fictorie, Thaens & Siep, 2012). Die 1000 politieaccounts hadden meer dan 770.000 volgers, dus een gemiddelde van 770 volgers per account. In maart 2011 was dit toegenomen naar 150.000 volgers. In de loop van 2015 zijn er al meer dan 2000 politie accounts met gezamenlijk meer dan 4 miljoen volgers en zit de meerderheid van de wijkagenten op Twitter. Het aantal Twitter accounts en volgers is dus duidelijk snel aan het toenemen wat Twitter en andere social media platformen zoals Facebook, tot een serieuze communicatiemiddelen maakt, zowel voor het uitwisselen van informatie als voor het opbouwen en het onderhouden van een vertrouwensrelatie.

Twitterende wijkagenten spenderen tussen 10 en 30 minuten per dag aan het zelf sturen van een tweet of het reageren op tweets van anderen (Meijer et al., 2012). De inhoud van de tweets gaat over waar ze op dat moment mee bezig zijn, en kan gaan over wijkgerelateerde criminaliteit of aanhoudingen. Ongeveer 80% van de twitterende wijkagenten zegt te twitteren over tips met betrekking tot preventie, een kwart vraagt burgers mee te denken met specifieke vraagstukken, en slechts een klein deel zegt over priv?-zaken te twitteren. Vaak melden wijkagenten overigens wel dat ze met vakantie gaan om daarmee aan te geven dat reacties wat langer op zich kunnen laten wachten of ze verwijzen naar een collega. De wijkagenten hoeven slechts vrij globale richtlijnen te volgen bij het opstellen van tweets, maar vaak wordt hun twittergedrag wel gevolgd vanuit de organisatie en in sommige korpsen heeft het management ook toegang tot de accounts van de wijkagenten. Ook op lokaal niveau volgen wijkagenten elkaar vaak waardoor zij kennis kunnen delen en ook weet hebben van actuele zaken die in andere wijken spelen.

2.2 Burgerparticipatie
Binnen het concept van GGPW is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Land, Stokkom en Boutellier (2014) maakten in een recent overzicht een onderscheid in zeven vormen van burgerparticipatie in het politiedomein:

  • 1) Toezicht: informele sociale controle in de (semi) openbare ruimte waarbij, mogelijk met behulp van technologie, ongewenste situaties gecommuniceerd kunnen worden (bijvoorbeeld buurtwachten en ?Whatsappgroepen);
  • 2) Opsporing: informatie verzamelen ten behoeve van de opsporing van verdachte personen en zo criminaliteit en overlast actief tegengaan (bijvoorbeeld Opsporing Verzocht);
  • 3) Zorg voor de openbare ruimte: verbeteren en verfraaien van de openbare ruimte (bijvoorbeeld bewonersbudgetten, Opzoomer-achtige projecten);
  • 4) Conflictbemiddeling: bewoners met vaardigheden uitrusten om zelf onderlinge conflicten op te lossen en zo de woonoverlast in buurten terug te dringen (bijvoorbeeld buurtbemiddeling);
  • 5) Contactbevordering: contact bevorderen tussen bewoners of tussen bewoners en de politie en zo het onderlinge vertrouwen vergroten (bijvoorbeeld gedragscodes);
  • 6) Informatiebemiddeling: informatie verzamelen en toegankelijk maken (bijvoorbeeld Politie-app);
  • 7) Beleidsbe?nvloeding: vergroten van de zeggenschap van burgers bij de totstandkoming van beleid gepaard aan coproductie in de uitvoering van beleid (bijvoorbeeld Buurt Bestuurt en Veilige Buurten Teams).

De categorisatie die door Land et al. (2014) is voorgesteld hebben we langs twee dimensies gestructureerd: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein. Voor de betrokkenheid van burgers hebben we de participatieladder gebruikt zoals die in eerste instantie is beschreven door Arnstein (1969). Arnstein (1969) maakte een onderscheid in 8 typen van burgerbetrokkenheid. De onderste sporten van de ladder zijn ?manipulatie? en ?therapie? en aangezien dit geen vormen van participatie zijn zoals hier bedoeld hebben we deze twee vormen buiten beschouwing gelaten. De derde en vierde sport geven burgers een stem: informeren en consulteren. Informeren wordt meestal gedaan via instrumenten als nieuwsberichten, flyers of posters, terwijl het consulteren kan gebeuren via vragenlijsten of openbare bijeenkomsten. Op de vijfde sport (bedaren of tevredenstellen) beginnen burgers wat invloed te krijgen. Op dit niveau kan burgers om advies worden gevraagd hoewel ze geen?daadwerkelijke macht hebben omdat ze geen beslissingen nemen. Op de laatste sporten (6: partnerschap, 7: gedelegeerde macht en 8: burger controle) hebben burgers daadwerkelijk invloed omdat hier sprake is van een herverdeling van de macht via onderhandelingen tussen burgers en machthebbers. Voor ons doel hebben we een driedeling gemaakt voor de mate van burgerparticipatie: 1) informeren en consulteren; 2) adviseren; en 3) co-produceren/ meebeslissen. Daarnaast hebben we een onderscheid gemaakt in het veiligheidsdomein waarbinnen burgerparticipatie plaatsvindt: preventie, handhaving, opsporing en het hogere niveau ?kwaliteit van leven? (zie Tabel 1).

tabel1

Tabel 1: Overzicht vormen van burgerparticipatie gerelateerd aan mate van invloed en domein Informeren/ consulteren Adviseren Co-produceren/ meebeslissen Preventie Informatiedeling Toezicht (bv burgerwacht) Handhaving Alertering (bv Burgernet) Beleidsbe?nvloeding (bv Buurt Bestuurt) Opsporing Burgeronderzoek (bv meedenken met lopende zaken) Kwaliteit van leven Conflictmediatie Zorg openbare ruimtes (bv wijkbudgetten)

De rol van sociale media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet onafhankelijk zijn van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van deze toegevoegde waarde is het?alerteringssysteem Burgernet, een instrument waarmee de politie burgers kan vragen om uit te kijken naar specifieke personen. Burgernet kan via Twitter worden gevolgd en de registratie gebeurt online, maar voor de alertering wordt gebruik gemaakt van de telefoon en SMS en is er sinds kort ook een app. Als burgers na een melding een gezochte persoon hebben gesignaleerd kunnen ze dit aan de meldkamer doorgeven, waardoor de politie mogelijk het zoekgebied weer aan kan passen. Er kan dus een mix van instrumenten worden gebruikt die optimaal is afgestemd op de specifieke situatie die zich voordoet.

1. Informeren en consulteren
De mogelijkheden om informatie met burgers te delen zijn enorm toegenomen met de komst van sociale media. Uit onderzoek van Veltman (2011) bleek bijvoorbeeld dat volgers op Twitter een positiever beeld hebben van de politieorganisatie. Deze positieve effecten werden echter niet alleen voor Twitter gevonden maar eigenlijk in alle gevallen dat de politie gericht informatie deelde met burgers en hen betrok bij lokale politiezaken. Twitter bleek geen toegevoegde waarde te hebben in het vergroten van vertrouwen maar er werd wel een klein effect gevonden op de gepercipieerde legitimiteit van de politie (Boverman, Van Duijn, De Graaf & Ritzema, 2011). Bovendien leidde het gebruik van Twitter tot een toename van gepercipieerde autoriteit, vooral voor wat betreft effectiviteit, zichtbaarheid en controleerbaarheid.

Een voorbeeld van een project in het preventiedomein zijn buurtpreventie- of interventieteams, waarbij burgers surveilleren in een publieke ruimte om vroegtijdig crimineel gedrag te detecteren of om crimineel gedrag te voorkomen (door bijvoorbeeld buurtbewoners te informeren dat er een raam open staat). Het doel is om potenti?le criminelen af te schrikken of aanstootgevend gedrag te be?nvloeden. Deze buurtwachten kunnen ondersteund worden door bijvoorbeeld Whatsapp. Het effect van buurtwachten is tot op heden niet aangetoond omdat de implementatie vaak een combinatie van interventies betrof (een uitzondering hierop vormt een recent onderzoek van de Universiteit van Tilburg waarin werd aangetoond dat het aantal woninginbraken daalde als gevolg van Whatsapp groepen (Akkermans & Vollaard, 2015)). Deelnemers waren echter wel positief over de inzet van buurtwachten, omdat ze meer veiligheid ervaren en hun gevoel van controle over de buurt is toegenomen. Dit geldt echter niet voor alle wijken. Voor sommige wijken nam het gevoel van onveiligheid zelfs toe, mogelijk in wijken waar het niveau van vertrouwen laag is (Eijck, 2013).

Voor burgerparticipatie binnen het opsporingsdomein wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van moderne technologie?n als sociale media, apps en Facebook, waardoor zowel snelheid als effici?ntie van de informatie-uitwisseling is toegenomen (Meijer et al. 2012). Via deze communicatiemiddelen wordt burgers meestal gevraagd of ze iets gezien of gehoord hebben, maar burgers zouden ook zienswijzen kunnen genereren over wat er mogelijk gebeurd zou kunnen zijn. Door hun grotere afstand van een zaak, zouden burgers meer onconventionele of creatieve scenario?s (opsporingshypothesen) kunnen verzinnen, wat vervolgens het opsporingsproces een nieuwe impuls kan geven. Zo staat er op de politiesite (politie.nl) een aantal dossiers met informatie over zaken (bijvoorbeeld over de incidenten bij Jumbo-supermarkten in Groningen en Zwolle). Burgers wordt expliciet gevraagd tips te geven of mogelijke scenario?s te genereren. Ook kunnen burgers aangeven of zij op de hoogte willen worden gehouden van het verloop van de zaak.

Binnen de handhaving zijn een scala aan instrumenten beschikbaar die worden ingezet voor het signaleren van specifieke personen, waarvan Burgernet en Amber Alert waarschijnlijk de meest bekende zijn. Amber Alert wordt specifiek ingezet voor vermiste kinderen, terwijl Burgernet meer algemeen wordt ingezet. Hoewel het lastig is om effecten specifiek aan de input van burgers toe te schrijven suggereren Cornelissen en Ferwerda (2010) dat het aantal criminelen dat op heterdaad wordt betrapt toe is genomen door de inzet van Burgernet. Een aanvullend effect is dat burgers zich veiliger voelen door Burgernet omdat hun gevoel van controle is toegenomen. Burgers zijn over het algemeen positief over hun deelname, zijn meer alert op verdachte situaties en hebben een positiever beeld van de politie (Cornelissen & Ferwerda, 2010).

Meijer et al. (2011) onderzochten het verschil tussen Twitter en Burgernet en concludeerden dat Twitter van toegevoegde waarde is op SMS en telefoon. Het gebruik van Twitter had een positief effect op de betrokkenheid van burgers maar omdat er minder aandacht aan Twitter wordt besteed dan aan SMS of de telefoon, beperkte het effect zich tot situaties die minder tijd-kritisch zijn. Twitter kan worden gezien als een technologie die ondersteunend is voor de zwakkere verbindingen in sociale netwerken (weak ties) en is daarmee aanvullend op technologie?n die de sterke verbindingen ondersteunen zoals SMS en telefoon.

2. Adviseren
Bij de middelste categorie van de participatieladder hebben burgers wat meer invloed. Projecten die hier binnen vallen gaan vaak over het vergroten van de leefbaarheid van een wijk. Bij projecten die zich op de openbare ruimte richten kunnen twee subcategorie?n worden onderscheiden: gedragscode projecten en wijkbudgetten (Land et al., 2014). Voor beide subcategorie?n geldt dat het doel is om de sociale en fysieke leefbaarheid van de omgeving te bevorderen. Vooral de fysieke aspecten (schoon, heel en werkzaam) zijn van invloed op gevoelens van veiligheid (Blokland 2009). Een programma in Rotterdam (Opzoomeren, later ?Mensen maken de stad? genoemd) is exemplarisch voor beide subcategorie?n omdat zowel stadsetiquette als wijkbudgetten er onderdeel van uitmaken (Land et al., 2014). In dit programma kunnen burgers allerlei kleinschalige initiatieven bedenken om de leefbaarheid van hun woonomgeving te verbeteren zoals betere verlichting, onderhoud aan voortuinen, maar ook het bevorderen van onderling contact. Basisidee is dat burgers elkaar beter leren kennen door samen activiteiten te ondernemen zoals samen de groenvoorziening onderhouden of het organiseren van buurtfeesten. Daardoor neemt niet alleen de leefbaarheid en veiligheid toe maar ook de sociale cohesie.

3. Co-produceren/ meebeslissen
In de laatste categorie (co-produceren/ meebeslissen) vallen projecten waarin burgers daadwerkelijk invloed hebben op het beleid en problemen gezamenlijk worden aangepakt. Er zijn een aantal projecten in deze categorie waarbij ?Buurt Bestuurt? in Rotterdam waarschijnlijk wel de invloedrijkste is. ?Buurt Bestuurt? begon in 2009 met als belangrijkste doel om het publieke vertrouwen in de lokale overheid (waaronder de politie) te herstellen, om de problemen te identificeren die bewoners het belangrijkste vonden, en om samen oplossingen te bedenken. Als zodanig is het gebaseerd op het Britse ?reassurance policing? concept (Eysink Smeets, Moors, Jans & Schram, 2013).
Burgers die aan ?Buurt Bestuurt? deelnemen hebben het gevoel dat zij een zinvolle bijdrage leveren aan het oplossen van problemen in de wijk, zij ervaren dat de samenwerking met professionals verbetert en hebben ook meer vertrouwen in professionals. Het aantal mensen dat actief bijdraagt aan Buurt Bestuurt is echter vrij klein en niet representatief voor de gehele wijk. Dit lage percentage actieve burgers is waarschijnlijk ook de reden dat er geen meetbare effecten op wijkniveau zijn gevonden (Eysink Smeets et al. 2013).

3. CONCLUSIES

3.1 Organisatie
Wil GGPW succesvol zijn dan moeten oplossingen optimaal zijn afgestemd op de lokale context, en op de behoeften van burgers en andere relevante belanghebbenden. Omdat deze aspecten vari?ren over wijken, hebben wijkagenten discretionaire ruimte nodig: zij moeten de ruimte hebben om, binnen algemene kaders, zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie. Aan de andere kant moet de positie en het functioneren van de wijkagent goed worden ingebed in de organisatiestructuur van de Nationale politie. Voor maximale flexibiliteit is GGPW het best gebaat bij een relatief platte organisatiestructuur, die zo goed mogelijk een genetwerkte vorm van samenwerking faciliteert en ondersteunt.
Onafhankelijk van de organisatiestructuur is vertrouwen een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers te bevorderen.
Sociale media kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Steeds meer wijkagenten gebruiken bijvoorbeeld Twitter en dit heeft een grote impact op de interactie tussen burgers en politie. Door de snelle en directe communicatie kunnen burgers steeds beter betrokken worden, maar aan de andere kant maakt toenemende zichtbaarheid ook kwetsbaarder, onder meer door de vage scheidslijn tussen priv? en zakelijke informatie-uitwisseling.

Dit alles neemt niet weg dat er een duidelijke maatschappelijke trend is om meer gebruik te maken van het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde die burgers te bieden hebben. De vraag is daarom niet ?f organisaties met deze trend mee moeten gaan maar meer hoe structuur, cultuur en werkwijze zo goed mogelijk aangepast kunnen worden om de switch naar een meer genetwerkte manier van optreden te kunnen maken.

3.2 Burgerparticipatie
Er is een groot scala aan initiatieven waarin wordt samengewerkt met burgers. We hebben in ons overzicht een onderscheid gemaakt in drie categorie?n die een toenemende invloed van burgers laten zien: informatie/consulteren, adviseren en co-productie/meebeslissen. De meeste?initiatieven bevonden zich in de eerste categorie, wat betekent dat de daadwerkelijke invloed van burgers nog niet zo groot is. Aan de ene kant is dat begrijpelijk omdat de politie, samen met de militaire organisatie, een geweldsmonopolie heeft en burgers slechts tot op zekere hoogte bij kunnen dragen. Aan de andere kant is er wellicht ook wel meer interactie mogelijk en wenselijk om burgers meer te betrekken bij het oplossen van veiligheidsproblemen in hun eigen leefomgeving.
Een algemeen probleem bij participatieprojecten is dat slechts een beperkt aantal burgers bereid is om zich in te zetten en dat die groep niet representatief is voor de totale gemeenschap (hoewel mogelijk wel voor de problemen die er spelen). E?n van de oplossingsrichtingen is om beter aan te sluiten bij de behoeften van burgers. Een mooi voorbeeld is WAAKS, waarbij hondenbezitters worden gevraagd om tijdens het uitlaten van hun hond extra op te letten en verdachte signalen door te geven aan de politie. Een win-win situatie die weinig extra inspanning kost: de hond moet toch worden uitgelaten, de hondenbezitter heeft zijn of haar bijdrage geleverd aan de veiligheid in de wijk en de politie heeft er extra oren en ogen bij.

3.3 Effectmeting
De effecten van (implementaties van) GGPW zijn lastig vast te stellen. Een van de redenen is dat er een focus is op criminaliteitsreductie in plaats van wijk-gerelateerde indicatoren (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Criminaliteitsbestrijding wordt nog vaak gezien als het ?echte? politiewerk en is ook makkelijker te meten. Toch was het doel van GGPW, naast het verlagen van criminaliteit, ook om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te vergroten. Dus een eerste vereiste voor het meten van effecten is dat het doel van GGPW duidelijk wordt vastgesteld. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat sociaal-psychologische factoren als gepercipieerde legitimiteit en vertrouwen indirect wel een invloed hebben op criminaliteit (Braga et al., 2015; Gill et al., 2014). Ook om deze reden is het van belang om niet alleen naar criminaliteitscijfers te kijken maar ook naar andere indicatoren zoals bekendheid in de buurt en mate van samenwerking in het voorkomen en oplossen van veiligheidsproblemen. Deze meer korte termijn effecten kunnen vervolgens bijdragen aan de meer lange termijn effecten zoals de reductie van criminaliteit.

Referenties
Akkermans, M. & Vollaard, B. (2015) Effect van het WhatsApp-project in Tilburg op het aantal woninginbraken ? een evaluatie. Onderzoeksrapport Universiteit Tilburg.
Arnstein, S. R. (1969) A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 35(4), 216-224.
Bertot, J. C., Jaeger, P. T., & Hansen, D. (2012) The impact of polices on government social media usage: Issues, challenges, and recommendations. Government Information Quarterly, 29(1), 30-40.
Beunders, H.J.G., M.D. Abraham, A.G. van Dijk & A.J.E. van Hoek (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
Blokland, T. (2009). Oog voor elkaar: veiligheidsbeleving en sociale controle in de grote stad. Amsterdam: Amsterdam University Press.
Boin, R. A., van der Torre, E. J., Paul ’t Hart, & van der Meulen, M. J. (2003) Blauwe bazen: het leiderschap van korpschefs. Politie & Wetenschap.
Boverman, E., Van Duijn, L., De Graaf, P. & Ritzema, J. (2011). Politie, twitter en gezag. Warnsveld: Politie Nederland.
Bradford, B., Jackson, J. & Hough, M. (2013). Police Legitimacy in Action: Lessons from Theory and Practice?, in Reisig, M. & Kane, R. (eds.) The Oxford Handbook of Police and Policing. Oxford: Oxford University Press.
Braga, A. A., Welsh, B. C., & Schnell, C. (2015). Can Policing Disorder Reduce Crime? A Systematic Review and Meta-analysis. Journal of Research in Crime and Delinquency, 52(4), 567-588.
Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2014). Integrale Veiligheidsmonitor 2014. Zoetermeer.
Cornelissen, A. & H. Ferwerda (2010). Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten. Apeldoorn: Politie & Wetenschap en Arnhem: Bureau Beke.
Eijk, G. Van (2013). Veiliger door de buurtwacht? Over de veiligheidsbeleving van burgerparticipanten en het belang ervan voor lokaal veiligheidsbeleid. Tijdschrift voor Veiligheid, 12, 20-33.
Eysink Smeets, M., Moors, H., Jans, M. & Schram, K. (2013). De bijzondere belofte van Buurt Bestuurt. Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties
Gill, C., Weisburd, D., Telep, C. W., Vitter, Z., & Bennett, T. (2014). Community-oriented policing to reduce crime, disorder and fear and increase satisfaction and legitimacy among citizens: a systematic review. Journal of Experimental Criminology, 10(4), 399-428.
Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
Hough, M., Jackson, J., Bradford, B., Myhill, A., & Quinton, P. (2010). Procedural justice, trust, and institutional legitimacy, Policing: A Journal of Policy and Practice, 203-210.
Land, M. van der, Stokkom, B. van, Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid: Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid [Citizens in security: Inventarisation of citizen involvement in the security domain]. Den Haag: Research and Documentation Centre (WODC) (in Dutch).
Mazerolle, L., Antrobus, E., Bennett, S., & Tyler, T. R. (2013). Shaping citizen perceptions of police legitimacy: A randomized field trial of procedural justice. Criminology, 51(1), 33-63.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S., Bos & Fictorie, D. (2011). Burgernet via Twitter. Onderzoek naar de waarde van dit nieuwe medium. Report University of Utrecht.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S.G., Fictorie, D., Thaens, M. & Siep, P. (2012). Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen. Apeldoorn: Politie en Wetenschap.
Terpstra, J. (2009). Community policing in practice: ambitions and realization. Policing, 4, 64-72.
Van der Vijver, K., & Zoomer, O. (2004). Evaluating community policing in the Netherlands. European journal of crime, criminal law and criminal justice, 12(3), 251-267.
Veltman, L. (2011). Twitterende wijkagenten en de beleving van burgers: Een onderzoek naar de effecten van een twitterende wijkagent. Masterscriptie Public Administration. Enschede: University of Twente.
Vries de, M.S., Vijver van der, C.D., (2002). Beelden van gezag bij de bevolking en bij de politie, Dordrecht: Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie.
Weisburd, D., & Eck, J. E. (2004). What can police do to reduce crime, disorder, and fear?. The Annals of the American Academy of Political and Social Science, 593(1), 42-65.

 

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions);

Bronnen: Tijdschrift voor Veiligheid 2015 (14)

Nederlandse speurders van Bellingcat

bellingcat_HP_logo_black

Al enige tijd bloggen wij over het Bellingcat?initiatief. Een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek die?op geheel eigen wijze bijdragen?aan de opsporing, zoals een uitgebreide?analyse van de neergehaalde vlucht MH17. Eliot Higgins?startte het initiatief?in de zomer van 2014 op?na?een crowdfunding actie op KickStarter. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn Brown Moses-blog?waarop de destijds werkloze boekhouder op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media begon te analyseren en verifi?ren en erachter kwam hoe het?Syrische leger clusterbommen gebruikte.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met?Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

Inmiddels is er al veel geschreven over Bellingcat, dus hoog tijd om ook wat te horen van de Nederlandse leden die hebben bijgedragen in diverse zaken, waaronder de voor Nederland zo omvangrijke opsporingszaak MH17.

Een interview met?Pieter van Huis

20160224-dwdd-gesprek2_8

Een van die leden is Pieter van Huis. Ik stelde?hem een paar vragen over hoe hij het werk via dit platform ervaart.?Eerder gaf hij een?radio interview?en zat?hij in DWDD:

  1. Kun je wat vertellen over wie je bent en wanneer en hoe je met Bellingcat in aanraking kwam?

Ik ben momenteel aan het afstuderen in geschiedenis. Mijn interesse in de voormalige Sovjet-Unie en de islamitische wereld bracht mij in aanraking met Bellingcat. Ik kende de oprichter, Eliot Higgins, al voordat hij zijn eerste blog was begonnen. Niet persoonlijk, maar we waren actief op hetzelfde forum waarop veel mensen zaten die de conflicten in het Midden-Oosten en later ook Oost-Europa aandachtig volgden. Zo werd ik er getuige van hoe hij, puur als hobby, was begonnen met een blog?waarop hij de wapenhandel richting?Syri? in kaart bracht aan de hand van verzamelde YouTube video?s.

Op een gegeven moment stapte?ik zelf met een onderzoek op hem af?dat uiteindelijk ook op de website werd geplaatst. Nadat hij de eerste opzet van mijn onderzoek had gelezen werd ik uitgenodigd om lid te worden van het Bellingcat MH17-onderzoeksteam. Dit team bestond toen nog slechts uit zeven man. Het team bleef groeien en hield zich uiteindelijk steeds meer bezig met onderwerpen die niet aan de MH17 gerelateerd waren.

  1. Wat is of was jouw motivatie om er zoveel tijd in te stoppen?

Voornamelijk mijn interesse in oorlog en conflicten, maar ook het gevoel iets te willen betekenen voor mensen die groot onrecht is aangedaan. Er komt een soort verantwoordelijkheidsgevoel bij kijken, want veel van de gegevens die wij verzamelen worden weer verwijderd. Als wij deze niet tijdig opslaan dan zijn ze wellicht voorgoed verdwenen.

De meesten van ons, waaronder ikzelf, kunnen echter niet fulltime voor Bellingcat werken. Bijna niemand van ons verdient geld met bijdragen, dus alles gaat ten koste van onze eigen?vrije tijd. Op een gegeven moment bereikt iedereen een punt waarop hij uitgeput lijkt te raken. Zo ben ik zelf ook lange tijd inactief geweest, of semi-actief omdat ik simpelweg geen tijd en energie over had.

  1. Noem een paar voorbeelden van projecten waar jij je voor hebt ingezet.

Mijn eerste onderzoek ging over de gevechten en gewelddadigheden in de stad Marioepol op 9 mei 2014. Oekra?ense soldaten werden er in de media van beschuldigd dat zij opzettelijk op burgers hadden geschoten. Deze beschuldigingen speelden een belangrijke rol in de Russische propaganda en werden soms ook overgenomen in de internationale media. Ze werden echter nooit goed geverifieerd. Vooraf leek het geen groot onderzoek, maar uiteindelijk groeide het uit tot een groot onderzoek dat enkele maanden kostte om in mijn eentje te voltooien.

victim4impact

Met een grondige analyse kon ik aantonen dat er zich in Marioepol iets heel anders had afgespeeld. Uit de beschikbare beelden op social media bleek dat militanten verkleed als burgers bezig waren met de bestorming van een politiebureau. Een aanval die opzettelijk werd gepleegd op een beladen feestdag om zo een confrontatie met het publiek uit te lokken. Ook schoten mensen vanachter de menigte met vuurwapens op de soldaten. Het belangrijkste was echter dat ik kon aantonen dat Oekra?ense soldaten niet opzettelijk op burgers schoten. Wel waren ze onprofessioneel bezig. Zo schoten ze herhaaldelijk voor de voeten van betogers om zo de menigte op afstand te houden. Een getrainde militair weet echter dat hij dat op straat nooit moet doen, want de kogel ketst af (ricochet).

ShootingLocation1

Verder heb ik ook kunnen bijdragen aan het MH17-onderzoek. In eerste instantie leek het lastig om in te haken in een onderzoek dat andere leden al veel langer bezig hield. Echter, op een gegeven moment raakte een aantal van de onderzoekers duidelijk uitgeput. Toen schoot ik te hulp. Mede doordat bleek dat ik goed kon samenwerken met Daniel Romein (hieronder meer over hem), ??n van de meest actieve leden en ook?Nederlander, heb ik uiteindelijk toch belangrijke bijdragen kunnen leveren.

  1. Wat zijn voorbeelden van mooie resultaten die je gezien hebt in de diverse?Bellingcat?projecten?

Dan denk ik meteen aan de onderzoeken naar de gifgasaanval op de buitenwijken van Damascus. Nu heb ik veel heftige beelden uit Syri? voorbij zien komen, maar de video?s van zwaargewonde kinderen door gifgasaanvallen blijven mij het meeste bijstaan. De beelden die Eliot wist te verzamelen en te lokaliseren tonen duidelijk aan dat het Syrische leger verantwoordelijk moet zijn geweest voor deze misdaad. Een belangrijk gegeven, want zowel Syri? als Rusland wijzen tot op de dag van vandaag met de vinger naar hun politieke tegenstanders (een bekende tactiek).

Het onderzoek toonde ook aan dat de buitenlandse inlichtingendiensten nog weinig?gebruik maakten van open-source intelligence. Als reactie op de gifgasaanval leek de VS van plan om militair in te grijpen tegen Assad. Het was dus in hun eigen belang om met goed bewijs te komen. Het Witte Huis gaf vervolgens een kaart vrij met daarop de vermeende frontlinies die de beschuldigingen slecht ondersteunde. De met gifgas gevulde raketten hadden een bereik van maximaal ongeveer drie kilometer, terwijl de kaart van de Amerikanen de illusie gaf dat het Syrische leger op grotere afstand was gestationeerd. Met het verzamelen en lokaliseren van alle relevante beelden kon Eliot echter aantonen?dat het Syrische leger diezelfde dag binnen het bereik van de raketten bezig was met een legeroperatie.

  1. Wat voor soort mensen zijn lid van Bellingcat? (van begin tot nu)

Dat is vrij divers. Ik moet daarbij meteen onderscheid maken tussen de inzenders en de leden van het onderzoeksteam. Veel journalisten, zowel beginners als mensen met een lange staat van dienst, hebben onderzoeken aangeleverd bij Bellingcat die op de website worden geplaatst. Het voordeel voor hen is dat Bellingcat geen woordenlimiet heeft, in tegenstelling tot de meeste mediakanalen. Bovendien wordt alleen goed onderzoek geaccepteerd, waardoor de publicaties meteen al veel aandacht krijgen.

Dan is er nog het onderzoeksteam waar iemand alleen op uitnodiging bij kan komen. Momenteel hebben bijna 20 mensen toegang tot alle lopende onderzoeken, maar slechts de helft daarvan is actief. De leden komen uit verschillende Europese landen, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. De meeste leden daarvan zijn al vaders met een gemiddelde leeftijd van ergens in de 30, maar de laatste tijd zijn er steeds meer studenten bijgekomen. Ook hebben we nu ??n vrouwelijk lid.

De meest actieve leden van het onderzoeksteam heb ik leren kennen als mensen met een grote interesse in internationale betrekkingen en mensenrechten. Een aantal hebben journalistiek of Russisch/ Arabisch gestudeerd en hielden zich eerder al professioneel bezig met gerelateerde onderwerpen. Anderen zijn ICT’er, maar ook bij hen is de interesse in de buitenlandse politiek leidend. In principe hoef je geen bijzondere ICT-kennis te hebben voor open-source onderzoek, maar ik merk wel op dat alle leden bijzonder snel kunnen omgaan met computers en internet.

  1. Hoe blijft Bellingcat objectief en onafhankelijk?

In principe door ook onderzoeken te doen of te accepteren die niet populair zullen zijn bij de eigen regeringen van de leden. Onze critici verspreiden doorgaans het bericht dat wij alleen de belangen behartigen van NAVO-landen. Dit is onterecht, want een aantal onderzoeken op Bellingcat kaarten ook de misstanden aan van NAVO-landen of partners daarvan. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat Eliot als eerste bekendheid kreeg toen hij liet zien dat wapens die geleverd werden met hulp van de CIA in de handen waren gekomen van jihadisten. Dit bracht het Witte Huis alleen maar in verlegenheid.

Het blijft voor ons echter het meest uitdagend om tegen staatspropaganda in te gaan en deze is nou eenmaal het sterkst in niet-democratische landen. Dit is ook wat het publiek lijkt te interesseren. Zo werd er door ??n van ons een artikel geschreven?over de Amerikaanse luchtaanvallen op het ziekenhuis in Kunduz (Afghanistan). Dit onderzoek bleek minder populair te zijn, want de VS gaf vrij snel toe verantwoordelijk te zijn geweest voor de burgerslachtoffers. Als zij in de ontkenning waren geschoten, zoals Rusland structureel doet, dan was het onderzoek waarschijnlijk veel populairder geweest.

  1. Hoe verandert Bellingcat? Wordt Bellingcat professioneler? Wordt het commerci?ler? Waar werkt het wel of niet mee samen?

Echt commercieel zal Bellingcat nooit worden, schat ik zo in. In principe geven we de onderzoeken gratis vrij. Soms houden we ongecensureerde versies achterwege die alleen worden gedeeld met politie en justitie. In beide gevallen wordt er geen winst mee gemaakt. Misschien dat in de toekomst onderzoeken voor een geldbedrag aan kranten kunnen worden verkocht, maar ook dat zie ik niet snel gebeuren.

Eliot is wel continu op zoek naar sponsoren om de teamleden zelf te kunnen betalen voor hun diensten. Zelf krijgt hij een beurs van Google, die net hoog genoeg is om ??n ander lid in een salaris te voorzien. Samen beheren zij de website. Ook is er in het verleden samengewerkt met de Atlantic Council (een Amerikaanse denktank) om een rapport over Russische soldaten in Oost-Oekra?ne te promoten. Hier werd uiteindelijk een korte documentaire over gemaakt door Vice. Een salaris voor iedereen lijkt op korte termijn echter niet re?el. Niemand van de teamleden weet zeker of hij of zij lang door kan blijven gaan op puur vrijwillige basis.

  1. Hoe worden taken en werk verdeeld??

We maken gebruik van Slack voor de communicatie en het uitwisselen van bestanden. Elk onderzoek heeft zijn eigen kanaal en leden kiezen zelf of zij zich hiervoor aanmelden. De leden kunnen vervolgens zelf een bijdrage aan een onderzoek doen. Er worden eigenlijk nooit verwachtingen gecre?erd, want het blijft vrijwilligerswerk, maar mensen met een specialisatie of de juiste talenkennis worden doorgaans gevraagd om te assisteren.

  1. Kun je voorbeelden geven van het validatieproces van Bellingcat en eventuele methoden of tools?die daarbij gebruikt worden??

Eigenlijk maken we niet zoveel gebruik van speciale tools. Als we een interessante bron vinden (foto?s, video?s, tweets, facebookberichten, etc.) dan valideren we deze vooral door meer bronnen te verzamelen. E?n bron is geen bron, maar met meerdere bronnen kunnen we echter nagaan of alles overeenstemt.?Letten op de kleinste details, zoals schade aan gebouwen, weersomstandigheden en de stand van de zon is dan belangrijk.

Soms schakelen we de hulp in van derde partijen. Zo hebben journalisten ons in het verleden geholpen door foto?s te nemen van bepaalde plekken om belangrijke filmopnames te verifi?ren. Ook hebben we eerder met behulp van crowdfunding satellietfoto?s opgekocht. Deze tonen aan dat het Russische ministerie van Defensie opzettelijk gemanipuleerd MH-17 bewijs heeft aangeleverd. Zonder crowdfunding was dat niet gelukt, want ??n satellietfoto kost al snel meer dan duizend Euro.

  1. (Wanneer) Zou je het anderen aanraden om ook mee te doen??

Als iemand grote interesse heeft in de buitenlandse politiek en snel is met computers. Ik denk dat het onderzoeken van social media in de toekomst een steeds grotere rol zal geen spelen. Niet alleen in de journalistiek, maar ook in de politiek, het strafrecht, de terreurbestrijding en bij mensenrechtenactivisme. Je specialiseert je daarmee in iets waar nog maar weinig mensen verstand van hebben. Bovendien is het erg interessant; ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als in de afgelopen twee jaar.

  1. Welke gevaren zie je voor (werk of leden van) Bellingcat?

Dat is moeilijk in te schatten. In principe is ons werk veel veiliger dan het met een camera naar de frontlinies trekken (wat enkelen van ons ook doen, zoals ons nieuwste Nederlandse lid Christiaan Triebert). Wel zijn er veel mensen die niet blij zijn met ons werk. De meesten van ons werken vanuit landen die bescherming kunnen bieden, mocht het ooit uit de hand lopen. Anderen werken vanuit niet-democratische landen en moeten wel een schuilnaam gebruiken.

  1. Welke kansen of toekomst zou jij graag zien voor Bellingcat of soortgelijke initiatieven?

Ik zou vooral willen zien dat er in de media meer ruimte komt voor langdurige onderzoeksjournalistiek. Nu moeten veel journalisten het doen met een mager salaris en zijn kranten en journalen alsmaar bezig met het samenvatten van de laatste berichtgeving. Vandaag de dag hebben velen van hen steeds meer moeite om op eigen?poten te blijven staan, dus misschien biedt een investering in een andere en nieuwe manier van onderzoek voor hen nieuwe perspectieven.

0ecdd85f-89a0-43d2-9be2-93feea43869d

‘Daniel Romein’

Een ander Nederlands lid is Daniel Romein, een pseudoniem, dat zich stortte op het MH17 onderzoek en er bijna een obsessie van maakte. “Ik ben er in mijn hoofd erg vaak mee bezig”, zegt de man die?met de Volkskrant?sprak in een caf?.

Onwennig gaat hij zitten. Hij heeft een vriendelijk gezicht. Af en toe schiet zijn blik met een ruk naar rechts. Dan kijkt hij wie er buiten in de regen loopt. ‘Ik probeer de tegenstander altijd een stap voor te zijn’, zegt hij. Met tegenstander bedoelt hij de Russen. Hij wil voorzichtig zijn. ‘Als ict’er weet ik welke maatregelen ik moet nemen.’

Hij?werkt in het geheim voor onderzoekscollectief Bellingcat. Bijna niemand die het weet. Familie, vrienden, collega’s: de meesten hebben geen idee. Hij houdt de kring graag klein. Zelf schat hij het aantal op maximaal tien. Het afgelopen jaar onderzocht hij in de avonduren welke Russische militairen betrokken waren bij het neerschieten van vlucht MH17.

Zijn computer als wapen. Urenlang kijkt hij naar dat scherm en struint hij Russische sites en sociale media af. Hij doet het vrijwillig, naast een baan als ict’er. Soms wordt het laat – 2 uur ’s nachts – en zit hij met kleine ogen de volgende morgen op kantoor. Soms ziet hij het even niet meer zitten. Dan gaat het stroef en kan hij er met niemand over praten.

Hoewel hij nooit in Oost-Oekra?ne is geweest, staat de kaart van het rebellengebied in zijn hoofd geprent. Dan praat hij over dat ‘ene weggetje bij de grens met Sjeverny’, alsof hij er staat: ‘Voor de grens, die overigens niet helemaal duidelijk is, moet je door een nauw straatje, door een straat die over een heuvel gaat met een scherpe haarspeldbocht, of door een stuk grasland. De militaire voertuigen kiezen duidelijk voor dit laatste en gaan niet over de heuvel met haarspeldbocht omdat dat een moeilijke manoeuvre is.’

Het begint allemaal met het neerstorten van de MH17 in Oost-Oekra?ne. De beelden kan hij moeilijk loslaten. De ramp is voor hem een mix van ontzetting en obsessie met de landen die het treft: Nederland, Oekra?ne en Rusland. Al langer interesseert hij zich voor die regio. Lang geleden leerde hij Russisch. Toen de Russen de Krim binnenvielen, zocht hij naar informatie over de geschiedenis van de Krim. Net zoals toen de oorlog in Oost-Oekra?ne begon.

Romein is binnen Bellingcat degene die zich honderden, misschien wel meer dan duizend uren verdiepte in het zoeken?naar sporen op social media van militairen die betrokken zijn bij het neerhalen van het vliegtuig van Malaysia Airlines. Dat leidde tot een?rapport?dat vandaag is gepubliceerd.

“De ramp heeft mij enorm aangegrepen”, verklaart Romein?zijn motivatie. “Ik vond het zo afschuwelijk. Ik was zo kwaad. Ook al ken ik geen van de slachtoffers persoonlijk. Ik wilde weten welke idioten hierachter zaten.”

Er zit toch een risico aan dit werk, want ik weet dat de Russen echt niet blij zijn met onze onderzoeken.

In het meer dan 100 pagina’s tellende rapport staat niet?wie op de knop van de installatie heeft gedrukt waarmee de?Buk-raket is gelanceerd. Maar binnen een?groep van zo?n twintig?Russische officieren en soldaten van het Tweede Bataljon van de 53ste Brigade uit Koersk weet men volgens Romein wel wie het heeft gedaan. “We weten zeker dat het Tweede Bataljon de Buk-installatie naar de grens met Oekra?ne heeft gebracht.”

Bezeten bezoekt hij allerlei webfora. ‘Ik wilde weten wie het had gedaan.’ Mensen op Nederlandse fora blijken slecht ge?nformeerd. Al snel struint hij Oekra?ense en Russische fora af. De informatiestroom gaat hard.?Onderzoekscollectief Bellingcat komt na een paar dagen al met de eerste rapporten over mogelijke Russische betrokkenheid.?Romein stopt zijn zoektocht. Totdat Bellingcat in september met een nieuw rapport komt en Rusland aanwijst als herkomstland van de BUK. Romein heeft een nieuw onderzoeksdoel: ‘Ik ben daarna gaan kijken naar ander Russisch materieel dat naar Oekra?ne was gegaan.’

Hij bekijkt foto’s die Russische militairen op VKontakte zetten en ontdekt zo steeds meer over het gebied en de Russische militaire aanwezigheid. Zijn topografische kennis heeft hij voornamelijk van Google en de Russische tegenhanger Yandex. Voor het lokaliseren van gevonden foto’s kijkt hij naar amateurbeelden van dashcams – camera’s die de weg filmen tijdens het rijden. Uren dwaalt hij zo vanuit zijn kamer door het grensgebied tussen Rusland en Oekra?ne.

De Nederlander die vanuit huis het MH17-gebied uitkamde

Het overzicht stuurt hij in november naar Elliot Higgins, de Britse oprichter van Bellingcat. Die bedankt hem per kerende post vriendelijk. Twee weken later krijgt hij wederom een mail van Higgins. Romein: ‘Hij was onder de indruk, of ik meer wilde doen.’ Dat doet hij. Er is mailcontact en Higgins vraagt Romein of hij bij ‘de groep’ wil komen.

Wat dat inhoudt, kan Romein moeilijk toelichten. Er is geen selectiecommissie, hij hoeft geen brief te sturen of een telefonisch interview te doen. Hij ontmoet niemand. Higgins heeft hij nooit de hand geschud. Eigenlijk verandert er niets. Nou ja, hij krijgt toegang tot de ‘i-kanalen’ van Bellingcat: een informatieplatform waar leden van Bellingcat elkaar berichten sturen. De berichten zijn versleuteld. Romein is dan het zevende lid van Bellingcat.

Rond Kerst mailde Romein namens Bellingcat de bevindingen naar het Openbaar Ministerie (OM), dat de leiding heeft over het internationale strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17. Het?OM liet weten “de informatie serieus te zullen onderzoeken en beoordelen op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek”. Begin van dit jaar berichtte de?NOS hierover.

Vanaf januari stort hij zich volledig op de 53ste luchtafweergeschutbrigade van het Russische leger. De BUK-installatie is door het tweede bataljon van deze brigade naar de grens met Oekra?ne gebracht. Romein wil de namen en foto’s hebben van de militairen die het transport begeleidden. Zo wil hij de daders van MH17 vinden.

Romein is een van de elf medewerkers van Bellingcat die met het onderzoek bezig zijn geweest; hij schreef het grootste deel van het rapport. Maar over zijn rol wil hij in het openbaar niets vertellen. “Er zit toch een risico aan dit werk, want ik weet dat de Russen echt niet blij zijn met onze onderzoeken.”

Bovendien wil hij dat de aandacht uitgaat naar het vinden van de daders, niet naar hem. En dus wil Romein anoniem blijven. Alleen zijn collega?s bij Bellingcat kennen zijn ware identiteit. “Ik heb soms het gevoel een dubbelleven te leiden.”

Ontdekkingen

Romein is sinds november 2014 actief voor Bellingcat. Niet dat de ICT’er enige ervaring heeft als journalist. Wel beheerst hij de Russische taal enigszins en heeft hij naar eigen zeggen?iets met fotografie. “Voor dit werk moet je veel foto?s bekijken. Ik merk dat ik de gezichten van mensen goed kan herkennen, ook al is de foto niet scherp.”

Maar Romein weet uit eigen ervaring dat je pas iets aan dit soort vaardigheden hebt, als je ook de motivatie en de bereidheid hebt om veel tijd in een onderzoek te steken. Sinds hij voor Bellingcat onderzoek doet, besteedde Romein na zijn werkdag bijna iedere avond aan speurwerk. Ook hele weekeinden gingen eraan op.

Tijdens zijn sessies, die soms tot diep in de nacht duurden, deed hij veel ?ontdekkingen?. “De laatste was afgelopen najaar toen ik een officier op een recente foto herkende. Hij staat ook op een foto van de brigade uit 2013 in dezelfde functie. Het zou raar zijn als hij in 2014 een andere functie had.”

Zijn speurtocht naar de waarheid begon al direct na 17 juli 2014. Lezend op verschillende internationale en Russische internetfora vond hij aanwijzingen: namen, foto’s van militair materieel. Maar met de informatie kon hij niet veel. Pas toen hij een?publicatie van Bellingcat las, over de ontdekking dat MH17 door een Russische Buk-raket is?neergehaald, en toen hij oprichter Eliot Higgins in een televisieprogramma erover hoorde praten, besloot hij contact op te nemen.

Zijn verzamelde ‘bewijs’ werd positief ontvangen en Romein mocht als zevende vrijwilliger meezoeken. Al na een paar maanden publiceerde hij zijn eerste?artikel: de mogelijke lanceerlocatie van de Buk-raket. Daarna stortte hij zich samen met collega?s op het reconstrueren van het Tweede Bataljon van de 53ste Brigade.

Online vindt hij handgeschreven presentielijsten van de brigade. Ze vermelden wie er in de cruciale periode in het bataljon zaten. Het zijn er veel te veel, hij moet verder selecteren. Hij vindt een pagina van studenten van een technische universiteit uit Rusland. Toevallig bezochten zij een legerbasis waar de 53ste brigade was. Zo komt Romein stapje voor stapje dichterbij. Het is een lastig proces. Soms spannend, soms frustrerend en eenzaam. ‘Ik ben er zoveel tijd aan kwijt en vraag mezelf geregeld af: waarom doe ik dit eigenlijk?’

Hoewel hij op het Russische VKontakte steeds meer soldaten in het vizier krijgt, mist hij belangrijke informatie over de officieren. Dat blijkt op een andere profielensite te staan, Odnoklassniki, waar school- en klasgenoten elkaar kunnen vinden. Een goudmijn. ‘Eerst dacht ik: het zou al mooi zijn als we de betrokken soldaten kunnen identificeren. Maar we vonden nu ook de officieren.’

Alle officieren blijken met elkaar gelinkt te zijn in Odnoklassniki. Er is alleen een valkuil: ze kunnen zien wie hun profiel heeft opgevraagd. Romein lost het op door voor een paar euro per maand een profiel te kopen waarmee hij onzichtbaar door andere profielen kan zoeken. ‘Ik ben verbaasd over hoeveel de Russen delen. Het bewijs ligt voor het oprapen.’

De foto's van 'potenti?le getuigen en daders', zoals Bellingcat schrijft, zijn verzameld op sociale media.

Maanden werkt hij eraan om het plaatje compleet te krijgen. Om de officieren te vinden die betrokken moesten zijn bij het transport van de BUK-installatie. In de 53ste brigade zaten ongeveer 300 militairen en zo’n 60 officieren. Ongeveer eenderde daarvan zat bij het tweede bataljon. ‘Ik vond ze bijvoorbeeld doordat ik iemand herkende bij een oefening van de brigade. Als je dat ziet in 2013 en weer in 2015, is het aannemelijk dat die persoon er in 2014 ook bij zat.’

Hij begint weer bezield te vertellen over zijn bevindingen en het gebied. Alsof hij ineens ter plekke is. ‘In dat dorpje kun je allerlei richtingen op. Daarna moet je onder een spoorbrug door. Het gaat de diepte in. De brug blijkt 4,50 meter hoog te zijn en de BUK kan daar niet onderdoor en heeft zeer waarschijnlijk een zijweg genomen. Alleen lagen er barricaden voor een treinrails. Maar die kunnen tijdelijk weggehaald zijn op 17 juli 2014, of ze hebben er iets opgelegd, zodat de BUK er toch over kon rijden.’

In de zomer loopt Romein even vast. Hoewel het rapport bijna af is, vindt hij het niet goed genoeg. Hij heeft er samen met een ander lid van Bellingcat aan gewerkt. Maar hij heeft niet genoeg informatie, niet genoeg namen en niet genoeg bewijs. Hij gaat alleen verder.

In zijn zoektocht naar nieuw bewijs heeft hij in oktober een prettige meevaller. Op de pagina van de officieren van de 53ste verschijnt ineens extra informatie. Meer foto’s, meer bewijsmateriaal. De puzzel is dan bijna af. ‘Ik heb het gevoel dat we de daders op de hielen zitten. We vermoeden wie er betrokken zijn geweest, maar alleen van de commandant staat de betrokkenheid vast.’

Het resterende bewijs zal hij niet kunnen vinden, zegt Romein. Want er zijn belangrijke omissies. Niet iedereen heeft nog een profiel op sociale media. De commandant van de brigade haalde die van hem er al snel af. Ook specifieke informatie over het BUK-transport op de dag van 17 juli 2014 is nauwelijks te vinden.

Het belangrijkste: niemand weet wie de BUK over de grens met Oekra?ne heeft gebracht. Dat valt niet meer uit openbare bronnen te halen. Romein: ‘Dan kom je bij informatie van inlichtingendiensten.’ En dat is een taak voor het internationale team dat een strafrechtelijk onderzoek uitvoert naar het neerhalen van de MH17.

De Nederlander die vanuit huis het MH17-gebied uitkamde

Romein sprak twee keer met ze. Hij gaf hun een paar weken geleden zijn hele rapport, inclusief al het ruwe materiaal. Foto’s, screenshots, routes, uploaddata. Hoewel zij hem niets konden vertellen over het mogelijke bewijsmateriaal, was hij onder de indruk van hun kennis. ‘Zij weten echt veel, dat kon ik opmaken uit de gesprekken. Veel meer dan ze tot nu toe gepubliceerd hebben.’

Getuige

Dat hun werk serieus wordt genomen, blijkt wel uit de reacties die Bellingcat krijgt van het?Joint Investigation Team. Dat voert het strafrechtelijk onderzoek uit naar de ramp met MH17 onder leiding van het Nederlandse OM.?”Ze zijn blij met onze inspanningen en ons werk. Ze prijzen het dat burgers op deze manier de politie bij een onderzoek helpen en moedigen dit zeker aan”, zegt Romein, die geregeld?contact heeft met rechercheurs van het JIT.

Zo heeft hij op uitnodiging van het JIT al meerdere keren informatie met het team gedeeld over het Bellingcat-onderzoek. Oprichter Eliot?Higgins werd twee keer als getuige gehoord.

Ondanks al hun inspanningen heeft?Bellingcat geen hard bewijs kunnen leveren?wie de Buk-raket heeft afgevuurd. “Dat we dat niet hebben kunnen vinden, is jammer. Maar het was?wel te verwachten”, zegt Romein. “Geen enkele Russische soldaat zal na het neerschieten van een vliegtuig met onschuldige passagiers trots op social media zeggen dat hij daarvoor verantwoordelijk was.”

MH17 rusland top

Hij is er nu bijna klaar mee. Romein wil het rustiger aan gaan doen. Het kost hem te veel energie. Ook omdat alles wat over de MH17 gaat gepolitiseerd is. Hij heeft nooit Rusland willen aanwijzen als de hoofddader, hij heeft onderzoek willen doen. ‘Ik heb juist altijd wat met Rusland gehad. Ik ben ook gaan inzien dat je Rusland niet van alles in de oorlog de schuld kunt geven.’ Maar ja, de MH17 werd nu eenmaal neergeschoten door een BUK-raket van de Russen, zegt Romein. Vergoelijkend: ‘Ze hebben het niet met opzet gedaan. Daar heb ik geen twijfel over. Niemand had daar een belang bij. Het zit alleen niet in de Russische cultuur om een fout toe te geven.’

eliot H

Hoe de Nederlandse Bellingcat-onderzoekers tot hunbevindingen kwamen

  • Reconstructie
    Legt foto’s, screenshots, routes en uploaddata naast elkaar om de namen te reconstrueren van de mannen die op 17 juli 2014 in de regio waren
  • Eindrapport
    Geeft alle ruwe materialen, screenshots, profieldata en aantekeningen aan het internationale onderzoeksteam en schrijft eindrapport over MH17
  • Vkontakte
    Speurt op VKontakte, de Russische tegenhanger van Facebook, naar Russische militairen: ontdekt meer over het gebied en de Russische aanwezigheid
  • Route
    Haalt topografische kennis van Google en Yandex (Russische zoekmachine), construeert op die manier de route die Russisch materiaal naar grens aflegt
  • Dashcams
    Lokaliseert gevonden foto’s aan de hand van amateurbeelden van dashcams
  • Namen
    Zoekt afgeschermde profielen op VKontakte met Google, zo achterhaalt hij namen van de 53ste luchtverdedigingsbrigade
  • Presentielijsten
    Vindt online handgeschreven presentielijsten van de brigade, ze vermelden wie er in de cruciale periode in het bataljon zaten
  • Meer namen
    Ziet een webpagina van studenten van een technische universiteit uit Rusland. Zij bezoeken toevallig een basis van de 53ste brigade. Vindt zo meer namen
  • Ontbrekende stukken
    Vindt officieren op de profielensite Odnoklassniki en stuit er onverwachts op de ontbrekende stukken in de puzzel

Het laatste rapport: